INTERPRETATIE VAN LABUITSLAGEN



Vergelijkbare documenten
Cases Stolling. BVMLT 17 november 2015

Hartfalen dubieus. Hartfalen onwaarschijnlijk

het anemieprotocol in de eerstelijn

Referentiewaarden Klinische Chemie Eenheid Hond Kat Eiwitten Eenheid Hond Kat Pancreas Darm Eenheid Hond Kat Bloedgassen Eenheid Hond Kat

Nierinsufficiëntie bij DM en CVRM

Waarom aandacht chronische nierschade (CNS)? CNS. Controle nieren: meer dan albumine en kreatinine. Dr. Wim JC de Grauw. MDRD vs kreatinine klaring

Bloedingen op de spoedeisende hulp. Dr. Dimitri Breems, internist-hematoloog Afdeling Hematologie ZNA Stuivenberg 22 november 2016

Referentiewaarden. 1/11 Documentnummer 314, versie 44

Allemaal Beestjes. Eline van der Hagen Kcio 15 juni 2017

Bloed. Presentatie: Peter Elgersma

AANDOENINGEN van het BLOED. H.H. TAN, arts 2015

Casuïstiek stiek en externe kwaliteitscontrole. SKS symposium 30 oktober 2008 Ad Castel Ton van den Besselaar

stolling en trombose Dr Marieke J.H.A. Kruip internist-hematoloog 15 maart 2019

Van bloedplaatjes tot fibrine:

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan; wat te doen?

Vraag screenend laboratorium hemostase onderzoek. 2. pas maar op dat die bloedneus niet gaat groeien. 3. Griekenland, 32 C en een Hermes schotel

Bespreking van de ingezonden resultaten

REFERENTIEWAARDEN (vanaf 1 maart 2013)

Referentiewaarden Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium

Chronische Nierschade. Wim de Grauw. Huisarts te Berghem Afd. Eerstelijnsgemeeskunde UMC St. Radboud Nijmegen Bestuurslid DiHAG

Referentiewaarden Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Zuyderland Medisch Centrum Locatie Heerlen Datum:

ONBEHEERDE AFDRUK. Kwaliteitshandboek CKHL Bijlage 4-4: Referentiewaarden en Meetonzekerheid. Pagina 1 van 10. Alleen geldig op: vrijdag 17 april 2015

Referentiewaarden. KLINISCHE CHEMIE Bepaling Eenheid Leeftijd / geslacht. Referentie waarden. Bronvermelding

KLINISCHE CHEMIE. REFER002 Referentiewaarde Overzicht intern Klinische Chemie /H.v.I./Versie1. referentie waarden.

Casuïstiek levertestafwijkingen. Mark Stolk en Paul Stadhouders 30 september 2010

Practicum Laboratoriumgeneeskunde. Dr. Pieter Vermeersch Prof. Norbert Blanckaert

DIABETISCHE NEFROPATHIE

NIERFUNCTIE STOORNISSEN juni 2015

Schatting van de nierfunctie met de egfr implicaties voor de klinische praktijk. Iefke Drion 30 oktober 2014

Hemostase & diagnostiek Deel 1: bloeden

Nierfunctie bij oudere patiënten

De Thrombine Generatie Test: Theorie en Praktijk

REFERENTIEWAARDEN (vanaf 1 januari 2015)

NIERFUNCTIE STOORNISSEN juni 2015 ACHTERGRONDEN BIJ DE CASUSSCHETSEN INCLUSIEF LEERDOELEN EN STELLINGEN

INTERPRETATIE EN BECOMMENTARIERING STOLLINGSUITSLAGEN. NCV Péquériaux Arts klinische chemie LKCH 19 september 2013

Verworven stollingsinhibitoren. Marc Jacquemin

Chronische nierschade

Reflecterend testen in de huisartsenpraktijk. Rein Hoedemakers / Peter van t Sant Klinisch chemici

Referentiewaarden (nieuw per januari 2012)

Stolling en antistolling. Prof.dr. Karina Meijer Afdeling Hematologie UMCG Transmuraal Trombose Expertisecentrum Groningen

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010

Mini symposium. VHL 18 juni 2013 An Stroobants

Glomerulaire hyperfiltratie. Maren Schütz - ANIOS

REFERENTIE-INTERVALLEN (vanaf 1 juni 2018)

Nascholing verpleegkundig specialisten oncologie De Lever: anatomie, leverschade en leverfunctie

Leerdoelen. Wees alert op nierproblemen bij probleeminventarisatie medicatie beoordeling. Begeleid beschermende maatregelen.

Jehovah s getuigen en bloed

Anatomie en fysiologie van de lever. Suzanne van Meer AIOS MDL, UMC Utrecht 5 april 2018

AKL mededelingen

Bedside teaching Catharina

Voorkom bloedingen. de achtergrond van antistollingsmiddelen, interacties en risicofactoren. Eindhoven, 19 juni 2014

Nierfunctieonderzoek bij diabetes. N. Kleefstra & Henk Bilo 15 en 16 december Nieren. Nieren

Protocol Chronische nierschade op basis van de LTA

Chronische nierschade. Nierschade volgens de richtlijn? Chronische nierschade volgens de richtlijn?

Aanpak van patiënten met bloedingsneiging ASO

De#Lever# Dr.#(H.J.)#Eric#Vermeer## specialist#klinische#chemie#

Haagse Nieren 2.0. Disclosure belangen spreker

Stollingsproblemen : interactie kliniek en labo. Kathelijne Peerlinck Bloedings- en Vaatziekten

V&VN Oncologiedagen Bloeding en Stolling in de oncologie. dr. Marten R. Nijziel internist-hematoloog Maxima Medisch Centrum Eindhoven/Veldhoven

Workshop chronische nierschade. Adry Bakker Diepenbroek Bettie Hoekstra

Welkom. Bloedwaarden. Hematondag 3 oktober Jan de Jong, arts np

Onze partners Symposium Chronische Nierschade 29 oktober 2012

casuistiek: bloedingscomplicaties bij het gebruik van de nieuwe generaties antistollingsmiddelen

Referentiewaarden (nieuw per augustus 2010)

Normaal- en streefwaarden, formules

beleid bij pre-operatieve stollingsstoornissen

Bloedtransfusie: randvoorwaarden

12/22/2010. Haagsenieren protocol. Haagsenieren protocol. Kant B: klaring. Kant A: albuminurie. Haagsenieren protocol Toelichting beleid

Antistolling in het pijncentrum

Topics in Chronic Disease. Chronische Nierschade en de huisarts

Chronische Nierschade

Zeldzame bloedingsziekten

Nierschade. Kernboodschap. Nierfunctiestoornissen en albuminurie. Hart- en vaatziekten. Tijdige behandeling kan dit risico verminderen!

Referentiewaarden Eerste druk, Klinisch Chemisch Hematologisch Laboratorium Apeldoorn, Zutphen

Laboratoriummonitoring van directe orale anti-coagulantia. Dr Jan Emmerechts 11/03/17

U/L mannen vrouwen. < 140 < 98 < 115 Ammoniak µmol/l Amylase < 107 U/L Androsteendion mannen vrouwen

Op hoop van zegen Johan de Vries

Laboratoriumonderzoek bij vraagstelling/behandeling anemie

TTP. Anke te Stroet Hemovigilantiemedewerker

Reis door het Nephron. Hilde de Geus

Tips en trics voor de nefrologie anno Dr. I.C. van Riemsdijk Drs. M.Wabbijn Internist-nefrologen

Nederlandse samenvatting

Biochemische markers in (pre- ) dialyse pa5ënten

Trombose profylaxe bij patiënten. albumine is juist? Radboud Laboratorium voor Diagnostiek

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015

Casus Siemens Gebruikersdag Antwerpen, 22 september 2016

1. Welke stof speelt de belangrijkste rol bij het bepalen van de glomulaire filtratiesnelheid, een maat voor nierschade? 1 van de 1 punt behaald

Leverenzymstoornissen. Peter van Bommel, Dirk Bakkeren & Martijn ter Borg

Interpretatie labo-resultaten

Certe tarievenlijst 2019 huisartsenlaboratorium en klinische chemie. Aanvraag Specificatie NZA-code Code tarief Hematologie

Bloed en afweersysteem

Samenvatting en adviezen uitgebreid

OLV Ateljee antico Els Bailleul, MD klinisch bioloog mei 2016

Verworven stollingsinhibitoren. Marc Jacquemin

IJzer en Cystic Fibrosis. Renske van der Meer Longarts-onderzoeker Haga Ziekenhuis

Workshop 27 april ROTEM voor perioperative monitoring van de stolling

Transcriptie:

INTERPRETATIE VAN LABUITSLAGEN 2 December 2014 Raoul Oude Engberink & Edwin van Mirre

INHOUD INTERPRETATIE VAN LABUITSLAGEN

Het Gedachte Experiment

Casus: Party On

Party On! SEH Feb - 2010 Patiënt. D, vrouw uit 1992 Gevonden bij tramhalte Ondefinieerbaar drankje bij vrienden Presentatie: collaps, spierrigiditeit, hyperthermie (42.7 C) BELEID Koelen + Dormicum Interne ICU (intubatie) Cito toxicologie screening Lever en Nierfunctie!!

LABUITSLAGEN 16:00 18:00 ALAT 13 52 10234 ASAT 30 238 9779 GGT 24 35 AF 67 84 < 35 < 31 < 38 55-114 CK 513 9824 202793 Kreatinine 130 144 Klaring (MDRD) 46 41 < 145 50-95 > 71

LEVER

LEVER

LEVERFUNCTIE Detoxificatie (afvalstoffen) - alcohol, geneesmiddelen - bilirubine, ammoniak Synthese functie - aanmaak vetzuren (cholesterol metabolisme) - gluconeogenese - aanmaak stollingsfactoren - hydroxylering Vitamine D (25 OH) Opslag - glycogeen, ijzer, koper enz.

LEVER ENZYMEN Aminotranferase ALAT (alanine) ASAT (aspartaat) Activiteits assay! Altijd beide bepalen? ASAT veel minder specifiek

LEVER ENZYMEN Enzymen in het galweg epitheel GGT gamma-glutamyltranspeptidase AF alkalische fosfatase - schade aan galwegepitheel - cholestase aandoeningen - enzym inductie - botziekten (geisoleerd verhoogd AF)

(in serum 95% ongeconjugeerd) BILIRUBINE bacteriën bilirubine urobilinogeen (kleurloos) oxidatie urobilinogeen stercobiline (bruin)

LEVER AANDOENINGEN Hepatitis Cholestase Cirrose Portale hypertensie Lever insufficiëntie Anamnese Jeuk Lich.ond. Leverconsisten tie hard-vast milt vergroting spider naevi Biochemie ALAT AF trombo s bilirubine ASAT GGT albumine INR

NOG MEER LEVER Ammoniak (ureum cyclus) Albumine (indicatie tijd) Stollingsfactoren (indicatie ernst) bepaling PT, APTT

Hemostase; een delicate balans Stimulatie Inhibitie

Hemostase imbalans Trombose Stimulatie Inhibitie Hemorragische diathese

Hemostase Adhesie Secretie Aggregatie

Klinische verschijnselen bij afwijkingen in primaire hemostase Type bloedingen: vooral slijmvliesbloedingen, doorbloeden van kleine wondjes, hematomen en petechieën (kleine rode vlekjes op de huid).

Primaire hemostase afwijkingen in de primaire hemostase verhinderen de vorming van een stevige trombocytenprop. Oorzaken: Trombocytopenie Trombocytopathie

Indeling afw. primaire hemostase Erfelijke afwijkingen; Bijv. vwd (von Willebrand disease) vs Verworven afwijkingen (veel frequenter); geneesmiddelen; aspirine, NSAIDs, clopidogrel en SSRI s.

Klinische verschijnselen bij afwijkingen van de secundaire hemostase Type bloedingen: hematomen, spier- en gewrichtsbloedingen, ecchymose (blauwe plek; uitgebreide onderhuidse bloeding) en postoperatieve nabloedingen.

Secundaire hemostase Het doel van de secundaire hemostase is het omzetten van protrombine (FII) naar trombine (FIIa). FIIa zet vervolgens fibrinogeen om in fibrine. Afwijkingen in de secundaire hemostase verhinderen de efficiënte vorming van fibrine en daarmee de vorming van een stevig onoplosbaar stolsel.

Overzicht factoren PT vs aptt APTT XIIa PT-INR VIIIa XIa IXa X Va II Xa fibrinogeen VIIa/TF trombine fibrine

Indeling afwijkingen secundaire hemostase Erfelijke afwijkingen; Vb: hemofilie A (FVIII-activiteit afwezig of verlaagd) en hemofilie B (IX-activiteit afwezig of verlaagd) beide aandoeningen zijn X-linked recessief. Andere congenitale aandoeningen zijn veel zeldzamer door hun autosomaal recessieve manier van overerven.

Indeling afwijkingen secundaire hemostase Verworven afwijkingen; Vb: veelal globale deficiënties van meerdere factoren zoals bij: Synthesestoornis van de lever; Verdunningscoagulopathie door bloedverlies; Diffuus intravasale stolling (DIS); Gecombineerde deficiënties van FIX, X, II en VII (ezelsbruggetje; 1972) bij vitamine K-tekort (danwel diëtair, danwel door gebruik van antagonisten; coumarines of door malabsorptie van vit. K).

Interpretatie PT en aptt Intepretatie stollingsonderzoek Verlengde aptt FVIII-deficiëntie (hemofilie A) FIX-deficiëntie (hemofilie B) FXII-deficiëntie (= Hageman factor; GEEN bloedingsneiging). Gebruik heparine /LMWH Lupus anticoagulans (trombose-neiging) vwd (vwf bindt FVIII) Verlengde PT FVII-deficiëntie Vitamine K-deficiëntie Verlengde trombinetijd Gebruik heparine/lmwh Verlengde aptt en PT FII-deficiëntie FV- deficiëntie FX- deficiëntie fibrinogeendeficiëntie Dys-/afibrinogenemie DIS Verdunningscoagulopathie (bloedverlies) Synthesestoornis van de lever Vitamine K-deficiëntie Gebruik vitamine K-antagonisten Dys-/afibrinogenemie LMWH = low molecular weight heparin

Oriënterend lab. Trombocyten aantal. PFA/bloedingstijd. PT(-INR) aptt Nierfunctie onderzoek. Leverfunctie onderzoek. Denk bij een volstrekt normaal oriënterend lab, maar een positieve anamnese voor hemorragische diathese aan: Ernstige vitamine C-deficiëntie Henoch-Schönlein Rendu Osler Weber

ICU Nierfunctie in gevaar CVVH (hemodialyse) Hoe was het ook alweer met!? Terminaal leverfalen In aanmerking voor levertransplantatie Overplaatsing LUMC

Nierfunctiestoornissen Acuut/chronisch Renale oorzaken? Laboratorium Diagnostiek Formules & LAB

Glomerular Filtration Rate Filtersnelheid: 120 ml/min ~ 170 L/24h Urine productie: 1-2 L/24h

GFR is leeftijdafhankelijk Glomerular Filtration Rate

Nierfunctie parameter Creatinine Referentiewaarden ~ 80 125 mmol/l (m) 70 100 mmol/l (v) Vleesconsumptie kan tot 30% verhogen Zwangeren verlaagd door hemodilutie Specifieke kinder referentiewaarden Spiermassa & Nierfunctie

Nierfunctie parameter Ureum Eindprodukt van de eiwitafbraak Lever: detoxificatie van ammonia Referentiewaarden 1.8 6.4 mmol/l Goede parameter!? zeer eiwitrijk dieet verhoogde eiwitafbraak bij bv infecties, operaties afhankelijk van de leverfunctie

Maat voor de nierfunctie GFR!? Idealiter: Inuline klaring (geen routine) Creatinine klaring 24 uurs (veel variabelen)

Glomerular Filtration Rate Schatten van de klaring: egfr Formule Modification of Diet in Renal Disease (MDRD) Patiëntenpopulatie met chronische nier insufficiëntie

Glomerular Filtration Rate 1.2 (negroïd) Formule MDRD : egfr = 175 x ( [creat plasma ] ) -1.154 88.4 0.742 (vrouw) x (Leeftijd) -2.03 x extra factoren www.renal.org/egfr Voordelen: - correctie voor leeftijd, geslacht, ras - beter geschikt bij obesitas - geen gewicht nodig egfr waarde boven 60 ml/min vermelden als > 60 ml/min Gevoelig voor langzame verslechtering nierfunctie

BELEID Beleid Laboratorium aan elke aanvraag van creatinine in plasma wordt de klaring berekend met MDRD-formule toegevoegd Voordelen automatische MDRD nierfunctie: Veel sensitievere maat voor nierfunctie verlies (dan creatinine alleen) Contrast nefropathie (angiografie, CT-onderzoek) Aanpassen medicatie ziekenhuisapothekers (<50 ml/min) Screening chronische nierinsufficiëntie

INTERPRETATIE 90 ml/min Normaal. Kleine veranderingen in dit gebied niet relevant 60-89 ml/min Licht afwijkend. Kijk naar leeftijd, creatininebeloop, eiwit in urine. Wees bedacht op langzame verslechtering. 30-59 ml/min Matig afwijkend. Verwijzing internist-nefroloog. Verhoogd risico cardiovasculaire sterfte. 15-29 ml/min Sterk afwijkend. Verwijzing internist-nefroloog. Grote kans op contrastnefropathie. < 15 ml/min Preterminale nierinsufficientie. Mogelijke indicatie nierfunctievervangende behandeling. Internist-nefroloog!

COMPLICATIES Hoge bloeddruk: renine Botproblemen: activering Vitamine D (1,25) Bloedarmoede: erytropoetine (EPO)

Volledig bloedbeeld Leukocyten Basofiele granulocyten Erytrocyten Hb Ht Trombocyten NRBC MCV MCH MCHC

Welke erytrocytenparameters worden eigenlijk gebruikt? Uit onderzoek blijkt dat de meeste huisartsen slechts alleen naar het Hb of Ht kijken. De meeste internisten kijken naar het Hb/Ht icm het MCV. Sommige hematologen kijken ook nog naar het MCH en heel soms het MCHC. Maar wat kun je er nou allemaal mee?

Differentiatie van een anemie MCV; microcytair vs macrocytair ferriprief vs vit B12/foliumzuur deficientie Zijn we er dan?

Betekenis MCH, MCHC, RDW en erytrocytengetal in de differentiatie van een microcytaire anemie

Erytrocyten Indices Ontwikkeld in 1932 door Wintrope Hulpmiddelen voor het classificeren van afwijkingen in bloedvolume en Hb inhoud Gebruikt bij de diagnostiek van anemie Ht( l / l) MCV ( fl) ery(10^12 / L) Hb( mmol / L) MCH ( fmol) ery(10^12 / L) Hb( mmol / l) MCHC( mmol / L) Ht( l / l) Red cell Distribution Width (RDW)

Mean corpuscular volume (MCV) Oftewel; de gemiddelde grootte van erytrocyten. Afwijkingen in grootte (icm anemie) geven richting in de oorzaak van de anemie. MCV <80 fl; Fe-gebrek of thalassemie

Mean Corpuscular Haemoglobin (MCH) Gemiddelde massa Hb per ery Formule: Hb(mmol/L)/ Ery (10 12 /L) Eenheid is fmol Ref: 1,70 2,10 fmol Het MCH is verlaagd bij verminderde hemoglobinesynthese

Mean Cell Haemoglobin Concentration (MCHC) De Hb concentratie per erytrocyt. Formule: Hb (mmol/l) /Ht (l/l) Referentiewaarde: 19,0 22,5 mmol/l MCHC redelijk constant bij hematopoietische aandoeningen Mooie parameter voor interne QC MCHC is verlaagd bij Fe-gebrek MCHC is normaal bij thalassemie

RDW wordt gebruikt bij nadere analyse van de MCV. Grootteverdeling van de erytrocyten: bij een homogene distributie zal de RDW normaal zijn bij een heterogene distributie verhoogd. De RDW zegt niets over de aard van de individuele erytrocyt maar over die van de totale erytrocytenpopulatie. Afhankelijk van de gebruikte methode.

Histogrammen v/d eryvolumedistributie bij verschillende aandoeningen. a. Normaal b. Fe-gebrek c. B + transfusie (RDW door transfusie met normocytaire ery s), d. -thalassemie (RDW ) e. Anemie bij chron ziekte f. Megaloblastaire anemie

Zo makkelijk kan t zijn

TAKE HOME MESSAGE METEN is WETEN maar WETEN is BETER METEN BEL DE KLINISCH CHEMICUS!!