Chronische Nierschade
Uitingen nieraandoeningen: Verlies van eiwit via de urine, albuminurie Specifieke sedimentsafwijkingen Afname van de glomerulaire filtratiesnelheid
Micro-albuminurie: In een willekeurige urineportie: - bij mannen 2,5 tot 25 mg albumine/mmol kreatinine - bij vrouwen 3,5 tot 35 mg albumine/mmol kreatinine >>> 3-30 mg Alb/mmol kreat In een 24-uurs urineverzameling: - 30 tot 300 mg albumine/dag In een willekeurige portie urine: - 20 tot 200 mg albumine/l
Macro-albuminurie: In een willekeurige urineportie: - bij mannen meer dan 25 mg albumine/mmol kreatinine - bij vrouwen meer dan 35 mg albumine/mmol kreatinine In een 24-uurs urineverzameling: - meer dan 300 mg albumine/dag In een willekeurige portie urine: - meer dan 200 mg/l
Bij macro-albuminurie (> 300 mg alb/dag) is er ook sprake van verlies van andere eiwitten leidend tot: Eiwituitscheiding van meer dan 500 mg/dag
Persisterende (micro-)albuminurie 3 maanden Persisterende en specifieke sedimentsafwijkingen - dysmorfe erytrocyten - celcilinders Een verminderde nierfunctie (egfr < 60ml/min/1,73m2) NB: met het stijgen van de leeftijd neemt de egfr af (0,4 ml/min per jaar) voor 40 jarige is egfr gemiddeld 80 ml/min/ 1,73m2
Screening risicogroepen: Hypertensie Diabetes Atherosclerotisch vaatlijden (souffles) Jaarcontrole (bij praktijkondersteuner): Albumine/creatinine ratio urine; albumine in urine MDRD klaring (CKD-EPI) Lengte, gewicht, BMI, buikomvang Hemoglobine, HbA1c, glucose, LDL, HDL, TG
Vervolgen nierfunctie bij risicogroepen: In risicogroepen toename eindstadium nierfalen Gestoorde nierfunctie: zeer sterke risicofactor ontstaan HVZ Vroegtijdig behandelen en controleren om verdere achteruitgang nierfunctie te vertragen
Stadia chronische nierschade volgens K/DOQI richtlijnen: Stadium egfr 1 > 90 en persisterende (micro)-albuminurie / sed afw 2 60-90 en persisterende (micro)-albuminurie / sed afw 3a,b 30-60 ml/min/1,73 m2 4 15-30 ml/min/1,73 m2 5 < 15 ml/min/1,73 m2 (Nierfalen) Prevalentie stadium 1 en 2 in Nederland 5,2% Prevalentie stadium 3 Nederland 5,3%
Patiënten met persisterende micro-albuminurie (egfr > 60) en hypertensie of diabetes mellitus Vervolg en behandel volgens NHG standaarden Consulteer nefroloog bij toename albuminurie, ondanks adequate behandeling bloeddruk
Patiënten met een egfr van 30-60 ml/min (al dan niet met micro-albuminurie) Activeer medicatiebewaking bij verminderde nierfunctie in samenwerking met de apotheker Bespreek leefstijladviezen Vervolgstappen leeftijdsafhankelijk
Bij patiënten > 65 jaar en een egfr van 45 60 ml/min: (nierfunctie waarschijnlijk min of meer nog fysiologisch) Algemene adviezen en maatregelen - roken stoppen - overgewicht verminderen - goede regulatie RR - bij hypertensie zoutbeperking tot 5 gram/dag - cave niertoxische medicatie (bv NSAID s, antibiotica) - cave dehydratie / ondervulling (bv koorts en diuretica)
Controle patiënten > 65 jaar en egfr 45-60 ml/min: jaarlijks: RR, egfr, albuminurie, glucose behandel DM-2 of hypertensie volgens NHG- Standaarden bij albuminurie: vervolg albuminurie Consulteer nefroloog bij toename albuminurie, ondanks adequate behandeling bloeddruk Bij afname egfr met meer dan 3 ml/min per jaar
Patiënten < 65 jaar en egfr 45 60 ml/min of Patiënten > 65 jaar en egfr 30 45 ml/min: Bepaal: Hb, Kalium Calcium, fosfaat en PTH (parathormoon) Serumalbumine en albuminurie En consulteer nefroloog
Consultatie van een nefroloog Patiënten met egfr van >60 ml/min en microalbuminurie die toeneemt ondanks goede bloeddrukregulatie Patiënten < 65 jaar en egfr 45 tot 60 ml/min/1,73m Patiënten > 65 jaar en egfr 30 tot 45 ml/min/1,73m
De huisarts consulteert de nefroloog aan de hand van de volgende gegevens: anamnestische gegevens; egfr, mate van albuminurie, uitslag van sedimentsonderzoek op specifieke afwijkingen (indien verricht); uitslag van aanvullend laboratoriumonderzoek ter opsporing van metabole complicaties (Hb, kalium, calcium, fosfaat, serumalbumine, PTH) indien verricht: uitslag van echografie.
Consultatie nefroloog gaat over: Behandeling van de bloeddruk. Behandeling met vitamine D, indien de PTH > 7,7 mmol/l Controles: initieel 2 tot 3 x per jaar egfr, albumineconcentratie of albumine/creatinine-ratio in de urine, Hb, kalium, calcium, fosfaat, serumalbumine en jaarlijks PTH. Meet de bloeddruk. Daarna controle op geleide van het beloop van de nierfunctie. Maatregelen ter preventie van metabole en cardiovasculaire complicaties.
patiënten met macro-albuminurie (proteïnurie) patiënten > 65 jaar met een egfr < 30 ml/min/1,73m 2 ; patiënten < 65 jaar met een egfr < 45 ml/min/1,73m 2 ; patiënten met vermoeden van een onderliggende nierziekte. Dit is het geval bij: - een bekende auto-immuunziekte, recidiverende pyelonefritis, anti-refluxoperaties of nefrectomie; - een nierziekte in de familie; - persisterende en specifieke afwijkingen in het urinesediment (dysmorfe erytrocyten en/of celcilinders)
Voorkomen van verdere nierfunctieverslechtering Preventie van progressie van nierschade Preventie van additionele nierschade Voorkomen/behandeling van late complicaties cardiovasculaire complicaties stoornissen calciumfosfaathuishouding anemie metabole acidose oedeem hypertensie uremische klachten