Vectoranalyse voor TG

Vergelijkbare documenten
Vectoranalyse voor TG

Vectoranalyse voor TG

Vectoranalyse voor TG

Vectoranalyse voor TG

Vectoranalyse voor TG

Vectoranalyse voor TG

Vectoranalyse voor TG

Ruimtewiskunde. college. Het inwendig- en het uitwendig product. Vandaag. Hoeken Orthogonaliteit en projecties. Toepassing: magnetische velden

Toegepaste wiskunde. voor het hoger beroepsonderwijs. Deel 2 Derde, herziene druk. Uitwerking herhalingsopgaven hoofdstuk 5 augustus 2009

Math D2 Gauss (Wiskunde leerlijn TOM) Deelnemende Modules: /FMHT/ / A. Oefententamen #2 Uitwerking

Ruimtewiskunde. college 3 Lijnen, vlakken en oppervlakken in de ruimte. Vandaag

Meetkundige berekeningen

WI1708TH Analyse 3. College 5 23 februari Challenge the future

Huiswerk Hints&Tips Analyse 2, College 26

Faculteit Wiskunde en Informatica VECTORANALYSE

Wiskunde voor relativiteitstheorie

Wiskunde voor relativiteitstheorie

Vectormeetkunde in R 3

Mathematical Modelling

WI1708TH Analyse 3. College 2 12 februari Challenge the future

(10 pnt) Bepaal alle punten waar deze functie een relatief extreem of een zadelpunt heeft. Opgave 3. Zij D het gebied gegeven door

Examen G0U13 - Bewijzen en Redeneren,

x cos α y sin α . (1) x sin α + y cos α We kunnen dit iets anders opschrijven, namelijk als x x y sin α

Tussentoets Analyse 2. Natuur- en sterrenkunde.

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

Krommen in de ruimte

TW2040: Complexe Functietheorie

Hertentamen WISN102 Wiskundige Technieken 2 Di 17 april 13:30 16:30

Opgaven Functies en Reeksen. E.P. van den Ban

Formule afleiding opgaven bij de cursus Algemene relativiteitstheorie Docent: Dr. H. (Harm) van der Lek

1. (a) Gegeven z = 2 2i, w = 1 i 3. Bereken z w. (b) Bepaal alle complexe getallen z die voldoen aan z 3 8i = 0.

Wiskunde voor relativiteitstheorie

Lineaire Algebra voor ST

Faculteit Wiskunde en Informatica VECTORANALYSE

Berekenen van dynamisch evenwicht

Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2013-I

Inleiding Analyse 2009

Vectoranalyse voor TG

Je mag Zorich deel I en II gebruiken, maar geen ander hulpmiddelen (zoals andere boeken, aantekeningen, rekenmachine etc.)!

1a Laat x variëren van 0 tot 2; kies een willekeurige maar wel vaste x tussen 0 en 2; de bijbehorende y varieert van 0 tot

Uitwerkingen van het Tentamen Moleculaire Simulaties - 8C Januari uur

Lineaire Algebra voor ST

Lineaire Algebra voor ST

Inleiding tot de dynamica van atmosferen Krachten

34 HOOFDSTUK 1. EERSTE ORDE DIFFERENTIAALVERGELIJKINGEN

Wiskunde voor relativiteitstheorie

Universiteit Leiden, 2015 Wiskundewedstrijdtraining, week 14

Analyse I. 2. Formuleer en bewijs de formule van Taylor voor een functie f : R R. Stel de formules op voor de resttermen van Lagrange en Liouville.

1e bachelor ingenieurswetenschappen Modeloplossing examen oefeningen analyse I, januari y = u sin(vt) dt. wordt voorgesteld door de matrix

7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss

Gravitatie en kosmologie

Wiskunde voor relativiteitstheorie

== Uitwerkingen Tentamen Analyse 1, WI1600 == Maandag 10 januari 2011, u

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak

Hoofdstuk 23 Electrische Potentiaal. Copyright 2009 Pearson Education, Inc.

Met passer en liniaal

Algemene relativiteitstheorie

Introductie Coach-modelleren

1 Continuïteit en differentieerbaarheid.

5.8. De Bessel differentiaalvergelijking. Een differentiaalvergelijking van de vorm

Ruimtewiskunde. college. De determinant en lineaire afbeeldingen. Vandaag. De determinant van een matrix. Toepassing: oppervlakte en inhoud

ICT in de lessen wiskunde van de 3de graad: een overzicht

Gravitatie en kosmologie

1 Inleiding. Zomercursus Wiskunde. Poolcoördinaten (versie 27 juni 2008) Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie.

Dossier 4 VECTOREN. Dr. Luc Gheysens. bouwstenen van de lineaire algebra

Convexe functies op R (niet in het boek)

NATUURLIJKE, GEHELE EN RATIONALE GETALLEN

Lineaire algebra I (wiskundigen)

Algemene relativiteitstheorie

Met passer en liniaal

Laatste nieuws 2DN60 Lineaire algebra en vectorcalculus

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica

Algemene relativiteitstheorie

Tentamen Functies en Reeksen

Inhoud college 4 Basiswiskunde. 2.6 Hogere afgeleiden 2.8 Middelwaardestelling 2.9 Impliciet differentiëren 4.9 Linearisatie

Integratie voor meerdere variabelen

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking Tentamen Calculus, 2DM10, maandag 22 januari 2007

OEFENOPGAVEN BIJ HET TENTAMEN ANALYSE 1 (COLLEGE NAJAAR 2006). (z + 2i) 4 = 16. y 4y + 5y = 0 y(0) = 1, y (0) = 2. { 1 + xc 1 voor x > 0.

Differentiequotiënten en Getallenrijen

K.0 Voorkennis. Herhaling rekenregels voor differentiëren:

14.0 Voorkennis. sin sin sin. Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel:

Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2014-I

Oplossen van lineaire differentiaalvergelijkingen met behulp van de methode van Leibniz-MacLaurin

6. Toon aan dat voor alle 2]0; ß [ geldt dat sin <<tan Onderstel dat de functie f afleidbaar in ]a; +1[ is en dat Toon aan dat!+1 f ) = A.!+1 f

Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Complexe getallen. Een eigen samenvatting maken is nuttig.

Kies voor i een willekeurige index tussen 1 en r. Neem het inproduct van v i met de relatie. We krijgen

1. Vectoren in R n. y-as

Klassieke Mechanica a (Tentamen 11 mei 2012) Uitwerkingen

Analyse I. 1ste Bachelor Ingenieurswetenschappen Academiejaar ste semester 31 januari 2006

relativiteitstheorie

10.0 Voorkennis. cos( ) = -cos( ) = -½ 3. [cos is x-coördinaat] sin( ) = -sin( ) = -½ 3. [sin is y-coördinaat] Willem-Jan van der Zanden

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 22 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Transcriptie:

college 6 van een vectorveld collegejaar college build slides Vandaag : : : : 14-15 6 22 september 214 51 1 2 3 4 5 Gradiënt van een vectorveld 1 VA vandaag

Section 16.2 Hoofdstu 4 Definitie Een vectorveld op R n is een afbeelding v:d R n R n. Als v() (v 1 ( 1,..., n ),..., v n ( 1,..., n )), dan heten de functies v i de componentfuncties van v. Als D R 2 dan teenen we v() als een pijl met beginpunt. Om een indru te rijgen van het vectorveld teen je een aantal pijlen. ( ) v(, y) y, cos y 1 y v() 2 vv/1 VA Definitie Een vectorveld op R 3 is een afbeelding v: D R 3 R 3. Als v(, y, z) ( P(, y, z), Q(, y, z), R(, y, z) ), dan heten P, Q en R de componentfuncties van v. 3 vv/2 VA

Voorbeeld Het vectorveld v is gegeven door v(, y) (y, ). Schets het vectorveld. Bereen v(, y) voor enele punten (, y): v() v() (1, ) (, 1) ( 1, ) (, 1) (2, 2) (2, 2) ( 2, 2) ( 2, 2) (3, ) (, 3) ( 3, ) (, 3) (, 1) (1, ) (, 1) ( 1, ) ( 2, 2) (2, 2) (2, 2) ( 2, 2) (, 3) (3, ) (, 3) ( 3, ) y 3 2 1 Iedere vector v() raat een cirel met middelpunt : v() (, y) ( y, ) y + y dus v(). De straal van de cirel is gelij aan de lengte van v(): v() ( y) 2 + 2 2 + y 2. 2 3 1 1 2 3 4 vv/3 VA in R 3 Voorbeeld Beschrijf Newton s gravitatiewet met een vectorveld. De gravitatiewet van Newton luidt: Twee lichamen treen elaar aan met een racht die rechtevenredig is met de massa van de lichamen en omgeeerd evenredig met het wadraat van de afstand tussen de lichamen. Als de racht gelij is aan F, dan geldt F mmg m r 2. F Hierbij zijn m en M de massa s, en r is de afstand tussen m en M M. De constante G is de gravitatieconstante. 5 vv/4 VA

Voorbeeld (vervolg) Gebrui de positie van M als de oorsprong van het assenstelsel. De positie van m is. De racht die M op m uitoefent is F(). De vector F() is gericht naar de oorsprong, dus F() α voor zeere α >. Uit de gravitatiewet volgt α F() mmg 1 2 mmg 3. Hieruit volgt F() mmg ( F(, y, z) mmg ( 2 +y 2 +z 2 ) 3 2 3., mmgy M ( 2 +y 2 +z 2 ) 3 2 z m F() ) mmgz,. ( 2 +y 2 +z 2 ) 2 3 y 6 vv/5 VA Het gradiëntveld Definitie De gradiënt f van een functie f naar R n is een vectorveld op R n. Dit vectorveld heet het gradiëntveld van f. Een vectorveld v op R n is conservatief als er een functie f naar R n bestaat zodat v f. De functie f waarvoor v f heet een potentiaal(functie) van v. Als f een potentiaal is van v, en c is een constante, dan is f + c oo een potentiaal van v. 7 vv/6 VA

vector Het gravitatie vectorveld is F() mmg 3. Definieer f : R 3 \ {} R door f () mmg. Schrijf (, y, z), dan f (, y, z) mmg ( 2 + y 2 + z 2) 1 2. f 1 mmg 2 ( 2 + y 2 + z 2) 3 2 mmg 2 ( 2 + y 2 + z 2). 2 3 ( f f, f y, f ) z ( ) mmg mmgy mmgz ( 2 + y 2 + z 2, ) 2 3 ( 2 + y 2 + z 2, ) 3 2 ( 2 + y 2 + z 2 ) 3 2 F(, y, z), dus het gravitatie vectorveld F is conservatief. 8 vv/7 VA 4.1 stelsels zijn alternatieve coördinatenstelsel die je rijgt door 1 de oorsprong te verschuiven, 2 de coördinaatassen te draaien. stelsels unnen soms handig zijn om vector mee te beschrijven. De basisvectoren van een loaal coördinatenstelsel noteren we met een daje: ê, ê y, ê z, ê ρ, enzovoort. Loale basisvectoren staan onderling loodrecht op elaar, en hebben lengte 1. De oriëntatie is gelij aan de oriëntatie van e, e y en e z in R 2 of R 3. 9 lc/1 VA

in R 2 4.1.3 e y y ê y e v() ê v() Schrijf een twee-dimensionaal vectorveld v met behulp van eenheids basisvectoren: v() (v 1 (, y), v 2 (, y)) v 1 (, y) e + v 2 (, y) e y. Van een vectorveld v teenen we het beginpunt van de vector v() in. Door de basisvectoren e en e y oo te verschuiven naar un je oo schrijven v() v 1 (, y) ê + v 2 (, y) ê y. De vectoren ê en ê y heten loale basisvectoren. Loele- en gewone basisvectoren zijn identie: e i ê i! 1 lc/2 VA Loale poolcoördinaten y v θ (r, θ) v() e y ê θ θ e r ê r v r (r, θ) Schrijf in poolcoördinaten: r e r + θ e θ. Definieer de loale basisvectoren ê r en ê θ door ê r (cos θ, sin θ) en ê θ ( sin θ, cos θ). Ontbind v() in het nieuwe coördinatensysteem met oorsprong en basisvectoren ê r en ê θ : v(r, θ) v r (r, θ) ê r + v θ (r, θ) ê θ. We noemen v r (r, θ) de de radiële component van v en v θ (r, θ) de tangentiële component van v. 11 lc/3 VA

Voorbeeld Blz. 85 Definieer het vectorveld v op R 2 door v() (y, ). Bepaal de loale componenten van v in Cartesische- en in poolcoördinaten. Teen v met MATLAB: > [X,Y] meshgrid(-1:.2:1); > quiver(x,y,y,-x) Voor Cartesische loale coördinaten geldt: v() y ê ê y. Voor loale poolcoördinaten geldt: v()(y, )(r sin θ, r cos θ) r( sin θ, cos θ) r ê θ ê r r ê θ. De tangentiële component van v is r, de radiële component is. 12 lc/4 VA Loale poolcoördinaten y v θ (r, θ) v() e y ê θ θ e r ê r v r (r, θ) De component v r en v θ bereen je met projecties: v r ê r proj êr v v ê r ê r ê r ê r (v ê r ) ê r, dus v r v ê r (v 1, v 2 ) (cos θ, sin θ) v 1 cos θ+v 2 sin θ. Voor v θ geldt v θ v ê θ (v 1, v 2 ) ( sin θ, cos θ) v 1 sin θ + v 2 cos θ, dus v r v 1 cos θ + v 2 sin θ v θ v 1 sin θ + v 2 cos θ 13 lc/5 VA

Radiële en tangentiële component Voorbeeld Blz. 85 Definieer het vectorveld v op R 2 door v() (y, ). Bereen de radiële- en de tangentiële component van v. r cos θ en y r sin θ. v r v 1 cos θ + v 2 sin θ y cos θ sin θ r sin θ cos θ r cos θ sin θ. De radiële component van v is. v θ v 1 sin θ + v 2 cos θ y sin θ cos θ r sin θ sin θ r cos θ cos θ r(sin 2 θ + cos 2 θ) r. De tangentiële component van v is r. 14 lc/6 VA Loale poolcoördinaten De basisvectoren ê r en ê θ hangen af van. In feite zijn ê r en ê θ vector! ( ê r () (cos θ, sin θ) r, y ) r ( ) 2 + y, y 2 2 + y 2 en ê θ () ( sin θ, cos θ) ( y 2 + y, 2 ( y r, ) r ). 2 + y 2 De basisvectoren voor poolcoördinaten e r en e θ zijn symbolisch. De loele basisvectoren ê r en ê θ zijn echte vectoren! 15 lc/8 VA

Loale poolcoördinaten ê r ê θ Loale poolcoördinaten in R 2. 16 lc/9 VA Loale poolcoördinaten en het gradiëntveld Stelling Blz. 86, vergelijing (4.6) Stel G is een differentieerbaar scalarveld op R 2. Definieer Ĝ(r, θ) G(r cos θ, r sin θ) dan geldt G(r cos θ, r sin θ) Ĝ r êr + 1 r Ĝ θ êθ. (4.6) Let op de etra factor 1 r in de tangentiële component! Bewijs: Ĝ r G r + G y y r G G cos θ+ y sin θ Ĝ r Ĝ θ [ cos θ r sin θ zelfstudie Ĝ θ G θ + G y y θ G G r sin θ+r ] [ G ] sin θ r cos θ G y y cos θ 17 lc/1 VA

Loale poolcoördinaten en het gradiëntveld Ĝ r Ĝ θ [ ] [ G ] cos θ sin θ r sin θ r cos θ G y [ ] [ 1 cos( θ) sin( θ) r sin( θ) cos( θ) [ ] [ G ] 1 R r θ G y met R θ een rotatiematri. en [ G G y ] ([ ] ) 1 1 R r θ Ĝ r Ĝ θ zelfstudie ] [ G G y ([ ] ) 1 [ ] 1 [ ] 1 R r θ R θ 1 1 1 R r θ. 1/r ] 18 lc/11 VA Loale poolcoördinaten en het gradiëntveld G [ G G y ] [ cos θ sin θ sin θ cos θ [ cos θ 1 r sin θ sin θ 1 r cos θ Ĝ r [ cos θ sin θ R θ [ 1 1/r ] + 1 r Ĝ r êr + 1 Ĝ r θ êθ. ] [ 1 1/r ] Ĝ r Ĝ θ Ĝ θ ] Ĝ r Ĝ θ ] Ĝ r Ĝ θ [ sin θ cos θ ] zelfstudie 19 lc/12 VA

Loale poolcoördinaten en het gradiëntveld Voorbeeld Definieer de functie f op R 2 \ {} door f () 1. Bereen de radiële- en de tangentiële component van f. Voor poolcoördinaten geldt: r, dus f f (r cos θ, r sin θ) 1 r. f r 1 r 2 en f θ. f f r êr + 1 f r θ êθ 1 (cos θ, sin θ) r 2 1 1 (r cos θ, r sin θ) r 3 3. Toepassing: voor het gravitatieveld F geldt F mmg 3 mmg f. 2 lc/14 VA van een vectorveld F 2 F F 1 L r (t) ˆt r(t) F ˆt Stel heeft gladde parametrisering r: [a, b]. De vector r (t) is de raavector in r(t). De eenheids raavector is de vector ˆt r (t) r (t). Een vector F is te ontbinden in een component F 1 langs de raalijn L en een component F 2 loodrecht op L. De component F 1 is de projectie van F op L. De grootte van deze projectie is F ˆt, en wordt de component van F langs genoemd. 21 lv/1 VA

van een vectorveld Definitie Stel F is een continu vectorveld gedefinieerd op een reguliere romme. De lijnintegraal van F langs is gedefinieerd als de lijnintegraal van de component van F langs : F dr F ˆt ds. Stelling Blz. 91, vergelijing (4.16) Stel de romme heeft een gladde parametrisering r: [a, b], dan F dr b a F ( r(t) ) r(t) dt. Dit volgt uit F ˆt F r (t) r (t) en ds r (t) dt. 22 lv/2 VA Georiënteerde rommen Definitie Het teen van F ˆt hangt af van de richting van r (t). Daarom hangt F dr af van de richting waarin een romme wordt doorlopen. De doorlooprichting heet de oriëntatie van, en hangt af van de geozen parametrisering. Stel r: [a, b] is een gladde parametrisering van, met a < b. De oriëntatie van loopt van r(a) naar r(b). r(a) r(b) De oriëntatie un je aangeven met een pijltje. Voor integralen van een functie over (integralen van de vorm f ds) is de oriëntatie niet van belang, omdat daarin de lengte van de raavector vooromt. 23 lv/3 VA

Stusgewijs reguliere rommen Definitie 4.2.8 Een romme heet stusgewijs regulier als er reguliere rommen 1, 2,..., n zijn en waarbij 1 2... n zodanig dat het eindpunt van i het beginpunt is van i+i. Het vierant V met hoepunten (, ), (1, ), (1, 1) en (, 1) is stusgewijs regulier. Verdeel V in vier lijnstuen: V V 1 V 2 V 3 V 4. De oriëntatie van V bepaalt de oriëntatie van de delen V i. F dr V V 1 F dr + V 2 F dr + 1 V 4 y V 3 V 1 V 3 F dr + 1 V 2 V 4 F dr 24 lv/4 VA Arbeid A F() B Stel F is een vectorveld op R 2, en is een vlae romme, georiënteerd van A naar B. Iedere vector F() an worden geïnterpreteerd als de racht die op plaats op een puntmassa wordt uitgeoefend. De integraal van F langs is de arbeid die wordt verricht als een puntmassa langs van A naar B wordt gevoerd. 25 lv/5 VA

van een vectorveld Voorbeeld $4.2.5 Gegeven is het vectorveld F(, y) ( 2, 3y). Bepaal de arbeid die door F wordt verricht als een puntmassa wordt verplaatst langs een het lijnstu c van (, ) naar (1, 2). y 2 c 1 De oriëntatie van c is van (, ) naar (1, 2). 26 lv/6 VA Voorbeeld (vervolg) F(, y) ( 2, 3y). r(t) t(1, 2) (t, 2t) met t 1. r (t) d (t, 2t) (1, 2). d t F ( r(t) ) (t 2, 3t (2t)) (t 2, 6t 2 ). F ( r(t) ) r (t) t 2 + 2 6t 2 13 t 2. c F dr 1 1 F ( r(t) ) r (t) dt 13 t 2 dt 13 3 t3 1 13 ( 1 3 3) 13 3 3. 27 lv/7 VA

van vector in R 3 Voorbeeld Gegeven is F(, y, z) (y, yz, z). Bereen F dr, waarbij de ruimteromme is gegeven door de parametrisering r(t) ( t, t 2, t 3) met t 1. Zelfstudie r (t) d d t ( t, t 2, t 3) ( 1, 2t, 3t 2). F ( r(t) ) ( t t 2, t 2 t 3, t 3 t ) ( t 3, t 5, t 4). F ( r(t) ) r (t) t 3 + 2t 6 + 3t 6 t 3 + 5t 6. 1 F dr t 3 + 5t 6 dt 1 4 t4 + 5 7 t7 1 1 4 + 5 7 27 28. 28 lv/8 VA van vector in R 2 over en y Stel F is gedefinieerd op een vlae romme R 2 met gladde parametrisering r: [a, b]. Stel r(t) ( (t), y(t) ), dan r (t) ( (t), y (t) ). Stel F(, y) ( M (, y), N (, y) ), dan F dr b a b a b a F ( r(t) ) r (t) dt ( ) M ((t), y(t)), N ((t), y(t)) ( (t), y (t) ) dt M ( (t), y(t) ) (t) + N ( (t), y(t ) )y (t) dt M d + N dy. 29 lv/1 VA

van vector in R 3 over, y en z Stel F is gedefinieerd op een ruimteromme R 3 met gladde parametrisering r: [a, b]. Stel r(t) ( (t), y(t), z(t) ), dan r (t) ( (t), y (t), z (t) ). Stel F(, y, z) (M (, y, z), N (, y, z), P(, y, z)), dan b F dr b a b a a F ( (t), y(t), z(t) ) ( (t), y (t), z (t) ) dt ( M (r(t)), N (r(t)), P(r(t)) ) ( (t), y (t), z (t) ) dt M (r(t)) (t) + N (r(t))y (t) + P(r(t))z (t) dt M d + N dy + P dz. 3 lv/11 VA over, y of z De notatie M d + N dy voor de lijnintegraal van F over an leiden tot vergissingen. Voorbeeld: in de integraal y d + cos y dy is het niet de bedoeling dat je direct over en y primitiveert. [ ] y d + cos y dy 1 2 2 y + sin y.??? 31 lv/12 VA

over en y Voorbeeld Bereen Fout: C dy, waarbij C de eenheidscirel is. C dy y C. Goed: parametriseer C: definieer r(t) (cos t, sin t) met t 2π. 2π dy d + dy (, ) r (t) dt C 2π 2π C (, cos t) ( sin t, cos t) dt cos 2 t dt 2π [ ] 2π 1 2 t + 1 4 sin(2t) π. 1 2 + 1 2 cos(2t) dt 32 lv/13 VA De hoofdstelling voor lijnintegralen Section 16.3 4.2.9 Stelling Blz., vergelijing (4.21) Stel F is een conservatief vectorveld met potentiaalfunctie G, en c is een gladde romme van A a naar B b, dan F dr G(b) G(a). c Bewijs variant voor vlae rommen Stel r: [a, b] c is een gladde parametrisering van c met r(t) ( (t), y(t) ). b F dr G ( r(t) ) r (t) dt c a b [ G ( )d r(t) a d t + G ] ( )d y r(t) dt y d t b d a d t G( r(t) ) dt G ( r(t) ) b a G ( r(b) ) G ( r(a) ) G(b) G(a). ettingregel 33 hs/1 VA

De hoofdstelling voor lijnintegralen De hoofdstelling voor lijnintegralen geldt zowel voor vector in R 2 als voor vector in R 3. De hoofdstelling voor lijnintegralen geldt oo voor stusgewijs gladde, continue rommen. B b c 2 A a c 1 C c c F dr F c 1 dr + F c 2 dr ( G(b) G(a) ) + ( G(c) G(b) ) G(c) G(a). 34 hs/2 VA Pad-onafhanelijheid Gevolg Stel c 1 en c 2 zijn beide gladde rommen van A naar B, dan geldt voor ieder conservatief vectorveld F F c 1 dr F c 2 dr. Definitie Als F conservatief is hangt de waarde van de integraal c F dr alleen af van de waarde van f in de eindpunten van de romme, en niet van het geozen pad. Men zegt oo wel: de lijnintegraal van een conservatief vectorveld is pad-onafhanelij. Stel F is een vectorveld. De lijnintegraal F dr heet pad-onafhanelij als voor ieder punt A en B en voor ieder tweetal rommen c 1 en c 2 van A naar B geldt F c 1 dr F c 2 dr. 35 hs/4 VA

Gesloten rommen Definitie Een gesloten romme is een romme waarvan beginen eindpunt hetzelfde zijn. Een ringintegraal is en lijnintegraal over een gesloten romme. Een ringintegraal mag je noteren met het symbool. Stelling Section 16.3, theorem 3 Stel F is een vectorveld. De integraal c F dr is pad-onafhanelij dan en slechts dan als iedere ringintegraal gelij is aan. 36 hs/5 VA vector Stelling vector hebben pad-onafhanelije lijnintegralen. Het omgeeerde geldt oo: Stel D is een open samenhangend gebied in R 2 of R 3, en stel F is een continu vectorveld op D. Als c F dr pad-onafhanelij is dan is F conservatief. Het bewijs verloopt ruwweg als volgt: (1) Kies een punt A in D. (2) Definieer de functie G() c F dr waarbij c een romme is met beginpunt A en eindpunt. De definitie hangt niet van de euze van c af. (3) Toon aan dat F G. Het bewijs is moeilij! Zie oo het bewijs van theorem 2 van section 16.3 in Thomas Calculus. 37 hs/6 VA

vector in R 2 Stelling Stel F() ( M (), N () ) is een conservatief vectorveld op R 2 en stel dat M en N continue partiële afgeleiden hebben, dan geldt M y N. Stel F G, dan geldt M G en N G y. Gebrui de stelling van Clairaut: Sec. 14.3, thm. 2 M y ( ) G 2 G y y Clairaut 2 G y ( ) G N y. 38 hs/7 VA Enelvoudig samenhangende rommen en gebieden Definitie Een enelvoudige gesloten romme is een continue gesloten romme die zichzelf niet snijdt. Een samenhangend gebied is een deelverzameling D R 2 waar met de eigenschap dat bij ieder tweetal punten P D en Q D een continue romme C van P naar Q bestaat die geheel in D ligt. Een enelvoudig gebied is een deelverzameling D R 2 met de eigenschap dat iedere enelvoudig geloten romme C D alleen punten van D omsluit. In de pratij beteent samenhangend dat het gebied uit één stu bestaat. En enelvoudig beteent dat er in het gebied geen gaten zitten. 39 hs/8 VA

Enelvoudig samenhangende rommen en gebieden enelvoudig, niet gesloten niet enelvoudig, niet gesloten niet enelvoudig, gesloten enelvoudig en gesloten enelvoudig samenhangend niet samenhangend 4 hs/9 niet enelvoudig VA De componententest Stelling Stel F() ( M (), N () ) is een vectorveld op een open, enelvoudig samenhangend gebied D R 2. Stel dat M en N continue partiële afgeleiden hebben, en stel d M d y () d N d () voor alle D. Dan is F conservatief. Stelling Section 16.3, equation (2) Stel F() ( M (), N (), P() ) is een vectorveld op een open, enelvoudig samenhangend gebied D R 3. Stel dat M en N continue partiële afgeleiden hebben, en stel d M d y d N d, d M d z d P d en voor alle D. Dan is F conservatief. d N d z d P d y 41 hs/1 VA

vector in R 2 Voorbeeld 4.2.1, voorbeeld 1 Bepaal of het vectorveld v(, y) (y, ) conservatief is. Stel M (, y) y en N (, y). M y 1. N 1. Er geldt M y N, dus v is niet conservatief. 42 hs/11 VA vector in R 2 Voorbeeld 4.2.1, voorbeeld 2 Bepaal of het vectorveld v(, y) (y, + y) conservatief is. Stel M (, y) y en N (, y) + y. M y 1. N 1. Er geldt M y N, dus v is conservatief. 43 hs/12 VA

vector in R 3 Voorbeeld 4.2.11, voorbeeld 2 Bepaal of het vectorveld F(, y, z) (, z, 2y) conservatief is. Stel M (, y, z), N (, y, z) z en P(, y, z) 2y. M y N. M z N z 2y P. 1 2 P y. Conclusie: F is niet conservatief. 44 hs/13 VA vector in R 3 Voorbeeld 4.2.11, voorbeeld 1 Bepaal of het vectorveld F(, y, z) ( + y, z, z y) conservatief is. Stel M (, y, z) + y, N (, y, z) z en P(, y, z) z y. M y 1 N. M z P. N z 1 P y. Conclusie: F is conservatief. 45 hs/14 VA

vector in R 2 Voorbeeld 4.2.1, voorbeeld 2 (a) Bepaal een potentiaalfunctie van het vectorveld v(, y) (y, + y). (b) Bepaal v dr waarbij het lijnstu is van a (1, 1) naar b (2, 3). Definieer M (, y) en N (, y) + y. 3 y b M y N 1. Vectorveld v is conservatief, zie oo slide 43. 1 a 1 2 46 hs/15 VA Voorbeeld (vervolg) (a) Bepaal een functie G zodat G/ y (1) en G/ y + y. (2) Uit (1) volgt G(, y) y + ϕ(y) (3) Partieel differentiëren naar y van (3) levert G/ y + ϕ (y). (4) Uit (2) en (4) volgt ϕ (y) y, dus ϕ(y) 1 2 y2 + C. Uit (3) volgt tenslotte (ies C ): G(, y) y + 1 2 y2. 47 hs/16 VA

Voorbeeld (vervolg) (b) Het beginpunt van is a (1, 1). Het eindpunt van is b (2, 3). v dr G(b) G(a) G(2, 3) G(1, 1) (2 3 + 1 2 32 ) (1 1 + 1 2 12 ) 21 2 3 2 9. Of met parametrisering r(t) (1 + t, 1 + 2t), t [, 1]: r (t) (1, 2). v ( r(t) ) (1 + 2t, 2 + 3t). v ( r(t) ) r (t) 5 + 8t. 1 [ v ] dr 5 + 8t dt 5t + 4t 2 1 9. 48 hs/17 VA vector in R 3 Voorbeeld 4.2.11, voorbeeld 1 Gegeven is het vectorveld F(, y, z) ( + y, z, z y) op R 3. Bepaal een potentiaalfunctie. Bepaal daarna de lijnintegraal van F over het lijnstu c met beginpunt a (1,, 1) en eindpunt b (, 2, 3). Vectorveld F is conservatief, zie slide 45. Stel G is een potentiaalfunctie van F, dan G/ + y, (1) G/ y z, (2) G/ z z y. (3) Integreer (1) naar : G(, y, z) 1 2 2 + y + ϕ(y, z). (4) Differentieer (4) partieel naar y: G/ y + ϕ/ y. (5) 49 hs/18 VA

Voorbeeld (vervolg) Uit (2) en (5) volgt ϕ/ y z. Integreren naar y levert ϕ(y, z) yz + ψ(z). (6) Uit (4) en (6) volgt G(, y, z) 1 2 2 + y yz + ψ(z). (7) Vergelijing (7) partieel differentiëren naar z geeft G/ z y + ψ (z). (8) Uit (3) en (8) volgt ψ (z) z, dus ψ(z) 1 2 z2 + C. Kies C, dan volgt uit (7) G(, y, z) 1 2 2 + y yz + 1 2 z2. 5 hs/19 VA Voorbeeld (vervolg) Voor de lijnintegraal geldt F dr G(b) G(a) c G(, 2, 3) G(1,, 1) 19 2. Alternatieve methode: parametriseer c: r(t) a + t(b a) (1 t, 2t, 1 + 4t), met t [, 1]. r (t) ( 1, 2, 4). F ( r(t) ) (1 3t, 2 5t, 1 + 6t). F ( r(t) ) r (t) 9 + 37t. 1 F dr 9 + 37t dt c [ ] 9t + 372 1 t2 19 2. 51 hs/2 VA