lesboek groep 6 blok 1

Vergelijkbare documenten
opdrachtenboek groep 6

rekenboek 8a taken

= = = = = = = = = = = =

Ajodakt. Rekenen. Hoofdrekenen Tot Hoofdrekenen groep 6 Optellen en aftrekken tot Colofon. Zelfstandig werken. Antwoorden.

Deze les krijgen de leerlingen een introductie over ongelijke breuken. Dit met name gericht op het vergelijken met een bemiddelende grootheid.

rekenboek 5a taken

Ajodakt. Rekenen. Tafels t/m 10 en hoger. Hoofdrekenen. Hoofdrekenen groep 5-6. Tafels t/m 10 en hoger. Colofon. Zelfstandig werken

De supermarkt. a Welk karretje heeft de duurste boodschappen? Leg uit waarom je dat denkt. b Hoeveel klanten nog tot de 1000ste klant? Reken uit.

Ajodakt. Rekenen. Hoofdrekenen. Tot Hoofdrekenen groep 5 Optellen en aftrekken tot Colofon. Zelfstandig werken. Antwoorden.

rekenboek 6a lessen

Ajodakt. Rekenen. Hoofdrekenen Tot Hoofdrekenen groep 7 Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Colofon. Zelfstandig werken

aantal stroken van euro

naam werkboek groep 5

C 1 C 2 C 3. C 4 Vul aan tot 1 l. les 1 en blok 4. Hoeveel heb je nodig van elk gewicht? Kijk goed naar het voorbeeld.

handleiding groep 8 blok 1

Hoeveel betaal je in totaal? Hoe kun je dat bedrag narekenen? Hoe bereken je het bedrag dat je van de 20 euro terug krijgt?

Werkkaarten GIGO 1184 Elektriciteit Set

naam blad : 37 = 299 : 23 = 882 : 63 = 364 : 26 = : 47 = : 43 = 47 kan keer van af kan keer van af 47 = =

rekenboek 7a taken

DOEL: Weten wat de gevolgen en risico s kunnen zijn van het plaatsen van (persoonlijke) informatie op internet.

6 116 = 696. som: = som: = som: = zo groot één 0 erbij = = 7 600

3 Vul in Kijk goed op welke plaats het cijfer staat. aantal stroken van Hoeveel euro s? Vier briefjes van 100 is 400 euro. 50 euro.

Gehele getallen: vermenigvuldiging en deling

Een feestmaal. Naam: -Ken jij nog een ander speciaal feest? Typ of schrijf het hier. a

3 Reken uit (met cijferen of kolomsgewijs) = = = = = = 4 Van verhaal naar rekentaal

Het kwadraat van een tweeterm a+b. (a+b)²

Natuurlijke getallen op een getallenas en in een assenstelsel

m Taak 1 Weet je het nog? m s8r antwoord: antwoord: antwoord:... antwoord * il I

Ajodakt. Rekenen. Delen t/m 100 zonder rest. Hoofdrekenen. Hoofdrekenen groep 4-5. Delen t/m 100 zonder rest. Colofon. Zelfstandig werken

Accenten blok = 7 = 7 = 7 = 7 = 7 = 1 minder. de helft. 1 meer 1 meer. 1 minder

Rekenregels van machten

Boek 2, hoofdstuk 7, allerlei formules..

Voorbereidende opgaven Examencursus

Les 1. 2 Maak vast aan de getallenlijn. a Waar liggen de getallen ongeveer? b Welke schatting past het best bij de som?

2 Maak vast aan de getallenlijn Welke getallen horen bij de streepjes? a

les 1 1 Welke breuk is het grootst? 2 Hoe kun je een meter veterdrop in zes gelijke stukken verdelen? Hoe vergelijk je de breuken?

3 Snijpunten. Verkennen. Uitleg

10 Les 1. 1 Hoe groot is het verschil in hoogte? Welke sommen passen hierbij? Hoe reken je? 2 Hoeveel nog sparen? Hoe reken je?

Voorbereidende opgaven Kerstvakantiecursus

Voorbereidende opgaven Stoomcursus

MEETKUNDE 2 Lengte - afstand - hoeken

Praktische opdracht Optimaliseren van verpakkingen Inleidende opgaven

Ajodakt. Rekenen. Breuken. Breuken groep 8. Colofon. Zelfstandig werken. Antwoorden. Rekenen. Groep 8

Ajodakt. Rekenen Tijd groep 5. Colofon. Tijd. Zelfstandig werken. Antwoorden. Rekenen. Groep 5

6.0 INTRO. 1 a Bekijk de sommen hiernaast en ga na of ze kloppen = = = = = 2...

Geef een tegenvoorbeeld als de uitspraak niet waar is. Als a een positief getal is, dan is a negatief.

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

F G H I J. 5480

Opgave 1 Stel je eens een getal voor, bijvoorbeeld: 504,76. a b c

Rekenen Groep 7-2e helft schooljaar.

1a Een hoeveelheid stof kan maar op één manier veranderen. Hoe?

Wiskunde voor de eerste klas van het gymnasium

Voorbereidende opgaven Stoomcursus

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1:

Lineaire formules.

Hoofdstuk 4 : Ongelijkheden

Hoofdstuk 0: algebraïsche formules

Merkwaardige producten en ontbinden in factoren

Hoofdstuk 2: Bewerkingen in R

OP GETAL EN RUIMTE KUN JE REKENEN

KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN SUBFACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSWETENSCHAPPEN HUB HANDELSWETENSCHAPPEN

C 2. blok 1. Reken snel en goed. M remediëring bij toetsopgave 1. naam... Reken uit het hoofd. d 18 : 6 = = x 7 = 14.

Werkblad TI-83: Over de hoofdstelling van de integraalrekening

Opgave 1. Waarom kun je bij het Noorden twee getallen neerzetten? Geldt dit ook voor andere windrichtingen? Hoeveel graden hoort er bij het Oosten?

Brunelleschi. De Dom van Florence

les 1 1 Hoeveel kost de vakantie? 2 Hoe rekenen de kinderen? 3 Reken uit 4 Van verhaal naar rekentaal Hoe reken je? Ntumba cijferen Marit kolomsgewijs

Exact periode 2.2. Gemiddelde en standaarddeviatie Betrouwbaarheidsinterval Logaritme ph lettersommen balansmethode

Geen fabriekswerk. Roeien met de wind mee en de stroom tegen. Jac Willekens

Ajodakt. Rekenen Tijd groep 6. Tijd. Colofon. Zelfstandig werken. Antwoorden. Rekenen. Groep 6

Rekenen Groep 6-2e helft schooljaar.

blok 8 De supermarkt Preteaching Bespreek aan de hand van de praatplaat van les 1 met de taalen/of rekenzwakke kinderen het thema en de nieuwe doelen

Cirkels en cilinders

Je gaat naar de winkel en koopt 4 pakken melk van 1,40 per stuk.

rekenboek 6a taken

Lijn, lijnstuk, punt. Verkennen. Uitleg. Opgave 1

Bijlage 2 Gelijkvormigheid

5.1 Hogeremachtswortels [1]

Rekenen Groep 6-1e helft schooljaar.

LESINSTRUCTIE GROEP 7/8

d) Stel, jij had ook een schilderij gemaakt, aan c) Wat wil Boxie met zijn kunst bereiken? wie zou jij jouw schilderij dan geven?

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1:

Inhoudsopgave LES 1: NAAR SCHOOL LES 2: VRIJE TIJD LES 3: THUIS LES 4: NEDERLAND LES 5: TOEKOMST 126

Handig rekenen met eigenschappen G ( ) + (3 19) = 6 (6 + 14) + (5 + 55) = 80 ( ) + ( ) = 11

Het reëel getal b is een derdewortel van het reëel getal a c. Een getal en zijn derdewortel hebben hetzelfde toestandsteken.

De standaard oppervlaktemaat is de vierkante meter. Die is afgeleid van de standaard lengtemaat, de meter.

Getallenverzamelingen

1 Schrijf de getallen op.

HANDLEIDING FOKWAARDEN Informatie & Inspiratie document Met uitleg over het hoe en waarom van de fokwaarden

Antwoorden Rekenen Groep 5-1e helft schooljaar

Bewerkingen met eentermen en veeltermen

Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs. Rekenrijk. Handleiding. Derde editie. Ceciel Borghouts Nicole Bus. Noordhoff Uitgevers

4. LOGARITMISCHE EN EXPONENTIËLE FUNCTIES

INLEIDING. Gezond eten Gezond drinken Genoeg slapen Goed bewegen

Transcriptie:

lesboek groep 6 9 blok

lesboek groep 6 blok Mlmberg, s-hertogenbosch Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgve mg worden verveelvoudigd, opgeslgen in een geutomtiseerd gegevensbestnd, of openbr gemkt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechnisch, door fotokopieën, opnmen, of enig ndere mnier, zonder voorfgnde schriftelijke toestemming vn de uitgever.

Een dgje uit Bedenk met de getllen uit de tekening een optelsom en een ftreksom. b Kijk nr het getl 89 op de kss. Mk met de cijfers uit het getl de grootste en kleinste getllen. Steeds meer of minder. Neem over in je schrift en vul in. meer of minder 0 meer of minder Ik verwcht tussen de 000 en 6000 bezoekers. 9 0 9 8 6 6 8 7 6 b 0 meer of minder 00 meer of minder 76 86 9 9 Vndg 0. Gisteren 0. c 00 meer of minder 000 meer of minder 860 960 9 69 0 69

les blok Hoeveel kinderen smen? Schrijf onder elkr en reken uit. H + T 7 0 8 9 E 9 0 0 79+? Ik doe het zo. (00 + 00) (70 + 0) (... +...) (tel lles op: 00...... ) Schrijf onder elkr en reken uit. 89 + = 7 + 6 = 08 + 97 = 98 + 6 = 6 + 89 = 9 + 8 = 7 + 6 = 06 + 67 = 76 + = 87 + 0 = 7 + = 8 + 6 = 67 + 7 = 76 + 7 = 8 + 7 = + = 608 + 9 = 0 + 8 = 7 + = + 8 = Wt stt onder de vlek? Schrijf onder elkr en reken uit. 7 + + = 97 = 76 0 + = 7 + 7 = 7 8 + 7 = 6 + = 66 76 + 6 6= + = 9 8+ + = 600 = 8

blok les Hoeveel toeschouwers verwcht hij? b Bedenk er 0 verschillende ntllen bij. Ik verwcht tussen de 000 en 6000 toeschouwers. Hoeveel toeschouwers verwcht u? Gebouwd tussen 700 en 800. 000 700 6000 70 800 b c Welk getl is het? Doe het zo: -... Welk getl is het? Doe het zo: -... Welk getl is het? Doe het zo: -... 000 000 00 00 00 000 800 800 900 7000 000 700 00 00 700 6000 Welk getl ligt het dichtst in de buurt? Doe het zo: 070 -... Welk getl ligt het dichtst in de buurt? Doe het zo: 00 -... Welk getl ligt het dichtst in de buurt? Doe het zo: 60 -... 070 Kies uit: 000 00 00 00 Kies uit: 080 0 80 60 Kies uit: 000 000 6000 600 Kies uit: 07 706 070 70 Kies uit: 700 700 700 8 699 Kies uit: 8 000 8 900 9 000

les blok Hoeveel? Reken uit. Ik verdeel en doe: 0 en. Dus 0 + 0. Ik denk n het tfelplein. 0 = = = = 6 = 6 = = 0 = 9 = 6 = 7 9 = 8 = 7 = 8 = 9 7 = Dt is dus 70. Reken uit. = 0 9 = 6 = = 8 = 7 7 = = 8 6 = = 8 = 9 = = 6 7 = 8 88 = 9 = 6 = 9 = 6 = 9 = 6 6 = Welke keersommen hebben hetzelfde ntwoord ls de keersom in het midden? Doe het zo: - 8 x en... 8 8 6 x 96 7 6 b 90 6 7 8 8 6 c 68 x 6 6 9 d 7 6 e 6 6 6 7 f 8 7 6 g 9 8 6 h 6 6 9 9 96 98 6 8 7 8 8 9 6 8 9 9 8 76 7 6 6 8 7

blok les 6 Bedenk 0 sommen met het ntwoord 000. Reken uit. b Reken uit. + = 7 + = 60 + 98 = Vndg gsten. Gisteren. Smen? 8 0 = 6 0 = 8 78 = + Dus: 97. + 00 +0 + 9 9 + 00 + Dus: 9. 8 0 Vnmorgen nog 8. Verkocht 0. Nog over? 00 8 00 8 00 Reken uit. 0 + 0 = b 60 + 9 = c 80 + = 60 + 99 = 0 + 96 = + 8 = 7 + 6 = 707 + 98 = 6 + 69 = 80 80 = 6 0 = 6 7 = 7 70 = 80 799 = 9 = 9 = 8 79 = 98 = 6

les 6 blok Hoeveel tfels zijn er nodig? Reken uit. Ik heb 0 stoelen. 6 stoelen bij iedere tfel. 6? : =... 0 : =... wnt...... = wnt...... = :6 Reken uit. :7=8 :9=7 :8=9 :6=8 :9=6 0 : 6 = : 7 = : 8 = 6 : 8 = 8 : 9 = : = : = 6 : = 0 : = 7 : = : = : = 0 : 0 = 8 : = : = : = : = 0 Bij welke tfels tot en met 0 horen deze ntwoorden? Doe het zo: 6 - x, x 8, 8 x 6 0 8 8 6 6 7 0 8 7

blok les 8 Wt koop je voor precies,? Dt is, + 0,. Dus... Hoeveel betl je? b je koopt 8 kleine hoorn met spikkels. je betlt c je koopt je betlt je koopt betlt je bet

les 8 blok Reken uit. Er zijn 0 broodjes met ks. Dt is de helft. Hoeveel in totl? Rood? Is dt of of deel? kinderen uit de groep vliegeren. Dt is deel vn de hele groep. Hoeveel kinderen zijn er in totl in de groep? Reken uit. Op het strnd zijn kinderen. De helft kn zwemmen. Dt zijn er... b Een vierde deel is jongen. Dt zijn er... c Een derde deel drgt een t-shirt. Dt zijn er... Zoek steeds vliegers bij elkr. Doe het zo:... is een derde deel vn... 0 70 een kwrt de helft 90 een vierde deel 00 een derde deel 0 d Roul verkoopt 8 ijsjes. deel is geel. Dt zijn er... e Ellen verkoopt 6 ijsjes. deel is met spikkels. Dt zijn er... b een kwrt 0 deel 9 deel 96 8 8 dee l 9

blok les Kijk nr de tekening. Kn fotogrf B een foto mken vn de drimolen bij 8? b Welke fotogrf kn een foto mken vn het ksteel bij 0? c Welke ttrcties kn fotogrf G fotogrferen? Schrijf de nummers op. 0 G E J F A K B I 7 9 8 D C 6 0 H

les blok Er zijn telkens foto s genomen vn hetzelfde. Wt is het verschil? b Welke fotogrf heeft de foto genomen? Kijk op het kopieerbld. De tekeningen zijn nog niet f. Mk de tekeningen f. Bedenk zelf een nieuwe chtbn. Teken een zij-nzicht en een boven-nzicht.

blok les Schrijf onder elkr en reken uit. + = 6 + = 07 + = + 6 = 0 + 87 = H T E H T E H T E H T E H T E + + + + + b Schrijf onder elkr en reken uit. + = + 78 = + = + = + = 6 + 60 = + 8 = 6 + 6 = + 6 = 6 + 8 = 6 + 67 = 08 + 09 = + = 7 + 7 = 78 + 6 = Reken uit. = 0 + dus 0 + = 7 =...... +...... dus... +... = =...... +...... dus... +... = =...... +...... dus... +... = 0 =... +... = =... +... = =... +... = = 6 = = b Reken uit. = = = = 6 = = 7 6 = = 9 = = 7 77 = 8 7 = = = 9 6 =

les blok Neem over en vul in. 6 7 8 7......... 9... 7... 6 : : 6 : 7 : 8 : 7 b Reken uit. : = 7 : = : = : = 8 : = 8 : 6 = : = : 6 = 6 : 8 = 6 : 7 = 6 : 9 = 8 : 8 = : = : 7 = 7 : 9 = Er zijn kegels. Voor elke omgegooide kegel krijg je punt. omgegooide kegels punten Mk de tbel f. de helft een derde deel een kwrt of een vierde deel b Reken uit. In de groep zitten kinderen. Een vierde deel zit op zwemles. Hoeveel kinderen zitten op zwemles? Een derde deel vn de meisjes drgt een hrbnd. Hoeveel meisjes zitten in de groep? Vn een groep kinderen gt een kwrt nr de knovijver. De helft gt nr de speeltuin. De overige kinderen gn een ijsje kopen. Hoeveel kinderen zitten in de groep?