Hoofdlijnen wijzigingen DBCsystematiek ziekenhuiszorg 2014 Versie 1.0 29 april 2013
Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 1.1. Reacties branchepartijen bij consultatie van besluitvormingsdocument RZ14a 2e go... 5 2. Beleidsmatig voorstel januaripakket 2014... 6 2.1. Reguliere activiteiten... 6 2.2. Projecten... 7 3. Tijdsfasering... 8 4. Reguliere activiteiten... 9 4.1. Wijzigingsverzoeken... 9 4.2. Innovatieverzoeken... 9 4.3. Herijking van kostentarieven en honoraria... 10 5. Doorontwikkeling projecten... 13 5.1. Projecten die niet meegaan in RZ14a... 13 5.1.1. Pathologie... 13 5.1.2. Plastische chirurgie... 14 5.1.3. NICU... 15 5.1.4. E-health... 15 5.2. Projecten die meegaan in RZ14a... 17 5.2.1. Kinderchirurgie... 17 5.2.2 Geriatrische revalidatiezorg... 19 5.2.3. Medisch specialistische revalidatiezorg... 21 5.2.4. Neurologie... 22 DBC-Onderhoud 2 81
5.2.5. Gender... 23 5.3. Overige projecten... 26 5.3.1. IC en PICU... 26 5.3.2. Zorgactiviteitentabel... 27 5.3.3. Voorwaardelijke toelating... 28 5.3.4. Uitbreiding informatie declaratiebericht... 31 Bijlage 1: Wijzigingen aangemeld middels de intake- en wijzigingsprocedure... 33 DBC-Onderhoud 3 81
1 Inleiding Zorginstellingen en zorgverzekeraars werken sinds 1 januari 2012 met een vernieuwd DBC-systeem (DOT). Het DBC-systeem is daarmee niet helemaal af. Naast het feit dat er altijd nieuwe ontwikkelingen zijn in de zorg die opname in de DBC-systematiek verdienen, zijn er ook nog delen van de productstructuur die verder ontwikkeld moeten worden. Leidraad voor die verdere ontwikkeling is de doorontwikkelagenda DOT. DBC-Onderhoud ontwikkelt jaarlijks een nieuw DBC-pakket met wijzigingen die de productstructuur verder verbeteren. In de release RZ13a is een aantal belangrijke verbeteringen doorgevoerd waardoor topreferente zorg beter herkenbaar (kindergeneeskunde, interventiecardiologie en cardiochirurgie, neurochirurgie) en declareerbaar is. Daarnaast is de productstructuur van enkele categorale sectoren (epilepsie, revalidatie) verbeterd. Ook zijn de kostentarieven voor de fundamenteel gewijzigde productsturen in het gereguleerde segment herberekend en de berekening van de honorariumtarieven verder verfijnd. De release voor 2014 (de RZ14a) draagt verder bij aan de optimalisatie en doorontwikkeling van het DBC-systeem. De RZ14a is een zogenaamde beleidsrijke release: hierin kunnen wijzigingen zijn opgenomen die zowel beleidsmatig als technisch een grote impact hebben. Dergelijke wijzigingen pakt DBC-Onderhoud in projectvorm op (hoofdstuk 5). De keuze voor de projecten die in de RZ14a zijn opgenomen is primair in samenspraak met partijen tot stand gekomen. De RZ14a bevat naast de wijzigingen als gevolg van projecten, ook wijzigingen als gevolg van reguliere activiteiten (Bijlage I). DBC-Onderhoud neemt jaarlijks het initiatief, in aanloop naar de eerstvolgende beleidsrijke pakketuitlevering, de onderwerpen die vanuit veldpartijen naar boven komen te rubriceren en te prioriteren. De NZa heeft in november 2012 de Doorontwikkelagenda DOT uitgebracht. Deze doorontwikkelagenda is in nauw overleg met DBC-O en veldpartijen tot stand gekomen. Gezien het moment van uitbrengen van deze doorontwikkelagenda (november) en de benodigde aanloop tot de groslijst RZ14a (april-december 2012) in combinatie met de planning RZ14a, landt een deel van doorontwikkelagenda in de RZ14a en een deel in latere releases. Op de groslijst RZ14a staan de volgende onderwerpen die ook op de doorontwikkelagenda DOT staan: plastische chirurgie, IC, revalidatie, geriatrische revalidatie, doorontwikkeling registratieregels, doorontwikkeling zorgactiviteiten, e-health, doorontwikkeling van diagnoses in relatie tot ICD-10 (resultaten landen vooral buiten de RZ14a), aanspraak, herijking tarieven complex chronisch longfalen. Het terugdringen van obsolete en overbodige producten en onbedoelde prikkels is een continu aandachtspunt bij de projecten in de RZ14a en de wijzigingsverzoeken zoals deze in de intake worden opgepakt en uitgewerkt. Veel van de wijzigingen in de RZ14a hebben betrekking op zorgzwaarte (kinderchirurgie, neurologie, en OHC) of op hoog gespecialiseerde zorg (gender). Doorvertalen van zorgzwaarte in de zorgprestaties (zorgproducten) biedt naast een basis voor passende bekostiging ook een aangrijpingspunt binnen de zorginkoop. Een ander belangrijk onderwerp voor de RZ14a is het specialismenoverstijgend maken van zorgproducten: dezelfde zorg moet in principe leiden tot hetzelfde product (klinische geriatrie). Tot slot is er ruimte voor innovatie: er heeft een impactanalyse plaatsgevonden op het opnemen van een aantal e- DBC-Onderhoud 4 81
healthactiviteiten in de afleiding naar ambulante zorgproducten, en er is een technische oplossing gevonden om voorwaardelijk gefinancierde zorg zichtbaar te maken in het systeem. Dit document bevat de projecten en wijzigingen die worden uitgewerkt in de release voor 2014, de zogenaamde 2 e go. In de aanloop naar de 2 e go is voor alle projecten en wijzigingen een impactanalyse uitgevoerd. Gezien de resultaten van de impactanalyses worden een aantal projecten (plastische chirurgie, pathologie, NICU en E-health) en wijzigingsverzoeken niet meegenomen in de RZ14a. De resultaten van het project revalidatie komen als gevolg van de doorlooptijd die veldpartijen nodig hebben bij de uitwerking, niet tijdig beschikbaar. De geplande nieuwe zorgactiviteiten zullen met de RZ14c worden uitgeleverd. De motivatie voor het niet doorvoeren van deze projecten en wijzigingen is opgenomen in dit document (zie paragraaf 5.1, 5.2 en bijlage 1). Verder bevat dit 2 e go document grotendeels de beoogde wijzigingen voor de RZ14a. Tussentijdse mutaties in de wijzigingsverzoekenlijst worden apart bijgehouden zodat ten tijde van de 4 e go een definitieve lijst wijzigingsverzoeken wordt aangeboden. De besluitvorming rond de definitieve groslijst voor RZ14a vindt medio april 2013 plaats. De publicatie van dit document vindt plaats via de website van DBC-Onderhoud. 1.1. Reacties branchepartijen bij consultatie van besluitvormingsdocument RZ14a 2e go De vorige versie van dit document is geconsulteerd bij de branches en specifiek besproken in het brancheoverleg van 21 maart 2013. De reacties van de verschillende branchepartijen zijn verwerkt in het voorliggende document. Alle branches zijn akkoord met het besluitvormingsdocument 2e go RZ14a. In zijn algemeenheid werd aangegeven dat het voorliggende besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go kwalitatief goed was opgebouwd. Wel hebben de branchepartijen aangegeven dat een aantal projecten beter moet worden afgestemd; zij willen meer worden betrokken zodra projecten worden opgestart. Daarnaast werd aangegeven dat voor een gedetailleerde beoordeling op onderdelen meer inzicht in de uitwerking van projecten noodzakelijk is. Hieronder volgen de belangrijkste aanvullende reacties van de verschillende branchepartijen. NFU en ZN vinden dat er voor de projecten Gender en Neurologie onvoldoende informatie beschikbaar is om goed te testen. Daarnaast vinden deze partijen dat de projecten wel op hoofdlijnen in het brancheoverleg aan bod zijn gekomen, maar onvoldoende gedetailleerd. Dit geldt niet voor kinderchirurgie dat zeer goed en uitgebreid is gepresenteerd. OMS is akkoord met het besluitvormingsdocument 2e go RZ14a onder verwijzing naar het gesprek en de e-mailwisseling tussen OMS en DBC-Onderhoud a. Hieruit is gebleken dat elke wijziging die onderdeel uitmaakt van de RZ14a door DBC-Onderhoud is afgestemd met de meest relevante wetenschappelijke vereniging(en). Onder deze voorwaarde geeft de OMS dan ook haar akkoord op het voorliggende document. ZKN en de NVZ hebben ten aanzien van het besluitvormingsdocument geen opmerkingen. DBC-Onderhoud 5 81
2. Beleidsmatig voorstel januaripakket 2014 De werkzaamheden voor de uitlevering van het DBC-systeem 2014 zijn gesplitst in twee onderdelen: reguliere activiteiten en projecten. 2.1. Reguliere activiteiten Onder reguliere activiteiten vallen die wijzigingen die individuele delen van het systeem betreffen en inhoudelijk geïsoleerd staan. Het gaat om de volgende soorten wijzigingen: Lichte en complexe wijzigingen die geen medisch-technologische innovatie zijn Wijzigingen betreffende medisch-technologische innovaties: alle innovaties die voor 1 januari 2013 door de Medisch Wetenschappelijke Adviesraad positief beoordeeld zijn, voldoende technisch uitgewerkt en door directie/bestuur bekrachtigd zijn, maken onderdeel uit van de RZ14a. Aanspraakwijzigingen: wettelijke aanspraakwijzigingen maken deel uit van de RZ14a voor zover deze voor 1 mei 2013 bij DBC-Onderhoud bekend zijn. Aanpassingen WBMV Aanpassingen in prestaties/productstructuur vrije segment (B-segment) Onderhoud van zorgactiviteiten Herijking van tarieven Herijking van normtijden en honoraria Wijzigingen in de grouper DBC-Onderhoud 6 81
2.2. Projecten De projecten zijn onderverdeeld in doorontwikkeling productstructuur en overige projecten. Voor de 1 e go RZ14a is ten aanzien van onderstaande lijst projecten door de NZa, DBC-O en branchepartijen besloten tot uitwerking over te gaan door het uitvoeren van impactanalyses. Doorontwikkeling productstructuur Pathologie Kinderchirurgie Geriatrische revalidatiezorg Medisch specialistische revalidatiezorg Plastische chirurgie Neurologie Gender E-health Overige projecten IC/PICU NICU Voorwaardelijke financiering Zorgactiviteitentabel Uitbreiding informatie in declaratiebericht voor zorgproducten waarvoor aanspraakbeperking geldt Van alle projecten die uitgebreid zijn beschreven in hoofdstuk 5, is de impact bepaald en zijn gewenste wijzigingen uitgewerkt tot functionele specificaties. De projecten Pathologie (paragraaf 5.1.1), Plastische Chirurgie (paragraaf 5.1.2), NICU (paragraaf 5.1.3) en E-health (paragraaf 5.1.4) worden niet verwerkt in de RZ14a. Ook voor deze projecten zijn de resultaten, impactanalyses en het uitgevoerde afstemmingstraject beschreven. DBC-Onderhoud 7 81
3. Tijdsfasering De planning van de uitlevering van RZ14a bestaat uit onderstaande mijlpalen. Mijlpaal / Productomschrijving Datum Vaststelling 1 e go 15 februari 2013 Vaststelling 2 e go 25 april 2013 3 e go 1 juli 2013 Uitlevering aan de NZa 15 augustus 2013 Conceptuitlevering veld (uiterlijk) 19 augustus 2013 Vaststelling door RvB NZa 24 september 2013 Uitlevering vastgesteld pakket aan veld 26 september 2013 Ingangsdatum 1 januari 2014 In dit besluitvormingsdocument wordt van ieder project de impact en de functionele specificaties op hoofdlijnen weergegeven. Voor de projecten Neurologie, Gender, Geriatrische revalidatiezorg en Kinderchirurgie is de volledige impact bekend. Van de andere projecten is de status geüpdatet. De vaststelling van de 2 e go vindt na consultatie van partijen door DBC-O, plaats door de NZa. De officiële 2 e go staat gepland rond medio april 2013. Hierna start de bouwfase (fase 3) en uitleverfase (fase 4). DBC-Onderhoud 8 81
4. Reguliere activiteiten 4.1. Wijzigingsverzoeken Dit zijn wijzigingsverzoeken die door veldpartijen bij DBC-Onderhoud zijn ingediend via de aanvraagprocedure wijzigingsverzoeken. DBC-Onderhoud behandelt deze wijzigingsverzoeken conform de met de NZa en veldpartijen afgesproken procedures. De groslijst van de wijzigingsverzoeken die ten tijde van de 1 e go RZ14a is vastgesteld, dient als basis voor de impactanalyse van wijzigingen tot aan de 2 e go (bijlage I). Omdat er in de planning geen sluitingsdatum meer gehanteerd wordt voor de intake, zijn er ook nog enkele nieuwe wijzigingsverzoeken toegevoegd. Indien dit het geval is bij een bepaalde wijziging staat dit erbij vermeld. Wijzigingsverzoeken die op basis van de impactanalyse (tussen de 1 e en 2 e go) zijn komen te vervallen, zijn voorzien van een motivatie. 4.2. Innovatieverzoeken Er zijn twee routes met betrekking tot innovatieve zorg die tot wijzigingen in de DBC-systematiek kunnen leiden. Wet Marktordening Gezondheidszorg (WMG)-partijen kunnen bij DBC-Onderhoud een verzoek indienen om innovaties in de DBC-systematiek op te nemen (zie procedure innovatie www.dbconderhoud.nl). Een deel van die aanvragen doorloopt een Medisch Wetenschappelijk Advies Raad (MWAR)-adviestraject. Deze innovatieve behandelingen zijn veelal gericht op specifieke patiëntengroepen. De innovatieverzoeken voor RZ14a zijn: Issuenummer 632 Bronchoscopische longvolume reductie (meer informatie in bijlage 1) Issuenummer 2105 Klikprothese bij amputatie (meer informatie in het 3 e go document) De andere innovatieverzoeken gaan over het mogelijk maken van de registratie van innovaties, die kandidaat zijn voor voorwaardelijke toelating (zie paragraaf 5.3.3) tot het verzekerde pakket in 2014. DBC-Onderhoud 9 81
4.3. Herijking van kostentarieven en honoraria Dataset De tariefberekening vindt plaats op basis van dezelfde dataset als vorig jaar. Omdat DBC-Onderhoud en de NZa streven naar zoveel mogelijk prijsstabiliteit met betrekking tot kostentarieven en honoraria, wordt in RZ14a evenals bij de productprijsberekening in RZ13a gebruikgemaakt van de Ronde 21 DIS-dataset met bronjaar 2010. Om nieuwe zorgactiviteiten en diagnosecodes die na 2010 zijn geïntroduceerd te verwerken in de casemix en profielen van RZ14a-zorgproducten, wordt voor RZ14a een datatransformatie uitgevoerd die oude zorgactiviteiten en diagnosecodes vertaalt naar de nieuwe typering. Tevens is in overleg met NZa bepaald dat het simulatieproces na RZ13a wordt geactualiseerd aan de hand van het vernieuwde RZ14a registratieaddendum, diagnosecombinatietabel en afsluitregelstabel. Kostentarieven Jaarlijks berekent DBC-Onderhoud voor het gereguleerde segment de kostentarieven voor instellingen en honoraria voor de medisch specialisten en voor het vrije segment honoraria voor poortspecialisten (maximum tarieven) en onderhandelbare ondersteuners tarieven. Deze tarieven alsmede de tarieven voor losdeclarabele zorgactiviteiten worden door de NZa vastgesteld. Met de NZa is afgesproken dat de tarieven in het gereguleerde segment minimaal elke twee jaar worden herijkt. Tussentijds vindt indexering plaats. Op basis van bovenstaande zouden de volgende groepen worden geïndexeerd. Signalen kunnen voor de NZa aanleiding zijn om alsnog tot herberekening over te gaan. Neurochirurgie Cardiothoracale chirurgie Revalidatiegeneeskunde Kindergeneeskunde Kinderoncologie Geriatrische revalidatiezorg Uitzondering op deze regel vormen zorgproducten in bovengenoemde zorgproductgroepen die als gevolg van wijzigingsverzoeken een aangepast profiel krijgen. Zorgproductgroepen in het gereguleerde segment die niet substantieel zijn aangepast in RZ13a worden in RZ14a herijkt. Dit betreft de volgende zorgproductgroepen: Klinische genetica Infertiliteit DBC-Onderhoud 10 81
Transplantatie Stamceltransplantatie Brandwondenzorg Chronische thuisbeademing Complex chronisch longfalen Neonatologie Psychiatrie Kinderneurologie Palliatieve zorg Overige zorgproducten In beginsel vindt de herijking van kostentarieven plaats op basis van het vernieuwde kostprijsmodel dat met ingang van 1 januari 2012 is geïntroduceerd. Met de introductie van dit vernieuwde kostprijsmodel worden instellingen verplicht om kostprijzen 2012 voor alle zorgproducten in het gereguleerde segment voor 1 juli 2013 aan te leveren bij de NZa. Aangezien uitsluitend kostprijsgegevens van DBC-zorgproducten geopend èn gesloten in 2012 kunnen worden aangeleverd, is het vernieuwde kostprijsmodel in 2014 wellicht beperkt toepasbaar. Dit houdt in dat niet van alle DBC-zorgproducten bruikbare kostprijzen beschikbaar zullen zijn. Indien blijkt dat (delen van) aangeleverde kostengegevens 2012 onvoldoende representatief zijn, wordt voor RZ14a (deels) nog gebruik gemaakt van de huidige berekeningsmethode voor kostentarieven (gebaseerd op profielen en kostprijzen per zorgactiviteit). Vanwege bovenstaande berekent DBC-Onderhoud in de periode tot 1 juli 2013 productprijzen voor 2014 volgens de huidige berekeningsmethode voor kostentarieven. Het streven is om in de periode van 1 juli tot 15 augustus 2013 productprijzen te berekenen aan de hand van de kostenaanleveringen volgens het vernieuwde kostprijsmodel en deze te verwerken in de prijslijst op basis van de huidige berekeningsmethode. Honoraria Voor de tariefberekening RZ14a worden geen nieuwe bronbestanden gehanteerd. Dit betekent dat geen nieuwe IC-uitvraag, FTE-verificatie en OCF-onderzoek worden uitgevoerd. Het Budgettair Kader Zorg (BKZ) wordt jaarlijks geïndexeerd. De tarieven van 2014 kunnen ten opzichte van 2013 wijzigen als gevolg van: Projecten en wijzigingsverzoeken: Gedurende het jaar komen er allerlei verzoeken binnen om de productstructuur te wijzigen of vernieuwde zorgactiviteiten te introduceren. Naast wijzigingsverzoeken lopen er ook bredere projecten die leiden tot nieuwe zorgproducten. DBC-Onderhoud 11 81
Clusterverzoeken: Dit jaar kunnen wetenschappelijke verenigingen opnieuw een gezamenlijk gedragen clusterverzoek indienen zodat honorariumtarieven voor zorgproductenoverstijgend berekend kunnen worden. In de tarieventabel krijgen deze zorgproducten via verschillende declaratiecodes vervolgens dezelfde prijs. Ondersteunerstarieven: De (nieuwe) zorgactiviteiten die ondersteunend worden uitgevoerd bij andere poorters moeten worden voorzien van een normtijd. Het normeren van een ondersteunende zorgactiviteit heeft zowel gevolgen voor de tarieven in het A-segment als in het B-segment. Registratieaddendum: Er gelden regels voor het openen en afsluiten van een traject. Deze regels zijn opgenomen in de zogenaamde registratieregels en het bijbehorende registratieaddendum voor ICT-Leveranciers. Voor de tariefberekening wordt de DIS-data uit 2010 vertaald naar de productstructuur in 2014 met bijbehorende registratieregels. Dit betekent dat (tussentijdse) wijzigingen in het registratieaddendum invloed hebben op de verdeling van casemix en profielen. Er geldt een BKZ per specialisme. De te berekenen honorariumtarieven van de medisch specialistische zorg dienen binnen dat kader te blijven. Daarom worden de productieaantallen rondgerekend met hun bijbehorende normtijd. Dit resulteert in een uitgelijnd tarief. Gegeven dit mechanisme en bovenstaande wijzigingen kunnen tarieven over de hele linie veranderen. In overleg met NZa is besloten om de Normtijdentool volledig open te stellen. DBC-Onderhoud 12 81
5. Doorontwikkeling projecten 5.1. Projecten die niet meegaan in RZ14a Onderstaande projecten zijn projecten die in de aanloop naar de 2 e go zijn vervallen voor opname in de release RZ14a. 5.1.1. Pathologie Onderwerp Pathologie, differentiatie in zorgactiviteiten per 2014 Probleem Beoogd resultaat De bestaande wijze van beschrijven van het vak pathologische anatomie in zorgactiviteiten is achterhaald. Het huidige systeem stamt, op een enkele aanpassing na, al van voor 1999. Het sluit daarmee niet meer aan bij de inhoud van het vak en praktijkvariatie. De huidige set van zorgactiviteiten (14 in totaal) is te grofmazig. Hierdoor is de medische herkenbaarheid beperkt en zijn codes niet homogeen of representatief voor kosten en inzet van de patholoog. Vergelijkbare specialismen (radiologie, microbiologie) kennen een veel breder scala aan zorgactiviteiten. Dit leidt tot ongewenste effecten, perverse prikkels voor onnodig dure diagnostiek en cherry picking. Ook leveren de bestaande codes in bepaalde centra over- of onderdekking ten opzichte van het daadwerkelijke onderzoek. Een meer gedifferentieerd systeem van zorgactiviteiten om het vak pathologische anatomie beter te beschrijven, waarmee transformatie vanuit huidige registratie mogelijk is. Het idee was de belangrijkste drie zorgactiviteitencodes (050501, 050503, 050507) voor pathologie, te differentiëren in (totaal) maximaal vijf varianten, die representatief zijn voor de zwaarte van het onderzoek, met een of twee aanvullende codes. Totaal naar verwachting zeven varianten. Daarbij wordt gedifferentieerd op basis van type weefsel (diagnose gerelateerd) en wijze van verkrijging (biopt of anderszins). Resultaat impactanalyse In totaal is met de drie genoemde bestaande codes een belang gemoeid van ca. 95 miljoen euro en 1,3 miljoen registraties per jaar. Zorg valt grotendeels (ca.95%) in het vrije segment. Uit de impactanalyse blijkt dat de voorgestelde codering op basis van de huidige bronregistratie in de laboratoria, nog te prematuur is. Dat betreft niet alleen de basis voor normtijdtoekenning, maar ook voor tariefberekening (OZP s). Uitwerking wordt verder ontwikkeld en de introductie een jaar uitgesteld per 2015. Hiermee wordt het voorstel beter en het draagvlak vergroot. Via een periode van eenduidige schaduwregistratie en analyse van iets verfijndere nieuwe structuur, is een betere vertaling van de praktijk DBC-Onderhoud 13 81
naar de nieuwe codes mogelijk. Iets wat op dit moment nog niet mogelijk is op basis van de huidige data. 5.1.2. Plastische chirurgie Onderwerp Situatieschets Beoogd resultaat Resultaat impactanalyse Plastische chirurgie Op 24 september 2012 heeft een oriënterend gesprek met de WV (wetenschappelijke vereniging) plastische chirurgie, ZN en NFU plaatsgevonden. Dit overleg was in eerste instantie belegd omdat plastische chirurgie een zogenaamde pre-mdc is (geen onderdeel van ICD-10-structuur). Als gevolg daarvan hebben zij eigen zorgproducten waarmee aan het principe van specialismeoverstijgendheid van de productstructuur geen recht wordt gedaan. Daarom heeft de NZa de plastische chirurgie op de doorontwikkelagenda DOT geplaatst. Naast de wens de productstructuur voor plastische chirurgie meer specialismeoverstijgend te maken, spelen nog een aantal andere issues zoals de ICD-10, zorgvraag en patiëntgeoriënteerde producten een rol. De plastische chirurgen en ZN geven aan met de huidige zorgprestaties voor plastische chirurgie zeer goed uit de voeten te kunnen. Op basis van de input uit deze bijeenkomst heeft DBC-Onderhoud een projectplan voor de doorontwikkeling van de plastische chirurgie opgesteld. Voor 2014 is een beperkte eerste stap uitgewerkt waarbij de doorontwikkeling voor 2014 zich richt op 1) de producten van de plastische chirurgie die voorheen geclusterd waren met producten van andere specialismen en 2) de ingediende wijzigingsverzoeken vanuit andere specialismen voor specialismeoverstijgende zorgproducten op het gebied van de plastische chirurgie (KNO en heelkunde). Een belangrijke randvoorwaarde voor de te zetten vervolgstappen na 2014, is dat de ziekenhuizen de diagnose op basis van de ICD-10 vanuit de basisregistratie vastleggen. De impactanalyse was gericht op het in kaart brengen van de voor- en nadelen van het samenbrengen van zorg, geleverd door zowel plastisch chirurgen als andere specialismen, in één product. Randvoorwaarde hierbij was dat het om dezelfde zorg gaat. Deze exercitie is gedaan voor: de producten die in de concept RZ13a geclusterd waren, producten waarbij andere specialismen dan plastische chirurgie een verzoek tot wijziging dan wel een signaal tot wijziging hebben afgegeven. Het betrof in totaal 14 zorgproducten plastische chirurgie: vijf in de RZ13a geclusterde producten, één te delen product met KNO, vier te delen producten met heelkunde en vier te delen producten met orthopedie. Van deze producten zijn de normtijden en kosten zowel voor de plastisch chirurgen als voor het vergelijkbaar product van het andere specialisme in beeld gebracht. Op basis van deze analyse heeft een gesprek plaats gevonden met de WV plastische chirurgie, ZN, NFU, de Orde van medisch specialisten en DBC-O. DBC-Onderhoud 14 81
In dit gesprek is vastgesteld dat in de meerderheid van de gevallen het delen van producten niet aan de orde is. Redenen hiervoor zijn in het medisch niet vergelijkbaar zijn van de zorg of dat de betreffende zorg in de praktijk niet door beide specialismen geleverd wordt. Concluderend zijn er vier plastische zorgproducten waarvan een ander specialisme aangeeft deze zorg ook te leveren en waarvan niet op voorhand gezegd kan worden dat het om medisch onvergelijkbare zorg gaat. Het gaat om de producten: CTS operatief, Blepharoplastiek, Correctie oorskelet en Gynaecomastie. De resultaten van de impactanalyse geven aan dat er op geleide van de scope van het projectplan maximaal vier producten voor integratie in aanmerking komen. DBC-O concludeert, mede gezien de reactie vanuit verzekeraars en zorgaanbieders op de impactanalyse, dat het niet zinvol is om in de RZ14a deze kleine stap te zetten. Een impactanalyse op de integratie van de gehele plastische chirurgie in ICD-10 staat voor RZ15a (DBC-pakket 2015) op de werkagenda van DBC-O. 5.1.3. NICU Onderwerp Probleem Beoogd resultaat Resultaat impactanalyse NICU Instellingen met een NICU-afdeling geven aan dat de huidige prestatie NICU (zorgactiviteit 190150 neonatale IC), die wordt geregistreerd per kalenderdag en gedeclareerd als individuele prestatie (add-on) geen recht doet aan de casemix-verschillen tussen patientjes op een NICU. Onderscheid naar beademingsdagen, geen beademingsdagen en wel/geen ECMO zou hiervoor mogelijke oplossingen zijn. Differentiatie van de huidige prestatie NICU in een beperkt aantal (2-3) nieuwe prestaties zodanig dat er recht wordt gedaan aan de verschillen in zorgzwaarte tussen NICU-patiënten. Het huidig tarief wordt herverdeeld (kostenneutraal). De impactanalyse zou plaatsvinden op basis van NFU-data. Uit de analyse gericht op de kwaliteit van de aangeleverde data bleek dat de dataset onvoldoende gegevens bevat om valide voorstellen uit te kunnen berekenen. In het projectplan is deze bevinding aangegeven als een no-go. Omdat de kwaliteit van de data onvoldoende is, vindt verdere uitwerking voor de RZ14a niet plaats. 5.1.4. E-health Onderwerp E-health DBC-Onderhoud 15 81
Probleem DBC-O heeft in 2012 laten onderzoeken hoe de toepassingsmogelijkheden van e-health zich verhouden tot de huidige financieringssystematiek. Uit het onderzoek kwam een positief beeld naar voren van de mogelijkheden voor de verspreiding van e- health. De DBC-systematiek levert weinig belemmeringen op. Voor een deel is dit te verklaren doordat de meeste initiatieven in het B-segment vallen. Aanbevelingen uit het onderzoek zijn: het versterken van communicatie en voorlichting, het screenen van de productstructuur op negatieve prikkels voor het gebruik van e-health, het overwegen e-health activiteiten vast te leggen en te gebruiken in de afleiding (en daarmee prijsbepaling) van bepaalde zorgproducten en het documenteren van cases, daar waar belemmeringen in de bekostiging ervaren worden via de wijzigingsprocedure bij DBC- Onderhoud DBC-Onderhoud richt zich voor de RZ14a op de aanbeveling uit het onderzoek die betrekking heeft op de productstructuur (aanbeveling 2). Bovendien heeft VWS de NZa verzocht te adviseren over hoe e-health verder gestimuleerd kan worden in de productstructuur en regelgeving. Vooruitlopend hierop heeft de NZa besloten dat per 1 januari 2013 in geval van een screen-to-screen-contact een herhaalpolibezoek mag worden vastgelegd. Beoogd resultaat In lijn hiermee is een nieuwe zorgactiviteit (190014) ontwikkeld en is de bestaande zorgactiviteit voor teleconsult (190025) aangepast. De nieuwe ZA 190014 krijgt ZPK 1 en krijgt daarmee een rol in de afleiding. De activiteiten voor teleconsult zijn ZPK 99 en spelen geen rol in de afleiding en hebben zodoende geen impact op declaratie. 190014 Screen-to-screen-beeldcontact tussen poortspecialist en patiënt bij een al geopende DBC ter vervanging van een fysiek herhaalconsult (voor andere vormen van teleconsult zie xxxx. Impactanalyse en resultaat Door middel van data-analyse brengt DBC-O in kaart in welke zorgproducten e-healthtoepassingen voorkomen en wat de consequenties van het ontbreken van een rol in de afleiding zijn. Dit gaat om de effecten op de verspreiding van e-health maar ook om overige inhoudelijke effecten. Definitieve resultaten worden verwacht eind april, nadat de dataset RZ14a beschikbaar en bruikbaar is. DBC-Onderhoud 16 81
5.2. Projecten die meegaan in RZ14a Onderstaande projecten hebben een impactanalyse ondergaan en zijn voorzien van een technische uitwerking. Dit zijn de projecten die meegaan in de release RZ14a. 5.2.1. Kinderchirurgie Onderwerp Probleem Beoogd resultaat Kinderchirurgie In de huidige DBC-systematiek blijkt medisch specialistische zorg aan kinderen, geleverd door de specialismen chirurgie, urologie en orthopedie onvoldoende vertegenwoordigd. Het gaat hierbij vaak om topreferente/academische zorg, waarbij in het DBCsysteem onvoldoende specifieke diagnosen en zorgactiviteiten bestaan. Hierdoor wordt gebruik gemaakt van typeringen en DBCzorgproducten, die de lading onvoldoende dekken. Dit maakt de zorg enerzijds onvoldoende inzichtelijk in het systeem en levert dit anderzijds een probleem op voor de financiering. Ook vanuit het perspectief van prestatiebekostiging is de huidige situatie ongewenst. De doorontwikkeling is gericht op het ontwikkelen van adequate producten en, indien geen vrije prijzen, tarieven op basis waarvan prestatiebekostiging mogelijk is. De huidige structuur voor kinderchirurgie/-orthopedie/-urologie biedt hiervoor onvoldoende aanknopingspunten. Beschrijving van de medisch specialistische zorg (zowel operatief als conservatief) aan kinderen (jonger dan 18) geleverd door de specialismen chirurgie, orthopedie en urologie. Het gaat daarbij in beginsel om congenitale afwijkingen, zorg in kader van nieuwvormingen en die zorg die voor kinderen wezenlijk anders is dan voor volwassenen Gerealiseerd resultaat voor de 2e go RZ14a: Met het veld overeengekomen productstructuur (nieuwe zorgproductgroep) voor de hierboven genoemde zorg Instrumenten om deze zorg adequaat te kunnen vastleggen: Nieuwe zorgactiviteiten Nieuwe diagnosen voor de specialismen Heelkunde, Orthopedie en Urologie Registratie conform algemene registratieregels Deze producten worden voorzien van een normtijd in het reguliere normtijdentraject RZ14a De ontwikkelde structuur is niet per definitie specifiek voorbehouden aan topreferente centra, hoewel de praktijk van deze zorg hier wel vaak is geconcentreerd. In principe is de ontwikkelde structuur geschikt voor alle centra die deze zorg aanbieden. DBC-Onderhoud 17 81
Impactanalyse Technische uitwerking: impact productstructuur De ontwikkelde producten voor de kinderoncologie zijn niet akkoord bevonden door de NZa bij de definitieve besluitvorming voor de RZ14a 2 e GO. Het standpunt van de NZa is dat de chirurgische zorg bij nieuwvormingen goed beschreven is in de reguliere ICD-10 productstructuur. De NZa ziet dan ook geen aanleiding om hiervoor aparte producten voor kinderen vast te stellen. Het behoud van de integraliteit van de productstructuur is hierbij een zwaarwegend argument voor de NZa. Een impactanalyse is uitgevoerd en heeft geleid tot een technische uitwerking (zie verder). Als gevolg van het project zullen ruim 115.000 trajecten (bron: DIS data ronde 21, gesimuleerd) van product wijzigen. Dit aantal wijzigt als gevolg van het besluit van de NZa. Een deel van de trajecten, naar schatting 10.000 trajecten, zal niet in de nieuwe zorgproductgroep Kinderchirurgie landen Aantal (nieuwe) producten, diagnosen en zorgactiviteiten De zorgproductenstructuur voor RZ14a bevat 16 zorgproducten voor kinderchirurgie Er zijn nieuwe diagnosetyperingen aangemaakt: Heelkunde Orthopedie Urologie Nieuwe diagnosecode 53 88 16 Vervallen diagnosecode 3 25 4 Wijzigingen zorgactiviteitentabel: Vervallen 12 Nieuw 69 Wijziging omschrijving 24 Wijzigingen productstructuur Geselecteerde diagnosen van de specialismen heelkunde, orthopedie en urologie in combinatie met een leeftijdscriterium (17 jaar en jonger) landen in een nieuwe zorgproductgroep. Deze zorgproductgroep is als volgt ingedeeld: Operatieve producten voor congenitale aandoeningen (negen producten: vijf operatieve zwaartegroepen, waarvan vier een klinisch zonder dagen variant hebben) Conservatieve producten voor congenitale aandoeningen (7) De volgende aspecten gaan niet wijzigen als gevolg van het besluit van de NZa op 25 april 2013: Operatieve producten voor nieuwvormingen (vijf producten: drie operatieve zwaartegroepen, waarvan twee een klinisch DBC-Onderhoud 18 81
zonder dagen variant hebben) Conservatieve producten voor nieuwvormingen (6) Tarieven/Honoraria Besluitvorming De te ontwikkelen producten vallen allemaal in het vrije segment: het ontwikkelen van passende profielen, kostprijzen en tarieven ziekenhuisdeel door DBC-Onderhoud is daarmee niet aan de orde. Lokaal zullen ziekenhuizen en zorgverzekeraars afspraken moeten maken over tarieven. Wel dienen er normtijden te worden toegewezen om honoraria te kunnen vaststellen. Bespreking tijdens CET bijeenkomst juli 2012 in aanwezigheid NZa Bilateraal overleg (september 2012, april 2013) geweest met NZa gedurende het project Alle conclusies vertaald en gespecificeerd (in concept) in het vastgestelde 1e go document Bij bespreking van de 2 e GO in het WOP is door NZa bezwaar geuit op de ontwikkelde structuur Vervolgens is de voorgestelde structuur onderwerp van gesprek geweest in het DAO (16 april) en het Technisch Overleg DOT (22 april 2013). Definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden in de stuurgroep van 25 april 2013: De ontwikkelde producten voor de oncologie zijn niet akkoord bevonden door de NZa bij de definitieve besluitvorming voor de RZ14a 2 e GO. Het standpunt is dat de chirurgische zorg bij nieuwvormingen goed beschreven is in de reguliere ICD-10 productstructuur. De NZa ziet dan ook geen aanleiding om hiervoor aparte producten voor kinderen te ontwikkelen. Het behoud van de integraliteit van de productstructuur is hierbij een zwaarwegend argument. 5.2.2 Geriatrische revalidatiezorg Onderwerp Probleem Geriatrische revalidatiezorg Per 1 januari 2013 is de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw en vindt de declaratie plaats op basis van DBC-zorgproducten. De productstructuur voor 2013 betreft een overgangsstructuur die in de komende jaren nog verder doorontwikkeld wordt richting het gewenste eindmodel. Naast de beoogde meer fundamentele doorontwikkeling richting het eindmodel, vinden de betrokken partijen voor 2014 een herijking van de productstructuur 2013 gewenst. Deze herijking heeft betrekking op de aanscherping van de DBC-registratie en de nadere invulling van de ambulante grz-vervolgbehandeling. Voor de uitwerking van het eindmodel dienen de zorgvraagzwaarte en zorgpaden / behandelprogramma s ontwikkeld te worden. Gezien de impact van de overheveling voor de sector en de benodigde tijd voor de ontwikkeling van nieuwe instrumenten is DBC-Onderhoud 19 81
besloten om de invoering van de zorgvraagzwaarte en zorgpaden door te schuiven naar het einde van het jaar. Resultaat Impactanalyse Technische uitwerking: impact productstructuur De grz-productstructuur voor 2013 is gebaseerd op een beperkte dataset, opgebouwd uit de door de groep van voorloperinstellingen aangeleverde DBC-gegevens over 2011, waarin de ambulante vervolgbehandeling nog nagenoeg niet is verdisconteerd. Om de verdere inhoudelijke invulling en innovatie van de ambulante grz-vervolgzorg mogelijk te maken, is het gewenst om de huidige zorgproducten nader te differentiëren voor de ambulante behandeling. Hiertoe is op basis van expert opinion de ambulante grz-vervolgbehandeling inhoudelijk uitgewerkt en geïntegreerd binnen de bestaande zorgproducten. In de huidige behandelpraktijk komt, mede door het ontbreken van een adequate bekostiging, de invulling van het ambulante behandelaanbod nog maar in beperkte mate voor. Vanuit de sector is aangegeven dat substitutie van intramurale naar ambulante grz zorg vanuit zorginhoudelijk perspectief, de patiënt en vanuit efficiency oogpunt zeer gewenst is. Uitgaande van de in de aanspraak vastgestelde maximale duur van de grz behandeling van zes maanden zijn aan de huidige productstructuur achttien extra producten toegevoegd waarbij het huidige aantal behandeluren van de bestaande producten is opgehoogd met een standaard aantal uren voor de ambulante vervolgbehandeling. Om de ambulante vervolg grz-zorg vast te leggen, zijn de definities voor de ambulante behandeling voor de grz aangepast. Tarieven/Honoraria Technische risico s Voor de aanspraak is vastgelegd dat bij de start van een grz-behandeling sprake dient te zijn van verblijf. Om te voorkomen dat een patiënt kort klinisch wordt opgenomen om een ambulante vervolgbehandeling mogelijk te maken, wordt bezien in hoeverre een ondergrens van het klinisch aantal dagen gesteld dient te worden ten aanzien van de producten met ambulante vervolgbehandeling. De toegevoegde producten zijn expertproducten waarvoor expertproductprijzen bepaald dienen te worden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een expertprofiel en de huidige nog te indexeren kostprijzen. Geen Besluitvorming De voorgestelde aanpassingen worden ter advies voorgelegd aan de werkgroep Doorontwikkeling revalidatie waarna de formele besluitvormingsprocedure van toepassing is. DBC-Onderhoud 20 81
5.2.3. Medisch specialistische revalidatiezorg Onderwerp Probleem Beoogd resultaat Medisch specialistische revalidatiezorg (MSRZ) Per 1-1-2013 zijn de productstructuur en registratieregels aangepast en de registratie van zorgvraagzwaarte ingevoerd als tussenstap in de doorontwikkeling van de zorgprestaties voor MSRZ. Uiteindelijke doelstelling zijn zorgprestaties MSRZ, gebaseerd op de te onderscheiden patiëntengroepen ( met bijbehorende behandelprogramma s) in combinatie met kenmerkende zorgactiviteiten. Om dit te realiseren worden in 2013 met het veld activiteiten ontplooid gericht op het inzichtelijk maken van de behandelprogramma s en onderliggende kenmerkende zorgactiviteiten. De benodigde aanpassing voor 2014 betreft het opnemen van kenmerkende zorgactiviteiten in relatie tot zorgpaden in de zorgactiviteitentabel. In 2014 worden deze zorgactiviteiten ter registratie aangevuld op de bestaande tijdregistratie. Doorontwikkeling naar de uiteindelijke zorgprestaties MSRZ wordt beoogd voor 2016. Voor de langere termijn is het doel de zorgprestaties voor MSRZ te integreren met de zorgprestaties voor de GRZ. Impactanalyse Technische uitwerking: impact productstructuur Technische risico s Besluitvorming DBC-O is gestart om samen met vertegenwoordigers en experts uit het veld de kenmerkende zorgactiviteiten inzichtelijk te maken. Er zijn een aantal richtlijnen MSRZ maar breed geïmplementeerde gestandaardiseerde behandelprogramma s op geleide van deze richtlijnen ontbreken. Er zijn wel een aantal lokale varianten. Het is zeker mogelijk, met name voor CVA en pijn, vanuit deze lokale varianten tot generieke voorstellen te komen. Hiertoe zijn, onder verantwoordelijkheid van de VRA, een aantal werkgroepen gestart. De resultaten hiervan worden in de loop van 2013 opgeleverd. De uitwerking wordt op geleide van de (tussentijdse) resultaten opgenomen in de RZ14b of later. Dit wordt afgestemd in de NZa werkgroep doorontwikkeling revalidatie medio 2013 Een impactanalyse is niet van toepassing. Er is geen inhoudelijke impact op de productstructuur MSRZ: het betreft zorgactiviteiten die gebruikt zullen worden als registratie in aanvulling op de bestaande registratie. Per 2014 vervalt de mogelijkheid om een verpleegdag naast een afwezigheidsdag te registeren. Op grond hiervan wordt bezien in hoeverre de ondergrens voor de klinische producten met betrekking tot het aantal verpleegdagen naar beneden bijgesteld dient te worden. Er worden geen technische risico s voorzien. Besluitvorming vindt plaats via de werkgroep GRZ/ MSRZ onder verantwoordelijkheid van de NZa. DBC-Onderhoud 21 81
5.2.4. Neurologie Onderwerp Probleem Resultaat Neurologie Vanuit de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN) is een verdere doorontwikkeling van de productstructuur voor de neurologie gewenst. De doorontwikkeling is gericht op verdere vereenvoudiging en uniformering van de productstructuur, de vergroting van de medische herkenbaarheid en de kosten- en werklasthomogeniteit. Belangrijke speerpunten hierbij zijn het vereenvoudigen en uniformeren van de ambulante zorgproducten, de integratie van de KNF-activiteiten binnen de standaardclusters en het aanbrengen van een differentiatie naar zwaarte van het product ter invulling van de academische zorg. Ter invulling van de gewenste vereenvoudiging en uniformering van de productstructuur en invulling van de zorgzwaarte zijn in afstemming met de NVN een aantal belangrijke aanpassingen binnen de neurologie productstructuur 2014 doorgevoerd. De NZa heeft positief besloten ten aanzien van de uniformering van de ambulante zorgproducten (mits uitvraging ambulant extra zwaar wordt aangepast) en de beperking van het aantal klinische producten; deze zijn akkoord bevonden voor verdere uitwerking. De differentiatie van de zorgproducten naar zorgzwaarte op basis van het criterium tertiaire verwijzing is niet akkoord bevonden door de NZa. Als reden hiervoor is aangegeven: 1) dat er een risico van dubbele bekostiging bestaat (academische component) en 2) en dat de afbakening van de tertiaire verwijzing er toe leidt dat topreferente producten mogelijk gedeclareerd kunnen worden voor zorg waarvoor deze prestatie niet bedoeld is. Impactanalyse Technische uitwerking: impact productstructuur Voor de neuro-oncologie bestaat vanuit zorginhoudelijk oogpunt de wens om onderscheid te maken tussen de behandeling van primaire en secundaire tumoren. Om het verschil qua behandeling inzichtelijk te maken is het onderscheid tussen primaire en secundaire tumoren in de diagnosetypering aangebracht. Naast de bovenbenoemde wijzigingen is de integratie van de kinderneurologie en kindergeneeskunde gewenst. Dit vergt inhoudelijke afstemming met de andere betrokken WV en waardoor dit punt wordt doorgeschoven naar de RZ15a. De gewenste doorontwikkeling betreft in principe alle zorgproductgroepen waarin de neurologische diagnosen terecht komen (met uitzondering van de kinderneurologie en de epilepsie die al voor 2013 gewijzigd is). Hierbij zijn de bestaande wijzigingsverzoeken met betrekking tot de neurologie meegenomen binnen het doorontwikkeltraject. De uniformering van de ambulante zorgproducten waarbij onderscheid wordt gemaakt naar ambulant licht, middel, zwaar en indien relevant extra zwaar. Hierbij wordt voor de afleiding gebruik gemaakt van een voor de neurologie specifiek cluster met zware activiteiten waarbinnen de KNF-activiteiten zijn geïntegreerd. Hiervoor zijn enkele nieuwe zorgactiviteiten ontwikkeld en is de omschrijving van de KNF-activiteiten geactualiseerd. DBC-Onderhoud 22 81
Beperking van het aantal klinische producten door verwijdering specifieke zorgproducten voor klinisch extra lang; het onderscheid ten opzichte van klinisch lang is niet meer noodzakelijk gegeven de gemiddelde ligduur. Tarieven/Honoraria Het volgende onderdeel van het project gaat niet wijzigen (als gevolg van het besluit NZa op 25 april 2013): Het differentiëren van zorgproducten naar zorgzwaarte door het introduceren van specifieke zorgproducten voor de tertiaire/academische zorg. De betreffende zorgproductgroepen vallen binnen het vrije segment waardoor hiervoor geen productprijzen berekend worden. Door toevoeging uitvraging tertiaire verwijzing wordt een deel van de nieuwe zorgproducten op basis van de huidige dataset niet gevuld waardoor profielinformatie voor het bepalen van de normtijden ontbreekt en de casemix op alternatieve wijze bepaald dient te worden. Technische risico s Bij het doorvoeren van de voorgestelde specificaties; geen technische risico s. Bij het verwijderen van producten na 1 april 2013 technische impact op het normtijdentraject. Besluitvorming Met de 2 e go RZ14a. Het onderdeel Het differentiëren van zorgproducten naar zorgzwaarte door het introduceren van specifieke zorgproducten voor de tertiaire/academische zorg is door de NZa niet goedgekeurd bij de besluitvorming van de 2 e go. 5.2.5. Gender Onderwerp Probleem Resultaat Beschrijven Genderzorg De NFU (VUMC als vertegenwoordiger) en ZN (Achmea als vertegenwoordiger) hebben DBC-O benaderd met het verzoek producten te ontwikkelen voor de genderproblematiek. De zorg voor patiënten met genderproblematiek is specialistisch en multidisciplinair. In Nederland is genderzorg gecentraliseerd (academisch) en geprotocolleerd (zorgpaden). De diagnostiek en behandeling bij genderproblematiek is een meerjarig traject met een aantal vastomlijnde acties en momenten. Grofweg bestaat de genderproblematiek uit twee fasen: In de eerste fase wordt gesproken over genderdysforie. Het is de voorbereiding op het besluit om daadwerkelijk de transitie naar het andere geslacht te gaan maken. Vanaf het moment van besluit wordt gesproken van transsexualiteit. Het project gender gaat uit van twee onderscheidende onderdelen: De conservatieve fase. Deze fase bestaat uit intake, diagnostiek, hormonale behandeling en real life experience. Deze fase gaat vooraf aan de fase waarin geslachtsveranderende operaties worden uitgevoerd, maar loopt daarna levenslang door DBC-Onderhoud 23 81
(hormoonbehandeling). Om de activiteiten binnen deze fase te kunnen afleiden en declareren worden in zorgproductgroep 59899 een drietal nieuwe zorgproducten aangemaakt. Het zijn de producten Screening genderidentiteitsstoornis, dit product wordt afgeleid met de Za 194162 en de diagnose genderidentiteitsstoornis Diagnostiek genderidentiteitsstoornis, dit product wordt afgeleid met de Za 190005 (MDO), in combinatie met de diagnose genderidentiteitsstoornis Real life en hormonale behandeling, dit product wordt afgeleid met de Za 190012 en de diagnose genderidentiteitsstoornis De conservatieve fase wordt uitgevoerd door de gynaecologie of interne geneeskunde (endocrinologie) Impactanalyse Technische uitwerking: impact productstructuur Operatieve fase. In deze fase vinden diverse operaties, door verschillende specialismen plaats. In deze fase wordt gebruik gemaakt van bestaande zorgproducten. Via een aantal nieuwe diagnosen moeten deze producten, met bestaande zorgactiviteiten worden afgeleid.uitzondering hierop is het aanmaken van een operatief zwaar product in ZPG 59899. Er kan bij de gynaecologie geen gebruik gemaakt worden van bestaande producten omdat de nieuwe diagnose genderidentiteitsstoornis maar naar 1 ZPG geleid kan worden. Deze problematiek bestaat niet voor de andere specialismen. Er is met de aanbieders van de zorg gedetailleerd gekeken naar de geleverde zorg. Deze zorg is per fase van de geleverde zorg in de tijd en op basis van zorgactiviteiten beschreven, waardoor er zorgpaden voor gender begeleiding en behandeling zijn ontstaan. Op basis van deze beschrijvingen is geconcludeerd dat een groot deel van de zorg op basis van een nieuw toegevoegde diagnose, afgeleid kan worden naar bestaande producten. Voor de verdere inhoud wordt naar bovenstaande resultaat verwezen. Voor het merendeel van de geleverde zorg kan gebruik gemaakt worden van bestaande producten. Met een nieuw toe te voegen diagnose disconguentie genderidentiteit die op de typeringslijst van een vijftal specialismen is opgenomen kunnen deze bestaande producten afgeleid worden. Uiteindelijk was het nodig om voor de conservatieve en hormonale fase van het gendertraject (dat levenslang duurt) een drietal nieuwe producten toe te voegen. Verder is er vanwege ICD10-mappings redenen, een operatief product toegevoegd aan ZPG 59899 DBC-Onderhoud 24 81
Tarieven/Honoraria Technische risico s Besluitvorming De nieuwe structuur betreft alleen beschrijving van de zorg en het ontwerpen van passende producten voor genderzorg. De geleverde zorg zit in het vrije segment, daarom hoeven geen tarieven berekend te worden. De honoraria lopen mee met het normtijdentraject van DBC-Onderhoud. Het project valt binnen de RZ14a en is daardoor afhankelijk van de daarvoor geldende scope en masterplanning. Besluitvorming vindt plaats via formele route RZ14a. DBC-Onderhoud 25 81
5.3. Overige projecten 5.3.1. IC en PICU Onderwerp Probleem Resultaat (beoogd) Impactanalyse Technische uitwerking: impact productstructuur Tarieven/Honoraria Technische risico s Besluitvorming IC en PICU Gelet op de doorontwikkelagenda van de NZa (2011, 2012) is dit onderwerp op de groslijst RZ14a geplaatst. Voor de add-ons Intensive Care (IC) wordt nog gewerkt met een groepsindeling op basis van aantal beademingsdagen, zoals dit ook in de FBsystematiek gold. Hierbij kan de vraag worden gesteld of deze indeling binnen een systeem van prestatiebekostiging de juiste prikkels bevat. Naar aanleiding van diverse verkennende gesprekken met partijen heeft de NZa een aantal opties voor doorontwikkeling nader uitgewerkt en besproken tijdens een consultatiebijeenkomst in september. Aan de hand van de uitkomsten van deze consultatie is gekozen voor een doorontwikkelrichting voor de IC-prestaties. In februari 2013 zijn concrete wijzigingsvoorstellen door de NZa aan het veld gepresenteerd in een Technisch Overleg. DBC-O is van mening dat de door de NZa voorgestelde wijzigingen gezien moeten worden als een tussenstap in de verdere doorontwikkeling van IC-zorgprestaties. De richtlijn IC die door alle betrokken partijen wordt opgesteld biedt mogelijk aangrijpingspunten voor deze doorontwikkeling ná de RZ14a. Een nieuwe indeling in behandeldagen (licht, middel, zwaar) en het afschaffen van de beademingstoeslag en de opnametoeslag De NZa is van plan de wijzigingen door te voeren zonder nieuwe kostenuitvraag. DBC-O heeft medio maart 2013 in het WOP een voorstel gepresenteerd hoe de tarieven van 2013 vertaald kunnen worden naar 2014, gelet op de voorgenomen wijzigingen. Er zijn geen wijzigingen op de productstructuur Tussen de 2 e en de 3 e go wordt de berekenmethode van IC-tarieven 2014 verder uitgewerkt. Geen technische risico s voorzien. Besluitvorming vindt plaats via formele 2 e go. DBC-Onderhoud 26 81
5.3.2. Zorgactiviteitentabel Onderwerp Probleem Beoogd resultaat Doorontwikkeling zorgactiviteitentabel In de DBC-productstructuur worden zorgproducten afgeleid op basis van zorgactiviteiten. Gezien de cruciale rol van zorgactiviteiten in de structuur is het des te meer van belang inzichtelijk te maken welke zorgactiviteit welke rol (óf een zorgactiviteit productspecifiek óf alleen registratief is) speelt in de productstructuur en wanneer deze zorgactiviteit vastgelegd kan worden (definitie). Het doel van het project is om te komen tot een eenduidige vastlegging van zorgactiviteiten binnen de basisadministratie van de instellingen (ziekenhuizen en ZBC s). Impactanalyse Beleidsmatige aandachtspunten Besluitvorming Het project resulteert in een aantal deelproducten. 1. Handboek gebruik van zorgactiviteiten Dit handboek is bedoeld om de gebruiker te ondersteunen bij het juiste gebruik van de beschikbare zorgactiviteiten. Het uitgangspunt voor vermelding in het handboek is om enkel een toelichting te geven op die zorgactiviteiten die niet louter op basis van de omschrijving tot eenduidige registratie leiden. Ook worden definities voor zorgactiviteiten opgesteld die, na beoordeling, in aanmerking kunnen komen voor opname in de NZa-beleidsregel. 2. Geschoonde ZA-tabel waarin de zorgactiviteiten voldoen aan een vaststaande set van criteria en kenmerken/rollen. Vanuit de NZa zal ook verzocht worden om de zorgactiviteitentabel op te schonen, bijvoorbeeld in verband met het vervallen van de FB-systematiek. Voor de RZ14a wordt voor een deel van de zorgactiviteiten de volgende punten gecontroleerd en indien nodig aangepast: Zijn de zorgactiviteiten up- to- date? Dekken de zorgactiviteiten de geleverde zorg? Parallel aan het project kunnen er wijzigingen op de ZA-tabel ontstaan vanuit: Wet- en regelgeving Projecten doorontwikkeling Wijzigingsverzoeken (reguliere taak DBC-O) De ongoing business mag niet verstoord worden door dit project en de wijzigingen als gevolg hiervan dienen in project meegenomen te worden. In de RZ14a worden voor het project circa 400 zorgactiviteitcodes (her)beoordeeld en zo nodig wordt de omschrijving van de bestaande zorgactiviteit herzien. Met formele 2 e en 3 e go RZ14a DBC-Onderhoud 27 81
5.3.3. Voorwaardelijke toelating Onderwerp Probleem Voorwaardelijke toelating van veelbelovende innovaties Omdat er behoefte is aan de mogelijkheid om bepaalde zorg die valt onder de ZVW, onder voorwaarden te financieren vanuit de basisverzekering gebruikt de minister van VWS sinds 1 januari 2012 het instrument 'voorwaardelijke toelating tot het basispakket'. Het gaat dan niet alleen om innovatieve zorg (zorg die veelbelovend is, maar waarover nog onvoldoende gegevens bestaan om tot een positief oordeel te kunnen komen) maar ook om zorg die uit de basisverzekering wordt betaald maar waarover twijfels zijn (gerezen) wat betreft de effectiviteit of de kosteneffectiviteit. In de periode van voorwaardelijke toelating verzamelen zorgverleners gegevens over effectiviteit en/of over kosteneffectiviteit. Met deze gegevens kan na verloop van de periode een besluit worden genomen over definitieve toelating tot het pakket, tot beëindiging van de voorwaardelijke- toelating, of tot een uitstroomadvies aan de minister. Deze voorwaardelijk toegelaten zorg moet registreerbaar, herkenbaar en onderhandelbaar zijn. Om die reden is afgesproken dat DBC-O voor deze zorg prestatieomschrijvingen opstelt en een grouperaanpassing doet. Voorwaardelijk toegelaten zorg krijgt een prestatieomschrijving, zodat zorgverleners deze zorg kunnen registreren en zorgaanbieders en verzekeraars over deze zorg kunnen onderhandelen. De registratiegegevens komen terug in het DIS en kunnen na afloop van de periode van gegevensverzameling worden geanalyseerd. DBC-O maakt met CVZ, NZa, ZONMW, ZN en NPCF deel uit van de werkgroep, die het traject voorwaardelijke toelating begeleidt, die de procedure en criteria van voorwaardelijke toelating vormgeeft en die de aangeboden dossiers beoordeelt. In mei 2013 doet CVZ voorstellen tot voorwaardelijke toelating. De minister maakt hieruit een keus. Deze keuze wordt voor de zomer 2013 verwacht. Voortzetting dan wel uitbreiding van de mogelijkheid van voorwaardelijke toelating hangt af van de ruimte in het Budgettair Kader Zorg en van het succesvol verlopen van de pilots voorwaardelijke toelating. Resultaat Impactanalyse Om verzekeraars te ondersteunen bij controles op voorwaardelijk toegelaten zorg en machtigingen (aangezien verrichtingen die in dit kader zijn uitgevoerd ook gelabeld zijn met aanspraakcodes en ook zichtbaar kunnen worden op de nota, naast de diagnosetypering) wordt het EI-bericht uitgebreid met informatie over verrichtingen met een aanspraakbeperking en aanpalende verrichtingen waarmee aanspraakbeperkingen nu omzeild (kunnen) worden, wordt weergegeven. De wijzigingsverzoeken voortkomend uit het project voorwaardelijke toelating zijn opgepakt binnen de intakeprocedure van DBC-Onderhoud. Conform deze procedure is voor ieder wijzigingsverzoek een impactanalyse uitgevoerd. De resultaten van deze impactanalyse zijn weergegeven onder technische uitwerking: impact productstructuur. DBC-Onderhoud 28 81
Technische uitwerking: impact productstructuur Issue 2094, 14504: canakinumab bij enkele zeldzame autoinflammatoire ziekten. - Uitwerking: Issue 2094 was voldoende opgenomen in de productstructuur. Dit wijzigingsverzoek wordt niet meer meegenomen in het kader van voorwaardelijke toelating. Issue 2095, 14505 Randomized controlled trial comparing tumor-infiltrerende lymfocytentherapie (TIL) treatment to ipilimumab for the treatment of advanced stage melanoma. - Uitwerking: Voor deze aanvraag wordt een nieuwe za aangemaakt die typerend wordt uitgevraagd bij de immunoproducten inde boom voor melanoom (29499). Op de za is de uitzondering op de registratieregels voor medicinale oncologie van toepassing. De za die is toegevoegd is : 39149 - Verstrekking Tumor infiltrerende lymphocytentherapie (TIL) per infuus of per injectie. Issue 2096, 14507: Toepassing van hypertherme intraperitoneale chemotherapie (OVHIPEC) in combinatie met debulking bij patiënten met stadium IIIC eierstokkanker die voorbehandeld zijn met chemotherapie en waar na de chirurgie nog 3 kuren chemotherapie wordt gegeven. - Uitwerking: Toepassing van hypertherme intraperitoneale chemotherapie (OVHIPEC) in combinatie met debulking bij patiënten met stadium IIIC eierstokkanker die voorbehandeld zijn met chemotherapie en waar na de chirurgie nog drie kuren chemotherapie wordt gegeven. Deze HIPEC behandeling is ook bekend bij coloncarcinoom en wordt in DOT typerend geregistreerd op za 39958 (zp 29199003). De activiteit zal door het specialisme gynaecologie worden uitgevoerd bij ovariumkanker. De activiteit is daarom toegevoegd aan het zorgproduct 20108138 [Maligniteit ovarium/ tuba Oper groep 4 Met VPLD Nieuwv maligne gesl org vrouw}. Issue 2097, 14508: Autologe stamceltransplantaties bij therapierefractaire patiënten met de ziekte van Crohn. - Uitwerking: Autologe stamceltransplantaties bij therapierefractaire patiënten met de ziekte van Crohn. De verwachting is dat per jaar tussen de 5-10 patiënten met Crohn in aanmerking komt voor stamceltherapie voor de bovengenoemde indicatie. Autologe Stamceltransplantatie wordt regelmatig verricht door de hematologen bij patiënten met hematologische maligniteit, daarvoor is een DBC-zorgproduct binnen de huidige DOTstructuur al eerder bepaald. In dossier staat ook kostenoverzicht. Voor deze aanvraag is geen aanpassing nodig in het systeem. De ZA s voor stamceltherapie kunnen worden gebruikt. Aangezien deze wbmv zijn leiden deze za s automatisch af naar de boom 979003. In combinatie met de diagnose Crohn moet het inzichtelijk genoeg zijn om deze zorg te declareren. DBC-Onderhoud 29 81
Issue 2098, 14509: Vaccinaties met autologe, natuurlijk circulerende dendritische cellen (ndc) beladen met synthetische peptides bij patiënten met maligne melanoom stadium IIIb en IIIc: evaluatie van klinische respons, kwaliteit van leven en economische. - Uitwerking: Voor deze aanvraag wordt een nieuwe za aangemaakt die typerend wordt uitgevraagd bij de immunoproducten inde boom voor melanoom (29499). Op de za is de uitzondering op de registratieregels voor medicinale oncologie van toepassing. De za die is toegevoegd is : 39173 - Verstrekking DC immunotherapie (DC)per infuus of per injectie bij gemetastaseerde tumoren. Issue 2100, 14513: linker hart oor sluiting. - Uitwerking: Bij patiënten met boezemfibrilleren (AF) is het linker hartoortje (Left Atrial Appendage,LAA) de meest voorkomende plaats van trombose vorming. Op basis van deze constatering, heeft de afsluiting van de LAA en het daaruit voortvloeiende verminderde trombo-embolische risico zich ontwikkeld tot een alternatieve therapie voor de preventie van een beroerte. Dit wijzigingsverzoek is uitgewerkt door de introductie van een zorgactiviteitencode 33049 Percutane mechanische linker hartoor sluiting. Deze zorgactiviteitencode leidt tot zorgproductgroep 979001 (bijzondere hartinterventies) en zal daar af leiden naar de producten voor catheterablatie klasse 4 979001.233 en.234. Dit betekent toevoegen aan groep 17.4. Technische risico s Besluitvorming Issue 2101, 14514:endoscopische behandeling pancreatitis. - Uitwerking: Er is besloten om in het kader van voorwaardelijke toelating het dossier met betrekking tot de endoscopische step-up benadering voor necrotiserende pancreatitis in het systeem herkenbaar te maken. De endoscopische step-up benadering bestaat uit endoscopische transluminale drainage als eerste stap en, indien patiënt niet opknapt, endoscopische necrosectomie als tweede stap. Deze interventies worden uitgevoerd door een MDL-arts. Deze activiteiten kunnen geregistreerd worden met de onderstaande codes: - 35418 Endoscopische transluminale necrosectomie (ETN) pancreas (zie 035419 voor ETD pancreas). - 35419 Endoscopische transluminale drainage (ETD) pancreas (zie 035418 voor ETN pancreas). Registratie van deze activiteiten leidt, in combinatie met de relevantie diagnosen, naar zorproduct 110901.015/ 016 (GE activiteiten complex Spijsvertering galblaas/-weg/pancreas). Geen technische risico s voorzien. CVZ werkt nu aan conceptadvies aan de minister. Daarin zijn zeven onderwerpen opgenomen die geschikt zijn voor voorwaardelijke toelating tot het pakket. Dit advies wordt door RvB (na advies ACP) geaccordeerd voordat het in mei 2013 naar DBC-Onderhoud 30 81
de minister gaat die hierover een besluit neemt. 5.3.4. Uitbreiding informatie declaratiebericht Onderwerp Probleem (Beoogd) Resultaat Uitbreiding informatie in declaratiebericht voor zorgproducten waarvoor aanspraakbeperking kan gelden In de huidige DBC-systematiek is aanspraak onvoldoende transparant. De scheidslijnen tussen verzekerde en onverzekerde zorg dienen verhelderd te worden. Dit is een urgent vraagstuk vanwege (voorgenomen) aanpassingen van het basispakket. Bovendien zijn er vanuit het PINCeT (Project Intensivering Controle en Toezicht op de rechtmatige uitvoering van de Zorgverzekeringswet) signalen dat er zorg ten onrechte als verzekerde zorg wordt gedeclareerd. Verder is er onlangs door de NZa het signaal afgegeven dat verzekeraars beter moeten controleren op declaraties. Het vermelden van zorgactiviteiten op de nota kan het onderscheid tussen verzekerde en onverzekerde zorg verduidelijken. Dit is te realiseren door het opnemen van een informatieverplichting in de regelgeving. Daarnaast zou het declaratiebericht uitgebreid dienen te worden met informatie over verrichtingen met een aanspraakbeperking en aanpalende verrichtingen (andere producttyperende zorgactiviteiten die afleiden naar hetzelfde zorgproduct waarvoor aanspraakbeperking kan gelden). Deze extra informatie biedt ondersteuning voor controles op zorg waarvoor aanspraakbeperkingen gelden en daarnaast ook voor voorwaardelijk toegelaten zorg en machtigingen (aangezien verrichtingen die in dit kader zijn uitgevoerd ook gelabeld zijn met aanspraakcodes en daarmee ook zichtbaar worden op de nota, naast de diagnosetypering). De NZa is van plan te besluiten om het vermelden van (een beperkte selectie) van zorgactiviteiten op de nota verplicht te stellen. De precieze inhoud hiervoor wordt momenteel nader gedefinieerd. Impactanalyse Veldpartijen willen de extra informatie geautomatiseerd aangeleverd krijgen voor het EI-bericht. Dit kan via de grouper ingeregeld worden. Hiervoor zou de regelgeving omtrent de informatieverplichting aangepast dienen te worden (actie NZa). Middels een grouperwijziging kunnen de gegevens geautomatiseerd aangeleverd worden (actie DBC-O). Ook dient de EI-standaard hierop aangepast te worden (actie ZN/Vektis). Verder wordt DIS ook aangepast om alle informatie te kunnen verzamelen. DBC-Onderhoud 31 81
Technische uitwerking: impact productstructuur Tarieven/Honoraria Deze wijziging heeft geen impact op de productstructuur. Het gaat hier om een grote ICT-wijziging die de nodige doorlooptijd vraagt en waar veldpartijen vóór 1 juli 2013 over geïnformeerd dienen te worden om hierop te kunnen anticiperen. n.v.t. Technische risico s De specificaties voor de informatieverplichting dienen helder te zijn om tijdig te kunnen anticiperen op alle wenselijke vervolgacties. Hierover vindt overleg plaats met de NZa en betrokken veldpartijen. Besluitvorming De vervolgstappen (en besluitvorming hierover) zijn afhankelijk van de technische specificaties en zullen in de hele keten van registratie en declaratie afgestemd tussen de diverse betrokken partijen gerealiseerd moeten gaan worden. DBC-Onderhoud 32 81
Bijlage 1: Wijzigingen aangemeld middels de intake- en wijzigingsprocedure Onderstaand het overzicht van de reguliere wijzigingen die zijn aangemeld bij DBC-Onderhoud middels de intake- en wijzigingsprocedure. 180 ZPK_code wijzigen bij diverse zorgactiviteitcodes t.b.v. artroscopie; betreft onderdeel project verbeteren ZA-tabel. 190 Beëindigen zorgactiviteitcodes met meervoudig in omschrijving; zie 033651 t/m 54 (=1042). Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt in het kader van het project verbeteren ZA-tabel. Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt in het kader van het project verbeteren ZA-tabel. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. 590 Specificeren omschrijving scheelzienoperaties. Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt in het kader van het project verbeteren ZA-tabel. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. 632 Endobronchiale klepplaatsing bij longemphyseem Titel Endobronchiale longvolumereductie Aanleiding Voor patiënten met emfyseem, die als gevolg van kortademigheid ernstig beperkt zijn in al hun dagelijkse activiteiten is momenteel behandeling met een tweetal zeer intensieve chirurgische technieken mogelijk: longvolumereductie chirurgie (LVRC) of longtransplantatie. DBC-Onderhoud 33 81
Daarnaast is er in plaats van chirurgie een andere techniek; via een bronchoscoop het longvolume te reduceren (endobronchiale longvolumereductie; middels éénrichtingskleppen of een longvolumereductie coil). Hierbij wordt gebruik gemaakt van het reduceren van het totale longvolume door afsluiting van de meest aangedane longdelen middels éénrichtingskleppen of een longvolume reductie coil. Deze activiteit wordt uitgevoerd door het specialisme Longgeneeskunde (0322). Achtergrond Een MWAR traject. Doorgevoerde wijzigingvoor de patiënten met emfyseem die behandeld worden volgens de endobronchiale longvolumereductie (middels éénrichtingskleppen of een longvolumereductie coil) is in de structuur voorzien dat dit geregistreerd kan worden. In de zorgproductgroep 100501 (Chronische aandoeningen onderste luchtwegen) waar de diagnosen m.b.t. emfyseem in landen, is aan het knooppunt Therapeutisch bronchoscopie zwaar de ZA endobronchiale longvolume reductie toe gevoegd. DBC-Onderhoud 34 81
Producttyperend voor dit knooppunt is de nieuwe ZA 032486 Endobronchiale longvolume reductie (BLVR), zie 032526 voor endoscopische LVRC). De ZA 032479 Diagnostische bronchoscopie met chartismeting. Is nieuw aangemaakt en wordt toegevoegd aan het Std. Cluster 1.8 en landt in ZP 24. 1039 Omschrijvingen zorgactiviteitcodes zijn letterlijk overgenomen uit Tariefboek medisch specialisten; daardoor kan relevante informatie (op hoofdstukniveau) ontbreken. 1042 Zorgactiviteitcodes met meervoudig in de omschrijving verwijderen (=190). 1049 Zorgproducten wervelkolomsjabloon nog opsplitsen naar 'met' respectievelijk 'zonder' discusprothese Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt in het kader van het project verbeteren ZA-tabel. Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt in het kader van het project verbeteren ZA-tabel. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. Het verzoek is niet meer relevant en zal vervallen. De discusprothese (implantaat met aanspraakbeperking) is reeds verwerkt in de structuur. Daarnaast geldt dat een eventuele aanpassing van het wervelkolomsjabloon in samenhang met andere wijzigingsverzoeken wordt opgepakt. Een wijziging in de algehele indeling (indeling puur op zorgactiviteiten) als ook voor een specifieke wijziging in de indeling van de door de aanvragers benoemde DBC-Onderhoud 35 81
zorgactiviteiten kan pas verwerkt worden in de RZ15a na afstemming met de Wetenschappelijke Verenigingen Neurochirurgie en Orthopedie. 1251 Aanvraag nieuwe topreferente ZA's infectieziekten en immunologie 1299 Links rechts uitsplitsing criterium ZA's (oogheelkunde) 1304 Verhelderen omschrijving za-codes vlokkentest en vruchtwaterpunctie 1343 990061 Bij TBI (Total Body Irradiation) is sprake van simulatie op het bestralingstoestel en niet op een conventionele simulator. In dat geval kan formeel gezien geen V1 worden geregistreerd, wat zou leiden tot uitval. SIM-nr 12406852 1356 ZPG 199299 uitvraag beschouwende specialismen SIM-nr 12504940 Het links/rechts criterium komt voor in de doorontwikkeldocumentatie. Oogheelkunde was de trekker maar ondertussen is dit een specialisme overstijgend kenmerk geworden. Voor de 2 e go zal dit issue als individueel wijzigingsverzoek komen te vervallen. Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd Dit issue is opgepakt en achterhaald door het project kindergeneeskunde. Er is een zorgproduct 991116030 aangemaakt waarmee deze zorg gedeclareerd kan worden. Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd op 28 januari 2013. Dit wijzigingsverzoek kan weer opgepakt worden indien de lopende discussie aangaande dubbelzijdigheid een concrete visie heeft opgeleverd. Er is geen wijziging doorgevoerd, het punt is doorgeschoven op de releaseagenda. Er ontbreken nog enkele gegevens om hiervoor een passende wijziging door te voeren. Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Dit wijzigingsverzoek betreft een signaal vanuit het veld waarin aandacht wordt gevraagd voor het gaan uitvragen op zorgactiviteiten in plaats van op specialisme, daar DBC-Onderhoud 36 81
waar dit nog niet het geval is. Dit wijzigingsverzoek wijst speciaal naar ZPG 199299. DBC-O ondersteunt dat dit de voorkeur heeft, maar is in conservatieve takken nog niet overal mogelijk door ontbreken van specifieke ZA s. DBC- O is in gesprek met betrokken wetenschappelijke verenigingen over dit thema en voert geleidelijk deze verbetering door in gehele DBC-systeem. 1357 In veel knooppunten worden verrichtingen uitgevraag die op dat knooppunt helemaal niet van toepassing zijn. Ik begrijp dat de verrichtingen gegroepeerd zijn, zodat zo'n groep op meer plaatsen gebruikt kan worden. Dit maakt het niet overzichtelijker, bovendien kan het dus voorkomen dat hierdoor een subtraject in een ZP valt die er eigenlijk niet hoort. SIM-nr 12505032 1402 131999 - ZA 038448 en 038449 horen niet bij 'wervelkolom middel' SIM-nr 13037719 (wervelkolomsjabloon = verschillende zorgproductgroepen) De aanvragers hebben aangegeven dat de zorgactiviteiten 038448 (Thoracale disectomie anterieur) en 038449 (Thoracale disectomie posterolateraal) in een andere zwaartecategorie thuishoren. Deze verrichtingen staan nu ingedeeld in groep 13. 6 -Oper wervelkolom middelzwaar wo HNP/ Dit wijzigingsverzoek betreft een signaal aangaande de standaardclusters. Standaardclusters worden in meerdere knooppunten gebruikt waardoor de uitvraag minder specifiek is dan door gebruikers gewenst. Zorgactiviteiten die naar de mening van het veld niet in een bepaald zorgproduct moeten landen, landen daar als gevolg van een standaardcluster wel. DBC-O neemt dit onderwerp mee in toekomstige verbeterslagen aangaande regulier onderhoud. Wijzigingsverzoeken voor aanpassingen in het wervelkolomsjabloon (integrale behandeling, 1402, 1426 en 1634) worden verder opgepakt in de RZ15a teneinde tot een indeling te komen van het wervelkolomsjabloon die door alle betrokken Wetenschappelijke Verenigingen onderschreven wordt. DBC-Onderhoud 37 81
laminectomie, en zouden volgens hen overgeheveld dienen te worden naar 13.3- Oper wervelkolom zwaar. 1403 119499 - omschrijving ZA-codes endoscopisch/laparoscopisch SIM-nr 13037778 1409 990011 - Thuisbeademing, volgorde boomuitvraag onjuist. De thuisbeademingsboom vraagt na de standaarduitval als eerste uit op het voortraject. Hierbij wordt niet gecontroleerd of er ook ZA's voor bv. de begeleiding aan dit traject hangen. Dit punt moet in de doorontwikkeling opgepakt worden. Tevens moet gekeken worden of de volgende van de uitvraag juist is, nl van zwaar naar licht. Dit punt kan op de lijst doorontwikkeling. De thuisbeademingsboom vraagt na de standaarduitval als eerste uit op het voortraject. Hierbij wordt niet gecontroleerd of er ook ZA's voor bv. de begeleiding aan dit traject hangen. Dit punt moet in de doorontwikkeling opgepakt worden. Tevens moet gekeken worden of de volgende van de uitvraag juist is, nl van zwaar naar licht. Dit punt kan op de lijst doorontwikkeling. Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt in het kader van het project verbeteren ZA-tabel. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. Probleem zoals geschetst wordt voorkomen door de specifieke sluitregels voor centra v thuisbeademing (CTB). In die sluitregels is een groep 1 gedefinieerd met daarin de codes begeleiding, instelling medisch sociale maatschappelijke indicatie voor opname (192132, 192133, 192134, 192135, 192136, 192137 en 192138). En er is een groep 2 gedefinieerd met daarin alleen de code voor de voorbereiding. Een onderdeel van de beslisregels CTB is: bevat het subtraject code uit groep 1 en code uit groep 2, sluit het subtraject 1 dag voor de uitvoerdatum van de ZA uit groep 1 (afsluitreden 24). DBC-Onderhoud 38 81
SIM-nr 13130170 1410 990011 - Thuisbeademing indeling aantal verpleegdagen Aan de klinische kant van de boom wordt onderscheid gemaakt naar meer of minder dan 5 dagen (ZP 9 en 15). Dit sluit niet aan op het standaard sjabloon verpleegdagen (tot 5, 5-28, meer dan 28). Gezien het gemiddeld aantal verpleegdagen (19) is een indeling conform het standaard sjabloon wenselijk. SIM-nr 13130274 1411 990011 - Thuisbeademing begeleiding klinisch Onduidelijk is of de begeleiding ook in klinische setting kan plaatsvinden, of dat dit het gevolg is van de simulatie van nieuwe ZA's. Dit moet in de doorontwikkeling onderzocht worden. SIM-nr 13130307 1420 089999 Toevoegen ZA032280 aan zorgactiviteitencluster 8 diagnosti SIM-nr 13144207 1426 131999 038454 = Resectie os sacrum met os coccygis inclusief spondylodese Nu in "zwaar" hoort bij "complex" SIM-nr 13212532 (wervelkolomsjabloon = verschillende zorgproductgroepen) De opnameduur voor instellen/bijstellen is hooguit 3 weken. De verwachting is dat een opnameduur van meer dan 28 dagen niet voor zal komen, een bewuste keuze dus om af te wijken van het standaard sjabloon. Dit wijzigingsverzoek schuift door naar de RZ15a. aanpassing van de structuur lijkt vooralsnog niet nodig. Gezien er nu geen data voorhanden zijn is een verdere analyse niet mogelijk. Dit wijzigingsverzoek is niet meer relevant omdat de huidige structuur voldoet. Wijzigingsverzoeken voor aanpassingen in het wervelkolomsjabloon (integrale behandeling, 1402, 1426 en 1634) worden verder opgepakt in de RZ15a teneinde tot een indeling te komen van het wervelkolomsjabloon die door alle betrokken Wetenschappelijke Verenigingen onderschreven wordt. 1456 Aanvraag nieuwe zorgproducten voor Na de aanvraag die deels is verwerkt in de RZ13b waarbij DBC-Onderhoud 39 81
chemotherapie, immunotherapie en supportive care bij diagnose mastocytose. twee zorgactiviteiten 039146 en 039896 uit de standaarduitval zijn gehaald, ligt er nog een verzoek om producten te maken op basis van deze nieuwe uitvraag. Echter deze data is nog niet voorhanden, doorgeschoven naar de RZ15a. 1494 Aanvraag apart zorgproduct verstrekking van Epoprostenol door de longarts bij primaire pulmonale hypertensie (diagnose 1803). Bij de diagnoses pulmonale hypertensie, diagnose 1803 (322.1803) in ZPG 090501 zijn producten opgenomen in de structuur (klin kort middel en lang) en dagopname en poli Het product wordt afgeleid op basis van het profiel. Voor Epoprostenol zijn onderstaande ZA codes geëigend. 190057 is Poliklinische verstrekking epoprostenol E.A. 190058 is Verstrekking epoprostenol E.A. in dagopname. 190059 is Klinische verstrekking epoprostenol E.A. Deze vallen alle drie onder BIJZONDERE KUNST- EN HULPMIDDELEN en worden op deze manier gehonoreerd. Als de longarts dit toedient dan moeten zij dit registreren. Gezien het bovenstaande het WV niet honoreren want deze zorg is nu goed te registeren en er vindt een correcte afleiding plaats. 1495 Consistentie van indeling van zorgactiviteiten in categorieën diagnostiek licht en diagnostiek middel in alle oogheelkundige bomen (ZPG Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit DBC-Onderhoud 40 81
beginnend met 07) 1505 Radiotherapie (ZPG 990061) zorgproducten splitsen op klinische zorg 1627 ZPG 29499: Een apart product voor inwendige oortumoren (Zorgactiviteiten 03182, 031820, 031813 en 031841) toevoegen. 1634 ZPG 131999 en 199299: Zorgactiviteiten 030311, 030312, 030313 en 038454 aan behandelklasse wervelkolom complex hangen. Het wijzigingsverzoek gaat nadrukkelijk over het feit dat in enkele gevallen (m.n. UMC s + AVL NKI) patiënten wel opgenomen moeten worden. Via het WOP is deze vraag informeel voorgelegd (mogelijkheid van conservatieve en klinische producten bij radiotherapie, radiologie en nucleaire geneeskunde). Er is voor gekozen om alleen de vraag van nucleaire geneeskunde uit te werken. wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. Dit wijzigingsverzoek is inderdaad niet geagendeerd voor de RZ14. Vooralsnog is het standpunt dat de Radiotherapie geen opnames zonder behandeling kan declareren. Voor nucleaire geneeskunde staat voor de RZ14 tevens geen wijziging geagendeerd. Dit is onderdeel van een bredere beleidsdiscussie Hoe gaan we in de declaratie in met specialismen die feitelijk allen interveniëren (zoals interventieradiologie, radiotherapie etc.), maar die hebben aangegeven ook consulten en opnames te willen declareren? Voor de RZ14 worden geen wijzigingen doorgevoerd. Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Wijzigingsverzoeken voor aanpassingen in het wervelkolomsjabloon (integrale behandeling, 1402, 1426 en 1634) worden verder opgepakt in de RZ15a teneinde tot een indeling te komen van het wervelkolomsjabloon die door alle betrokken Wetenschappelijke Verenigingen onderschreven wordt. 1644 ZPG 28999: Zorgproduct 028999007 moet worden opgesplitst in 3 zorgproducten - inductiebehandeling - consolidatiebehandeling Dit verzoek is afgewezen omdat in het kader van de gewijzigde registratieregels in de RZ13a dit probleem opgelost is. Hierdoor wordt het (diagnostische) traject dat voorafgaat aan de medicinale oncologische behandeling DBC-Onderhoud 41 81
- onderhoudsbehandeling En daarnaast nog een aparte zorgproduct voor - follow-up afgesloten voordat de medicinale oncologische behandeling start. 1646 Uniformering te declareren zorgproducten Bloedstollingstoornissen bij kinderen en volwassenen. De producten zoals die zijn ontwikkeld voor de kindergeneeskunde zijn gelijkgetrokken voor volwassenen wat leidt tot twee nieuwe producten. Er is dus geen aparte tak ontwikkeld met de drie diagnosen, maar de structuur van de producten is wel gelijk getrokken. Daarnaast is er 1 diagnose verplaatst zodat de groep waarin de diagnosen van de hemofilie invalt homogener wordt (maw, waar stollingsfactoren toegediend worden). 1664 ZPG 990030: Tarief aanpassen, overgang naar B-segment of apart zorgproduct voor dagbehandeling van neuromusculaire ziekten in de categorie zwaar (ZP 7 en 8) Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt binnen het project neurologie van de RZ14a. Verdere verantwoording vindt plaats in het kader van dit project. Als wijziging zal dit verzoek niet verder opgenomen worden in het 2 e go document. 1670 Behandeling met het Gamma Knife Perfexion verwerken in de DBC-productstructuur 1677 ZPG 119499: toevoegen zorgactiviteit tefloninjecties 036460 als behandeling. 1708 Kostprijs EFO (ElektroFysiologischOnderzoek) Probleem bij dit wijzigingsverzoek is 1) In het project cardio-thoracale chirurgie zijn Aangezien met het verstrijken van de genoemde deadline voor aanvullende informatie geen reactie is ontvangen van de aanvrager, beschouwt DBC-O het verzoek als definitief vervallen in het kader van release RZ14a. Dit wijzigingsverzoek is als gevolg van het project Cardiothoracale chirurgie (2013) niet meer relevant. Er zal geen DBC-Onderhoud 42 81
voor een aantal zorgproducten van ZPG 979001 nieuwe tarieven bepaald omdat de tarieven van de 1 e uitlevering te laag waren. 2) Op basis van de beschikbare info is de inschatting dat het gaat om te lage tarieven van de cathetherablatie (m.n. klasse 4) maar dit issue is wellicht meegenomen in project cardio-thoracale chirurgie. 3) Stavaza zal verder achterhaald worden. Meer info richting 2e go wanneer volledige impact bekend is. wijziging naar aanleiding van dit verzoek doorgevoerd worden. 1719 Verzoek extra DBC-ZP orthoptie i.v.m. taakherschikking 1720 Verzoek extra DBC-ZP optometrie i.v.m. taakherschikking 1721 Ontbreken zorgproducten voor enkelvoudigeen meervoudige hartrevalidatie Er vindt overleg plaats met de vertegenwoordigers van de revalidatiecentra waar hartrevalidatie wordt gegeven. De centra doen een voorstel richting NZa. Afhankelijk van afstemming kan dit wijzigingsverzoek nog vervallen voor de 2 e go. Wellicht dat de titel van dit wijzigingsverzoek bijdraagt aan deze interpretatie. Het achterliggende probleem is de declaratie van enkelvoudige en meervoudige hartrevalidatie. Enerzijds zijn er OZP s die in het verleden Verzoek is ingetrokken door aanvrager en WV Verzoek is ingetrokken door aanvrager en WV Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. DBC-Onderhoud 43 81
gedeclareerd werden door de revalidatieartsen anderzijds zorgproducten in ZPG 219799 die gedeclareerd worden door de cardiologen. Inmiddels is duidelijk geworden dat de enkel en meervoudige hartrevalidatie zoals wordt uitgevoerd binnen de revalidatiecentra plaats vindt onder verantwoordelijkheid van een cardioloog (die veelal op consulent basis aan RC zijn verbonden). Dit betekent dat de cardioloog hiervoor een zorgtraject dient te openen (en dus niet de revalidatiearts) en de cardioloog vervolgens gebruik kan maken van de betreffende zorgproducten voor de hartrevalidatie in ZPG 219799. In de praktijk betekent dit voor de revalidatiecentra dat zij hun software hierop dienen aan te passen daar in huidige situatie veelal uitsluitend de revalidatie zorgactiviteiten en diagnosen in de tabel zijn ingelezen. Probleem lijkt hiermee niet zo zeer veroorzaakt te worden door onvolkomenheden in de productstructuur maar in de toegankelijkheid/ beschikbaarheid van tabellen ZZ binnen de revalidatiecentra. Met een cardioloog als hoofdbehandelaar zijn de producten hartrevalidatie in ZPG 219799 bereikbaar. De OZP s zijn hiermee vervolgens overbodig en DBC-Onderhoud 44 81
kunnen verwijderd worden. Samenvattend: De gewenste situatie is dat enkelvoudige en meervoudige hartrevalidatie wordt gedeclareerd door de cardioloog door middel van zorgproducten (de cardioloog is eindverantwoordelijk voor enkel- en meervoudige hartrevalidatie). De revalidatiearts kon echter deze zorg met losse OZP s declareren. Om die reden zijn deze OZP s in de RZ14a beëindigd. 1723 Fotodynamische therapie (39076) in relatie tot proefexcisie (38913) in zorgproductgroep 29499 (volgorde uitvraging) 1732 Probleem tarieven levertransplantaties Er lijkt (inmiddels) een passend tarief en aanvragers hebben het probleem niet nader gespecificeerd en niet meer gereageerd op het verzoek om aanvullende informatie.. Dit wijzigingsverzoek is afgewezen. 1772 Een klinisch zorgproduct mogelijk maken in de zorgproductgroep 149399 bij diagnose G14. 1784 SRB Zorgproducten mogelijk maken zonder injecties onder radiologische geleiding en/of een zorgactiviteit maken voor injecties d.m.v. elektrische prikkels en die uitvragen bij het betreffende knooppunt. Beoordeling en uitwerking is aangehouden. 1785 ZPG 131999: aanpassingen gewenst m.b.t. verstrekking immunotherapie via infuus of DBC-Onderhoud 45 81
injectie, uitgevoerd door reumatoloog bij diagnoses M.Bhecet (317), SLE (301), MCTD (0324.306), M. Sjogren (308), overige vasculitis/systeemziekten (399) 1787 ZPG 109599: De pleurapunctie (032864) moet verwijderd worden uit beslisregel 112430, deze dient uitgevraagd te worden in beslisregel 112434. 1791 ZPG 99899: De diagnose pacemaker implantatie (328_2220) valideert alleen met een OK code. Nacontrole na 42 dagen valt uit. 1795 ZPG 990016: Bij kinderneurologie leidt de zorgactiviteit onderzoek onder narcose (039090) naar een zwaarder zorgproduct, bij kindergeneeskunde niet. Dit zou ook in de productstructuur van kindergeneeskunde opgenomen moeten worden. 1796 ZPG 99899: In de huidige productstructuur valideert de diagnose patiënt screening (328_2130) alleen met een contact, MDO, of teambespreking. Het komt echter ook voor dat de patiënt opgenomen wordt voor een screening. Wijzigingsverzoek niet honoreren want loopt nu goed, Wetenschappelijke Vereniging vindt de voorgelegde ZA s m.b.t. pleurapunctie nog steeds passend. Daarnaast vindt er een correcte afleiding plaats. Dit wijzigingsverzoek is reeds uitgeleverd in de RZ13d. Dit wijzigingsverzoek is niet meer actueel als gevolg van het kindergeneeskunde project uit 2013. Dit wijzigingsverzoek is reeds uitgeleverd in de RZ13d. 1800 ZPG 149399: bij de diagnose buikpijn zonder gynaecologische oorzaak (G14) is het nu niet mogelijk om een opname te registreren. Dat DBC-Onderhoud 46 81
leidt tot uitval in zorgproduct 149399032. Overlap met issue 1772. 1816 2 zorgvragen, slechts 1 zorgtraject te openen Gaat over de combinatie van ablatie en implantatie van een ICD of PM. Vraag van het ziekenhuis voorgelegd aan de BBC. Zij hebben geoordeeld dat dit relatief weinig voorkomt en omdat het verschillende diagnoses betreft er 2 aparte trajecten kunnen worden geopend. Issue is inmiddels komen te vervallen (in 2 e go document wordt dit als zodanig opgenomen). Dit wijzigingsverzoek is afgewezen. 1819 Aparte DBC-zorgproducten voor virale hepatitis B en C inrichten 1824 ZPG 159899: bij knooppunt Partus met complexe fluxusbehandeling OK (LRR) en Complexe fluxusbehandeling OK (LLRRL) verrichting 080828 Embolisatie van vaten verwijderen. 1829 Toevoegen van ZA slaapendoscopie aan behandelklasse 60607013 en 60607014 Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. Advies om aan het aanmaken van een nieuwe ZA geen gehoor te geven. De ZA 39116 leidt af naar de zorgproducten 60607013 respectievelijk 60607014 (en er dus eigenlijk helemaal niets aan de hand, want dat was in principe het verzoek (Toevoegen van ZA slaapendoscopie aan behandelklasse 60607013 en 60607014) alleen loopt het DBC-Onderhoud 47 81
nu dus (liep het al) via een bestaande ZA. 1830 Toevoegen van verrichtingen met Moh s chirurgie (ZA 38908) binnen de zorgproductgroepen 29999 (diagnose 40 en 41) en 89999 (diagnose 11). Deze zorgactiviteit dient in dezelfde zorgproductgroep te vallen als ZA 038912 (vergelijkbaar in zwaarte) 1833 Toevoegen van ZA 034380 Oesophagoscopie aan KNO lijst op die plaats waar ook ZA s 032214 en 032216 voorkomen. (in ieder geval in diagnosegroepen 53,55, 60 t/m 69, 82-83, 84, 91, 92 en 93. Gezien de navolgende punten is dit verzoek niet gehonoreerd: - het feit dat de genoemde ZA nergens leidt tot uitval, maar landt in zorgproduct(en) Ambulant middel;. - het gegeven dat, indien er een wijziging plaats vindt de betreffende ZA dan in zoveel zorgproducten in een operatief product moet worden toegevoegd en - de oplossing inconsistent is met de indeling en uitvraging van dezelfde activiteit bij (door) het specialisme MDL. Waarmee het wijzigingsverzoek te laten vervallen voor de 2 de go. 1834 Toevoegen wisselen voice prothese als KNO verrichting en opnemen in passend cluster. Op dit moment worden de codes 032205, 038878 of 038911 allen leidend tot product 29099007 geadviseerd. Onderzoeken of een extra product vanuit kostenoptiek wenselijk is. DBC-Onderhoud 48 81
1835 ZPG 990004: DBC-zorgproduct 990004053, correctie na borstvergroting met prothese declaratiecode 15- of 17D204 splitsen in een product met vervanging van de prothese en een product zonder vervanging van de mammaprothese. 1838 Afsluiten subtrajecten bij ESWL (niersteenvergruis). Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Dit wijzigingsverzoek blijkt reeds opgelost te zijn in de RZ13a. 1842 beëindigen zorgactiviteitcode 038940 eenmalig traumatologisch consult de za-code 038940 heeft dezelfde waarde als een regulier consult. Het was de bedoeling deze zacode met ingang van 1 januari 2013 te beëindigen maar aangezien deze za-code een rol speelt in de afleiding van traumatologische producten kan beëindiging niet eerder plaatsvinden dan per 1 januari 2014. Daarom is de tussenoplossing van wijziging van de ZPK-code per 1 januari 2013 bedacht. 1844 Verzoek om ZA-code 039846 (beoordeling longfunctieonderzoek door derden) declarabel te maken (OVP) voor de kindergeneeskunde, conform longgeneeskunde. Gaat niet over onderlinge dienstverlening, maar om een vraag uit de eerste lijn. Dit wijzigingsverzoek is afgewezen op basis van onderstaande argumentatie. (bestaande za bedoeld.voor second opinion). Het wijzigingsverzoek zal in iets andere vorm gehonoreerd woren.om die reden wordt een nieuw wijzigingsverzoek (issue 2208) aangemaakt ten behoeve van de derde iteratie. De OZP 039846 betreft een second opinion; dat wil zeggen dat deze prestatie gedeclareerd kan worden als DBC-Onderhoud 49 81
een ziekenhuis een longfunctie heeft uitgevoerd en beoordeeld, maar ook een andere longarts nogmaals naar de longfunctie wil laten kijken (zie ook in de omschrijving voor derden ). 1850 ZPG 979001: Zorgactiviteit 032997 Percutaan inbrengen hartpomp (o.a. Impella) toevoegen aan de topboom. 1861 ZPG 159899, 159999, 150101: Verzoek tot het aanmaken van specifieke zorgproducten inzake de obstetrische high care, zodat de WBMV aan deze prestaties kan worden gekoppeld; een apart honorarium voor deze producten kan worden berekend; en apart kan worden onderhandeld over deze centrum specifieke zorgproducten door zorgaanbieders en zorgverzekeraars. 1862 Nog niet productstructuurgerelateerd: Verzoek om de codes voor de anesthesiologie op de OK die per 2012 beschikbaar zijn geworden voor het registreren van de anesthesie activiteiten volledig te maken en te vergemakkelijken. Er wordt een aanvraag gedaan om de, per 2012 geintroduceerde, ZA codes voor peri-ok inzet door de anesthesist, te wijzigen. Zo wordt de noodzaak van aparte codes voor in- en uitleiden ter discussie gesteld en is er een verzoek om activiteit van anesthesiemedewerkers te coderen. De set met activiteiten is op voordracht van NVA tot stand gekomen. Ook de definities en omschrijvingen komen voort uit input van NVA. Het verzoek wordt dan ook niet gehonoreerd, mede met het oog op de continuïteit van de DBC-Onderhoud 50 81
huidige registraties. 1863 Verzoek om nieuwe zorgactiviteit aan te maken voor het verwijderen van een maagbandje. 1865 ZPG 99699: Niet coronaire vaatinterventies voor cardiologie in ZPG 99699 normeerbaar maken. 1866 ZPG 990089: Verzoek om zorgactiviteiten niet standaard tot uitval te laten leiden, het betreft: - 39600 toedienen epiduraal anesthesie via katheter - 39603 inbrengen centrale veneuze lijn - 39604 inbrengen arteriële lijn - 39605 inleiden algemene anesthesie - 39606 uitleiden algemene anesthesie - 39607 anesthesie controle door anesthesist op verkoever - 39608 toedienen spinaal anesthesie (via katheter) regionale anesthesie - 39609 perifeer block regionale anesthesie Het verzoek betrof de wijziging van de uitvraag van de Percutane Coronaire Interventies in zorgproductgroep 979001 (Bijzondere Hartinterventies). De uitwerking van dit issue is meegenomen met wijzigingsverzoek 1984. Er wordt een aanvraag ingediend om de per 2012 geïntroduceerde codes voor de peri-ok activiteiten van de anesthesioloog, niet tot standaarduitval te laten leiden bij de pijnbestrijding (trajecten in ZPG 990089 anesthesiologie pijnbestrijding). Men geeft aan dat patiënten voor verschillende doelen tegelijkertijd bij de anesthesioloog in behandeling kan zijn. Dit verzoek wordt niet gehonoreerd. Doordat de peri-ok activiteiten tot uitval leiden, worden beide rollen van de anesthesioloog (die als poortspecialist in het kader van pijnbestrijding en als anesthesiologische ondersteuner voor een ander snijdend poortpecialisme) nadrukkelijk van elkaar gescheiden. Dit is nadrukkelijk gewenst. Zo wordt het traject van de pijnbestrijding (waar anesthesiologische ondersteuning niet als zodanig thuishoort) niet vervuild en blijft de registratie van de anesthesiologische ondersteuning bij de snijdende poortspecialist volledig. Indien beide rollen tegelijkertijd DBC-Onderhoud 51 81
door een anesthesioloog bij een patiënt worden vervuld, dient deze hiervoor binnen verschillende zorgtrajecten te registreren. 1870 Verzoek voor nieuwe zorgactiviteiten en wellicht nieuwe zorgproducten voor thuisgebruik van voedingssupplementen bij stofwisselingsziekten Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd in afwachting uitkomst discussie over geneesmiddelen die niet duur zijn/niet op Add-on lijst staan. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. 1872 Afsluitregel 2.0306.1 ook hanteren als er sprake is van een klinische opname voordat ZAT ESWL plaatsvindt 1873 ZPG 069899 en 990916: Creëren van een nieuwe zorgactiviteit: Contact epilepsieconsulent Dit wijzigingsverzoek is reeds uitgeleverd in de RZ13a. De huidige DBC-systematiek is gericht op de vastlegging van de door de medisch specialist uitgevoerde behandeling. Hierbij wordt de inzet van paramedici en gespecialiseerde verpleegkundigen in het kader van de zorg nog niet of nauwelijks vastgelegd. Met name vanuit kwaliteitsoogpunt bestaat vanuit verschillende beroepsgroepen wel de behoefte om de eigen bijdrage aan de zorg vast te leggen en hiermee inzichtelijk te maken. Dit punt ligt ter besluitvorming voor bij VWS. Het standpunt van de NZa is dat niet vooruitlopend op de besluitvorming van VWS hiervoor wijzigingen worden doorgevoerd. Dit betekent dat zonder verder inhoudelijk in te gaan op de functie en de noodzaak om hiervoor een aparte za aan te maken, de gevraagde nieuwe zorgactiviteit voor de epilepsieconsulent op dit moment DBC-Onderhoud 52 81
wordt afgewezen. Verwacht wordt dat zodra de landelijke discussie hierover is gevoerd en besluitvorming heeft plaats gevonden er duidelijkheid ontstaat over welk soort functies eventueel in aanmerking komen en wat hierbij de te stellen criteria zijn. Op dit moment is nog geen besluit genomen ten aanzien van de wenselijkheid van de vastlegging van niet medisch specialistische handelingen binnen de DBC-systematiek. Op grond hiervan wordt wijzigingsverzoek afgewezen. 1877 ZPG 990216: Aanvraag nieuwe zorgactiviteit voor LDL ferese t.b.v. zorgproduct 990216003 (Plasmaferese). Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. 1882 Dubbelzijdige aandoeningen zonder dubbelzijdige operatieve behandeling kunnen niet gedeclareerd worden. Voor de aanvrager is dit probleem met name relevant voor de behandeling van dubbelzijdige fracturen (waar vaak naar wordt verwezen als links/rechts-problematiek) Verzoek van de aanvrager is om geen onderscheid te maken in de parallelliteitsregels voor dubbelzijdige aandoeningen t.o.v. de algemene parallelliteitsregels. Dit is een verzoek van de WV Heelkunde om de diagnosecombinatie tabel aan te passen voor wat betreft dubbelzijdige aandoeningen. Zij hebben een aantal diagnosen aangegeven die volgens hun parallel geregistreerd moeten kunnen worden vanwege behandelingen aan dubbelzijdige aandoeningen. Omdat dit wijzigingen voor de DCT betreffen zal DBC-Onderhoud dit ter beoordeling voorleggen aan ZN. 1887 ZPG 149399: bij de diagnose G30 (PMS) moet het mogelijk worden gemaakt dat het DBC-Onderhoud 53 81
subtraject meer dan 2 consulten bevat. Op dit moment wordt er een niet declarabel product (ZP 17) afgeleid als het subtraject meer dan 2 consulten bevat. 1893 Momenteel is een aantal diagnosecombinaties opgenomen in de negatieve lijst parallelliteit. In de praktijk komen de diagnoses in gevallen echter wel (terecht) parallel voor. Om deze reden wordt aanpassing van de negatieve lijst parallelliteit voor de beschreven combinaties aangevraagd Dit wijzigingsverzoek maakt onderdeel uit van het punt betreffende de Diagnose Combinatie Tabel Gynaecologie, welke nu door de NZa en de NVOG wordt uitgewerkt. 1895 ZPG 199299: Bij de diagnose heupluxatie Chirurgie de mogelijkheid om de zorgactiviteit (operatieve behandeling habituele heupluxatie) te registreren. 1899 Onderscheid tussen hoofd- en nevenverrichting mogelijk maken ten behoeve van een correcte afleiding (op hoofdverrichting) binnen de zorgproductstructuur. 1900 Verzoek voor een nieuwe diagnosetypering "nno- niet nader omschreven" voor het specialisme neurochirurgie. Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Er is geen wijziging doorgevoerd. Motivatie: Gezien de kleine aantallen die hiermee gemoeid lijken te zijn en met het oog op de doorontwikkeling naar ICD10 diagnosen wordt het doorvoeren van een wijziging gezien als een weinig zinvolle actie. 1901 ZPG 972802: Uitbreiding lijst dure materialen Het advies voor dit verzoek voor het aanmaken DBC-Onderhoud 54 81
neurochirurgie met een aantal zorgactiviteiten. van diverse aparte materiaalcodes is nog niet volledig afgerond. Het wachten is nog op aanvullende informatie van de aanvrager. Op basis van de huidige gegevens is er voorstel uitgewerkt voor een ZA-code voor vasculaire coils, wat ook in de RZ14a uitgeleverd kan worden. Indien de scope van de RZ14a releaseplanning het toelaat kan de uitwerking nog verder uitgebreid worden met andere materiaalcodes. 1902 ZPG 972802: verzoek voor nieuwe zorgactiviteiten waarbij neuromonitoring op basis van tijdsduur in plaats van op basis van aantal modaliteiten (39944, 39945, 39946) wordt onderscheiden. 1906 ZPG 979001: Materiaalcodes ontbreken bij de aortachirurgie: nieuwe ZA codes zijn nodig voor een aorta buisprothese en klepdragende vaatprothese. 1907 ZPG 979001: Za code 032671 = extracorporele circulatie (ECC,perfusie) dient onderscheidend (producttyperend) te worden Er is geen wijziging doorgevoerd. Motivatie: Binnen de bestaande richtlijnen voor zorgactiviteitenbeheer is het niet mogelijk om tegemoet te komen aan deze wens. In een zorgactiviteit wordt namelijk een activiteit vastgelegd, of een hulpmiddel dat hierbij is gebruikt, maar geen tijdsduur. Dit in verband met doelmatigheidsprikkels. Tijdsduur is een onwenselijke maat voor de beschrijving van gradaties in complexiteit. Niet als zodanig in behandeling genomen. Feitelijk is het verzoek in 2047 gehonoreerd. Uit de test van de structuur van ZPG 979001 per 2013 komt het verzoek vanuit NFU naar voren om de nieuw geïntroduceerde zorgactiviteit ECC dwingend uit te DBC-Onderhoud 55 81
voor de zorgproducten Oper luchtwegen/ ademhalingsorganen + ECC (979001205 en 979001206). Mogelijk opsplitsing noodzakelijk voor de variant zonder ECC. vragen bij het afleiden van producten 205 en 206 (longchirurgie met ECC (=extracorporele circulatie (longperfusie))). Dit om het onderscheid te maken met dergelijke operaties zonder ECC, die als niet WBMV longchirurgie wordt omschreven. Het verzoek zal niet worden gehonoreerd. Huidige structuur volstaat voor dit type ingrepen 1909 ZPG 182199: Diagnose 4840 (meerdere consulten) van het specialisme Neurochirurgie leidt ook in het geval van slechts 1 polibezoek af naar zorgproduct 182199025 (meerdere contacten, second opinion). Is dit wel een gewenste situatie? 1914 Zorgtype 13 uitsluiten van de Diagnose Combinatie Tabel Toen dit wijzigingsverzoek binnenkwam was het nog de intentie ZT13 per 1-1-2014 te laten vervallen vandaar dat dit wijzigingsverzoek niet in behandeling is genomen. 1915 Verzoek om transgenderzorg in te passen in de DBC-systematiek. 1916 ZPG 990062: Aanvraag van een apart zorgproduct voor de radioembolisatie met behulp van yttrium-90. Zorgactiviteit 080086= Radioembolisatie met Yttrium-90 is (later) toegevoegd aan zorgproduct 990062006 embolisatie /vertebroplastiek. Dit wijzigingsverzoek wordt uitgewerkt in het kader van het project Gender. Radio-embolisatie met Yttrium micro-spheres is een innovatieve behandeling voor hepatocellulair carcinoom, waarvoor sinds 2012 door het CVZ in salvage setting vergoeding wordt geadviseerd. De behandeling wordt inmiddels in vier academische centra toegepast. In zorgproductgroep 990062 zal een nieuw DBC-Onderhoud 56 81
Door de prijs van het radiofarmakon is het zorgproduct niet meer kostenhomogeen. product worden toegevoegd: radio-embolisatie met Yttrium-90. Het huidige product waarin de zorg nu landt kent een veel lager kostenprofiel dan het kostenprofiel van de behandeling met Yttrium-90. Afsplitsing van de behandeling maakt deze innovatieve behandeling beter inzichtelijk en faciliteert de onderhandelingen. 1919 ZPG29899: ZA 039071 (Abrasie >1%) producttyperend maken bij diagnose 03 Benigne tumoren van Dermatologie (uitvalreductie). Dit wijzigingsverzoek is reeds uitgeleverd in de RZ13d. 1927 De diagnose multitrauma in de DCT opnemen om op die manier parallelliteit te voorkomen. Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd en wordt opgepakt in de 3 e iteratie. 1930 Aanmaken nieuwe zorgactiviteitcode voor varicesbehandeling Clari Vein 1931 ZPG 159999: onderscheid maken in het registreren van trajecten met diagnose V11 en V41. In de diagnose V11 mogen maximaal 2 consulten voorkomen. In de huidige situatie komt het (onterecht) voor dat als er meer consulten in het traject vallen dit niet leidt tot uitval maar naar product 159999019 (begeleiding zwangerschap/licht ambulant). Ook het gebruik van diagnose V41 met meer dan 2 consulten leidt af naar dit zorgproduct. DBC-Onderhoud 57 81
1943 ZPG 89999: Verzoek om voor simultane bilaterale implantatie nieuwe zorgproducten en/of zorgactiviteiten te benoemen. Gezien de navolgende redenen (argumentatie) wordt dit verzoek niet gehonoreerd. Er worden dan ook geen ZA s aan gemaakt, dan wel een nieuw product aangemaakt. Er zijn nu de navolgende producten in de ZPG 89999 te onderscheiden (voor de implantatie en de nazorg) mbt cochleaire implantaten. In het knooppunt Perceptieve slechthorendheid. (implantatie ZP 36 en de nazorg ZP35) en bij het knoopunt ontsteking middenoor/ gehoorgang (ZP 49 nazorg en ZP 50 implantaat). De aanvrager (CVZ) suggereert dat er nu twee keer een CI wordt gedeclareerd met een tijdsinterval. Dit is echter niet nodig. Er mogen 2 parallelle zorgtrajecten geopend worden bij een dubbelzijdige operatieve behandeling (wat bij dubbelzijdige implantatie inderdaad leidt tot twee keer declaratie van een CI maar dan zonder de genoemde tijdsinterval). (de diagnose wordt niet in combinatie met zichzelf uitgesloten op de DCT) Wel is het van belang dat de revalidatie (het nazorgproduct) maar in 1 van de 2 trajecten wordt vastgelegd zodat dit eenmaal wordt gedeclareerd Bij een dubbelzijdige aandoening/behandeling kunnen er alleen parallelle subtrajecten lopen indien beide subtrajecten een operatieve verrichting bevat. DBC-Onderhoud 58 81
Het nacontrole traject is een conservatief traject en zal dus (in lijn met de registratieregels voor parallelliteit bij dubbelzijdige aandoeningen) na het sluiten van de 2 operatieve subtrajecten tot één te declareren traject leiden. De interpretatie van het CVZ is dat alleen indien 2 operatieve ingrepen in twee sessies plaatsvinden parallelle trajecten gedeclareerd mogen worden. Echter; ook indien de dubbelzijdige ingreep in dezelfde operatiesessie plaatsvindt, mogen parallelle trajecten (en dus twee zorgproducten) gedeclareerd worden. Zie ook het document Registratieregels: Bij dubbelzijdige operatieve ingrepen die in één sessie worden gedaan, wordt één zorgtraject geopend indien er een dubbelzijdig DBC-zorgproduct bestaat [1]. Via het invullen van het juiste aantal zorgactiviteiten van de betreffende operatieve ingreep wordt aangegeven dat het om een dubbelzijdige operatieve ingreep gaat. Een grouper leidt hieruit een dubbelzijdig DBC-zorgproduct af. Wanneer er geen dubbelzijdig DBC-zorgproduct bestaat of als de dubbelzijdige operatieve ingreep op verschillende momenten plaatsvindt (bijvoorbeeld bij cataracten, knieën/heupen) dan mag voor de tweede operatieve ingreep een parallel zorgtraject worden geopend. Voorwaarde hierbij is dat geen identieke [1] Zie ook de Algemene Toelichting op de Registratieregels. DBC-Onderhoud 59 81
diagnosen voorkomen in de Diagnose Combinatie Tabel. 1945 ZPG 990011: Aanvraag diagnose chronische thuisbeademing 1946 ZPG 109999: Verzoek om aparte klinische producten op te nemen voor de 2 hooggespecialiseerde tuberculosecentra. 1948 ZPG 79799: Diagnosecode 502 (uveitis anterior) verplaatsen naar zorgproductgroep 079899 (aandoeningen conjunctiva/sclera/cornea/iris/corpus ciliare). Deze diagnose leidt nu af tot zorgproductgroep 079799 (aandoeningen choroidea,retina,corpus vitreum,endophtalmitis). 1950 ZPG 979003: een nieuwe ZA voor de afname van lymfocyten bij de donor (DLA) 1951 ZPG 979003: Apart zorgproduct ontwikkelen voor afname stamcellen (zonder selectie) bij verwante donor in geval van een hertransplantatie met gelijke donor Het gaat om zorg afhankelijk van het type instelling. Hierover is eerder gesproken in het WOP. Dit wijzigingsverzoek is afgewezen in het WOP. Er wordt geen wijziging doorgevoerd. Motivatie: Hiervoor is een passende diagnose beschikbaar, die ook afleidt naar een passend declarabel product (79899-013: Restgroep ingreep zwaar). Aanvraag voor de nieuwe zorgactiviteit is niet nodig om zorg van de donor te registreren. Echter, de kosten zijn dan ook voor de donor. NIV gaf aan dat het niet noodzakelijk was omdat zorg via profiel van ontvanger in zorgproduct komt. 1952 Diverse tekstuele wijzigingen ZA-codes Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt in het kader van het project doorontwikkeling ZA-tabel. Dit betekent dat de omschrijving van Dit wijzigingsverzoek komt te vervallen. DBC-Onderhoud 60 81
zorgactiviteiten wordt geactualiseerd. 1964 ZA code 192057 plasmafiltratie opnemen in het cluster dure therapeutische activiteiten zodat het een rol gaat spelen in de productstructuur voor diverse specialismen zoals interne geneeskunde,neurologie. Het gaat om de behandeling van patiënten met cryoglobulinemie,wegener,goodpasture,m.ka hler,glomerulonefritis,neurologische autoimmuunziekten,guillain Barre,myasthenia gravis. Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. 1967 Bij de gynaecologische diagnose V21 komt het toedienen van chemo wel eens voor als er sprake is geweest van een mola graviditeit. Echter bij het registreren van de verstrekking hier van (039144) leidt dit tot uitval standaard. 1968 ZPG 150101:Verzoek om om de chemo(immuno)-zorgactiviteiten (zowel de oncologische als de niet-oncologische) voor deze zorgproductgroep uit de uitval te halen. 1972 Wervelkolomsjabloon aanpassen zodat conservatieve trajecten in een conservatief product landen: Diagnosen 308_ 2130, 2210, 2301, 2401 verwijderen uit uitvraag bij knooppunt Intensieve/ Invasieve therapie. Deze diagnosen toevoegen aan cluster 13.14- DBC-Onderhoud 61 81
Diagnosen wervelkolom conservatief neurochirurgie. 1978 Opschonen zorgactiviteitcodes bloedproducten 1980 ZPG99699: Cardiovasculair risicomanagement (CRM) mogelijk maken voor cardiologie m.b.v. nieuwe diagnosetypering. 1981 Aanvraag nieuwe ZA voor bio-oplosbare stent om als aparte kostendrager te kunnen worden geregistreerd. 1982 Aanvraag nieuwe ZA voor Lifevest (defibrilator) t.b.v. registratie bij de diagnosen bij chronisch hartfalen en hartritmestoornissen. 1983 Aanvraag aparte ZA voor OCT t.b.v. Cardiologie (is niet vergelijkbaar met de bestaande oogheelkundige OCT (ZA 039823): andere apparatuur). 1984 ZPG979001: Uitsplitsen ZA 033236 intracoronair fysiologisch onderzoek. Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd. Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Dit verzoek betreft de aanvraag van een zorgactiviteitencode voor specifiek type stent (anders dan de bestaande codes voor de standaard cardiovasculaire stent en de drug-eluting stent). In overleg met de wetenschappelijke vereniging is dit wijzigingsverzoek geparkeerd er zal geen wijziging worden doorgevoerd. Dit wijzigingsverzoek is ter informatie opgenomen in het besluitvormingsdocument RZ14a 2 e go. In het besluitvormingsdocument t.b.v. de 3 e go zal dit wijzigingsverzoek ter besluitvorming worden opgenomen. DBC-Onderhoud 62 81
1987 ZPG219799: Nieuwe ZA voor hartteambespreking bij hartrevalidatie (vervolg op wijzigingsverzoek 1818). MDO is voorbehouden aan multidisciplinaire overleggen waarbij minimaal 2 medisch specialisten van verschillende specialismen betrokken zijn en in het geval van hartrevalidatie het over een multidisciplinair overleg gaat waarbij betrokken zijn: één medisch specialist met verschillende behandelaren gaat (fysiotherapeut, psycholoog, diëtist enz). Volgens regelgeving NZa moet dit zijn: minimaal 3 medisch specialisten van drie verschillende specialismen. De uitwerking is als volgt: De omschrijving van zorgactiviteit 039679 (Teambespreking) wordt met ingang van 1-1-2014 weer hartteambespreking in plaats van teambespreking. Voor hart- en longrevalidatie is een nieuwe zorgactiviteit 39898 Coördinatie bij hart- of longrevalidatie aangemaakt waaraan 1 medisch specialist en 1 of meerdere andere behandelaren (paramedicus) deelnemen. Deze zorgactiviteit is typerend gemaakt in zorgproductgroep 219799 voor de producten van Hart- en longrevalidatie. Deze zorgactiviteit (39898) alleen is overigens niet voldoende om een product af te leiden, er moet tevens altijd een PEP en een FIT module geregistreerd zijn. DBC-Onderhoud 63 81
1989 Verzoek om afsluitregel 2.0306.2 ook te hanteren als er sprake is van een klinische opname binnen 42 dagen voor de einddatum als afsluitregel 2.0306.2 gehanteerd wordt. 1990 ZA code 030297= formeren toegangsweg via neus/mond essentieel maken voor KNO arts (hoort bij diagnosecode 0302.042) en ZA code 030298 = formeren toegangsweg via mastoid/oor essentieel maken voor KNO arts (hoort bij diagnosecode 0302.020=brughoektumor). 1993 Wijziging registratieregels voor sluiten van subtrajecten met begeleidingscode 039928 Begeleiding van oncologiepatiënten tijdens supportive care/palliatieve zorg zonder chemoen/of hormoontherapie (nu conform algemene afsluitregels). Het verzoek is afgewezen op basis van de reactie van de WV. De WV Urologie heeft laten weten dat de 90 dagenregel bij de uitzondering voor blaasspoelingen en behandelingen met APD ondergeschikt is aan de regels van een klinisch subtraject. D.w.z. dat het klinisch traject bepalend is voor de afsluitregel en de uitzonderingen voor blaasspoelingen en APD niet aangepast hoeven te worden. Dit wijzigingsverzoek is reeds opgepakt binnen de RZ13d. De begeleiding tijdens palliatieve zorg beslaat een aanzienlijk deel van de zorgactiviteiten van de medisch oncologen, en is een erg inhomogene groep patiënten met allerlei verschillende ondersteunende behandelingen, bijvoorbeeld: 1. patiënten die iv bisfosfonaten op het dagcentrum of patienten die orale bisfosfonaten krijgen 2. patiënten die frequent ascites drainages ondergaan 3. patiënten in de fase tussen de verschillende lijnen palliatieve chemotherapie 4. in de pre(terminale) fase kunnen er zeer veel DBC-Onderhoud 64 81
activiteiten van de medisch oncologen noodzakelijk zijn; frequente poliklinische contacten en frequent telefonische activiteiten met patiënt, huisarts en mede-behandelaren. Dit maakt het te gevarieerd om te vatten in één 1 zorgproduct (zowel wat betreft kostprijs als honorarium). Het sluiten na 6 weken zou de homogeniteit in ieder geval ten goede kunnen komen. Daarom is het verzoek om registratieregels te wijzigen voor sluiten van subtrajecten met begeleidingscode 039928 Begeleiding van oncologiepatiënten tijdens supportive care/palliatieve zorg zonder chemo- en/of hormoontherapie (Van 365 dagen looptijd naar max. 42 dagen). Trajecten met een deze zorgactiviteit sluiten dus na 42 dagen. Echter, er is geen sprake van het toedienen van chemo. Juist het toedienen van chemo is de reden voor de uitzondering van 42 dagen. Het verzoek is afgewezen. 2003 Za codes voor verwijderen poortwachterklier (sentinel node procedure). Deze code hoort thuis bij maligniteiten van vulva, vagina, cervix,endometrium, ovarium en dienen bij deze diagnosen te worden uitgevraagd. Het gaat om de volgende te onderscheiden DBC-Onderhoud 65 81
zorgactiviteiten: -verwijderen poortwachterklier lies -verwijderen poortwachterklier bekken/open procedure -verwijderen poortwachterklier bekken/ laparoscopisch -verwijderen poortwacherklier bekken/ robot geassisteerd -verwijderen poortwachterklier para-aortaal / open procedure -verwijderen poortwachterklier para-aortaal / laparoscopisch -verwijderen poortwachterklier para-aortaal / robot geassisteerd 2013 Zorgactiviteiten preassessment per 01012013 door wijziging OP/OVP in relatie tot tabel tarieftypes (relatie met issue 2001). 2023 Uitvalproducten 18 en 32 in de productgroep 149399 tot leven blazen (dit is een uitvalproduct dat uit de uitval gehaald moet worden). Dit was voorheen een uitvalproduct, nu niet meer. Op dit moment is het ambulant middel product het enige declarabele product voor diagnose G14 - Buikpijn zonder gyn oorzaak. Het klinsche product 32 en het intensieve/invasieve product 18 leiden tot uitval. Dit leidt to een zeer inhomogeen ambulant middel product DBC-Onderhoud 66 81
Een klinisch zorgproduct mogelijk maken in de zorgproductgroep 149399 bij diagnose G14. Nu krijg je uitvalproduct 149399032. Patiënten met buikpijn kunnen worden opgenomen. Pas na onderzoek, bijvoorbeeld een laparoscopie is de diagnose te stellen en dat kan dan diagnose G14 zijn, omdat er geen Gynaecologische oorzaak voor de buikpijn gevonden is. De DBC s waar een verpleegdag in voorkomt kunnen nu niet gedeclareerd worden, omdat ze uitvallen. Alleen met een dagopname krijg je een geldig zorgproduct, maar in de praktijk komt het ook voor dat er sprake is van een klinische (spoed)opname. Ook het product 18 intensieve/invasieve therapie wordt goed gevuld en moet niet meer een uitval product zijn. 2026 Circumcisie heeft aanspraakindicatie waardoor de DBC rood wordt. Verzoek om hier onderscheid te kunnen maken tussen medische indicatie J of N en dus groen of rood. Uitwerking van onderstaande diagnose rondom circumcisie van de boom 219799 over te hevelen naar de boom 149899: 303 chirurgie 176 phimosis, preputium afw. 303 chirurgie 177 circumcisie op verz. 306 urologie 95 circumcisieverzoek DBC-Onderhoud 67 81
306 urologie 94 phimosis/phrenulum De dbc s van heelkunde en urologie leiden af naar een bestaand product 17 operatie open licht Hiervoor worden nog 2 za s toegevoegd aan groep 7: 036803 Dorsale klieving (dorsal slit) voorhuid. 036210 Operatief aanleggen van een blaasfistel. In groep 6 is de za 36210 verwijderd. 2027 Per 1-7-2009 is een zorgactiviteit geïntroduceerd: 38853 - Decompressie (fasciotomie) bij compartimentssyndroom bovenste extremiteit. Er is echter geen code voor een fasciotomie aan de onderste extremiteit, terwijl dit minstens zo vaak voorkomt. 2040 ZA code ontbreekt voor fixatie van een ribfractuur. Deze moet afleiden samen met ZA code 038427=sternumfractuur tot een product in boom 199299. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. 2047 ZPG 979001 en 99699: Verbeteren weergave van materialen bij ingrepen aan de vaten in de DBC-Onderhoud 68 81
landelijke zorgactiviteitentabel 2053 De diagnosecode 401 pneumonie nnoop basis van ICD10 indeling koppelen aan de ZPG 109999 en aan de producten pneumonie van de longartsen. 2054 De diagnosecode 424 TBC op basis van ICD10 indeling koppelen aan de ZPG 109999 en aan de producten TBC van de longartsen. Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Motivatie:. Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Vanwege specialisme overstijgendheid wordt dit meegenomen in het project ICD-10. Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Motivatie: Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven naar de RZ15a. Vanwege specialisme overstijgendheid wordt dit meegenomen in het project ICD-10. 2056 Aanvraag zorgactiviteit voor Dinamap meting Dit verzoek is afgewezen omdat er nog te weinig informatie is. Het betreft een aanvraag waarbij onduidelijk is hoe deze zorg gepositioneerd moet worden binnen de productstructuur. 2058 Aanpassing DBC-zorgproduct screening colorectaal carcinoom Het maken van een ambulant product colorectale screening zonder scopie wordt vormgegeven door de diagnose colorectale screening niet langer in een aparte tak uit te vragen, maar af te laten leiden tot reeds bestaande producten. Zo zullen de subtrajecten met een scopie afleiden naar een passend product en de subtrajecten zonder scopie zullen afleiden naar een reeds bestaand conservatief ambulant product. Op deze wijze worden passende producten afgeleid en de subtrajecten zonder scopie vallen niet langer uit. 2060 ZPG 109599: Nieuw zorgproduct voor Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd. De vraag Dit wijzigingsverzoek wordt niet opgepakt binnen de DBC-Onderhoud 69 81
thoraxdrainage bij pneumothorax 2064 ZPG 69899: ZAcodes 39863, 39864, 39705, 39708, 39651 (EEG s 2-6-24 uur) toevoegen aan knooppunt KNFregulier. 2066 Het verhuizen van diagnosetypering 302_08 Congenitale afwijkingen aangezicht inclusief het (diagnosespecifieke) operatieve zorgproduct (zorgproduct 179799055) van zorgproductgroep 179799 naar de correcte ICD10-zorgproductgroep 170901 Congenitaal botspierstelsel. 2067 Een poliklinische DOT verwordt tot een echo DBC is duurder dan een reguliere Poliklinische DBCs. Wordt na de Echo nog een beelvormende verrichting uitgevoerd dan Blijft de echo DOT een Echo Dot. Dit terwijl beeldvorming duurder is dan een echo. kwam vanuit de Wetenschappelijke Vereniging, echter de motivatie is nog niet duidelijk. Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt binnen het project neurologie van de RZ14a. Verdere verantwoording vindt plaats in het kader van dit project. Als wijziging zal dit verzoek niet verder opgenomen worden in het 2 e go document. Binnen de tak van reumatologie binnen ZPG 131999 (Botspierstelsel-bindweefsel/Letsel - Ziekten botspierstelsel en bindweefsel en late gevolgen/vroege compl. Trauma) is op een groot aantal diagnoseknopen een (poliklinische) aftakking gemaakt voor trajecten waarbinnen de reumatoloog zelf de echografie uitvoert. Deze producten worden afgetakt vóór het knooppunt van (dure) beeldvorming. Gevolg is dat, als binnen een poliklinisch traject zowel echo als bijvoorbeeld MRI wordt gedaan, er een product voor echografie wordt afgeleid, dat relatief goedkoop is. RZ14a. DBC-Onderhoud 70 81
De oplossing ligt in het wijzigen van de volgorde van afleiding zodanig dat beeldvorming meer bepalend is voor de afleiding dan echografie. Er onstaat binnen de poliklinische tak producten met beelvorming +/- echografie en producten met alleen echografie. 2069 Aanmaken ZP IORT in 990061. Vervolg op wijzigingsverzoek 1422. 2074 Obsolete producten ZPG 990011 CCL verwijderen 1. De producten kinderen en COPD uit de productstructuur voor CCL (ZPG 990022) te verwijderen. 2. Product Kinderen met ernstig astma ambulant verwijderen uit de productstructuur CCL 2076 Voor de afgebroken behandeling in de ZPG 990022 CCL een dag en ambulant product maken. 2078 Aanvraag nieuwe zorgactiviteit Interspinale implantaten 2079 Aanpassing van (de beschrijving van) bestaande zorgactiviteitencodes en het toevoegen van een aantal nieuwe codes zodat Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd. In afwachting van dataset CapGemini (overdracht project) Het is momenteel niet goed mogelijk voor iedere fase van de behandeling van feacale incontinentie de juiste verrichting te registreren. Het gaat hierbij Nadat DBC-Onderhoud de beschikking heeft over de dataset kan beoordeeld worden of het wenselijk is dit wijzigingsverzoek te honoreren. Voor de RZ14a wordt dit wijzigingsverzoek afgewezen. DBC-Onderhoud 71 81
een juiste registratie kan plaatsvinden bij de verschillende behandelingen van faecale incontinentie bij specialisme heelkunde. om Sacrale Neuromodulatie, Artificial bowel sphincter en Dynamische Gracilisplastiek. De bestaande za-codes beschrijven bijvoorbeeld de juiste verrichting, echter op de verkeerde locatie in het lichaam. Voor artificial bowel sphincter bestaan op dit moment helemaal geen za-codes. Op dit moment worden zorgactiviteiten geregistreerd die qua omschrijving niet geheel overeenkomen met de daadwerkelijke handeling. Bij sacrale neuromodulatie worden bijvoorbeeld codes gebruikt (ZA 39432 t/m 39437) die qua handeling correct zijn (plaatsen van elektroden) maar niet correct zijn wat betreft de locatie (epidurale stimulatie). Om deze handelingen correct te beschrijven zijn twee zorgactiviteiten tekstueel aangepast en 11 nieuwe zorgactiviteiten toegevoegd. In de productstructuur zullen voor de afleiding van zorgproduct 119499.053 Ingrepen neuromodulatie bij faecale incontinentie deze nieuwe zorgactiviteiten worden gebruikt. - Tekstuele wijziging ZA-code 036259, Percutane plaatsing van testelektroden in het foramen sacrale of bij de nervus pudendus, inclusief eventuele proefcystometrie of anale DBC-Onderhoud 72 81
manometrie. - Tekstuele wijziging ZA-code 036260, Implantatie van een permanente elektrode in het foramen sacrale of bij de nervus pudendus, inclusief eventuele proefcystometrie. - Tekstuele wijziging ZA-code 036260, Implantatie van een permanente elektrode in het foramen sacrale, bij getransponeerde m. gracilis of bij de nervus pudendus, inclusief eventuele proefcystometrie of anale proefmanometrie. - Nieuwe ZA-code 036265, Vervangen elektrode in het foramen sacrale, bij getransponeerde m. gracilis of bij de nervus pudendus. - Nieuwe ZA-code 036266, Verwijderen elektrode in het foramen sacrale, bij getransponeerde m. gracilis of bij de nervus pudendus. - Nieuwe ZA-code 035050, Subcutaan plaatsen anala neurmodulator of pacemaker. - Nieuwe ZA-code 035051, Vervangen anale neuromodulator of pacemaker - Nieuwe ZA-code 035052, Revisie anale neuromodulator of pacemaker. - Nieuwe ZA-code 035053, Verwijderen anale neuromodulator of pacemaker. - Nieuwe ZA-code 035100, Implanatatie artificial bowel sphincter. - Nieuwe ZA-code 035101, Vervangen (deel van) DBC-Onderhoud 73 81
artficial bowel sphincter. - Nieuwe ZA-code 035120, Revisie (deel van) artficial bowel sphincter. - Nieuwe ZA-code 035103, Verwijderen (deel van artficial bowel sphincter. - Nieuwe ZA-code 190353, Implanteerbare anale pacemaker. In de boomstructuur zullen voor de afleiding van zorgproduct 119499.053 Ingrepen neuromodulatie bij faecale incontinentie bovenstaande zorgactiviteiten worden gebruikt. De naam van dit product zal worden aangepast naar Ingrepen neuromodulatie/artificial bowel sphincter bij faecale incontinentie 2082 ZPG 990004: Scheiden van zorgproduct 990004053 in een product met en een product zonder prothesevervanging 2083 Aanvraag voor een verrichting voor een patient met een ET (DBC diagnosecode 772) die PEGinterferon krijgt (soort chemo die patient thuis subcutaan spuit). 2087 Aanmaak product voor conservatief ambulante behandeling van complicaties na de bevalling (V60) 2088 Zorgactiviteit Event-Related Videomonitoring niet in opname, met beoordeling KNF-arts. Dit wijzigingsverzoek is geparkeerd. Er vinden toch nog vaak consulten plaats na een bevalling in het ziekenhuis, die nu allemaal uitvallen. Dit wijzigingsverzoek wordt opgepakt binnen het project neurologie van de RZ14a. Verdere Dit wijzigingsverzoek is doorgeschoven en zal verder opgepakt worden in de RZ15a. Dit wijzigingsverzoek wordt uitgewerkt voor de RZ15a i.s.m. de NVMO. Het komt te vervallen voor de RZ14a. DBC-Onderhoud 74 81
verantwoording vindt plaats in het kader van dit project. Als wijziging zal dit verzoek niet verder opgenomen worden in het 2 e go document. 2089 Geen bruikbare zorgactiviteit voor mannen die behandeld worden voor incontinentie. 2091 ZA 033250, percutane hartklepplastiek omhangen naar groep 15,3. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. 2092 Zorgvraagcodes 11 en 21 beëindigen. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Het betreft het specialisme Radiotherapie. Bij radiotherapie moet voor de grouper de zorgvraag opgegeven worden. Met de introductie van DOT is deze informatie niet meer relevant. Derhalve worden onderstaande zorgvragen met ingang van 1-1-2014 beëindigd: 361_00 Traject 361_11 radicale behandeling DBC-Onderhoud 75 81
361_ 21 behandeling van klachten gevende lokaties 361_31 Behandeling van een benigne aandoening 361_41 Controle 2093 Wens voor uitbreiding informatie in declaratiebericht: vermelding van zorgactiviteiten met aanspraakbeperking 2103 Diagnose 318 maligne neoplasma mama: In eerste instantie wordt patiënt geopereerd met als verrichting 033920 mastectomie en 033780 lymfklierextirpatie. Later blijken de klieren niet schoon en vindt klierdessectie plaats: 033741 (alles binnen dezelfde dbc). De dbc leidt dan, mijns inziens, ten onrecht af naar 020107029 operatief mamatumor alleen. 2104 Vervolg op issue 1184 Product klinische geriatrie ook toegankelijk maken voor internisten ouderengeneeskunde 2128 Diagnosecode 0316.6002 (anemie) verwijderen uit typeringslijst en DOT structuur Dit wijzigingsverzoek is verworden tot het project uitbreiding informatie declaratiebericht. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. DBC-Onderhoud 76 81
2132 Plaatsen nieuwe ZA coördinatie multidisciplinair team in knooppunten: - Alle 3 de ZA-codes worden uitgevraagd (de codes blijven bestaan). 2138 Aanpassen tabblad 1.0327.3 van het registratieaddendum. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Bij de uitzondering revalidatiegeneeskunde zijn, in tegenstelling tot andere uitzonderingen, zorgactiviteiten met ZPK1, 2 en 3 opgenomen in de referentiegroep. Voor een eenduidige opzet van de pseudocodes en referentiegroepen is er verzocht de ZPK 1, 2 en 3 zorgactiviteiten uit de referentiegroep te halen en op te nemen in de pseudocode. De ZPK1,2 en 3 zorgactiviteiten zijn uit referentiegroep 1 verwijderd en zijn onderdeel geworden van de pseudocode. 2144 ZPG 990089: Wijziging omschrijving typering anesthesie / pijnbestrijding. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Binnen het specialisme anesthesiologie / DBC-Onderhoud 77 81
pijnbestrijding is, voor zorginkoop en registratie, het cluster lage rugklachten niet eenduidig genoeg omschreven. Zo wordt er geen onderscheid tussen acuut en chronisch gemaakt, waar in de praktijk behoefte aan bestaat. Het verzoek om aanpassing van omschrijving op typeringslijst voor pijnbestrijding: Nieuwe diagnosecode - 075 (Sub)acuut neurogene lage rugklacht / radiculair syndroom (excl. Pseudoradiculair*) - 076 Chronische neurogene lage rugklacht Vervallen diagnosecode - 072 Neurogene lage rugklachten - 074 (chronische) Degeneratieve lage rugklacht *Pseudoradiculair syndroom valt onder mechanische rugklachten (71) 2149 In boom 199299 verrichtingencode 038808=excochleatie/sequestrotomie grote beenderen (hier valt de wervel onder) uitvragen bij knooppunt wervelkolom. Deze verrichtingencode moet verder uitgevraagd in knooppunt op.wervelkolom middelzwaar wo recidief HNP. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. 2158 Inpassen nieuwe codes ten behoeve van de Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a DBC-Onderhoud 78 81
Anesthesiologische pijnbestrijding. Intradiscale injectie: provocatieve discus stimulatie en Intradiscale injectie met medicatie ( Methyleen blauw oa.) 2164 Vervolg op issue 1951: Uitval product 979003028 declarabel maken. na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. In de stamceltransplantatieboom (zorgproductgroep 979003) is het niet mogelijk om een traject te declareren voor afname stamcellen (zonder selectie) bij niet-verwante donor in geval van een hertransplantatie met gelijke donor. De uitvraag leidt in de boom tot een uitval product. In de RZ14a wordt dit product declarabel gemaakt. Dit wordt tevens gedaan voor de verwante donoren (zie issue 1951). 2167 1. Instellen nieuwe zorgactiviteit (ZA), omschrijving RITMECHIRURGIE, ENDOCARDRESECTIE 2. Inpassen nieuwe ZA in boomstructuur, boom 979001. Toevoegen ZA bij uitvraging a. Operaties myo-/peri-/endocard b. Meest complex (die afleidt naar zorgproduct 979001195, samen met diagnose 2530 VT Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. DBC-Onderhoud 79 81
endocard resectie 2177 Verzoek om de inzet van de optometrist in trajecten met de oogarts een passende waardering te geven door deze een rol toe te kennen in de productafleiding in de hoofdstuk 7 beslisbomen voor oog en adnexen. 2180 Hiërachie stamceltransplantatie medicinale oncologische behandelingen. 2182 Toevoegen ZA 034735 aan knooppunt operatie intestinum zeer zwaar in boom 028899. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. 2183 Aanmaken za webcam consult Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. De uitwerking van dit wijzigingsverzoek is als volgt: Dit wijzigingsverzoek is ten tijde van de 2 e go niet akkoord bevonden door de NZa. Dit wijzigingsverzoek komt te vervallen voor de RZ14a. 190019: Screen to screen beeldcontact tussen poortspecialist en patiënt bij een al geopende DBC ter vervanging van een fysiek herhaalconsult DBC-Onderhoud 80 81
(voor andere vormen van teleconsult zie 190025). 190025: Teleconsult tussen poortspecialist en patiënt( (excl. screen to screen beeldcontact zie hiervoor 190019). De 190019 is bepalend in de afleiding en i.p.v. een herhaalpolikliniekbezoek wordt geregistreerd. 2186 Wijzigingen in de zorgactiviteitentabel in verband met het afschaffen van de FBsystematiek. Dit wijzigingsverzoek is toegekend aan de RZ14a na de 1 e go. DBC-O heeft de sluitingsdatum intake losgelaten zodat partijen zo lang mogelijk wijzigingen kunnen indienen voor een (beleidsrijke) release. DBC-Onderhoud 81 81