Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam 2012

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam 2012"

Transcriptie

1 Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam 2012 Onderzoek & Statistiek

2 Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam 2012 Schiedam, mei 2013 Onderzoek & Statistiek / Foto s: Jan van Kampenhout en Jan van der Ploeg

3 Inhoud 1 Inleiding Aanleiding en opdracht Responsoverzicht Inhoud van het rapport Wonen en Sociale samenhang Woning en woonomgeving Ontwikkeling woonbuurt Bewonersvereniging in de wijk Sociale kwaliteit Discriminatie Leefbaarheid Buurtproblematiek Verloedering Overlast Functioneren gemeente Veiligheid Onveiligheidsgevoelens Onveiligheid en buurtproblemen Onveilige plekken Toezicht & Handhaving Tevredenheid laatste contact Beoordeling team Toezicht & Handhaving Totaal beeld Toezicht met behulp van camera s Voorzieningen Rapportcijfer voorzieningen Tevredenheid voorzieningen Sociale voorzieningen De wijken nader bekeken Samenvatting en conclusies

4 4

5 h o o f d s t u k Inleiding 1.1 Aanleiding en opdracht Het meten van de leefbaarheid en de veiligheidssituatie wordt in Schiedam al vele jaren uitgevoerd. Reeds in de jaren 90, na de invoering van het Grotestedenbeleid, ontstond bij de rijksoverheid en de gemeenten de behoefte aan periodieke informatie over de voortgang en resultaten van het gevoerde beleid. In het kader daarvan werd met de gemeenten afgesproken dat er minimaal één keer per twee jaar een Leefbaarheidsonderzoek onder de bevolking werd uitgevoerd. Door middel van een standaardvragenlijst, waardoor alle Gsb-gemeenten met elkaar konden worden vergeleken, werd het Gsb- Leefbaarheidsonderzoek in 1998, 2000, 2002, 2004, 2006, en 2007 (verplichte extra meting) in Schiedam gehouden. Door de overlap tussen het Gsb-Leefbaarheidsonderzoek en de Politiemonitor Bevolking heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in 2008 deze twee onderzoeken samengevoegd tot de Integrale Veiligheidsmonitor. Met de hiervoor ontwikkelde vragenlijst is het mogelijk om zowel de leefbaarheids- als de veiligheidsvraagstukken te beantwoorden. Historische vergelijkingen op basis van eerder gehouden onderzoek blijven daardoor mogelijk. Op landelijk niveau worden de bevolkingsenquêtes uitgevoerd door het CBS. Voor de Regionale Veiligheidsmonitor heeft de politieregio Rotterdam-Rijnmond in 2009 en 2011 de gegevens verzameld. Op gemeentelijk niveau heeft Onderzoek & Statistiek van de gemeente Schiedam in 2009 het onderzoek verricht. Inmiddels is het Grotestedenbeleid weliswaar beëindigd, echter de behoefte aan beleidsinformatie betreffende dit onderwerp is nog steeds aanwezig. Daarom heeft in het najaar van 2012 wederom in Schiedam een onderzoek in het kader van de Leefbaarheids- en Veiligheidsmonitor plaatsgevonden. Voorliggende rapportage geeft de uitkomsten van dit onderzoek. Het levert een beeld op van hoe zaken als woonplezier, veiligheid en sociale cohesie zich in Schiedam ontwikkelen. Dit kan dienen als belangrijke onderbouwing van het gemeentelijk beleid. 1.2 Responsoverzicht Het veldwerk van het onderzoek bestaat evenals in 2009 uit twee onderdelen. Het eerste onderdeel betreft een vragenlijst via internet die is voorgelegd aan het gemeentelijk internetpanel. Maar liefst 921 panelleden hebben de vragenlijst ingevuld. Dit komt overeen met een respons van 38 procent. Het overgrote deel van het veldwerk is echter ingenomen door middel van schriftelijke bevraging van de vragenlijst. Voor dit doel werd een steekproef van personen in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar aselect uit het bevolkingsregister getrokken. Deze personen kregen een vragenlijst thuisgestuurd met het verzoek deze in te vullen en terug te sturen. Vijfentwintig formulieren bleken om uiteenlopende redenen (verhuizing, overlijden, etc,) onbestelbaar. Van de resterende stuurden uiteindelijk in totaal personen een volledig ingevuld vragenformulier terug. De respons op dit onderdeel bedraagt derhalve 31 procent. In figuur 1.1 is de totale netto respons verdeeld naar de in Schiedam aanwezige wijken. 5 H1 Inleiding

6 Figuur 1.1 NETTO RESPONS PER WIJK (TOTAAL VAN SCHRIFTELIJKE EN DIGITALE METHODE) wijk aantal respondenten responspercentage Centrum % Oost % West % Zuid % Nieuwland % Groenoord % Kethel % Woudhoek % Spaland/Sveaparken % Totaal 2.352* 34% * van 48 personen is niet bekend in welke wijk zij woonachtig zijn Bovenstaande figuur geeft duidelijk weer dat de respons per wijk nogal verschilt. Evenals in voorgaande onderzoeken blijkt ook nu weer dat de wijken in het noordelijk stadsdeel een relatief hoog responspercentage laten zien. De animo voor dit onderzoek is in Oost het laagst. Hiermee was van tevoren rekening gehouden door de omvang van de steekproef in sommige wijken te verhogen. De uiteindelijk respons van de schriftelijke vragenlijst wordt altijd vergeleken met de samenstelling van de totale bevolking van Schiedam. Voor zover nodig wordt de respons door middel van weegfactoren gecorrigeerd zodat uiteindelijk een exacte afspiegeling ontstaat van de totale Schiedamse bevolking in de leeftijd van 18 tot en met 80 jaar. De uitkomsten van het onderzoek leveren daarmee een betrouwbaar beeld op van de mening van de Schiedammer. Dit wordt gestaafd door de constatering dat - op basis van acht metingen sinds feitelijkheden zoals inkomen, opleiding en etniciteit weliswaar aan veranderingen onderhevig zijn maar dat dit slechts heel geleidelijk gaat. En dat is uiteraard logisch want dat soort dingen veranderen nu eenmaal niet zo snel. Echter als het gaat om zaken als bijvoorbeeld leefbaarheid, slachtofferschap en onveiligheidsgevoelens kunnen bepaalde gebeurtenissen of veranderingen in een buurt in een kort tijdsbestek soms een grote rol spelen. Dat soort effecten zijn dan ook meestal duidelijk terug te vinden in de uitkomsten van het onderzoek: ondanks het feit dat meningsvragen over leefbaarheid en dergelijke doorgaans bepaalde trends vertonen, willen deze nogal eens aan schommelingen onderhevig zijn (met name op wijkniveau). 1.3 Inhoud van het rapport In het eerstvolgende hoofdstuk komt de leefbaarheid op buurt- en wijkniveau aan bod. Aan de orde komen het wonen en de sociale samenhang in Schiedam. In hoofdstuk 3 ligt de focus op het bestaan van buurtproblemen; hoe vaak ondervinden bewoners overlast of is er bijvoorbeeld sprake van verloedering. Hoofdstuk 4 heeft het thema veiligheid als onderwerp. Het gaat hierbij om veiligheidsgevoelens en de invloed van eventueel cameratoezicht in de stad. Hoofdstuk 5 omvat het functioneren van het team Toezicht en Handhaving van de gemeente Schiedam en de tevredenheid van de Schiedamse bevolking over het contact met hen. In het daaropvolgende hoofdstuk komt het voorzieningenniveau (hoofdstuk 6) aan de orde. Hoofdstuk 7 geeft per wijk een uiteenzetting van de meest opvallende zaken op het gebied van leefbaarheid en veiligheid. In dit hoofdstuk zal tevens op een lager schaalniveau dieper worden ingegaan op een aantal van deze onderwerpen. In het laatste hoofdstuk (8) worden de belangrijkste uitkomsten en conclusies gepresenteerd. 6 H1 Inleiding

7 7 H1 Inleiding

8 8 H2 Wonen en Sociale samenhang

9 h o o f d s t u k Wonen en Sociale samenhang De leefbaarheid van buurten en wijken wordt door vele aspecten bepaald. Niet alleen de fysieke omgeving zoals de eigen woning en woonomgeving, maar zeker ook de sociale samenhang in een buurt speelt hierin een belangrijke rol. Aan de hand van dit soort aspecten die een onderdeel vormen van het begrip leefbaarheid hebben de bewoners de huidige situatie in hun woonbuurt beoordeeld. Daarnaast is in de enquête gevraagd naar de ontwikkeling van de eigen woonbuurt in het afgelopen jaar. 2.1 Woning en woonomgeving Zoals gezegd speelt de fysieke omgeving een belangrijke rol in de beleving van leefbaarheid. Dit gevoel van leefbaarheid wordt onder andere door de waardering van de eigen woning en woonomgeving bepaald. In het onderzoek is Schiedammers daarom gevraagd een rapportcijfer te geven voor hun woning en woonomgeving. Het gemiddelde rapportcijfer dat de Schiedammer aan zijn of haar woning geeft, is al vele jaren stabiel te noemen. In vergelijking met de meting in 1998 is dit rapportcijfer met twee tienden van een punt gestegen naar een 7.7. Het rapportcijfer waarmee bewoners hun woonomgeving waarderen is de laatste jaren eveneens redelijk gelijk gebleven. Gemiddeld krijgt de woonomgeving in Schiedam een 6.9. FIGUUR ONTWIKKELING GEMIDDELDE RAPPORTCIJFERS VOOR DE EIGEN WONING EN WOONOMGEVING IN SCHIEDAM 7,8 7,6 7,4 7,2 7 6,8 6,6 rapportcijfer woning rapportcijfer woonomgeving 6,4 6,2 6 9 H2 Wonen en Sociale samenhang

10 Wat betreft de waardering voor de eigen woning lopen de rapportcijfers op wijkniveau nogal uiteen, maar zijn door de tijd heen redelijk constant. FIGUUR 2.2 GEMIDDELD RAPPORTCIJFER VOOR DE EIGEN WONING PER WIJK wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam Centrum, Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken zijn de enige wijken die hoger dan een 8 scoren. Daarentegen ligt het rapportcijfer in Oost, Nieuwland en Groenoord al jaren onder het stedelijk gemiddelde. Nieuwland ontwikkelde zich voorheen wel gunstig. In het jaar 2000 kreeg een woning in Nieuwland een gemiddeld rapportcijfer van 6.8 tegen een 7.3 in Hiermee werd het effect van de stedenbouwkundige vernieuwingsimpulsen in die periode duidelijk zichtbaar. Echter door de economische recessie zijn er minder nieuwbouwwoningen gebouwd dan voorheen en is deze positieve ontwikkeling tot stilstand gekomen. Een positief punt is dat de waardering voor de woning in Centrum en Kethel de laatste jaren alleen maar is gestegen. De waardering per wijk hangt samen met het woningtype waarin men woont. Flats met minder dan 5 woonlagen, vaak zonder lift, krijgen een lage waardering. Dit type woningen komt, ondanks de sloop van dit soort woningen, nog steeds veel voor in Nieuwland. Dat verklaart voor een belangrijk deel het lagere rapportcijfer in Nieuwland. De wijk Oost bestaat overwegend uit vooroorlogse boven-/benedenwoningen die niet altijd in optimale staat van onderhoud verkeren. Daarnaast komt er ook nog een redelijk aantal flatwoningen zonder lift voor. Dit alles bij elkaar verklaart waarom de gemiddelde woningwaardering in Oost laag uitvalt. Dit is vooral het geval in het oostelijk deel van de wijk, waar de waardering op een rapportcijfer van een 6.9 ligt. In het deel van wijk Oost (met veel meer eengezinswoningen en/of koopwoningen) dat aan het Centrum grenst valt de waardering voor de eigen woning veel hoger uit, namelijk een 8.0. Deze situatie is ook van toepassing op de wijken Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken in Schiedam-Noord. Deze wijken bestaan voor een belangrijk deel uit eengezinswoningen die veelal prima beoordeeld worden. Maar ook het feit dat in deze gebieden veel koopwoningen voorkomen, speelt hierbij een rol. Want eigenaarbewoners beoordelen hun woning beduidend beter dan huurders: gemiddeld waarderen eigenaren hun woning met een 8.1 en huurders met bijna een punt lager, namelijk een 7.2. Omdat kopers vaker dan huurders een hoog inkomen hebben (hetgeen blijkt uit de inkomensgegevens), mag worden aangenomen dat kopers een ruimere keuze hebben op de woningmarkt. Zij zijn hierdoor beter in staat een woning naar wens te bemachtigen en deze vervolgens ook verder naar hun zin te maken. Lagere inkomensgroepen zijn veelal aangewezen op de goedkopere, kwalitatief vaak mindere woningvoorraad in de huursector. Zij beoordelen hun woning dan ook met een 7.0 een stuk lager dan hogere inkomensgroepen die de eigen woning met een 8.4 waarderen. Allochtonen behoren vaker dan autochtonen tot de lagere inkomensgroepen en hebben daardoor eveneens een beperkte keuze op de woningmarkt. Met als gevolg dat allochtonen heel vaak in matig gewaardeerde woningen als flats zonder lift wonen. Allochtonen zijn gemiddeld genomen dan ook minder tevreden over hun woonsituatie dan autochtonen (7.2 tegenover 7.9). Dit laatste geldt eveneens voor jongeren. Zij staan nog aan het begin van hun woon- en arbeidscarrière waardoor zij veelal in de minder gewaardeerde woningen wonen. Voor wat betreft de woonomgeving is in de enquête de respondenten eveneens gevraagd hun waardering samen te vatten in een algemeen rapportcijfer (zie figuur 2.1). Zoals gezegd is dit cijfer voor geheel Schiedam de laatste jaren redelijk stabiel gebleven. Gemiddeld krijgt de woonomgeving in Schiedam hetzelfde rapportcijfer als in 2009, namelijk 6.9. Dit is een cijfer dat in vergelijking met andere voormalig Gsb-gemeenten laag is. Elders in het land worden doorgaans scores van 7 of hoger behaald. Het landelijk gemiddeld rapportcijfer ligt op een 7.5, waarbij de regio Rotterdam- Rijnmond het laagst scoort met een gemiddeld rapportcijfer voor de woonomgeving van 7.2. Uitgesplitst op wijkniveau blijkt het rapportcijfer te variëren tussen een 6.0 voor Oost en een 7.9 voor Kethel (zie figuur 2.3). 10 H2 Wonen en Sociale samenhang

11 FIGUUR 2.3 GEMIDDELD RAPPORTCIJFER VOOR DE WOONOMGEVING PER WIJK wijk Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Sveaparken Schiedam Niet alleen Kethel scoort bovengemiddeld, ook de bewoners van Woudhoek en Spaland/Sveaparken waarderen hun woonomgeving opvallend positief (7.6 of hoger). De beoordeling van de woonomgeving in deze wijken, maar ook in wijk Centrum vertoont tevens een opgaande lijn. In Oost en Nieuwland wordt de woonomgeving slechter dan gemiddeld in Schiedam beoordeeld. Daarnaast blijkt de waardering voor de woonomgeving in deze wijken nogal te schommelen. Het gemiddelde rapportcijfer voor de woonomgeving in Groenoord neemt sinds 2006 enigszins af. In Groenoord heeft dit waarschijnlijk te maken met de vele bouwactiviteiten die zich in deze wijk voordoen. De woonomgeving wordt pas na realisatie van de nieuwbouw aangepakt. Als onderdeel van de waardering van de woonomgeving is gevraagd in hoeverre de buurt/woonomgeving prettig is om in te wonen. Daaruit blijkt dat gemiddeld 83 procent van de Schiedammers van mening is dat men in een prettige buurt woont. Dit aandeel is redelijk gelijk aan voorgaande metingen. Op wijkniveau zijn de verschillen wederom groot. FIGUUR 2.4 BEOORDELING WOONBUURT IN % Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spal./Sveap. Schiedam (zeer) onprettig (zeer) prettig In het overgrote deel van de Schiedamse wijken is het volgens de bewoners prettig wonen. In wijken als Centrum, West, Zuid, Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken geven minstens 8 van de 10 bewoners aan dat zij in een prettige buurt wonen. Aan de andere kant zijn bewoners van Oost, Groenoord en Nieuwland relatief vaak van mening dat ze in een (zeer) onprettige buurt wonen, respectievelijk 29, 21 en 20 procent van de bewoners. 2.2 Ontwikkeling woonbuurt Hoe oordelen Schiedammers over de ontwikkeling van hun eigen woonbuurt in het afgelopen jaar? Over de gehele periode dat deze vraag is voorgelegd aan bewoners blijkt het negativisme enigszins te overheersen: 35 procent vindt dat de eigen woonbuurt het afgelopen jaar achteruit is gegaan, terwijl 11 procent juist een positieve ontwikkeling signaleert. Ongeveer de helft (49%) heeft geen duidelijke ontwikkelingsrichting kunnen constateren en zegt dat de buurt gelijk is gebleven. Een klein deel (5%) kan zich er geen mening over vormen. In vergelijking met het landelijke beeld zien de inwoners van Schiedam vaker een achteruitgang van de eigen woonbuurt. Ten opzichte van voorgaande metingen lijkt de verbetering in 2009 een tijdelijke opleving te zijn geweest. FIGUUR 2.5 ONTWIKKELING AANDEEL BEWONERS DAT DE BUURT VOORUIT/ACHTERUIT VINDT GEGAAN IN HET AFGELOPEN JAAR, IN % achteruit vooruit In de huidige meting is het aandeel Schiedammers dat hun woonbuurt vooruit vindt gegaan gedaald en het aandeel dat de buurt achteruit vindt gaan is gestegen. Op wijkniveau zijn de verschillen groot. Wel wordt in alle wijken vaker een achteruitgang dan een vooruitgang geconstateerd. 11 H2 Wonen en Sociale samenhang

12 FIGUUR 2.6 VOORTUITGANG (+) OF ACHTERUITGANG (-) VAN DE BUURT IN HET AFGELOPEN JAAR NAAR WIJK (2012) Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spal./Sveap. Schiedam achteruitgang vooruitgang In de wijken Oost, Zuid, Nieuwland en Groenoord zijn de bewoners negatiever dan in 2009 over de ontwikkeling van hun woonbuurt. In Nieuwland was men altijd redelijk positief gestemd over de ontwikkeling. Echter de laatste jaren is ook hier het aandeel dat de buurt achteruit vindt gegaan sterk gestegen (naar 40 procent). In Centrum zijn bewoners het meest positief: ongeveer een vijfde van de ondervraagden in Centrum vindt dat de wijk het afgelopen jaar vooruit is gegaan. Ook in de noordelijk gelegen wijken van Schiedam, zoals Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken zijn bewoners over het algemeen positiever over de ontwikkeling van de woonbuurten dan bewoners uit andere wijken. Jongeren (18-34 jaar) oordelen vaker positief over de ontwikkeling in het afgelopen jaar van de eigen woonbuurt dan andere leeftijdscategorieën. Dit geldt eveneens voor allochtonen. 16 procent van de allochtone respondenten vindt dat de eigen woonbuurt het afgelopen jaar vooruit is gegaan, terwijl dit voor slechts 9 procent van de autochtone bevolking geldt. Tussen het oordeel van mannen en vrouwen bestaat weinig verschil en ook het opleidingsniveau en de hoogte van het inkomen geven geen eenduidige verklaring. 2.3 Bewonersvereniging in de wijk Aan het vragenblok over de woonbuurt zijn enkele vragen met betrekking tot de Schiedamse bewonersverenigingen toegevoegd. Aan de respondenten is gevraagd of zij bekend zijn met de bewonersvereniging in hun wijk. Het blijkt dat 21 procent van de Schiedammers deze goed kent. Bijna de helft weet van het bestaan van de bewonersvereniging, maar kent deze niet zo goed. Dit betekent dat een derde van de respondenten de bewonersvereniging in de eigen wijk niet kent. Figuur 2.7 laat de uitkomsten op deze vraag op wijkniveau zien. FIGUUR 2.7 BEKENDHEID BEWONERSVERENIGINGEN IN SCHIEDAM, NAAR WIJK IN % wijk ja, die ken ik goed ja, ik weet van het nee, die ken ik niet bestaan Centrum 16% 47% 37% Oost 16% 46% 38% West 21% 48% 32% Zuid 29% 49% 21% Nieuwland 13% 46% 41% Groenoord 21% 41% 39% Kethel 45% 31% 24% Woudhoek 28% 41% 30% Spaland/Sveaparken 19% 55% 25% Schiedam 21% 46% 34% De bewonersvereniging in wijk Kethel is het meest bekend (45% van de bewoners zegt deze goed te kennen). In Centrum, Oost en Nieuwland zijn de bewonersverenigingen aldaar het minst bekend bij de bewoners. In het algemeen kan gesteld worden dat de bewonersverenigingen redelijk wat naamsbekendheid hebben, maar dat bewoners veelal niet weten wat de activiteiten zijn van de bewonersverenigingen. Vervolgens zijn enkele stellingen met betrekking tot de bewonersverenigingen voorgelegd. Het gaat dan om het belang dat wordt toegekend aan bewonersverenigingen te kunnen meten. Tevens is er gevraagd of de bewonersverenigingen voldoende informatie over de wijken geven en of er voldoende activiteiten worden georganiseerd. FIGUUR 2.8 STELLINGEN MET BETREKKING TOT DE BEWONERSVERENIGINGEN IN SCHIEDAM stelling (helemaal) mee eens (helemaal) mee oneens Ik vind het belangrijk dat elke wijk een bewonersvereniging heeft 63% 4% Het is nuttig dat in elke wijk een bewonersvereniging actief is 67% 3% Ik ontvang voldoende informatie van de bewonersvereniging over mijn wijk 36% 29% Er worden voldoende activiteiten door de bewonersvereniging georganiseerd 28% 15% Het overgrote deel van de bewoners is het eens met de stelling dat het belangrijk is dat elke wijk een bewonersvereniging heeft. Ook vinden zij het nuttig dat er in elke wijk een 12 H2 Wonen en Sociale samenhang

13 bewonersvereniging actief is. Slechts een klein deel van de Schiedammers is het oneens met deze stellingen. Over de hoeveelheid informatie die men ontvangt over de wijk zijn de meningen meer verdeeld. Opvallend vaak is geantwoord met neutraal of weet niet/geen mening. Bovendien zijn personen die de bewonersverenigingen niet (goed) kennen het meest kritisch. Hier geldt duidelijk het credo onbekend maakt onbemind. Men is blijkbaar te weinig bekend met de informatie en de activiteiten van de bewonersverenigingen om hier een (positief) oordeel over te geven. Een betere communicatie zou de bekendheid en het oordeel over de bewonersverenigingen kunnen verbeteren. 2.4 Sociale kwaliteit Het sociale klimaat van de omgeving is van invloed op de waardering voor het wonen. Daarnaast wordt verondersteld dat sociale cohesie de dominante factor is bij het versterken van leefbaarheid en veiligheid. Betrokkenheid bij de buurt leidt er toe dat burgers zich actiever opstellen ten aanzien van omgang met de openbare ruimte en medebewoners. Om dit te kunnen meten is de indicator waardering sociale kwaliteit opgesteld. Deze indicator is opgebouwd uit de beantwoording van de volgende stellingen: De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks; De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om; Ik woon in een gezellige buurt, waar veel saamhorigheid is; Ik voel mij thuis bij de mensen die in deze buurt wonen. Daarbij geldt dat hoe hoger de indicatorscore, hoe beter het met de sociale cohesie is gesteld. FIGUUR 2.9 ONTWIKKELING INDICATORSCORE SOCIALE COHESIE IN SCHIEDAM (HOE HOGER, HOE BETER) 7,0 6,8 6,6 6,4 6,2 6,0 5,8 5,6 5,4 5,2 5,0 De indicatorscore voor sociale cohesie bedraagt in de huidige meting een 5,7. Hiermee verkeert Schiedam net als Rotterdam nog altijd in de onderste regionen van voormalig Gsbgemeenten. Landelijk ligt deze indicator op een waarde van 6,3. Positief is dat de score licht is verbeterd in vergelijking met de meting van FIGUUR 2.10 ONTWIKKELING INDICATORSCORE SOCIALE COHESIE IN SCHIEDAM (HOE HOGER, HOE BETER) wijk Centrum 5,7 5,8 Oost 5,2 4,9 West 5,9 6,0 Zuid 6,6 6,3 Nieuwland 4,9 5,3 Groenoord 4,8 5,0 Kethel 7,2 7,2 Woudhoek 5,9 6,0 Spaland/Sveaparken 5,9 6,5 Schiedam 5,6 5,7 Bijna in alle wijken, op Oost en Zuid na, is de indicatorscore voor sociale cohesie gestegen of gelijk gebleven. Kethel is al jarenlang de bestscorende wijk op het gebied van sociale kwaliteit en samenhang (in deze meting een 7,2). In Sveaparken is de sociale cohesie inmiddels van een zeer goed niveau. In 2009 bedroeg de score nog 6,1. In de huidige meting is dit gestegen naar 6,9. Het is een bekend verschijnsel dat het kennen van, omgang met en het thuisvoelen bij buurtbewoners in een nieuw gebouwde omgeving jaren duurt en vaak nog moet groeien. Opvallend is de afname van sociale cohesie in Zuid. De sociale cohesie was hier traditiegetrouw altijd hoog, net als in Kethel, maar loopt in de afgelopen 10 jaar steeds verder terug. Bovendien nemen andere zaken zoals het bestaan van allerlei buurtproblemen en overlastsituaties toen. Dit zorgt ervoor dat bewoners niet meer zo positief zijn over Zuid dan voorheen. In Oost heeft de forse instroom van MOElanders en het hoge aantal verhuisbewegingen wellicht een negatieve invloed op de mate van sociale cohesie. Oost is nu de wijk die het laagst scoort op het gebied van sociale cohesie. In figuur 2.11 is een aantal stellingen weergegeven welke eveneens betrekking hebben op de sociale woonomgeving. Ook hier is te zien dat Oost op alle onderzochte punten slecht scoort. Daarnaast is het opvallend dat de sociale kwaliteit van deze wijk zich negatief ontwikkelt. Nieuwland en Groenoord springen er eveneens uit in negatieve zin. Dit is niet nieuw. Ook deze wijken verkeren al vele jaren in een achterstandspositie. 13 H2 Wonen en Sociale samenhang

14 FIGUUR 2.11 STELLINGEN MET BETREKKING TOT DE SOCIALE WOONOMGEVING stelling komt relatief veel voor in: komt relatief weinig voor in: De mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks Oost (41%) Nieuwland (39%) Groenoord (37%) Kethel (9%) Spal./Sveap. (18%) Zuid (22%) De mensen gaan in deze buurt op een prettige manier met elkaar om Als het maar enigszins mogelijk is, ga ik uit deze buurt verhuizen Ik woon in een gezellige buurt, waar veel saamhorigheid is Ik voel me thuis bij de mensen die in deze buurt wonen Ik heb veel contact met andere buurtbewoners Ik ben tevreden over de bevolkingssamenstelling in deze buurt Ik ben gehecht aan de buurt waar ik woon Ik voel mij mede verantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt Kethel (81%) Spal./Sveap. (71%) Oost (36%) Nieuwland (28%) Kethel (65%) Zuid (48%) Kethel (76%) Spal./Sveap. (64%) Kethel (56%) Zuid (40%) Spal./Sveap. (73%) Kethel (72%) Woudhoek (64%) Kethel (79%) Spal./Sveap. (66%) Kethel (87%) Spal./Sveap. (77%) Centrum (74%) Oost (35%) Groenoord (39%) Kethel (3%) Spal./Sveap. (4%) Woudhoek (5%) Groenoord (22%) Oost (23%) Oost (27%) Nieuwland (30%) Groenoord (32%) Groenoord (22%) Oost (23%) Oost (23%) Groenoord (26%) Nieuwland (34%) Oost (38%) Groenoord (40%) Nieuwland (41%) Groenoord (51%) Oost (52%) Net als in voorgaande metingen wordt de sociale woonomgeving in Kethel nog altijd zeer goed gewaardeerd. Op de meeste onderzochte punten scoort deze wijk veel positiever dan andere delen van Schiedam. In Zuid geldt dit ook nog, maar deze kwaliteit neemt wel duidelijk af. Bij de meeste stellingen is Zuid ingehaald door Spaland/Sveaparken. De sociale component van de woonomgeving in deze wijk wordt inmiddels net zo goed beoordeeld als de fysieke kenmerken van de wijk. Men gaat prettig met elkaar om en voelt zich thuis in de eigen woonbuurt. Zuid scoort wel beter als het gaat om daadwerkelijk veelvuldig contact met buurtbewoners en het hebben van een gezellige buurt waar veel saamhorigheid is. Dan is te zien dat bewoners van nieuwbouwwijken toch wat meer individualistisch zijn ingesteld. Deze aspecten komen dan in Woudhoek en Spaland/Sveaparken minder goed uit de verf. Schiedam-West en Centrum geven een vrij gemiddeld beeld te zien, waarbij wel vermeld moet worden dat de sociale woonomgeving door de bewoners van Centrum iets beter wordt beoordeeld dan bij de meting van In hetzelfde vragenblok over de woonbuurt is in de enquête gevraagd of bewoners het afgelopen jaar actief zijn geweest om de eigen buurt te verbeteren. Het gaat dan bijvoorbeeld om het organiseren van een wijk- of buurtfeest of het leveren van een bijdrage aan de leefbaarheid in de eigen straat. De uitkomsten van deze vraag zijn weergegeven in figuur FIGUUR 2.12 AANDEEL BEWONERS DAT AFGELOPEN JAAR ACTIEF IS GEWEEST OM DE EIGEN BUURT TE VERBETEREN wijk Schiedam 16% 22% Regio Rotterdam-Rijnmond (2009 en 2011) 17% 17% Nederland (2009 en 2011) 18% 18% Het aandeel bewoners dat actief is geweest om de eigen woonbuurt te verbeteren is in Schiedam sinds de laatste meting gestegen. Lag deze in 2009 nog onder het gemiddelde in de regio Rotterdam-Rijnmond en daarmee ook lager dan het landelijk gemiddelde, in 2012 is 22 procent van de respondenten actief geweest. Vooral in Kethel, Centrum, Spaland/Sveaparken en Zuid kan op de bewoners gerekend worden. 2.5 Discriminatie Net als in het Omnibusonderzoek van 2010 is aan de respondenten van dit onderzoek gevraagd of zij zich in het afgelopen jaar wel eens gediscrimineerd hebben gevoeld. Dat blijkt in 17 procent van de gevallen inderdaad zo te zijn geweest. Uit onderzoek in Amsterdam blijkt een vergelijkbaar aandeel van de bevolking zich het afgelopen jaar gediscrimineerd te hebben gevoeld. Gelukkig betekent dit ook dat ruim acht op de tien inwoners hier niet mee te maken heeft gehad. In 2010 bedroeg het aandeel gediscrimineerde personen nog 20 procent. De mate waarin men zich gediscrimineerd voelt hangt samen met afkomst. Allochtonen ervaren vaker discriminatie dan autochtonen. Ook het opleidings- en inkomensniveau speelt een rol. Hoe hoger dit is, hoe minder vaak men zich gediscrimineerd voelt. Van de onderscheiden leeftijdscategorieën voelen de 65-plussers zich het minst vaak gediscrimineerd. Op wijkniveau valt het op dat er volgens de bewoners weinig sprake is van discriminatie in de noordelijk gelegen wijken van Schiedam zoals Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken. In Nieuwland, Oost, Groenoord en Zuid heeft 20 tot 26 procent van de bewoners zich het afgelopen jaar wel eens gediscrimineerd gevoeld. Vervolgens is in dit onderzoek aan het deel van de inwoners dat zich gediscrimineerd voelt gevraagd wat volgens hen de reden van de discriminatie was. 14 H2 Wonen en Sociale samenhang

15 FIGUUR 2.13 REDEN VAN DISCRIMINATIE, IN % VAN HET AANTAL GEDISCRIMINEERDEN ras/afkomst/huidskleur leeftijd/geslacht godsdienst/levensovertuiging handicap/chronische ziekte homoseksualiteit overige redenen weet ik niet/wil ik niet zeggen Dat blijkt in bijna de helft van de gevallen te gaan om discriminatie op basis van ras, afkomst of huidskleur en een kwart om geslachts- of leeftijdsdiscriminatie. Discriminatie betreffende homoseksualiteit komt volgens de uitkomsten van dit onderzoek veel minder voor. Dit kan overigens ook het gevolg zijn van het feit dat discriminatie vermeden wordt door in allerlei situaties niet uit te komen voor seksuele voorkeur 1. Bovendien zijn er in de lokale media geen berichten over discriminatie, intimidatie, een negatieve houding of een toegenomen (gevoel van) onveiligheid. Toch blijkt uit de Schiedamse Jeugdmonitor 2006 dat volmondige acceptatie van homoseksuelen niet vanzelfsprekend is. In het huidige onderzoek is aan Schiedammers in de leeftijd 18 t/m 80 jaar een aantal stellingen voorgelegd om een beeld te schetsen van de houding tegenover homoseksuelen. FIGUUR 2.14 STELLINGEN M.B.T. HOMO(IN)TOLERANTIE stelling (helemaal) mee eens (helemaal) mee oneens Ik heb er geen problemen mee dat homoseksuele en lesbische paren trouwen en kinderen opvoeden 70% 10% Homoseksuelen moeten niet zo te koop lopen met hun homoseksualiteit (bijv. hand in hand over straat lopen) 19% 50% Ik zou er moeite mee hebben als mijn kind een homoseksuele relatie zou hebben 16% 56% Zeven op de tien respondenten hebben er geen problemen mee dat homoseksuele en lesbische paren trouwen en kinderen opvoeden. Iets minder tolerant zijn Schiedammers als het gaat om de stellingen Homoseksuelen moeten niet zo te koop lopen met hun homoseksualiteit (bijv. hand in hand over straat lopen) en Ik zou er moeite mee hebben als mijn kind een homoseksuele relatie zou hebben. Ongeveer de helft is het oneens met deze stellingen. In de gemeente Amsterdam zijn in het verleden soortgelijke stellingen voorgelegd aan bewoners. De acceptatie van homo s/lesbo s in Schiedam ligt op een redelijk vergelijkbaar niveau. In Schiedam is er een duidelijk verband met het opleidings- en inkomensniveau. Hoe hoger dit niveau, des te toleranter men is. Verder geldt dat vrouwen in het algemeen toleranter zijn dan mannen. Een nog groter verschil treedt op als wordt gekeken naar de etnische herkomst. Dan valt op dat het tolerantieniveau van met name allochtone mannen behoorlijk achterblijft bij het gemiddelde. FIGUUR 2.15 HOMO(IN)TOLERANTIE NAAR GESLACHT EN ETNICITEIT (helemaal) mee eens autochtoon allochtoon stelling man vrouw man vrouw Ik heb er geen problemen mee dat homoseksuele en lesbische paren trouwen en kinderen opvoeden 74% 82% 52% 56% Homoseksuelen moeten niet zo te koop lopen met hun homoseksualiteit (bijv. hand in hand over straat lopen) 25% 14% 26% 13% Ik zou er moeite mee hebben als mijn kind een homoseksuele relatie zou hebben 14% 6% 37% 23% Onder Nederlandse vrouwen is de homotolerantie het grootst. De uitkomsten laten zien dat allochtonen nog altijd een veel traditionelere kijk op de samenleving hebben dan Nederlanders. 1 Gemeente Schiedam (2011), Lokaal Emancipatiebeleid H2 Wonen en Sociale samenhang

16 16 H3 Leefbaarheid

17 h o o f d s t u k Leefbaarheid De leefbaarheid van buurten en wijken wordt negatief beïnvloed door het bestaan van allerlei buurtproblemen en overlastsituaties. Dit hoofdstuk geeft inzicht in welke problemen op het gebied van leefbaarheid en overlast er volgens de bewoners voorkomen in hun woonbuurt. Verder is in de enquête gevraagd naar het functioneren van de gemeente als het gaat om de aanpak van problemen in de stad. 3.1 Buurtproblematiek Om nader in te gaan op de situatie in een buurt of wijk, is aan de ondervraagden een 32-tal problemen voorgelegd met de vraag of deze vaak, soms of (bijna) nooit in hun buurt voorkomen. Van deze buurtproblemen zijn er 28 die ook in de vragenlijst van voorgaande jaren waren opgenomen. De uitkomsten van deze vraag zijn omgezet in een indicatorscore buurtproblemen. Dit houdt in dat op een schaal van 0 tot en met 100 de frequentie wordt weergegeven. Een waarde 0 betekent dat een probleem nooit voorkomt, terwijl de waarde 100 weergeeft dat een probleem zich vaak voordoet. Het gaat hier om een inschatting van de respondenten die niet gebaseerd hoeft te zijn op eigen ervaringen. Er wordt dus vooral een beeld gemeten van vervelende voorvallen en misdrijven in de eigen woonbuurt. De ontwikkeling van het bestaan van dit soort buurtproblemen in Schiedam is middels zo n indicator in figuur 3.1 weergegeven op basis van de oorspronkelijke 28 buurtproblemen 2. FIGUUR 3.1 INDICATORSCORE BUURTPROBLEMEN IN SCHIEDAM (0=NOOIT, 100=VAAK) De indicatorscore buurtproblemen berekend over de voorgelegde 32 buurtproblemen bedraagt 31. Echter voor de vergelijking met voorgaande jaren is gekozen voor het gemiddelde over de oorspronkelijke 28 voorvallen en misdrijven. 17 H3 Leefbaarheid

18 Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Svea. Na een daling in 2009 vinden bewoners in de huidige meting dat het aantal buurtproblemen in Schiedam het afgelopen jaar licht is toegenomen. Figuur 3.2 geeft aan welke buurtproblemen onderscheiden zijn. In de vragenlijst van de Leefbaarheids- en Veiligheidsmonitor zijn alle voorvallen en misdrijven uit de landelijke standaard vragenlijst overgenomen. Uitbreidingen die zich in de loop der jaren hebben voorgedaan zijn opgenomen in figuur 3.3. FIGUUR 3.2 INDICATORSCORE BUURTPROBLEMEN, 2012 (0=NOOIT, 100=VAAK) rang 2012 buurtprobleem hondenpoep rommel op straat te hard rijden gaten/verzakkingen in bestrating parkeeroverlast vuil naast de container overlast van groepen jongeren vernieling van straatmeubilair agressief verkeersgedrag lawaai op straat fietsendiefstal beschadiging/vernieling aan auto geluidsoverlast door verkeer inbraak in woningen lawaai van omwonenden/buren dronken mensen op straat diefstal uit auto s bekladden van muren/gebouwen andere vormen v. geluidsoverlast wildplassen overlast door omwonenden drugsoverlast aanrijdingen lastig gevallen worden bedreiging gewelddelicten straatroof overlast v. horecagelegenheden gemiddeld Net als in voorgaande jaren vormen hondenpoep, rommel op straat, te hard rijden, gaten en verzakkingen in de bestrating en parkeeroverlast de top-5 van buurtproblemen in Schiedam. De frequentie van vier van deze problemen neemt volgens de bewoners wel af. Dit geldt echter niet voor te hard rijden. Dit probleem is evenals agressief verkeersgedrag volgens bewoners in 2012 vaker voorgekomen dan in de jaren ervoor. Verder valt op dat met name autodelicten naar de beleving van de bewoners vaker zijn voorgekomen. Er is volgens hen meer sprake van beschadiging/vernieling aan auto s en diefstal uit auto s dan tijdens de meting in Ook het verkeerd aanbieden van huisafval/ vuilnis naast de container, vernieling van straatmeubilair, dronken mensen op straat, lawaai op straat en overlast door omwonenden (zowel geluidsoverlast als overlast anderszins) wordt door Schiedammers vaker ervaren dan in voorgaande jaren. Het is eveneens zorgwekkend dat ook zwaardere delicten als woninginbraak, bedreiging, gewelddelicten en straatroof volgens de respondenten vaker zijn voorgevallen. De problemen die naar de mening van de respondenten minder vaak zijn voorgekomen in vergelijking met 2009 hebben vooral betrekking op de openbare ruimte. Dit betreft, naast de eerder genoemde problemen hondenpoep, rommel op straat en gaten/verzakkingen in de bestrating, bekladding van muren en gebouwen. Naast bovenstaande voorvallen en misdrijven bevat de vragenlijst van de Leefbaarheids- en Veiligheidsmonitor enkele problemen die niet tot de landelijke standaard vragenlijst behoren. Deze vier buurtproblemen zijn in 2009 voor het eerst aan de Schiedammer voorgelegd. Het betreft voorvallen als industrielawaai, overlast van zwervers/daklozen, vrouwen en meisjes die op straat worden nagefloten, nageroepen of op een andere manier ongewenst aandacht krijgen en jeugdcriminaliteit. In figuur 3.3 zijn ook deze nieuwe buurtproblemen per wijk weergegeven. Het blijkt dat op wijkniveau de indicatorscores vaak sterk uiteen lopen. FIGUUR 3.3 INDICATORSCORE BUURTPROBLEMEN PER WIJK, 2012 (0=NOOIT, 100=VAAK) buurtprobleem hondenpoep rommel op straat te hard rijden gaten/verzak. bestrat parkeeroverlast vuil naast container overlast groepen jongeren vernieling straatmeubilair agressief verkeersgedrag lawaai op straat fietsendiefstal beschadiging/vernieling aan auto geluidsoverlast door verkeer inbraak in woningen lawaai omwonenden dronken mensen op straat diefstal uit auto s bekladden van muren/gebouwen H3 Leefbaarheid

19 Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spaland/Svea. buurtprobleem andere vormen van geluidsoverlast wildplassen overlast omwonenden jeugdcriminaliteit ongewenst gedrag tav vrouwen drugsoverlast aanrijdingen industrielawaai lastig gevallen worden bedreiging gewelddelicten straatroof overlast van horeca overlast zwervers/dakl gemiddelde frequentie Zo komen in Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken buurtproblemen minder vaak voor dan in andere delen van de stad. De gemiddelde frequentie van buurtproblemen is in Woudhoek zelfs een fractie afgenomen. Specifieke problemen, die in deze noordelijke wijken wel veel worden genoemd, zijn bijvoorbeeld de slechte staat van de bestrating, jongerenoverlast, vernielingen in de openbare ruimte en parkeeroverlast. De buurtproblemen in wijk Oost komen volgens de bewoners iets minder vaak voor dan in 2009, maar scoort nog steeds slechter dan gemiddeld. Bijna alle onderscheiden buurtproblemen komen vaker voor dan gemiddeld in Schiedam. Het gaat dan niet alleen om zaken als hondenpoep en zwerfafval, maar ook om zware misdrijven zoals gewelddelicten, straatroof en diefstal. Ook het Centrum kent zo z n eigen buurtproblemen. Lawaai en dronken mensen op straat, maar ook geluidsoverlast van horeca en wildplassen is in deze wijk logischerwijs meer te vinden dan elders. Daarnaast is er in vergelijking met de vorige meting sprake van een toename van een aantal buurtproblemen, met name wat betreft overlastgevende situaties. Het gaat dan om vernieling van straatmeubilair, drugsoverlast, ongewenst gedrag tegenover vrouwen en lawaai van omwonenden. De situatie in Zuid, Nieuwland en Groenoord is ten opzichte van de meting in 2009 naar de mening van de bewoners verslechterd. De gemiddelde frequentie van buurtproblemen is 3 De gemiddelde frequentie van buurtproblemen per wijk is berekend over alle 32 onderscheiden voorvallen en misdrijven. Om die reden is dit gemiddelde niet te vergelijken met de gemiddelde frequentie over 28 buurtproblemen in figuur 3.2. volgens hen toegenomen. Niet alleen allerlei overlastsituaties, maar ook zwaardere delicten komen vaker voor. In Groenoord valt het op dat veel zaken gerelateerd kunnen worden aan de fors toegenomen jongerenoverlast en jeugdcriminaliteit. Om nader in te gaan op de situatie in een buurt of wijk is vervolgens gevraagd wat volgens de bewoners het belangrijkste probleem in de buurt is, waarvan men vindt dat die met voorrang moet worden aangepakt. Oftewel aan de hand van deze vraag kan per wijk een prioriteitenlijst worden opgesteld. FIGUUR 3.4 BELANGRIJKSTE BUURTPROBLEMEN DIE AANPAK BEHOEVEN IN VOLGORDE VAN BELANGRIJKHEID, PER WIJK wijk 1 e 2 e 3 e Centrum Oost West Zuid Nieuwland Groenoord Kethel Woudhoek Spal./Svea. Schiedam te hard rijden (15%) te hard rijden (13%) parkeeroverlast (18%) parkeeroverlast (14%) rommel op straat (14%) bestrating/ verzakkingen (18%) bestrating/ verzak. (22%) bestrating/ verzak. (22%) jongerenoverlast (24%) bestrating/ verzak. (13%) hondenpoep (13%) jongerenover -last (11%) geluidsoverlast door verkeer (10%) parkeeroverlast (18%) parkeeroverlast (21%) bestrating/ verzakkingen (17%) parkeeroverlast (13%) jongerenoverlast (13%) vuil naast container (12%) hondenpoep (13%) parkeeroverlast (13%) rommel op straat (9%) te hard rijden (10%) geluidsoverlast door verkeer (10%) vuil naast container (8%) rommel op straat + te hard rijden (8%) te hard rijden (8%) te hard rijden (10%) parkeeroverlast (14%) te hard rijden (10%) In de huidige meting is de staat van de bestrating (gaten en verzakkingen) net als in 2009 volgens de respondenten topprioriteit nummer één in Schiedam. Parkeeroverlast (plaats 2) en de vervuiling in de vorm van hondenpoep (plaats 5) en rommel op straat (plaats 6) komen minder vaak voor, maar zijn echter nog niet verdwenen. Verder valt op dat de respondenten te hard rijden vaker als probleem ervaren en ook hoog op de prioriteitenlijst zetten (plaats 3). Jongerenoverlast completeert met een vierde plaats de prioriteiten volgens de Schiedammers. 19 H3 Leefbaarheid

20 Ondanks dat de situatie stadsbreed is verbeterd, geven met name bewoners van de wijken in het noordelijk deel van Schiedam aan dat het probleem betreffende gaten en verzakkingen in de bestrating met voorrang als eerste moet worden aangepakt. Ook parkeeroverlast is nog altijd in de noordelijke wijken een heikel punt. In oude stadswijken als West en Zuid wordt parkeeroverlast eveneens als belangrijk buurtprobleem ervaren gevolgd door hondenpoep. In een groot gedeelte van wijk Oost is in samenwerking met bewoners en ondernemers de parkeerproblematiek aangepakt door onder andere de invoering van betaald parkeren. Dit heeft in de beleving van bewoners duidelijk invloed gehad. Parkeeroverlast stond in deze wijk jarenlang als belangrijkste buurtprobleem bovenaan. In de huidige meting is dit probleem in Oost uit de top-3 verdwenen. Te hard rijden staat nu in Oost, maar ook in Centrum, bovenaan de lijst van buurtproblemen om volgens de bewoners als eerste aangepakt te worden. 3.2 Verloedering De frequentie waarmee volgens bewoners bepaalde voorvallen of vervelende situaties in de buurt voorkomen, bepaalt mede de beleving van de fysieke kwaliteit van een buurt. Om dit te meten is een indicator voor de mate van verloedering in een buurt opgesteld. De indicator verloedering is opgebouwd uit het voorkomen van de volgende voorvallen of situaties: bekladden van muren en/of gebouwen; rommel op straat; hondenpoep op straat; vernieling van straatmeubilair. Op een schaal van 0 (=nooit) tot en met 10 (=vaak) scoort Schiedam een 4,8. Dit betekent wederom een verbetering ten opzichte van de vorige meting. FIGUUR 3.5 ONTWIKKELING INDICATORSCORE VERLOEDERING IN SCHIEDAM (HOE LAGER, HOE BETER) 6,0 5,8 5,6 5,4 5,2 5,0 4,8 4,6 Drie van de vier genoemde voorvallen zijn volgens de bewoners van Schiedam minder vaak voorgekomen dan in Er wordt volgens hen vooral minder overlast ervaren van hondenpoep en bekladding van muren en/of gebouwen. De rommel op straat is eveneens licht afgenomen. Het aantal vernielingen van straatmeubilair is daarentegen in de beleving een fractie gestegen. Bij elkaar genomen zorgt dit voor de beste score ooit voor verloedering in Schiedam. Desondanks blijft de score van Schiedam in vergelijking met andere grote gemeenten en in vergelijking met het landelijk gemiddelde van 3,6 aan de matige kant. Binnen Schiedam zijn er op wijkniveau grote verschillen waarneembaar. FIGUUR 3.6 INDICATORSCORE VERLOEDERING NAAR WIJK (HOE LAGER, HOE BETER) Wijk Centrum 5,9 5,2 Oost 6,5 5,3 West 5,0 4,6 Zuid 5,5 5,6 Nieuwland 4,9 4,9 Groenoord 5,1 5,1 Kethel 3,8 3,3 Woudhoek 4,6 4,3 Spaland/Sveaparken 4,0 3,9 Schiedam 5,1 4,8 In bijna alle wijken van Schiedam is de indicatorscore voor verloedering verbeterd. Zo is in Oost volgens de bewoners de verloedering fors gedaald van een 6,5 naar een 5,3. Ook in Centrum en West is de situatie op dit punt sterk verbeterd. Kethel scoort net als in de voorgaande metingen op dit gebied het best; de indicatorscore voor verloedering bedraagt 3,3. In Zuid, het oostelijk deel van Nieuwland (CBS-buurten 63-67) en het deelgebied Sveaparken is de verloedering van de openbare ruimte iets toegenomen. Bewoners in deze delen van de stad ervaren vaker vernielingen van straatmeubilair en rommel op straat dan in Overlast Een andere indicator die mede bepalend is voor het woongenot en de leefbaarheid in een wijk of buurt, is de mate van overlast. Voor het al dan niet ondervinden van bepaalde vormen van overlast is op basis van een aantal vragen een overlast -indicator opgesteld. Deze indicator geeft op een schaal van 0 (=nooit) tot en met 10 (=vaak) aan in welke mate bewoners overlast ervaren. 20 H3 Leefbaarheid

21 Voor deze indicator is gevraagd of de volgende vormen van overlast vaak, soms of (bijna) nooit voorkomen in de buurt: overlast van groepen jongeren; overlast door omwonenden (geen geluidsoverlast); lawaai van omwonenden / burengerucht. Gemiddeld scoort Schiedam op een schaal van 0-10 een waarde van 3,1. Daarmee is de overlastindicator in vergelijking met de meting van 2009 gestegen, oftewel verslechterd. FIGUUR 3.7 ONTWIKKELING INDICATORSCORE OVERLAST IN SCHIEDAM (HOE LAGER, HOE BETER) 3,6 3,4 3,2 3,0 2,8 2,6 2,4 2,2 Omdat in 2006 de vragenlijst op het punt van overlastproblematiek is aangepast, is een vergelijking met eerdere jaren niet mogelijk. De indicatorscore wordt overigens het sterkst beïnvloed door jongerenoverlast. Maar liefst 61 procent van de respondenten ervaart soms tot vaak overlast van jongeren. Overlast en lawaai door omwonenden is volgens de respondenten toegenomen, maar komt niet zo vaak voor als jongerenoverlast. FIGUUR 3.8 INDICATORSCORE OVERLAST NAAR WIJK (HOE LAGER, HOE BETER) Wijk Centrum 3,1 3,4 Oost 3,7 4,0 West 2,4 2,2 Zuid 3,3 3,4 Nieuwland 3,3 3,6 Groenoord 3,0 3,5 Kethel 1,9 1,7 Woudhoek 2,5 2,6 Spaland/Sveaparken 2,5 2,9 Schiedam 2,9 3,1 Op wijkniveau vallen de volgende zaken op; in bijna alle wijken, op West en Kethel na, is de indicatorscore voor overlast toegenomen. In Centrum en Oost is vooral burengerucht toegenomen. In het oostelijk deel van Nieuwland (CBS-buurten 63 t/m 67) en Groenoord ervaren de bewoners meer overlast van omwonenden. In de wijk Spaland / Sveaparken is de verslechtering van de indicator geheel toe te schrijven aan een forse stijging van jongerenoverlast in het deelgebied Sveaparken. Ondanks deze toename liggen de problemen in de noordelijke wijken Kethel, Woudhoek en Spaland/Sveaparken op een aanzienlijk lager niveau dan in de rest van Schiedam. In Oost, Nieuwland, Groenoord, Zuid en het Centrum ervaren de bewoners de meeste hinder van overlast. In het kader van de landelijke Integrale Veiligheidsmonitor is eveneens een indicatorscore opgesteld met betrekking tot verkeersoverlast. Deze score is op dezelfde wijze op basis van een aantal vragen samengesteld en geeft tevens op een schaal van 0 (=nooit) tot en met 10 (=vaak) aan in welke mate bewoners hinder van verkeer ervaren. Hoe hoger de score op deze schaal, hoe meer overlast men ervaart. De indicator voor verkeersoverlast bestaat uit de vragen naar: agressief verkeersgedrag; geluidsoverlast door verkeer; te hard rijden; parkeeroverlast. Op deze indicatorscore voor verkeersoverlast scoort de gemeente Schiedam een 4,6. In vergelijking met de landelijke score van 3,6 en die van de regio Rotterdam-Rijnmond (4,0) moet geconstateerd worden dat men in Schiedam veel hinder ondervindt van verkeer. Van alle deelnemende gemeenten scoort Schiedam zelfs het slechtst op deze indicator. In onderstaande figuur is eveneens de waarde van voorgaande jaren te zien. FIGUUR 3.9 ONTWIKKELING INDICATORSCORE VERKEERSOVERLAST IN SCHIEDAM (HOE LAGER, HOE BETER) 5,6 5,4 5,2 5,0 4,8 4,6 4,4 4,2 Na een forse daling van de verkeersoverlast in de periode is de score in de huidige meting gestegen (lees: verslechterd). Dit is vooral het gevolg van een stijging van de hinder van agressief verkeersgedrag en te hard rijden. De parkeeroverlast is volgens de bewoners gemiddeld genomen verminderd (met name de 21 H3 Leefbaarheid

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam 2015

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam 2015 Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam 2015 Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Schiedam 2015 Schiedam, april 2016 Kenniscentrum MVS 010-2191007 / 2191008 / 2191091 / 2191104 / 2191032 Foto s: Jan

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden

Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden Veiligheidsmonitor 2009 Gemeente Leiden Resultaten per district en in de tijd Bureau Onderzoek Op Maat april 2010 Veiligheidsmonitor 2009, gemeente Leiden 1 In dit overzicht worden de uitkomsten van de

Nadere informatie

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011 Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Juli 202 Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Hoe leefbaar en veilig is? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft de gemeente voor de tweede keer deelgenomen

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor 2010 Gemeente Leiden

Veiligheidsmonitor 2010 Gemeente Leiden Veiligheidsmonitor Gemeente Leiden Resultaten per stadsdeel en in de tijd Mediad Rotterdam, maart 2011 Veiligheidsmonitor, Gemeente Leiden 1 In dit overzicht worden de uitkomsten van de Veiligheidsmonitor

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Woolde Augustus 2010

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Woolde Augustus 2010 Veiligheidsmonitor Wijkrapport Augustus 2010 Wijkrapport Augustus 2010 Hoe leefbaar en veilig is Integrale Veiligheidsmonitor Inleiding Eind heeft de gemeente voor het eerst deelgenomen aan de Integrale

Nadere informatie

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011

Integrale Veiligheidsmonitor Hengelo 2011 Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Es Juli 202 Integrale Veiligheidsmonitor Wijkrapport Es Hoe leefbaar en veilig is de Es? Integrale Veiligheidsmonitor. Inleiding In heeft gemeente voor de tweede

Nadere informatie

Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 2008-2011

Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 2008-2011 Notitie Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 28-211 Deze notitie brengt op basis van de Amsterdamse Veiligheidsmonitor de leefbaarheid en veiligheid in de regio Amsterdam-Amstelland tussen 28 en 211

Nadere informatie

Fact sheet. Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland Politie Eenheid Amsterdam. Veiligheidsbeleving buurt. nummer 4 februari 2013

Fact sheet. Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland Politie Eenheid Amsterdam. Veiligheidsbeleving buurt. nummer 4 februari 2013 Politie Eenheid Fact sheet nummer 4 februari 213 Veiligheidsmonitor -Amstelland 28-212 Deze fact sheet brengt de veiligheid in de regio -Amstelland tussen 28 en 212 in kaart. blijkt op verschillende indicatoren

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Buitengebied Augustus 2010

Veiligheidsmonitor Hengelo Wijkrapport Buitengebied Augustus 2010 Veiligheidsmonitor Wijkrapport Augustus 2010 Wijkrapport Augustus 2010 Hoe leefbaar en veilig is het Integrale Veiligheidsmonitor Inleiding Eind heeft de gemeente voor het eerst deelgenomen aan de Integrale

Nadere informatie

Colofon. Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.

Colofon. Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Hoe veilig is Leiden? Integrale Veiligheidsmonitor gemeente Leiden Bijlagenrapport April 2012 Colofon Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563, 7500 AN Enschede Rapportnummer 2012/022 Datum April

Nadere informatie

Hoe veilig is Leiden?

Hoe veilig is Leiden? Hoe veilig is? Veiligheidsmonitor gemeente Tabellenrapport April 2014 Colofon Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563, 7500 AN Enschede Rapportnummer 2014/015 Datum April 2014 Opdrachtgever Auteurs

Nadere informatie

Gegevensanalyse Schiedam-Oost. plaats hier uw foto: de guidelines helpen om de juiste afmeting te maken gebruik schaal en crop mogelijkheden

Gegevensanalyse Schiedam-Oost. plaats hier uw foto: de guidelines helpen om de juiste afmeting te maken gebruik schaal en crop mogelijkheden Gegevensanalyse Schiedam-Oost plaats hier uw foto: de guidelines helpen om de juiste afmeting te maken gebruik schaal en crop mogelijkheden Inwoners en woningen per 1-1-2014 Oost Schiedam inwoners 11.286

Nadere informatie

Leefbaarheid in Spijkenisse. Resultaten onderzoek over leefbaarheid en veiligheid onder inwoners van Spijkenisse - 2014

Leefbaarheid in Spijkenisse. Resultaten onderzoek over leefbaarheid en veiligheid onder inwoners van Spijkenisse - 2014 Leefbaarheid in Spijkenisse Resultaten onderzoek over leefbaarheid en veiligheid onder inwoners van Spijkenisse - 2014 datum woensdag 6 mei 2015 versie 3 Auteur(s) Tineke Last Postadres Postbus 25, 3200

Nadere informatie

Leefbaarheid en veiligheid

Leefbaarheid en veiligheid Leefbaarheid en veiligheid In de buurt volgens de inwoners van de Drechtsteden in 2013 Leefbaarheid en veiligheid zijn belangrijke thema s binnen gemeenten. Dat is niet verwonderlijk, want burgers wonen

Nadere informatie

Leefbaarheidsonderzoek Schiedam 2006

Leefbaarheidsonderzoek Schiedam 2006 Leefbaarheidsonderzoek Schiedam 2006 Grotestedenbeleid Schiedam Schiedam, augustus 2006 Team Onderzoek & Statistiek 2 Leefbaarheidsonderzoek 2006 Inhoud Inleiding 5 H1 Algemene bevolkingskenmerken 7 1.1

Nadere informatie

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Maassluis Kenniscentrum MVS Augustus 2016

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Maassluis Kenniscentrum MVS Augustus 2016 Monitor Leefbaarheid en Veiligheid Maassluis 2016 Kenniscentrum MVS Augustus 2016 Augustus 2016 Kenniscentrum MVS kenniscentrum@mvs-gemeenten.nl 010-2191008 Foto s: Kees Brandwijk 2 Gemeente Maassluis/Kenniscentrum

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor 2011

Veiligheidsmonitor 2011 Veiligheidsmonitor 20 Dordtse scores op de MJP-indicatoren en vergeleken met andere gemeenten De gemeente Dordrecht heeft in 20 voor de derde keer deelgenomen aan de landelijke Integrale Veiligheidsmonitor.

Nadere informatie

Integrale veiligheid. resultaten burgerpanelonderzoek maart 2007

Integrale veiligheid. resultaten burgerpanelonderzoek maart 2007 Integrale veiligheid resultaten burgerpanelonderzoek maart 2007 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 1 1.1 Respons 1 2 Veiligheidsgevoelens 3 2.1 Gevoel van veiligheid in specifieke situaties 3 2.2 Verschillen onderzoeksgroepen

Nadere informatie

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting

Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting Monitor Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Samenvatting Gemeente Amersfoort Ben van de Burgwal, Dorien de Bruijn 23 mei 2014 Vanaf 1997 is de Amersfoortse Stadspeiling elke twee jaar voor een belangrijk deel

Nadere informatie

Drie jaar Taskforce Overlast

Drie jaar Taskforce Overlast Drie jaar Taskforce Overlast Duidelijke afname van ervaren overlast Centrum en Sinds 2010 werkt de gemeente Dordrecht met de Taskforce Overlast in de openbare ruimte aan het terugdringen van de overlast

Nadere informatie

Leefbaarheid en Veiligheid Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie November 2007

Leefbaarheid en Veiligheid Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie November 2007 Leefbaarheid en Veiligheid Hengelo 2007 Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie November 2007 COLOFON Uitgave Afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie Gemeente Hengelo Hazenweg 121 Postbus 18,

Nadere informatie

Leefbaarheid in de buurt

Leefbaarheid in de buurt 12345678 Leefbaarheid in de buurt Nu het oordeel van de Dordtenaren over hun woonkwaliteit, woonomgeving en de geboden voorzieningen in kaart is gebracht, zullen we in dit hoofdstuk gaan kijken hoe de

Nadere informatie

Hoe veilig voelen Almeerders zich? Veiligheidsmonitor 2011

Hoe veilig voelen Almeerders zich? Veiligheidsmonitor 2011 Maart Hoe veilig voelen Almeerders zich? Veiligheidsmonitor Hoe gaat het met de leefbaarheid in? Hoe heeft het oordeel van bewoners over leefbaarheid & veiligheid zich ontwikkeld? Telefoonnummer: 14036

Nadere informatie

LEEFBAARHEIDSMONITOR EDE 2015 EN TRENDS WIJKEN/BUURTEN

LEEFBAARHEIDSMONITOR EDE 2015 EN TRENDS WIJKEN/BUURTEN LEEFBAARHEIDSMONITOR EDE 2015 EN TRENDS WIJKEN/BUURTEN 2005-2015 OPZET EN UITVOERING Sinds 1999 voert de gemeente Ede elke twee jaar een onderzoek uit naar leefbaarheid en veiligheid in de buurt. Tot en

Nadere informatie

De mening van de inwoners gepeild. Leefbaarheid 2015

De mening van de inwoners gepeild. Leefbaarheid 2015 LelyStadsGeLUIDEN De mening van de inwoners gepeild Leefbaarheid 2015 April 2016 Colofon Dit is een rapportage opgesteld door: Cluster Onderzoek en Statistiek team Staf, Beleid Te downloaden op www.lelystad.nl/onderzoek

Nadere informatie

5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast

5. CONCLUSIES. 5.1 Overlast 5. CONCLUSIES In dit afsluitende hoofdstuk worden de belangrijkste conclusies besproken. Achtereenvolgens komen de overlast, de criminaliteit en de veiligheidsbeleving aan bod. Aan de 56 buurtbewoners

Nadere informatie

Leefbaarheidsmonitor 2011

Leefbaarheidsmonitor 2011 Leefbaarheidsmonitor Foto voorpagina: Ton Heijnen Stadsfotograaf Velsen Leefbaarheidsmonitor Gemeente Velsen I&O Research, juni Colofon Opdrachtgever Samensteller Gemeente Velsen I&O Research I&O Research

Nadere informatie

Onderzoek Leefbaarheid en Veiligheid gemeente Oisterwijk 2010

Onderzoek Leefbaarheid en Veiligheid gemeente Oisterwijk 2010 Onderzoek Leefbaarheid en Veiligheid gemeente 2010 Tilburg Dienst Beleidsontwikkeling Onderzoek & Informatie Juli 2010 Inhoudsopgave Samenvatting... 3 Inleiding... 7 Hoofdstuk 1 Buurt en buurtproblemen...

Nadere informatie

Leefbaarheidsmonitor Hoogvliet 2009

Leefbaarheidsmonitor Hoogvliet 2009 Leefbaarheidsmonitor 2009 Nieuw Engeland september 2009 een onderzoek in opdracht van deelgemeente, Woonbron en Vestia Rotterdam Onderzoeker Projectleider Veldwerk Opdrachtgever Interne begeleiding Andrea

Nadere informatie

26% 36% 31% (helemaal) mee eens niet mee eens en niet mee oneens (helemaal) mee oneens

26% 36% 31% (helemaal) mee eens niet mee eens en niet mee oneens (helemaal) mee oneens Resultaten peiling EnschedePanel Inleiding Voor de verbetering van de leefbaarheid en aanpak van de veiligheid in de wijken is in oktober 2015 een onderzoek verricht. In dezelfde periode is de landelijke

Nadere informatie

GEMEENTE OSS Resultaten op hoofdlijnen

GEMEENTE OSS Resultaten op hoofdlijnen GEMEENTE OSS Resultaten op hoofdlijnen RESULTATEN GEMEENTE OSS 2011 Soort onderzoek : Enquêteonderzoek bevolking 15+ Opdrachtgever : Stadsbeleid Maatschappelijke Ontwikkeling Opdrachtnemer : Team O&S,

Nadere informatie

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING : COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat

Nadere informatie

Stadsmonitor. -thema Veiligheid-

Stadsmonitor. -thema Veiligheid- Stadsmonitor -thema Veiligheid- Modules Samenvatting 1 Vermogensdelicten 2 Geweldsdelicten 5 Vernieling en overlast 7 Verdachten 10 Onveiligheidsgevoelens 11 Preventie 13 Oordeel over functioneren politie

Nadere informatie

Enquête herinrichting Botenbuurt 2016

Enquête herinrichting Botenbuurt 2016 Enquête herinrichting Botenbuurt 2016 December 2016 Kenniscentrum MVS Gemeente Schiedam E n q u ê t e h e r i n r i c h t i n g B o t e n b u u r t P a g i n a 1 Inleiding De gemeente Schiedam voert in

Nadere informatie

Buurtprofiel: Wittevrouwenveld hoofdstuk 3

Buurtprofiel: Wittevrouwenveld hoofdstuk 3 Buurtprofiel: hoofdstuk. Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het buurtprofiel voor gepresenteerd. Over de jaren, en worden de ontwikkelingen weergegeven en tevens wordt de leefbaarheid in

Nadere informatie

De Eindhovense Veiligheidsindex. Eindhoven, oktober 11

De Eindhovense Veiligheidsindex. Eindhoven, oktober 11 De Eindhovense Eindhoven, oktober 11 Inhoud 1 Inleiding 1 2 Objectieve index: 3 2.I Inbraak 3 2.II Diefstal 4 2.III Geweld 4 2.IV Overlast/vandalisme 4 2.V Veilig ondernemen (niet in index) 5 3 Subjectieve

Nadere informatie

Toezichthouders in de wijk

Toezichthouders in de wijk Toezichthouders in de wijk Hoe ervaren inwoners uit Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht de aanwezigheid van Toezichthouders? Inhoud: 1 Conclusies 2 Bekendheid 3 Effect 4 Waardering taken Hondengerelateerde

Nadere informatie

Wijkanalyses Assen. Inleiding wijkanalyse. Inleiding wijkanalyse

Wijkanalyses Assen. Inleiding wijkanalyse. Inleiding wijkanalyse Wijkanalyses Assen Inleiding wijkanalyse, leefomgeving, meedoen en binding. De wijkanalyse is ontstaan er problemen. Met de wijkanalyses wordt dit in beeld gebracht. Inhoudsopgave Centrum Hoofdlijnen uitkomst

Nadere informatie

De wijken Slingerbos en Tweelingstad in cijfers. Achtergrondinformatie ten behoeve van raadsbezoek

De wijken Slingerbos en Tweelingstad in cijfers. Achtergrondinformatie ten behoeve van raadsbezoek De wijken Slingerbos en Tweelingstad in cijfers Achtergrondinformatie ten behoeve van raadsbezoek Afdeling Vastgoed en Wonen 29 augustus 2014 2 Algemeen Deze notitie bevat cijfers over inwoners en woningvoorraad

Nadere informatie

Hoe veilig is Nijkerk?

Hoe veilig is Nijkerk? Hoe veilig is Nijkerk? Veiligheidsmonitor gemeente Nijkerk 2013 Mei 2014 Colofon Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563, 7500 AN Enschede Rapportnummer 2014/016 Datum Mei 2014 Opdrachtgever Gemeente

Nadere informatie

ONDERZOEK VEILIGHEID. Inwonerpanel Gemeente Dongen Onderzoek 9 Mei GfK 2014 Gemeente Dongen Onderzoek Veiligheid Mei

ONDERZOEK VEILIGHEID. Inwonerpanel Gemeente Dongen Onderzoek 9 Mei GfK 2014 Gemeente Dongen Onderzoek Veiligheid Mei ONDERZOEK VEILIGHEID Inwonerpanel Gemeente Dongen Onderzoek 9 Mei 14 GfK 14 Gemeente Dongen Onderzoek Veiligheid Mei 14 1 Inhoudsopgave 1. Samenvatting. Onderzoeksresultaten Voorvallen en misdrijven Veiligheid

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor Gemeente Achtkarspelen

Veiligheidsmonitor Gemeente Achtkarspelen Veiligheidsmonitor Gemeente Achtkarspelen Inhoud Samenvatting 3 Inleiding 5 1. Leefbaarheid 6 1.1 Fysieke kwaliteit buurtvoorzieningen 6 1.2 Kwaliteit sociale woonomgeving 7 1.3 Actief in woonomgeving

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor 2011 Gemeente Stichtse Vecht

Veiligheidsmonitor 2011 Gemeente Stichtse Vecht Veiligheidsmonitor 2011 Gemeente Stichtse Vecht DIMENSUS beleidsonderzoek Augustus 2011 Projectnummer 464 INHOUD Samenvatting 5 Inleiding 13 1. Leefbaarheid in de buurt 15 1.1 Voorzieningen in de buurt

Nadere informatie

Leefbaarheidsmonitor Gemeente Velsen

Leefbaarheidsmonitor Gemeente Velsen Leef baar hei ds moni t or201 3 GEMEENTE VELSEN Leefbaarheidsmonitor Gemeente Velsen, augustus Colofon Opdrachtgever Gemeente Velsen Samensteller Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Telefoon: (0229) 282555

Nadere informatie

GBM Etten-Leur Veiligheid en Leefomgeving 2013

GBM Etten-Leur Veiligheid en Leefomgeving 2013 GBM Etten-Leur Veiligheid en Leefomgeving 2013 Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Etten-Leur DIMENSUS beleidsonderzoek Mei 2014 Projectnummer 545 1 2 Inhoud 1. Inleiding 5 2. Dashboard Veiligheid

Nadere informatie

Resultaten USP-Bewonersscan, meting 2015

Resultaten USP-Bewonersscan, meting 2015 Resultaten USP-Bewonersscan, meting 2015 In de periode half mei/ half juli 2015 heeft USP Marketing Consultancy in opdracht van Volkshuisvesting opnieuw een bewonersonderzoek gedaan naar de tevredenheid

Nadere informatie

Tabel 1: Stellingen Fysieke voorzieningen en Sociale contacten in woonbuurt (%)

Tabel 1: Stellingen Fysieke voorzieningen en Sociale contacten in woonbuurt (%) Leefbaarheid Tabel 1: Stellingen Fysieke voorzieningen en Sociale contacten in woonbuurt (%) mee eens niet mee eens Geen neutraal Wegen, paden en pleintjes goed onderhouden 51 21 25 3 Perken, plantsoenen

Nadere informatie

Leefbaarheidsmonitor 2009 Gemeente Velsen

Leefbaarheidsmonitor 2009 Gemeente Velsen Leefbaarheidsmonitor 2009 I&O Research, september 2009 Colofon Opdrachtgever Samensteller I&O Research I&O Research Stationsplein 11 Postbus 563 7500 AN Enschede Telefoon: (053) 48 25 000 Projectcoördinatie

Nadere informatie

Leefbaarheid - Team Mens op Maat - Centrum Jeugd en Gezin - Gemeentelijke dienstverlening - Voorzieningen - Sportdeelname

Leefbaarheid - Team Mens op Maat - Centrum Jeugd en Gezin - Gemeentelijke dienstverlening - Voorzieningen - Sportdeelname Leefbaarheid - Team Mens op Maat - Centrum Jeugd en Gezin - Gemeentelijke dienstverlening - Voorzieningen - Sportdeelname Uitgevoerd door Dimensus Burgerpeiling De Bilt 2015 1/33 Onderzoeksbeschrijving

Nadere informatie

Leefbaarheidsonderzoek Visbuurt 2010 Concernstaf / Onderzoek & Statistiek Mei 2010

Leefbaarheidsonderzoek Visbuurt 2010 Concernstaf / Onderzoek & Statistiek Mei 2010 Leefbaarheidsonderzoek Visbuurt 2010 Concernstaf / Onderzoek & Statistiek Mei 2010 Mei 2010 Leefbaarheidsonderzoek Visbuurt 1 Mei 2010 Leefbaarheidsonderzoek Visbuurt 2 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3

Nadere informatie

Hoe veilig zijn Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel?

Hoe veilig zijn Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel? Hoe veilig zijn Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel? Veiligheidsmonitor gemeenten Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel 2013 April 2014 Colofon Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563, 7500 AN Enschede

Nadere informatie

rapportage op wijkniveau

rapportage op wijkniveau appendix bij Veiligheidsmonitor 2009 Veiligheidsmonitor 2009 rapportage op wijkniveau Het veiligheidsbeeld in en eerder van tien Goudse wijken: Binnenstad Nieuwe Park Korte Akkeren Bloemendaal Plaswijck

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

Bijlagen Leefbaarheid en Veiligheid 2013

Bijlagen Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Bijlagen Leefbaarheid en Veiligheid 2013 Leefbaarheid woonbuurt Bijlage 2.1a: Rapportcijfers voor de leefbaarheid in de buurt naar wijken, 2001-2013 Bijlage 2.1b: Rapportcijfers voor de woonomgeving naar

Nadere informatie

;/y;\ i&o. ^research. Hoe veilig is Heemstede? Integrale Veiligheidsmonitor Gemeente Heemstede 2011. Juni 2012

;/y;\ i&o. ^research. Hoe veilig is Heemstede? Integrale Veiligheidsmonitor Gemeente Heemstede 2011. Juni 2012 ;/y;\ i&o ^research Hoe veilig is Heemstede? Integrale Veiligheidsmonitor Gemeente Heemstede 2011 Juni 2012 Colofon Uitgave I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 0229-282555 Rapportnummer

Nadere informatie

Hoe veilig is Noord-Holland Noord?

Hoe veilig is Noord-Holland Noord? Hoe veilig is Noord-Holland Noord? Veiligheidsmonitor Noord-Holland Noord 2013 April 2014 Colofon Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563, 7500 AN Enschede Rapportnummer 2014-concept Datum April

Nadere informatie

Monitor Operatie Hartslag Heerlen Follow-up meting 2004

Monitor Operatie Hartslag Heerlen Follow-up meting 2004 Monitor Operatie Hartslag Heerlen Follow-up meting 2004 Bureau Onderzoek en Statistiek van de gemeente Heerlen Telefoon: 045 5604747 E-mail: o&s@heerlen.nl Heerlen, augustus 2004 Gegevens mogen worden

Nadere informatie

Hoe veilig is Noord-Holland Noord?

Hoe veilig is Noord-Holland Noord? Hoe veilig is Noord-Holland Noord? Integrale Veiligheidsmonitor Noord-Holland Noord 2011 April 2012 Colofon Uitgave I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 0229-282555 Rapportnummer 2012-1833

Nadere informatie

Resultaten bewonersonderzoek, meting 2013

Resultaten bewonersonderzoek, meting 2013 Resultaten bewonersonderzoek, meting 2013 In de periode half mei/ begin juli 2013 heeft USP Marketing Consultancy in opdracht van Volkshuisvesting opnieuw een bewonersonderzoek gedaan naar de tevredenheid

Nadere informatie

- Buitengebied-Noord bestaat uit vier buurten met elk een laag inwonersaantal; Langenholte, Haerst, Bedrijventerrein Hessenpoort en Tolhuislanden.

- Buitengebied-Noord bestaat uit vier buurten met elk een laag inwonersaantal; Langenholte, Haerst, Bedrijventerrein Hessenpoort en Tolhuislanden. Stedelijke rapportage Algemeen stad De stedelijke rapportage begint met een vijftal vragen uit het buurt voor buurt onderzoek, die betrekking hebben op het oordeel over de stad Zwolle als geheel. De stad

Nadere informatie

Gemeente Tiel. Veiligheidsmonitor april 2014

Gemeente Tiel. Veiligheidsmonitor april 2014 Gemeente Tiel Veiligheidsmonitor 2013 16 april 2014 DATUM 16 april 2014 TITEL Veiligheidsmonitor 2013 ONDERTITEL Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem OPDRACHTGE Gemeente Tiel VER Postbus 1174 6801 BD

Nadere informatie

Enquête leefbaarheid in uw buurt

Enquête leefbaarheid in uw buurt Enquête leefbaarheid in uw buurt Met deze vragenlijst stellen wij u een aantal vragen over de leefbaarheid in uw buurt. U kunt steeds een rapportcijfer geven tussen de 1 (zeer negatief) en de 10 (zeer

Nadere informatie

Leefbaarheid en overlast in buurt

Leefbaarheid en overlast in buurt 2013 Leefbaarheid en overlast in buurt Gemeente (2013): Scherpenzeel vergeleken met Regionale eenheid Oost-Nederland Landelijke conclusies Leefbaarheid buurt Zeven op de tien Nederlanders vinden leefbaarheid

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid VEENDAM

Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid VEENDAM Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid VEENDAM Veiligheidsmonitor 2011 Barometer voor lokale veiligheid Gemeente Veendam April 2012 Colofon Titel: Veiligheidsmonitor Groningen

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor Heemstede 2008

Veiligheidsmonitor Heemstede 2008 Reageren o.en.s@haarlem.nl Concernstaf Afdeling Onderzoek en Statistiek, Grote Markt 2, 2011 RD Haarlem november 2009 Gemeente Haarlem, Onderzoek en Statistiek Veiligheidsmonitor Heemstede 2008 Hoe veilig

Nadere informatie

Politie Gelderland-Midden. Veiligheidsmonitor Gelderland-Midden 2009 Regiorapport

Politie Gelderland-Midden. Veiligheidsmonitor Gelderland-Midden 2009 Regiorapport Politie Gelderland-Midden Veiligheidsmonitor Gelderland-Midden 2009 Regiorapport 9 juli 2010 Projectnr. 7587.100/g Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem Telefoon (026) 3512532

Nadere informatie

Onderzoek Leefbaarheid en Veiligheid. Gemeente Zutphen 2014. Definitief 23-4-2015 Team Kennis en Verkenning Gemeente Deventer Remmelt Bos

Onderzoek Leefbaarheid en Veiligheid. Gemeente Zutphen 2014. Definitief 23-4-2015 Team Kennis en Verkenning Gemeente Deventer Remmelt Bos Onderzoek Leefbaarheid en Veiligheid Gemeente Zutphen 2014 Definitief 23-4-2015 Team Kennis en Verkenning Gemeente Deventer Remmelt Bos Inhoud Inleiding... 3 Hoofdstuk 1 Voorzieningen in de buurt... 5

Nadere informatie

Colofon. Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld.

Colofon. Het overnemen uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Hoe veilig is Bloemendaal? Integrale Veiligheidsmonitor Gemeente Bloemendaal 2011 Juni 2012 Colofon Uitgave I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 0229-282555 Rapportnummer 2012-1866

Nadere informatie

Resultaten op in beeld. Bijlage in grafieken en tabellen

Resultaten op in beeld. Bijlage in grafieken en tabellen GEMEENTE Veiligheidsmonitor OSS in Brabant Resultaten op in beeld Bijlage in grafieken en tabellen RESULTATEN IN BEELD Bijlage in grafieken en tabellen 2009/2011 Oss Resultaten in beeld Inleiding In de

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid HAREN

Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid HAREN Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid HAREN Veiligheidsmonitor 2011 Barometer voor lokale veiligheid Gemeente Haren April 2012 Colofon Titel: Veiligheidsmonitor Groningen 2011,

Nadere informatie

HOE VEILIG IS BLOEMENDAAL?

HOE VEILIG IS BLOEMENDAAL? Rapport HOE VEILIG IS BLOEMENDAAL? Veiligheidsmonitor gemeente Bloemendaal Augustus 2015 www.ioresearch.nl COLOFON Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede Rapportnummer 2015/062

Nadere informatie

Openbare ruimte in beeld Onderzoek naar de kwaliteit van de openbare ruimte

Openbare ruimte in beeld Onderzoek naar de kwaliteit van de openbare ruimte Openbare ruimte in beeld Onderzoek naar de kwaliteit van de openbare ruimte Gemeente Hollands Kroon Mei 2014 Colofon Uitgave : I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel. (0229) 282555 www.ioresearch.nl

Nadere informatie

Kernrapport veiligheidsmonitor, benchmark (2015)

Kernrapport veiligheidsmonitor, benchmark (2015) Gemeente (2015) Castricum Noord-Holland-Noord, Nederland Kernrapport veiligheidsmonitor, benchmark (2015) Gemeente (2015) Castricum vergeleken met Politieregio Noord-Holland-Noord en Nederland Leefbaarheid

Nadere informatie

Lokale kwaliteit Maart/april 2015

Lokale kwaliteit Maart/april 2015 Resultaten peiling Panel Lokale kwaliteit Maart/april 2015 Van 24 maart tot en met 6 april kon het Panel een peiling invullen over de kwaliteit van hun leefomgeving. Ruim 1.750 van de ongeveer 6.500 uitgenodigde

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek

Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB09-024 31 maart 2009 9.30 uur Veiligheidsgevoel maakt pas op de plaats Aantal slachtoffers veel voorkomende criminaliteit verder gedaald Gevoel van veiligheid

Nadere informatie

HOE VEILIG IS ELBURG?

HOE VEILIG IS ELBURG? Rapport HOE VEILIG IS ELBURG? Veiligheidsmonitor gemeente april 2015 www.ioresearch.nl Hoe veilig is? COLOFON Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563 7500 AN Enschede Rapportnummer 2015/ Datum april

Nadere informatie

Leefbaarheid in Hoorn

Leefbaarheid in Hoorn Leefbaarheid in Hoorn Lemon meting 2008 5e meting In opdracht van Gemeente Hoorn en Intermaris Hoeksteen Nynke den Herder Annika Janse Januari 2009 Rapportnummer: 99850 RIGO Research en Advies BV De Ruyterkade

Nadere informatie

Waar staan de Drechtsteden?

Waar staan de Drechtsteden? Waar staan de? Burgers over de gemeentelijke dienstverlening Wat vinden de burgers van de van de gemeentelijke dienstverlening? Het oordeel van de burgers uit de vindt u in deze factsheet. Daarnaast worden

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. Perceptie veiligheid 2009. De mening van de inwoners gepeild

LelyStadsGeluiden. Perceptie veiligheid 2009. De mening van de inwoners gepeild LelyStadsGeluiden De mening van de inwoners gepeild Perceptie veiligheid 09 In oktober 09 hebben.9 leden van het LelyStadsPanel en andere stadsbewoners een vragenlijst ingevuld over de beleving van hun

Nadere informatie

Woonwaard in de wijk Derde peiling Huurderspanel Woonwaard

Woonwaard in de wijk Derde peiling Huurderspanel Woonwaard Derde peiling Huurderspanel Woonwaard Woonwaard Juni 2012 Colofon Uitgave : I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel. (0229) 282555 www.ioresearch.nl Rapportnummer : 2012-1872 Datum : Juni

Nadere informatie

Stadsmonitor. -thema Stad en Buurt- Modules. Datum: Stadsmonitor -thema Stad en Buurt- 1

Stadsmonitor. -thema Stad en Buurt- Modules. Datum: Stadsmonitor -thema Stad en Buurt- 1 Stadsmonitor -thema Stad en Buurt- Modules De Nijmegenaar en zijn stad 2 De Nijmegenaar en zijn buurt 7 Datum: 21-01-2014 Gemeente Nijmegen Onderzoek en Statistiek contactpersoon: Geert Schattenberg tel.:

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor 2008 Hollands Midden

Veiligheidsmonitor 2008 Hollands Midden Veiligheidsmonitor 2008 juni 2009 een onderzoek in opdracht van de Veiligheidsregio Onderzoeker Projectleider Opdrachtgever Andrea van der Meide Liesbeth Wendrich Paul van Wensveen Jolanda Verdurmen Veiligheidsregio

Nadere informatie

Hoe veilig is Hof van Twente?

Hoe veilig is Hof van Twente? Hoe veilig is Hof van Twente? Integrale Veiligheidsmonitor gemeente Hof van Twente 2011 Juni 2012 Hoe veilig is Hof van Twente? Integrale Veiligheidsmonitor gemeente Hof van Twente 2011 Juni 2012 Colofon

Nadere informatie

Handhaving, veiligheid en overlast

Handhaving, veiligheid en overlast Re a ge re n Afde ling Onde rzoe k e n April 2013 o.e n.s@ha a rle m.nl S ta tistie k Grote Ma rkt 2 2011 Ha a rle m Gemeente Haarlem, afdeling Onderzoek en Statistiek Digipanel Haarlem Handhaving, veiligheid

Nadere informatie

Slachtoffers van woninginbraak

Slachtoffers van woninginbraak 1 Slachtoffers van woninginbraak Fact sheet juli 2015 Woninginbraak behoort tot High Impact Crime, wat wil zeggen dat het een grote impact heeft en slachtoffers persoonlijk raakt. In de regio Amsterdam-Amstelland

Nadere informatie

BUURTPROFIELEN MAASTRICHT 2010

BUURTPROFIELEN MAASTRICHT 2010 BUURTPROFIELEN MAASTRICHT 2010 Rapportage: Gemeente Maastricht Onderzoek en Statistiek Auteur: Paul Hinssen Met medewerking van: Marion Nijsten, Henri Fouarge, Noëlle Sam-Sin, Pieter Honig en Simon van

Nadere informatie

Gemeente Breda. Omgevingsmeting asielzoekerscentrum: nulmeting. Rapportage

Gemeente Breda. Omgevingsmeting asielzoekerscentrum: nulmeting. Rapportage Gemeente Breda Omgevingsmeting asielzoekerscentrum: nulmeting Rapportage Publicatienummer: 1751 Datum: Juli 2014 In opdracht van: Gemeente Breda Het College Uitgave: Gemeente Breda Afdeling Bedrijfsbureau

Nadere informatie

Stadsmonitor. -thema Veiligheid-

Stadsmonitor. -thema Veiligheid- Stadsmonitor -thema Veiligheid- Modules Vermogensdelicten 2 Geweld 4 Vernieling en overlast 6 Verdachten 8 Onveiligheidsgevoelens 9 Preventie 11 Oordeel over functioneren politie en gemeente m.b.t. veiligheid

Nadere informatie

4.3 Veiligheidsbeleving

4.3 Veiligheidsbeleving 4.3 Veiligheidsbeleving Samenvatting: Het gevoel van veiligheid in het algemeen is sinds 2002 vrij constant. Iets meer dan één op de drie bewoners voelt zich vaak of soms onveilig. Het gevoel van onveiligheid

Nadere informatie

Sociale kracht in Houten Burgerpeiling 2014

Sociale kracht in Houten Burgerpeiling 2014 in Houten Burgerpeiling 2014 Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Houten Projectnummer 598 / 2015 Samenvatting Goede score voor Sociale Kracht in Houten Houten scoort over het algemeen goed als

Nadere informatie

Eénmeting Leefbaarheid en veiligheid 2014 Beheergebied Van Broeckhovenlaan, s-hertogenbosch

Eénmeting Leefbaarheid en veiligheid 2014 Beheergebied Van Broeckhovenlaan, s-hertogenbosch Eénmeting Leefbaarheid en veiligheid 2014 Beheergebied Van Broeckhovenlaan, s-hertogenbosch Bron: www.brabantwonen.nl Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente s-hertogenbosch DIMENSUS beleidsonderzoek

Nadere informatie

Hoe veilig is Coevorden?

Hoe veilig is Coevorden? Hoe veilig is Coevorden? Veiligheidsmonitor gemeente Coevorden 2013 April 2014 Colofon Uitgave I&O Research Zuiderval 70 Postbus 563, 7500 AN Enschede Rapportnummer 2014/- Datum April 2014 Opdrachtgever

Nadere informatie

Gemeente Beverwijk. Leefbaarheid en veiligheid in Beverwijk Eindconcept. Projectnr. 375.100/G

Gemeente Beverwijk. Leefbaarheid en veiligheid in Beverwijk Eindconcept. Projectnr. 375.100/G Projectnr. 375.100/G Boulevard Heuvelink 104 6828 KT Arnhem Postbus 1174 6801 BD Arnhem Telefoon (026) 3512532 Telefax (026) 4458702 E-mail Internet info@companen.nl www.companen.nl Gemeente Leefbaarheid

Nadere informatie

Buurtenquête hostel Leidsche Maan

Buurtenquête hostel Leidsche Maan Buurtenquête hostel Leidsche Maan tussenmeting 2013 Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht (GG&GD) DIMENSUS beleidsonderzoek April 2013 Projectnummer 527 Inhoud Samenvatting 3 Inleiding

Nadere informatie

Hoofdstuk 23 Discriminatie

Hoofdstuk 23 Discriminatie Hoofdstuk 23 Discriminatie Samenvatting Van de zes voorgelegde vormen van discriminatie komt volgens Leidenaren discriminatie op basis van afkomst het meest voor en discriminatie op basis van sekse het

Nadere informatie

Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid BEDUM

Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid BEDUM Veiligheidsmonitor Groningen 2011 Barometer voor lokale veiligheid BEDUM Veiligheidsmonitor 2011 Barometer voor lokale veiligheid Gemeente Bedum April 2012 Colofon Titel: Veiligheidsmonitor Groningen 2011,

Nadere informatie

Enquête leefbaarheid in uw buurt

Enquête leefbaarheid in uw buurt Inlogcode/ buurtnummer Enquête leefbaarheid in uw buurt Bij het onderzoeken van de leefbaarheid van de buurt, is het waardevol om te weten of er verschillen bestaan in beoordeling van de leefbaarheid naar

Nadere informatie

Verleden en toekomst in Oud-West

Verleden en toekomst in Oud-West Verleden en toekomst in In mei 009 is aan de panelleden van stadsdeel gevraagd naar hun mening over de ontwikkelingen die in het stadsdeel zichtbaar zijn. Deze ontwikkelingen betreffen onder andere inkomsten,

Nadere informatie

WijkWijzer 2016 De 10 Utrechtse wijken en 5 krachtwijken in cijfers. Utrecht.nl/onderzoek

WijkWijzer 2016 De 10 Utrechtse wijken en 5 krachtwijken in cijfers. Utrecht.nl/onderzoek WijkWijzer 2016 De 10 Utrechtse wijken en 5 krachtwijken in cijfers Utrecht.nl/onderzoek Inhoud Inleiding 3 Utrechtse wijken vergeleken 4 Bevolking & wonen 4 Sociaal-economisch 4 5 Sociale infrastructuur

Nadere informatie

Straatintimidatie van vrouwen in Amsterdam

Straatintimidatie van vrouwen in Amsterdam Factsheet september 2016 Van ruim duizend ondervraagde Amsterdamse vrouwen geeft 59% aan het afgelopen jaar te zijn geconfronteerd met een of meer vormen van (seksuele) straatintimidatie, bijvoorbeeld

Nadere informatie