EVIDENCE-BASED AANPAK BIJ ACUTE ENKELDISTORSIE EN CHRONISCHE ENKELINSTABILITEIT. Thomas De Wulf

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "EVIDENCE-BASED AANPAK BIJ ACUTE ENKELDISTORSIE EN CHRONISCHE ENKELINSTABILITEIT. Thomas De Wulf"

Transcriptie

1 EVIDENCE-BASED AANPAK BIJ ACUTE ENKELDISTORSIE EN CHRONISCHE ENKELINSTABILITEIT Thomas De Wulf

2 Introductie meest voorkomende sportblessure 49,3% van alle enkeldistorsies ontstaan tijdens sportactiviteit prevalentie: > enkeldistorsies per dag in VS enkeldistorsies per dag in UK enkeldistorsies per dag in FR enkeldistorsies per dag in Ned komt het meest voor bij jonge mannen (15-35 jaar) in 20-50% resulteert het letsel in chronische pijn en/of functionele instabiliteit van de enkel

3 Letselmechanisme combinatie van geforceerde inversie in het onderste spronggewricht en adductie van de voorvoet gradaties (AMA) graad 1: verrekking, zonder aantoonbare laesie van het laterale ligamentaire complex graad 2: partiële ruptuur van het lig. talofibulare anterius graad 3: totale ruptuur van het lig. talofibulare anterius

4

5 Ottawa Ankle Rules (OAR) betrouwbaar instrument om ossale pathologie uit te sluiten (Red Flag) prevalentie van enkelfractuur na inversietrauma is minder dan 15%

6 Enkelfractuur

7 Maisonneuve fractuur

8 Bagatelletsels op de supinatielijn

9 Differentiaal diagnose bij enkelletsels

10 Risicofactoren intrinsieke factoren inversietrauma in de voorgeschiedenis type sport ligamentaire laxiteit verminderde dorsiflexiemobiliteit TCG verminderde proprioceptie verminderde posturale controle malalignement van de voet: cavustype extrinisieke factoren competitie ondergrond positie op het veld

11 Anamnese letselmechanisme: inversietrauma = plantairflexie + inversie + externe rotatie tibia syndesmoseletsel = dorsaalflexie + eversie + interne rotatie tibia symptomen en evolutie initieel management medische voorgeschiedenis

12 Klinisch onderzoek inspectie orienterende palpatie BFO: actief/passief/weerstand toegevoegde testen: Voorste Schuifladetest Talar Tilt Exorotatietest / Squeezetest Palpatie volgens Ottawa Ankle Rules

13 Zwelling de mate van zwelling is GEEN criterium voor de ernst van een letsel

14 Palpatie palpatiepijn geldt niet als afzonderlijke diagnostische entiteit om een distorsie van een laterale enkelbandruptuur te onderscheiden

15 Voorste Schuifladetest

16 Talar Tilt

17 Exorotatietest

18 Squeezetest

19 Diagnose Als een haematoom samen voorkomt met lokale drukpijn en een positieve voorste schuiflade, dan is de kans op een (partiële) ruptuur groot.

20 Diagnostisch algoritme

21 Fasen in het normale herstelproces

22 Prognose - Pijn daalt snel in de eerste 2 weken. - Een normaal herstelproces leidt binnen de 6 tot 8 weken tot functieherstel en genezig zonder restletsels. - Na 12 weken hebben de meeste patiënten het sporten opnieuw hervat op hetzelfde niveau als voor het trauma.

23 De waarde van rust Absolute rust wordt afgeraden. Gecontroleerd actief bewegen en belasten binnen de pijngrens in de eerste dagen na het acute enkeltrauma kan zinvol zijn ter vermindering van zwelling en pijn.

24 De waarde van ijsapplicatie geen effect op de vermindering van zwelling geen effect op vermindering van haematoomvorming kan overwogen worden om de lokale pijn te reduceren na acute inversietrauma

25 De waarde van compressie Er is onvoldoende bewijs om uitspraken te doen over het effect van compressie op pijn, zwelling en functieverlies Het toepassen van een compressie direct na het inversietrauma dient te worden overwogen, waarbij de eerste 24u een elastische bandage en daarna een soft brace wordt aanbevolen.

26 De waarde van elevatie Er is geen evidentie dat de waarde van elevatie als afzonderlijke therapeutische interventie na het acute inversietrauma beschrijft. Het hoog leggen van het been in de eerste dagen na het acute inversietrauma dient te worden overwogen om te zorgen voor een afname van de zwelling.

27 De waarde van de RICE-regel in zijn geheel In de literatuur wordt geen onderzoek gevonden naar de effectiviteit van het toepassen van de RICE-regel als gecombineerde therapie na het acute inversietrauma. Het gebruik van ijs en compressie in combinatie met rust en elevatie na het acute inversietrauma wordt aanbevolen voor het welbevinden van de patiënt.

28 De waarde van oefentherapie Oefentherapie geeft een sneller functioneel herstel en dus ook een snellere werk- en sporthervatting. Oefentherapie is effectief ter preventie van recidiefletsels. Oefentherapie, onder de vorm van proprioceptieve evenwichtstraining, is aanbevolen in een vroeg stadium bij het behandelen van acute enkelverstuikingen.

29

30 CHRONISCHE ENKELINSTABILITEIT

31 Definities CAI Hertel, 2002 Delahunt et al, 2010

32 Definities CAI Hertel, 2002

33 Mechanische instabiliteit pathologische laxiteit klinische testen: Voorste Schuifladetest / Talar Tilt stress RX en arthrometrie

34 Mechanische instabiliteit artrokinematische verstoringen tibiotalair: anterieure positiefout van de fibula talocruraal: anterieure translatie van de talus in een onbelaste situatie en posterieure translatie van het tibiafibulacomplex in een belaste situatie (desaxatie). os cuboideum: subluxatie naar plantair en eversie

35 Mechanische instabiliteit synoviale en degeneratieve veranderingen synoviale hypertrofie en impingement osteofyten, loose bodies subchondrale sclerose en osteochondrale defecten

36 Functionele instabiliteit verstoorde neuromusculaire controle Bij capsuloligamentaire beschadiging treedt ook een verscheuring van de mechanoreceptoren op. Hierdoor treedt een verstoring op van de input vanuit deze mechanoreceptoren naar het CZS. gevolg: vertraagde reactievermogen van de mm. peronei op plotse inversiekrachtmomenten

37 Functionele instabiliteit verstoorde posturale controle Zowel na acute inversie trauma als bij CAI is er een verminderde posturale controle tijdens unipodale belasting. combinatie van proprioceptie en neuromusculaire controle heupstrategie ipv enkelstrategie Two very common dependent measures of postural control include the overall lenght of the path of COP and the velocity of COP excursions during the duration of an entire trial of single-leg standing.

38 Functionele instabiliteit PROTOCOL - 30 seconden unipodale stand met ogen open - 30 seconden unipodale stand met gesloten ogen

39 Functionele instabiliteit krachtsdeficieten: invertoren/evertoren geen eenduidigheid in de literatuur Friel et al, 2016: verminderde kracht van de heupabductoren geeft voorspanning op de laterale spierketen en kan een ongunstige invloed hebben op de eversiekracht en op de stabiliteit van de voet

40 Functionele instabiliteit kinematica gaan/lopen: *excessieve supinatie * minder dorsaalflexie *inadequate foot clearance landing na sprong: *meer geïnverteerde voetpositie *meer plantairflexie *groter extensiepatroon thv knie *minder heupexorotatie voor landing

41 Functionele instabiliteit meetinstrumenten: Star Excursion Balance Test (statisch) Multiple Hop Test (dynamisch)

42 Functionele instabiliteit Star Excursion Balance Test (SEBT)

43 Functionele instabiliteit

44 Functionele instabiliteit Multiple Hop Test

45 Functionele instabiliteit

46 Algemeen besluit