Oefenzitting 2: Parametrisaties.

Vergelijkbare documenten
Vectoranalyse voor TG

Math D2 Gauss (Wiskunde leerlijn TOM) Deelnemende Modules: /FMHT/ / A. Oefententamen #2 Uitwerking

Oefeningen Wiskundige Analyse III

Vectormeetkunde in R 3

1a Laat x variëren van 0 tot 2; kies een willekeurige maar wel vaste x tussen 0 en 2; de bijbehorende y varieert van 0 tot

1 Inleiding. Zomercursus Wiskunde. Poolcoördinaten (versie 27 juni 2008) Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie.

Toegepaste wiskunde. voor het hoger beroepsonderwijs. Deel 2 Derde, herziene druk. Uitwerking herhalingsopgaven hoofdstuk 6

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

wiskunde B vwo 2018-I

Tussentoets Analyse 2. Natuur- en sterrenkunde.

Analytische Meetkunde. Lieve Houwaer, Unit informatie, team wiskunde

1e bachelor ingenieurswetenschappen Modeloplossing examen oefeningen analyse I, januari y = u sin(vt) dt. wordt voorgesteld door de matrix

wiskunde B vwo 2016-I

Vectoranalyse voor TG

WPO Differentiaalmeetkunde I

Definitie van raaklijn aan cirkel: Stelling van raaklijn aan cirkel:

Vectoranalyse voor TG

OEFENTOETS VWO B DEEL 3

VISUALISATIE VAN KROMMEN EN OPPERVLAKKEN. 1. Inleiding

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste ronde.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 1 woensdag 18 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Les 1 Oppervlakte driehoeken. Opl. Les 2 Tangens, sinus en cosinus. Aantekening HAVO 4B Hoofdstuk 2 : Oppervlakte en Inhoud

Bewerkingen met krachten

Eindexamen vwo wiskunde B pilot II

1 Oppervlakteberekeningen

wiskunde B pilot havo 2015-I

Examen VWO. wiskunde B. tijdvak 2 woensdag 19 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Hoofdstuk 2 Oppervlakte en inhoud

Eindexamen vwo wiskunde B pilot 2014-I

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica

Vlaamse Wiskunde Olympiade : tweede ronde

Ijkingstoets industrieel ingenieur aangeboden door UGent en VUB op 15 september 2014: algemene feedback

2 Vraagstuk Dynamicaboek (Kermisattractie)

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 18 mei uur

10.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.

1 Middelpunten. Verkennen. Uitleg

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Voorbeeld paasexamen wiskunde (oefeningen)

wiskunde B pilot vwo 2017-II

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: cirkel en parabool. 16 september dr. Brenda Casteleyn

WI1708TH Analyse 3. College 5 23 februari Challenge the future

Examen VWO. wiskunde B1,2

IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 1 juli 2015 Oplossingen

Vraag Antwoord Scores. Het verschil is (0,0017 uur, dat is) 6 seconden (of nauwkeuriger) 1

IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 2015: algemene feedback

IJkingstoets burgerlijk ingenieur juli 2015: algemene feedback

EXAMEN SCHAKELCURSUS MIDDELBARE LASTECHNIEK WISKUNDE 2010

IJkingstoets burgerlijk ingenieur september 2013: algemene feedback

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 21 juni uur

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Actief gedeelte - Maken van oefeningen

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde

Bal in de sloot. Hierbij zijn x en f ( x ) in centimeters. Zie figuur 2.

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede Ronde.

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

wiskunde B havo 2015-II

13 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede ronde.

8.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Bereken het snijpunt van 3x + 2y = 6 en -2x + y = 3

OEFENPROEFWERK VWO B DEEL 3

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2006-I

Zomercursus Wiskunde. Module 18 Geïntegreerde oefeningen (versie 22 augustus 2011)

Uitgewerkte oefeningen

10.0 Voorkennis. cos( ) = -cos( ) = -½ 3. [cos is x-coördinaat] sin( ) = -sin( ) = -½ 3. [sin is y-coördinaat] Willem-Jan van der Zanden

IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 29 juni Nummer vragenreeks: 1

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2001-I

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : tweede ronde

IJkingstoets september 2015: statistisch rapport

De parabool en de cirkel raken elkaar in de oorsprong; bepaal ook de coördinaten van de overige snijpunten A 1 en A 2.

Zomercursus Wiskunde. Module 7 Poolcoördinaten (versie 22 augustus 2011)

Hoofdstuk 4: Meetkunde

IJkingstoets september 2015: statistisch rapport

IJkingstoets september 2015: statistisch rapport

11.1 De parabool [1]

Achter het correctievoorschrift is een aanvulling op het correctievoorschrift opgenomen.

Ijkingstoets industrieel ingenieur aangeboden door UGent en VUB op 30 juni 2014: algemene feedback

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 woensdag 20 mei uur

dx; (ii) * Bewijs dat voor elke f, continu ondersteld in [0, a]: dx te berekenen.(oef cursus) Gegeven is de bepaalde integraal I n = π

wiskunde B bezem vwo 2018-I

DE AFWIKKELING VAN EEN AFGEKNOTTE KEGEL


Meetkunde. MBO Wiskunde Niveau 4 - Leerjaar 1, periode 3

Eindexamen wiskunde B pilot havo II

1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.

Oefenexamen wiskunde vmbo-tl Onderwerp: meetkunde H2 H6 H8 Antwoorden: achterin dit boekje

13 Vlaamse Wiskunde Olympiade: tweede ronde

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

Eindexamen wiskunde B 1-2 vwo I

Lineaire Algebra voor ST

Transcriptie:

Oefenzitting : Parametrisaties. Modeloplossingen Oefening.5:. Beschouw vooreerst de cirkel C in het xz-vlak met straal r en middelpunt (x, y, z) = (R,, ) (zie Figuur ). De parametrisatie van C wordt dan gegeven door x = R + r cos v y = z = r sin v, v π.. De torus bekomen we nu door de cirkel C te wentelen rond de z-as (zie Figuur ). Door het wentelen van C rond de z-as, zal een willekeurig punt p = (x(v),, z(v)) op C een cirkel beschrijven in het vlak z = z(v) = r sin v met straal x(v) = R + r cos v en middelpunt (,, z(v)). Met andere woorden, zij q = (x, y, z) het punt p = (x(v),, z(v)) gewenteld over een hoek u, dan heeft q dezelfde z-coördinaat als p, namelijk z = z(v). Terwijl voor x en y zal gelden dat x = x(v) cos u en y = x(v) sin u. Bijgevolg wordt de parametrisatie van de torus gegeven door x = (R + r cos v) cos u y = (R + r cos v) sin u z = r sin v, v π, u π. Oefening.6:. Parametrisatie: (a) Veronderstel het middelpunt van het wiel vast in de oorsprong (zie Figuur 3) en beschouw het punt (, r) op het wiel. Wanneer het wiel

Figure : De cirkel C in het xz-vlak met straal r en middelpunt (R,, ) voor het geval dat r = en R = 5. 6 - - -6 6 - - 6-6 -6 - - Figure : De torus bekomen door de cirkel C te wentelen rond de z-as.

ter plekke ronddraait met de klok mee, dan zal dit punt een cirkelbeweging maken rond de oorsprong met parametrisatie { x = r sin t y = r cos t, t. (b) In werkelijkheid bevindt het middelpunt van het wiel zich niet in de oorsprong, maar wel op een hoogte R (zie Figuur ), zodat we de y- coördinaat dienen aan te passen in de parametrisatie { x = r sin t y = R + r cos t, t. (c) Tot slot verplaatst het middelpunt van het wiel zich in werkelijkheid evenzeer naar rechts tijdens de draaibeweging van het wiel (zie Figuur 5) over een afstand gelijk aan de booglengte Rt. Bijgevolg dienen we de x-coördinaat evenzeer aan te passen in de parametrisatie { x = Rt + r sin t, t. y = R + r cos t. Figuur 6 geeft de beweging van het punt weer voor r < R, voor de cycloïde r = R en voor r > R. Oefening.7: { z = x y z = x, x, y, z. (). Eerste mogelijkheid: stel x = t. Dan volgt uit x dat t. Verder volgt dan uit de tweede gelijkheid in () dat z = t. Ingevuld in de eerste vergelijking verkrijgen we dan dat y = t. Vermits y hebben we bijgevolg dat y = t, zodat moet gelden dat t. De parametrisatie wordt dan gegeven door x = t y = t z = t, t.. Tweede mogelijkheid: stel x = cos t. Dan volgt uit x dat t [ π, π ] = S. Verder volgt dan uit de tweede gelijkheid in () dat z = cos t. Ingevuld in de eerste vergelijking verkrijgen we dan dat y = cos t = sin t. Vermits y hebben we bijgevolg dat y = sin t met t [, π] = S. Daar 3

Figure 3: De beweging van een punt op het wiel met straal R en middelpunt (, ) en de beweging van een reflector op een afstand r van dit middelpunt voor het geval dat r = en R = 3. Figure : De beweging van een punt op het wiel met straal R en middelpunt (, R) en de beweging van een reflector op een afstand r van dit middelpunt voor het geval dat r = en R = 3.

Figure 5: Het wiel met straal R en middelpunt (, R) verplaatst over een afstand Rt naar rechts, voor het geval dat R = 3 en t = π 3. 6 6 6 3 5 6 3 5 6 3 5 6 Figure 6: De beweging van het punt voor het geval dat r < R (links), r = R (midden) en r > R (rechts). 5

.8.6.....6...6.8.8 Figure 7: Grafiek van de kromme gegeven door (). t zowel tot S als tot S moet behoren, bekomen we dus dat t S S = [, π ], zodat de parametrisatie wordt gegeven door x = cos t y = sin t z = cos t Figuur 7 toont de grafiek van de kromme. Oefening.:, t π.. { x = cos t y = sin t, t π. Uit de begrenzing voor de parameter t volgt dat x en y. Verder volgt uit cos t+sin t = dat x+y =. Bijgevolg stelt de kromme het lijnstuk voor tussen (, ) en (, ).. x = cos t y = sin t z = t, t 6π. 6

..8 6.6.5 8 - -.5....6.8.5 -.5 - -.5.5 - - -.5.5 - -.5.5 Figure 8: Grafiek van het lijnstuk (links), de schroeflijn (midden) en de ellips (rechts). Uit de begrenzing voor de parameter t volgt dat z 6π. Verder volgt uit cos t + sin t = dat x + y = (= cilinder), terwijl uit x = cos t en z = t volgt dat x = cos z (= schroefoppervlak). Bijgevolg is de doorsnede een schroeflijn gegeven door { x + y =, z 6π. x = cos z 3. x = cos t y = sin t z = cos t + sin t, t π. Uit cos t + sin t = volgt dat x + y = (= cilinder), terwijl uit z = cos t + sin t volgt dat z = x + y (= schuin vlak). Bijgevolg is de doorsnede een ellips gegeven door { x + y =. z = x + y Figuur 8 toont de grafiek van het lijnstuk, de schroeflijn en de ellips. Oefening.:. ( ) x x /3 + y /3 = a /3 /3 ( ) y /3 + =. a /3 a /3 Vermits evenzeer geldt dat cos t + sin t =, kunnen we x/3 a /3 stellen en y/3 a /3 = sin t, zodat de parametrisatie gegeven wordt door { x = a cos 3 t y = a sin 3, t π. t = cos t 7

- -.5 -.5 - - - -.5 -.5 -.5 -.5 Figure 9: Grafiek van de astroïde voor a = (links) en de cirkel voor a = (rechts).. { x + y + z = a x = y { ( x ) ( a + z a) = x = y. Vermits evenzeer geldt dat cos t+sin t =, kunnen we x a stellen en z = sin t, zodat de parametrisatie gegeven wordt door a x = a cos t y = a cos t z = a sin t, t π. = y a = cos t Figuur 9 toont de grafiek van de astroïde en de cirkel. Oefening.: E : { x = cos t y = 3 sin t, t π. Uit cos t + sin t =, cos t = x en sin t = y x, halen we dat + y =. Links en 3 9 rechts vermenigvuldigen met 36 geeft dan de volgende cartesische vergelijking: 9x + y = 36. Vervangen we vervolgens in deze cartesische vergelijking x door r cos θ en y door r sin θ, dan verkrijgen we dat r (9 cos θ + sin θ) = 36, zodat we volgend 6 expliciet functievoorschrift in poolcoördinaten bekomen: r =. +5 cos θ Figuur toont de grafiek van E. 8

3-3 - - 3 - - -3 Figure : Grafiek van E. Oefening.3:. Vermits r = x +y, verkrijgen we dat x x+y = r(r cos θ) =, zodat de vergelijking in poolcoördinaten wordt gegeven door r = cos θ. Het domein vinden we door op te merken dat r moet zijn. Bijgevolg wordt het domein gegeven door π θ π.. (x ) + (y ) = x + y (x + y) = r(r cos θ sin θ) =, zodat de vergelijking in poolcoördinaten wordt gegeven door r = (cos θ + sin θ). Het domein vinden we opnieuw door op te merken dat r moet zijn. Bijgevolg wordt het domein gegeven door π θ 3π. Figuur toont de grafiek van beide krommen. Oefening.: Stel t = θ, dan is r = cos t met π t π. Verder volgt dan uit x = r cos θ en y = r sin θ dat { x = cos t y = cos t sin t, π t π. De cartesische vergelijking vinden we door r = cos θ links en rechts te vermenigvuldigen met r. Dit geeft dan dat r = r cos θ x + y = x. Ofwel (x ) + y =, de vergelijking van een cirkel met middelpunt (, ) en straal (zie Figuur ). 9

.5.5.5.5.5 -.5.5.5 - Figure : Grafiek van x x + y = (links) en (x ) + (y ) = (rechts). 3 - - Figure : Grafiek van r = cos θ.

- -.5.5 - - Figure 3: Grafiek van het lijnstuk y + 3x = 8, met x, gewenteld rond de x-as. Oefening.6: Stel x = u, dan wordt de parametrisatie van het lijnstuk y + 3x = 8 met x gegeven door x = u y = 3 u z =, u. Wentelen we dit vervolgens rond de x-as, dan zal een willekeurig punt p = (x(u), y(u), ) op het lijnstuk een cirkel beschrijven in het vlak x = x(u) = u met straal y(u) = 3 u en middelpunt (x(u),, ). Met andere woorden, zij q = (x, y, z) het punt p = (x(u), y(u), ) gewenteld over een hoek v, dan heeft q dezelfde x-coördinaat als p, namelijk x = x(u). Terwijl voor y en z zal gelden dat y = y(u) cos v en z = y(u) sin v. Bijgevolg wordt de parametrisatie van het omwentelingsoppervlak gegeven door x = u y = ( 3 u) cos v z = (, u, v π. 3u) sin v Figuur 3 toont de grafiek van het wenteloppervlak.

.5.5 -.5 - -.5 3.5.5.5.5.5 -.5 - -.5 Figure : Grafiek van r = 3 cos θ, met θ π, gewenteld rond de poolas. Oefening.7: Stel u = θ, dan wordt de parametrisatie van r = 3 cos θ met θ π gegeven door x = 3 cos u y = 3 cos u sin u z =, u π. Wentelen we dit vervolgens rond de poolas, dan wordt de parametrisatie van het omwentelingsoppervlak gegeven door x = 3 cos u y = 3 cos u sin u cos v z = 3 cos u sin u sin v Figuur toont de grafiek van het wenteloppervlak., u π, v π. Oefening.9: De bol x +y +z = R met R > wordt in cilindercoördinaten gegeven door u = R z, want x + y = u cos θ + u sin θ = u en u (u = afstand van een punt op de bol tot de z-as). En in sferische coördinaten wordt deze gegeven door r = R, vermits x + y + z = r en r (r = afstand van een punt op de bol tot de oorsprong (,, )).

5 3 - - - - - - Figure 5: Grafiek van de kegel x + y = z voor het geval dat z 5. Oefening.3: De kegel x + y = z (zie Figuur 5) wordt in cilindercoördinaten gegeven door u = z, want x + y = u cos θ + u sin θ = u en u (u = afstand van een punt op de kegel tot de z-as). De vergelijking in sferische coördinaten vinden we door links en rechts de term z bij op te tellen. Dit geeft dan dat x + y + z = z r = r cos ϕ cos ϕ =, zodat ϕ = π of ϕ = 3π. Oefening.3: gegeven door Het vlak door de punten (9,, 8), (5,, 5) en (,, ) wordt x 9 y z 8 5 9 5 8 9 8 = 3x + z = 5. De eenheidsvector n met positieve z-component loodrecht op dit vlak wordt dan gegeven door ( ( 3,, ) ( 3,, ) n = = = 3 ( 3,, ) 9 + + 6 5,, ). 5 Oefening.33: Zij a = (a,, ), b = (, b, ) en c = (,, c) met a, b, c >. Stel p = a b = (a, b, ) en q = c b = (, b, c). De oppervlakte van 3

de driehoek is dan gelijk aan de helft van de oppervlakte van het parallellogram gevormd door p en q: O( ) = = p q ( bc ) + ( ac) = + ( ab ) b c + a c + a b.