De leefsituatie van ouderen

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De leefsituatie van ouderen"

Transcriptie

1 De leefsituatie van ouderen O&S april 2006

2

3 Samenvatting Wie zijn de Bossche ouderen? Waar wonen zij? Wat houdt hen bezig? In hoeverre wijken zij af van de rest van de Bossche bevolking? In dit onderzoek wordt aan de hand van een zestal onderwerpen een beschrijving gegeven van de Bossche ouderen. De volgende aspecten zijn nader onderzocht: Bossche ouderen naar aantallen en samenstelling, maatschappelijke participatie, zorgvraag, voorzieningen, wonen en veiligheid. Hieronder worden eerst de belangrijkste bevindingen op gemeenteniveau beschreven, waarna een beknopte typering per wijk volgt. Bossche ouderen naar aantallen en samenstelling Eén op de vier Bosschenaren is 55-plus ( Bosschenaren). Eén op de twintig Bosschenaren is 75-plus (7.500 Bosschenaren). De komende 20 jaar wordt het aandeel ouderen op de totale Bossche bevolking één op de drie. Het tempo van vergrijzing ligt echter beneden het landelijk gemiddelde. Zuidoost herbergt relatief de meeste ouderen, West is in absolute zin koploper. De vergrijzing vindt de komende decennia vooral plaats in de wijken Rosmalen noord en zuid, Noord, Maaspoort en Engelen. De zogenaamde dubbele vergrijzing (75-plus) vindt de komende decennia vooral plaats in de wijken West, Noord en Rosmalen noord en zuid. Ouderen hebben minder te besteden dan de gemiddelde Bosschenaar, maar slechts een relatief klein aandeel leeft onder de armoedegrens. Twee op de vijf ouderen is alleenstaand. Onder de 75-plussers is dit meer dan drie op de vijf. Maatschappelijke participatie Hoe ouder senioren worden hoe minder contact zij hebben met familieleden, vrienden en goede kennissen. Dit en het gegeven dat bij veel ouderen de partner wegvalt, maakt de kans op eenzaamheid met het klimmen der jaren groter. Ouderen zijn meer op hun medebuurtbewoners gericht dan de gemiddelde Bosschenaar. Maar de trend is dat het contact met medebuurtgenoten, net als voor andere stadsgenoten geldt, ook onder ouderen terugloopt. Ouderen zijn vaker dan hun jongere stadsgenoten actief als vrijwilliger. Juist in het toenemende aantal ouderen lijkt een kans te liggen. In potentie komt een grote groep van mensen met tijd en ervaring op velerlei gebied beschikbaar die ingezet zou kunnen worden als vrijwilliger. Ruim twee keer zoveel senioren (twee op de tien) als Bosschenaren van 55 jaar en jonger (één op de tien), blijken in het geheel niet aan sport te doen. Het percentage niet-sporters onder ouderen is in twee jaar tijd bovendien met 11% toegenomen. Dit is tegengesteld aan de algemene trend die juist wordt gekenmerkt door een toename van het aantal sporters binnen de gemeente. Gezien de toenemende vergrijzing zal echter, ongeacht de trend in participatie, het leeuwendeel van het extra aantal sporters in jaar of ouder zijn. Zorgvraag Drie op de vier 65-plussers kampt met een chronische ziekte en één op de vijf kampt met een slechte geestelijke gezondheid. Toch ervaart tegelijkertijd driekwart de eigen gezondheid als goed. Een mogelijke verklaring voor deze, op het eerste oog, lijkende tegenstrijdigheid is dat de achteruitgaande gezondheid wordt geaccepteerd als bijkomstigheid van het ouder worden en dit als zodanig door ouderen wordt gerelativeerd. Ongeveer vier op de vijf ouderen typeren zichzelf als zelfredzaam. Een kwart van de 65- plussers ontvangt professionele zorg en één vijfde mantelzorg. De grootste hulpvraag onder ouderen is van huishoudelijke aard. Het grootste deel van de professionele zorg en mantelzorg is dan ook hieraan gewijd. In de wijken Noord en West wordt een relatief grote hulpvraag het minst goed beantwoord. 3

4 Voorzieningen Twee op de vijf Bossche ouderen zijn tevreden met de voorzieningen voor 55-plussers, één op de vijf niet. De ouderen in de Binnenstad en Graafsepoort zijn het minst tevreden. In met name de GSB-aandachtsgebieden doet zich een latente vraag voor naar de dienstverlening van een ouderenadviseur. Meer nog dan elders zal de druk op het voorzieningenniveau toenemen in de vier wijken waar de groei van het aantal 75-plussers de komende twintig jaar het hoogst is. Dit zijn de wijken West, Noord en Rosmalen noord en zuid. De tevredenheid met het openbaar vervoer is toegenomen onder ouderen. Het grootste deel van de ouderen uit Empel en Engelen is echter nog steeds ontevreden. Vooral de ouderen in Empel missen winkels voor de dagelijkse boodschappen. Het merendeel van de ouderen is tevreden met het Bossche cultureel aanbod. De cultuurparticipatie van ouderen wijkt, op een aantal uitzonderingen na (als minder bioscoopbezoek en meer museumbezoek), niet bijzonder af van die van de gemiddelde Bosschenaar. Vooral sporten en aanverwante sportverenigingen die bij senioren populairder zijn dan bij jongeren, zitten in het kader van de vergrijzing in de lift: wandelsport, (toer)fietsen, zwemmen en golf. Wonen Zelfstandig wonende Bossche ouderen zijn tevreden met hun woning, meer dan de helft woont in een huurwoning. Ongeveer één op de tien 75 plussers woont niet meer zelfstandig maar in bijvoorbeeld een bejaardentehuis of verpleegtehuis. De leefbaarheid in de wijken in of nabij het centrum van de stad en in de wijk West wordt door ouderen het laagst beoordeeld. De dorpskernen Rosmalen, Engelen en Empel worden wat dit betreft het best beoordeeld. Ouderen zijn meer gehecht aan de eigen buurt dan de gemiddelde Bosschenaar. Zij zijn relatief gezien honkvast, weinig geneigd te verhuizen. Bij veel ouderen is of wordt de huidige woning aangepast aan de omstandigheden van het ouder worden. De gewenste seniorenwoning bij verhuizen is een huurwoning, minder ruim en gelijkvloers. In de praktijk wonen ouderen goedkoper naarmate de leeftijd toeneemt. Vooral in de wijken Noord, Maaspoort en Rosmalen noord en zuid zal zich, door de groei van het aantal 55 tot 75-plussers, een groeiende vraag naar seniorenwoningen voordoen. Veiligheid 55-plussers voelen zich wat veiliger in de eigen buurt dan gemiddeld. Ouderen zijn minder vaak slachtoffer van delicten. De wijken waar ouderen zich het onveiligst voelen zijn: West, Muntel/Vliert en de Binnenstad. Het veiligst voelen ouderen zich in Empel en Engelen. Ouderen in de verschillende wijken De volgende tabel geeft een overzicht van de situatie van de Bossche ouderen per wijk. Het gaat om een relatieve positionering van de wijken onderling. Rode vakjes vragen om aandacht (negatieve score of bedreiging). Groene vakjes duiden op een positieve score. Blauwe wijken nemen een tussenpositie in. Ook worden de ontwikkelingen op stadsniveau over de afgelopen jaren weergegeven per indicator. Een toename wordt aangegeven met de woorden neemt toe of een + (positieve ontwikkeling). Een 4

5 afname (negatieve ontwikkeling) wordt aangegeven met een -. Waar geen verandering heeft plaatsgevonden wordt dat aangegeven met een 0. Tabel 1: Ouderen per wijk Ontwikkeling in stad afgelopen jaren Binnenstad Muntel/Vliert Graafsepoort West Noord Zuidoost Maaspoort Rosmalen noord Rosmalen zuid Engelen Empel Demografie Aandeel 55+ op bevolking Aandeel 75+ op bevolking Vergrijzing 55+ en 65+ (prognose) Dubbele vergrijzing 75+ (prognose) Welvaart Huishoudensinkomen (gestandaardiseerd) Neemt toe Neemt toe Neemt toe Neemt toe Neemt toe Maatschappelijke participatie Ervaren sociale cohesie 0 Medeverantwoordelijkheidsgevoel buurt 0 Bereidheid maken buurtplannen 0 Weinig sociale contacten objectief 0 Onvoldoende sociale contact. subjectief 0 Vrijwilligerswerk 0 Zorgvraag Zelfredzaamheid Hulpbehoevendheid Gebrek aan hulp onbekend onbekend onbekend Wonen Tevredenheid eigen woning 0 Leefbaarheid buurt 0 Gehechtheid aan de buurt 0 Vraag seniorenwoningen (prognose) Neemt toe Voorzieningen Voorzieningen 55-plussers 0 Openbaar vervoer + positief Groenvoorzieningen 0 Winkels dagelijkse boodschappen 0 Druk op zorgvoorzieningen (prognose) Neemt toe Veiligheid Onveiligheidsgevoel in de eigen buurt + positief Onveiligheidsgevoel in of bij eigen woning 0 Zwak/bedreiging Gemiddeld Sterk 5

6 Hieronder volgt een beschrijving per wijk waarbij de situatie voor ouderen wordt beschreven. Binnenstad In de wijk Binnenstad is ongeveer een kwart van de bevolking 55 jaar of ouder. Dit komt overeen met het Bossche gemiddelde. Wel is het aandeel 75-plussers naar verhouding groot. In de wijk vindt de komende 20 jaar, relatief gezien, een behoorlijke toename plaats van het aantal 55- tot 75-jarigen. Dit is de groep die in potentie vraagt om extra seniorenwoningen. De ouderen in de Binnenstad zijn, afgemeten aan het inkomen, relatief welvarend. In de wijk is een Steunpunt voor Ouderen gevestigd, genaamd Antoniegaarde. De zelfredzaamheid onder ouderen in de wijk is relatief laag en de hulpvraag relatief hoog. Aan de hulpvraag wordt echter in voldoende mate tegemoet gekomen en met de eenzaamheid onder de ouderen lijkt het mee te vallen. Over de leefbaarheid, de voorzieningen voor 55-plussers en de groenvoorzieningen in de eigen buurt, zijn de ouderen minder tevreden. Ook wordt er een tekort aan winkels voor de dagelijkse boodschappen ervaren. Tot slot zijn de onveiligheidsgevoelens in deze wijk hoger dan gemiddeld. Muntel/Vliert Het aandeel 55-plussers ligt in deze wijk lager dan in de gehele stad, één op de vijf inwoners is 55 jaar of ouder. De vergrijzing in deze wijk zal ook in de toekomst relatief beperkt zijn. De ouderen in deze wijk hebben, vergeleken met ouderen in andere wijken, het minst te besteden. Met betrekking tot maatschappelijke participatie en betrokkenheid van ouderen bij de buurt scoort de wijk beneden gemiddeld. Er is sprake van een relatief grote hulpvraag. In deze wijk zijn de bewoners bovendien minder tevreden met de eigen woning, de hoeveelheid groen, winkels voor de dagelijkse boodschappen en de leefbaarheid en veiligheid. Graafsepoort In deze wijk is een kwart van de bevolking 55-plus. Dit komt overeen met het stadsgemiddelde. De vergrijzing verloopt in Graafsepoort in gematigd tempo. Het welvaartsniveau van de ouderen in Graafsepoort ligt, gezien het gemiddeld inkomensniveau, relatief laag. De sociale contacten die mensen hebben, zijn beperkt. Wat betreft de zelfredzaamheid en hulpbehoevendheid wordt er in deze wijk door de ouderen gemiddeld gescoord. Graafsepoort is een wijk waar de ouderen een relatief laag rapportcijfer toekennen aan de eigen woning en de leefbaarheid in de eigen buurt. De oudere bewoners van deze wijk zijn daarnaast weinig gehecht aan de eigen buurt. De bewoners zijn bovendien minder tevreden met de voorzieningen voor 55-plussers en de groenvoorzieningen. Positief is dat de ouderen in deze wijk zich in vergelijking met 2002 veiliger zijn gaan voelen. Waar in 2002 nog twee op de vijf van de ouderen aangaf zich soms of vaak onveilig te voelen in de eigen buurt, is dit percentage in 2004 nog maar één op de vijf. West Absoluut gezien wonen er in West de meeste 55-plussers. In de wijk is een Steunpunt voor ouderen gevestigd: Westhoek. Vooral in de typische jarenzestig buurten, de Schutskamp en de Kruiskamp, is de vergrijzing al ver voortgeschreden. Relatief gezien bestaat de wijk voor 28% uit ouderen. Ook de 75-plussers zijn sterk vertegenwoordigd. Met name deze laatste groep zal de komende 20 jaar verder toenemen. Daarmee zal de druk op de zorgvoorzieningen in de wijk eveneens toenemen. Ondanks de verhoudingsgewijs geringe groei van het aantal 55 tot 75-jarigen, neemt toch ook hun aantal nog substantieel toe. Dit laatste zal met name zijn weerslag hebben op de vraag naar seniorenwoningen. De ouderen in deze wijk hebben relatief weinig te besteden. De leefbaarheid in de wijk wordt het slechtst beoordeeld van de gehele stad. De gehechtheid aan de buurt is beneden gemiddeld. Het 6

7 verantwoordelijkheidsgevoel onder ouderen voor de leefbaarheid in de buurt ligt daarbij eveneens laag. De wijk behoort tot de wijken waar ouderen relatief weinig contact hebben met andere buurtbewoners. Ook de zelfredzaamheid in deze wijk is beneden gemiddeld. Er is sprake van een grote hulpvraag die lang niet altijd wordt ingevuld. De onveiligheidsgevoelens zijn relatief hoog. Ruim één op de drie ouderen voelt zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Positief is dat ouderen in West tevreden zijn over het openbaar vervoer. Deze tevredenheid is de afgelopen jaren verder vergroot. Noord Bijna een kwart van de bewoners van deze wijk is 55 jaar of ouder. Dit komt overeen met het gemiddelde van de stad. Voor de komende 20 jaar wordt echter een voortgaande vergrijzing in deze wijk voorzien, zowel voor wat betreft de groep 55 tot 75-jarigen als ook voor de groep 75-plussers. Daarmee zal de vraag naar seniorenwoningen en de druk op de zorgvoorzieningen groter worden. De tevredenheid met de diverse voorzieningen in de wijk is op dit moment gemiddeld. Het inkomen van de ouderen ligt beneden het stedelijk gemiddelde. De zelfredzaamheid van de ouderen in deze wijk is relatief laag en de vraag om hulp groot. Lang niet iedereen zegt voldoende hulp te ontvangen van bekenden dan wel professionele instellingen. Tenslotte voelt bijna éénderde van de ouderen zich wel eens onveilig in de eigen buurt. Zuidoost In deze wijk woont over de gehele stad bezien, relatief het grootste aandeel 55-plussers. Twee op de vijf inwoners is 55 jaar of ouder. Van alle 75-plussers woont bijna twee vijfde in Zuidoost. De vergrijzing schrijdt nog enigszins voort, zij het in een uiterst bescheiden tempo. De ouderen in Zuidoost hebben ten opzichte van senioren in andere wijken van de stad, een bovengemiddeld inkomen. Zuidoost kent in 2005 al een voorzieningenniveau dat is afgestemd op een omvangrijke seniorenpopulatie. De bewoners zijn, gemeentebreed gezien, dan ook het best te spreken over de voorzieningen voor 55-plussers. De wijk kent onder meer een Steunpunt voor Ouderen genaamd Grevelingen. Zuidoost is voor senioren bovendien aantrekkelijk vanwege de vele geschikte woningen (vaak appartementen), de nabijheid van het stadscentrum en in het algemeen de kwaliteit van de fysieke en sociale woonomgeving. De ouderen van Zuidoost zijn dan ook bovengemiddeld gehecht aan de eigen buurt. Al is de sociale cohesie op buurtniveau beperkt, toch beschikken de bewoners over genoeg sociale contacten. De zelfredzaamheid is redelijk en de relatief grote hulpvraag onder ouderen in de wijk wordt voldoende ingevuld. De bereidheid tot het maken van buurtplannen in deze wijk behoort echter tot de laagste van de stad. Bijna de helft van de ouderen geeft aan hiertoe niet bereid te zijn. Maaspoort In deze wijk is 16% van de bevolking 55 jaar of ouder. Dit is lager dan gemiddeld. De vergrijzing zal echter de komende decennia toenemen. Over 20 jaar zullen er anderhalf keer zoveel 55-plussers in deze wijk wonen. Met name de groep 55 tot 75-jarigen neemt toe, hetgeen vraagt om extra seniorenwoningen. Het inkomen van de ouderen in deze wijk ligt rond het stedelijk gemiddelde. In de wijk is een Steunpunt voor ouderen gevestigd met de naam Epigoon. De zelfredzaamheid van de ouderen is goed en de hulpvraag laag. Opvallend slecht scoort de wijk echter ten aanzien van maatschappelijke participatie. De sociale cohesie en de betrokkenheid bij en gehechtheid aan de buurt zijn laag. Er wordt weinig vrijwilligerswerk verricht en men beschikt over weinig sociale contacten. Eenzaamheid ligt dan ook op de loer. 7

8 Rosmalen noord Bijna een kwart van de inwoners van Rosmalen noord is 55-plusser. Dit komt overeen met het gemiddelde van de stad. Het inkomen van de senioren ligt rond het stedelijk gemiddelde. De zelfredzaamheid onder ouderen is relatief hoog en de behoefte aan hulp relatief laag. De komende 20 jaar zal de wijk worden gekenmerkt door een bovengemiddelde vergrijzing. Zowel de groep 55 tot 75-jarigen als de groep 75-plussers zal meer dan gemiddeld toenemen. Dit betekent meer vraag naar seniorenwoningen en een toenemende druk op de bestaande zorgvoorzieningen in de wijk. In de wijk is een Steunpunt voor ouderen gevestigd: Van Meeuwenhof. Over de voorzieningen voor 55-plussers zijn de ouderen in deze wijk nu nog tevreden. Ook over het openbaar vervoer zijn de ouderen in Rosmalen noord vaker tevreden dan in andere wijken in s-hertogenbosch. De leefbaarheid van de eigen buurt wordt goed beoordeeld. Ook zijn de ouderen tevreden met de eigen woning. De gehechtheid aan de eigen buurt is echter minder hoog. In de wijk voelen ouderen zich tenslotte veiliger dan in de meeste andere Bossche wijken. Rosmalen zuid In deze wijk is 28% van de bewoners 55 jaar of ouder. Dit aandeel ligt hoger dan gemiddeld in de stad. Daarnaast zal de vergrijzing de komende jaren bovengemiddeld zijn. Dit geldt voor zowel de groep 55 tot 75-jarigen als ook voor de groep 75-plussers. Met het toenemen van vooral de eerste groep, neemt de vraag naar seniorenwoningen de komende jaren toe. Met het toenemen van vooral de laatste groep zal ook de druk op de zorgvoorzieningen toenemen. De ouderen van Rosmalen zuid hebben gemiddeld genomen het meest te besteden van geheel s-hertogenbosch. De ouderen in deze wijk zijn relatief tevreden over de leefbaarheid van de buurt en de eigen woning. De ouderen zijn bovengemiddeld gehecht aan de eigen buurt. De maatschappelijke participatie is groot en de onderlinge sociale contacten zijn goed. Zo wonen er in de wijk relatief veel ouderen die bereid zijn tot het maken van buurtplannen (één op de vijf is hiertoe bereid). De zelfredzaamheid van ouderen in de wijk is eveneens relatief hoog. Engelen De wijk is nog relatief weinig vergrijsd, één op de vijf inwoners is 55 jaar of ouder. Het aantal 65- plussers is echter sterk groeiende, vooral in het dorp Engelen. Over een jaar of acht zal hun aantal meer dan verdubbeld zijn, om daarna te stabiliseren. De senioren in deze wijk zijn, kijkende naar het gemiddeld besteedbaar inkomen, relatief welvarend. Meer dan de helft van de ouderen in Engelen is ontevreden met het openbaar vervoer. Ook vinden relatief veel ouderen dat het met het aanbod aan winkels voor de dagelijkse boodschappen karig is gesteld. In de wijk wordt een hoog rapportcijfer gegeven voor de leefbaarheid van de buurt en de eigen woning. Ondanks dat een deel van de ouderen aangeeft over (te) weinig sociale contacten te beschikken, is de sociale cohesie in de wijk relatief groot. Een groot deel van de ouderenpopulatie in deze wijk voelt zich medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid in de buurt. Ook het aandeel ouderen dat bereid is tot het maken van buurtplannen is relatief hoog. Verder is Engelen de wijk met relatief de meeste vrijwilligers van 55 jaar en ouder. Bijna de helft geeft aan tenminste één keer per maand als zodanig actief te zijn. Engelen behoort tot de wijken waar de onveiligheidsgevoelens het laagst zijn. Empel In deze wijk bevindt zich het laagste percentage ouderen (55-plussers) in de stad, slechts 15% van de bewoners is 55 jaar of ouder. Dit is minder dan gemiddeld in de stad (2 55-plussers). Ook de 8

9 komende decennia zal dit beeld de wijk blijven typeren. Het besteedbaar inkomen van de ouderen in Empel behoort niet tot de laagste in de gemeente, maar is desondanks beneden gemiddeld. Over het openbaar vervoer en de winkelvoorzieningen zijn de ouderen van Empel het minst tevreden van de gehele stad. Daarentegen zijn de ouderen in deze wijk wel bijzonder tevreden met het groen in de omgeving. Verder zijn de senioren van Empel boven gemiddeld tevreden met de eigen woning. Wat betreft de leefbaarheid scoort de wijk eveneens bovengemiddeld. Veel ouderen geven aan gehecht te zijn aan de eigen buurt. De bereidheid tot het maken van buurtplannen is in deze wijk hoog, bijna een kwart geeft aan hiertoe bereid te zijn. Ook is het aandeel ouderen groot dat aangeeft dat zij veel contacten hebben met andere buurtbewoners. Empel is één van de wijken waar de onveiligheidsgevoelens onder ouderen het laagst zijn van de stad. Slechts 5% van de oudere bewoners geeft aan dat zij zich wel eens onveilig voelen in de eigen buurt. 9

10

11 Inhoudsopgave Samenvatting Achtergrond onderzoek Aanleiding onderzoek Onderzoeksvragen Bronnen Bossche ouderen naar aantallen en samenstelling Inleiding Leeftijd en geslacht Inkomen Huishoudenssituatie Waar wonen de ouderen? Maatschappelijke participatie Inleiding Betrokkenheid bij buurt Sociale contacten Vrijwilligerswerk Cultuurparticipatie Sportparticipatie Zorgvraag Inleiding Gezondheid Zelfredzaamheid en hulpvraag Voorzieningen Inleiding Voorzieningen voor 55-plussers Openbaar vervoer Winkels en groenvoorzieningen Culturele voorzieningen Sportvoorzieningen Wonen Inleiding Woonsituatie Tevredenheid kwaliteit eigen woning Leefbaarheid in de buurt Gehechtheid aan de buurt Verhuisgeneigdheid en aangepaste woonwensen Veiligheid Inleiding Onveiligheidsgevoelens in de buurt Slachtofferschap

12

13 1. Achtergrond onderzoek 1.1 Aanleiding onderzoek In 2004 is al eerder een onderzoek uitgevoerd onder Bosschenaren van 55 jaar en ouder 1.Omte kijken of er veranderingen zijn opgetreden, is het onderzoek herhaald met nieuwe gegevens. Het onderzoek verschaft nader inzicht in de leefsituatie van de beoogde doelgroep. Waar mogelijk worden drie leeftijdsgroepen onderscheiden: jarigen, jarigen en inwoners van 75 jaar en ouder 2. De rapportage biedt handvatten om het huidige beleid te evalueren en waar mogelijk bij te sturen. 1.2 Onderzoeksvragen Het rapport bestaat uit een zestal hoofdstukken. Naast dit eerste hoofdstuk, dat ingaat op de achtergronden van het onderzoek, staan in de hoofdstukken 2 tot en met 6 de volgende onderzoeksvragen centraal: Hoofdstuk 2: Bossche ouderen naar aantallen en samenstelling Wie zijn de Bossche ouderen? Wat hebben zij te besteden? In welke wijken wonen zij? Hoe ziet de bevolkingsprognose eruit? Hoofdstuk 3: Maatschappelijke participatie In welke mate nemen ouderen deel aan het maatschappelijke leven? In welke mate onderhouden zij sociale contacten? Zijn er ouderen eenzaam? Hoofdstuk 4: Zorgvraag Hoe is het gesteld met de gezondheid van ouderen? Hoe is het gesteld met de zelfredzaamheid en hulpbehoevendheid van ouderen? Waar blijft het aanbod aan zorg achter bij de zorgvraag? Hoofdstuk 5: Voorzieningen In welke mate is het voorzieningenniveau voor de Bossche ouderen toereikend? Hoofdstuk 6: Wonen Hoe wonen de Bossche ouderen? Welke woonwensen hebben zij? Wat vinden de Bossche ouderen van hun directe leefomgeving? Hoofdstuk 7: Veiligheid In welke mate voelen Bossche ouderen zich (on)veilig? In welke mate zijn ouderen slachtoffer van criminaliteit? 1 Onder 55-plussers worden in dit onderzoek meestal, afhankelijk van de bron, de zelfstandig wonende Bosschenaren van 55 jaar en ouder verstaan. Ouderen woonachtig in verzorgings- en bejaardenhuizen vallen hier buiten. 2 In veel gevallen bestaat de groep ouderen van 75 jaar en ouder, afhankelijk van de bron, vanwege onderzoeksopzet en steekproef uit zelfstandig wonende senioren tussen de 75 en 85 jaar. Ook in het laatste geval wordt de doelgroep echter telkens als 75 plussers aangeduid. 13

14 1.3 Bronnen Voor dit onderzoek zijn verschillende bronnen geraadpleegd. Een eerste bron betreft de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA). Uit deze bron zijn verschillende demografische gegevens afkomstig, zoals het aandeel ouderen in de wijk. Gegevens over inkomen zijn verkregen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO). Een veel gebruikte bron is vervolgens het Leefbaarheids- en Veiligheidsonderzoek. Hierin zijn, naast vragen over leefbaarheid en veiligheid, vragen gesteld over onder meer maatschappelijke participatie, zelfredzaamheid en hulpbehoevendheid. Gegevens over maatschappelijke participatie zijn tevens ontleend aan de tweejaarlijkse Sport- en Cultuurparticipatie onderzoeken. Ook is gebruik gemaakt van de Ouderenenquête 2004 van de GGD Hart voor Brabant. Dit voor wat betreft gegevens over onder meer gezondheid en zorgvraag van ouderen. Met betrekking tot wonen is gebruik gemaakt van de Databank Woningmarktmonitor. Deze gegevensbron bevat informatie omtrent het woongedrag van alle zelfstandig wonende Bosschenaren. Het betreft hier de totale populatie. Het Woonwensen Onderzoek s-hertogenbosch is tot slot geraadpleegd voor een nadere analyse van de woonwensen van ouderen. 14

15 2. Bossche ouderen naar aantallen en samenstelling 2.1 Inleiding De Bossche ouderen worden beschreven aan de hand van verschillende demografische kenmerken. Zo worden in dit hoofdstuk onder meer de leeftijdsopbouw, de inkomenspositie, de huishoudenssituatie en de plek van wonen behandeld. 2.2 Leeftijd en geslacht Eén op de vier Bosschenaren is 55-plus In s-hertogenbosch wonen anno 2005 ruim plussers 3. Dit is een toename van ten opzichte van 1 januari Bijna een kwart (2) van de totale Bossche bevolking is 55 jaar of ouder. Mannen en vrouwen in de leeftijd tussen de 55 en 64 vormen samen bijna de helft (47%) van deze ouderenpopulatie. Bovendien blijkt dat van alle 55-plussers, vrouwen ruim in de meerderheid zijn (55%). Deze oververtegenwoordiging van vrouwen neemt toe met de leeftijd. Zo is het aandeel vrouwen in de groep 75-plussers ruim 65%. Figuur 2.1 Samenstelling ouderen naar leeftijd en geslacht in 2003 en 2005 (beide in totaal 100%) mannen vrouwen 75 jr en ouder jr jr 23% 1 8% 15% 17% 23% 30% 20% 10% 0% 10% 20% 30% Bron: Gemeentelijke Basisadministratie en Inkomen In deze paragraaf wordt ingegaan op het inkomen van ouderen in vergelijking met de rest van de Bossche bevolking. Ouderen hebben minder te besteden Wanneer we kijken naar het gestandaardiseerd huishoudensinkomen, een fictieve maat die het mogelijk maakt het relatieve niveau van welvaart van een huishouden weer te geven 4, dan blijkt dat ouderen minder te besteden hebben dan gemiddeld (figuur 2.2). 3 1 januari Het gestandaardiseerd huishoudinkomen is het besteedbaar inkomen gedeeld door een factor die afhankelijk is van de omvang en de samenstelling van het huishouden. Het gestandaardiseerd inkomen geeft niet het geldbedrag aan dat een huishouden besteden kan, maar geeft aan op welk welvaartsniveau de huishoudensleden zich bevinden. Op deze wijze kan de inkomenspositie van huishoudens in verschillende gebieden met elkaar vergeleken worden, omdat gecorrigeerd wordt voor verschillen in huishoudenssamenstelling. 15

16 Figuur 2.2 Gestandaardiseerd huishoudensinkomen 2002 's-hertogenbosch totaal Rosmalen zuid Engelen Zuidoost Binnenstad Maaspoort Rosmalen noord Empel Noord West Graafsepoort Muntel/Vliert jaar 65 jaar e.o. x Bron: Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) Met name de ouderen in Muntel/Vliert hebben minder te besteden, terwijl met name de welvaart in Rosmalen zuid hoog is. Opmerkelijk is dat het gestandaardiseerd huishoudinkomen voor ouderen in de wijk Rosmalen zuid net zo hoog is als dat voor de andere bewoners in de wijk en een vijfde keer zo hoog als gemiddeld in s-hertogenbosch. Relatief weinig ouderen behoren tot de armsten in de Bossche samenleving In de volgende figuur (2.3) is te zien dat maar 3% van de 65-plus huishoudens in s-hertogenbosch in 2002 een laag inkomen 5 heeft. Voor de rest van de Bossche bevolking is dit percentage bijna vier keer zo groot, namelijk 11%. Dit betekent dat slechts een beperkt deel van de ouderen behoort tot de armsten in de samenleving (levend op of onder de armoedegrens). 5 Het gaat hierbij om het particuliere huishoudensinkomen. Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in de dagelijkse levensbehoeften voorzien. Het huishoudensinkomen is het totale besteedbare inkomen van de leden van het huishouden. 16

17 Figuur 2.3 Percentage particuliere huishoudens met een laag inkomen (op of onder de armoedegrens) 6 's-hertogenbosch totaal 10% 65-plussers totaal 3% jonger dan 65 totaal 11% Bron: Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) % 2% 6% 8% 10% 12% 2.4 Huishoudenssituatie Twee op de vijf ouderen is alleenstaand Van alle 55-plussers is 40% alleenstaand. Met het stijgen van de leeftijd neemt het aandeel alleenstaanden toe. De 75-plussers zijn net als in 2002 het vaakst alleenstaand (62%). Figuur 2.4 Percentage alleenstaande Bosschenaren naar leeftijd 's-hertogenbosch totaal 31% 55-plussers totaal 75 jr en ouder 40% 62% * 65-74jr 55-64jr jonger dan 55 26% 28% * 40% 0% 20% 40% 60% 80% Bron: Databank Woningmarktmonitor en * = significant verschil in percentage alleenstaande Bosschenaren tussen 2002 en Het aandeel alleenstaanden is onder jarigen en 75-plussers wat toegenomen afgelopen jaren. 2.5 Waar wonen de ouderen? Zuidoost herbergt relatief de meeste ouderen, West is in absolute zin koploper De wijk waar absoluut gezien de meeste ouderen wonen is West. Hier woont maar liefst 17% van alle zelfstandig in de stad wonende 55-plussers. Dit zijn meer dan ouderen. Kijken we naar de relatieve cijfers, dat wil zeggen het percentage ouderen op de totale populatie van een wijk, dan blijkt dat 28% van de bevolking uit West bestaat uit 55-plussers, hetgeen boven het stadsgemiddelde ligt van 2. Daar waar West absoluut gezien de grootste groep ouderen telt, kent de wijk Zuidoost relatief gezien de grootste concentratie ouderen. Twee vijfde (38%) van de bevolking bestaat in Zuidoost uit 55- plussers. Bijna een kwart (23%) van alle Bossche 75-plussers woont in deze wijk. De wijk kenmerkt zich dan ook door een groot aantal kleinere huizen en seniorenwoningen. 6 Laag inkomen 2002 (op of onder de armoedegrens): kleiner of gelijk aan 9.249,- per jaar voor alleenstaanden of ,- voor een echtpaar. 17

18 In Empel en Maaspoort wonen relatief gezien de minste ouderen (respectievelijk 15% en 16%). Kenmerkend aan deze wijken zijn de duurdere en vaak grotere gezinswoningen, die onaantrekkelijk zijn voor 55-plussers. Figuur 2.5 Percentage 55-plussers op wijkniveau 55-plussers totaal 2 Zuidoost 38% West Rosmalen zuid 28% 28% Graafsepoort Binnenstad Noord Rosmalen noord 25% % Muntel/Vliert Engelen 18% 18% Maaspoort Empel 15% 16% 0% 10% 20% 30% 40% Bron: Gemeentelijke Basisadministratie 1 januari 2003 en 1 januari * = significant verschil in percentage 55-plussers tussen 2002 en In 2025 is bijna een derde van de Bossche bevolking 55 jaar of ouder Prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) tonen aan dat in 2025 ruim een derde deel van de Nederlandse bevolking (35%) 55 jaar of ouder is. Op dit moment is reeds een vierde deel (26%) van de Nederlandse bevolking ouder dan 54. Voor s-hertogenbosch is de prognose dat in 2025 ongeveer 31% van de Bossche bevolking 55 jaar of ouder is 7. Vergeleken met de landelijke trend is de ontwikkeling van het aantal ouderen in s-hertogenbosch dus iets gematigder. Vergrijzing komende decennia vooral in Rosmalen, Noord, Maaspoort en Engelen Groene druk geeft de verhouding aan tussen het aantal jongeren van 0-19 jaar en het aantal mensen in de zogenaamde 'productieve leeftijdsgroep' van jaar. Grijze druk doet hetzelfde voor het aantal 65-plussers. Bij elkaar opgeteld leveren ze de demografische druk, een maat voor de verhouding inactieve ten opzichte van productieve bevolking. Met deze begrippen kunnen ontgroening en vergrijzing in beeld worden gebracht. Zowel de groene als de grijze druk liggen in 2005 in s-hertogenbosch onder het landelijk gemiddelde. De grijze druk neemt hier in de komende 20 jaar flink toe, maar veel minder sterk dan landelijk. In s-hertogenbosch gaat deze van 20% naar 28%, in Nederland van 23% naar 36%. Binnen de gemeente zijn er flinke verschillen per wijk. De demografische druk is het laagst in de Binnenstad, de groene druk is het hoogst in Empel, Rosmalen Noord en Engelen, en de grijze druk in Zuidoost is spreekwoordelijk. In de komende decennia is de ontgroening het sterkst voelbaar in Empel, Rosmalen Noord en Maaspoort. Aan de andere kant zijn er wijken die sterker vergrijzen dan andere: Rosmalen Noord en Zuid, Noord, Maaspoort en Engelen. 7 Bron: Bevolkingsprognose s-hertogenbosch

19 Figuur 2.6 Demografische druk Groene druk Grijze druk Binnenstad Zuidoost Graafsepoort Muntel/Vliert Rosmalen Zuid Rosmalen Noord De Groote Wielen Empel Noord Maaspoort West Engelen 's-hertogenbosch Nederland 60% 40% 20% 0% 20% 40% 60% Bron: Bevolkingsprognose s-hertogenbosch Dubbele vergrijzing de komende decennia vooral in West, Noord en Rosmalen In 2005 telt de groep 75-plussers personen, verspreid over de hele gemeente. Maar vooral in de wijken Zuidoost en West is de concentratie ouderen groot: bijna de helft van alle 75-plussers woont daar, terwijl beide wijken tezamen hooguit een kwart van totale Bossche bevolking herbergen. In de komende 20 jaar neemt het aantal 75-plussers met toe tot in totaal personen. Bijna 60% van de toename komt terecht in de wijken West, Noord, Rosmalen Noord en Rosmalen Zuid. Van deze vier zijn het de Rosmalense wijken, waar ook relatief gezien het aantal ouderen sterk groeit. Ten opzichte van het landelijke beeld wijkt de ontwikkeling in s-hertogenbosch nogal af. Het aandeel 75-plussers stijgt in s-hertogenbosch tussen 2005 en 2025 van 5,6% tot 7,0% van de totale bevolking. De laatste CBS-prognose laat voor heel Nederland een toename zien van 6,3% naar 9,3% in dezelfde periode. De oorzaak van dit verschil moet gezocht worden in de sterke groei van de gemeente als gevolg van nieuwbouw van woningen. Daardoor vestigen zich hier veel jongeren van elders, wat de relatieve veroudering van de bevolking enigszins afremt. 19

20

21 3. Maatschappelijke participatie 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk komen verschillende vormen van maatschappelijke participatie aan bod. Er wordt ingegaan op het betrokken zijn bij de eigen buurt, het hebben van sociale contacten, het actief zijn als vrijwilliger en het al dan niet deelnemen aan sport en cultuur. 3.2 Betrokkenheid bij buurt Naarmate senioren ouder worden, voelen zij zich minder verantwoordelijk voor de eigen buurt Figuur 3.1 geeft weer in hoeverre de Bossche ouderen zich al dan niet medeverantwoordelijk voelen voor de leefbaarheid in de eigen buurt. Figuur 3.1 Medeverantwoordelijkheid leefbaarheid eigen buurt 55-64jr 8 6% 65-74jr 78% 9% 75 jr en ouder 68% 55-plussers totaal 79% 's-hertogenbosch totaal 8 16% 9% 8% 0% % 40% 60% 80% 100% wel medeverantwoordelijk niet medeverantwoordelijk weet niet/ geen mening Bron: Leefbaarheid en Veiligheid * = significant verschil in percentage wel medeverantwoordelijk tussen 2002 en Naarmate Bosschenaren ouder worden, voelen zij zich naar eigen zeggen steeds minder medeverantwoordelijk voor de leefbaarheid van de eigen buurt. Gemiddeld 79% van alle 55-plussers voelt zich hier medeverantwoordelijk voor. Onder 75-plusser is dit nog 68%. Uit nadere analyse blijkt dat bijna 9 van de 10 ouderen (87%) uit Engelen zich verantwoordelijk voor de leefbaarheid in de eigen buurt voelen, tegen 7 van de 10 ouderen uit West (7) en Graafsepoort (75%). Ouderen geven minder vaak dan jongere Bosschenaren aan een actieve rol te willen spelen bij het opstellen van plannen ter verbetering van de buurt. Ondanks deze terughoudendheid bij senioren, blijkt dat er nauwelijks verschillen zijn aan te wijzen tussen 55-plussers en Bosschenaren jonger dan 55 jaar als gekeken wordt wie het afgelopen jaar daadwerkelijk actief geweest zijn om de eigen buurt te verbeteren (respectievelijk 19% en 16% daadwerkelijk actief). Figuur 3.2 laat per wijk zien welk deel van de bevolking bereid is tot inzet voor het maken van buurtplannen ter verbetering van de wijk. 21

22 Figuur 3.2 Bereidheid tot het meewerken aan het maken van buurtplannen om de buurt te veranderen en verbeteren 's-hertogenbosch 1 35% 55-plussers totaal Empel Engelen Graafsepoort Rosmalen zuid 13% 23% 22% 18% 18% 41% 36% 30% 37% 36% Muntel / Vliert 15% 51% Binnenstad West Rosmalen noord Noord Zuidoost Maaspoort % 10% 8% 8% 46% 4 40% 40% 46% 45% 0% 20% 40% 60% 80% 100% wel bereid misschien bereid niet bereid weet niet/ geen mening Bron: Leefbaarheid en Veiligheid * = significant verschil in percentage wel bereid tussen 2002 en De groep Bossche ouderen die bereid is actief deel te nemen aan het maken van plannen ter verbetering van de leefbaarheid in de buurt, is gemiddeld genomen 2,5 keer zo klein als de groep mensen die niet bereid is zich hiervoor in te zetten. Bijna een kwart van de ouderen uit de wijk Empel (23%) en de wijk Engelen (22%) zijn zonder meer bereid zich in te zetten voor het maken van buurtplannen. Daarmee zijn dit best scorende wijken. De ouderen uit de wijken Muntel/ Vliert, Binnenstad en Zuidoost zijn daarentegen in veel mindere mate bereid zich in te zetten voor het maken van buurtplannen; respectievelijk 51%, 46% en 46% geeft zonder meer aan hier niet aan te willen meewerken. 3.3 Sociale contacten In deze paragraaf wordt nader bekeken in welke mate senioren sociaal actief zijn. Ouderen zijn meer op hun medebuurtbewoners gericht dan de gemiddelde Bosschenaar Allereerst geeft figuur 3.3 een indruk van de sociale samenhang (sociale cohesie) in de directe woonomgeving van de Bosschenaar weer. Hierbij spelen aspecten als: omgang met buurtbewoners, gezelligheid en saamhorigheid in de buurt, het zich thuis voelen bij de mensen in de buurt en het elkaar kennen een rol. 22

23 Figuur 3.3 Perceptie van sociale samenhang binnen de woonomgeving (0 = negatieve score, 10 = positieve score) 's-hertogenbosch totaal 55-plussers totaal 75 jr en ouder 6,1 * 6,4 6, jr 55-64jr 6,3 6,4 jonger dan 55 6, Bron: Leefbaarheid en Veiligheid * = significant verschil in rapportcijfer sociale samenhang tussen 2002 en Bosschenaren zijn in 2004 in vergelijking met 2002 vaker positief over de sociale samenhang. Uit bovenstaande figuur (3.4) blijkt dat senioren positiever zijn over de sociale samenhang in de woonomgeving dan jongere Bosschenaren. De oudste leeftijdscategorie (75 jaar en ouder) is het meest positief over de sociale samenhang binnen de woonomgeving. De volgende figuur (3.4) geeft de contacten met buurtbewoners weer. Figuur 3.4 Percentage personen met veel contacten in de eigen buurt (eigen perceptie) 's-hertogenbosch totaal 55-plussers totaal 29% * 38% 75 jr en ouder 65-74jr 55-64jr jonger dan 55 39% 37% 38% 25% * * 0% 10% 20% 30% 40% 50% Bron: Leefbaarheid en Veiligheid * = significant verschil in percentage veel contacten tussen 2002 en Het aandeel 55-plussers met veel contact in de eigen buurt is groter dan dat van de rest van de Bossche bevolking (38% van de 55-plussers tegen 29% van de Bossche bevolking jonger dan 55 jaar). In vergelijking met 2002 is het percentage personen met veel contacten in de buurt in 2004 afgenomen. Deze afname doet zich vooral voor bij ouderen tussen de 65 en 74 jaar (-11%) en bij Bosschenaren jonger dan 55 jaar (-9%). Het aandeel personen dat aangeeft veel contact te hebben met andere buurtbewoners is voor zowel 55-plussers (6) als voor de rest van de wijkbevolking (43%) het grootst in Empel. Wijken waar ouderen minder vaak contact hebben met andere buurtbewoners zijn Maaspoort (31%), West (33%) en Graafsepoort (32%). 23

24 Hoe ouder senioren worden hoe minder contact zij hebben met familieleden, vrienden en goede kennissen Figuur 3.5 geeft het percentage personen weer dat aangeeft minimaal wekelijks familieleden, vrienden of goede kennissen buiten het eigen huishouden te ontmoeten. Figuur 3.5 Percentage personen dat minimaal wekelijks familieleden, vrienden of goede kennissen ontmoet 's-hertogenbosch totaal 55-plussers totaal 75 jr en ouder jr jr jonger dan 55 81% 77% 73% 78% 78% 83% * 0% 20% 40% 60% 80% 100% Bron: Leefbaarheid en Veiligheid * = significant verschil in percentage minimaal wekelijks contact tussen 2002 en Het percentage ouderen dat aangeeft wekelijks familie, vrienden of goede kennissen te ontmoeten ligt iets lager (77%) dan bij de gemiddelde Bossche bevolking (81%). Verder is nog te zien dat, net als in 2002, het percentage dat wekelijks familie, vrienden of goede kennissen ontmoet wat daalt naarmate de leeftijd toeneemt. Naast het hebben van inzicht in de mate waarin ouderen sociale contacten onderhouden, is het ook van belang te weten in hoeverre de senioren tevreden zijn over deze contacten. Ongeveer één op de zes Bosschenaren (16%) geeft aan dat, ondanks het reeds hebben van voldoende contacten, meer contacten welkom zijn, in 2002 was dit 13%. Verder zegt 7% van de Bosschenaren zonder meer onvoldoende contacten te hebben. Het aandeel personen dat aangeeft te weinig contacten te hebben, neemt af naarmate de mensen ouder zijn. Van de 75-plussers zegt 3% te weinig contacten te hebben en van de Bosschenaren jonger dan 55 jaar geeft 7% aan te weinig contacten te hebben. Figuur 3.6 laat zien hoe het op wijkniveau is gesteld met de tevredenheid over het aantal sociale contacten onder ouderen. 24

25 Figuur 3.6 Percentages ouderen met te weinig sociale contacten en met voldoende contacten, maar bij wie meer contact welkom is 's-hertogenbosch 7% 16% * 55-plussers totaal 5% 12% Maaspoort 10% 11% Engelen 17% Muntel / Vliert 3% 16% West 7% 11% Graafsepoort Rosmalen noord 3% 1 15% Binnenstad 1% 15% Noord 6% 9% Empel 5% 9% Zuidoost Rosmalen zuid 9% 10% 0% 10% 20% 30% onvoldoende contacten 'voldoende'contacten, maar meer contacten zijn welkom Bron: Leefbaarheid en Veiligheid * = significant verschil in percentage onvoldoende en voldoende contacten, maar meer contacten zijn welkom tussen 2002 en In Maaspoort is het aandeel ouderen met een behoefte aan meer contacten het grootst (21%). Zelfs één op de tien geeft hier aan over onvoldoende contacten te beschikken. In de wijk Engelen geeft 17% van de ouderen aan over meer sociale contacten te willen beschikken, ondanks dat zij aangeven in eerste instantie over voldoende contacten te beschikken. In de wijk Binnenstad geeft maar 1% van de ouderen aan over onvoldoende sociale contacten te beschikken. Echter het percentage met voldoende contacten, maar waarbij meer contacten welkom zijn, is wel 15%. De wijken waar de ouderen het meest tevreden zijn met de sociale contacten zijn Rosmalen zuid, Zuidoost en Empel. 3.4 Vrijwilligerswerk Ouderen zijn vaker dan hun jongere stadsgenoten actief als vrijwilliger Een actieve vorm van maatschappelijke participatie is het vrijwilligerswerk. Figuur 3.7 geeft weer in welke mate de Bossche bevolking en speciaal de ouderen actief aan vrijwilligerswerk doen. 25

26 Figuur 3.7 Vrijwilligerswerk 55-64jr 65-74jr 75 jr en ouder 55-plussers totaal 's-hertogenbosch totaal 66% 63% 65% 65% 72% 26% 29% 30% 27% 20% 0% 20% 40% 60% 80% 100% minimaal 1 keer per week minimaal 1 keer per maand geen vrijwilligerswerk of minder dan 1 keer per maand Bron: Leefbaarheid en Veiligheid * = significant verschil in percentage minimaal 1 keer per week vrijwilligerswerk tussen 2002 en Figuur 5.3 laat zien dat 55-plussers meer dan gemiddeld aan vrijwilligerswerk doen. Maar liefst twee vijfde (38%) van de ouderen tussen de 65 en 74 jaar is minimaal 1 keer per maand actief als vrijwilliger. Gemiddeld is iets meer dan een kwart (28%) van de Bossche bevolking actief als vrijwilliger. Het gegeven dat ouderen actiever zijn binnen het vrijwilligerswerk kan deels verklaard worden uit het feit dat ouderen veelal gepensioneerd zijn en over meer vrije tijd beschikken. De wijk waar relatief de meeste vrijwilligers van 55 jaar en ouder wonen is Engelen. Hier is bijna de helft (46%) van de ouderen tenminste één keer in de maand actief als vrijwilliger. De wijk met relatief de minste vrijwilligers van 55 jaar en ouder is Maaspoort (26%). 3.5 Cultuurparticipatie Ouderen zijn meer gericht op musea en uitvoeringen van koren, zij gaan minder vaak naar de film De participatie binnen de verschillende leeftijdsgroepen varieert per culturele activiteit. Zo bezochten senioren vaker musea (5) en galeries (40%) dan jongere Bosschenaren (respectievelijk 4 en 31%). Ouderen gaan daarentegen minder vaak naar de bioscoop of het filmhuis. Ruim een derde (39%) van de ouderen geeft aan in 2004 minimaal één keer naar de film te zijn geweest. Bij de rest van de populatie is dit aandeel 76%. Bijna twee derde (62%) van de ouderen heeft de afgelopen 12 maanden minimaal één Bosch cultureel evenement bezocht, ruim éénderde theatervoorstellingen (38%) of concerten (37%). Een vijfde (21%) van de ouderen is zelf als amateur actief bezig met cultuur. 61% geeft aan in het afgelopen jaar minimaal één keer een bezienswaardig gebouw, monument, dorp of stadsdeel te hebben bezocht. Deze percentages wijken niet bijzonder af van het stadsgemiddelde. Wel blijkt de groep 75-plussers vaker naar een uitvoering van een koor gaan (60% bezocht) dan de rest van de Bossche bevolking (20% bezocht). 3.6 Sportparticipatie Ruim twee op de vijf Bossche ouderen doet niet aan sport, dit aandeel is de laatste jaren toegenomen Wat sport betreft is gekeken naar de deelname van ouderen aan sport en hoe deze sportdeelname zich heeft ontwikkeld in de afgelopen jaren. 26

27 Onderstaand figuur (3.8) geeft de deelname aan sport weer. Figuur 3.8 Sportparticipatie in de afgelopen 12 maanden jonger dan plussers totaal 's-hertogenbosch totaal 18% 42% 2 47%* 27% 42%* 0% 20% 40% 60% 80% 100% één of enkele keren per week één of enkele keren per maand geen participatie Bron: Sport- en Cultuurparticipatie * = significant verschil in percentage één of enkele keren per week tussen2001 en Ruim twee keer zoveel Bossche senioren (42%), dan Bosschenaren van 55 jaar en jonger (18%), doen in het geheel niet aan sport. Onder jarigen ligt dit percentage van non-participatie op 30% en bij de senioren boven de 64 op 42%. Sporten die door de oudere Bosschenaren het meest worden beoefend zijn: wandelsport, (toer)fietsen, fitness conditie, tennis, zwemmen en golf. Het percentage Bosschenaren dat één of enkele keren per week aan sport doet is toegenomen ten opzichte van Het percentage niet sportende ouderen is in 2004 daarentegen met 11% toegenomen in vergelijking met Figuur 3.9 laat zien of het percentage ouderen dat zichzelf als sporter ziet, is afgenomen of toegenomen sinds Figuur 3.9 Ziet u zichzelf als sporter? jonger dan plussers totaal 's-hertogenbosch totaal 3 63% 41% 37% 16% 32% 0% 20% 40% 60% 80% 100% ja, (tamelijk) enigszins Bron: Sport- en Cultuurparticipatie * = significant verschil in percentage ja (tamelijk) per week tussen2001 en 2004 nee, (nauwelijks) Van de 55-plussers geeft 63% aan zichzelf niet als sporter te zien. Dit lijkt ook logisch omdat een groot deel van de 55-plussers ook heeft aangegeven in het geheel niet aan sport te doen. 27

28 Gezien de vergrijzing zal het aandeel oudere sporters op het totaal aantal sporters toenemen: tweederde van het extra aantal sporters in 2025 is 55 jaar of ouder Figuur 3.10 relateert de bevolkingsprognose aan de doelgroep sporters naar leeftijd. Figuur jr jr jr jr jr jr Sporters (sport minimaal één maal per maand) Niet in verenigingsverband In verenigingsverband x x Bron: Sport- en Cultuurparticipatie De figuur laat zien dat met name het aandeel oudere sporters op het totaal aantal sporters toe zal nemen: tweederde van het extra aantal sporters in 2025 is, indien de mate van sportparticipatie ongewijzigd blijft, 55 jaar of ouder. Dit zal van betekenis zijn voor die sporten die populair zijn onder ouderen (zie ook paragraaf 5.6: Sportvoorzieningen). 28

29 4. Zorgvraag 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk zal aandacht worden geschonken aan de gezondheidssituatie van senioren van 65 jaar en ouder 8. Ook wordt ingegaan op de met de gezondheidssituatie van ouderen samenhangende zelfredzaamheid en hulpvraag. 4.2 Gezondheid Drie op de vier 65-plussers kampt met een chronische ziekte en één op de vijf kampt met een slechte geestelijke gezondheid, toch ervaart tegelijkertijd driekwart de gezondheid als goed Driekwart (76%) van de 65-plussers beoordeelt de eigen gezondheid als goed, zeer goed of uitstekend. De rest van deze ouderen (2) beoordeelt de eigen gezondheid als matig/slecht. Bijna driekwart (71%) van de 65-plussers heeft te kampen met een chronische ziekte. Dit is opmerkelijk aangezien een groot deel van mensen met een chronische ziekte aangeeft dat de gezondheid goed tot uitstekend is. Dit komt misschien doordat mensen met een chronische ziekte dit geaccepteerd hebben als bijkomstigheid van het ouder worden. Wellicht heeft een dergelijk ziektebeeld niet altijd een evenredige invloed op de beoordeling van de eigen gezondheid. Eén op de vijf 65-plussers (20%) heeft te kampen met een slechte geestelijke gezondheid. De geestelijke gezondheid is een schaal die is geconstrueerd uit 5 vragen. Deze vragen hebben betrekking op de mate waarin mensen zich de afgelopen maand zenuwachtig, in de put, kalm/ rustig, somber/ neerslachtig en gelukkig gevoeld hebben. 4.3 Zelfredzaamheid en hulpvraag In deze paragraaf wordt nader bekeken hoe het is gesteld met de zelfredzaamheid van de 55-plusser. Onder zelfredzaamheid wordt verstaan de mate waarin men zichzelf kan redden zonder hulp van anderen. De zelfredzaamheid van ouderen in de Binnenstad is het laagst van de stad Figuur 4.1 geeft de mate van de zelfredzaamheid, in de vorm van een schaalscore, van de gemiddelde Bosschenaar in vergelijking met die van de 55-plusser weer. De stellingen die aan de Bossche bevolking zijn voorgelegd met betrekking tot zelfredzaamheid zijn de volgende: Ik kan alles goed aan, Ik kan prima voor mezelf opkomen, Ik weet goed mijn recht te halen. 8 De belangrijkste informatiebron over het thema gezondheid is de Ouderenenquête 2004 van de GGD Hart voor Brabant, gegevens van 55-plussers zijn hier niet voorhanden, vandaar dat er wordt gerapporteerd voor 65-plussers. 29