GEWELD TEGENOVER HOLEBI S - II



Vergelijkbare documenten
Kenmerken en uitkomsten van professionele echtscheidingsbemiddeling in Vlaanderen

Meldcode bij een vermoeden van kindermishandeling voor scheidingsbegeleiders [versie ]

LHBT-acceptatie in Nijmegen

GEWELD TEGENOVER HOLEBI S - I

PEST PROTOCOL. Prins Willem-Alexanderschool

Pestprotocol. 1 Achtergrond. 1.1 Uitgangspunt. 1.2 Pesten in het cluster-4-onderwijs. Onderwijs. Pestprotocol Versie: 1.0 Datum: 20 mei 2014

Rapport. Bekend maakt bemind Onderzoek naar de bekendheid van en waardering voor het Expertisecentrum Veilige Publieke Taak

Cursussen CJG. (samenwerking tussen De Meerpaal en het onderwijs in Dronten) Voortgezet Onderwijs

Pestprotocol basisschool Pieter Wijten

Huiswerk Informatie voor alle ouders

Veel gestelde vragen huurbeleid 18 oktober 2012

Een natuurlijk proces

VOEL OOK DE MAGIE VAN KINDEROPVANG EN NATUUR!

Pedagogische Civil Society

Pedagogisch klimaat en autisme. Pedagogisch klimaat en de Klimaatschaal. Groepsprocessen bij jongeren: rol van de leerkracht.

Klachtenregeling CSG Reggesteyn

Reglement Vlaams-Nederlandse Journalistenbeurs Onderzoeksbeurs & Uitwisseling 2016

DGT ACTIE AANTEKENINGEN BIJ INSCHATTEN EN BEHANDELEN VAN ACUUT SUÏCIDE RISICO

De volgende kenmerken die betrekking hebben op de algemene ontwikkeling kunnen wijzen op een ontwikkelingsvoorsprong.

Protocol: Pestprotocol

Agressiemanagement. Management Consulting and Research Kapeldreef 60, 3001 Heverlee Tel. 016/ Fax 016/ Website

Start duurzame inzetbaarheid

Handreiking functionerings- en beoordelingsgesprekken griffiers

Eenzaamheid bij kinderen en jongeren

Dramatische vorming en actieve pluriformiteit

Veiligheidsbeleid Voordaan

PROTOCOL bij OVERLIJDEN

Verzuim Beleid. Opgemaakt door Human Resource Management. Doelgroep Alle werknemers. Ingangsdatum 4 juli Versie 0.

Zijn in de aanvraag bijlagen genoemd en zijn die bijgevoegd? Zo ja, welke? Nummer desgewenst de bijlagen.

Communicatie voor beleid Interactie (raadplegen, dialoog, participatie) en procescommunicatie; betrokkenheid, betere besluiten en beleid

Chic, zo n gedragspatroongrafiek!

Methode geschikt voor openbaar onderwijs?

Schade protocol Zuiderpark Stadswalzone

Protocol bij het overlijden van een gezinslid van een leerling

Evaluatierapport Scalda - Groep 3 29 januari 26 maart 2014

EVALUATIE TER STATE. Marion Matthijssen, Marn van Rhee. Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli In opdracht van Raad van State

CMD EVALUATIE STAGEBEDRIJVEN 2014

IWI. De Gemeenteraad Postbus 11563

Beslissingsondersteunende instrumenten. Criteria September 2015 Stichting Kwaliteit in Basis GGZ

Tussenrapportage: plan van aanpak raadsenquête grondexploitatie Duivenvoordecorridor.

LHBT-acceptatie in Gelderland-Zuid

Ondersteuning gericht op kwaliteit van leven en maatschappelijke participatie van personen met een beperking. Een wetenschappelijke stand van zaken.

Toelichting bij het document opnameverklaring bij opname in een psychiatrisch ziekenhuis

Klachtenbeleid Stichting KOM Kinderopvang

Kwaliteit van de arbeid van kamermeisjes

Handleiding. Het opstellen van een diaconaal beleidsplan

Meldcode huiselijk geweld en. kindermishandeling

Duurzaam inzetbaar in een vitale organisatie

Plaatsingsrichtlijnen Dr. Nassau College

depressie wat kun je doen als iemand in je omgeving een depressie heeft?

Beleidsregels voorziening jobcoaching Participatiewet 2015

Kindercoach. Jasmijn Kromhout Groep 8b

Projectaanvraag Versterking sociale infrastructuur t.b.v. burgerkracht in Fryslân

Pestprotocol. Uitleg van de petten van de Kanjertraining VOOR ALLE KINDEREN VOOR HET GEPESTE KIND

De denkstijltest. CompetenZa

Betreft: Reactie op Consultatiedocument 'Standaard 4400N - Opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden (2e ontwerp)'

LOGBOEK van: klas: 1

> RACISME EN DISCRIMINATIE

Gemeente Ede. Memo. Bijlage 2 (behoort bij )

handleiding voor begeleiding van mbo-jongeren met eergerelateerde problemen

CPR305/2011/EU VERORDENING BOUWPRODUCTEN

Richtlijnen functioneringsgesprek evangelist. Versie 1.0

HOW TO REVIEW THE LITERATURE AND CONDUCT ETHICAL STUDIES

Goede relatie met collega s, maakt leraren gelukkig

Gespreksleidraad WOII geïnteresseerden

De cursist heeft inzicht en praktische handvatten om weerbaar te zijn bij conflicten, agressie, stress

IKZ DEEL II : De informatieronde

Ekelmans & Meijer Advocaten (Rechten)

Transcriptie:

GEWELD TEGENOVER HOLEBI S - II EEN ONLINE SURVEY OVER ERVARINGEN MET HOLEBIGEWELD IN VLAANDEREN EN DE NASLEEP ERVAN (TWEEDE TUSSENTIJDS RAPPORT FEBRUARI 2014) Lies D haese Universiteit Gent Dr. Alexis Dewaele Universiteit Gent Prf. Dr. Mieke Van Hutte Universiteit Gent Onderzekslijn LGBT Steunpunt Gelijkekansenbeleid 3de Generatie

STEUNPUNT GELIJKEKANSENBELEID Een cnsrtium van: Kathlieke Universiteit Leuven Universiteit Antwerpen Universiteit Hasselt Universiteit Gent Vrije Universiteit Brussel UITGEVER Steunpunt Gelijkekansenbeleid Lange Nieuwstraat 52 B-2000 Antwerpen (België) Tel. +32 (0)3 265 53 23 e-mail: steunpunt.gelijkekansenbeleid@gmail.cm e-mail: steunpuntgeka@uantwerpen.be Niets uit deze uitgave mag wrden verveelvudigd en/f penbaar gemaakt dr middel van druk, ftkpie, micrfilm, geluidsband f p welke andere wijze k, znder vrafgaande schriftelijke testemming van de uitgever.

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Inhudspgave 1 SITUERING VAN HET ONDERZOEK... 7 2 LITERATUUROVERZICHT... 9 2.1 Hlebi s en hun sciale mgeving... 9 2.1.1 Prgressieve wetgeving, maar heterseksualiteit blijft de nrm... 9 2.1.2 Verschillen in acceptatie tussen maatschappelijke grepen... 10 2.1.3 Leven in een heternrmatieve mgeving leidt tt stress: het minderheidsstressmdel.. 10 2.1.4 Samengevat: hlebi s en hun sciale mgeving... 12 2.2 Antihmseksueel geweld... 13 2.2.1 Vrmen van antihmseksueel geweld... 13 2.2.2 Kanttekeningen... 13 2.2.3 Prevalentie van antihmseksuele agressie... 14 2.2.4 Slachtffers en daders... 15 2.2.5 Aangiftebereidheid... 17 2.2.6 Samengevat: antihmseksueel geweld... 18 2.3 Mtieven van daders... 18 2.3.1 Haat tegenver hlebi s?... 19 2.3.2 Gender(nn)cnfrmiteit en zichtbaarheid van seksualiteit... 19 2.3.3 Grepsdynamiek... 20 2.3.4 Op zek naar sensatie... 20 2.3.5 Samengevat: mtieven van daders... 21 2.4 Gevlgen van antihmseksueel geweld... 21 2.4.1 Emtinele gevlgen en impact p de gezndheid... 22 2.4.2 Omgaan met geweldservaringen... 22 2.4.3 Samengevat: gevlgen van antihmseksueel geweld... 24 3 ONDERZOEKSVRAGEN EN METHODOLOGIE... 25 3.1 Onderzeksvragen... 25 3.2 Onderzekspzet... 25 3.2.1 Ontwikkeling van een vragenlijst... 25 3.2.2 Dataverzameling... 26 3.2.3 Analysemethde... 29 3.2.4 Feedback p het nderzeksprject... 29 4 DATA-ANALYSE... 31 4.1 Sci-demgrafische gegevens... 31 4.1.1 Wnplaats... 31 4.1.2 Geslacht en genderidentiteit... 31 4.1.3 Leeftijd... 33 4.1.4 Werksituatie... 33 4.1.5 Etnische culturele minderheidsachtergrnd... 34 3

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.2 Seksuele riëntatie... 34 4.2.1 Seksuele aantrekkingskracht... 34 4.2.2 Seksueel cntact... 35 4.2.3 Zelfidentificatie van de seksuele vrkeur... 36 4.3 Zichtbaarheidsmanagement... 37 4.3.1 Leeftijd eerste same-sex seksuele aantrekking en leeftijd eerste cming ut... 37 4.3.2 Visibility Management Scale... 38 4.4 Minderheidsstressren... 39 4.4.1 Geïnternaliseerde hmnegativiteit... 40 4.4.2 Stigmabewustzijn... 41 4.4.3 Onveiligheidsgevelens... 42 4.5 Gendernncnfrmiteit... 43 4.6 Welbevinden... 46 4.6.1 Zelfwaardering... 46 4.6.2 Mentale gezndheid... 47 4.6.3 Zelfmrdgedachten en zelfmrdpgingen... 49 4.7 Geweldervaringen... 49 4.7.1 Algemene geweldervaringen... 49 4.7.2 Ervaringen met verbaal en psychisch geweld... 51 4.7.3 Ervaringen met fysiek geweld... 53 4.7.4 Ervaringen met materieel geweld... 54 4.7.5 Ervaringen met seksueel geweld... 55 4.7.6 Kanttekening met betrekking tt de ervaringen van mannen en vruwen... 56 4.7.7 Gendernncnfrmiteit en ervaring van geweld... 56 4.8 Aangiftebereidheid... 57 4.8.1 Oit cntact met de plitie vr een hmnegatief incident?... 58 4.8.2 Mtivatie cntactname... 58 4.8.3 Melding hmnegatief karakter van het incident... 60 4.8.4 Algemene tevredenheid ver het cntact met de plitie... 60 4.9 Cntext van het ergste hmnegatieve incident... 61 4.9.1 Type geweld van het ergste hmnegatieve incident... 61 4.9.2 Tijdsframe van het ergste hmnegatieve incident... 62 4.9.3 Tijdstip ergste hmnegatieve incident... 62 4.9.4 Lcatie ergste incident... 64 4.9.5 Slachtffers van het ergste hmnegatieve incident... 66 4.9.6 Waarm hmfb?... 67 4.9.7 Aanleiding ergste incident... 67 4.10 Daders van het ergste hmnegatieve incident... 68 4.10.1 Aantal daders... 68 4.10.2 Bekendheid van de dader... 69 4.10.3 Geslacht van de dader... 71 4.10.4 Leeftijd van de dader... 72 4.10.5 Gepercipieerde etnische achtergrnd van de dader... 73 4.11 Emtinele en fysieke gevlgen van het incident... 75 4.11.1 Impact van het incident... 75 4.11.2 Ergste aspect aan het incident... 76 4.11.3 Inlichten sciaal netwerk na een hmnegatief incident... 77 4

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.11.4 Opties vr hlebiverenigingen... 80 4.11.5 Hmnegatief geweld, minderheidsstress en mentaal welbevinden... 81 4.11.6 Inlichten sciaal netwerk en welbevinden... 85 5 BESLUIT... 88 5.1 Een antwrd p de nderzeksvragen... 88 5.1.1 Welke types van hlebigeweld kmen vr?... 88 5.1.2 In welke mate det men aangifte van hlebigeweld?... 88 5.1.3 In welke cntext vindt hlebigeweld plaats?... 89 5.1.4 Wie zijn de daders van hlebigeweld?... 89 5.1.5 Wat zijn de kenmerken van de slachtffers van hlebigeweld?... 90 5.1.6 Wat zijn de gevlgen vr de slachtffers van hlebigeweld?... 90 5.2 Cnclusie en beleidsaanbevelingen... 91 5.3 Tekmstig nderzek... 92 6 REFERENTIES... 94 7 APPENDIX... 102 5

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) [deze pagina is pzettelijk blanc gelaten] 6

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 1 SITUERING VAN HET ONDERZOEK De zichtbaarheid van hlebi s in het publieke leven is de laatste twee decennia sterk tegenmen in België. Deze tegenmen zichtbaarheid en de vereniging in hlebi-rganisaties heeft geleid tt wetten die de gelijkberechtiging van hlebi s bevrderen. De verhgde kans p cntact met hlebiseksuele persnen heeft een psitief effect p attitudes tegenver deze seksuele minderheid. Belgen blijken er dan k een vrij psitieve huding tegenver hlebi s p na te huden in vergelijking met andere Eurpese burgers (Hghe, Quintelier, Claes, Dejaeghere, & Harrell, 2007). Deze tegenmen zichtbaarheid heeft echter k een schaduwzijde. Naarmate de hlebigemeenschap meer zichtbaar wrdt, en naarmate men als individu meer pen is ver de eigen hlebiseksuele vrkeur, neemt de kans te dat men in cntact kmt met verbaal en fysiek geweld (D Augelli, 1998; D Augelli & Grssman, 2001; Katz- Wise & Hyde, 2012; Pilkingtn & D Augelli, 1995). Ok in België kmen dergelijke geweldsincidenten vr. In augustus 2011 kregen twee vruwen rake klappen, de enige aanleiding vr deze aanval lijkt te zijn dat zij hand in hand dr de Brusselse straten liepen. In ktber van hetzelfde jaar werden twee mannen in Krtrijk berfd en in elkaar geslagen nadat zij dr twee vrbijgangers uitgehrd werden ver hun hmseksuele levensstijl. In februari 2012 werd in Leuven een jngeman verbaal en fysiek aangevallen, mdat hij aanwezig was p een hlebifuif. Deze incidenten vrmen slechts een kleine selectie uit de media-verslaggeving van afgelpen maanden. Een triest hgtepunt van deze antihmseksuele geweldsdelicten is de mrd p Ishane Jarfi in april 2012. De jngeman van Markkaanse afkmst werd geslagen, geschpt en gewurgd dr vier mannen, die nder invled van drank en drugs waren. In hun verklaring vermeldden de daders de seksuele tenadering vanwege Ishane als mtief. Deze mrd zal waarschijnlijk geclassificeerd wrden als de eerste hmfbe mrd in België, hewel pgemerkt dient te wrden dat het gerechtelijk nderzek ng niet afgernd is. Gezien de schijnbaar grte steun vr hlebirechten in België is het dan k verbijsterend dat geweld tegenver hlebi s tch z aanwezig lijkt (Cx, 2011). Dergelijke berichten en gebeurtenissen gaven aanleiding tt een publiek debat, waarin de vraag gesteld werd met welke vrmen van geweld hlebi s gecnfrnteerd wrden en wie de daders zijn. Maar het is meilijk m een gefundeerd antwrd te frmuleren, mwille van het tekrt aan wetenschappelijk nderzek en het gebrek aan betruwbaar cijfermateriaal vr Vlaanderen. Er is vrheen reeds nderzek geverd naar geweld tegenver hlebi s in Brussel Stad, nder leiding van Marcia Pelman (Pelman & Smits, 2007). Bvendien werd k in Zzzip², een studie die peilt naar het algemeen welbevinden van hlebi s in Vlaanderen, een klein luikje ver hlebigeweld pgenmen (Versmissen, Dewaele, Meier, & Van Hutte, 2011). Met het nderzek waarver hier gerapprteerd wrdt, wrdt dan k begd m meer actuele infrmatie te verwerven ver hlebigeweld in Vlaanderen. Eind 2011 gaf de Vlaamse minister vr Gelijke Kansen, Pascal Smet, pdracht m nderzek te veren naar hlebigeweld in Vlaanderen. Dit nderzek vlgt p de eerdere Zzzip-studies (Versmissen et al., 2011; Vincke, Dewaele, Van den Berghe, & Cx, 2006), die peilden naar algemeen welbevinden in de hlebi-ppulatie. Het nderzek naar hlebigeweld werd uitgeverd dr het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid en Universiteit Gent. In de lp van 2012 werd een explratieve kwalitatieve studie uitgeverd. Aan de hand van diepte-interviews en 7

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) fcusgrepen werd een beeld geschetst van het algemene sentiment dat leeft bij hlebi s mtrent het thema geweld. In dit kwalitatieve luik stnd betekenisgeving dan k centraal. Deze kwalitatieve bevraging heeft de grndslag gelegd vr een grtschalige nline survey die begin 2013 werd gelanceerd. In dit kwantitatieve luik werd getracht m p een meer gestructureerde manier infrmatie te verzamelen ver hlebigeweld in Vlaanderen. Er werd nder meer gepeild naar de sci-demgrafische achtergrnd van de respndenten, hun mentaal welbevinden, hun ervaringen met hmnegatieve incidenten en de nasleep van dit incident. In dit tweede tussentijdse rapprt wrdt een beschrijving gegeven van de pzet van het kwantitatieve nderzeksluik en de eerste bevindingen. Wat vlgt in de lp van 2015 is een finaal rapprt, dat de integratie van beide nderzeksluiken zal mvatten. Bevindingen p basis van de nline survey zullen gestaafd en gecntrasteerd wrden met de bevindingen uit de diepte-interviews en fcusgrepen. 8

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 2 LITERATUUROVERZICHT Om een beeld te kunnen schetsen van hlebigeweld in Vlaanderen, wrdt in het literatuurverzicht eerst ingegaan p de maatschappelijke acceptatie die hlebi s genieten en de stressren waar zij tt p heden aan bltgesteld wrden. Dit wrdt gebruikt als pstap naar de nderzeksliteratuur die vrhanden is ver antihmseksueel geweld. 2.1 HOLEBI S EN HUN SOCIALE OMGEVING 2.1.1 PROGRESSIEVE WETGEVING, MAAR HETEROSEKSUALITEIT BLIJFT DE NORM België behrt tt de landen die het vrtuw nemen inzake hlebirechten (ILGA, 2012). De penstelling van het huwelijk en het feit dat hlebikppels nu k in aanmerking kmen vr adptie maken dat België een vrij liberale wetgeving heeft in vergelijking met smmige andere Eurpese landen. Ok de invering van de anti-discriminatiewet vrmde een belangrijke stap vrwaarts vr de juridische gelijkberechtiging van hlebi s. In lijn hiermee geeft het merendeel van de Vlaamse hlebi s aan het gevel te hebben dat het maatschappelijke klimaat steeds gunstiger gewrden is vr hen (Dewaele, Cx, Van den Berghe, & Vincke, 2006). Uit grtschalig attitude-nderzek bij de Vlaamse bevlking kmt echter een meer ambigu beeld naar vr. Vreerst blijkt hlebiseksualiteit als bestaanswijze vrij algemeen aanvaard te zijn. Bijna negen p de tien Vlamingen stelt expliciet dat hlebi s hun leven meten kunnen leiden zals zij willen (Pickery & Nppe, 2007). Daar tegenver staat dat meer cncrete stellingen inzake seksualiteitsbeleving en gelijkberechtiging van hlebi s een minder rskleurig beeld prepen. Van de respndenten is 30 tt 40% het bijvrbeeld niet f helemaal niet eens met de stelling dat hmseksuele vruwen en mannen dezelfde adptierechten zuden meten krijgen als heter-kppels (Pickery & Nppe, 2007). Naarmate meer cncrete stellingen vrgelegd wrden, lijkt de tlerantie dus snel af te nemen (Buijs, Hekma, & Duyvendak, 2009). Deze ambivalente resultaten wijzen p een schijntlerante huding tegenver hlebiseksualiteit. Schijntlerantie betekent dat men vindt dat hlebi s hun leven mgen leiden zals ze zelf willen, maar dat ze hierbij meten vlden aan de algemeen geaccepteerde nrm die hen dr de heterseksuele mgeving wrdt pgelegd (Dewaele et al., 2006). Wanneer hlebiseksualiteit zichtbaar wrdt vr anderen en men er rechtstreeks mee gecnfrnteerd wrdt, dan blijken meer mensen er meilijkheden mee te hebben (CGKR, 2011). Negatieve attitudes tegenver hlebi s en hlebiseksualiteit blijven dus aanwezig, hewel respndenten zich, in een klimaat van plitieke crrectheid, verplicht velen m zich psitief uit te laten tegenver hlebi s (Dewaele et al., 2006; Pickery & Nppe, 2007). Deze schijntlerantie vindt zijn rsprng in heternrmativiteit (Dewaele et al., 2006; Vincke et al., 2006). In een heternrmatieve samenleving wrdt heterseksualiteit als nrmaal en vanzelfsprekend beschuwd, terwijl hlebiseksualiteit wrdt gezien als een nnatuurlijke en abnrmale uiting van identiteits- en seksualiteitsbeleving (Nielsen, Walden, & Kunkel, 2000; Sal, 2004). Heternrmativiteit is zdanig sterk ingebakken in nze cultuur dat iedereen in bepaalde mate pgreit met een negatief beeld ver hlebiseksualiteit en/f met het besef dat 9

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) hlebi s een afwijkende en geïsleerde psitie innemen binnen de maatschappij (Gnsirek, 1993; Herek, 2004, 2007; Herek, Chpp, & Strhl, 2007). Heternrmativiteit kan er dan k vr zrgen dat hmnegativiteit, alle mgelijke negatieve gevelens en reacties tegenver hlebi s, gerechtvaardigd wrdt (Herek, 2004; Mayfield, 2001; van Wijk, van de Meerendnk, Bakker, & Vanwesenbeeck, 2005). Ondanks een, p het eerste gezicht, brede en algemene aanvaarding, blijkt een meer impliciete negatieve huding tegenver hlebiseksualiteit dus behrlijk wijd verspreid (Pickery & Nppe, 2007). 2.1.2 VERSCHILLEN IN ACCEPTATIE TUSSEN MAATSCHAPPELIJKE GROEPEN Hmnegativiteit lijkt niet evenredig verdeeld te zijn binnen de Vlaamse bevlking. Bepaalde subgrepen huden er meer negatieve attitudes p na (Hghe, 2011; Hghe & Meeusen, 2012). Z zijn attitudes van jngens en mannen negatiever dan deze van hun vruwelijke tegenhangers (Hghe, 2011; Hghe, Claes, Harell, Quintelier, & Dejaeghere, 2010; Hghe et al., 2007; Pickery & Nppe, 2007). Er is k sprake van een verschil naar leeftijd. He uder men is, he meer negatieve attitudes men er p nahudt tegenver seksuele minderheden (Pickery & Nppe, 2007). Tch zu dit leeftijdseffect niet vlledig lineair zijn. Er bestaan immers k indicaties dat adlescenten er een meer hmnegatieve huding tegenver hlebi s p nahuden, dan vlwassenen van middelbare leeftijd (Dewaele et al., 2006; Hghe et al., 2007). Etnisch culturele minderheden blijken er minder psitieve attitudes tegenver hlebi s p na te huden in vergelijking met etnische Belgen. Deze relatie hudt k stand na cntrle vr sci-demgrafische factren zals pleidingsniveau en sciaalecnmische status (Hghe, 2011; Hghe et al., 2007). Naarmate men meer religieus is en religie een meer belangrijke psitie inneemt in het leven van mensen, lijkt de acceptatie vr hlebiseksualiteit af te nemen (Hghe, 2011; Hghe et al., 2010; Hghe & Meeusen, 2012; Hghe et al., 2007; Pickery & Nppe, 2007). Mslims blijken er bvendien negatievere attitudes p na te huden in vergelijking met andere religieuze denminaties (Hghe et al., 2007). Dit neemt niet weg dat er k verschillen terug te vinden zijn binnen de mslimgemeenschap. Er wrdt bijvrbeeld een duidelijk geslachtsverschil teruggevnden. Mslimmeisjes staan tleranter ten pzichte van hmseksualiteit dan mslimjngens. Ok de mate van religieuze praktijk is belangrijk, jngeren die geregeld de mskee bezeken blijken negatiever te rdelen dan jngeren die minder praktiserend zijn (Hghe et al., 2007). 2.1.3 LEVEN IN EEN HETERONORMATIEVE OMGEVING LEIDT TOT STRESS: HET MINDERHEIDSSTRESSMODEL Zals hierbven wrdt beschreven is heterseksualiteit ng steeds de nrm in nze Vlaamse samenleving. Hewel hlebiseksualiteit glbaal genmen geaccepteerd wrdt, kunnen bepaalde uitingen van een hlebiseksuele vrkeur p minder begrip rekenen. Bvendien varieert de acceptatie van hlebiseksualiteit tussen maatschappelijke grepen. Dit alles leidt erte dat hlebi s gecnfrnteerd wrden met een aantal stressren die een impact hebben hun welbevinden. Meyer (1995, 2003) nderscheid drie stressren in zijn minderheidsstressmdel. 10

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 2.1.3.1 Geïnternaliseerde hmnegativiteit Ongeacht hun seksuele vrkeur, greien mensen p in een verwegend heternrmatieve samenleving, die hen negatieve attitudes ten pzichte van afwijkende seksuele riëntaties en gedragingen aanleert. Hierdr kan het zijn dat mensen die zichzelf later als hlebi gaan labelen, deze negatieve attitudes tegenver hm- en biseksualiteit (gedeeltelijk) geïnternaliseerd hebben via de heterseksistische cultuur waar zij eveneens deel van uitmaken (Gnsirek, 1993; Mayfield, 2001; Meyer & Dean, 1998). Wanneer de hm- f biseksuele persn zijn f haar vrnderstelde heterseksualiteit in vraag gaat stellen en zichzelf gaat labelen als hlebi, kan men deze aangeleerde negatieve attitudes vervlgens k p zichzelf gaan tepassen. In dit geval spreken we ver geïnternaliseerde hmnegativiteit (Meyer, 1995, 2003; Meyer & Dean, 1998). De hlebi-jngere realiseert zich af te wijken van de vrpgestelde nrmen in de samenleving, waardr mgelijks negatieve gevelens pgenmen wrden in het zelfbeeld (DiPlacid, 1998). Zelfs wanneer men er in slaagt m de eigen seksuele riëntatie verbrgen te huden en men gespaard blijft van penlijk negatieve gebeurtenissen, bestaat de mgelijkheid dat hlebi s bestaande negatieve sciale attitudes p zichzelf en p andere hlebi s gaan tepassen (Dewaele & Van Hutte, 2010; Mayfield, 2001; Meyer, 2003). 2.1.3.2 Stigmabewustzijn en verwachting van hmnegativiteit Terwijl geïnternaliseerd stigma betrekking heeft p de negatieve en steretype beelden die hlebi s p zichzelf en p andere hlebi s tepassen, gaat stigmabewustzijn ver de verwachtingen van hlebi s m p een steretype manier bekeken en behandeld te wrden (Dewaele, Vincke, Van Hutte, & Cx, 2008; Pinel, 1999). De verwachting m p een steretype manier bekeken te wrden, gaat hand in hand met de verwachting m zelf nderwerp te wrden van hmnegatieve reacties. Zdende wrdt een subjectief gevel van bedreiging gecreëerd (Herek, 2009). He meer men verwacht gestigmatiseerd te wrden dr anderen, he meer nd men velt m te anticiperen p dergelijke verwachtingen (Vincke et al., 2006). Stigmabewustzijn brengt daarm een zekere waakzaamheid f terughudendheid met zich mee. Hlebi s met een hg stigmabewustzijn zullen zich meer zrgen maken ver he zij verkmen p anderen (Pinel, 1999) en zullen vaker hun gedrag aanpassen m mgelijke negatieve berdelingen en situaties te vermijden (Dewaele & Van Hutte, 2010; Herek, 2007; Herek et al., 2007; Pinel & Paulin, 2005). Ongeacht f het stigmabewustzijn gerechtvaardigd is f niet, het zal mee vrm geven aan tekmstige ervaringen en kansen dr de gedragsaanpassingen die het met zich meebrengt (Pinel, 1999). 2.1.3.3 Effectieve ervaringen van negativiteit, vijandigheid en agressie Zwel geïnternaliseerde hmnegativiteit als stigmabewustzijn zijn interne stressren (DiPlacid, 1998; Meyer, 1995, 2003). Ze kunnen zich vrden znder dat het individu in kwestie effectief gecnfrnteerd werd met hmnegatieve gebeurtenissen. Tch is het nderscheid tussen interne en externe stressren niet altijd duidelijk, mdat deze interne stressren wel aangewakkerd kunnen wrden dr bjectieve hmnegatieve ervaringen. De meest externe en expliciete brnnen van minderheidsstress die hlebi s kunnen ervaren zijn verwerping, discriminatie en agressie mwille van hun seksuele riëntatie (Meyer, 1995). Uit Vlaams hlebi-nderzek kmt bijvrbeeld naar vr dat hlebi-jngeren vaker uitgeschlden 11

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) f belachelijk gemaakt wrden dan heter-jngeren (Dewaele et al., 2008). Uit de Zzzip@wrk studie (Vincke, Dewaele, Vanden Berghe, & Cx, 2008) blijkt dat hmnegatieve ervaringen zich k vrden p de werkvler. Ongeveer 9% van de deelnemende Nederlandstalige hlebi s geeft aan ntslagen geweest te zijn mwille van zijn f haar seksuele riëntatie. Z n 12% van de respndenten (zwel Nederlands- als Franstalig, rapprteert expliciete hmfbie ervaren te hebben p de werkvler (Vincke et al., 2008). 2.1.3.4 Link tussen de minderheidsstressren Meyer (1995) ziet de drie minderheidsstressren geïnternaliseerde hmnegativiteit, stigmabewustzijn en stigma-ervaringen als drie aparte cnstructen. Hij rapprteert een matige crrelatie tussen stigmabewustzijn en geïnternaliseerde hmnegativiteit. Maar effectieve gebeurtenissen van vrrdeel blijken niet geasscieerd te zijn met geïnternaliseerde hmnegativiteit en stigmabewustzijn (Meyer, 1995). Tch wrdt in andere studies beslten dat de verschillende minderheidsstressren wel degelijk nderling verbnden zijn. Garnets en cllega s (Garnets, Herek, & Levy, 1990) stellen bijvrbeeld dat de ervaring van antihmseksueel geweld gerelateerd is aan verhgd geïnternaliseerd stigma. Dr deze geweldsincidenten wrdt hlebiseksualiteit ervaren als een brn van pijn en straf, eerder dan van intimiteit en liefde. Het afwijzen van de eigen hlebiseksuele kenmerken, geïnternaliseerde hmnegativiteit, kan daardr verschijnen f sterker p de vrgrnd treden (Garnets et al., 1990; Pilkingtn & D Augelli, 1995). In recent Vlaams nderzek werd een dergelijke relatie tussen een brede waaier aan discriminatie-ervaringen en geïnternaliseerde hmnegativiteit niet teruggevnden. Daarentegen werd wel een psitief verband tussen discriminatie en stigmabewustzijn vastgesteld (Versmissen et al., 2011). Ok Pinel (1999) stelt dat de ervaring van discriminatie en vrrdeel gerelateerd is hger stigmabewustzijn. Enerzijds zrgen effectieve ervaringen met discriminatie en vrrdeel ervr dat stigmabewustzijn teneemt (Pinel, 1999). Anderzijds kan verhgd stigmabewustzijn erte leiden dat men bepaalde uitingen f gedragingen gemakkelijker als vrrdeel f stigma zal bestempelen (Dewaele & Van Hutte, 2010). 2.1.4 SAMENGEVAT: HOLEBI S EN HUN SOCIALE OMGEVING Zals hierbven beschreven werd, is de zichtbaarheid en de maatschappelijke acceptatie van hlebi s er de laatste jaren met rasse schreden p vruit gegaan. Desndanks wrden heterseksuele relaties ng steeds als de nrm beschuwd. Hlebiseksualiteit wrdt eerder getlereerd dan werkelijk aanvaard. Mensen zien hlebiseksualiteit als iets dat bewaard dient te wrden vr de privésfeer. Uiterlijke tekenen van hlebiseksualiteit wrden veel minder getlereerd. Dergelijk maatschappelijk klimaat kan stress teweeg brengen bij hlebi s. Meyer (1995, 2003) beschrijft drie minderheidsstressren in zijn mdel; geïnternaliseerde hmnegativiteit, stigmabewustzijn en effectieve ervaringen van discriminatie en vrrdeel. Het is vral p de laatste minderheidsstressr dat wij ns willen teleggen in dit nderzek, namelijk p hmnegativiteit in zijn meest expliciete vrm. Het del is m een beeld schetsen van antihmseksueel geweld in Vlaanderen. Alvrens het nderzeksveld te betreden, werd de bestaande nderzeksliteratuur ver geweld tegenver hlebi s drgenmen. In het vlgend hfdstuk wrdt hiervan een verzicht gegeven. 12

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 2.2 ANTIHOMOSEKSUEEL GEWELD 2.2.1 VORMEN VAN ANTIHOMOSEKSUEEL GEWELD In deze studie zal de nadruk liggen p (1) verbaal geweld, in de vrm van beledigingen, verwijten, en bedreigingen, (2) fysiek geweld, (3) materieel geweld, zals diefstal f beschadiging van eigendm, en (4) seksueel geweld (zie bijvrbeeld Buijs et al., 2009; Pelman & Smits, 2007 vr mgelijke indelingen van geweld). Deze vrmen van geweld waren slechts zelden het nderwerp van Vlaams hlebi-nderzek (Pelman & Smits, 2007). Het is belangrijk m p te merken dat nze aandacht uitgaat naar agressie en geweld die gericht zijn tegen de (vermeende) seksuele vrkeur van het slachtffer. Er werd daarm gekzen vr de benaming hlebigeweld f antihmseksueel geweld. Deze tweede term det mgelijks tekrt aan de biseksuele individuen die slachtffer wrden van agressie tegenver hun seksuele vrkeur (zie bijvrbeeld Ochs, 1996). Anderzijds blijkt dat heter s vaak geen nderscheid maken tussen biseksuele en exclusief hmseksuele individuen (Weinberg, Williams, & Pryr, 1994). Hieruit kan wrden afgeleid dat vijandigheid tegenver biseksuelen vaak zijn grndslag kent in hmnegativiteit, waardr het gebruik van de term antihmseksueel geweld gelegitimeerd wrdt. Uit het nderzek van Herek, Gillis en Cgan (1999) blijkt duidelijk dat antihmseksueel geweld een grter psychlgisch trauma creëert dan gelijkaardige gewelddadige incidenten die niet gericht zijn tegen iemands seksuele riëntatie. Bvendien is de draagwijdte van antihmseksuele agressie k veel grter. Slachtffers wrden immers geselecteerd p basis van hun grepslidmaatschap. Hierdr is het incident niet luter gericht tegen de identiteit van het slachtffer zelf, maar tegenver de hele hlebi-gemeenschap. Antihmseksuele agressie met daarm gezien wrden als een waarschuwing vr alle biseksuele, lesbische en hmseksuele persnen m binnen de cultureel geaccepteerde grenzen te blijven (Herek, Cgan, & Gillis, 2002; Herek et al., 1999). 2.2.2 KANTTEKENINGEN In Vlaanderen is, zals gezegd, ng maar weinig nderzek gedaan naar antihmseksueel geweld, waardr er niet veel geweten is ver het vrkmen ervan, de cntext waarin het plaatsvindt en de achtergrnd van dader en slachtffer. Het belangrijkste nderzek ter zake is dat van Pelman en Smits (2007). Dit nderzek werd echter afgenmen in Brussel stad, een gegrafisch specifieke lcatie. Ok uit het meer grtschalige Zzzip² survey-nderzek bij Vlaamse hlebi s kunnen een beperkt aantal gegevens afgeleid wrden met betrekking tt frequentie van antihmseksuele agressie en het daderprfiel (Versmissen et al., 2011). Hewel veel nderzek naar antihmseksueel geweld in de VS werd geverd, prberen wij zveel mgelijk gebruik te maken van Eurpese studies m een beeld te schetsen van de prevalentie en de achtergrnd van antihmseksueel geweld. Het is echter meilijk m een eenduidige beschrijving te geven van antihmseksuele agressie ver verschillende nderzeken heen, mwille van sterk verschillende steekprefdesigns en de specifieke peratinalisatie van geweld in elke studie. Met betrekking tt de steekprefdesigns dient een nderscheid gemaakt te wrden tussen dader- en slachtfferbevraging. Bvendien 13

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) dient enquête-nderzek nderscheiden te wrden van kwalitatieve bevraging en analyse van plitiegegevens. Daarenbven wrdt in smmige nderzeken extra aandacht besteed aan het rekruteren van effectieve slachtffers, terwijl dit in andere nderzeken niet het geval is, waardr deze laatste dus meer hlebi s mvatten die geen slachtffer werden van antihmseksueel geweld. Ok de peratinalisatie van geweld is zeer specifiek drheen verschillende studies. Z verschillen de categrieën waarin de types van geweld wrden nderverdeeld, alsk de duur van de tijdsperide die in acht genmen wrdt. In smmige nderzeken wrdt uitgegaan van ervaren geweld ver de vlledige levenslp heen, terwijl in andere nderzeken gepeild wrdt naar geweld dat men gedurende de laatste maanden f jaren ervaren heeft. Hieruit blijkt dat het meilijk is m vergelijkingen te maken ver verschillende nderzeken heen. Indien het ndig geacht wrdt, zal extra infrmatie met betrekking tt de methdlgie van een aangehaalde studie in de vetnt wrden weergegeven. 2.2.3 PREVALENTIE VAN ANTIHOMOSEKSUELE AGRESSIE Wat duidelijk naar vr kmt uit alle geraadpleegde nderzeksrapprten is dat de prevalentie van antihmseksueel geweld lager is naarmate de incidenten meer fysiek en materieel van aard zijn (ngeacht de tijdsperide die in acht genmen wrdt). Cncreet betekent dit dat verbale agressie het vaakst wrdt gerapprteerd, gevlgd dr bedreiging en beschadiging f diefstal van eigendm. Fysiek en seksueel geweld kmen het minst vaak vr (Pelman & Smits, 2007; Schuyf, 2009; van San & de Bm, 2006; Versmissen et al., 2011). De precieze prevalenties van agressie die naar vr kmen in nderzek zijn sterk afhankelijk van het steekprefntwerp en de peratinalisatie van geweld, maar tch kunnen hier enkele vrzichtige cijfers meegegeven wrden. De helft tt 70% van de hlebi s geeft aan verbale agressie ervaren te hebben (Pelman & Smits, 2007; Schuyf, 2009; van San & de Bm, 2006) 1. Bedreiging wrdt gemeld dr 20% tt 25% van de hlebi s, terwijl fysieke agressie vrkmt bij ngeveer één p de tien respndenten (Pelman & Smits, 2007; Schuyf, 2009). Vr diefstal en beschadiging van eigendm wrden weinig cijfers teruggevnden, maar in het nderzek van Pelman en Smits (2007) wrdt deze vrm van geweld gerapprteerd dr 9% van de respndenten. Schuyf (2009) besluit dat het aantal hlebi s die gedurende hun leven, in de laatste drie tt vijf jaar f in het laatste jaar slachtffer werden van één f andere vrm van antihmseksuele agressie min f meer gelijk is drheen verschillende Eurpese landen. Ruw genmen liggen deze percentages p respectievelijk 70%, 25% en 12%-15% (Schuyf, 2009). 1 Pelman & Smits (2007): nderzek naar agressie tegenver hlebi s in Brussel stad. De fcus bij rekrutering ligt vrnamelijk p effectieve slachtffers van geweld. Het gaat hier ver ervaren agressie sinds 1 januari 2005. Het nderzek vnd plaats in 2006, gedurende de maanden augustus en september. Schuyf (2009): meta-studie van nderzek in vier Eurpese landen, namelijk Nederland, België, Engeland en Duitsland. De resultaten die hier wrden weergegeven zijn afkmstig uit een meta-analyse van slachtfferenquêtes. Van San & de Bm (2006): nderzek naar antihmseksuele agressie in Nederland. Hier wrden hlebi s bevraagd ver hun ervaring met geweld gedurende de vlledige levenslp. 14

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 2.2.4 SLACHTOFFERS EN DADERS In internatinale literatuur werd aanvankelijk vral uitgegaan van een stranger danger mdel m de cntext van antihmseksueel geweld te duiden. Dit mdel gaat er van uit dat geweld tegenver hlebi s hfdzakelijk plaatsvindt p straat, met grepjes van nbekende jngemannen als agressrs. Maar deze visie diende naderhand genuanceerd te wrden. Agressie en geweld kunnen niet uitsluitend binnen dergelijke cntext en dit beperkte daderprfiel gevat wrden (Berrill, 1992; Herek et al., 2002). Dat blijkt k uit het Belgisch en Nederlands nderzek dat hier gepresenteerd wrdt. Het is belangrijk m p te merken dat er ng maar bitter weinig nderzek is geverd dat het standpunt van de dader van antihmseksueel geweld als uitgangspunt neemt. Dit impliceert dat de bevindingen die hiernder gerapprteerd wrden vrnamelijk betrekking hebben p de incidenten en ervaringen die slachtffers rapprteren f die naar vr kmen uit plitiestatistieken. 2.4.2.1 Slachtfferprfiel Een eerste pvallende bevinding is dat hmseksuele jngeren vaker dan biseksuele jngeren rapprteren iets negatiefs meegemaakt te hebben (Van Bergen & van Lisdnck, 2010) 2. Ok uit het nderzek van Schnacker, Dumn en Luckx (2009) bij Vlaamse biseksuele en lesbische meisjes kmt naar vr dat biseksuele meisjes minder vaak het slachtffer werden van verbale discriminatie en pesterijen. Deze bevindingen zijn waarschijnlijk niet te wijten aan een meer psitieve maatschappelijke acceptatie van biseksualiteit in vergelijking met hmseksualiteit, gezien een aantal studies uitwijzen dat de aanvaarding van biseksualiteit juist lager is (Herek, 2009). Een mgelijke verklaring kan wrden gevnden in de lagere zichtbaarheid van biseksuele jngeren en vlwassenen (Herek, 2009). Deze verminderde zichtbaarheid is vral aan de rde wanneer biseksuele persnen een heterseksuele relatie aangaan (Van Bergen & van Lisdnck, 2010). Ervaringen met antihmseksuele agressie verschillen eveneens tussen hlebiseksuele mannen en vruwen. Hier gaat het echter niet zzeer ver de frequentie waarmee men dergelijke incidenten meemaakt. Het lijkt eerder z te zijn dat mannen en vruwen met andere incidenten gecnfrnteerd wrden (Schuyf, 2009). Z wrden lesbische vruwen relatief vaker dan hmseksuele mannen slachtffer van verbale agressie, terwijl mannen meer gecnfrnteerd wrden met vergaande bedreiging en fysieke aanvallen (Pelman & Smits, 2007; van San & de Bm, 2006). Slachtffer en dader van antihmseksuele agressie zijn vaak bekenden van elkaar. Uit het nderzek van Schuyf en Felten (2011) naar geweld tegenver lesbische en biseksuele vruwen kmt naar vr dat dader en slachtffer in één derde van de gevallen bekenden zijn van elkaar. De mate van bekendheid varieert met het delict (Schuyf, 2009). In het geval van pesterijen en 2 Van Bergen en van Lisdnck (2010) gaan uit van de negatieve ervaringen die de respndenten reeds pgedaan hebben. Deze negatieve ervaringen mvatten pesterijen, pmerkingen, rddelen, negeren, bedreigingen, chanteren, vechten en ngewenste seks. Maar de ervaringen van hm- en biseksuele jngens en meisjes wrden niet apart gepresenteerd naar deze verschillende vrmen van agressie. 15

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) verbale agressie zijn slachtffer en dader vaker bekenden van elkaar. Daders zijn dan cllega s van het werk, kennissen f buren. Naarmate het geweld meer fysieke f materiële vrmen aanneemt, zijn de daders relatief vaker nbekenden (Schuyf, 2009; van San & de Bm, 2006). Bekendheid van de daders varieert met de cntext waarin het geweld plaatsvindt. Uit de bestaande cijfers blijkt dat een grt deel van de antihmseksuele incidenten zich vrden in de buurt van uitgaansgelegenheden en ntmetingsplaatsen vr hlebi s, het penbaar verver en p straat (Buijs et al., 2009). De daders die in deze cntexten pereren, zullen eerder nbekenden zijn vr hun slachtffers. Maar k in de buurt van de eigen wn- en werkmgeving wrden verschillende incidenten gemeld (Schuyf, 2009). Agressie die gelinkt is aan de wn- f werkmgeving reduceert het gevel van veiligheid in de private sfeer (Grdn & Meyer, 2007). Zals hierbven reeds pgemerkt werd, neemt het meeste nderzek naar antihmseksueel geweld het standpunt van de slachtffers als uitgangspunt. Cncreet betekent dit dat enkel deze incidenten bestudeerd wrden die de slachtffers zélf teschrijven aan hun seksuele riëntatie. Het is daarm interessant m na te gaan welke signalen slachtffers registreren m het ervaren incident als antihmseksueel te classificeren (Herek et al., 2002). Uit het nderzek van Pelman en Smits (2007) kmen twee belangrijke redenen naar vr die slachtffers aanhalen. Het belangrijkste signaal, vr alle vrmen van agressie, is het taalgebruik dat de daders hanteren. Een tweede reden die veelvuldig aangehaald wrdt, is de zichtbaarheid van hlebiseksualiteit. Dit kan bijvrbeeld het geval zijn wanneer men in de hlebi-buurt wrdt waargenmen, wanneer men zich vertnt met zijn f haar partner, dr de eigen kleding-/haarstijl f deze van iemand anders uit het gezelschap (zie bijvrbeeld k (Herek et al., 2002; Herek, Gillis, & Cgan, 1997; Herek et al., 1999; Schuyf, 2009). 2.4.2.2 Daderprfiel Uit alle geraadpleegde nderzeksrapprten kmt naar vr dat bij de meeste incidenten meer dan één dader betrkken is (Buijs et al., 2009; Pelman & Smits, 2007; van San & de Bm, 2006) 3. Pelman en Smits (2007) vinden bijvrbeeld dat er bij ngeveer de helft van alle gerapprteerde incidenten drie f meer daders betrkken zijn, ngeacht de precieze vrm van geweld (exclusief seksuele agressie). Afhankelijk van het specifieke nderzeksdesign wrdt gecncludeerd dat ruim driekwart, ngeveer 90% tt meer dan 95% van de daders mannen zijn (in respectievelijke vlgrde: van San & De Bm, 2006; Pelman & Smits, 2007; Buijs, et al., 2009). Agressie vanwege vruwen zu eerder gericht zijn tegen vruwelijke slachtffers (Herek et al., 2002). Vruwelijke daders lijken bvendien vaker betrkken te zijn bij pesterijen en verbaal geweld (Franklin, 2000). Dus wanneer er in nderzek meer nadruk wrdt gelegd p fysieke en materiële vrmen van geweld zullen k hgere percentages van mannelijke tegenver vruwelijke daders wrden 3 Het beleidsrapprt van Buijs, Hekma en Duyvendak (2009) mvat vier afznderlijke studies. De resultaten die hier aangehaald wrden hebben betrekking p hun analyse van de Amsterdamse plitiegegevens van 2007. Deze plitiestatistieken mvatten relatief meer fysieke en materiële antihmseksuele misdrijven. 16

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) teruggevnden. Uit nderzek naar attitudes tegenver hlebi s blijkt dat heterseksuele mannen er meer negatieve attitudes tegenver seksuele minderheden p nahuden (Herek, 2002a, 2002b). Dit kan ten dele verklaren waarm mannen vaker verantwrdelijk zijn vr antihmseksuele incidenten. De typische dader van antihmseksuele agressie is jnger dan 30 jaar. Glbaal gezien is deze leeftijdscategrie verantwrdelijk vr 50% tt 60% van allerlei vrmen van antihmseksuele incidenten (Schuyf, 2009; van San & de Bm, 2006; Versmissen et al., 2011). De jngste dadercategrie, jnger dan 18 jaar, lijkt relatief vaker verantwrdelijk te zijn vr bedreiging f fysieke agressie (Buijs et al., 2009; Pelman & Smits, 2007). Daders die 30 jaar f uder zijn, maken zich relatief vaker schuldig aan verbale agressie en pesterijen, die vrnamelijk in de werksfeer f in de cntext van een burenruzie plaatsvinden (Buijs et al., 2009). Het is niet eenvudig m een duidelijk beeld te schetsen van de etniciteit van de dader(grep). Dit wrdt bemeilijkt drdat slachtffers niet altijd rechtstreeks gecnfrnteerd wrden met de daders (bijvrbeeld in het geval van vandalisme) en drdat etniciteit niet altijd uiterlijk waarneembaar is (vr slachtfferenquêtes) f uit de naam van de daders af te leiden valt (plitiegegevens). Statistieken meten dus met de ndige vrzichtigheid behandeld wrden. Uit Nederlands nderzek (Buijs et al., 2009; van San & de Bm, 2006) kmt naar vr dat pesterijen en verbale agressie vrnamelijk te te schrijven zijn aan daders met een Nederlands uiterlijk. Daders met een buitenlands uiterlijk zijn daarentegen ververtegenwrdigd als daders van bedreiging en mishandeling. Oververtegenwrdigd betekent niet z zeer dat zij verantwrdelijk zijn vr een grtere prprtie van de geweldsdelicten dan daders met een Nederlands uiterlijk. Dit hudt echter wel in dat zij vaker betrkken zijn bij antihmseksuele geweldsincidenten in verhuding tt het aandeel dat ze innemen in de Nederlandse bevlking (Buijs et al., 2009; Schuyf & Felten, 2011; van San & de Bm, 2006). Hewel er niet altijd een duidelijke link te vinden is tussen de sciaalecnmische achtergrnd en het plegen van antihmseksueel geweld wrdt er k evidentie gevnden die in deze richting wijst. Buijs, Hekma en Duyvendak (2009) vertrkken in hun nderzek vanuit gegevens van de Amsterdamse plitie, die aangevuld werden dr interviews met daders van antihmseksuele agressie. Uit deze studie kwam naar vr dat de daders vaak laag pgeleid en werkls zijn, en in een risicvlle thuissituatie verkeren. Dit is wat Franklin (1998) mschrijft als scial pwerlessness. Antihmseksuele agressie wrdt dr deze sciaal machtelzen gehanteerd als een strategie m aan de gendernrmen van mannelijke hegemnie te vlden, wanneer deze niet p een legale manier ingelst kunnen wrden (Buijs et al., 2009; Franklin, 1998). 2.2.5 AANGIFTEBEREIDHEID In het jaarverslag 2010 van het Centrum vr Gelijkheid van Kansen en vr Racismebestrijding (CGKR, 2011) wrden cijfers gepresenteerd inzake de antihmseksuele misdrijven die aanhangig gemaakt werden bij de plitie en het parket. De plitiediensten registreerden gedurende het eerste semester van 2010 slechts 45 hmfbe incidenten vr België in zijn geheel. Bij de parketten werden in hetzelfde jaar slechts vier zaken van hmseksueel geweld ingediend. Ok het Centrum zelf ntvangt bitter weinig meldingen van antihmseksueel geweld (CGKR, 2011). Deze cijfers zijn z laag dat ze weinig betruwbaar lijken vr het 17

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) schetsen van de prevalentie van antihmseksueel geweld in België en zijn eerder een indicatie van de lage aangiftebereidheid bij slachtffers van antihmseksuele incidenten. Uit eerder nderzek blijkt dat er vral bijznder weinig aangifte wrdt gedaan van verbale agressie en bedreiging. Wanneer het gaat ver vandalisme f fysieke agressie neemt het aantal slachtffers dat aangifte det te tt 30% à 60% (Pelman & Smits, 2007; van San & de Bm, 2006). Er werd eveneens gevraagd naar de redenen waarm mensen geen aangifte den. Vr verbaal geweld acht men de feiten vaak niet ernstig geneg, men gaat er van uit dat dergelijke vrm van agressie niet strafbaar is (Pelman & Smits, 2007; van San & de Bm, 2006). Ok een zekere berusting is hier aan de rde (CGKR, 2011). Meer algemeen twijfelt men aan de cmpetentie van de plitie f is men terughudend m aangifte te den, mdat men niet bekend wil staan als hmseksueel (Schuyf, 2009). Bij fysiek geweld is men ervan vertuigd dat de plitie er niks aan kan den (Pelman & Smits, 2007; van San & de Bm, 2006). Er wrdt in nderzek maar zelden gevraagd naar de redenen waarm mensen wél aangifte den van antihmseksuele agressie (van San & de Bm, 2006). Uit het nderzek van Pelman en Smits (2007) kmt duidelijk naar vr dat slachtffers vral aangifte den vlak na de feiten, wanneer ze ng heel kwaad zijn. Zij willen vral dat de daders gestraft wrden en willen vermijden dat anderen hetzelfde meemaken, f ze den aangifte mdat ze een fficieel bewijs willen van wat er gebeurd is f mdat zij erkenning willen. 2.2.6 SAMENGEVAT: ANTIHOMOSEKSUEEL GEWELD De prevalentie van antihmseksueel geweld is lager naarmate de incidenten een meer fysieke f materiële vrm aannemen. De daders variëren met de cntext waarin het geweld plaatsvindt en de vrm van antihmseksuele agressie die gehanteerd wrdt. Glbaal genmen zullen fysiek geweld en bedreiging eerder uitgeverd wrden dr nbekenden in de publieke sfeer. Pesterijen en verbale agressie zullen daarentegen relatief vaker ervaren wrden in de eigen wn- en werkmgeving, en dader en slachtffer zullen eerder bekenden zijn van elkaar. De aangiftebereidheid is dr de band genmen zeer laag, al neemt deze te wanneer naarmate geweld een meer fysieke en materiële vrm aanneemt. 2.3 MOTIEVEN VAN DADERS Het is mgelijk m een daderprfiel p te stellen p basis van de rapprtering van slachtffers van antihmseksueel geweld. Maar wanneer we inzicht willen verwerven in de mtieven van de daders is het ndig m hen zelf aan het wrd te laten. Zals hiervr reeds pgemerkt werd, is er echter niet zveel nderzek dat het standpunt van de daders van antihmseksueel geweld expliciet als uitgangspunt neemt, mdat dit een uiterst meilijk te lkaliseren en te bereiken nderzeksppulatie betreft. De weinige nderzeken ter zake fcussen vral p fysiek geweld dat uitgeverd wrdt p straat f in het penbaar dr grepjes van mannelijke adlescenten die nbekenden zijn vr het slachtffer. De mtieven die hiernder aangehaald wrden, zijn van belang p individueel en situatineel niveau (Buijs, Hekma, & Duyvendak, 2011). Ze vertegenwrdigen de trigger, de directe aanspring vr een individu m ver te gaan tt gewelddadig en agressief gedrag. Deze factren dienen begrepen te wrden binnen het bredere heternrmatieve kader (Buijs et al., 2011; Parrtt, 2008). 18

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 2.3.1 HAAT TEGENOVER HOLEBI S? Uit de beschikbare studies kmt een pmerkelijke vaststelling naar vr. Daders van antihmseksueel geweld handelen niet altijd uit een diepgaande haat tegenver hlebi s (Buijs et al., 2009; Buijs et al., 2011; Cmstck, 1991; Franklin, 1998; Herek, 1992; Weissman, 1992). Zij wijzen hmseksualiteit niet p alle frnten af, maar schrikken er niet vr terug m allerlei vrmen van geweld te gebruiken wanneer hmseksualiteit te zichtbaar is f te dichtbij kmt (Buijs et al., 2009). Antihmseksueel geweld is een uiterst cmplex fenmeen dat meerdere, met elkaar interagerende rzaken kent. Het is dus niet mgelijk m één duidelijke reden te geven vr het ntstaan en bestaan van antihmseksueel geweld (Willis, 2004). Hiernder wrden echter enkele factren besprken die er mee vr kunnen zrgen dat een situatie ntaardt in geweld. De hfdrzaak van afkeer tegenver hlebiseksualiteit ligt in de pvattingen en emties met betrekking tt gender(nn)cnfrmiteit en seksualiteit. Uit nderzek blijkt dat deze afkeer van hmseksualiteit in haar publieke, vruwelijke en seksuele vrmen de belangrijkste vedingsbdem is van antihmseksueel geweld (Buijs et al., 2009). Verder speelt k de grepsdruk waaraan de jnge daders nderwrpen zijn een bepalende rl in het vergaan tt geweld, net zals de drang naar sensatie m te ntsnappen aan verveling. 2.3.2 GENDER(NON)CONFORMITEIT EN ZICHTBAARHEID VAN SEKSUALITEIT Heterseksualiteit wrdt idelgisch gelijkgesteld aan nrmale mannelijkheid en vruwelijkheid, terwijl hmseksualiteit wrdt gelijkgesteld met het verschrijden van gendernrmen (Grdn & Meyer, 2007; Herek, 1992; Herek, 2002a). Mannelijke hm s wrden dr heterjngeren gezien als vruwelijk en verwijfd. In de berdeling van lesbiennes spelen dergelijke gendersteretypes k een rl, maar het beeld is meer diffuus (Buijs et al., 2009; Dewaele, 2009). Uit nderzeksgegevens blijkt dat effectief meer gendernncnfrmiteit wrdt gebserveerd in het gedrag, de vrkeuren en de uiterlijke kenmerken van hlebi s in vergelijking met heterseksuele individuen (Ambady, Hallahan, & Cnner, 1999; Bailey & Zucker, 1995; Lippa, 2002; Skidmre, Linsenmeier, & Bailey, 2006). Tch bestaat er geen inherente verbinding tussen seksuele riëntatie en gendernncnfrmiteit. De relatie tussen gendernncnfrmiteit en seksuele riëntatie is geen één p één relatie, maar is cmplex en wrdt ng niet ten vlle begrepen (Bailey & Zucker, 1995; Herek, 1992; Sandfrt, 2005; Skidmre et al., 2006). Vrrdeel en vijandigheid tegenver gendernncnfrmiteit zijn echter meilijk te nderscheiden van vijandigheid tegenver hmseksualiteit (Herek, 2004). Het zijn immers net deze penlijke vruwelijke kenmerken bij mannelijke hm s die afkeer teweeg brengen en die een belangrijke rl spelen in het tt stand kmen van antihmseksuele agressie (Buijs et al., 2009). Wanneer een genderrl aangenmen wrdt die vlgens de maatschappelijke nrm enkel past bij het andere geslacht f wanneer hmseksualiteit te zichtbaar wrdt, bijvrbeeld dr het waarnemen van intimiteit tussen partners van hetzelfde geslacht, bestaat de kans dat agressief gereageerd wrdt vanuit de heterseksuele mgeving (Buijs et al., 2009; D Augelli, Grssman, & Starks, 2006). Studies in zwel heterseksuele als hlebiseksuele ppulaties cncluderen dat gendernncnfrmiteit minder geaccepteerd wrdt dan lutere hlebiseksualiteit, en dat dit vral vr hmseksuele jngens f mannen geldt (Buijs et al., 2009; Buijs et al., 2011; Cx, Dewaele, & Vincke, 2010; Schnacker et al., 2009). Dr de tegenmen kans p 19

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) stigmatisering kunnen gendernncnfrme hlebi s bijgevlg (ng) meer psychlgische spanning ervaren dan gendercnfrme hlebi s (D Augelli et al., 2006; Skidmre et al., 2006). Daarnaast kan agressie k vrkmen in situaties waarin een man het gevel krijgt zelf in een afwijkende genderrl gedwngen te wrden, bijvrbeeld wanneer hij als heterseksueel de indruk heeft het lustbject te zijn van een hmseksuele man (Buijs et al., 2009). Dit gevel kan wrden pgewekt dr een blik die men tegewrpen krijgt f een aanraking dr een hmseksueel persn (Van der Meer, 2003). Wanneer men het idee heeft een lustbject te zijn, betekent dit een schending van de eigen (mannelijke) status en dit kan enkel gecunterd wrden dr een nmiddellijke agressieve reactie (Van der Meer, 2003). Deze reactie wrdt dr Franklin (2000) mschreven als zelfverdediging. Geweld wrdt dan dr de daders mschreven als een legitiem antwrd p seksuele agressie en flirtgedrag vanwege mannelijke hm s (Franklin, 2000). 2.3.3 GROEPSDYNAMIEK Zals hierbven reeds vermeld werd, zijn bij het merendeel van de antihmseksuele incidenten meerdere daders betrkken. Hewel hmnegatieve pvattingen meestal wel mee aan de basis liggen van dit geweld, is in enkele gevallen de grepsdruk z grt dat dit de hfdreden blijkt te zijn (Buijs et al., 2009). Het aspect van de grep en de bijhrende grepsdruk speelt een bepalende rl in het hanteren van antihmseksueel geweld. Jnge adlescenten hebben het meilijk m weerstand te bieden aan hun vriendengrep, k wanneer het gaat m gedrag waarmee zij mgelijks schade tebrengen aan derden, zals in het geval van verbaal en fysiek geweld tegenver hlebi s. Daders bij wie het aspect grepsdruk van drslaggevend belang was in hun antihmseksueel gedrag, verklaren achteraf sms dat ze mrele twijfels hadden (Van der Meer, 2003). Deze jngens geven aan dat ze zich liever wilden terugtrekken van het geweld, maar dat zij dit niet durfden tnen aan hun vrienden. Zij gaven aan dat ze bang waren uitgelachen en verstten te wrden dr de grep (McDevitt, Levin, & Bennett, 2002; Van der Meer, 2003). Daarnaast blijkt het deelnemen aan gewelddadig gedrag een uitstekende manier m status en prestige binnen de grep te verwerven en m de eigen mannelijkheid en heterseksualiteit aan te tnen (Franklin, 2000, 2004; Harry, 1992; Parrtt, 2008; Van der Meer, 2003). Jngens nder elkaar medigen hmnegatief gedrag aan mdat het de grenzen van hun mannelijkheid verstevigt (Dewaele, 2009). Z vrkmen zij zelf gezien te wrden als hm, wat vr hen gelijk staat aan zwak en vruwelijk (Buijs et al., 2009). Mannelijkheid is van grt belang in deze grepsprcessen, de grepsdynamische verklaring van antihmseksueel geweld is dus per definitie nauw verbnden met vrgaande therieën ver gender en seksualiteit (Buijs et al., 2009). 2.3.4 OP ZOEK NAAR SENSATIE Een deel van de daders van antihmseksueel geweld stelt dit gedrag enkel m verveling te drbreken en vr de pwinding die ermee gepaard gaat. Deze daders zien hun daden als grappig f amusant en minimaliseren de schade die ze verrzaakt hebben (Franklin, 1998, 2000; Parrtt, 2008). Hlebi s wrden dr hen als gemakkelijke slachtffers beschuwd, net mwille van de gendernncnfrmiteit die hen tegeschreven wrdt. Dr hun vruwelijke kenmerken wrden mannelijke hm s gezien als bang, zwak en laf. Zij verweren zich amper, 20

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) vechten niet terug, ze vluchten nmiddellijk weg en verdedigen elkaar nit (Buijs et al., 2009; Van der Meer, 2003). Om deze reden wrden hm s sms expliciet uitgekzen dr daders die enkel de intentie hebben m verveling tegen te gaan f er luter p uit zijn m iemand te berven (Van De Ven, 1995; Van der Meer, 2003). Het slachtffer wrdt hier dus eveneens geselecteerd p basis van zijn f haar seksuele riëntatie, maar het geweld staat ls van een persnlijk vrrdeel. Het idee een gemakkelijk slachtffer te kunnen vervallen is hier drslaggevend (Buijs et al., 2009; Herek, 1992). Tch dient pgemerkt te wrden dat daders die p zek zijn naar sensatie en prikkels, niet enkel seksuele minderheden treffen. Het antihmseksueel geweld dat zij stellen maakt deel uit van een algemeen patrn van geweld en delinquent gedrag dat gericht is tegenver andere minderheden en de samenleving in het algemeen (Franklin, 2000; Parrtt, 2008). 2.3.5 SAMENGEVAT: MOTIEVEN VAN DADERS Antihmseksueel geweld wrdt dus niet steeds ingegeven dr een diepgaande haat tegenver hlebi s (Buijs et al., 2009; Cmstck, 1991; Franklin, 1998; Herek, 1992; Weissman, 1992). Nch kent het één cncrete nderliggende rzaak. Gepercipieerd nrmverschrijdend gedrag en grepsdruk zijn echter de meest drslaggevende factren in het vergaan tt antihmseksueel geweld. Het is z dat leven in een heterseksistische samenleving strikte nrmen met betrekking tt adequaat gendergedrag en zichtbaarheid van seksualiteit impliceert. Wanneer deze nrmen geschnden wrden en hlebiseksualiteit te dichtbij kmt, kunnen agressie en geweld beschuwd wrden als een legitiem middel m de maatschappelijke grenzen pnieuw duidelijk te stellen. Druk m de eigen mannelijkheid en heterseksualiteit te bewijzen in de grep kan hierbij een versterkende factr zijn in het vergaan tt het gebruik van geweld. Daarnaast wrden hlebi s als gemakkelijke slachtffers gezien vr geweld dat vrkmt uit verveling, net mwille van de gendernncnfrmiteit die hen tegeschreven wrdt. Het dient pgemerkt te wrden dat geen van deze mtieven f verklaringen wederzijds exclusief zijn. Verschillende factren kunnen tegelijkertijd interageren (Parrtt, 2008). 2.4 GEVOLGEN VAN ANTIHOMOSEKSUEEL GEWELD Geweld dat gericht is tegen een bepaald kenmerk van een individu f tegen een specifieke grep van mensen heeft ernstiger gevlgen dan gelijkaardige geweldsincidenten waarbij men eerder tevallig als slachtffer uitgekzen wrdt (Herek et al., 1997, 1999; McDevitt, Balbni, Garcia, & Gu, 2001). Slachtffers van dergelijke gerichte geweldsdelicten ervaren ergere psychlgische gevlgen en vr een langere peride (McDevitt et al., 2001). Bvendien hebben zulke incidenten niet enkel een effect p het rechtstreekse slachtffer, maar p de hele gemeenschap tegen wie het geweld gericht was. De gemeenschap zal zich meer geïsleerd, kwetsbaar en nbeschermd gaan velen. De angst vr aanvallen in de tekmst neemt te binnen de gehele grep (Garnets et al., 1990; Hutsn, Anglin, Strattn, & Mre, 1997; Miller & Kaiser, 2001). Berichtgeving ver antihmseksueel geweld in de media zrgt bijvrbeeld vr een tename in nveiligheidsgevelens bij hlebi s die zelf geen slachtffer gewrden zijn (Keuzenkamp, Kiman, & van Lisdnck, 2012; Schuyf, 2009; Schuyf & Felten, 2011; van San & de Bm, 2006). 21

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Hiernder wrdt aandacht besteed aan de mentale gevlgen van antihmseksueel geweld die p de vrgrnd kunnen treden bij degenen die er slachtffer van gewrden zijn. Verder wrdt ingegaan p de mgelijke buffers en cpingstrategieën die gebruikt kunnen wrden m met antihmseksueel geweld m te gaan. 2.4.1 EMOTIONELE GEVOLGEN EN IMPACT OP DE GEZONDHEID De gevlgen die antihmseksueel geweld met zich meebrengt zijn afhankelijk van de aard van het geweld, de frequentie, de kenmerken van de dader en de kenmerken van het slachtffer (D Augelli, 1998). Het is niet altijd eenvudig m een nderscheid te maken naar de aard van antihmseksueel geweld in de beschikbare nderzeksliteratuur. Het is evenwel duidelijk dat k verbaal geweld en pesterijen kwalijke gevlgen kunnen hebben vr het mentaal welbevinden (D Augelli, Pilkingtn, & Hershberger, 2002; Huebner, Rebchk, & Kegeles, 2004; Savin-Williams, 1994; Willis, 2004). De kracht die beledigende wrden en bedreigingen in zich dragen mag dus niet nderschat wrden. Verbaal geweld herinnert aan het steeds aanwezige risic p een fysieke aanval. Beledigingen en bedreigingen versterken het gevel dat men als hlebi buiten de samenleving staat en een acceptabel delwit is vr pesterijen en geweld (Garnets et al., 1990). Zwel de ervaring van verbaal als van fysiek antihmseksueel geweld leidt tt een tename in nveiligheidsgevelens en een verhgde waakzaamheid (D Augelli et al., 2002; Garnets et al., 1990; Pilkingtn & D Augelli, 1995; Schuyf & Felten, 2011; Willis, 2008). Men gaat de wereld steeds meer beschuwen als bsaardig en weinig vrspelbaar (Garnets et al., 1990). Wanneer het incident zich afspeelde p een plaats waar het individu zich relatief veilig velde, wrdt de mgeving des te meer als nveilig beschuwd. De angst vr gelijkaardige incidenten in de tekmst laat de slachtffers niet ls. Zij rapprteren een hger bewustzijn van zichzelf, van anderen en van hun mgeving (Willis, 2008). De ervaring van verbaal en fysiek geweld kan er daarm te leiden dat hlebi s hun eigen gedrag gaan aanpassen m risicvlle situaties te vermijden (Garnets et al., 1990). Het mag duidelijk zijn dat de gevlgen van antihmseksueel slachtfferschap fysiek, psychlgisch, ernstig en langdurig kunnen zijn (Garnets et al., 1990). Het is interessant m na te gaan he slachtffers mgaan met de gebeurtenissen, welke factren hen kunnen helpen in hun herstellingsprces en welke strategieën zij kunnen aanwenden m hun ervaringen een plaats geven. 2.4.2 OMGAAN MET GEWELDSERVARINGEN Uit nderzeksresultaten van de laatste twee decennia kmt naar vr dat het ervaren van antihmseksueel geweld een zware lichamelijke en mentale tl kan eisen. Hlebi s die te maken krijgen met hmnegativiteit in zijn meest expliciete vrmen, hanteren tal van strategieën m hiermee m te gaan. De strategieën die het meest p de vrgrnd treden in de nderzeksliteratuur hebben betrekking p het aanpassen van het eigen gedrag en p het zeken naar sciale steun in de eigen mgeving. Deze cpingstrategieën vrmen de mediatren in de relatie tussen stressren en de negatieve gezndheidsuitkmsten (Meyer, Schwartz, & Frst, 2008; Pearlin, 1989). 22

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 3.2.2.1 Gedragsveranderingen Het zelf ervaren hebben van antihmseksueel geweld, evenals weet hebben van geweld dr bijvrbeeld mediaberichtgeving, kan ervr zrgen dat men vergaat tt practieve strategieën m slachtfferschap in de tekmst te vermijden (Herek et al., 2007; Schuyf & Felten, 2011). Dit kan men den dr bepaalde plaatsen en mensen te mijden die als risicvl wrden ingeschat, zals bijvrbeeld de hlebi-uitgangsbuurt f grepjes van mannelijke adlescenten (Miller & Kaiser, 2001; Pilkingtn & D Augelli, 1995; Schuyf & Felten, 2011). Bvendien kan men afzien van het hand in hand lpen met de partner en kan men prberen m zich meer te cnfrmeren aan de heersende gendernrmen (Schuyf & Felten, 2011). Dewaele (Dewaele & Van Hutte, 2010; Dewaele et al., 2008) heeft het ver zichtbaarheidsmanagement wanneer hij verwijst naar de strategie die men kan gebruiken m zichzelf als hlebi zichtbaar f juist nzichtbaar te maken in een verscheidenheid aan sciale situaties. Naarmate de mgeving als minder hlebivriendelijk ingeschat wrdt, kan men ervr kiezen m de zichtbaarheid van de eigen seksuele riëntatie in te perken (Dewaele & Van Hutte, 2010). Het managen van de eigen zichtbaarheid is een adaptieve strategie m flagrante uitingen van hmnegativiteit tegen te gaan. De kans dat men (pnieuw) delwit wrdt van geweld neemt af. Anderzijds betekent dit een inperking van de eigenheid, waardr men met interne stressren gecnfrnteerd kan wrden (Dewaele & Van Hutte, 2010; DiPlacid, 1998; Herek et al., 2007; Miller & Kaiser, 2001). Daarm is het niet vreemd dat niet alle slachtffers hun eigen gedrag als dusdanig gaan wijzigen. Uit het nderzek van Schuyf en Felten (2011) naar de ervaringen van lesbische en biseksuele vruwen met geweld, kmt naar vr dat een aantal slachtffers expliciet weigert m zich anders te gaan kleden f te gedragen. Zij willen niet bij de pakken blijven zitten f zich laten terugdringen in de privésfeer. Slachtfferschap kan dus k leiden tt strijdbaarheid. Deze vruwen benadrukken het belang van zichtbaarheid vr zichzelf en vr andere hlebi s (Schuyf & Felten, 2011). 3.2.2.2 Sciale steun Een tweede cpingstrategie die vaak gehanteerd wrdt, is het zeken naar betrkken anderen in de mgeving m ervaringen te kunnen delen, in een pging m steun te vinden (Chung, 2001). Huse (1981) stelt dat sciale steun vier gedragsvrmen kan aannemen: (1) emtinele steun in de vrm van liefde, zrg, vertruwen en het bieden van een luisterend r, (2) appraisal steun in de vrm van psitieve feedback f bevestiging, (3) instrumentele steun in de vrm van tastbare hulp en (4) infrmatinele steun in de vrm van advies f suggesties (Huse, 1981; in Mufiz-Plaza, Quinn, & Runds, 2002). Hieruit wrdt duidelijk dat sciale steun meerdere functies dient: slachtffers krijgen bijvrbeeld de mgelijkheid m hun emties te ventileren in een veilige mgeving, anderen kunnen plssingen f advies aanreiken f zrgen vr afleiding van de gebeurtenissen (Cmpas, Cnnr-Smith, Saltzman, Thmsen, & Wadswrth, 2001; Miller & Kaiser, 2001). Onderzek naar de tegang tt algemene sciale steun bij hlebi-jngeren tnt echter aan dat zij minder berep kunnen den p sciale steun uit hun mgeving in vergelijking met heterseksuele jngeren (Buttn, O'Cnnell, & Gealt, 2012). Analg hieraan kmt uit het Vlaamse Zzzip-nderzek naar vr dat hlebi s minder vertruwenspersnen hebben in vergelijking met een algemene bevlkingssteekpref (Dewaele, 2008; Dewaele et al., 2006). Bvendien blijkt dat hlebi-jngeren de steun van leeftijdsgenten en vlwassenen die geen familie van hen zijn als meer ndersteunend ervaren, dan de steun die 23

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) zij krijgen van familie. Hierbij dient aangevuld te wrden dat hlebi-jngeren beperkingen ervaren aan de emtinele steun van heterseksuele vrienden (Mufiz-Plaza et al., 2002). Met betrekking tt antihmseksueel geweld kmt naar vr dat de negatieve effecten p de mentale gezndheid afgezwakt wrden wanneer men zich kan berepen p steun uit de eigen mgeving (Hershberger & D Augelli, 1995). Steun kan de zelfwaardering pnieuw pkrikken, en zelfwaardering is p zijn beurt geasscieerd met minder gezndheidsprblemen. De effecten van sciale steun lijken echter enkel plaats te vinden wanneer de geweldsvrm licht is en de mate van steun hg (Hershberger & D Augelli, 1995). Sciale steun kan dus in meer f mindere mate een manier bieden m met minderheidsstress m te gaan f m deze stressren af te zwakken (Dty, Willughby, Lindahl, & Malik, 2010; Meyer et al., 2008). 2.4.3 SAMENGEVAT: GEVOLGEN VAN ANTIHOMOSEKSUEEL GEWELD Geweld tegenver de seksuele vrkeur kan zwel lichamelijk als emtineel kwetsen. Ok de emtinele gevlgen kunnen vergaand zijn, mdat het geweld specifiek gericht is naar een persnskenmerk. In de nderzeksliteratuur wrden verschillende gedragingen beschreven die als del hebben m met antihmseksueel geweld m te gaan. Z kan men prberen m bedreigende situaties uit te weg te gaan f zich eerder strijdbaar p stellen. Een andere strategie is m berep te den p steun uit de eigen sciale mgeving. 24

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 3 ONDERZOEKSVRAGEN EN METHODOLOGIE 3.1 ONDERZOEKSVRAGEN Zals eerder aangehaald, is het verkepelende del van dit nderzek m meer achtergrndinfrmatie te verzamelen ver hlebigeweld in Vlaanderen. Op basis van het literatuurverzicht, en de vrgaande explratieve kwalitatieve studie (D'haese, Dewaele, & Van Hutte, 2013), knden een aantal richtinggevende nderzeksvragen pgesteld wrden: 1. Met welke vrmen van hmnegatief geweld wrden Vlaamse hlebi s gecnfrnteerd? 2. In welke mate det men hiervan aangifte? 3. In welke cntext vindt hlebigeweld plaats? 4. Wie zijn de daders van hlebigeweld? 5. Wat zijn de kenmerken van de slachtffers van hlebigeweld? 6. Wat zijn de gevlgen vr hun mentale welbevinden? Op elk van deze zes nderzeksvragen zal een antwrd gefrmuleerd wrden in dit tussentijds rapprt. Op basis van deze bevindingen zullen vervlgens k beleidsaanbevelingen gefrmuleerd wrden. Maar vraleer we ingaan p de resultaten, staan we ng stil bij het nderzekspzet, de respndentenwerving en de uiteindelijke samenstelling van de steekpref. 3.2 ONDERZOEKSOPZET Vr het verkepelende nderzeksprject werden zwel kwalitatieve als kwantitatieve nderzeksmethden gehanteerd. Maar in dit tussentijdse rapprt wrdt enkel gerapprteerd ver het kwantitatieve nderzeksluik. De nline survey vrmde een afznderlijke fase in het nderzeksprject, zdende kan dit tussentijdse rapprt k p zichzelf gelezen wrden. In het finale rapprt, dat in de lp van 2015 zal verschijnen, zullen beide nderzeksluiken geïntegreerd wrden. 3.2.1 ONTWIKKELING VAN EEN VRAGENLIJST De vragenlijst werd pgesteld aan de hand van de vrafgaande literatuurstudie en de bevindingen die uit het kwalitatieve luik aan bd kwamen. Bvendien werden k vragen ntleend aan andere grtschalige Vlaamse hlebi-surveys, zals Zzzip (Vincke et al., 2006), Zzzip² (Versmissen et al., 2011), de Welebi-studie (Schnacker et al., 2009) en het nderzek naar geweld p basis van transgenderisme (Mtmans, T'Sjen, & Meier, 2013). Er werden heel wat afwegingen gemaakt m tt het uiteindelijke instrument te kmen. Deze afwegingen werden gemaakt in samenspraak met de nderzeksstuurgrep, die vertegenwrdigers van het beleid, het verenigingsleven en de academische wereld mvat. De survey werd nline verspreid met behulp van Qualtrics Survey Sftware, en was gepend van 16 mei tt 30 september 2013. 25

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) De inhud van de vragenlijst slt aan bij de nderzeksvragen. Allereerst werden de gebruikelijke sci-demgrafische indicatren bevraagd (zals gebrtejaar, wnplaats en pleidingsniveau). Vervlgens werden vragen gesteld mtrent gendernncnfrmiteit en seksuele vrkeur. Verder werden een aantal basisindicatren van algemeen welbevinden pgenmen (bijvrbeeld mentale gezndheid en suïcidaliteit). Het grtste deel van de vragenlijst werd in beslag genmen dr vragen die dieper ingingen p de hmnegatieve incidenten waarmee men reeds in aanraking gekmen was, de cntexten en de daders van deze incidenten, en de impact van deze geweldservaringen. De vlledige vragenlijst kan in de appendix teruggevnden wrden. 3.2.2 DATAVERZAMELING 3.2.2.1 Steekpreftrekking Hlebi s vrmen een verbrgen ppulatie waarvan de mvang niet precies gekend is (Vincke et al., 2006; Vincke & Wertman, 2004). He grt de grep van hlebi s is, hangt immers sterk af van de gehanteerde definitie en van het leeftijdsinterval dat in genschuw genmen wrdt (Vanwesenbeeck, 2009). Bvendien zijn hlebi s niet altijd zichtbaar te nderscheiden van heter s en er bestaat geen databank met gegevens ver alle hlebi s in Vlaanderen (Vincke et al., 2006). Dit betekent dat eenheden die vr het nderzek in aanmerking kmen geen gelijke kans zuden hebben m uit de ppulatie getrkken te wrden, waardr tevallige steekpreftrekking nmgelijk wrdt. Daarm werd in dit nderzekspzet gebruik gemaakt van niet-prbabilistische steekpreftrekking in de vrm van delgerichte f strategische steekpreven. Centraal bij delgerichte steekpreftrekking staat het selecteren van infrmatierijke cases, die bruikbare data pleveren m de nderzeksvraag te beantwrden (Billiet & Waege, 2006). Cncreet betekent dit dat wij p zek zijn gegaan naar persnen die zichzelf in mindere f meerdere mate als hlebi beschuwen, ls van het feit f zij eerder al in aanraking gekmen waren met geweld tegenver hun seksuele vrkeur. Een mgelijk gevlg hiervan kan zijn dat we te maken hebben met een selectie-effect, respndenten kiezen er immers zelf vr m al dan niet deel te nemen. Ze selecteren als het ware zichzelf (Vincke & Stevens, 1999). Bvendien beschikken we niet ver een representatieve steekpref dr p deze manier tewerk te gaan. Dit betekent dat vrzichtigheid gebden is wanneer men nderzeksresultaten wenst te veralgemenen naar een bredere ppulatie. 3.2.2.2 Respndentenwerving Er werd een veelheid aan methden gebruikt m respndenten te werven en m een z breed mgelijk publiek aan te spreken. Rekrutering gebeurde zwel binnen het hlebiverenigingsleven als daarbuiten. Rekrutering binnen het verenigingsleven gebeurde nder meer via flyering in cafés en p activiteiten die gericht waren p een hlebipubliek (zals de Brussels en de Antwerp Pride, en de hlebifuiven tijdens de Gentse Feesten). Bvendien werden in beperkte mate k affiches uitgedeeld en pgehangen p deze lcaties. De prep werd verspreid via hlebirganisaties (nieuwsbrieven, mailinglijsten en facebkprepen). Bvendien werden 26

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) enkele banners geplaatst p sites zals GayLive.be en Mannenseks.be. Verder werden k een aantal hlebi-bv s aangeschreven met de vraag m het nderzek te prmten. Ok werden niet-rganisatie gerelateerde prepen gelanceerd via tijdschriften (Libelle, Cava van CM, ) en rganisaties (OKRA, De Mens Nu, jeugdhuizen, wijkgezndheidscentra ). De pers werd gecntacteerd, en de prep vr het nderzek werd een aantal keer meegenmen in berichtgeving in verband met hlebiseksualiteit. Ok stadsmagazines werden aangeschreven, en een aantal steden hebben uiteindelijk psitief gereageerd p nze vraag. Met behulp van het reclamebureau Markee (http://www.markee.be/) werd k een facebk- en twitterprep gelanceerd. Respndenten die de vragenlijst vlledig ingevuld hadden en hun mailadres achtergelaten hadden, kregen eveneens een vertruwelijke bedankingsmail, met de vraag m de prep vr het nderzek ng verder te verspreiden. Op deze manier werd getracht m het delgrepenveld zveel mgelijk pen te trekken en de diversiteit van de steekpref te waarbrgen binnen de grenzen van de gedefinieerde ppulatie (Vincke et al., 2006). Op de sltpagina van de nline survey werd gevraagd naar de manier waarp men in cntact gekmen was met de prep vr het nderzek. Op deze manier wrdt het mgelijk m het belang van bepaalde kanalen in te schatten. Dit kan interessante infrmatie zijn vr tekmstige nderzeken binnen deze delgrep. Uit tabel 1 blijkt dat de meeste respndenten in aanraking gekmen zijn met de prep van het nderzek via facebk, een hlebivereniging f via een vriend f kennis. Wanneer we nagaan welke andere kanalen de respndenten in de pen vraag mschrijven, zijn dit nder meer twitter (UGent, Stad Gent, Sam De Bruyn, ), krantensites (De Mrgen, Het Laatste Nieuws, De Standaard, ), via nieuwsbrieven die niet via een hlebivereniging verspreid werden (De Mens Nu, GO!, ) en magazines die eveneens ls staan van het hlebiverenigingsleven (Cava van CM, libelle, stadsmagazines, ) TABEL 1: HOE BEN JE IN CONTACT GEKOMEN MET DE OPROEP VOOR HET ONDERZOEK? Kanaal Percentage Via facebk 48,2% Via een hlebi-website, nline frum f mailing 23,9% Via een vriend f kennis 17,4% Via een hlebi-tijdschrift 6,9% Via een flyer 3,5% Via het Centrum vr Gelijke Kansen en Racismebestrijding 2,9% Via een banner p een site 1,6% Via het Steunpunt Gelijkekansenbeleid 1,4% Via een hulpverlener f arts 0,5% Via een CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) 0,5% Via het JAC (Jngeren Advies Centrum) 0,2% Anders 22,4% Geen infrmatie 7,3% 27

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 3.2.2.3 Gebruikte prmtiematerialen Het reclamebureau Markee werd ingeschakeld m een aantrekkelijke beeldcampagne p pten te zetten. In figuur 1 staan de uiteindelijke flyers weergegeven. Er werd gekzen vr ft s van superhelden m z de bdschap mee te geven dat iedereen slachtffer en dader kan wrden van hlebigeweld. Bvendien werd gekzen vr twee verschillende beelden. De ft met Batman en Rbin verwijst naar een hmseksueel stel dat slachtffer wrdt van fysiek geweld. Terwijl de flyer met superman verwijst naar verbaal f materieel geweld. Dit tweede beeld is k eerder gericht p lesbische en biseksuele vruwen, aangezien gerefereerd wrdt naar Catwmen, een vruwelijke superheld. De beelden van deze superhelden werden gebruikt vr de flyers, affiches, prepen via mail, de lay-ut van de facebkpagina en de uiteindelijke nline survey. Op deze manier werd een gevel van herkenbaarheid gecreëerd. Een pijnpunt was het vinden van een duidelijke kernbdschap f titel. We wilden duidelijk de bdschap meegeven dat het nderzek ging ver hlebigeweld, maar dan znder dat we daarbij enkel p zek wilden gaan naar persnen die effectief in aanraking gekmen waren met hlebigeweld. Daarm werd uiteindelijk gekzen vr de titel Ontsnap jij aan hmfb geweld?, die een brede delgrep aanspreekt. FIGUUR 1: BEELDCAMPAGNE VOOR DE RESPONDENTENWERVING + BEGELEIDENDE TEKST DOE MEE AAN DE ENQUÊTE OVER GEWELD TEGEN HOLEBI S Hlebi zijn, het is niet altijd even rskleurig. Krijg jij mwille van je seksuele riëntatie sms te maken met verbaal, fysiek, materieel f seksueel geweld? Of heb jij je integendeel ng nit echt aangevallen geveld? Laat het ns weten en vul de annieme enquête in ver hmfb geweld in Vlaanderen. Dat kan ng tt 30 september p WWW.HOLEBIGEWELD.BE. Dit nderzek wrdt uitgeverd dr het Steunpunt Gelijkekansenbeleid, in pdracht van de Vlaamse minister vr Gelijke Kansen. 28

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 3.2.2.4 Steekprefmvang De vragenlijst werd 2593 maal pgestart. Uiteindelijk werden hiervan 1402 respndenten weerhuden. De persnen die te veel ntbrekende antwrden hadden, werden uit de dataset gefilterd. Dit was k het geval vr mensen die niet tt de delgrep behrden. Z werden bijvrbeeld de mensen die aangaven in Nederland te wnen en die hun ergste incident in Nederland meemaakten, uit de dataset geweerd. De nderstaande beschrijvende analyses zijn dus steeds gebaseerd p een steekprefmvang van 1402 respndenten, al met pgemerkt wrden dat niet alle respndenten steeds alle vragen beantwrd hebben. Dit is enerzijds het geval dr ingebuwde skippatrnen, en anderzijds dr het nnauwkeurig invullen van smmige vragen. 3.2.3 ANALYSEMETHODE De antwrden p de nline vragenlijst werden rechtstreeks geïmprteerd in analyseprgramma IBM Statistics 21 (SPSS Inc., Chicag, IL). Dit tussentijdse rapprt schetst de eerste bevindingen die uit de dataverzameling blijken. In een eerste stap werden de univariate verdelingen beschreven. Dit resulteerde in frequentietabellen, waarin eveneens percentages weergegeven werden. Distributies van schalen zijn samengevat met gemiddelden (Ẋ) en standaarddeviaties (SD). De interne cnsistentie van de gebruikte schalen werd gemeten dr middel van de Crnbach s alpha (ɑ). Na de uitvering van deze univariate analyses werden, in een tweede stap, bivariate analyses uitgeverd. Hiermee werd getracht m verschillen tussen subgrepen p te spren, bijvrbeeld met betrekking tt mentaal welbevinden f de ervaring van hlebigeweld. Categrische items (zals geslacht en type van geweld) werden in frequentietabellen en kruistabellen gepresenteerd. Om na te gaan f verhudingen significant van elkaar verschilden, werd de Chi-kwadraattets gebruikt. De Chi-kwadraattets is een parametervrije tets waarbij geen rekening gehuden met wrden met het meetniveau, aangezien er enkel met aantallen rekening gehuden wrdt (Versmissen et al., 2011). Relaties tussen categrische en metrische variabelen (schalen) werden getetst aan de hand van T-testen en ne way anva s. 3.2.4 FEEDBACK OP HET ONDERZOEKSPROJECT Omdat we de respndenten de mgelijkheid wilden geven m hun bedenkingen bij de vragenlijst te plaatsen, werd p het einde van de vragenlijst een pen tekstvak ingeverd. Een minderheid van de respndenten (12% van de uiteindelijke steekpref) heeft uiteindelijk k effectief een pmerking bij de vragenlijst genteerd. Uit de tekstvakken bleek vral verdeeldheid. Velen haalden aan dat de vragenlijst een ged initiatief was, belangrijk m mee naar buiten te treden, m te wegen p het beleid. Maar even ged vnd een grt deel nder de deelnemers dat de vragenlijst te lang was. Verder heeft niet iedereen het gevel dat hij f zij met al zijn ervaringen in de vragen en de antwrdmgelijkheden terecht kn, wat k nmgelijk is, gezien de vragenlijst nu al redelijk mvangrijk was. Een ander prbleem deed zich vr dr de structuur van de vragenlijst. Er werd immers aan de respndenten gevraagd m één ergste incident te kiezen uit alle incidenten die ze meegemaakt 29

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) hadden. Vr dit ergste incident werden bijkmende vragen gesteld ver de dader en de cntext. Vr smmige respndenten was dit ergste incident bijvrbeeld ngepaste nieuwsgierigheid, mdat dit de enige hmnegatieve ervaring was die zij hebben gehad. Tch gaven smmigen nder hen aan dit zelf niet altijd als iets ernstig zien, waardr zij het incident dus k niet in termen van dader en slachtffer beschuwden. Dit bemeilijkte vr hen het invullen van de verdere vragenlijst. Dit kan een mgelijke verklaring zijn vr het afhaken van een aantal deelnemers. 30

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4 DATA-ANALYSE 4.1 SOCIO-DEMOGRAFISCHE GEGEVENS 4.1.1 WOONPLAATS Allereerst kan gemeld wrden dat de vergrte meerderheid van de respndenten in België wnde. De wnplaats van de deelnemers speelde een belangrijke rl in de datacleaning. Persnen die niet in België wnen, werden immers enkel behuden indien zij rapprteerden ver een ergste incident dat zij ervaren hadden in België. Uit tabel 2 blijkt dat minder dan 1% van de uiteindelijke steekpref in Nederland f elders wnde (zie tabel 2). TABEL 2: ABSOLUTE EN RELATIEVE FREQUENTIES VAN WOONPLAATS (N=1402) Wnplaats N % België 1389 99,1% Nederland 5 0,3% Ergens anders 8 0,6% Ttaal 1402 100% 4.1.2 GESLACHT EN GENDERIDENTITEIT Het is prblematisch m een categrische pdeling te maken naar geslacht en gender. Dergelijke vragen kunnen leiden tt weerstand bij de respndenten, zeker in een delgrep waar genderidentiteit een belangrijk tpic is. Maar een categrische benadering van geslacht en gender werd praktisch geacht, mdat z p een eenvudige manier verschillen in gemiddelden tussen mannen en vruwen vergeleken kunnen wrden. Enerzijds werd de vraag gesteld wat is je gebrtegeslacht?, met man f vruw als antwrdcategrieën. Anderzijds werd k de vraag gesteld he de respndent zijn f haar genderidentiteit zu mschrijven, waarbij men gedwngen werd m te kiezen tussen mannelijk f vruwelijk. Op basis van deze twee vragen werd een nieuwe variabele gecreëerd, die geslacht/gender gedpt werd (zie tabel 3). TABEL 3: ABSOLUTE EN RELATIEVE FREQUENTIES VAN GESLACHT/GENDER (N=1402) Geslacht/Gender N % Man 882 62,9% Vruw 450 32,1% Transvruw 36 2,6% Transman 34 2,4% Ttaal 1402 100% 31

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Onder de nemers man en vruw werden alle persnen geplaatst vr wie het gebrtegeslacht en de genderidentiteit gelijk lpen. Onder de nemer transvuw werden de persnen geplaatst die bij gebrte het mannelijke geslacht tegewezen kregen, maar die een vruwelijke genderidentiteit hadden. Onder de nemer transman werden dan degenen geplaatst die bij gebrte het vruwelijk geslacht tegewezen kregen, maar die zichzelf een mannelijke genderidentiteit teschrijven (zie k Mtmans et al., 2013). Er hadden verwegend mannen deelgenmen aan de nline bevraging (zie tabel 3). Zals in vrig nderzek bleek k hier dat lesbiennes nzichtbaar en ndervertegenwrdigd blijven in de statistieken. Nchtans werd geprbeerd m specifiek vruwen te bereiken, bijvrbeeld dr beeldmateriaal te ntwikkelen dat meer gericht was p vruwen (zie figuur 1). TABEL 4: GEMIDDELDE (Ẋ) EN STANDAARDDEVIATIE (SD) VOOR DE SEXUAL IDENTITY SCALE NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402) Geslacht/Gender Sexual Identity Scale vr vruwelijke kenmerken Man (N=882) Vruw (N=450) Transvruw (N=36) Transman (N=34) Ẋ SD Ẋ SD Ẋ SD Ẋ SD Ik vel me vruw 0,22 0,53 3,61 0,59 3,08 1,05 1,41 1,41 Ik gedraag me vruwelijk 0,80 0,81 2,80 0,84 2,97 0,91 1,18 0,87 Ik zie er vruwelijk uit 0,36 0,62 2,98 0,85 2,53 1,00 1,12 0,98 Ik heb eerder vruwelijke interesses 1,62 1,04 2,52 0,95 2,92 0,91 1,50 1,11 Sexual Identity Scale vr mannelijke kenmerken Man (N=882) Vruw (N=450) Transvruw (N=36) Transman (N=34) Ẋ SD Ẋ SD Ẋ SD Ẋ SD Ik vel me man 3,76 0,54 0,43 0,69 1,47 1,25 2,68 1,01 Ik gedraag me mannelijk 3,14 0,70 1,21 0,91 1,47 1,21 2,74 0,62 Ik zie er mannelijk uit 3,41 0,64 0,87 0,85 1,67 0,99 2,82 0,83 Ik heb eerder mannelijke interesses 2,43 0,91 1,59 0,97 1,72 1,00 2,44 1,19 Genderidentiteit werd verderp in de vragenlijst p een meer diepgaande manier bevraagd. Hiervr werd gebruik gemaakt van de Sexual Identitity Scale (SIS) (Stern, Barak, & Guld, 1987). Deze schaal werd rigineel ntwrpen als een biplaire schaal met vier items, waarbij men kn aanduiden f men zeer mannelijk, mannelijk, nch mannelijk, nch vruwelijk, vruwelijk, f zeer vruwelijk scrde p deze items. Omdat dergelijke biplaire schaal achterhaald is, werd deze ntdubbeld. Als resultaat verkregen wij twee schalen; één schaal die mannelijkheid mat, en één schaal die vruwelijkheid mat. Elk van deze schalen mvatte vier items die men kn scren p een 5-punt Likertschaal van helemaal eens (0) tt helemaal neens (4). Beide schalen kenden een range van 0 tt 4. De interne cnsistentie (ɑ) van deze schaal was 0,89. Zwel de mannelijke als de vruwelijke respndenten knden beide schalen invullen. De gemiddelden en standaarddeviaties werden weergegeven in tabel 4. De vruwen en de transvruwen hadden een hgere scre p de SIS vr vruwelijke kenmerken, in vergelijking 32

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) met de mannen en de transmannen. Vr de SIS die mannelijke kenmerken mat, vnden we het mgekeerde patrn terug. De subgrep van mannen behaalde geen gemiddelde waarde van nul p de SIS vr vruwelijke kenmerken. De vruwen behaalden evenmin een gemiddelde waarde van nul p de SIS vr mannelijke kenmerken. De manier waarp mannen en vruwen hun eigen genderidentiteit beschuwden, was niet ndzakelijk exclusief mannelijk f exclusief vruwelijk. 4.1.3 LEEFTIJD De leeftijd van de respndenten in de steekpref kende een range van 13 tt 84 jaar en de mediaanleeftijd was 29 jaar. De meeste respndenten behrden tt de leeftijdscategrie van de 15 tt 29-jarigen. Deze ververtegenwrdiging van jngeren kan mgelijks verklaard wrden dr hun grtere vertruwdheid met het internet en het medium van nline bevragingen. TABEL 5: ABSOLUTE EN RELATIEVE FREQUENTIES VAN LEEFTIJD (N=1398, MISSINGS=4) Leeftijdscategrie N % Jnger dan 14 jaar 5 0,4% 15 tt 29 jaar 701 50,1% 30 tt 49 jaar 517 37,0% 50 tt 79 jaar 171 12,2% Ouder dan 80 jaar 4 0,3% Ttaal 1398 100% 4.1.4 WERKSITUATIE De meeste respndenten waren aan het werk f hadden een tijdelijk verlfstatuut. Iets minder dan een derde van de respndenten gaf aan student te zijn, wat verklaard kan wrden dr de hge prprtie jngeren die deelnamen aan de bevraging. TABEL 6: ABSOLUTE EN RELATIEVE FREQUENTIES VAN WERKSITUATIE (N=1401, MISSINGS=1) Werksituatie N % Aan het werk f in tijdelijk verlfstatuut 795 56,7% In pleiding/student 428 30,5% Werkls/werkzekend 80 5,7% Langdurig ziek f arbeidsngeschikt 43 3,1% Met pensien (k brugpensien, prepensien) 45 3,2% Huisvruw/huisman 10 0,7% Ttaal 1401 100% 33

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.1.5 ETNISCHE CULTURELE MINDERHEIDSACHTERGROND Om na te gaan f er zich etnisch culturele minderheden in de steekpref bevnden, werden drie zaken bevraagd. Namelijk de natinaliteit van de bilgische vader bij de gebrte, de natinaliteit van de bilgische meder bij de gebrte en de eigen etnische achtergrnd. Eigen etnische achtergrnd werd niet bevraagd aan de hand van de eigen natinaliteit, maar wel als de etnische achtergrnd die men aan zichzelf teschreef. Natinaliteit en etnische zelfidentificatie zijn niet altijd gelijklpend. Hier werd ervr gepteerd m een subjectieve meting van de eigen etnische achtergrnd p te nemen. Bij elk van deze drie vragen, kreeg men in de antwrdcategrieën de mgelijkheid m één f meerdere natinaliteiten aan te duiden. De gebden antwrdmgelijkheden mvatten de acht meest vrkmende natinaliteiten in België, aangevuld met de pties ik weet het niet en andere. Er was één respndent die cnsistent alle mgelijke antwrdcategrieën aanduidde, waarschijnlijk uit weerstand m zichzelf tt een etnische grep te laten rekenen. De vergrte meerderheid van de respndenten had bilgische uders met de Belgische natinaliteit. Bvendien beschuwde het merendeel van de respndenten zichzelf k als Belg (zie tabel 7). TABEL 7: ABSOLUTE EN REALTIEVE FREQUENTIES VAN NATIONALITEIT BIJ GEBOORTE VAN DE BIOLOGISCHE OUDERS EN EIGEN GEPERCIPIEERDE ETNISCHE ACHTERGROND (N=1402, MISSINGS=0) Natinaliteit vader Natinaliteit meder Eigen etnische achtergrnd Enkelvudige f meervudige natinaliteit/etnische achtergrnd N % N % N % Enkelvudig: Belg 1306 93,2% 1297 92,5% 1305 93,1% Enkelvudig: Niet-Belg 70 5,0% 85 6,1% 39 2,8% Meervudig: waarnder Belg 19 1,4% 17 1,2% 53 3,8% Meervudig: waarnder geen Belg 1 0,1% 2 0,1% 2 0,1% Ik weet het niet 6 0,4% 1 0,1% 3 0,2% Ttaal 1402 100% 1402 100% 1402 100% 4.2 SEKSUELE ORIËNTATIE Om de seksuele riëntatie van de respndenten na te gaan, werd gevraagd tt wie men zich drgaans aangetrkken velde, met wie men vrnamelijk seksueel cntact had, en he men de eigen seksuele vrkeur zu mschrijven. De persnen die elk van deze drie variabelen heterseksueel beantwrden, werden eerder al uit de steekpref weerhuden. 4.2.1 SEKSUELE AANTREKKINGSKRACHT De eerste indicatr van seksuele vrkeur die bevraagd werd, was seksuele aantrekkingskracht. Aan de respndenten werd gevraagd tt wie zij zich seksueel aangetrkken velden; alleen tt mannen, vral tt mannen, net zveel tt mannen als tt vruwen, vral tt vruwen, alleen tt vruwen, f tt geen van beiden. Men kn één antwrdmgelijkheid aankruisen. In tabel 8 34

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) wrdt de verlap tussen de categrieën van geslacht/gender en de categrieën van seksuele aantrekkingskracht weergegeven. Uit deze kruistabel blijkt dat hmmannen veel strikter waren in hun seksuele aantrekking dan lesbiennes; 82% van de mannen gaf aan dat zij zich enkel aangetrkken velden tt mannen, terwijl slechts de helft van de vruwen aangaf zich enkel tt vruwen aangetrkken te velen. Ok de seksuele aantrekkingskracht bij transmannen en transvruwen leek minder rigide, in vergelijking met de mannen. Vervlgens bleek dat een deel van de respndenten een exclusief heterseksuele aantrekkingskracht rapprteerde. Smmige mannen velden zich enkel aangetrkken tt vruwen, en smmige vruwen velden zich enkel aangetrkken tt mannen. Deze respndenten werden weerhuden in de steekpref, mdat hun antwrden p de andere twee indicatren van seksuele vrkeur, seksueel cntact en zelfidentificatie, niet exclusief heterseksueel waren. Bvendien leken deze respndenten zich aangesprken te velen dr de prmtiecampagne en het nderwerp van het nderzek. TABEL 8: KRUISTABEL VAN SEKSUELE AANTREKKINGSKRACHT NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402, MISSINGS=0) Geslacht/Gender Seksuele aantrekkingskracht Man Vruw Transvruw Transman N % N % N % N % Alleen tt mannen 726 82,3% 8 1,8% 13 36,1% 2 5,9% Vral tt mannen 126 14,3% 18 4,0% 3 8,3% 0 0,0% Net zveel tt mannen als tt vruwen 16 1,8% 51 11,3% 8 22,2% 6 17,7% Vral tt vruwen 12 1,4% 141 31,3% 6 16,7% 2 5,9% Alleen tt vruwen 2 0,2% 231 51,3% 5 13,9% 23 67,7% Tt geen van beiden 0 0,0% 1 0,2% 1 2,8% 1 2,9% Ttaal 882 100% 450 100% 36 100% 34 100% 4.2.2 SEKSUEEL CONTACT Een tweede indicatr van seksuele vrkeur die bevraagd werd, was seksueel cntact. Aan de respndenten werd gevraagd met wie zij it seksueel cntact hadden; alleen met mannen, vral met mannen, net zveel met mannen als met vruwen, vral met vruwen, alleen met vruwen, f met geen van beiden. Mannen bleken k strikter te zijn in de seksuele cntacten die ze hadden. Terwijl 62% van de mannen aangaf enkel seksueel cntact gehad te hebben met mannen, gaf slechts één derde van de vruwen aan m enkel seksueel cntact gehad te hebben met vruwen (zie tabel 9). 35

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 9: KRUISTABEL VAN SEKSUELE CONTACTEN NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402, MISSINGS=0) Geslacht/gender Seksueel cntact Man Vruw Transvruw Transman N % N % N % N % Alleen met mannen 542 61,5% 16 3,6% 11 30,6% 2 5,9% Vral met mannen 248 28,1% 35 7,8% 2 5,6% 2 5,9% Net zveel met mannen als met vruwen 45 5,1% 72 16,0% 10 27,8% 5 14,7% Vral met vruwen 8 0,9% 137 30,4% 8 22,2% 8 23,5% Alleen met vruwen 7 0,8% 134 29,8% 2 5,6% 12 35,3% Met geen van beiden 32 3,6% 56 12,4% 3 8,8% 5 14,7% Ttaal 882 100% 450 100% 36 100% 34 100% 4.2.3 ZELFIDENTIFICATIE VAN DE SEKSUELE VOORKEUR Naast seksuele aantrekkingskracht, en seksuele cntacten, werd k gevraagd he de respndenten zichzelf als persn benemden. Met als antwrdcategrieën; heterseksueel, meer heter dan hm f lesbisch, biseksueel, meer hm f lesbisch dan heter, f hmseksueel. Daarnaast werd k de ptie andere aangebden, waarbij de deelnemers hun eigen identificatie knden mschrijven. Analg met de andere twee indicatren van seksuele vrkeur, seksuele aantrekkingskracht en seksueel cntact, zien we dat mannen zich gemakkelijker als hmseksueel identificeerden, dan dat vruwen zich als lesbisch beschuwden. De respndenten die ervr kzen m zichzelf p een andere manier te mschrijven, gaven vaak aan dat ze er niet van hielden m in een hkje geplaatst te wrden. Meer transvruwen en transmannen vinkten de ptie andere aan, in verhuding tt de mannen en de vruwen (zie tabel 10). TABEL 10: KRUISTABEL VAN SEKSUELE ZELFIDENTIFICATIE NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402, MISSINGS=0) Geslacht/Gender Zelfidentificatie van seksuele vrkeur Man Vruw Transvruw Transman N % N % N % N % Heterseksueel 3 0,3% 15 3,3% 2 5,6% 1 2,9% Meer heter dan hm f lesbisch 10 1,1% 8 1,8% 2 5,6% 1 2,9% Biseksueel 25 2,8% 64 14,2% 6 16,7% 2 5,9% Meer hm f lesbisch dan heter 81 9,2% 62 13,8% 4 11,1% 3 8,8% Hmseksueel f lesbisch 745 84,5% 285 63,3% 12 33,3% 22 64,7% Andere 18 2,0% 16 3,6% 10 27,8% 5 14,7% Ttaal 882 100% 450 100% 36 100% 34 100% 36

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.3 ZICHTBAARHEIDSMANAGEMENT Zichtbaarheidsmanagement refereert naar het reguleren van de zichtbaarheid van de eigen seksuele riëntatie (Lasser, Ryser, & Price, 2010). Seksuele riëntatie is immers een kenmerk dat niet ndzakelijk uiterlijk waarneembaar is, zals dit wel meer het geval is vr bijvrbeeld etnische achtergrnd, leeftijd en geslacht. Het gevlg hiervan is dat hlebi s zelf meten beslissen he penlijk zij hun seksuele riëntatie beleven. Openlijk hlebi zijn, met wrden afgewgen tegen de mgelijke vrrdelen, discriminatie en geweld die hiermee gepaard gaan. Vele hlebi s huden dan k cntrle ver de mate waarin hun seksuele riëntatie gekend is bij anderen (Lasser et al., 2010). Zichtbaarheidsmanagement mvat meer dan enkel verbale strategieën. Men kan bijvrbeeld k pen zijn ver zijn f haar seksuele vrkeur dr het gebruik van zichtbare hlebi-symblen (bijvrbeeld van een hlebivereniging), kleren te dragen met slgans die een statement maken, f dr zich hand in hand met een same-sex partner in het penbaar te begeven (Dewaele, Van Hutte, Cx, & Vincke, 2013). Cming ut is een vrm van zichtbaarheidsmanagement, maar eigenlijk gaat zichtbaarheidsmanagement verder dan zich eenmalig uten. Men kan zich in verschillende cntexten p een andere manier gedragen, en niet in elke cntext even pen zijn ver zijn f haar seksuele vrkeur (Dewaele et al., 2013). Zichtbaarheidsmanagement is dus een cntinu prces, een vrtdurende afweging tussen zich eerder zichtbaar f eerder nzichtbaar pstellen. 4.3.1 LEEFTIJD EERSTE SAME-SEX SEKSUELE AANTREKKING EN LEEFTIJD EERSTE COMING OUT In de vragenlijst werd gevraagd naar de leeftijd waarp men zich vr het eerst aangetrkken velde tt persnen van hetzelfde geslacht, en naar de leeftijd van de eerste cming ut. Respndenten die eerder aangegeven hadden zich enkel aangetrkken te velen tt persnen van het andere geslacht, kregen deze vraag niet. Zij hebben deze vraag dus autmatisch geskipt. De respndenten velden zich p relatief jnge leeftijd vr de eerste keer aangetrkken tt iemand van hetzelfde geslacht, maar de eerste cming ut kwam vr de meesten een paar jaar later zie tabel 11). TABEL 11: ABSOLUTE EN RELATIEVE FREQUENTIES LEEFTIJD EERSTE SAME-SEX SEKSUELE AANTREKKING EN LEEFTIJD EERSTE COMING OUT Leeftijdscategrieën Leeftijd eerste same-sex Leeftijd eerste cming ut aantrekking N % N % Jnger dan 11 jaar 215 15,9% 12 0,9% 11 tt 13 jaar 415 30,7% 102 7,3% 14 tt 15 jaar 370 27,4% 251 17,9% 16 tt 19 jaar 256 18,9% 596 42,5% 20 tt 24 jaar 54 4,0% 258 18,4% 25 tt 29 jaar 20 1,5% 81 5,8% 30 tt 34 jaar 12 0,9% 46 3,3% 37

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 35 tt 39 jaar 3 0,2% 18 1,3% 40 f uder 7 0,5% 22 1,6% Dit heb ik ng niet gedaan / / 15 1,1% Ttaal 1352 100% 1401 100% Missing 4 1 Skip 46 4.3.2 VISIBILITY MANAGEMENT SCALE De zichtbaarheidsmanagementschaal die gebruikt werd in de nline vragenlijst, is gebaseerd p het werk van Lasser (Lasser et al., 2010). Maar het ging hier m een ingekrte versie van Lasser s Visibility Management Scale (VMS). De gebruikte schaal mvatte 14 items, zals ik wil dat mijn kennissen weten dat ik hlebi ben, ik maak mensen duidelijk dat ik hlebi ben dr mijn gedrag en ik vind het in smmige mgevingen meer gepast m pen te zijn ver mijn seksuele riëntatie dan in andere. Elk van deze items kn gescrd wrden p een 5-punt Likertschaal van helemaal neens (0) tt helemaal eens (4). De items kenden een interne cnsistentie (ɑ) van 0,86. Smmige items dienden gehercdeerd te wrden, zdanig dat ze allemaal in dezelfde richting wezen. Vervlgens werden alle items geaggregeerd tt één schaal, dr de scres p de items p te tellen en het gemiddelde te nemen. Z werd een schaal verkregen met een range van 0 tt 4. Een lage waarde p deze schaal refereerde naar minder penheid ver zijn f haar seksuele riëntatie, terwijl een hge waarde meer penheid reflecteerde. Respndenten die hun seksuele riëntatie vrheen als heterseksueel geïdentificeerd hadden, kregen deze vraag niet vrgeschteld dr de ingebuwde skippatrnen in nze vragenlijst. Over het algemeen blijkt dat het merendeel van de respndenten een eerder pen zichtbaarheidsmanagementstrategie hanteerde (zie grafieken 1 en 2). De meeste respndenten behaalden immers een gemiddelde scre van hger dan 2 (Ẋ=2,54, SD=0,66). Wanneer we de gemiddelden en de standaarddeviaties vr de mannen en de vruwen in de steekpref apart nagingen, merkten we dat deze zeer dicht bij elkaar lagen. De mannen hadden een gemiddelde waarde van 2,54 en een standaardafwijking van 0,66. De vruwen hadden een gemiddelde waarde van 2,56 en een standaardafwijking van 0,67. Een independent samples T-test wees uit dat er geen significant verschil was in de zichtbaarheidsmanagementstrategie van de mannelijke en de vruwelijke respndenten in de steekpref (p=0,61). 38

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) GRAFIEK 1: STAAFDIAGRAM VAN DE SCORE OP DE ZICHTBAARHEIDSMANAGEMENTSCHAAL VOOR DE MANNEN EN TRANSMANNEN (N =912, SKIPS=4, MISSINGS=0) GRAFIEK 2: STAAFDIAGRAM VAN DE SCORE OP DE ZICHTBAARHEIDSMANAGEMENTSCHAAL VOOR DE VROUWEN EN TRANSVROUWEN (N=469, SKIPS=17, MISSINGS=0) 4.4 MINDERHEIDSSTRESSOREN Meyer (1995, 2003) nderscheidt in zijn mdel drie minderheidsstressren. Namelijk, geïnternaliseerde hmnegativiteit, stigmabewustzijn en effectieve ervaringen van discriminatie en geweld. Effectieve ervaring met discriminatie en geweld kmt in een verder 39

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) hfdstuk aan bd, mdat dit de kern van ns nderzekspzet uitmaakt en meer diepgaand bevraagd werd. 4.4.1 GEÏNTERNALISEERDE HOMONEGATIVITEIT Geïnternaliseerde hmnegativiteit verwijst naar het ppikken, en p zichzelf tepassen van negatieve publieke attitudes en denkbeelden ver hlebiseksualiteit. Geïnternaliseerde hmnegativiteit werd in nze nline survey bevraagd aan de hand van Mayfield s Internalized Hmnegativity Inventry (IHNI) (Mayfield, 2001). Er werd weliswaar gebruik gemaakt van een ingekrte versie van de IHNI. Dit instrument mvatte slechts negen items, zals ik vind dat mijn seksuele riëntatie een belangrijk deel is van mezelf en mijn seksuele riëntatie brengt me sms in verlegenheid. Elk van deze stellingen kn wrden beantwrd aan de hand van een 5- punt Likertschaal van helemaal neens (0) tt helemaal eens (4). Deze items hadden een interne cnsistentie (ɑ) van 0,77. De items werden mgevrmd tt één schaal dr de waarden p de items p te tellen en hiervan het gemiddelde te nemen. De uiteindelijke schaal had een range van 0 tt 4. Een hge waarde p deze schaal impliceerde dat de respndenten een hge mate van geïnternaliseerde hmnegativiteit ervaarden, terwijl een lage scre p deze schaal een lage mate van geïnternaliseerde hmnegativiteit impliceerde. De respndenten ervaarden dr de band genmen een relatief lage mate van geïnternaliseerde hmnegativiteit (Ẋ=1,07, SD=0,64) (zie grafieken 3 en 4). Wanneer we het verschil in gemiddelde tussen mannelijke (Ẋ=1,08, SD=0,66) en vruwelijke respndenten (Ẋ=1,05, SD=0,58) bekeken, dan merkten we dat dit eerder klein was. Wanneer we de sterkte van dit verschil nagingen aan de hand van een T-test, bleek dat mannen en vruwen niet significant van elkaar verschilden in de mate van geïnternaliseerde hmnegativiteit (p=0,408). GRAFIEK 3: STAAFDIAGRAM VAN DE INTERNALIZED HOMONEGATIVITY INVENTORY VOOR DE MANNEN EN DE TRANSMANNEN (N=911, SKIPS=4, MISSINGS=1) 40

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) GRAFIEK 4: STAAFDIAGRAM VAN DE INTERNALIZED HOMONEGATIVITY INVENTORY VOOR VROUWEN EN DE TRANSVROUWEN (N=469, SKIPS=17, MISSINGS=0) 4.4.2 STIGMABEWUSTZIJN De tweede minderheidsstressr uit het mdel van Meyer is stigmabewustzijn. Ok stigmabewustzijn is een intern gerichte stressr en refereert naar de mate waarin hlebi s het gevel hebben dr anderen p een steretype wijze bekeken te wrden (Dewaele, 2008; Pinel, 1999). Hier werd gebruik gemaakt van de Stigma Cnsciusness Questinnaire van Pinel (1999). Wederm werd gebruik gemaakt van een ingekrte versie, bestaande uit tien items. De items mvatten stellingen zals heter s gaan niet anders m met mij mwille van mijn seksuele riëntatie en heter s ervaren meer angst en afkeer tegenver hlebi s dan dat zij eigenlijk durven tegeven. Deze stellingen knden beantwrd wrden p een 5-punt Likertschaal van helemaal neens (0) tt helemaal eens (4). Deze items hadden een crnbach s alpha (ɑ) van 0,78. De waarde p deze items werd pgeteld, waarna het gemiddelde werd genmen, m z één schaal te bekmen die stigmabewustzijn meet. Deze schaal kende een range van 0 tt 4. Een lage waarde p deze schaal impliceerde een laag stigmabewustzijn, terwijl een hge waarde een hg stigmabewustzijn reflecteerde. Analg aan de vrgaande minderheidsstressr, geïnternaliseerde hmnegativiteit, bleek dat de respndenten drgaans relatief weinig stigmabewustzijn ervaarden (Ẋ=1,78, SD=0,67) (zie grafieken 5 en 6). De verschillen in gemiddelde waarde tussen mannelijke (Ẋ=1,80, SD=0,67) en vruwelijke respndenten (Ẋ=1,76, SD=0,66) waren pnieuw eerder klein, maar niet significant (p=0,265). 41

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) GRAFIEK 5: STAAFDIAGRAM VAN DE STIGMA CONSCIOUSNESS SCALE VOOR MANNEN EN TRANSMANNEN (N=912, SKIPS=4, MISINGS=0) GRAFIEK 6: STAAFDIAGRAM VAN DE STIGMA CONSCIOUSNESS SCALE VOOR VROUWEN EN TRANSVROUWEN (N=467, SKIPS=17, MISSINGS=2) 4.4.3 ONVEILIGHEIDSGEVOELENS Er werd aan de respndenten gevraagd he vaak zij zich drgaans nveilig velden p straat f in penbare ruimten mwille van hun seksuele vrkeur. Deze vraag kn men beantwrden aan de hand van de categrieën nit, zelden, in de helft van de gevallen, meestal, en altijd. Ongeveer 80% van de respndenten velde zich nit f zelden nveilig p straat f in penbare ruimten. Ongeveer 4% van de respndenten velde zich meestal nveilig en minder 42

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) dan 1% velde zich altijd nveilig. Vervlgens zien we dat er niet z n grt verschil bleek te bestaan tussen mannen en vruwen in de mate waarin zij zich nveilig velden p straat f in andere penbare ruimten. Maar de transmannen en -vruwen leverden een ander beeld p. Hewel het hier ver een klein aantal persnen gaat, ervaarden zij duidelijk meer nveiligheidsgevelens (zie tabel 12). TABEL 12: KRUISTABEL VAN ONVEILIGHEIDSGEVOELENS NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402, MISSINGS=0) Geslacht/gender Onveiligheidsgevelens Man Vruw Transvruw Transman Ttaal N % N % N % N % N % Nit 172 19,5% 105 23,3% 5 13,9% 8 23,5% 290 20,7% Zelden 528 59,9% 274 60,9% 13 36,1% 17 50,0% 832 59,3% In de helft van de gevallen 141 16,0% 55 12,2% 9 25,0% 7 20,6% 212 15,1% Meestal 37 4,2% 14 3,1% 6 16,7% 1 2,9% 58 4,1% Altijd 4 0,5% 2 0,4% 3 8,3% 1 2,9% 10 0,7% Ttaal 882 100% 450 100% 36 100% 34 100% 1402 100% 4.5 GENDERNONCONFORMITEIT Gendernncnfrmiteit werd apart bevraagd vr mannen en vruwen. Vruwen en transvruwen kregen vragen gesteld ver hun mannelijkheid, en mannen en transmannen kregen vragen gesteld ver hun vruwelijkheid. Het viel p dat tt 20% van de vruwen (inclusief transvruwen) vaak tt zeer vaak pmerkingen kreeg als kind mdat zij te mannelijk waren. Ongeveer 13% van de mannen was vaak tt zeer vaak met pmerkingen gecnfrnteerd mdat zij te vruwelijk waren. Deze bevindingen sluiten aan bij de resultaten van Zzzip² (Versmissen et al., 2011), k daaruit kwam naar vr dat vruwen meer negatieve reacties gekregen hadden mwille van hun mannelijkheid, in vergelijking met de reacties die mannen kregen mwille van hun vruwelijkheid. Opmerkingen mwille van gendernncnfrmiteit kwamen meer vr in de kindertijd dan in de tegenwrdige tijd, dit zwel vr vruwen als vr mannen (zie tabel 13). Dit kan een indicatr zijn dat men drheen de tijd de eigen huding meer gaat aanpassen en meer gaat afstemmen p de maatschappelijke nrmen van mannelijkheid en vruwelijkheid. Daarnaast werd k de druk bevraagd die men ervaarde m gendercnfrm gedrag te stellen. Hiervr werd gebruik gemaakt van de Multifactr Adult Gender Identity Scale (MAGIS) (Egan & Perry, 2001). Meer bepaald werd gebruik gemaakt van de Felt Pressure fr Gender Cnfrmity Subscale. Ok deze werd apart bevraagd vr de mannelijke (inclusief transmannen) en de vruwelijke (inclusief transvruwen) respndenten. Terwijl aan de mannen werd gevraagd welke druk zij ervaarden m geen vruwelijk gedrag te stellen, werd aan de vruwen gevraagd welke druk zij ervaarden m geen mannelijk gedrag te stellen. Deze Felt Pressure fr Gender Cnfrmity Subscale telde acht items die gescrd knden wrden p een 5-punt Likertschaal 43

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) van helemaal eens (0) tt helemaal neens (4). Deze items mvatten stellingen zals ik wil niet dat anderen denken dat ik te mannelijk/vruwelijk ben en het zu me stren als mijn vrienden zeiden dat ik me jngensachtig/meisjesachtig gedreg. De interne cnsistentie (ɑ) vr de items die druk tt gendercnfrmiteit bij mannen mat, bedreg 0,83. Vr de schaal die afgenmen werd bij de vruwen, bedreg de interne cnsistentie 0,79. De scres p deze items werden pgeteld en het gemiddelde werd genmen, m z een schaal te bekmen met een range van 0 tt 4. Een hge waarde p deze schaal betekende dat men een grte druk ervaarde m gendercnfrm gedrag te stellen, terwijl een lage waarde net het mgekeerde impliceerde. TABEL 13: GEMIDDELDE WAARDEN VOOR GENDERNONCONFORMITEIT NAAR DE CATEGORIEËN VAN GESLACHT/GENDER Kreeg je pmerkingen als kind mdat je: Te mannelijk was? (vraag gesteld aan vruwen) Te vruwelijk was? (vraag gesteld aan mannen) Geslacht/Gender Vruw Man Transvruw Transman N % N % Nit 161 33,1% 376 41,1% Zelden 92 18,9% 198 21,6% Sms 135 27,8% 223 24,4% Vaak 64 13,2% 82 9,0% Zeer vaak 34 7,00% 36 3,9% Ttaal 486 100% 915 100% Krijg je nu pmerkingen mdat je: Te mannelijk bent? (vraag gesteld aan vruwen) Te vruwelijk bent? (vraag gesteld aan mannen) Vruw Transvruw Man Transman N % N % Nit 233 47,9% 529 57,8% Zelden 158 32,5% 296 32,3% Sms 76 15,7% 78 8,5% Vaak 16 3,3% 10 1,1% Zeer vaak 3 0,6% 3 0,3% Ttaal 486 100% 916 100% De mannelijke en vruwelijke respndenten ervaarden drgaans relatief weinig druk tt gendercnfrmiteit (grafieken 7 en 8). Al bleken de mannen en transmannen (Ẋ=1,90, SD=0,79) wel een hgere gemiddelde waarde p deze schaal te behalen dan de vruwen en transvruwen (Ẋ=1,54, SD=0,75). Bij deze schalen knden we de significantie van het verschil in gemiddelden tussen de mannen en de vruwen niet nagaan, mdat het hier ging ver twee verschillende schalen die andere cnstructen maten. 44

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) GRAFIEK 7: STAAFDIAGRAM VOOR DE FELT PRESSURE FOR GENDER CONFORMITY SUBSCALE FOR MEN (N=916, SKIPS=486, MISSINGS=0) GRAFIEK 8: STAAFDIAGRAM VOOR DE FELT PRESSURE FOR GENDER CONFORMITY SUBSCALE FOR WOMEN (N=486, SKIPS= 916, MISSINGS=0) 45

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.6 WELBEVINDEN 4.6.1 ZELFWAARDERING Verschillende indicatren van algemeen welbevinden werden nagegaan. Allereerst werd de Rsenberg s Self-Esteem Scale bevraagd (Rsenberg, 1965). Deze schaal bestnd uit tien items, zals ver het algemeen ben ik tevreden ver mezelf, ik neem een psitieve huding aan tegenver mezelf en sms denk ik dat ik nergens ged vr ben en helemaal niet deug. Deze stellingen kn men beantwrden p een 5-punt Likertschaal van helemaal neens (0) tt helemaal eens (4). De items hebben een zeer gede interne cnsistentie (ɑ) van 0,92. Dr de scres p deze items p te tellen, en hiervan het gemiddelde te nemen, werd één schaal bekmen die zelfwaardering mat. Deze schaal had een range van 0 tt 4. Een lage waarde p deze schaal betekende dat men zichzelf maar weinig waardeerde, terwijl een hge waarde net een grte zelfwaardering impliceerde. Het merendeel van de respndenten hield er een psitieve zelfwaardering p na (Ẋ=2,94, SD=0,83) (zie grafieken 9 en 10). Wanneer we het verschil in gemiddelden tussen de mannelijke en de vruwelijke respndenten nagingen, viel p dat hm- en biseksuele mannen (Ẋ=3,02, SD=0,83) er ver het algemeen een hgere zelfwaardering p nahielden, in vergelijking met lesbische en biseksuele vruwen (Ẋ=2,80, SD=0,83). Na cntrle via de T-test werd duidelijk dat het hier ging m een significant verschil (p<0,001). De mannen bleken er effectief een hgere zelfwaardering p na te huden in vergelijking met de vruwen in de steekpref. GRAFIEK 9: STAAFDIAGRAM VAN ROSENBERG'S SELF-ESTEEM SCALE VOOR DE MANNEN EN TRANSMANNEN (N=916, SKIPS=486, MISSINGS=0) 46

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) GRAFIEK 10: STAAFDIAGRAM VAN ROSENBERG'S SELF-ESTEEM SCALE VOOR DE VROUWEN EN TRANSVROUWEN (N=486, SKIPS=916, MISSINGS=0) 4.6.2 MENTALE GEZONDHEID Vervlgens werd k de 5-item Mental Health Inventry afgenmen (5-MHI) (Berwick et al., 1991). Dit instrument peilde in welke mate men de afgelpen vier weken het gevel had in de put te zitten, zenuwachtig, kalm, neerslachtig f gelukkig te zijn. Elk van deze items kn beantwrd wrden p een 6-punt Likertschaal van nit (0) tt vrtdurend (5). Deze items kenden een crnbach s alpha (ɑ) van 0,88. De scre elk van deze items werd gesmmeerd, hiervan werd vervlgens het gemiddelde genmen, wat resulteerde in een schaal met een range van 0 tt 5. Een hge waarde p deze schaal reflecteerde een psitieve mentale gezndheid, terwijl een lage waarde een negatieve mentale gezndheid reflecteerde. De meeste respndenten ervaarden een relatief psitieve mentale gezndheid gedurende de laatste 4 weken (Ẋ=3,31, SD=0,94) (zie grafieken 11 en 12). Wanneer we het verschil in gemiddelde nagingen tussen de mannelijke en de vruwelijke respndenten, viel k hier p dat de mannen en transmannen (Ẋ=3,34, SD=0,94) een betere mentale gezndheid gedurende de laatste vier weken rapprteerden, in vergelijking met de vruwelijke respndenten (Ẋ=3,25, SD=0,94). Maar aan de hand van de T-test werd duidelijk dat het hier niet m een significant verschil ging (p=0,091). 47

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) GRAFIEK 11: STAAFDIAGAM VAN DE 5-ITEM MENTAL HEALTH INVENTORY VOOR DE MANNEN EN TRANSMANNEN (N=916, SKIPS=486, MISSINGS=0) GRAFIEK 12: STAAFDIAGAM VAN DE 5-ITEM MENTAL HEALTH INVENTORY VOOR DE VROUWEN EN TRANSVROUWEN (N=486, SKIPS=486, MISSINGS=0) 48

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.6.3 ZELFMOORDGEDACHTEN EN ZELFMOORDPOGINGEN Een laatste indicatr van mentale gezndheid die bevraagd werd, ging ver zelfmrdgedachten en pgingen. Wanneer de respndenten bevestigend antwrdden p de vraag f zij it al zelfmrdgedachten hadden gehad f zelfmrdpgingen hadden ndernmen, kregen zij de aanvullende vraag f dit het geval was gedurende de laatste twaalf maanden. Degenen die de eerste vraag negatief beantwrdden, kregen de tweede vraag niet. Net iets meer dan de helft van de respndenten had er it ernstig aan gedacht m een einde te maken aan zijn f haar leven. Iets meer dan één derde van deze persnen had dergelijke gedachten gedurende de laatste twaalf maanden. Ongeveer 20% van de respndenten had k effectief een zelfmrdpging ndernmen. Vr één vijfde van hen, was dit gedurende het laatste jaar (zie tabel 14). TABEL 14: FREQUENTIES VOOR ZELFMOORDGEDACHTEN EN POGINGEN Heb je er it ernstig aan gedacht m een einde te maken aan je leven? Heb je it een pging tt zelfdding ndernmen? N % N % Neen, nit 645 46,0% 1156 82,5% Ja, 1 keer 294 21,0% 168 12,0% Ja, meer dan 1 keer 463 33,0% 77 5,5% Ttaal 1402 100% 1401 100% Heb je gedurende de laatste 12 maanden dergelijke zelfdding gedachten gehad? Heb je in de laatste 12 maanden een pging te zelfdding ndernmen? N % N % Neen 474 62,6% 201 82,0% Ja 283 37,4% 44 18,0% Ttaal 757 100% 245 100% 4.7 GEWELDERVARINGEN 4.7.1 ALGEMENE GEWELDERVARINGEN Tabel 15 biedt een glbaal verzicht van de verschillende types van geweld, namelijk verbaal geweld, fysiek geweld, materieel geweld en seksueel geweld. Vr elk van deze geweldtypes geven we aan f de respndenten hier al dan niet mee in aanraking gekmen zijn. Het gaat dus telkens ver dichtm pgebuwde variabelen die geen rekening huden met he vaak men reeds met dergelijk type van hlebigeweld in aanraking gekmen is. Ok de samenvattende maat algemeen geweld, die aangeeft f men it al in aanraking is gekmen met hmnegatief geweld in het algemeen, is dichtm pgebuwd. Er wrdt met andere wrden geen rekening gehuden met het type geweld f met de frequentie waarmee men reeds in aanraking is gekmen met hmnegatief geweld. 49

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Ongeveer 90% van alle respndenten kwam it in aanraking met verbaal geweld. Ongeveer één p drie rapprteerde fysiek geweld, één p vijf rapprteerde materieel geweld, en ngeveer 40% rapprteerde seksueel geweld. In ttaal kwam 90% van de respndenten it in aanraking met één f meerdere types en incidenten van antihmseksueel geweld. Een bijkmende analyse wees uit dat de vergrte meerderheid van de respndenten die fysiek, materieel f seksueel geweld ervaren hadden, aangaven m k verbaal geweld ervaren te hebben. Vr slechts 20 respndenten was dit niet het geval, zij hadden fysiek, materieel f seksueel geweld ervaren, znder k verbaal geweld meegemaakt te hebben. Wanneer we vervlgens kijken naar de algemene verschillen tussen mannen en vruwen, zien we dat ngeveer één p tien van de mannen én van de vruwen rapprteerde it in aanraking gekmen te zijn met geweld (zie tabel 15). Op basis van de Pearsn s Chi²-test bleek dat het verschil in gemiddelden p deze algemene variabele niet significant was (p=0,627). Onder paragraaf 7.6 wrdt meer uitgebreid ingegaan p de verschillen tussen mannen en vruwen, wat betreft het ervaren van hmnegatief geweld. Bij deze tabel dient echter een belangrijke kanttekening geplaatst te wrden, namelijk dat de range van deze types van geweld zeer breed was. Z varieerde verbaal geweld van gecnfrnteerd wrden met ngepaste nieuwsgierigheid tt bedreigd wrden met een mes f wapen. Fysiek geweld varieerde van duwen en trekken tt een wurgings- f verstikkingspging meemaken. Materieel geweld mvatte nder meer pst die nderschept werd en een wning die in brand gestken werd. Seksueel geweld varieerde van anderen die zich tegen de respndent aanwrijven p een seksuele manier tt gedwngen wrden tt geslachtsgemeenschap. Uit de pmerkingen die de respndenten bij de vragenlijst nteerden, bleek k duidelijk dat zij zelf niet al deze mgelijke incidenten nder de nemer geweld plaatsten. Wanneer met de individuele definities van geweld rekening gehuden zu wrden, zuden minder respndenten hun ervaringen als geweld classificeren. De definitie van geweld is steeds artificieel. In nderstaande paragrafen wrdt duidelijk welke incidenten dr ns nder de nemer geweld geplaatst werden. 50

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 15: ABSOLUTE EN RELATIEVE FREQUENTIES VAN GEWELD, NAAR TYPE GEWELD (N=1402, MISSINGS=0) Geslacht/Gender Ttaal Mannen Transmannen Vruwen Transvruwen N % N % N % Chi²-test (p-waarde) Neen 154 11,0% 97 10,6% 57 11,7% Verbaal geweld Ja 1248 89,0% 819 89,4% 429 88,3% Ttaal 1402 100% 916 100% 486 100% 0,42 (0,516) Neen 966 68,9% 598 65,3% 368 75,7% Geweldtype Fysiek geweld Materieel geweld Ja 436 31,1% 318 34,7% 118 24,3% Ttaal 1402 100% 916 100% 486 100% Neen 1098 78,3% 694 75,8% 404 83,1% Ja 304 21,7% 222 24,2% 82 16,9% Ttaal 1402 100% 916 100% 486 100% 16,14*** (0,000) 10,14** (0,001) Neen 826 58,9% 505 55,1% 321 66,1% Seksueel geweld Ja 576 41,1% 411 44,9% 165 33,9% Ttaal 1402 100% 916 100% 486 100% 15,64*** (0,000) Algemee n geweld Neen 134 9,6% 85 9,3% 49 10,1% Ja 1268 90,4% 831 90,7% 437 89,9% Ttaal 1402 100% 916 100% 486 100% 0,24 (0,627) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 4.7.2 ERVARINGEN MET VERBAAL EN PSYCHISCH GEWELD Tabel 16 biedt een meer gedetailleerde weergave van de ervaring van de respndenten met verbaal hmnegatief geweld. De relatieve frequenties zijn berekend p het aantal respndenten dat deze vraag beantwrd had (mannen N=916, vruwen N=486). Ongepaste nieuwsgierigheid en uitgelachen f belachelijk gemaakt wrden, werd het meest gemeld dr de respndenten, terwijl bedreigd wrden met een wapen minder frequent werd gerapprteerd. Zals eerder reeds aangehaald werd, zijn ngeveer evenveel mannen als vruwen in aanraking gekmen met verbaal geweld. Wanneer we daarentegen naar de afznderlijke items gaan kijken, dan zien we dat er significante verschillen bestaan tussen mannen en vruwen p 8 van de 14 items. Vr elk van deze items, bleek dat meer mannen ermee in aanraking kwamen. Enkel wat ngepaste nieuwsgierigheid betreft, bleek dat meer vruwen dan mannen hiermee te maken hadden gekregen. 51

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 16: KRUISTABEL VAN VERBAAL HOLEBIGEWELD NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402, MISSINGS=0) Mgelijke ervaren incidenten van verbaal geweld Ttaal (N=1402) Vruw Transvruw (N=486) Geslacht/gender Man Transman (N=916) N % N % N % Chi²-test (p-waarde) Ik werd uitgelachen f belachelijk gemaakt. Ik kreeg te maken met ngepaste nieuwsgierigheid. Ik werd uitgemaakt, afgeblaft f uitgeschlden. Iemand sprak kwaad ver mij f maakte mij zwart bij anderen. Er werd tegen mij geschreeuwd, gerepen en getierd. Iemand maakte dat ik me beschaamd f schuldig f verkeerd velde ver mijn hlebiseksuele achtergrnd f mijn identiteit. Ik werd gepest (mndeling, per gsm, via internet,...) Ik werd geïsleerd f genegeerd. Ik maakte een andere vrm van verbaal en/f psychisch geweld mee. Ik werd dr iemand achtervlgd. Ik werd mndeling bedreigd (f via brief, telefn, sms,...) Iemand dreigde m ver mijn hlebiseksuele achtergrnd f identiteit te vertellen aan mensen van wie ik niet wil dat ze het weten. Iemand belette dat ik mging met andere hlebi's en/f bijeenkmsten van hlebigrepen kn bijwnen. Ik werd bedreigd met een vrwerp f een wapen. Ja 919 65,5% 284 58,4% 635 69,3% 16,29*** Neen 483 34,5% 201 41,6% 281 30,7% (0,000) Ja 878 62,6% 359 73,9% 519 56,7% 40,18*** Neen 524 37,4% 127 26,1% 397 43,3% (0,000) Ja 742 52,9% 223 45,9% 519 56,7% 14,52*** Neen 660 47,1% 262 54,1% 397 43,3% (0,000) Ja 721 51,4% 227 46,7% 494 53,9% 6,63* Neen 681 48,6% 259 53,3% 422 46,1% (0,010) Ja 662 47,2% 193 39,7% 469 51,2% 16,82*** Neen 740 52,8% 293 60,3% 447 48,8% (0,000) Ja 562 40,1% 193 39,7% 369 40,3% 0,04 Neen 840 59,9% 293 60,3% 547 59,7% (0,835) Ja 500 35,7% 125 25,7% 375 40,9% 32,05*** Neen 902 64,3% 361 74,3% 541 59,1% (0,000) Ja 477 34,0% 154 31,7% 323 35,3% 1,74 Neen 925 66,0% 331 68,3% 593 64,7% (0,187) Ja 441 31,5% 145 29,8% 296 32,3% 0,930 Neen 961 68,5% 341 70,2% 619 67,7% (0,335) Ja 334 23,8% 109 22,4% 225 24,6% 0,82 Neen 1068 76,2% 377 77,6% 690 75,4% (0,366) Ja 299 21,3% 78 16,0% 221 24,1% 12,3*** Neen 1103 78,7% 408 84,0% 695 75,9% (0,000) Ja 270 19,3% 89 18,3% 181 19,8% Neen 1132 80,7% 397 81,7% 735 80,2% 0,43 (0,513) Ja 135 9,6% 50 10,3% 85 9,3% 0,39 Neen 1267 90,4% 435 89,7% 831 90,7% (0,534) Ja 131 9,3% 24 4,9% 107 11,7% 17,04*** Neen 1271 90,7% 462 95,1% 809 88,3% (0,000) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 Ttaal Ja 429 88,3% 819 89,4% 0,421 Neen 57 11,7% 97 10,6% (0,516) 52

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.7.3 ERVARINGEN MET FYSIEK GEWELD Uit de samenvattende tabel 15 knden we reeds afleiden dat ngeveer één p drie van alle respndenten it in aanraking kwam met fysiek geweld. In tabel 17 wrdt een verzicht gegeven van de items waaruit deze variabele samengesteld is. De percentages zijn berekend p basis van het ttale aantal respndenten dat deze vraag had ingevuld (mannen N=916, vruwen N=486). Duwen en trekken werd het vaakst gerapprteerd, en een vrwerp naar zich gesmeten krijgen vlgde p de tweede plaats. Als we naar de ttaalscre kijken, dan zien we dat pmerkelijk minder vruwen dan mannen it in aanraking kwamen met fysiek geweld. Het gaat hier m een significant verschil (p<0,000). Meer mannen dan vruwen leken it met de hand geslagen te zijn, werden geduwd en getrkken, kregen vuistslagen, schppen f trappen, kregen een vrwerp naar hen gegid f werden met een vrwerp geslagen, f werden ergens tegen aan gegid. TABEL 17: ERVARING MET FYSIEK HOLEBIGEWELD NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402) Mgelijke ervaren incidenten van fysiek geweld Ttaal Vruw Transvruw (N=486) Geslacht/gender Man Transman (N=916) N % N % N % Chi²-test (p-waarde) Ik werd vastgegrepen en er werd aan mij geduwd en getrkken. Er werd met een vrwerp naar mij gegid. Ik werd geslagen met de hand. Ik maakte een andere vrm van fysiek geweld mee. Ik kreeg schppen f trappen. Ik kreeg vuistslagen. Ik werd tegen meubels, muren, de grnd,... gegid. Ik werd geslagen met een vrwerp (stk, stel,...) Ik maakte een wurgings- f verstikkingspging mee. Ik liep snijwnden p dr geweld. Ik werd pgeslten f vastgebnden. Ja 287 20,5% 66 13,6% 221 24,1% 21,69*** Neen 1115 79,5% 420 86,4% 695 75,9% (0,000) Ja 236 16,8% 58 11,9% 178 19,4% 12,75*** Neen 1166 83,2% 428 88,1% 738 80,6% (0,000) Ja 188 13,4% 31 6,4% 157 17,1% 31,67*** Neen 1214 86,6% 455 93,6% 759 82,9% (0,000) Ja 164 11,7% 54 11,1% 110 12,0% 0,25 Neen 1238 88,3% 432 88,9% 806 88,0% (0,619) Ja 145 10,3% 31 6,4% 114 12,4% 12,52*** Neen 1256 89,6% 454 93,6% 802 87,6% (0,000) Ja 135 9,6% 23 4,7% 112 12,2% 20,55*** Neen 1266 90,3% 463 95,3% 803 87,7% (0,000) Ja 119 8,5% 26 5,3% 93 10,2% 9,43** Neen 1283 91,5% 460 94,7% 823 89,8% (0,002) Ja 64 4,6% 13 2,7% 51 5,6% 6,10* Neen 1338 95,4% 473 97,3% 865 94,4% (0,014) Ja 49 3,5% 13 2,7% 36 3,9% 1,48 Neen 1353 96,5% 473 97,3% 880 96,1% (0,223) Ja 37 2,6% 7 1,4% 30 3,2% 4,17* Neen 1364 97,3% 479 98,6% 885 96,6% (0,041) Ja 29 2,1% 9 1,9% 20 2,2% 0,17 Neen 1373 97,9% 477 98,1% 896 97,8% (0,678) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 Ttaal Ja 118 24,3% 318 34,7% 16,14*** Neen 368 75,7% 598 65,3% (0,000) 53

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.7.4 ERVARINGEN MET MATERIEEL GEWELD Uit tabel 15 knden we reeds afleiden dat iets meer dan 20% van de respndenten it in aanraking kwam met materieel geweld. In tabel 18 wrden de items weergegeven die gebruikt werden m materieel geweld te meten. De weergegeven percentages werden berekend p het ttale aantal respndenten dat deze vraag invulde (mannen N=916, vruwen N=486). Diefstal van eigendmmen werd het meest gerapprteerd. Meer hm- en biseksuele mannen kwamen in aanraking met materieel geweld, in vergelijking met lesbische en biseksuele vruwen. Op basis van de Chi²-test beslten we dat het hier m een significant verschil ging (p=0,001). Hewel slechts één van de samenstellende items een significant verschil tussen mannen en vruwen pleverde, namelijk diefstal van spullen f eigendmmen. Vr één van de items ( mijn wning werd in brand gestken ) kn geen geldige Chi²-test berekend wrden, mwille van het te lage aantal cases in de cellen. TABEL 18: ERVARING MET MATERIEEL HOLEBIGEWELD NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402) Mgelijke ervaren incidenten van materieel geweld Ttaal Vruw Transvruw (N=486) Geslacht/gender Man Transman (N=916) N % N % N % Chi²-test (p-waarde) Mijn spullen/eigendmmen werden gestlen. Ik maakte een andere vrm van materieel geweld mee. Mijn website/prfiel werd gehackt Mijn aut werd beschadigd. Mijn pst werd nderschept. Er werd ingebrken in mijn kluisje (p schl, sprtclub, werk,...) Er werd ingebrken in mijn wagen f wning. Mijn gevel werd beklad. Mijn wning werd in brand gestken. Ja 142 10,1% 36 7,4% 106 11,6% Neen 1256 89,7% 450 92,6% 809 88,4% Ja 123 8,8% 31 6,4% 92 10,1% Neen 1276 91,2% 454 93,6% 822 89,9% Ja 90 6,4% 30 6,2% 60 6,6% Neen 1311 93,6% 456 93,8% 855 93,4% Ja 70 5,0% 16 3,3% 54 5,9% Neen 1331 95,0% 470 96,7% 861 94,1% Ja 53 3,8% 20 4,1% 33 3,6% Neen 1348 96,2% 466 95,9% 882 96,4% Ja 45 3,2% 14 2,9% 31 3,4% Neen 1356 96,8% 472 97,1% 884 96,6% Ja 42 3,0% 14 2,9% 28 3,1% Neen 1359 97,0% 472 97,1% 887 96,9% Ja 34 2,4% 10 2,1% 24 2,6% Neen 1366 97,6% 475 97,9% 891 97,4% Ja 3 0,2% 0 0% 3 0,3% Neen 1397 99,8% 486 100% 911 99,7% 6,081** (0,014) 5,33** (0,021) 0,078 (0,780) 4,55** (0,033) 0,23 (0,635) 0,263 (0,608) 0,035 (0,851) 0,421 (0,516) / * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 Ttaal Ja 82 16,9% 222 24,2% Neen 404 83,1% 694 75,8% 10,14** (0,001) 54

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.7.5 ERVARINGEN MET SEKSUEEL GEWELD TABEL 19: ERVARING MET SEKSUEEL HOLEBIGEWELD NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402) Mgelijke ervaren incidenten van seksueel geweld Ttaal Vruw Transvruw (N=486) Geslacht/gender Man Transman (N=916) N % N % N % Chi²-test (p-waarde) Iemand wreef zich tegen mij aan p een seksuele manier. Iemand betastte tegen mijn zin mijn brsten/geslachtsdelen. Iemand liet mij geslachtsdelen zien vr zijn/haar pwinding. Iemand prbeerde geslachtsgemeenschap te hebben met mij tegen mijn zin. Iemand verplichtte mij m zijn/ haar geslachtsdelen te betasten. Iemand masturbeerde en gent ervan mij daarnaar te den kijken. Iemand verplichtte mij m hem/haar te masturberen met de hand. Iemand dwng mij tt geslachtsgemeenschap. Ik maakte een andere vrm van seksueel geweld mee. Iemand deed it iets seksueel met mij wat heel erg was, waaraan ik nachtmerries en angst verhield. Iemand verplichtte mij m hem/ haar te bevredigen met de mnd. Iemand verplichtte mij m me uit te kleden m zich p te winden. Iemand sleg mij, deed mij pijn m zich seksueel p te winden. Ja 409 29,2% 120 24,7% 289 31,6% Neen 993 70,8% 366 75,3% 627 68,4% Ja 334 23,8% 105 21,6% 229 25,0% Neen 1068 76,2% 381 78,4% 687 75,0% Ja 269 19,2% 65 13,4% 204 22,3% Neen 1133 80,8% 421 86,6% 712 77,7% Ja 214 15,3% 49 10,1% 165 18,0% Neen 1188 84,7% 437 89,9% 751 82,0% Ja 146 10,4% 35 7,2% 111 12,1% Neen 1256 89,6% 451 92,8% 805 87,9% Ja 141 10,1% 30 6,2% 111 12,1% Neen 1261 89,9% 456 93,8% 805 87,9% Ja 114 8,1% 29 6,0% 85 9,3% Neen 1287 91,9% 456 94,0% 831 90,7% Ja 108 7,7% 30 6,2% 78 8,5% Neen 1294 92,3% 456 93,8% 838 91,5% Ja 96 6,8% 30 6,2% 66 7,2% Neen 1306 93,2% 456 93,8% 850 92,8% Ja 90 6,4% 34 7,0% 56 6,1% Neen 1312 93,6% 452 93,0% 860 93,9% Ja 87 6,2% 21 4,3% 66 7,2% Neen 1314 93,8% 464 95,7% 850 92,8% Ja 87 6,2% 25 5,1% 62 6,8% Neen 1315 93,8% 461 94,9% 854 93,2% Ja 51 3,6% 19 3,9% 32 3,5% Neen 1351 96,4% 467 96,1% 884 96,5% 7,23** (0,007) 2,02 (0,156) 16,21*** (0,000) 15,44*** (0,000) 8,23** (0,004) 12,41*** (0,000) 4,62* (0,032) 2,54 (0,117) 0,53 (0,466) 0,41 (0,521) 4,50* (0,034) 1,44 (0,230) 0,16 (0,692) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 Ttaal Ja 165 34,0% 411 44,9% Neen 321 66,0% 505 55,1% 15,64*** (0,000) 55

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Uit de samenvattende tabel 15 knden we reeds afleiden dat ngeveer 40% van de respndenten it in aanraking kwam met seksueel geweld. In tabel 19 wrden alle samenstellende items pgenmen. De relatieve frequenties werden berekend p basis van het ttale aantal respndenten dat deze vraag beantwrdde (mannen N=916, vruwen N=486). Wat het vaakst gerapprteerd werd, was dat anderen zich p een seksuele manier tegen de respndent aanwreven en dat men ngewenst betast werd. Net zals bij fysiek en materieel geweld, bleek dat meer mannen in aanraking kwamen met seksueel geweld, in vergelijking met vruwen (p<0,000). 4.7.6 KANTTEKENING MET BETREKKING TOT DE ERVARINGEN VAN MANNEN EN VROUWEN Over het algemeen bleken lesbische en biseksuele vruwen ngeveer even vaak in aanraking gekmen te zijn met hlebigeweld, in vergelijking met hm- en biseksuele mannen. Wanneer we naar de verschillende types van geweld afznderlijk keken, zagen we dat mannen significant vaker in aanraking kwamen met fysiek, materieel en seksueel geweld, in vergelijking met de vruwen in de steekpref. Bvendien rapprteerden de hm- en biseksuele mannen meer verschillende types van geweld dan de vruwen in de steekpref (zie tabel 20). Vruwen rapprteerden vaker slechts één type van geweld in vergelijking met mannen. Ongeveer 20% van de vruwen in de steekpref rapprteerde drie f vier verschillende types van geweld ervaren te hebben, terwijl tt 30% van de mannen rapprteerde drie f vier verschillende geweldtypes ervaren te hebben. TABEL 20: AANTAL GEWELDTYPES GERAPPORTEERD, NAAR GESLACHT/GENDER (N=1402, MISSINGS=0) Heveel types van geweld wrden gerapprteerd? Vruw Transvruw (N=486) Geslacht/gender Man Transman (N=916) N % N % Er wrdt geen geweld gerapprteerd 49 10,1% 85 9,3% Er wrdt 1 type van geweld gerapprteerd 222 45,7% 291 31,8% Er wrden 2 types van geweld gerapprteerd 114 23,5% 255 27,8%) Er wrden 3 types van geweld gerapprteerd 60 12,3% 171 18,7% Er wrden 4 types van geweld gerapprteerd 41 8,4% 114 12,4% Ttaal 486 100% 916 100,0% 4.7.7 GENDERNONCONFORMITEIT EN ERVARING VAN GEWELD In het literatuurverzicht kwam gendernncnfrmiteit naar vr als een belangrijke factr in de ervaring van hlebigeweld. Daarm hebben we de relatie tussen gendernncnfrmiteit en de verschillende types van geweld getetst aan de hand van een T-test. Gendernncnfrmiteit werd hier gemeten als de pmerkingen die men kreeg als kind mdat men te jngensachtig 56

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) (vr de vruwen) f te meisjesachtig (vr de mannen) gedrag vertnde. De frequentie van deze pmerkingen kn gescrd wrden p een 5-punt Likertschaal van nit (0) tt zeer vaak (4) (zie k tabel 13). Degenen die wel verbaal, fysiek, materieel en seksueel geweld rapprteerden, hadden als kind k meer pmerkingen gekregen mdat zij zich gendernncnfrm gedregen in vergelijking met de respndenten die geen verbaal, fysiek, materieel, en seksueel geweld meegemaakt hadden. Hetzelfde verband vinden we terug wanneer we de relatie nagingen tussen ervaringen van geweld en pmerkingen mwille van gendernncnfrmiteit p het mment dat de vragenlijst werd afgenmen. De respndenten die aangaven dat zij verbaal, fysiek, materieel f seksueel geweld ervaren hadden, hadden p het mment dat zij het de vragenlijst invulden k meer pmerkingen mwille van gendernncnfrmiteit gekregen dan degenen die deze types van geweld niet meegemaakt hadden (tabel 21). Krtm, de respndenten die hmnegatief geweld meegemaakt hadden, rapprteerden meer negatieve reacties mwille van vermeende gendernncnfrmiteit. Dit betekent niet autmatisch dat men k gendernncnfrm gedrag vertnde p het mment dat men het incident meemaakte, maar we kunnen er wel vanuit gaan dat gendernncnfrme mannen en vruwen relatief vaker herkend wrden als hlebiseksueel en daardr k een grtere kans lpen m in aanraking te kmen met hlebigeweld (D Augelli, 1998; Wald, Hessn-McInnis, & D Augelli, 1998). TABEL 21: KRUISTABEL VAN TYPE GEWELD NAAR GENDERNONCONFORMITEIT (N=1401, MISSINGS=1) Type geweld N Ẋ SD Verbaal geweld Opmerking mwille van gendernncnfrmiteit als kind T-test (p-waarde) Opmerkingen mwille van gendernncnfrmiteit p dit mment T-test Ẋ SD (p-waarde) Neen 154 0,78 1,00 17,54*** 0,29 0,60 Ja 1247 1,29 1,22 (0,000) 0,66 0,80 39,17*** (0,000) Fysiek geweld Materieel geweld Seksueel geweld Algemeen geweld Neen Ja 966 436 1,10 1,53 1,13 1,32 30,84*** (0,000) 0,51 0,86 0,69 0,93 Neen 1098 1,18 1,17 13,20** 0,57 0,73 Ja 304 1,43 1,31 (0,002) 0,80 0,93 Neen 826 1,14 1,14 21,07** 0,54 0,72 Ja 576 1,35 1,19 (0,002) 0,73 0,86 Neen 134 0,73 0,92 25,08*** 0,30 0,59 Ja 1267 1,28 1,22 (0,000) 0,65 0,80 34,35*** (0,000) 25,36*** (0,000) 24,08*** (0,000) 34,20*** (0,000) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 4.8 AANGIFTEBEREIDHEID De respndenten die geen enkel incident van hmfb geweld rapprteerden, kwamen p de sltpagina van de vragenlijst terecht, het gaat m 134 respndenten (f 9,6% van de 57

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) steekpref). In de vlgende hfdstukken wrdt enkel gerapprteerd ver de respndenten die minstens één hmnegatief incident gemeld hadden. 4.8.1 OOIT CONTACT MET DE POLITIE VOOR EEN HOMONEGATIEF INCIDENT? Slechts 121 respndenten hadden it cntact pgenmen met de plitie na een hmfb incident. Dit was ngeveer één tiende van alle persnen die rapprteerden it een hmnegatief incident ervaren te hebben (zie tabel 22). Hewel het hier ver heel erg kleine aantallen ging, bleek dat prprtineel meer mannen cntact pgenmen hadden met de plitie in vergelijking met de vruwen in de steekpref. TABEL 22: OOIT CONTACT OPGENOMEN MET DE POLITIE VOOR EEN HOMONEGATIEF INCIDENT? (N=1266, SKIPS=134, MISSINGS=2) Cntact met de plitie Geslacht/Gender Vruw Man Ttaal Transvruw Transman N % N % N % Neen 1145 90,4% 411 94,1% 734 88,5% Ja 121 9,6% 26 5,9% 95 11,5% Ttaal 1266 100% 437 100% 829 100% Wanneer we de resultaten bekeken enkel vr het ergste incident van hmnegatief geweld, knden we de cijfers psplitsten naar het type geweld van het ergste incident. Hieruit bleek dat ngeveer 40% van de respndenten die cntact pgenmen hadden met de plitie na het ergste incident, cntact pgenmen hadden vr een verbaal incident, iets minder dan 40% vr een fysiek incident, z n 8% vr materieel geweld, en 14% in verband met seksueel geweld (zie tabel 23). TABEL 23: CONTACTNAME MET DE POLITIE NAAR TYPE GEWELD VAN HET ERGSTE INCIDENT (N=118, MISSINGS=133) Cntact met de plitie N % Verbaal geweld Fysiek geweld Materieel geweld Seksueel geweld 48 40,7% 45 38,1% 9 7,6% 16 13,6% Ttaal 118 100% 4.8.2 MOTIVATIE CONTACTNAME Aan de respndenten die aangaven dat zij wel cntact pgenmen hadden met de plitie, werd gevraagd wat hun redenen hiervr waren. Aan de persnen die aangaven nit cntact pgenmen te hebben met de plitie naar aanleiding van een hmnegatief incident, werd gevraagd waarm zij dit niet gedaan hadden. Er werd telkens de mgelijkheid vrzien m meerdere antwrdcategrieën aan te kruisen. 58

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Bij de redenen waarm wel cntact pgenmen werd met de plitie, geven de respndenten gaven aan dat het feit vldende ernstig was, en dat ze wilden dat de dader gepakt en gestraft zu wrden (zie tabel 24). De meest gerapprteerde redenen m geen aangifte te den, waren dat men het incident zelf kn plssen, en dat men hetgeen gebeurd was achter zich wu laten (zie tabel 25). TABEL 24: MOTIVATIE CONTACTNAME MET DE POLITIE (N=120, SKIPS=1281, MISSINGS=1) Ja Neen Ttaal Mgelijke redenen N % N % N % Het feit was vldende ernstig m aan de plitie te melden. 87 72,5% 33 27,5% 120 100% Ik vnd dat deze persn gepakt en gestraft mest wrden. 82 68,3% 38 31,7% 120 100% Ik wu dergelijk feit in de tekmst vermijden vr mezelf en vr andere hlebi's. 70 58,3% 50 41,7% 120 100% Uit principe met je daarmee naar de plitie. 65 54,2% 55 45,8% 120 100% Ik vnd dat plitie mest ingrijpen. 65 54,2% 55 45,8% 120 100% Ik wu vrkmen dat de situatie erger werd. 48 40,0% 72 60,0% 120 100% Op aanraden van anderen. 47 39,2% 73 60,8% 120 100% Om in de statistieken pgenmen te wrden. 36 30,0% 84 70,0% 120 100% Ik wu herstel van de schade. 25 20,8% 95 79,2% 120 100% Ik had een bewijs ndig vr de verzekering. 12 10,0% 108 90,0% 120 100% Andere reden. 10 8,3% 110 91,7% 120 100% TABEL 25: MOTIVATIE GEEN CONTACTNAME MET DE POLITIE (N=1081, SKIPS=255, MISSINGS=66) Ja Neen Ttaal Mgelijke redenen N % N % N % Ik kn het zelf plssen. 446 41,3% 635 58,7% 1081 100% Ik wu hetgeen dat gebeurd is achter mij laten, afsluiten. 339 31,4% 742 68,6% 1081 100% De dader wrdt tch niet gepakt f gestraft. 311 28,8% 770 71,2% 1081 100% Andere reden. 338 31,3% 743 68,7% 1081 100% Ik was bang dat de plitie mijn zaak niet serieus zu nemen. 223 20,6% 858 79,4% 1081 100% Ik kn niet veel infrmatie geven ver het feit f ver de dader. 185 17,1% 896 82,9% 1081 100% Ik schaamde mij. 179 16,6% 902 83,4% 1081 100% Een melding f aangifte kst te veel tijd en meite. 167 15,4% 914 84,6% 1081 100% Ik was bang vr de negatieve reacties van mijn mgeving. 145 13,4% 936 86,6% 1081 100% Ik wilde mijn hlebiseksuele achtergrnd f identiteit niet kenbaar maken. 114 10,5% 967 89,5% 1081 100% Ik ben niet geïnteresseerd in een verrdeling. 109 10,1% 972 89,9% 1081 100% 59

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.8.3 MELDING HOMONEGATIEF KARAKTER VAN HET INCIDENT Aan degenen die aangaven cntact te hebben gehad met de plitie, werden vervlgens bijkmende vragen gesteld. Z werd gevraagd f zij melding hadden gemaakt van het hmnegatieve karakter van het incident. TABEL 26: MELDING HOMONEGATIEF KARAKTER VAN HET INCIDENT (N=119, SKIPS=1281, MISSINGS=2) Melding hmnegatief karakter van het incident N % Neen 21 17,6% Ja 98 82,4% Ttaal 119 100% Van de respndenten die cntact pgenmen hadden met de plitie, had 18% geen melding gemaakt van het hmnegatieve karakter van het incident (zie tabel 26). Iets meer dan acht p tien respndenten had dit wel gedaan. Hier p verder buwend werd gevraagd f de agent de juiste vragen stelde m het hmfbe mtief te achterhalen: 34 respndenten haalden aan dat dit niet het geval was, vlgens 22 respndenten was dit sms het geval, en vlgens 40 respndenten was dit altijd het geval (N=96). Vervlgens werd gevraagd f de agent het hmfbe mtief in de verklaring f het prces-verbaal heeft pgenmen. Slechts 45 respndenten antwrdden bevestigend p deze vraag (N=96). 4.8.4 ALGEMENE TEVREDENHEID OVER HET CONTACT MET DE POLITIE Aan alle respndenten die aangaven dat ze it cntact hadden gehad met de plitie naar aanleiding van een hmnegatief incident, werd gevraagd he tevreden zij ver het algemeen waren ver dit cntact. Er werden zes stellingen aangebden die men kn beantwrden aan de hand van een 5-punt Likertschaal van helemaal neens tt helemaal eens. Iets meer dan vier p tien van de respndenten vnd dat de plitie ndersteunend was, de helft van de respndenten vnd dat de plitie het incident serieus nam, en tt 60% van hen vnd dat de plitie met respect handelde (zie tabel 27). Hewel deze relatieve frequenties berekend zijn p een kleine subgrep van de steekpref, leek men ver het algemeen best tevreden te zijn ver het cntact met de plitie. Tch vnd ngeveer 60% van de respndenten dat zij niet vldende p de hgte gehuden werden van de verschillende stadia van het nderzek, en tt 65% van hen vnd dat zij weinig infrmatie kregen ver de verschillende rganisaties die men mgelijks had kunnen cntacteren vr steun. De helft van de respndenten had liever met een agent gesprken die meer bekend was met hlebiseksualiteit. TABEL 27: TEVREDENHEID OVER HET CONTACT MET DE POLITIE (N=118, SKIPS=1281, MISSINGS=3) Tevredenheid cntact met de plitie De plitie was ndersteunend. Helemaal neens Helemaal eens Ttaal N 16 21 29 27 25 118 % 13,6% 17,8% 24,6% 22,9% 21,2% 100% De plitie handelde met respect. N 8 10 29 39 32 118 % 6,8% 8,5% 24,6% 33,1% 27,1% 100% 60

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) De plitie nam het incident serieus. De plitie hield me p de hgte drheen de verschillende stadia van het nderzek. De plitie vrzag infrmatie ver de verschillende rganisaties die ik kn cntacteren vr steun. Ik had liever met een agent gepraat die meer vertruwd is met hlebiseksualiteit. N 17 14 27 35 25 118 % 14,4% 11,9% 22,9% 29,7% 21,2% 100% N 45 27 20 11 15 118 % 38,1% 22,9% 16,9% 9,3% 12,7% 100% N 48 28 12 19 11 118 % 40,7% 23,7% 10,2% 16,1% 9,3% 100% N 14 24 20 19 41 118 % 11,9% 20,3% 16,9% 16,1% 34,7% 100% 4.9 CONTEXT VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT De vragenlijst was p deze manier pgebuwd dat de respndenten eerst de vier tabellen kregen waarin zij bevraagd werden ver alle types van hmnegatief geweld die zij it meegemaakt hadden (zie tabellen 16, 17, 18, en 19). Vervlgens werd verderp in de vragenlijst gevraagd welk incident zij zelf als het ergste beschuwden. Er werd hen gevraagd m uit alle aangehaalde incidenten één enkel incident te kiezen. De vlgende paragrafen, ver de cntext en de daders van hmnegatief geweld, gaan steeds ver dit ergste incident. 4.9.1 TYPE GEWELD VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT Het merendeel van de respndenten rapprteerde ver verbaal geweld als ergste incident. Ongeveer 9% rapprteerde ver fysiek geweld, 26% rapprteerde ver materieel geweld en 11,7% van de respndenten rapprteerde ver materieel geweld (zie tabel 28). TABEL 28: TYPE GEWELD VAN HET ERGSTE GERAPPORTEERDE INCIDENT (N=1248, SKIPS=134, MISSINGS=20) Ergste incident N % Verbaal geweld 956 76,6% Seksueel geweld 146 11,7% Fysiek geweld 113 9,1% Materieel geweld 33 2,6% Ttaal 1248 100% In de mate van het mgelijke, zullen we vr de verdere bespreking van de cntext van het hmnegatieve geweld, een nderscheid maken tussen deze vier types van geweld. 61

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.9.2 TIJDSFRAME VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT Er werd gevraagd aan de respndenten f het ging m een eenmalig incident f een herhaald incident met eenzelfde dader(grep), zals bijvrbeeld bij een burenruzie f pesterijen p het werk het geval kan zijn. Bij iets meer dan 70% van alle respndenten ging het ver een eenmalig incident, terwijl het vr bijna 30% ver een herhaald incident ging met eenzelfde dader f eenzelfde dadergrep. Het bleek dat verbaal en fysiek geweld vaker eenmaal dr eenzelfde dader uitgeverd werden, dan dat het m herhaalde incidenten met eenzelfde dadergrep ging (p<0,001). Wat betreft materieel en seksueel geweld, vnden we geen significant verschil (zie tabel 29). TABEL 29: EENMALIG OF HERHAALD INCIDENT (N=1232, SKIPS=134, MISSINGS=36) Materieel Seksueel Verbaal geweld Fysiek geweld Eenmalig f herhaald incident geweld geweld Ttaal N % N % N % N % N % Het gaat m een eenmalig incident 666 70,7% 99 88,4% 28 84,8% 104 71,7% 897 72,8% Het gaat m een herhaald incident met dezelfde dader(s) 276 19,3% 13 11,6% 5 15,2% 41 28,3% 335 27,2% Ttaal 942 100% 112 100% 33 100% 145 100% 1232 100% Chi²-test (p-waarde) 8,98** (0,005) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 15,11*** (0,000) 2,48 (0,115) 0,10 (0,755) Van de incidenten die zich één keer hebben vrgedaan, heeft slechts 20% zich vrgedaan in het laatste jaar. Tt 80% van alle ergste incidenten heeft langer dan een jaar geleden plaatsgevnden. Vr de incidenten met een herhaald karakter bleek dat ngeveer 1% van deze incidenten in het laatste jaar gestart was. Van al deze incidenten met een herhaald karakter was 60% al langer dan vijf jaar geleden gestart. Van de incidenten met een herhaald karakter, was p het mment van het invullen van de vragenlijst 20% ng niet gestpt. Omdat de antwrdmgelijkheden enigszins verschilden vr de respndenten die een eenmalig f een herhaald incident meegemaakt hadden, wrden de tabellen inzake het tijdstip van het ergste incident, de lcatie en de slachtffers, apart weergegeven vr de slachtffers van de eenmalige en de herhaalde incidenten. 4.9.3 TIJDSTIP ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT Het merendeel van de eenmalige incidenten vnd s avnds f s nachts plaats, terwijl de herhaalde incidenten zich verwegend verdag vrdeden. Zes tt 12% van de respndenten wist niet precies wanneer het incident zich had vrgedaan (zie tabellen 30 en 31). Als we naar de verschillende types van geweld keken, dan zagen we dat fysiek, materieel en seksueel geweld vaker s avnds f s nachts plaatsvnden, in vergelijking met verbaal geweld. Maar wanneer het ging m een herhaald seksueel incident, vnd dit vaker zwel verdag als s avnds f s nachts plaat, in plaats van enkel s avnds f s nachts. 62

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 30: TIJDSTIP ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT, IN HET GEVAL VAN EEN EENMALIG INCIDENT (N=862, SKIPS=460, MISSINGS=80) Tijdstip ergste incident N % Overdag 367 42,6% s Avnds f s nachts 388 45,0% Weet ik niet 107 12,4% Ttaal 862 100% TABEL 31: TIJDSTIP ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT, IN HET GEVAL VAN EEN HERHAALD INCIDENT (N=326, SKIPS=997, MISSINGS=80) Ja Neen Ttaal Tijdstip ergste incident N % N % N % Overdag 184 56,4% 142 43,6% 326 100% s Avnds f s nachts 27 8,3% 299 91,7% 326 100% Zwel verdag als s avnds f s nachts 95 29,1% 231 70,9% 326 100% Weet ik niet 20 6,1% 306 93,9% 326 100% Bvendien bleek dat het merendeel van de incidenten dr de week gebeurde (zie tabellen 32 en 33). Wanneer het ging m eenmalige incidenten, dan bleek dat zwel fysiek als seksueel geweld zich eerder in het weekend dan in de week vrdeden. Verbaal en materieel geweld vnden eerder gedurende weekdagen plaats. Wat de herhaalde incidenten betrf, bleek dat fysiek en seksueel geweld zich vaker zwel dr de week als in het weekend vrdeden, in vergelijking met verbaal en materieel geweld. TABEL 32: MOMENT ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT, IN HET GEVAL VAN EEN EENMALIG INCIDENT (N=, SKIPS=461, MISSINGS=79) Mment ergste incident N % Dr de week 394 45,7% In het weekend 298 34,6% Weet ik niet 170 19,7% Ttaal 862 100% 63

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 33: MOMENT ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT, IN HET GEVAL VAN EEN HERHAALD INCIDENT (N=326, SKIPS=997, MISSINGS=79) Ja Neen Ttaal Mment ergste incident N % N % N % Dr de week 165 50,6% 161 49,4% 326 100% In het weekend 29 8,9% 297 91,1% 326 100% Zwel dr de week als in het weekend 108 33,1% 218 66,9% 326 100% Weet ik niet 24 7,4% 302 92,6% 326 100% 4.9.4 LOCATIE ERGSTE INCIDENT Vervlgens werd nagegaan waar het ergste incident zich vrgedaan had. Allereerst werd in de vragenlijst gepeild naar de pstcde f gemeente. Deze infrmatie werd mgevrmd tt de prvincie waar het ergste incident zich vrgedaan had. Daarnaast werd gepeild naar de meer specifieke lcatie. TABEL 34: PROVINCIE ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT (N=1153, SKIPS=134, MISSINGS=115) Prvincie ergste incident Verbaal geweld Fysiek geweld Materieel geweld Seksueel geweld Algemeen geweld N % N % N % N % N % West-Vlaanderen 89 10,1% 11 10,0% 5 16,7% 18 13,4% 123 10,7% Ost-Vlaanderen 205 23,3% 31 28,2% 8 26,7% 39 29,1% 283 24,5% Antwerpen 190 21,6% 26 23,6% 9 30,0% 24 17,9% 249 21,6% Vlaams-Brabant 80 9,1% 8 7,3% 3 10,0% 10 7,5% 101 8,8% Limburg 87 9,9% 6 5,5% 2 6,7% 4 3,0% 99 8,6% Brussels Hfdstedelijk Gewest 68 7,7% 21 19,1% 1 3,3% 7 5,2% 97 8,4% Ik weet het niet 160 18,2% 7 6,4% 2 6,7% 32 23,9% 201 17,4% Ttaal 879 100% 110 100% 30 100% 134 100% 1153 100% Hlebigeweld is verspreid ver heel Vlaanderen en het Brussels Hfdstedelijk Gewest. Alle types van geweld (verbaal, fysiek, materieel, en seksueel) kwamen vr in alle Vlaamse prvincies en het Brussels Hfdstedelijk Gewest (zie tabel 34). Maar het dient pgemerkt te wrden dat deze tabel eigenlijk weinig f niks zegt ver de ruimtelijke verspreiding van hmnegatief geweld. Aangezien de steekpref niet representatief getrkken werd, kan het zijn dat meer mensen deelgenmen hebben uit een bepaalde gemeente f stad. Deze tabel zegt dus niet dat in Ost-Vlaanderen meer geweld tegenver hlebi s bestaat, dan in pakweg Antwerpen f Limburg. Vervlgens werd gevraagd naar de meer specifieke lcatie waar het geweld zich vrgedaan had. De respndenten die eerder hadden aangegeven dat het m een herhaald incident ging, 64

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) knden meerdere antwrdcategrieën aankruisen. Vr degenen bij wie het m een eenmalig incident ging, was dit niet het geval. Aan hen werd gevraagd m slechts één antwrdptie aan te duiden. Daarm werden k hier aparte tabellen weergegeven vr eenmalige en herhaalde incidenten. TABEL 35: SPECIFIEKE LOCATIE ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT, IN HET GEVAL VAN EEN EENMALIG INCIDENT (N=861, SKIPS=461, MISSINGS=80) Lcatie ergste incident N % Op de penbare weg f een vr het publiek tegankelijke plaats (straat, park, ) 218 25,3% Op schl 124 14,4% In cafés f uitgaansgelegenheden met een verwegend heter-publiek 108 12,5% In de mgeving van je wnst (je straat, je wnwijk, ) 82 9,5% Bij ju thuis (f p kt, tweede wning, eigen tuin f garage, hal appartement, ) 74 8,6% Andere plaats 70 8,1% Bij vrienden f familie thuis 43 5,0% In cafés f uitgaansgelegenheden met een verwegend hlebi-publiek 38 4,4% Op het werk 35 4,1% In het penbaar verver (tram, bus, trein, vliegveld, statin, ) 26 3,0% Niet echt p een plaats, maar via het internet f per gsm f telefn 24 2,8% In penbare gebuwen (biblitheek, gemeentehuis, ) 9 1,0% In een winkel 5 0,6% Bij je sprtvereniging, sprtzaal, sprtveld 5 0,6% Ttaal 861 100% TABEL 36: SPECIFIEKE LOCATIE ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT, IN HET GEVAL VAN EEN HERHAALD INCIDENT (N=328, SKIPS=996, MISSINGS=78) Ja Neen Ttaal Lcatie ergste incident N % N % N % Op schl 155 47,3% 173 52,7% 328 100% Bij ju thuis (f p kt, tweede wning, eigen tuin f garage, hal appartement, ) 72 22,0% 256 78,0% 328 100% In cafés f uitgaansgelegenheden met een verwegend heter-publiek 59 18,0% 269 82,0% 328 100% In de mgeving van je wnst (je straat, je wnwijk, ) 55 16,8% 273 83,2% 328 100% Bij vrienden f familie thuis 51 15,5% 277 84,5% 328 100% Op de penbare weg f een vr het publiek tegankelijke plaats (straat, park, ) 48 14,6% 280 85,4% 328 100% 65

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Op het werk 41 12,5% 287 87,5% 328 100% Andere plaats 34 10,4% 294 89,6% 328 100% In het penbaar verver (tram, bus, trein, vliegveld, statin, ) Niet echt p een plaats, maar via het internet f per gsm f telefn In penbare gebuwen (biblitheek, gemeentehuis, ) 33 10,1% 295 89,9% 328 100% 22 6,7% 306 93,3% 328 100% 13 4,0% 315 96,0% 328 100% In een winkel 13 4,0% 315 96,0% 328 100% Bij je sprtvereniging, sprtzaal, sprtveld 13 4,0% 315 96,0% 328 100% In cafés f uitgaansgelegenheden met een verwegend hlebi-publiek 12 3,7% 316 96,3% 328 100% De eenmalige incidenten deden zich het vaakst vr p de penbare weg f in de schlcntext (zie tabel 35). Terwijl de herhaalde incidenten zich het vaakst vrdeden in de schlcntext f bij de respndenten thuis (zie tabel 36). De lcatie van het incident was dus wel enigszins gerelateerd aan de aard van het incident. Zwel de eenmalige als de herhaalde incidenten leken zich relatief vaak af te spelen in de schlcntext f in het uitgangsleven met een verwegend heter-publiek. 4.9.5 SLACHTOFFERS VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT Na de vragen ver de lcatie van het ergste incident, kwam de vraag f men in het bijzijn van anderen was p het mment dat het incident plaatsvnd. Hierbij dient pgemerkt te wrden dat er een lichtjes andere vraagstelling gehanteerd werd vr eenmalige f herhaaldelijk gebeurde incidenten. Maar telkens waren meerdere antwrdmgelijkheden mgelijk, daarm werden de frequenties vr de eenmalige en de herhaalde incidenten hier wel samen weergegeven (zie tabel 37). Vier p tien respndenten gaf aan dat zij (vaak) alleen waren ten het incident zich vrdeed. Het minst vaak rapprteerde men dat men in het bijzijn van hetervrienden was. TABEL 37: AANTAL SLACHTOFFERS VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT (N=1176, SKIPS=134, MISSINGS=92) Aantal slachtffers Ik was alleen ten het incident zich vrdeed / Vaak was ik alleen ten het incident zich vrdeed Ik was in het bijzijn van andere kennissen f familieleden / Vaak was ik in het bijzijn van andere kennissen f familieleden Ik was in het bijzijn van mijn partner / Vaak was ik in het bijzijn van mijn partner Ik was in het bijzijn van hetervrienden / Vaak was ik in het bijzijn van hetervrienden Ik was in het bijzijn van hlebivrienden / Vaak was ik in het bijzijn van hlebivrienden Ja Neen Ttaal N % N % N % 475 40,4% 701 59,6% 1176 100% 270 23,0% 906 77,0% 1176 100% 269 22,9% 907 77,1% 1176 100% 254 21,6% 922 78,4% 1176 100% 127 10,8% 1049 89,2% 1176 100% 66

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.9.6 WAAROM HOMOFOOB? Er werd aan de respndenten gevraagd waarm zij ervan uitgingen dat het ergste incident gericht was tegen hun seksuele geaardheid. Waarm gelfden zij dat het m een hmfb f hmnegatief incident ging? Er werden negen antwrdcategrieën gegeven, maar men kn steeds meerdere mgelijkheden aanduiden. TABEL 38: ERGSTE INCIDENT ALS HOMONEGATIEF GEPERCIPIEERD (N=1178, SKIPS=134, MISSINGS=90) Ja Neen Ttaal Ergste incident als hmnegatief gepercipieerd N % N % N % Omwille van wat er gezegd werd 777 66,0% 401 34,0% 1178 100% Omwille van het gedrag van de daders (bijvrbeeld gebaren) 354 30,1% 824 69,9% 1178 100% Omdat ik zichtbaar hlebi was dr de aanwezigheid van mijn partner 197 16,7% 981 83,3% 1178 100% Ik sta bekend als hlebi 197 16,7% 981 83,3% 1178 100% Ik vernderstel het 171 14,5% 1007 85,5% 1178 100% Andere reden 125 10,6% 1053 89,4% 1178 100% Omdat ik zichtbaar hlebi was dr mijn kledij/uiterlijk 80 6,8% 1098 93,2% 1178 100% Omdat ik met andere hlebi s samen was 70 5,9% 1108 94,1% 1178 100% Omdat ik van een hlebicafé / hlebifuif kwam 44 3,7% 1134 96,3% 1178 100% De meeste respndenten leidden af dat het incident gericht was tegen hun seksuele vrkeur mwille van hetgeen gezegd werd, f mwille van het gedrag van de dader. Niet iedereen was helemaal zeker ver de aard van het incident. Ongeveer 15% van de respndenten gaf aan dat zij vernderstelden dat het incident gericht was tegen hun seksuele riëntatie (zie tabel 38). 4.9.7 AANLEIDING ERGSTE INCIDENT Na de vraag ver het hmnegatieve karakter van het incident, werd aan de respndenten gevraagd wat vlgens hen de aanleiding was van het incident. Men kn telkens meerdere antwrdcategrieën aanduiden. Vier p tien respndenten gelfde dat er geen bijzndere aanleiding was vr het incident. Tch haalde één derde van hen aan dat de lutere vaststelling van zijn f haar seksuele riëntatie de aanleiding vrmde vr het incident. Een vrafgaande ruzie f pmerking van een metgezel, werd het minst vaak gerapprteerd (zie tabel 39). TABEL 39: AANLEIDING ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT (N=1168, SKIPS=134, MISSINGS=100) Ja Neen Ttaal Aanleiding ergste incident N % N % N % Niks bijznders 467 40,0% 701 60,0% 1168 100% De vaststelling van mijn hlebi-identiteit f achtergrnd 396 33,9% 772 66,1% 1168 100% 67

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Andere aanleiding 184 15,8% 984 84,2% 1168 100% Omdat de dader drnken was 138 11,8% 1030 88,2% 1168 100% Mijn gedrag f dat van mijn metgezel 118 10,1% 1050 89,9% 1168 100% Mijn kledij/uiterlijk f dat van mijn metgezel Ruzie met deze persn/persnen m iets anders Een pmerking van mij f van mijn metgezel 89 7,6% 1079 92,4% 1168 100% 73 6,2% 1095 93,8% 1168 100% 60 5,1% 1108 94,9% 1168 100% 4.10 DADERS VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT Het daderprfiel dat hier pgesteld werd, werd bekmen aan de hand van slachtfferrapprtering. Het is vr de slachtffers echter niet altijd gemakkelijk m een cncreet beeld te krijgen van de dader (Buijs et al., 2009), zeker niet wanneer het m meerdere nbekende daders gaat die in een krtstndig incident betrkken zijn. Daarbij kmt dat kenmerken zals leeftijd en etnisch culturele achtergrnd niet altijd duidelijk uiterlijk waarneembaar zijn, wat vr een vertekening kan zrgen. 4.10.1 AANTAL DADERS Allereerst werd aan de respndenten gevraagd heveel daders er bij het incident betrkken waren, waarbij men slechts één antwrdmgelijkheid kn aanduiden. Bvendien werd de antwrdmgelijkheid niet van tepassing aangebden, vral m de respndenten die het incident niet zzeer bekeken in termen van daders en slachtffers een antwrdptie te kunnen aanbieden en z uitval te vrkmen. Ongeveer 40% van de incidenten werd uitgeverd dr één dader, 45% van de incidenten kende twee f meerdere daders, en 9% van de respndenten stelde dat zij niet wisten heveel daders er betrkken waren. Wanneer we de verschillende geweldtypes afznderlijk bekeken, dan zagen we dat daders vaker alleen handelden in het geval van verbaal en seksueel geweld. Wat betreft materieel geweld, bleek dat 40% van de respndenten niet wist met heveel de daders waren. Dit kan verklaard wrden dr de aard van materieel geweld, waarbij rechtstreeks cntact tussen dader en slachtffer niet ndzakelijk is. Bij fysiek geweld waren het vaakst vier f meerdere daders betrkken (zie tabel 40). TABEL 40: AANTAL DADERS ERGSTE HOMONEGATIEF INCIDENT (N=1181, SKIPS=134, MISSINGS=87) Aantal daders Eén dader Twee daders Drie daders Vier f meer daders Verbaal geweld Fysiek geweld Materieel geweld Seksueel geweld Algemeen geweld N % N % N % N % N % 314 34,9% 30 27,0% 8 26,7% 108 77,1% 460 39,0% 171 19,0% 22 19,8% 4 13,3% 14 10,0% 211 17,9% 115 12,8% 20 18,0% 1 3,3% 7 5,0% 143 12,1% 147 16,3% 32 28,8% 2 6,7% 6 4,3% 187 15,8% 68

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Weet ik niet Niet van tepassing 88 9,8% 6 5,4% 12 40,0% 2 1,4% 108 9,1% 65 7,2% 1 0,9% 3 10,0% 3 2,1% 72 6,1% Ttaal 900 100% 111 100% 30 100% 140 100% 1181 100% 4.10.2 BEKENDHEID VAN DE DADER Vervlgens werd nagegaan f de dader f daders bekenden waren vr het slachtffer. De vraagstelling werd lichtjes gewijzigd vr de respndenten die aangaven dat zij met meerdere daders te maken kregen. In 45% van de gevallen bleek de dader geen bekende te zijn vr het slachtffer, terwijl de dader in de helft van de gevallen wel een bekende was. Vr fysiek en materieel geweld bleek de dader vaker een nbekende te zijn, dan dat het m een bekend persn ging (zie tabel 41). TABEL 41: BEKENDHEID VAN DE DADER VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT (N=1194, SKIPS=134, MISSINGS=74) Was deze dader een bekende Materieel Seksueel Algemeen Verbaal geweld Fysiek geweld van ju? / Waren deze daders geweld geweld geweld (f minstens één ervan) bekenden van ju? N % N % N % N % N % Neen 381 41,9% 86 77,5% 10 31,3% 59 41,8% 536 44,9% Ja 482 53,0% 23 20,7% 8 25,0% 74 52,5% 587 49,2% Niet van tepassing 47 5,2% 2 1,8% 14 43,8% 8 5,7% 71 5,9% Ttaal 910 100% 111 100% 32 100% 141 100% 1194 100% Aan de persnen die aangaven dat het ver een bekende dader ging, werden bijkmende vragen gesteld. Er werd geprbeerd m beter inzicht te verwerven in wie deze dader dan wel was. Er werden 15 antwrdcategrieën aangebden, die weergegeven werden in tabellen 42 en 43. De persnen die eerder hadden aangegeven dat het m één dader ging, kregen slechts één antwrdmgelijkheid, terwijl de persnen die aangaven dat het m meerdere daders ging, k meerdere antwrdmgelijkheden kregen. Daarm werd er vr gepteerd m de tabellen apart weer te geven vr de incidenten waarbij slechts één f meerdere daders betrkken waren. TABEL 42: BEKENDHEID VAN DE DADER VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT, IN HET GEVAL VAN ÉÉN DADER (N=280, SKIPS=1046, MISSINGS=76) Dader ergste incident N % Een kennis/vriend 66 23,6% Een medestudent 44 15,7% Mijn vader en/f meder (inclusief stief- f schnuders) 32 11,4% Een cllega f verste p het werk 26 9,3% 69

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Een andere bekende Een ander familielid Iemand uit mijn buurt Mijn (ex)partner uit een heterseksuele relatie 25 8,9% 22 7,9% 17 6,1% 14 5,0% Niet van tepassing 12 4,3% Mijn (ex)partner uit een hmseksuele/lesbische relatie 7 2,5% Mijn buur Een andere huisgent 6 2,1% 4 1,4% Een internetcntact 4 1,4% Iemand van de hulpverlening (arts, psychlg, verpleging, ) 1 0,4% Mijn huisbaas Ttaal 0 0,0% 280 100% TABEL 43: BEKENDHEID VAN DE DADER VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT, IN HET GEVAL VAN MEERDERE DADERS (N=369, SKIPS=949, MISSINGS=84) Ja Neen Ttaal Dader ergste incident N % N % N % Een medestudent 189 51,2% 180 48,8% 369 100% Een kennis/vriend 92 24,9% 277 75,1% 369 100% Iemand uit mijn buurt 45 12,2% 324 87,8% 369 100% Niet van tepassing 41 11,1% 328 88,9% 369 100% Een andere bekende 34 9,2% 335 90,8% 369 100% Mijn vader en/f meder (inclusief stief- f schnuders) 26 7,0% 343 93,0% 369 100% Een cllega f verste p het werk 25 6,8% 344 93,2% 369 100% Een ander familielid 18 4,9% 351 95,1% 369 100% Mijn buur 8 2,2% 361 97,8% 369 100% Een internetcntact 7 1,9% 362 0,3% 369 100% Mijn (ex)partner uit een hmseksuele/lesbische relatie 8 2,2% 361 97,8% 369 100% Mijn (ex)partner uit een heterseksuele relatie 4 1,1% 365 98,9% 369 100% Een andere huisgent 4 1,1% 365 98,9% 369 100% Mijn huisbaas 0 0% 369 100% 369 100% Iemand van de hulpverlening (arts, psychlg, verpleging, ) 0 0% 369 100% 369 100% 70

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Zwel vr wat betreft de incidenten die uitgeverd werden dr één dader, als vr de incidenten die uitgeverd werden dr meerdere daders, bleek dat deze bekende daders het vaakst medestudenten f kennissen/vrienden waren (zie tabellen 42 en 43). 4.10.3 GESLACHT VAN DE DADER Vervlgens werd gevraagd naar het geslacht van de dader. De antwrdmgelijkheden werden aangepast vr de respndenten die aangaven dat het m meerdere daders ging. Daarm werden k hier de tabellen pgesplitst. TABEL 44: GESLACHT VAN DE DADER VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT, IN HET GEVAL VAN ÉÉN DADER (N=458, SKIPS=861, MISSINGS=83) Geslacht van de dader N % Man Vruw Weet ik niet Niet van tepassing Ttaal 370 80,8% 75 16,4% 4 0,9% 9 2,0% 458 100% TABEL 45: GESLACHT VAN DE DADER VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT, IN HET GEVAL VAN MEERDERE DADERS (N=722, SKIPS=592, MISSINGS=88) Geslacht van de dader N % Enkel mannen Enkel vruwen Zwel mannen als vruwen Weet ik niet Niet van tepassing Ttaal 484 67,0% 38 5,3% 145 20,1% 22 3,0% 33 4,6% 722 100% De daders waren vaker mannen dan vruwen, zwel wanneer het ging m één enkele dader als wanneer het ging m meerdere daders. Als we kijken naar de incidenten waarbij meerdere daders betrkken zijn, dan zien we dat slecht 5% van de grepen exclusief uit vruwen bestnd, en dat 20% van de respndenten rapprteerde ver een gemengde dadergrep (zie tabellen 44 en 45). Wanneer we de verschillende types van geweld bekeken, dan zagen we dat zwel vr verbaal, fysiek, materieel als seksueel geweld, de daders (exclusief) mannelijk waren. Enkel wanneer het gaat ver materieel geweld met meerdere daders, bleek dat de slachtffers meestal niet wisten wat het geslacht van de daders was. Dit kan te wijten zijn aan de aard van materieel geweld, waarbij dader en slachtffer geen rechtstreeks cntact meten hebben. 71

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.10.4 LEEFTIJD VAN DE DADER Naast het geslacht van de daders gingen we k de gepercipieerde leeftijd na. Respndenten die slechts één dader meldden, knden k slechts één antwrdcategrie aanduiden. Respndenten die meerdere daders rapprteerden, knden meerdere antwrdcategrieën aanvinken. Daarm werden de tabellen apart weergegeven vr incidenten met één dader en incidenten met meerdere daders (zie tabellen 45 en 46). Een kleine minderheid van de daders bleek jnger dan 14 jaar ingeschat te wrden. De meeste respndenten schatten de respndenten binnen de leeftijdsklasse van de 14- tt 30 jarigen. De jnge leeftijd van de daders kan gerelateerd zijn aan de relatief jnge leeftijd van de respndenten. Zals eerder aangehaald bleek de schlmgeving een belangrijke cntext te zijn waarin hmnegatief geweld zich vrdeed. In dergelijke cntext behren daders dan grtendeels tt dezelfde leeftijdsklasse als de slachtffers. Ok daders uder dan 50 jaar, leken relatief weinig gerapprteerd te wrden. Dit was zwel het geval vr de incidenten waar slechts één dader bij betrkken was, als vr de incidenten waarbij meerdere daders betrkken waren (zie tabellen 46 en 47). Uit verdere analyse van deze data bleek dat 80% van de respndenten die met meerdere daders in aanraking kwamen, tch slechts één leeftijdscategrie aangeduid hadden. Dit wijst er p dat de dadergrepen relatief hmgeen samengesteld waren met betrekking tt leeftijd. Iets minder dan 18% van de respndenten had twee leeftijdscategrieën aangeduid, en 2% had meer dan twee leeftijdscategrieën aangeduid. TABEL 46: LEEFTIJD VAN DE DADER VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT, IN HET GEVAL VAN ÉÉN DADER (N=458, SKIPS=860, MISSINGS=84) Algemeen Leeftijd van de dader geweld N % Jnger dan 14 jaar 9 2,0% 14 tt 20 jaar 104 22,7% 21 tt 30 jaar 137 29,9% 31 tt 40 jaar 81 17,7% 41 tt 50 jaar 62 13,5% Ouder dan 50 jaar 48 10,5% Weet ik niet 16 3,5% Niet van tepassing 1 0,2% Ttaal 458 100% 72

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 47: LEEFTIJD VAN DE DADERS VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT, IN HET GEVAL VAN MEERDERE DADERS (N=723, SKIPS=592, MISSINGS=87) Ja Neen Ttaal Impact van het ergste incident N % N % N % Jnger dan 14 jaar 47 6,5% 676 93,5% 723 100% 14 tt 20 jaar 390 53,9% 333 46,1% 723 100% 21 tt 30 jaar 261 36,1% 462 63,9% 723 100% 31 tt 40 jaar 69 9,5% 654 90,5% 723 100% 41 tt 50 jaar 36 5,0% 687 95,0% 723 100% Ouder dan 50 jaar 23 3,2% 700 96,8% 723 100% Weet ik niet 40 5,5% 683 94,5% 723 100% Niet van tepassing 36 5,0% 687 95,0% 723 100% 4.10.5 GEPERCIPIEERDE ETNISCHE ACHTERGROND VAN DE DADER Een vijfde kenmerk dat bevraagd werd m een daderprfiel p te stellen is etnische achtergrnd. Er werden 11 antwrdcategrieën aangebden aan de respndenten, waarnder de 8 meest vrkmende natinaliteiten in België, aangevuld met de categrieën weet ik niet, niet van tepassing en andere. De respndenten die eerder aangegeven hadden dat het m één dader ging, knden slechts één antwrdmgelijkheid aanvinken. De respndenten die aangegeven hadden dat het m meerdere daders ging, knden meerdere antwrdpties aanvinken. De tabellen werden daarm wederm pgesplitst weergegeven naar het aantal daders. De vergrte meerderheid van de daders werd ingeschat als Belgen. De weet ik niet categrie scrde bvendien k vrij hg, vral bij de incidenten waarbij slechts één dader betrkken was. Wanneer er meerdere daders bij het incident betrkken waren, werden de daders k redelijk frequent ingeschat als Markkaans f Turks. Eén derde van de respndenten gaf aan dat minstens één van de daders van Markkaanse rigine was, terwijl 15% aangaf dat er één f meerdere Turkse daders bij het incident betrkken waren (zie tabellen 48 en 49). Ok wanneer we de types van geweld afznderlijk bekeken dan zagen we dat, vr alle categrieën, de dader het vaakst als Belg werd gepercipieerd. Er is slechts één uitzndering; vr de fysieke incidenten met meerdere daders, werden net iets meer Markkaanse (N=41) dan Belgische daders (N=39) gerapprteerd. Uit verdere analyse van deze data bleek dat bijna 80% van de respndenten die met meerdere daders in aanraking kwamen, slechts één antwrdmgelijkheid aangeduid hadden. Dit wijst er p dat de dadergrepen relatief hmgeen samengesteld waren met betrekking tt etnische achtergrnd. Tch had 14% van de respndenten twee categrieën van etnische achtergrnd aangeduid, en 7% had meer dan twee categrieën aangeduid. 73

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 48: ETNISCHE ACHTERGROND VAN DE DADER, IN HET GEVAL VAN ÉÉN DADER MISSINGS=85) Etnische achtergrnd van de dader Belg Weet ik niet Markkaans Anders Italiaans Turks Frans Nederlands Niet van tepassing Pls Spaans Ttaal N % 329 71,8% 39 8,5% 39 8,5% 25 5,5% 8 1,7% 6 1,3% 4 0,9% 4 0,9% 2 0,4% 2 0,4% 0 0,0% 458 100% (N=458, SKIPS=859, TABEL 49: ETNISCHE ACHTERGROND VAN DE DADER, IN HET GEVAL VAN MEERDERE DADERS (N=724, SKIPS=592, MISSINGS=86) Etnische achtergrnd van de dader Belg Markkaans Turks Weet ik niet Anders Niet van tepassing Nederlands Pls Italiaans Frans Spaans Ja Neen Ttaal N % N % N % 428 59,1% 296 40,9% 724 100% 220 30,4% 504 69,6% 724 100% 106 14,6% 618 85,4% 724 100% 87 12,0% 637 88,0% 724 100% 26 3,6% 698 96,4% 724 100% 34 4,7% 690 95,3% 724 100% 15 2,1% 709 97,9% 724 100% 9 1,2% 715 98,8% 724 100% 7 1,0% 717 99,0% 724 100% 7 1,0% 717 99,0% 724 100% 1 0,1% 723 99,9% 724 100% 74

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.11 EMOTIONELE EN FYSIEKE GEVOLGEN VAN HET INCIDENT 4.11.1 IMPACT VAN HET INCIDENT Om de nasleep van het ergste incident in te schatten, werd allereerst gevraagd welke impact het vrval gehad heeft p de respndenten. Iedereen kn meerdere antwrdcategrieën aanduiden. De gerapprteerde incidenten bleken vrnamelijk een emtinele impact te hebben. Een lichamelijke impact werd veel minder vaak gerapprteerd, wat k lgisch is aangezien het merendeel van de ergste incidenten verbaal geweld betrf. Bvendien bleek dat hmnegatief geweld leidde tt vermijdende cping. Eén p drie van de respndenten gaf aan dat ze geneigd waren bepaalde persnen te mijden, een kwart van hen rapprteerde bepaalde plaatsen uit de weg te gaan, en één vijfde van de respndenten gaf aan dat ze k bepaalde gesprekken vermeden. Bvendien bleek k dat vier p tien respndenten zich minder veilig velden na het ergste incident (zie tabel 50). TABEL 50: IMPACT VAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT (N=1167, SKIPS=134, MISSINGS=101) Ja Neen Ttaal Impact van het ergste incident N % N % N % Het had een emtinele impact (bsheid, angst, verdriet, ) 918 78,7% 249 21,3% 1167 100% Het zrgde ervr dat ik mij minder veilig vel 458 39,2% 709 60,8% 1167 100% Het zrgde ervr dat ik bepaalde persnen ging mijden 336 28,8% 831 71,2% 1167 100% Het zrgde ervr dat ik bepaalde plaatsen ging mijden 294 25,2% 873 74,8% 1167 100% Het zrgde ervr dat ik mij niet meer durf uiten zals ik mij vel 235 20,1% 932 79,9% 1167 100% Het zrgde ervr dat ik bepaalde gesprekken ging mijden 227 19,5% 940 80,5% 1167 100% Het zrgde ervr dat ik meer prblemen heb met mijn seksuele vrkeur 214 18,3% 953 81,7% 1167 100% Andere 163 14,0% 1004 86,0% 1167 100% Het had een lichamelijke impact (pijn, kwetsuren, blauwe plekken, ) 123 10,5% 1044 89,5% 1167 100% Onveiligheidsgevelens werden eerder al apart bevraagd in de vragenlijst (de frequenties van deze variabele werden reeds weergegeven in tabel 12). Hier werd de relatie tussen het ervaren van geweld en nveiligheidsgevelens meer in de diepte nagegaan aan de hand van T-testen. Het bleek dat de persnen die verbaal geweld ervaren hadden inderdaad significant meer nveiligheidsgevelens vertnden dan de respndenten die geen verbaal geweld ervaren hadden. Hetzelfde gld vr de respndenten die fysiek, materieel en seksueel geweld rapprteerden, zij ervaarden significant meer nveiligheidsgevelens dan de respndenten die geen fysiek, materieel en seksueel geweld rapprteerden (zie tabel 51). 75

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 51: KRUISTABEL VAN TYPE GEWELD NAAR SCORE OP DE SCHAAL VAN ONVEILIGHEIDSGEVOELENS (N=1402, MISSINGS=0) Onveiligheidsgevelens Type geweld N Ẋ SD Verbaal geweld Neen 154 0,49 0,659 Ja 1248 1,12 0,750 T-test p-waarde 1,60*** (0,000) Fysiek geweld Materieel geweld Seksueel geweld Algemeen geweld Neen 966 0,89 0,694 Ja 436 1,39 0,83 Neen 1098 0,96 0,709 Ja 304 1,38 0,866 Neen 826 0,92 0,689 Ja 576 1, 23 0,829 Neen 134 0,49 0,646 Ja 1268 1,11 0,753 40,61*** (0,000) 56,51*** (0,000) 33,27*** (0,000) 1,13*** (0,000) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 4.11.2 ERGSTE ASPECT AAN HET INCIDENT Vervlgens werd k nagegaan wat de respndenten zelf als het ergste aspect van het hmnegatieve incident beschuwden. Aangezien het ver het ergste aspect ging, werd men gedwngen m slechts één antwrdmgelijkheid aan te vinken. Vier p tien respndenten rapprteerden dat ze het ergste vnden dat het incident gericht was naar hun seksuele vrkeur. Een mgelijke reden hiervr is dat het gaat m een heel persnlijk kenmerk, dat vaak deel uitmaakt van de eigen levensstijl en identiteit, en dus meilijk te mzeilen is. TABEL 52: ERGSTE ASPECT AAN HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT (N=1164, SKIPS=134, MISSINGS=104) Impact van het ergste incident N % Dat het gericht was naar mijn seksuele riëntatie, een persnlijk kenmerk 459 39,4% De beledigende wrden 254 21,8% Andere 119 10,2% De fysieke aspecten 102 8,8% Dat de dader iemand is die ik ken 84 7,2% Dat de mstaanders niet reageerden 84 7,2% Dat er vrienden f kennissen van mij bij betrkken raakten 43 3,7% Dat ik achteraf slecht pgevangen werd in mijn mgeving f bij de plitie 19 1,6% Ttaal 1164 100% 76

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 4.11.3 INLICHTEN SOCIAAL NETWERK NA EEN HOMONEGATIEF INCIDENT In de vragenlijst werd gepeild welke instanties men allemaal p de hgte had gebracht van het ergste incident. Er werden 18 antwrdcategrieën vrzien die verschillende persnen f instanties mvatten, en die allen knden beantwrd wrden met ja f neen. Men bleek het vaakst hetervrienden, hlebivrienden, een partner en familieleden in te lichten. Officiële instanties zals centra vr slachtfferhulp f het Centrum vr Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding werden veel minder frequent gecntacteerd. Een mgelijke reden hiervr sluit aan bij de redenen waarm mensen geen plitie cntacteerden, namelijk mdat zij het gevel hadden dat ze het zelf knden plssen, f mdat ze hetgeen dat gebeurd was achter zich wilden laten. Een andere mgelijkheid is dat deze instanties misschien weinig bekendheid genieten bij de respndenten. Wanneer we vervlgens het aantal waarden neen ptelden vr alle respndenten, werd duidelijk dat 169 respndenten (14,4%) aangaf geen enkele van de genemde instanties ingelicht te hebben. Dus, ngeveer één p zeven respndenten heeft niemand ingelicht ver het ergste incident. Hierbij kmt dat, wanneer men anderen niet p de hgte brengt van een bepaald incident, de kans p hulp f steun k veel kleiner is. Vr elke instantie waarmee men aangaf cntact pgenmen te hebben, kreeg men de vraag he tevreden men precies was met de reactie van deze instantie. Deze vraag kn men telkens beantwrden aan de hand van een 5-punt Likertschaal die liep van ntevreden tt tevreden. De relatieve frequenties werden steeds berekend p basis van het aantal respndenten dat een bepaald item ingevuld had. Driekwart van de respndenten leek eerder tevreden tt tevreden te zijn met de reactie die men kreeg van de instantie die men ingelicht had. Men leek het meest tevreden met de reactie die men kreeg van zijn f haar partner, van hlebivrienden f van iemand p het werk. Men leek meer ntevreden te zijn met de reactie van de vakbnd, de hlebifn, een lkaal discriminatiemeldpunt, plitiediensten en het Centrum vr Gelijkheid van Kansen en vr Racismebestrijding (zie tabel 53). Maar het met wrden gezegd dat het ver eerder kleine aantallen respndenten gaat die cntact pnamen met deze fficiële instanties. De respndenten beriepen zich eerder beriepen p meer infrmele instanties (zie tabel 53). Uit tabel 54 blijkt dat men k meer tevreden was met de reactie van dergelijke instanties. TABEL 53: INSTANTIES DIE OP DE HOOGTE GEBRACHT WERDEN NA HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT (N=1175, SKIPS=134, MISSINGS=93) Ja Neen Ttaal Instantie ingelicht N % N % N % Hetervrienden 665 58,0% 482 42,0% 1147 100% Hlebivrienden 651 56,7% 498 43,3% 1149 100% Partner 590 51,9% 546 48,1% 1136 100% Familie 375 32,9% 765 67,1% 1140 100% Iemand p het werk 196 17,2% 941 82,8% 1137 100% Ik sprak er met iemand anders ver 173 15,3% 957 84,7% 1130 100% Therapeut/psychlg 168 14,8% 964 85,2% 1132 100% 77

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Plitiediensten 118 10,4% 1017 89,6% 1135 100% Huisarts f andere arts 117 10,3% 1016 89,7% 1133 100% Buren 64 5,7% 1067 94,3% 1131 100% Transgender- f hlebi-rganisatie 50 4,4% 1080 95,6% 1130 100% Persn f instantie die juridisch advies verstrekt 33 2,9% 1097 97,1% 1130 100% Diensten vr slachtfferhulp 30 2,6% 1103 97,4% 1133 100% Centrum vr Gelijkheid van Kansen en vr Racismebestrijding 23 2,0% 1108 98,0% 1131 100% Tele-Onthaal 19 1,7% 1110 98,3% 1129 100% Hlebifn 16 1,4% 1111 98,6% 1127 100% Vakbnd 16 1,4% 1110 98,6% 1126 100% Lkaal discriminatiemeldpunt 15 1,3% 1114 98,7% 1129 100% Aan alle respndenten die aangegeven hadden minstens één persn f instantie p de hgte gebracht te hebben, werd gevraagd waarm zij ver dit vrval verteld hadden aan anderen. Er werden zeven antwrdcategrieën aangebden, waarvan men er meerdere kn aanduiden indien deze van tepassing waren. Vral kwaadheid bleek een grte rl te spelen in de beslissing m iemand anders p de hgte te stellen van hetgeen hem f haar verkmen is. Iets meer dan een derde gaf aan dat zij het aan anderen verteld hadden mdat ze psychische hulp f steun ndig hadden. Een kwart van de respndenten hpte te kunnen vermijden dat anderen hetzelfde zuden meemaken dr te vertellen ver het incident dat hij- f zijzelf meegemaakt had (zie tabel 55). TABEL 54: TEVREDENHEID MET DE REACTIE VAN DE INSTANTIES DIE MEN OP DE HOOGTE HEEFT GEBRACHT Instantie ingelicht Ontevreden Eerder ntevreden Mate van tevredenheid Eerder tevreden Tevreden Ttaal N % N % N % N % N % N % Partner 24 4,1% 20 3,4% 55 9,4% 143 24,4% 344 58,7% 586 100% Hlebivrienden 13 2,0% 18 2,8% 73 11,3% 209 32,3% 334 51,6% 647 100% Hetervrienden 21 3,2% 30 4,5% 109 16,5% 220 33,3% 280 42,4% 660 100% Familie 24 6,5% 23 6,2% 51 13,7% 118 31,7% 156 41,9% 372 100% Buren 4 6,3% 2 3,1% 7 10,9% 23 35,9% 28 43,8% 64 100% Iemand p het werk 3 1,5% 11 5,6% 23 11,7% 71 36,2% 88 44,9% 196 100% Vakbnd 5 31,3% 1 6,3% 2 12,5% 4 25% 4 25% 16 100% Huisarts f andere arts 5 4,3% 7 6,0% 25 21,4% 30 25,6% 50 42,7% 117 100% Therapeut/psychlg 9 5,4% 6 3,6% 27 16,2% 53 31,7% 72 43,1% 167 100% Tele-Onthaal 2 10,5% 1 5,3% 3 15,8% 8 42,1% 5 26,3% 19 100% 78

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Hlebifn 3 18,8% 6 37,5% 3 18,8% 4 25,0% 0 0,0% 16 100% Transgender- f hlebirganisatie Lkaal discriminatiemeldpunt 4 8,0% 3 6,0% 6 12,0% 18 36,0% 19 38,0% 50 100% 5 33,3% 1 6,7% 4 26,7% 3 20,0% 2 13,3% 15 100% Plitiediensten 29 24,8% 18 15,4% 21 17,9% 21 17,9% 28 23,9% 117 100% Diensten vr slachtfferhulp Persn f instantie die juridisch advies verstrekt Centrum vr Gelijkheid van Kansen en vr Racismebestrijding Ik sprak er met iemand anders ver 2 6,7% 2 6,7% 5 16,7% 12 40,0% 9 30,0% 30 100% 2 6,1% 2 6,1% 7 21,2% 13 39,4% 9 27,3% 33 100% 7 30,4% 5 21,7% 3 13,0% 1 4,3% 7 30,4% 23 100% 8 4,7% 4 2,3% 39 22,7% 54 31,4% 67 39,0% 172 100% TABEL 55: MOTIVATIE WAAROM PERSOON OF INSTANTIE INGELICHT WERD OVER HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT (N=984, SKIPS=303, MISSINGS=115) Ja Neen Ttaal Waarm wel gemeld f verteld? N % N % N % Omdat ik erg kwaad was 603 61,3% 381 38,7% 984 100% Omdat ik psychische hulp f steun ndig had 360 36,6% 624 63,4% 984 100% Omdat ik wil vermijden dat anderen hetzelfde verkmt 252 25,6% 732 74,4% 984 100% Andere reden 191 19,4% 793 80,6% 984 100% Omdat ik wilde dat de daders bestraft werden 126 12,8% 858 87,2% 984 100% Omdat ik medische verzrging ndig had 56 5,7% 928 94,3% 984 100% Omdat ik een fficieel bewijs wil van wat er gebeurd is 35 3,6% 949 96,4% 984 100% Aan de respndenten die aangaven met niemand ver het incident gesprken te hebben, werd een bijkmende vraag gesteld ver de redenen waarm men het incident exclusief vr zichzelf gehuden had. Ok hier knden telkens meerdere redenen aangevinkt wrden. Ongeveer vier p tien van de respndenten gaf aan het niet de meite waard te vinden m ver het incident te vertellen. Bijna een kwart dacht dat de situatie ng erger zu wrden wanneer ze iemand anders zuden inlichten. En 24% van de respndenten gaf aan dat ze geen bijkmende vernedering wilden (zie tabel 56). TABEL 56: MOTIVATIE WAAROM NIEMAND INGELICHT WERD OVER HET ERGSTE HOMONEGATIEVE INCIDENT (N=177, SKIPS=1121, MISSINGS=104) Ja Neen Ttaal Waarm niet gemeld f verteld? N % N % N % Het is te nbelangrijk m te vertellen 69 39,0% 108 61,0% 177 100% 79

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Ik was bang dat de situatie ng erger zu wrden 44 24,9% 133 75,1% 177 100% Ik wilde geen bijkmende vernedering 42 23,7% 135 76,3% 177 100% Ik dacht dat niemand me kn helpen 40 22,6% 137 77,4% 177 100% Ik wilde mijn hlebi-achtergrnd f identiteit niet kenbaar maken 35 19,8% 142 80,2% 177 100% Het is een privézaak 30 16,9% 147 83,1% 177 100% Ik (we) heb(ben) het zelf pgelst 29 16,4% 148 83,6% 177 100% Ik gelf niet dat de dader(s) gevnden en / f gestraft zu(den) wrden 18 10,2% 159 89,8% 177 100% Ik dacht dat niemand meelevend zu zijn 18 10,2% 159 89,8% 177 100% Andere reden 17 9,6% 160 90,4% 177 100% Ik dacht dat niemand me serieus zu nemen 16 9,0% 161 91,0% 177 100% Ik dacht dat niemand me zu gelven 16 9,0% 161 91,0% 177 100% Ik heb eerder slechte ervaringen met deze persnen f instanties 3 1,7% 174 98,3% 177 100% 4.11.4 OPTIES VOOR HOLEBIVERENIGINGEN Een minderheid van de respndenten cntacteerde een hlebi- f transgendervereniging na hetgeen hen verkmen was. Minder dan 5% van de respndenten gaf aan dit gedaan te hebben (zie tabel 53). Van degenen die wel cntact pgenmen hadden met een hlebivereniging, was het merendeel eerder tevreden tt tevreden (zie tabel 54). Aan degenen die aangaven geen cntact pgenmen te hebben met een hlebivereniging, werd gevraagd wat een hlebivereniging eventueel had kunnen den. Er werden acht antwrdmgelijkheden gebden, waarvan men er meerdere kn aanvinken. Iets meer dan vier p tien van de respndenten dachten dat een hlebivereniging misschien een luisterend r had kunnen aanbieden. Maar ngeveer evenveel respndenten gingen ervan uit dat een vereniging weinig f niks had kunnen den. TABEL 57: WAT HAD EEN HOLEBIVERENIGING EVENTUEEL KUNNEN DOEN? (N=1102, SKIPS=184, MISSINGS=116) Wat had een hlebivereniging eventueel kunnen den? Ja Neen Ttaal N % N % N % Een luisterend r bieden (al dan niet anniem) 466 42,3% 636 57,7% 1102 100% Niets 452 41,0% 650 59,0% 1102 100% Geweld registreren en maatschappelijk zichtbaar maken 304 27,6% 798 72,4% 1102 100% Signaleren bij de plitie f gespecialiseerde diensten 186 16,9% 916 83,1% 1102 100% Lbbyen bij de verheid 184 16,7% 918 83,3% 1102 100% Een sciaal netwerk helpen pbuwen 166 15,1% 936 84,9% 1102 100% Andere 59 5,4% 1043 94,6% 1102 100% Bemiddelen met de dader 50 4,5% 1052 95,5% 1102 100% 80

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Aan de respndenten die aangaven wel een hlebivereniging gecntacteerd te hebben na het incident, werd gevraagd naar hun mtivatie. Er werden zeven antwrdcategrieën aangebden, waarvan men er meerdere kn aanduiden. De meeste respndenten gaven aan dat zij een hlebivereniging gecntacteerd hadden vanwege de sciale functie, het netwerk (zie tabel 58). TABEL 58: MOTIVATIE OM EEN HOLEBIVERENIGING TE CONTACTEREN (N=49, SKIPS=184, MISSINGS=116) Ja Neen Ttaal Mgelijke redenen N % N % N % Vanwege de sciale functie, het netwerk 32 65,3% 17 34,7% 49 100% Omdat hun werking beter is afgesteld p wat ik ndig heb 16 32,7% 33 67,3% 49 100% Omdat zij kunnen lbbyen bij de verheid en kunnen manifesteren 16 32,7% 33 67,3% 49 100% Omdat ik hen beter ken 15 30,6% 34 69,4% 49 100% Omdat er meer kans is dat ze er dan iets mee den 10 20,4% 39 79,6% 49 100% Omdat ik schrik heb m bij andere instanties gediscrimineerd f uitgelachen te wrden 7 14,3% 42 85,7% 49 100% Andere 7 14,3% 42 85,7% 49 100% 4.11.5 HOMONEGATIEF GEWELD, MINDERHEIDSSTRESS EN MENTAAL WELBEVINDEN Vervlgens werd ng getetst welke gevlgen hmnegatief geweld kan hebben vr de respndenten. Z werd de relatie tussen hmnegatieve incidenten en de minderheidsstressren en de indicatren van mentaal welbevinden nagegaan. Uit de literatuurstudie bleek immers dat de ervaring van antihmseksueel geweld mgelijks kan leiden tt verhgd geïnternaliseerd stigma. Dr deze geweldsincidenten wrdt hlebiseksualiteit ervaren als een brn van pijn en straf, eerder dan van intimiteit en liefde (Garnets et al., 1990; Pilkingtn & D Augelli, 1995). Bvendien zu hmnegatief geweld gerelateerd zijn al allerlei negatieve mentale gezndheidsuitkmsten (D Augelli et al., 2002; Huebner et al., 2004; Savin-Williams, 1994; Willis, 2004). Op basis van de T-testen en de Chi²-test die uitgeverd werd, bleek dat het al dan niet ervaren van hmnegatief geweld wel degelijk gerelateerd is aan de indicatren van welbevinden en minderheidsstress. Z blijkt allereerst dat de respndenten die wel hmnegatief geweld ervaren hadden, er een significant lagere zelfwaardering p nahielden in vergelijking met de respndenten die geen hmnegatieve incidenten meegemaakt hadden (zie tabel 59). Bvendien hebben de respndenten die geen hmnegatief geweld ervaren hadden, een significant betere mentale gezndheid, in vergelijking met degenen die geen geweld ervaren hadden (zie tabel 60). Verder werd duidelijk dat degenen die hmnegatieve incidenten meegemaakt hadden, k significant vaker zelfmrdgedachten hadden gehad, in vergelijking met degenen die geen geweld ervaren hadden (zie tabel 61). Wat betreft de minderheidsstressren, vnden we enkel een verband terug tussen de ervaring van geweld en stigmabewustzijn. Degenen die wel hmnegatieve incidenten ervaren hadden, waren zich meer bewust van hun eigen gestigmatiseerde status, in vergelijking met degenen die geen 81

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) geweld ervaren hadden (zie tabel 63). Vr geïnternaliseerde hmnegativiteit vnden we geen gelijkaardige effecten terug (zie tabel 62). TABEL 59: T-TEST VAN DE RELATIE TUSSEN HET AL DAN NIET ERVAREN HEBBEN VAN HOMONEGATIEF GEWELD EN ROSENBERG S SELF ESTEEM SCALE (N=1402) Self-Esteem Hmnegatief geweld N Ẋ SD Geen hmnegatief geweld ervaren 134 3,13 0,77 Wel hmnegatief geweld ervaren 1268 2,92 0,84 T-test (p-waarde) 2,70** (0,007) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 TABEL 60: T-TEST VAN DE RELATIE TUSSEN HET AL DAN NIET ERVAREN HEBBEN VAN HOMONEGATIEF GEWELD EN DE 5-ITEM MENTAL HEALTH INVENTORY (N=1402) Mental Health Hmnegatief geweld N Ẋ SD Geen hmnegatief geweld ervaren 134 3,64 0,86 Wel hmnegatief geweld ervaren 1268 3,27 0,94 T-test (p-waarde) 4,38*** (0,000) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 TABEL 61: CHI²-TEST VAN DE RELATIE TUSSEN HET AL DAN NIET ERVAREN HEBBEN VAN HOMONEGATIEF GEWELD EN ZELFMOORDGEDACHTEN (N=1402) Zelfmrdgedachten Hmnegatief geweld Neen, nit Ja, it N % N % Chi²-test (p-waarde) Geen hmnegatief geweld ervaren 93 69,4% 41 30,6% Wel hmnegatief geweld ervaren 552 43,5% 716 56,5% 32,65*** (0,000) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 TABEL 62: T-TEST VAN DE RELATIE TUSSEN HET AL DAN NIET ERVAREN HEBBEN VAN HOMONEGATIEF GEWELD EN DE INTERNALIZED HOMONEGATIVITY INVENTORY (N=1380, SKIPS=21, MISSINGS=1) Internalized Hmnegativity Hmnegatief geweld N Ẋ SD Geen hmnegatief geweld ervaren 126 1,07 0,66 Wel hmnegatief geweld ervaren 1254 1,07 0,64 T-test (p-waarde) 0,10 (0,919) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 82

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 63: T-TEST VAN DE RELATIE TUSSEN HET AL DAN NIET ERVAREN HEBBEN VAN HOMONEGATIEF GEWELD EN DE STIGMA CONCIOUSNESS SCALE(N=1379, SKIPS=21, MISSINGS=2) Stigma Cnciusness Hmnegatief geweld N Ẋ SD Geen hmnegatief geweld ervaren 126 1,49 0,63 Wel hmnegatief geweld ervaren 1253 1,81 0,66 T-test (p-waarde) -5,20*** (0,000) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 Vervlgens werd de relatie nagegaan tussen het type geweld van het ergste incident en de indicatren van welbevinden en minderheidsstress. Deze relaties werden nagegaan aan de hand van F-testen (ne way ANOVA s). Deze testen werd afgenmen met het type geweld van het ergste incident als nafhankelijke variabele en de schalen van de minderheidsstressren en mentaal welbevinden als afhankelijke variabelen. Wat betreft de indicatren van welbevinden, de Rsenberg s Self-Esteem Scale en de 5-item Mental Heatlh Inventry, bleek dat het type van geweld van het ergste incident een significante impact had p de zelfwaardering en de mentale gezndheid van de respndenten. Wanneer vervlgens de Bnfernni Pst Hc test werd afgenmen, zagen we dat er inzake de impact p zelfwaardering, een significant verschil bestnd tussen de respndenten die fysiek en materieel geweld meegemaakt hadden (mean difference=0,450, p=0,039). Degenen die fysiek geweld gerapprteerd hadden, ervaarden een significant lagere zelfwaardering dan de respndenten die materieel geweld als ergste incident rapprteerden (mean difference=0,440, p=0,035) (zie tabel 64). Met betrekking tt mentale gezndheid, bleek dat er enkel een verschil bestnd tussen verbaal en seksueel geweld. De respndenten die seksueel geweld als ergste incident vermeldden, rapprteerden een minder psitieve mentale gezndheid dan degenen die verbaal geweld als ergste incident vermeldden (mean difference=-0,240, p=0,025) (zie tabel 65). TABEL 64: RESULTATEN VAN DE VARIANTIEANALYSE VAN HET TYPE GEWELD VAN HET ERGSTE INCIDENT EN ROSENBERG S SELF-ESTEEM SCALE (N=1248) Type geweld ergste incident Verbaal en psychisch geweld Fysiek geweld Materieel geweld Seksueel geweld Ttaal F-test (p-waarde) Verklaarde variantie N Ẋ SD 956 2,94 0,82 113 2,82 0,91 33 3,27 0,76 146 2,83 0,88 1248 2,92 0,84 3,19* (0,023) 8,7% * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 83

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 65: RESULTATEN VAN DE VARIANTIEANALYSE VAN HET TYPE GEWELD VAN HET ERGSTE INCIDENT EN DE 5-ITEM MENTAL HEALTH INVENTORY (N=1248) Type geweld ergste incident Verbaal en psychisch geweld Fysiek geweld Materieel geweld Seksueel geweld Ttaal F-test (p-waarde) Verklaarde variantie N Ẋ SD 956 3,30 0,92 113 3,20 0,93 33 3,48 0,83 146 3,06 1,08 1248 3,27 0,94 3,52* (0,015) 9,2% * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 Met betrekking tt de indicatren van minderheidsstress, de Internalized Hmnegativity Inventry en de Stigma Cnciusness Scale, bleek dat het type geweld van het ergste incident een impact had p deze minderheidsstressren. Vr geïnternaliseerde hmnegativiteit bleek, na afname van de Bnferrni Pst Hc Test, een significant verschil te bestaan tussen de respndenten die fysiek geweld als ergste incident rapprteerden, en de respndenten die verbaal geweld als ergste incident rapprteerden. Anders dan dat verwacht zu kunnen wrden, ervaarden de respndenten die verbaal geweld als ergste incident rapprteerden, een significant hgere mate van geïnternaliseerde hmnegativiteit (mean difference=0,187, p=0,018). Wat betreft stigmabewustzijn, werden geen significante paarsgewijze verschillen terug gevnden p basis van de Bnferrni Pst Hc Test. TABEL 66: RESULTATEN VAN DE VARIANTIEANALYSE VAN HET TYPE GEWELD VAN HET ERGSTE INCIDENT EN DE INTERNALIZED HOMONEGATIVITY INVENTORY (N=1234) Type geweld ergste incident N Ẋ SD Verbaal en psychisch geweld 948 1,09 0,62 Fysiek geweld 113 0,90 0,63 Materieel geweld 32 0,91 0,59 Seksueel geweld 141 1,09 0,72 Ttaal 1234 1,07 0,63 F-test (p-waarde) 3,71* (0,011) Verklaarde variantie 9,2% * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 84

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 67: RESULTATEN VAN DE VARIANTIEANALYSE VAN HET TYPE GEWELD VAN HET ERGSTE INCIDENT EN DE STIGMA CONCIOUSNESS SCALE (N=1234) Type geweld ergste incident Verbaal en psychisch geweld Fysiek geweld Materieel geweld Seksueel geweld Ttaal F-test (p-waarde) Verklaarde variantie N Ẋ SD 948 1,80 0,66 113 1,91 0,61 32 1,59 0,71 141 1,91 0,71 1234 1,82 0,67 3,09* (0,026) 8,6% * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 Dr gebruik te maken van een T-test werd duidelijk dat de respndenten die een herhaald ergste incident meegemaakt hadden, eveneens een lagere mate van zelfwaardering en een minder psitieve mentale gezndheid rapprteerden, dan de respndenten die een eenmalig incident meegemaakt hadden. Het langdurige karakter dat hmnegatief geweld kan hebben, bleek dus een bijkmende negatieve impact uit te efenen p het mentale welbevinden van degenen die hiermee in aanraking kwamen (zie tabel 68). TABEL 68: KRUISTABEL VAN GEWELD NAAR ZELFWAARDERING EN MENTALE GEZONDHEID (N=1402, MISSINGS=0) 5-item Mental Health Rsenberg s Self Esteem Scale Inventry Eenmalig f herhaald T-test T-test N Ẋ SD Ẋ SD incident (p-waarde) p-waarde Eenmalig incident 897 2,96 0,82 3,21** 3,33 0,92 Herhaald incident 335 2,79 0,86 (0,001) 3,10 0,99 * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 3,75*** (0,000) 4.11.6 INLICHTEN SOCIAAL NETWERK EN WELBEVINDEN Vervlgens werd ng stil gestaan bij de relatie tussen het inlichten van het eigen sciale netwerk en mentaal welbevinden. Inlichten van het eigen sciaal netwerk werd hier mgevrmd tt een dichtme variabele. Zdende verkregen we twee categrieën; de respndenten die aangaven minstens één instantie f persn uit hun sciale netwerk ingelicht te hebben, en de persnen die aangaven niemand ingelicht te hebben ver het ergste incident dat zij meegemaakt hadden. Het bleek dat de respndenten die aangaven dat zij hun sciale netwerk ingelicht hadden, een hgere zelfwaardering hadden in vergelijking met de respndenten die niemand ingelicht hadden (zie tabel 69). De richting van dit verband is echter discutabel. Misschien waren de respndenten met een hgere zelfwaardering meer geneigd m bij anderen ten rade te gaan, terwijl degenen met een lagere zelfwaardering misschien meer geneigd waren m hun prblemen zelf p te lssen. Wat mentale gezndheid betrf werd geen gelijkaardig verband teruggevnden. 85

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TABEL 69: KRUISTABEL VAN INLICHTEN SOCIALE NETWERK NAAR ZELFWAARDERING EN MENTALE GEZONDHEID (N=1402, MISSINGS=0) Rsenberg s Self Esteem Scale Mental Health Inventry Inlichten sciale T-test N Ẋ SD netwerk (p-waarde) Ẋ SD Minstens één persn f instantie ingelicht 993 2,94 0,82 2,33* 3,27 0,92 Niemand ingelicht 169 2,77 0,89 (0,021) 3,25 1,073 T-test (p-waarde) 0,21 (0,834) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 De relatie tussen het inlichten van het sciale netwerk en het welbevinden van de respndenten, kn k vr alle instanties afznderlijk nagegaan wrden. De resultaten van de T-testen werden weergegeven in tabel 70. TABEL 70: KRUISTABEL VAN INLICHTEN SOCIALE NETWERK NAAR ZELFWAARDERING EN MENTALE GEZONDHEID (N=1402, MISSINGS=0) Rsenberg s Self Esteem Scale Mental Health Inventry T-test T-test Instantie ingelicht N Ẋ SD Ẋ SD (p-waarde) (p-waarde) Ja 665 2,97 0,79 2,87** 3,30 0,92 1,77 Hetervrienden Neen 482 2,83 0,88 (0,004) 3,20 0,98 (0,077) Hlebivrienden Partner Familie Iemand p het werk Ik sprak er met iemand anders ver Therapeut/psychlg Plitiediensten Huisarts f andere arts Buren Transgender- f hlebirganisatie Persn f instantie die juridisch advies verstrekt Ja 651 3,01 0,79 4,78*** 3,33 0,89 2,69** Neen 498 2,78 0,86 (0,000) 3,17 1,01 (0,007) Ja 590 3,00 0,82 3,99*** 3,37 0,88 4,33*** Neen 546 2,80 0,83 (0,000) 3,13 0,99 (0,000) Ja 375 3,02 0,79 3,37** 3,31 0,88 1,311 Neen 765 2,85 0,85 (0,001) 3,23 0,97 (0,190) Ja 196 3,07 0,741 3,28** 3,39 0,91 2,163* Neen 941 2,87 0,848 (0,001) 3,23 0,95 (0,031) Ja 173 2,86 0,84-0,840 3,10 0,98-2,46* Neen 957 2,91 0,83 (0,401) 3,29 0,94 (0,014) Ja 168 2,60 0,86-4,950*** 2,74 0,97-7,92*** Neen 964 2,96 0,82 (0,000) 3,35 0,91 (0,000) Ja 118 3,07 0,76 2,25* 3,17 0,94-1,055 Neen 1017 2,89 0,84 (0,025) 3,27 0,95 (0,291) Ja 117 2,87 0,84-0,451 2,97 1,00-3,43** Neen 1016 2,91 0,83 (0,652) 3,29 0,93 (0,001) Ja 64 3,09 0,68 1,88 3,44 0,92 1,564 Neen 1067 2,89 0,84 (0,060) 3,25 0,95 (0,118) Ja 50 2,82 0,92-0,741 3,02 0,98-1,816 Neen 1080 2,91 0,83 (0,459) 3,27 0,94 (0,070) Ja 33 3,18 0,77 1,85 3,18 1,04-0,472 Neen 1097 2,90 0,83 (0,051) 3,26 0,94 (0,637) 86

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Diensten vr slachtfferhulp Centrum vr Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding Tele-Onthaal Hlebifn Vakbnd Lkaal discriminatiemeldpunt Ja 30 2,97 0,85 0,413 2,97 1,00-1,71 Neen 1103 2,90 0,83 (0,680) 3,27 0,94 (0,087) Ja 23 3,00 0,74 0,551 2,96 1,02 Neen 1108 2,90 0,83 (0,582) 3,26 0,94-1,548 (0,122) Ja 19 2,67 0,67-1,16 2,53 0,61-3,428** Neen 1110 2,91 0,84 (0,245) 3,27 0,95 (0,001) Ja 16 2,75 0,78-0,745 3,06 0,93-0,84 Neen 1111 2,91 0,84 (0,456) 3,26 0,95 (0,400) Ja 16 2,88 0,72-0,136 3,13 0,89-0,569 Neen 1110 2,90 0,84 (0,892) 3,26 0,95 (0,570) Ja 15 3,00 0,85 0,443 3,00 1,20-1,07 Neen 1114 2,90 0,83 (0,658) 3,26 0,94 (0,284) * p < 0,05 **p < 0,01 ***p < 0,001 De respndenten die aangaven m hun hetervrienden, hlebivrienden, hun partner, familieleden, iemand p het werk, f de plitiediensten ingelicht te hebben, ervaarden een hgere zelfwaardering in vergelijking met de respndenten die deze instanties niet ingelicht hadden. Vr het inlichten van een therapeut f psychlg vnden we het mgekeerde verband terug; deze respndenten rapprteerden een significant lagere zelfwaardering dan degenen die geen therapeut f psychlg ingelicht hadden (tabel 69). Wat mentale gezndheid betreft, vnden we terug dat de respndenten die hun hlebivrienden, hun partner f iemand p het werk ingelicht hadden, k een betere mentale gezndheid rapprteerden. Vr degenen die aangaven een therapeut f psychlg, Tele-Onthaal, f iemand anders ingelicht te hebben, bleek dat zij net een slechtere mentale gezndheid rapprteerden in vergelijking met de respndenten die deze instanties niet ingelicht hadden (zie tabel 69). 87

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 5 BESLUIT Eind 2011 gaf de Vlaamse minister vr Gelijke Kansen, Pascal Smet, de pdracht aan het Steunpunt Gelijkekansenbeleid m nderzek te veren naar hlebigeweld in Vlaanderen. In dit tussentijdse rapprt wrdt verslag uitgebracht ver het kwantitatieve nderzeksluik. Aan de hand van een nline survey werd getracht m p een gestructureerde manier infrmatie te verzamelen ver hlebigeweld in Vlaanderen. Er werden vragen gesteld die ns nder meer mesten helpen m inzage te verwerven in de aard van hlebigeweld, de aangiftebereidheid, de cntexten, de daders en de slachtffers, en de gevlgen vr de slachtffers. In dit laatste deel wrdt telkens een samenvattend antwrd vrzien p elk van de zes nderzeksvragen die richting gaven aan dit nderzeksprject. 5.1 EEN ANTWOORD OP DE ONDERZOEKSVRAGEN 5.1.1 WELKE TYPES VAN HOLEBIGEWELD KOMEN VOOR? Allereerst zagen we dat ngeveer 5% van de respndenten zich meestal f altijd nveilig velde p straat f in penbare ruimten. Er leek niet echt een grt verschil te bestaan tussen de mannen en de vruwen in de steekpref, maar het viel wel p dat de transmannen en transvruwen meer nveiligheidsgevelens rapprteerden. Wanneer we vervlgens naar ervaringen met hmnegatief geweld keken, dan zagen we wel dat 90% van de respndenten it al in aanraking gekmen was met één f meerdere hmnegatieve incidenten. De meest gerapprteerde vrm van hlebigeweld is van verbale aard. Negen p tien respndenten rapprteerden it in aanraking gekmen te zijn met verbaal geweld, drie p tien respndenten hadden reeds fysiek geweld ervaren, één vijfde had materieel geweld ervaren en vier p tien was slachtffer gewrden van seksueel geweld. Maar hierbij dient dus wel de kanttekening geplaatst te wrden dat de range van deze types van geweld zeer breed was. Bvendien plaatsten niet alle respndenten hun ervaringen nder de nemer geweld. Wanneer we met de individuele definities van geweld rekening zuden huden, zuden minder respndenten hun ervaringen als geweld classificeren. 5.1.2 IN WELKE MATE DOET MEN AANGIFTE VAN HOLEBIGEWELD? Aan alle respndenten die minstens één incident van hmnegatief geweld rapprteerden, werd gevraagd f zij it cntact pgenmen hadden met de plitie vr een incident dat gericht was tegen hun seksuele vrkeur. Uit de data bleek dat slechts 10% van de respndenten cntact pgenmen had met de plitie. Dit deden zij vrnamelijk mdat zij het incident vldende ernstig achtten, en mdat men wilde dat de dader gepakt en gestraft zu wrden. De belangrijkste redenen m geen aangifte te den waren dat men het incident zelf kn plssen, en dat met hetgeen dat gebeurd was liever achter zich wu laten. Acht p tien respndenten die wel cntact pgenmen hadden met de plitie, hadden k melding gemaakt van het hmnegatieve karakter van het incident waarmee ze te maken hadden gekregen. 88

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Aan alle persnen die aangaven dat ze it cntact hadden gehad met de plitie naar aanleiding van een hmnegatief incident, werd gevraagd he tevreden zij ver het algemeen waren met dit cntact. Ongeveer 40% van de respndenten vnd dat de plitie ndersteunend was, de helft van de respndenten vnd dat de plitie het incident serieus nam, en tt 60% van hen vnd dat de plitie met respect handelde. Tch vnd één vijfde tt één vierde van de respndenten dat zij niet vldende p de hgte gehuden werden van de verschillende stadia van het nderzek, en dat zij weinig infrmatie kregen ver de rganisaties die men mgelijks kn cntacteren vr steun. De helft van de respndenten had liever met een agent gesprken die meer bekend was met hlebiseksualiteit. 5.1.3 IN WELKE CONTEXT VINDT HOLEBIGEWELD PLAATS? Allereerst werd duidelijk dat iets meer dan 70% van de respndenten rapprteerde ver een eenmalig ergste incident. Bijna één p drie respndenten rapprteerden ver een herhaald incident met eenzelfde dader f eenzelfde dadergrep. Vervlgens hebben we vastgesteld dat het merendeel van de eenmalige hmnegatieve incidenten zich vaker s avnds f s nachts vrdeed, terwijl de herhaalde incidenten zich verwegend verdag vrdeden. Maar wanneer we de types van geweld afznderlijk bekeken, dan bleek dat fysiek, materieel en seksueel geweld zich vaker s avnds f s nachts afspeelden dan verdag. Ongeveer een kwart van de respndenten wist niet wanneer het materiële geweld zich precies vrgedaan had, wat meer is dan bij de andere types van geweld. Maar dit kan verklaard wrden dr de aard van het geweld. Bij materieel geweld is een rechtstreeks cntact tussen en dader en slachtffer immers niet ndzakelijk. Men kan schade aan de wning f andere eigendmmen k p een later mment vaststellen. Bvendien bleek dat het merendeel van de incidenten dr de week gebeurde. Fysiek en seksueel geweld bleek vaker in het weekend te gebeuren in vergelijking met de andere types van geweld. Eenmalige incidenten deden zich het vaakst vr p de penbare weg f een vr het publiek tegankelijke plaats, terwijl de herhaalde incidenten zich het vaakst vrdeden in de schlcntext. De cntext van de geweldsincidenten lijkt dus te verschillen naar de aard van het geweld, namelijk f het m eenmalige f m herhaalde incidenten gaat. 5.1.4 WIE ZIJN DE DADERS VAN HOLEBIGEWELD? Aan de hand van de beschrijvingen van nze respndenten werd een daderprfiel pgesteld. Er werden geen daders van hlebigeweld bevraagd, het gaat hier m slachtfferrapprtering. Een nadeel hiervan is dat het vr de slachtffers niet altijd mgelijk is m een cncreet beeld te krijgen van de dader, zeker niet wanneer het gaat m meerdere nbekende daders die in een krtstndig incident betrkken zijn. Daarbij kmt dat leeftijd en etnisch culturele achtergrnd niet altijd uiterlijk waarneembaar zijn. Allereerst bleek dat bijna 40% van de incidenten werd uitgeverd dr één dader, en dat bij 45% van de incidenten twee f meerdere daders betrkken waren. Wat betreft seksueel geweld, bleek dat daders veel vaker alleen handelden. Meer dan driekwart van de slachtffers van seksueel geweld, maakte melding van slechts één dader. Bij fysiek geweld waren het vaakst vier f meerdere daders betrkken. Fysiek geweld lijkt zich dus typisch vr te den met grtere 89

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) dadergrepen. Tt 40% van de slachtffers van materieel geweld, had geen idee heveel daders er betrkken waren. Verder bleek dat de daders van verbaal en seksueel geweld vaker bekenden waren, dan dat zij nbekenden waren vr de slachtffers. Wat betreft fysiek en materieel geweld, bleek dit niet het geval te zijn, daders waren vaker nbekenden dan bekenden. Bvendien bleek dat vral mannen daders waren van hlebigeweld, zwel wanneer het ging m één enkele dader, dan wanneer het ging ver meerdere daders. Als we keken naar de incidenten waarbij meerdere daders betrkken waren, dan zagen we dat slechts 5% van de dadergrepen exclusief uit vruwen bestnd., en dat 20% van de respndenten rapprteerde ver een gemengde dadergrep. De vergrte meerderheid van de daders werd ingeschat als Belgen. De weet ik niet categrie scrde bvendien k vrij hg, vral bij incidenten waarbij slechts één dader betrkken was. Wanneer er meerdere daders bij het incident betrkken waren, werden de daders k redelijk frequent ingeschat als Markkaans f Turks. Eén derde van de respndenten gaf aan dat minstens één van de daders van Markkaanse rigine was, terwijl 15% aangaf dat er één f eerdere Turkse daders bij het incident betrkken waren. 5.1.5 WAT ZIJN DE KENMERKEN VAN DE SLACHTOFFERS VAN HOLEBIGEWELD? Wanneer we naar de algemene geweldvariabele keken, dan zagen we dat mannen en vruwen ngeveer even vaak aangaven m it in aanraking gekmen te zijn met een hmnegatief incident. Wanneer we daarna naar de verschillende types van geweld keken, dan zagen we dat mannen significant vaker in aanraking gekmen waren met fysiek geweld, materieel geweld en seksueel geweld. Mannen blijken meer verschillende types van geweld te rapprteren in vergelijking met vruwen. Bijna 60% van de mannen rapprteerde twee f meer types van geweld, terwijl dit vr 45% van de vruwen het geval was. Daarnaast blijkt dat gendernncnfrmiteit k een belangrijke impact heeft. De respndenten die aanhaalden verbaal, fysiek, materieel f seksueel geweld ervaren te hebben, bleken k vaker pmerkingen gekregen te hebben p hun gendernncnfrmiteit, in vergelijking met de respndenten die respectievelijk geen verbaal, fysiek, materieel f seksueel geweld rapprteerden. Wat verder ng pvalt, is dat de 40% van de respndenten rapprteerde dat ze alleen waren ten het incident zich vrdeed. Maar meestal bleek men dus in het bijzijn van andere persnen te zijn, zals de eigen partner, hlebivrienden, hetervrienden en andere kennissen f familieleden. 5.1.6 WAT ZIJN DE GEVOLGEN VOOR DE SLACHTOFFERS VAN HOLEBIGEWELD? Allereerst bleek dat de gerapprteerde incidenten vrnamelijk een emtinele impact (bsheid, angst, verdriet, ) hadden. Een lichamelijke impact werd veel minder vaak gerapprteerd, wat niet nlgisch is aangezien het merendeel van de ergste incidenten verbaal geweld betreft. De respndenten bleken het vral meilijk te hebben met het hun indruk dat het incident echt gericht was tegen hun seksuele riëntatie, wat een persnlijk kenmerk is. Verder kwamen de beledigende wrden hard aan. De meeste respndenten leken wel berep te hebben gedaan p hun sciale netwerk. Tch gaf 14,4% van de respndenten aan dat zij helemaal niemand hadden ingelicht na dat dit ergste incident had plaatsgevnden. De meest 90

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) aangehaalde reden hiervr is dat men het incident te nbelangrijk vnd m te vermelden. Tch haalde bijna een kwart van de respndenten k aan dat ze schrik hadden dat de situatie zu verergeren wanneer zij aan iemand ver dit incident zuden vertellen, f dat zij vreesden vr bijkmende vernedering. Ongeveer 85% van de respndenten gaf dus aan één f meerdere instanties p de hgte gebracht te hebben van het ergste incident. Men bleek het vaakst hlebivrienden, hetervrienden, een partner f familieleden in ingelicht te hebben. Officiële instanties zals centra vr slachtfferhulp f het Centrum vr Gelijkheid van Kansen en vr Racismebestrijding, werden veel minder frequent gecntacteerd. Wanneer we nagingen he tevreden men precies was met de reactie van deze instanties, bleek vervlgens k dat men meer tevreden was met de reactie van de infrmele instanties, in vergelijking met de reactie van de fficiële instanties. Wanneer we de relaties tussen hmnegatief geweld en mentaal welbevinden, en tussen geweld en minderheidsstress meer in de diepte nagingen, bleek dat hmnegatieve incidenten inderdaad een nefaste impact kunnen hebben. Z bleek dat de respndenten die wel hmnegatieve incidenten ervaren hadden, er een significant lageren zelfwaardering p nahielden, en dat zij k vaker zelfmrdgedachten hadden gehad, in vergelijking met de respndenten die geen hmnegatieve incidenten rapprteerden. Wat de minderheidsstressren betrf, vnden we enkel een verband terug tussen de ervaring van geweld en stigmabewustzijn. Degenen die wel hmnegatieve incidenten ervaren hadden, waren zich meer bewust van hun eigen gestigmatiseerde status, in vergelijking met degenen die geen geweld ervaren hadden. Bvendien bleek dat de respndenten die een herhaald incident rapprteerden, een lagere mate van zelfwaardering en een minder psitieve mentale gezndheid hadden, in vergelijking met de respndenten die een eenmalig ergste incident meegemaakt hadden. 5.2 CONCLUSIE EN BELEIDSAANBEVELINGEN Geweld dat gericht is tegen de seksuele vrkeur is wijd verspreid. Het det zich vr in verschillende vrmen en gradaties. Bvendien bleek dat evenveel hlebimannen als vruwen it in aanraking gekmen waren met geweld. Al bleken mannen en vruwen wel enigszins met andere vrmen van geweld gecnfrnteerd te wrden én rapprteerden mannen meer verschillende types van geweld. Hlebigeweld kan bvendien een serieuze impact hebben p het mentale welbevinden van de persnen die ermee in aanraking kmen. Geweld is cmplexer dan het fysieke geweld dat in de media kmt. Ok verbaal, materieel en seksueel geweld kmen vr en kunnen negatieve gevlgen hebben vr het mentale welbevinden van degenen die ermee in aanraking kmen. Een thema als hlebiseksualiteit en hlebigeweld verdient daarm de ndige aandacht in beleid. Allereerst is het belangrijk m hlebiseksualiteit bespreekbaar te maken. Bespreekbaar maken van hlebiseksualiteit kan een aanzet zijn tt het drbreken van heternrmativiteit. Maar meer dan enkel aandacht te richten p seksuele vrkeur, dient het genderaspect mee in acht genmen te wrden. Gendernncnfrmiteit blijkt een belangrijke factr te zijn in het ervaren van hlebigeweld. In het literatuurverzicht kwam reeds aan bd dat mannen en vruwen die de rigide gendernrmen drbreken, veel zichtbaarder zijn, maar k veel kwetsbaarder zijn. Het waarnemen van gendernncnfrm gedrag, kan een trigger vrmen vr de dader m 91

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) gewelddadig gedrag te stellen. Daarm dient eveneens aandacht besteed te wrden aan genderexpressie in sensibiliseringscampagnes. De uitbreiding van de antidiscriminatiewet met genderexpressie en genderidentiteit als discriminatiegrnden, geeft een duidelijk signaal. Bvendien werd duidelijk dat heel veel incidenten van verbaal geweld zich vrdeden in de schlcntext. Dit is een cncrete cntext waarin men kan prberen m meer aandacht te besteden aan hlebiseksualiteit en gendernncnfrmiteit. Campagnes die gericht zijn p het nderwijs, dienen blijvend ndersteund te wrden. Verder bleek dat slechts een minderheid aangifte det van hlebigeweld. Vaak acht men het incident niet belangrijk geneg. Heel veel van de gerapprteerde incidenten zijn namelijk eerder verbaal. Dit neemt niet weg dat een bewustmakingscampagne duidelijk kan maken welke incidenten je bij welke instanties kan melden. De mgelijkheid tt melding dient dan k laagdrempelig te zijn. Bvendien kan k gewerkt wrden aan de manier waarp men slachtffers pvangt, en de manier waarp met hen gecmmuniceerd wrdt. De pleidingen die aangebden wrden aan plitiekrpsen zijn wederm een stap in deze richting. Cmmunicatie ver dergelijke initiatieven kan eveneens schrm wegnemen bij slachtffers. Verder kwam aan bd dat hmnegatieve incidenten verwegend gepleegd wrden dr Belgische daders. Zwel vr wat betreft verbaal, fysiek, materieel als seksueel geweld. Deze vaststelling gaat rechtstreeks in tegen het steretiepe beeld dat vaak leeft ver hmfb geweld. Hmfb geweld is breder en diepgaander dan enkel het fysiek geweld dat gepleegd wrdt dr jnge allchtnen. Het is daarm belangrijk m blijvend aandacht te besteden aan attitudes bij de brede bevlking, en mensen te sensibiliseren vr de negatieve impact van schijnbaar kleine incidenten zals verbale pesterijen en beledigingen. Tch blijkt dat bij relatief veel incidenten waren k daders uit minderheidsgrepen betrkken, vrnamelijk Markkanen en Turken. Er dient blijvend aandacht besteed te wrden aan het dichter bij elkaar brengen van seksuele en etnische minderheidsgrepen. Hlebi s en allchtnen zijn immers geen van elkaar afgescheiden entiteiten. Smmige hlebi s zijn allchtn, en smmige allchtnen zijn k hlebi. Erkenning is een eerste stap, wederzijdse tenadering is een wenselijke tweede stap die enkel bereikt kan wrden met een pen blik p de maatschappelijke realiteit. 5.3 TOEKOMSTIG ONDERZOEK Dit tussentijdse beleidsrapprt biedt een springplank m dieper in te gaan p bepaalde relaties die uit nze data naar vr kwamen. Z is het de bedeling m de gevlgen van hmnegatief geweld, en de manier waarp de slachtffers hier mee mgaan, nauwkeuriger te gaan bestuderen. In het finale beleidsrapprt zal bvendien een integratie van het kwalitatieve en kwantitatieve nderzeksluik begd wrden. Nieuwe nderzeksprjecten kunnen zich specifiek richten p de delgrepen die hier nderbelicht bleven. Zals eerder aangehaald hebben we verwegend jnge, mannelijke respndenten bereikt. Vruwelijke en udere hlebi s bleven enigszins ndervertegenwrdigd, alsk hlebi s met een etnisch culturele minderheidsachtergrnd. In dit nderzeksprject werd bevraagd in welke cntext ergste hmnegatieve incidenten zich vrdeden. Hieruit bleek deels samenhangend met de jnge leeftijd van de respndenten dat hmnegatieve incidenten zich vaak afspeelden in de schlcntext. Ok uit eerder Eurpees nderzek van de 92

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Eurpean Unin Agency Fr Fundamental Rights (FRA, 2013) bleek dat in alle deelnemende Eurpese landen meer dan acht p tien van de deelnemers getuige is geweest van hmnegatieve pmerkingen f hudingen mdat een klasgent als hlebi gepercipieerd werd. Het kan dus interessant zijn m cntextgerichte prjecten p te zetten en z meer specifieke aanbevelingen te kunnen frmuleren. Veel nderzek vindt reeds plaats p lagere en secundaire schlen en het kan interessant zijn m gender en seksuele identiteit als nderzeksdimensies te integreren in bestaande en nieuwe prjecten. 93

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 6 REFERENTIES Ambady, N., Hallahan, M., & Cnner, B. (1999). Accuracy f judgments f sexual rientatin frm thin slices f behavir. Jurnal f Persnality and Scial Psychlgy, 77(3), 538-547. Bailey, M., & Zucker, K. (1995). Childhd sex-typed behavir and sexual rientatin: A cnceptual analysis and quantitative review. Develpmental Psychlgy, 31(1), 43-55. Berrill, K. T. (1992). Anti-gay vilence and victimizatin in the United States: An verview. In G. M. Herek & K. T. Berrill (Eds.), Hate crimes: Cnfrnting vilence against lesbians and gay men (pp. 19-45). Califrnia: Sage Publicatins. Berwick, D. M., Murphy, J. M., Gldman, P. A., Ware, J. E., Barsky, J., & Weinstein, M. C. (1991). Perfrmance f a five-item mental health screening test. Medical Care, 29(2), 169-176. Billiet, J., & Waege, H. (2006). Een samenleving nderzcht: Methden van sciaalwetenschappelijk nderzek. Antwerpen: De Beck. Buijs, L., Hekma, G., & Duyvendak, J. (2009). Als ze maar van me afblijven: Een nderzek naar antihmseksueel geweld in Amsterdam. Amsterdam: Amsterdam University Press. Buijs, L., Hekma, G., & Duyvendak, J. (2011). 'As lng as they keep away frm me': The paradx f antigay vilence in a gay-friendly cuntry. Sexualities, 14(6), 632-652. Buttn, D. M., O'Cnnell, D. J., & Gealt, R. (2012). Sexual minrity yuth victimizatin and scial supprt: The intersectin f sexuality, gender, race, and victimizatin. Jurnal f Hmsexuality, 59(1), 18-43. CGKR. (2011). Discriminatie en diversiteit: Jaarverslag 2010. Brussel: Centrum vr Gelijkheid van Kansen en vr Racismebestrijding. Chung, B. Y. (2001). Wrking discriminatin and cping strategies: Cnceptual framewrks fr cunseling lesbian, gay, and bisexual clients. The Career Develpment Quarterly, 50, 33-44. Cmpas, B. E., Cnnr-Smith, J. K., Saltzman, H., Thmsen, A. H., & Wadswrth, M. E. (2001). Cping with stress during childhd and adlescence: Prblems, prgress, and ptential in thery and research. Psychlgical Bulletin, 127(1), 87-127. Cmstck, G. D. (1991). Vilence against lesbians and gay men. New Yrk: Clumbia University Press. Cx, N. (2011). Al wie da nie springt: Een scilgische analyse van minderhedenstress, identiteit en stigma bij hlebi-jngeren. Gent: Universiteit Gent. Cx, N., Dewaele, A., & Vincke, J. (2010). Sexual stigma in Flemish yuth: I d respect them, but I'd rather have them nrmal and discrete like everybdy else Explring heternrmativity and (internalized) hmnegativity in the Flemish cntext. Unpublished manuscript. 94

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) D'haese, L., Dewaele, A., & Van Hutte, M. (2013). Geweld tegenver hlebi s: Verkennende studie ver de beleving, de mstandigheden en de uitkmsten van hlebigeweld in Vlaanderen (pp. 1-98): Steunpunt Gelijkekansenbeleid, Universiteit Gent. D Augelli, A. R. (1998). Develpmental implicatins f victimizatin f lesbian, gay, and bisexual yuths. In G. M. Herek (Ed.), Stigma and sexual rientatin: Understanding prejudice against lesbians, gay men, and bisexuals (pp. 187-201). Califrnia: Sage Publicatins. D Augelli, A. R., & Grssman, A. H. (2001). Disclsure f sexual rientatin, victimizatin, and mental health amng lesbian, gay and bisexual lder adults. Jurnal f Interpersnal Vilence, 16(10), 1008-1027. D Augelli, A. R., Grssman, A. H., & Starks, M. T. (2006). Childhd gender atypicality, victimizatin, and PTSD amng lesbian, gay, and bisexual yuth. Jurnal f Interpersnal Vilence, 21, 1462-1482. D Augelli, A. R., Pilkingtn, N. W., & Hershberger, S. L. (2002). Incidence and mental health impact f sexual rientatin victimizatin f lesbian, gay, and bisexual yuths in high schl. Schl Psychlgy Quarterly, 17(2), 148-167. Dewaele, A. (2008). De sciale netwerken van hlebi's: Over vriensdschap en andere bledbanden. Dctraatsverhandeling. Dewaele, A. (2009). Het discurs van jngeren ver gender en hlebiseksualiteit. Over flexen, players en metrseksualiteit. Antwerpen/Hasselt: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. Dewaele, A., Cx, N., Van den Berghe, W., & Vincke, J. (2006). De maatschappelijke psitie van hlebi's en hun sciale netwerken: Over vriendschap en andere bledbanden [The scial netwrks f lesbians, gay men and bisexuals and their psitin in sciety: Abut friendship and ther bld ties]. Antwerp/Hasselt: Plicy Research Centre n Equality Plicies. Dewaele, A., & Van Hutte, M. (2010). Zichtbaarheid- en discriminatiemanagement bij hlebijngeren. Antwerpen: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. Dewaele, A., Van Hutte, M., Cx, N., & Vincke, J. (2013). Frm cming ut t visibility management : A new perspective n cping with minrity stressrs in LGB yuth in Flanders Jurnal f Hmsexuality, 60(5), 685-710. Dewaele, A., Vincke, J., Van Hutte, M., & Cx, N. (2008). De schllpbaan van hlebi- en heterjngeren [The educatinal career f LGB and hetersexual yuths]. Antwerp: Plicy Centre n Equality Plicies. DiPlacid, J. (1998). Minrity stress amng lesbians, gay men, and bisexuals: A cnsequence f hetersexism, hmphbia, and stigmatizatin. In G. M. Herek (Ed.), Stigma and sexual rientatin: Understanding prejudice against lesbians, gay men, and bisexuals (pp. 138-159). Califrnia: Sage Publicatins. Dty, N. D., Willughby, B. L. B., Lindahl, K. M., & Malik, N. M. (2010). Sexuality related scial supprt amng lesbian, gay, and bisexual yuth. Jurnal f Yuth Adlescence 39, 1134-1147. 95

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Egan, S. K., & Perry, D. G. (2001). Gender identity: A multidimensinal analysis with implicatins fr psychlgical adjustment. Develpmental Psychlgy, 37(4), 451-463. FRA. (2013). Eurpean Unin lesbian, gay, bisexual and transgender survey: Eurpean Unin Agency fr Fundamental Rights. Franklin, K. (1998). Unassuming mtivatins: Cntextualizing the narratives f antigay assailants. In G. M. Herek (Ed.), Stigma and sexual rientatin: Understanding prejudice against lesbians, gay men, and bisexuals (pp. 1-23). Califrnia: Sage Publicatins. Franklin, K. (2000). Antigay behavirs amng yung adults: Prevalence, patterns, and mtivatrs in a nncriminal ppulatin. Jurnal f Interpersnal Vilence, 15, 339-362. Franklin, K. (2004). Enacting masculinity: Antigay vilence and grup rape as participatry theater. Sexuality Research & Scial Plicy, 1(2), 25-40. Garnets, L., Herek, G. M., & Levy, B. (1990). Vilence and victimizatin f lesbians and gay men: Mental health cnsequences. Jurnal f Interpersnal Vilence, 5, 366-383. Gnsirek, J. C. (1993). Mental health f gay and lesbian adlescents. In D. C. Kimmel & L. D. Garnets (Eds.), Psychlgical perspectives n lesbian and gay male experiences (pp. 469-485). New Yrk: Clumbia University Press. Grdn, A. R., & Meyer, I. H. (2007). Gender nncnfrmity as a target f prejudice, discriminatin, and vilence against LGB individuals. Jurnal f LGBT Health Research, 3(3), 55-71. Harry, J. (1992). Cnceptualizing anti-gay vilence In G. M. Herek & K. T. Berrill (Eds.), Hate crimes: Cnfrnting vilence against lesbians and gay men (pp. 113-122). Califrnia: Sage Publicatins. Herek, G. M. (1992). The scial cntext f hate crimes: Ntes n cultural hetersexism In G. M. Herek & K. T. Berrill (Eds.), Hate crimes: Cnfrnting vilence against lesbians and gay men (pp. 89-104). Califrnia: Sage Publicatins. Herek, G. M. (2002a). Gender gaps in public pinin abut lesbians and gay men. Public Opinin Quarterly, 66(1), 40-66. Herek, G. M. (2002b). Hetersexuals attitudes tward bisexual men and wmen in the United States. Jurnal f Sex Research, 39(4), 264-274. Herek, G. M. (2004). Beynd hmphbia: Thinking abut sexual stigma and prejudice in the twenty-first century. Sexuality Research and Scial Plicy, 1(2), 6-24. Herek, G. M. (2007). Cnfrnting sexual stigma and prejudice: Thery and practice. Jurnal f Scial Issues, 63(4), 905-925. Herek, G. M. (2009). Hate crimes and stigma-related experiences amng sexual minrity adults in the United States: Prevalence estimates frm a natinal prbability sample. Jurnal f Interpersnal Vilence, 24, 54-74. 96

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Herek, G. M., Chpp, R., & Strhl, D. (2007). Sexual stigma: Putting sexual minrity health issues in cntext. In I. H. Meyer & M. Nrthridge (Eds.), The health f sexual minrities: Public health perspectives n lesbian, gay, bisexual, and transgender ppulatins (pp. 171-208). New Yrk: Springer. Herek, G. M., Cgan, J. C., & Gillis, J. R. (2002). Victim experiences in hate crimes based n sexual rientatin. Jurnal f Scial Issues, 58(2), 319-339. Herek, G. M., Gillis, J. R., & Cgan, J. C. (1997). Hate crime victimizatin amng lesbian, gay, and bisexual adults. Jurnal f Interpersnal Vilence, 12(2), 195-215. Herek, G. M., Gillis, J. R., & Cgan, J. C. (1999). Psychlgical sequelae f hate crime victimizatin amng lesbian, gay, and bisexual adults. Jurnal f Cnsulting and Clinical Psychlgy, 67, 945-951. Hershberger, S. L., & D Augelli, A. R. (1995). The impact f victimizatin n the mental health and suicidality f lesbian, gay, and bisexual yuth. Develpmental Psychlgy, 31, 65-74. Hghe, M. (2011). The impact f gendered friendship patterns n the prevalence f hmphbia amng Belgian late adlescents. Archives f Sexual Behavir, 40, 543-550. Hghe, M., Claes, E., Harell, A., Quintelier, E., & Dejaeghere, Y. (2010). Anti-gay sentiment amng adlescents in Belgium and Canada: A cmparative investigatin int the rle f gender and religin. Jurnal f Hmsexuality, 57(3), 384-400. Hghe, M., & Meeusen, C. (2012). Hmphbia and the transitin t adulthd: A three year panel study amng Belgian late adlescents and yung adults, 2008 2011. Jurnal f Yuth Adlescence 41, 1197 1207. Hghe, M., Quintelier, E., Claes, E., Dejaeghere, Y., & Harrell, A. (2007). De huding van jngeren ten aanzien van hlebi-rechten: Een kwantitatieve en kwalitatieve analyse. Leuven: Centre fr Citizenschip and Demcracy. Huse, J. S. (1981). Wrk stress and scial supprt. Reading, MA: Addisn Wesley Publishing C. Huebner, D., Rebchk, G., & Kegeles, S. (2004). Experiences f harassment, discriminatin, and physical vilence amng yung gay and bisexual men. American Jurnal f Public Health, 94 (7), 1200-1203. Hutsn, H. R., Anglin, D., Strattn, G., & Mre, J. (1997). Hate crime vilence and its emergency department management. Annals f Emergency Medicine, 29(6), 786-791. ILGA. (2012). Rainbw Eurpe: Legal situatin fr lesbian, gay, bisexual and trans peple in Eurpe. Retrieved frm http://www.ilgaeurpe.rg/hme/publicatins/reprts_and_ther_material/ Katz-Wise, S. L., & Hyde, J. S. (2012). Victimizatin experiences f lesbian, gay, and bisexual individuals: A meta-analysis. Jurnal f Sex Research, 49(2-3), 142-167. Keuzenkamp, S., Kiman, N., & van Lisdnck, J. (2012). Niet te ver uit de kast: Ervaringen van hm- en biseksuelen in Nederland. Den Haag: Sciaal en Cultureel Planbureau. 97

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Lasser, J., Ryser, G. R., & Price, L. R. (2010). Develpment f a lesbian, gay, bisexual visibility management scale. Jurnal f hmsexuality, 57(3), 415-428. Lippa, R. (2002). Gender-related traits f hetersexual and hmsexual men and wmen. Archives f Sexual Behavir, 31(1), 83-98. Mayfield, W. (2001). The develpment f an internalized hmnegativity inventry fr gay men. Jurnal f Hmsexuality, 41(2), 53-76. McDevitt, J., Balbni, J., Garcia, L., & Gu, J. (2001). Cnsequences fr victims: A cmparisn f bias and nn-bias-mtivated assaults. American Behaviral Scientist, 45, 697-712. McDevitt, J., Levin, J., & Bennett, S. (2002). Hate crime ffenders: An expanded typlgy. Jurnal f Scial Issues, 58(2), 303-317. Meyer, I. H. (1995). Minrity stress and mental health in gay men. Jurnal f Health and Scial Behavir, 36(1), 38-56. Meyer, I. H. (2003). Prejudice, scial stress, and mental health in lesbian, gay and bisexual ppulatins: Cnceptual issues and research evidence. Psychlgical Bulletin, 129(5), 674-697. Meyer, I. H., & Dean, L. (1998). Internalized hmphbia, intimacy, and sexual behavir amng gay and bisexual men. In G. M. Herek (Ed.), Stigma and sexual rientatin: Understanding prejudice against lesbians, gay men, and bisexuals (pp. 160-196). Califrnia: Sage Publicatins. Meyer, I. H., Schwartz, S., & Frst, D. M. (2008). Scial patterning f stress and cping: Des disadvantaged scial statuses cnfer mre stress and fewer cping resurces? Scial Science and Medicine, 67, 368-379. Miller, C. T., & Kaiser, C. T. (2001). A theretical perspective n cping with stigma. Jurnal f Scial Issues, 57(1), 73-92. Mtmans, J., T'Sjen, G., & Meier, P. (2013). Geweld p basis van transgenderisme: Eerste beschrijvende resultaten: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. Mufiz-Plaza, C., Quinn, S. C., & Runds, K. A. (2002). Lesbian, gay, bisexual and transgender students: Perceived scial supprt in the high schl envirnment. The High Schl Jurnal, 85, 52-63. Nielsen, J. M., Walden, G., & Kunkel, C. A. (2000). Gendered heternrmativity: Empirical illustratins in everyday life. The Scilgical Quarterly, 41(2), 283-296. Ochs, R. (1996). Biphbia: It ges mre than tw ways. In B. A. Firestein (Ed.), Bisexuality: The psychlgy and plitics f an invisible minrity (pp. 217-239). Califrnia: Sage Publicatins. Parrtt, D. J. (2008). A theretical framewrk fr antigay aggressin: Review f established and hypthesized effects within the cntext f the general aggressin mdel. Clinical Psychlgy Review, 28, 933-951. 98

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Pearlin, L. I. (1989). The scilgical study f stress. Jurnal f Health and Scial Behavir, 30(3), 241-256. Pickery, J., & Nppe, J. (2007). Vlamingen ver hm s: Lpt het beleid vrp? Attitudes tegenver hlebi s en hlebiseksualiteit in Vlaanderen [Flemings abut LGBs: Is the plicy running ahead? Attitudes twards LGBs and hmsexuality in Flanders]. In J. Pickery (Ed.), Vlaanderen gepeild! (pp. 199-224). Brussels: Research Department f the Flemish Gvernment. Pilkingtn, N. W., & D Augelli, A. R. (1995). Victimizatin f lesbian, gay, and bisexual yuth in cmmunity settings. Jurnal f Cmmunity Psychlgy, 23(1), 33-56. Pinel, E. C. (1999). Stigma cnsciusness: The psychlgical legacy f scial steretypes. Jurnal f persnality and scial psychlgy, 76(1), 114-128. Pinel, E. C., & Paulin, N. (2005). Stigma cnsciusness at wrk. Basic and Applied Scial Psychlgy, 27(4), 345-352. Pelman, M., & Smits, D. (2007). Agressie tegen hlebi s in Brussel stad. Antwerpen/Apeldrn: Maklu. Rsenberg, M. (Ed.). (1965). Sciety and the adlescent self-image. Princetn, NJ: Princetn University Press. Sal, A. (2004). Wrking class lesbian wmen in their wrk cmmunities. In J. Lehtnen & K. Mustla (Eds.), Straight peple dn t tell d they? Negtiating the bundaries f sexuality and gender at wrk (pp. 194-205). Helsinki: Oy Edita Ab. Sandfrt, T. G. M. (2005). Sexual rientatin and gender: Steretypes and beynd. Archives f Sexual Behavir, 34(6), 595-611. Savin-Williams, R. C. (1994). Verbal and physical abuse as stressrs in the lives f lesbian, gay male, and bisexual yuths: Assciatins with schl prblems, running away, substance abuse, prstitutin and suicide. Jurnal f Cnsulting and Clinical Psychlgy, 62(2), 261-269. Schnacker, M., Dumn, E., & Luckx, F. (2009). Welebi: Onderzek naar het mentaal en sciaal welbevinden van lesbische en biseksuele meisjes. Brussel: Gelijke Kansen in Vlaanderen. Schuyf, J. (2009). Geweld tegen hmseksuele mannen en lesbische vruwen: Een literatuurnderzek naar praktijk en bestrijding. Utrecht: Mvisie. Schuyf, J., & Felten, H. (2011). Zenen is gevaarlijk: Onderzek naar geweld tegen lesbische vruwen. Utrecht: Mvisie. Skidmre, W., Linsenmeier, J., & Bailey, J. (2006). Gender nncnfrmity and psychlgical distress in lesbians and gay men. Archives f Sexual Behavir, 35, 685-697. Stern, B. B., Barak, B., & Guld, S. J. (1987). Sexual Identity Scale: A new self-assessment measure. Sex Rles, 17(9/10), 503-519. 99

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Van Bergen, D., & van Lisdnck, J. (2010). Ervaringen van hmseksuele en biseksuele jngeren. In S. Keuzenkamp (Ed.), Steeds gewner, nit gewn: Acceptatie van hmseksualiteit in Nederland (pp. 54-76). Den Haag: Sciaal en Cultureel Planbureau. Van De Ven, P. (1995). Talking with juvenile ffenders abut gay males and lesbians: Implicatins fr cmbating hmphbia. Adlescence, 30(117), 19-42. Van der Meer, T. (2003). Gay bashing: A rite f passage? Culture, Health & Sexuality, 5(2), 153-165. van San, M., & de Bm, J. (2006). Geweld tegen hmseksuelen. Rtterdam: Risb. van Wijk, E., van de Meerendnk, B., Bakker, F., & Vanwesenbeeck, I. (2005). Mderne hmnegativiteit: De cnstructie van een meetinstrument vr het meten van hedendaagse reacties p zichtbare hmseksualiteit in Nederland. Tijdschrift vr Seksulgie, 29, 19-27. Vanwesenbeeck, I. (2009). Seksuele diversiteit. In L. Gijs, W. Giantten, I.Vanwesenbeeck & P. Weijenbrg (Eds.), Seksulgie (pp. 181-195). Huten: Bhn Stafleu van Lghum. Versmissen, D., Dewaele, A., Meier, P., & Van Hutte, M. (2011). Zzzip²: Onderzek naar de levenskwaliteit van Vlaamse hlebi s [Zzzip²: Research n the quality f life f Flemish LGBs]. Antwerp: Plicy Research Centre n Equality Plicies. Vincke, J., Dewaele, A., Van den Berghe, W., & Cx, N. (2006). Zzzip: Een statistisch nderzek met het g p het verzamelen van basismateriaal ver de delgrep hlebi's. Gent: Steunpunt Gelijkekansenbeleid. Vincke, J., Dewaele, A., Vanden Berghe, W., & Cx, N. (2008). Discriminatie van hlebi's p de werkvler: Over inkmensverschillen, sectrsegregtie en het 'rze' plafnd [Discriminatin f LGBs in the wrkplace: Cncerning incme inequality, sectr segregatin and the 'pink' ceiling effect]. Brussels: Centre fr Equal Opprtunities and Oppsitin t Racism. Vincke, J., & Stevens, P. (1999). Een beleidsgerichte algemene survey van Vlaamse hmseksuele mannen en vruwen: Basisrapprt. Gent: Universiteit Gent. Vincke, J., & Wertman, L. (2004). Prblemen van hm- en biseksualiteit. In W. G. L. Gijs, I. Vanwesenbeeck & P. Weijenbrg (Eds.), Seksulgie (pp. 443-459). Huten: Bhn Stafleu van Lghum. Wald, C. R., Hessn-McInnis, M. S., & D Augelli, A. R. (1998). Antecedents and cnsequences f victimizatin f lesbian, gay, and bisexual yung peple: A structural mdel cmparing rural university and urban samples. American Jurnal f Cmmunity Psychlgy, 26(2), 307-334. Weinberg, M. S., Williams, C. J., & Pryr, D. W. (1994). Dual attractin: Understanding bisexuality. New Yrk: Oxfrd University Press. Weissman, E. (1992). Kids wh attack gays. In G. M. Herek & K. T. Berrill (Eds.), Hate crimes: Cnfrnting vilence against lesbians and gay men (pp. 170-178). Califrnia: Sage Publicatins. 100

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Willis, D. G. (2004). Hate crimes against gay males: An verview. Issues in Mental Health Nursing, 25, 115-132. Willis, D. G. (2008). Meanings in adult male victims experiences f hate crime and its aftermath. Issues in Mental Health Nursing, 29(569-584). 101

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) 7 APPENDIX In deze bijlage vindt u de vragenlijst terug die gebruikt werd vr dit nderzeksprject. Wel dient pgemerkt te wrden dat het nderzek enkel nline werd uitgeverd. Dit betekent dat skippatrnen standaard ingebuwd werden, waardr de respndenten geen futieve vragen knden invullen f verslaan. De versie die hier p papier wrdt weergegeven is dus licht aangepast in vergelijking met de nline versie. Waar ndig werden pmerkingen met betrekking tt de skippatrnen weergegeven bij de vragen. 102

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) HET STEUNPUNT GELIJKE KANSENBELEID BRENGT HOMOFOOB GEWELD IN KAART Het Steunpunt Gelijkekansenbeleid rganiseert een grtschalige bevraging ver de ervaringen van hlebi s (hm s, bi s en lesbiennes). Deze studie vindt plaats in pdracht van Vlaams minister vr Gelijke Kansen, Pascal smet. Via deze nline enquête willen we inzicht verwerven in mgelijke negatieve ervaringen van hlebi s. Niet iedereen kmt in aanraking met negatieve reacties f met geweld. Het is vr ns belangrijk m k persnen die geen negatieve ervaringen hebben te bevragen, m z een meer accuraat beeld te kunnen schetsen. Het maakt niet uit he jij je precies identificeert f wat je in het leven det. In dit nderzek telt elke hlebi! Het is erg belangrijk dat we vldende deelnemers vinden. Ok als je zelf denkt dat juw verhaal niet belangrijk is, zijn we er wel degelijk in geïnteresseerd! We zijn ns ervan bewust dat bepaalde vragen gevelig kunnen liggen. Daarm willen we benadrukken dat alle antwrden die je geeft strikt vertruwelijk zijn. De antwrden van alle deelnemers wrden samen in tabellen verwerkt zdat niemand kan weten wat jij geantwrd hebt. Het is vr het nderzek zeer belangrijk dat je z nauwkeurig mgelijk p de vragen antwrdt. Bij heel wat vragen is er geen juist f fut antwrd. Zeg dus steeds wat je zelf denkt, velt f ervaren hebt en neem rustig de tijd m na te denken welk antwrd vr ju het meest passend is. De enquête zelf neemt 20 tt 30 minuten tijd in beslag. Vr we ingaan p de negatieve ervaringen waarmee jij eventueel al in cntact gekmen bent, staan we even stil bij een aantal algemene gegevens, namelijk: Achtergrndinfrmatie Seksuele vrkeur Genderidentiteit Mentaal welbevinden Dit is ndig zdat wij inzicht krijgen in wie we vr ns hebben, m z tt beter nderbuwde cnclusies te kmen. 103

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) ACHTERGRONDGEGEVENS In welk jaar ben je gebren? In Wn je mmenteel in België? (Je hfdverblijfplaats) Ja Neen, in Nederland Neen, ergens anders, namelijk:. He grt ben je? (Uitgedrukt in centimeter) Wat is juw lichaamsgewicht? (In kilgram) Welke was (waren) de natinaliteit(en) van je bilgische vader bij zijn gebrte? (Meerdere antwrdcategrieën zijn mgelijk) Belg Italiaans Frans Nederlands Markkaans Spaans Pls Turks Anders (mschrijf a.u.b.):.. Weet ik niet 104

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Welke was (waren) de natinaliteit(en) van je bilgische meder bij haar gebrte? (Meerdere antwrdcategrieën zijn mgelijk) Belg Italiaans Frans Nederlands Markkaans Spaans Pls Turks Anders (mschrijf a.u.b.):.. Weet ik niet He zu jij juw eigen afkmst f etnische achtergrnd mschrijven? (Meerdere antwrdcategrieën zijn mgelijk) Belgisch Italiaans Frans Nederlands Markkaans Spaans Pls Turks Anders (mschrijf a.u.b.):.. Welke van deze situaties beschrijft mmenteel het best juw werksituatie? In pleiding/student Werkls/werkzekend Langdurig ziek f arbeidsngeschikt Met pensien (k brugpensien, prepensien) Huisvruw/huisman Aan het werk (f in tijdelijk verlfstatuut) Mijn berep is (mschrijf a.u.b.):............ 105

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Wat is het hgste pleidingsniveau dat je mmenteel bereikt hebt? Geen Lagere schl Secundair nderwijs Pstsecundair niet hger nderwijs Hger nderwijs lange type Hger nderwijs krte type Universiteit Pst-universiteit Wat is je gebrtegeslacht? Het gaat hier ver het geslacht dat ju tegekend werd bij je gebrte. Man Vruw He zu jij juw genderidentiteit mschrijven? Genderidentiteit gaat ver he jij jezelf velt en identificeert als mannelijk f vruwelijk. Je genderidentiteit is dus niet ndzakelijk gelijk aan je gebrtegeslacht. Je kan jezelf bijvrbeeld identificeren als man terwijl ju bij je gebrte het vruwelijk geslacht werd tegekend. Prbeer aan te duiden wat vr ju het meest passend is. Verder in de vragenlijst kan je dit antwrd meer nuanceren! Mannelijk Vruwelijk SEKSUELE VOORKEUR We willen graag weten tt wie jij ju seksueel aangetrkken velt. Vel jij je seksueel aangetrkken tt jngens/mannen, meisjes/vruwen f beiden? Alleen tt jngens/mannen Vral tt jngens/mannen Net zveel tt jngens/mannen als tt meisjes/vruwen Vral tt meisjes/vruwen Alleen tt meisjes/vruwen Tt geen van beiden 106

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Met wie heb je it in je leven seksueel cntact gehad? Met seksueel cntact bedelen we allerlei manieren waarbij er cntact is met de geslachtsrganen. Bijvrbeeld: met je hand de penis f vagina strelen. We bedelen dus niet enkel geslachtsgemeenschap. Alleen met jngens/mannen Vral met jngens/mannen Net zveel met jngens/mannen als met meisjes/vruwen Vral met meisjes/vruwen Alleen met meisjes/vruwen Met geen van beiden He zu jij jezelf als persn benemen? Heterseksueel Meer heter dan hm f lesbisch Biseksueel Meer hm f lesbisch dan heter Hmseksueel f lesbisch Ik zie mezelf niet als hm-, lesbisch, heter- f biseksueel, maar wel als (mschrijf a.u.b.):........ He ud was je ten jij je vr het eerst aangetrkken velde tt persnen van hetzelfde geslacht? Als je dit niet meer precies weet, prbeer dan in te schatten he ud je was. Jnger dan 11 jaar 11 tt 13 jaar 14 tt 15 jaar 16 tt 19 jaar 20 tt 24 jaar 25 tt 29 jaar 30 tt 34 jaar 35 tt 39 jaar 40 f uder 107

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) He ud was je ten je vr het eerst aan iemand je seksuele vrkeur bekend maakte? Als je dit niet meer precies weet, prbeer dan in te schatten he ud je was. Jnger dan 11 jaar 11 tt 13 jaar 14 tt 15 jaar 16 tt 19 jaar 20 tt 24 jaar 25 tt 29 jaar 30 tt 34 jaar 35 tt 39 jaar 40 f uder Dit heb ik ng niet gedaan He vaak vel jij je nveilig p straat f in penbare ruimten mwille van je seksuele vrkeur? Nit Zelden In de helft van de gevallen Meestal Altijd 108

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) In welke mate ga je akkrd met vlgende uitspraken? 1. Ik wil dat mijn kennissen weten dat ik hlebi ben. 2. Als er iemand naar mijn seksuele vrkeur vraagt, prbeer ik de vraag te ntwijken. 3. Ik vind het leuk m met andere hlebi s ver seksualiteit te praten. 4. Het is belangrijk dat andere mensen weten dat ik hlebi ben. 5. Ik maak mensen duidelijk dat ik hlebi ben dr mijn gedrag. 6. Als ik nieuwe mensen ntmet, wil ik niet dat ze weten dat ik hlebi ben. 7. Ik vind het bevrijdend m er penlijk vr uit te kmen dat ik hlebi ben. 8. Ik vind het belangrijk dat mijn cllega s mijn seksuele riëntatie kennen. 9. Ik vermijd gesprekken ver seksuele riëntatie. 10. Ik ben bang dat anderen me zullen afwijzen als ze mijn seksuele riëntatie ntdekken. 11. Ik vel me p mijn gemak als ik ver mijn seksuele riëntatie praat. 12. Ik de mijn best m mijn seksuele riëntatie privé te huden. Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens 13. Ik vind het in smmige mgevingen meer gepast m pen te zijn ver mijn seksuele riëntatie dan in andere. Helemaal neens 14. Ik hud mijn seksuele riëntatie vr mezelf. Helemaal neens 109

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Geef vr elke stelling aan in welke mate je er mee akkrd gaat. 1. Ik vind dat mijn seksuele riëntatie een belangrijk deel van mezelf is. Helemaal neens 2. Als ik er aan denk dat ik me aangetrkken vel tt persnen van hetzelfde geslacht, vel ik me ngelukkig. 3. Ik zie mijn seksuele riëntatie als een geschenk. 4. Het strt me als mensen kunnen zien dat ik hlebi ben. 5. Als mensen in mijn mgeving het ver hlebi s hebben, wrd ik zenuwachtig. 6. Mijn seksuele riëntatie brengt me sms in verlegenheid. 7. Sms denk ik dat ik beter dd zu zijn dan hlebi. Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens 8. Ik ben er trts p dat ik hlebi ben. Helemaal neens 9. Ik vind dat men in schlen de bdschap met geven dat seksuele aantrekking tt persnen van hetzelfde geslacht, nrmaal is. Helemaal neens 110

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Geef vr elke stelling aan in welke mate je er mee akkrd gaat. 1. Vrrdelen ver hlebi s (bijvrbeeld: alle hm s gedragen zich als vruwen en lesbiennes zijn net mannen ) hebben mij nit persnlijk beïnvled. Helemaal neens 2. Ik maak me nit zrgen dat mijn gedrag als steretiep vr hlebi s zal gezien wrden. 3. Als ik praat met heter s die weten dat ik hlebi ben, heb ik het gevel dat ze al mijn gedragingen interpreteren in termen van mijn seksuele riëntatie. 4. De meeste heter s verrdelen hlebi s niet p basis van hun seksuele riëntatie. 5. Heter s gaan niet anders met mij m mwille van mijn seksuele riëntatie. 6. Ik sta niet stil bij mijn hlebiseksualiteit als ik mga met heter s. 7. Ik denk vaak dat heter s er nterecht van beschuldigd wrden hmfb te zijn. 8. Heter s ervaren meer angst en afkeer tegenver hlebi s dan ze eigenlijk durven tegeven. 9. De meeste heter s hebben er prblemen mee m hlebi s als hun gelijke te zien. 10. Mijn seksuele riëntatie beïnvledt niet he mensen met mij mgaan. Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens 111

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) GENDERIDENTITEIT Geef aan in heverre je het eens bent met elk van nderstaande uitspraken: 1. Ik vel me vruw. Helemaal neens 2. Ik vel me man. 3. Ik gedraag me vruwelijk. Helemaal neens Helemaal neens 4. Ik gedraag me mannelijk. Helemaal neens 5. Ik zie er vruwelijk uit. Helemaal neens 6. Ik zie er mannelijk uit. Helemaal neens 7. Ik heb eerder vruwelijke interesses. Helemaal neens 8. Ik heb eerder mannelijke interesses. Helemaal neens 112

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) VRAGEN DIE ENKEL BEANTWOORD WERDEN DOOR VROUWEN MET EEN VROUWELIJKE GENDERIDENTITEIT: Kreeg je als kind negatieve reacties mdat je te jngensachtig was? Nit Zelden Sms Vaak Zeer vaak Krijg je nu negatieve reacties mdat je te mannelijk bent? Nit Zelden Sms Vaak Zeer vaak Geef aan in heverre je het eens bent met elk van nderstaande uitspraken: 1. Het zu me stren als mijn vrienden zeiden dat ik me jngensachtig gedreg. 2. Ik denk dat ik het ké zu vinden m typisch mannelijke activiteiten te den. 3. De vruwen die ik ken zuden van streek zijn mcht ik mannelijke hbby s willen uitefenen. 4. Ik raak van streek als iemand me zegt dat ik me mannelijk gedraag. Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens 5. Mijn uders zuden het afkeuren mcht ik willen meeden aan een activiteit waar vral mannen aan meeden. 6. Ik wil niet dat anderen denken dat ik te mannelijk ben. Helemaal neens Helemaal neens 7. Mijn familie zu het afkeuren mcht ik willen meeden met een activiteit waar vral mannen aan meeden. Helemaal neens 8. De vruwen die ik ken zuden het niet leuk vinden mcht ik een activiteit willen leren die mannen drgaans den. Helemaal neens 113

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) VRAGEN DIE ENKEL BEANTWOORD WERDEN DOOR VROUWEN MET EEN VROUWELIJKE GENDERIDENTITEIT: Kreeg je als kind negatieve reacties mdat je te meisjesachtig was? Nit Zelden Sms Vaak Zeer vaak Krijg je nu negatieve reacties mdat je te vruwelijk bent? Nit Zelden Sms Vaak Zeer vaak Geef aan in heverre je het eens bent met elk van nderstaande uitspraken: 1. Het zu me stren als mijn vrienden zeiden dat ik me meisjesachtig gedreg. 2. Ik denk dat ik het ké zu vinden m typisch vruwelijke activiteiten te den. 3. De mannen die ik ken zuden van streek zijn mcht ik vruwelijke hbby s willen uitefenen. 4. Ik raak van streek als iemand me zegt dat ik me vruwelijk gedraag. Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens 5. Mijn uders zuden het afkeuren mcht ik willen meeden aan een activiteit waar vral vruwen aan meeden. 6. Ik wil niet dat anderen denken dat ik te vruwelijk ben. Helemaal neens Helemaal neens 7. Mijn familie zu het afkeuren mcht ik willen meeden met een activiteit waar vral vruwen aan meeden. Helemaal neens 8. De mannen die ik ken zuden het niet leuk vinden mcht ik een activiteit willen leren die vruwen drgaans den. Helemaal neens 114

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) WELBEVINDEN Geef aan in heverre je het eens bent met elk van nderstaande uitspraken. 1. Over het algemeen ben ik tevreden ver mezelf. 2. Sms denk ik dat ik nergens ged vr ben en helemaal niet deug. 3. Ik denk dat ik een aantal gede eigenschappen bezit. 4. Ik ben bekwaam m dingen even ged te den als de meeste anderen. 5. Ik heb niet zveel eigenschappen m trts p te zijn. 6. Nu en dan vel ik me nuttels. 7. Ik ben een waardevl persn, minstens evenwaardig aan anderen. 8. Ik wu dat ik meer respect vr mezelf had. 9. Ik ben geneigd mezelf een mislukkeling te velen. 10. Ik neem een psitieve huding aan tegenver mezelf. Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens 115

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Deze vragen gaan ver he jij je velt en he het met je ging in de afgelpen 4 weken. Kan je bij elke vraag het antwrd geven dat het best benadert he jij je velde? He vaak gedurende de afgelpen 4 weken Nit Zelden Sms Vaak Meestal Vrtdurend 1. Velde jij je erg zenuwachtig? 2. Velde jij je kalm en rustig? 3. Zat je z erg in de put dat niks je kn pvrlijken? 4. Velde jij je neerslachtig en smber? 5. Velde jij je gelukkig? Heb je er it ernstig aan gedacht m een einde aan je leven te maken? Ja, meer dan 1 keer Ja, 1 keer Neen, nit (skip nderstaande vraag) Heb je in de laatste 12 maanden dergelijke gedachten gehad? Ja Neen Heb je it een pging tt zelfdding ndernmen? Ja, meer dan 1 keer Ja, 1 keer Neen, nit (skip nderstaande vraag) Heb je in de afgelpen 12 maanden pging tt een zelfdding ndernmen? Ja Neen 116

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Onderstaande vragen gaan ver de manier waarp je ver het algemeen mgaat met vervelende en stresserende ervaringen. Ga bij elk van nderstaande strategieën welke het beste bij ju passen. Past helemaal niet bij mij Past eerder niet bij mij Past eerder wel bij mij Past heel sterk bij mij 1. Een tijdje er tussenuit gaan m afstand te nemen van de situatie. 2. Me cncentreren p het prbleem en prberen een plssing te vinden. 3. Mezelf verwijten dat ik in deze situatie terecht gekmen ben. 4. Mezelf trakteren p iets dat ik echt heel lekker vind. 5. Me zrgen maken dat ik het niet aankan. 6. Bedenken he ik in het verleden srtgelijke prblemen heb pgelst. 7. Een vriend bezeken. 8. Bepalen wat me te den staat en me daaraan huden. 9. Iets vr mezelf gaan kpen. 10. Mezelf verwijten dat ik te emtineel reageer p de situatie. 11. Mijn best den m de situatie te begrijpen. 12. Erg van streek raken. 13. Onmiddellijk rde p zaken stellen. 14. Mezelf verwijten dat ik niet weet wat ik met den. 15. De tijd drbrengen met een vr mij bijzndere persn. 16. Nadenken ver de gebeurtenis en leren van mijn futen. 17. Wensen dat ik de gebeurtenis f mijn gevelens daarver kn veranderen. 18. Iets lekkers halen f uit eten gaan. 19. Het prbleem analyseren alvrens te behandelen. 20. Mijn aandacht richten p mijn algemene tekrtkmingen. 21. Een vriend f een vriendin pbellen. 117

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) MOGELIJKE NEGATIEVE ERVARINGEN He vaak maakte je it nderstaande incidenten van verbaal en psychisch geweld mee mwille van juw seksuele vrkeur? Nit Eén f twee keer Meerdere keren 1. Er werd tegen mij geschreeuwd, gerepen en getierd. 2. Ik werd uitgemaakt, afgeblaft, f uitgeschlden. 3. Ik werd uitgelachen f belachelijk gemaakt. 4. Ik kreeg te maken met ngepaste nieuwsgierigheid. 5. Ik werd geïsleerd f genegeerd. 6. Iemand sprak kwaad ver mij f maakte mij zwart bij anderen. 7. Ik werd dr iemand achtervlgd. 8. Ik werd gepest (mndeling, per gsm, via internet, ) 9. Ik werd mndeling bedreigd (f via brief, telefn, sms, ). 10. Ik werd bedreigd met een vrwerp f een wapen. 11. Iemand dreigde m ver mijn hlebiseksuele achtergrnd f identiteit te vertellen aan mensen waarvan ik niet wil dat ze het weten. 12. Iemand maakte dat ik me beschaamd f schuldig f verkeerd velde ver mijn hlebiseksuele achtergrnd f identiteit. 13. Iemand belette dat ik mging met andere hlebi s en/f bijeenkmsten van hlebigrepen kn bijwnen. 14. Ik maakte een andere vrm van verbaal en/f psychisch geweld mee. He vaak maakte je vergelijkbare incidenten van verbaal en psychisch geweld mee die niet gericht waren tegen juw seksuele vrkeur? Nit Eén f twee keer Meerdere keren 118

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) He vaak maakte je it nderstaande incidenten van fysiek geweld mee mwille van juw seksuele vrkeur? Nit Eén f twee keer 1. Ik werd geslagen met de hand. 2. Ik werd vastgegrepen en er werd aan mij geduwd en getrkken. 3. Ik kreeg vuistslagen. 4. Ik kreeg schppen f trappen. 5. Er werd met een vrwerp naar mij gegid. 6. Ik werd geslagen met een vrwerp (stk, stel, ). 7. Ik werd pgeslten f vastgebnden. Meerdere keren 8. Ik liep snijwnden p dr geweld, ik werd met een mes bewerkt. 9. Ik werd tegen meubels, muren, de grnd gegid. 10. Ik maakte een wurgings- f verstikkingspging mee. 11. Ik maakte een andere vrm van fysiek geweld mee. He vaak maakte je vergelijkbare incidenten van fysiek geweld mee die niet gericht waren tegen juw seksuele vrkeur? Nit Eén f twee keer Meerdere keren 119

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) He vaak maakte je it nderstaande incidenten van materieel geweld mee mwille van juw seksuele vrkeur? Nit Eén f twee keer Meerdere keren 1. Er werd ingebrken in mijn wagen f wning. 2. Er werd ingebrken in mijn kluisje (p schl, sprtclub, werk, ). 3. Mijn spullen/eigendmmen werden gestlen. 4. Mijn gevel werd beklad. 5. Mijn pst werd nderschept. 6. Mijn website/prfiel werd gehackt. 7. Mijn wning werd in brand gestken. 8. Mijn aut werd beschadigd 9. Ik maakte een andere vrm van materieel geweld mee. He vaak maakte je vergelijkbare incidenten van materieel geweld mee die niet gericht waren tegen juw seksuele vrkeur? Nit Eén f twee keer Meerdere keren 120

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) He vaak maakte je it nderstaande incidenten van seksueel geweld mee mwille van juw seksuele vrkeur? Nit Eén f twee keer Meerdere keren 1. Iemand liet mij geslachtsdelen zien vr zijn/haar pwinding. 2. Iemand betastte tegen mijn zin mijn brsten/geslachtsdelen. 3. Iemand wreef zich tegen mij aan p een seksuele manier. 4. Iemand dwng mij tt geslachtsgemeenschap. 5. Iemand prbeerde geslachtsgemeenschap te hebben met mij tegen mijn zin. 6. Iemand verplichtte mij m zijn/haar geslachtsdelen te betasten. 7. Iemand masturbeerde en gent ervan mij daarnaar te den kijken. 8. Iemand verplichtte mij m hem/haar te bevredigen met de mnd. 9. Iemand verplichtte mij m hem/haar te masturberen met de hand. 10. Iemand verplichtte mij m me uit te kleden m zich te laten pwinden. 11. Iemand sleg mij, deed mij pijn m zich seksueel p te winden. 12. Iemand deed it iets seksueel met mij wat heel erg was, waaraan ik nachtmerries en hevige angst verhield. 13. Ik maakte een andere vrm van seksueel geweld mee. He vaak maakte je vergelijkbare incidenten van seksueel geweld mee die niet gericht waren tegen juw seksuele vrkeur? Nit Eén f twee keer Meerdere keren Heb je it vr één van deze incidenten cntact pgenmen met de plitie? Ja (skip nderstaande vraag) Neen 121

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Je gaf aan niet naar de plitie geweest te zijn vr deze incidenten die gericht waren tegen juw seksuele vrkeur. Wat waren juw redenen m GEEN aangifte f melding te den bij de plitie? (Duid alles aan wat van tepassing is) (Skip nderstaande vraag) Ik wilde mijn hlebiseksuele achtergrnd f identiteit niet kenbaar maken Ik kn het zelf plssen Ik wu hetgeen dat gebeurd is achter mij laten, afsluiten De dader wrdt tch niet gepakt f gestraft Ik ben niet geïnteresseerd in een verrdeling Ik was bang dat de plitie mijn zaak niet serieus zu nemen Ik kn niet veel infrmatie geven ver het feit f ver de dader Ik schaamde mij Ik was bang vr negatieve reacties van mijn mgeving Een melding f aangifte kst te veel tijd en meite Andere reden (leg uit a.u.b.):............... Je gaf aan cntact pgenmen te hebben met de plitie vr één f meerdere incidenten. Wat waren juw redenen m dit vrval bij een plitiedienst te melden? (Duid alles aan wat van tepassing is) (Skip nderstaande vragen ver cntact met de plitie) Op aanraden/aandringen van anderen Om in de statistieken pgenmen te wrden Ik vnd dat deze persn/persnen gepakt en gestraft mest(en) wrden Het feit was vldende ernstig m aan de plitie te melden Uit principe met je daarmee naar de plitie Ik vnd dat de plitie mest ingrijpen Ik wu vrkmen dat de situatie erger werd Ik wu herstel van de schade Ik had een bewijs ndig vr de verzekering Ik wu dergelijk feit in de tekmst vermijden vr mezelf en vr andere hlebi s Andere reden (leg uit a.u.b.):........ 122

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Ten je wel cntact pgenmen hebt met de plitie, heb je dan beslten m de plitie te vertellen dat het m een hmfb incident ging? Altijd Minstens één keer Neen Stelde de agent ten de juiste vragen m te achterhalen f het ver een hmfb incident ging? Ja De ene keer wel, de andere keer niet Neen Heeft de agent het hmfbe mtief pgenmen in de verklaring f in het prces-verbaal? Ja De ene keer wel, de andere keer niet Neen Geef aan in welke mate u akkrd gaat met nderstaande stellingen. 1. De plitie was ndersteunend. 2. De plitie behandelde mij met respect. 3. De plitie nam het incident serieus. 4. De plitie was snel m een antwrd te geven. 5. De plitie hield me p de hgte drheen de verschillende stadia van het nderzek. Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens Helemaal neens 6. De plitie vrzag infrmatie ver verschillende rganisaties die ik kn cntacteren vr steun. Helemaal neens 123

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Welk van deze incidenten die gericht waren tegen juw seksuele vrkeur had de grtste impact p ju? Met andere wrden, welk incident vnd jij zelf het ergste? (In de nline survey krijgen de respndenten alle pties die ze hebben aangevinkt pnieuw vrgelegd. Hiervan kunnen ze één ptie pnieuw aanvinken) Onderstaande vragen gaan ver het ergste vrval van geweld dat gericht was tegen juw seksuele vrkeur. He dit vrval in het achterhfd bij het invullen van vlgende vragen! Duid aan wat het meest van tepassing is vr dit ergste incident geweld. Het gaat m een eenmalig incident Het gaat m een herhaald incident met eenzelfde dader(grep) (In de nline vragenlijst werden de vragen vervlgens pgesplitst, mdat we z de vraagstelling knden aanpassen naar een eenmalig f een herhaald incident. Inhudelijk zijn deze vragen hetzelfde. Vr het gemak wrden hier enkel de vragen weergegeven die een herhaald incident reflecteren) Wanneer is dit ergste vrval gestart? 0 tt 6 maanden geleden 6 maanden tt één jaar geleden 1 tt 2 jaar geleden 2 tt 5 jaar geleden 5 tt 10 jaar geleden Meer dan 10 jaar geleden Wanneer is dit ergste vrval gestart? Niet gestpt 0 tt 6 maanden geleden 6 maanden tt één jaar geleden 1 tt 2 jaar geleden 2 tt 5 jaar geleden 5 tt 10 jaar geleden Meer dan 10 jaar geleden Op welk tijdstip gebeurde dit ergste vrval? Overdag s avnds f s nachts Zwel verdag als s avnds f s nachts 124

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Weet ik niet Op welk mment van de week gebeurde dit ergste vrval? Dr de week In het weekend Zwel dr de week als in het weekend Weet ik niet Op welke plaats gebeurde dit ergste vrval? Was dit: (Duid alles aan wat van tepassing is) Bij ju thuis (f p kt, tweede wning, tuin, eigen garage, hal appartement, ) In de mgeving van je wnst (je straat, wnwijk, ) Bij vrienden f familie thuis Op het werk Op schl In cafés f uitgaansgelegenheden met een verwegend hlebi-publiek In cafés f uitgaansgelegenheden met een verwegend heter-publiek In het penbaar verver (tram, bus, trein, vliegveld, statin, ) In penbare gebuwen (biblitheek, gemeentehuis, ) Op de penbare weg f een vr publiek tegankelijke plaats (straat, park, ) In een winkel Bij je sprtvereniging, sprtzaal, sprtveld Niet echt p een plaats, maar via het internet f per gsm f telefn Andere plaats (mschrijf a.u.b.):.. Duid aan wat van tepassing is, meerdere antwrdcategrieën zijn mgelijk. Vaak was ik alleen ten het incident zich vrdeed Vaak was ik in het bijzijn van mijn partner Vaak was ik in het bijzijn van hlebivrienden/kennissen Vaak was ik in het bijzijn van hetervrienden/kennissen Vaak was ik in het bijzijn van andere kennissen f familieleden Vaak was ik in het bijzijn van andere persnen Kan je de pstcde en/f plaatsnaam waar dit incident zich het vaakst vrdeed? Pstcde: Plaatsnaam: Weet ik niet 125

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Waarm denk je dat wat er gebeurde te maken had met juw hlebi zijn? (Duid alles aan wat van tepassing is) Omwille van wat er gezegd werd Omwille van het gedrag van de daders (bijvrbeeld gebaren) Omdat ik zichtbaar hlebi was dr mijn kledij/uiterlijk Omdat ik zichtbaar hlebi was dr de aanwezigheid van mijn partner Omdat ik met andere hlebi s samen was Omdat ik van een hlebi evenement/bijeenkmst kwam Omdat ik van een hlebicafé kwam Ik sta bekend als hlebi Ik vernderstel het Andere reden (leg uit a.u.b.):......... Wat was de aanleiding van dit ergste vrval vlgens ju? Waarm ging de dader ver tt geweld? (Duid alles aan wat van tepassing is) Niets bijznders Mijn gedrag f dat van mijn metgezel Mijn kledij/uiterlijk f dat van mijn metgezel Een pmerking van mij f van mijn metgezel Ruzie met deze persn/persnen m iets anders De vaststelling van mijn hlebi identiteit f achtergrnd Omdat de dader drnken was Andere aanleiding (leg uit a.u.b.):............ Heveel daders waren er bij dit ergste vrval betrkken? (Met daders bedelen we alle persnen die het p één f andere manier p ju gemunt hadden) Eén Twee Drie Vier f meer Weet ik niet Niet van tepassing 126

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) (In de nline vragenlijst werden de vragen vervlgens pgesplitst, mdat we z de vraagstelling knden aanpassen naar een incident met één f meerdere daders. Inhudelijk zijn deze vragen hetzelfde. Vr het gemak wrden hier enkel de vragen weergegeven die meerdere daderst reflecteren) Waren deze persnen (f minstens één ervan) bekenden van ju? Ja Neen (skip nderstaande vraag) Niet van tepassing Gelieve aan te geven wie deze bekende daders waren: (Duid alles aan wat van tepassing is) Mijn (ex)partner uit een heterseksuele relatie Mijn (ex)partner uit een hmseksuele/lesbische relatie Mijn vader en/f meder (inclusief stief- f schnuders) Een ander familielid Een andere huisgent Mijn huisbaas Mijn buur Iemand uit mijn buurt Een kennis/vriend Een cllega f verste p het werk Een medestudent Internetcntact Iemand van de hulpverlening (arts, psychlg, verpleging, ) Een andere bekende, namelijk (nem a.u.b. geen naam):. Wat was het geslacht van de daders? Enkel mannen Enkel vruwen Zwel mannen als vruwen Weet ik niet Niet van tepassing 127

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Wat was ngeveer de leeftijd van de daders? (Meerdere antwrdcategrieën zijn mgelijk) Jnger dan 14 jaar 14 tt 20 jaar 21 tt 30 jaar 31 tt 40 jaar 41 tt 50 jaar Ouder dan 50 jaar Weet ik niet Niet van tepassing Wat was vlgens ju de afkmst van de dader? (Duid alles aan wat van tepassing is. Indien je twijfelt, duid dan de weet ik niet categrie aan.) Weet ik niet Belg Italiaans Frans Nederlands Markkaans Spaans Pls Turks Anders (mschrijf a.u.b.):.. Niet van tepassing Wat vr impact had dit ergste vrval p ju? (Duid alles aan wat van tepassing is) Het had een emtinele impact (bsheid, angst, verdriet, schaamte, ) Het had een lichamelijke impact (pijn, kwetsuren, blauwe plekken, ) Het zrgde ervr dat ik bepaalde plaatsen ging mijden Het zrgde ervr dat ik bepaalde persnen ging mijden Het zrgde ervr dat ik bepaalde gesprekken ging mijden Het zrgde ervr dat ik mij minder veilig vel Het zrgde ervr dat ik het meilijker heb met mijn seksuele vrkeur Het zrgde ervr dat ik mij niet meer durf te uiten zals ik mij vel Andere (mschrijf a.u.b.):. 128

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Welk aspect aan dit vrval vnd je het ergste? De beledigende wrden De fysieke aspecten Dat het gericht was naar mijn seksuele riëntatie, een persnlijke kenmerk Dat de dader iemand is die ik ken Dat er vrienden f kennissen van mij bij betrkken raakten Dat de mstaanders niet reageerden Dat ik achteraf slecht pgevangen werd in mijn mgeving f bij de plitie Andere (mschrijf a. u. b.):.. Gelieve in deze lijst aan te geven welke instanties f persnen je van het vrval p de hgte bracht. Ja Neen Partner Hlebi-vrienden Heter-vrienden Familie Buren Iemand p het werk Vakbnd Huisarts f andere arts Therapeut/psychlg Tele-Onthaal Hlebifn Transgender f hlebi-rganisatie Lkaal discriminatiemeldpunt Plitiediensten Diensten vr slachtfferhulp Persn f instantie die juridisch advies verstrekt Centrum vr Gelijke Kansen en Racismebestrijding Ik sprak er met iemand anders ver 129

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Je gaf aan nderstaande persnen f instanties p de hgte gebracht te hebben van het incident. He tevreden was je met hun reactie? (In de nline vragenlijst, kregen de respndenten enkel de instanties die ze in de vrige vraag met ja hebben aangevinkt als antwrdptie. Respndenten die geen enkele instantie hebben ingelicht, kregen deze vraag niet) Ontevreden Eerder ntevreden Eerder tevreden Tevreden Partner Hlebi-vrienden Heter-vrienden Familie Buren Iemand p het werk Vakbnd Huisarts f andere arts Therapeut/psychlg Tele-Onthaal Hlebifn Transgender f hlebi-rganisatie Lkaal discriminatiemeldpunt Plitiediensten Diensten vr slachtfferhulp Persn f instantie die juridisch advies verstrekt Centrum vr Gelijke Kansen en Racismebestrijding Ik sprak er met iemand anders ver 130

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) Waarm heb je dit gemeld/verteld? (Duid alles aan wat van tepassing is) Omdat ik psychische hulp f steun ndig had Omdat ik medische verzrging ndig had Omdat ik erg kwaad was Omdat ik wilde dat de dader(s) bestraft wrden Omdat ik een fficieel bewijs wil van wat er gebeurd is (bijvrbeeld vr verzekeringskwesties, f als erkenning van wat ik heb meegemaakt) Omdat ik wil vermijden dat anderen hetzelfde verkmt Andere reden (leg uit a.u.b.):..... Je hebt net aangegeven dat je er met niemand ver sprak. Wat waren juw redenen hiervr? (Duid alles aan wat van tepassing is) Ik wilde mijn hlebi achtergrnd f identiteit niet kenbaar maken Het is te nbelangrijk/niet waard m het iemand te vertellen Het is een privézaak/niemand anders zijn zaken Ik/we heb(ben) het zelf pgelst Ik dacht dat ze me niet knden helpen Ik dacht dat ze me niet zuden gelven Ik denk dat ze niet meelevend zuden zijn Ik was bang dat de situatie ng erger zu wrden Ik wilde geen bijkmende vernedering Ik heb eerder slechte ervaringen met deze persnen f instanties Ik gelf niet dat de dader(s) gevnden en/f gestraft zuden wrden Ik dacht dat ze me niet serieus zuden nemen mwille van mijn hlebiseksuele achtergrnd f identiteit Andere reden (leg uit a.u.b.):....... 131

Geweld tegenver hlebi s II (nline survey) TOT SLOT He heb je ver dit nderzek vernmen? (Meerdere antwrdcategrieën zijn mgelijk Via het Steunpunt Gelijke Kansenbeleid Via het Centrum vr Gelijke Kansen en vr racismebestrijding Via een hulpverlener f arts Via een hlebi-tijdschrift Via een hlebiwebsite, nline frum f mailing Via een vriend f kennis Via facebk Via een banner p een site Via een flyer Via een CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) Via het JAC (Jngeren Advies Centrum) Anders (leg uit a.u.b.):. Eventuele pmerkingen p de vragenlijst kan u hier achterlaten!.. Als je een verslag wenst te krijgen van de nderzeksresultaten, dan kan je hier juw mailadres achterlaten... Indien je als gevlg van dit nderzek nd hebt aan een luisterend r f ndersteuning, kan je terecht bij: Tele-Onthaal: Bij Tele-Onthaal kan je terecht met al je vragen en prblemen. Je heft je niet bekend te maken. Niemand kmt te weten dat je een gesprek had. Tele-Onthaal is 24 uur p 24 uur, 7 dagen p 7 bereikbaar p het telefnnummer 106. Via de website www.tele-nthaal.be kan je elke avnd, én p wensdagnamiddag, anniem chatten met Tele-Onthaal. De hlebifn: De hlebifn is een gratis en annieme telefnlijn. Bereikbaar p maandag en wensdag van 18u30 tt 21u30 (behalve p feestdagen): tel. 0800 99 533 (gratis), f per mail p vragen@hlebifn.be. Chat is mgelijk p maandag, wensdag en dnderdag van 18u30 tt 21u30u (behalve p feestdagen) via http://www.hlebifn.be. 132

Steunpunt Gelijkekansenbeleid Lange Nieuwstraat 55 B-2000 Antwerpen Tel. +32 (0) 265 53 23 e-mail: steunpunt.gelijkekansenbeleid@gmail.cm e-mail: steunpuntgeka@uantwerpen.be www.steunpuntgelijkekansen.be