Zorgcircuit acuut nierfalen

Vergelijkbare documenten
Zorgcircuit acuut nierfalen

Acute electrolytstoornissen. Hyperkalemie. Hyperkalemie assessment. Intake 17/04/2013. K meq/l

Nierinsufficiëntie: Van alles de helft?

Bijwerkingen op de nier. Patricia van den Bemt Lareb Bijwerkingendag

Hyperglycemischeketoacidosebij hoogzwangere.

Chronische nierinsufficiëntie bij de oudere patiënt

Peroperatief vochtbeleid bij niertransplantatie

OPNAMECRITERIA INTENSIEVE ZORGEN Pediatrie ( IZP) UZ GENT*

Postoperatieve achteruitgang Postoperatieve renale van de nierfunctie verwikkelingen

CASE REPORT FORM. (1) Bronovo (2) MCH (3) Haga Ziekenhuis (4) LUMC (5) Maasstad zks (6) Lucas Andreas (7) St. Antonius Nieuwegein.

Functie van de nieren en wat kan fout gaan

Scharniermomenten bij terminale nierinsufficiëntie

Osmo- en volumeregulatie

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek

Leerdoelen. Wees alert op nierproblemen bij probleeminventarisatie medicatie beoordeling. Begeleid beschermende maatregelen.

Vulling. Hoeveel water heeft een mens en waar zit het?

Een druppel teveel. Perioperatief vochtbeleid bij kinderen. Pediatric Autumn Seminar, 29 november 2014, Nieuwegein Gersten Jonker, anesthesioloog

Deze procedure beschrijft de medische aanpak bij het optreden van diabetische ketoacidose of hyperglycemische hyperosmolaire ontregeling.

Chronische nierinsufficiëntie Wat doet de nefroloog?

Chronische nierinsufficiëntie

Heeft een transplantatie een invloed op mijn voedingspatroon?

Bloedtransfusies op PICU : Wanneer wel? Wanneer niet? 2014 Universitair Ziekenhuis Gent

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie

Voedingsondersteuning bij acuut nierfalen

Nierinsufficiëntie bij DM en CVRM

Vulling. Hoeveel water heeft een mens en waar zit het?

Waarom aandacht chronische nierschade (CNS)? CNS. Controle nieren: meer dan albumine en kreatinine. Dr. Wim JC de Grauw. MDRD vs kreatinine klaring

Nierfunctievervangende therapie op de IC NIVAZ 2013

Chronische nierschade

Analyse van het Z-B evenwicht Stewart methodiek

Levensbedreigende hyponatriëmie. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010

Elektrolytstoornis tijdens ALS. samenstelling: Pim Keurlings, arts SEH

Patiënteninformatie. Diabetische ketoacidose

Inleiding. Dr. Stas, nefroloog

Hyperglycemie Keto-acidose

Veiligheid van contrastmiddelen. Björn Meijers Dienst nierziekten

Nierfalen en pallia+eve zorg: wat is de rela+e?

Behandelingsprotocol voor chronische nierinsufficiëntie in de 1ste lijn Versie 2013

Gezamelijke visie voor NW Vlaanderen. Dr lut Depoorter huisarts HABO

Medicatie Risico bij Nierschade. Nictiz symposium 15 november 2016 Chris Hagen nefroloog

Infuusbeleid op recovery

Topics in Chronic Disease. Chronische Nierschade en de huisarts

Huisarts en nieren. Dr Stein Bergiers 23 mei 2017

Gebalanceerde vloeistoffen op de IC

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy

Niervervangende therapie op de IC

BSD september Huisarts: Pauline Heijstee Meggy van Kruijsdijk Nefroloog: Watske Smit Jaap Beutler

Protocol Chronische nierschade op basis van de LTA

Chronische Nierschade

Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015

Workshop chronische nierschade. Adry Bakker Diepenbroek Bettie Hoekstra

Dexamethasone Indicaties en potentiële neveneffecten. Vrijdagochtendkrans 10/04/2015

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen.

Leefregels en voorlichting bij chronische nierschade. Welkom bij workshop 3 leefregels en voorlichting bij chronische nierschade

Medische zorgverlening bij een acute bloeding en hemorragische shock

Summary of Product Characteristics / 1 van 6

ZUURBASE. Praktisch bekeken

Wijzigingen laboratoriumbepalingen ten opzichte van de richtlijn 2006

De nieren begrijpen... van hun normale werking tot CNI

Kinderdialyse, een vak apart. Inhoud presentatie. Kinderdialyse in Nijmegen. Team kinderdialyse

Dit hoofdstuk gaat vooral over intoxicaties van het medicijn Lithiumcarbonaat.

Patiënt met SAB op de IC

DIABETISCHE NEFROPATHIE

Behandelingsprotocol voor chronische nierinsufficiëntie in de 1ste lijn Versie 2015

Zuur-base evenwicht Intoxicaties. J.G. van der Hoeven UMC St Radboud, Nijmegen

Valérie s. Tips&Tricks #5. Suikerziekte en hypoglycemie, Somogyi, ketoacidose, hyperosmolair Syndroom

Acuut nierfalen bij Stafylococcus aureus endocarditis. IC-bespreking Rafke Schoffelen Internist in opleiding

Vloeistofbeleid op de IC - wat zeggen de trials? MMM Circulatie 2018

Predialysebegeleiding: de multidisciplinaire approach

Tubulo-interstitiële nefritis (en flucloxacilline) Ivan Theunissen ANIOS Intensive Care

Some like it cold Koelen na CPR op IZ

Diabetes & Nierziekten Zelfcontrole en hypoglycemie. Inhoud. Hypoglycemie. Verschillende definities: NHG<3.5, ADA<3.

Tips en trics voor de nefrologie anno Dr. I.C. van Riemsdijk Drs. M.Wabbijn Internist-nefrologen

Anesthesie voor gynaecologische en urologische ingrepen. Dr J Lauweryns

Multidisciplinair Kwaliteitshandboek Netwerk Pediatrie UZ Gent en partner

AANPAK VAN BLOEDINGEN ONDER NIEUWE ANTICOAGULANTIA

Nierinsufficiëntie 24/04/2013. Nierinsufficiëntie. Functies van de nieren Universitair

Nieuwe inzichten in het perioperatief vochtbeleid

Lithium bij ouderen, wat als de nierfunctie verslechtert?

Acute pijntherapie voor de geriatrische patiënt

CNE vasculaire zorg, 18 maart 2014 Dieetadviezen bij chronische nierschade

Chronische nierinsufficientie. WDH 9 mei 2016 Harmen Krepel, nefroloog

APO 4-02 SPC Voorraadproducten

Nierschade. Kernboodschap. Nierfunctiestoornissen en albuminurie. Hart- en vaatziekten. Tijdige behandeling kan dit risico verminderen!

Chronische nierschade (CNS)

Afzonderlijk bij te wonen lesdagen postgraduaat Pediatrie en Neonatologie

Afzonderlijk bij te wonen lesdagen postgraduaat Pediatrie en Neonatologie

GEZONDE NIEREN VOOR IEDEREEN

Haagse Nieren 2.0. Disclosure belangen spreker

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel

Chronische Nierschade Van LTA naar NHG Standaard. Wim de Grauw, huisarts Berghem Joy Lips / Michiel Bleeker - nefroloog

Transcriptie:

Zorgcircuit acuut nierfalen Ann Raes Kindernefrologie 20 mei 2015

Netwerking: Samen kunnen we het verschil maken 2

Werkgroep zorgcircuit Nier en Lever 20/03/2015 03/04/2015 NETWERK NAAM FUNCTIE CONTACT UZ Gent AZ St Jan Brugge Ann Raes kindernefro ann.raes uzgent.be Johan Vande Walle kindernefro Johan.vandewalle uzgent.be Van Winckel Myriam kindergastro Myriam.vanwinckel@ugent.be Ann Verrijckt kinderintensivist ann.verrijckt@ugent.be Ruth Debruyne kindergastro ruth.debruyne@ugent.be Valerie Van Bogaert kinderarts valerie.vanbogaert@ugent.be Isabelle Dewinter Verpleegkundig IZ isabelle.dewinter@uzgent.be Meltem Asiltas Verpleegkundig IZ Meltem.Asiltas@UZGENT.be Marjan Maes Verpleegkundig IZ marjan.maes@uzgent.be Annemie Charles hoofdverpleegkundige annemie.charles@uzgent.be Rut Vrielynck adjunct-hvk rut.vrielynck@uzgent.be Marc Bourgeois Tania Claeys Diensthoofd kritische zorgen kinderarts marc.bourgeois@azsintjan.be claeystania@azsintjan.be Zeepreventorium Ann De Guchtenaere Hoofdarts ann.deguchtenaere@zeepreventoriu m.be 3

Acuut nierfalen Incidentie Internationale studies > IZP Retrospectieve studie Italië: ANI: (nood aan dialyse) 2,7 % bij cardiale chirurgie Engeland: ANI: 3,2/100000 kinderen Prospectieve studie PELOD op PICU: ANI: ( stijging creatinine van 0,65-1,6 mg/dl) bij 129/1000 opnames Canada: PICU: ANI: 44,7/1000 opnames Low volume high cost ziekte Voorkomen, vroegtijdige herkenning en snelle adequate behandeling ~ outcome 4

Zorgcircuit acuut nierfalen Preventie Detectie risicogroepen Identificatie Diagnose Aanpak 5

Zorgcircuit acuut nierfalen Preventie/detectie Gehospitaliseerde patiënten Parameters Labo Ambulante patiënten Dehydratatie (geen ORS) Nefrotoxische medicatie (NSAID) Verhoogd risico Voorschrijven medicatie: optimalisatie type en dosis Klinische besluitvorming Stop: ACE-I, ARB, Tacrolimus, cyclosporine, diuretica Cave: contrastagentia Potentiële interacties 6

Zorgcircuit acuut nierfalen Identificatie Kinderen met een acuut ziektebeeld creatinine, ionogram, urineproductie, ~uitgangswaarde Alle ernstige ziekten Mild acuut comorbiditeit medicatiegebruik jonge leeftijd en hypovolemisch voorgeschiedenis van acuut nierlijden Oligure patiënten (urineproductie minder dan 0,5-1 ml / kg / uur) Ernstige diarree( kinderen met bloederige diarree) Symptomen of tekenen van nefritis (zoals oedeem of hematurie) Symptomen van of geschiedenis van urologische obstructie, of omstandigheden die kunnen leiden tot obstructie Hematologische maligniteiten 7

Zorgcircuit acuut nierfalen Diagnose (p) RIFLE, AKIN of KDIGO definities, met behulp van een van de volgende criteria stijging van serum creatinine met 0.3 mg/dl over 48 uur : OF daling van de urineproductie < 0,5 ml / kg / uur gedurende meer dan 8 uur 25% daling van de egfr tijdens de voorbije 7 dagen. Serumkreatinine: Eenvoudige parameter, maar niet accuraat Late parameter Groot aantal nefronen aangetast vooraleer stijging serumcreatinine (50%verlies) Kleine insulten dus gemist GFR daalt, dan meer tubulaire secretie van creatinine Schwartz-formule: slecht criterium op ICU 8

Zorgcircuit acuut nierfalen Aanpak ANI Levensbedreigende symptomatologie Cardiorespiratoir/neurologisch falen Ernstige metabole ontregeling Niet levensbedreigend 9

Onmiddellijk levensbedreigend Opvang en stabilisatie kritiek zieke kind ABC algemeen supportief beleid *Vochtbeleid *Aanpak metabole stoornissen Andere zorgaspecten (IV AB bij sepsis, stop nefrotoxische medicatie, maagprotectie) 10

Aandachtspunten : vochtbeleid Optimalisatie HD status door aangepast vochtbeleid 1. Algemeen 1. Inschatting volumestatus 2. Geen kaliumbevattende en hypotone vloeistoffen 3. Vaatsparend (art/veneus) 2. Hypovolemie 1. agressieve vochtresuscitatie (bolus: 10 ml/kg natriumchloride 0.9% over 30 min) 2. monitor diurese en volemie 3. Euvolemie: behoud euvolemie 1. Insensible water loss (IWL) ½ Glucose 5% + ½ fysiologisch (400ml/m² per 24 uur) 2. Compensatie verliezen Urine: natriumchloride 0.45% gastro intestinale verliezen: natriumchloride 0.9% Andere: in functie van samenstelling 4. Hypervolemie 1. Vochtrestrictie : IWL 2. Evtl. diuretica 11

Aandachtspunten : elektrolietstoornissen Hyperkaliemie stop Kaliumtoevoer 1) IV Calcium: Cagluc 10% : 0.5-1 ml/kg IV over 10 min Onmiddellijke werking / 3 X 2) shift van K naar IC: IV NaHCO3- : 1-2 meq/kg IV over 10-30 min IV glucose 50% : 1ml/kg (= 0.5g/kg) +insuline 0.1U/kg over 1u ß agonist: aerosol ( Ventolin: 10 mg = 2amp) 3) Anion uitwisseling (Na+ / K+) Kayexalaat:1g/kg/dosis Max / 2u (cave Na overload) 12

Aandachtspunten: Natriumbalans Hyponatriemie >> vergevorderde NI met overvulling R/ Vochtbeperking hypertoon zout bij convulsies Dialyse Hypernatriemie >> excess Nabicarbonaat R/dialyse vaak onvermijdelijk 13

Aandachtspunten: metabole acidose Correctie metabole acidose HCO 3- < 8meq/l : myocardprikkeling meq HCO 3 - = BE(mEq/l) x G (kg) x 0.3 slechts 1/2 corrigeren over 1 uur, overige 1/2 over de volgende 3-4 u HCO3- preparaten zijn hypertoon dus traag IV om CNS complicaties en hyperna te vermijden Dialyse 14

Nood aan nierfunctievervangende therapie complicaties acuut nierfalen, refractair aan conservatieve behandeling Hyperkaliemie Pulmonair oedeem Ernstige overvulling/hypertensie Metabole acidose (ph< 7,15) Uremische encefalopathie Uremische pericarditis Belang van tijdige doorverwijzing 15

Dialysemodaliteit? Peritoneale dialyse/ Hemodialyse Continue versus intermittente techniek Belangrijkste parameters : Hyperkaliemie: hemodialyse > sneller dan PD Uremische encefalopathie: cave dysequilibrium (hersenoedeem) slow dialyse en continu Hemodynamische (in)stabiliteit Overvulling: eenmaal vocht in interstitium dan zowel met PD als HD moeilijk evenwicht te bereiken 16

ANI zonder levensbedreigende symptomatologie Oorzaak acuut nierfalen Prerenaal Intrinsiek renaal Postrenaal *Adequate respons op vochtresuscitatie *Positieve evolutie *Geen verdere renale oppuntstelling nodig Diurese U osm (mosm/kg) U Na ( meq/l) Prerenaal oligurie > 500 <10 Intrinsiek renaal Diagnostiek oligurie/ Behandeling polyurie < 350 > 40 Postrenaal variabel < 350 >40->60 FE Gespecialiseerd Na (%) zorgprogramma <1 Tertiair >2 zorgprogramma <2 17

Niet levensbedreigend Oorzaak acuut nierfalen Prerenaal Intrinsiek renaal Postrenaal Vochtresuscitatie Aanpak onderliggende oorzaak Diagnostiek Behandeling Positieve evolutie Recuperatie Tertiair zorgprogramma 18

Niet levensbedreigend Oorzaak acuut nierfalen Prerenaal Intrinsiek renaal Postrenaal Vochtresuscitatie Aanpak onderliggende oorzaak Preventie verdere deterioratie Renale oppuntstelling Urine/echografie/nierbiopt Behandeling ~ pathologie Geen recuperatie Overleg voor advies en indicatiestelling voor eventueel transfer 19

Ontslag en follow up na acute faze Recuperatie Verhoogd risico op chronisch nierlijden op lange termijn Afhankelijk van ernst en duur van episode Afspraken nodig om adequate follow up te verzekeren Gecombineerd Chronisch nierlijden nierlijden zorgtraject chronisch 20

Zorgcircuit acuut nierfalen Voorstel Uitnodiging Deelname aan de werkgroep Discussie over geformuleerde voorstellen Maken van afspraken 21

Samen maken we het verschil 22