4. Determinanten en eigenwaarden



Vergelijkbare documenten
6. Lineaire operatoren

2. Transformaties en matrices

Aanvullingen bij Hoofdstuk 8

1. Vectoren in R n. y-as

Lineaire Algebra (wi2142tn) Les 5: Determinanten. Joost de Groot Les 5. Faculteit EWI, Toegepaste Wiskunde. Technische Universiteit Delft

Bekijk nog een keer het stelsel van twee vergelijkingen met twee onbekenden x en y: { De tweede vergelijking van de eerste aftrekken geeft:

Lineaire Algebra voor ST

Hoofdstuk 3 : Determinanten

WI1808TH1/CiTG - Lineaire algebra deel 1

Ruimtewiskunde. college. De determinant en lineaire afbeeldingen. Vandaag. De determinant van een matrix. Toepassing: oppervlakte en inhoud

Tentamen lineaire algebra voor BWI dinsdag 17 februari 2009, uur.

Determinanten. , dan is det A =

ONBETWIST ONderwijs verbeteren met WISkunde Toetsen Voorbeeldtoetsen Lineaire Algebra Deliverable 3.10 Henk van der Kooij ONBETWIST Deliverable 3.

Complexe eigenwaarden

FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE Afdeling Kwantitatieve Economie

Kies voor i een willekeurige index tussen 1 en r. Neem het inproduct van v i met de relatie. We krijgen

Tentamen Lineaire Algebra 1 (Wiskundigen)

FLIPIT 5. (a i,j + a j,i )d i d j = d j + 0 = e d. i<j

Kwantitatieve Economie / Faculteit Economie en Bedrijfskunde / Universiteit van Amsterdam. Schrijf je naam en studentnummer op alles dat je inlevert.

Uitwerkingen Lineaire Algebra I (wiskundigen) 22 januari, 2015

TENTAMEN LINEAIRE ALGEBRA 1 donderdag 23 december 2004,

Lineaire Algebra (2DD12) Laatste nieuws in 2012

Examen Lineaire Algebra en Meetkunde Tweede zit (13:30-17:30)

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Lineaire Algebra voor ST (2DS06) op , uur.

3. Stelsels van vergelijkingen

De inverse van een matrix

Matrixalgebra (het rekenen met matrices)

x cos α y sin α . (1) x sin α + y cos α We kunnen dit iets anders opschrijven, namelijk als x x y sin α

Definities, stellingen en methoden uit David Poole s Linear Algebra A Modern Introduction - Second Edtion benodigd voor het tentamen Matrix Algebra 2

1 Eigenwaarden en eigenvectoren

Matrices en Stelsel Lineaire Vergelijkingen

Hoofdstuk 3 : Determinanten

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Lineaire Algebra voor ST (2DS06) op , uur.

Lineaire Algebra voor ST

Eindtermen Lineaire Algebra voor E vor VKO (2DE01)

Antwoorden op de theoretische vragen in de examen voorbereiding

11.0 Voorkennis V

Samenvatting Lineaire Algebra, periode 4

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

1.1 Oefen opgaven. Opgave Van de lineaire afbeelding A : R 3 R 3 is gegeven dat 6 2, 5 4, A 1 1 = A = Bepaal de matrix van A.

3.2 Vectoren and matrices

Stelsels Vergelijkingen

Tentamen lineaire algebra voor BWI maandag 15 december 2008, uur.

UITWERKINGEN 1 2 C : 2 =

Eigenwaarden en Diagonaliseerbaarheid

Symmetrische matrices

Lineaire Algebra voor ST

Het oplossen van stelsels lineaire vergelijkingen Wiskunde 2, 2DM60 College 2b

x = b 1 x 1 , b = x n b m i,j=1,1 en een vector [x j] n j=1 m n a i,j x j j=1 i=1

Ruimtewiskunde. college. Het inwendig- en het uitwendig product. Vandaag. Hoeken Orthogonaliteit en projecties. Toepassing: magnetische velden

Hints en antwoorden bij de vragen van de cursus Lineaire Algebra en Meetkunde

Lineaire Algebra voor W 2Y650

Lineaire Algebra Een Samenvatting

Jordan normaalvorm. Hoofdstuk 7

Lineaire Algebra voor ST

Uitwerkingen tentamen lineaire algebra 2 13 januari 2017, 10:00 13:00

Eigenwaarden en eigenvectoren

Coëfficiënten matrix = matrix waarin de rechterkolom geen oplossing van de vergelijking is. 1. Lineair systeem = Stelsel van lineaire vergelijkingen

Inwendig product, lengte en orthogonaliteit in R n

Wiskunde D vwo Lineaire algebra. Presentatie Noordhoff wiskunde Tweede Fase congres 19 november 2015 Harm Houwing en John Romkes

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

Geef niet alleen antwoorden, maar bewijs al je beweringen.

Lineaire Algebra voor ST

Tentamen Lineaire Algebra

Tentamen Lineaire Algebra B

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica

Lineaire Algebra. Bovendriehoeks- en onderdriehoeks vorm: onder (boven) elke leidende term staan enkel nullen

(2) Stel een parametervoorstelling op van de doorsnijdingskromme van sfeer en cilinder in de voorkeurpositie.

Tentamen lineaire algebra 2 18 januari 2019, 10:00 13:00 Uitwerkingen (schets)

Kwantummechanica Donderdag, 13 oktober 2016 OPGAVEN SET HOOFDSTUK 4. Bestudeer Appendix A, bladzijden van het dictaat.

Lineaire afbeeldingen

PROEFEXAMEN LINEAIRE ALGEBRA donderdag 17 november 2011

(iii) Enkel deze bundel afgeven; geen bladen toevoegen, deze worden toch niet gelezen!

Lineaire algebra I (wiskundigen)

Wat verstaan we onder elementaire meetkunde?

Vectormeetkunde in R 3

Gaap, ja, nog een keer. In één variabele hebben we deze formule nu al een paar keer gezien:

a) Bepaal punten a l en b m zó dat de lijn door a en b parallel is met n.

Technische Universiteit Delft. ANTWOORDEN van Tentamen Gewone differentiaalvergelijkingen, TW2030 Vrijdag 30 januari 2015,

WISKUNDE-ESTAFETTE RU 2006 Antwoorden

1 Stelsels lineaire vergelijkingen.

Opgaven Functies en Reeksen. E.P. van den Ban

Geef niet alleen antwoorden, maar bewijs al je beweringen.

De wiskunde van de beeldherkenning

Lineaire Algebra voor ST

Matrixoperaties. Definitie. Voorbeelden. Een matrix is een rechthoekig array van getallen, die kentallen of elementen heten.

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica

3 Cirkels, Hoeken en Bogen. Inversies.

Vectorruimten en deelruimten

vandaag is Annie twee jaar jonger dan Ben en Cees samen

Lineaire Algebra voor ST

Eerste deeltentamen Lineaire Algebra A

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra en Vectorcalculus 2DN60 College 5.a Basis en dimensie

Transcriptie:

4. Determinanten en eigenwaarden In dit hoofdstuk bestuderen we vierkante matrices. We kunnen zo n n n matrix opvatten als een lineaire transformatie van R n. We onderscheiden deze matrices in twee typen: reguliere en singuliere matrices Reguliere matrices. We noemen een n n matrix A regulier als rang A = n. Zoals je in zelfstudieoefening 7c van hoofdstuk 2 hebt ontdekt, heeft bij zo n A iedere vector precies één origineel. Een reguliere lineaire transformatie A van R n is dus inverteerbaar, dat wil zeggen: er bestaat een inverse transformatie A die aan iedere vector zijn A-origineel toevoegt. Deze inverse is zelf ook weer een lineaire afbeelding en voldoet aan A A = I en A A = I. We kennen inmiddels de volgende eigenschappen van reguliere n n matrices A: de rijen van A zijn onafhankelijk de kolommen van A zijn onafhankelijk rang A = n Ker A = { O} Im A = R n iedere vector uit R n heeft precies één A-origineel A is kolom-veegbaar tot I A is rij-veegbaar tot I A is inverteerbaar Singuliere matrices. Met singulier bedoelen we niet-regulier. Een singuliere n n matrix A heeft dus de volgende eigenschappen: de rijen van A zijn afhankelijk de kolommen van A zijn afhankelijk rang A < n Ker A { O} Im A R n iedere vector uit R n heeft ófwel geen enkel A-origineel, ófwel een heleboel originelen A is niet inverteerbaar Voorbeeld. Zij A : R 2 R 2 de draaiing over een hoek ϕ tegen de wijzers van de klok in. cos ϕ sin ϕ In hoofdstuk 2 hebben we zijn matrix uitgerekend: A =. Deze A is regulier. sin ϕ cos ϕ cos ϕ sin ϕ De inverse transformatie is: draaiing over een hoek ϕ, met matrix A = sin ϕ cos ϕ cos ϕ sin ϕ cos ϕ sin ϕ 0 Reken zelf maar even na, dat inderdaad = sin ϕ cos ϕ sin ϕ cos ϕ 0 38

{ A e =, Voorbeeld 2. Zij A de lineaire transformatie van R 2, die vastgelegd wordt door A e 2 = 2, 2 In de matrix van A zien we A e en A e 2 als kolommen verschijnen: A = Omdat de kolommen onafhankelijk zijn, is A regulier. Het beeld van een willekeurige vector x kun je eenvoudig berekenen: 2 x x + 2x 2 A x = = x 2 x + x 2 Om de inverse van A uit te rekenen, kun je bijvoorbeeld als volgt te werk gaan: Stel A x = y. Dan is { { x + 2x 2 = y x = 3 = y 2 3 y 2 3 2 3 x + x 2 = y 2 x 2 = 3 y + 3 y = x = B y waarbij B = 2 3 3 Inderdaad kun je narekenen dat A en B elkaars inverse zijn: AB = BA = I Voorbeeld 3. Zij A de transformatie van R 2 met matrix A = Deze A is singulier, want KerA = [3, ] 2 6 3 Voorbeeld 4. Zij A : R 3 R 3 de spiegeling om het vlak met vergelijking 2x + x 2 2x 3 = 0. Bepaal de matrix van A en zijn inverse Oplossing. Zij x = x, x 2, x 3. We gaan A x uitrekenen. Hiervoor hebben we een ruime keus uit allerlei omslachtige en slimme methoden. Ik kies een slimme methode die gebaseerd is op trucs uit de hoofdstukken 2 van Wiskunde en dit diktaat: ik bereken eerst de projectie p van x op de normaal van het vlak, en zie vervolgens in dat A x = x 2 p als je dat niet inziet is dat domme pech, en ben je helaas veroordeeld tot een omslachtige methode x 2,, 2 4 p = 2,, 2 = 2,, 2 2,, 2 x + 2 x 2 4 x 3, 2 x + x 2 2 x 3, 4 x 2 x 2 + 4 x 3 Dus A x = x 2 p = x 4 x 2 + 8 x 3, 4 x + 7 x 2 + 4 x 3, 8 x + 4 x 2 + x 3 De matrix van A is dus 4 4 7 8 4 8 4 Tenslotte nog ons antwoord op het bijzonder flauwe vraagje naar de inverse van A: vanzelfsprekend is A A = I, want twee keer spiegelen is hetzelfde als niks doen. A is dus zijn eigen inverse. Wie het niet vertrouwt mag het nog even narekenen: 4 4 7 8 4 8 4 4 4 7 8 4 8 4 = 0 0 0 0 0 0 3

Berekening van de inverse. De methode, die we in voorbeeld 2 gehanteerd hebben om A te berekenen, komt neer op het volgende rekenwerk: plak de matrices A en I aan elkaar tot a a n 0 0.. 0 0........... a n a nn 0 0 en veeg met de rijen van deze 2n n matrix net zolang tot je iets van de vorm 0 0 b b n 0 0......... 0 0 b n b nn bereikt hebt met links van de streep de matrix I. Dan is B = A. Lukt dit niet doordat links van de streep een rij ontstaat met uitsluitend nullen, dan bestaat A niet Voorbeeld 5. We proberen de inverse te berekenen van de matrix A = 3 0 0 2 0 0 3 4 0 0 bezem rij = 3 0 0 0 2 5 0 0 2 5 3 0 bezem rij 2 = Wat een domme pech, A is niet inverteerbaar. Blijkbaar is A een singuliere matrix Voorbeeld 6. Bereken de inverse van A = Oplossing. Dus A = 0 0 2 0 0 0 0 3 0 0 3 2 6 3 2 2 2 0 0 3 bezem rij = bezem rij 2 = bezem rij 3 =. Even controleren: 3 2 3 4 0 0 0 2 2 0 0 3 0 0 0 0 0 2 2 0 0 0 2 0 0 3 2 0 0 6 3 2 0 0 2 3 2 6 3 2 2 0 2 3 0 0 0 2 5 0 0 0 0 2 0 3 = 0 0 0 0 0 0 40

Determinant. De determinant van een vierkante matrix A is een reëel getal dat genoteerd wordt als deta of soms als A en dat als volgt wordt berekend: matrix. Voor een matrix is het eenvoudig: det a = a 2 2 matrix. det a b c d = ad bc 3 3 matrix. det a b c a 2 b 2 c 2 = a b 2 c 3 + a 2 b 3 c + a 3 b c 2 a 3 b 2 c a b 3 c 2 a 2 b c 3 a 3 b 3 c 3 Merk op dat in de uitkomst alle mogelijke producten voorkomen van drie getallen die uit drie verschillende rijen en bovendien uit drie verschillende kolommen afkomstig zijn. De helft van deze producten met een plusteken namelijk de producten van termen in \-richting en de andere helft met een minteken dat zijn die in /-richting 4 4 matrix. Ook voor de determinant van een 4 4 matrix zou je een dergelijke formule kunnen opschrijven, met 24 producten a i b j c k d l waarvan de helft met een plusteken. Zoiets is echter voor een gewoon mens nauwelijks meer te onthouden, laat staan voor een natuurwetenschapper. We doen het daarom anders. De nu volgende berekeningswijze, waarin een 4 4 determinant wordt gereduceerd tot 3 3 determinanten, heet ontwikkelen naar de eerste rij : a b c d b 2 c 2 d 2 a 2 c 2 d 2 a det 2 b 2 c 2 d 2 a 3 b 3 c 3 d 3 = a det b 3 c 3 d 3 b det a 3 c 3 d 3 + b 4 c 4 d 4 a 4 c 4 d 4 a 4 b 4 c 4 d 4 a 2 b 2 d 2 a 2 b 2 c 2 +c det a 3 b 3 d 3 d det a 3 b 3 c 3 a 4 b 4 d 4 a 4 b 4 c 4 Deze werkwijze is gemakkelijk te onthouden: je vermenigvuldigt telkens een getal uit de eerste rij met de onderdeterminant die ontstaat door de betreffende rij en kolom te schrappen. Linksboven is een plusteken aan de beurt, verder om beurten + en. Je mag ook bijvoorbeeld ontwikkelen naar de tweede rij of de vierde kolom te beginnen met een minteken Grotere matrices. Dezelfde methode als bij 4 4 matrices. Bijvoorbeeld we ontwikkelen telkens naar de eerste kolom: 7 0 5 4 2 4 8 0 5 4 2 3 4 8 0 3 det 0 0 3 = 7 det 0 2 7 6 0 2 7 6 0 3 det 0 3 2 7 6 0 0 3 6 0 0 3 6 0 0 0 3 6 0 3 8 5 4 2 = 28 det 7 6 0 + 4 det 3 6 det 3 = 480 3 6 0 3 6 0 3 6 0 4

Uit de rekentechnische definitie kun je de volgende eigenschap- Eigenschappen van determinanten. pen bewijzen: deti = detab = deta detb deta = deta als deta 0 A is regulier deta 0 dit levert een nieuwe manier om na te gaan of een matrix inverteerbaar is voor een 3 3 matrix Een voorwerp ding wordt door A : R 3 R 3 getransformeerd in een voorwerp Ading. Er geldt nu: volume Ading = deta volumeding deta is dus de vergrotingsfactor van de transformatie A voor een 2 2 matrix Een begrensde deelverzameling gebied van R 2 wordt overgevoerd in Agebied. De oppervlakte van Agebied is dan deta keer zo groot als de oppervlakte van gebied Voorbeeld 7. Ga na of 3 2 2 3 3 5 inverteerbaar is Oplossing. det 3 2 2 3 3 5 = 7 0, dus 3 2 2 3 3 5 is inverteerbaar Voorbeeld 8. De lineaire transformatie A = in een veelvlak. Wat is de inhoud van dit veelvlak? 0 3 2 6 transformeert de kubus [0, ] [0, ] [0, ] Oplossing. De kubus heeft inhoud, dus het veelvlak heeft inhoud deta = 8 = 8 Voorbeeld. Bereken de oppervlakte van de ellips x2 4 + y2 Oplossing. Deze ellips is het A-beeld van het cirkeltje x 2 + y 2 met A = 7 0 0 3 De oppervlakte van het cirkeltje is π, dus de oppervlakte van de ellips is deta π = 2π 0,, 0 0, 3 = A 7, 0 42

Eigenwaarden en eigenvectoren. definiëren dan: λ is een eigenwaarde van A Zij A een vierkante matrix of, anders gezegd, A : R n R n. We def = er bestaat een x O met A x = λ x x is een eigenvector van A bij de eigenwaarde λ de eigenruimte bij de eigenwaarde λ def = A x = λ x def = de verzameling van alle eigenvectoren bij λ 5 27 Voorbeeld 0. A = 8 40. Dan is 4 een eigenwaarde van A, en, 2 is een eigenvector. 5 27 4 Reken dat zelf maar even na: 8 40 2 = 8 Hoe vind ik de eigenwaarden? Het systematisch opsporen van eigenwaarden is een buitengewoon lastig karweitje. Gelukkig hebben slimme wiskundigen hier een prachtige truc voor bedacht door als volgt te redeneren: uit A x = λ x volgt A x λ x = O, dus A λi x = O, dus x KerA λi, dus KerA λi { O}, dus deta λi = 0. We zullen eens kijken hoe deze truc in bovenstaand voorbeeld werkt: 5 27 5 27 λ 0 5 λ 27 A = dus A λi = = 8 40 8 40 0 λ 8 40 λ dus deta λi = 0 λ 2 35λ 686 = 0 λ = 4 of λ = 4 We hebben dus twee eigenwaarden gevonden: 4 en 4. De moraal: λ is een eigenwaarde van A deta λi = 0 Hoe vind ik de eigenvectoren? We zagen dat A x = λ x op hetzelfde neerkwam als x KerA λi. Het opsporen van eigenvectoren komt dus neer op het berekenen van KerA λi, en deze kern kun je berekenen met behulp van de hiervoor in hoofdstuk 2 ontwikkelde technieken. Laten we eens kijken hoe 5 27 dat werkt bij de matrix A = uit voorbeeld 0. We vonden twee eigenwaarden van A: de 8 40 getallen 4 en 4. Nu kunnen we de bijbehorende eigenvectoren opsporen: De verzameling van de bij 4 behorende eigenvectoren is niets anders dan KerA 4I, en deze kern kunnen we op de vanouds bekende manier vegen met rijen berekenen: 54 27 0 0 KerA 4I = Ker = Ker = Opl2x x 2 = 0 = [, 2] 8 2 Net zo berekenen we de verzameling van alle bij 4 behorende eigenvectoren de eigenruimte bij de eigenwaarde 4: 27 3 KerA + 4I = Ker 8 54 = Ker 0 0 = Oplx + 3x 2 = 0 = [ 3, ] Merk op dat een eigenruimte altijd een lineaire deelruimte van R n is, simpelweg omdat het een kern is: de eigenruimte bij λ is KerA λi 43

Het inventariseren van eigenwaarden en eigenvectoren kan interessante informatie opleveren over een transformatie. Een voorbeeldje: Voorbeeld. Geef een meetkundige interpretatie van de lineaire transformatie A = 4 4 Oplossing. Laten we even aannemen dat je geen flauw benul hebt wat dit meetkundig te betekenen heeft. Je kunt dan interessante informatie over A vergaren door even wat eigenwaarden en eigenvectoren uit te rekenen: 4 λ λ is een eigenwaarde van A deta λi = 0 det = 0 4 λ de eigenruimte bij λ = 3 is KerA 3I = Ker de eigenruimte bij λ = 5 is KerA 5I = Ker 4 λ 2 = 0 λ = 3 of λ = 5 = Oplx x 2 = 0 = [, ] = Opl x x 2 = 0 = [, ] We hebben ontdekt dat A de vector, verdrievoudigt en de vector, vervijfvoudigt, en er is maar één lineaire transformatie die dit presteert: de transformatie A die iedere vector x ontbindt in componenten in de richtingen, en,, deze componenten met factor respectievelijk 3 en 5 uitrekt, en de uitreksels weer samenstelt: x A x 44

Opgaven hoofdstuk 4 Opgave. Ga na of de matrix 3 5 0 2 3 regulier is Opgave 2. Opgave 3. Ga na of de matrix 0 3 2 2 5 2 7 regulier is Welke van de volgende matrices zijn inverteerbaar? 2 3 2 2 3 5 3 6 3 4 Opgave 4. Opgave 5. Opgave 6. Bereken indien deze bestaat de inverse van Bereken de inverse van Bereken de determinant van 2 2 2 2 2 2 2 3 5 3 2 4 3 2 5 7 6 3 4 5 2 3 of bewijs dat die niet bestaat Opgave 7. Bereken de determinant van 0 7 5 3 2 0 3 0 6 0 5 2 0 Opgave 8. a Zij A de matrix a b c d. Bewijs dat A = deta d b b Bereken met behulp van de bovenstaande formule de inverse van c a 2 3 4 Opgave. A is een 2 2 matrix met determinant 5. P en Q zijn punten in R 2, zó dat de driehoek OPQ oppervlakte 7 heeft. Bereken de oppervlakte van O AP AQ 45

Opgave 0. Zij A : R 3 R 3 gedefinieerd door Ax, x 2, x 3 = x + x 2 x 3, 2x 3x 2 + x 3, 5x + x 2 + x 3 Bereken de inhoud van het zesvlak met de volgende hoekpunten: 0, 0, 0, A, 0, 0, A0,, 0, A0, 0,, A,, 0, A, 0,, A0,,, A,, 4 6 Opgave. Zij A de matrix 3 5 a Bepaal de eigenwaarden van A b Bepaal bij elke gevonden eigenwaarde de bijbehorende eigenvectoren Opgave 2. Zij A de lineaire transformatie van R 3 met matrix 7 2 2 2 3 6 0 0 3 a Bepaal alle eigenwaarden en de bijbehorende eigenruimten van A b Geef een meetkundige beschrijving van deze transformatie Opgave 3. Zij A de matrix 4 8 4 7 4 8 4 a Verzin een meetkundige interpretatie van A dat lukt je vast wel, als je je nog voorbeeld 4 van dit hoofdstuk herinnert b Bepaal de eigenwaarden van A ofwel via bruut rekenwerk, ofwel via slim inzicht c Bepaal bij elke gevonden eigenwaarde de bijbehorende eigenruimte ofwel via bruut rekenwerk, ofwel via slim inzicht 46

Zelfstudiepakketje bij hoofdstuk 4 Opgave. Zij A : R 3 R 3 de lineaire transformatie met matrix 5 0 2 3 7 2 Bereken de inhoud van het viervlak met hoekpunten 0, 0, 0, A, 0, 0, A0,, 0, A0, 0, Opgave 2. Zij A : R 3 R 3 de lineaire afbeelding met matrix 7 2 2 8 4 4 2 a Bepaal de eigenwaarden van A b Bepaal bij elke gevonden eigenwaarde de bijbehorende eigenruimte c Geef een meetkundige interpretatie van A Opgave 3. We definiëren de volgende twee transformaties van R 2 : A x B x def = de projectie van x op de lijn [2, 3] def = 3 x + 3A x a Bepaal de matrix van B b Bepaal de eigenwaarden van B c Bepaal de eigenwaarden van B Opgave 4. Zij A een lineaire transformatie van R 2 die voldoet aan A x = x voor alle vectoren x a Bewijs dat A de hoeken invariant laat dat wil zeggen: voor ieder tweetal vectoren x, y is de hoek tussen A x en A y gelijk aan de hoek tussen x en y b Bewijs dat deta = 2 Opgave 5. Zij A de matrix 2 a Bepaal de eigenwaarden van A b Bepaal de eigenwaarden van de inverse van A 237 c Bepaal de oppervlakte van de verzameling van alle punten, die het beeld onder de transformatie A 7 zijn van een vector met lengte 5 Opgave 6. Zij A : R 3 R 3 de lineaire transformatie met matrix 2 0 2 0 a Bepaal de eigenwaarden van A b Bepaal de eigenruimte, behorende bij de eigenwaarde 3 c Bepaal de verzameling van alle vectoren x waarvoor geldt: A x,, 47

Opgave 7. Zij A de matrix 2 3 0 a Bepaal alle eigenwaarden van A b Bepaal de eigenruimte behorende bij de eigenwaarde 3 3 5 Opgave 8. Bepaal alle eigenwaarden en eigenvectoren van de matrix A = 5 7 Opgave. Zij A de lineaire transformatie van R 2, die bij een vector zijn projectie op, 3 optelt: A x def = x + de projectie van x op, 3 Is A regulier? Zo ja, bepaal dan de matrix van de inverse van A Opgave 0. Gegeven is een homogeen en constant in de tijd magnetisch veld met veldsterkte B = B, B 2, B 3 O Een deeltje met lading q en snelheid v = v, v 2, v 3 beweegt zich door dit magnetisch veld en ondervindt daarvan een Lorentz kracht. Deze is gelijk aan: F = q v B Om deze Lorentz kracht te onderzoeken, definiëren we de lineaire transformatie A van R 3 door A v def = q v B a Bepaal de matrix van A in termen van q, B, B 2 en B 3 b Bepaal een eigenwaarde en een daarbij horende eigenvector van A c Heeft A een inverse? Opgave. We definiëren een lineaire transformatie A van R 2 door Ax, x 2 = 3x, x + 2x 2 a Welke vectoren worden door A overgevoerd in een veelvoud van zichzelf? b Geef een meetkundige interpretatie van A 48

Oplossingen Opgave. De inhoud van de piramide met hoekpunten 0, 0, 0,, 0, 0,, 0,, 0, 0, 0, is 6, want van een eenheidsblokje kaas kun je de vijf poesjes en jezelf trakteren op zo n lekkere kaaspiramide, als je de kaas handig snijdt. De inhoud van het A-beeld van deze piramide is dus 6 deta = Opgave 2. 7 λ 2 2 a λ is eigenwaarde van A deta λi = 0 det 8 λ 4 4 2 0 0 0 0 = 0 4 2 λ λ 3 + 7λ 2 5λ + = 0 λ = of λ = 3 6 2 2 0 2 b De eigenruimte bij λ = is KerA I = Ker 8 2 4 = Ker 2 0 = [, 2, ]. 4 2 2 2 De eigenruimte bij λ = 3 is KerA 3I = Ker 8 4 4 = Ker 0 0 0 = [, 0, 2, 0,, ] f =, 2, c De drie onafhankelijke eigenvectoren f 2 =, 0, 2 f 3 = 0,, 4 2 2 Af = f voldoen aan Af 2 = 3f 2 Af 3 = 3f 3 0 0 0 A ontbindt dus een vector in drie componenten in de richtingen f, f 2 en f 3, vermenigvuldigt de tweede en derde component met 3, en stelt het zaakje weer samen Opgave 3. a A, 0 = 4 3, 6 3 en A0, = 6 3, 4 3, dus A = 3 b λ is eigenwaarde van B detb λi = 0 det λ 2 λ + 48 = 0 λ = 3 of λ = 6 6 3 6 3 3 en dus B = 3I + 3A = 7 λ 6 6 2 λ = 0 7 6 6 2 c De eigenwaarden van B zijn 3 en 6. Dat kun je natuurlijk héél onhandig achterhalen via een kwartiertje rekenwerk door eerst de matrix van B uit te rekenen, maar je kunt het ook in een helder moment als volgt inzien: Opgave 4. B x = λ x x = B λ x x = λ B x B x = λ x a Driehoek met hoekpunten O, x, y is congruent met de driehoek 2 met hoekpunten O, A x, A y. A x = x Want hun zijden zijn even lang: A y = y A y A x = A y x = y x Dus ook de overeenkomstige hoeken van en 2 zijn gelijk b 2 is het A-beeld van, dus deta = oppervlakte van 2 oppervlakte van = 4

Opgave 5. a deta λi = λ 2 8λ + 5. De eigenwaarden van A zijn dus 3 en 5 b Als A x = λ x, dan A 2 x = λ 2 x want A 2 x = AA x = Aλ x = λ A x = λ λ x, dus A 3 x = λ 3 x,..., dus A 237 x = λ 237 x, dus x = A 237 λ 237 x, dus A 237 x = x λ 237 De eigenwaarden van A 237 zijn dus 3 237 en 5 237 c deta = 5, dus deta 7 = 5 7. Zij nu C de cirkelschijf die bestaat uit alle vectoren x met x 5. De oppervlakte van C is 25π, dus de oppervlakte van het A 7 -beeld van C is 5 7 25π Opgave 6. a deta λi = λ 3 4 λ = λλ + λ 3. De eigenwaarden zijn dus, en 3 2 2 0 b De eigenruimte bij 3 is KerA 3I = Ker 2 2 = [2, 2, ] 0 2 c A x,, x + 2x 2, x + x 2 + 2x 3, x 2 + x 3,, 3x 3 = 0 Opgave 7. Dat is dus het vlak x 3 = 0 a De determinant van A λi is λ 2 λ 6. De eigenwaarden zijn de nulpunten hiervan, dus 3 en 2 b De eigenruimte bij 3 is de kern van A 3I, en deze is [, ] Opgave 8. deta λi = 0 3 λ7 λ 75 = 0 λ 2 4λ 6 = 0 λ = 2 of λ = 8 De eigenwaarden zijn dus 2 en 8 De eigenruimte bij 2 is KerA 2I = Ker = Oplx + x 2 = 0 = [, ] De eigenruimte bij 8 is KerA + 8I = Ker Opgave. = Oplx 3x 2 = 0 = [3, ] Opgave 0. De matrix van A is 0 3 0 3 0 0 5 5 5 5 5 5 5 5 = Ker = Ker. Dus A is regulier, en A = a A v = qv 2 B 3 v 3 B 2, v 3 B v B 3, v B 2 v 2 B, dus de matrix van A is 0 0 3 0 0 20 3 20 3 20 20 0 qb 3 qb 2 qb 3 0 qb qb 2 qb 0 b det A = 0 reken maar na, dus 0 is een eigenwaarde, met eigenruimte KerA. Je kunt KerA natuurlijk uit de matrix van A berekenen, maar het kan ook rechtstreeks dankzij je formidabele kennis van uitproductfeitjes: A v = O v B = O v [ B] Een voorbeeld van een eigenvector bij 0 is dus 7 B c Uit det A = 0 volgt dat A niet inverteerbaar is 50

Opgave. 3 0 a A =. Berekening eigenwaarden: 2 deta λi = 0 det 3 λ 0 2 λ = 0 λ = 2 of 3 Bij λ = 2 vind je als eigenruimte de lijn [0, ], en bij λ = 3 de lijn [, ] b Uit a volgt dat A x als volgt geconstrueerd kan worden: ontbind x in een component in richting 0, en een component in richting,. Vermenigvuldig de eerste component met 2, de tweede met 3, en stel de resultaten weer samen: A x x 5