6. Goniometrische functies.

Vergelijkbare documenten
6.1 Eenheidscirkel en radiaal [1]

7.0 Voorkennis. tangens 1 3. Willem-Jan van der Zanden

d. Met de dy/dx knop vind je dat op tijdstip t =2π 6,28 het water daalt met snelheid van 0,55 m/uur. Dat is hetzelfde als 0,917 cm per minuut.

Lessen wiskunde uitgewerkt.

0. voorkennis. Periodieke verbanden. Bijzonder rechthoekige driehoeken en goniometrische verhoudingen

12.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los de vergelijking sin(a) = 0 op. We zoeken nu de punten op de eenheidscirkel met y-coördinaat 0.

Goniometrische functies

Transformaties van grafieken HAVO wiskunde B deel 2. Willem van Ravenstein Haags Montessori Lyceum (c) 2016

Noorderpoortcollege School voor MBO Stadskanaal. Reader. Wiskunde MBO Niveau 4 Periode 8. M. van der Pijl. Transfer Database

Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Voorkennis Stelling van

) translatie over naar rechts

Paragraaf 7.1 : Eenheidscirkel en radiaal

Paragraaf 8.1 : Eenheidscirkel

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

Hoofdstuk 4 - Periodieke functies

Trillingen en geluid wiskundig

= cos245 en y P = sin245.

Exacte waarden bij sinus en cosinus

Eindopdracht Wiskunde en Cultuur 2-4: Geostationaire satellieten Door: Yoeri Groffen en Mohamed El Majoudi Datum: 20 juni 2011

Hoofdstuk 8 - Periodieke functies

Over de functies arcsin, arccos en arctan

Samenvatting wiskunde B

Voorkennis wiskunde voor Biologie, Chemie, Geografie

Cijfer = totaal punten/10 met minimum 1

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Wiskunde D voor HAVO. Periodieke functies Gert Treurniet

Correcties en verbeteringen Wiskunde voor het Hoger Onderwijs, deel A.

Het oplossen van goniometrische vergelijkingen een alternatieve handleiding voor HAVO wiskunde B

Speciale functies. 2.1 Exponentiële functie en natuurlijke logaritme

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude

Paragraaf 12.1 : Gonio vergelijkingen en herleidingen

Hoofdstuk 4 Trillingen en cirkelbewegingen. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal

Samenvatting Natuurkunde Samenvatting 4 Hoofdstuk 4 Trillingen en cirkelbewegingen

HOOFDSTUK 4: GONIOMETRISCHE FUNCTIES

Uitwerkingen goniometrische functies Hst. 11 deel B3

Opdrachten 2e week. Periode Goniometrie, klas 11.

Wiskunde opdracht module 2

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni uur. Achter dit examen is een erratum opgenomen.

Noordhoff Uitgevers bv

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Zomercursus Wiskunde. Grafieken van functies en krommen (versie 14 augustus 2008)

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

m C Trillingen Harmonische trilling Wiskundig intermezzo

15.1 Oppervlakten en afstanden bij grafieken [1]

Noordhoff Uitgevers bv

9.1 Recursieve en directe formules [1]

Inhoud college 6 Basiswiskunde

K.1 De substitutiemethode [1]

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 22 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

vwo wiskunde b Baanversnelling de Wageningse Methode

Continue wiskunde Voorkennis

Trillingen. Welke gegevens heb je nodig om dit diagram exact te kunnen tekenen?

Hoofdstuk 8 Goniometrie. 8.1 De eenheidscirkel. Opgave 1: PQ 1 OQ 1. Opgave 2: Opgave 3: GETAL EN RUIMTE HAVO WB D2 H AUGUSTINIANUM (LW)

2.1 Exponentiële functie en natuurlijke logaritme

De Wageningse Methode 5&6 VWO wiskunde B Uitgebreide antwoorden Hoofdstuk 2 Regels voor differentiëren

Noordhoff Uitgevers bv

K.0 Voorkennis. Herhaling rekenregels voor differentiëren:

Transformaties Grafieken verschuiven en vervormen

Hoofdstuk 7 - Periodieke functies

Per nieuwe hoofdvraag een nieuwe bladzijde gebruiken. De vragen hoeven niet in de juiste volgorde te worden opgelost.


Uitwerking Opdrachten 2e week. Periode Goniometrie, klas 11.

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak

sin( α + π) = sin( α) O (sin( x ) cos( x )) = sin ( x ) 2sin( x )cos( x ) + cos ( x ) = sin ( x ) + cos ( x ) 2sin( x )cos( x ) = 1 2sin( x )cos( x )

UNIFORM EINDEXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2009

KINEMATICA 1 KINEMATICA

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni uur

1 Lineaire functies. 2 Kwadratische functies. 3 Gebroken functies. Info Wiskunde HBO

Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2014-I

Eindexamen wiskunde B vwo I

Goniometrie. Les 23 Nadruk verboden 45 Tafels 1,1. Inleiding

1.1 Definities en benamingen 9 Oefeningen Cirkel door drie punten 13 Oefeningen 14

Inverse functies en limieten

Praktische opdracht: modelleren met Coach

Delta Nova. Delta Nova Analyse deel 1 3 lesuren. Delta Nova bestaat voor de eerste en tweede graad uit:

van sinus en cosinus André Heck Korteweg-de Vries Instituut voor Wiskunde Universiteit van Amsterdam

OEFENPROEFWERK VWO B DEEL 3

Wiskundige notaties. Afspraken. Associatie K.U.Leuven

ICT - Cycloïden en andere bewegingen

Noordhoff Uitgevers bv

Calculus TI1 106M. I.A.M. Goddijn, Faculteit EWI 1 september 2014

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

Functies en symmetrie

Tentamen Klassieke Mechanica, 29 Augustus 2007

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde B. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Opgaven bij de cursus Relativiteitstheorie wiskunde voorkennis Najaar 2018 Docent: Dr. H. (Harm) van der Lek

De leraar fysica als goochelaar. lesvoorbeeld: harmonische trillingen

Noordhoff Uitgevers bv

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

tan c b + a c c b HOOFDSTUK 8 DRIEHOEKSMETING IN EEN RECHTHOEKIGE DRIEHOEK EXTRA OEFENINGEN

wiskunde B pilot vwo 2017-II

Paragraaf 12.1 : Gonio vergelijkingen en herleidingen

Exacte waarden bij sinus en cosinus

BIOFYSICA: Toets I.4. Dynamica: Oplossing

sin 1 sin cos sec tan.sin sin cos cos cos cos cos

Examen VWO. wiskunde B1

Transcriptie:

Uitwerkingen R-vragen hodstuk 6 6. Goniometrische functies. R1 Wat heeft een cirkelomwenteling te maken met een sinus cosinus? ls een punt met constante snelheid een cirkelbeweging uitvoert en je zet hoogte van het punt uit tegen de hoek waarover gedraaid is dan krijg je een sinusvormige grafiek. Dat is ook het geval als je de horizontale afstand van het punt uitzet tegen de hoek. 6.1 R R3 Omzetten van graden naar radialen. π π 36 = π rad 1 = = rad 36 18 π x = x rad 18 afgerond: x =,1745xrad voorbeeld: 45 9 =,785 rad = 1,57rad Omzetten van radialen naar graden. 36 π rad= 36 1rad= π 36 xrad= x afgerond: xrad= 57,3x π voorbeeld:3,14 rad= 18 1rad = 57,3 3 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken

R4 h sin( α) = b cos( α) = h tan( α) = b en en h b h 1 1 b 1 1 alsα π sin(α) is maximaal 1 bij α = π rad= 3 sin(α) is minimaal -1 bij α = π rad= cos(α) is maximaal 1 bij α = rad= cos(α) is minimaal -1 bij 9 7 α =π rad=18 R5 Bij een middelpuntshoek van 1 rad en een straal van m heeft de bijbehorende cirkelboog een lengten m. Bij een middelpuntshoek van π rad en een straal van m heeft de bijbehorende cirkelboog een lengte van π r = 4π = 1,56m Deze lengte noemt men de omtrek. 4 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken

R6 sin(α) = cos(π/ α) zie figuur sin(α) = sin(α + π) omdat na 1 omwenteling de hoek weer hetzelfde is. ls sin(x) = a, dan ook sin(x + k π) = a en ook sin(π x + k π) = a (k ϵ Z) zie figuur R7 Waarom geldt: sin (α) + cos (α) = 1? (sin (α) = (sin(α))? h sin ( α) = h = sin ( α) b cos ( α) = b = cos ( α) h + b = sin ( α) + cos ( α) = sin ( α) + cos ( α) = 1 R8 ls je de sinus, cosinus tangens kent kun je via de inverse functie de hoek berekenen. Voorbeeld: sin( x) =,3 arcsin(,3),35rad cos( x) =,7 arccos(,7),795rad tan( x) =,45 x = arctan(,45),43 rad 3,14-,35 6,8,795= 5,485rad π arcsin(,3) =,84rad π arccos(,7) π + arctan(,45) 3,14+,43= 3,563 rad 5 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken

R9 sin(π α) = sin(α) cos(π α) = cos(α) tan(π + α) = tan(α) R1 Hoe kun je een vector ontbinden in een x- en y-component? Hoe kun je een vector ontbinden in componenten die loodrecht op elkaar staan? 6. R11 Waarom is cos(x) = sin(x + π/) R1 Wat is het voordeel om het functievoorschrift sin(x + π/) te schrijven als sin(x + π/4)? Op deze manier zie je dat de grafiek van sin(x) π rad naar links verschoven is. 6 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken

R13 Geef het functievoorschrift van een sinus met een 4x zo korte periode in rad dan y = sin(x) y= sin(x) 1omwentelin g periodevoor[,π] y= sin( 4x) 4omwentelin genvoor[,π] R14 Voor een harmonische beweging geldt : y = 3sin(5x + 1) 5 periodesvoor domein[,π] π dus1periodevoor domein[, ] 5 De frequentie is 5,wel 5 omwentelingen als x verandert van tot π. R15 y = 3sin(5x + 1) voor het domein [,π]. 7 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken

Hoeveel is de grafiek van deze functie verschoven t.o.v. 3sin(5x)? 3 sin(5x + 1) = 3sin 5( x+,) De grafiek is, rad naar links verschoven.( klopt met figuur) 1.3 R16 Bij sin(3x) heb je 1 periode voor π x domein[,π] 3 Bij sin(x ) heb je 1 periode voor het domein [,π]. Bij sin(,5x ) heb je,5 periode voor het domein [,π]. R17 De grafiek van sin(x - 1) is 1 rad naar rechts verschoven t.o.v. de grafiek van sin(x). bij x = 1 heeft sin(x - 1) dezelfde y-waarde als bij sin(x) bij x =. De grafiek is dus 1 rad naar rechts verschoven. sin(x 1) + 1= sin ( x,5) + 1 De periode is gehalveerd, de grafiek is,5 rad naar rechts verschoven en 1 schaaldeel naar boven t.o.v. de grafiek van sin(x)? R18 De grafiek van sin(-x) is 3,14 radialen verschoven t.o.v. de grafiek van sin(x). De grafiek van sin(-x) is de grafiek van sin(x) gespiegeld t.o.v. de y-as. Dat is hetzelfde als een verschuiving van π rad. sin( x) = sin( x+ π) sin( x) 8 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken

R19 cos( x) = cos( x) = sin( π x) De grafiek van cos(x) is π naar links verschoven t.o.v van de grafiek van sin(x). R rood = sin(x) blauw = sin(-x) groen = sin(π/ x) R1 Wat is het verschil in de grafiek van sin(x+) en sin(x) +? De grafiek sin( x+) is rad naar links verschoven t.o.v. de grafiek van sin(x). De grafiek van sin(x) + is schaaldelen naar boven verschoven t.o.v. de grafiek van sin(x). 6.3 R Bij een harmonische trilling kun je altijd een cirkelbeweging denken. De projectie van het rondddraaiend punt op de horizontale en verticale as verandert volgens een sinus cosinus. ls je de tijd en dus de hoekverdraaiing weet kun je ook de verandering uitrekenen in horizontale en verticale richting. R3 R4 Leg uit waarom ω = π rad/s In seconden wordt een hoek afgelegd van π radialen. π De hoeksnelheid ω = rad s π In plaats van α kun je ook de formule ( t+α ) gebruiken. π α is de beginhoek (op t = ) en t is de afgelegde hoek in t seconden. π In plaats van ( t+α ) kun je ook (πft + α ) (ωt + α ) gebruiken. f = 1 en ϖ π = ls je de waarde van de trillende grootheid op t = weet kun je daarmee de beginhoek uitrekenen. 9 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken

R5 Voor de uitwijking van een verende massa t.o.v. de π evenwichtsstand geldt: u ( t) = sin( t+α ). π Voor de snelheid geldt: v ( t) = vmaxcos( t+ α). ls de maximale waarde in de u(t)-grafiek bereikt is, is de snelheid. ls u(t) = dan is de snelheid maximaal. R6 Geef een verklaring voor de vorm van de grafiek van f(x) = sin (x) f(x) = (sin(x)). Door het kwadraat is sin ( x) altijd positief. R7 Voor punt P geldt: y(t) = 4sin(,5t + 1) Voor punt Q geldt: y(t) = 4sin(,5t + ) Beide punten liggen op een koord waar een sinusvormige golf doorheen gaat. Beschrijf het verschil in beweging van P en Q. P en Q voeren beide een trilling uit met dezelfde amplitude en frequentie,alleen is er een hoekverschil van 1 rad. 1 Dus als Q op zijn maximale waarde is, moet P nog =,4s,5 bewegen voordat deze de maximale waarde heeft. R8 ls je de cirkelbeweging zou tekenen bij een slinger is het wellicht inzichtelijker om deze 9 te verdraaien. De hoek van de cirkelbeweging is dan als de uitwijking is. 6.1 R9 ls een punt dat een harmonische trilling uitvoert via een elastische tussenst via een elektrische- magnetische kracht verbonden is met andere punten, dan gaan deze punten ook een harmonische trilling uitvoeren. Hoe verder verwijderd van de bron hoe later deze punten beginnen. In het functievoortschrift is dit te zien aan de beginhoek. Punt bij de bron : U(t) = 4sin(πft) Voor punt op 6,3 golflengtes verder geldt: U(t) = 4sin(πf(t 6,3)) Bekijk hiervoor ook applet 6.1. 1 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken

6.4 R3 Bij de vergelijking,4x + 3=,5+ k π moet je hoek x uitrekenen.,4x+ 3=,5+ k π,4,5+ k π,5 + k π = 1,5+ k π,4 Dit blijkt niet te kloppen! Je moet alles delen door,4, dus,4x+ 3=,5+ k π,4,5+ k π,5 k π + = 1,5+ k 5π,4,4 R4 sin(x + ) > De maximale waarde van = tan(3x 1) < B B heeft geen maximale waarde. 11 reflectievragen hodstuk 6 Wiskunde HBO 13 Vervoort Boeken