MRI, steun bij beleid?



Vergelijkbare documenten
MRI: more is less? Emiel Rutgers

Nieuwe ontwikkelingen in de mammadiagnostiek

Stadiering en triple diagnostiek van borst en oksel. Dr. P. Berteloot 10/2011

De waarde van MRI bij DCIS

Eline Deurloo Correlation of diagnostic breast imaging data and pathology: application to diagnosis and treatment

Help, een UBO. L.E. Elshof Student Geneeskunde EUR Keuzeonderzoek NKI-AVL

Staat de radiotherapie indicatie ook vast na een complete respons op NAC?

NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

Overbehandeling in radiotherapie. Prof. Dr. Caroline Weltens

ILC > 3 cm: neoadjuvante chemotherapie heeft geen nut! Sabine C. Linn, MD PhD Divisies Medische Oncologie en Moleculaire Biologie

CHAPTER XII. Nederlandse Samenvatting

Pien de Haas en John de Klerk nucleair geneeskundigen Meander Medisch Centrum Amersfoort. 2e Mammacongres 28 januari 2011 Harderwijk

Factsheet NABON Breast Cancer Audit (NBCA)

Mammacarcinoom en erfelijkheid. Dr. Marleen Kets, klinisch geneticus Afdeling genetica UMC St Radboud

Staging & opvolgonderzoeken RENATE PREVOS RADIOLOGIE, UZ LEUVEN

Radiologisch beleid bij erfelijke borstkanker

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2016

10 e NKI AvL Mammasymposium

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2017

Snelle mutatiescreening bij borstkanker. Dr. Margreet Ausems Afdeling Medische Genetica UMC Utrecht

Echogeleide chirurgie voor mammacarcinoom

Mammareconstructie & Radiotherapie

Mamma diagnostiek: Een paar dilemma s in de spreekkamer

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2018

Minder chirurgie na neo adjuvante chemotherapie?

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) NBCA 2015 [ ZIN besluit verwerkt; ]

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2018

Factsheet Indicatoren NABON Breast Cancer Audit (NBCA) 2017

J. Mamma aandoeningen. Inhoudsopgave 01 J 02 J 03 J 04 J 05 J 06 J 07 J 08 J 09 J 10 J 11 J 12 J 13 J 14 J 15 J 16 J 17 J 18 J 19 J

Mammadiagnostiek: integratie pathologie en radiologie

Medische Publieksacademie

Wanneer geen chemo? Sabine Linn Internist-oncoloog NKI-AVL

Nucleaire Magnetische Resonantie. Katrien Vanwambeke Sabine Dobbelaere

Meer sparend bestraling van de axilla? Less is more (than enough) Nicola Russell

Vroegstadium borstkanker Medicamenteuze behandeling. Jan Drooger Internist-oncoloog Huisartsensymposium 20 september 2017

Chemotherapie en stolling

Symposium Borstkanker bij jong en oud. Chemotherapie bij jonge patiënten K. Punie

MRI van de borst. MRI of the breast

Lymfeknoop dissectie in borstcarcinoom, diagnostiek of therapie? Wim Demey, medische oncologie, Borstkliniek voorkempen

Het lokaliseren en verwijderen van niet-palpabele mamma-maligniteiten met behulp van een radioactief 125 I zaadje

LANDELIJK REGISTRATIEFORMULIER MAMMATUMOREN. Zkh reg.nr: SIG code zkh: pagina 1 van 5. Datum:. Paraaf:.

Multimodality treatment bij het oesofagus- en maagcarcinoom

Het imagen van tumor heterogeniteit bij een patiënte met borstkanker: FEScinerend

Gynaecologisch-oncologische Studies. Gynaecongres 11 november Focus Radiotherapie. R.A. Nout Radiotherapeut-Oncoloog Namens LPRGT

Maligne melanoma Belang van sentinelklierbiopsie

Oplegger indicatorset Mammacarcinoom verslagjaar 2016

Borstcentrum Bernhoven. Yvonne Paquay Chirurg

Zwangerschap en een Her2/Neu positief Mammacarcinoom. 4 e Nascholingsdag Targeted Therapy, 8 april Casus

Oncologische behandeling en fertiliteit. Vivianne Tjan-Heijnen Symposium AYA zorg & (in)fertiliteit Nascholing Maastricht UMC+ 29 november 2018

Stage. Clin staging. Treatment. Prognosis. Diagnosis. Evaluation. Early Node. Tumour. Loc advanced Metastasis. Advanced. Surgery

2014 T4 tumoren/ thoraxwand doet mee, wat nu?

To screen or not to screen:

Responsevaluatie met 3T-DWI-MRI na inductie met FOLFIRINOX chemotherapie bij lokaal gevorderd PDAC (IMAGE-MRI)

J. Mamma aandoeningen

De radiotherapeut en de marges. L.J. Boersma, radiotherapeut-oncoloog MUMC+, MAASTRO clinic Maastricht

Adjuvante systeemtherapie Patiënte: DM type 2

Echografie + biopsie

Cover Page. Author: Wiltink, Lisette Title: Long-term effects and quality of life after treatment for rectal cancer Issue Date:

Bossche Samenscholingsdagen MAMMACARCINOOM 2.0

chirurgische behandeling van kanker

Borstkankerscreening met MRI: vooral voor vrouwen met verhoogd risico

Profylactische chirurgie bij erfelijke borstkanker. I. Nevelsteen

Verplichte indicatoren die moeten worden aangeleverd aan Zorginstituut Nederland. Indicator nummer Indicatornaam

Wat is de beste reading strategy? Consensus of arbitrage. Lisa Klompenhouwer

Laat je borsten zien: doen of niet? Resultaten screening. A Van Steen

Less is more: Axillaire stagering en behandeling bij het mammacarcinoom

Diagnostische Work Out Borst Letsels

De indicatoren omtrent borstkanker, die in kader van het VIP²-project worden opgevolgd zijn :

Waar kijkt de radioloog naar op het mammogram? Ruud Pijnappel

SAMEN VATTING. Ontwikkelingen binnen de borstkanker chirurgie: De cruciale rol van per-operatieve echografie

Wat brengt 2015 voor de borstkliniek? Dr. Hetty Sonnemans Gynaecoloog

Voortgezette behandeling van longembolie in 2016 visie van de 1.5 lijn Menno Huisman. Afdeling Trombose en Hemostase LUMC Leiden

Disseminatiediagnostiek bij locoregionaal recidief van mammacarcinoom: klinische praktijk en perspectief voor PET

ACHTERGRONDEN BIJ DE CASUSSCHETSEN INCLUSIEF LEERDOELEN EN STELLINGEN

Mammacarcinoom en zwangerschap. PJ Westenend Laboratorium voor Pathologie Dordrecht

Locally advanced rectum carcinoom: wat gaat er veranderen na de RAPIDO studie? Dr B. van Etten, Oncologisch GE-Chirurg

Vaker tweede operatie na borstsparende behandeling wegens invasief lobulair dan wegens invasief nietlobulair

Voorkom overbehandeling van laaggradig DCIS: doe de LORD-studie!

Radiotherapie bij het pancreascarcinoom. Hanne Heerkens, AIOS radiotherapie 25 maart 2019

Beeldvorming van de Borst Meer dan zo maar een Foto

Ontwikkelingen bij de chirurgie van het slokdarm- en maagcarcinoom

Borstoperatie en bestraling: klaar in 1 dag! Henk Struikmans , Nijkerk

Marlies Peters. Workshop Vermoeidheid

Mogelijkheden van beeldvorming met MRI bij patiënten met mammacarcinoom

Oligometastatischeziekte bij het mammacarcinoom. M. van der Sangen, radiotherapeut

Prognostische factoren in patiënten met 1-3 positieve okselklieren; MammaPrint en Adjuvant! online

Moet het meer of kan het minder?

OLIJFdag 3 oktober 2015

Adjuvant!! Online ~ Wanneer helpt het en wanneer niet?

Bevolkingsonderzoek op mammacarcinoom bij vrouwen met een verstandelijke handicap

Oncologische zorg bij ouderen

2.3 Ouderen. [IKNL/Richtlijn Gliomen conceptversie 30 september 2014] Pag. 91

Richtlijn BEHANDELING VAN HET MAMMACARCINOOM

STRAAL MET JE HART, STRAAL MINDER HART

Transcriptie:

MRI, steun bij beleid? Roel D.M. Mus Afdeling Radiologie UMC St Radboud Nijmegen

Indicaties

Indicaties

Indicaties

MRI

MRI

MRI Day 25 of menstrual cycle

MRI Day 25 of menstrual cycle Day 8 of menstrual cycle

MRI Timing is Everything! Day 25 of menstrual cycle Day 8 of menstrual cycle Courtesy of Kathy Schilling MD, Boca Raton (Florida), USA

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden:

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: Problem solving

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: zeer dense mammae.

Mammogram Oblique views R#381

R#381-th15 Maximum intensity Time

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: siliconen borst prothesen.

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: littekenweefsel na mammasparende therapie, excisie biopsieën n en plastische chirurgie.

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: littekenweefsel na mammasparende therapie, excisie biopsieën n en plastische chirurgie. mogelijk: 6 maanden na chirurgie alleen.

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: littekenweefsel na mammasparende therapie, excisie biopsieën n en plastische chirurgie. mogelijk: 6 maanden na chirurgie alleen. 1½ - 2 jaar na bestraling.

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: patiënten met een lobulair carcinoom:

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: patiënten met een lobulair carcinoom: Grotere kans op een mammografisch occulte tumor in de andere mamma (7%). Mann RM et al. Breast Cancer Res Treat. 2008 Jan;107(1):1-14 14

Lobulair Carcinoom R#381-th15 Mammogram Time

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: patiënten met axillaire adenopathie en een occult mamma carcinoom.

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden: evaluatie na downstaging met chemotherapie.

R#243 243_th10 Voor chemotherapie

R#243 243_th10 Voor chemotherapie Na 1 kuur

R#243 243_th10 Voor chemotherapie Na 1 kuur Na 2 kuren

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden.

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden.

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden. Met mate: opbrengst relatief laag!

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden. Patiënten nten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen.

R#237_th20 Maximum intensity Time

MRI van de mamma Axioma Nauwkeurige bepaling van de grootte van een gegeven tumor en de mogelijke multifocaliteit zijn essentiëel el,, als een mammasparende chirurgische procedure wordt overwogen. Boetes C, Mus RDM et al, Radiology 1995; ; 197: 743-747 747

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen.

Indicaties

Indicaties

Indicaties

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen.

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen.

Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. 3 vragen:

Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. Vraag 1: 1 Wat is het percentage patiënten met een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom, en op het mammogram en de echo maar één n tumor?

Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. Vraag 2: 2 Wat is het belang van locale controle in termen van de overleving van patip atiënten?

Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. Vraag 3: Wat zijn de verdere consequenties als een multifocal /multicentrisch/ mammacarcinoom niet als zodanig wordt herkend?

Vraag 1. Percentage patiënten met een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom

Vraag 1. Percentage patiënten met een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Boetes C, Mus R. et al. : 13 of 61 ( 21.3% ) Radiology 1995; ; 197: 743-747 747

Vraag 1. Percentage patiënten met een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Boetes C, Mus R. et al. : 13 of 61 ( 21.3% ) Radiology 1995; ; 197: 743-747 747 Orel SG, Schnall MD. et al: 11 of 63 ( 17.5% ) Radiology 1995; ; 196: 115-122 122

Vraag 1. Percentage patiënten met een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Boetes C, Mus R. et al. : 13 of 61 ( 21.3% ) Radiology 1995; ; 197: 743-747 747 Orel SG, Schnall MD. et al: 11 of 63 ( 17.5% ) Radiology 1995; ; 196: 115-122 122 Schnall MD, J. Blume et al, International Breast MRI Consortium ( 16% ) Journal of Clinical Oncology, 2004 ASCO Annual Meeting Proceedings (Post-Meeting Edition). Vol 22, No 14S (July 15 Supplement), 2004: : 504

Vraag 1. Percentage patiënten met een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Meta-analysis analysis of all observational studies of preoperative MRI has shown that the median prevalence of detection of additional foci of cancer within the affected breast is

Vraag 1. Percentage patiënten met een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Meta-analysis analysis of all observational studies of preoperative MRI has shown that the median prevalence of detection of additional foci of cancer within the affected breast is 16% (interquartile range, 11% to 24%) based on 2,610 women with recently diagnosed cancer. Houssami N, Ciatto S, Macaskill P, et al: J Clin Oncol. 2008;26:3248 3258

Vraag 1. Percentage patiënten met een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Dit betekent dus dat zo n 16% van de patiënten die - zonder voorafgaande MRI een mammasparende therapie ondergaan, nog een occulte resttumor moet hebben na de OK.

Vraag 2. Het belang van lokale controle in termen van overleving

Vraag 2. Het belang van lokale controle in termen van overleving Data van klinische trials, gebaseerd op overlevingsstatistieken na 10 jaar, laten echter zien dat mastectomy even veilig is als een mammasparende therapie. Sarrazin et al. Blichert-Toft et al. Jacobsen et al. Fisher et al. Veronesi et al. Van Dongen et al. Radiother Oncol 1989; ; 14: 177-184 184 J Natl Cancer Inst Monogr 1992; ; (11): 19-25 N Engl J Med 1995; ; 332: 907-911 911 N Engl J Med 1995; ; 333: 1456-1461 1461 Eur J Cancer 1995; ; 31A: 1574-1579 1579 J Natl Cancer Inst 2000; ; 92: 1143-1150 1150

Vraag 2. Het belang van lokale controle in termen van overleving De patiënten in deze studies ondergingen géén Mamma MRI!

Vraag 2. Het belang van lokale controle in termen van overleving Dit impliceert dat er géén overlevingsvoordeel bestaat om multifocale laesies in de mamma aan te tonen, en dus

Vraag 2. Het belang van lokale controle in termen van overleving dat er géén potentiële rol is weggelegd voor MRI van de mamma bij het verbeteren van de uiteindelijke patiëntenresultaten ntenresultaten. Stelling CB Radiology 1995; ; 196: 16-18 18

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Lokaal recidief

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Data van klinische trials laten verder zien dat, gelet op een 10 jaar follow up, de kans op een locaal recidief na mamma sparende therapie als volgt is verdeeld:

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom + 35% zonder radiotherapie en

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom + 35% zonder radiotherapie en + 10% met radiotherapie. Fisher et al. Clark et al. Forrest et al. EBCTCG N Engl J Med 1995; ; 333: 1456-1461 1461 J Natl Cancer Inst 1996; ; 88: 1659-1664 1664 Lancet 1996; ; 348: 708-713 713 Lancet 2000; ; 355: 1757-1770 1770

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Meta-analysis analysis of the Early Breast Cancer Trialists Collaborative Group (EBCTCG): Breast irradiation reduced the 5-year local recurrence rate from 26% to 7%. Early Breast Cancer Trialists Collaborative Group (EBCTCG): Effects of radiotherapy and differences in the extent of surgery for early breast cancer on local recurrence and 15-year survival: An overview of the randomized trial. Lancet 2005; 366:2087-2106

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom + 1% per jaar, cummulatief

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom + 1% per jaar, cummulatief?

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Dit risico op een lokaal recidief na mammasparende therapie en bestraling kan uitgesplitst worden: EORTC Bartelink H, Horiot JC, Poortmans P, et al: Recurrence rates after treatment of breast cancer with standard radiotherapy with or without additional radiation. N Engl J Med 2001; ; 345:1378-1387 1387

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom 50 Gy bij vrouwen < 40 jaar: 19.5%

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom 50 Gy bij vrouwen < 40 jaar: 19.5% bij vrouwen 41-50 jaar: 9.5%

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom 50 Gy bij vrouwen < 40 jaar: 19.5% bij vrouwen 41-50 jaar: 9.5% bij vrouwen > 50 jaar: 5.0% EORTC N Eng J Med 2001; ; 345: 1378-1387 1387

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Na een additionele boosterdosis is dit: bij vrouwen < 40 jaar: 19.5% bij vrouwen 41-50 jaar: 9.5% bij vrouwen > 50 jaar: 5.0% 50 Gy 66 Gy Gy (5 jaar) EORTC N Eng J Med 2001; ; 345: 1378-1387 1387

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Na een additionele boosterdosis is dit: 50 Gy 66 Gy bij vrouwen < 40 jaar: 19.5% 10.2% bij vrouwen 41-50 jaar: 9.5% 5.8% bij vrouwen > 50 jaar: 5.0% 2.5% Gy (5 jaar) EORTC N Eng J Med 2001; ; 345: 1378-1387 1387

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom 10-Year Results of the Randomized Boost Versus No Boost. EORTC 22881-10882 10882 Trial Harry Bartelink, Jean-Claude Horiot, Philip M. Poortmans, Henk Struikmans, Walter Van den Bogaert, Alain Fourquet, Jos J. Jager, Willem J. Hoogenraad, S. Bing Oei, Carla C. WárlW rlám-rodenhuis, Marianne Pierart, and Laurence Collette EORTC J Clin Oncol 2007; ; 25:3259-3265 3265

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom < 40 jaar: 10.2% 41-50 jaar: 5.8% 51-60 jaar: 2.5% > 60 jaar: 66 Gy (55 jaar) 66 Gy (10 jaar) EORTC J Clin Oncol 2007; ; 25:3259-3265 3265

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom 66 Gy (55 jaar) 66 Gy (10 jaar) < 40 jaar: 10.2% 13.5% 41-50 jaar: 5.8% 8.7% 51-60 jaar: 2.5% 4.9% > 60 jaar: 3.8% EORTC J Clin Oncol 2007; ; 25:3259-3265 3265

Tumor doubling time in days BRCA 1 / 2 High Risk < 40 41-50 > 50 Leach, Obdeijn et al, European Radiology 2009,, 19 (Suppl 4) 871

Tumor doubling time in days BRCA 1 / 2 High Risk < 40 28 83 41-50 > 50 Leach, Obdeijn et al, European Radiology 2009,, 19 (Suppl 4) 871

Tumor doubling time in days BRCA 1 / 2 High Risk < 40 28 83 41-50 68 121 > 50 Leach, Obdeijn et al, European Radiology 2009,, 19 (Suppl 4) 871

Tumor doubling time in days BRCA 1 / 2 High Risk < 40 28 83 41-50 68 121 > 50 81 173 Leach, Obdeijn et al, European Radiology 2009,, 19 (Suppl 4) 871

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Is het tegenover een patiënte verdedigbaar om een geplande mammasparende ingreep om te zetten in een mastectomie,

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom alleen omdat met MRI multifocaliteit is aangetoond, als de kans op een locaal recidief, voor een vrouw > 50 jaar oud, zo n 2½-5% % is over een periode van 10 jaar? Stelling CB Radiology 1995; ; 196: 16-18 18

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Die 10 jaren zouden wel eens cruciaal kunnen zijn voor het zelfgevoel en de psychosociale behoeften van de vrouw. Stelling CB Radiology 1995; ; 196: 16-18 18

Vraag 3. Verdere consequenties van een multifocaal / multicentrisch mammacarcinoom Laten wij ons er van bewust blijven dat wij geen foto behandelen, maar een vrouw, en het gaat om haar borst! Stelling CB Radiology 1995; ; 196: 16-18 18

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening De Britse COMICE trial is een grote multicenter trial. Patiënten worden gerandomiseerd: MRI / geen MRI de kwaliteit van preoperatieve stadiëring ring, de verschillen in outcome, de verschillen in qualiteit van leven de kosten effectiviteit. Turnbull LW, Barker S, Liney GP Comparative effectiveness of magnetic resonance imaging in breast cancer (COMICE trial). Breast Cancer Res 2002 4(Suppl 1):39. DOI

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening Magnetic resonance imaging in breast cancer: results of the COMICE trial. LW Turnbull, SR Brown, C Olivier, I Harvey, J Brown, P Drew, A Hanby,, A Manca,, V Napp,, M Sculphur,, LG Walker, S Walker Centre for MR Investigation, Hull Royal Infirmary, Hull, UK from Symposium Mammographicum 2008 Lille, France. 6 86 8 July 2008 Breast Cancer Research 2008,, 10(Suppl 3):P10 from the 5 th International Congress on MR-Mammography Mammography 2009 Jena,, BRD. 24-26 26 September 2009 European Radiology 2009,, 19(Suppl 4): 947-948 948

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening De COMICE trial bestudeerde of een additionele MRI scan bij de conventionele tripel diagnostiek( mammo,, echo, biopt ) de locoregionale stadiëring zou verbeteren, en zo het aantal heroperaties zou verminderen, bij patiënten met een primair mammacarcinoom, bij wie een lumpectomie overwogen wordt.

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening Gecorrigeerd m.b.v logistieke regressie voor leeftijd, mammadensiteit, chirurg.

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening Tussen december 2001 en januari 2007, werden 1,625 patiënten gerandomiseerd: MRI + (n( = 817), MRI - (n = 808).

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening Het percentage heroperaties binnen 6 maanden bedroeg: MRI - : MRI + :

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening Het percentage heroperaties binnen 6 maanden bedroeg: MRI - : 19,3% MRI + :

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening Het percentage heroperaties binnen 6 maanden bedroeg: MRI - : 19,3% MRI + : 18,8%

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening Geen significant verschil tussen de beide armen. (odds ratio = 0.96, 95% CI = (0.75, 1.24), P = 0.7691).

Vraag 3. Verdere consequenties preoperatieve screening De resultaten van de COMICE trial betekenen dat het toevoegen van MRI aan de tripel diagnostiek geen significant voordeel oplevert wat betreft de vermindering van het aantal heroperaties bij deze groep patiënten nten.

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen.

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar 50-60 jaar > 60 jaar

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar 50-60 jaar > 60 jaar

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar 50-60 jaar > 60 jaar

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar 50-60 jaar > 60 jaar

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar 50-60 jaar > 60 jaar

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar Premenopauze 50-60 jaar > 60 jaar

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar Premenopauze 50-60 jaar > 60 jaar

Indicaties Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar 50-60 jaar > 60 jaar Premenopauze Postmenopauze

Indicaties Patiënten nten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. < 40 jaar 40-50 jaar 50-60 jaar > 60 jaar Premenopauze Postmenopauze

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden. Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. Patiënten met een hoog risico voor mammaca:

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca BRCA 1

Patiënten met een hoog risico voor mammaca BRCA 1 BRCA 2

Patiënten met een hoog risico voor mammaca BRCA 1 BRCA 2 BRCA3 P53 HRAS KRAS ERBB2 NRAS CCND1 ATM HER2NEU E-Cadherin

Patiënten met een hoog risico voor mammaca BRCA3 : nonbrca1 en nonbrca2 HRAS KRAS NRAS : in mammaca. <10% P53 : mutatie in 20-25%, 25%, aggressief, ER - ERBB2 : overexpressie 20-25%, 25%, ER -, IDC CCND1 : overexpressie 15%, ER -, ILC ATM E-Cadherin HER2NEU PROGNOSE : ataxia telangiectasia 100x tumorkans heterozygoot: kans mammaca. : associatie met ILC : IN 30%, AGGRESSIEF, SLECHTE

Patiënten met een hoog risico voor mammaca Screening met mammografie heeft een lage sensitiviteit bij het aantonen van tumoren, met name bij draagsters van een BRCA mutatie.

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca

Patiënten met een hoog risico voor mammaca Sensitiviteit bij aantonen invasief mammacarcinoom

Patiënten met een hoog risico voor mammaca Sensitiviteit bij aantonen invasief mammacarcinoom Klinisch borst onderzoek 17.9%

Patiënten met een hoog risico voor mammaca Sensitiviteit bij aantonen invasief mammacarcinoom Klinisch borst onderzoek 17.9% Mammography 33.3%

Patiënten met een hoog risico voor mammaca Sensitiviteit bij aantonen invasief mammacarcinoom Klinisch borst onderzoek 17.9% Mammography 33.3% MRI 79.5%

Patiënten met een hoog risico voor mammaca Specificiteit bij aantonen invasief mammacarcinoom Klinisch borst onderzoek 98.1% Mammography 95.0% MRI 89.8% Kriege M, Brekelmans CTM,, Boetes C et al. N Engl J Med 2004;351:427-437 437

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden. Patiënten nten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. Patiënten met een hoog risico voor mammaca.

Indicaties Patiënten bij wie mammografie en echografie onvoldoende zekerheid bieden. Patiënten, bekend met een mammacarcinoom, bij wie een mammasparende therapie wordt overwogen. Patiënten met een hoog risico voor mammaca.

MRI Morfologie Coronale subtractie MRI rechter mamma bij een 49 jarige vrouw. Een scherp afgrensbare, homogeen aankleurende lesie met een grootste diameter van 9 mm. Veltman J, Mann R et al. Eur Radiol (2008) 18: 931-938 938

MRI Morfologie Coronale subtractie MRI rechter mamma bij een 49 jarige vrouw. Een scherp afgrensbare, homogeen aankleurende lesie met een grootste diameter van 9 mm. Benigne Veltman J, Mann R et al. Eur Radiol (2008) 18: 931-938 938

MRI Morfologie Coronale subtractie MRI rechter mamma bij een 52 jarige vrouw. Een laesie met irregulaire contouren en een inhomogene aankleuring met een grootste diameter van 2,6 cm.

MRI Morfologie Coronale subtractie MRI rechter mamma bij een 52 jarige vrouw. Een laesie met irregulaire contouren en een inhomogene aankleuring met een grootste diameter van 2,6 cm. Maligne

MRI Morfologie Coronale subtractie MRI rechter mamma bij een 49 jarige BRCA1-mutatie draagster. Een scherp afgrensbare, homogeen aankleurende lesie met een grootste diameter van 9 mm. Veltman J, Mann R et al. Eur Radiol (2008) 18: 931-938 938

MRI Morfologie Coronale subtractie MRI rechter mamma bij een 49 jarige BRCA1-mutatie draagster. Een scherp afgrensbare, homogeen aankleurende lesie met een grootste diameter van 9 mm. PA: invasief ductaal carcinoom! Veltman J, Mann R et al. Eur Radiol (2008) 18: 931-938 938

MRI Morfologie Dynamiek De type-iii curve bij deze laesie was de enige aanwijzing dat het hier om een mogelijke maligniteit zou kunnen gaan. Veltman J, Mann R et al. Eur Radiol (2008) 18: 931-938 938

Patiënten met een hoog risico voor mammaca Elke (nieuwe) solide laesie, gevonden bij BRCA-mutatie draagsters moet geëvalueerd worden middels een biopsie!

Dank u voor uw aandacht