Noordhoff Uitgevers bv



Vergelijkbare documenten
Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Hoofdstuk 2 - Kwadratische functies

Noordhoff Uitgevers bv

Voorkennis. 66 Noordhoff Uitgevers bv 11 0, en y = = ,33 = y = 4x(x 2) y = 19x(1 2x) y = 3x( x + 5) y = 4x(4x + 1)

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

Noordhoff Uitgevers bv

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

7.1 Grafieken en vergelijkingen [1]

opdracht 1 opdracht 2. opdracht 3 1 Parabolen herkennen Algebra Anders Parabolen uitwerkingen 1 Versie DD 2014 x y toename

Noordhoff Uitgevers bv

Willem van Ravenstein

1.1 Rekenen met letters [1]

Hoofdstuk 6 - Vergelijkingen

Antwoordmodel - Kwadraten en wortels

3.1 Kwadratische functies[1]

Hoofdstuk 12A - Grafieken en vergelijkingen

Basisvaardigheden algebra. Willem van Ravenstein Den Haag

Noordhoff Uitgevers bv

kwadratische vergelijkingen

Oplossing zoeken kwadratisch verband vmbo-kgt34

Noordhoff Uitgevers bv

Hoofdstuk 2 - Algebra of rekenmachine

Hoofdstuk 1 - Formules en grafieken

Factor = het getal waarmee je de oude hoeveelheid moet vermenigvuldigen om een nieuwe hoeveelheid te krijgen.

Hoofdstuk 4 Machtsverbanden

Rekenen met cijfers en letters

5 keer beoordeeld 4 maart Wiskunde H6, H7, H8 Samenvatting

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

opdracht 1 opdracht 2 opdracht 3 1 Parabolen herkennen Algebra Anders Parabolen 1 Versie DD 2014

x 3x x 7x x 2x x 5x x 4x G&R havo B deel 1 3 Vergelijkingen en ongelijkheden C. von Schwartzenberg 1/12 TOETS VOORKENNIS

Noordhoff Uitgevers bv

= 5, t 7. = 36 en t 8. e 32, 64, 128 f 8 3 4, , = 13, t 9. = 8, t 8. = 21, t 10. = 37, t 8

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Noordhoff Uitgevers bv

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters

Noordhoff Uitgevers bv

3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

Hoofdstuk 3 - Transformaties

9e editie. Moderne wiskunde. Uitwerkingen Op stap naar 4 havo. Dick Bos

Ontbinden in factoren. Wisnet-HBO update sept. 2008

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

Oef 1. Oef 2. Ontbind, indien mogelijk, de veeltermen in factoren.

Deel 3 havo. Docentenhandleiding havo deel 3 CB

Inhoud. 1 Ruimtefiguren 8. 4 Lijnen en hoeken Plaats bepalen Negatieve getallen Rekenen 100

Noordhoff Uitgevers bv

Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x ( x 1) Willem-Jan van der Zanden

Hoofdstuk 10 - Grafieken, vergelijkingen en ongelijkheden

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

META-kaart vwo3 - domein Getallen en variabelen

VIDEO 4 4. MODULUSVERGELIJKINGEN

H. 8 Kwadratische vergelijking / kwadratische functie

Vragen over algebraïsche vaardigheden aan het eind van klas 3 havo/vwo

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3

16.2 TREK AF VAN. Hoofdstuk 16 HAAKJES VWO. 8 a 16.0 INTRO. 1 b De uitkomsten zijn allemaal 3. c (n + 1)(n 1) (n + 2)(n 2) = 3

Noordhoff Uitgevers bv

7.1 Ongelijkheden [1]

wiskunde B havo 2019-I

Hoofdstuk 1 - Functies en de rekenmachine

Ruitjes vertellen de waarheid

Wiskunde klas 3. Vaardigheden. Inhoudsopgave. 1. Breuken Gelijksoortige termen samennemen Rekenen met machten Rekenen met wortels 4

5.1 Herleiden [1] Herhaling haakjes wegwerken: a(b + c) = ab + ac (a + b)(c + d) = ac + ad + bc + bd (ab) 2 = a 2 b 2

Zo n grafiek noem je een dalparabool.

1 Coördinaten in het vlak

Samenvatting Wiskunde Aantal onderwerpen

7 a patroonnummer a patroonnummer a h = z

Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

Vergelijkingen met breuken

1 Cartesische coördinaten

Oefentoets uitwerkingen

5.1 Lineaire formules [1]

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde

Verbanden en functies

De onderstaande waarden in de tabel zet je dan netjes uit in een xy-assenstelsel: naar boven, een negatief getal schuift de parabool naar beneden.

Kwadratisch verband vmbo-kgt34

Noordhoff Uitgevers bv

Docentenhandleiding havo deel 3 CB. Docentenhandleiding Netwerk 3e editie. deel 3B havo

9 a met: 100 (a+b) ; zonder: 100 a b b 100 (a+b) = 100 a b. 10 a met: 24 (a b) ; zonder: 24 a + b b 24 (a b) = 24 a + b. 11 a 90 a b 90 + a

Hoofdstuk 11B - Rekenen met formules

3.4. Antwoorden door N woorden 24 januari keer beoordeeld. Wiskunde B. wi vwo B1 H1 Vergelijkingen en ongelijkheden 1.

Hoofdstuk 11 - formules en vergelijkingen. HAVO wiskunde A hoofdstuk 11

Uitwerkingen Mei Eindexamen VWO Wiskunde B. Nederlands Mathematisch Instituut Voor Onderwijs en Onderzoek

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

De notatie van een berekening kan ook aangeven welke bewerking eerst moet = = 16

Rekenvaardigheden voor klas 3 en 4 VWO

Hier vielen de eendjes van het schip. Bereken hoeveel procent van de eendjes in zuidelijke richting dreef. Schrijf je berekening op.

Instructie voor Docenten. Hoofdstuk 13 OMTREK EN OPPERVLAKTE

1 Rekenen met gehele getallen

Paragraaf 11.0 : Voorkennis

Paragraaf 4.1 : Kwadratische formules

Hoofdstuk 9 - Lineair Programmeren Twee variabelen

Transcriptie:

Voorkennis V-a Als x = 0,6 is de totale breedte 5,6 meter. De totale oppervlakte is 3 5,6 = 67, m. b De lengte is meter, de totale breedte is 5 + x meter, dus voor de oppervlakte geldt A = (5 + x). Dus formule is goed. De oppervlakte van het grasveld is 3 5 = 60 m, de oppervlakte van het tegelpad is 3 x = x m. De totale oppervlakte is A = 60 + x. Dus formule 3 is ook goed. c Met formule : A = (5 + 0,8) = 3 5,8 = 69,6 m. Met formule 3: A = 60 + 3 0,8 = 60 + 9,6 = 69,6 m. V- rechthoek a: formule met haakjes A = 3(c + 5) formule zonder haakjes A = 3c + 5 rechthoek b: formule met haakjes A =,5(f + ) formule zonder haakjes A =,5f +,5 rechthoek c: formule met haakjes A = (4 + r) formule zonder haakjes A = 48 + r V-3a b c 3 a +5 a + y = a + 3 b 9 3 3b 7 y = 3b 7 3 6 +c 4 4 +4c y = 4 + 4c d e f 3 8 d,5 0 5d y = 0 5d 3 e +3 3e 6e +9e y = 6e + 9e 3 g g g +g y = g + g V-4a y = x + 5x + 4x + 0 of korter y = x + 9x + 0 b y = x + 7x + x + 7 of korter y = x + 8x + 7 c y = x + 4x x 40 of korter y = x 6x 40 d y = x 6x x + 6 of korter y = x 7x + 6 e y = x 4x + 3x of korter y = x x f y = x + x + x + 0 of korter y = x + 0x + 0 V-5a De lengte van het totaal is x + 0 + x of korter 0 + x. b breedte = + x c A = (0 + x)( + x) d A = 40 + 40x + 4x + 4x of korter A = 4x + 64x + 40 e A = (0 + 3 )( + 3 ) dus A = 4 3 6 = 384 m V-6a y = x x + 3x 3 of korter y = x + x 3 b y = 7x 3x + 35 5x of korter y = 3x 8x + 35 c y = x x + x of korter y = x x + d y = x 9x + 9x 8 of korter y = x 8 Moderne wiskunde 9e editie B vwo 8

8 V-7a Uit de grafiek lees je af dat bij y = de waarden x = 3 en x = 3 horen. b Uit de grafiek lees je af dat bij y = 5 de waarden x = en x = horen. c x + = 6 x = 5 x = 5, 4 of x = 5, 4 d Bij y = hoort één waarde van x, namelijk x = 0. e Bij y = 0 hoort geen enkele waarde van x, want de grafiek heeft geen snijpunt met de horizontale as. V-8a p + 4 = 0 d 8 p = 7 p = 6 p = 5 p = 4 of p = 4 p = 5 of p = 5 b p 3 = 4 e p = 0 p = 36 p = 0 p = 6 of p = 6 p = 0 c p = 4 f 9 p = 5 p = 4 of p = 4 p = 4 p 648, of p 648, p = of p = V-9a y 8 6 4 4 3 O 4 6 x 3 4 b Uit de grafiek lees je af x = of x =. c x = 5 geeft x = 5 of x = 5 - Ontbinden in factoren a 3 5 3 3 3 3 3 3 = 70 b Langs de route, 5, 3, 5, 3 is de vermenigvuldiging het grootst, namelijk 3 5 3 3 3 5 3 3 = 450. c Langs de route,, 3, 3, 3 is de vermenigvuldiging het kleinst, namelijk 3 3 3 3 3 3 3 = 8. a b c De getallen, 3 en 5 zijn niet in kleinere factoren te schrijven. 3 5 3 3 3 3 3 3 = 360, klopt. Joke krijgt eerst 8 3 0, dan 3 3 6 3 4 3 5 of 3 3 6 3 3 en daarna 3 3 3 3 3 3 3 5. Ze vindt zo dezelfde factoren als Surya. Moderne wiskunde 9e editie B vwo

3a 4 = 3 3 3 7 c 900 = 3 3 3 3 3 3 5 3 5 b 5 = 3 3 5 3 7 d 480 = 3 3 3 3 3 3 3 5 4a a= 3 x wordt korter geschreven a = 6x b b= x 3 x wordt korter geschreven b = 6x c c= 6x x wordt korter geschreven c = x d d= 3 x wordt korter geschreven d = 6x 5a p = 4q kun je schrijven als p= 7 q b k = 5q kun je schrijven als k = 55 q q c w = 30v kun je schrijven als w= 3 5 v v d c = 30d kun je schrijven als c= 3 5 d 6 r = x 3x kun je schrijven als r = 6x. u= 3 x x kun je schrijven als u = 6x. De formules r = x 3 x, s = 6x en u= 3 x x geven voor iedere waarde van x dezelfde uitkomsten. 7a r = 8x is ook te schrijven als r = 8 x x of als r = 3x 6 x. Er zijn nog andere manieren. b De formule y = 35x is bijvoorbeeld te schrijven als y= 35 x x of als y= 5 7x of als y= 5x 7 x. 8a De oplossing y= 3x 3x is niet juist. b De formule y = 9x is bijvoorbeeld ook te schrijven als y= 9 x x of als y= 33 x x. 9a De formule y = 6x kun je schrijven als y= x 3x b De formule y = x kun je schrijven als y= 3x 4x c De formule y = 4x kun je schrijven als y= 7 x d De formule y = 4x kun je schrijven als y= x x e De formule y = 5x kun je schrijven als y= 3x 5 a p a = 4p + 0 5 8 b = 4(p + 3) 0 5 8 b 3 p +3 4 4p + b = 4(p + 3) is zonder haakjes te schrijven als b = 4p +, dus zijn beide formules hetzelfde. c - d a = 4p + is ook te schrijven als a = (p + 6). - Ontbinden van tweetermen a 3 a + 3 7 7a + b h = 7(a + 3) Moderne wiskunde 9e editie B vwo 83

84 a k = (r 8) k = 3(8r ) k = 6(4r 6) b k = 4(6r 9) of k = (r 3) 3a h = 4(a + 5) b k = 3(f ) c d = 3(5h + ) 4a 3 q +6 q q +6q 5a 6a b y = q(q + 6) In a en a zit één gemeenschappelijke factor a en in 3 en 5 is 3 de grootste gemeenschappelijke factor. b 3 a 5 3a 3a 5a c p = 3a(a 5) d h = 5b(b + 3) b c 3 a +7 a a +7a d 3 t 3 t t 36t n = a(a + 7) j = t(t 3) 3 h 5 h h 5h e 3 p +9 7p 7p +63p e = h(h 5) k = 7p(p + 9) 3 +3b f 3 x 3 5b 5b +45b x 4x 36x q = 5b( + 3b) y = x(x 3) 7 3 t 3 3 t +3 3t 6t +9t 3t 6t +9t Als je bij de formules van Robbert en Joost de haakjes weer wegwerkt, krijg je bij beiden dezelfde formule. 8 3 a 5 a +5 9a p = 7(q 3) c y = 5x(x 3) b r = (3s + ) d d = e( 3e) 0a Ja, ze heeft gelijk. 8t = 6t 3 3t en 36t = 6t 3 6. b 3 3t +6 6t 8t +36t j = 6t(3t + 6) c Vivian heeft 9t of 8t gevonden. d j = 9t(t + 4) of j = 8t(t + ) Moderne wiskunde 9e editie B vwo

a p = 7v( v + 3) d f = s( s + ) b n = 6a(3a + 4) e e = 9h( h +7) c c = 8h(4h 3) f y = 6x( + 5x) -3 A 3 B = 0 a - b De route, 3, 4,,, 5, levert het product 480 op. c Bijvoorbeeld de route, 3, 7, 6,, 0, of, 3, 7, 0,, 5, of,, 0,,, 0, d Vier routes leveren niet het product nul op. e Je moet een route kiezen waarbij één van de getallen gelijk aan nul is. 3a x 0 3 4 5 y 5 0 3 4 3 0 5 b 3 x 4 x x 4x y 8 6 4 O 3 4 x 5 4 c In de tabel van opdracht a zie je dat de uitkomst gelijk is aan nul voor x = 0 en x = 4. d Bij x = 0 is de factor x uit x(x 4) gelijk aan nul, bij x = 4 is de factor x 4 gelijk aan nul. 4 (x + )(x 7) = 0 (m 7)(m + 4) = 0 3k(k + 4) = 0 x + = 0 of x 7 = 0 m 7 = 0 of m + 4 = 0 3k = 0 of k + 4 = 0 x = of x = 7 m = 7 of m = 4 k = 0 of k = 4 m = 3 of m = 4 5a (x + 5)(x ) = 0 d (r )(4r 8) = 0 x + 5 = 0 of x = 0 r = 0 of 4r 8 = 0 x = 5 of x = r = of 4r = 8 r = of r = dus r = b (3r )(r 8) = 0 e s(s + 3) = 0 3r = 0 of r 8 = 0 s = 0 of s + 3 = 0 3r = of r = 8 s = 0 of s = 3 r = 4 of r = 8 c (n 4)(n + 4) = 0 f p(p + 5) = 0 n 4 = 0 of n + 4 = 0 p = 0 of p + 5 = 0 n = 4 of n = 4 p = 0 of p = 5 6a De grafiek snijdt de x-as bij x = 0 en x =. b x = 0 geeft y = 0 3 0 = 0, klopt x = geeft y = 3 = 0, klopt c De oplossingen zijn x = 0 en x =. d x(x ) = 0 als x = 0 of x = 0 Dus de oplossingen zijn x = 0 en x =. Moderne wiskunde 9e editie B vwo 85

86 7a x + 4x = 0 c n + 30n = 0 e 3x x = 0 x(x + 4) = 0 n(n + 5) = 0 3x(x 4) = 0 x = 0 of x + 4 = 0 n = 0 of n = 5 3x = 0 of x 4 = 0 x = 0 of x = 4 n = 0 of n = 5 x = 0 of x = 4 b 4g g = 0 d t 7t = 0 f 0,0h 0,0h = 0 g(4 g) = 0 t(t + 7) = 0 0,0h(h ) = 0 g = 0 of 4 g = 0 t = 0 of t + 7 = 0 0,0h = 0 of h = 0 g = 0 of 4 = g t = 0 of t = 7 h = 0 of h = g = 0 of g = 0,4 8a Job vindt x = 8 en x =. b Invullen van x = 8 geeft 8 3 (8 ) = 8 3 6 = 48. Invullen van x = geeft 3 ( ) = 3 8 = 80. Job denkt dat het product van twee factoren 8 is als ten minste één van de factoren 8 is. En dat is niet juist. c Bij de vergelijking x(x ) = 0 is een product gelijk aan 0 en dan moet wel ten minste één van de factoren gelijk zijn aan 0. 9a Invullen van a = 5 geeft h = 3 5 3 30 5 = 30 5 = 30 7 =. 30 b Aan het begin en aan het eind van de brug is de hoogte gelijk aan 0. Door de vergelijking die hoort bij h = 0 op te lossen vind je de waarden van a die horen bij A en B. c a a = 0 30 a( a) = 0 30 a = 0 of a = 0 30 a = 0 of a = 30 a = 0 of a = 60 d De afstand AB is 60 meter. -4 Ontbinden in factoren 30a Vergelijking 3 kun je nog niet oplossen. De linkerkant van de vergelijking kun je op dit moment nog niet ontbinden in factoren. b p(4 8p) = 0 h 5h = 0 (w 3)(w + ) = 0 p = 0 of 4 8p = 0 h(h 5) = 0 w 3 = 0 of w + = 0 p = 0 of 8p = 4 h = 0 of h 5 = 0 w = 3 of w = p = 0 of p = h = 0 of h = 5 3a De parabool snijdt de x-as bij x = en x = 3. b Bij de snijpunten met de x-as geldt y = 0, dus moet je de vergelijking x 4x + 3 = 0 oplossen. c Werk in de linkerkant van (x )(x 3) = 0 de haakjes weg. 3 x 3 x x 3x x +3 De vergelijking wordt dan x 3x x + 3 = 0 ofwel x 4x + 3 = 0 Moderne wiskunde 9e editie B vwo

d De parabool snijdt de x-as voor x = en x = 5. e y = (x )(x 5) 3a Werk de haakjes weg in y = (x + 3)(x + ) en je krijgt y = x + x + 3x + 33 of korter y = x + 4x + 33. b In de tabel worden de gelijksoortige termen 3x en x samengenomen. Dus 4 = 3 +. c Het getal 33 is het product van de getallen 3 en. Dus 33 = 3 3. 33a Voor de gezochte getallen in y = (x + )(x + ) moet gelden 3 =. b Bij de formule y = x + 7x + past de rechtertabel, want 3 5 = en + 5 = 7. c y = (x + )(x + 5) 34a Bij de formule y = x + x 3 past de rechtertabel, want 3 3 = 3 en + 3 =. b y = (x )(x + 3) 35a product getallen som 80 en 80 79 80 en 40 38 80 4 en 0 6 80 5 en 6 80 8 en 80 en 8 + 80 6 en 5 + 80 0 en 4 +6 80 40 en +38 80 80 en +79 b Van de getallen en 8 is de som +. c y = (x + )(x 8) 36a Het product is + en de som is 7. c Het product is +40 en de som 4 product getallen som product getallen som + en 3 +40 en 40 +4 + en 6 8 +40 en 0 + + 3 en 4 7 +40 4 en +4 + en 3 +40 4 en 4 + en 6 8 n = (t 4)(t ) + 3 en 4 7 y = (x 3)(x 4) b Het product is +4 en de som +4. d Het product is +45 en de som +4. product getallen som +4 en 4 +5 +4 en +4 r = (d + )(d + ) product getallen som +45 en 45 +46 +45 3 en 5 +8 +45 5 en 9 +4 v = (c + 5)(c + 9) Moderne wiskunde 9e editie B vwo 87

88 e Het product is 8 en de som is +. f Het product is + en de som is 8. product getallen som product getallen som 8 en 8 7 + en +3 8 en 4 + en 6 +8 8 4 en + + en 6 8 p = (q + 4)(q ) e = (w )(w 6) 37a Het product is 7 en de som is 6. Daar horen de getallen 7 en + bij, want 7 3 = 7 en 7 + = 6. De formule y = x 6x 7 wordt ontbonden in y = (x 7)(x + ). b (x 7)(x + ) = 0 x 7 = 0 of x + = 0 x = 7 of x = c x 0 3 4 5 6 7 8 y 9 0 7 5 6 5 7 0 9 y 8 6 4 O 4 6 8 4 6 x 3 4 5 6 7 8 d Het laagtste punt is (3, 6). -5 Kwadratische vergelijkingen 38a De vergelijkingen en 5 hebben aan de linkerkant een tweeterm. De vergelijkingen, 3, 4 en 6 hebben aan de linkerkant een drieterm. b b 5b = 0 e + 4e = 0 b(b 5) = 0 e(e + 4) = 0 b = 0 of b 5 = 0 e = 0 of e + 4 = 0 b = 0 of b = 5 e = 0 of e = 4 c a + 8a + 7 = 0 c + 3c + 36 = 0 (a + )(a + 7) = 0 (c + 9)(c + 4) = 0 a + = 0 of a + 7 = 0 c + 9 = 0 of c + 4 = 0 a = of a = 7 c = 9 of c = 4 Moderne wiskunde 9e editie B vwo

d +5d 4 = 0 f f 30 = 0 (d + 7)(d ) = 0 (f 6)(f + 5) = 0 d + 7 = 0 of d = 0 f 6 = 0 of f + 5 = 0 d = 7 of d = f = 6 of f = 5 39a Hij vindt x = 9 of x =. b Invullen van x = 9 geeft (9 3)(9 4)= 6 ofwel 6 3 5 = 6 en dat klopt niet. Invullen van x = geeft ( 3)( 4) = 6 ofwel 7 3 6 = 6 en dat klopt niet. Sven denkt dat het product van twee factoren 6 is als ten minste één van de factoren 6 is. En dat is niet juist. 40a x + 4x = 0 x(x + 4) = 0 x = 0 of x + 4 = 0 x = 0 of x = 4 b De grafiek bij de formule y = x + 4x snijdt de horizontale as bij x = 0 of x = 4. 4a Als een product van twee factoren gelijk is aan geldt niet dat ten minste één van de factoren gelijk is aan. b x + 4x = 0 (x + 6)(x ) = 0 x + 6 = 0 of x = 0 x = 6 of x = c De snijpunten zijn ( 6, ) en (, ). Ze kloppen met de grafiek. 4a x x = 8 e b 8b = 9 x x 8 = 0 b 8b 9 = 0 (x 4)(x + ) = 0 (b 9)(b + ) = 0 x 4 = 0 of x + = 0 b 9 = 0 of b + = 0 x = 4 of x = b = 9 of b = b x + x = 9 f e e = x + x + 9 = 0 e e = 0 (x + 9)(x + ) = 0 (e )(e + ) = 0 x + 9 = 0 of x + = 0 e = 0 of e + = 0 x = 9 of x = e = of e = c a + a = 35 g c 3c = 8 a + a 35 = 0 c 3c 8 = 0 (a + 7)(a 5) = 0 (c 6)(c + 3) = 0 a + 7 = 0 of a 5 = 0 c 6 = 0 of c + 3 = 0 a = 7 of a = 5 c = 6 of c = 3 d d 5d = 6 h f + 4 = 5f d 5d + 6 = 0 f + 5f + 4 = 0 (d )(d 3) = 0 (f + 4)(f + ) = 0 d = 0 of d 3 = 0 f + 4 = 0 of f + = 0 d = of d = 3 f = 4 of f = Moderne wiskunde 9e editie B vwo 89

90 i a 3a= 0 a( a 3) = 0 a = 0 of a 3 = 0 a = 0 of a = 3 a = 0 of a = 46 43a De vergelijkingen D en H kun je met een bordje oplossen. b De vergelijkingen B, E en G moet je eerst op nul herleiden. c B: t + 6t + 8 = 0 E : k k 8 = 0 G : h + 9h = 0 d Bij de vergelijkingen A en G kun je nu een tweeterm ontbinden. A: 3p(p 3) = 0 G: h(h + 9) = 0 e Bij de vergelijkingen B en E kun je nu een drieterm ontbinden. B: (t + )(t + 4) = 0 E : (k 4)(k + ) = 0 f A : 3p = 0 of p 3 = 0 E: k 4 = 0 of k + = 0 p = 0 of p = 3 k = 4 of k = B: t + = 0 of t + 4 = 0 F: v = 0 of v + 9 = 0 t = of t = 4 v = 0 of v = 9 C: f + = 0 of 5f 8 = 0 G: h = 0 of h + 9 = 0 f = of 5f = 8 h = 0 of h = 9 f = of f =,6 H: b = 9 D: x = 8 b = 3 of b = 3 x = 9 of x = 9 44a a a = 0 f h + 5 = 6h a a + 0 = 0 h + 6h + 5 = 0 (a )(a ) = 0 (h + )(h + 5) = 0 a = 0 of a = 0 h + = 0 of h + 5 = 0 a = of a = h = of h = 5 b b b = 0 g 5d 5d = 0 b(b ) = 0 5d(d 3) = 0 b = 0 of b = 0 5d = 0 of d 3 = 0 b = 0 of b = d = 0 of d = 3 c 4c(c 8) = 0 h i + i = 8 4c = 0 of c 8 = 0 i + i 8 = 0 c = 0 of c = 8 (i + 4)(i ) = 0 d f + f 4 = 0 i + 4 = 0 of i = 0 (f + 6)(f 4) = 0 i = 4 of i = f + 6 = 0 of f 4 = 0 i (e + 6)(e + 6) = 0 f = 6 of f = 4 e + 6 = 0 of e + 6 = 0 e g 3g = 4 e = 6 of e = 6 g 3g 4 = 0 e = 6 of e = 3 (g 4)(g + ) = 0 g 4 = 0 of g + = 0 g = 4 of g = Moderne wiskunde 9e editie B vwo

45a De oppervlakte is 3 3 7 + 7 3 7 + 3 7 = + 49 + 7 = 77 m. b De oppervlakte van het vierkant is a 3 a = a m, de oppervlakte van de linker rechthoek is 3 3 a = 3a m, de oppervlakte van de rechthoek onderaan is 3 a = a m. De totale oppervlakte is dus a + 3a + a of korter a + 4a. Als de oppervlakte gelijk moet zijn aan 3, moet de vergelijking a + 4a = 3 opgelost worden. c a + 4a = 3 a + 4a 3 = 0 (a + 8)(a 4) = 0 a + 8 = 0 of a 4 = 0 a = 8 of a = 4 De oplossing a = 8 heeft hier geen betekenis, omdat de zijde van een vierkant geen negatieve lengte kan hebben. -6 Gemengde opdrachten 46a x + x = 0 x(x + ) = 0 x = 0 of x + = 0 x = 0 of x = De grafiek snijdt de x as bij x = 0 en x =. b Voor de punten op de grafiek met y = 3 geldt x + x = 3. x + x 3 = 0 (x + 3)(x ) = 0 x + 3 = 0 of x = 0 x = 3 of x = De coördinaten van de snijpunten zijn ( 3, 3) en (, 3). c Voor de snijpunten van de grafiek met de lijn y = x geldt: x + x = x x + x = 0 x(x + ) = 0 x = 0 of x + = 0 x = 0 of x = Invullen van x = 0 in y = x geeft y = 0. Invullen van x = in y = x geeft y =. De coördinaten van de snijpunten zijn (0, 0) en (, ). d Voor de snijpunten van de grafiek met de lijn y = x geldt: x + x= x x + x= 0 xx ( + ) = 0 x = 0 of x + = 0 x = 0 of x = Invullen van x = 0 in y = x geeft y = 0. Invullen van x = in y = 3 x geeft y = =. 4 De coördinaten van de snijpunten zijn (0, 0) en (, 3 ). 4 Moderne wiskunde 9e editie B vwo 9

9 47a De breedte is twee meter minder dan de lengte, dus b = l. b Voor de oppervlakte A geldt A = l 3 b, dus A = l(l ). Bij A = 5 hoort de vergelijking l(l ) = 5. c l(l ) = 5 l l = 5 l l 5 = 0 (l 5)(l + 3) = 0 l 5 = 0 of l + 3 = 0 l = 5 of l = 3 d De oplossing l = 3 heeft hier geen betekenis, want een lengte kan niet negatief zijn. De lengte van de ruit is 5 meter en de breedte 5 = 3 meter. 48a Bij a = 4 vind je d = 0, 3 4, 3 4 =,6 4,8 = 3,. Op 4 meter van de linkeroever is het kanaal 3, meter diep. b 0,a,a = 0 a(0,a,) = 0 a = 0 of 0,a, = 0 a = 0 of 0,a =, a = 0 of a = Bij 0 meter en bij meter van de linkeroever is de diepte nul. c Ja, het kanaal is meter breed. d Het midden van het kanaal is bij a = 6. Invullen van a = 6 geeft d = 0, 3 6, 3 6 = 3,6 7, = 3,6. Het kanaal is daar 3,6 meter diep. e Als het schip van 5 meter breed in het midden van het kanaal van meter breed vaart, is er aan beide zijkanten van het schip ( 5) : = 3,5 meter over. Op 3,5 meter van de linkeroever is d = 0, 3 3,5, 3 3,5 =,5 4, =,975, dus is het kanaal,975 meter diep. Het schip met een diepgang van,7 meter kan er dus varen. Het schip van 6 meter breed heeft aan beide kanten nog 3 meter over. Op 3 meter van de linkeroever is d = 0, 3 3, 3 3 = 0,9 3,6 =,7, dus is het kanaal,7 meter diep. Het schip met een diepgang van,8 meter kan daar niet varen. 49a Een vierhoek heeft twee diagonalen. b Een zeshoek heeft negen diagonalen. c Invullen van n = 4 geeft d = 4 4= 8 6=, klopt. Invullen n = 6 geeft d = 6 6= 8 9= 9, klopt. d Een zevenhoek heeft 7 7= 4 = 4 diagonalen. e n n= 35 f Vermenigvuldig links en rechts met en je krijgt de vergelijking: n 3n = 70 n 3n 70 = 0 (n + 5)(n 8) = 0 n + 5 = 0 of n 8 = 0 n = 5 of n = 8 Een achttienhoek heeft precies 35 diagonalen. Moderne wiskunde 9e editie B vwo

50a x 6x = 8 d 0 = x + x x 6x + 8 = 0 x x = 0 (x )(x 4) = 0 x(x ) = 0 x = 0 of x 4 = 0 x = 0 of x = x = of x = 4 e x = 3x b 64 = x 6x x 3x = 0 0 = x 6x + 64 x(x 3) = 0 (x 8)(x 8) = 0 x = 0 of x 3 = 0 x 8 = 0 of x 8 = 0 x = 0 of x = 3 x = 8 f x = 5x 4 c x 64 = 0 x 5x + 4 = 0 x = 64 (x 4)(x ) = 0 x = 8 of x = 8 x 4 = 0 of x = 0 x = 4 of x = 5a Invullen van x = 0 geeft h = 0,0 3 0 0,5 3 0 + = 4 + = 4. De kabel hangt daar op een hoogte van 4 meter. b Bij de linkerpijler moet je a = 0 invullen. c Invullen van a = 0 geeft h = 0,0 3 0 0,5 3 0 + =. De linkerpijler is meter hoog. d De hoogte van de rechterpijler is ook meter. Je moet dus de vergelijking 0,0a 0,5a + = oplossen. 0,0a 0,5a = 0 a(0,0a 0,5) = 0 a = 0 of 0,0a 0,5 = 0 a = 0 of 0,0a = 0,5 a = 0 of a = 50, dus de afstand tussen de pijlers is 50 meter. 5 product getallen som formule ontbinding 8 en 8 7 y = x 7x 8 y = (x + )(x 8) 8 en 9 7 y = x 7x 8 y = (x + )(x 9) 8 3 en 6 3 y = x 3x 8 y = (x + 3)(x 6) 8 6 en 3 +3 y = x + 3x 8 y = (x + 6)(x 3) 8 9 en +7 y = x + 7x 8 y = (x + 9)(x ) 8 8 en 7 y = x + 7x 8 y = (x + 8)(x ) 53a Verdeel het tegelpad in twee rechthoeken en een vierkant. De oppervlakte van het vierkant is x 3 x = x. De oppervlakte van de onderste rechthoek is 0 3 x = 0x. De oppervlakte van de rechter rechthoek is 3 x = x. De totale oppervlakte is A = x + x + 0x of korter A = x + 3x. b A = 68 geeft de vergelijking x + 3x = 68. c x + 3x = 68 x + 3x 68 = 0 (x + 34)(x ) = 0 x + 34 = 0 of x = 0 x = 34 of x = De oplossing x = 34 heeft hier geen betekenis. Moderne wiskunde 9e editie B vwo 93

94 54a Substitueer de formule U = 35I in de formule P = U 3 I. Dat geeft P = 35I 3 I of korter P = 35I. b P = 380 geeft de vergelijking 35I = 380 I 39,43 I 6,3 Er gaat ongeveer 6,3 ampère stroom door de stofzuiger. fi ICT Ontbinden van drietermen I-a Vergelijking 3 kun je nog niet oplossen. De linkerkant van de vergelijking kun je op dit moment nog niet ontbinden in factoren. b p(4 8p) = 0 h 5h = 0 (w 3)(w + ) = 0 p = 0 of 8 4p = 0 h(h 5) = 0 w 3 = 0 of w + = 0 p = 0 of 8p = 4 h = 0 of h 5 = 0 w = 3 of w = p = 0 of p = h = 0 of h = 5 I-a De parabool snijdt de x-as in de punten (, 0) en (3, 0). b Bij de snijpunten met de x-as geldt y = 0, dus moet je de vergelijking x 4x + 3 = 0 oplossen. c De grafieken vallen samen. d (x )(x 3) = 0 x = 0 of x 3 = 0 x = of x = 3 e De parabool snijdt de x-as voor x = en x = 5. f y = (x )(x 5) g De grafieken vallen samen. I-3a De grafiek snijdt de x-as in de punten (, 0) en (7, 0). b y = (x + )(x 7) c De grafiek bij de formule y = x 3x snijdt de x-as in de punten (, 0) en (5, 0). De formule is dus ook te schrijven als y = (x + )(x 5). I-4a Werk de haakjes weg in y = (x + 3)(x + ) en je krijgt y = x + x + 3x + 33 of korter y = x + 4x + 33. b In de tabel worden de gelijksoortige termen 3x en x samengenomen. Dus 4 = 3 +. c Het getal 33 is het product van de getallen 3 en. Dus 33 = 3 3. I-5a In de twee andere vakjes met stippen komen twee termen die samen 7x zijn, namelijk de 7x in de formule y = x + 7x +. Dus moeten de getallen in de gele vakjes samen 7 zijn. b Het product van de twee getallen in de gele vakjes is het getal in de formule y = x + 7x +. c - d De getallen en 5 geven product en som 7. e y = (x + )(x + 5) Moderne wiskunde 9e editie B vwo

I-6a - b - c - d De getallen en 8 geven product 80 en som +. e y = (x + )(x 8) f y = x 7x + is te ontbinden in y = (x 3)(x 4) y = x + 4x + 4 is te ontbinden in y = (x + )(x + ) y = x 6x 40 is te ontbinden in y = (x )(x + 4) y = x + x 8 is te ontbinden in y = (x + 4)(x ) I-7 - Test jezelf T-a 3x = 3x x e 4x + 8 = 4(x + ) b 4 3 6x = x 3x f x + 8 = 4(3x + ) c 6 4 4x = 6x 4x g 4x + 8x = 8x(3x + ) d 3 4x = 7x x h 4x + 7 = 7(x + ) T-a a = 8(x + 3) e r = 7x( x + 3) b b = 5(x 4) f e = 6x(x ) c d = ( x + ) g g = 4x(8x + ) d k = 6x(4x + 3) h h = x( 8x + 3) T-3a a + 4a = 0 e (e )( e 8) = 0 a(a + 4) = 0 e = 0 of e 8 = 0 a = 0 of a + 4 = 0 e = of e = 8 a = 0 of a = 4 e = of e = 4 b 3b 9b = 0 f 0,0f 0,04f = 0 3b( 3b) = 0 0,0f(f ) = 0 3b = 0 of 3b = 0 0,0f = 0 of f = 0 b = 0 of 3b = f = 0 of f = b = 0 of b = 3 g g g = 0 c c c = 0 g( g) = 0 c(c + ) = 0 g = 0 of g = 0 c = 0 of c + = 0 g = 0 of g = c = 0 of c = g = 0 of g = 0 d 5 0 h h h = 0 d = 0 of d 5 = 0 h(h )=0 d = 0 of d = 5 h = 0 of h = 0 h = 0 of h = Moderne wiskunde 9e editie B vwo 95

96 T-4a Product is en som is +. e Product is +4 en som is 5. Daar horen de getallen +4 en 3 bij, Daar horen de getallen en 4 bij, want 4 3 3 = en 4 + 3 =. want 3 4 = 4 en + 4 = 5 a = (x + 4)(x 3) e = (x )(x 4) b Product is + en som is is +7. f Product is 6 en som is +5. Daar horen de getallen + en +5 bij, Daar horen de getallen +6 en bij, want 3 5 = en + 5 = 7. want 6 = 6 en 6 + = 5. b = (x + )(x + 5) f = (x + 6)(x ) c Product is en som is. g Product is +5 en som is 8. Daar horen de getallen en + bij, Daar horen de getallen 3 en 5 bij, want 3 = en + =. want 3 3 5 = 5 en 3 + 5 = 8. c = (x )(x + ) g = (x 3)(x 5) d Product is + en som is +. h Product is 30 en som is is. Daar horen de getallen + en + bij, Daar horen de getallen 6 en +5 bij, want 3 = en + =. want 6 3 5 = 30 en 6 + 5 = d = (x + )(x + ) h = (x 6)(x + 5) T-5a 3a 8a = 0 f f + 9 = 6f 3a(a 6) = 0 f 6f + 9 = 0 3a = 0 of a 6 = 0 (f 3)(f 3) = 0 a = 0 of a = 6 f 3 = 0 of f 3 = 0 b b 60 = 4b f = 3 b 4b 60 = 0 g g + g = 35 (b )(b + 6) = 0 g + g 35 = 0 b = 0 of b + 6 = 0 (g + 7)(g 5) = 0 b = of b = 6 g + 7 = 0 of g 5 = 0 c 4c(5c + 9) = 0 g = 7 of g = 5 4c = 0 of 5c + 9 = 0 h h = h c = 0 of 5c = 9 h h = 0 9 4 c = 0 of c = = 5 5 h(h ) = 0 d d + d = 0 h = 0 of h = 0 d(d + ) = 0 h = 0 of h = d = 0 of d + = 0 h = 0 of h = d = 0 of d = i 3i = 7 e e 9 = 7 i = 9 e = 6 i = 3 of i = 3 e = 4 of e = 4 j j 5j = 6 j 5j + 6 = 0 (j )(j 3) = 0 j = 0 of j 3 = 0 j = of j = 3 Moderne wiskunde 9e editie B vwo

T-6a Op de grond is h = 0, daar hoort de vergelijking a + a = 0 bij. b Eerst de vergelijking a + a = 0 oplossen: a( a+ ) = 0 a = 0 of a + = 0 a =0 of a = a = 0 of a = 0 Na 0 meter komt de bal weer op de grond, dus hij schiet de bal 0 meter weg. c ( a 5)( a 65) = 0 5 a 5 = 0 of a 65 = 0 a = 5 of a = 65 d Op 65 meter van de achterlijn komt de bal op de grond. e De doelman staat 5 meter van de achterlijn af. f Hij schiet de bal 65 5 = 60 meter weg. T-7a Voor snijpunten met de horizontale as geldt y = 0, daar hoort de vergelijking x 3x = 0 bij. b x 3x = 0 (x 5)(x + ) = 0 x 5 = 0 of x + = 0 x = 5 of x = De grafiek snijdt de horizontale as bij x = 5 en bij x =. c (x )(x 4) = 0 x = 0 of x 4 = 0 x = of x = 4 De grafiek snijdt de horizontale as bij x = en bij x = 4. T-8a x x = 0 x(x ) = 0 x = 0 of x = 0 x = 0 of x = De grafiek snijdt de horizontale as bij x = 0 en bij x =. b x x = 8 x x 8 = 0 (x 4)(x + ) = 0 x 4 = 0 of x + = 0 x = 4 of x = De grafiek snijdt de lijn y = 8 in de punten (4, 8) en (, 8). c x x = 3x x 5x = 0 x(x 5) = 0 x = 0 of x 5 = 0 x = 0 of x = 5 Invullen van x = 0 bij y = 3x geeft y = 3 3 0 = 0. Invullen van x = 5 bij y = 3x geeft y = 3 3 5 = 5. De snijpunten zijn (0, 0) en (5, 5). d De grafiek snijdt de horizontale as bij x = en bij x = 4. De formule wordt dus y = (x + )(x 4). Moderne wiskunde 9e editie B vwo 97

98 T-9a Voor de breedte moet je meter van de lengte aftrekken, dus b = l. b De oppervlakte A bereken je door de lengte te vermenigvuldigen met de breedte, dus A = l 3 b ofwel A = l (l ) of zonder haakjes A = l l. Bij A = 0 hoort de vergelijking l l = 0. c l l = 0 l l 0 = 0 (l 40)(l + 30) = 0 l 40 = 0 of l + 30 = 0 l = 40 of l = 30 d De lengte wordt 40 meter (l = 30 heeft hier geen betekenis) en de breedte 30 meter. Moderne wiskunde 9e editie B vwo