2.1 Het differentiequotiënt



Vergelijkbare documenten
Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 20 juni uur

2.4 Oppervlaktemethode

log 27 log log log 27 log log 3 log 9 log 3 1 log 9 2 log log log 2 log log log log 2 2

Írl* tt- IË" Klopt dat wel? f._. Advertentie-analvse. Ia*' Itr. r '- a*." Lcren denken r"net econornic - llocl Grol. Ir*'

Hoofdstuk 7 - DM Toepassingen

Begripsvragen: Beweging

Hoofdstuk 4. Opdracht Algemene oplossing: Algemene oplossing: n n 1 7/2. Algemene oplossing: + = + ( ) Algemene oplossing: Opdracht 4.

Voorbereidende opgaven Examencursus

2.1 Onderzoek naar bewegingen

Analyse Plus reader Hoofdstuk 5. Als we, zonder ons af te vragen of het eigenlijk mag, de integraal gaan berekenen vinden het volgende antwoord:

Het kwadraat van een tweeterm a+b. (a+b)²

Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus

Voorbereidende opgaven Stoomcursus

Hoofdstuk 0: algebraïsche formules

Voorbereidende opgaven Stoomcursus

7 Het uitwendig product

Proefversie Natuurkundeboek

Continuïteit en Nulpunten

Vraag 2. a) Geef in een schema weer uit welke onderdelen CCS bestaat. b) Met welke term wordt onderstaande processchema aangeduid.

Vectoranalyse voor TG

Tentamen Pensioenactuariaat 2 juni 2003

Stabieler treinverkeer Rekening houden met hinder op stations

Krommen in het platte vlak

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

wiskunde B pilot vwo 2015-I

Het gebruik van boeken, notebook, dictaat en aantekeningen is niet toegestaan.

is het koppel dat overeenkomt met het eindpunt van λ.op ax by = a a b x y = a b = x y a b ax by bx + ay = a b

Getallenverzamelingen

Analyse. Lieve Houwaer Dany Vanbeveren

Rekenregels van machten

5.1 Rekenen met differentialen

Eindexamen wiskunde B1 vwo I

1 Inleidende begrippen

Deze les krijgen de leerlingen een introductie over ongelijke breuken. Dit met name gericht op het vergelijken met een bemiddelende grootheid.

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1:

Parabolische spiegels maken. N.G. Schultheiss

Hoofdstuk 5: Machten en exponenten. 5.1 Hogeremachtswortels. Opgave 1: a. b. twee oplossingen. c. geen oplossingen. Opgave 2: a. b.

3 Snijpunten. Verkennen. Uitleg

Werkblad TI-83: Over de hoofdstelling van de integraalrekening

4. LOGARITMISCHE EN EXPONENTIËLE FUNCTIES

4. LOGARITMISCHE EN EXPONENTIËLE FUNCTIES

trétie l g Begerken E E E E E E I 10 E E . Werk ie logboek bij door de naam van de taak en de datum in te vutlen.

Inleiding Natuurwetenschappen

Primitieve en integraal

Examen VWO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Praktische opdracht Optimaliseren van verpakkingen Inleidende opgaven

MOMENT VAN EEN KRACHT KOPPEL VAN KRACHTEN

1a Een hoeveelheid stof kan maar op één manier veranderen. Hoe?

HOOFDSTUK 1 BASISBEGRIPPEN

Hoofdstuk 3 Exponentiële functies

wiskunde A pilot vwo 2015-I

Gebruik van condensatoren

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2007-I

Lineaire formules.

6.1 MICHELSON INTERFEROMETER

III. Integraalvergelijkingen.

1 Herhalingsoefeningen december

Wiskundige Analyse I:

Rekenen in Ê. Module De optelling. Definitie

Route F - Desert. kangoeroerat

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 16 mei uur

WERKCOLLEGE 1. 1.A Vrije val. 1.B Centrale botsing. Basketbal (toets oktober 2000)

Inhoud college 7 Basiswiskunde

Uitslagen voorspellen

Onafhankelijk van a. f snijdt de x-as in punt A ( , 0) Voor elke positieve waarde van a is een functie f. gegeven door F ( x) = x e ax.

Eindtoets hoofdstuk 4

Verbetersleutel examen 6LWI

Opbouw van het boek: overzicht

Analoge Elektronika 1 DE SCHMITT TRIGGER

WISKUNDE VOOR DE PROPEDEUSE ENIGINEERING MARITIEME TECHNIEK. A.F. Bloemsma M.A. Litjens C. Ultzen M.D. Poot

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Hoofdstuk 7 - Logaritmische functies

ELECTRONIC ALARMS MANUALE D USO PER: E-POWER M E-LUX M E M. Imarchi

Het berekenen van de transiëntresponsie via de Laplacetransformatie

Erasmus MC Junior Med School

a = 1 b = 0 k = 1 ax + b = lim f(x) lim

Slinger. Wisnet-hbo april 2009 Analytische bepaling van uitwijking, snelheid en versnelling van een voorwerp met massa m dat aan een touw hangt.

ELEKTROMAGNETISME 1-3AA30

Examen VWO. wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

Inhoud leereenheid 13. Integreren. Introductie 125. Leerkern 126. Samenvatting 149. Zelftoets 150

1.3 Wortels. x x 36 6 = x = 1.5 Breuken. teller teller noemer noemer. Delen: vermenigvuldig met het omgekeerde.

Differentiatie van functies

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo I

KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN SUBFACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSWETENSCHAPPEN HUB HANDELSWETENSCHAPPEN

Transcriptie:

hoodsk : Diereniëren. He dierenieqoiën Me een ncie kn je de onwikkeling n een grooheid beschrijen. Neem bijoorbeeld een schoonspringer die n de ienmeerplnk spring. Als je de lchwrijing erwrloos, kn je de onwikkeling n de grooheid h de posiie n de schoonspringer in meer beschrijen me de ncie: h 0 5 Me deze ncie, wrbij de ijd in seconde is, kn je op ieder willekerig ijdsip de posiie n de schoonspringer berekenen. Sel d je di n 0 doe oor iedere 0. seconde. Dn ind je oor 0 d h 0, oor 0. d h 9.8, enzooor. Hieronder is di grisch weergegeen. 0 h 8 6 4 0 0 0. 0.4 0.6 0.8..4 He zl k oorkomen d je geïneresseerd ben in de me wrin de nciewrde ernder op een zeker inerl. Zo zeg in he oorbeeld n de schoonspringer de erndering n de posiie in een bepld ijdsinerl ies oer de gemiddelde snelheid in d inerl. Je ind hieroor een wrde me he zogenmde dierenieqoiën: Δ h + 39

Wisknde in beweging Di qoiën gee de erndering n h op he inerl d begin op he ijdsip. In de igr is he dierenieqoiën ngegeen oor he inerl 0. d begin op 0.6: 0.6 + 0. 0. 0.6 6.8 8. 7 0. Deze snelheid n 7 m/s word gessocieerd me he ijdsip 0.6 s. Toch is he geen momenne snelheid de ece snelheid op he momen zel mr een benderde snelheid, nmelijk he gemiddelde op he inerl n 0. seconde d begin op 0.6. oeeningen.. Beschow he boensnde oorbeeld n de schoonspringer. Bereken me behlp n he dierenieqoiën de gemiddelde snelheid op de olgende inerllen:. n 0.0 o 0. c. n 0.8 o.0 b. n 0.0 o 0.4 d. n 0.0 o.0. He dierenilqoiën In he oorbeeld n de schoonspringer zl nrme je oor een kleiner inerl kies, de gemiddelde snelheid die je op d inerl bereken, dicher bij de momenne snelheid liggen. Beschow bijoorbeeld de siie wrbij de schoonspringer op he pn s om n de dikplnk e springen. Op d momen ds op he ijdsip 0, is zijn snelheid nl. Echer, bij oeening n de orige prgr ond je ls he 40

hoodsk : Diereniëren goed is oor he eerse inerl n 0. seconde een snelheid n m/s. Wnneer je n he inerl erklein o 0., word he dierenieqoiën: 0. 0. 0 9.95 0 0.5 0. Bij een nog erdere erkleining n he inerl o 0.0, ind je: 0.0 0.0 0 9.9995 0 0.05 0.0 D begin er l seeds beer op e lijken. In he lgemeen geld d wnneer je op de momenne snelheid i wil komen, je he inerl o nl moe len nderen. He inerl word nie ech nl d zo problemen geen bij he dierenieqoiën, mr he word wel "oneindig" klein. De wiskndigen spreken hier n ininiesiml. Als he inerl wrdoor gedeeld word o nl nder, g he dierenieqoiën oer in he dierenilqoiën. De noie is in d gel ies nders: dierenieqoiën: dh dierenilqoiën d He dierenieqoiën word gessocieerd me een beplde wrde n, nmelijk de beginwrde n he inerl. Bij een inerl er grooe n 0., kn je ds oor iedere 0. seconde een dierenieqoiën beplen. Nder he inerl o nl, dn kn je oor iedere willekerige wrde n he dierenilqoiën irekenen. Je krijg dn ds een niewe ncie n. Deze ncie, die in he gel n de schoonspringer de snelheid oorsel, hee de geleide ncie o korweg de geleide..3 Anlyisch diereniëren He proces om de geleide n een ncie e beplen, hee diereniëren. Als je e mken heb me een ncieoorschri, kn je de geleide, ngedid ls, nlyisch beplen. Di kn geïllsreerd worden n de hnd n he oorbeeld n de schoonspringer wrbij oor de posiie de olgende ncie ws gegeen: h 0 5 4

Wisknde in beweging Je kn bij deze ncie oor een willekerig ijdsip he dierenieqoiën irekenen. Droe moe je en + beplen: 0 5 en He dierenieqoiën word hiermee: + 0 5 + 0 5 0 5 + + 0 5 + 0 5 0 5 0 5 0 5 0 5 Wnneer je n he inerl o nl l nderen, l de erm 5 weg en ind je oor een ijdsip een dierenilqoiën er grooe n 0. Di geld oor elk willekerig ijdsip. Je kn ds een niewe ncie opsellen: 0 Di is de geleide n h. Me kn je n op ieder willekerig ijdsip de snelheid berekenen. Zo is op 0.8 seconde de snelheid 8 m/s. Vergelijk di resl me he nwoord bij oeening c n de orige prgr. snellere mnieren N is he gelkkig zo d je om de geleide e beplen nie seeds de hierboen ngegeen weg hoe e olgen. Bij he nlyisch diereniëren s je nmelijk een groo nl regels en echnieken er beschikking die he leen er een sk ngenmer op mken. Zo gelden de olgende drie bsisregels wrbij een consne is en n een willekerig reëel gel: bsisregel : 0 bsisregel : n n n bsisregel 3: g g 4

hoodsk : Diereniëren 43 Bij opelling, ermenigldiging en deling n ncies kn je gebrik mken n respecieelijk de som/erschilregel, de prodcregel en de qoiënregel: som/erschilregel: ± ± prodcregel: + qoiënregel: De prodcregel geld ook oor ermenigldigingen n drie o meer ncies: w w w w + + Verder is oor een nl "specile" ncies de geleide bekend. Voorbeelden n dergelijke ncies me bijbehorende geleiden ind je hieronder. rcn rccos rcsin cos n sin cos cos sin ln 0, ln log e e + >

Wisknde in beweging oorbeeld.3.. Bepl de geleide n de olgende ncies:. 3 Gebrik bsisregel : 3 b. Deze ncie kn je schrijen ls: Gebrik n bsisregel : c. 3 Gebrik bsisregel 3. Neem g Omd: g olg: 3 6 d. + Neem en + en gebrik de qoiënregel. Omd: en olg: + + 4 + + + +. De posiie s in meer n een pn word oor > 0 seconde gegeen door de ncie : s 3 ln Je kn n zowel de posiie s ls de snelheid op ieder willekerig ijdsip berekenen. Bijoorbeeld oor seconde ind je de posiie door oor d ijdsip de nciewrde in e llen: s 3 ln 3 0 0 meer In de prkijk kom je k egen d oor he ncieoorschri en de nciewrde dezelde leer word gebrik. In pls n s 3 ln word dn geschreen: s s 3 ln. In he lgemeen zl di nie o erwrring leiden. 44

hoodsk : Diereniëren Voor de snelheid moe je eers de geleide beplen. Neem 3 en w ln en gebrik de prodcregel: 3 3ln + 3ln + 3 Voor : 3ln+ 3 3 m/s keingregel Soms kom he oor d een ncie "ersrengeld" is in een ndere ncie. Di is bijoorbeeld he gel bij de ncie k cos. De ncie is dr ersrengeld in de cosinsncie. Ook oor he diereniëren n een dergelijke ncie is een hndige regel beschikbr, de keingregel genmd. Formeel zie deze er ls olg i: k g k g In woorden: bij een ersrengeling n ncies bepl je de geleide door eers de "biense" ncie e diereniëren en deze erolgens e ermenigldigen me de geleiden n de meer nr binnen gelegen ncies. De meerodsormen in de orige zin geen l n d de ersrengeling zich nie o wee ncies hoe e beperken. In de ncie: k cos is de ncie ersrengeld in de ncie die hr o de weede mch erhe. Deze ncie is op hr ber weer ersrengeld in de cosinsncie. oorbeeld.3.. Bepl de geleide n de olgende ncies:. k cos Herken: g cos, wrbij Omd: g sin en olg: k g sin sin Hierboen s d eers de biense ncie de cosinsncie gedierenieerd word en d he resl drn ermenigldigd word me de geleide n, de binnense ncie. Hier worden en w gebrik in pls n en omd binnen de cone n di rgsk de snelheid oorsel. 45

Wisknde in beweging b. k 3 + Herken: g, wrbij 3 + Omd: g en 6 + olg: k g 3 6 + 3 6 + + + 6 + c. s cos Herken hier drie ncies: de biense is de cosinsncie, de middelse is de kwdreerncie en de binnense is. De geleide n de biense, ml de geleide n de middelse, ml de geleide n de binnense word ds: s sin 8 sin. De posiie n een bewegend pn in meers word gegeen door de ncie: 6 e Je kn me de geleide n deze ncie de snelheid op ieder willekerig ijdsip berekenen. Om die geleide e beplen moe je zowel de prodcregel ls de keingregel gebriken: 6 e + 6 e 4 e 6 4 Je ind n oor bijoorbeeld 0 en respecieelijk: 0 0 e 6 0 6 m/s 8 e 6 96 0.03 m/s 46

hoodsk : Diereniëren oeeningen.3. Bepl de geleide n de olgende ncies zols d n he begin n deze prgr werd gedn ds door in he dierenieqoiën de noemer o nl e len nderen:. h b. y g 3 +. Bepl de geleide n de ondersnde ncies me de rekenregels oor diereniëren:. 5 3 + 5 b. g 3 + c. h φ φ cos φ 3. Hieronder is oor drie pnen, y en z de posiiencie in meer gegeen. Bereken oor elk n de pnen de snelheid op en seconde.. 3 b. y ln c. z 3 / 3 + 7 4. Bepl de geleide n de ondersnde ncies:. + + b. g ln + c. h e ln d. s e ln e. r φ nφ. 3 g. y sin h. 3 3 + 7 5. Hieronder is oor wee oorwerpen de posiie s in meer ls ncie n de ijd in seconde gegeen. Bereken oor elk n de oorwerpen de snelheid op seconde.. s e 3 b. s rcn 47