Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Economische Wetenschappen. Doctoraalscriptie. Verantwoorde ontwikkelingshulp

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Economische Wetenschappen. Doctoraalscriptie. Verantwoorde ontwikkelingshulp"

Transcriptie

1 " " ~ ~ I, Erasmus Uniersiteit Rotterdam Faculteit der Economische Wetenschappen ~ '.' Doctoraalscriptie Verantwoorde ontwikkelingshulp Het belang an financieel management an Niet-Goeernementele Organisaties in ontwikkelingslanden oor de allocatie en erantwoording an donorgelden doorfondsenwerende instellingen in Nederland Veenendaal, 20 augustus 2002 J. Snoei

2 Inhoudsop gae Voorwoord... 4 Hoofdstuk 1 Algemene inleiding Probleemstelling Beeldorming Deelragen en methodologie Afbakening en begripsbepaling Beperkingen Verantwoording... 8 Hoofdstuk 2 Niet-Goeernementele Organisaties (NGO's) Begripsorming Classificatie NGO's Zuidelijke NGO's Noordelijke NGO's Fondsenwerende instellingen (FWI's) Toezicht op FWI's Derhale zal mijns inziens door de Rl een raag moeten worden toegeoegd? Hoofdstuk 3 Financieel management bij not-for-profit organisaties en partnerorganisaties Doel en opzet an dit hoofdstuk Begripsbepaling Ontwikkelingen binnen het akgebied financieel management Aard en eigenschappen an not-for-profit organisaties Nieau financieel management Bijzondere kenmerken an partnerorganisaties Situatie an partnerorganisaties Belangrijke factoren oor partnerorganisaties Aandacht oor financieel management in ontwikkelingslanden Gedachten oer financieel management an partnerorganisaties Raamwerk Boekhouden en de hieruit oortkomende rapportages Ondernemingsfinanciering Controlefunctie Kostenerbijzondering Budgettering Performance measurement Operational auditing Externe erslaggeing Ealuatie New Public Management Hoofdstuk 4 Empirisch onderzoek Wijze an onderzoek Opzet an het hoofdstuk Beschrijing an de onderzochte organisaties en het gebruikte empirisch materiaal Allocatie an donorgelden Financieel management an partnerorganisaties in de praktijk Betrouwbaarheid an informatie die FWI's hebben an partnerorganisaties Financieel management in de praktijk Tekortkomingen en aanbeelingen ten aanzien an financieel management Visies en meningen oer financieel management an partnerorganisaties in de praktijk Visies en meningen naar aanleiding an ragenlijst Visies en meningen naar aanleiding an enquête Verantwoorde Ontwikkelingshulp 2

3 4.7 Verantwoording an donorgelden Jaarerslagen an FWI's en de informatiebehoeften an het publiek Aandacht oor financieel management an partnerorganisaties in jaarerslagen Tweede deel enquête Reacties an accountants Ontwikkelingen en trend Hoofdstuk 5 Samenatting en conclusies... : Hoofdstuk 6 Aanbeelingen Bijlage 1 Literatuurlijst Bijlage 2 Lijst an gebruikte afkortingen Bijlage 3 Enquête Bijlage 4 Vragenlijst Verantwoorde Ontwikkelingshulp 3

4 Voorwoord Lectori Salutem! In deze scriptie is een persoonlijke interesse naar de problematiek an ontwikkelingslanden gecombineerd met de bedrijfseconomische wetenschap. Als insteek is gekozen oor de relatie tussen fondsenwerende instellingen (FWI's) in Nederland en partnerorganisaties in ontwikkelingslanden. Om een indruk te krijgen an het belang an dit onderwerp moet bedacht worden dat de totale hoeeelheid ontwikkelingshulp an de Nederlandse oerheid in ,8 miljard Euro bedroeg (Ministerie an Buitenlandse Zaken, jaarerslag 2001, blz. 20). Dit is 0,8 % an het BNP. Door koppeling aan het BNP groeit het beschikbare geld oor internationale samenwerking met hetzelfde tempo als de nationale economie. Naast ontwikkelingshulp ia bilaterale en multilaterale kanalen gaat an deze totale hoeeelheid ontwikkelingshulp 0,6 miljard Euro (15 %) ia maatschappelijke organisaties. Hieran bedraagt de bijdrage aan particuliere organisaties (medefinancieringsorganisaties, MFO's) 0,4 miljard Euro (2000: 0,3 miljard Euro). De FWI's in Nederland (inclusief MFO's) hebben in 2000 oor 0,6 miljard Euro (exclusief organisatiekosten) gealloceerd naar partnerorganisaties in ontwikkelingslanden (berekend op basis an de jaarerslagen 2000 an alle 12 Nederlandse FWI's die zich toeleggen op ontwikkelingshulp, zie paragraaf 4.7). De indruk bestaat dat eel ontwikkelingshulp op basis an ertrouwen plaatsindt. In deze scriptie zal worden nagegaan in hoeerre bedrijfseconomische motieen bij de erstrekkers an ontwikkelingshulp noodzakelijk en in de praktijk aanwezig zijn. De angst dat er bij goede doelen teeel geld aan de strijkstok blijft hangen is wijd erbreid. Denl( bijoorbeeld aan het recente oorbeeld (augustus 2001) an de FWI Foster Parents, waarbij uit een onderzoek naar oren kwam dat de helft an de giften in de kosten erdween en dat de informatieerstrekking aan haar donateurs niet juist was. Daarom is het ook an belang om in deze scriptie te bezien in hoeerre er bij de gelderstrekkers en toezichthouders an FWI' s aandacht wordt geraagd oor en eisen worden gesteld aan een goed financieel management bij de partnerorganisaties. Het door de auteur ontwikkelde raamwerk oor financieel management zou in de praktijk kunnen worden gebruikt door FWI's en (financiële managers an) partnerorganisaties in ontwikkelingslanden. Ook is in deze scriptie te lezen in hoeerre dit raamwerk wordt toegepast in de praktijk. Graag wil ik mijn scriptiebegeleider Dr. Sc. Ind. A.H. an der Boom bedanken oor zijn goede hulp, raadzame aanwijzingen en getoonde belangstelling. Ook alle FWI' s en anderen die hebben meegewerkt aan het empirisch onderzoek wil ik hartelijk bedanken. Veenendaal, juli 2002 J.Snoei Verantwoorde Ontwikkelingshulp 4

5 Hoofdstuk 1 Algemene inleiding 1.1 Probleemstelling Tegen de achtergrond an het oorwoord IS de centrale probleemstelling als olgt te formuleren: "Op welke wijze draagt informatie oer en het stellen an eisen aan financieel management an partnerorganisaties in ontwikkelingslanden bij aan de allocatie en erantwoording an donorgelden doorfondsenwerende instellingen in Nederland?" 1.2 Beeldorming Voor de duidelijkheid zijn hieronder schematisch de onderwerpen uit de probleemstelling weergegeen. Tabel 1.1: Schematische weergae an de relatie tussen FWI en partnerorganisatie Nederland Ontwikkelingsland FWIX.. Partnerorganisatie Y Allocatie en erantwoording... Financieel management an donorgelden ~... "" ~ 11. '+ 11.., i! ~ -,,.,Ir... ~ ~ donateurs oerheid Project A ProjectB (donaties) (suhsidies) De doorgetrokken pijlen betreft de geldstroom an donorgelden. De onderbroken dubbele pijlen zijn informatiestromen. 1.3 Deelragen en methodologie De probleemstelling kan worden erdeeld in de olgende deelragen: Theoretisch gedeelte 1. Wat moeten we erstaan onder NGO'/? (hoofdstuk 2) 2. Wat moeten we erstaand onder Zuidelijke NGO's: partnerorganisaties? (hoofdstuk 2) 3. Wat moeten we erstaan onder de categorie Noordelijke NGO's: fon dsen werende instellingen (FWI's)? (hoofdstuk 2) 4. Welke soorten relaties bestaan er tussen een FWI en een partnerorganisaties? (hoofdstuk 2) 1 Dit is internationaal geaccepteerde term oor organisaties die ia het particuliere kanaal aan ontwikkelingshulp doen. Zowel de in de probleemstelling genoemde FWI's als partnerorganisaties zijn dus te typeren als NGO's. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 5

6 5. Waarop moet een FWI letten bij het alloceren en erantwoorden an donorgelden? (hoofdstuk 2) 6. Wat kan er gezegd worden oer financieel management bij not-for-profit organisaties? (hoofdstuk 3). 7. Wat kan er gezegd worden oer financieel management bij partnerorganisaties in ontwikkelingslanden? (hoofdstuk 3) Methodologie Vanuit releante literatuur zal op deze eerste zeen deelragen een antwoord worden gegeen. Bij deelraag 5 zal naar releante wet- en regelgeing en de informatiebehoeften an stakeholders an FWI' s gekeken worden. Bij deelraag 6 zal ooral literatuur met een westerse isie centraal staan. Als antwoord op deze deelraag zal een raamwerk oor financieel management worden ontwikkeld. Deelraag 7 laat zien in hoeerre westerse elementen an financieel management (uit deelraag 6) oergenomen kunnen worden oor het financieel management bij partnerorganisaties in ontwikkelingslanden. Hierbij zal inulling worden gegeen aan het raamwerk uit deelraag 6 anuit de kenmerken, situatie en factoren an partnerorganisaties. De behandeling an deelraag 7 is aangeuld met informatie die is opgedaan uit het empirisch onderzoek, omdat er relatief weinig literatuur bij dit onderwerp is. Empirisch onderzoek (hoofdstuk 4) 8. Welk belang hecht een FWI in de praktijk aanhetfinancieel management bij partnerorganisaties als beoordelingscriterium bij de allocatie an donorgelden? 9. Welke onderdelen an financieel management worden door een FWI gehanteerd als beoordelingscriterium bij de allocatie an donorgelden? 10. In hoeerre is het in hoofdstuk 3 ontwikkelde raamwerk an financieel management oor partnerorganisaties juist en olledig? 11. In hoeerre wordt in werkelijkheid door partnerorganisaties oldaan aan de door FWI's gestelde eisen met betrekking totfinancieel management? 12. Welke erschillende isies en meningen zijn er in de praktijk gangbaar bij de erschillende FWI's met betrekking tot het belang an financieel management an partnerorganisaties bij de allocatie an donorgelden? 13. Welk belang hecht een FWI in de praktijk aan het financieel management bij partnerorganisaties bij de erantwoording an de aan partnerorganisaties erstrekte donorgelden? 14. Is er in de praktijk een trend te zien, waarbij meer aandacht komt oor financieel management an partnerorganisaties? Methodologie EI Data erzameling Allereerst zijn een aantal FWI' s geselecteerd oor het empirisch onderzoek. Voor de beantwoording an de deelragen is gebruik gemaakt an de olgende informatiebronnen: interne handboeken oer de werkwijze an de FWI's (hoe projecten worden aangegaan, waarop daarbij gelet wordt, aan welke criteria oldaan moeten zijn e.d.), deelragen 8-10 dossiers an partnerorganisaties (met checklists, jaarrekeningen, projectoereenkomsten, ealuatierapporten, financiële rapportages e.d.), deelraag 11 erslagen an financiële werkbezoeken an FWI' s bij partnerorganisaties, deelraag 11 jaarerslagen an FWI's, deelraag 13 door de auteur opgestelde enquête oor FWI's, deelraag 12 en 13 mondelinge gesprekken met medewerkers an FWI' s, in alle deelragen erwerkt, maar specifiek in deelraag 12 en 14 Verantwoorde Ontwikkelingshulp 6

7 Analyse Nadat boenstaande informatie is erwerkt, zullen de uitkomsten worden geconfronteerd met wat de theorie eroer zegt. Daarbij zal het olgende worden geconstateerd: a. erschillen tussen de FWI' s b. erschillen tussen theorie en praktijk De erschillen zullen zo mogelijk worden erklaard. Conclusie (hoofdstuk 5) 15. Wat is het antwoord op de probleemstelling? Methodologie Er zal op basis an het literatuuronderzoek en empirisch onderzoek een conclusie worden gegeen die langs twee wegen tot stand komt (Franken, 1999): 1. Deductiee analyse: hierbij wordt de theorie getoetst aan de gegeens uit de praktijk ('empirie'). 2. Inductiee analyse: hierbij laat men de data oor zich spreken. Het oordeel an een inductiee analyse is dat er ook andere mogelijkheden aan het licht gebracht kunnen worden dan in de theorie omschreen is. Aanbeelingen (hoofdstuk 6) 16. Welke aanbeelingen kunnen worden gegeen met betrekking tot: gebruik an financieel management door partnerorganisaties? de allocatie en erantwoording an donorgelden door fondsen werende instellingen? gebruik an financieel management an partnerorganisaties bij de allocatie en erantwoording an donorgelden door FWl's? Methodologie De aanbeelingen olgen uit het theoretisch gedeelte en het empirisch onderzoek. 1.4 Afbakening en begripsbepaling Financieel management is het akgebied dat zich bezighoudt met de planning en beheersing an financiële transacties en, met gebruikmaking an financiële grootheden, an de taakuitoering, alsmede de wijze waarop het management hieroer erantwoording aflegt (zie paragraaf 3.2). In de scriptie staat een raamwerk an financieel management centraal, bestaande uit een set an concrete methoden (oor het analyseren en erwerken an financiële gegeens) en systemen (die oortloeien uit de analyse en erwerking an financiële gegeens) an financieel management (zie paragraaf 3.11). Een fondsenwerende instelling (FWI 2 ) is een (niet op winst gericht) particuliere organisatie die qua doelstelling gericht is op het leeren an goederen enlof diensten ten behoee an het beorderen an een maatschappelijk nut, en die oor het realiseren an haar doelstelling een beroep doet op de publieke offeraardigheid" (Karman en Swachten, 2001, blz. 1443). In deze scriptie gaat het alleen oer de Nederlandse FWI's die zich geheel toeleggen op ontwikkelingswerk. 2 De meeroudsorm an FWI wordt aangegeen met "FWI's". Verantwoorde Ontwikkelingshulp 7

8 CII Partnerorganisaties zijn not-for-profit organisaties in ontwikkelingslanden. In Nederland is de term partnerorganisatie gebruikelijk, omdat deze organisaties een partner(relatie) met FWI's hebben. Internationaal is de term NGO meer an toepassing. Van Dijk (1999, blz. 86) omschrijft een partnerorganisatie als een NGO die een duidelijke structurele ontwikkelingsisie heeft en programmatische ontwikkelingsactiiteiten uitoert ten behoee an de lotserbetering an de kansarmen in dat land. lid Donorgelden zijn de gelden die een FWI: ontangt an oerheid, donateurs en andere gelderstrekkers erstrekt aan partnerorganisaties in ontwikkelingslanden. 1.5 Beperkingen De beperkingen houden erband met het tweede gedeelte an de scriptie, het empirisch onderzoek: a. Er zal bij enkele FWI's een onderzoek plaatsinden b. Er zullen enkele partnerorganisaties nader worden bezien 1.6 Verantwoording De beperkingen uit paragraaf 1.6 zouden de geloofwaardigheid an uitkomsten an het empirisch onderzoek ter discussie kunnen stellen. Hiermee is op de olgende wijze rekening gehouden: ad. a. Bij de keuze an de FWI' s is rekening gehouden met de diersiteit an de FWI' s in Nederland. De onderzochte FWI's zijn representatief oor alle FWI's (zie paragraaf 4.3). ad. b. Er zijn per onderzochte FWI erschillende partnerorganisaties onderzocht, waarbij is gelet op erschil in land, sector en grootte (zie paragraaf 4.5). Verantwoorde Ontwikkelingshulp 8

9 Hoofdstuk 2 Niet-Goeernementele Organisaties (NGO's) Dit hoofdstuk geeft antwoord op de eerste ijf deelragen uit hoofdstuk 1: Wat moeten we erstaan onder NGO's3? (paragraaf2.1 en 2.2) Wat moeten we erstaan onder Zuidelijke NGO's: partnerorganisatie? (paragraaf2.3) Wat moeten we erstaan onder de categorie Noordelijke NGG 's: fondsenwerende instellingen (FWI's)? (paragraaf2.4 en 2.5) Welke soorten relaties bestaan er tussen een FWI en een partnerorganisatie? (paragraaf 2.4) Waarop moet een FWI letten bij het alloceren en erantwoorden an donorgelden? (paragraaf 2.6) Bij deze laatste deelraag zullen alle toezichthouders worden besproken waannee een FWI te maken heeft: donateurs, oerheid, CBF en Rl. r ( 2.1 Begripsonning Een Niet-Goeernementele Organisatie (NGO) kan worden omschreen als een not-for-profit organisatie die zich ia het particuliere kanaal toelegt op ontwikkelingshulp. Het kenmerkende an de NGO-benadering is de oriëntatie op de basis: de problemen an de mensen aan de onderkant an de maatschappij staan centraal (Van Dijk, 1989, blz. 73). Participatie an deze doelgroep in de oorbereiding en uitoering an projecten en programma's is cruciaal oor de realisatie an de oplossingen oor die,problemen. Tinbergen (in: Van Dijk, 1989) typeerde deze organisaties als olgt : "De grootte an de Niet-Goeernementele Organisaties, gemeten aan de erwerkte geldbedragen, is wat minder dan een tiende an wat er ia regeringen beschikbaar wordt gesteld en wat minder dan een twintigste an wat er door alle kanalen naar de Derde wereld (buiten de handel om) loeit. Maar het is een wereld an spontaniteit, waarin de wereldwinkels zowel als de rijwilligers (an alle soorten) hun plaats inden en waar gezocht wordt naar degenen die het het meest nodig hebben en hun ertrouwen. Veel nieuwe lessen zijn daar geleerd en in zekere zin erult die wereld de rol an een roer an het grote, logge schip an de officiële en de bedrij fsbij dragen: het geeft richting." NGO's hebben hun bestaansrecht omdat particulieren an mening zijn dat zij een bijdrage kunnen leeren aan het ontwikkelingsproces (Van Dijk, 1989, blz. 72). De betekenis an de particuliere sector in de internationale hulperlening de laatste jaren oortdurend toegenomen (Van Dijk, 1989, blz. 23 en paragraaf 1.1). Dit komt onder meer tot uiting in de toename an het aantal en de omang an NGO's. Erkenning door de oerheid an de releantie an NGO's in de internationale hulperlening, heeft geleid tot kanalisering an een deel an de totale oerheidshulp ia het NGO-circuit naar de Derde Wereld (medefinanciering). De organisaties die deze medefinanciering krijgen worden medefinancieringsorganisaties (MFO' s) genoemd. De oerheidsbijdrage aan MFO's is de laatste jaren steeds toegenomen. Dit blijkt ook uit het doel an het beleidsthema 'samenwerken met maatschappelijke organisaties' an Internationale 3 Dit is de internationaal geaccepteerde term oor organisaties die ia het particuliere kanaal aan ontwikkelingshulp doen. Zowel de in de probleemstelling genoemde FWI's als partneror'ganisaties zijn dus te typeren als NGO's. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 9

10 Samenwerking: "De doelstelling an het beleid is de ersterking an het maatschappelijk middeneld in ontwikkelingslanden met steun an en in samenwerking met Nederlandse particuliere en maatschappelijke organisaties oor zoer deze bijdragen aan de erwezenlijking an de hoofddoelstelling an de Nederlandse ontwikkelingssamenwerking" (Ministerie an Buitenlandse Zaken, jaarerslag 2001, blz. 20). Het argument oor het feit dat MFO's medefinanciering krijgen is dat de MFO's aak al jaren relaties onderhouden met NGO's in ontwikkelingslanden. De MFO's weten welke NGO's in ontwikkelingslanden betrouwbaar zijn en in staat zijn om bepaalde projecten uit te oeren: lokale werkers in ontwikkelingslanden hebben de beste kennis oer welke wegen er bewandeld kunnen worden. Ook het publiek erkent het belang an NGO's. Uit een opinieonderzoek uit blijkt dat 77% an de geïnteriewden bekend was met de particuliere organisaties. 27% an de geïnteriewden ond NGO's de nuttigste orm an ontwikkelingshulp. 2.2 Classificatie NGO's Er zijn drie hoofdormen te onderscheiden: 1. NGO's die in de onderontwikkelde wereld werken. Men spreekt hier ook wel oer zuidelijke NGO's (paragraaf 2.3). 2. NGO's die in de ontwikkelde wereld werken. Dit zijn de zogenaamde donor of financierende NGO's die in meerderheid in de ontwikkelde landen op het noordelijk halfrond te inden zijn (Van Dijk, 1989, blz. 4). Deze noordelijke NGO's zullen in paragraaf 2.4 worden besproken. Een categorie an deze noordelijke NGO's zijn de fondsenwerende instellingen (FWI, paragraaf 2.5). 3. NGO's die zowel in de ontwikkelde als in de onderontwikkelde landen werkzaam zijn. Foster Parents bijoorbeeld alt binnen deze hoofdorm: men werkt in de directe leefomgeing an kinderen in ontwikkelingslanden aan structurele erbetering an de leensomstandigheden. De nationale organisaties in de ontwikkelde wereld zorgen daarbij oor de wering an fondsen. De laatste hoofdorm zal in deze scriptie buiten beschouwing worden gelaten, omdat hier niet de in de probleemstelling gebruikte relatie tussen FWI en partnerorganisatie wordt beoogd. 2.3 Zuidelijke NGO's Zuidelijke NGO's zijn partnerorganisaties die een (partner)relatie hebben met donoren (zoals de fondsenwerende instellingen in Nederland). Oer het algemeen streen partnerorganisaties doelen na die niet gericht zijn op het behalen an winst (waarbij dus wel winst gemaakt kan worden). Daarom wordt in het erolg an de scriptie dan ook gesproken oer not-for-profit in plaats an non-profit organisaties. 4 European and deelopment Aid in 1987, opinie-onderzoek in de twaalf lidstaten an de EEG, uitgeoerd op erzoek an ECSO (European Cooperation and Solidarity), Parijs, maart Onderzoek uitgeoerd in het kader an de Noord-Zuid Campagne an de Raad an Europa. In: Van Dijk, 1989, blz ) Verantwoorde Ontwikkelingshulp 10

11 Vanuit het gezichtspunt an FWI' s is het gunstig dat partnerorganisaties not-for-profit organisaties zijn. Een winstsaldo zou immers niet wenselijk zijn, gezien het feit dat de erstrekte donorgelden oer het algemeen zijn bedoeld om olledig te worden besteed oor de doelstelling an FWI' s. 2.4 Noordelijke NGO's Karakterisering De behoefte binnen donorlanden aan betere organisatieormen en grotere efficiency heeft geleid tot samenwerking an donororganisaties. Op deze manier ontstonden Icco en Noib (De Vreede, 1980, blz. 24). Uit deze samenwerking ontstonden de MFO's (zie paragraaf 2. 1). De MFO's behoren tot de grote noordelijke NGO'S5. Momenteel zijn er in Nederland ijf MFO's: Cordaid, Foster Parents, Hios, Icco en Noib. Daarnaast zijn er kleine(re) NGO's actief ten behoee an de Derde Wereld (oorbeelden zijn Woord & Daad, Dorkas, Vereniging Wereldkinderen en Stichting Vluchteling). Noordelijke NGO's proberen particuliere ontwikkelingsinitiatieen an partnerorganisaties ter plaatse financieel en technisch te steunen. J.J.P. an Heemst (in: Van Dijk, 1989, blz ) komt op basis an een surey6 (1987) an Noordelijke NGO's door het Institute of Social Studies (ISS) tot de olgende karakteristieken, erband houdend met de grootte an de NGO. Bij elke karakteristieke wordt door ons de consequentie oor de probleemstelling aangegeen. ElI Naarmate NGO's groter worden, is er sprake an elderbreding, in de zin dat het aantal regio's waarin men werkzaam is toeneemt. Een grote FWI zal er rekening mee moeten houden dat de cultuur en regels per regio sterk kunnen erschillen. Dit betekent dat het financieel management per regio er anders uitziet. Cl Naarmate NGO's groter worden, is er sprake an erbreding an het aandachtseld, in de zin dat het aantal sectoren waar men op gericht is toeneemt. De laatste decennia zijn eel onderwerpen toegeoegd aan de twee min of meer traditionele elden (particuliere zorg, onderwijs en gezondheidszorg): mensenrechten, rouwenemancipatie en inkomens genererende actiiteiten an de doelgroep. Elke sector heeft büzondere kenmerken. Dit kan consequenties hebben oor het financieel management. 411 Kleinere NGO's zijn meer gespecialiseerd, in de zin dat men zich op een specifieke doelgroep oriënteert (bijoorbeeld Stichting Vluchteling). De büzondere kenmerken an elke doelgroep zullen ertoe leiden dat er op büzondere aspecten an financieel management gelet moet worden. 111 De meerderheid an de kleine NGO's is 'jong', terwijl de meerderheid an de grote NGO's 'oud' is. Een 'oude' FWI heeft meer eraring op het gebied an financieel management an partnerorganisaties dan een 'jonge' FWI S Het criterium oor 'grote NOO' is olgens Van Dijk (1989, blz. 24): Inkomen> 9,1 miljoen Euro. 6 Dit surey heeft betrekking op particuliere organisaties die directe steun erlenen aan projecten en programma's in ontwikkelingslanden. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 11

12 lil Het optreden an professionalisering bij het groter worden an de organisaties. Dit kan betekenen dat een grote FWI deskundigen (met financieel-economische opleiding/achtergrond) heeft op het gebied an financieel management an partnerorganisaties. Bij de grote (re ) organisaties is de gemiddelde bijdrage per project en het aantal projecten per organisatie groter. Een grote bijdrage per project betekent de noodzaak an een ergaande controle, anwege de grote impact oor de FWI Bij toenemende omang an de organisatie neemt de relatiee betekenis an particuliere inkomsten af en neemt de betekenis an oerdrachten an de Nederlandse oerheid toe. Hoe minder afhankelijk een FWI is an oerdrachten an de Nederlandse oerheid (en hoe meer an particuliere inkomsten), hoe flexibeler de FWI (zie conclusies in paragraaf 2.6). De kosten an de organisatie liggen bij grotere organisaties oer het algemeen wat lager dan bij de kleinere. Dit zegt op zich niets oer de efficiency en effectiiteit an de bestedingen door partnerorganisaties (paragraaf 2.6 oer de RJ). Soorten relaties tussen FWI en partnerorganisatie De wijze an allocatie an donorgelden aan partnerorganisatie door FWI's is afhankelijk an de relatie tussen de partnerorganisatie en de FWI (Van Dijk, 1989, blz. 88/89; lcco, brochure 'oorwaarden oor financiering, mei 1998): steun aan partnerorganisatie (partnerrelatie ) Bij een partnerrelatie (of organisatierelatie ) gaat het om de financiering an een percentage an het totale budget an een partnerorganisatie. Hierbij is bijdrage an de FWI niet speciaal bestemd is oor een specifiek project of programma. Deze financiering wordt ook wel getypeerd als doelsubsidies: een bepaald bedrag dat oor een bepaalde periode wordt erstrekt, waarbij ooraf oereenstemming oer de doelstellingen en globale inhoud an het programma plaatsindt en achteraf erantwoording oer de concrete inulling an de programma's en de besteding an fondsen wordt geraagd. lil steun aan programma's (programmarelatie) Bij een programmarelatie gaat het om een financiële bijdrage oor een ontwikkelingsproces oor de middellange of lange termijn. De financiering richt zich speciaal op het programma, maar een deel an de fondsen kan besteed worden aan de oerheadkosten an de partnerorganisaties. Verolgfinanciering is bij deze relatie aak afhankelijk an factoren zoals de geboekte oortgang. lil steun aan projecten (projectrelatie) Projectsteun betreft meestal een actiiteit met een concrete, korte termijn doelstelling en met een gedetailleerde begroting. Hierbij leggenfwi' s zich meestal niet ast op erolgfinanciering. Daarnaast kunnen FWI' s ook nog kleinschalige steun erlenen. De procedures en de contractbepalingen oor kleinschalige steun zijn eenoudig en in oereenstemming met de grootte an de aanraag. Een oorbeeld hieran is lcco die kleinschalige steun erleend oor aanragen tot maximaal Verantwoorde Ontwikkelingshulp 12

13 2.5 Fondsenwerende instellingen (FWI's) De samenwerking tussen FWI en partnerorganisatie Tijdens de koloniale periode was er tussen de zuidelijke en noordelijke NGO's min ofmeer een afhankelijkheidsrelatie. Later is een samenwerkingsrelatie ontstaan (De Vreede, 1980, blz. 23). De relatie tussen FWI en partnerorganisatie is de laatste jaren minder paternalistisch geworden. Zo is een meer gelijkwaardige relatie ontstaan waarbij er meer dialoog (netwerken, consortia en seminars) aanwezig is tussen FWI en partnerorganisatie (Van Dijk, 1989, blz. 97). Participatiemodel Het participatiemodel gaat er an uit dat een ontwikkelingsland het beste tot ontwikkeling kan komen met medewerking an de plaatselijke beolking. Het is wenselijk als partnerorganisaties zelf belangrijke beslissingen zullen nemen. De oergang an projectsteun naar programma- of pminersteun past in de wens de beslissingsbeoegdheid bij de partnerorganisaties te leggen (zie ook paragraaf 2.4). Ontwikkelingsisies en nieuwe trend De ontwikkelingsisie is in de loop an de tijd eranderd. Deze eranderingen hebben consequenties oor de relatie tussen FWI en partnerorganisatie (Van Dijk, 1989, blz. 87/88): 1. Allereerst was er de fase an noodhulp en het erlenen an ontwikkelingshulp op grond an geoelens an liefdadigheid. Dit impliceerde dat de FWI het ontwikkelingsmodel bepaalde. Deze soort an ontwikkelingshulp leidt echter niet tot het opheffen an onderontwikkeling. 2. Daarna ging men zich meer richten op ontwikkelingsgedachten die in ontwikkelingslanden zelf leen, met aandacht oor participatie an de lokale beolking en het opbouwen an eigen organisaties door de doelgroep. 3. Uiteindelijk ging men inzien dat ontwikkelingssamenwerking een proces is waarbij de bereidheid aanwezig moet zijn om langdurige steun aan actiiteiten te erlenen (duurzame structurele ontwikkeling). Op basis an ons onderzoek an jaarerslagen an FWI's kan worden gezegd dat nog steeds grote aandacht wordt gegeen aan duurzame structurele ontwikkeling (structurele hulp en langjarige relaties). Zo stellen Noib en Hios in hun jaarerslagen 1999 het thema 'structurele armoedebestrijding' centraal. Wel is er op basis an ons onderzoek an jaarerslagen 2000 de trend merkbaar die zich uit onder de naam 'ownership': het toegenomen belang an lokale organisaties. Hierbij wordt participatie an de doelgroep zoeel mogelijk beorderd. Het leggen an de 'ownership' an het project bij de doelgroep komt de kwaliteit en continuïteit an het project ten goede (Zoa Vluchtelingenzorg, jaarerslag 2000, blz. 6). Actiiteiten sluiten zoeel mogelijk aan bij lokale structuren, gebruiken en middelen. 2.6 Toezicht op FWI's Deze paragraaf zal ingaan op de eisen die worden gesteld aan de allocatie en erantwoording an donorgelden. Daarbij zal ook worden nagegaan in hoeerre deze eisen ingaan op het financieel management an partnerorganisaties. Allereerst staan hierbij de eisen an de twee groepen gelderschaffers an FWI's centraal: donateurs en oerheid. Daarna zal gekeken worden welke eisen het CBF en de Rl stelt. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 13

14 Donateurs Donateurs stellen oer het algemeen weinig eisen aan FWI oor de allocatie an donorgelden. Vooral de kleine(re) FWI's zijn relatief financieel afhankelijk an de donateurs gelden. Donateurs (als onderdeel an het totale publiek) hebben wel informatiebehoeften met betrekking tot de erantwoording an de door de FWI erstrekte donorgelden (zie erderop in deze paragraaf oer de RJ). Oerheid De MFO' s (Medefinancieringsorganisaties ) kunnen op eel financiële steun an de oerheid rekenen, omdat hun achterban politiek gewicht in de schaal legt. Naast de kleine FWI's hebben grote FWI's (MFO's) dus ook een draaglak in de eigen samenleing nodig (Van Dijk, 1989, blz. 104). Een MFO is 'een in Nederland geestigde ontwikkelingsorganisatie die oerheidsgelden kanaliseert naar lokale organisaties in de prograrnrnalanden ten behoee an directe armoedebestrijding, maatschappij opbouw en beleidsbeïnloeding.'(foster Parents Courant, september 2000, blz. 2) Om aanspraak te kunnen maken op de status 'MFO' moet een organisatie (Ministerie an Buitenlandse Zaken, Internationale Samenwerking, juni 2001, blz. 45): in meer landen en continenten actief zijn zich bezighouden met dierse thema's en sectoren an structurele armoedebestrijding zijn erankerd in de Nederlandse samenleing. In 2001 is een transparanter en eenduidiger subsidiesysteem erwezenlijkt. Dit moet de besteding an hulpgelden ia het particuliere kanaal zo effectief mogelijk maken (Ministerie an Buitenlandse Zaken, jaarerslag Internationale Samenwerking 2001, blz. 20). MFO's worden beoordeeld aan de hand an strikte kwaliteitscriteria. Ook wordt beoordeeld in hoeerre het Medefinancieringsprograrnrna (MFP) als instrument oor structurele armoedebestrijding een doelmatige en doeltreffende bijdrage leert aan de uitoering an het ontwikkelingssamenwerkingbeleid (Ministerie an Buitenlandse Zaken, jaarerslag Internationale Samenwerking 2000, blz. 278). De ijfmfo's in Nederland zijn erantwoording schuldig aan het Ministerie an Buitenlandse Zaken. De naleing an de subsidieoorwaarden alt onder reikwijdte an een accountantserklaring bij de ontanger (Ministerie an Buitenlandse Zaken, jaarerslag Internationale Samenwerking 2000, blz. 250). Het Ministerie an Buitenlandse Zaken stelt in haar financieel reglement MFP (30 noember 2000) dat MFO's op de olgende elementen an financieel management bij de partnerorganisaties moeten letten: De partnerorganisatie heeft een adequate administratiee organisatie en interne controle, waarin procedures, erantwoordelijkheden en beoegdheden duidelijk zijn astgelegd De goede werking an deze administratiee organisatie en interne controle moet worden bewaakt, waarbij: 111 de MFO beordert dat de partnerorganisatie een gekwalificeerde accountant selecteert 111 de MFO toeziet op tijdige indiening an rapportages door partnerorganisaties GI de MFO tijdig de financiële eindrapportage an de partnerorganisatie behandelt, waarbij aandacht wordt besteed aan de realisatie an de begroting en de liquiditeitspositie an de partnerorganisaties. Bij deze aandachtspunten dient gelet te worden op tijdigheid, olledigheid en juistheid. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 14

15 Het hanteren an een samenstel an maatregelen anaf de beoordeling an de financiële beheerscapaciteit an de partnerorganisaties ooraf tot en met ealuatie en follow-up an beindingen achteraf. Binnen dit integrale beleid is de afweging om een accountantscontrole te laten uitoeren één an de maatregelen. Centraal Bureau Fondsenwering (CBF) Het CBF is een onafhankelijke stichting die al sinds 1925 toezicht houdt op de inzameling an geld oor goede doelen. De taak an het CBF is het beorderen an een erantwoorde fondsenwering en -besteding door middel an het beoordelen an de FWI's en het erstrekken an informatie en adies aan oerheidsinstanties en publiek. Het CBF-keurmerk is in 1995 ingesteld oor fondsenwerende instellingen. Voorbeeld uit het jaarerslag 1999 an de Vereniging Wereldkinderen (blz. 11): "Het CBFkeurmerk, dat ijf jaar geldig is, had in 1999 een positiee uitstraling op de actiiteiten an de Vereniging Wereldkinderen. Het betekent dat de ereniging erantwoord fondsen werft en deze ook op een erantwoorde manier besteedt" Om oor het CBF-keurmerk in aanmerking te komen, moet aan erschillende eisen oldaan zijn. "Transparantie" an organisaties staat in de eisen oorop. Bestuur, beleid, fondsenwering, besteding en erslaglegging an aanragende organisaties worden kritisch onder de loep genomen. Ook het zich houden aan Richtlijn 650 Rl is een oorwaarde waaraan oldaan moet zijn, wil een FWI an het CBF een erklaring an steunwaardigheid ontangen (Karman en Swachten, 2001, blz. 1443). Het CBF indt het nodig om genuanceerd oer het begrip kosten te zijn, omdat bij FWI's twee soorten kosten kunnen worden onderscheiden: 1. Kosten die gemaakt worden om geld binnen te halen (kosten fondsenwering) Voor deze kosten heeft het CBF een norm: maximaal 25 procent an de baten uit eigen fondsenwering mag worden besteed aan de kosten eigen fondsenwering 2. Kosten die gemaakt worden om geld uit te geen (uitoeringskosten). Deze kosten houden erband met het realiseren an de doelstelling. Het CBF is an oordeel dat de "lokale kosten" in direct erband staan met de doelstelling. Vanwege de grote ariëteit an werkwijzen an organisaties kan een oordeel oer de acceptabele hoogte an uitoeringskosten in zijn algemeenheid niet worden gegeen. Dit zien we ook terug in de actualiteiten rond Foster Parents Plan Nederland (FPPN), waarbij FPPN kritiek kreeg dat maar 50% an de geworen gelden bij de doelgroep an ontwikkelingshulp terechtkomt. FPPN stelt hier tegenoer dat FPPN een internationale organisatie is, waarbij ook door internationale kantoren an Foster Parents Plan lokale kosten worden gemaakt om de doelstelling te realiseren (bijoorbeeld de kosten die nodig zijn om het contact met het kind en zijn familie te onderhouden). Kritische kanttekeningen bij het normpercentage an het CBF oor de kosten fondsenwering: e De kostentoerekening is subjectief. Zo kunnen bijoorbeeld de kosten die gemaald worden oor oorlichting zowel worden toegerekend aan fondsenerwering als fondsenbesteding. e Het CBF stelt geen normen oor de oerige 75%. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 15

16 Criteria oor de allocatie an donor gelden, fondsbesteding (CBF, regelement CBF-keur, januari 2001, blz. 4): Besteding an de middelen dient oereenkomstig de begroting plaats te inden. Middelen waaraan door de aard an een actie of door derden een beperktere bestedingsmogelijkheid is gegeen, dienen binnen een termijn an 3 jaar te worden besteed aan de doelstelling. Bijdrageerplichtingen die een termijn an een jaar te boen gaan, worden nadat het bestuur een besluit terzake heeft genomen, schriftelijk kenbaar gemaakt aan de bijdrage-ontanger. Ook wil het CBF weten of een FWI gestandaardiseerde oorwaarden hanteert bij het toekennen an gelden aan projecten (Reglement CBF-keur, januari 2001, blz. 20). Het CBF stelt echter geen eisen waaraan een goede besteding an donorgelden zou moeten oldoen. Deze tekortkoming heeft het CBF inmiddels zelf ook geconstateerd: er is momenteel een werkgroep an het CBF bezig met het opstellen an richtlijnen oor de bestedingenkant an FWI' s. Deze werkgroep is in het leen geroepen omdat er zowel bij gelderschaffers an de FWI's als bij de FWI's zelf behoefte bestaat aan transparantie. De erwachting is dat de resultaten an deze richtlijnen in de tweede helft an 2002 openbaar worden gemaakt. Wel heeft het CBF aan de auteur kenbaar gemaakt dat het resultaat an de werkgroep bestaat uit een set an ragen die FWI' s aan zichzelf moeten stellen. Op deze manier kunnen effecten an de bestedingen inzichtelijk worden gemaakt. Voorbeeldragen zijn: Hoe gaat de doelstelling gerealiseerd worden? Wat is nodig om de doelstelling te realiseren? Waarmee wordt de doelstelling gerealiseerd? In hoeerre is de doelstelling uiteindelijk gerealiseerd? Welke lessen kunnen er oor de toekomst getrokken worden? Het is nog onduidelijk of het financieel management an partnerorganisaties een rol gaat spelen oor de beantwoording an de ragen. Raad oor de Jaarerslaggeing (RJ) In het jaarerslag dient een FWI zich richting het publiek te erantwoorden oer de erwering en erstrekking an donorgelden. In deze scriptie gaat het om de erantwoording oer de erstrekking an donorgelden. De Raad oor de J aarerslaggeing (RJ) stelt eisen aan deze erantwoording. Voor FWI's is Richtlijn 650 (RJ, 2000) an toepassing. Voor het maatschappelijk ertrouwen in de fondsenwering is het an belang dat het publiek erop kan ertrouwen dat de erslaggeing een correcte weergae is an de besteding an de middelen (RJ, Richtlijn 650, paragraaf 102). In deze paragraaf wordt bezien of de RJ aansluit op de informatiebehoeften an het publiek. Informatie oer deze informatiebehoeften is afkomstig uit een empirisch onderzoek an Hyndman (Van Ginkel, 1999). Dit betreft een onderzoek an Hyndman in 1991 naar de informatiebehoeften an donateurs in het Verenigd Koninkrijk. Een recenter onderzoek (in Nederland) is er niet, eigen onderzoek hiernaar alt buiten het bereik an deze scriptie. Het is an belang om te weten dat de term 'jaarerslag' in de richtlijn gedefinieerd wordt als het bestuurserslag en de jaarrekening. Dit in tegenstelling tot wat in Titel 9 BW 2 onder jaarerslag wordt erstaan, namelijk het bestuurserslag. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 16

17 Juist het bestuurserslag an een FWI is belangrijk, omdat de aard an de actiiteiten met zich meebrengt dat de maatschappelijke betekenis daaran slechts in beperkte mate in de jaarrekening kan blijken (Rl, Richtlijn 650, paragraaf 204). Eisen in de Richtlijn Het doel an de Richtlijn is dat FWI' s hun erslagen zo inrichten dat het publiek daarin duidelijke antwoorden kan inden op drie essentiële ragen 7 : 1. Welk deel an de gift blijkt oer oor het goede doel? 2. Worden de giften direct besteed? 3. Wordt het geld daadwerkelijk besteed aan het doel? De eerste twee ragen zijn duidelijk, maar raken niet het onderwerp an de probleemstelling. De inhoud an de derde raag is door de Rl beperkt door alleen na te gaan of het geld achteraf aan andere, eentueel minder 'populaire' doelen wordt besteed in Nederland (Karman en Swachten, 2001, blz. 1444). Mijns inziens is in het kader an deze derde raag ook belangrijk te weten: ofhet geld daadwerkelijk is ontangen door partnerorganisaties of de partnerorganisatie het geld ook daadwerkelijk oor het beoogde doel heeft besteed Bij deze twee aanullingen speelt een onderdeel an het financieel management an de partnerorganisatie een rol: externe erslaggeing. Naast de drie ragen wordt in de richtlijn: de eis gesteld oor het opnemen an de begroting (an het erslagjaar en het olgende jaar) in het bestuurserslag Vergelijking an de staat an baten en lasten met de begroting laat zien of de FWI in staat is haar in het erslagjaar opgenomen doelstellingen in financieel termen waar te maken. de aanbeeling gedaan om het kasstroomoerzicht op de nemen in het bestuurserslag Het kasstroomoerzicht is een goede aanulling ten behoee an de beantwoording an de tweede en derde raag an het CBF (Karman en Swachten, 2001, blz. 1452). Op deze manier kan de ontangst en besteding an ontangen middelen inzichtelijk worden gemaakt. Tekortkomingen in de Richtlijn Boengenoemde eisen in de richtlijn zeggen niets oer: effectiiteit: de mate waarin de allocatie an donorgelden heeft bijgedragen aan het bereiken an de doelstelling efficiency: in hoeerre door partnerorganisaties efficiënt is omgegaan met de gealloceerde donorgelden Informatie oer effectiiteit en efficiency an belang oor het maatschappelijk ertrouwen. Ook uit het empirisch onderzoek an Hyndman blijkt dat het publiek behoefte heeft aan informatie oer efficiency en effectiiteit. 7 Geformuleerd door het CBF, mede opgenomen in paragraaf 103 an Richtlijn 650 RJ. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 17

18 Uit het empirisch onderzoek an de auteur blijkt uit jaarerslagen 2000 dat het publiek wordt oerladen met informatie oer doelstellingen, actiiteiten en effecten, terwijl weinig wordt ingegaan op effectiiteit en efficiency (zie paragraaf 4.7). Derhale zal mijns inziens door de RJ een raag moeten worden toegeoegd? 4. Is de geldbesteding effectief en efficiënt geweest? Tot nu toe schenkt de RJ te weinig aandacht aan effectiiteit en efficiency (RJ, Richtlijn 650, par. 205): "Daarnaast dient op een heldere en oor buitenstaanders inzichtelijke wijze inzicht gegeen te worden in alle actiiteiten in het erslagjaar die financieel an belang zijn. Daarbij dient an elke actiiteit of actiiteitengroep duidelijk te worden aangegeen wat het doel daaran is. Waar mogelijk wordt gekwantificeerde informatie opgenomen oer de kwaliteit an de actiiteiten en oer de effectiiteit en efficiency daaran. " Uit de laatste zin blijkt een rijblijendheid ('waar mogelijk'). De RJ zal hier mijns inziens een erplicht karakter aan moeten geen. Voor FWI's zou het weergeen an effectiiteit en efficiency in de praktijk wel moeilijk zijn: Bij FWI's ontbreekt een prijsmechanisme: er kan geen prijs tot stand komen ia de krachten an raag en aanbod. Hierdoor krijgt een FWI niet automatisch signalen oer de effectiiteit en de efficiency an haar actiiteiten (Van Ginkei, 1999). Bij sommige sectoren an ontwikkelingshulp (bijoorbeeld beleidsbeïnloeding) is effectiiteit moeilijk te meten. Meer in het algemeen is de effectiiteit an het hoofddoel 'reduceren an armoede' moeilijk te meten. Daarnaast moet dit hoofddoel aak de strijd opnemen met andere politieke en commerciële criteria. In het geal dat er bij projecten of programma's an een partnerorganisatie meerdere donoren (FWI's) betrokken zijn, is de effectiiteit an elke afzonderlijke donorbijdrage moeilijk te achterhalen. Volgens de auteur kunnen de olgende oplossingsrichtingen oor FWI' s worden aangegeen om effectiiteit en efficiency inzichtelijk te maken: Het formuleren an duidelijke doelen en effecten in de jaarerslagen FWI's kunnen de doelen oor het jaarerslag oernemen uit de Project Agreements. Door te meten in hoeerre de gestelde doelen zijn behaald, kan het resultaat worden weergegeen. Het erdient oorkeur dat formulering an de doelen oldoet aan de eigenschappen Specific, Measurable, Achieable, Releant en Timebound (SMART-doelstellingen). Foster Parents Plan Nederland: "Je kunt als organisatie zelf oor meer houast zorgen door duidelijke doelen te formuleren en de effecten aantoonbaar te maken. Waar organisaties zich terdege an bewust moeten zijn, is het gegeen dat je kwetsbaarder wordt naarmate je doelstelling concreter is. Je moet beter je best doen omje doelstelling te halen" (Foster Parents Courant, september 2000, blz. 5). Verantwoorde Ontwikkelingshulp 18

19 Uit ons empirisch onderzoek blijkt dat Zoa Vluchtelingenzorg als enige FWI in het jaarerslag hier een oorbeeld an geeft. Bij het ontwikkelingsproject 'Emergency Relief Assistance to Returnees' noemt Zoa Vluchtelingenzorg als doel: 'het erlenen an hulp aan een groep an circa ontheemden'. Als resultaat wordt genoemd: 'Alle geregistreerde ontheemden werden oorzien an graan, peulruchten en plantaardige olie'. Vooral oor grotere FWI's is het ondoenlijk om boenstaand idee oor elk project toe te passen. Wel kunnen enkele oorbeelden worden genoemd in het jaarerslag en in algemenere zin worden besproken (zoals bijoorbeeld het totaal aantal luchtelingen en adoptiekinderen). Het weergeen an het ooraf gestelde doel is ook een eis an de RJ: 'Daarnaast dient op een heldere en oor buitenstaanders inzichtelijke wijze inzicht gegeen te worden in alle actiiteiten in het erslagjaar die financieel an belang zijn. Daarbij dient an elke actiiteit of actiiteitengroep duidelijk te worden aangegeen wat het doel daaran is' (Richtlijn 650, paragraaf 205). Om het publiek inzicht te kunnen geen in de effectiiteit an de geboden ontwikkelingshulp aan partnerorganisaties, dient de FWI aan te geen in hoeerre er een directe relatie is tussen de geboden ontwikkelingshulp en het bereikte resultaat. Het kan namelijk ook zijn dat externe factoren an inloed zijn op het bereikte resultaat, bijoorbeeld de bijdrage an een andere donor en gunstige marktomstandigheden. Het gebruik an Prestatie-Indicatoren (PI's) Voorbeeld: met behulp an de PI 'slagingspercentage' kan het effect an een onderwijsproject worden gemeten. Het is soms nodig om in combinatie met PI's kwaliteitsaspecten te hanteren, zoals in boenstaand oorbeeld de kwaliteit an het onderwijs. Andere oorbeelden an PI's zijn het 'terugbetalingspercentage' (bij een kredietprograrnma), 'het aantal behandelde patiënten' en 'het aantal personen dat an drinkwater is oorzien'. Het gebruik an eraringscijfers Een FWI is in staat om op basis an eraringscijfers (kengetallen) uit het erleden te beoordelen of de bestedingen door partnerorganisaties efficiënt en effectief zijn uitgeoerd. Koppeling tussen inhoudelijke en financiële erslaggeing (Karman en Swachten, 2001, blz. 1446). Met name de wijze waarop een organisatie erin slaagt de financiële erslaggeing te koppelen met de inhoudelijke erslaggeing bepaalt de kwaliteit an de informatieoorziening aan het publiek. Het bestuurserslag is een uitstekend onderdeel om deze koppeling te realiseren. CD Het hanteren an een intern beheersingssysteem door de FWI rondom de bestedingen De FWI moet de donateur kunnen oertuigen dat zij een adequaat intern beheersingssysteem uitoefent om te waarborgen dat gelden effectief en efficiënt worden besteed. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 19

20 Zo legt de FWI Woord en Daad in haar jaarerslag erantwoording af an de goede werking an haar interne beheersingssysteem. De accountantserklaring in het jaarerslag hierbij: "Wij zijn an oordeel dat de Stichting Reformatorische Hulpaktie Woord en Daad, in alle materiële opzichten, beschikt oer een effectief intern beheersingssysteem inzake de financiële erslaggeing oer het jaar 1999 in oereenstemming met het rapport "Internal Control - Integrated Framework" an het Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission (COSO-model) ". (jaarboekje 2000, blz. 28/29).. Aandacht oor financieel management an partnerorganisaties Om iets te kunnen zeggen oer de effectiiteit en efficiency an partnerorganisaties is een FWI ooral aangewezen op informatie an de partnerorganisatie zelf. Hieroor is het an belang dat de partnerorganisatie tenminste in kwalitatiee termen, waar mogelijk onderbouwd met cijfermateriaal, inzicht kan geen in de effecten die bereikt zijn met de door de FWI geleerde inspanningen. Het financieel management an partnerorganisaties moet zorg dragen oor een frequente, tijdige en olledige informatieerschaffing aan de FWI omtrent de effectiiteit en efficiency an de bestedingen. Een FWI zal zich in het jaarerslag moeten erantwoorden met behulp an de erantwoordingsinformatie an de partnerorganisatie (externe erslaggeing als onderdeel an financieel management. Het erdient daarom oorkeur dat een partnerorganisatie oer hetzelfde erantwoording aflegt waar de FWI erantwoording oer moet afleggen. Een intern handboek an de FWI Hios beestigd dit: "Het erdient zeker aanbeeling om de jaarrekening an Hios als oorbeeld te hanteren (bij de beoordeling an jaarrekeningen an partnerorganisaties), het document beat bijna alle elementen die hierboen ter sprake zijn gekomen (namelijk elementen ter beoordeling an jaarrekeningen an partnerorganisaties)"(organisation assessment, bijlage 2c, toelichting op jaarrekening, blz. 3). EI Offerteprocedure Een FWI kan erlangen dat een partnerorganisatie laat zien dat ze de donorgelden efficiënt hebben besteed, bijoorbeeld door het laten zien dat oor een project erschillende offertes zijn opgeraagd en de goedkoopste offerte is aanaard. 111 Het afleggen an project- en financiële werkbezoeken Bij projectbezoeken kan gedacht worden aan de olgende actiiteiten: bespreking projectoereenkomsten en rapporten nagaan of (financiële) rapportage aansluit op de werkelijkheid controle oerige elementen an financieel management an de partnerorganisatie 111 Het laten uitoeren an een audit en ealuaties Het is mogelijk om een lokale audit of ealuatie te laten uitoeren door een onafhankelijke consultant, gericht op financieel management bij de partnerorganisatie. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 20

21 Volgens de World Bank is het an groot belang oor FWI' s om te kunnen aststellen dat er een mechanisme aanwezig is dat ealuatieresultaten door partnerorganisaties (kunnen) worden teruggekoppeld naar de lopende actiiteiten (1995, blz. 35). De World Bank stelt dat effectiiteit an ontwikkelingshulp kan worden erbeterd door: (1995, blz. 35): meer aandacht schenken aan monitoring en ealuatie allocatie en erruiming an de tijd oor project- of programmaoorbereiding betere projectinschatting grotere participatie an de beolking waar het project oor aangewend wordt stroomlijning en ereenoudiging an procedures het ermijden an projecten met te hoge ambities het zoeken an goede adiseurs Conclusies bij paragraaf 2.6 Hoe minder een FWI afhankelijk is an de oerheid (en hoe meer an donateurs), hoe meer rijheden de FWI heeft oor de allocatie an de donorgelden. De RJ gaat in Richtlijn 650 nog te weinig in de informatiebehoeften efficiency en effectiiteit Er zijn oplossingsrichtingen oor FWI's om effectiiteit en efficiency inzichtelijk te maken, hierbij speelt het financieel management an partnerorganisaties een rol. Zowel het CBF als het RJ stellen geen eisen aan het financieel management an partnerorganisaties oor de allocatie en erantwoording an donorgelden door FWI's. Het Ministerie an Buitenlandse Zaken gaat erder in het stellen an eisen aan de allocatie en erantwoording an donorgelden dan de donateurs, het CBF en de RJ, om de olgende redenen: In het financieel reglement wordt ook expliciet geraagd om een oordeel oer de rechtmatigheid an de bestedingen. Het Ministerie an Buitenlandse Zaken stelt in haar financieel reglement dat de MFO's ook moeten zorgdragen oor een adequaat financieel management bij de partnerorganisaties. Verantwoorde Ontwikkelingshulp 21

Richtlijn voor integer en transparant bestuur en toezicht

Richtlijn voor integer en transparant bestuur en toezicht Richtlijn oor integer en transparant bestuur en toezicht herziene uitgae januari 2013 januari 2013 Commissie Goernance Kinderopang NVTK en bdko uitgae Nederlandse Vereniging oor Toezichthouders in de Kinderopang

Nadere informatie

Richtlijn voor integer en transparant bestuur en toezicht

Richtlijn voor integer en transparant bestuur en toezicht Richtlijn oor integer en transparant bestuur en toezicht oktober 2009 Commissie Goernance Kinderopang NVTK en bdko uitgae Nederlandse Vereniging oor Toezichthouders in de Kinderopang (NVTK) www.ntk.nl

Nadere informatie

governance code kinderopvang uitwerkingen

governance code kinderopvang uitwerkingen goernance code kinderopang Raad an Toezicht-model 2 toezichthoudend bestuur-model 3 instruerend bestuur-model 4 BV zonder RC-model 5 BV met RC-model 6 eenmanszaak-model Commissie Goernance Kinderopang

Nadere informatie

Samenvatting strategisch plan

Samenvatting strategisch plan Samenatting strategisch plan 1. Inleiding Dit strategisch plan geeft op hoofdlijnen aan waar het Epilepsiefonds oer drie jaar wil staan. Leidend daarbij zijn de isie en de missie en de daaruit olgende

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor een levensverzekering

Aanvraagformulier voor een levensverzekering Polisnummer Aanraagformulier oor een leenserzekering Naam erzekeraar Lees óór het inullen de Toelichting bij het formulier. Waarom dit formulier? Met dit formulier raagt u een leenserzekering aan. U ult

Nadere informatie

WIJKT AF per 1-1-2014, op de volgende onderdelen

WIJKT AF per 1-1-2014, op de volgende onderdelen Checklist Code Pensioenfondsen: Stichting Bedrijfstakpensioenfonds oor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf (Bpf Schilders) Datum checklist: 18 september 2014 (astgesteld) De pensioenfondsen mogen

Nadere informatie

De Organisatie. pagina 1. mbo nederland: competent in examinering? Examenverslag mbo 2005 2006. Examenverslag mbo 2005 2006. versie december 2006

De Organisatie. pagina 1. mbo nederland: competent in examinering? Examenverslag mbo 2005 2006. Examenverslag mbo 2005 2006. versie december 2006 De Organisatie mbo nederland: Examenerslag mbo 2005 2006 pagina 1 competent in examinering? ersie december 2006 Examenerslag mbo 2005 2006 Inhoud examenerslag mbo 2005 2006 Examenerslag mbo 2005 2006 pagina

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor een levensverzekering

Aanvraagformulier voor een levensverzekering Polisnummer Aanraagformulier oor een leenserzekering Naam erzekeraar Waarom dit formulier? Met dit formulier raagt u een leenserzekering aan. U ult hierop de gegeens in op basis waaran de erzekeraar na

Nadere informatie

De kantorenmarkt. Het jaar 2009 is voor de Nederlandse kantorenmarkt. Stand van zaken. April 2010. Inhoud 1. Opname van kantoren

De kantorenmarkt. Het jaar 2009 is voor de Nederlandse kantorenmarkt. Stand van zaken. April 2010. Inhoud 1. Opname van kantoren April 2010 Inhoud 1. Opname an kantoren 2. Aanbod an kantoren Stand an zaken Nederlandse kantorenmarkt 3. Ontwikkeling huurprijzen 4. De kantorenmarkt in 2010 Colofon Samenstelling Drs I.L. de Kruif an

Nadere informatie

PROVINCIAAL BLAD. Openstellingsbesluit LEADER provincie Groningen

PROVINCIAAL BLAD. Openstellingsbesluit LEADER provincie Groningen PROVINCIAAL BLAD Officiële uitgae an proincie Groningen. Nr. 1006 26 februari 2015 Openstellingsbesluit LEADER proincie Groningen Besluit an Gedeputeerde Staten der proincie Groningen an 17 februari 2015,

Nadere informatie

september 2015 - A.M. van Essen, L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams bekeken: Leiderdorp - Tympaan Instituut - info@tympaan.

september 2015 - A.M. van Essen, L.M. Sluys Tympaan Instituut Sociale wijkteams bekeken: Leiderdorp - Tympaan Instituut - info@tympaan. september 2015 - A.M. an Essen, L.M. Sluys Tympaan Instituut I Inhoud blz 1 2 3 4 Inleiding 1.1 Aanleiding 1 1.2 Vraagstelling 1 1.3 Aanpak 1 1.4 Leeswijzer 2 Kenmerken werkgebied 2.1 Kenmerken werkgebied

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor een levensverzekering

Aanvraagformulier voor een levensverzekering Polisnummer Aanraagformulier oor een leenserzekering Naam erzekeraar Lees óór het inullen de Toelichting bij het formulier. Waarom dit formulier? Met dit formulier raagt u een leenserzekering aan. U ult

Nadere informatie

Beschrijving Code Pensioenfondsen ACTIE TOT NALEVING VAN DE NORMEN PER 1-1-2014, OF MOTIVERING AFWIJKEND BELEID

Beschrijving Code Pensioenfondsen ACTIE TOT NALEVING VAN DE NORMEN PER 1-1-2014, OF MOTIVERING AFWIJKEND BELEID Beschrijing Code Pensioenfondsen Checklist Code Pensioenfondsen: Stichting Bedrijfstakpensioenfonds oor het Schilders-, Afwerkings- en Glaszetbedrijf (Bpf SAG) Datum checklist: 30 maart 2016 (astgesteld)

Nadere informatie

Voortgangsrapportage december 2014

Voortgangsrapportage december 2014 Voortgangsrapportage december 2014 op basis an het erbeterplan september 2013 Inhoud: 1. Inleiding 2. Samenatting erbeterplan 3. Status per cluster 4. Financiën Bijlage: alle aanbeelingen op een rij 1.

Nadere informatie

Hoofdstuk 11 Antwoordindicaties tussenvragen

Hoofdstuk 11 Antwoordindicaties tussenvragen Hoofdstuk 11 Antwoordindicaties tussenragen 11.1 Hoe zou Winfred een gemeenschappelijke missie en isie kunnen ontwikkelen? Gebruik bijoorbeeld de olgende sleutelwoorden: intern ontwikkelen of met externe

Nadere informatie

Kennisdocument 1 Levensloop van een project

Kennisdocument 1 Levensloop van een project Kennisdocument 1 Levensloop van een project Inhoud De zes projectfases 5 1 - BELEIDSFASE 5 2 - IDENTIFICATIEFASE 6 3 - FORMULERINGSFASE 6 4 - CONTRACTFASE 7 5 - UITVOERINGSFASE EN MONITORING 7 6 - EVALUATIEFASE

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor een levensverzekering

Aanvraagformulier voor een levensverzekering Polisnummer Aanraagformulier oor een leenserzekering Naam erzekeraar Waarom dit formulier? Met dit formulier raagt u een leenserzekering aan. U ult hierop de gegeens in op basis waaran de erzekeraar na

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL WINFORD STEBO DEN HAAG. Afdelingen mavo, havo en vwo. Definitieve rapportage

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL WINFORD STEBO DEN HAAG. Afdelingen mavo, havo en vwo. Definitieve rapportage RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL WINFORD STEBO DEN HAAG Afdelingen mao, hao en wo Definitiee rapportage Plaats: Den Haag BRIN-nummer: 30BH-0 HB-nummer: 3526404 Onderzoek

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor een levensverzekering

Aanvraagformulier voor een levensverzekering Polisnummer Aanraagformulier oor een leenserzekering Naam erzekeraar Lees óór het inullen de Toelichting bij het formulier. Waarom dit formulier? Met dit formulier raagt u een leenserzekering aan. U ult

Nadere informatie

Definitief rapport van het herinspectiebezoek aan Erasmushiem te Leeuwarden op 19 november 2013

Definitief rapport van het herinspectiebezoek aan Erasmushiem te Leeuwarden op 19 november 2013 Definitief rapport an het herinspectiebezoek aan Erasmushiem te Leeuwarden op 19 noember 2013 Zwolle, december 2013 V1000027 Rapport an het herinspectiebezoek aan Erasmushiem te Leeuwarden op 19 noember

Nadere informatie

CONCEPT RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL. Instituut Blankestijn Utrecht Afdelingen mavo, havo en vwo

CONCEPT RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL. Instituut Blankestijn Utrecht Afdelingen mavo, havo en vwo CONCEPT RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL Instituut Blankestijn Utrecht Afdelingen mao, hao en wo Definitiee rapportage Plaats: Utrecht BRIN-nummer: 30DU-0 HB-nummer: 3523382

Nadere informatie

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL. Luzac Lyceum Eindhoven Afdelingen mavo, havo en vwo. Definitieve rapportage

RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL. Luzac Lyceum Eindhoven Afdelingen mavo, havo en vwo. Definitieve rapportage RAPPORT VAN BEVINDINGEN KWALITEITSONDERZOEK PARTICULIERE VO-SCHOOL Luzac Lyceum Eindhoen Afdelingen mao, hao en wo Definitiee rapportage Plaats: Eindhoen BRIN-nummer: 30BR-0 Hummingbirdnummer: 3522248

Nadere informatie

Faciliteiten bedrijfsoverdracht gestroomlijnd

Faciliteiten bedrijfsoverdracht gestroomlijnd Faciliteiten bedrijfsoerdracht gestroomlijnd 1. Inleiding Bedrijfsopolging is meestal een lang proces dat zorguldig oorbereid moet worden. Daarbij spelen naast emotionele aspecten fiscale aspecten een

Nadere informatie

OBS de Triangel. Schoolgids 2015 2016. Kunst en Cultuur School

OBS de Triangel. Schoolgids 2015 2016. Kunst en Cultuur School Schoolgids 2015 2016 Onderwijs met aandacht oor kunst en cultuur! OBS de Triangel Kunst en Cultuur School Botter 40-75 8243 KW Lelystad telefoon/fax: 0320-250103 email: triangel@stichtingschool.nl website:

Nadere informatie

Paulusschool 2014-2015. Abcoude

Paulusschool 2014-2015. Abcoude s c h o o l g i d s school Inhoud 2 1. Een woord ooraf pag. 3 en 4 2. Onze identiteit pag. 5 3. De organisatie pag. 7 en 8 4. Aanmelden an uw kind pag. 9-11 5. De ontwikkeling an de kinderen 5.1 bij de

Nadere informatie

Beleidsplan 2013 2016 van de Stichting Ayuda Maya

Beleidsplan 2013 2016 van de Stichting Ayuda Maya Beleidsplan 2013 2016 van de Stichting Ayuda Maya Inhoud Doelstelling en werkwijze Primaire fondsenwerving Andere activiteiten voor fondsenwerving Deskundigheidsbevordering Vermogensbeheer Besteding van

Nadere informatie

GEMEENTERAAD - VOORSTEL

GEMEENTERAAD - VOORSTEL GEMEENTERAAD - VOORSTEL OPSCHRIFT Vergadering an 28 noember 2012 Onderwerp: Gratis internet binnen Teylingen - Besluitormend Beknopte samenatting: D66 en Trilokaal hebben een initiatiefoorstel ingediend

Nadere informatie

Examen HAVO. wiskunde A (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde A (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Examen HAVO 1 tijdak woensdag juni 13.3-16.3 uur wiskunde A (pilot) Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 19 ragen. Voor dit examen zijn maximaal 78 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Rhiant te Hendrik-Ido-Ambacht

Rhiant te Hendrik-Ido-Ambacht Protocol Signaleren an problematisch gedrag Rhiant te Hendrik-Ido-Ambacht Dekkers training en adies Amersfoort, 12 oktober 2011 Protocol Signaleren an problematisch gedrag Inleiding Voor u ligt het protocol

Nadere informatie

Gezondheidsverklaring

Gezondheidsverklaring Gezondheidserklaring Polisnummer Naam erzekerde Waarom dit formulier? Bij een aanraag an een leens- of een arbeidsongeschiktheidserzekering ontangt u als erzekerde deze gezondheidserklaring. U ult op dit

Nadere informatie

Practicum: Brandpuntsafstand van een bolle lens

Practicum: Brandpuntsafstand van een bolle lens Practicum: Brandpuntsafstand an een bolle lens Er zijn meerdere methoden om de brandpuntsafstand (f) an een bolle lens te bepalen. In dit practicum worden ier methoden toegepast. Zie de onderstaande figuren

Nadere informatie

De notitie verantwoording Wet Werk en Bijstand 2004 geeft hiervoor de kaders weer.

De notitie verantwoording Wet Werk en Bijstand 2004 geeft hiervoor de kaders weer. Voorstel aan de Raad Datum raadsvergadering / Nummer raadsvoorstel 9 juni 2004 / 102/2004 Onderwerp Notitie verantwoording Wet Werk en Bijstand 2004 Programma / Programmanummer Inkomen / 3230 Portefeuillehouder

Nadere informatie

II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING

II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING II. VOORSTELLEN VOOR HERZIENING 2. VERSTEVIGING VAN RISICOMANAGEMENT Van belang is een goed samenspel tussen het bestuur, de raad van commissarissen en de auditcommissie, evenals goede communicatie met

Nadere informatie

Procesimpactanalyse - Rapport

Procesimpactanalyse - Rapport Procesimpactanalyse - Rapport Rapport Oprichting Steunpunt Archiefdecreet Pilootproject in het kader an de studieopdracht afstemmen an beheerskosten, administratiee lasten, organisatiebeheersing en procesbeschrijing

Nadere informatie

Controle protocol. 1 Doelstelling. 2 Eisen en aanwijzingen. 3 Toleranties en gewenste zekerheid

Controle protocol. 1 Doelstelling. 2 Eisen en aanwijzingen. 3 Toleranties en gewenste zekerheid Controle protocol 1 Doelstelling Het CZ Fonds moet voldoen aan de eisen van het convenant vastgelegd in 1998 tussen Zorgverzekeraars Nederland en de overheid van de Besteding Reserves Voormalige Vrijwillige

Nadere informatie

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau.

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau. 1 Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau Rapportage Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008 Alphen-Chaam 7 juli 2011 W E T E N W A A R O M A L P H E N - C H A A M 2 1 Inleiding De Rekenkamercommissie

Nadere informatie

IBM TRIRIGA Versie 10 Release 4.0. Contractbeheer voor onroerend goed Handboek voor de gebruiker

IBM TRIRIGA Versie 10 Release 4.0. Contractbeheer voor onroerend goed Handboek voor de gebruiker IBM TRIRIGA Versie 10 Release 4.0 Contractbeheer oor onroerend goed Handboek oor de gebruiker Opmerking Lees eerst Kennisgeingen op pagina 51. Deze publicatie heeft betrekking op ersie 10, release 4, modificatie

Nadere informatie

AUDIT CRKBO-registratie bij. Naam contactpersoon KVS. Audit Kwaliteitscode voor opleidingsinstituten voor kort beroeps onderwijs

AUDIT CRKBO-registratie bij. Naam contactpersoon KVS. Audit Kwaliteitscode voor opleidingsinstituten voor kort beroeps onderwijs AUDIT CRKBO-registratie bi Naam contactpersoon Seminars op Maat De heer drs. W.N. Boonstra KVS Audit Kwaliteitscode oor opleidingsinstituten oor kort beroeps onderwis De audit richt zich op de beginselen

Nadere informatie

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl

De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1. René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl De Geefwet en donaties aan cultuur in Nederland *1 René Bekkers, r.bekkers@vu.nl Saskia Franssen, s.e.franssen@vu.nl Sinds giften aan culturele instellingen fiscaal gezien aantrekkelijker zijn geworden,

Nadere informatie

U wilt (zelf) iets veranderen

U wilt (zelf) iets veranderen U wilt (zelf) iets eranderen aan uw huurwoning Wat moet u weten? U wilt iets eranderen aan uw woning om er nog meer an te genieten. En dan hebben we het niet oer andere gordijnen of een andere loerbedekking.

Nadere informatie

De Gemeenteraad van Albrandswaard

De Gemeenteraad van Albrandswaard Aan De Gemeenteraad an Albrandswaard Datum Betreft Contactpersoon Doorkiesnummer Email Bijlage(n) Ons kenmerk Uw kenmerk 19 januari 2016 Raadsinformatiebrief bestuursrapportage sociaal domein kwartalen

Nadere informatie

Seminar. Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden? Brussel 3 en 4 maart 2003

Seminar. Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden? Brussel 3 en 4 maart 2003 EUROPESE COMMISSIE DIRECTORAAT-GENERAAL REGIONAAL BELEID Concipiëring, impact, coördinatie en evaluatie Seminar Toekomstig beheer van de Structuurfondsen: welke verdeling van de verantwoordelijkheden?

Nadere informatie

keuze verzekerde 2 Basisverzekering Geen basisverzekering keuze verzekerde 3 Basisverzekering Geen basisverzekering keuze verzekerde 4

keuze verzekerde 2 Basisverzekering Geen basisverzekering keuze verzekerde 3 Basisverzekering Geen basisverzekering keuze verzekerde 4 Zonder olledige inforatie kunnen wij niet oor u aan de slag U wilt een erzekering afsluiten oor uzelf en oor eentuele gezinsleden. Wij hebben de oorletters, de naa en het an iedereen nodig. Alle personen

Nadere informatie

ONVZ Vrije Keuze Zorgplan

ONVZ Vrije Keuze Zorgplan ONVZ Vrije Keuze Zorgplan U staat op het punt uw basiserzekering of een an de aanullende erzekeringen aan te ragen. U wilt onze tandartserzekering of het. Wat u ook kiest, u bent bij ons in goede handen.

Nadere informatie

Schoolondersteuningsprofiel Brede Basisschool De Vuurvogel Helmond

Schoolondersteuningsprofiel Brede Basisschool De Vuurvogel Helmond Schoolondersteuningsprofiel Brede Basisschool De Vuurogel Helmond Typering an onze school Brede Basisschool De Vuurogel heeft zich ontwikkeld tot een school met 400 leerlingen en 35 personeelsleden. Brede

Nadere informatie

ONVZ Vrije Keuze Zorgplan

ONVZ Vrije Keuze Zorgplan ONVZ Vrije Keuze Zorgplan U staat op het punt uw basiserzekering of een an de aanullende erzekeringen aan te ragen. U wilt onze tandartserzekering of het. Wat u ook kiest, u bent bij ons in goede handen.

Nadere informatie

ÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓ

ÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓ ÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓÓ held zonder geweld Werkboek HzG 1 [binnenwerk].indd 1 19-06-12 09:48 Werkboek HzG 1 [binnenwerk].indd 2 19-06-12 09:48 Held zonder geweld werkboek ruud h. j. hornseld [redactie]

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Functieprofiel: Controller Functiecode: 0304

Functieprofiel: Controller Functiecode: 0304 Functieprofiel: Controller Functiecode: 0304 Doel Bijdragen aan de formulering van het strategische en tactische (financieel-)economische beleid van de instelling of onderdelen daarvan, alsmede vorm en

Nadere informatie

Prof dr Philip Wallage 2 JUNI 2010 AMSTERDAM SEMINAR EUMEDION, NIVRA EN VBA

Prof dr Philip Wallage 2 JUNI 2010 AMSTERDAM SEMINAR EUMEDION, NIVRA EN VBA Wat is de feitelijke rol van de accountant ten aanzien van het jaarverslag en elders opgenomen niet financiële informatie? In hoeverre matcht deze rol met de verwachtingen van beleggers? Prof dr Philip

Nadere informatie

Onderzoek naar vergroting van financieel inzicht in onderwijsmethoden. Een analyse van methoden in het onderwijs voor leerlingen van 8 tot 18 jaar.

Onderzoek naar vergroting van financieel inzicht in onderwijsmethoden. Een analyse van methoden in het onderwijs voor leerlingen van 8 tot 18 jaar. Onderzoek naar ergroting an financieel inzicht in onderwijsmethoden Een analyse an methoden in het onderwijs oor leerlingen an 8 tot 18 jaar. 1 1. Onderzoeksraag 1.1 Onderzoeksraag Waar wordt in methoden

Nadere informatie

Onderzoek. Andere baten van LAA-adresonderzoeken

Onderzoek. Andere baten van LAA-adresonderzoeken Onderzoek Andere baten an LAA-adresonderzoeken 2 Onderzoek Andere baten an LAA-adresonderzoeken - Maart 2016 Inhoud Managementsamenatting 3 1 Onderzoek naar Andere baten 8 1.1 Onderzoek: inschatting door

Nadere informatie

Initiële business case

Initiële business case -aanbod organisatie Initiële business case Waterschap Hollandse Delta Waterschap Riierenland Inter Access Datum: 27 maart 2013 Versie: 1.2 Versie: 1.2 1 Documenthistorie Goedkeuring De hieronder genoemde

Nadere informatie

Voorstel In te stemmen met de verlenging van het contract met Ernst & Young met één jaar.

Voorstel In te stemmen met de verlenging van het contract met Ernst & Young met één jaar. Onderwerp: Verlenging contract E&Y met één jaar Algemeen Bestuur Portefeuillehouder: A. Kersten Datum: 23 september 2009 Vergaderingnummer: Agendapunt: Voorstel In te stemmen met de verlenging van het

Nadere informatie

Oostdijk. Wethouder Koningswoud en de heer van Es feliciteren elkaar m et het bereiken van deze mijlpaal.

Oostdijk. Wethouder Koningswoud en de heer van Es feliciteren elkaar m et het bereiken van deze mijlpaal. Een uitgae an Estate Inest Editie nr. 2 d.d. 27-02- 2015 UW NIEUWSUPDATE OVER DE NIEUWE OOSTDIJK EXCLUSIEF NIEUWS Wethouder Koningswoud en de heer an Es feliciteren elkaar m et het bereiken an deze mijlpaal.

Nadere informatie

Administrateur. Context. Doel. Rapporteert aan/ontvangt hiërarchische richtlijnen van: Directeur dienst Afdelingshoofd

Administrateur. Context. Doel. Rapporteert aan/ontvangt hiërarchische richtlijnen van: Directeur dienst Afdelingshoofd Administrateur Doel Realiseren van beheersmatige, adviserende en managementondersteunende administratieve werkzaamheden ten behoeve van de instelling, dan wel onderdelen daarvan, binnen vastgestelde procedures

Nadere informatie

Hellendoom. Aan de raad. III II III IIII IIII III III II (code voor postverwerking)

Hellendoom. Aan de raad. III II III IIII IIII III III II (code voor postverwerking) Punt 11. : Controleprotocol jaarrekeningen G 6 m 6 6 R T 6 2011 tot en met 2014 _- sa. Hellendoom Aan de raad Samenvatting: De accountant geeft bij de jaarrekening een controleverklaring af waarin zowel

Nadere informatie

Van der Linden. Onderhoud BETONVERHARDINGEN BETONREPARATIE/AFWERKING BETONBOREN/VERANKERINGEN INFRASERVICE 01-05-2009 VASTGOEDONDEHOUD

Van der Linden. Onderhoud BETONVERHARDINGEN BETONREPARATIE/AFWERKING BETONBOREN/VERANKERINGEN INFRASERVICE 01-05-2009 VASTGOEDONDEHOUD Deze oorwaarden zijn an kracht anaf Januari 2016 en erangen alle oorgaande ersie(s). artikel 1. Algemeen Deze oorwaarden zijn an toepassing op iedere aanbieding, offerte en oereenkomst tussen J.an der

Nadere informatie

Nieuwsbrief Februari 2013

Nieuwsbrief Februari 2013 De spanning stijgt! (door Rene Nijenbrinks) Het zijn spannende dagen oor menigeen. Als u dit leest dan zal bij de Nederlandse werkende beolking in loondienst wel zo onderhand bekend zijn hoe hard de coalitie-bezuinigingsklap

Nadere informatie

www.beautyandwellnesscadeau.nl

www.beautyandwellnesscadeau.nl www.beautyandwellnesscadeau.nl BEAUTY&WELLNESS cadeau brengt nieuwe klanten naar uw bedrijf en zet uw bedrijf op de kaart! Wereldwijd wordt er in de giftcard branche een enorme omzet behaald. Engeland,

Nadere informatie

RAPPORT AD/2005/ Inzake de negende voortgangsrapportage Structuur Uitvoering Werk en Inkomen. Auditdienst

RAPPORT AD/2005/ Inzake de negende voortgangsrapportage Structuur Uitvoering Werk en Inkomen. Auditdienst RAPPORT AD/2005/35556 Inzake de negende voortgangsrapportage Structuur Uitvoering Werk en Inkomen AD-rapport bij de negende voortgangsrapportage SUWI Den Haag, 17 mei 2005 Auditdienst van het Ministerie

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

ONDERZOEKSVERSLAG. Rapportage van de toetsing van. Opleiding Leraar Basisonderwijs (PABO) Croho-registratienummer: 34808

ONDERZOEKSVERSLAG. Rapportage van de toetsing van. Opleiding Leraar Basisonderwijs (PABO) Croho-registratienummer: 34808 ONDERZOEKSVERSLAG Rapportage an de toetsing an Opleiding Croho-registratienummer: 34808 aan het NVAO Accreditatiekader De isitatie ond plaats op 3 en 17 april 2008 Inhoud an het erslag Identificatie...2

Nadere informatie

Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2013

Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2013 Algemene subsidieverordening provincie Fryslân 2013 Zoeken Onderwerpen Regelingen Proclaim er Wetstechnische inform atie Inhoud regeling Toelichting Wijzigingsbesluiten Verordening v an 1 8 december 201

Nadere informatie

Ministerie van Binnen andse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnen andse Zaken en Koninkrijksrelaties R. Anderson Contactpersoon Uw kenmerk Postbus 20120 8900 HM Leeuwarden 2016-0000754155 Kenmerk www.facebook.com/minbzk Provincie Fryslâ www.rijksoverheid.ni Provinciale Staten www.twitter.com/minbzk programmabegroting.

Nadere informatie

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1

Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Kwaliteit begrotingsprogramma's Gemeente Dordrecht Bijlage 1 Beoordelingskader, ofwel hoe wij gekeken en geoordeeld hebben Inhoudsopgave 1 Inleiding 2 2 Uitgangspunten 2 3 Beoordelingscriteria 3 4 Hoe

Nadere informatie

Beleidsplan. Februari 2010

Beleidsplan. Februari 2010 Beleidsplan 2010 Februari 2010 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Missie en doelen... 4 2.1 Missie en visie... 4 2.2 Uitgangspunten voor de projecten... 4 2.3 Overige waarden en overtuigingen... 5 3. Doelen

Nadere informatie

Enquête. Gebruik bij uw antwoorden SVP de door ons aangebrachte nummering. Uw antwoorden ontvangen wij graag uiterlijk op donderdag 26 januari retour.

Enquête. Gebruik bij uw antwoorden SVP de door ons aangebrachte nummering. Uw antwoorden ontvangen wij graag uiterlijk op donderdag 26 januari retour. Enquête Instructie Deze enquête vormt een van de bouwstenen voor het ontwikkelen van een breed gedragen visie op Transparantie en Verantwoording. De enquête bestaat uit drie delen: In deel 1 vragen we

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3

BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Faculteit Geesteswetenschappen BEOORDELINGSFORMULIER STAGES BACHELOR NIVEAU 3 Onderstaand formulier betreft de beoordeling van het stageverslag en het onderzoeksverslag. Deze wordt door de begeleidende

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

VRAGENLIJST NADERE VOORSCHRIFTEN ONAFHANKELIJKHEID 1. (deel A: cliëntniveau) Cliëntnaam: Cliëntnummer: Jaar: Paraaf Datum Dossiercode

VRAGENLIJST NADERE VOORSCHRIFTEN ONAFHANKELIJKHEID 1. (deel A: cliëntniveau) Cliëntnaam: Cliëntnummer: Jaar: Paraaf Datum Dossiercode VRAGENLIJST NADERE VOORSCHRIFTEN ONAFHANKELIJKHEID 1 (deel A: cliëntniveau) Cliëntnaam: Cliëntnummer: Jaar: Paraaf Datum Dossiercode 1. Waarborgen in de organisatie van de assurancecliënt 1.1 Ga na of

Nadere informatie

GEMEENTE EDEGEM ontwikkelingssamenwerking III. r e g l e m e n t

GEMEENTE EDEGEM ontwikkelingssamenwerking III. r e g l e m e n t GEMEENTE EDEGEM ontwikkelingssamenwerking III r e g l e m e n t Besluit van de gemeenteraad van Edegem van betreffende de financiële en logistieke ondersteuning van ontwikkelingssamenwerking. De gemeenteraad

Nadere informatie

Interpolis ZorgActief

Interpolis ZorgActief Interpolis ZorgActief Aanraag ATP Toelichting Bij dit aanraagforulier hoort een toelichting. Deze toelichting aakt het aanragen an Interpolis ZorgActief eenoudiger. Houd de toelichting bij de hand als

Nadere informatie

Beleidsplan 2014 Stichting Fonds Welkomhuis

Beleidsplan 2014 Stichting Fonds Welkomhuis Beleidsplan 2014 Stichting Fonds Welkomhuis Beldhuismolenweg 8a 7562 PC Deurningen Telefoon: 088 45 46 700 E-mail: info@welkomhuis-twente.nl Website: www.welkomhuis-twente.nl Beleidsplan 2014 Pagina 1

Nadere informatie

Raad voor Rechtsbijstand

Raad voor Rechtsbijstand Kwaliteitsnormen bewindvoerderorganisaties in kader van Wsnp Versie IV, mei 2010 *) Onderstaande criteria zijn van toepassing bij de erkenning van kandidaatbewindvoerderorganisaties en bij de periodieke

Nadere informatie

Kennisdocument 2: INTERCULTUREEL PARTNERSCHAP

Kennisdocument 2: INTERCULTUREEL PARTNERSCHAP Kennisdocument 2: INTERCULTUREEL PARTNERSCHAP Inhoud 1. DE PROJECTEIGENAAR 4 2. HET VERWACHTINGSPATROON & WEDERZIJDSE KWALITEITEN 5 3. PROJECT GEZAMENLIJK PLANNEN EN OPZETTEN 6 4. VASTLEGGEN AFSPRAKEN

Nadere informatie

RESULTATEN. Mariaschool RK Basisonderwijs, Oudewater 2016

RESULTATEN. Mariaschool RK Basisonderwijs, Oudewater 2016 RESULTATEN Mariaschool RK Basisonderwijs, Oudewater februari 1 ALGEMEEN 1.1 Inleiding Algemeen Het instrument de Kwaliteitsvragenlijst is een hulpmiddel om de kwaliteit van de school en/of het schoolbestuur

Nadere informatie

BEOORDELINGSFORMULIER

BEOORDELINGSFORMULIER Faculteit Geesteswetenschappen Versie maart 2015 BEOORDELINGSFORMULIER MASTER SCRIPTIES Eerste en tweede beoordelaar vullen het beoordelingsformulier onafhankelijk van elkaar in. Het eindcijfer wordt in

Nadere informatie

Controleprotocol subsidies gemeente Amersfoort

Controleprotocol subsidies gemeente Amersfoort Controleprotocol subsidies gemeente Amersfoort Controleprotocol voor de accountantscontrole bij door de gemeente Amersfoort gesubsidieerde organisaties November 2014 # 4174019 Algemeen Op grond van de

Nadere informatie

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V.

Balanced Scorecard. Een introductie. Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Balanced Scorecard Een introductie Algemene informatie voor medewerkers van: SYSQA B.V. Organisatie SYSQA B.V. Pagina 2 van 9 Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 1.1 ALGEMEEN... 3 1.2 VERSIEBEHEER... 3 2 DE

Nadere informatie

CAO Movares. www.werkenbijmovares.nl

CAO Movares. www.werkenbijmovares.nl CAO Moares www.werkenbijmoares.nl 1 augustus 2008 tot en met 31 juli 2010 Collectiee Arbeidsoereenkomst 1 augustus 2008 tot en met 31 juli 2010 Tussen de ondergetekenden: Moares Nederland BV als partij

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.minbuza.nl Contactpersoon Jacob Waslander T +31 70 348 5826

Nadere informatie

Controle- en onderzoeksprotocol Ketenzorg CZ 2013

Controle- en onderzoeksprotocol Ketenzorg CZ 2013 Controle- en onderzoeksprotocol Ketenzorg CZ 2013 1 Doelstelling In het kader van de NZA beleidsregel BR/CU-7074 Integrale bekostiging multidisciplinaire zorgverlening chronische aandoeningen (DM type

Nadere informatie

Publicatieblad van de Europese Unie. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing)

Publicatieblad van de Europese Unie. (Besluiten waarvan de publicatie voorwaarde is voor de toepassing) 6.3.2003 L 63/1 I (Besluiten waaran de publicatie oorwaarde is oor de toepassing) VERORDENING (EG) Nr. 304/2003 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD an 28 januari 2003 betreffende de in- en uitoer an

Nadere informatie

Ontwikkelingssamenwerking

Ontwikkelingssamenwerking Ontwikkelingssamenwerking Inhoud 1 Wat is ontwikkelingssamenwerking? 6 2 Ontwikkelingslanden en hun kenmerken 20 3 Wat te doen aan onderontwikkeling? 36 4 Nederlandse ontwikkelingssamenwerking 48 5 De

Nadere informatie

BELEIDSPLAN WAKIBI 2017

BELEIDSPLAN WAKIBI 2017 BELEIDSPLAN WAKIBI 2017 Wakibi Samen 1 wereld zonder armoede Microfinanciering voor ondernemers in ontwikkelingslanden Inhoudsopgave 1. Introductie. 1 2. Visie & Missie. 1 3. Doelstellingen 2 4. Organisatie..

Nadere informatie

MONITORING COMMISSIE CODE BANKEN. Aanbevelingen toekomst Code Banken

MONITORING COMMISSIE CODE BANKEN. Aanbevelingen toekomst Code Banken MONITORING COMMISSIE CODE BANKEN Aanbevelingen toekomst Code Banken 22 maart 2013 Inleiding De Monitoring Commissie Code Banken heeft sinds haar instelling vier rapportages uitgebracht. Zij heeft daarin

Nadere informatie

Jaarplan 2016. Leidschendam-Voorburg

Jaarplan 2016. Leidschendam-Voorburg Leidschendam-Voorburg Jaarplan 2016 Stichting Leergeld Leidschendam-Voorburg, Postbus 566, 2270 AD Voorburg. Tel: 070-7803376. E-mail: info@leergeldleidschendam-voorburg.nl Doelstelling Stichting Leergeld

Nadere informatie

Energiemanagement Actieplan

Energiemanagement Actieplan 1 van 8 Energiemanagement Actieplan Datum 18 04 2013 Rapportnr Opgesteld door Gedistribueerd aan A. van de Wetering & H. Buuts 1x Directie 1x KAM Coördinator 1x Handboek CO₂ Prestatieladder 1 2 van 8 INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

DB-vergadering 27-07-2009 Agendapunt 7. Onderwerp Aanwijzing accountant ten behoeve van controlewerkzaamheden dienstjaar 2009

DB-vergadering 27-07-2009 Agendapunt 7. Onderwerp Aanwijzing accountant ten behoeve van controlewerkzaamheden dienstjaar 2009 DB-vergadering 27-07-2009 Agendapunt 7 Onderwerp Aanwijzing accountant ten behoeve van controlewerkzaamheden dienstjaar 2009 Portefeuillehouder(s) R.L.M. Sleijpen Afdeling Middelen Bestuursprogramma /

Nadere informatie

Beleidsplan FairFriends Foundation 2014-2020. fa ir frie n d s

Beleidsplan FairFriends Foundation 2014-2020. fa ir frie n d s Beleidsplan FairFriends Foundation 2014-2020 fa ir frie n d s 1. Inleiding Dit beleidsplan is opgesteld om vast te leggen wat de toekomstvisie is van de Stichting Fairfriends Foundation. Hierin willen

Nadere informatie

REGLEMENT AUDITCOMMISSIE RAAD VAN COMMISSARISSEN STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM

REGLEMENT AUDITCOMMISSIE RAAD VAN COMMISSARISSEN STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM REGLEMENT AUDITCOMMISSIE RAAD VAN COMMISSARISSEN STICHTING WOONSTAD ROTTERDAM 25 april 2012 pagina 2 Artikel 1 Doelstelling De Auditcommissie maakt onderdeel uit van de Raad van Commissarissen van de Stichting

Nadere informatie

Kennisdocument 6: BUDGETTEREN EN FINANCIEEL BEHEER

Kennisdocument 6: BUDGETTEREN EN FINANCIEEL BEHEER Kennisdocument 6: BUDGETTEREN EN FINANCIEEL BEHEER Inhoud Budgetteren 4 Het maken van een budget 4 Het opzetten van financieel projectbeheer 7 1. Budgetteren en plannen 8 2. Boekhouden 8 3. Rapportage

Nadere informatie

Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces?

Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces? Hoe kan ik Inspectieview gebruiken in mijn toezichtproces? Versie 1.0 Datum 2 april 2014 Status Definitief Colofon ILT Ministerie van Infrastructuur en Milieu Koningskade 4 Den Haag Auteur ir. R. van Dorp

Nadere informatie

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur,

Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009. Geacht bestuur, L0117 Stichting Portaal t.a.v. het bestuur Postbus 375 3900 AJ VEENENDAAL Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl Datum 27 november 2009 Betreft Oordeelsbrief 2009 Geacht bestuur, Ieder

Nadere informatie

Medewerker administratieve processen en systemen

Medewerker administratieve processen en systemen processen en systemen Doel Voorbereiden, analyseren, ontwerpen, ontwikkelen, beheren en evalueren van procedures en inrichting van het administratieve proces en interne controles, rekening houdend met

Nadere informatie

REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Vastgesteld op 27 september 2016

REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Vastgesteld op 27 september 2016 REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT Vastgesteld op 27 september 2016 Positionering Raad van Toezicht in de stichting Artikel 1 De statuten van de stichting voorzien in de Raad van Toezicht. Het College van Bestuur

Nadere informatie

BIJLAGE E: PROCEDURE ZELFEVALUATIE RAAD VAN TOEZICHT

BIJLAGE E: PROCEDURE ZELFEVALUATIE RAAD VAN TOEZICHT BIJLAGE E: PROCEDURE ZELFEVALUATIE RAAD VAN TOEZICHT In de zelfevaluatie Raad van Toezicht worden de volgende onderwerpen besproken, met behulp van een vragenlijst: De mate waarin de Raad van Toezicht

Nadere informatie

Beleidsplan Stichting Kids2School 2014 2016

Beleidsplan Stichting Kids2School 2014 2016 Beleidsplan Stichting Kids2School 2014 2016 Inleiding Voor u ligt het beleidsplan van de Stichting Kids2School voor de jaren 2014-2016. Het plan omvat een overzicht van de doelstelling(en) en activiteiten

Nadere informatie