Overstapprogramma 6-7



Vergelijkbare documenten
Bij het cijferend optellen beginnen we bij de eenheden en werken we van rechts naar links:

Klok dag en nacht. Hulpkaart OPTELLEN/AFTREKKEN

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Overzicht rekenstrategieën

Kommagetallen. Twee stukjes is

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

De teller geeft hoeveel stukken er zijn en de noemer zegt wat de 5. naam is van die stukken: 6 taart geeft dus aan dat de taart in 6

Leerlijnen groep 5 Wereld in Getallen

spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep

Spiekboekje. Knowledgebridge Onderwijs Hein v.d. Velden

Deel C. Breuken. vermenigvuldigen en delen

Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen

Inhoud kaartenbak groep 8

KAPSTOK REKENEN inhoud

Ouderbijeenkomst Rekenen

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen.

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend duizend Andersom ,6 duizend ,5 duizend

spiekboek rekenen bereid je goed voor op de entreetoets van het Cito groep

1.Tijdsduur. maanden:

Onthoudboekje rekenen

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.

Leerstofoverzicht groep 3

0,6 = 6 / 10 0,36 = 36 / 100 0,05 = 5 /100 2,02 = 2 gehelen en 2 / 100

Takenoverzicht. Talrijk Groep 8.

spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep

Reken zeker: leerlijn breuken

Breuken. Tel.: Website:

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Het weetjesschrift. Weetjesschrift Galamaschool

tafels van 6,7,8 en 9 X

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4

x x x

Het Breukenboekje. Alles over breuken

Routeboekje. bij Rekenrijk. Groep 7 Blok 6. Van...

Rekentermen en tekens

Takenoverzicht. Rekenrijk Groep 8.

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Leerstofoverzicht groep 6

DIT IS HET DiKiBO-BOEK VAN

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN ): Rekenen: een hele opgave, deel 2

spiekboek rekenen spiekboek rekenen plus beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep LEERHULP.NL

Deel A. Breuken vergelijken

2.1 Kennismaken met breuken Deel van geheel. Opdracht 1 Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd?

spiekboek De beste basis voor het rekenen

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

6 Breuken VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Breuken

Het Breukenboekje. Alles over breuken

2 BBL. Oppervlakte. 5.1 Eenheden van oppervlakte

rekenboek 6a taken

handelingswijzer rekenen

Kies uit: 10,25 11,5 11,125 10,875 11,875 10,125 10,50 11,001 10,99 11,75

spiekboek rekenen bereid je goed voor op de entreetoets van het Cito groep SPECIMEN

Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok 1

spiekboek De beste basis voor het rekenen groep

TOETS REKENEN / WISKUNDE. Naam:... School:...

Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen

Meting. Werkbladen, antwoorden, scoring, interpretatie

2 REKENEN MET BREUKEN Optellen van breuken Aftrekken van breuken Vermenigvuldigen van breuken Delen van breuken 13

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld

Stenvertblok Rekenen 4 Antwoorden

Een breuk is een getal dat kleiner is dan 1. Als je iets in tweeën, drieën, vieren enz. breekt, dan krijg je een breuk.

1 Inleiding 2 Lengte en zijn eenheden 3 Omtrek 4 Oppervlakte 5 Inhoud. Meten is weten. Joke Braaksma. November 2010

Rekenportfolio. Naam: cm 2. m 3 + = 1 _ 12

RekenWijzer, uitwerkingen hoofdstuk 2 Gebroken getallen

De tiendeligheid van ons getalsysteem

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1

DIT IS HET DiKiBO-ZAKBOEK VAN

De laatste loodjes...

Blok 1 Herhalingstoets

Getallen. 1 Doel: een getallenreeks afmaken De leerlingen maken de getallenreeks af met sprongen van

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

w e r k b o e k a n t w o o r d e n blok Hoeveel keer moet ik 15 gooien? 60 punten Matz wil 60 punten halen met blikgooien. Maak sommen.

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.

kun je op verschillende manieren opschrijven of uitspreken: XX Daarnaast kun je een breuk ook opschrijven als een decimaal getal.

Procenten 75% 33% 10% 50% 40% 25% 50% 100%

Het Breukenboekje. Het Klokkijk boekje. Alles over breuken. Minuten, uren, dagen, maanden

SAMENVATTING BASIS & KADER

Hoe maak je nu van breuken procenten? Voorbeeld: Opgave: hoeveel procent van de onderstaande tekening is zwart gekleurd?

Naam:... Datum: =. 2 x 15 = =. 4 x 12 = =. 6 x 7 = =. 100 : 4 = =. 36 : 6 =.

Je ziet hier 3 snelheidsmeters. Welke meter geeft de hoogste snelheid aan?

Takenoverzicht. De wereld in getallen v3 Groep 7. versie

LEERLINGENBOEK. Noordhoff Uitgevers bv Groningen/Houten

a a Hoe hoog is de kleinste toren op het plaatje? 97 m b d Hoe oud zijn de Martinitoren en de Eiffeltoren? De Martinitoren is meer dan

Getal & Ruimte Junior Opstapprogramma Meten en meetkunde

Getal & Ruimte Junior Opstapprogramma Meten en meetkunde

Het Metriek Stelsel. Over meten, omtrek, oppervlakte en inhoud

De waarde van een plaats in een getal.

Lesopbouw: instructie. Lesinhoud. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1. Vermenigvuldigen: rekenen met de factor 10, 100 en

Optellen van twee getallen onder de 10

1 Werken met getallen. a Neem het schema over en vul in: b Schrijf het getal in woorden: D H T E driehonderdzes. 687 vierduizend acht

Cito-trainer groep 8. opgave 1. Hoeveel weegt de koffer? Breng leren tot leven. 5 kilogram 15 kilogram 30 kilogram

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen

rekenboek 5a lessen

a a Leg 3 getallen van 2 cijfers en tel ze op. b d Bedenk sommen waar 180 uitkomt. Meer antwoorden. b Uit welke som komt 103?

Transcriptie:

Overstapprogramma -

Cijferend optellen 9 Verdeel het getal. Het getal 8 kun je verdelen in: duizendtallen honderdtallen tientallen eenheden D H T E 8 D H T E 8 = 8 9 9 9 = = = = Zet de getallen goed onder elkaar en tel op. 9 9 De getallen die je moet onthouden, kun je in het klein erboven schrijven. 9 = 98 = 8 8 = 9 8 8 = 98 = 998 8 9 = Cijferen

8 Zet de getallen goed onder elkaar en tel op. 8 Zet het grootste getal bovenaan. an. 8 8 8 = 888 = 8 9 = = 8 = = 8 = = Cijferen

Cijferend aftrekken 9 Zet de getallen goed onder elkaar en trek af. 8 9 8 8 Weet je het nog? Als je getallen niet van elkaar kunt aftrekken, moet je lenen. 9 8 = 89 = 8 = 89 = 89 = 8 89 = 8 8 = 899 = 89 = Zet onder elkaar en trek af. 8 8 8 8 = 99 = 8 = 89 = 8 9 9 = = = 89 89 = Trek af. Neem dan de proef door hetzelfde getal er weer bij op te tellen. 8 8 8 8 8 8 8 = 9 = = 8 = 98 9 = = Cijferen

: : Cijferend delen Maak de deelsommen. 9 : = Schrijf de som als een staartdeling. stap stap deler deeltal antwoord 9 : = 9 : = : = : = : = : = 9 9 Maak de deelsommen met en zonder rest. 9 rest 9 : = 8 : = : = 9 : = 8 : = 89 : = Maak de deelsommen met en zonder rest. rest : = : = 8 : 8 = : = 8 : = 8 : 9 = Cijferen

Maak de deelsommen. Eerst deel je door. Dat gaat 9 keer. Je houdt over. Als je de naar beneden haalt, staat er. : =. Het antwoord is 9. 9 8 : = 9 : = : = : = : = : = : = : = Maak de staartdelingen. Welke sommen van deze opdracht kun je ook uit je hoofd uitrekenen? Cijferen : = 8: = 8: = : = 9: = 999: = 9: 9 = : = Reken uit. 9 9 : = 99 : = 8 : 9 = 9 : = 8 : = 9 : 8 =

: : Cijferend vermenigvuldigen Maak de keersommen. Zet de sommen onder elkaar. We gaan vermenigvuldigen met een tiental. = Stap : schrijf de op voor de eenheden. Stap : reken verder met het tiental. = 9 = = = = = Zet onder elkaar en reken uit. 8 8 = 9 89 = 8 9 = 8 9 = = 98 = Zet de sommen onder elkaar en reken uit. 9 8 9 = = = 9 = 9 = = 8 = 98 = = = De getallen die je moet onthouden, kun je in het klein erboven schrijven. Cijferen

: Zet de getallen goed onder elkaar en reken uit. We gaan vermenigvuldigen met een rond getal. Let op: er zit een in de keersom. Reken eerst met de eenheden. Schrijf op bij de eenheden. Reken verder met het tiental. : 8 8 8 = = = = : Reken de sommen uit. We gaan vermenigvuldigen met een getal van cijfers. Stap : vermenigvuldig met de eenheden. Stap : schrijf de op van de tientallen. Stap : reken verder met het tiental. Stap : tel de getallen bij elkaar op. 8 8 8 8 8 8 8 8 88 8 8 = = 9 = = 8 = 9 8 = = = 8 Cijferen

Breuken Kijk naar de tekening en schrijf de delen op. We noemen een breuk. Je zegt: één tweede. Je mag hier ook zeggen: een half. brood betekent: de helft van een brood. Je deelt het brood door. liter betekent: de helft van een liter. Je deelt een liter door. Het brood is verdeeld in gelijke stukken. Eén stuk is deel. Het brood is verdeeld in gelijke stukken. Eén stuk is deel. Het brood is verdeeld in stukken. Eén stuk is deel. Het brood is verdeeld in stukken. Eén stuk is deel. Breuken 9

Schrijf de breuken in cijfers. Je kunt tellen met breuken:,,,,,,. Het bovenste getal is de teller. Het onderste getal is de noemer. Je zegt: drie vijfde. Je zegt dus eerst de teller en dan de noemer. Werk van links naar rechts. teller breukstreep noemer één vierde twee vierde drie vierde vier vierde één vijfde twee vijfde drie vijfde vier vijfde één zesde twee zesde drie zesde vier zesde Schrijf de breuk op. Kleur het deel. De taart is verdeeld in stukjes. Eén stukje is deel. Kleur deel blauw en geel. De taart is verdeeld in stukjes. Eén stukje is deel... Kleur blauw en deel geel. De taart is verdeeld in stukjes. Eén stukje is deel... Kleur blauw en geel. De taart is verdeeld in stukjes. Eén stukje is deel... Kleur 8 blauw en 8 geel. Breuken

/ Zet de breuken in de pannenkoeken. kinderen kinderen 8 kinderen kinderen kinderen kinderen Kleur de delen. 8 8 Breuken

Vul de getallenlijnen aan. Tel verder. Zet een goede breuk bij elk streepje op de getallenlijn. Met de teller kun je steeds verder tellen.,,,,,, 8 9 8 Breuken

Schrijf de breuken op. Gebruik de getallenlijn van opdracht. Kijk naar de eerste getallenlijn. = =.. =.. =.. Kijk naar de tweede getallenlijn. = =.. =.. =.. Kijk naar de derde getallenlijn. = 8 8 =.. =.. 8 8 =.. 8 Schrijf de delen op. a Deze pizza is verdeeld in stukken. Eén stuk is deel. Alle stukken samen zijn deel. b Charlotte, Peter en Sanneke eten elk een stuk van de pizza. Er blijft stuk over. Samen eten ze deel van de pizza. Schrijf de delen op. a Deze pizza is verdeeld in stukken. Eén stuk is deel. Alle stukken samen zijn deel. b Abdu en Judith en hun kinderen eten de pizza op. De ouders eten samen deel van de pizza. De kinderen eten samen deel van de pizza. Breuken

/ Welk deel is gekleurd? Schrijf dat op. deel is gekleurd. deel is gekleurd. deel is gekleurd. deel is gekleurd. / Zet de breuken bij de getallenlijn. 9 9 Breuken

: : Tijd, meten, geld, vormen Tel het geld. Zet de komma s onder elkaar. Als er geen centen zijn, zet je twee nullen achter de komma., =, 8, = 8, =, =, =, = 8, =, =, =, = samen, = samen De briefjes en de munten zijn samen Eerst schatten, dan uitrekenen. Schat met hele euro s. Als je zeker wilt weten dat je genoeg geld bij je hebt, rond je af naar boven., 8,9 9, 8,8,9 =,8,9 = 9,8 9,8 9,9 9,8 9,9 =,98,8,98,8 = 9,9, 9,9, =,9 9,,9 9, =,,,, = Bereken het verschil tussen de schatting en de uitkomst., 9,8 =,8 Tijd, meten, geld, vormen

/ Vul aan. Kies uit: m dm cm. : : Deze meetlat is verkleind. In werkelijkheid is hij m lang. De meetlat van m is verdeeld in In een decimeter passen In de meetlat van m passen dus = = : Kijk op de meetlat en reken om.. m = dm dm = cm cm = mm m = cm dm = mm mm = dm mm = m dm = cm cm = mm cm = mm Lees goed en reken om. Werk van links naar rechts. meter is de lengte van de meetlat m is de meetlat m is de meetlat dam = m hm = m km = m dam = m hm = m km = m dam = m hm = m km = m Tijd, meten, geld, vormen

8 8 / Maak het schema af., m m en cm m m dm cm, m m en cm m m dm cm, m m en cm m m dm cm, m m en cm m m dm cm,99 m m en cm m m dm cm Tel de vierkante centimeters. Schrijf de oppervlakte op. Voor de oppervlakte tel je de vierkante centimeters. cm cm oppervlakte: cm² oppervlakte: cm oppervlakte: cm oppervlakte: Tijd, meten, geld, vormen

9 Kijk naar de figuren en maak het schema af. Omtrek de lijn om de figuur heen. Oppervlakte het aantal vlakjes. A B C D E F G figuur lengte breedte omtrek oppervlakte (aantal cm) A cm cm cm cm² B C D E F G Schrijf de dagdelen onder de tijdbalk. We verdelen de dag in vier stukken. Van : tot : uur is het nacht. Van : tot : uur is het ochtend. Van : tot 8: uur is het middag. Van 8: tot : uur is het avond. : twee keer rond. 8 9 8 9 nacht 8 Tijd, meten, geld, vormen

Schrijf de tijden en dagdelen op. voor : uur (ochtend of nacht) :9 uur minuut voor (ochtend) : uur : uur : uur 9: uur na : uur (middag of avond) 8:9 uur : uur : uur : uur : uur Schrijf op hoe lang het duurt. van tot : uur :9 uur uur en minuten :9 uur 8:8 uur 8:8 uur 9: uur 9: uur :9 uur Reken om naar seconden. minuut = seconden minuten = minuten = minuten = een halve minuut = anderhalve minuut = minuten = en een halve minuut = minuut en seconden = minuut en seconden = minuut en seconden = minuut en 9 seconden = Reken uit. begintijd eindtijd tijdsduur begintijd eindtijd tijdsduur 8: uur : uur : uur : uur : uur : uur : uur : uur : uur :9 uur : uur :9 uur : uur :9 uur : uur :9 uur : uur Tijd, meten, geld, vormen 9

Toepassend rekenen 9 Beantwoord de vragen. a Dit is de familie De Vries: vader, moeder, Gea en Sanny. In de voorjaarsvakantie gaat de familie op wintersport. Gea kijkt op de kalender. Precies over een week vertrekken we, zegt ze. Welke dag is het als Gea op de kalender kijkt? Het is dan zaterdag februari. b Sanny zegt: De woensdag na de vakantie ben ik jarig. Sanny is jarig op woensdag februari. c De laatste schooldag voor de voorjaarsvakantie valt dit jaar op februari. De voorjaarsvakantie duurt van februari tot en met februari. Reken uit en vul in. a De familie rijdt in één dag naar Oostenrijk. Dat is een reis van 8 km. Ze rijden gemiddeld km per uur. Om de uur houden ze een stop. Hoeveel stops maken ze onderweg? Let op: Na het laatste stuk komen ze bij hun appartement aan. Ze maken stops. Toepassend rekenen

8 8 b Een stop duurt een kwartier. Alleen de tweede stop is een half uur. Hoelang duurt de reis? De reis duurt c Ze zijn om uur s ochtends vertrokken. Hoe laat komen ze aan? Reken uit. a Ze huren alle vier ski s. Dat kost voor een volwassene 9 per persoon en voor kinderen per persoon. Dat is samen b Meneer De Vries koopt skipassen. De skipassen voor volwassenen kosten 8 per stuk en voor kinderen 8 per stuk. Dat is samen c Ze skiën en een half uur in de ochtend en uur in de middag. Per dag wordt er door iedereen samen uur geskied. d s Ochtends skiën ze keer de berg af en s middags 8 keer. In dagen is dat keer. Reken uit. Op een avond gaat de familie uit eten. Ze nemen allemaal het dagmenu. De ouders drinken een wijntje en de kinderen fris. Hoeveel bedraagt de rekening? prijslijst rekening dagmenu,, = wijn, = frisdrank, = totaal Reken uit. Thuis ziet meneer De Vries op de teller dat hij km heeft gereden. Hoeveel km hebben ze in Oostenrijk nog extra gereden? Toepassend rekenen

9 / Op de markt koopt de familie De Vries souvenirs. Maak de rekening. Mevrouw De Vries koopt een set mokken voor,9. Meneer De Vries koopt twee borden van Oostenrijks porselein. Die zijn precies twee keer zo duur als de mokken. Ook koopt hij een wandelstok voor 8,. Gea koopt een ring en een lepeltje en Sanny een fotoboekje. Deze kosten samen,. Het fotoboekje is, duurder dan de souvenirs van Gea. Voor opa kopen ze een Oostenrijks hoedje van,9 en voor oma een Oostenrijkse koebel van,9 en chocola. Het is samen precies,, zegt meneer De Vries. mokken,9 borden wandelstok ring en lepeltje fotoboekje hoedje koebel chocola, De chocola kost / Maak de rekening. Meneer De Vries maakt de totale rekening van de reis op. Hij heeft keer getankt, voor 8, per keer. De huur van het appartement heeft hij vooruit betaald. tanken, Het klopt niet, zegt meneer De Vries. huren ski s Ik heb 8, betaald. skipassen We zijn twee keer uit eten geweest, zegt huur appartement mevrouw De Vries. souvenirs O ja, zegt meneer De Vries,, dat was ik vergeten. Hoeveel kostte de tweede keer uit eten gaan? Toepassend rekenen