Samenvatting theorie Meetkunde I

Vergelijkbare documenten
WPO Differentiaalmeetkunde I

Examen Lineaire Algebra en Meetkunde Tweede zit (13:30-17:30)

Lineaire Algebra voor ST

Kies voor i een willekeurige index tussen 1 en r. Neem het inproduct van v i met de relatie. We krijgen

Wiskunde voor informatici 2 Oefeningen

EXAMEN LINEAIRE ALGEBRA EN ANALYTISCHE MEETKUNDE I. 1. Theorie

Matrices en Stelsel Lineaire Vergelijkingen

Antwoorden op de theoretische vragen in de examen voorbereiding

Meetkunde I [B-KUL-G0N31B]

Examenvragen Meetkunde en lineaire algebra Tweede examenperiode

Lineaire Algebra voor ST

Tentamen lineaire algebra voor BWI dinsdag 17 februari 2009, uur.

Bekijk nog een keer het stelsel van twee vergelijkingen met twee onbekenden x en y: { De tweede vergelijking van de eerste aftrekken geeft:

Vectorruimten met inproduct

Vrije Ruimte WISKUNDE. Schooljaar Van Hijfte D.

Lineaire algebra I (wiskundigen)

4. Determinanten en eigenwaarden

1 Eigenwaarden en eigenvectoren

Lineaire Algebra voor ST

Affiene ruimten. Oefeningen op hoofdstuk Basistellingen

. Maak zelf een ruwe schets van f met A = 2, ω = 6π en ϕ = π 6. De som van twee trigonometrische polynomen is weer een trigonometrisch polynoom

6. Lineaire operatoren

Inwendig product, lengte en orthogonaliteit in R n

Examenvragen Meetkunde en lineaire algebra Eerste examenperiode

EXAMEN LINEAIRE ALGEBRA EN MEETKUNDE I

Eigenwaarden en eigenvectoren in R n

Inwendig product, lengte en orthogonaliteit

TENTAMEN LINEAIRE ALGEBRA 1 donderdag 23 december 2004,

HERTENTAMEN WISKUNDIGE BEELDVERWERKINGSTECHNIEKEN

Tentamen lineaire algebra voor BWI maandag 15 december 2008, uur.

Tentamen Lineaire Algebra UITWERKINGEN

Geef niet alleen antwoorden, maar bewijs al je beweringen.

Samenvatting Lineaire Algebra, periode 4

1 Introductie. 2 Oppervlakteformules

Uitwerkingen tentamen lineaire algebra 2 13 januari 2017, 10:00 13:00

Lineaire algebra en kegelsneden. Cursus voor de vrije ruimte

Tweede huiswerkopdracht Lineaire algebra 1 Uitwerking en opmerkingen

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

Ruimtemeetkunde deel 1

UITWERKINGEN 1 2 C : 2 =

Optelling en scalaire vermenigvuldiging zijn weer plaatsgewijs gedefinieerd, bijvoorbeeld: 7 (x 1, x 2, x 3,...)

Technische Universiteit Delft. ANTWOORDEN van Tentamen Gewone differentiaalvergelijkingen, TW2030 Vrijdag 30 januari 2015,

Lineaire Algebra voor W 2Y650

Zelftest wiskunde voor Wiskunde, Fysica en Sterrenkunde

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Lineaire Algebra voor ST (2DS06) op , uur.

Vectormeetkunde in R 3

FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE Afdeling Kwantitatieve Economie

Symmetrische matrices

(2) Stel een parametervoorstelling op van de doorsnijdingskromme van sfeer en cilinder in de voorkeurpositie.

Tentamen Lineaire Algebra 1 (Wiskundigen)

Lineaire algebra I (wiskundigen)

Hertentamen WISN102 Wiskundige Technieken 2 Di 17 april 13:30 16:30

FYSICA-BIOFYSICA : FORMULARIUM (oktober 2004)

Vectoranalyse voor TG

Examenvragen eerste zittijd academiejaar Vraag 1 (op 6 punten) Gegeven:

Wiskundige Technieken

Opgaven bij de cursus Relativiteitstheorie wiskunde voorkennis Najaar 2018 Docent: Dr. H. (Harm) van der Lek

1.1 Oefen opgaven. Opgave Van de lineaire afbeelding A : R 3 R 3 is gegeven dat 6 2, 5 4, A 1 1 = A = Bepaal de matrix van A.

ONBETWIST ONderwijs verbeteren met WISkunde Toetsen Voorbeeldtoetsen Lineaire Algebra Deliverable 3.10 Henk van der Kooij ONBETWIST Deliverable 3.

Driehoeksongelijkheid en Ravi (groep 1)

15 Uitwerkingen Lineaire Algebra

Wiskundigen. Tentamen Lineaire Algebra 1. Donderdag 18 december 2008, a ( )

Eindtermen Lineaire Algebra voor E vor VKO (2DE01)

Niet meer dan drie tetraëders in één kubus

Aanvullingen van de Wiskunde / Partiële Differentiaalvergelijkingen

Uitwerkingen tentamen Lineaire Algebra 2

Math D2 Gauss (Wiskunde leerlijn TOM) Deelnemende Modules: /FMHT/ / A. Oefententamen #2 Uitwerking

IJkingstoets Deel 1. Basiskennis wiskunde. Vraag 1 Het gemiddelde van de getallen 1 2, 1 3 en 1 4 is 1 (A) 27 (B) 13 4 (C) 1 3 (D) 13 36

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica

TW2040: Complexe Functietheorie

2. Transformaties en matrices

Geef niet alleen antwoorden, maar bewijs al je beweringen.

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Lineaire Algebra voor ST (2DS06) op , uur.

Lineaire Algebra voor ST

Uitwerkingen Lineaire Algebra I (wiskundigen) 22 januari, 2015

TW2040: Complexe Functietheorie

DE AFWIKKELING VAN EEN AFGEKNOTTE KEGEL

Lineaire Algebra voor ST

Tentamen lineaire algebra 2 18 januari 2019, 10:00 13:00 Uitwerkingen (schets)

Uitwerking Proeftentamen Lineaire Algebra 1, najaar y y = 2x. P x. L(P ) y = x. 2/3 1/3 en L wordt t.o.v de standaardbasis gegeven door

Opgaven Functies en Reeksen. E.P. van den Ban

WI1808TH1/CiTG - Lineaire algebra deel 1

Uitwerkingen tentamen Lineaire Algebra 2 16 januari, en B =

Oefeningen bij de Cursus Lineaire Algebra, Eerste Kandidatuur Informatica. Complexe Getallen en Veeltermvergelijkingen over R en C

Definities, stellingen en methoden uit David Poole s Linear Algebra A Modern Introduction - Second Edtion benodigd voor het tentamen Matrix Algebra 2

Uitwerkingen van de opgaven bij de cursus Relativiteitstheorie wiskunde voorkennis Najaar 2018 Docent: Dr. H. (Harm) van der Lek

Eigenwaarden en Diagonaliseerbaarheid

Examen Complexe Analyse (September 2008)

Lineaire Algebra 2. Faculteit Wiskunde en Informatica Technische Universiteit Eindhoven

Complexe eigenwaarden

Stelsels differentiaalvergelijkingen

Lineaire Algebra voor ST

Ruimtewiskunde. college. Het inwendig- en het uitwendig product. Vandaag. Hoeken Orthogonaliteit en projecties. Toepassing: magnetische velden

Transcriptie:

Meetkunde I Tweede bachelor wiskunde Samenvatting theorie Meetkunde I Auteurs: Stijn CAMBIE

1 samenvatting bewijzen (stelling 17) Zij p, q 2 punten van A n, zij {v 1, v 2 v n } een basis van T p A n en {w 1, w 2, w n } een basis van T q A n, dan bestaat er een unieke transformatie van A n zodat F (p) = q en F (v i ) = w i Bewijs. Uniciteit: A(v i ) = w i A uniek bepaald en zo ook b = q Ap. F = t b A voldoet. (stelling 19) Een affiene transformatie is een dilatatie asa F ofwel een translatie ofwel een homothetie is. Bewijs. F (p) = λp + b λ = 1 translatie λ 1, stel p 0 = b 1 λ en krijg F (p) = p 0 + (λ 1)(p p 0 ) 1

1.1 deel 2 (stelling 25) Zij F : E n E n een willekeurige afbeelding zodat d(f (p), F (q)) = d(p, q) p, q E n. Dan is F een isometrie. Bewijs. b = F (0) en G = t b F d(g(p), G(q)) = d(p, q) G(p) = p G(p) G(q) = p q (2) G lineair G matrix en (2) G orthogonaal (stelling 26) Zij p, q 2 punten van E n, zij {v 1, v 2 v n } en {w 1, w 2, w n } een orthonormale basis van resp. T p E n en T q E n, dan bestaat er een unieke isometrie F van E n zodat F (p) = q en F (v i ) = w i Bewijs. Stelling 17 : unieke affiene transformatie F A = W V 1 orthogonaal (stelling 27) Zij S een affiene deelruimte van E n en x E n. Dan bestaat er exact 1 affiene deelruimte T door x die orthogonaal complementair is met S. S T = y met d(x, y) = inf{d(x, z) z S} Bewijs. S = p + V en T = x + V z S: d(x, z) 2 = d(x, y) 2 + d(y, z) 2 2

(stelling 28) Als V (F ), dan is V (F ) een affiene deelruimte in de richting van ker{f I}. Bewijs. x V (F ) (A I)x + b = 0 (stelling 29) Zij F een isometrie. Dan bestaat er juist 1 isometrie G en juist 1 translatie t b zodat: F = t b G en dus F = G V (G) G (b) = b Bewijs. ker(a I) Im(A I) : x = Ax, y = Az z : x y = x (Az z) = Ax Az x z = 0 dimensiestelling R n = ker(a I) im(a I) bestaan: p E n willekeurig nemen, stel pf (p) = x + y = Ax + (Az z) en q = p z G = t x F : F = t x G q V (G) G (x) = Ax = x Uniciteit: qf (q) = qp + pf (p) + F (p)f (q) = z + x + y + Az = x F = t b1 (A 1 x + c 1 ) = t b2 (A 2 x + c 2 ) A 1 = A 2 b 1 b 2 ker(a I) = c 1 c 2 Im(A I) 3

(stelling 30) Elke isometrie F Iso(2, R) van E 2 is een translatie, rotatie of schuifspiegeling tov een rechte Bewijs. det A = 1 ontbinding van stelling 29 F = t b G A = I : translatie ( ) cos(θ) sin(θ) anders A = met ker{a I} = {0} b = 0. sin(θ) cos(θ) dim{v (G)} = 0 1 vast punt x 0 F (x) = x 0 + Ax 0 x det A = -1 det(a I) = det(a + I) = 0 eigenvector v, w bij eigenwaarden 1, 1 resp. V (G) rechte L = x 0 + vect{v} y 0 = π L (x) G(x) = y 0 + G y 0 x = 2y 0 x = R L (x) (stelling 31) Elke isometrie F Iso(3, R) van E 3 is een translatie,schroefbeweging, schuifspiegeling t.o.v. een vlak of een draaispiegeling. Bewijs. det A = 1 A = I translatie A I dimker(a I) = 1 en V (G) rechte L door x 0. G(x) = x 0 + A( x 0 x) det A = -1 det(a + I) = detadet(i + A t ) = 0 1 is een eigenwaarde met bijhorende eigenvector v. Stel W = vect{v}. Als 1 een eigenwaarde is van A, zal dim ker(a I) = 2. V (G) = x 0 + ker(a I) G is een spiegeling in V (G) en b is in de richting van V (G). Als 1 geen eigenwaarde is van A Dan F = G en V (F ) = x 0. Stel H = x 0 + W en K = R H G, dan is detk = 1 en K(x 0 ) = x 0 K is een translatie of rotatie. F = R H K is een draaispiegeling. 4

1.2 deel 3 (stelling 32) Elke reguliere kromme heeft een herparametrisatie met snelheid 1. Als β 1, β 2 beide booglengtegeparametriseerde krommen zijn van dezelfde kromme, dan is β 1 (t) = β 2 (±t + c) met c willekeurig. Bewijs. Als β : I E n regulier is, is s α een diffeomorfisme van I naar S α (I). Noem de inverse van s α q en defenieer β = α(q), dan is β = 1. β 1 (t) = β 2 (h(t)) en h (t) = ±1. (stelling 33 en 41) Zij β : I E 2 een reguliere kromme in E 2 en (T, N) het Frenet-referentiestelsel. Dan bestaat er een functie κ : I R die voldoet aan de formules van Frenet: T = κvn N = κvt Bewijs. Indien β BLP: T T = 0, dus T in de richting van N, zodat T = (T N)N = κn. N = (JT ) = JκN = κt Algemeen: T (t) = (T (s(t))) = v(t)κ(t)n(t) = vκn. N (t) = (N(s(t))) = N (s(t))) s (t) = κ(t)t (t) v(t). (stelling 34) Als β BLP is met kromming 0, dan is β een rechte. Bewijs. β (s) = T (s) = κn(s) = 0 β(s) = p + sv (stelling 35) Als de kromming κ van een BLP-kromme constant is, is β een deel van een cirkel met straal R = 1 κ. Bewijs. Stel m = γ(s) = β(s) + 1 κ N(s) als vast punt [γ (s) = 0] Dan is β m = 1 κ. 5

(stelling 36) Zij β een BLP kromme waarvoor κ(s 0 ) > 0. Dan bestaat er juist 1 BLP cirkel c zodat c(s 0 ) = β(s 0 ), c (s 0 ) = β (s 0 ) en c (s 0 ) = β (s 0 ). Bewijs. De oscullatiecirkel c(s) voldoet. Een cirkel die voldoet is steeds van de vorm c(s) = m + r ( cos (s s 0) r e 1 + sin (s s 0) ) e 2 r Uit c (s 0 ) = e 2 vinden we dat e 2 = T (s 0 ). Via c (s 0 ) hebben we dat κ(s 0 ) = 1 r en vervolgens e 1 = N(s 0 ). Tot slot geeft m + re 1 = c(s 0 ) dat m = β(s 0 ) + 1 κ(s N(s 0) 0) is. De cirkel is dus uniek en gelijk aan de oscillatiecirkel. (Lemma van Kneser) Als α [a,b] een spiraalboog is, dan geldt dat B b B a. Bewijs. Neem de evoluut γ(s). Er geldt dat v γ (s) = ( 1. κ(s)) Bijgevolg is L(γ [a,b] ) = 1 κ(a) 1 κ(b). 1 Uit κ(a) 1 κ(b) γ(a) γ(b) volgt de ongelijkheid. Daar γ, γ niet lineair afhankelijk zijn, geldt de ongelijkheid strikt. (stelling 39) Zij F een isometrie van E 2 en zij ɛ = detf = ±1. Als α en β = F (α) 2 congruente BLP-krommen zijn, dan is F T α = T β, F N α = ɛn β en κ α = ɛκ β. Bewijs. F T α = (F (α)) = T β. (F T α, ɛf N α ) en (T β, N β ) zijn beide positieve orthonormale basissen ɛf N α = N β. κ α = T α N α = (F T α ) F N α = ɛκ b 6

(stelling 40) Zij α, β : I E 2 2 krommen met snelheid 1. Als κ α = κ β bestaat er een oriëntatiebewarende isometrie F zodat β = F (α). Als κ α = κ β bestaat er een oriëntatieomkerende isometrie F zodat β = F (α). Bewijs. Geval κ α = κ β Zij s 0 I willekeurig en F de unieke isometrie (stelling 17) zodat F (α(s 0 )) = β(s 0 ), F (T α (s 0 )) = T β (s 0 ) en F (N α (s 0 )) = N β (s 0 ). Definieer γ = F (α) en f : I R : s f(s) = T β (s)t γ (s). f = T β(s)t γ (s)+t β (s)t γ(s) = κ b N β (s)t γ (s)+t β (s)κ γ N γ (s) = κ β ( JTβ (s) T γ (s)+t β (s) JT γ (s) ) = 0 Dus is f(s) = f(s 0 ) = 1 een constante functie en wegens de ongelijkheid van Cauchy-Schwarz geldt dat β = γ waaruit β = γ volgt daar β(s 0 ) = γ(s 0 ). 7

1.3 H 13 (stelling 46 en 48) Zij α een reguliere kromme in E 3 met snelheid v > 0. Dan geldt : T = vκn N = vκt + vτb B = vτn Bewijs. Voor BLP-krommes: Omdat B B = 0 en B T = 0 = B T + B κn, is B = (B N)N. De 1 e en 3 e formule zijn per defenitie waar. N T = N T = κ N N = 0 N B = N ( τn) = τ Algemeen komt er een factor v bij ten gevolge van s (t). vb. B (t) = ( B(s(t)) ) = B (s(t))s (t) = B v (stelling 47) Zij β een kromme met β = 1 en κ > 0. Dan is β gelegen in een vlak als en slechts als τ = 0. Bewijs. tau = 0 B = 0 B(s) = u met u constant. Zij f : I R : f(s) = (β(s) β(s 0 )) u. Dan is f (s) = T (s) B(s) = 0 f Constant (β(s) β(s 0 )) u = 0, dus β ligt in het vlak door β(s 0 ) loodrecht op u. beta een vlak Er bestaat een u T p E 3 zodat (β(s) p) u = 0 voor elke s Afleiden geeft dat T u = 0 en κn u = 0 B(s) = ±u u. B constant B = 0 = τn. 8

(stelling 49) Zij F een isometrie van E 3 en zij ɛ = detf = ±1. Als α en β = F (α) twee congruente BLP krommen met κ α > 0, dan is F T α = T β F N α = N β F B α = ɛb β κ α = κ β τ α = ɛτ β Bewijs. F T α = (F (α)) = T β κ β N β = T β = F (T α ) = κ α F N α κ α = κ β, F N α = N β (F T α, F N α, ɛf B α ) en (T β, N β, B β ) zijn beide positieve orthonormale basissen F B α = ɛb β.. τ β = B β N β = ɛf B α F N α = ɛb α N α = ɛτ α (stelling 50 ( congruentiestelling voor ruimtekrommen) ) Zij α, β : I E 3 2 ruimtekrommen met snelheid 1. Als κ α = κ β > 0 en τ α = ±τ β dan zijn α, β congruent. Bewijs. Geval τ α = τ β Fix s 0 I willekeurig. Neem F de unieke oriëntatiebewarende isometrie zodat F (α(s 0 )) = β(s 0 ) F (T α (s 0 )) = T β (s 0 ) F (N α (s 0 )) = N β (s 0 ) F (B α (s 0 )) = B β (s 0 ) Def. γ = F (α) en f : I R : s f(s) = T β (s) T γ (s) + N β (s) N γ (s) + B β (s) B γ (s) Dan is f = T β(s) T γ (s) + N β(s) N γ (s) + B β (s) B γ (s) +T β (s) T γ(s) + N β (s) N γ(s) + B β (s) B γ(s) = 0 f(s) = 3 s en dus T β (s) = T γ (s) en omdat γ(s 0 ) = β(s 0 ) geldt γ(s) = β(s) s. 9

(stelling 51) Een reguliere kromme β met κ > 0 is een cilinderschroeflijn asa τ κ = Cte. Bewijs. T (s) u = C t zodat κn u = 0 en u = cos(θ)t + sin(θ)b. N u = 0 = κcosθ + τsinθ zodat τ κ = cotθ constant is. Neem θ = cot 1 ( τ κ ) en stel U(s) = cosθt (s) + sinθb(s). U (s) = cosθκn sinθτn = 0 zodat U(s) T (s) = cosθ met U(s) een constante vector. (stelling 52) Als α een reguliere kromme is met κ > 0 en τ allebei constant, dan is α congruent met een cirkelschroeflijn. Bewijs. Stelling 51: α cilinderschroeflijn. Stel β(s) = γ(s) + scos(θ)u. γ γ = κt N cosθκu N = κsin 2 θb + κcosθsinθt κ γ = γ γ γ 3 = κ sin 2 θ = Cte γ = 10

2 samenvatting defenities (def Spiegeling) Zij S een affiene deelruimte en voor x E n nemen we T x gelijk aan de unieke deelruimte door x die orthogonaal complementair is met S. Da afbeelding π S : E n S : x π S (x) = S T x is de orthogonale projectie op S. De spiegeling in S definiëren we als R S : E n S : x R S (x) = x + 2xπ S (x) (def schroefbeweging in E 3 ) De samenstelling van een rotatie Rot I rond een as L in de richting van de as. (def 16) We noemen een kromme regulier als v(t) > 0 voor alle t. (def oscullatiecirkel) m = β(s 0 ) + 1 κ(s 0) wordt het krommingsmiddelpunt genoemd. 1 De oscullatiecirkel is nu de cirkel met middelpunt m en straal κ. (def 21) Voor een BLP-kromme β noemen we γ(s) = β(s) + 1 κ(s) N(s) de evoluut of centrale kromme. (def Intrinsieke vergelijking van β) β(s) = ( s s 0 cos( u s 0 s u κ(t)dt)du, sin( κ(t)dt)du ) s 0 s 0 Dit is de enige kromme met kromming κ(s) op oriëntatiebewarende isometrieën na. (def Cilinderschroeflijn) Een reguliere kromme waarvoor T (t) u = cos(θ) met u, θ gefixeerd. 11