Lineaire Algebra voor ST

Vergelijkbare documenten
Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Vectormeetkunde in R 3

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Ruimtewiskunde. college. Het inwendig- en het uitwendig product. Vandaag. Hoeken Orthogonaliteit en projecties. Toepassing: magnetische velden

Toepassingen in de natuurkunde: snelheden, versnellingen, krachten.

Inwendig product, lengte en orthogonaliteit

ONBETWIST ONderwijs verbeteren met WISkunde Toetsen Voorbeeldtoetsen Lineaire Algebra Deliverable 3.10 Henk van der Kooij ONBETWIST Deliverable 3.

x cos α y sin α . (1) x sin α + y cos α We kunnen dit iets anders opschrijven, namelijk als x x y sin α

Lineaire Algebra (2DD12)

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Inwendig product, lengte en orthogonaliteit in R n

UITWERKINGEN 1 2 C : 2 =

Dossier 4 VECTOREN. Dr. Luc Gheysens. bouwstenen van de lineaire algebra

Vectorruimten en deelruimten

Wiskunde voor relativiteitstheorie

Wiskunde voor relativiteitstheorie

Kies voor i een willekeurige index tussen 1 en r. Neem het inproduct van v i met de relatie. We krijgen

Lineaire algebra I (wiskundigen)

FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE Afdeling Kwantitatieve Economie

Lineaire Algebra voor ST

Matrices en Grafen (wi1110ee)

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra A en B. Faculteit Wiskunde en Informatica Technische Universiteit Eindhoven

Tentamen Lineaire Algebra

Aanvullingen bij Hoofdstuk 8

Ruimtewiskunde. college. De determinant en lineaire afbeeldingen. Vandaag. De determinant van een matrix. Toepassing: oppervlakte en inhoud

Lineaire Algebra TW1205TI. I.A.M. Goddijn, Faculteit EWI 12 februari 2014

Coëfficiënten matrix = matrix waarin de rechterkolom geen oplossing van de vergelijking is. 1. Lineair systeem = Stelsel van lineaire vergelijkingen

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Lineaire Algebra voor ST (2DS06) op , uur.

More points, lines, and planes

Lineaire Algebra A en B. Faculteit Wiskunde en Informatica Technische Universiteit Eindhoven

Vectoranalyse voor TG

Samenvatting Lineaire Algebra, periode 4

10.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

16.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i

Vectoranalyse voor TG

4 + 3i 4 3i (7 + 24i)(4 3i) 4 + 3i

Ruimtemeetkunde. (

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Matrices en Stelsel Lineaire Vergelijkingen

Eindtermen Lineaire Algebra voor E vor VKO (2DE01)

Examen Lineaire Algebra en Meetkunde Tweede zit (13:30-17:30)

15 Uitwerkingen Lineaire Algebra

6 Complexe getallen. 6.1 Definitie WIS6 1

Lineaire Algebra voor W 2Y650

8.1 Rekenen met complexe getallen [1]

Ruimtemeetkunde. (

Cursus analytische meetkunde

Vlakke meetkunde. Module Geijkte rechte Afstand tussen twee punten Midden van een lijnstuk

Hints en antwoorden bij de vragen van de cursus Lineaire Algebra en Meetkunde

Zomercursus Wiskunde. Module 6 Goniometrie, vlakke meetkunde en rekenen met vectoren in de fysica (versie 22 augustus 2011)

10.0 Voorkennis. cos( ) = -cos( ) = -½ 3. [cos is x-coördinaat] sin( ) = -sin( ) = -½ 3. [sin is y-coördinaat] Willem-Jan van der Zanden

1. Vectoren in R n. y-as

Definities, stellingen en methoden uit David Poole s Linear Algebra A Modern Introduction - Second Edtion benodigd voor het tentamen Matrix Algebra 2

CTB1002 deel 1 - Lineaire algebra 1

2. Transformaties en matrices

Schooljaar: Leerkracht: M. Smet Leervak: Wiskunde Leerplan: D/2002/0279/048

Uitgewerkte oefeningen

Lineaire Algebra. Bovendriehoeks- en onderdriehoeks vorm: onder (boven) elke leidende term staan enkel nullen

Analytische Meetkunde. Lieve Houwaer, Unit informatie, team wiskunde

Vector-en matrixvergelijkingen. Figuur: Vectoren, optellen

Determinanten. , dan is det A =

Bekijk nog een keer het stelsel van twee vergelijkingen met twee onbekenden x en y: { De tweede vergelijking van de eerste aftrekken geeft:

4. Determinanten en eigenwaarden

Vlakke Meetkunde Ruimtemeetkunde. Meetkunde. 1 december Meetkunde

Vectorruimten met inproduct

Analytische Meetkunde. Wiskundedialoog Nijmegen, 13 juni 2017 Jeroen Spandaw

EXAMEN LINEAIRE ALGEBRA EN MEETKUNDE I

Tentamen Lineaire Algebra B

Integratie voor meerdere variabelen

Opgaven Functies en Reeksen. E.P. van den Ban

Lineaire afbeeldingen

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

Aanvullingen bij Hoofdstuk 6

Overzicht meetkunde. Driehoeksmeetkunde. Stelling van Pythagoras.

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

Lineaire algebra 1 najaar Complexe getallen

Lineaire Algebra (wi2142tn) Les 5: Determinanten. Joost de Groot Les 5. Faculteit EWI, Toegepaste Wiskunde. Technische Universiteit Delft

1 Symmetrieën van figuren

8.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Bereken het snijpunt van 3x + 2y = 6 en -2x + y = 3

SAMENSTELLEN EN ONTBINDEN VAN SNIJDENDE KRACHTEN

Lineaire Algebra en Vectorcalculus 2DN60 College 4.b.1 Orthogonaliteit en de meetkunde van lineaire systemen

Examenvragen Meetkunde en lineaire algebra Tweede examenperiode

UNIFORM EINDEXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2009

TW2040: Complexe Functietheorie

Transcriptie:

Lineaire Algebra voor ST docent: Judith Keijsper TUE, HG 9.31 email: J.C.M.Keijsper@tue.nl studiewijzer: http://www.win.tue.nl/wsk/onderwijs/2ds06 Technische Universiteit Eindhoven college 4 J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 1 / 42

Inhoud 1 Vectoren in het vlak en in de ruimte 2 Matrixtransformaties 3 Determinant van een matrixtransformatie J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 2 / 42

Sommige fysische grootheden hebben alleen een grootte (bijv. massa, volume, druk). Dit zijn scalaire grootheden. Andere grootheden een grootte en een richting (bijv. snelheid, kracht, versnelling). Deze worden beschreven met vectoren u v J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 3 / 42

Definitie Een vector in het platte vlak of in de ruimte kan voorgesteld worden door een pijl. De pijlpunt geeft de richting aan, de lengte van het lijnstuk de grootte. Als v een vector is met beginpunt (staart) P en eindpunt (kop) Q dan schrijven we v = PQ Vectoren met dezelfde richting en grootte zijn equivalent en noemen we daarom gelijk. Q u v u u u P u J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 4 / 42

Definitie Als u en v vectoren zijn in het vlak of de ruimte, dan is de som u + v de samenstelling van de pijlen u en v: verschuif v zodat zijn beginpunt samenvalt met het eindpunt van u, nu is het beginpunt van u + v per definitie gelijk aan het beginpunt van u en het eindpunt van u + v is per definitie gelijk aan het eindpunt van v. v u u+v u v J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 5 / 42

Definitie Als u een vector is in het vlak of de ruimte, dan is voor c R het scalaire product cu per definitie de vector die een lengte heeft die c maal de lengte is van u, en die als c > 0 dezelfde richting heeft als u, terwijl als c < 0 de richting tegenovergesteld is aan die van u. We noemen ( 1)u de tegengestelde van u en noteren deze met u. 2u u v v J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 6 / 42

De vector met lengte 0 heet de nulvector en wordt ook genoteerd met 0. Voor elke vector u in het vlak of de ruimte geldt dat u + 0 = u en u + ( u) = 0. u u Bovendien geldt 0 = 0. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 7 / 42

Ook schrijven we voor v + ( u) meestal v u en noemen dit het verschil van v en u. v v u u u v u v u u J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 8 / 42

R 2 = {(x, y) x, y R} kan opgevat worden als de verzameling punten P in het platte vlak: x en y zijn de coördinaten van P in een rechthoekig coördinatensysteem. y P(x,y) O x J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 9 / 42

De vector v = OP met staart in de oorsprong O = (0, 0) en kop in het punt P(x, y) heeft per definitie componenten x en y (de coördinaten van de kop als de staart in O wordt genomen). We associëren met deze vector de 2 1 matrix [ x y ] en noemen zo n matrix dan ook een een vector in het vlak of een 2-vector. NB: R 2 staat ook voor de verzameling van alle 2-vectoren. y u P(1,3) v Q(5,4) O x J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 10 / 42

Ander aangrijpingspunt De vector PQ met staart P(x, y) (niet noodzakelijk de oorsprong) en kop Q(x, y ) in R 2 heeft dezelfde lengte en richting als de vector OP met staart O en kop P (x x, y y). Kortom, PQ = [ x x y y ]. y P(1,3) Q(5,4) P (4,1) O x J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 11 / 42

Voorbeeld PQ, met P( 3, 1) en Q( 1, 4) is gelijk aan de vector [ ( 1) ( 3) 4 1 ] = [ 2 3 ]. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 12 / 42

Definitie De lengte of norm u van vector u = [ u1 u 2 ] in het vlak, is wegens Pythagoras gelijk aan u = u1 2 + u2 2 = u u MATLAB: norm(u) y (4,3) 5 3 O 4 x J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 13 / 42

Voorbeeld u = [ ] 2 u = 5 ( 2) 2 + 5 2 = 4 + 25 = 29 J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 14 / 42

De richting van een vector in R 2 wordt gegeven door zijn hoek θ met de positieve x-as, ofwel met zijn helling (richtingscoëfficiënt) tan θ. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 15 / 42

Vectoren in de ruimte In de ruimte kan een rechthoekig coördinatenstelsel linkshandig of rechtshandig zijn. De verzameling van alle punten (x, y, z) in de ruimte heet R 3. z z RECHTSHANDIG LINKSHANDIG O y O x x y J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 16 / 42

De vector v = OP met staart in de oorsprong O = (0, 0, 0) en kop in het punt P(x, y, z) heeft per definitie componenten x, y en z (de coördinaten van de kop als de staart in O wordt genomen). We associëren met deze vector de 3 1 matrix x y z en noemen zo n matrix dan ook een een vector in de ruimte of een 3-vector. NB: R 3 staat ook voor de verzameling van alle 3-vectoren. NB: analoog noemen we de verzameling van alle n-vectoren R n. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 17 / 42

Ander aangrijpingspunt De vector PQ met staart P(x, y, z) (niet noodzakelijk de oorsprong) en kop Q(x, y, z ) in R 3 heeft dezelfde lengte en richting als de vector OP met staart O en kop P (x x, y y, z z). Kortom, PQ = x x y y z z. Voorbeeld PQ, met P( 3, 1, 1) en Q( 1, 4, 1) is gelijk aan de vector ( 1) ( 3) 4 1 1 1 = 2 3 0. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 18 / 42

Vectoroptelling Matrixoptelling komt voor vectoren precies overeen met de meetkundige vectoroptelling in het vlak en in de ruimte. Als [ ] [ ] u1 v1 u = en v = dan representeert de matrix u 2 [ u1 + v 1 u 2 + v 2 correct de meetkundige samenstelling u + v. (Idem in R 3 ). (6,7) ] v 2 y (1,3) v u+v u (5,4) u v O x J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 19 / 42

Scalair veelvoud van een vector Ook scalaire vermenigvuldiging van matrices komt voor vectoren in het vlak en in de ruimte overeen met de meetkundige definitie. Als [ ] [ ] u1 cu1 u = en c R, dan cu = cu 2 u 2 heeft een lengte die c maal groter is dan de lengte van u en een richting die hetzelfde is (als c > 0) of tegengesteld (als c < 0). (Idem in R 3 ) (2,6) y 2u (5,4) u (1,3) v O x v ( 5, 4) J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 20 / 42

De nulvector in R 2 wordt gerepresenteerd door een 2 1 nulmatrix, en de nulvector in R 3 door een 3 1 nulmatrix: [ ] 0 0 0 = respectievelijk 0 = 0 0 0 Het verschil v u van twee vectoren v en u komt overeen met het verschil van de bijbehorende matrices. In R 2 : [ ] v1 u v u = 1 v 2 u 2 y v u (5,4) u (1,3) v u v u (4,1) O x J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 21 / 42

Definitie De afstand tussen twee vectoren u = [ u1 u 2 ] en v = [ v1 v 2 ] in het vlak is per definitie gelijk aan de afstand tussen hun koppen P(u 1, u 2 ) en Q(v 1, v 2 ), dus aan (v 1 u 1 ) 2 + (v 2 u 2 ) 2 = v u y v u (5,4) u (1,3) v u v u (4,1) O x J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 22 / 42

Voorbeeld v u = u = [ 1 5 (3 + 1) 2 + (2 5) 2 = ] [ ] 3 v = 2 4 2 + ( 3) 2 = 25 = 5 J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 23 / 42

Definitie De lengte of norm u van vector u = u 1 u 2 u 3 in de ruimte is wegens (twee maal) Pythagoras gelijk aan u = u 2 1 + u2 2 + u2 3 = u u Voorbeeld u = u = 2 5 3 ( 2) 2 + 5 2 + 3 2 = 4 + 25 + 9 = 38 J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 24 / 42

Definitie De afstand tussen twee vectoren u 1 u = u 2 en v = u 3 in de ruimte is per definitie gelijk aan de afstand tussen hun koppen P(u 1, u 2, u 3 ) en Q(v 1, v 2, v 3 ), dus aan (v 1 u 1 ) 2 + (v 2 u 2 ) 2 + (v 3 u 3 ) 2 = v u Voorbeeld v u = u = 1 5 1 v = v 1 v 2 v 3 (3 + 1) 2 + (2 5) 2 + (1 1) 2 = 25 = 5 3 2 1 J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 25 / 42

De richting van een vector in R 3 wordt gegeven door zijn hoeken met de positieve x-as, de positieve y-as en de positieve z-as. We definiëren dus de hoek tussen twee vectoren in R 3. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 26 / 42

De hoek θ (met 0 θ π) tussen twee vectoren 0 u 1 v 1 u = u 2 u 3 en v = v 2 v 3 in de ruimte is gelijk aan Bewijs: de cosinus-regel geeft θ = arccos u 1v 1 + u 2 v 2 + u 3 v 3 u v v u 2 = u 2 + v 2 2 u v cos θ v u θ u v J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 27 / 42

v u 2 = u 2 + v 2 2 u v cos θ dus cos θ = u 2 + v 2 v u 2 2 u v = u 1v 1 + u 2 v 2 + u 3 v 3 u v u v = u v J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 28 / 42

Voorbeeld u = 2 1 1 en v = De hoek θ tussen u en v wordt gegeven door cos θ = 2 1 + ( 1) 1 + 1 2 2 2 + ( 1) 2 + 1 2 1 2 + 1 2 + 2 2 = 3 6 = 1 2 1 1 2 Omdat 0 θ π geldt θ = π 3 of θ = 60. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 29 / 42

Een analoge formule is waar voor de hoek θ tussen twee vectoren 0 in R 2 : [ ] [ ] u1 v1 u = en v = u 2 cos θ = u 1v 1 + u 2 v 2 u v v 2 = u v u v Er is dus een verband tussen het inproduct en de hoek θ tussen twee vectoren u en v in R 2 of R 3, beide ongelijk aan 0: In het bijzonder geldt dat: u v = u v cos θ θ is scherp (0 θ < π 2 ) als u v > 0, θ is stomp ( π 2 < θ π) als u v < 0, en θ is recht (θ = π 2 ) als u v = 0. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 30 / 42

Definitie Twee vectoren u, v 0 in het vlak of de ruimte heten orthogonaal als ze loodrecht op elkaar staan (notatie u v). Stelling Twee vectoren in het vlak of de ruimte zijn orthogonaal dan en slechts dan als hun inproduct nul is. Voorbeeld De vectoren u = 1 2 3 en v = 3 6 3 staan loodrecht op elkaar, want u v = 1 3 + ( 2) 6 + 3 3 = 3 12 + 9 = 0 J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 31 / 42

Voor vectoren in R n (n willekeurig) is een inproduct gedefinieerd. Daarom kunnen de begrippen lengte, afstand, hoek, en orthogonaliteit gedefinieerd worden in de R n naar analogie met de R 2 en R 3. u = u u v u = (v u) (v u) cos θ = u v u v u v u v = 0 J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 32 / 42

Stelling Als u, v en w vectoren in R 2 of R 3 zijn, en c, d R, dan (a) u + v = v + u (vectoroptelling is commutatief) (b) u + (v + w) = (u + v) + w (vectoroptelling is associatief) (c) u + 0 = 0 + u = u (d) u + ( u) = 0 (e) c(u + v) = cu + cv (f) (c + d)u = cu + du (g) c(du) = (cd)u (h) 1u = u Bewijs: dit zijn eerder bewezen eigenschappen van matrixoperaties. NB: Ook waar voor vectoren in de R n. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 33 / 42

Matrixtransformaties Een 2 2 matrix A correspondeert met een functie (afbeelding) f : R 2 R 2 die een vector x R 2 afbeeldt op de vector Ax R 2 : f (x) = Ax Voorbeeld Spiegeling in de x-as van een vector in R 2 is de afbeelding f : R 2 R 2 die gedefinieerd is door ([ ]) [ ] [ ] [ ] x 1 0 x x f = = y 0 1 y y Het beeld onder f van de 2-vector [ ] ([ ]) [ 1 1 1 0 is de 2-vector f = 2 2 0 1 ] [ 1 2 ] [ = 1 2 ] J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 34 / 42

Voorbeeld Verlenging van een vector in R 2 is de afbeelding f : R 2 R 2 die gedefinieerd is door ([ ]) [ ] [ ] [ ] x r 0 x rx f = = y 0 r y ry voor een zekere r > 1. Als 0 < r < 1, dan heet deze afbeelding contractie. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 35 / 42

Voorbeeld Rotatie (tegen de klok in) over een hoek φ van een vector in R 2 is de afbeelding f : R 2 R 2 die gedefinieerd is door ([ ]) [ ] [ ] [ ] x cos φ sin φ x x cos(φ) y sin(φ) f = = y sin φ cos φ y x sin(φ) + y cos(φ) = [ r cos(θ) cos(φ) r sin(θ) sin(φ) r cos(θ) sin(φ) + r sin(θ) cos(φ) ] = [ r cos(θ + φ) r sin(θ + φ) waarbij x = r cos(θ) en y = r sin(θ) (poolcoördinaten). Rotatie van een 2-vector over een hoek van zestig graden komt neer op (voor)vermenigvuldigen met de matrix [ ] [ cos(π/3) sin(π/3) = sin(π/3) cos(π/3) 1/2 1/2 (3) 1/2 (3) 1/2 ] ] J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 36 / 42

In het algemeen wordt door (voor)vermenigvuldigen met een m n matrix A een afbeelding f : R n R m gedefinieerd: als x een n-vector is dan is f (x) = Ax een m-vector. Voorbeeld Projectie van een vector in R 3 op het xy-vlak is de afbeelding f : R 3 R 2 die gedefinieerd is door x [ ] x [ ] f y 1 0 0 = y x = 0 1 0 y z z Het bereik van f is de hele R 2 want voor elke 2-vector v = x er een 3-vector u, bijv. u = y waarvoor 1 f (u) = v. [ x y ] bestaat J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 37 / 42

Volume en oppervlakte Met behulp van determinanten kan de oppervlakte van een driehoek of parallellogram worden uitgerekend: Stelling Als P het parallellogram in R 2 is dat opgespannen wordt door de vectoren [ ] [ ] x1 x2 en y 1 y 2 dan geldt ([ opp P = det x1 y 1 x 2 y 2 ]) ([ = det x1 x 2 y 1 y 2 ]) Een analoge uitspraak geldt voor het volume van een een parallellepipedum in de R 3, en algemener in R n. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 38 / 42

Hieruit volgt voor de oppervlakte van een driehoek: Stelling Als T een driehoek met hoekpunten (x 1, y 1 ), (x 2, y 2 ) en (x 3, y 3 ) in R 2 is dan geldt opp T = 1 ([ ]) 2 det x1 x 3 y 1 y 3 x 2 x 3 y 2 y 3 ofwel opp T = 1 2 det x 1 y 1 1 x 2 y 2 1 x 3 y 3 1 J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 39 / 42

De determinant van een matrix A geeft aan met welke factor de oppervlakte (in R 2 ) of het volume (in R 3 of algemener R n ) van een gesloten figuur toeneemt door op deze de matrixtransformatie toe te passen gedefinieerd door (voor)vermenigvuldigen met A. Voorbeeld Laat T een driehoek zijn in R 2, gedefinieerd door drie hoekpunten of vectoren x, y, z in R 2. Laat A een 2 2 matrix zijn, en L : R 2 R 2 de afbeelding gedefinieerd door L(v) = Av Dan geldt voor de oppervlakte van de driehoek L(T ) gedefinieerd door de hoekpunten L(x), L(y), L(z) dat opp L(T ) = det(a) opp T J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 40 / 42

Voorbeeld Spiegeling in de x-as is de matrixtransformatie met matrix [ ] 1 0 0 1 Deze matrix heeft determinant 1. Spiegeling laat de oppervlakte van een driehoek invariant. Voorbeeld Rotatie (tegen de klok in) over een hoek φ heeft matrix [ ] cos φ sin φ sin φ cos φ met determinant cos 2 (φ) + sin 2 (φ) = 1. Rotatie laat de oppervlakte van een driehoek invariant. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 41 / 42

Voorbeeld Verlenging van een vector in R 2 heeft matrix [ ] r 0 0 r met determinant r 2. Door toepassing van deze matrixtransformatie vermenigvuldigt de oppervlakte van een driehoek (of parallellogram) met r 2 : driehoek (1, 0), (0, 1), (1, 1) heeft oppervlakte 1 2, terwijl de (beeld)driehoek (r, 0), (0, r), (r, r) oppervlakte 1 2 r 2 heeft. J.Keijsper (TUE) Lineaire Algebra voor ST college 4 42 / 42