MEETKUNDE 2 Lengte - afstand - hoeken



Vergelijkbare documenten
Rangschik van klein naar groot. Vul aan. Meet de lengte van onderstaande voorwerpen.

Pak jouw passer en maak de afstand tussen de passerpunten 3 cm.

Natuurlijke getallen op een getallenas en in een assenstelsel

Aanzet 1 tot een document van parate kennis en vaardigheden wiskunde 1 ste graad

Opgave 1. Waarom kun je bij het Noorden twee getallen neerzetten? Geldt dit ook voor andere windrichtingen? Hoeveel graden hoort er bij het Oosten?

Toetsopgaven vwo B deel 3 hoofdstuk 10

Een regenton. W is het vlakdeel dat wordt ingesloten door de x-as, de y-as, de grafiek van r en de lijn x h, met 0 h

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 16 mei uur

Cirkels en cilinders

3 Snijpunten. Verkennen. Uitleg

De standaard oppervlaktemaat is de vierkante meter. Die is afgeleid van de standaard lengtemaat, de meter.

Spiegelen, verschuiven en draaien in het vlak

1a Een hoeveelheid stof kan maar op één manier veranderen. Hoe?

Moderne wiskunde: berekenen zwaartepunt vwo B

Werkblad TI-83: Over de hoofdstelling van de integraalrekening

6.0 INTRO. 1 a Bekijk de sommen hiernaast en ga na of ze kloppen = = = = = 2...

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 20 mei uur

Noordhoff Uitgevers bv

Lijn, lijnstuk, punt. Verkennen. Uitleg. Opgave 1

Het kwadraat van een tweeterm a+b. (a+b)²

Meet de lengte en de breedte van de rechthoek.

Eindexamen vwo wiskunde B II

Onafhankelijk van a. f snijdt de x-as in punt A ( , 0) Voor elke positieve waarde van a is een functie f. gegeven door F ( x) = x e ax.

Examen VWO. wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

De cirkel M22. het middelpunt een koorde de straal de diameter een middelpuntshoek een middellijn. 2 cm 4 cm. Cirkel en elementen van een cirkel

Bewerkingen met eentermen en veeltermen

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Praktische opdracht Optimaliseren van verpakkingen Inleidende opgaven

De oppervlakte van de rechthoek uit de vorige opgave hangt van dezelfde variabelen af.

Eindexamen wiskunde B vwo I

Praktische Opdracht Lineair Programmeren V5

Wiskunde voor 1 havo/vwo

Eindexamen vwo wiskunde B pilot I

wiskunde B pilot vwo 2015-I

Opdrachten bij hoofdstuk 2

CIRKELS EN BOLLEN. Klas 7N Wiskunde 5 perioden K. Temme

OP GETAL EN RUIMTE KUN JE REKENEN

Beste leerling. De auteurs

Antwoorden Natuurkunde Hoofdstuk 1

Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus

HOOFDSTUK 1 BASISBEGRIPPEN

Kennismaken. Wie zitten er bij jou in de klas? 4. Welke afspraken maak jij met je klas? 8

Hoofdstuk 2 DE STELLING VAN PYTHAGORAS

Eigenschappen van de bewerkingen in R Toets jezelf: herhalingsoefeningen voor examen I

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2004-I

les 1 1 Welke breuk is het grootst? 2 Hoe kun je een meter veterdrop in zes gelijke stukken verdelen? Hoe vergelijk je de breuken?

MEETKUNDE 4 Driehoeken

Merkwaardige producten en ontbinden in factoren

Hoofdstuk 2: Bewerkingen in R

De formule van het opslagpercentage voor alle producten luidt:

H. 10 Goniometrie Basisbegrippen. a c. Gemeenschappelijke Propedeuse Engineering WISKUNDE H.10

Examen VWO wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 16 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Parate kennis wiskunde

DOEL: Weten wat de gevolgen en risico s kunnen zijn van het plaatsen van (persoonlijke) informatie op internet.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

naam blad : 37 = 299 : 23 = 882 : 63 = 364 : 26 = : 47 = : 43 = 47 kan keer van af kan keer van af 47 = =

Getallenverzamelingen

UNIFORM HEREXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2008

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede ronde

1.3 Wortels. x x 36 6 = x = 1.5 Breuken. teller teller noemer noemer. Delen: vermenigvuldig met het omgekeerde.

MEETKUNDE 1 Basisbegrippen

Hoofdstuk 5: Vergelijkingen van de

Opgave 1 Je ziet hier twee driehoeken op een cm-rooster. Beide driehoeken zijn omgeven door eenzelfde

Inhoudsopgave LES 1: NAAR SCHOOL LES 2: VRIJE TIJD LES 3: THUIS LES 4: NEDERLAND LES 5: TOEKOMST 126

2. Gegeven is de driehoek van figuur 10.10a. Gevraagd worden hoek β en de zijden a en c.

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Werkkaarten GIGO 1184 Elektriciteit Set

MEETKUNDE 5 Cirkels en cilinders

Je gaat naar de winkel en koopt 4 pakken melk van 1,40 per stuk.

Basisbegrippen. Test jezelf Elke vraag heeft maar één juist antwoord. Controleer je antwoord in de correctiesleutel. balk cilinder kubus

2 De kracht van vectoren

lesboek groep 6 blok 1

Bijlage 2 Gelijkvormigheid

6 116 = 696. som: = som: = som: = zo groot één 0 erbij = = 7 600

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1:

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Aanzet 1 tot een document van parate kennis en vaardigheden wiskunde 1 ste graad

Rekenregels van machten

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede Ronde.

Nakomelingen van rendieren kunnen een paar uur na de geboorte al met de kudde meerennen. Zijn rendieren nestvlieders of nestblijvers?

Opgaven met dit merkteken kun je zonder de opbouw aan te tasten, overslaan.

Boek 2, hoofdstuk 7, allerlei formules..

Integralen. DE ONBEPAALDE INTEGRAAL VAN f(x) wordt genoteerd met f(x)dx, en is de meest algemene zogenaamde primitieve van f(x) dat is:

2) Kegelsneden (in basisvorm)

a = 1 b = 0 k = 1 ax + b = lim f(x) lim

2 Maak vast aan de getallenlijn Welke getallen horen bij de streepjes? a

Hertentamen. Elektriciteit en Magnetisme 1. Woensdag 14 juli :00-12:00. Schrijf op elk vel uw naam en studentnummer. Schrijf leesbaar.

Deze les krijgen de leerlingen een introductie over ongelijke breuken. Dit met name gericht op het vergelijken met een bemiddelende grootheid.

Transcriptie:

MTKUN 2 Lengte - fstnd - hoeken M7 Lengtemten en meetinstrumenten 186 M8 Lengte en fstnd 187 M9 Gelijke fstnden 194 M10 Hoeken meten en tekenen 198 185

M7 1 Titel Lengtemten en meetinstrumenten 579 Vul de juiste lengte in. Kies uit: 2,3 mm 123 m 42,195 km 2dm. c d en mrthon is 42,195 km... en spn is 2 dm... e dikte vn een muntstuk vn één euro is 2,3 mm... e hoogte vn de kthedrl vn ntwerpen is 123 m... 580 Zet de eenheden om. 500 120 300 42 000 0,5 3 0,65 0,078 55 382 000 521,59 570 000 0,045 85 5 m =... cm g 6,5 dm =... m 12 m =... dm h 785,5 dm =... km c 0,3 m =... mm i 382 km =... m d 42 km =... m j 52 159 cm =... m e 500 m =... km k 0,57 km =... mm f 30 mm =... cm l 45,85 m =... km 581 Kies de juiste meettoestellen om deze lengtes te meten. Verind elke lengte (,,,) met het juiste meettoestel (1,2,3,4). de reedte vn het klslokl metingen ij wegenwerken c de lengte vn een feelding in je oek d de dikte vn het werkstuk 1 een schuifmt 2 een rolmeter 3 een meetwiel 4 een meetlt 186 M7 Lengtemten en meetinstrumenten

582 Rngschik vn klein nr groot. 583 Vul n. 0,3 km 500 m 200 000 cm 25 000 dm... 0,3 m 40 cm 12 dm 240 mm... 1 mm is.......... mm kleiner dn 1 cm. 8 cm is.......... cm kleiner dn 1 m. c d 9 92 70 47 3 cm is.......... mm kleiner dn 1 dm. 0,5 m is.......... cm groter dn 0,3 dm. 0,3 km < 500 m < 200 000 cm < 25 000 dm 240 mm < 0,3 m < 40 cm < 12 dm M8 Lengte en fstnd 584 Meet de lengte vn onderstnde voorwerpen. 8 cm 34 mm 21 mm 5 mm de reedte vn de spin is... de lengte vn een lucifer is... c de dimeter vn een muntstuk vn één euro is... d de lengte vn een rijstkorrel is... Lengte en fstnd M8 187

585 Meet de lijnstukken tot op 1 mm nuwkeurig. 25 mm =........................ 17 mm =........................ F G 5 mm FG =........................ H J 64 mm HJ =........................ K L 80 mm KL =........................ 586 Meet de lijnstukken tot op 1 mm nuwkeurig. G F 38 mm =........................ 45 mm =........................ 42 mm F =........................ 74 mm =........................ 20 mm =........................ 58 mm F =........................ 33 mm FG =........................ 587 Welk lijnstuk is het lngst? ze zijn even lng... [] (wnt = 50 mm en = 45 mm)... 188 M8 Lengte en fstnd

588 Meet de lengte vn de drie zijden in de ongelijkenige driehoek. 28 mm =........................ 52 mm =........................ 46 mm =........................ 589 Lt je lengte meten. Vul in: dtum vn vndg:...... /...... / 2............ mijn lengte vndg:........................ cm of............,............ m reng lle gegevens vn je kls smen. Verdeel je kls in groepjes: groep : lle leerlingen met een lengte tussen 1,21 m en 1,30 m ntl leerlingen:........................ groep : lle leerlingen met een lengte tussen 1,31 m en 1,40 m ntl leerlingen:........................ groep : lle leerlingen met een lengte tussen 1,41 m en 1,50 m ntl leerlingen:........................ groep : lle leerlingen met een lengte tussen 1,51 m en 1,60 m ntl leerlingen:........................ groep : lle leerlingen met een lengte tussen 1,61 m en 1,70 m ntl leerlingen:........................ groep F: lle leerlingen met een lengte tussen 1,71 m en 1,80 m ntl leerlingen:........................ groep G: lle leerlingen met een lengte tussen 1,81 m en 1,90 m ntl leerlingen:........................ c d Teken met deze gegevens een stfdigrm. Wt is de gemiddelde lengte vn de leerlingen vn de kls?... e Wt is de medin vn de lengte vn de leerlingen vn de kls?... y ntl leerlingen x F G lengte (m) Lengte en fstnd M8 189

590 Teken de lijnstukken tot op 1 mm nuwkeurig = 40 mm 40 mm = 2 cm 2 cm FG = 10 mm F 10 mm G HJ = 45 mm H 45 mm J KL = 2,2 cm K 2,2 cm L 591 Teken volgende lijnstukken tot op 1 mm nuwkeurig. = 20 mm 20 mm = 15 mm 15 mm FG = 3,8 cm F 3,8 cm G HJ = 2,3 cm H 2,3 cm J KL = 9 cm K 9 cm L 592 Teken een lijnstuk dt dezelfde lengte heeft ls het gegeven lijnstuk. c F G F G 593 V* Teken de figuren 1, 2 en 3 zo nuwkeurig mogelijk over. 1 2 3 4 Welke regelmt zie je in het ntl H tjes vn de figuren? figuur 1 2 3 4 n ntl H s 1 1 + 4 1 + 4 + 16 1 + 4 + 16 + 64 4 0 + 4 1 + 4 2 +... +4 n totl 1 5 21 85...... 190 M8 Lengte en fstnd

594 Meet de fstnden. 50 mm 40 mm 25 mm d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. 595 Meet de fstnden. 10 mm 20 mm 0 mm d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. 596 Hoe meet je de fstnd vn een punt tot een rechte? uid n op de tekening. Meet de fstnden. 11 mm 16 mm 20 mm d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. 11 mm 19 mm d(,) =.............. d(,) =.................. d(f,) =.................. 16 mm F 597 Meet de fstnden. 23 mm 22 mm 16 mm 12 mm 0 mm 0 mm d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. Lengte en fstnd M8 191

598 Meet de fstnden en lengtes. 30 mm 32 mm 10 mm 38 mm 13 mm 7 mm 30 mm 32 mm d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. =.................. =.................. 599 Hoe ligt een zerpd meestl t.o.v. de rijn? Het zerpd ligt meestl loodrecht t.o.v. de rijn.... Wrom? Loodrecht is de kortste fstnd en dus en je minder lng op de rijn, minder lng in het gevr.... 600 epl de fstnd tussen recht en Turnhout. e krt is getekend op schl 1:200 000. Meet de fstnd op de krt vn de kerk in recht tot de kerk in Turnhout in vogelvlucht. 8,2 cm... ereken de werkelijke fstnd. erekening:... fstnd op tekening 1 8,2 cm fstnd in werkelijkheid 200 000 cm 1 640 000 cm...... 1 640 000 cm = 16,4 km e fstnd tussen recht en Turnhout is 16,4 km. ntwoord:......... 192 M8 Lengte en fstnd

601 ij de jeugdeweging wordt een dropping georgniseerd. Wout wordt smen met enkele vrienden midden in een os chtergelten. Ze heen een plnnetje en een drnkje meegekregen. Het is de edoeling dt ze vi de weg die het dichtst ij is nr de vijver wndelen. r wcht hen een heerlijke picknick. c uid n hoe Wout met zijn groepje nr de juiste weg gt en ook welk stuk vn die weg ze nog moeten ewndelen. epl de schl vn het plnnetje. getekende lengte werkelijke lengte lengte 4,7 cm 470 000 cm schl 1 cm 100 000 cm ereken de werkelijke fstnd die het groepje vn Wout in totl gewndeld heeft. 1,4 cm + 3,3 cm = 4,7 cm 4,7 100 000 = 470 000 cm = 4700 m = 4,7 km...... Hier en je Wout heeft met zijn groepje 4,7 km gewndeld.......... vijver wndelpd 0 4000 m 602 V* epl de fstnd tussen en, ls je weet dt. 6 mm 13 mm 17 mm d(,) =.................. d(,) =.................. d(,) =.................. 603 V* Hoe reed is de rijweg op volgende foto? e schl vn de foto is 1:1100. lengte op foto werkelijke lengte lengte schl 1,3 cm 1 cm 1430 cm 1100 cm 1430 cm = 14,3 m. e rijweg is 14,3 meter reed. ntwoord:...... Lengte en fstnd M8 193

604 V** Teken de punten,,,, en F zodt... en punten zijn vn de rechte en punten zijn vn de rechte en F punten zijn vn de rechte c d(, ) = 3 cm d(, c) = 2 cm d(, ) = 1 cm d(, c) = 4 cm d(, ) = 5 cm d (F, ) = 2,5 cm M9 Gelijke fstnden 605 Teken lle punten die: op 3 cm vn liggen op 20 mm vn liggen 20 mm 3 cm c op 25 mm vn liggen 25 mm 606 Teken een cirkel. met middelpunt M en strl 2 cm. met middelpunt N en strl 15 mm. 2 cm M 15 mm N 194 M9 Gelijke fstnden

607 Teken hiernst een cirkel met middelpunt M en strl 3 cm. c uid op de cirkel een punt n. Teken = M. M d Teken een punt dt niet op de rechte en uiten de cirkel ligt. 3 cm e Vul n: d(,) =............. cm d(,) =............. cm =............. cm Oplossing is fhnkelijk vn wr het punt gepltst wordt. 608 Teken in het groen: lle punten die op 3 cm vn én op 2 cm vn liggen P en Q liggen op 3 cm vn en op 2 cm vn. P 2 cm 3 cm Q lle punten die op 1,5 cm vn én op 2 cm vn liggen R ligt op 1,5 cm vn en 2 cm vn. 1,5 cm R 2 cm Gelijke fstnden M9 195

c lle punten die op 2,5 cm vn F én op 2 cm vn G liggen r is geen punt dt op 2,5 cm vn en 2 cm vn G ligt. 2,5 cm F G 2 cm 609 Teken vier cirkels met strl 2 cm die door gn. 2 cm 2 cm 2 cm 2 cm Ze zijn even groot. 610 Welke luwe cirkel is het grootst?... 196 M9 Gelijke fstnden

611 Onderstnde figuren zijn grncirkels. Teken deze figuren n. Ontwerp je eigen grncirkel. 612 epl het midden vn de lijnstukken en noem het telkens M. F M M M G 613 epl de middelloodlijn vn elk lijnstuk en noem ze telkens m. m m 614 epl de middelloodlijn vn elk lijnstuk en noem ze telkens m. m m Gelijke fstnden M9 197

615 e kmer vn Hns heeft een rechthoekige muur vn vier meter reed en drie meter hoog. Hij wil een poster in het midden vn de muur hngen. Hij weet nog niet op welke hoogte. Wr kun je de spijker in de muur kloppen? Mk een tekening vn de muur op schl 1_ 100 en duid n wr de spijker in de muur kn komen. lengte schl lengte op foto 4 cm 1 cm werkelijke lengte 400 cm = 4 m 100 cm = 1 m muur M10 Hoeken meten en tekenen 616 Kleur de enen vn de scherpe hoeken rood en vn de stompe hoeken groen. G F H I 198 M10 Hoeken meten en tekenen

617 Scht de hoekgrootte. Meet de hoeken. 60 60 schtting:... =... 100 99 schtting:... =... 140 140 schtting:... =... 618 Scht de hoekgrootte. Meet de hoeken. 50 65 schtting:... =... 120 115 schtting:... =... 160 135 schtting:... =... 619 Scht de hoekgrootte. Meet de hoeken. 60 54 schtting:... =... 80 87 schtting:... =... 150 155 schtting:... =... 620 Scht de hoekgrootte. Meet de hoeken. 70 70 schtting:... =... 100 105 schtting:... =... 150 163 schtting:... =... Hoeken meten en tekenen M10 199

621 V* Scht de hoekgrootte. Meet de hoeken. schtting:... =... 320 200 315 200 schtting:... =... 622 Wt is de hoekgrootte epld door de wijzers vn de klok? 11 12 1 11 12 1 11 12 1 10 2 10 2 10 2 9 3 9 3 9 3 8 7 6 5 4 90... 8 7 6 5 4 8 4 7 5 30 6 150...... 11 12 1 11 12 1 11 12 1 10 2 10 2 10 2 9 3 9 3 9 3 8 7 6 5 4 8 4 8 4 7 5 7 5... 180 6... 240 300 6... 623 Meet de ngeduide hoeken. =... =... 58 =... 56 48 36 103 13 =... =... c =... =... 40 90 =... 200 M10 Hoeken meten en tekenen

624 Meet de hoeken. 60 42 78 =... =... =... 53 64 116 127 =... =... F =... G =... G F 625 en ldder vn 2,6 m stt tegen een muur. Meet in eide situties welke hoek de ldder vormt met de grond. In welke situtie werd de ldder veilig gepltst? situtie 1... Weetje ij het geruik vn een ldder is het steeds elngrijk te letten op veiligheid. Plts een ldder ltijd onder een hoek vn 75. Het stvlk vn de sporten is dn horizontl.... situtie 1 muur situtie 2 muur ldder 1 ldder 2 76 50 hoek ldder 1:............ hoek ldder 2:............ 626 Teken de hoeken. = 30 = 90 = 140 30 90 140 627 Teken de hoeken. = 35 = 75 = 125 35 75 125 Hoeken meten en tekenen M10 201

628 Teken de hoeken. = 42 = 98 = 167 42 98 167 629 Teken de hoeken. = 70 = 95 = 123 70 95 123 630 V* Teken de hoeken. = 215 = 300 215 300 631 Teken een hoek die dezelfde hoekgrootte heeft ls de gegeven hoek. 202 M10 Hoeken meten en tekenen

c 632 Peter rijdt op de ntwerpse Ring en moet nr Nederlnd. In de verte ziet hij een ord wrop stt hoe hij moet voorsorteren. ls hij dichterij komt, lijkt het ord groter te worden. t komt omdt de hoek wronder hij het ord ziet groter wordt. Vlkij het ord, lijkt het weer kleiner. uto uto epl de plts wrop Peter het ord het est ziet. Hieronder is de hoek getekend wronder hij het ord ziet ls de uto nog 10 m vn het ord f is. 10 m 8 m 6 m 10 m Hoe groot is die hoek?... 4 m 6 2 m 0 m c Teken de hoeken wronder Peter het ord ziet ls hij nog 8 m, 6 m, 4 m en 2 m vn het ord verwijderd is. Schrijf de hoekgroottes in de tel. fstnd 10 m 8 m 6 m 4 m 2 m hoekgrootte 6 7 8 9 8 Op vier meter fstnd ziet hij het ord het grootst. d Op welke fstnd ziet Peter het ord het grootst?... Hoeken meten en tekenen M10 203

633 In het voetl mg ij een vrije trp een muurtje vn spelers gemkt worden. Teken de este plts voor het muurtje ls S de speler voorstelt die de vrije trp gt uitvoeren en M een speler die in het muurtje stt. M S 634 Teken de deellijn vn de hoeken. d d d 635 en schrijnwerker wil een houten kder mken rond een rechthoekige spiegel. Hiervoor moet hij de stukken hout in verstek zgen d.w.z. onder een hoek vn 45. Teken op onderstnde figuur de juiste hoeken zodt de stukken hout een mooie rechthoek kunnen vormen. rceer de stukken die mogen wegvllen. 204 M10 Hoeken meten en tekenen

636 V* ereken de grootte vn de hoeken. Opgepst, de hoeken zijn niet op wre grootte getekend, dus niet meten! 2 3 1 80 100 80 100 1 =... 2 =... 3 =... 637 V* ereken de grootte vn de hoeken, d is de deellijn vn 5. Opgepst, de hoeken zijn niet op wre grootte getekend, dus niet meten! 3 2 4 5 1 80 d 100 40 40 1 =... 2 =... 3 =... 4 =... 100 5 =... 40 Hoeken meten en tekenen M10 205