Noordhoff Uitgevers bv



Vergelijkbare documenten
Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Hoofdstuk 7 Goniometrie

Noordhoff Uitgevers bv

Hoofdstuk 2 Vlakke meetkunde

Noordhoff Uitgevers bv

de Wageningse Methode Antwoorden H25 RUIMTELIJKE FIGUREN IN HET PLAT VWO 1

Hoofdstuk 8 - Ruimtefiguren

Hoofdstuk 2 Vlakke meetkunde

1 a. Hoeveel hoekpunten heeft figuur 1 hieronder? b. Hoeveel hoekpunten heeft figuur 2 hieronder? c. Hoeveel hoekpunten heeft figuur 3 hieronder?

Noordhoff Uitgevers bv

6.1 Rechthoekige driehoeken [1]

Noordhoff Uitgevers bv

44 De stelling van Pythagoras

Blok 6B - Vaardigheden

Noordhoff Uitgevers bv

4 A: = 10 B: 4 C: 8 D: 8

Driehoeken vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Oefenopgaven Stelling van Pythagoras.

Noordhoff Uitgevers bv

Oefenopgaven vergroten en verkleinen

Noordhoff Uitgevers bv

9 6,5 + 4 is ongeveer 11, dus 7 Vlamingen en 4 Walen. 11 abcde

Hoofdstuk 8 - Ruimtefiguren

7 cilinder. bol. torus. 8 a

6 A: = 26 m 2 B: = 20 m 2 C:

d = 8 cm 2 6 A: = 26 m 2 B: = 20 m 2 C: = 18 m 2 D: 20 m 2 E: 26 m 2

Hoofdstuk 11B - Meetkundig redeneren

Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren

de Wageningse Methode Antwoorden H17 PYTHAGORAS VWO 1

Wiskunde Opdrachten Pythagoras

5.1 Punten, lijnen en vlakken [1]

Noordhoff Uitgevers bv

Symmetrie en oppervlakte

de Wageningse Methode Antwoorden H25 RUIMTELIJKE FIGUREN IN HET PLAT VWO 1

Noordhoff Uitgevers bv

Bereken de oppervlakte van de donkere gedeelten in de tekeningen hieronder.

Hoofdstuk 21 OPPERVLAKTE 4 A: = 10 B: 4 C: 8 D: INTRO

Hoofdstuk 21 OPPERVLAKTE VWO 4 A: = 10 B: 4 C: 8 D: INTRO

Uitgevers. Noordhoff. Hoofdstuk 2 Hoeken en symmetrie. Opstap Hoeken. c /D is een rechte hoek. Zo n driehoek heet een gelijkzijdige driehoek.

Symmetrie en oppervlakte

de Wageningse Methode Antwoorden H15 GELIJKVORMIGHEID HAVO 1

Hoofdstuk 6 Goniometrie

Thema: Vlakke figuren vmbo-kgt34. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

H24 GONIOMETRIE VWO. Dus PQ = 24.0 INTRO. 1 a 6 km : = 12 cm b. 5 a 24.1 HOOGTE EN AFSTAND BEPALEN. 2 a factor = 3

Hoofdstuk 3: De stelling van Pythagoras

5 ab. 6 a. 22,9 25,95 cm

handleiding pagina s 956 tot Handleiding

9 a met: 100 (a+b) ; zonder: 100 a b b 100 (a+b) = 100 a b. 10 a met: 24 (a b) ; zonder: 24 a + b b 24 (a b) = 24 a + b. 11 a 90 a b 90 + a

2.1 Cirkel en middelloodlijn [1]

PQS en PRS PS is de bissectrice van ˆP

vlieger rechthoek ruit parallellogram vierkant

15 a De rechthoeken zijn 1 bij 6 lucifers, of 2 bij 5 lucifers, of 3 bij 4 lucifers. Zie figuur: Hoofdstuk 21 OPPERVLAKTE HAVO 21.

Eigenschappen van driehoeken

1 Cartesische coördinaten

Blok 1 - Vaardigheden

1 Coördinaten in het vlak

Hoofdstuk 5 - Definities en stellingen

Hoofdstuk 6 - Oppervlakte en inhoud

Meetkundige constructies Leerlingmateriaal

16 a. b a. b 6a. de Wageningse Methode Antwoorden H21 OPPERVLAKTE HAVO 1

Meetkundige Ongelijkheden Groep 2

Blok 3 - Vaardigheden

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Blok 4 - Vaardigheden

STELLINGEN & BEWIJZEN 5VWO wiskunde B 1 e versie

6.1 Kijkhoeken[1] Willem-Jan van der Zanden

Voorbereiding : examen meetkunde juni - 1 -

Vermoeden: De drie deellijnen gaan door 1 punt. 33c. Vermoeden: De drie zwaartelijnen gaan door 1 punt. 33d.

BRUGPAKKET 8: VLAKKE FIGUREN

Noordhoff Uitgevers bv

Ruimtelijke oriëntatie: plaats en richting

Noordhoff Uitgevers bv

Noordhoff Uitgevers bv

Samenvatting VWO wiskunde B H04 Meetkunde

Antwoorden De juiste ondersteuning

Noordhoff Uitgevers bv

Hoofdstuk 10 - Hoeken en afstanden

Antwoordmodel - Vlakke figuren

7 a. 8 a. de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE HAVO 1

H15 GELIJKVORMIGHEID VWO

Blok 2 - Vaardigheden

1. INLEIDING: DE KOERS VAN EEN BOOT

Noordhoff Uitgevers bv

4.1 Rekenen met wortels [1]

Noordhoff Uitgevers bv

Willem-Jan van der Zanden

7 a. 8 a. de Wageningse Methode Antwoorden H24 GONIOMETRIE HAVO 1

2. Waar of vals: Als een rechte a evenwijdig is met een vlak α en dat vlak staat loodrecht op een vlak β dan staat a loodrecht op β.

Noordhoff Uitgevers bv

Cijfers en letters 1 niveau 1 en 2

Hoofdstuk 2 - Plaats en afstand

1 Introductie. 2 Oppervlakteformules

Transcriptie:

Hoofdstuk - Gelijkvormigheid Voorkennis V-1a /A = 74, /B 1 = 18 en /D 1 = 88 /A + /B 1 + /D 1 = 74 + 18 + 88 = 180 c /B = 104, /C = 55 en /D = 1 d /B = /B 1 + /B = 18 + 104 = 1 en /D = /D 1 + /D = 88 + 1 = 109, dus /A + /B + /C + /D = 74 + 1 + 55 + 109 = 60 V-a/ A c /C = 50 d S 6 68 4 e /U = 5 V-a /T 1 + /T 4 = 180 56 + /T 4 = 180 /T 4 = 14 /P 1 + /T 1 + /S 1 = 180 /P 1 + 56 + 88 = 180 /P 1 = 6 7 cm C 10 6 cm T U B Hoofdstuk - Gelijkvormigheid 57

58 Hoofdstuk - Gelijkvormigheid V-4a De diagonalen in rechthoek KLMN snijden elkaar middendoor en zijn even lang, dus in driehoek KLS geldt KS = LS en /K = /L 1. /K + /S + /L 1 = 180 /K + 15 + /K = 180 /K = 180 15 = 8 /K = 14 /K 1 + /K = 90 /K 1 + 14 = 90 /K 1 = 76 De oppervlakte van rechthoek KLMN is 5 0 = 100 cm. c De oppervlakte van driehoek KLN is 100 : = 50 cm. V-5a aantal cm in de tekening 1 4 aantal cm in werkelijkheid 1800 700 De toren is 700 cm hoog. Dat is 7 meter. c aantal cm in de tekening 1 6 aantal cm in werkelijkheid 00 700 De toren is op haar tekening 6 cm hoog. V-6a Bij het pijltje rechts van de tael moet het getal 450 : 5 = 90 staan. De tekening van Menno is op schaal 1 : 90. c aantal cm in de tekening 5 1 4,5 7 8 aantal cm in werkelijkheid 450 90 405 60 70 1a -1 Vergroten De zijden van figuur 1 zijn twee keer zo lang gemaakt om de zijden van figuur te krijgen.

c d e f 4 De ij elkaar horende hoeken van deze vier figuren zijn even groot. 5 Figuur 5 is geen vergroting omdat de hoeken met de oogjes erin (zie de tekening ij opdracht e) niet even groot zijn aan de erij horende hoeken van de andere vier figuren. a De factor van deze vergroting is 48 : 0 = 56 : 5 = 1,6. De factor ij de vergroting van ord 1 naar ord is 6 : 0 =,1. De hoogte van ord is 5,1 = 7,5 cm. c De factor van vergroting van ord 1 naar ord 4 is 1 : 5 = 0,6. Bord 4 is 0 0,6 = 18 cm reed. De doppen van eide flessen zijn even groot, maar de reedte en de hoogte van de flessen verschillen. 4a Figuur B kan in ieder geval geen vergroting zijn van figuur A omdat de hoeken niet even groot zijn. Bij de pijl rechts van de tael moet het getal 4, : 1,5 = 7 :,5 =,8 staan. c De factor ij vergroten van figuur A naar figuur C is,8. d zijden figuur A in cm 1,5,5 zijden figuur D in cm? 7,5 e De factor ij vergroten van figuur A naar figuur D is 7,5 :,5 =. Op de plaats van het vraagteken moet het getal 1,5 = 4,5 staan. 5 zijden driehoek KLM KL = 8,7 LM = 6 KM =... zijden driehoek FGH FG =... GH = 4 FH = 5,4 De factor is 4: 6 = of 6 : 4 = 1,5. De lengte van KM is 54, : = 81, of 5,4 1,5 = 8,1. De lengte van FG is 87, = 58, of 8,7 : 1,5 = 5,8. 6a De factor ij vergroten van de foto naar posterformaat is 6 : 9 = 91 : 1 = 7. Op de poster wordt de oom 4,8 7 =,6 cm hoog. De stam van de oom op de foto wordt 6, : 7 = 0,9 cm dik. Hoofdstuk - Gelijkvormigheid 59

60 Hoofdstuk - Gelijkvormigheid - Rekenen met de factor 1 1 7a De factor kan 6: 18 = of 6: 0 = geweest zijn. 5 Bij de factor 1 1 is de andere zijde 0 = 10 cm en de afmetingen van de vergroting zijn dan 6 cm ij 10 cm. Bij de factor 1 1 is de andere zijde 18 = 6, cm en de afmetingen van de vergroting zijn 5 5 dan,6 cm ij 6 cm. 8a Dia B past ij projectie precies op het hele scherm, want 1,65 m = 1650 mm en 1650 : 6 = 45,8... en 1,10 m = 1100 mm en 1100 : 4 = 45,8... Bij dia A komen er twee verschillende getallen uit, namelijk 1650 : 0 = 8,5 en 1100 : 16 = 68,75. Je kunt in de reedte 8,5 keer vergroten en in de hoogte 68,75 keer. Zowel de reedte als de hoogte worden daarom door Manon 68,75 keer vergroot. De reedte wordt dan 0 68,75 = 175 mm. In de reedte lijft er op het scherm 1650 175 = 75 mm over en dat is 7,5 cm. 9a De afmetingen van de vergroting zijn = 6 cm ij 4 = 8 cm. De factor ij vergroten van de pasfoto naar de vergroting is. c De omtrek van de pasfoto is + 4 + + 4 = 14 cm. De omtrek van de vergroting is 6 + 8 + 6 + 8 = 8 cm. De omtrek van de vergroting is twee keer de omtrek van de pasfoto. d De oppervlakte van de pasfoto is 4 = 1 cm. De oppervlakte van de vergroting is 6 8 = 48 cm. e De oppervlakte van de vergroting is vier keer de oppervlakte van de pasfoto. 10a Alle zijden van driehoek KLM zijn keer zo lang als de zijden van driehoek ABC. Zijde AB is 4 en zijde KL is 4 = 1, dus zijde KL is keer zo lang als zijde AB. Van punt A naar punt C ga je 1 opzij en omhoog en van punt K naar punt M ga je 1 = opzij en = 6 omhoog, dus zijde KM is keer zo lang als zijde AC. Van punt B naar punt C ga je opzij en omhoog en van punt K naar punt M ga je = 9 opzij en = 6 omhoog, dus zijde LM is keer zo lang als zijde BC. De lengte van zijde KM is, = 6,6 cm. De lengte van zijde KL is,6 = 10,8 cm. c De omtrek van driehoek ABC is 4 +, +,6 = 9,8. De omtrek van driehoek KLM is 1 + 6,6 + 10,8 = 9,4. Je moet de omtrek van driehoek ABC met 9,4 : 9,8 = vermenigvuldigen om de omtrek van driehoek KLM te krijgen. d De oppervlakte van driehoek ABC is 4 1 : : = 4 cm. De oppervlakte van driehoek KLM is 1 6 6 : 9 6 : = 6 cm. e Je moet de oppervlakte van driehoek ABC met 6 : 4 = 9 vermenigvuldigen om de oppervlakte van driehoek KLM te krijgen. 11a c De omtrek wordt met 7 vermenigvuldigd. De oppervlakte wordt met 7 = 49 vermenigvuldigd. De omtrek van rechthoek PQRS is 6 + 4 + 6 + 4 = 0 cm. De omtrek van de vergroting is dan 7 0 = 140 cm.

d De oppervlakte van rechthoek PQRS is 6 4 = 4 cm. De oppervlakte van de vergroting is dan 7 4 = 1176 cm. e De oppervlakte wordt dan 10 8 = 800 cm. 1 De tuin is 10 100 = 1000 cm lang en 7,5 100 = 750 cm reed. De oppervlakte van de tuin is 1000 750 = 750 000 cm. De oppervlakte op de plattegrond is met 750 000 : 00 = 500 vermenigvuldigd. De zijden zijn dan met 50 vermenigvuldigd, want 50 = 500. Op de plattegrond is de tuin 1000 : 50 = 0 cm lang en 750 : 50 = 15 cm reed. - Gelijkvormige figuren 1a /G is even groot als /A. /H en /B zijn even groot, /I en /C zijn even groot en /J en /D zijn even groot. c zijden van ABCD in mm AB = 10 BC = 5 CD = 17 AD = 15 zijden van GHIJ in mm GH = 0 HI = 10 IJ = 4 GJ = 0 d 14a 15a Je moet de lengte van de zijden van vierhoek ABCD met de factor vermenigvuldigen om de lengte van de zijden van vierhoek GHIJ te krijgen. De overeenkomstige zijden zijn FG en WX, GH en XY, HI en YZ, FI en WZ. De overeenkomstige hoeken zijn /F en /W, /G en /X, /H en /Y, /I en /Z. De overeenkomstige hoek van /K is /P en de overeenkomstige hoek van /N is /S. De overeenkomstige zijde van LM is QR. c zijden van KLMN in m KL = 4,8 LM = 4, MN = KN = 6 zijden van PQRS in m PQ = 4 QR =,8 RS = PS = 4,5 d Nee, want 4 : 4,8 < 0,8...;,8 : 4, < 0,6666...; : = 1 en 4,5 : 6 = 0,75. e Het grootzeil en het gereefde zeil zijn niet gelijkvormig omdat de factor niet telkens hetzelfde is. 16 De overeenkomstige hoeken zijn gelijk want /Q = /V = 10, /R = /W = 80, /S = /X = 115, /T = /Y = 115 en /U = /Z = 100. zijden van QRSTU in mm QR = 45 RS = 7 ST = 6 TU = 7 QU = 18 zijden van VWXYZ in mm VW = 0 WX = 1 XY = 16 YZ = 1 VZ = 8 De tael is een verhoudingstael, want 45 : 0 =,5; 7 : 1 =,5; 6 : 16 =,5; 7 : 1 =,5 en 18 : 8 =,5. Aan eide voorwaarden is voldaan. De figuren QRSTU en VWXYZ zijn gelijkvormig. De factor van figuur VWXYZ naar figuur QRSTU is,5. 17a De overeenkomstige hoeken zijn gelijk, namelijk 79 en 101. zijden van ABCD in mm AB = 9 AD = 4 zijden van EFGH in mm EF = 0 FG = 18 De factor is voor de ene zijde 9 : 0 = 1, en voor de andere zijde 4 : 18 < 1,..., dus de parallellogrammen zijn niet gelijkvormig. Er zijn veel mogelijkheden. In ieder geval moeten de overeenkomstige hoeken 79 en 101 zijn en moet de factor ij iedere zijde hetzelfde zijn. c - Hoofdstuk - Gelijkvormigheid 61

18a 6 c Hoofdstuk - Gelijkvormigheid De hoeken van alle vierkanten zijn 90 en van elk vierkant zijn de vier zijden even lang, dus kun je altijd de vier zijden met dezelfde factor vermenigvuldigen om de zijden van een ander vierkant te krijgen. Je moet er voor zorgen dat er een tweetal overeenkomstige hoeken is dat even groot is. Bij alle rechthoeken is de reedte 0,75 keer de lengte, ehalve ij de rechthoek met een lengte van 6 cm en een reedte van,5 cm. 19 Bijvooreeld 0a N M 18 mm 18 mm 110 0 mm 50 K 110 0 mm -4 Gelijkvormige driehoeken L Alle punten op de cirkeloog met middelpunt A liggen 4 cm van punt A af en punt C ligt op die cirkeloog, want AC = 4 cm. Alle punten op de cirkeloog met middelpunt B liggen 6 cm van punt B af en punt C ligt op die cirkeloog, want BC = 6 cm. Punt C ligt dus op het snijpunt van de twee oogjes. A 4 cm 8 cm c /A = 47, /B = 9 en /C = 104 d P 5 cm R C 10 cm 6 cm 7,5 cm C Q

1a e /P = 47, /Q = 9 en /R = 104 f De twee getekende driehoeken zijn gelijkvormig omdat de overeenkomstige hoeken gelijk zijn en de factor is 10 : 8 = 7,5 : 6 = 5 : 4 = 1,5. c A K 50 70 4 cm C 50 70 6 cm B M L De driehoeken ABC en KLM zijn gelijkvormig want de overeenkomstige hoeken zijn gelijk en de factor is 6 : 4 = 1,5. a zijden van nklm in cm KL = 4 LM = KM = zijden van npqr in cm PQ = 6 QR = PR = 4,5 Van nklm naar npqr is de factor 6 : 4 = : = 4,5 : = 1,5. c /P = /K = 9, /Q = /L = 47 en /R = 180 9 47 = 104. a /B = 180 51 88 = 41 en /F = 180 51 41 = 88. De driehoeken zijn gelijkvormig, want de overeenkomstige hoeken zijn gelijk. c Van nabc naar ndef is de factor 8 : 5 = 1,6. Zijde BC is 9,6 : 1,6 = 6 dm en zijde DE is 7,5 1,6 = 1 dm. 4a Bijvooreeld Hoofdstuk - Gelijkvormigheid 6

64 Hoofdstuk - Gelijkvormigheid Bijvooreeld c Je moest er voor zorgen dat de overeenkomstige hoeken even groot zijn. d Ja, alle drie de hoeken van een gelijkzijdige driehoek zijn 60, dus de overeenkomstige hoeken zijn steeds even groot. 5a Driehoek ABC is gelijkvormig met driehoek KLM, want als je de zijden van driehoek ABC met vermenigvuldigt, dan krijg je de zijden van driehoek KLM. Driehoek STU is gelijkvormig met driehoek DEF, want /S = 180 51 64 = 65 = /D, /T = 51 = /E en /U = 64 = 180 51 65 = /F. 1 c Van driehoek STU naar driehoek DEF is de factor 6: 9 =, dus EF = 10 = 7 m. 6a Van de driehoeken ACE en BCD is /A = /B = 90 en /C = /C, dus ook /E = /D. zijden van nace in m AC = 1, AE =... CE =... zijden van nbcd in m BC =,8 BD = 1,6 CD =... c Van nbcd naar nace is de factor 1, :,8 = 4,75. De hoogte van de oom is 1,6 4,75 = 7,6 m. d zijden van nace in m AC = 10,5 AE =... CE =... zijden van nbcd in m BC = 1,5 BD = 1,75 CD =... Van nbcd naar nace is de factor 10,5 : 1,5 = 7. De hoogte van de oom is 1,75 7 = 1,5 m. -5 Rekenen met gelijkvormigheid 7a /S = /L, /R = /K en /V = /M V R 45 cm 0 cm M 17 cm S K 0 cm 0 cm c Je kunt nsrv met de factor is 0 : 45 = vergroten tot nmlk. d De lengte van RV is 17 : = 5, 5 cm. 8 De lengte van AB is 15 :,5 = 6 cm. L

9 M 1 cm 15 cm K 9 cm L E D De factor van nklm naar ndef is 1 : 15 = 0,8. De lengte van DE is 1 0,8 = 9,6 cm en de lengte van DF is 9 0,8 = 7, cm. 0a De overeenkomstige hoek van /A is /C en de overeenkomstige hoek van /E is /D. De factor van nbcd naar nabe is 5: 1, 5= 1. Deze oom is 165, 1 = 55, m hoog. c De factor van nbcd naar nabe is 9 : 0,75 = 1. De oom is 1,54 1 = 18,48 m hoog. 1a c 1 cm De oppervlakte van npqr is negen keer zo groot als de oppervlakte van nabc, dus de zijden van npqr zijn drie keer zo groot als de zijden van nabc. De zijden van npqr zijn PR = = 9 cm en PQ = QR =,5 = 7,5 cm. De oppervlakte van nstu is twee keer zo groot als de oppervlakte van nabc, dus de zijden van nstu zijn keer zo groot als de zijden van nabc. De zijden van nstu zijn 44, cm en 5,, 54 cm. De oppervlakte van gevraagde driehoek is vier keer zo groot als de oppervlakte van nabc, dus de zijden van de gevraagde driehoek zijn twee keer zo groot als de zijden van nabc. De zijden van de gevraagde driehoek zijn = 6 cm en,5 = 5 cm. 5 cm 5 cm 6 cm De eerste mogelijkheid is dat de factor 6 : = is. De andere zijden van nghi zijn dan = 9 cm en 4 = 1 cm. De tweede mogelijkheid is dat de factor 6 : = is. De andere zijden van nghi zijn dan = 4 cm en 4 = 8 cm. De derde mogelijkheid is dat de factor 6 : 4 = 1,5 is. De andere zijden van nghi zijn dan 1,5 = cm en 1,5 = 4,5 cm. F Hoofdstuk - Gelijkvormigheid 65

66 Hoofdstuk - Gelijkvormigheid a /C = 180 6 4 = 75, /D = 180 117 = 6 en /E = 180 75 6 = 4 De driehoeken ABC en CDE zijn toch gelijkvormig omdat de overeenkomstige hoeken gelijk zijn, want /A = /D = 6, /B = /E = 4 en /C = /C = 75. c De factor van driehoek CDE naar driehoek ABC is,5 : 1 =,5. De lengte van zijde BC is 1,4,5 = 4,9 m en de lengte van zijde DE is 5,5 :,5 = 1,5 m. d De lengte van AE is,5 1,4 =,1 m en de lengte van BD is 4,9 1 =,9 m. e De oppervlakte van ncde is 8,19 :,5 < 0,67 cm. 4a De driehoeken ABC en ADE zijn gelijkvormig want /A = /A, /C = /D = 90, dus is ook /B = /E. De factor van nade naar nabc is (1 + ) : 1 =. De lengte van AB is 1 = 9 m dus de lengte van BD is 9 1 = 7 m. De lengte van DE is 15 : = 5 m. c De driehoeken PQR en TSR zijn gelijkvormig want /P = /T = 49 en /R = /R, dus is ook /Q = /S. d De factor van driehoek TSR naar driehoek PQR is 10 : 8 = 1,5. De lengte van RQ is 8,4 1,5 = 10,5 m. De lengte van SQ is 8,4 + 10,5 = 18,9 m. -6 Gemengde opdrachten 5a /A = /D, /B = /B en /C = /E Je moet ndbe met de factor is 8 : 5 = 1,6 vermenigvuldigen om nabc te krijgen. c Je kunt zijde BC nu erekenen. d Zijde BC is 1,6 = 4,8 cm. e De eerste mogelijkheid is dat de factor van ndbe naar de vergroting 57 : 5 = 11,4 is. De andere zijde van de vergroting is dan 11,4 = 4, cm. De derde zijde van de vergroting kun je nog niet erekenen. De tweede mogelijkheid is dat de factor van ndbe naar de vergroting 57 : = 19 is. De andere zijde van de vergroting is dan 5 19 = 95 cm. De derde zijde van de vergroting kun je nog niet erekenen. De derde mogelijkheid is dat de overeenkomstige zijde van BD in de vergroting 57 cm lang wordt. In dat geval kun je de factor en de andere zijden nog niet erekenen. 6a De vergrotingen van 10 15 cm, 0 0 cm, 0 45 cm, 40 60 cm en 50 75 cm zijn precies gelijkvormig. De zijden verhouden zich hierij steeds als :. De zijden van de vergroting van 0 0 cm zijn keer zo groot als de zijden van de foto. De oppervlakte is 4 keer zo groot. De prijs is 1,60 : 0,19 < 8,4 keer zo groot. In verhouding is dat 8,4 : 4 <,1 keer zo veel. De zijden van de vergroting van 50 75 cm zijn 5 keer zo groot als de zijden van de foto. De oppervlakte is 5 keer zo groot. De prijs is 7,95 : 0,19 < 41,8 keer zo groot. In verhouding is dat 41,8 : 5 < 1,7 keer zo veel. De vergroting van 50 75 cm is naar verhouding het voordeligst. Arjen heeft gelijk.

7 De reedte van de foto is 40 5 = 0 cm. De factor van het stuk karton naar de foto is 0 : 40 = 0,75. De hoogte van de foto is 60 0,75 = 45 cm. Boven de foto steekt 5 cm karton uit. De strook aan de onderkant van de foto is 60 5 45 = 10 cm reed. 1 8a Bij het linker tafeltje is de factor 5 : 75 =. Bij het rechter tafeltje is de factor 40 : 60 =. 1 Het tafellad van het linker tafeltje is 40 cm ij 90 = 0 cm en heeft een oppervlakte van 40 0 = 100 cm. Het tafellad van het rechter tafeltje is 45 cm ij 45 = 0 cm en heeft een oppervlakte van 45 0 = 150 cm. Het rechter tafeltje heeft het grootste tafellad. c Van het linker tafeltje zijn de poten het langst, want de tafeltjes zijn even hoog, maar van het linker tafeltje staan de poten verder uit elkaar. 9a De factor van de werkelijkheid naar Madurodam is 1. 5 Het model in Madurodam is 11, 1 = 4, 498 meter hoog. 5 c In werkelijkheid is de hoogte 9 5 = 75 cm, de reedte 4 5 = 850 cm en de diepte 48 5 = 100 cm. d In werkelijkheid is de oppervlakte van het innenhof,5 5 = 0 84,75 m. 40a 41 Oscar kan hierij de driehoeken UVZ en XYZ geruiken. De factor van driehoek XYZ naar driehoek UVZ is 18 : 6 =, dus UZ is keer zo lang als YZ. Samen zijn ze 1 m lang. 1 De lengte van UZ is 1 = 9 m en de lengte van YZ is 1 = m. 5 cm 46 cm cm fotograaf 4 Het model is met factor 46 : = 1 vermenigvuldigd. Dan is de afstand tussen de fotograaf en de echte auto ook 1 keer de afstand tussen de fotograaf en het model en dat is 5 1 = 55 cm. De afstand tussen de auto s is dan 55 5 = 500 cm. 4 Hoofdstuk - Gelijkvormigheid 67

68 Hoofdstuk - Gelijkvormigheid Test jezelf T-1a maten kleine envelop in cm PQ = 14 PS = 10 RT = 8 maten grote envelop in cm AB = 4 AD = 0 CE = 4 De factor ij het vergroten van de kleine envelop naar de grote envelop is 4 : 14 =. c De hoogte van de vergroting wordt 1 dm en dat is 5 cm. De factor van de kleine envelop naar de vergroting is 5 : 10 =,5. d De reedte van de envelop van opdracht c wordt 14,5 = 5 cm. T-a Bij deze vergroting hoort de factor 5 : 10 =,5. De oppervlakte van de vakantiefoto is 7 10 = 70 cm. De oppervlakte van de vergroting is 70,5 = 47,5 cm. c De oppervlakte is met 5670 : 70 = 81 vermenigvuldigd. De zijden zijn dan met 9 vermenigvuldigd, want 9 9 = 81. De hoogte van de vergroting is 7 9 = 6 cm. De reedte van de vergroting is 10 9 = 90 cm. T-a In driehoek KLM is /M = 180 106 = 4. In parallellogram KLMN is dan /K = /M = + 4 = 74. Op dezelfde manier geldt in parallellogram PQRS dat /P = /R = 74. De parallellogrammen KLMN en PQRS zijn gelijkvormig omdat de overeenkomstige hoeken 106 en 74 zijn en de overeenkomstige zijden met dezelfde factor 0 1 1 1 : = 16 : 10 = 16, of 1 : 0 = 10 : 16 = 0, 65 vermenigvuldigd zijn. De lengte van diagonaal PR is 18 1,6 = 8,8 cm. c De zijden van parallellogram WXYZ worden 0 0,6 = 1 cm en 16 0,6 is 9,6 cm. De tekening hieronder is op schaal 1 :. T-4a W Z 106 1 cm X nabc is gelijkvormig met njkl, want de overeenkomstige hoeken zijn gelijk. ndef is gelijkvormig met npqr, want de overeenkomstige zijden zijn met de factor 1,75 of ongeveer 0,57 vermenigvuldigd. nghi is gelijkvormig met nmno, want de overeenkomstige zijden zijn met de factor 4 of 0,5 vermenigvuldigd. 9,6 cm Y

T-5a Er geldt /A + /B 1 = 90 en /A + /C = 90, dus /C = /B 1. In nabd en nbcd geldt /D = /D, /B 1 = /C en /A = /B, dus de overeenkomstige hoeken zijn gelijk en de driehoeken zijn gelijkvormig. c Ook nabc is gelijkvormig met nabd. T-6a d zijden van nabd AB = 80 BD = 48 AD = 64 zijden van nbcd BC =... CD =... BD = 48 c d e De factor van nabd naar nbcd is 48 : 64 = 0,75. De lengte van BC is 80 0,75 = 60 en de lengte van CD is 48 0,75 = 6. De overeenkomstige hoek van /D is /H en de overeenkomstige hoek van /F is /B. De overeenkomstige zijde van EF is AB en de overeenkomstige zijde van CD is GH. De vierhoeken ABCD en EFGH zijn niet gelijkvormig. De overeenkomstige hoeken zijn wel even groot, maar de factor is telkens verschillend, namelijk (1,5 + 6,5 +,5) : 6,5 < 1,615 en 10,8 : (,6 +,6) = 1,5 en 6 : = en,6 :,6 = 1. Ja, driehoek GHI is gelijkvormig met het driehoekige raam, want de factor is hetzelfde namelijk : 1, =,6 : 1,44 = 4 : 1,6 =,5 of 1, : = 1,44 :,6 = 1,6 : 4 = 0,4. De deur en het raam zijn niet gelijkvormig. De hoeken zijn wel allemaal 90, maar de afmetingen van de deur met factor 1, vermenigvuldigen geeft een raam van 1, meter ij,5 meter. T-7 De factor van de foto naar de lijst is 4 : 0 = 1,. De lijst is 0 1, = 6 cm hoog. Onder en oven de foto lijft in de lijst (6 0) : = cm over. Naast de foto lijft in de lijst aan iedere kant (4 0) : = cm over. T-8 De driehoeken ABC en CDE zijn gelijkvormig omdat de overeenkomstige hoeken gelijk zijn. zijden van nabc in passen AB =... BC = 40 zijden van ncde in passen DE = 8 CD = 15 De factor van ncde naar nabc is 40 15 : =. Dus AB is 8 = 74 passen. Deze rivier is 74 60 = 4480 cm of 44,8 meter reed. Hoofdstuk - Gelijkvormigheid 69