29 Parabolen en hyperbolen



Vergelijkbare documenten
Hoofdstuk 2 Functies en de GRM. Kern 1 Functies met de GRM. Netwerk Havo B uitwerkingen Hoofdstuk 2, Functies en de GRM 1. 1 a. b Na ongeveer 6 dagen.

Extra oefening en Oefentoets Helpdesk

Eindexamen wiskunde B pilot havo I

Uitwerkingen voorbeeldtentamen 1 Wiskunde B 2018

9e editie. Moderne wiskunde. Uitwerkingen Op stap naar 4 havo. Dick Bos

Hoofdstuk 4 - Machtsfuncties

Noordhoff Uitgevers bv

Hoofdstuk 4 - Machtsfuncties

3.1 Kwadratische functies[1]

UNIFORM HEREXAMEN MULO tevens 2 E ZITTING STAATSEXAMEN MULO 2007

Blok 1 - Vaardigheden

Hoofdstuk 2 - Kwadratische functies

opdrachten bij hoofdstuk 7 Lijnen cirkels als PDF

Hoofdstuk 1: Formules en grafieken. 1.1 Lineaire verbanden

d. Met de dy/dx knop vind je dat op tijdstip t =2π 6,28 het water daalt met snelheid van 0,55 m/uur. Dat is hetzelfde als 0,917 cm per minuut.

Paragraaf 11.0 : Voorkennis

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: functieverloop. 22 juli dr. Brenda Casteleyn

Oef 1. Oef 2 Geef het functievoorschrift van g, h en k als a = 1

3.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

Hoofdstuk 9: Allerlei functies. 9.1 Machtsfuncties en wortelfuncties. Opgave 1: a. Opgave 2: a. de grafiek van y2. ontstaat uit die van y 1.

Hoofdstuk 1 - Functies en de rekenmachine

Blok 3 - Vaardigheden

Hoofdstuk 4 Machtsverbanden

Eindexamen havo wiskunde B pilot II

Voorkennis. 66 Noordhoff Uitgevers bv 11 0, en y = = ,33 = y = 4x(x 2) y = 19x(1 2x) y = 3x( x + 5) y = 4x(4x + 1)

3.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Hoofdstuk 6 - Vergelijkingen

Verbanden en functies

Hoofdstuk 4 - Machtsfuncties

Samenvatting Wiskunde B

Noordhoff Uitgevers bv

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

1BK2 1BK6 1BK7 1BK9 2BK1

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: cirkel en parabool 11/5/2013. dr. Brenda Casteleyn

H28 VIERKANTSVERGELIJKINGEN

Eindexamen wiskunde b 1-2 havo II

Hoofdstuk 12A - Grafieken en vergelijkingen

Hoofdstuk 1 - Functies en de rekenmachine

Examen HAVO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

DEZE TAAK BESTAAT UIT 35 ITEMS. INDIEN NIET ANDERS VERMELD, IS ELKE VARIABELE EEN ELEMENT VAN. Ontbind x 4 1 in zoveel mogelijke factoren.

Eindexamen wiskunde B havo I

Hoofdstuk 4 - Periodieke functies

WISKUNDE 5 PERIODEN. DATUM : 4 juni Formuleboekje voor de Europese scholen Niet-programmeerbare, niet-grafische rekenmachine

5. Lineaire verbanden.

= 5, t 7. = 36 en t 8. e 32, 64, 128 f 8 3 4, , = 13, t 9. = 8, t 8. = 21, t 10. = 37, t 8

Hoofdstuk 1 - Functies en de rekenmachine

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 donderdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Zo n grafiek noem je een dalparabool.

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

Gebruik de applet om de vragen te beantwoorden. Beweeg punt P over de cirkel.

Paragraaf 2.1 : Snelheden (en helling)

Noordhoff Uitgevers bv

Exponenten en Gemengde opgaven logaritmen

Met behulp van deze gegevens kan worden berekend welke maximale totale behoefte aan elektrische energie in Nederland er voor 2050 wordt voorspeld.

Bij alle verbanden geldt dat je, als je een negatief getal in een formule invult, je altijd haakjes om dat getal moet zetten.

Eindexamen wiskunde B vwo I

Tussendoelen wiskunde onderbouw vo vmbo

Examen havo wiskunde B 2016-I (oefenexamen)

Noordhoff Uitgevers bv

Het opstellen van een lineaire formule.

Functies. Verdieping. 6N-3p gghm

De onderstaande waarden in de tabel zet je dan netjes uit in een xy-assenstelsel: naar boven, een negatief getal schuift de parabool naar beneden.

H23 VERBANDEN vwo de Wageningse Methode 1

de Wageningse Methode Antwoorden H23 VERBANDEN VWO 1

Paragraaf 7.1 : Lijnen en Hoeken

Eindexamen vwo wiskunde B pilot II

Noordhoff Uitgevers bv

Voorbereidende sessie toelatingsexamen

Noordhoff Uitgevers bv

1 Middelpunten. Verkennen. Uitleg

6 a 22,5 gram b v = 1,5m. 7 a 1,95 kg b g = 0,78 v c 13 / 0,78 16,7 dm 3. 8 a. b p = 200d

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: goniometrie en meetkunde. 22 juli dr. Brenda Casteleyn

De twee schepen komen niet precies op hetzelfde moment in S aan.

Samenvatting Wiskunde Hoofdstuk 1 & 2 wisb

Eindexamen vwo wiskunde B 2013-I

Oef 1. Oef 2. Ontbind, indien mogelijk, de veeltermen in factoren.

Domein A: Inzicht en handelen

6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:

wiskunde B pilot havo 2016-I

11 ) Oefeningen. a) y = 2x 1 f) y = x 2 + 3x 4. b) y = 1 3 x2 x g) y = 1 x 2. c) y = x 3 x 2 +1 h) y = 6. d) y = x 2 4 i) y = x 2 5.

wiskunde B pilot vwo 2016-II

Eindexamen wiskunde B pilot havo I

de Wageningse Methode Antwoorden H25 RUIMTELIJKE FIGUREN IN HET PLAT VWO 1

Hoofdstuk 2 - De kettingregel

8.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Bereken het snijpunt van 3x + 2y = 6 en -2x + y = 3

Hoofdstuk 6 - Werken met algebra

Noordhoff Uitgevers bv

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: cirkel en parabool. 16 september dr. Brenda Casteleyn

Wiskunde 20 maart 2014 versie 1-1 -

Transcriptie:

39 0 1 9 Paraolen en hyperolen 6 5 5 6 3 3 1 5 h = 0,065 0 = 100 meter + (5 ) = 5 6,5 ; 5 ; 56,5 ; 100 meter ( 3 9 ) + (3 ) = 8 16,96.. afstand PE < afstand P tot de x-as Nee! y (alleen als y > 0) 0,065 35 = 76,565, dus 107 76,565 = 30,375 meter x + (y ) y = x + (y ) y = x + y y + x = y of ook: y = 3 x + 1

3 37 38 3: y = 3, dus 3 = 3x + 1, dus x = 8, dus x =,83 of x = - -,83 : y =, dus = 3x + 1, dus x = 1, dus x = 3 3,6 of x = - 3-3,6 5: y = 6, dus 6 = 3x + 1, dus x = 0, dus x = 5,7 of x = - 5,7 P: de afstand tot E is 85 16,3 de afstand tot k is 3 1369 Q: de afstand tot E is 16 = 93 de afstand tot k is 93 Dus Q ligt even ver van E als van k. 6609 R: de afstand tot E is 16 = 63 de afstand tot k is 63 Dus R ligt even ver van E als van k. c = 1 0,1 0 0,1 0, 1 0 1 8 0 8 c = c = / De afstand tot k is: y + 3 De afstand tot E is: x + (y Dus (y + 3) = x + (y 3) 1 ) c = -/ c = -1 y + 1y + 9 = x + y 1y + 9 c = - Dus: y = x dalparaool als: c > 0 ergparaool als c < 0 Ze zijn elkaars spiegeleeld in de x-as. De rechte lijn y = 0 (de x-as).

35 36 5 6 t = 300:10 = 1 uur v t = 300-1 0 1 3-1 0 1 3 5 -(x 6x) = -((x 3) 9) = -(x 3) + 18, top: (3,18) - -3 - -1 0 1 x = 3 (1,3) voldoet, dus 3 = c 1, dus c = 3 Als v klein is De grafiek daalt steeds minder snel. a = 1, = -, c = -, dus D = + 16 = 18 en D = 3 x = +3 = of x = 3 = - (-5,) voldoet,dus = c (-5). dus c = (3, 3) voldoet, dus c = - 5-5 - -3 - -1 0 1 a = - -1 0 1 x + 3x = 18 (gekwadrateerd) x + 3x 18 = 0 (x + 6)(x 3) = 0 x = -6 of x = 3 y = 0 als x = 100, dus: 0 = a 100 5 100, dus a = 500 D = 9 p twee oplossingen als D > 0, dus als p < 3 één oplossing als D = 0, dus als p = 3 geen oplossingen als D < 0, dus als p > 3 Vanwege symmetrie wordt de grootste hoogte ereikt als x = 50. Dan is y = 1500, dus 1500 meter x + (x + k) = heeft één oplossing, dus x + kx + k = 0 heeft D = 0 a =, = k, c = k D = (k) (k ) = 0 -k + 16 = 0 Dus k = of k = - (5,) moet op de grafiek liggen, dus = c 5, dus c = 5 één eenheid naar rechts

7 8 33 3 één eenheid naar links schuiven = = 1 = -1 = - -5-11 1 1 3 1 1 A: top (0,) y = c(x 0) + = cx + (1,1) erop, dus 1 = c 1 +, dus c = -1 vergelijking A: y = -x + B: top (-,3) y = c(x + ) + 3 (0,1) erop, dus 1 = c + 3, dus c = -1 vergelijking B: y = -1(x + ) + 3 y = c (x 1) 0 = c ( 1), dus c = vergelijking: y = (x 1) De grafiek ij de formule y = -1(x ) krijg je uit die ij y = -1x door eenheden naar rechts te schuiven. C: top (-1,-) y = c(x + 1) (0,-) erop, dus: - = c 1, dus c = vergelijking C: y = (x + 1) D: top (-1,0) y = c(x + 1) (0,1) erop, dus: 1 = c 1, dus c = 1 vergelijking D: y = (x + 1) (x 1) = 3x x x + = 3x x 7x = 0 x(x 31) = 0 x = 0 of x = 31 snijpunten: (0,0) en (31,101) 3x + p = x x heeft één oplossing. x 7x p = 0 heeft discr = 0 9 + 8p = 0 p = -67 1 7-1 - -1 De grafiek ij de formule y = -1 (x ) + 3 krijg je uit die ij y = -1 (x ) door 3 eenheden naar oven te schuiven.. 3 eenheden naar links eenheden naar eneden y = (x + 11) 3 + = (x + 11) 3 top: (-11, -3) y = -(x x) + 6 = -((x ) ) + 6 = -(x ) + 10 top: (,10) a = 3, = 10, c = 3, dus D = 6 x = 10+8 = - of x = 6 108 = -3 6 a =, = -5, c = 3, dus D = 1 x = 5+ 1 = 11 of x = 5 1 = 1 a = 1, = -8, c = D = 6 88 < 0, dus de vergelijking heeft geen oplossingen a = -5, =, c = -K, dus D = 0 Er is één oplossing: x = = 10 5

31 3 9 10 y = c x 3 = c 3, dus c = en vergelijking is: 16 y = 16 3 x C = -0(x 3x) = -0((x 11) 3) = = -0(x 11) + 5 top: (11,5) ergparaool Eén van de punten heeft een eerste coördinaat x = 3, dan y = 3 7 3 = 16 16 7 Dus (3, ) en (-3, 7 ) 16 16 x = 11 C = 5 (,3) (-3,-) De grafiek van (x + 1) + y = is paraool De grafiek van (x + 1) + y = is cirkel De grafiek van (x + 1) + y = is De grafiek van (x + 1) = 0 is De grafiek van x = /y lijn lijn hyperool (0,3) (-3,0) (3,) (3,) De laatste want 0 = ( + 1) + y = cx en (50,61 ) voldoet, dus: 61 = c 50 1 dus c = 1000

11 1 9 30 a = 00 en = 0 y = x + x + 61 = c (50 00), dus c = 1 360 y = (x + ) 3 = (x + ) 7 y = x + 8x 6 = ( ) x + x 3 = ((x + ) ) 7 = (x + ) 1 (-,-1) 5 = c, dus c = 0 3 p = 0, dus p = 6B ar C = 0,980,619 =,1666 Volume = h 0,3 π Dus: h 0,09π p =,1666, dus op twee decimalen: p h = 7,8 y = 3(x 3) + C y = 1(x + 6x + ) = 1((x + 3) 9 + ) = 1(x + 3) 1 p 5 = 7,8 p =,63 ar dalparaool met top (3,) y = -(x 3) + ergparaool met top (3,) D De top is dus: (, -3-1 ). -(x x) = -((x 1) 3) = -(x 1) + 3 h 3 = 7,8, h =,61dm, dus 6,1 cm hoog y = (x + ) 3 B De top is (1, 3) 0 = 6B, dus als v > 6B 3 dalparaool met top (-,-3) y = -(x 5) E y = -((x 1) 63) + 1 = = -(x 1) + 11 + 1 = = -(x 1) + 131 ergparaool met top (5,-) Top is (-3,),dus een vergelijking is A: y = c(x + 3) + (-1,0) ligt op A, dus: 0 = c( 1 + 3) +, dus c = -1, dus een vergelijking van A is: y = -1(x + 3) + De top is: (1,131) De top is: (-,) Inhoud = π 0,3 8,619 dm 3

7 8 13 1 x + (y + 1) = 9 ; middelpunt (0,-1), straal 3 START x + (x + 3) = 9 x + x + 6x + 9 = 9 x(x + 3) = 0 x = 0 of x = -3 snijpunten (0,) en (-3,-1) neem een waarde voor x trek er 1 van af kwadrateer neem het tegengestelde x = 5 + 5 5 5 + = + 16 5 15 1 x = = 5 5 15 = + = 5 16 5 5 5 5 = 0 (-1) 5-1 5 = 11 + 11 5 = 0 Klopt! x = x + x x = 0 (x )(x + 1) = 0 x = of x = -1 snijpunten (,) en (-1,1) x + y + y = 8 en x = y, dus: y + y + y = 8, dus y + 3y 8 = 0 3+ 1 3 1 y = of y = Alleen de eerste voldoet, dus y 1,70 tel er ij op je het nu de waarde van y ij x KLAAR alle waarden kleiner of gelijk aan x x 5 = 0 (x + 1)(x 5) = 0 x = -1 of x = 5 snijpunten (-1,0) en (5,0) 11 11 8 11 11 96 11 5 x = + = + = + = 1 of 6 36 3 6 36 36 6 6 x = 11 6 9 x = + 5 9 x = 5 11 8 11 5 = = 3 36 3 6 6 9 of 5 5 9 5 5 9 81 0 9 1 9 x = + = + = + 10 100 100 10 100 10 x = 9 10 1 10 1 1 10 1 of (x 1)(x + 3) = 0 x = 1 of x = -3 x = + of x = 1 = 3 3 + = 1+ 1 = 1+ = 1 x + x + 5 = (x + ) + 5 = (x + ) + 1 = 0, dus (x + ) = -1 en dat kan voor geen enkele x. y = -x + x + 3 = = -(x x) + 3 = = -((x 1) 1) + 3 = = -(x 1) + top (1,) De symmetrie-as loopt precies tussen deze twee punten, dus x =. Als x =, dan, dan y = 9, de top is: (,9). x = a + a c a of x = a c a a x = + 5 = 1 of... maar -1 estaat niet

15 16 5 6 stap 1: = a a a stap : c a = a a ac a stap 3: twee reuken met dezelfde noemer optellen: de noemer zo laten en de tellers optellen. - =- = -8-8 = - 16 = - = -8-1 3 = - 5 16 = -8, 5 π -,6 = -8,17 dus alleen het laatste niet. a a = a en -a -a = a De wortel van een getal is niet negatief. Discriminare (Latijn) etekent: onderscheid maken. (Hier: tussen het aantal oplossingen ) Als a > 0 en: a a + D a D a = = a a + D a D a Als a < 0 en: 1.. a a D = 1 3 = -8 D D + = + a a a D D = a a a D = 3-1 = 17 (, ) - (0, ) -0, (00, ) -0,0 (000, ) -0,00 a + a 1 = 0 (a + )(a 3) = 0 a = -, dan a + 1 = -3, geeft snijpunt (-,-3) a = 3, dan a + 1 =, geeft snijpunt (3,) (-,-3) en (3,) 3. 1.. 3. D = 0 5 = 0 geen oplossingen 3+ 17 x = en x = 0 x = 8 = -1 3 17 Dan staat er een lineaire vergelijking. de y-as y = Bx + x(bx + ) = 1 Bx + x 1 = 0 x + 3x 18 = 0 (x + 6)(x 3) = 0 x = -6 of x = 3 Snijpunten (-6,-) en (3,)

3 17 18 keer zo groot Bij vergrotingsfactor wordt de oppervlakte keer zo groot. a =, =, c = -1, dus D = en D = 6 + 6 6 x = = of x =, dus x = -1 + 1 6 of x = -1 1 6 a = 7, = -6, c = 1, dus D = 8 en D =. 6+ 3 x = = + 1 of x = 3 1 1 7 7 7 7 m m 1 m 0 m -1 m - a = 7, = -6, c =, D = -0 Geen oplossingen want D < 0. 5,5 7,50 0,3 = 13,39 euro 0 5 = 10-10 - 10 = 10 8 13 = 10-11 -7 10, dus alleen het eerste punt niet. a = 1, = -3, c = -1, dus D = 18 en D = 3. x = 3 + 3 of x = 3 3 x x + 1 = 0, dus a =, = - en c = 1 x = x x x = 0 x(x 1) = 0, dus x = 0 of x = 1, dus (0,0) en (1,1) zijn de snijpunten met m 0 6 5 - - D = 0, dus er is één oplossing: x = 1 x 3x + = 0, D = 9 16 < 0, dus er zijn geen oplossingen. x = x + x x = 0 (x + 1)(x ) = 0, dus x = -1 of x =, dus (,) en (-1,1) zijn de snijpunten met m k = 0,5 x y 13,5 = 0,5 6 y, dus y = 9 ( 10, 10) en (- 10,- 10) -3x + 5x = 0, a = -3, = 5, c = 0, dus D = 5. 5+ 5 5 5 x = = 0 of x = = 1B 6 6 x = x x x + = 0 ; D < 0,dus er zijn geen snijpunten met m - Alle heen rc 1. Wat is de reedte van een lokaal waarvan lengte 6 m is en het schoonmaken 13,50 kost. y = 1x (of y = x) x + 3 = of x + 3 = - x = 1 of x = -7 8,0 = 0,3 euro per m 8,3, a 1a = 10 a = 0 x + 1 = x + 3 of x + 1 = -x 3 x = - of x = 1 a = 5 of a = - 5 Dus: ( 5, 5) en (- 5, - 5) (x + 5(x + 1) = 0 x = -5 of x = -1 1 8 = -7 1 = -3 1 0 = 1 1 + = 5

19 0 1 (-1) - -k = 1 + k Als 1 + k = 0, dus als k = -3 x x + 3 = 0 (x 1) = 0 x = 1 Dus(1,3) x x + 1 = kx x x kx + 1 = 0 x ( + k)x + 1 = 0 a = 1, = -(k + ), c = 1 D = (-(k + )) = ( + k) Als k = 1, dan D = 5, dus twee snijpunten D = 0, dus ( + k) = + k = of + k = - Dus k = 0 of k = -. k =3 a = 3, = 3, c = -6 3, dus D = 81. raaklijn k = 1 x = 39 3 = - 3 of x = 3+9 3 = 3 x + 5x + = 0 (x + 1)(x + ) = 0 k = - k =0 x = -1 of x = - 18 m D = k 16 Omdat 0 = k 0 klopt, wat je ook voor k neemt. k = 0 k = -1 De verticale lijn. D = 0 als k = of k = - x + x + = 0 (x + ) = 0 x = - (Dus er is inderdaad één oplossing als k =.) 0 m 5 m Het een is het duele van het andere. Bij schaal 1 : 50 is de werkelijke afstand keer zo groot als ij 1 : 100