8.1 Rekenen met complexe getallen [1]
|
|
|
- Johan van de Velden
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 8.1 Rekenen met complexe getallen [1] Natuurlijke getallen: Dit zijn alle positieve gehele getallen en nul. 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6,... Het symbool voor de natuurlijke getallen is Gehele getallen: Dit zijn alle gehele getallen...., -6, -5, -4, -3, -2, -1, 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6,... Het symbool voor de gehele getallen is 1
2 8.1 Rekenen met complexe getallen [1] Rationale getallen: Dit zijn alle gehele getallen en alle breuken. Er zijn twee soorten breuken: 1. Breuken met een eindig aantal decimalen: 0,25 0,125 0, Breuken met een oneindig aantal decimalen, die zich steeds herhalen: 1 0, , , , , ,
3 8.1 Rekenen met complexe getallen [1] Irrationale getallen: Dit zijn alle getallen met oneindig veel decimalen, waarbij de decimalen zich niet herhalen. Een irrationaal getal is dus niet te schrijven als een breuk. Getallen zoals 2 en π zijn irrationale getallen. Reele getallen: Dit zijn alle rationale en irrationale getallen bij elkaar. Dit is de verzameling van alle getallen die bestaan en op de getallenlijn liggen. 3
4 8.1 Rekenen met complexe getallen [2] Voorbeeld 1: De vergelijking x 2 = -1 heeft geen oplossing in IR. Er wordt afgesproken dat vanaf nu geldt: i 2 = -1. x 2 = -1 x 2 = i 2 x = i of x = -i Voorbeeld 2: (2x 4) 2 = - 5 heeft geen oplossing in IR. Met behulp van i 2 = -1 is deze vergelijking wel op te lossen. (2x 4) 2 = - 5 (2x 4) 2 = 5 i2 2x 4 = 5 i of 2x 4 = - 5 i 2x = 4 + i 5 of 2x = 4 i 5 x = 2 + ½i 5 of x = 2 - ½i 5 De twee uitkomsten zijn voorbeelden van complexe getallen. 4
5 8.1 Rekenen met complexe getallen [2] Algemeen: Een getal van de vorm a + bi met a en b reële getallen en met i 2 = -1 heet een complex getal. De twee uitkomsten zijn voorbeelden van complexe getallen. a is het reële deel van het complexe getal. b is het imaginaire deel van het complexe getal. Een complex getal van de vorm bi is een zuiver imaginair getal. Je gebruikt bij het rekenen met complexe getallen dezelfde rekenregels als je tot nu toe gebruikt hebt bij het rekenen met reële getallen. 5
6 8.1 Rekenen met complexe getallen [2] Voorbeeld 3: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i Voorbeeld 4: Los op in 4x x + 15 = 0 4x x = 0 (2x + 3) = 0 (2x + 3) 2 = -6 (2x + 3) 2 = 6i 2 2x + 3 = i 6 of 2x + 3 = - i 6 2x = -3 + i 6 of 2x = -3 - i 6 x = -1½ + ½i 6 of x = -1½ - ½i 6 6
7 8.1 Rekenen met complexe getallen [3] Voorbeeld 1: Herleid tot de vorm a + bi (2 + 4i) (1 + i) = 2+ 4i 1 i = 1 3i Voorbeeld 2: Herleid tot de vorm a + bi (2 + 4i) (1 + i) = 2 + 2i + 4i + i 2 = 2 + 6i 4 = i 7
8 8.1 Rekenen met complexe getallen [3] Voorbeeld 3: Herleid tot de vorm a + bi 2 4i 3 4i 2 4i 3 4i 3 4i 3 4i 2 6 8i 12i 16i i 6 4i i 22 4 i
9 8.1 Rekenen met complexe getallen [4] Gegeven is het complexe getal z = a + bi Het reële deel a van dit complexe getal wordt genoteerd met Re(z) Het imaginaire deel b van dit complexe getal wordt genoteerd met Im(z) De geconjungeerde van dit complexe getal is a bi (of z a bi ) Voorbeeld: 2 2 (a bi) a bi (a bi) (a bi) a abi abi b i a b (Re(z)) (Im(z)) 2 2 9
10 8.2 Het complexe vlak [1] Hiernaast is het complexe getal a + bi getekend in een assenstelsel. De horizontale as is de reële as. De verticale as is de imaginaire as. Dit complexe vlak wordt ook wel het vlak van Gauss of een Argand-diagram genoemd. Hiernaast worden vectoren gebruikt om twee complexe getallen bij elkaar op te tellen. z 1 = 2 + i z 2 = 2 + 4i z 1 + z 2 = 2 + i i = 4 + 5i (= z) Er ontstaat nu een parallellogram-constructie 10
11 8.2 Het complexe vlak [1] De lengte van de vector (ook modulus of absolute waarde) die bij het complexe getal z hoort, is te berekenen met de stelling van Pythagoras: z = 4 + 5i = z 1 = 2 + i = z 2 = 2 + 4i = Let op 1: Er geldt nu: z z 1 + z 2 (Dit is over het algemeen zo) 2 Let op 2: Er geldt nu: z z z (Te bewijzen in opgave 20) Let op 3: Er geldt nu: z 1 z 2 = z 1 z 2 (Te bewijzen in opgave 21) 11
12 8.2 Het complexe vlak [1] 4i im De lijn a beschrijft alle getallen z waarvoor geldt: Re(z) = 4 De lijn b beschrijft alle getallen z waarvoor geldt: Re(z) = Im(z) b 3i 2i i 0 -i re -2i a 12
13 8.2 Het complexe vlak [2] In het assenstelsel is het complexe getal z 1 = 1 + i getekend. Hierbij hoort een draaiingshoek (φ) of argument (Arg(z 1 )) van 45. Het argument tussen -180 en 180 is de hoofdwaarde van het argument. Alle waarden voor het argument van het complexe getal z 1 zijn: 45 + k 360 waarbij k een geheel getal is. Op de GR kun het argument berekenen via MATH CMPLX 4: ANGLE De letter i krijg je met 2ND 13
14 8.2 Het complexe vlak [2] Voorbeeld: Teken de getallen z waarvoor geldt: 90 Arg(z) z 1,5 Stap 1: Teken één lijnstuk dat begint in de oorsprong met een hoek van 90 graden t.o.v. de reële as. Teken één lijnstuk dat begint in de oorsprong met een hoek van 135 graden t.o.v. de reële as. 14
15 8.2 Het complexe vlak [2] Voorbeeld: Teken de getallen z waarvoor geldt: 90 Arg(z) z 1,5 Stap 2: Alle punten die voldoen aan z = 1 liggen op een afstand 1 van de oorsprong. Teken een cirkel met middelpunt O en straat 1. Teken een cirkel met middelpunt O en straal 2. Stap 3: Markeer het gezochte gebied. 15
16 8.2 Het complexe vlak [3] 16
17 In het plaatje hiernaast is een rechthoekige driehoek te zien. Hieruit volgen: Im( z) sin( ) Im( z) z cos( ) z Re( z) cos( ) Re( z) z cos( ) z z is de afstand van het punt tot de Oorsprong. We noemen deze afstand nu r. 8.2 Het complexe vlak [3] Het reële en imaginaire deel van het complexe getal z zijn nu te schrijven als: Re(z) = r cos(φ) en Im(z) = r sin(φ). r (= z ) en φ (= arg(z)) zijn de poolcoördinaten van het complexe getal z. 17
18 8.2 Het complexe vlak [3] Het complexe getal z = a + bi kan genoteerd worden m.b.v. poolcoördinaten: z = r cos(φ) + i r sin(φ) = r (cos(φ) + i sin(φ)) Voorbeeld 1: Schrijf z = 3 4i met poolcoördinaten. Rond het argument zo nodig af op 1 decimaal. 2 2 z 3 ( 4) φ = arg(z) = arg(3 4i) = - 53,1 (Gebruik de GR!!!) Hieruit volgt: z = 5(cos(-53,1 ) + i sin(-53,1 )) 18
19 8.2 Het complexe vlak [3] Voorbeeld 2: Schrijf z = (2 + i) 2 met poolcoördinaten. (2+ i) 2 = (2 + i)(2 + i) = 4 + 2i + 2i + i 2 = 4 + 4i 1 = 3 + 4i 2 2 z φ = arg(z) = arg(3 + 4i) = 53,1 (Gebruik de GR!!!) Hieruit volgt: z = 5(cos(53,1 ) + i sin(53,1 )) Voorbeeld 3: Schrijf het volgende getal zonder poolcoördinaten. Geef een exacte uitkomst: z = 20(cos 60 + i sin 60 ) 20(cos 60 + i sin 60 ) = 20 cos i sin 60 = 20 ½ + 20 i ½ 3 = i 19
20 8.3 De formule van De Moivre [1] Er gelden vanaf nu de volgende regels als z 1 en z 2 complexe getallen zijn: 1) z 1 z 2 = z 1 z 2 2) arg(z 1 z 2 ) = φ 1 +φ 2 = arg(z 1 ) + arg(z 2 ) z z 1 1 3) z z 2 2 4) z 1 arg arg( z1) arg( z2) z2 Voorbeeld 1: Bereken de modulus en een argument van: (2 + 2i)(-1 + i) (2 + 2i)(-1 + i) = 2 + 2i -1 + i = ( 1) arg((2 + 2i)(-1 + i) ) = arg(2 + 2i) + arg(-1 + i) = =
21 8.3 De formule van De Moivre [1] Er gelden vanaf nu de volgende regels als z 1 en z 2 complexe getallen zijn: 1) z 1 z 2 = z 1 z 2 2) arg(z 1 z 2 ) = φ 1 +φ 2 = arg(z 1 ) + arg(z 2 ) z z 1 1 3) z z 2 2 4) z 1 arg arg( z1) arg( z2) z2 Voorbeeld 2: Bereken de modulus en een argument van: 6 2(cos40 i sin40 ) (cos15 isin15 ) 3 6 2(cos40 isin40 ) arg (cos15 isin15 ) 6 2(cos40 isin40 ) 3(cos15 isin15 ) 21
22 8.3 De formule van De Moivre [2] Uit z 1 z 2 = z 1 z 2 volgt: z n = z z z z = z z z z = z n Uit arg(z 1 z 2 ) = arg(z 1 ) + arg(z 2 ) volgt: arg(z n ) = arg(z z z z) = arg(z) + arg(z) + + arg(z) = n arg(z) Voor z = r cos(φ) + i r sin(φ) krijg je: z n = r n en arg(z n ) = n φ. Hieruit volgt: z n = r n (cos(nφ) + i sin(nφ) ) Als r een waarde van 1 heeft ontstaat de formule van De Moivre: z n = (cos(φ) + i sin(φ) ) n = cos(nφ) + i sin(nφ) 22
23 8.3 De formule van De Moivre [2] Voorbeeld 1: Herleid tot de vorm a + bi: ( 3 + i) r ( 3) φ = arg(z) = arg( 3 + i) = 30 ( 3 + i) 5 = (2(cos 30 + i sin 30 )) 5 = 2 5 (cos (5 30 ) + i sin (5 30 )) = 2 5 (cos (150 ) + i sin (150 ) = 32 (-½ 3 + ½i) = i Voorbeeld 2: Herleid tot de vorm a + bi: (9(cos 45 + i sin 45 )) -2 (9(cos 45 + i sin 45 )) -2 = 9-2 (cos (-2 45 ) + i sin ((-2 45 )) 1 = 81 (cos (-90 ) + i sin (-90 )) = 1 (0 + i -1) 81 1 = - 81 i 23
24 8.3 De formule van De Moivre [3] De vergelijking z 3 = 1 heeft drie oplossingen: Oplossing 1: (cos 0 + i sin 0 ) 3 = cos(3 0 ) + i sin(3 0 ) = cos 0 + i sin 0 = 1 + i 0 = 1 cos 0 + i sin 0 = 1 + i 0 = 1 Oplossing 2: (cos i sin 120 ) 3 = cos(3 120 ) + i sin(3 120 ) = cos i sin 360 = 1 + i 0 = 1 cos i sin 120 = - ½ + ½i 3 Oplossing 3: (cos (-120 ) + i sin (-120 )) 3 = cos(3-120 ) + i sin(3-120 ) = cos (-360 ) + i sin (-360 ) = 1 + i 0 = 1 cos (-120 ) + i sin (-120 ) = ½ - ½i 3 24
25 8.3 De formule van De Moivre [3] Er is aangetoond dat de vergelijking z 3 = 1 drie oplossingen heeft. Deze wortel is driewaardig. Elke complexe wortel is meerwaardig. De vergelijking z n = c met c 0, heeft n oplossingen in Deze oplossingen zijn de uitkomsten van de n-demachtswortel van c. 25
26 Voorbeeld 1: Los exact op in : z 3 = De formule van De Moivre [3] z 3 = 8(cos i sin 180 ) v z 3 = 8(cos i sin 540 ) v z 3 = 8(cos i sin 900 ) 1) cos i sin 180 = -1 + i 0 = -1; 2) Dit geldt ook voor een argument dat 360 van 180 verschilt; 3) Je noteert nu drie argumenten die steeds 360 verschillen, omdat er drie oplossingen zijn. z = 2(cos 60 + i sin 60 ) v z = 2(cos i sin 180 ) v z = 2(cos i sin 300 ) Hier gebruik je de formule van De Moivre. z = 2(½ + ½i 3) v z = 2(-1 + 0i) v z = 2(½ - ½i 3) z = 1 + i 3) v z = -2 v z = 1 - i 3 26
27 8.3 De formule van De Moivre [3] Voorbeeld 2: Los exact op in : (z 2i) 2 = -i (z 2i) 2 = cos (-90 ) + i sin (-90 ) v (z 2i) 2 = cos i sin 270 ) 1) cos (-90) + i sin (-90) = 0 + i -1 = -i; 2) Dit geldt ook voor een argument dat 360 van 180 verschilt; 3) Je noteert nu twee argumenten die steeds 360 verschillen, omdat er twee oplossingen zijn. z 2i = cos (-45 ) + i sin (-45 ) v z 2i = cos i sin 135 ) Hier gebruik je de formule van De Moivre. z 2i = ½ 2 - ½i 2 z = ½ 2 + 2i - ½i 2 z = ½ 2 + (2 - ½ 2)i v z 2i = -½ 2 + ½i 2 z = -½ 2 + 2i + ½i 2 z = -½ 2 + (2 + ½ 2)i 27
28 8.4 Complexe functies [1] Voorbeeld 1: Gegeven zijn de functies f(z) = 3 + 2i en g(z) = 5 + 5i (= 3 + 2i i) De functie g(z) ontstaat uit de functie van f(z) door het toepassen van de translatie (2, 3) Algemeen: Bij de functie f(z) = z + a + bi hoort de translatie (a, b). Voorbeeld 2: Gegeven is het rode vierkant. Pas hierop de functie f(z) = 2z toe. Linksonder: z = 1 + i => f(1 + i) = 2 (1 + i) = 2 + 2i Rechtsonder: z = 3 + i => f(3 + i) = 2 (3 + i) = 6 + 2i Linksboven: z = 1 + 4i => f(1 + 4i) = 2 (1 + 4i) = 2 + 8i Rechtsboven: z = 3+ 4i => f(3 + 4i) = 2 (3 + 4i) = 6 + 8i Algemeen: Bij de functie f(z) = az met a een reëel getal hoort de Vermenigvuldiging t.o.v. 0 met factor a. 28
29 8.4 Complexe functies [1] Voorbeeld 3: Gegeven is de driehoek met de hoekpunten 1 + 2i, 3 + i en 1 + 3i. Teken het beeld bij de functie f(z) = -2z i. Stap 1: Een vermenigvuldiging t.o.v. 0 met factor -2 van de rode driehoek geeft de groene driehoek. Stap 2: De translatie (4, 3) van de groene driehoek geeft de blauwe driehoek. 29
30 8.4 Complexe functies [1] Voorbeeld 4: Het getal 0 ligt op de blauwe driehoek (het beeld). Een getal dat door een functie f op 0 wordt afgebeeld, heet een nulpunt van f. Het oplossen van f(z) = 0 geeft het nulpunt. -2z i = 0-2z = -4 3i 2z = 4 + 3i z = 2 + 1½i Voorbeeld 5: Een dekpunt van de complexe functie f is een getal dat op zichzelf wordt afgebeeld. Het oplossen van f(z) = z geeft het dekpunt. -2z i = z -3z = -4 3i 3z = 4 + 3i 1 z = 1 + i 3 30
31 8.4 Complexe functies [2] Bij de functie f(z) = a + bi hoort de draaivermenigvuldiging die bestaat uit de rotatie over arg(a + bi) en de vermenigvuldiging t.o.v. 0 met factor a + bi Voorbeeld 1: Gegeven is de functie f(z) = (1 i)z. Teken het beeld bij de functie f van het rode vierkant met hoekpunten -2 + i, 3 + i, 3 + 6i, i i = 1 ( 1) 2 arg(1 i) = -45 Er is sprake van een rotatie over -45 en een vermenigvuldiging t.o.v. 0 met 2. Zo ontstaat het groene vierkant. 31
32 8.4 Complexe functies [2] Bij de functie f(z) = a + bi hoort de draaivermenigvuldiging die bestaat uit de rotatie over arg(a + bi) en de vermenigvuldiging t.o.v. 0 met factor a + bi Voorbeeld 1: Het lijnstuk van O tot het punt -2 + i op het rode vierkant wordt -45 graden geroteerd. De lengte die 5 was, wordt 2 5 = 10. Zo ontstaat het punt i op het groene vierkant. Het lijnstuk van O tot het punt i op het rode vierkant wordt -45 graden geroteerd. De lengte die 40 was, wordt 2 40 = 80. Zo ontstaat het punt 4 + 8i op het groene vierkant. 32
33 8.4 Complexe functies [2] Bij de functie f(z) = a + bi hoort de draaivermenigvuldiging die bestaat uit de rotatie over arg(a + bi) en de vermenigvuldiging t.o.v. 0 met factor a + bi Voorbeeld 1: Het lijnstuk van O tot het punt 3 + i op het rode vierkant wordt -45 graden geroteerd. De lengte die 10 was, wordt 2 10 = 20. Zo ontstaat het punt 4-2i op het groene vierkant. Het lijnstuk van O tot het punt 3 + 6i op het rode vierkant wordt -45 graden geroteerd. De lengte die 45 was, wordt 2 45 = 90. Zo ontstaat het punt 9 + 3i op het groene vierkant. 33
34 8.4 Complexe functies [2] Bij de functie f(z) = a + bi hoort de draaivermenigvuldiging die bestaat uit de rotatie over arg(a + bi) en de vermenigvuldiging t.o.v. 0 met factor a + bi Voorbeeld 2: Geef het bereik van f bij het domein z 2-45 Arg(z) 45 Er is een vermenigvuldiging met 2. Hieruit volgt bij het bereik: z 2 2 Er is een rotatie van -45. Hieruit volgt bij het bereik: -90 Arg(z) 0 34
35 8.4 Complexe functies [3] Bij de functie f(z) = (a + bi)z + c + di met a, b, c en de reëel hoort de vermenigvuldiging t.o.v. 0 met de factor a + bi en de rotatie over arg(a + bi) gevolgd door de translatie (c, d) Voorbeeld 1: Gegeven is de functie f(z) = (1 + i)z 2 + 3i. Teken het beeld bij f van het vierkant met de hoekpunten 1 + i, 3 + i, 3 + 3i en 1 + 3i i = arg(1 + i) = 45 Het roteren van het rode vierkant over 45 en het vermenigvuldigen t.o.v. 0 met 2 geeft het groene vierkant. De translatie (-2, 3) van het groen vierkant geeft het blauwe vierkant. 35
36 8.4 Complexe functies [3] Bij de functie f(z) = (a + bi)z + c + di met a, b, c en de reëel hoort de vermenigvuldiging t.o.v. 0 met de factor a + bi en de rotatie over arg(a + bi) gevolgd door de translatie (c, d) Voorbeeld 2: Gegeven is de functie f(z) = (1 + i)z 2 + 3i. Wat is het origineel van f bij 10 + i? f(z) = 10 + i (1 + i)z 2 + 3i = 10 + i (1 + i)z = 12 2i z 12 2i 12 2i 1 i 12 12i 2i i 1 i 1 i 1 i 2 36
37 8.4 Complexe functies [4] Voorbeeld: Gegeven is de functie f(z) = z 3. Teken in twee aparte figuren de cirkelsector z 1,5-30 Arg(z) 30 en het beeld bij f. f(z) = z 3 = z 3 =1,5 3 = 3,375. arg(z 3 ) = 3 arg(z) dus -90 Arg(z)
38 8.5 Krachten en snelheden [1] Voorbeeld: Op een voorwerp werken drie krachten. Bereken de grootte en de richting van de resultante van deze krachten. Noteer de complexe getallen die bij de krachten horen. z 1 = 20 z 2 = 15(cos 40 + i sin 40 ) z 3 = 25(cos i sin 160 ) De grootte van de resultante is de absolute waarde van de som van de drie complexe getallen: z 1 + z 2 + z 3 19,9. De richting van de resultante is het argument van de som van de drie complexe getallen: arg(z 1 + z 2 + z 3 ) 66,3. 38
39 8.5 Krachten en snelheden [2] In de luchtvaart en scheepvaart wordt vaak met een kompas gewerkt; Als je naar het zuiden vaart, vaar je met een koers van 180 ; Als je naar het noordwesten vaart, vaar je met een koers van
40 8.5 Krachten en snelheden [2] Een ijsschots drijft met een snelheid van 3 km/uur naar het zuidoosten. Op de ijsschots loopt een persoon op zijn kompas pal naar het zuiden met een snelheid van 4 km/uur. Bereken in één decimaal nauwkeurig de resulterende snelheid van deze persoon en in graden nauwkeurig zijn koers. Bij de snelheden horen de complexe getallen: z 1 = 3(cos(-45 ) + i sin(-45 )) z 2 = 4(cos(-90 ) + i sin(-90 )) z 1 + z 2 6,48 arg(z 1 + z 2 ) - 70,9 De resulterende snelheid van de persoon is 6,5 km/uur. De koers van de persoon is = 161. (Gebruik hiervoor het plaatje op de vorige pagina) 40
10.0 Voorkennis. cos( ) = -cos( ) = -½ 3. [cos is x-coördinaat] sin( ) = -sin( ) = -½ 3. [sin is y-coördinaat] Willem-Jan van der Zanden
10.0 Voorkennis 5 1 6 6 cos( ) = -cos( ) = -½ 3 [cos is x-coördinaat] 5 1 3 3 sin( ) = -sin( ) = -½ 3 [sin is y-coördinaat] 1 Voorbeeld 1: Getekend is de lijn k: y = ½x 1. De richtingshoek α van de lijn
16.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i
16.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i Voorbeeld 2: Los op in 4x 2 + 12x + 15 = 0 4x 2 + 12x + 9 + 6 = 0 (2x + 3) 2 + 6 = 0 (2x + 3) 2 = -6 (2x + 3) 2 = 6i 2 2x + 3 =
Les 1 Kwadraat afsplitsen en Verzamelingen
Vwo 5 / Havo 4 Wis D Hoofdstuk 8 : Complexe getallen Pagina van Les Kwadraat afsplitsen en Verzamelingen Definities Verzamelingen Er zijn verschillende verzamelingen N = Natuurlijke getallen =,2,,.. Z
Hoofdstuk 8 : Complexe getallen
1 Hoofdstuk 8 : Complexe getallen Les 1 Kwadraat afsplitsen en Verzamelingen Definities Verzamelingen Er zijn verschillende verzamelingen getallen : (1) N = Natuurlijke getallen = 1,2,3,.. (2) Z = Gehele
Aanvulling bij de cursus Calculus 1. Complexe getallen
Aanvulling bij de cursus Calculus 1 Complexe getallen A.C.M. Ran In dit dictaat worden complexe getallen behandeld. Ook in het Calculusboek van Adams kun je iets over complexe getallen lezen, namelijk
Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Complexe getallen. Een eigen samenvatting maken is nuttig.
6 Totaalbeeld Samenvatten Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Complexe getallen. Een eigen samenvatting maken is nuttig. Begrippenlijst: 21: complex getal reëel deel
Praktische opdracht Wiskunde B Complexe Getallen
Praktische opdracht Wiskunde B Complexe Get Praktische-opdracht door een scholier 1750 woorden 12 mei 2003 5,2 86 keer beoordeeld Vak Wiskunde B Inleiding Deze praktische opdracht wiskunde heeft als onderwerp:
2 Modulus en argument
Modulus en argument Verkennen Modulus en argument Inleiding Verkennen Probeer zelf te bedenken hoe je een complex getal kunt opschrijven vanuit de draaihoek en de lengte van de bijbehorende vector. Uitleg
4 + 3i 4 3i (7 + 24i)(4 3i) 4 + 3i
COMPLEXE GETALLEN Invoering van de complexe getallen Definitie Optellen en vermenigvuldigen Delen De complexe getallen zijn al behoorlijk oud; in de zestiende eeuw doken ze op bij het oplossen van algebraïsche
6 Complexe getallen. 6.1 Definitie WIS6 1
WIS6 1 6 Complexe getallen 6.1 Definitie Rekenen met paren De vergelijking x 2 + 1 = 0 heeft geen oplossing in de verzameling R der reële getallen (vierkantsvergelijking met negatieve discriminant). We
TW2040: Complexe Functietheorie
TW2040: Complexe Functietheorie week 4.1, maandag K. P. Hart Faculteit EWI TU Delft Delft, 18 april, 2016 K. P. Hart TW2040: Complexe Functietheorie 1 / 31 Outline 1 Section I.1 Complex numbers K. P. Hart
Complexe getallen. José Lagerberg. November, Universiteit van Amsterdam. José Lagerberg (FNWI) Complexe getallen November, / 30
Complexe getallen José Lagerberg Universiteit van Amsterdam November, 2017 José Lagerberg (FNWI) Complexe getallen November, 2017 1 / 30 1 Complexe getallen en complexe e-machten Complexe getallen en complexe
Lineaire algebra 1 najaar Complexe getallen
Lineaire algebra 1 najaar 2008 Complexe getallen Iedereen weet, dat kwadraten van getallen positieve getallen zijn. Dat is vaak erg praktisch, we weten bijvoorbeeld dat de functie f(x) := x 2 + 1 steeds
Aanvulling aansluitingscursus wiskunde. A.C.M. Ran
Aanvulling aansluitingscursus wiskunde A.C.M. Ran 1 In dit dictaat worden twee onderwerpen behandeld die niet in het boek voor de Aansluitingscursus staan. Die onderwerpen zijn: complexe getallen en volledige
1.1 Rekenen met letters [1]
1.1 Rekenen met letters [1] Voorbeeld 1: Een kaars heeft een lengte van 30 centimeter. Per uur brand er 6 centimeter van de kaars op. Hieruit volgt de volgende woordformule: Lengte in cm = -6 aantal branduren
Complexe getallen. 5.1 Constructie van de complexe getallen
Les 5 Complexe getallen Iedereen weet, dat kwadraten van getallen positieve getallen zijn. Dat is vaak erg praktisch, we weten bijvoorbeeld dat de functie f(x) := x 2 +1 steeds positief is en in het bijzonder
De wortel uit min één. Jaap Top
De wortel uit min één Jaap Top IWI-RuG & DIAMANT [email protected] 20 maart 2007 1 Marten Toonder, verhaal de minionen (1980) 2 3 4 5 Twee manieren om complexe getallen te beschrijven: algebraïsch, als uitdrukkingen
5.1 Constructie van de complexe getallen
Les 5 Complexe getallen Iedereen weet, dat kwadraten van getallen positieve getallen zijn. Dat is vaak erg praktisch, we weten bijvoorbeeld dat de functie f(x) := x 2 +1 steeds positief is en in het bijzonder
3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]
3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1] Voorbeeld 1: 5 3 = 15 (3 + 3 + 3 + 3 + 3 = 15) Voorbeeld 2: 5-3 = -15 (-3 +-3 +-3 +-3 +-3 = -3-3 -3-3 -3 = -15) Voorbeeld 3: -5 3 = -15 Voorbeeld 4: -5 3 9 2
Wiskunde 2 voor kunstmatige intelligentie (BKI 316) Bernd Souvignier
Wiskunde 2 voor kunstmatige intelligentie (BKI 316) Bernd Souvignier najaar 2004 Deel I Voortgezette Analyse Les 1 Complexe getallen Iedereen weet, dat kwadraten van getallen positieve getallen zijn. Dat
2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen (http://www.youtube.com/watch?v=cceqwwj6vrs) 15 x 3 = 45
15 x 3 = 45 2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen (http://www.youtube.com/watch?v=cceqwwj6vrs) 15 x 3 is een product. 15 en 3 zijn de factoren van het product. 15 : 3 = 5 15 : 3 is een
2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax
00-I De parabool met vergelijking y = 4x x en de x-as sluiten een vlakdeel V in. De lijn y = ax (met 0 a < 4) snijdt de parabool in de oorsprong en in punt. Zie de figuur. y= 4x x y= ax heeft de coördinaten
4051CALC1Y Calculus 1
4051CALC1Y Calculus 1 College 1 2 september 2014 1 Even voorstellen Theresia van Essen Docent bij Technische Wiskunde Aanwezig op maandag en donderdag EWI 04.130 [email protected] Slides op http://homepage.tudelft.nl/v9r7r/
Aanvulling basiscursus wiskunde. A.C.M. Ran
Aanvulling basiscursus wiskunde A.C.M. Ran 1 In dit dictaat worden twee onderwerpen behandeld die niet in het boek voor de basiscursus (Basisboek wiskunde van Jan van de Craats en Rob Bosch) staan. Die
1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.
1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;
1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.
1.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x. 6x + 28 = 30 10x +10x +10x 16x + 28 = 30-28 -28 16x = 2 :16 :16 x = 2 1 16 8 Stappenplan: 1) Zorg dat alles met x links van het = teken komt te staan;
Bestaat er dan toch een wortel uit 1?
Bestaat er dan toch een wortel uit 1? Complexe getallen en complexe functies Jan van de Craats Universiteit van Amsterdam, Open Universiteit CWI Vacantiecursus 2007 Wat zijn complexe getallen? Wat zijn
Complexe e-macht en complexe polynomen
Aanvulling Complexe e-macht en complexe polynomen Dit stuk is een uitbreiding van Appendix I, Complex Numbers De complexe e-macht wordt ingevoerd en het onderwerp polynomen wordt in samenhang met nulpunten
Complexe getallen: oefeningen
Complexe getallen: oefeningen Hoofdstuk 2 Praktisch rekenen met complexe getallen 2.1 Optelling en aftrekking (modeloplossing) 1. Gegeven zijn de complexe getallen z 1 = 2 + i en z 2 = 2 3i. Bereken de
Nieuwe invoercellen voeg je toe door de cursor tussen twee cellen in te zetten, en invoer in te tikken.
Technische Universiteit Eindhoven, 2007 Complexe getallen Mathematica In een invoercel kun je Mathematica commando's invullen. Door op Shift + Enter te drukken laat je Mathematica de berekening uitvoeren.
14.0 Voorkennis. sin sin sin. Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel:
14.0 Voorkennis Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel: a b c sin sin sin Voorbeeld 1: Gegeven is ΔABC met c = 1, α = 54 en β = 6 Bereken a in twee decimalen nauwkeurig. a c sin sin a 1 sin54 sin64
5 Eenvoudige complexe functies
5 Eenvoudige complexe functies Bij complexe functies is zowel het domein als het beeld een deelverzameling van. Toch kan men in eenvoudige gevallen het domein en het beeld in één vlak weergeven. 5.1 Functies
Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Examen VWO 2010 tijdvak 1 dinsdag 25 mei 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Dit examen bestaat uit 18 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 84 punten te behalen. Voor elk
Op deze manier ligt φ exact vast (als we zouden zeggen 0 φ 2π zouden we de reële getallen dubbelop hebben, en dat willen wij als wiskundigen niet).
Moddergooien n.a.v. 31 augustus Allereerst: hartelijk dank voor de vragen; als dat zo doorgaat en als jullie zo blijven komen en ook nog eens huiswerk maken, dan weet ik zeker dat ik dicht bij 100% ga
Eindexamen wiskunde B vwo 2010 - I
Gelijke oppervlakten De parabool met vergelijking y = 4x x2 en de x-as sluiten een vlakdeel V in. De lijn y = ax (met 0 a < 4) snijdt de parabool in de oorsprong O en in punt. Zie. y 4 3 2 1-1 O 1 2 3
4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden
4.0 Voorkennis Rekenregels voor wortels: 1) A B AB met A 0 en B 0 A A 2) met A 0 en B 0 B B Voorbeeld 1: 2 3 23 6 Voorbeeld 2: 9 9 3 3 3 1 4.0 Voorkennis Voorbeeld 3: 3 3 6 3 6 6 6 6 6 1 2 6 Let op: In
wiskunde B vwo 2018-I
Formules Goniometrie sin( tu) sin( t)cos( u) cos( t)sin( u) sin( tu) sin( t)cos( u) cos( t)sin( u) cos( tu) cos( t)cos( u) sin( t)sin( u) cos( tu) cos( t)cos( u) sin( t)sin( u) sin( t) sin( t)cos( t) cos(
4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden
4.0 Voorkennis Rekenregels voor wortels: 1) A B AB met A 0 en B 0 A A 2) met A 0 en B 0 B B Voorbeeld 1: 2 3 23 6 Voorbeeld 2: 9 9 3 3 3 1 4.0 Voorkennis Voorbeeld 3: 3 3 6 3 6 6 6 6 6 1 2 6 Let op: In
10.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.
10.0 Voorkennis y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x. Algemeen: Van de lijn y = ax + b is de richtingscoëfficiënt a en het snijpunt met de y-as (0, b) y = -4x + 8 kan
De wortel uit min één. Jaap Top
De wortel uit min één Jaap Top JBI-RuG & DIAMANT [email protected] 19 april 2011 1 Marten Toonder, verhaal de minionen (1980) 2 3 4 5 Twee manieren om complexe getallen te beschrijven: algebraïsch, als uitdrukkingen
Complexe getallen in context
Complexe getallen in context voor wiskunde D ( 5 VWO) R.A.C. Dames H. van Gendt Versie, november 006 Deze module is ontwikkeld in opdracht van ctwo. Copyright 006 R.Dames en H. van Gendt Inhoud Inhoud...3
wiskunde B havo 2015-II
Veilig vliegen De minimale en de maximale snelheid waarmee een vliegtuig veilig kan vliegen, zijn onder andere afhankelijk van de vlieghoogte. Deze hoogte wordt vaak weergegeven in de Amerikaanse eenheid
Appendix Inversie bekeken vanuit een complex standpunt
Bijlage bij Inversie Appendix Inversie bekeken vanuit een complex standpunt In dee paragraaf gaan we op een andere manier kijken naar inversie. We doen dat met behulp van de complexe getallen. We veronderstellen
Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Voorkennis Stelling van
Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Stelling van Kan alleen bij rechthoekige driehoeken pythagoras a 2 + b 2 =
1.1 Lineaire vergelijkingen [1]
1.1 Lineaire vergelijkingen [1] Voorbeeld: Los de vergelijking 4x + 3 = 2x + 11 op. Om deze vergelijking op te lossen moet nu een x gevonden worden zodat 4x + 3 gelijk wordt aan 2x + 11. = x kg = 1 kg
P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).
Inhoud 1. Sinus-functie 1 2. Cosinus-functie 3 3. Tangens-functie 5 4. Eigenschappen 4.1. Verband tussen goniometrische verhoudingen en goniometrische functies 8 4.2. Enkele eigenschappen van de sinus-functie
1 Complexe getallen in de vorm a + bi
Paragraaf in de vorm a + bi XX Complex getal Instap Los de vergelijkingen op. a x + = 7 d x + 4 = 3 b 2x = 5 e x 2 = 6 c x 2 = 3 f x 2 = - Welke vergelijkingen hebben een natuurlijk getal als oplossing?...
OEFENPROEFWERK VWO B DEEL 3
Formules OEFENROEFWERK VWO B DEEL HOOFDSTUK GONIOMETRISCHE FORMULES cos( t u) cos( t)cos( u) sin( t)sin( u) sin( A) sin( A)cos( A) sin( t u) sin( t)cos( u) cos( t)sin( u) cos( t u) cos( t)cos( u) sin(
Errata Moderne wiskunde 9e editie VWO B deel 2 hoofdboek
Onderstaande verbeteringen zijn gebaseerd op de eerste druk van deze titel. In bijdrukken worden fouten hersteld. Het is dus goed mogelijk, dat hier verbeteringen staan, die bij een nieuwe druk al zijn
12.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los de vergelijking sin(a) = 0 op. We zoeken nu de punten op de eenheidscirkel met y-coördinaat 0.
12.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Los de vergelijking sin(a) = 0 op. We zoeken nu de punten op de eenheidscirkel met y-coördinaat 0. Dit is in de punten (1,0) en (-1,0) (1,0) heeft draaiingshoek 0 (-1,0) heeft
Complexe getallen in context
Complexe getallen in context voor wiskunde D ( 5 VWO) R.A.C. Dames H. van Gendt Versie 4, juni 0 In deze vierde versie zijn alleen een aantal zetfouten verbeterd. Inhoudelijk is deze versie geheel gelijk
Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.
Examen HAVO 05 tijdvak donderdag 8 juni 3.30-6.30 uur wiskunde B Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage. Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen. Dit examen
Zomercursus Wiskunde. Module 8 Complexe getallen (versie 22 augustus 2011)
Katholieke Universiteit Leuven September 2011 Module 8 Complexe getallen (versie 22 augustus 2011) Inhoudsopgave 1 De getallenverzameling C 1 2 Het complex vlak of het vlak van Gauss 7 3 Vierkantsvergelijkingen
1E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE
E HUISWERKOPDRACHT CONTINUE WISKUNDE Uiterste inleverdatum dinsdag oktober, voor het begin van het college N.B. Je moet de hele uitwerking opschrijven en niet alleen het antwoord geven. Je moet het huiswerk
6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x. 50 10( x 1) Willem-Jan van der Zanden
6.0 Voorkennis Kruislings vermenigvuldigen: A C AD BC B D Voorbeeld: 50 0 x 50 0( x ) 50 0x 0 0x 60 x 6 6.0 Voorkennis Herhaling van rekenregels voor machten: p p q pq a pq a a a [] a [2] q a q p pq p
5.1 Lineaire formules [1]
5.1 Lineaire formules [1] Voorbeeld : Teken de grafiek van y = 1½x - 3 Stap 1: Maak een tabel met twee coördinaten van deze lijn: x 0 2 y -3 0 Stap 2: Teken de twee punten en de grafiek: 1 5.1 Lineaire
Lineaire Algebra voor ST
Lineaire Algebra voor ST docent: Judith Keijsper TUE, HG 9.31 email: [email protected] studiewijzer: http://www.win.tue.nl/wsk/onderwijs/2ds06 Technische Universiteit Eindhoven college 3 J.Keijsper
3.1 Kwadratische functies[1]
3.1 Kwadratische functies[1] Voorbeeld 1: y = x 2-6 Invullen van x = 2 geeft y = 2 2-6 = -2 In dit voorbeeld is: 2 het origineel; -2 het beeld (of de functiewaarde) y = x 2-6 de formule. Een functie voegt
10 20 30 leeftijd kwelder (in jaren)
Kwelders De vorm van eilanden, bijvoorbeeld in de Waddenzee, verandert voortdurend. De zee spoelt stukken strand weg en op andere plekken ontstaat juist nieuw land. Deze nieuwe stukken land worden kwelders
Examen VWO. Wiskunde B Profi
Wiskunde B Profi Eamen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak Donderdag 25 mei 3.30 6.30 uur 20 00 Dit eamen bestaat uit 7 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een
8.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Bereken het snijpunt van 3x + 2y = 6 en -2x + y = 3
8.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Bereken het snijpunt van 3x + 2y = 6 en -2x + y = 3 2x y 3 3 3x 2 y 6 2 Het vermenigvuldigen van de vergelijkingen zorgt ervoor dat in de volgende stap de x-en tegen elkaar
Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Eamen VW 06 tijdvak woensdag 8 mei 3:30-6:30 uur wiskunde ij dit eamen hoort een uitwerkbijlage. it eamen bestaat uit 7 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 77 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat
Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Eamen VW 06 tijdvak woensdag 8 mei 3:30-6:30 uur wiskunde ij dit eamen hoort een uitwerkbijlage. it eamen bestaat uit 7 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 77 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat
Functies van één veranderlijke
Functies van één veranderlijke 952600 Docent : Anton Stoorvogel E-mail: [email protected] /46 Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica EWI Kunnen we elke integraal oplossen? Z e x x dx Z e x2 dx
7.0 Voorkennis. tangens 1 3. Willem-Jan van der Zanden
7.0 Voorkennis Bij bepaalde aantallen graden hebben de sinus, cosinus en tangens een exacte oplossing. In deze gevallen moet je de exacte oplossing geven: hoek 30 45 60 sinus cosinus 2 tangens 3 3 3 2
44 De stelling van Pythagoras
44 De stelling van Pythagoras Verkennen Pythagoras Uitleg Je kunt nu lezen wat de stelling van Pythagoras is. In de applet kun je de twee rode punten verschuiven. Opgave 1 a) Verschuif in de applet punt
wiskunde B vwo 2016-I
wiskunde vwo 06-I Formules Vlakke meetkunde Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden gebruikt zonder nadere toelichting. Hoeken, lijnen en afstanden: gestrekte hoek, rechte
De vergelijking van Antoine
De vergelijking van Antoine Als een vloeistof een gesloten ruimte niet geheel opvult, dan verdampt een deel van de vloeistof. De damp oefent druk uit op de wanden van de gesloten ruimte: de dampdruk. De
1. INLEIDING: DE KOERS VAN EEN BOOT
KLAS 4N VECTOREN . INLEIDING: DE KOERS VAN EEN BOOT. Boot vaart van Roe naar Tui via Rul. De koersgegevens zijn: van Roe naar Rul: 0, 5 km van Rul naar Tui: 40, 5 km a. Wat zijn de koersgegevens als de
Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.
Eamen VW 2019 tijdvak 2 woensdag 19 juni 13.30-16.30 uur wiskunde B Bij dit eamen hoort een uitwerkbijlage. Dit eamen bestaat uit 17 vragen. Voor dit eamen zijn maimaal 76 punten te behalen. Voor elk vraagnummer
Eindexamen vwo wiskunde B 2013-I
Formules Vlakke meetkunde Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden gebruikt zonder nadere toelichting. Hoeken, lijnen en afstanden: gestrekte hoek, rechte hoek, overstaande
10.0 Voorkennis. Herhaling van rekenregels voor machten: a als a a 1 0[5] [6] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a:
10.0 Voorkennis Herhaling van rekenregels voor machten: p p q pq a pq a a a [1] a [2] q a q p pq p p p a a [3] ( ab) a b [4] Voorbeeld 1: Schrijf als macht van a: 1 8 : a a : a a a a 3 8 3 83 5 Voorbeeld
1.1 Tweedegraadsvergelijkingen [1]
1.1 Tweedegraadsvergelijkingen [1] Er zijn vier soorten tweedegraadsvergelijkingen: 1. ax 2 + bx = 0 (Haal de x buiten de haakjes) Voorbeeld 1: 3x 2 + 6x = 0 3x(x + 2) = 0 3x = 0 x + 2 = 0 x = 0 x = -2
Lineaire Algebra voor ST
Lineaire Algebra voor ST docent: Judith Keijsper TUE, HG 9.31 email: [email protected] studiewijzer: http://www.win.tue.nl/wsk/onderwijs/2ds06 Technische Universiteit Eindhoven college 4 J.Keijsper
Eindexamen wiskunde B vwo 2010 - I
Formules Vlakke meetkunde Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden gebruikt zonder nadere toelichting. Hoeken, lijnen en afstanden: gestrekte hoek, rechte hoek, overstaande
vwo wiskunde b Baanversnelling de Wageningse Methode
1 1 vwo wiskunde b Baanversnelling de Wageningse Methode 1 1 2 2 Copyright 2018 Stichting de Wageningse Methode Auteurs Leon van den Broek, Ton Geurtz, Maris van Haandel, Erik van Haren, Dolf van den Hombergh,
Oefentoets Versie A. Vak: Wiskunde Onderwerp: Meetkunde Leerjaar: 1 (2017/2018) Periode: 3
Oefentoets Versie A Vak: Wiskunde Onderwerp: Meetkunde Leerjaar: 1 (017/018) Periode: 3 Opmerkingen vooraf: Het gebruik van een rekenmachine en een tabellenboekje is toegestaan. Geef je antwoord alljd
Hoofdstuk 1 LIJNEN IN. Klas 5N Wiskunde 6 perioden
Hoofdstuk LIJNEN IN Klas N Wiskunde 6 perioden . DE VECTORVOORSTELLING VAN EEN LIJN VOORBEELD. Gegeven zijn de punten P (, ) en Q (, 8 ). Gevraagd: de vectorvoorstelling van de lijn k door P en Q. Methode:
Voorkennis wiskunde voor Biologie, Chemie, Geografie
Onderstaand overzicht volgt de structuur van het boek Wiskundige basisvaardigheden met bijhorende website. Per hoofdstuk wordt de strikt noodzakelijke voorkennis opgelijst: dit is leerstof die gekend wordt
is het koppel dat overeenkomt met het eindpunt van λ.op ax by = a a b x y = a b = x y a b ax by bx + ay = a b
Deel Complexe getallen 1 Tweedimensionale Euclidische ruimte 11 Optelling, verschil en scalaire vermenigvuldiging = ( ab, ) ab, is de verzameling van alle koppels reële getallen { } Zoals we ons de reële
Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 14 mei uur
Examen HAVO 204 tijdvak woensdag 4 mei.0-6.0 uur wiskunde B (pilot) Dit examen bestaat uit 9 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 80 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten met een
wiskunde B pilot havo 2015-II
wiskunde B pilot havo 05-II Veilig vliegen De minimale en de maximale snelheid waarmee een vliegtuig veilig kan vliegen, zijn onder andere afhankelijk van de vlieghoogte. Deze hoogte wordt vaak weergegeven
Antwoorden. 1. Rekenen met complexe getallen
1. Rekenen met complexe getallen 1.1 a. 9 b. 9 c. 16 d. i e. 1 1. a. 1 b. 3 c. 1 d. 4 3 e. 3 4 1.3 a. 3 i b. 3 i c. i d. 5 i e. 15 i 1.4 a. 33 i b. 7 i c. 4 3 i d. 3 5 i e. 5 3 i 1.5 a. 1 ± i b. ± i c.
Complexe getallen. Jaap Top
Complexe getallen Jaap Top JBI-RuG & DIAMANT [email protected] 16 december 2014 (studiedag voor leraren wiskunde) 1 ( er verwijst naar Leopold Kronecker), uit een tekst (1893) na diens overlijden geschreven
A. B. C. D. Opgave 3. In een groot vierkant is een kleiner vierkant getekend. Wat is de oppervlakte van het kleine vierkant? A. B. C. D.
FAJALOBI 2015 Opgave 1 Het getal heet een palindroom. Dat is een getal dat als je het van achter naar voren leest het hetzelfde is als van voor naar achter. Een palindroom begint niet met een nul. Wat
voorkennis wiskunde voor Farmaceutische wetenschappen en Biomedische wetenschappen
Onderstaand overzicht volgt de structuur van het boek Wiskundige basisvaardigheden met bijhorende website. Per hoofdstuk wordt de strikt noodzakelijke voorkennis opgelijst: dit is leerstof die gekend wordt
Vlakke meetkunde. Module 6. 6.1 Geijkte rechte. 6.1.1 Afstand tussen twee punten. 6.1.2 Midden van een lijnstuk
Module 6 Vlakke meetkunde 6. Geijkte rechte Beschouw een rechte L en kies op deze rechte een punt o als oorsprong en een punt e als eenheidspunt. Indien men aan o en e respectievelijk de getallen 0 en
Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2013-I
Eindeamen vwo wiskunde pilot 03-I Formules Goniometrie sin( t u) sintcosu costsinu sin( t u) sintcosu costsinu cos( t u) costcosu sintsinu cos( t u) costcosu sintsinu sin( t) sintcost cos( t) cos t sin
Origami Meetkunde. Peter Lombaers en Jan-Willem Tel 26 mei 2011
Origami Meetkunde Peter Lombaers en Jan-Willem Tel 26 mei 2011 Samenvatting In dit dictaat beschouwen we een manier om hoeken en afstanden te construeren: origami. We vergelijken het met het construeren
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1997-1998: Tweede ronde De tweede ronde bestaat eveneens uit 30 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem is hetzelfde als dat voor de eerste ronde, dwz per goed antwoord krijgt
Hoofdstuk 10 Meetkundige berekeningen
Hoofdstuk 10 Meetkundige berekeningen Les 0 (Extra) Aant. Voorkennis: Hoeken en afstanden Theorie A: Sinus, Cosinus en tangens O RHZ tan A = A RHZ O RHZ sin A = SZ A RHZ cos A = SZ Afspraak: Graden afronden
0. voorkennis. Periodieke verbanden. Bijzonder rechthoekige driehoeken en goniometrische verhoudingen
0. voorkennis Periodieke verbanden Bijzonder rechthoekige driehoeken en goniometrische verhoudingen Er zijn twee verschillende tekendriehoeken: de 45-45 -90 driehoek en de 30-0 -90 -driehoek. Kenmerken
