Cannabis in Utrecht. deel 2 Vogelvrij kruidenieren. Ervaringen en meningen van Utrechtse koffieshopexploitanten. (2e gewijzigde druk) drs. N.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Cannabis in Utrecht. deel 2 Vogelvrij kruidenieren. Ervaringen en meningen van Utrechtse koffieshopexploitanten. (2e gewijzigde druk) drs. N."

Transcriptie

1 Cannabis in Utrecht deel 2 Vogelvrij kruidenieren Ervaringen en meningen van Utrechtse koffieshopexploitanten (2e gewijzigde druk) Tot stand gekomen met subsidie van: Stimuleringsfonds Maatschappelijke Aandachtsgebieden drs. N. Maalsté Centrum voor Verslavingsonderzoek Universiteit Utrecht 1995

2 Inhoudsopgave Voorwoord Inleiding 1 Methodologische verantwoording 2 Pilotstudy Informele gesprekken Bliksemonderzoek Dubble check Evaluatie van meetinstrumenten Profielschets 6 Een vogelvrij bestaan Hennepwinkel of ontmoetingscentrum? Startproblemen Concurrentie en samenwerking Vraag en aanbod Gedoogbeleid. Stilte voor de storm? De gedoogregels Legalisering Recente ontwikkelingen 21 Gemeentelijke beleidsveranderingen Over duidelijkheid en zekerheid Eigen visie en initiatieven Conclusies en aanbevelingen 33 Literatuur 35 Bijlagen 36 Vragenlijst pilotstudy Vragenlijst bliksemonderzoek Koffieshops en soort vergunning op 1 februari 1995 Ligging koffieshops

3 Voorwoord In 1993 is het Centrum voor Verslavingsonderzoek (CVO) van de Universiteit Utrecht gestart met onderzoek naar Lokaal Cannabisbeleid. Het onderzoek heeft een looptijd van drie jaar en wordt voor een belangrijk deel gesubsidieerd door het Stimuleringsfonds Maatschappelijke Aandachtsgebieden (SMA) van de Universiteit Utrecht. De belangrijkste doelstelling van het onderzoek is het inventariseren van ervaringen met en knelpunten in gemeentelijk cannabisbeleid. Deze inventarisatie biedt een basis voor de ontwikkeling van een model voor lokaal cannabisbeleid. Het onderzoek bestaat uit drie onderdelen: Cannabis in Utrecht (A), Cannabis in andere Nederlandse gemeenten (B) en de Evaluatie van verschillende beleidsmaatregelen (C). De gemeente Utrecht is gekozen als `proeftuin' om vast te stellen wat mogelijke knelpunten in gemeentelijk cannabisbeleid kunnen zijn volgens de verschillende betrokkenen. Daarbij wordt de problematiek rondom verkooppunten van cannabis - de zogenaamde koffieshops - geïnventariseerd, de functie van koffieshops onderzocht en worden gegevens over consumenten en exploitanten van koffieshops verzameld. Verder worden verschillende meetinstrumenten getest op bruikbaarheid voor het in kaart brengen van gemeentelijk cannabisbeleid. De resultaten van `Cannabis in Utrecht' worden in vier deelrapporten gepresenteerd. Voor u ligt het tweede deelrapport van `Cannabis in Utrecht'. Hierin zijn de meningen en ervaringen van Utrechtse koffieshopexploitanten opgenomen. In het eerste deelrapport Van Koffieshop tot Hennepwinkel (1994) zijn de eerste resultaten van het onderzoek in Utrecht beschreven. Het is een beschrijving van de Utrechtse koffieshops in de periode De volgende geplande deelrapportages binnen `Cannabis in Utrecht' bevatten de resultaten van studies naar consumenten (deel 3), omwonenden van koffieshops, wijkagenten, ambtenarij en politici (deel 4). De situatie in andere Nederlandse gemeenten wordt in kaart gebracht door gegevens te verzamelen over het gevoerde cannabisbeleid. Naast een telefonische enquête worden beleidsstukken geanalyseerd en onderling vergeleken op basis van concrete beleidsmaatregelen. Het vaststellen van knelpunten in lokaal beleid en het inventariseren van oplossingen die hier door de lokale overheden op gevonden zijn, vormen de belangrijkste doelen van het onderzoek in andere Nederlandse gemeenten. Op basis hiervan worden enkele Nederlandse gemeenten geselecteerd, die al enige tijd ervaring hebben met het door hen gekozen cannabisbeleid. De effectiviteit en gevolgen van verschillende beleidsmaatregelen worden vastgesteld door de situatie van de betreffende gemeenten in kaart te brengen met behulp van de in Utrecht geteste meetinstrumenten. Uiteindelijk zal een model worden geconstrueerd voor een praktisch uitvoerbaar gemeentelijk cannabisbeleid in Nederland, dat enerzijds een afspiegeling is van lokale eisen en belangen en anderzijds uitvoerbaar is zonder wezenlijk inbreuk te doen op de nationale en bovennationale verhoudingen. Op verzoek van het SMA is het onderzoek in 1994 ingebed in een groter onderzoek naar sociaalwetenschappelijke en juridische grondslagen van een verantwoord drugsbeleid (Ossebaard en van de Wijngaart, 1994). Behalve het inventariseren van voor- en tegenargumenten van legalisering van de substanties die onder de huidige Opiumwet vallen, is het de bedoeling om een praktisch drugregulatie model voor gemeentelijk drugsbeleid te ontwikkelen en scenario-onderzoek te verrichten naar methoden, effecten en determinanten van graduele legalisatie van drugs. Een voorlopige versie van dit rapport is ter becommentariëring voorgelegd aan een Utrechtse koffieshopexploitant en drie collega's van het Centrum voor Verslavingsonderzoek. Het rapport is geredigeerd door drs R. Braam, drs D. de Bruin, drs H. Ossebaard en dr G. van de Wijngaart.

4 Inleiding In het eerste deelrapport Van koffieshop tot Hennepwinkel (1994) is met behulp van beschrijvingen van Utrechtse koffieshops uiteengezet dat er verschillende soorten koffieshops bestaan met ieder een eigen klantenkring. Verder is in deel 1 het gemeentelijk beleid in Utrecht en de gevolgen hiervan voor de verschillende soorten koffieshops kort behandeld. Hierbij is opgevallen dat direct betrokkenen, zoals consumenten en koffieshopexploitanten nauwelijks of niet gehoord worden bij het nemen van beleidsmaatregelen ten aanzien koffieshops. Daar de beleidsmaatregelen vaak wel direct van invloed zijn op deze betrokkenen en vice versa, vormen de meningen en ervaringen van betrokkenen een belangrijk onderdeel van het onderzoek in Utrecht. In dit deelrapport zullen exploitanten van Utrechtse koffieshops aan het woord komen. Het Nederlandse cannabisbeleid kenmerkt zich door de gedoogsituatie ten aanzien van de verkoop van hennepprodukten in koffieshops. De inkoop van diezelfde hennepprodukten door koffieshops wordt niet gedoogd. Dit betekent dat koffieshops met het ene been in een legale situatie staan en met het andere been in een illegale situatie. Of zoals het in de Utrechtse gemeenteraad zo mooi omschreven werd de "voor- en achterdeurproblematiek" van koffieshops. Eén van de doelstellingen van het onderzoek naar koffieshopexploitanten is om inzicht te krijgen in de gevolgen van deze dubbelzinnige situatie voor de betrokkenen. Daar exploitanten al jarenlang in dit schemergebied van pseudo-illegaliteit opereren, bestaat er veel wantrouwen naar buitenstaanders en naar elkaar. Dit levert bepaalde problemen op bij de uitvoering van het onderzoek. Vooral het maken van afspraken en het inwinnen van informatie is hierdoor een moeizaam en tijdrovend proces. De informatie van en over koffieshopexploitanten is op verschillende manieren en tijdstippen ingewonnen. Tijdens het onderzoek is gebleken dat gebruik van het juiste meetinstrument erg belangrijk is bij het verzamelen van informatie bij direkt betrokkenen. Exploitanten van koffieshops zijn (evenals consumenten) niet snel geneigd om mee te doen aan een onderzoek als zij hiervan niet het nut inzien, de vragen niet aansluiten bij hun belevingswereld en/of de manier waarop het onderzoek gepresenteerd wordt hun niet aanstaat. Een deel van de informatie is verzameld met behulp van een pilotstudy, die uitgevoerd is door studenten, te weten: L. Brouwer, C. van Lotringen, M. Planije en G. van de Wiel. Het werken met studenten heeft als voordeel dat er op een snelle en goedkope manier verschillende methoden van aanpak getest kunnen worden. Het onderzoek in Utrecht heeft als tweede doelstelling het testen van verschillende meetinstrumenten, zodat er weloverwogen adviezen gegeven kunnen worden voor het verzamelen van informatie bij direkt betrokkenen in andere gemeenten. De koffieshopexploitanten zijn tweemaal benaderd. De eerste keer vóórdat het gemeentelijk beleid ten aanzien van koffieshops gewijzigd is (zie: `Gemeentelijke beleidsveranderingen') en de tweede keer een jaar nádat het gewijzigde beleid is ingegaan. In de periode tussen deze twee interview-rondes zijn er regelmatig niet-geplande contacten geweest met Utrechtse exploitanten en medewerkers van koffieshops. Het doel van dit tweede deelrapport is een profielschets te maken van koffieshopexploitanten en hun mening en ervaring met betrekking tot het Utrechtse cannabisbeleid te beschrijven. Er is gevraagd naar motieven en achtergronden om een koffieshop te beginnen. Er wordt ingegaan op ervaringen met gemeente, politie en buurt, omdat deze voor een groot deel de positie van de exploitant in Utrecht bepalen. Verder wordt de exploitanten gevraagd naar hun visie op de functie en de wenselijke positie van koffieshops in onze samenleving. Ten slotte worden de gevolgen voor exploitanten van de wijziging van het gemeentelijk cannabisbeleid besproken. 1

5 Methodologische verantwoording Pilotstudy De eerste kennismaking met koffieshopexploitanten heeft plaatsgevonden binnen een pilotstudy, die in de periode maart - juni 1993 is uitgevoerd. Vier studenten hebben dit deel van het onderzoek op zich genomen door binnen het leeronderzoek `Verslavingen' 1 een onderzoek te doen naar Utrechtse koffieshopexploitanten. Met behulp van een vragenlijst (zie bijlage 1) hebben zij half-gestructureerde interviews gehouden met Utrechtse koffieshopexploitanten. De exploitanten zijn in eerste instantie schriftelijk benaderd om een afspraak te maken voor een interview. Wanneer dit niet lukte, is getracht de exploitant via de koffieshop te bereiken. In de periode dat dit leeronderzoek verricht is, waren er in Utrecht 28 koffieshops. De studenten hebben niet alle koffieshops kunnen benaderen 2. Er zijn uiteindelijk achttien interviews gehouden. In het onderzoek is niet helemaal duidelijk geworden hoeveel koffieshopeigenaren Utrecht nu precies telt. Sommige geïnterviewden exploiteerden meerdere koffieshops en er is niet in alle gevallen met de eigenaar gesproken 3. De interviews werden in vrijwel alle gevallen in de koffieshop afgenomen. Wanneer het daar te luidruchtig bleek, is er voor een andere plek gekozen. De gesprekken namen gemiddeld 45 minuten tot een uur in beslag. Naast het inventariseren van meningen en ervaringen van koffieshopexploitanten met betrekking tot het exploiteren van een koffieshop binnen het huidige beleid, zijn er gegevens verzameld om een profielschets te kunnen maken van de Utrechtse koffieshopexploitanten. Informele gesprekken In de zomer van 1993 is het onderzoek naar consumenten van start gegaan, waarvan de resultaten in deelrapport 3 verwerkt zullen worden. De exploitanten van de Utrechtse koffieshops zijn schriftelijk geïnformeerd over het verloop van het onderzoek. In de brief werd voorgesteld om consumenten te interviewen in de koffieshops. De exploitanten werd gevraagd om hun medewerkers op de hoogte te stellen of zij hiervoor toestemming wilden verlenen. Uiteindelijk bleken veel medewerkers van niets te weten en moesten er alsnog gesprekken en discussies met exploitanten en medewerkers worden gevoerd, voordat de consumenten geïnterviewd konden worden. Hetzelfde gebeurde in oktober 1993, nadat exploitanten schriftelijk gevraagd was toestemming te verlenen om vragenlijsten uit te delen aan consumenten. Deze contacten met exploitanten zijn voornamelijk informeel van karakter geweest. De hierbij verkregen informatie is verwerkt tot een voorlopige versie van deel 1 en is samen met de resultaten van de door studenten uitgevoerde pilotstudy opgestuurd naar alle koffieshopexploitanten in Utrecht. Zij werden in de gelegenheid gesteld om schriftelijk dan wel telefonisch te reageren als zij kritiek hadden op de bevindingen. Geen van de exploitanten heeft hierop gereageerd. Tijdens informele gesprekken werden enkele positieve geluiden over het toegestuurde materiaal vernomen: de beschrijvingen van verschillende soorten koffieshops zouden herkenbaar en nuttig zijn. Bliksemonderzoek In november-december 1994 zijn de Utrechtse exploitanten opnieuw benaderd voor een kort interview. Daar de vorige interview-ronde voor het `nieuwe' gemeentelijke cannabisbeleid had plaatsgevonden, 1 In het leeronderzoek `Verslavingen' doen studenten praktijkervaring op met het opzetten en uitvoeren van onderzoek. De studenten staan onder supervisie van medewerkers van het Centrum voor Verslavingsonderzoek. 2 Bij het aanschrijven van koffieshops is gebruik gemaakt van een lijst van de politie. Deze bleek achteraf niet helemaal compleet, waardoor drie koffieshopexploitanten niet benaderd zijn. Eén koffieshop bleek ten tijde van het onderzoek tijdelijk door de politie gesloten te zijn. 3 In drie van de achttien interviews werd met een beheerder of bedrijfsleider gesproken. 2

6 weerspiegelden de resultaten niet meer de actuele visie op het gemeentelijk beleid. In de tweede interview-ronde lag de nadruk daarom op de gevolgen van gemeentelijk beleid voor de koffieshops. Er is in eerste instantie contact opgenomen met de exploitanten via de koffieshops. Wanneer zij niet aanwezig waren, werd een telefoonnummer achtergelaten zodat zij konden bellen om een afspraak te maken. Degenen die niet reageerden zijn nog schriftelijk uitgenodigd voor een gesprek. Uiteindelijk zijn er zestien interviews afgenomen bij twaalf eigenaren en vier medewerkers van koffieshops. Drie koffieshops waren inmiddels van eigenaar veranderd, wat betekent dat zij te maken hadden met de regels voor `nieuwe verkooppunten' (zie: `Veranderingen van eigenaar'). Hoewel er enkele vragen waren opgesteld (bijlage 2), is er bij de gesprekken gekozen voor het karakter van een open interview. De duur van de interviews varieerde, afhankelijk van de motivatie van de geïnterviewden om mee te doen en het vertrouwen door eerdere contacten. In principe hoefde het gesprek niet langer dan een kwartier te duren. Bij sommigen liep dit uit tot één of twee uur. De hierbij verkregen informatie is verwerkt in het hoofdstuk `Recente ontwikkelingen'. Dubble check Om de juistheid van de mondeling verkregen informatie te verifiëren, is bij de politie en de Kamer van Koophandel nagetrokken wat er bekend is over de 28 koffieshops die ten tijde van het onderzoek bestonden. De gegevens zijn opgenomen in de tekst, indien zij additionele informatie bevatten of afwijken van mondeling verkregen informatie. Evaluatie van meetinstrumenten Koffieshopexploitanten vormen een moeilijk toegankelijke onderzoeksgroep, omdat een deel van hun activiteiten zich op illegaal terrein afspeelt. Bij het verzamelen van gegevens moet rekening gehouden worden met de onwil en het onvermogen van respondenten om een betrouwbaar antwoord op bepaalde vragen te geven. Een deel van de gezochte informatie, zoals informatie over meningen over het beleid en ervaringen met beleidsmaatregelen, zijn echter niet anders verkrijgbaar dan via de exploitanten zelf. Om de medewerking van exploitanten en de betrouwbaarheid van de gegevens te verhogen is er bij de uitvoering van het onderzoek gekozen voor bepaalde meetinstrumenten, die in deze paragraaf besproken worden. De evaluatie van de gebruikte methoden kan dienen als opstap voor onderzoek naar exploitanten in andere gemeenten. "It is safe to say that the preparation for any study using self-reported data should include pretesting of the questionnaire and field work procedures to evaluate the potential response bias associated with the mode of inquiry". (Harrell, 1985, p. 19) Aan het verzamelen van gegevens via de exploitanten zitten onderzoekstechnisch enige voetangels en klemmen. Exploitanten kunnen om verschillende redenen niet in staat zijn om een correct antwoord te geven op bepaalde vragen. De validiteit van de gegevens kan op die manier ondermijnd worden. Een veel voorkomend probleem is de neiging van de respondent om sociaal wenselijke antwoorden te geven. Het waarborgen van anonimiteit en vertrouwelijkheid zijn zeer belangrijk om sociaal wenselijke antwoorden zoveel mogelijk te voorkomen (Babor e.a., 1990). Anonimiteit wordt niet vanzelfsprekend gegarandeerd door het gebruik van anonieme methoden, zoals telefonische enquetes of schriftelijke vragenlijsten. Harrell (1985) vernoemt een studie van Bradburn e.a. (1979) waarbij verschillende methoden geëvalueerd zijn op variaties in sociaal wenselijke antwoorden. Er blijken tussen de diverse methoden weinig verschillen te zijn. Behalve de verwachte moeilijkheden bij het verkrijgen van betrouwbare gegevens, werden er problemen verwacht bij het leggen van contacten. De onderzoekers hoopten dat een persoonlijke benadering het leggen van contacten zou vergemakkelijken. Aangezien er vrij weinig bekend was over de onderzoeksgroep en er geslotenheid ten aanzien van buitenstaanders verwacht werd, is gekozen voor kwalitatieve methoden als veldonderzoek, waarbij persoonlijk contact centraal staat: semi-gestructureerde interviews, open interviews en (informele) gesprekken. Daar het maken van een profielschets van exploitanten één van de doelen van het onderzoek is, leken deze methoden het meest bruikbaar. Een informeel gesprek met een exploitant, die nauwelijks bereid is om informatie te verschaffen met betrekking tot de gestelde vragen, kan toch een bruikbare aanvulling zijn op de profielschets van de Utrechtse koffieshopexploitant. 3

7 Open en half-gestructureerde interviews geven de onderzoeker de ruimte om de verschillende respondenten op passende wijze te benaderen. Niet alleen de eigen presentatie van de onderzoeker, maar ook de manier waarop vragen gesteld worden kan de motivatie van de respondent om mee te werken aan het onderzoek verhogen (Babor e.a., 1990). De interviewers waren gekleed in `normale' vrijetijdskleding. Het interview werd in de meeste gevallen ingeleid met een kop koffie en een kort gesprekje om de respondent op zijn of haar gemak te stellen. Dit gebeurde niet als de respondent aangaf weinig tijd te hebben en meteen van start wilde gaan. Tijdens deze intro en tussen de vragen door lieten de interviewers merken goed op de hoogte te zijn van de materie, om `indianenverhalen' zoveel mogelijk te voorkomen. Bij de inventarisatie van ervaringen en meningen van exploitanten is het niet de bedoeling om een stereotiep beeld te schetsen. Volgens Davies (1992) krijgt iemand die meer van de materie afweet minder snel te maken met extreme verhalen, dan iemand die laat blijken er niets van af te weten. In de eerste ronde zijn de interviews afgenomen door twee groepjes van twee mensen. Hierbij bestaat het gevaar dat de verzamelde gegevens veschillen door het effect van de interviewers op het gesprek. Om dit te voorkomen zijn de interviewers in de groepjes onderling gewisseld. In de tweede ronde zijn alle interviews door eenzelfde persoon afgenomen. Interviewereffecten zijn in dat geval (voor een deel) bij alle respondenten hetzelfde. Volgens Davies (1992) is het belangrijk te erkennen dat de antwoorden van de respondenten nooit een perfecte weerspiegeling van de realiteit zijn, omdat het geheugen imperfect, selectief en interpretief is. Wel kunnen verschillende items die in een interview of gesprek aan de orde zijn geweest met elkaar vergeleken en hiermee gewogen worden. De ervaring met een gebeurtenis, bijvoorbeeld politieoptredens, zou op deze wijze afgezet kunnen worden tegen een algemene visie op politie. Babor e.a. (1990) presenteren het vraag-antwoord proces bij een interview in het model van de sociale context. Zij onderscheiden hierbij vier bronnen van onbetrouwbaarheid, te weten: taakvariabelen, kenmerken van de respondent, motivatie en cognitieve processen. Er worden verschillende tips gegeven om deze bronnen van onbetrouwbaarheid terug te dringen. Conform deze tips hebben de onderzoekers met het stellen van open, lange vragen en het gebruik van familiaire woorden getracht sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen. Daarbij kon in de tweede ronde gebruik gemaakt worden van voorkennis, die opgedaan was in de eerste interviewronde. Door het vragen naar details en het gebruik maken van voorbeelden en alternatieven werden motivatie en cognitieve processen, die een rol spelen bij het beantwoorden van de vragen, verhoogd. Precaire onderwerpen, zoals samenwerking met andere exploitanten, werden ingekleed en later in het gesprek ingepland. In het tweede interview was de volgorde van de vragen overigens niet vastgelegd. Afhankelijk van het verloop van het gesprek kwamen bepaalde onderwerpen eerder of later aan bod. In praktijk is gebleken dat het maken van afspraken met deze onderzoeksgroep ondanks genoemde `voorzorgsmaatregelen' een zeer tijdrovende zaak blijft. Er wordt niet of nauwelijks gereageerd op schriftelijke uitnodigingen en mondelinge afspraken worden vaak niet nagekomen. Gesprekken via de telefoon worden afgebroken, wanneer de respondent geen zin meer heeft in het gesprek. Ook wanneer de onderzoeker contact probeert te leggen via de koffieshop, blijkt een muur van tussenpersonen - voordat de juiste man of vrouw bereikt wordt - onvermijdelijk. Verder is gebleken dat eerder contact geen garantie is voor verdere contacten. Anders gezegd: ook al is een eerste interview of gesprek goed verlopen, dan betekent dit nog niet dat er zondermeer meegewerkt wordt aan verder onderzoek. Factoren die hierbij een rol spelen lopen uiteen van externe gebeurtenissen, zoals recente acties van de politie of beleidsveranderingen, tot de verwachte impact van het onderzoek op de eigen situatie. Eenzelfde interviewer bleek verschillende reacties bij respondenten te weeg te brengen. Te veel kennis kan wantrouwen oproepen bij sommige respondenten. Met name de allochtone exploitanten verdienen een eigen aanpak bij het leggen van contacten. Tweemaal is een Marokkaanse tolk mee op pad gegaan om dit te vergemakkelijken. Het verstrekken van informatie wordt in deze kringen als een verleende dienst beschouwd, waarvoor ook iets terug gedaan moet worden, bijvoorbeeld in de vorm van het bestellen en betalen van drankjes. Interviews verliepen over het algemeen het beste wanneer er van tevoren een afspraak gemaakt was. De respondent had dan tijd vrij gemaakt voor het interview en het gesprek werd niet verstoord door andere mensen en/of bezigheden. In sommige gevallen was het niet mogelijk een afspraak te maken en moest het interview meteen afgenomen worden. De informele gesprekken bleken waardevolle informatie op te leveren. Door het ongedwongen karakter van deze gesprekken, voelden exploitanten en medewerkers zich meer op hun gemak en was de kans op sociaal wenselijke antwoorden het kleinst. De informatie die hierbij verkregen wordt is overigens niet zonder meer geschikt als vergelijkingsmateriaal, maar kan een zinvolle aanvulling zijn op andere gegevens. 4

8 Profielschets Een vogelvrij bestaan Koffieshopexploitanten ergeren zich eraan dat zij in de media regelmatig afgespiegeld worden als criminele, duistere figuren, die alleen maar bedacht zijn op winstbejag ten koste van de gezondheid van onschuldige jongeren. Binnen het huidige gedoogbeleid onderhouden de meeste koffieshopexploitanten inderdaad contacten met `onderwereldfiguren', omdat zij niet op een legale wijze aan bevoorrading kunnen doen. Degenen die dit trachten te vermijden door hun eigen produkten te kweken, zijn genoodzaakt om zelf onwettige praktijken te verrichten 4 om aan hun produkten te komen. Hoewel ze in de zin der wet misdrijven plegen, voelen koffieshopexploitanten zich niet automatisch misdadigers. Ondanks het verbod op de handel en het vervaardigen van cannabisprodukten, wordt de verkoop van kleine hoeveelheden onder bepaalde voorwaarden immers gedoogd in Nederland. Aan deze gedoogsituatie kunnen exploitanten geen rechten ontlenen, waardoor ze als ondernemer een min of meer vogelvrij bestaan leiden. Volgens de gegevens bij de Kamer van Koophandel staan zeven koffieshops op naam van een vrouw en 21 koffieshops op naam van een man ingeschreven. Hoewel de meeste exploitanten de Nederlandse nationaliteit hebben, zijn niet allen van Nederlandse afkomst. Opvallend is dat eenderde van de exploitanten uit Marokko afkomstig is 5. Gemiddeld zitten de geïnterviewden acht jaar in de koffieshopbranche. De geïnterviewden zijn op verschillende manieren in deze branche terecht gekomen. Voorliefde voor cannabis en eigen gebruik zijn een reden om een koffieshop te beginnen. Het streven naar vrijheid voor het gebruik van genotmiddelen en/of werk maken van je hobby (kweken) worden hier als motief genoemd. Buiten deze ideologische redenen zijn mensen in deze branche terecht gekomen, omdat ze hoopten op deze manier (snel) rijk te worden. De `vrije jongens mentaliteit' speelt hierbij onmiskenbaar een rol: jonge ondernemers, die een eigen bestaan trachten op te bouwen, zonder al te veel overheidsbemoeienis. De spanning en romantiek die de illegaliteit en het vogelvrije bestaan met zich meebrengen, zijn factoren die hierbij niet onderschat mogen worden. Sommigen hebben jarenlang in andere koffieshops of horecagelegenheden gewerkt. Weer anderen konden de zaak overnemen van een familielid of bekende en kwamen op die manier in de koffieshopwereld terecht. Eén geïnterviewde denkt dat een koffieshop een van de weinige mogelijkheden is om een bestaan op te bouwen, vanwege zijn crimineel verleden. Vooralsnog is het niet gemakkelijk om vanuit de koffieshopbranche in een andere functie terecht te komen. Een medewerker ziet zijn toekomst wat dat betreft somber tegemoet: "Je kunt ergens anders niet aankomen met het verhaal dat je in een koffieshop hebt gewerkt. Aan de andere kant valt er wel een gat van een paar jaar als je het niet vertelt. Het heeft me al jaren gekost om het aan familie en vrienden uit te leggen". Korf en Verbraeck (1993) onderscheiden vijf typen ondernemers in de Amsterdamse cannabisbranche, te weten: de oude garde, de vroegere penoze, de nieuwe zakenlieden, de criminele ondernemers, en nieuwlichters. De meeste respondenten binnen hun onderzoek behoren tot de eerste categorie. Criminele ondernemers zijn volgens de onderzoekers moeilijker bereikbaar. De cannabiswereld in Amsterdam wordt eveneens gedomineerd door mannen. Utrechtse koffieshopexploitanten komen uit verschillende lagen van de samenleving. Er hebben uiteenlopende overwegingen gespeeld om een koffieshop te beginnen. Gemiddeld zitten zij acht jaar in de koffieshopbranche. Binnen het huidige gedoogbeleid heeft een koffieshopexloitant een vogelvrij bestaan. 4 Het kweken van hennepplanten met als doel de produktie van een genotmiddel is immers verboden. 5 Volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel zijn: 14 eigenaren van Nederlandse afkomst, 9 van Marokkaanse afkomst, 2 van Surinaamse afkomst, 1 van Turkse afkomst, 1 van Belgische afkomst en 1 van Duitse afkomst. 5

9 Hennepwinkel of ontmoetingscentrum? Het bestaan van verschillende soorten koffieshops in Utrecht 6 is gedeeltelijk verklaarbaar door etnischeen motivatieverschillen van de exploitanten. Met name afkomst en eigen gebruik van hennep zijn doorslaggevende factoren in de opzet van een koffieshop. Marokkaanse exploitanten zullen eerder gespecialiseerd zijn in hasj en Surinaamse exploitanten in buitenlandse weedsoorten. Zo speelt voor de één het motief een gezellige plek te creëeren voor een bepaalde groep mensen veel sterker, dan het zakelijke aspect van winstmaken. Een ander zal eigen gekweekte en zelfgeteste hennepsoorten aan de klanten aanbieden, terwijl een volgende nauwelijks geïnteresseerd is in de kwaliteit van zijn produkten. Winstmaken en een gezellige plek creëeren zijn overigens niet noodzakelijk tegenpolen die elkaar uitsluiten, net zoals er geen samenhang is tussen winstmaken en het leveren van kwaliteitsprodukten. Slechts enkele geïnterviewden beschouwen hun koffieshop louter als een winkel, dan wel verkooppunt. Een andere minderheid beschouwt zijn of haar zaak als een horecagelegenheid (ofwel café). De meeste geïnterviewden menen dat hun zaak niet onder te brengen is onder de noemer winkel óf horecagelegenheid. Een koffieshop heeft ingrediënten van beide sectoren. Naast de functie van verkooppunt, noemen zij de ontmoetingsfunctie die nog het meest vergelijkbaar is met die van clubhuizen (of jongerencentra). Verschillende exploitanten omschrijven hun zaak eenvoudig als een bar zonder alcohol. Volgens het merendeel van de geïnterviewden is de benaming koffieshop goed, omdat deze nu eenmaal ingeburgerd is. Eenderde van de geïnterviewden geeft aan dat de naam koffieshop minder geschikt is, omdat deze verwarrend kan werken voor de klant. Met name de geïnterviewden die hun koffieshop als verkooppunt bestempelen, hebben moeite met de naam `koffieshop'. Zij menen dat het duidelijker voor de klant is, als je de benaming `stuffwinkel' of `hasj-shop' gebruikt. Niet alle koffieshops staan bij de Kamer van Koophandel als zodanig ingeschreven. Zo zijn er koffieshops die vermeld staan als: galerie/expositieruimte, souvenierswinkel, broodjeszaak, biljartcentrum, koffiekelder of jongerenvereniging. Redenen om de bedrijfsvorm niet als `koffieshop' te omschrijven, variëren van het wachten op een exploitatievergunning tot het doelbewust kiezen voor een andere vorm van verkoop. Enkele geïnterviewden hebben van alles geprobeerd in eenzelfde pand, en zijn zo van de ene branche in de andere branche gerold, totdat ze uiteindelijk een bestaan trachten op te bouwen met een koffieshop. 6 In deel 1 van `Cannabis in Utrecht' is een indeling gemaakt in zeven categorieën koffieshops aan de hand van de sociale functie die zij vervullen. 6

10 koffieshop 11 galerie, expositieruimte, verkoop en uitstalling van zelfgemaakte kunst en gebruiksvoorwerpen koffiehuis, koffiekelder, verkoop van koffie, thee, belegde broodjes en frisdranken biljartcentrum 1 broodjeszaak 1 Tabel 1: omschrijving van bedrijfsvorm bij de Kamer van Koophandel. De twee koffieshops die als stichting ingeschreven staan hoeven geen omschrijving te geven (N=26). De meeste koffieshops zijn eind jaren tachtig geopend. De Utrechtse koffieshops kennen verschillende juridische organisatievormen: er zijn 22 eenmansbedrijven, vier vennootschappen onder firma en twee stichtingen. Het merendeel van de geïnterviewden verklaart naast de koffieshop geen andere bedrijven te bezitten. Een enkeling neemt deel in andere `vennootschappen', die met het kweken van hennepprodukten te maken hebben. Sommige geïnterviewden hebben wel plannen voor andere bedrijven, of hebben pogingen ondernomen om andere bedrijven op te richten 7. De eerste koffieshop in Utrecht, Sarasani, heeft in 1968 zijn deuren geopend. In al die jaren is deze koffieshop slechts eenmaal van eigenaar veranderd. Het merendeel van de koffieshops in Utrecht wordt al jarenlang door eenzelfde eigenaar geëxploiteerd. Opvallend is dat in het bestaan van bepaalde koffieshops vrij veel wisselingen van eigenaar plaatsvinden. Zo is er een koffieshop die tijdens de duur van het onderzoek driemaal van eigenaar verwisseld is. Dit heeft met name met de ongunstige ligging van het pand te maken. Andere factoren, die van invloed kunnen zijn op bedrijfsovernames zijn de bepalingen die in de vergunning zijn opgenomen. In sommige gevallen is de vergunning gekoppeld aan het pand, terwijl de vergunning in andere gevallen persoonsgebonden is 8. In het laatste geval kan de bestemming van een pand veranderen op het moment dat de eigenaar de zaak verkoopt. Eenderde van de geïnterviewden zit in een pand dat daarvoor ook al koffieshop was. In de meeste gevallen is er vóór het openen van de koffieshop gelet op het bestemmingsplan van het pand. Een enkeling heeft nog naar renovatieplannen van de gemeente gekeken voor de betreffende wijk. Sommige geïnterviewden zijn niet op de hoogte van het bestemmingsplan voor het betreffende pand. De opzet van Utrechtse koffieshops varieert afhankelijk van sociaal-culturele en motivatieverschillen van de eigenaar. Exploitanten beschouwen hun koffieshop zelden als winkel of als café. De benaming koffieshop is goed, maar kan naar buiten toe soms verwarrend werken. De verkooppunten van cannabisprodukten staan niet altijd onder de noemer `koffieshop' ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Er vinden in Utrecht weinig wisselingen van eigenaar plaats. Er wordt verschillend gedacht over ideale lokaties voor koffieshops. 8 5 Voorkeuren voor bepaalde lokaties lopen uiteen. Sommige geïnterviewden willen liever in het centrum zitten, terwijl anderen de voorkeur geven aan een rustige woonwijk. Een deel van de respondenten heeft voor een bepaald pand gekozen, omdat daar al een koffieshop zat. In enkele gevallen is een deel van het woonhuis uitgegroeid tot een koffieshop of is de oorspronkelijke broodjeszaak veranderd in een koffieshop. 7 Volgens de gegevens van de Kamer van Koophandel zijn vier van de bestaande koffieshops nevenvestigingen van een ander bedrijf. Verder zijn er drie koffieshops die andere nevenvestigingen hebben. 8 In de volgende paragrafen wordt dieper ingegaan op vergunningen die aan koffieshopexploitanten verstrekt zijn. 7

11 Startproblemen Zeventig procent van de geïnterviewden zegt problemen te hebben gehad bij het openen van de zaak. Ten eerste waren er moeilijkheden met het verkrijgen van een vergunning. In sommige gevallen werd in eerste instantie geen vergunning verstrekt, omdat gemeente en politie er geen nieuwe koffieshops bij wilden. In een drietal gevallen werden de vereiste vergunningen bij opening van de zaak niet verleend. Argumenten die hiervoor aangedragen werden door de betreffende instantie 9 waren: problemen op die lokatie in het verleden of te verwachten overlast. De vergunningen zijn alsnog verkregen met behulp van een advocaat. Verder waren er problemen met de buurt, zoals: geluidsoverlast, school in de buurt, als crimineel worden gezien en met een schuin oog aangekeken worden. Sommige koffieshops hebben nog steeds moeilijkheden met de buurt. Er worden klachten ingediend over overlast (vuilnis, muziek, uitlaatgassen, parkeerproblemen), terwijl andere gelegenheden in de buurt - zoals café's en uitgaanscentra - volgens de geïnterviewden vaak veel meer overlast veroorzaken 10. Andere koffieshops hebben daarentegen een heel goed contact met de buurt. Bij de meeste shops zijn de moeilijkheden die zij in het begin ondervonden opgelost. Twee geïnterviewden zeggen zich nog steeds niet geaccepteerd te voelen door de buurt. Ten slotte werden exploitanten geconfronteerd met politie-invallen, veelal op grond van klachten uit de buurt of vermoedens over het aanwezig zijn van hard drugs en/of minderjarigen. De relatie met de politie is uiteenlopend. Sommige geïnterviewden hebben een goede verstandhouding met de politie. De politie komt (al dan niet in burger) geregeld een kijkje nemen. Anderen voelen de regelmatige controle op eventuele overtreding van de gestelde regels als een grote druk, met name omdat niet alle regels even duidelijk worden gevonden 11. Meer dan de helft van de geïnterviewden verklaart wel eens een inval van de politie te hebben meegemaakt, meestal naar aanleiding van een tip. De opening van de koffieshop heeft bij bijna driekwart van de respondenten in eerste instantie moeilijkheden opgeleverd met politie, buurt en/of vergunningverlenende instanties. In vrijwel alle gevallen zijn de problemen in de loop der tijd opgelost. 9 In Utrecht is dat de afdeling Bijzondere wetten van de politie. 10 Dit wordt bevestigd door wijkbureaus en winkeliersverenigingen, met name in de binnenstad, die zeggen veel meer last te hebben van de aanwezige kroegen dan van de koffieshops. (Zie ook: Cannabis in Utrecht, deel 4.) 11 Hier wordt dieper op ingegaan in de paragraaf 'De gedoogregels'. 8

12 Concurrentie en samenwerking Alhoewel het in bepaalde shops drukker is dan in andere, is vrijwel iedereen tevreden met zijn of haar klantenkring. In het merendeel van de shops komen 's avonds na vijf uur de meeste klanten. Het aantal klanten uit de buurt loopt uiteen en hangt samen met de ligging van de koffieshop. De koffieshops in het centrum zijn minder afhankelijk van klanten uit de buurt en/of vaste klanten, omdat mensen toch wel langslopen. De verder weg liggende of minder in het oogspringende koffieshops zijn meer afhankelijk van vaste klanten en/of mensen uit de buurt. Eenderde van de geïnterviewden geeft aan dat de concurrentie merkbaar is. Uit antwoorden van andere respondenten blijkt dat men elkaar wel in de gaten houdt: "Deze shop onderscheidt zich door de biljarttafels. Daar komen de mensen op af". "Ik ben meer een concurrent voor anderen". Verschillende geïnterviewden geven aan dat concurrentie bepaald wordt door de consument: uiteindelijk bepaalt deze zelf waar hij wel of niet komt. Zo heeft iedere groep consumenten zijn eigen shop(s). In die zin hoeft concurrentie niet bij voorbaat in het nadeel van de anderen te zijn, omdat consumenten uit alle geledingen van de samenleving komen. In deel 1 is uitgelegd dat de variatie aan koffieshops een afspiegeling is van de verscheidenheid aan consumenten. De Loor (1994) vergelijkt de diversiteit van koffieshops met die van cafés. Deze zouden een afspiegeling vormen van de moderne maatschappij: "Het oude buurtcafé en het traditionele stadscafé hebben in de loop der jaren concurrentie gekregen van nachtcafés, eetcafés, Grandcafés, trendycafés, bruine cafés, studentencafés, hoempapa cafés, homobars, vrouwencafés, enz. Deze diversiteit is ook terug te vinden bij hashcoffeeshops. De 150 onderzochte hashcoffeeshops vallen op door een bonte mengeling van trendy, oud-hippie, hardrock, chic, Turks, India-look, USA-look, surinaams, Acid House, Postmodern, Rasta, Afro, buurtcoffeeshop" (de Loor, 1994, p.16). Wat de spreiding van de koffieshops betreft is ruim een kwart van de geïnterviewde koffieshopexploitanten ontevreden. Ze zitten te dicht bij elkaar, te veel op één plek en er is te veel wildgroei. Er bestaat een sterk verband tussen het ondervinden van concurrentie en het oordeel over spreiding. Vooral de kleinere koffieshop heeft hier last van. Exploitanten van kleinere koffieshops hebben over het algemeen minder geld en hebben daarom een beperkter aanbod aan hennepprodukten. Sommige exploitanten zeggen slechts met moeite rond te kunnen komen. Het merendeel van de geïnterviewden is goed op de hoogte van het aantal koffieshops in Utrecht. Ook zeggen bijna alle geïnterviewden andere koffieshopexploitanten te kennen. Maar op de vraag, of er sprake is van veelvuldige samenwerking tussen de verschillende exploitanten, wordt ontkennend gereageerd: "We zijn immers concurrenten van elkaar". "We zijn onafhankelijk van elkaar". "Het is niet nodig". Twee geïnterviewden geven aan dat er wel met andere exploitanten samengewerkt wordt. De angst om als georganiseerde misdaad gezien te worden speelt volgens een van hun mee in de beantwoording van deze vraag. De moeilijkheden die de inkoop van cannabisprodukten met zich meebrengt, leidt ertoe dat samenwerking tussen verschillende exploitanten niet ongebruikelijk is: "Als je verlegen zit om hasj, klop je bij een ander aan". "Als een handelaar een grote partij aanbiedt, bellen wij elkaar om samen een goede prijs vast te stellen, zodat je niet méér betaalt voor dezelfde stuff als een ander". De prijzen voor een gram weed of hasj zijn niet in elke koffieshop hetzelfde. Dit hangt volgens de geïnterviewden samen met de inkoopprijs en de kwaliteit van het produkt. Twee geïnterviewden stellen los van elkaar een andere aanvoer-route en betere kwaliteit te hebben dan alle anderen. Eén van de twee vraagt voor bepaalde hasj-soorten ook een veel hogere prijs, omdat zijn inkoopprijs erg hoog is. Hij 9

13 moet de hasj immers zelf uit het buitenland halen. De klanten accepteren deze uitleg, want de duurdere soorten zijn zeer geliefd en vaak snel uitverkocht. De Utrechtse exploitanten zijn tevreden over hun klantenkring en zeggen weinig last te hebben van concurrentie. Uit verschillende antwoorden blijkt dat exploitanten elkaar wel goed in de gaten houden. Het merendeel van de respondenten zegt niet met andere exploitanten samen te werken. Vraag en aanbod Het merendeel van de geïnterviewden zegt een goed overzicht te hebben op zijn of haar klantenkring. De een heeft meer klanten uit de buurt, de ander meer toeristen en andere passanten. De koffieshops met een vastere klantenkring hebben de aankleding van de zaak (muziekkeuze, interieur, assortiment aan cannabisprodukten) afgestemd op een bepaalde groep consumenten. Bijvoorbeeld: studenten, scholieren, gabbers, buurtbewoners, hippies of Marokkanen. Dit geldt overigens niet voor alle shops. Sommigen houden het imago van de zaak bewust open, zodat de klantenkring zo gevarieerd mogelijk is. In ieder geval is men het erover eens dat er in alle lagen van de bevolking geblowd wordt. Een respondent gaf dit heel duidelijk weer: "Iedereen gebruikt tegenwoordig. Terwijl vroeger alleen hippies rookten, roken stropdassen nu ook cannabis". Een andere respondent meent dat de `stropdassen' van nu wellicht de hippies van vroeger zijn. Duidelijk is dat er de afgelopen dertig jaren verschuivingen in de gebruikerskringen hebben plaatsgevonden (zie ook: Maalsté, 1993). Volgens de exploitanten zijn er meer mensen gaan roken, met name meer vrouwen en jeugdigen. En wordt er eerder gestart met blowen dan vroeger. Verder meent een geïnterviewde dat niet alleen de gebruikersgroep maar ook het gebruik zelf veranderd is: "Vroeger gebruikten blowers alleen cannabis; nu gebruiken mensen ook nog andere middelen". Hiermee wordt met name cannabisgebruik in combinatie met alcohol bedoeld 12. Naast alcohol wordt cannabis ook in combinatie met andere psychedelische, opwekkende en/of verdovende middelen gebruikt. Dit betekent níet dat het gebruik van cannabisprodukten aanzet tot het gebruik van andere middelen. Verder wordt door veel geïnterviewden gewezen op veranderingen in het doel van het gebruik. Zij menen dat er vroeger veel bewuster gebruikt werd (in groepjes thuis om `diepzinnige' gesprekken te voeren), terwijl er tegenwoordig ook uit verveling en/of gewoonte gebruikt zou worden. Wellicht geldt deze verandering voor het algehele gedrag van bepaalde jongerengroeperingen in deze tijd en is deze niet alleen typerend voor het blowgedrag. Sinds de opkomst van de koffieshops is de verkrijgbaarheid van cannabisprodukten verbeterd, waardoor tevens een betere kwaliteit en een gevarieerder aanbod gegarandeerd wordt. Voordat de koffieshops opkwamen, waren consumenten aangewezen op straathandelaren en huisdealers, die na levering van slechte kwaliteit onvindbaar waren en/of geen constant assortiment konden garanderen. Consumenten die hun cannabisprodukten in een koffieshop aangeschaffen, kunnen altijd teruggaan naar de verkoper wanneer het produkt wel of niet bevalt. "Coffeeshops zijn veel meer op continuïteit aangewezen, moeten meer winst maken en worden sterker met concurrentie geconfronteerd. Om daaraan te voldoen kan een coffeeshop niet volstaan met een beperkt aantal kleine leveranciers. Als de voorraad op is kan de straathandelaar even langsgaan bij zijn connectie of het voor gezien 12 Er zijn in Utrecht geen gelegenheden waar zowel cannabisprodukten als alcohol verkocht worden. De verkoop van alcohol is niet toegestaan in Utrechtse koffieshops, aldus één van de medewerkers die hierover informatie had ingewonnen bij de politie. In Amsterdam en Den Haag zijn er wel gelegenheden waar alcohol én cannbisprodukten verkocht worden. Er zijn in Utrecht wel cafés waar het gebruik van cannabisprodukten is toegestaan. 10

14 houden. De coffeeshophouder moet steeds voorraad hebben, anders wordt hij geconfronteerd met nukkige klanten en protesterend personeel. Hij is dus aangewezen op een continue leverantie en dat vereist een zakelijker, goedgestroomlijnde aanpak" (Korf en Verbraeck, 1993, p. 68). Tot slot heeft het produkt zelf een aantal gedaantewisselingen ondergaan. Hier wordt met name gedoeld op de uitbreiding van de soorten cannabisprodukten en de verbetering van de kwaliteit van een aantal soorten van eigen bodem. Opvallend is dat er de laatste jaren steeds meer zogenaamde `Nederwiet' 13 verkocht wordt. Redenen die hiervoor aangedragen worden: de kwaliteit is beter geworden en de weg om eraan te komen is korter. Veel koffieshopexploitanten zijn voor de buitenlandse hennepsoorten afhankelijk van deals met tussenpersonen, smokkelaars en anonieme groothandelaren. Daar het risico om gepakt te worden groot is, worden grote hoeveelheden tegelijk overgebracht door grote organisaties 14. Voor koffieshopexploitanten die afhankelijk zijn van deze transporten, zijn hier eveneens grotere risico's aan verbonden. De opkomst van de Nederwiet biedt daarin uitkomst, daar er minder risico's verbonden zijn aan het binnenlands inkopen en transporteren en het aanbod daardoor stabieler is. Hoewel er volgens ingewijden ook verschuivingen in het aanbod van Nederwiet in de koffieshops zijn als een grote hennepkwekerij opgerold is (bijvoorbeeld een tijdelijk tekort van bepaalde soorten), wordt het risico meestal gespreid door bij verschillende (thuis)kwekers in te kopen. Als een van de (thuis)kwekers opgerold wordt, is de exploitant nog steeds verzekerd van een zeker aanbod Nederwiet. Het mag duidelijk zijn, dat de gemiddelde koffieshopexploitant de verkoop van Nederwiet om deze redenen afgelopen jaren zeer gestimuleerd heeft. De verkoop van Nederwiet is het grootst in de zomer. Dit heeft ondermeer te maken met het opraken van eigen oogsten buitenwiet. Deze worden na de zomer geoogst en zijn bij het aanbreken van de nieuwe zomer vaak verbruikt. "Reeds nu daalt de omzet van sommige coffeeshops in het najaar gevoelig als gevolg van de oogst van `buitenwiet'" (Jansen, 1993, p. 106). De verkoop van buitenlandse weed daalt en wordt niet overal meer aangeboden. Deze soort vindt met name aftrek bij de oudere consument en bij sommige allochtonen. verdeling verkoop hennepprodukten aantal exploitanten 100% hasj % hasj 30-40% Nederwiet (1% buitenlandse weed) 60% hasj 20% Nederwiet 20% buitenlandse weed 50% hasj 50% Nederwiet 30-40% hasj 60-70% Nederwiet (1% buitenlandse weed) Tabel 2: Verdeling verkoop hennepprodukten volgens de Utrechtse koffieshopexploitanten (voorjaar 1993, N=17) Nederwiet is in Nederland gekweekte marihuana. 14 Dit heeft gevolgen gehad voor de kwaliteit van de produkten: "Geïnterviewde cannabishandelaren die reeds jaren in de handel zitten stellen echter dat de huidige bulktransporten hasjiesj van mindere kwaliteit zijn dan de gesmokkelde partijen uit de jaren zeventig" (Korf en Verbraeck, 1993, p. 209). 11

15 Zoals gezegd is de vraag naar hennepprodukten in de loop der tijd veranderd. Terwijl in de jaren zeventig vrijwel door alle gebruikers hasj gerookt werd, zien we heden ten dage dat in een groot deel van de koffieshops Nederwiet de meest verkochte soort is. Iets meer dan de helft van de geïnterviewden geeft aan dat 60-70% van de verkoop uit Nederwietprodukten bestaat en 30 á 40% uit hasjprodukten. Er zijn twee uitzonderingen hierop: de theehuiskoffieshops, die voornamelijk hasjprodukten verkopen, en de gespecialiseerde koffieshops, die een ruime keuze aan hennepprodukten blijven aanbieden en ook de buitenlandse weedsoorten in hun aanbod behouden 15. Een klein aantal geïnterviewden heeft zich verzet tegen de snelle opkomst van Nederwiet. Uiteindelijk konden ook zij er niet meer onderuit om Nederwiet in hun aanbod op te nemen, omdat er steeds meer vraag naar kwam. Een koffieshopexploitant verklaart in een interview met Hans Smit, waarin zijn mening over skunk 16 gevraagd wordt: "Ik verkoop sinds kort ook skunk, omdat er vraag naar is. Maar zelf rook ik liever niet van die sterke kaswiet. [...] Het bevalt mij slecht, ik krijg er hoofdpijn van. Veel van mijn oudere klanten moeten niets van skunk hebben" (Smit, 28 mei 1994, p. 26). De laatste jaren hebben er verschuivingen plaatsgevonden met betrekking tot de gebruikersgroep, de wijze van gebruik en het produkt zelf. De verkoop van cannabisprodukten via koffieshops geeft de consument meer garanties met betrekking tot de kwaliteit van het produkt, dan verkoop via huis- en straatdealers. Opvallend is dat Nederwiet inmiddels de helft van de markt bezet. Dit heeft te maken met de verbetering van de kwaliteit en beperking van de risico's voor de inkoper. Gedoogbeleid: stilte voor de storm? Er is de geïnterviewden gevraagd of zij iets merken van het beleid ten aanzien van koffieshops 17. Meer dan de helft van de geïnterviewden merkt daar op dat moment (april-juni 1993) weinig van. Deze geïnterviewden zeggen geen last te hebben van de politie, die toeziet op de naleving van het beleid. Het is vrij rustig geweest rondom koffieshops in de voorafgaande periode. Anderen merken wel iets van het beleid en menen dat het beleid voelbaar wordt aangescherpt. Echt last van de politie hebben deze geïnterviewden ook niet. "De politie controleert weer vaker". "Stilte voor de storm". Zowel degenen die niets van het beleid zeggen te merken als degenen die wel iets merken menen dat het beleid onduidelijk is: "Het is nog steeds illegaal, je kunt niet je gang gaan". Het al dan niet waarnemen van beleid sluit aan bij de vraag of de geïnterviewden last hebben van politieke onduidelijkheid omtrent de handel en het gebruik van cannabis. Machteloosheid en verwarring zijn de termen, waarmee meer dan de helft van de geïnterviewden politieke onduidelijkheid associëren. Uit de antwoorden blijkt verder dat de politiek door vrijwel alle geïnterviewden als een `ver van mijn bed show' wordt ervaren: zij worden niet bij beleidsmaatregelen betrokken en hebben niet het idee dat hun mening van belang is in politieke beslissingen met betrekking tot het drugsbeleid. 15 In een theehuiskoffieshop komen voornamelijk Marokkaanse en Turkse mannen, die over het algemeen alleen maar hasj roken. In een gespecialiseerde koffieshop komen vooral ervaren blowers en is het aanbod van hennepprodukten zeer uitgebreid (zie: Cannabis in Utrecht, deel 1). 16 Skunk is de naam van een weedsoort, die afkomstig is uit Californië. De skunk is in de jaren zestig ontwikkeld uit de cannabissoorten Sativa en Indica en in Nederland `doorgekweekt' tot varianten met een buitengewoon hoog gehalte aan THC" (Smit, 28 mei 1994, p. 27). Skunk is inmiddels de meest verbouwde en bekende Nederwiet. 17 Ook hierbij moet worden aangemerkt dat de interviews in het voorjaar van 1993 hebben plaatsgevonden. In september 1993 heeft de gemeente Utrecht het beleid ten aanzien van koffieshops gewijzigd. In het hoofdstuk `Recente ontwikkelingen' wordt ingegaan op merkbare veranderingen voor de exploitanten na de wijziging van het beleid. 12

16 13

17 "Het is gewoon afwachten wat ze beslissen". "Het is een rommelig beleid". Vrijwel alle geïnterviewden die last hebben van politieke onduidelijkheid spreken zich positief uit ten opzichte van veranderingen in het beleid 18. Naast politieke onduidelijkheid worden ook andere nadelen van de huidige gedoogsituatie genoemd. Ook hier wordt duidelijk dat de positie van koffieshopexploitanten als onzeker en onrechtvaardig ervaren wordt: "Je hebt alleen plichten, geen rechten". "Inboedelverzekering is bijna niet mogelijk". "Onduidelijkheid op fiscaal gebied". "Je zaak kan zo dicht gegooid worden". "Je weet niet waar je aan toe bent". "We krijgen alleen negatieve publiciteit". "We worden als crimineel beschouwd". Uit het voorafgaande rijtje spreekt de ontevredenheid over het gevoerde gedoogbeleid en blijkt dat een groot deel van de geïnterviewden zich gediscrimineerd voelt. Er wordt gezegd dat de regering het probleem niet durft aan te pakken en dat er duidelijke regels moeten komen. Er zijn overigens ook positieve geluiden over het beleid vernomen. Het feit dat de meeste koffieshops over het algemeen met rust gelaten worden en er een gedoogbeleid is, wordt - met het oog op de situatie in andere Nederlandse gemeenten en andere landen - als positief ervaren. Een aantal geïnterviewden zegt in het bezit te zijn van een koffieshopvergunning. Hiermee wordt gedoeld op de verkregen horeca-exploitatievergunning 19, dat wil zeggen de vergunning om nonalcoholische dranken te schenken. Het al dan niet verkrijgen van een exploitatie-vergunnning hangt samen met het bestemmingsplan voor een bepaalde lokatie. In geen enkele Utrechtse koffieshop worden alcoholische dranken geschonken. Enkele geïnterviewden hebben een vergunning voor een gokkast 20. Alhoewel sommige geïnterviewden menen op grond van deze vergunningen hun positie als koffieshopexploitant veilig te kunnen stellen, hebben zij officieel geen status zolang het gedoogbeleid in Nederland geldt. Een gemeente kan juridisch gezien geen vergunningen verlenen voor de exploitatie van een koffieshop. Vrijwel alle geïnterviewden zeggen inkomstenbelasting te betalen. Ook bij deze vraag wordt door geïnterviewden aangegeven, dat zij hopen hiermee hun positie als koffieshopexploitant veilig te stellen. Uit de motieven om inkomstenbelasting te betalen blijkt dat koffieshopexploitanten niet als een aparte groep behandeld willen worden, maar als `normale', eerlijke ondernemers, die net als iedereen belasting betalen. Meestal gaat het hier om inkomstenbelasting over de verkochte drank, maar sommigen zeggen ook inkomstenbelasting te betalen over de verkoop van cannabisprodukten. Dat heet dan inkomsten uit derden. Omdat de verkoop van cannabisprodukten officieel niet bestaat, hoeft er geen BTW over betaald te worden. De helft van de geïnterviewden zou dat wel willen: "Waarom niet? Iedereen betaalt!". "Het geeft meer rechten en zekerheid". "De gebruiker betaalt, niet de verkoper". 18 Uit het leeronderzoek blijkt verder, dat het merendeel van de respondenten die niets merken van het beleid, wél veranderingen in het beleid willen aanbrengen. In de paragraaf `Toekomstvisie' wordt besproken welke beleidsveranderingen zij voor ogen hebben. 19 Er bestaat in Utrecht geen vergunning die specifiek gericht is op het beheren van een koffieshop. 20 De interviews zijn in het voorjaar van 1993 afgenomen. Enige tijd later is in Utrecht een nieuw beleid voor kansspelautomaten ingevoerd, dat onder andere een verbod op gokkasten in koffieshops inhoudt. (Zie ook: Fris, M. e.a. "Friet zonder fruit.") 14

18 De geïnterviewden die het betalen van BTW over hun produkten niet zo nodig vinden, wijzen vooral op de onmogelijkheid hiervan, zolang de inkoop niet gelegaliseerd is: "Je krijgt immers geen BTW-bonnetje bij de afnemer". De geïnterviewden geven aan allerlei pogingen te ondernemen om van het `criminele' imago af te komen. Meer dan de helft van de respondenten zegt niets te merken van het beleid ten aanzien van koffieshops. Het merendeel van de exploitanten voelt zich niet betrokken bij beleidsmaatregelen en 60% van de respondenten heeft last van de politieke onduidelijkheid ten aanzien van koffieshops. Geringe inmenging van overheden wordt als positief ervaren. Koffieshopexploitanten trachten hun positie veilig te stellen door het aanvragen van vergunningen, het betalen van inkomstenbelasting en het betalen van BTW over andere verkochte produkten (drank en versnaperingen). De gedoogregels Repressief optreden door bestuur en openbaar ministerie zal plaatsvinden indien: * sprake is van ontoelaatbare affichering, uitstallen, etc., waardoor men ongewild met de handel in soft drugs geconfronteerd wordt * geconstateerd wordt, dat in of vanuit het verkooppunt handel in hard drugs plaatsvindt * de openbare orde in de omgeving van het verkooppunt wordt aangetast, bijvoorbeeld door criminele activiteiten als heling, geweldsdelicten, of wapenbezit * geconstateerd wordt, dat in of vanuit het verkooppunt verkoop van soft drugs plaatsvindt aan personen jonger dan 16 jaar * het woon-, leef-, of winkelklimaat in de omgeving wordt aangetast door geluidsoverlast, sociale onveiligheid of verkeersoverlast AHOJ-criteria voor koffieshops in Utrecht per 1 oktober 1993 (Uit: Beleid ten aanzien van verkooppunten van soft drugs, nr A.Z., Utrecht, september 1993). In Nederland zijn speciale regels opgesteld waaraan koffieshopexploitanten zich moeten houden. Deze regels zijn gebundeld in het zogenaamde AHOJ-G beleid 21. Ten tijde van het onderzoek worden de verschillende punten van dit beleid door afzonderlijke gemeenten op uiteenlopende wijze uitgelegd. Met name de G levert tot op heden problemen op, omdat hierin alleen bepaald is hoeveel er per keer aan een klant verkocht mag worden. Het is voor de meeste exploitanten vrij onduidelijk hoeveel zij nu zelf in bezit mogen hebben. Er is geen hoeveelheid op papier vastgelegd, omdat dit een vorm van legalisatie zou zijn. Met andere woorden, er is (nog) geen eenduidige regeling, dus dit kan per gemeente verschillen. In Zwolle mag een koffieshopexploitant bijvoorbeeld één kilo in bezit hebben. In Amsterdam is er nog helemaal geen richtlijn. Dat betekent dat een koffieshopexploitant, net als zijn klanten, niet meer dan 30 gram in bezit mag hebben. In Bergen op Zoom wordt een richtlijn van drie ons gehanteerd. Een Amsterdamse koffieshopexploitant is door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en een geldboete van vierduizend gulden, omdat hij negenhonderd gram in voorraad had (NRC, 27 oktober 1994). In Utrecht wordt het AHOJ-beleid als volgt omschreven: 21 Het Nederlandse AHOJ-G beleid staat voor: A= geen Affichering (openlijke reclame), H= geen Hard drugs, O= geen Overlast, J= geen verkoop aan Jeugdigen (dit wordt verschillend uitgelegd door gemeenten: in de ene gemeente wordt een leeftijdsgrens van 18 jaar gehanteerd, in de andere gemeente een leeftijdsgrens van 16 jaar) en G= groothandelsverbod (niet meer dan 30 gram per klant). Bij overtreding van een dezer regels loopt de shop kans op sancties van de politie. In 1995 hebben De Bruin e.a. onderzoek gedaan naar recente ontwikkelingen in een honderdtal gemeenten. 15

19 De geïnterviewden is gevraagd in hoeverre het een probleem oplevert om zich aan de verschillende punten van dit beleid te houden. * Affichering: Hoewel koffieshops geen reclame mogen maken voor hun produkt, wordt er op indirecte wijze wel reclame gemaakt voor de koffieshop. Zo wordt er bijvoorbeeld geadverteerd in het tijdschrift `Highlife' 22 en het maandblad `Soft Secrets' 23 en kunnen er in sommige koffieshops artikelen gekocht worden, zoals aanstekers, T-shirts en dergelijke, met de naam van de koffieshop. Verder is aan de buitenkant vrijwel altijd te zien (aan raamschilderingen en andere decoraties), dat de betreffende zaak een koffieshop is. Er bestaat veel onduidelijkheid over deze regel. Mag een weedblad op het raam nou wel of niet? Zo ja, hoe groot mag dat weedblad dan zijn? * Hard drugs: De meeste geïnterviewden spreken zich fel uit tegen de handel in hard drugs. Eén koffieshop zegt wel dat er voor zijn deur in hard drugs gedeald wordt en een ander weigert hard drugdealers en -gebruikers niet bij voorbaat, zolang het dealen en gebruiken niet in zijn zaak gebeurt. * Overlast: Veel geïnterviewden zeggen zelf op te letten of er geen overlast veroorzaakt wordt, bijvoorbeeld door klanten niet voor de deur rond te laten hangen. Ander vormen van overlast, zoals `visuele' overlast (waarbij omwonenden zich irriteren aan het soort publiek dat een koffieshop naar zich toetrekt) zijn moeilijker te voorkomen. * Jeugd: Hoewel landelijk de leeftijdsgrens op 18 jaar is vastgesteld, wordt in Utrecht een leeftijdsgrens van 16 jaar gehanteerd. In sommige koffieshops heeft de politie geadviseerd om een leeftijdsgrens van 18 jaar te hanteren. Dit brengt nogal wat onduidelijkheden met zich mee. Sommige koffieshops hebben bijvoorbeeld wel bordjes opgehangen dat de minimum leeftijd 18 jaar is, maar gebruiken dit meer als afschrikmiddel voor heel jonge gasten. In praktijk hanteren zij een minimum leeftijd van 16 jaar. Enkele geïnterviewden menen dat de verantwoordelijkheid bij de klant zelf ligt. * Groothandelsverbod: Dit punt was niet in de vragenlijst opgenomen. Zoals eerder duidelijk is geworden kunnen koffieshopexploitanten niet per gram inkopen, maar gaat dit altijd in grotere hoeveelheden, die ergens opgeslagen moeten worden. Bovendien willen zij hun klanten toch enige continuïteit garanderen wat betreft het aanbod. Exploitanten lossen dit op door op verschillende plekken voorraden aan te leggen. Daarnaast blijft onduidelijk wat cannabisprodukten zijn: Zijn dat alleen de toppen of hele planten? Afgelopen jaar heeft een Utrechtse koffieshop onenigheid gehad met de politie over de status van de gevonden cannabisprodukten. De politie sprak over een vangst van 34 kilo hasj, terwijl de stichting die de koffieshop beheerde, beweerde dat er 31 kilo aan restanten van cannabisplanten gevonden waren. "Dat afval was aan de stichting ter beschikking gesteld voor het bereiden van `space-cake', cake met twee gram hasj per plak" (Utrechts Nieuwsblad, 6 oktober 1993). Ook is er geen tijdslimiet verbonden aan de 30 gram per klant per keer. Dit betekent dat eenzelfde klant in principe meerdere malen op een dag 30 gram per keer kan komen kopen. Al met al blijft dit een vaag terrein, waar koffieshopexploitanten meer duidelijkheid in wensen te krijgen. In de meeste koffieshops hangen bordjes waarop bovenstaande regels (of een aantal ervan) te lezen zijn. Dit is geen garantie voor het naleven van de gedoogregels. Dit blijkt bijvoorbeeld uit een opmerking van één van de geïnterviewden: "Als je op een plek zit met veel klanten is het gemakkelijker om je aan het AHOJ-G beleid te houden: zit je op een plek waar je weinig klanten krijgt, dan ben je blij dat je een klant hebt en zul je de grens van minderjarigen makkelijker overtreden of meer dan 30 gram aan één iemand verkopen". 22 Highlife is een tijdschrift voor iedereen die geïnteresseerd is in cannabis. Highlife is een uitgave van uitgeverij Discover te Schijndel en verschijnt zes keer per jaar. 23 Soft Secrets is `dé krant voor growend en blowend Nederland'. Soft Secrets is aanvankelijk begonnen als knipselkrant, maar inmiddels uitgebreid met verhalen en artikelen van lezers en de redactie. Soft Secrets wordt maandelijks uitgegeven door Stichting Soft Secrets te Amsterdam. 16

20 Er bestaan veel onduidelijkheden bij Nederlandse gemeenten over de interpretatie van de gedoogregels, die gebundeld zijn in het AHOJ-G beleid. In Utrecht werd bijvoorbeeld een leeftijdsgrens van zestien jaar gehanteerd, terwijl de landelijke norm achttien jaar is. Andere gedoogregels, zoals het verbod op affichering, overlast en groothandel zijn zo algemeen gesteld dat voor exploitanten niet duidelijk is waar zij zich aan moeten houden. Legalisering? Op de vraag wat er zal gebeuren als cannabisprodukten gelegaliseerd worden, hebben de geïnterviewden zeer uiteenlopende antwoorden gegeven. Dit komt voornamelijk doordat de term `legalisering' ruim geïnterpreteerd kan worden. Betekent legalisering: vrijgeven of juist aan strengere regels binden? Is de stuff dan ook gemakkelijker te kopen, of alleen in voorverpakte hoeveelheden? Een veel voorkomend antwoord is dat de handel inelkaar stort en de kleine koffieshop het verliest. De anderen menen dat het beter is voor de klant, omdat er dan betere controle komt en de `rotte appels' onder koffieshops eruit gehaald kunnen worden. Een vergunningenstelsel? Bijna driekwart van de geïnterviewden staat positief tegenover een vergunningenstelsel. Redenen die hiervoor aangedragen worden zijn terug te voeren op de behoefte aan meer zekerheid en meer duidelijkheid over hun positie. De meeste geïnterviewden willen van het criminele imago af, zodat zij ook de rechten en plichten verwerven, waarop iedere Nederlandse ingezetene aanspraak kan maken. Daarnaast hopen ze dat het werken binnen een vergunningenstelsel zal leiden tot een betere en stabielere kwaliteit van de cannabisprodukten. De geïnterviewden die een vergunningenstelsel niet nodig achten, zijn van mening dat hun situatie er niet beter op zal worden. Zij zijn tevreden met de situatie zoals die nu is en vrezen dat gemeenten en overheden teveel bemoeienis zullen krijgen, als er een vergunningenstelsel komt. Hier komt wederom de `vrije jongens' mentaliteit naar voren: "De overheid moet zich er zo weinig mogelijk mee bemoeien". "Wat voor rechten zou je kunnen krijgen?" "Ik ben bang voor vriendjespolitiek". "Je moet je nu al aan regels houden". De positief-gestemden noemen het AHOJ-G beleid als uitgangspunt voor een vergunningenstelsel. Hierbij wordt vooral controle op de handel in hard drugs belangrijk gevonden. Daarnaast wordt kwaliteit genoemd als criterium, waarop men vergunningen zou kunnen verstrekken. Opvallend is dat de geïnterviewden die wel eens een inval hebben meegemaakt, vrijwel allemaal positief tegenover een vergunningenstelsel staan. Een bond? Gezien het huidige tweeslachtige beleid en de geringe mate waarin koffieshopexploitanten bij de beleidsvorming ten aanzien van koffieshops betrokken worden, is aan de geïnterviewden gevraagd of zij behoefte hebben aan een bond die de belangen van koffieshophouders kan behartigen. Deze vraag is door eenderde van de geïnterviewden (onder voorbehoud) positief beantwoord. De fictieve bond zal aan een aantal voorwaarden moeten voldoen: de steun moet ten goede komen aan bonafide exploitanten. Als belangrijkste functies van de bond noemt men het opkomen voor gezamenlijke belangen en indien nodig het in verweer komen tegen beslissingen van de overheid. Daarentegen gelooft bijna driekwart van de geïnterviewden niet in een bond. De uitspraken die zij hierover doen geven ondubbelzinnig aan, hoe weinig vertrouwen er tussen de verschillende koffieshopexploitanten onderling bestaat: "Het trekt misschien de verkeerde mensen aan". "Ik doe het liever zelf (ik wil het liever kleinschalig houden)". "Dit kan tot monopolieposities en kartelvorming leiden". "Je kunt beter een goede advocaat nemen". "Een bond is te ingewikkeld". 17

Onderzoek burgerinitiatief. Tevredenheid van indieners

Onderzoek burgerinitiatief. Tevredenheid van indieners Onderzoek burgerinitiatief Tevredenheid van indieners In opdracht van: De Raadsgriffier Uitgevoerd door: Team Beleidsonderzoek en Informatiemanagement Gemeente Purmerend Denise Floris Bert Mentink April

Nadere informatie

1. De vestiging van coffeeshops wordt gedoogd indien de coffeeshop voldoet aan de volgende vestigingscriteria:

1. De vestiging van coffeeshops wordt gedoogd indien de coffeeshop voldoet aan de volgende vestigingscriteria: Casenummer 10G200903 Registratienr. 365938 / 365938 Coffeeshop beleid. Artikel 1: definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: 1. harddrugs: middelen vermeld op lijst I en lijst II behorend bij

Nadere informatie

IBG en GBA Een gevaarlijk koppel

IBG en GBA Een gevaarlijk koppel IBG en GBA Een gevaarlijk koppel Een onderzoek naar de gevolgen van koppeling van de bestanden van de Informatie Beheer Groep en de Gemeentelijke Basis Administratie Wetenschappelijk bureau ASVA OBAS Maart

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân. Datum: 24 mei 2011. Rapportnummer: 2011/155

Rapport. Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân. Datum: 24 mei 2011. Rapportnummer: 2011/155 Rapport Rapport over een klacht over het college van burgemeester en wethouders van Skarsterlân. Datum: 24 mei 2011 Rapportnummer: 2011/155 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat zij oneerlijke concurrentie

Nadere informatie

4. SAMENVATTING. 4.1 Opzet onderzoek

4. SAMENVATTING. 4.1 Opzet onderzoek 4. SAMENVATTING Op 7 mei 2002 is in het Staatsblad 2002 nummer 201 de gewijzigde Tabakswet gepubliceerd. Naar aanleiding hiervan wil de Keuringsdienst van Waren goed inzicht in de naleving van het onderdeel

Nadere informatie

Coffeeshop. Onderzoeksresultaten TIPHorstaandeMaas.nl. 1 Als je denkt aan coffeeshops. Waar denk je dan aan? (Zie alle antwoorden in de bijlage)

Coffeeshop. Onderzoeksresultaten TIPHorstaandeMaas.nl. 1 Als je denkt aan coffeeshops. Waar denk je dan aan? (Zie alle antwoorden in de bijlage) Coffeeshop Onderzoeksresultaten TIPHorstaandeMaas.nl 1 Als je denkt aan coffeeshops. Waar denk je dan aan? (Zie alle antwoorden in de bijlage) 1 120,0% 100,0% 80,0% 2 Heb jij de afgelopen maanden cannabis

Nadere informatie

Cannabis in Utrecht. deel 1 Van Koffieshop tot Hennepwinkel. Sociale functies van koffieshops. (2 e gewijzigde druk) drs. N.

Cannabis in Utrecht. deel 1 Van Koffieshop tot Hennepwinkel. Sociale functies van koffieshops. (2 e gewijzigde druk) drs. N. Cannabis in Utrecht deel 1 Van Koffieshop tot Hennepwinkel Sociale functies van koffieshops (2 e gewijzigde druk) Tot stand gekomen met subsidie van: Stimuleringsfonds Maatschappelijke Aandachtsgebieden

Nadere informatie

Evaluatie veilig uitgaan

Evaluatie veilig uitgaan Evaluatie veilig uitgaan Gemeente Amersfoort Dorien de Bruijn, Ben van de Burgwal 5 december 2014 Ruim 90% van het ondervraagde uitgaanspubliek voelt zich altijd of meestal veilig tijdens het uitgaan in

Nadere informatie

Het transparanter en overzichtelijker maken van de markt van mobiele data oplossingen

Het transparanter en overzichtelijker maken van de markt van mobiele data oplossingen Het transparanter en overzichtelijker maken van de markt van mobiele data oplossingen Het transparanter en overzichtelijker maken van de markt van mobiele data oplossingen WishUmobile Wijnhaven 17 3011

Nadere informatie

Coffeeshop in de buurt

Coffeeshop in de buurt Coffeeshop in de buurt De herhalingsmeting: ervaringen van direct omwonenden in 2013 Dordrecht telt van oudsher acht coffeeshops gelegen in de Binnenstad. De gemeente Dordrecht zet zich in om overlast

Nadere informatie

Buurtenquête hostel Leidsche Maan

Buurtenquête hostel Leidsche Maan Buurtenquête hostel Leidsche Maan tussenmeting 2013 Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht (GG&GD) DIMENSUS beleidsonderzoek April 2013 Projectnummer 527 Inhoud Samenvatting 3 Inleiding

Nadere informatie

Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers

Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers Evaluatie Back to Basics: De Nieuwe Koers nderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Goirle DIMENSUS beleidsonderzoek April 2012 Projectnummer 488 Het onderzoek De gemeente Goirle is eind april 2010

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, drs. M.J. van Rijn

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, drs. M.J. van Rijn Besluit houdende wijziging van lijst I, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing op deze lijst van hasjiesj en hennep met een gehalte aan tetrahydrocannabinol (THC) van 15 procent of meer. Daartoe

Nadere informatie

Verschillende methoden om mensen in groepen te ondervragen over hun wensen en behoeften worden in het kort nader toegelicht.

Verschillende methoden om mensen in groepen te ondervragen over hun wensen en behoeften worden in het kort nader toegelicht. Ken jouw leden Ken jouw leden Inleiding Om klantgericht (of: ledengericht) te kunnen werken, is het van belang te weten wat de leden wensen en willen. Het is dan wenselijk om als verenigingsbestuurder

Nadere informatie

Enquête Dienstverlening in het stadhuis

Enquête Dienstverlening in het stadhuis Enquête Dienstverlening in het stadhuis Enquête Dienstverlening in het stadhuis Colofon Titel:Enquête Dienstverlening in het stadhuis Opdrachtgever: Gemeente Velsen Opdrachtnemer: Marieke Galesloot Datum:

Nadere informatie

Nederlandse cannabisbeleid

Nederlandse cannabisbeleid Improving Mental Health by Sharing Knowledge Het Nederlandse cannabisbeleid & de volksgezondheid: oorsprong en ontwikkeling Margriet van Laar Hoofd programma Drug Monitoring CIROC Seminar Woensdag 7 maart,

Nadere informatie

Rapport nieuwe drank- en horecawet

Rapport nieuwe drank- en horecawet Rapport nieuwe drank- en horecawet Inhoud Voorwoord 3 Inleiding 4 Enquête 5 Bevindingen 5 Aanbevelingen 7 Vragenlijst enquête 8 1 Colofon Jongerenraad JONG Roosendaal Bloemenmarkt 12 4701 JB Roosendaal

Nadere informatie

De wietpas en het sociaal clubmodel

De wietpas en het sociaal clubmodel De wietpas en het sociaal clubmodel De wietpas en het sociaal clubmodel Meningen en verwachtingen van coffeeshopbezoekers in Utrecht Marije Wouters & Dirk J. Korf M.m.v. Shima Asadi, Cecilia Le & Sarsani

Nadere informatie

Een eigen bedrijf is leuk!

Een eigen bedrijf is leuk! M200815 Een eigen bedrijf is leuk! Ervaringen van starters uit de jaren 1998-2000 drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, december 2008 2 Een eigen bedrijf is leuk! Een eigen bedrijf geeft ondernemers

Nadere informatie

Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden

Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden Coffeeshop in de buurt Ervaringen van direct omwonenden De gemeente Dordrecht zet zich in om overlast in het algemeen, en van coffeeshops in het bijzonder, te verminderen. Dordrecht telt in totaal acht

Nadere informatie

Onderzoek Bedrijvenpanel: Gevolgen economische crisis

Onderzoek Bedrijvenpanel: Gevolgen economische crisis Versie definitief Datum 29 april 2010 1 (8) Onderzoek Bedrijvenpanel: Gevolgen economische crisis Auteur Tineke Brouwers Het derde onderzoek Op 30 maart 2010 kregen alle leden van het Bedrijvenpanel van

Nadere informatie

Rapport onderzoek Afgevaardigden

Rapport onderzoek Afgevaardigden 1. Inleiding Op 30 november 2012 (herinnering op 12 december) hebben 28 afgevaardigden en 1 oudafgevaardigde van Badminton Nederland een mailing ontvangen met daarin een link naar de enquête Afgevaardigden

Nadere informatie

Voel je thuis op straat!

Voel je thuis op straat! Voel je thuis op straat! 0-meting onder kinderen, jongeren en volwassenen in Bergen op Zoom Centrum Ron van Wonderen Nanne Boonstra Utrecht, september 2007 Verwey- Jonker Instituut 1 Samenvatting en conclusies

Nadere informatie

Resultaten internetpanel Dienst Regelingen

Resultaten internetpanel Dienst Regelingen Resultaten internetpanel Dienst Regelingen Nieuwsbrief over peiling 13: relatie met DR en tracking & tracing BTR Maart 2012 1. Inleiding Tussen 9 en 19 februari 2012 konden panelleden van het Internetpanel

Nadere informatie

NUL-BELEID COFFEESHOPS. Gemeente Bellingwedde

NUL-BELEID COFFEESHOPS. Gemeente Bellingwedde NUL-BELEID COFFEESHOPS Gemeente Bellingwedde 2014 Aanleiding In archiefstukken wordt aangegeven dat de gemeente Bellingwedde een nul-beleid hanteert voor coffeeshops. Echter is er in het archief geen raadsbesluit

Nadere informatie

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D.

M200802. Vrouwen aan de start. Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven. drs. A. Bruins drs. D. M200802 Vrouwen aan de start Een vergelijking tussen vrouwelijke en mannelijke starters en hun bedrijven drs. A. Bruins drs. D. Snel Zoetermeer, juni 2008 2 Vrouwen aan de start Vrouwen vinden het starten

Nadere informatie

FACTSHEET ALCOHOLVERKOOP AAN JONGEREN IN TWENTE E E R S T E M E T I N G

FACTSHEET ALCOHOLVERKOOP AAN JONGEREN IN TWENTE E E R S T E M E T I N G FACTSHEET ALCOHOLVERKOOP AAN JONGEREN IN TWENTE E E R S T E M E T I N G 1 FACTSHEET ALCOHOLVERKOOP AAN JONGEREN IN TWENTE E E R S T E M E T I N G N o v e m b e r 2 0 1 1 O N D E R Z O E K E R S : Dr. J

Nadere informatie

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg

Onderzoek klanttevredenheid Proces klachtbehandeling 2011... Antidiscriminatievoorziening Limburg Proces klachtbehandeling 2011................................................................... Antidiscriminatievoorziening Limburg Mei 2012...................................................................

Nadere informatie

Achtergrondinformatie opdracht 3, module 5, les 9

Achtergrondinformatie opdracht 3, module 5, les 9 Achtergrondinformatie opdracht 3, module 5, les 9 Roken alcohol en drugs Roken, alcohol en drugs zijn schrikbeelden voor veel ouders. Dit geldt voor allochtone ouders én Nederlandse ouders. Sommige kinderen

Nadere informatie

Rapportage straatinterviews. preventief fouilleren. in veiligheidsrisicogebied Hollands Spoor en omgeving. op 17 februari 2006

Rapportage straatinterviews. preventief fouilleren. in veiligheidsrisicogebied Hollands Spoor en omgeving. op 17 februari 2006 Rapportage straatinterviews preventief fouilleren in veiligheidsrisicogebied Hollands Spoor en omgeving op 17 februari 2006 21 februari 2006 WBK Marktonderzoek Postbus 64755 2506 CD Den Haag Tel: 070-3235292

Nadere informatie

Nationaal Studentenonderzoek 2008. Stageplaza.nl

Nationaal Studentenonderzoek 2008. Stageplaza.nl Nationaal Studentenonderzoek 2008 Stageplaza.nl Gepubliceerd door: S. Icke & B. Rooijendijk De Ruyterkade 106 II 1011 AB Amsterdam Tel : 020 422 33 22 Fax : 020 422 20 22 I : www.stageplaza.nl Maart 2008

Nadere informatie

Bedrijfsbezoek van ACM

Bedrijfsbezoek van ACM ACM op bezoek Bedrijfsbezoek van ACM De Autoriteit Consument & Markt is actief op veel verschillende terreinen: van het bestrijden van het niet naleven van de garantieregels door bedrijven tot het tegengaan

Nadere informatie

Enquête Telefonische dienstverlening

Enquête Telefonische dienstverlening Enquête Telefonische dienstverlening Enquête Telefonische dienstverlening Colofon Titel:Enquête Enquete Telefonische dienstverlening Opdrachtgever: Gemeente Velsen Opdrachtnemer: Marieke Galesloot Datum:

Nadere informatie

Onderzoek Ondernemerspanel: Actuele economische onderwerpen

Onderzoek Ondernemerspanel: Actuele economische onderwerpen Versie definitief Datum 8 oktober 2010 1 (8) Onderzoek Ondernemerspanel: Actuele economische onderwerpen Kleine bedrijven, ondernemersverenigingen, leegstand kantoren, parkmanagement en Bedrijfs Investerings

Nadere informatie

Starters zien door de wolken toch de zon

Starters zien door de wolken toch de zon M201206 Starters zien door de wolken toch de zon drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2012 Starters zien door de wolken toch de zon Enkele jaren nadat zij met een bedrijf zijn begonnen, en met enkele jaren financieel-economische

Nadere informatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie

Wijkaanpak. bekendheid, betrokkenheid en communicatie Afdeling Onderzoek & Statistiek Gemeente Deventer Karen Teunissen April 2006 Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Bekendheid en betrokkenheid 4 Samenvatting 8 Hoofdstuk 2 Communicatie 9 Samenvatting 12

Nadere informatie

Cannabis in Utrecht. deel 3. Stamgasten van koffieshops. Meningen en ervaringen van Utrechtse cannabisconsumenten die regelmatig koffieshops bezoeken

Cannabis in Utrecht. deel 3. Stamgasten van koffieshops. Meningen en ervaringen van Utrechtse cannabisconsumenten die regelmatig koffieshops bezoeken Cannabis in Utrecht deel 3 Stamgasten van koffieshops Meningen en ervaringen van Utrechtse cannabisconsumenten die regelmatig koffieshops bezoeken Tot stand gekomen met subsidie van: Stimuleringsfonds

Nadere informatie

De Nationale ombudsman zond verzoeksters brief ter behandeling als klacht door naar de Belastingdienst/Noord.

De Nationale ombudsman zond verzoeksters brief ter behandeling als klacht door naar de Belastingdienst/Noord. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster voldeed in de loop van 2007 aan de voorwaarden voor het opleggen van geautomatiseerde voorlopige aanslagen en werd daardoor binnen een tijdvak van zeven maanden geconfronteerd

Nadere informatie

Hasj en wiet zijn drugs. Dat heet blowen. In deze folder vind je:

Hasj en wiet zijn drugs. Dat heet blowen. In deze folder vind je: Je hebt vast wel eens van hasj of wiet gehoord. Hasj en wiet zijn drugs. Hasj en wiet worden meestal gerookt. Er wordt een soort sigaret gedraaid met tabak en hasj of wiet. Dat heet blowen. In deze folder

Nadere informatie

Zondagsopenstelling in Oud-West

Zondagsopenstelling in Oud-West Zondagsopenstelling in Oud-West Rapportage Project: 8131 In opdracht van: Stadsdeel Oud-West dr. Clemens Wenneker dr. Willem Bosveld Weesperstraat 79 Postbus 658 1018 VN Amsterdam 1000 AR Amsterdam Telefoon

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting Samenvatting (Summary in Dutch) Achtergrond Het millenniumdoel (2000-2015) Education for All (EFA, onderwijs voor alle kinderen) heeft in ontwikkelingslanden veel losgemaakt. Het

Nadere informatie

Hoofdstuk 6. Bezoek burgerzaken

Hoofdstuk 6. Bezoek burgerzaken Hoofdstuk 6. Bezoek burgerzaken Samenvatting Burgerzaken is op werkdagen dagelijks open van 8.30 tot 16.00 uur, donderdag doorlopend van 8.30 tot 20.00 uur en op zaterdagochtend. Voor de bezoekuren in

Nadere informatie

Onderzoek De keuzes in een keuzemenu

Onderzoek De keuzes in een keuzemenu Onderzoek De keuzes in een keuzemenu Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Voorwoord 3 1 Categorie Klantherkenning 4 1.1 Telefonisch keuzemenu 4 1.2 Spraakgestuurd 5 2 Categorie Attitude/Inrichting 6 2.1 Volgorde

Nadere informatie

Ondernemersdagvergunning

Ondernemersdagvergunning Ondernemersdagvergunning Stadsdeel West In opdracht van: Stadsdeel West Projectnummer: 14179 Foto: Eerste Helmersstraat, fotograaf Edwin van Eis (2010) drs. Rogier van der Groep dr. Esther Jakobs Bezoekadres:

Nadere informatie

Kennisdeling op internet tussen leraren in Kennisnet Vakcommunities. De belangrijkste resultaten. Management samenvatting

Kennisdeling op internet tussen leraren in Kennisnet Vakcommunities. De belangrijkste resultaten. Management samenvatting Kennisdeling op internet tussen leraren in Kennisnet Vakcommunities. De belangrijkste resultaten Uwe Matzat/Chris Snijders Technische Universiteit Eindhoven Management samenvatting De grote meerderheid

Nadere informatie

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers

KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers KOOPZONDAGEN De mening van burgers en ondernemers Opdrachtnemer: Bureau O&S Heerlen Opdrachtgever: Bureau Economie Januari 2013 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 3 2. Onderzoeksvragen 3 3. Onderzoeksopzet 3 4.

Nadere informatie

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B.

Rijswijk DE OCTROOIGEMACHTIGDEN telefoon 070-3905578 -------- fax 070-3905171 Beschikking A. - B. Postbus 3219, 2280 GE Rijswijk -------- Beschikking A. - B. 1.1 Bij brief van 6 juni 2000 heeft de heer A. (hierna A.) aan de Raad van Toezicht (hierna de Raad) verzocht om een oordeel te geven over een

Nadere informatie

Rapport naar aanleiding van een klacht over de politie-eenheid Den Haag. Publicatiedatum 9 september 2014 Rapportnummer 2014/098

Rapport naar aanleiding van een klacht over de politie-eenheid Den Haag. Publicatiedatum 9 september 2014 Rapportnummer 2014/098 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over de politie-eenheid Den Haag. Publicatiedatum 9 september 2014 Rapportnummer 2014/098 2014/098 de Nationale ombudsman 1/5 Gerard* is eigenaar van een

Nadere informatie

Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012

Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012 Gemeente Medemblik, Coffeeshopbeleid 2012 Vaststelling: 15 augustus 2012 Publicatie: 23 augustus 2012 Inwerkingtreding: 24 augustus 2012 Inhoud Samenvatting Inleiding 1. Nederlands drugsbeleid 2. Vormen

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

Wat je moet weten over hasj en wiet

Wat je moet weten over hasj en wiet Wat je moet weten over hasj en wiet 1 2 Je hebt vast wel eens van hasj of wiet gehoord. Hasj en wiet zijn drugs. Hasj en wiet worden meestal gerookt. Er wordt een soort sigaret gedraaid met tabak en hasj

Nadere informatie

Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens

Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens Toelichting Coffeeshops aan de Venlose grens Hay Janssen, fractievoorzitter PvdA Venlo 17 november 2008 Door het invoeren van een overlastverordening en een nieuw vergunningensysteem voor de vestiging

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld.

Verder klaagt verzoekster over de wijze waarop het UWV te Venlo haar klacht heeft behandeld. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een met naam genoemde verzekeringsarts van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen te Heerlen (UWV) bij het vaststellen van de belastbaarheid

Nadere informatie

iiitogiontant Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen \sf

iiitogiontant Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen \sf Resultaten uit de PPP-studies naar criminaliteit en criminaliteits preventie op bedrijventerreinen Een selectie naar ondernemingen uit het Midden- en Kleinbedrijf V. Sabee R.F.A. van den Bedem J.J.A. Essers

Nadere informatie

BURGERPANEL CAPELLE OVER WELSTANDSVRIJ BOUWEN

BURGERPANEL CAPELLE OVER WELSTANDSVRIJ BOUWEN BURGERPANEL CAPELLE OVER WELSTANDSVRIJ BOUWEN Gemeente Capelle aan den IJssel April 2016 www.ioresearch.nl COLOFON Uitgave I&O Research Piet Heinkade 55 1019 GM Amsterdam 020-3330670 Rapportnummer 2016

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Rommelen met je identiteit. Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren

Rommelen met je identiteit. Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren Rommelen met je identiteit Landelijk scholierenonderzoek naar de aard en de omvang van de falsificatie van legitimatiebewijzen door jongeren Utrecht, maart 2005 2 Rommelen met je identiteit Uitvoerder:

Nadere informatie

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER?

WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? WIE IS DE NIET-WESTERSE ALLOCHTONE GEVER? Amsterdam, november 2011 Auteur: Dr. Christine L. Carabain NCDO Telefoon (020) 5688 8764 Fax (020) 568 8787 E-mail: c.carabain@ncdo.nl 1 2 INHOUDSOPGAVE Samenvatting

Nadere informatie

HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN

HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN HET GEBRUIK VAN EN DE BEHOEFTE AAN KINDEROPVANG IN DE GEMEENTE NIJMEGEN - eindrapport - Drs. Janneke Stouten Dr. Marga de Weerd

Nadere informatie

Onderzoek Test website door het Stadspanel Helmond

Onderzoek Test website door het Stadspanel Helmond Onderzoek Test website door het Stadspanel Helmond In januari 2012 is de nieuwe gemeentelijke website de lucht ingegaan. Maanden van voorbereiding en tests gingen daaraan vooraf. Daarbij is bij de projectgroep

Nadere informatie

RvC-verslagen geven weinig inzicht

RvC-verslagen geven weinig inzicht RvC-verslagen geven weinig inzicht Erasmus Universiteit Rotterdam September 2010 Dr. Mijntje Lückerath-Rovers Drs. Margot Scheltema contact: luckerath@frg.eur.nl Het onderzoek Ondernemingen : Van 60 ondernemingen

Nadere informatie

Closing brothels is closing eyes

Closing brothels is closing eyes Closing brothels is closing eyes Utrechtse sekswerkers na de sluiting van het Zandpad Prof. Dr. Dina Siegel (UU) i.s.m. Prof. Dr. Henk van de Bunt (EUR); Dr. Brenda Oude Breuil (UU); Marjolein Goderie

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Bureau Wbtv 2015

Klanttevredenheidsonderzoek Bureau Wbtv 2015 Klanttevredenheidsonderzoek Bureau Wbtv 1 Juni 1 Doel van het onderzoek is het verkrijgen van inzicht in de huidige mate van tevredenheid van tolken en vertalers, afnemers van tolk- en vertaaldiensten

Nadere informatie

Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs

Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs Sanctiebeschikking Kenmerk: 617550/621489 Betreft: Verkoop van boeken in afwijking van de vaste prijs Sanctiebeschikking van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 6, eerste

Nadere informatie

Evaluatierapport. Workshop. Bewust en positief omgaan met ADHD. Universiteit van Tilburg Forensische psychologie. 23 april 2010

Evaluatierapport. Workshop. Bewust en positief omgaan met ADHD. Universiteit van Tilburg Forensische psychologie. 23 april 2010 Evaluatierapport Workshop Bewust en positief omgaan met ADHD Universiteit van Tilburg Forensische psychologie 23 april 2010 Drs. Arno de Poorter (workshopleider) Drs. Anne van Hees (schrijver evaluatierapport)

Nadere informatie

GfK 2012 AFM Consumentenmonitor December 2012 1

GfK 2012 AFM Consumentenmonitor December 2012 1 GfK 2012 AFM Consumentenmonitor December 2012 1 Inhoudsopgave 1. Management Summary 2. Onderzoeksresultaten in detail Type beleggingsverzekering en wijze van afsluiten Kennis van- en informatie over de

Nadere informatie

SAMENVATTING. 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO

SAMENVATTING. 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO SAMENVATTING 104771 - Klacht over medewerking aan AMK-onderzoek; PO Een vader klaagt dat de IB'er zonder indicatie en overleg onjuiste informatie heeft verschaft aan het AMK en aan de logopedist en de

Nadere informatie

Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies

Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies Wat Vraagt de Klant Samenvatting en conclusies Het onderzoek in het kort In opdracht van de Stuurgroep Arbeidsadviseur heeft TNO onderzoek verricht naar de informatie- en adviesbehoefte van (potentiële)

Nadere informatie

De bezwaarprocedure van de gemeente Helmond

De bezwaarprocedure van de gemeente Helmond U bent het niet eens met ons besluit! De bezwaarprocedure van de gemeente Helmond juli 2013 Als u het niet eens bent met ons besluit... Wij nemen regelmatig besluiten die betrekking hebben op u. Dat kan

Nadere informatie

De wietpas en het sociaal clubmodel

De wietpas en het sociaal clubmodel Dewietpasenhetsociaalclubmodel Dewietpasenhetsociaalclubmodel MeningenenverwachtingenvancoffeeshopbezoekersinUtrecht MarijeWouters&DirkJ.Korf M.m.v.ShimaAsadi,CeciliaLe&SarsaniSchenk DitonderzoekisuitgevoerdinopdrachtvandeGG&GDvandegemeenteUtrecht.

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

Het bestuurlijk netwerk: conclusies en aanbevelingen.

Het bestuurlijk netwerk: conclusies en aanbevelingen. Het bestuurlijk netwerk: conclusies en aanbevelingen. 1. Inleiding. Om goede resultaten te kunnen boeken, werkt de gemeente samen met burgers, bedrijven en instellingen in een bestuurlijk netwerk. Een

Nadere informatie

Ontslaggolf op komst. Resultaten december 2008

Ontslaggolf op komst. Resultaten december 2008 Resultaten december 2008 Ontslaggolf op komst Foto Carel Richel De Nederlandse autodealers maken zich op voor een uitzonderlijk zwaar jaar. De verkopen nieuw blijven achter, de occasionmarkt is ingestort

Nadere informatie

EVALUATIE NIEUWE WEBPAGINA SCHULDHULPVERLENING Vindbaarheid en kwaliteit van de informatie

EVALUATIE NIEUWE WEBPAGINA SCHULDHULPVERLENING Vindbaarheid en kwaliteit van de informatie EVALUATIE NIEUWE WEBPAGINA SCHULDHULPVERLENING Vindbaarheid en kwaliteit van de informatie Onderzoek en Statistiek De diensten die de gemeente Helmond aanbiedt in het kader van schulddienstverlening zijn

Nadere informatie

Stichting Dichterbij unit Sterk voor Werk

Stichting Dichterbij unit Sterk voor Werk RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013 BLIK op WERK KEURMERK 1 Inhoudsopgave 2 Bevindingen 2.1 Algemeen 2.2 Voortraject inzicht in aanpak 2.3 Uitvoering 2.4 Begeleiding 2.5 Afronding 2.6 Communicatie en bereikbaarheid

Nadere informatie

Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder : drs. J.H.A. van Oostrum Meer informatie bij : A.Holl Telefoon : 0545 250396

Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder : drs. J.H.A. van Oostrum Meer informatie bij : A.Holl Telefoon : 0545 250396 Zaaknummer : 65344 Raadsvergaderin : 2 december 2014 Agendapunt : g Commissie : Bestuur Onderwerp : Informerende nota coffeeshop Collegevergadering : 14 oktober 2014 Agendapunt : 9 Portefeuillehouder :

Nadere informatie

Wat motiveert u in uw werk?

Wat motiveert u in uw werk? Wat motiveert u in uw werk? Begin dit jaar heeft u kunnen deelnemen aan een online onderzoek naar de motivatie en werktevredenheid van actuarieel geschoolden. In dit artikel worden de resultaten aan u

Nadere informatie

Interview protocol (NL)

Interview protocol (NL) Interview protocol (NL) Protocol telefoongesprek slachtoffers Goedemorgen/middag, u spreekt met (naam) van de Universiteit van Tilburg. Wij zijn op dit moment bezig met een onderzoek naar straat- en contactverboden

Nadere informatie

Openingstijden Stadswinkels 2008

Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 Openingstijden Stadswinkels 2008 René van Duin & Maaike Dujardin Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) december 2008 In opdracht van Publiekszaken afdeling Beleid

Nadere informatie

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden

Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Evaluatie hinder bij wegwerkzaamheden Projectnummer: 10203 In opdracht van: Dienst Infrastructuur, Verkeer en Vervoer drs. Merijn Heijnen dr. Willem Bosveld Oudezijds Voorburgwal 300 Postbus 658 1012 GL

Nadere informatie

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING

trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING trntrtrtr V td L O\'ERLASTMETINGEN IN DE GRAVII\TNESTEEG EN OMGEVING : COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: St. Jansstraat

Nadere informatie

de vraag naar wiet zal blijven

de vraag naar wiet zal blijven secondant #3/4 juli-augustus 2011 17 interview Nicole Maalsté, onderzoeker Universiteit Tilburg over het coffeeshopbeleid: de vraag naar wiet zal blijven Als het kabinet de huidige cannabisoverlast effectief

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Cannabis in Utrecht. deel 4. Buurten bij de koffieshop. Overlast-ervaringen van omwonenden. drs. R.V. Braam

Cannabis in Utrecht. deel 4. Buurten bij de koffieshop. Overlast-ervaringen van omwonenden. drs. R.V. Braam Cannabis in Utrecht deel 4 Buurten bij de koffieshop Overlast-ervaringen van omwonenden Tot stand gekomen met subsidie van: Stimuleringsfonds Maatschappelijke Aandachtsgebieden drs. R.V. Braam Centrum

Nadere informatie

Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen

Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen Casus: Alcoholverkoop aan jongeren Lesbrief en vragen Bij deze opgave horen informatiebronnen 1 en 2. In informatiebron 1 zijn enkele overzichten opgenomen over het gebruik van alcohol onder scholieren

Nadere informatie

Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject

Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Succesvolle toepassing van 360 graden feedback: De keuze van het 360 instrument en de voorbereiding op het 360 traject Augustus 2011 Waar werknemers onderdeel zijn van een organisatie, wordt beoordeeld.

Nadere informatie

Waar winkelen de inwoners van de gemeente Ede? Een onderzoek op basis van 304 winkelmomenten

Waar winkelen de inwoners van de gemeente Ede? Een onderzoek op basis van 304 winkelmomenten Waar winkelen de inwoners van de gemeente? Een onderzoek op basis van 304 winkelmomenten In opdracht van de SGP Door Studentenpool Bestuurlijke Bedrijfskunde Academie Mens & Organisatie Christelijke Hogeschool

Nadere informatie

E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN?

E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN? E - STEMMEN: LAAT JIJ JE ONLINE STEM GELDEN? Evaluatie-onderzoek van het online stemmen Een kwantitatief onderzoek naar het stemmen via internet van burger@overheid. Uitgevoerd door NetPanel in samenwerking

Nadere informatie

Contractvormen in de curatieve GGZ

Contractvormen in de curatieve GGZ 1 Contractvormen in de curatieve GGZ Drs. Marja Appelman Jan Sonneveld, MSc Drs. Johan Visser Mr. Mirjam de Bruin SiRM Strategies in Regulated Markets Nieuwe Uitleg 24 2514 BR Den Haag Den Haag, 26 februari

Nadere informatie

Enquête Hengstdal: Lijsterbesstraat & Ahornstraat

Enquête Hengstdal: Lijsterbesstraat & Ahornstraat Enquête Hengstdal: Lijsterbesstraat & Ahornstraat SP Afdeling Nijmegen juli 2015 SP afdeling Nijmegen, Molenweg 95, 6543 VA Nijmegen T (024) 322 93 88 F (024) 322 93 88 E nijmegen@sp.nl I www.nijmegen.sp.nl

Nadere informatie

Gezondheid, Welzijn & Technologie

Gezondheid, Welzijn & Technologie Kenniscentrum Gezondheid, Welzijn & Technologie Wmo werkplaats Twente, fase 2 Praktijk 2: Bundeling van diensten op het gebied van welzijn, informele zorg en formele zorg Toegang tot de Wmo Evaluatierapport

Nadere informatie

ONTWERP-RAADSVOORSTEL VAN BenW AAN DE RAAD VOOR 14 juli 2011

ONTWERP-RAADSVOORSTEL VAN BenW AAN DE RAAD VOOR 14 juli 2011 1 ONTWERP-RAADSVOORSTEL VAN BenW AAN DE RAAD VOOR 14 juli 2011 OPSTELLER VOORSTEL: AFDELING: PORTEFEUILLEHOUDER: G. Snapper FJZ/AJZ M.C.M. Waanders Agendapunt: No. /'11 Dokkum, 27 mei 2011 ONDERWERP: Sluitingstijden

Nadere informatie

INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE

INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE INTERNATIONAL STANDARD ON AUDITING 560 GEBEURTENISSEN NA DE EINDDATUM VAN DE PERIODE INHOUDSOPGAVE Paragraaf Inleiding... 1-3 Definities... 4 Gebeurtenissen die zich vóór de datum van de controleverklaring

Nadere informatie

Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie

Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie Helder zicht: meet het verandervermogen van uw organisatie Zou het niet heerlijk zijn als: veranderingen soepeler verlopen, medewerkers er minder weerstand tegen hebben, projecten eerder klaar zijn en

Nadere informatie

Resultaten vrijwilligerstevredenheidsonderzoek SZMK 2013

Resultaten vrijwilligerstevredenheidsonderzoek SZMK 2013 Resultaten vrijwilligerstevredenheidsonderzoek SZMK 21 Oktober 21 1 Inhoudsopgave H1 Inleiding H2 Aantal vrijwilligers per sector/locatie en respons H Resultaten vrijwilligerstevredenheidsonderzoek 21

Nadere informatie

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding

Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Onderzoek naar het effect van de Novius Architectuur Academy Bedrijfsarchitectuur sterker door opleiding Door met meerdere collega s deel te nemen aan een opleiding voor bedrijfsarchitecten, werden mooie

Nadere informatie

Van baan naar eigen baas

Van baan naar eigen baas M200912 Van baan naar eigen baas drs. A. Bruins Zoetermeer, juli 2009 Van baan naar eigen baas Ruim driekwart van de ondernemers die in de eerste helft van 2008 een bedrijf zijn gestart, werkte voordat

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek < Uw Fitnesscentrum > < Uw Logo >

Klanttevredenheidsonderzoek < Uw Fitnesscentrum > < Uw Logo > Klanttevredenheidsonderzoek < Uw Fitnesscentrum > < Uw Logo > Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 Inleiding... 3 < Uw Fitnesscentrum >... 4 Product... 4 Gewenste Unique Selling Points... 5 Partners... 5 Opbouw

Nadere informatie