De inhoud van de ingezonden reactie is, behoudens de nummering, ongewijzigd en ongeredigeerd overgenomen.

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De inhoud van de ingezonden reactie is, behoudens de nummering, ongewijzigd en ongeredigeerd overgenomen."

Transcriptie

1 REACTIE OP: INVERSIETRAUMA VAN DE ENKEL, ontstaansmechanismen, risicofactoren en preventie. C. Riezebos, A. Lagerberg, Versus, 16e jaargang 1998, no.1, pp De onderstaande reactie bereikte ons na een briefwisseling met de firma Bauerfeind. Er werd ons geen toestemming gegeven deze briefwisseling integraal te plaatsen, maar men liet aan ons over de reden van deze inzending te verwoorden. Deze reden ligt in het feit dat wij in het hierboven genoemde artikel over het inversietrauma de Malleoloc kwalificeerden als een "verkeerd om ontworpen orthese". In onderstaande reactie vindt U diverse door ons genummerde passages waarop wij ons commentaar zullen geven. Dit betekent niet dat wij het (geheel) eens zouden zijn met de niet geannoteerde delen. Wij hebben echter een selectie gemaakt om ons weerwoord op deze reactie zo systematisch en overzichtelijk mogelijk te houden. De inhoud van de ingezonden reactie is, behoudens de nummering, ongewijzigd en ongeredigeerd overgenomen. Een commentaar van Prof. H. Zwipp en Prof. W. Krause De auteurs C. Riezebos en A. Lagerberg publiceerden in het Tijdschrift voor Fysiotherapie, 16e jaargang 1998/1 een mededeling over trauma door binnenwaartse draaiing van het spronggewricht. (1) Hierbij een commentaar: allereerst iets over de anatomie. Inderdaad ligt de talus met zijn gewrichtsvlakken vast in de malleolus van het onderbeenbot. Maar dit is uitsluitend het geval als de stand van de voet haaks is. Hoe verder de voet gestrekt is, des te meer bewegingsvrijheid krijgt de talus. Dit komt door het trapeziumvormige oppervlak van de talus. Want het ventrale talusdeel is breder dan het dorsale deel. Het mediaal gelegen ligamentum deltoideum heeft geen contact met de talus zelf. Het ligamentum calcaneofibulare aan de zijkant nog minder. De banden schuiven over de talus heen en fixeren de malleolus tegenover de daaronder gelegen calcaneus. Het ligamentum deltoideum is waaiervormig en heeft alleen om die reden al geen unidirectioneel effect op de fixatie van de malleolus medialis. Het ligamentum calcaneofibulare verloopt niet loodrecht omlaag, maar verloopt van het uiteinde van de fibula naar dorsaal, d.w.z. de benige aanzet ervan ligt achter de bewegingsas en kan daardoor ook het functioneren van het achterste onderste spronggewricht verzorgen. Wat betreft de bewegelijkheid in het achterste onderste spronggewricht (tussen talus en calcaneus) kunnen we zeggen dat deze al betrekkelijk gering is (gezien de driedimensionaal S-vormig op elkaar gerichte gewrichtsvormen). Een sterke binnenwaartse draaiing in dit gewricht (2) is alleen mogelijk als de bandverbindingen al niet meer intact zijn. Bovendien moet over de functionele anatomie worden gezegd dat nu eenmaal juist is dat bij binnenwaartse rotatie van het been (3) de kans op inversie van de voet, dat wil hier echter - pathologisch gezien - zeggen: de kans op het wegdraaien van de talus uit het enkelgewricht, relatief groot is. Dit heeft echter een zeer eenvoudige reden - het totale lichaamsgewicht moet dan namelijk worden opgevangen door de gei"nverteerde voet. Anderzijds kan zich bij een buitenwaarts roterend been natuurlijk ook een buitenbandruptuur voordoen (4). Met name als de oorzaak van het ongeval zeer plotseling en zonder spiercontrole plaats vindt (b.v. als men in een gat stapt). Daarbij komt het slechts uiterst zelden tot een ruptuur, omdat het lichaamsgewicht dan niet door dit been - dat in een omzwikstand is beland - hoeft te worden gedragen. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat de ruptuur van de voorste band aan de buitenzijde niet optreedt bij een haakse voetstand (vooropgezet dat er niet al sprake is van chronisch slappe banden!), maar alleen als de voet een ietwat gestrekte stand van zo'n 10 tot 30 ten opzichte van het onderbeen heeft (5). In die positie staat het ligamentum fibulotalare anterius onder maximale spanning. Het is niet zo dat deze band exact loodrecht naar voren verloopt; hij verloopt naar voren met de voetzool in een hoek van ergens tussen 10 en 30. Dat is exact de aanspanstand bij de beschreven belasting van de voet in gestrekte stand.

2 Neurofysiologisch bezien kan over de Malleoloc orthese worden gezegd dat daarmee door middel van uitwendige bescherming wordt getracht om de proprioceptie te verbeteren (6). Het is biologisch en ook functioneel aannemelijk dat proprioceptieve krachten zich dáár bundelen waar zij effectief zijn, ofwel waar zij het best en het snelst de juiste bescherming - lees spierkracht - kunnen bieden. Een zuiver statisch-mechanische benadering van beschermende maatregelen bij instabiliteit schiet zonder meer tekort. Naast enkele onjuiste interpretaties op anatomisch gebied (7) bevat het artikel een paar onjuistheden ten aanzien van de pathomechanica en de pathofysiologie van het ontstaan van de fibulaire bandruptuur. Een zuiver inversietrauma - als getoond in Fig. 3 - komt in werkelijkheid slechts bij hoge uitzondering voor (8). In de literatuur spreken de meeste auteurs als het over het ontstaan van een fibulaire bandruptuur gaat van een supinatie-, adductie-, inversietrauma. Dit houdt in dat de voet niet in een haakse stand omknikt, maar in de regel, bijvoorbeeld als iemand in een gat stapt (9), vanuit plantaire flexie in de supinatie-, adductie-, inversie-kanteling. Dit verklaart ook waarom meestal als eerste het ligamentum fibulotalare anterior scheurt, en uit eigen onderzoek is bekend dat het ligamentum fibulocalcaneare zelden is meegescheurd. Terwijl talrijke auteurs geïsoleerde ruptuur van het ligamentum fibulo-calcaneare niet beschrijven, nam Bouretz dit waar in 3% van de gevallen. In een eigen analyse werd dit type letsel bij gecontroleerde intra-operatieve diagnoses van gevallen van acute ALRI-- OSG slechts gezien in 0,4% van de gevallen. Alleen deze extreem zeldzame waarneming van een geïsoleerde ruptuur van het ligamentum fibulo-calcaneare voldoet aan de eisen van een zuiver inversietrauma. Rubin en Witte hebben vastgesteld dat bij passieve adductie van de rechthoekig gepositioneerde voet van alle banden als eerste het ligamentum talo-calcaneare interosseum scheurt (10). Bij pure inversiedruk wordt deze band - naast het ligamentum fibulo-calcaneare - maximaal aangespannen, zodat hij partieel scheurt en chronisch verlengd raakt, en er eventueel chronische, geïsoleerde instabiliteit van het achterste, onderste spronggewricht ontstaat. De auteurs Mazzinari en Bertini vergelijken deze extreem belangrijke band van het achterste, onderste spronggewricht met de kruisbanden van het kniegewricht. In de besproken studie wordt aan deze band evenwel geen enkele aandacht geschonken (11). Een tweede kritische kanttekening betreft de genoemde risicofactoren voor het ontstaan van distorsie van het spronggewricht. De hypothese dat lichte binnenwaartse heuprotatie en/of lichte inversie van het onderste spronggewricht tot een toename van het aantal spronggewrichtdistorsies, resp. fibulaire bandrupturen zou voeren, is - zo blijkt uit eigen klinische ervaring en uit bestudering van de literatuur - niet houdbaar (12). Door een groot aantal auteurs - evenals in eigen epidemiologisch onderzoek bij gevallen - is aangetoond dat 93,9% van alle patiënten met een fubulaire bandruptuur niet ouder is dan 40 jaar. De absolute top voor de frequentie ligt tussen 15 en 20 jaar, ofwel in de jeugdige prestatiegroep, met in 50,5% van de gevallen als oorzaken sportbeoefening in de vrijetijd of in schoolverband. De verhouding tussen verse fibulaire bandrupturen en distorsies (stabiele bandstructuren) is volgens deze studie 1 : 1, zodat ook de distorsies in meer dan 90% van de gevallen op jonge patiënten betrekking hebben. Omdat slechts 6,1% van alle patiënten boven de 40 jaar een fibulaire bandruptuur krijgt en omdat coxartrose in die leeftijdsgroep aannemelijker is dan bij jonge patiënten, is de door de auteurs genoemde vermoedelijke etiologie van risicofactoren bij het ontstaan van distorsie van het spronggewricht niet meer dan een hypothese, en niet verenigbaar met de genoemde klinische waarnemingen. Ook de tweede onderstelling, dat een beperkte binnenwaartse draaiing in het onderste spronggewricht 50% van de distorsies van het spronggewricht zou kunnen verklaren (13), wordt niet bevestigd door klinische waarnemingen. Een beperking van de binnenwaartse draaiing in het onderste spronggewricht zal in de meeste gevallen na een intra-articulaire calcaneusfractuur waarneembaar zijn, omdat dit de meest voorkomende oorzaak is van een beperkte bewegelijkheid van het achterste deel van de voet. In een eigen overzicht van 300 calcaneusfracturen is gedurende een observatieperiode van 5 jaar niet één patiënt met een verse fibulaire bandruptuur gezien. In zoverre blijft van de theoretische overweging niet meer over dan een hypothese zonder enige klinische betekenis. Een derde kritische opmerking betreft het functioneren van de Malleoloc orthese. Deze orthese is niet, zoals de auteurs zeggen, bedoeld om een tapeverband te vervangen, maar volgt het wetenschappelijk geaccepteerde principe van stimulering van de proprioceptie. De Malleoloc orthese heeft dus een geheel andere functie dan stabilisatie (14). In eigen experimenteel onderzoek is overigens aangetoond dat zelfs een tapeverband als afgebeeld in het artikel ontoereikend is om een mechanisch instabiel spronggewricht tegen zijwaartse druk te beschermen (15).

3 In een prospectief, gerandomiseerd onderzoek bij basketbalspelers is verder nog eens aangetoond dat alleen het regelmatig trainen van de proprioceptie tijdens rondspelen van de bal (als therapie) tot dynamische stabilisatie van een spronggewricht leidt. Het ter bescherming aangelegde tapeverband is minder goed in staat fibulaire bandrupturen te voorkomen dan een proprioceptief getraind spronggewricht zonder tape. Bevordering van de proprioceptie verdient een belangrijker plaats dan alle andere maatregelen (16). Literatuur op aanvraag verkrijgbaar bij de auteurs. Prof. Dr. Zwipp, Dresden - Directeur Unfallchir. Klinik Prof. Dr. Krause (em.) Lt. Med. Dir. Oberdörnbachshof Hofbieber Dupliek van de auteurs Wij danken U hartelijk voor Uw reactie. Wij zullen op de door ons genummerde tekstpassages nader ingaan. (1), (2) en (3) "... binnenwaartse draaiing van het spronggewricht" (1) "...binnenwaartse draaiing in dit gewricht..." (2) "...bij binnenwaartse rotatie van het been..." (3) U spreekt hier over binnenwaartse draaiing c.q. rotatie van het gewricht (1,2) doch ook van binnenwaartse rotatie van het been (3). Dat is onjuist. Wij spreken nergens in ons artikel over binnenwaartse rotatie van het been (ten opzichte van de voet) in relatie tot het inversietrauma. Wij bespreken de dwangmatige koppeling tussen de exorotatie (buitenwaartse rotatie) van het been ten opzichte van de belaste voet en de daarmee noodzakelijk gepaard gaande inversie in de enkel. Het probleem ontstaat in deze gevallen vaak door de verwarring tussen boven en onderliggend bewegen. Als de vrijhangende voet in de enkel in inversie wordt gebracht voert de calcaneus een endorotatie (binnenwaartse draaiing) uit ten opzichte van de talus. Maar als de belaste voet in inversie wordt gebracht draait de talus, meegenomen door de onderbeensvork en (met name) door het lig. talofibulare anterius, in exorotatie (buitenwaartse draaiing) ten opzichte van de calcaneus. Aangezien een enkeldistorsie niet optreedt bij een vrij hangende voet, bespreken wij in ons artikel uitsluitend de belaste situatie en daarbij is sprake van buitenwaarts draaien van het been ten opzichte van de voet. (4) "Anderzijds kan zich bij een buitenwaarts roterend been natuurlijk ook een buitenbandruptuur voordoen" (4) Nee, niet "ook", doch "uitsluitend". Bij een binnenwaartse draaiing van het been treedt immers geen buitenbandruptuur op. De enkel gaat hierbij namelijk in eversie (pronatie) en niet in inversie (supinatie). Vandaar dan ook dat wij bijvoorbeeld het door U besproken lig. deltoideum (gelegen aan de mediale zijde van de enkel) niet in onze beschouwing hebben betrokken. (5), (8), (9), (10) en (11) "Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat de ruptuur van de voorste band aan de buitenzijde niet optreedt bij een haakse voetstand (vooropgezet dat er niet al sprake is van chronisch slappe banden!), maar alleen als de voet een ietwat gestrekte stand van zo'n 10 tot 30 ten opzichte van het onderbeen heeft." (5). "Een zuiver inversietrauma - als getoond in Fig. 3 - komt in werkelijkheid slechts bij hoge uitzondering voor." (8). "...niet in een haakse stand omknikt, maar in de regel, bijvoorbeeld als iemand in een gat stapt..." (9) "Rubin en Witte hebben vastgesteld dat bij passieve adductie van de rechthoekig gepositioneerde voet van alle banden als eerste het ligamentum talo-calcaneare interosseum scheurt (10)". "In de besproken studie wordt aan deze band evenwel geen enkele aandacht geschonken "(11).

4 Het is zeker niet zo dat enkeldistorsies uitsluitend optreden als iemand "in een gat stapt", dus bij een "ietwat gestrekte stand van de voet van zo'n 10 tot 30 ten opzichte van het onderbeen". Een schoolvoorbeeld van een inversietrauma is het landen op de voet van een tegenstander zoals in ons artikel uitvoerig werd besproken. Daarbij is sprake van een "bult" in plaats van een gat en staat de voet zelfs eerder in dorsaalflexie dan in plantairflexie. Een andere veel voorkomende situatie waarin enkeldistorsies optreden is bij het spelen op (stroef) kunstgras (bijvoorbeeld bij hockey). In zo'n veld zitten geen gaten. De distorsie ontstaat hierbij zo snel omdat bij exorotatie van het been ten opzichte van de voet, deze voet (door de hoge wrijving) niet met het been over de onderlaag mee kan draaien. Dus draait het been ten opzichte van de voet naar buiten en dus gaat de enkel in inversie. Belangrijk in dit verband is in te zien dat de "strekstand" van de voet een beweging is in het bovenste spronggewricht (plantairflexie) en daar speelt de inversie (en dus ook het inversietrauma) zich helemaal niet af. De inversie vindt immers plaats in het onderste spronggewricht. Daar ging ons gehele artikel nu net over. De mate van plantairflexie speelt bij het ontstaan van dit trauma dan ook geen rol van betekenis. Dat bij een zuivere passieve adductie (dus een beweging om een in het enkelgewricht niet bestaande sagittale as) genoemde banden scheuren, wekt geen verwondering. Die beweging kan immers helemaal niet plaatsvinden en er is dus sprake van het forceren van een onnatuurlijke beweging. Dat is de essentie van ons artikel. De inversie vindt plaats om de - wel bestaande - scheve assen van het onderste spronggewricht, zoals we uitvoerig hebben besproken in ons artikel. Daarbij scheurt het lig. fibulotalare anterius en niet het lig. fibulocalcaneare noch het lig. talocalcaneare interosseum, (zoals ook door U meerdere malen in bovenstaande reactie wordt vermeld). Er is dan ook geen enkele reden deze banden wel te bespreken. Juist de afwezigheid van rupturen van deze banden laat zien dat er bij het inversietrauma volstrekt geen sprake is van een adductie beweging om een sagittale as: niet in het bovenste spronggewricht en evenmin in het onderste spronggewicht. (6), (14) en (16) "Neurofysiologisch bezien kan over de Malleoloc orthese worden gezegd dat daarmee door middel van uitwendige bescherming wordt getracht om de proprioceptie te verbeteren." (6). De Malleoloc orthese heeft dus een geheel andere functie dan stabilisatie (14) "Bevordering van de proprioceptie verdient een belangrijker plaats dan alle andere maatregelen." (16) In advertenties van de Malleoloc op Internet zijn de volgende zinsneden te vinden. Wij citeren uit de volgende "sites" (Internet-pagina's): (a) (b) In (a) staat in de kop van de advertentie: "Malleoloc by Bauerfeind, the stabilizing ankle orthosis". Daaronder: "Designed to prevent inversion and eversion". Even verder: "Stabilizing ankle orthosis specifically contoured to increase stability without restricting mobility". Weer even verder: " Fits anteriorly lateral to the malleolus and posteriorly medial to prevent outward rolling of the ankle joint". De tekst over de propriocepsis luidt: "Promotes proprioception, thus heightening sensory awareness in the ankle for increased joint stabilization". In (b) staat in de kop: "Malleoloc, the unique ankle brace that provides stability to weak ankle ligaments" Verderop: "Anatomically contoured design of this brace increases stability without restricting range of movement". De tekst over de propriocepsis luidt: "Design promotes proprioception because the heel and front of the foot has direct contact with the ground". (Alle cursiveringen door ons). Dat de Malleoloc een geheel andere functie zou hebben dan stabilisatie (14), wordt door bovenstaande citaten niet ondersteund. De grote nadruk die in bovenstaande reactie wordt gelegd op de propriocepsis (6) en (16) wordt op de genoemde webpagina's niet teruggevonden. (7) "Naast enkele onjuiste interpretaties op anatomisch gebied..." (7) Wij hebben deze "onjuiste interpretaties op anatomisch gebied" in ons artikel niet kunnen ontdekken.

5 (12) en (13) "De hypothese dat lichte binnenwaartse heuprotatie en/of lichte inversie van het onderste spronggewricht tot een toename van het aantal spronggewrichtdistorsies, resp. fibulaire bandrupturen zou voeren, is - zo blijkt uit eigen klinische ervaring en uit bestudering van de literatuur - niet houdbaar." (12). "Ook de tweede onderstelling, dat een beperkte binnenwaartse draaiing in het onderste spronggewricht 50% van de distorsies van het spronggewricht zou kunnen verklaren (13). Onze klinische waarnemingen naar het verband tussen een relatief geringe endorotatiemogelijkheid van de heup en het bestaan van c.q. risico op enkeldistorsies zijn anders dan die van U. Wij hebben regelmatig jonge sporters gezien waarbij dit verband duidelijk aanwezig was. (Bij een inversietrauma verrichten wij "standaard" een actief en passief bewegingsonderzoek naar de lenigheid van de heup naar endorotatie). In ons artikel beschrijven we een praktijkgeval daarvan (p.41 en 42). Deze beperkte rotatie kan zowel "van nature" bestaan (de variatie in de lenigheid naar endorotatie van de gestrekte heup is buitengewoon groot), als verworven zijn op basis van bijvoorbeeld een trauma tijdens het sporten. Waarom uitsluitend bij een arthrosis deformans een beperking in het gewricht gevonden zou kunnen worden ontgaat ons, evenals Uw gedachte dat er sprake zou zijn van een "hypothese". Wij begrijpen helemaal niet waar de zinsnede "Ook de tweede onderstelling, dat een beperkte binnenwaartse draaiing in het onderste spronggewricht 50% van de distorsies van het spronggewricht zou kunnen verklaren..." vandaan komt. Wij noemen nergens in ons artikel percentages en ook niet "de helft" of iets dergelijks. Daarnaast geldt hier hetzelfde als ten aanzien van de beperkte endorotatie van de heup. Beperkingen in het onderste spronggewricht bij sporters zijn veelvuldig te vinden, als je er tenminste systematisch naar kijkt. Met calcaneusfracturen heeft dat niets te maken, wél met: aangeboren lenigheid, bewegingsbeperkend schoeisel, vroegere traumata etc. (15) "In eigen experimenteel onderzoek is overigens aangetoond dat zelfs een tapeverband als afgebeeld in het artikel ontoereikend is om een mechanisch instabiel spronggewricht tegen zijwaartse druk te beschermen." (15). Het is natuurlijk ook helemaal niet de bedoeling van de door ons voorgestelde bandage om het gewricht tegen zijwaartse druk te beschermen. Deze druk heeft immers niets met het ontstaan van een enkeldistorsie te maken. Het gaat erom de exorotatie van het been ten opzichte van de voet te beperken om de mate van inversie - en dus de kans op een enkeldistorsie - te verminderen. Voor alle duidelijkheid laten we nog een keer zien welk probleem wij in dit verband hebben met het ontwerp van de Malleoloc. Bij een inversie van de voet draait de malleolus lateralis naar achteren en de mediale malleolus draait hierbij (dus) tegelijkertijd naar voren, of de voet hierbij nu in een lichte plantairfexiestand staat of niet. Dat komt doordat inversie in de enkel onverbrekelijk gekoppeld is aan exorotatie (buitenwaartse draaiing) van het been (I, II, IV). Dit hangt samen met het feit dat het onderste spronggewricht, functioneel gezien bestaande uit de gesloten kinematische keten van talus, calcaneus, os cuboideum en os naviculare, slechts één vrijheidsgraad bezit (I, II en IV). Terwijl het (onder)been in exorotatie wordt gedraaid ten opzichte van de voet, gaat de voet tegelijkertijd in de enkel in inversie. Ten opzichte van de vloer kantelt de voet tegelijkertijd over de laterale voetrand. Dat was, zeer beknopt, waar ons artikel over ging.

6 Wij tonen dit nogmaals gezien vanaf de voorzijde (figuur 1)(idem aan figuur 3 in ons artikel) en vanaf de laterale zijde (figuur 2) (deze figuur is niet in ons artikel opgenomen). Figuur 1. Exorotatie van het been ten opzichte van de voet is onverbrekelijk verbonden met een inversie in het onderste spronggewricht. a = neutraal b = exorotatie (van het been in de heup) en dus inversie (in het onderste spronggewricht) (Vergelijk met figuur 3). Figuur 2. a. neutrale stand b. inversie ten gevolge van exorotatie van het been (zoals in figuur 1b). c. en d. idem figuur a en b maar nu zonder schoeisel. De pijlen geven de afstand aan tussen de onderpunt van de malleolus en de achterzijde van de voet. De laterale malleolus draait dus bij inversie van de enkel naar achteren. (De mediale malleolus draait hierbij tegelijkertijd naar voren; hier niet weergegeven). Dit is geen theorie of hypothese, maar een feit dat door een ieder, wel of niet geschoold in het analyseren van bewegingen, gezien

7 kan worden. Wetenschappelijk onderzoek hiernaar is met name verricht door prof. Huson (I,II), Inman (III) (figuur 3) en van Langelaan (IV). Figuur 3. Volgens V.T. Inman: Exorotatie van het been veroorzaakt inversie (supinatie) van de voet. (Hier getoond aan het linkerbeen). A: binnenwaartse draaiing van het been veroorzaakt eversie (pronatie) van de voet. B: buitenwaartse draaiing van het been veroorzaakt inversie (supinatie) van de voet. In: Human Walking (III) Rose J., Gamble J (ed.) Chapter I (Human Locomotion), pp Williams & Wilkins (1994). Een brace die deze exorotatie van het been ten opzichte van de voet kan verhinderen (dus de enkel kan "stabiliseren") moet dus krachten leveren in een richting tegengesteld aan deze buitenwaartse draaiing. Omdat bij de Malleoloc de "loc(k)" (= "slot") lateraal voor de malleolus ligt en mediaal er achter, kunnen deze "locks" genoemde krachten niet leveren (figuur 4). Figuur 4. Omdat de lock van de Malleoloc vóór de laterale malleolus ligt kan deze niet verhinderen dat de laterale malleolus tijdens het inverteren van de enkel naar áchteren wegdraait (pijl). Hetzelfde geldt voor de áchter de mediale malleolus gelegen lock. Deze kan niet verhinderen dat deze malleolus naar vóren wegdraait (hier niet weergegeven). (De Malleoloc is door ons in de figuur ingetekend).

8 Voor alle duidelijkheid: wij hebben niet gesteld en bedoelen ook niet te zeggen dat de Malleoloc in het algemeen niet van nut zou kunnen zijn bij het voorkomen van een (herhaald) inversietrauma, of dat gebruikers niet tevreden zouden zijn over de orthese. Wellicht dat de genoemde proprioceptieve werking, of welke andere eigenschap van de orthese dan ook (bijvoorbeeld het verloop van de aan de orthese bevestigde Velcro banden), tot een bevredigend resultaat leidt. Dat zou kunnen blijken uit een goed opgezet, gerandomiseerd klinisch effectonderzoek waarin onderzocht wordt in hoeverre in het "dagelijkse sportgebruik" het gebruik van de Malleoloc de kans op een (herhaald) inversietrauma vermindert. Dat laatste geldt uiteraard ook voor de in ons artikel voorgestelde tapebandage. C. Riezebos A. Lagerberg LITERATUUR I. Huson A. Een ontleedkundig functioneel onderzoek van de voetwortel. (diss.) Rijks Universiteit Leiden (1961). II. Huson A. Bewegingen van en in de voet. Videoproductie Rijks Universiteit Leiden. III. Inman V.T. in: Human Walking Rose J., Gamble J. (ed.) Chapter I (Human Locomotion), pp Williams & Wilkins (1994) IV. Langelaan E. van A kinematical analysis of the tarsal joints. (diss.) Rijks Universiteit Leiden (1983).

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 19e jrg 2001, no. 4 (pp )

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 19e jrg 2001, no. 4 (pp ) Auteur(s): P. van der Meer, H. van Holstein Titel: Meten van de heupadductie Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 206-216 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding,

Nadere informatie

OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15

OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15 OPEN LESSEN HERFSTVAKANTIE 2016 FUNCTIONELE ANATOMIE Prof. dr. Ingrid Kerckaert 13u-14u15 WERKING KNIEGEWRICHT (beschouwingen uit de literatuur) PATELLA: - beschermt kniegewricht - is katrol voor pees

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 16e jrg 1998, no. 2 (pp )

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 16e jrg 1998, no. 2 (pp ) Auteur(s): P. van der Meer, H. van Holstein Titel: Mobiliseren van het onderste spronggewricht Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 2 Oorspronkelijke paginanummers: 63-74 Deze online uitgave mag, onder duidelijke

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 8e jrg 1990, no. 3 (pp )

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 8e jrg 1990, no. 3 (pp ) Auteur(s): C. Riezebos, A. Lagerberg, F. Krijgsman, E. Koes Titel: Verzamelde reakties: enkeldistorsie: een rotatietrauma Jaargang: 8 Jaartal: 1990 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: 160-170 Deze

Nadere informatie

Diagnostiek Kliniek: anamnese: aard letsel (hoogenergetisch?), pre-existente afwijkingen, aard en tijdsduur zwelling, belastbaarheid

Diagnostiek Kliniek: anamnese: aard letsel (hoogenergetisch?), pre-existente afwijkingen, aard en tijdsduur zwelling, belastbaarheid T-III Acuut enkelletsel Inleiding Het inversietrauma van de enkel is met een geschatte incidentie van 425.000 gevallen per jaar in Nederland waarschijnlijk het meest voorkomende letsel van het bewegingsapparaat.

Nadere informatie

1 e een anker op het onderbeen fig 5 2e anker op de voet

1 e een anker op het onderbeen fig 5 2e anker op de voet Anatomie Het enkelgewricht is een gecompliceerd geheel, vooral omdat het een aaneenschakeling van diverse gewrichten is, die op hun beurt weer noodzakelijk zijn om aan de voet zowel stabiliteit alsook

Nadere informatie

Auteur(s): P. van der Meer Titel: Schijnbewegingen in de enkel Jaargang: 25 Jaartal: 2007 Nummer: 2 Oorspronkelijke paginanummers: 63 74

Auteur(s): P. van der Meer Titel: Schijnbewegingen in de enkel Jaargang: 25 Jaartal: 2007 Nummer: 2 Oorspronkelijke paginanummers: 63 74 Auteur(s): P. van der Meer Titel: Schijnbewegingen in de enkel Jaargang: 25 Jaartal: 2007 Nummer: 2 Oorspronkelijke paginanummers: 63 74 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt

Nadere informatie

Auteur(s): E. Koes Titel: Over pronatie en overpronatie Jaargang: 20 Jaartal: 2002 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers:

Auteur(s): E. Koes Titel: Over pronatie en overpronatie Jaargang: 20 Jaartal: 2002 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: Auteur(s): E. Koes Titel: Over pronatie en overpronatie Jaargang: 20 Jaartal: 2002 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden

Nadere informatie

Inspectie, anatomische structuren en palpatie liggend

Inspectie, anatomische structuren en palpatie liggend Inleiding tot het orthopedisch onderzoek 1 2.3. ENKEL EN VOET 2.3.1. Inspectie in staande houding m. gastrocnemius Calcaneum Valgushoek achillespees met hiel Malleolus medialis en lateralis Lengtegewelf

Nadere informatie

Auteur(s): H. Faber Titel: Afzetten en hielspoor Jaargang: 17 Jaartal: 1999 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 175-184

Auteur(s): H. Faber Titel: Afzetten en hielspoor Jaargang: 17 Jaartal: 1999 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 175-184 Auteur(s): H. Faber Titel: Afzetten en hielspoor Jaargang: 17 Jaartal: 1999 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 175-184 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden

Nadere informatie

Acute Knie en Enkel in de huisartsenprak3jk. Huisartsendag LangeLand ziekenhuis 19 april 2011

Acute Knie en Enkel in de huisartsenprak3jk. Huisartsendag LangeLand ziekenhuis 19 april 2011 Acute Knie en Enkel in de huisartsenprak3jk Huisartsendag LangeLand ziekenhuis 19 april 2011 De acute knie Knie: anatomie Knie: anamnese Tijds3p en aard trauma (mate inwerkend geweld, rota3e vs hyperextensie

Nadere informatie

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg) Inleiding tot het orthopedisch onderzoek 1 DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg) 3. ENKEL EN VOET 3.1. Inspectie in staande houding m. gastrocnemius Calcaneum Valgushoek achillespees met hiel Malleolus

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 7e jrg 1989, no. 1 (pp. 9 32)

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 7e jrg 1989, no. 1 (pp. 9 32) Auteur(s): Lagerberg A., Lulofs R. Titel: Passieve bewegingskoppelingen tussen onderbeen en voet Jaargang: 7 Jaartal: 1989 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 9-32 Deze online uitgave mag, onder duidelijke

Nadere informatie

Waarom meten Podologen zoveel?

Waarom meten Podologen zoveel? Waarom meten Podologen zoveel? Borgions Paul MsC Pod Secretaris Belgische Vereniging der podologen Podoloog Podologisch Centrum Rotselaar (met focus naar Topsporters en kinderen) Biomechanicus voor KRC

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,25 e jrg. 2007, no. 6 (pp )

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,25 e jrg. 2007, no. 6 (pp ) Auteur(s): C. Riezebos Titel: De scheve as en drie-dimensionale bewegingen Jaargang: 25 Jaartal: 2007 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers: 293-301 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding,

Nadere informatie

ISPO JAAR CONGRES 2011. Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese

ISPO JAAR CONGRES 2011. Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese ISPO JAAR CONGRES 2011 Biomechanica en vervaardiging enkel voet orthese bij Cerebrale Parese Lichamelijk onderzoek Gangbeeld analyse, MRI, röntgen Algemene lichamelijke conditie Mobiliteit van heup,knie,en

Nadere informatie

4.6 Enkelletsel. Specifiek lichamelijk onderzoek. Specifieke anamnese. C.N. van Dijk

4.6 Enkelletsel. Specifiek lichamelijk onderzoek. Specifieke anamnese. C.N. van Dijk 11-Chirurgie 4.6 01-06-2005 09:43 Pagina 75 75 4.6 Enkelletsel C.N. van Dijk U bent huisarts. Op uw spreekuur verschijnt de heer De Boer, 34 jaar, die een dag tevoren tijdens een voetbalwedstrijd een trap

Nadere informatie

ANATOMIE. Spieren. Sportmassage /Wellnessmassage. Kollaart opleidingen

ANATOMIE. Spieren. Sportmassage /Wellnessmassage. Kollaart opleidingen ANATOMIE Spieren Sportmassage /Wellnessmassage Kollaart opleidingen M. Quadriceps femoris = Vierhoofdige dijbeenspier M. Rectus femoris = Rechte dijbeenspier Spina iliaca anterior inferior Proximale

Nadere informatie

Kneuzen en verzwikken van de enkel (Prof. Dr. C. Niek van Dijk, Orthopedisch chirurg, Academisch Medisch Centrum Amsterdam)

Kneuzen en verzwikken van de enkel (Prof. Dr. C. Niek van Dijk, Orthopedisch chirurg, Academisch Medisch Centrum Amsterdam) Kneuzen en verzwikken van de enkel (Prof. Dr. C. Niek van Dijk, Orthopedisch chirurg, Academisch Medisch Centrum Amsterdam) Kneuzen en verzwikken van de enkel behoren tot de meest voorkomende letsels.

Nadere informatie

John Hermans. Imaging of the distal tibiofibular syndesmosis: anatomy in relation to radiological diagnosis

John Hermans. Imaging of the distal tibiofibular syndesmosis: anatomy in relation to radiological diagnosis John Hermans Imaging of the distal tibiofibular syndesmosis: anatomy in relation to radiological diagnosis Dit proefschrift gaat over het afbeelden van de syndesmose van de enkel, bij mensen die hun lichaam

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 16e jrg 1998, no. 1 (pp. 16-47)

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 16e jrg 1998, no. 1 (pp. 16-47) Auteur(s): C. Riezebos, A. Lagerberg Titel: Inversietrauma van de enkel: ontstansmechanismen, riscofactoren en preventie Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 16-47 Deze online

Nadere informatie

Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei 2008. Opgesteld door: Henny Leentvaar

Henny Leentvaar (Sport)Massage. Functie testen. Datum: 14 mei 2008. Opgesteld door: Henny Leentvaar Henny Leentvaar (Sport)Massage Functie testen Datum: 14 mei 2008 Opgesteld door: Henny Leentvaar Functie testen Voordat kan worden overgegaan tot tapen of bandageren van een aangedane spier en/of gewricht

Nadere informatie

Enkeltrauma. Onderzoek en behandeling na een inversietrauma. (door de enkel zwikken)

Enkeltrauma. Onderzoek en behandeling na een inversietrauma. (door de enkel zwikken) Enkeltrauma Onderzoek en behandeling na een inversietrauma. (door de enkel zwikken) Groningen Sport Revalidatie (sport) fysiotherapie praktijk locatie Alfa - Kardingerweg 48 9735 AH Groningen locatie Hanze

Nadere informatie

Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e

Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e Post-Op braces t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e OT TO BOCK POT- OP BRCE --------------------------- eer en meer worden bij postoperatieve of posttraumatische

Nadere informatie

Cursus Ontspanningsmassage. Bijlage spieren. Trapezius

Cursus Ontspanningsmassage. Bijlage spieren. Trapezius Cursus Ontspanningsmassage Bijlage spieren. Trapezius De trapezius (monnikskapspier) is een ruitvormige spier boven aan de achterkant van het lichaam. De trapezius loopt van de schedelbasis tot aan het

Nadere informatie

Addendum: het inversievarustrauma

Addendum: het inversievarustrauma j10a Addendum: het inversievarustrauma Dos Winkel en Koos van Nugteren Het inversie-varustrauma is het meest voorkomende trauma van de enkel en voet. Vaak wordt het kortweg inversietrauma of ook wel supinatietrauma

Nadere informatie

ANATOMIE. Gewrichtsleer. Sportmassage /Wellnessmassage. Kollaart opleidingen

ANATOMIE. Gewrichtsleer. Sportmassage /Wellnessmassage. Kollaart opleidingen ANATOMIE Gewrichtsleer Sportmassage /Wellnessmassage Kollaart opleidingen Assen en vlakken. Bewegingen vinden plaats om een as en in een vlak Een as staat altijd loodrecht op het vlak waarin hij beweegt

Nadere informatie

DE EXTERNE ENKELBAND EXO-L

DE EXTERNE ENKELBAND EXO-L Exo Ligament B.V. Molengraaffsingel 12 2629 JD Delft info@exo-l.com exo-l.com +31 (0) 15 744 01 55 DE EXTERNE ENKELBAND EXO-L MEDISCHE ACHTERGROND INFORMATIE Elk jaar krijgen alleen al in Nederland honderdduizenden

Nadere informatie

Onstabiel gevoel Last bij stappen

Onstabiel gevoel Last bij stappen Naam: Datum: Leeftijd: 37 jaar Geslacht: M/V Beroep: bediende Adres: Telefoonnummer: / Hobby: joggen, zwemmen (totaal: 3u/week) Hoofdprobleem: Onstabiel gevoel en last ter hoogte van de rechter enkel Lichaamsdiagram

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 21 e jrg 2003, no. 1 (pp. 10-33)

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 21 e jrg 2003, no. 1 (pp. 10-33) Auteur(s): A. Lagerberg Titel: De afwikkeling van de voet Jaargang: 21 Jaartal: 2003 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 10-33 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 17e jrg 1999, no. 4 (pp. 220-236)

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 17e jrg 1999, no. 4 (pp. 220-236) Auteur(s): H. van Holstein, E. Koes Titel: Beperking van het onderste spronggewricht en knieklachten Jaargang: 17 Jaartal: 1999 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 220-236 Deze online uitgave mag,

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 24 e jrg. 2006, no. 3 (pp )

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 24 e jrg. 2006, no. 3 (pp ) Auteur(s): E. Koes, H. van Holstein Titel: Voetvervorming in het transversale vlak Jaargang: 24 Jaartal: 2006 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: 93-102 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding,

Nadere informatie

Auteur(s): R. v.d. Meer Titel: De omdraaiplastiek Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers:

Auteur(s): R. v.d. Meer Titel: De omdraaiplastiek Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: Auteur(s): R. v.d. Meer Titel: De omdraaiplastiek Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 171-182 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden

Nadere informatie

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. 1. Wat is de diafyse van een pijpbeen? A. Het uiteinde van een pijpbeen. B. Het middenstuk van een pijpbeen. C. De groeischijf. 2. Waar bevindt zich de pink, ten

Nadere informatie

23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren

23-Oct-14. 6) Waardoor wordt hyperextensie van het kniegewricht vooral beperkt? A) Banden B) Bot C) Menisci D) Spieren Vlak As Beweging Gym Frontaal Sagitale Ab-adductie Radslag Latero flexie Ulnair-radiaal deviatie Elevatie-depressie Sagitaal Frontale Flexie-extensie Salto Transversale Ante-retro flexie Dorsaal flexie

Nadere informatie

Beroepsopdracht. Vragenlijst Enkelletsel. Arie Kostelijk Thomas van der Starre Sander Morsch. April Juni In opdracht van:

Beroepsopdracht. Vragenlijst Enkelletsel. Arie Kostelijk Thomas van der Starre Sander Morsch. April Juni In opdracht van: Beroepsopdracht April Juni 2007 In opdracht van: Vragenlijst Enkelletsel Arie Kostelijk Thomas van der Starre Sander Morsch Inleiding Jaarlijks lopen in Nederland ongeveer 600.000 mensen een traumatisch

Nadere informatie

ERASMUS MC MODIFICATIE VAN DE (REVISED) NOTTINGHAM SENSORY ASSESSMENT Handleiding

ERASMUS MC MODIFICATIE VAN DE (REVISED) NOTTINGHAM SENSORY ASSESSMENT Handleiding De Erasmus MC Modificatie van de (revised) Nottingham Sensory Assessment (EmNSA) 1 is een meetinstrument om bij patiënten met intracraniële aandoeningen de tastzin, de scherp-dof discriminatie en de propriocepsis

Nadere informatie

ENKEL TAPEN. InspanningLoont Uppsalalaan 3, 3584 CT Utrecht www.inspanningloont.nl KvK: 53702794 BTWnr: 850982595B01

ENKEL TAPEN. InspanningLoont Uppsalalaan 3, 3584 CT Utrecht www.inspanningloont.nl KvK: 53702794 BTWnr: 850982595B01 Vooraf Zorg dat de enkel in 90 graden (0 graden dorsaalflexie) blijft tijdens het tapen. Zorg dat de huid vetvrij is en verwijder eventueel de beharing. Vraag altijd na of iemand allergisch is voor één

Nadere informatie

de externe enkelband

de externe enkelband de externe ENKELBAND MEDISCHE ACHTERGROND INTRODUCTIE inversietrauma Elk jaar lijden miljoenen mensen aan de De EXO-L Enkelband (Fig. 1) ondersteunt de Het verzwikken van de enkel, met name het Het inversietrauma

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,19e jrg 2001, no.6 (pp. 315 322)

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,19e jrg 2001, no.6 (pp. 315 322) Auteur(s): Titel: A. Lagerberg De beperkte schouder. Functie-analyse van het art. humeri met behulp van een röntgenfoto Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers: 315-322 Deze

Nadere informatie

Chronische instabiliteit van de enkel

Chronische instabiliteit van de enkel Chronische instabiliteit van de enkel Een update Dr. Wim Jorissen, 24 maart 2012. Recidiverende enkeldistortio s Recidiverende enkeldistortio s met vaak een gevoel van instabiliteit Recidiverende enkeldistortio

Nadere informatie

Toetsstation. Inversietrauma enkel

Toetsstation. Inversietrauma enkel Toetsstation Inversietrauma enkel Algemene gegevens Classificatiecode(s) L16, L77 Doelstelling Toetsen of de kandidaat in staat is de gegevens te verzamelen die nodig zijn voor de diagnostiek en behandeling

Nadere informatie

DE EXO-L ENKELBAND MEDISCHE ACHTERGROND INFORMATIE

DE EXO-L ENKELBAND MEDISCHE ACHTERGROND INFORMATIE DE EXO-L ENKELBAND MEDISCHE ACHTERGROND INFORMATIE www.exo-l.com INTRODUCTIE Elk jaar krijgen alleen al in Nederland honderdduizenden mensen te maken met een traumatisch letsel van de enkel. Een veelvoorkomend

Nadere informatie

Nascholing Traumachirurgie 2015 Diagnostiek en behandeling van letsels rond de pols en voet. Donderdag 22 januari 2015

Nascholing Traumachirurgie 2015 Diagnostiek en behandeling van letsels rond de pols en voet. Donderdag 22 januari 2015 Nascholing Traumachirurgie 2015 Diagnostiek en behandeling van letsels rond de pols en voet Donderdag 22 januari 2015 Van enkelletsel tot complex voetletsel Introductie Letsels van de enkel en voet komen

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 24 e jrg. 2006, no 1. (pp )

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 24 e jrg. 2006, no 1. (pp ) Auteur(s): R.J. Gebuis, P. van den Hoogen Titel: Ontwerp van een enkel_voet orthese: een andere benadering Jaargang: 24 Jaartal: 2006 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 7-15 7 Deze online uitgave

Nadere informatie

Anatomie van de heup. j 1.1

Anatomie van de heup. j 1.1 j1 Anatomie van de heup De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae, het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. As Vlak Beweging Transver- Sagittaal

Nadere informatie

Sprains en Fracturen van de Enkel. Debbie Van Renterghem 19-01-2013

Sprains en Fracturen van de Enkel. Debbie Van Renterghem 19-01-2013 Sprains en Fracturen van de Enkel Debbie Van Renterghem 19-01-2013 Anatomie Complex gewricht : congruentie tibia fibula talus Mediaal en lateraal ligamentair complex Dynamische vs statische stabiliteit

Nadere informatie

Auteur(s): Frank van de Beld Titel: Iliumkanteling tijdens het gaan Jaargang: 2001 Jaartal: 19 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers:

Auteur(s): Frank van de Beld Titel: Iliumkanteling tijdens het gaan Jaargang: 2001 Jaartal: 19 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: Auteur(s): Frank van de Beld Titel: Iliumkanteling tijdens het gaan Jaargang: 2001 Jaartal: 19 Nummer: 3 Oorspronkelijke paginanummers: 149-160 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding,

Nadere informatie

Enkelverstuiking, Enkeldistorsie, Inversietrauma Enkel, Verzwikte Enkel, Bandletsel Enkel

Enkelverstuiking, Enkeldistorsie, Inversietrauma Enkel, Verzwikte Enkel, Bandletsel Enkel Enkelverstuiking, Enkeldistorsie, Inversietrauma Enkel, Verzwikte Enkel, Bandletsel Enkel Wat is een verzwikte enkel? Bij het verzwikken van de enkel kantelt de voet naar binnen terwijl het been belast

Nadere informatie

Auteur(s): E. Koes Titel: De scheve wervel Jaargang: 13 Jaartal: 1995 Nummer: 5 Oorspronkelijke paginanummers:

Auteur(s): E. Koes Titel: De scheve wervel Jaargang: 13 Jaartal: 1995 Nummer: 5 Oorspronkelijke paginanummers: Auteur(s): E. Koes Titel: De scheve wervel Jaargang: 13 Jaartal: 1995 Nummer: 5 Oorspronkelijke paginanummers: 299-307 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden voor

Nadere informatie

Optokinetische analyse van de EXO-L

Optokinetische analyse van de EXO-L Optokinetische analyse van de EXO-L Verkorte versie Hanno van der Loo Hubert Meulman Minor Sporttechnologie Bewegingstechnologie, Haagse Hogeschool Dhr. N. Huussen Dhr. O. Tellers Dhr. J. Kraan Dhr. J.

Nadere informatie

Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008

Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008 Theorie - herexamen Anatomie 23 mei 2008 1. Wat gebeurt er bij een excentrische contractie van een spier? A. De spier wordt korter. B. De spier wordt langer. C. De spierlengte blijft gelijk. 2. In welk

Nadere informatie

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Tetraplegie Het doorbewegen bij een dwarslaesie Tetraplegie Inhoud Inleiding 3 Algemene opmerkingen 3 Zelfstandig doorbewegen 4 Doorbewegen door een hulppersoon 9 De Sint Maartenskliniek 24 Colofon 24 Inleiding In

Nadere informatie

HOOFDSTUK 3 ENKEL ORTHESEN. Confectie orthesen worden overwegend gebruikt ter behandeling of preventie van

HOOFDSTUK 3 ENKEL ORTHESEN. Confectie orthesen worden overwegend gebruikt ter behandeling of preventie van HOOFDSTUK 3 ENKEL ORTHESEN Orthesen voor de enkel worden gebruikt bij; -Arthrose -Bandletsels -Valgus/varus-instabiliteiten en -Neurologische aandoeningen Confectie orthesen worden overwegend gebruikt

Nadere informatie

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Paraplegie

Het doorbewegen bij een dwarslaesie. Paraplegie Het doorbewegen bij een dwarslaesie Paraplegie Inhoud Inleiding 3 Algemene opmerkingen 3 Zelfstandig doorbewegen 5 Doorbewegen door een hulppersoon 11 Colofon 20 Inleiding In deze brochure laten we de

Nadere informatie

Sport Specifieke Blessure Begeleiding

Sport Specifieke Blessure Begeleiding Sport Specifieke Blessure Begeleiding Week 8. Knierevalidatie Acute knie 300.000 knie letsels per jaar Aandoeningen contusie / distorsie hydrops heamartros meniscus kruisbanden / collaterale banden Acute

Nadere informatie

Auteur(s): H. Faber, D. Kistemaker, A. Hof Titel: Reactie op: Overeenkomsten en verschillen in de functies van mono- en biarticulaire

Auteur(s): H. Faber, D. Kistemaker, A. Hof Titel: Reactie op: Overeenkomsten en verschillen in de functies van mono- en biarticulaire Auteur(s): H. Faber, D. Kistemaker, A. Hof Titel: Reactie op: Overeenkomsten en verschillen in de functies van mono- en biarticulaire spieren Jaargang: 22 Jaartal: 2004 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers:

Nadere informatie

Aanpak van acute knieletsels in de eerste lijn. Dr. Bex Steven Huisarts/sportarts KSTVV Lotto-Belisol

Aanpak van acute knieletsels in de eerste lijn. Dr. Bex Steven Huisarts/sportarts KSTVV Lotto-Belisol Aanpak van acute knieletsels in de eerste lijn Dr. Bex Steven Huisarts/sportarts KSTVV Lotto-Belisol Anatomie Anatomie Anatomie Anatomie Algemeen Goede anamnese! ontstaansmechanisme van het letsel begrijpen

Nadere informatie

Verdiepingsmodule. Vaardigheid schouderonderzoek. Schoudersklachten: Vaardigheid schouderonderzoek. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur

Verdiepingsmodule. Vaardigheid schouderonderzoek. Schoudersklachten: Vaardigheid schouderonderzoek. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur Schoudersklachten: 1. Toelichting Deze verdiepingsmodule is gebaseerd op de NHG Standaard van oktober 2008 (tweede herziening). De anatomie van de schouder is globaal wel bekend bij de huisarts. Veelal

Nadere informatie

KNGF-richtlijn Beroerte Verantwoording en Toelichting Map K

KNGF-richtlijn Beroerte Verantwoording en Toelichting Map K KNGF-richtlijn Beroerte Verantwoording en Toelichting Map K K.3.5 Brunnstrom Fugl-Meyer assessment (Aanbevolen generiek meetinstrument) Het Brunnstrom Fugl-Meyer assessment (BFM) is een test, waarmee de

Nadere informatie

Auteur(s): C. Riezebos Titel: De beenprothese en de voetstand Jaargang: 6 Jaartal: 1988 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 29-43

Auteur(s): C. Riezebos Titel: De beenprothese en de voetstand Jaargang: 6 Jaartal: 1988 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 29-43 Auteur(s): C. Riezebos Titel: De beenprothese en de voetstand Jaargang: 6 Jaartal: 1988 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 29-43 Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in Haags Tijdschrift voor

Nadere informatie

Graad 1 verzwikking: Lichte overrekking en geringe beschadiging van de vezels (fibrillen) van het ligament.

Graad 1 verzwikking: Lichte overrekking en geringe beschadiging van de vezels (fibrillen) van het ligament. Verstuikte enkel Een verstuikte enkel is een veel voorkomende aandoening. Ongeveer 25.000 mensen per dag maken dat mee. Enkel verstuikingen komen voor bij atleten en bij niet atleten, bij kinderen en volwassenen.

Nadere informatie

18 10 2008 Bijscholing BorgInsole 1

18 10 2008 Bijscholing BorgInsole 1 Intoeing - Outtoeing Intoeing Outtoeing Problemen ter hoogte van Voet Enkel Tibia Knie Femur Heup Intoeing - Outtoeing Oorzaak Structureel Osteair Intoeing - Outtoeing Therapie Chirurgie In- of outtoeing

Nadere informatie

andere been wordt gebogen opzij gelegd. Met de romp en de handen ter hoogte van het onderbeen, de enkel of de tip van

andere been wordt gebogen opzij gelegd. Met de romp en de handen ter hoogte van het onderbeen, de enkel of de tip van 1) Zit, bekken voorwaarts gekanteld, 1 been gestrekt, het andere been wordt gebogen opzij gelegd. Met de romp en de armen reikt men voorwaarts op het gestrekte been, de handen ter hoogte van het onderbeen,

Nadere informatie

Bijlage I. Functieonderzoek van de voet

Bijlage I. Functieonderzoek van de voet Bijlage I Functieonderzoek van de voet Het functieonderzoek van de voet wordt voorafgegaan door: inspectie in stand, tijdens lopen, lopen op de tenen en lopen op de hielen; algemene palpatie gericht op

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 14e jrg 1996, no. 1 (pp )

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 14e jrg 1996, no. 1 (pp ) Auteur(s): A. Lagerberg, C. Riezebos Titel: Afzetten: de rol van de getordeerde achillespees en van de m. tibialis anterior Jaargang: 14 Jaartal: 1996 Nummer: 1 Oorspronkelijke paginanummers: 18-40 Deze

Nadere informatie

VERSUS, Tijdschrift voor fysiotherapie, 20e jaargang 2002, no.1(3-17)

VERSUS, Tijdschrift voor fysiotherapie, 20e jaargang 2002, no.1(3-17) Auteur(s): Henk van Holstein; Paul van der Meer Titel: Mobiliteit en Mobilisatie van het Art. Acromioclavicularis Jaargang:20 Jaartal:2002 Nummer:1 Oorspronkelijke paginanummers: Deze online uitgave mag,

Nadere informatie

VGN immobilisatieprotocollen

VGN immobilisatieprotocollen VGN immobilisatieprotocollen VGN immobilisatieprotocollen INLEIDING De VGN immobilisatieprotocollen bevatten de richtlijnen die bepalen waar een correct aangelegd gipsverband aan hoort te voldoen. De immobilisatieprotocollen

Nadere informatie

I. B E W E G I G E E A S S E S T E L S E L S

I. B E W E G I G E E A S S E S T E L S E L S I. B E W E G I G E E A S S E S T E L S E L S Beweging is relatief. Beweging is een positieverandering van "iets" ten opzichte van "iets anders". Voor "iets" kan van alles worden ingevuld: een punt, een

Nadere informatie

Auteur(s): H. Faber Titel: Scoliose: een instabiele wervelkolom Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers:

Auteur(s): H. Faber Titel: Scoliose: een instabiele wervelkolom Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers: Auteur(s): H. Faber Titel: Scoliose: een instabiele wervelkolom Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers: 251-260 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij

Nadere informatie

frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak

frontaal vlak sagittale as transversale as sagittaal vlak mediosagittaal (mediaan) vlak j1 Anatomie van de heup As Vlak Beweging De Latijnse naam voor het heupgewricht is art. coxae; en het is een kogelgewricht (art. spheroidea). In het gewricht kan om drie assen bewogen worden. transversaal

Nadere informatie

Knieblessure Anatomie van de knie meniscus kruisbanden

Knieblessure Anatomie van de knie meniscus kruisbanden ! Knieblessure De knie is het gewricht tussen het bovenbeen (het femur) en het scheenbeen (de tibia). Het kuitbeen (de fibula) begint onder het kniegewricht en ligt aan de buitenkant van het onderbeen.

Nadere informatie

Screening rapport. Sportspecifieke screening naar musculoskeletale risicofactoren

Screening rapport. Sportspecifieke screening naar musculoskeletale risicofactoren Kinécentrum Ispra Knowledge to move... Screening rapport Sportspecifieke screening naar musculoskeletale risicofactoren Subject: Screeners: Leen DOE Kevin KUPPENS Tim VOLLON Datum: 13 Apr 2009 Specifieke

Nadere informatie

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen

Onderwijsmateriaal voor toetsgroepen 1. Toelichting op de module 1 Deze module is gebaseerd op de NHG-Standaard M04 van augustus 2012. Een acuut trauma van de enkel is het meest voorkomende letsel van het bewegingsapparaat. Bij het naar binnen

Nadere informatie

Een fotoatlas van de. anatomie in vivo 2. Onderste extremiteit. Serge Tixa. Bohn Stafleu Van Loghum

Een fotoatlas van de. anatomie in vivo 2. Onderste extremiteit. Serge Tixa. Bohn Stafleu Van Loghum Een fotoatlas van de anatomie in vivo 2 Onderste extremiteit Serge Tixa Bohn Stafleu Van Loghum Een fotoatlas van de anatomie in vivo 2 Onderste extremiteit EEN FOTOATLAS VAN DE ANATOMIE IN VIVO 2 ONDERSTE

Nadere informatie

Artrose van de voet en enkel

Artrose van de voet en enkel Artrose van de voet en enkel Bij voet- en enkelartrose is er sprake van slijtage in het enkel- of een voetgewricht. Pijn bij (het opstarten van) bewegen, pijn in rust, zwellingen en bewegingsbeperkingen

Nadere informatie

Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda

Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda Gewrichten in beweging 14 maart WDH Breda Anne van Vegchel SGA West-brabant CV 2000-2006 geneeskunde Utrecht 2007-2011 sportgeneeskunde Utrecht 2008-2012 clubarts eredivisieploeg handbal 2008-heden bondarts

Nadere informatie

U wordt op dd... terug verwacht bij. orthopedisch chirurg/chirurg op de gipskamer (polinummer 3)

U wordt op dd... terug verwacht bij. orthopedisch chirurg/chirurg op de gipskamer (polinummer 3) Tape instructies Scheenbeen Kuitbeen Peroneus spieren Bovenste spronggewricht Sprongbeen Hielbeen Enkelbanden Onderste spronggewricht U wordt op dd... terug verwacht bij dr... orthopedisch chirurg/chirurg

Nadere informatie

Lenigheid en beweeglijkheid

Lenigheid en beweeglijkheid 2.3.2. Lenigheid en beweeglijkheid Deze vaardigheid is bedoeld om de verschillende spieren te trainen op lenigheid en de verschillende gewrichten te mobiliseren. Lenigheid en beweeglijkheid bestaat uit:

Nadere informatie

Voet. Oriëntatiepunten van de voet 38. Voetrug en zijkanten van de voet 74. Voetskelet 42. Voetzool 82. Voetbeenderen 52. Ligamenten van de voet 88

Voet. Oriëntatiepunten van de voet 38. Voetrug en zijkanten van de voet 74. Voetskelet 42. Voetzool 82. Voetbeenderen 52. Ligamenten van de voet 88 Voet Oriëntatiepunten van de voet Ventraal en dorsaal aanzicht Voetzool Mediaal aanzicht 0 Lateraal aanzicht Voetskelet Gedisarticuleerde voet van Gearticuleerde voet van en Gearticuleerde voet met gemarkeerde

Nadere informatie

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg)

DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg) Inleiding tot het orthopedisch onderzoek 1 DEEL II: HET ONDERSTE LIDMAAT (vervolg) 3. ENKEL EN VOET De articulationes pedis (voetgewrichten) bestaan in totaal uit elf gewrichten. We bespreken hier enkel

Nadere informatie

Werking van doorlopende wigzolen bij opspringen en landen

Werking van doorlopende wigzolen bij opspringen en landen Werking van doorlopende wigzolen bij opspringen en landen Uit: Knee Valgus During Drop Jumps in National Collegiate Athletic Association Division I Female Athletes The Effect of a Medial Post Michael Joseph

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 16 e jrg 1998, no. 2 (pp )

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 16 e jrg 1998, no. 2 (pp ) Auteur(s): Frank van de Beld Titel: De frozen hip Jaargang: 16 Jaartal: 1998 Nummer: 2 Oorspronkelijke paginanummers: 97-103 Deze online uitgave mag, onder duidelijke bronvermelding, vrij gebruikt worden

Nadere informatie

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier:

1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: van 5-7de rib naar schaambeen. C. Indeling en functie van de spier: 1. m. Rectus Abdominis (rechte buikspier) A. Origo en insertie: B. Overspanning van: C. Indeling en functie van de spier: D. Bijzonderheden: E. Voorbeelden van oefeningen: van 5-7de rib naar schaambeen

Nadere informatie

Bijlage 2 Meetinstrumenten

Bijlage 2 Meetinstrumenten Bijlage 2 Meetinstrumenten Bijlage 2.1 Functiescore De Bie et al. De Bie et al. (1997) gebruikten de functiescore als prognostisch instrument om lichte van ernstige letsels te onderscheiden. De functiescore

Nadere informatie

LANDELIJKE NGS KENNISDAG 2015 VOETBALMASSEURS

LANDELIJKE NGS KENNISDAG 2015 VOETBALMASSEURS Kim Blewanus Sportfysiotherapeut MSF Manueeltherapeut MMT LANDELIJKE NGS KENNISDAG 2015 VOETBALMASSEURS INHOUD De voetbalmasseur - Meest voorkomende blessures bij voetbal - Hamstringblessure - Enkelblessure

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Instabiliteit van de schouder

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder INSTABILITEIT VAN DE SCHOUDER Inleiding De schouder is een zeer beweeglijk gewricht. De kom is klein en vlak en de kop relatief groot, zodat grote bewegingsuitslagen mogelijk

Nadere informatie

Spierstelsel onderbeen en voet

Spierstelsel onderbeen en voet Spierstelsel onderbeen en voet Jan van Ede - Semester 2 Cursusjaar 2013 - studentnummer 931951 Spierstelsel onderbeen en voet 1 december 2013 Inhoudsopgave Voorwoord 3 1 Onderbeenmusculatuur (exentrieke

Nadere informatie

* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus.

* short head: eind van coracoid van scapula * long head: supraglenoid deel scapula. * Ulna. * halverwege voorkant humerus. BOVENSTE EXTREMITEITEN Spiergroep Spiernaam Aanhechtingsplaats proximaal Aanhechtingsplaats distaal Innervatie Functie Extensoren bovenarm * m. biceps brachii * short head: eind van coracoid van scapula

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 19e jrg 2001, no. 4 (pp. 183-205)

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 19e jrg 2001, no. 4 (pp. 183-205) Auteur(s): C. Riezebos Titel: De slotrotatie van de knie: mechanisme en mobilisatie Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 4 Oorspronkelijke paginanummers: 183-205 Deze online uitgave mag, onder duidelijke

Nadere informatie

SCHOUDERBLESSURES IN TENNIS

SCHOUDERBLESSURES IN TENNIS SCHOUDERBLESSURES IN TENNIS KADERDAGEN 2017 Zaterdag 11 & zondag 12 november Stijn Loos Axel Antoine SCHOUDERBLESSURES IN TENNIS Hoe voorkomen en oplossen? Introductie Belang van blessurepreventie in de

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 1. 4 Anatomie van de schouder 41 4.1 Anteflexie 42 4.2 Retroflexie 42 4.3 Abductie 44 4.4 Adductie 46

Inhoud. Inleiding 1. 4 Anatomie van de schouder 41 4.1 Anteflexie 42 4.2 Retroflexie 42 4.3 Abductie 44 4.4 Adductie 46 Inhoud Inleiding 1 1 Anatomie van de heup 3 1.1 Anteflexie 4 1.2 Retroflexie 6 1.3 Abductie 7 1.4 Adductie 8 1.5 Exorotatie 9 1.6 Endorotatie 12 1.7 Ligamenten van de heup 12 1.8 Schema 14 2 Anatomie van

Nadere informatie

Posterolaterale hoek letsels

Posterolaterale hoek letsels Posterolaterale hoek letsels Dr. Peter Van Eygen 04-11-2014 CAMPUS HENRI SERRUYS Inleiding Vaak niet herkend J. Hughston: You may not have seen posterolateral corner injuries, I can assure you that they

Nadere informatie

Borgions Paul Master in de Podologie

Borgions Paul Master in de Podologie Borgions Paul Master in de Podologie Podoloog, Biomechanicus voor KRC Genk Manager Podologisch Centrum Rotselaar Managing Partner BorgInsole Van Data Collectie en Registratie, via Laser 3D digitizing naar

Nadere informatie

Theorie-examen anatomie 25 januari 2008

Theorie-examen anatomie 25 januari 2008 Theorie-examen anatomie 25 januari 2008 1. Welke van de volgende spieren is eenkoppig? A. De m. biceps brachii. B. De m. coracobrachialis. C. De m. gastrocnemius. 2. Welke van de volgende spieren geeft

Nadere informatie

Symposium Orthopedie 2016 voet en enkel

Symposium Orthopedie 2016 voet en enkel Symposium Orthopedie 2016 voet en enkel Sint-Truiden 10 december 2016 Dr. Wim De Weerdt Orthopedie en Traumatologie STZH Sint-Truiden Behandeling van voet- en enkeltrauma Sint-Truiden 10 december 2016

Nadere informatie

STARTEN NA EEN BLESSURE: WANNEER, WAT, HOE? TJITTE KAMMINGA Datum 10-11-2012

STARTEN NA EEN BLESSURE: WANNEER, WAT, HOE? TJITTE KAMMINGA Datum 10-11-2012 STARTEN NA EEN BLESSURE: WANNEER, WAT, HOE? TJITTE KAMMINGA Datum 10-11-2012 TJITTE KAMMINGA DOCENT FYSIOTHERAPIE HS LEIDEN FYSIOTHERAPEUT/MANUEEL THERAPEUT EX- TRAINER HARDLOPER WWW.TJITTEKAMMINGA.NL

Nadere informatie

Tijdens een basketbalwedstrijd wordt er veel gesprongen. Springen verhoogt het risico op blessures. De meest voorkomende blessures bij basketbal zijn

Tijdens een basketbalwedstrijd wordt er veel gesprongen. Springen verhoogt het risico op blessures. De meest voorkomende blessures bij basketbal zijn 1 Tijdens een basketbalwedstrijd wordt er veel gesprongen. Springen verhoogt het risico op blessures. De meest voorkomende blessures bij basketbal zijn enkelblessures, gevolgd door knieblessures. Daarnaast

Nadere informatie

Anatomie. Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn drie antwoorden gegeven. Slechts één van deze antwoorden is het goede.

Anatomie. Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn drie antwoorden gegeven. Slechts één van deze antwoorden is het goede. Examenstichting Perimedische Opleidingen Diploma: sportmassage, massage, wellness massage 22 januari 2010, Beschikbare tijd: 60 minuten Anatomie Aanwijzing: Hier volgen 50 opgaven. Bij elke opgave zijn

Nadere informatie