Nierfunctie: benazepril 186

Vergelijkbare documenten
Nierfunctie: perindopril 174

Maagbescherming bij salicylaat-/coxibgebruik 108

Kaliumcontrole bij gebruik RAAS-remmer / diureticum

Maagbescherming bij NSAID-gebruik 107

Osteoporoseprofylaxe bij corticosteroïdgebruik

Osteoporoseprofylaxe bij corticosteroïdgebruik

Chronische nierschade

Chronische Nierschade

L.A.B. Lab door Apotheek Bepaald

Medicatie Risico bij Nierschade. Nictiz symposium 15 november 2016 Chris Hagen nefroloog

Workshop chronische nierschade. Adry Bakker Diepenbroek Bettie Hoekstra

BSD september Huisarts: Pauline Heijstee Meggy van Kruijsdijk Nefroloog: Watske Smit Jaap Beutler

Waarom aandacht chronische nierschade (CNS)? CNS. Controle nieren: meer dan albumine en kreatinine. Dr. Wim JC de Grauw. MDRD vs kreatinine klaring

Chronische nierschade. Nierschade volgens de richtlijn? Chronische nierschade volgens de richtlijn?

Chronische Nierschade. Wim de Grauw. Huisarts te Berghem Afd. Eerstelijnsgemeeskunde UMC St. Radboud Nijmegen Bestuurslid DiHAG

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010

Protocol Chronische nierschade op basis van de LTA

Werkafspraken vervolgen van de nierfunctie:

Wensen van apothekers rondom klinische labwaarden

MEDICATIEBEWAKING OP BASIS VAN NIER-

Uitwisseling labwaarden

Nierfunctieonderzoek bij diabetes. N. Kleefstra & Henk Bilo 15 en 16 december Nieren. Nieren

Behandeling van hypertensie

Nierschade: erger voorkomen... Wybe Douwe Kloppenburg, nefroloog

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015

Chronische Nierschade Van LTA naar NHG Standaard. Wim de Grauw, huisarts Berghem Joy Lips / Michiel Bleeker - nefroloog

Richtlijn voor de behandeling van patiënten met Chronische Nierschade (CNS)

Nierinsufficiëntie bij DM en CVRM

Chronische Nierschade

Kwetsbare Ouderen en de Tweede Lijn

Richtlijn voor de behandeling van patiënten met Chronische Nierschade (CNS)

Hartfalen: medicatie in de 1 e lijn en interacties

Nierschade. Kernboodschap. Nierfunctiestoornissen en albuminurie. Hart- en vaatziekten. Tijdige behandeling kan dit risico verminderen!

Chronische Nierschade in Nederland

Leerdoelen. Wees alert op nierproblemen bij probleeminventarisatie medicatie beoordeling. Begeleid beschermende maatregelen.

MFB s en de openbaar apotheker

INVENTARISATIEFORMULIER IN- EN EXCLUSIE CVRM Versie w1.1 Jan. 2017

DOELGROEPENONDERZOEK CHRONISCHE NIERSCHADE

Benzodiazegebruik 346/347

Tips en trics voor de nefrologie anno Dr. I.C. van Riemsdijk Drs. M.Wabbijn Internist-nefrologen

Implementatie NHG-standaard chronische nierschade (CNS) Liedewei van Waes, kaderhuisarts HVZ, SGE Geert Smits, kaderhuisarts HVZ, Pozob

Nierfunctie bij oudere patiënten

Risk factors for renal function abnormalities

Samenvatting en adviezen uitgebreid

Chronische nierinsufficiëntie en geneesmiddelen. Apr. Anneleen Robberechts 29 september 2016

LET OP: Als er meer dan 500 mg/mmol eiwit is, dan wordt de uitslag een * en wordt het totaal eiwitverlies berekend!

Marike Wabbijn Internist-nefroloog/acuut geneeskundige Ikazia Ziekenhuis

Nefroloog? Mooi vak, maar... Chronische nierinsufficientie: wie doet wat?

Medicatie, diabetes en verminderde nierfunctie. Lieke Mitrov-Winkelmolen Ziekenhuisapotheker

Nederlandse Samenvatting

Nieuwe landelijke transmurale richtlijnen chronische nierschade 2017 Haagse nier in het vizier

BIJSLUITER FORTEKOR FLAVOUR 20

Schatting van de nierfunctie met de egfr implicaties voor de klinische praktijk. Iefke Drion 30 oktober 2014

Medicatiebewaking 2.0

Doelgroepenonderzoek. Chronische Nierschade:

Haagse Nieren 2.0. Disclosure belangen spreker

Samenvatting. Belangrijkste bevindingen

De nieuwe NHG DM2 standaard, wat is er veranderd?

CASE REPORT FORM. (1) Bronovo (2) MCH (3) Haga Ziekenhuis (4) LUMC (5) Maasstad zks (6) Lucas Andreas (7) St. Antonius Nieuwegein.

Fries Wisselprotocol CVRM Auteurs: Wim Brunninkhuis, Martinus Fennema en Froukje Ubels, November 2014 Beheerder: Froukje Ubels

Chronische nierschade: hoe vaak, stadia en risico s

NOAC BEHANDELING EN BEGELEIDING. Stappenplan (uitgebreide versie) Stap Verantwoordelijk Opmerkingen. HA / Specialist

MFB S EN DE OPENBAAR APOTHEKER

density lipoproteïne (LDL cholesterol) lijkt een belangrijke rol te spelen in de initiatie van Nederlandse samenvatting

BIJSLUITER Semintra 4 mg/ml orale oplossing voor katten

Sandwichnascholing Aan de slag met MFB s! Disclosure belangen spreker. November Rogier Larik Zorgapotheker

Medicatie, Consequenties voor dieetadviezen

Chronische nierschade (CNS)

Nieuwe standaard DM Wat is Nieuw??? Alle veranderingen in de nieuwe standaard zijn in het rood aangegeven.

Stadia chronische nierschade

Hypertensie. Presentatie door G.J. Knot-Veldhuis, verpleegkundig specialist

BIJSLUITER Benakor F 2,5 mg filmomhulde tabletten voor katten

Bijsluiter gebruik HVZ-indicatoren in de huisartsenpraktijk. Fenna Schouten Versie 3

Nephrology. up-date science to clinical practice

Chronische nierinsufficiëntie

SAMEN ME VAT A T T I T N I G

Factsheets indicatoren Voorkomen van nierinsufficiëntie bij intravasculair gebruik van jodiumhoudende contrastmiddelen.

Verminderde nierfunctie en medicijnen

Inhoud. Voorwoord 13 ALGEMENE ASPECTEN DEEL II SECUNDAIRE HYPERTENSIE

Verwijzing van patiënten met chronische nierschade

12/22/2010. Haagsenieren protocol. Haagsenieren protocol. Kant B: klaring. Kant A: albuminurie. Haagsenieren protocol Toelichting beleid

BIJSLUITER. Fortekor 2,5 mg tabletten voor honden en katten.

Polyfarmacie bij ouderen

Medicatie bij atherosclerose. Yvette Henstra Verpleegkundig Specialist Vasculaire Geneeskunde OLVG

Huisarts en nieren. Dr Stein Bergiers 23 mei 2017

Praktische handvatten voor het gebruik van Antistolling in de eerste lijn

Transcriptie:

Nierfunctie: benazepril 186 Deze Medisch Farmaceutische Beslisregel (MFB) is ontwikkeld door de KNMP en Health Base, in samenwerking met de Expertgroep MFB. Datum December 2013 Doel Het voorkomen van bijwerkingen bij patiënten met een verminderde nierfunctie en het voorkomen van een te grote achteruitgang van de nierfunctie.

Apotheker 1e lijn Verstrekking benazepril Clcr bekend? Clcr ouder dan 13 maanden? 30 ml/min? 10 ml/min? Patiënt heeft een creatinineklaring kleiner dan 10 ml/min. Bij verminderde nierfunctie kan cumulatie optreden van de actieve metaboliet benazeprilaat. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd. Een algemeen advies wordt niet gegeven. Is ACE-remmer > 30 dagen in gebruik? nierfunctie te worden gecontroleerd. De meest recente Clcr-waarde is ouder dan 13 maanden. weken na start of aanpassing van de dosering van de ACE-remmer, na 3 en 6 maanden en daarna elk ar. nierfunctie te worden gecontroleerd. Patiënt is langer dan 30 dagen geleden met een ACE-remmer gestart. De creatinineklaring is niet bekend. weken na start of aanpassing van de dosering van de ACE-remmer, na 3 en 6 maanden en daarna elk ar. Geen signaal Patiënt heeft een creatinineklaring tussen de 10 en 30 ml/min. Bij verminderde nierfunctie kan cumulatie optreden van de actieve metaboliet benazeprilaat. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd. Vanwege een mogelijk beschermend effect op de nierfunctie wordt benazepril door de specialist wel gedoseerd tot de hoogst mogelijk getolereerde dosering. Benazepril op initiatief van de HUISARTS Vervolgens doseren op geleide van effect. aanbevolen controlemomenten zijn binnen 2 weken na start of aanpassing van de dosering van benazepril, na 3 en 6 maanden en daarna elk ar. Benazepril op initiatief van de SPECIALIST Vervolgens doseren op geleide van klinisch effect tot de hoogst mogelijk getolereerde dosering. Controleer nierfunctie en kaliumspiegel voor start en binnen 2 weken na start of aanpassing van de dosering van benazepril, vervolgens na 3 en 6 maanden en daarna elk ar. Geen signaal

Voorschrijver 1e lijn Voorschrift benazepril Geen signaal Patiënt heeft een creatinineklaring kleiner dan 10 ml/min. Bij verminderde nierfunctie kan cumulatie optreden van de actieve metaboliet benazeprilaat. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd. Een algemeen advies wordt niet gegeven. 1e voorschrift? Clcr bekend? Clcr ouder dan 13 maanden? 30 ml/min? 10 ml/min? nierfunctie te worden gecontroleerd. weken na start of aanpassing van de dosering van de ACE-remmer, na 3 en 6 maanden en daarna elk ar. nierfunctie te worden gecontroleerd. De meest recente Clcr-waarde is ouder dan 13 maanden. weken na start of aanpassing van de dosering van de ACE-remmer, na 3 en 6 maanden en daarna elk ar. Patiënt heeft een creatinineklaring tussen de 10 en 30 ml/min. Bij verminderde nierfunctie kan cumulatie optreden van de actieve metaboliet benazeprilaat. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd. Vanwege een mogelijk beschermend effect op de nierfunctie wordt benazepril door de specialist wel gedoseerd tot de hoogst mogelijk getolereerde dosering. Benazepril op initiatief van de HUISARTS Vervolgens doseren op geleide van effect. aanbevolen controlemomenten zijn binnen 2 weken na start of aanpassing van de dosering van benazepril, na 3 en 6 maanden en daarna elk ar. Benazepril op initiatief van de SPECIALIST Vervolgens doseren op geleide van klinisch effect tot de hoogst mogelijk getolereerde dosering. Controleer nierfunctie en kaliumspiegel voor start en binnen 2 weken na start of aanpassing van de dosering van benazepril, vervolgens na 3 en 6 maanden en daarna elk ar.

Ziekenhuisapotheker en klinisch voorschrijver

Toelichting Uitgangspunt Contra-indicatie Verminderde nierfunctie in G-Standaard en Medicatiebewaking Health Base. Bij verminderde nierfunctie kan cumulatie van de ACE-remmer of de actieve metaboliet optreden. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd. Na start van een ACE-remmer kan de serumcreatinineconcentratie stijgen als gevolg van afname van de intraglomerulaire filtratiedruk. Vanwege een mogelijk beschermend effect op de nierfunctie worden ACE-remmers wel gedoseerd tot de hoogst mogelijk getolereerde dosering. ACE-remmers verlagen de intraglomerulaire filtratiedruk en verminderen proteïnurie. Hierdoor hebben ze waarschijnlijk op de lange termijn een beschermend effect op de nierfunctie. Regelmatige controle van nierfunctie en kaliumspiegel is nodig. Toelichting stroomschema s Ad Is ACE-remmer > 30 dagen in gebruik? Besluit Expertgroep MFB 17-04-2012: bij creatinineklaring niet bekend en ACE-remmer < 30 dagen in gebruik, geen signaal. Eerder heeft een melding geen nut, omdat de voorschrijver de tijd moet krijgen om de nierfunctie te controleren. Ad 1e voorschrift? Besluit Expertgroep MFB 17-04-2012: controle van nierfunctie en kaliumspiegel conform NHG Standaard Cardiovasculair risicomanagement. Ad Polyfarmacie aanwezig? Besluit Expertgroep MFB 18-09-2012: aangenomen moet worden dat een patiënt van 70 ar en ouder met polyfarmacie een verminderde nierfunctie heeft totdat het tegendeel is bewezen. Polyfarmacie is een aanwijzing voor comorbiditeit; dit is een risicofactor voor verminderde nierfunctie. Literatuurreferenties Literatuur G-Standaard NHG-Standaard CVRM 2012. Samenvatting Adviezen opgesteld door de werkgroep Gesmiddelen bij verminderde nierfunctie van KNMP Gesmiddel Informatie Centrum Bij gebruik van een ACE-remmer (of ARB) en/of een diureticum dienen het serumcreatininegehalte, de (via de MDRD-formule) geschatte glomerulaire filtratiesnelheid (egfr) en het kaliumgehalte in het bloed steeds 10 tot 14 dagen na elke aanpassing van de dosering te worden gecontroleerd. Na het bereiken van de onderhoudsdosering van de ACE-remmer (of ARB) en/of het diureticum dienen deze nog een keer na 3 en 6 maanden te worden gecontroleerd en daarna elk ar. Enige daling van de nierfunctie (egfr) na de start met een ACEremmer (of ARB) en/of diureticum kan als normaal worden beschouwd. Voor het beleid bij daling van de nierfunctie gelden de volgende adviezen: - daling van de egfr tot 20%, met 30 ml/min als ondergrens, is nog acceptabel. Wel dient dan te worden afgezien van verdere dosisverhogingen. - bij een egfr tussen de 15 en 30 ml/min wordt dosishalvering van de ACE-remmer of ARB) of het diureticum geadviseerd. - bij een daling onder de 15 ml/min dient de ACE-remmer of het diureticum geheel te worden gestaakt. - bij een aanhoudende lage waarde van de egfr (< 30 ml/min) zijn metabole complicaties te verwachten en wordt consultatie

NIV/NfN-richtlijn Richtlijn voor de behandeling van patiënten met Chronische Nierschade (CNS) 2009. Multidisciplinaire Richtlijn Polyfarmacie bij ouderen 2012. van een internist aanbevolen. Na starten van een ACE-remmer kan meestal een lichte daling van de creatinineklaring dan wel stijging van het serumcreatinine worden waargenomen. Het berust op een fysiologische intrarenale hemodynamische aanpassing. De initiële daling van de nierfunctie gaat daarna gepaard met een minder snelle achteruitgang van de nierfunctie. Omdat bij chronische nierschade een verlies van renale autoregulatie optreedt, kan bloeddrukverlaging met elk antihypertensivum maar vooral met blokkers van het RAASsysteem gepaard gaan met achteruitgang van de GFR. Een sterke stijging van het serumcreatininegehalte wordt met name gezien bij patiënten met een significante dubbelzijdige nierarteriestenose. Daarom moet 3-5 dagen na starten van een ACE-remmer of ARB de nierfunctie en het serumkaliumgehalte worden gecontroleerd bij patiënten met atherosclerose, omdat vooral bij hen een verhoogd risico op verslechtering van de creatinineklaring bestaat. Het is bekend dat een stijging van het serumcreatinine < 20% het bestaan van een dubbelzijdige stenose vrijwel uitsluit. Daarentegen moet men bij patiënten, die bekend zijn met atherosclerotisch vaatlijden of zeer hoge bloeddrukken, denken aan het bestaan van een nierarteriestenose als na starten van een ACE-remmer of ARB het serumcreatininegehalte met meer dan 20% stijgt. Bij patiënten met chronische nierschade stadium 3-5 die niet bekend zijn met vaatlijden kan een stijging van 30% van het serumcreatininegehalte worden geaccepteerd. Polyfarmacie: 5 gesmiddelen op ATC-3-niveau die chronisch gebruikt worden door een patiënt. Gesmiddelen met een gelijke ATC-3-code (gelijke therapeutische subgroep) tellen als 1 gesmiddel. Dermatologische preparaten en gesmiddelen die niet chronisch gebruikt worden, worden niet meegeteld bij de bepaling van het aantal gesmiddelen bij polyfarmacie. Combinatiepreparaten van 2 gesmiddelen met verschillende ATC-3-codes tellen als 2 verschillende gesmiddelen. Chronisch gebruik: > 3 voorschriften in het afgelopen ar of een voorschrift met een gebruiksduur 90 dagen in een ar. Sommige informatiesystemen hanteren voor chronisch gebruik de definitie van een gebruiksduur van 180 dagen in een ar. Het hanteren van 90 gebruiksdagen verdient de voorkeur boven 90 DDD (daily defined dose), omdat zo ook chronisch gebruik van lagere doseringen dan de DDD wordt meegerekend. Hoewel bij het samenstellen en verwerken van gegevens de uiterste zorgvuldigheid is betracht, kunnen de KNMP en SHB geen aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit gebruik van de MFB.