RekenWijzer, uitwerkingen hoofdstuk 2 Gebroken getallen
|
|
|
- Nelly de Vos
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Uitwerkingen 2. Kennismaken met breuken 2.. Deel van geheel Opdracht B 8 deel. ( deel + 8 deel). Opdracht 2 C 5 deel Opdracht C Driehoek C past in driehoek A. Aangezien driehoek A deel is van de tekening, is driehoek C deel. Opdracht Een blaadje in 2 delen vouwen is de helft van een heel blaadje. Een blaadje in vieren, is het vorige blaadje weer dubbel vouwen. Het blaadje in 8 gelijke delen is blaadje 2 weer dubbel vouwen. Een blaadje in gelijke stukken is lastiger vouwen. Een beetje mikken Of zijde opmeten en die in gelijke stukken verdelen. Nu kun je wel gericht vouwen. ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202
2 Opdracht 5 Waarschijnlijk pas je een van de volgende aanpakken toe: je deelt het blad eerst in tweeën en daarna elke helft in drieën; je deelt het blad eerst in drieën en daarna in tweeën. Zo zie je dat bestaat uit deel van 2 blaadje, respectievelijk 2 deel van blaadje. Opdracht Een reep van 5 het stukje dat gegeven is Eerlijk (ver)delen Opdracht 7 D Bij A, B en C. Ieder krijgt deel (denk bijvoorbeeld aan pannenkoeken die je eerlijk moet verdelen met kinderen). Opdracht 8 A Van de eerste repen kan ieder de helft krijgen. Dan blijft er 2 reep over. Die is ook eenvoudig over personen te verdelen door ieder nog reep te geven. Iedere persoon krijgt dus reep, oftewel driekwart reep. Opdracht 9 A De 2 tafels rechts. Ieder krijgt daar 2 pizza. ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202 2
3 Opdracht 0 I Aan tafel krijg je de meeste pannenkoeken. II Aan tafel verdeel je pannenkoeken met z n vieren. Ieder krijgt deel. Aan tafel 2 verdeel je pannenkoeken met z n vijven. Ieder krijgt 5 deel. Aan tafel verdeel je 5 pannenkoeken met z n zessen. Ieder krijgt 5 deel. Maar wat is nu het meest? Als je het stuk pannenkoek dat je krijgt vergelijkt met een hele pannenkoek, mis je aan tafel deel van een hele pannenkoek. Aan tafel 2 mis je deel van een 5 hele pannenkoek en aan tafel mis je deel van een hele pannenkoek. Dit laatste is minder dan bij de andere 2 tafels. Bij tafel mis je het kleinste deel van een hele pannenkoek, dus daar krijg je het meest. 5 deel is dus meer dan deel en meer dan deel. 5 Opdracht Ieder kind krijgt liter limonade. Je kunt dit op verschillende manieren berekenen: Je kunt de hoeveelheid limonade zien als 9 liter. Dan is er dus per 2 kinderen 2 2 liter limonade te verdelen. Ook kun je eerst liter limonade over kinderen verdelen: dan krijgt ieder liter. Ook dan zie je dat voor de 2 overige kinderen 2 liter overblijft. Ten slotte kun je uitgaan van de verhouding 9 liter voor kinderen, die immers gelijk is aan liter voor 8 kinderen. Uit 9 liter voor kinderen volgt vervolgens 2 liter per kind. Opdracht 2 I 8 bekers II : = Meten Opdracht I 2 III 5 II IV kg 2 Opdracht I A 2 liter III C 2 liter II B 8 liter IV B liter Opdracht 5 I 2 III 2 II IV m (dit is hetzelfde als m of 2 m) 2 Opdracht a liter f 2 of liter k 7 liter b liter of liter g liter l 8 of liter c liter h of 2 liter m 9 liter d liter i of 0 2 liter n liter e liter j of liter ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202
4 Opdracht 7 a 2 2 meter b meter c 5 5 meter d 2 meter e 7 meter Opdracht 8 I III 7 II 8 IV 5 strook 2.. Deel van hoeveelheid Opdracht 9 C 75 keer. Ongeveer de helft van de 50 draaien. Opdracht 20 I A deel III C deel II B 2 deel Opdracht meter Opdracht 22 Figuur D is 8 Opdracht 2 = 200 deel van de hele figuur. Dus figuur D is = 25 waard. 8 Opdracht 2 I deel van 7 miljoen is, miljoen (want deel van 5 miljoen deel van 2 miljoen). Dan is deel van 7 miljoen gelijk aan miljoen en nog 0, miljoen. Samen 2 miljoen en nog 5, miljoen =, miljoen. II deel al gelopen betekent dat je nog deel te gaan hebt. deel van 5 minuten is minuut, ofwel minuut en 5 seconden. 2.2 Gelijkwaardigheid 2.2. Gelijkwaardige breuken Opdracht 25 I B Niet waar. IV A Waar. II A Waar. V B Niet waar. III A Waar. Opdracht 2 B 5 ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202
5 Opdracht 27 I B III A 0 of (allebei goed) 2 0 II C IV D 0 of (allebei goed) 9 0 Opdracht 28 I III 5 II Opdracht 29 I, 2 en zijn even groot II en zijn even groot; en 9 zijn even groot. 2 IV 5 Opdracht 0 I Bijvoorbeeld: 2 5 enzovoort II Bijvoorbeeld: (let op: de hele blijft dus gewoon staan). III 0,75 is hetzelfde als Vergelijken en ordenen. Gelijkwaardige breuken zijn dan 2 20 en 2, maar bijvoorbeeld ook. 20 Opdracht I A Waar. 7 = 0,2857 ; dat is dus groter dan 0,. II A Waar. Een mogelijke oplossing is om gelijkwaardige breuken te zoeken: 2 = 8 en = Ook kun je beide breuken omzetten in kommagetallen. Opdracht 2 D kg. 5 5 kg = 0, kg. Opdracht B 2 5. Een mogelijke oplossing is om gelijkwaardige breuken te zoeken. Bijvoorbeeld: = 20, 2 = 0, = en = Ook kun je alle breuken omzetten in kommagetallen. Opdracht I 20 blokjes. 20 is namelijk het kleinste gemene veelvoud van en 5. II 2 blokjes. 2 is namelijk het kleinste gemene veelvoud van en. Opdracht 5 I II III Soms staan er op dezelfde plaats dus verschillende breuken. Die breuken zijn gelijkwaardig. ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202 5
6 Opdracht = 2, 2 = en 5 = 20. Daarmee hebben we de volgorde van de eerste breuken onderling bepaald. Van klein naar groot: Nu is de vraag, waar in dit rijtje komt. 8 0 Aangezien 7 = 2, 2 = 20 en 5 = 25 kunnen we de volgorde als volgt bepalen: Op de getallenlijn Opdracht 7 D Opdracht 8 9 I B. 9 is gelijk aan II A 9 III C. 0 0 is gelijk aan en is gelijk aan Opdracht = 8 ; = Hier past nog niets tussen. 8 2 = 2 ; 9 Opdracht 0 a d b e 8 2 c 2 f 9 2 = Opdracht I B III B 2 II B 7. Hier past 2 precies tussen. is kleiner dan, dus ligt dichter bij het vorige hele getal op de getallenlijn. Opdracht 2 Een breuk tussen en 5, dus tussen en. Daar ligt bijvoorbeeld 9 5 tussen, of 0. Maar ook en Kommagetallen 2.. Geld Opdracht I 0 keer III 00 keer II 00 keer Opdracht I A 2 euro en 90 cent III B,08 II D 2 euro en 80 cent IV D,2 ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202
7 Opdracht 5 Tip: maak overal geldbedragen van, dan kun je de getallen makkelijker met elkaar vergelijken. I B 0,0 III A,28 II B,0 IV B,05 Opdracht I,09 III,9 II 2,02 IV,59 Opdracht 7 I 0, IV 0,007 II 0,98 V 5,09 III 0,2 Opdracht 8 I B,8 per liter III A,70 per liter II A,79 per liter 2..2 Meten Opdracht 9 I 0,0 kg 0, kg 0,0 kg,0 kg II 0,2 kg 0,7 kg 0,0 kg 0,9 kg III 0,08 m 0,98 m 0,8 m 0,8 m IV,05 km 9,0 km 9,29 km 9,0 km Opdracht 50 C acht en vijfendertig duizendsten Opdracht 5 B 0,75 ligt er net iets dichter bij. Opdracht 52 Bijvoorbeeld: I meter en 95 centimeter IV meter en 2 decimeter II kilometer en 95 meter V meter en 2 centimeter III meter en 20 centimeter Opdracht 5 I negen IV negen honderdsten II negen honderdsten V negen duizendsten III negen tienden Opdracht 5 0,95 meter en 5 centimeter 0,5 m, 0,25 m en 25 centimeter 0,5 m, 5 centimeter en 0,5 meter 0,5 m, 5 centimeter en,5 dm 0,25 m, 25 centimeter, 5 centimeter en 0,5 meter 0,25 m, 25 centimeter, 5 centimeter en,5 dm ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202 7
8 2.. Op de getallenlijn Opdracht 55 7, Opdracht 5 0,75 Opdracht 57,5 m Opdracht 58 Opdracht 59 Opdracht 0 I,0 II, 2. Afronden en afbreken Opdracht I B Niet waar. 0,75 afgerond op tienden is 0,8. II A Waar. Je weet immers niet wat het vierde cijfer achter de komma is. III B Niet waar. 0,75 afgerond op een geheel getal is. IV B Niet waar. 0,75 afgerond op honderdsten nauwkeurig is 0,75. Opdracht 2 D 75,9 Opdracht A 2,78 afbreken op honderdsten geeft 2,. B is niet juist: je hebt verkeerd afgerond. C is niet juist: je hebt afgerond. D is niet juist, want je hebt verkeerd afgerond. Opdracht Het oorspronkelijke getal kan liggen tussen 2,005 en 2,0. Opdracht 5 5 Opdracht I kg II 0, kg III 0, kg ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202 8
9 2.5 Breuken en kommagetallen omzetten 2.5. Kommagetallen omzetten in breuken Opdracht 7 I D III A 50 0 II C IV B 5 Opdracht 8 A is geen repeterende breuk (0,). 00 is wel een repeterende breuk, maar een andere dan de 9 gevraagde: 0,. = 0, en is geen repeterende breuk. 000 Opdracht 9 A 7 8 Opdracht 70 2 = 2 = Opdracht 7 I V II VI 2 III VII IV VIII Opdracht 72 I B 0,2 III B 0,7 II B Breuken omzetten in kommagetallen Opdracht 7 C = 0,7979. = 0, Opdracht 7 A. = 0, Opdracht 75 I F 0,5 IV C 0,0 II B 0,25 V D 0,25 III A 0,2 VI E 0,02 Opdracht 7 I 0, III 0,75 II 0,92 IV 0,05 ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202 9
10 Opdracht 77 I 0, II 0,8888 III 0, Opdracht 78 0, = = 2 ; = a 20 b (of 7 ) Rekenen met breuken 2.. Optellen en aftrekken Opdracht 79 B + 9 ; het antwoord op deze opgave is 2 2. Opdracht 80 I B 8 9 III C 2 II A 7 IV D 2 Tip: maak deze opgaven in twee stappen. Eerst een gedeelte eraf om tot een rond getal te komen, daarna het resterende deel eraf. Opdracht 8 A 0,5 5 0, 00 Opdracht 82 I + > IV > 2 5 II + 2 < V < III + 5 > 2 Opdracht 8 ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202 0
11 Opdracht 8 Manier 2 + = = 2 = = 2 Manier = = 2 = = 2 Manier + = = 2 = = Vermenigvuldigen Opdracht 85 I A 8 III C 2 II D 0 IV B 9 ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202
12 Opdracht 8 I C. Tip: gebruik als hulpmiddel een eierdoos met eieren. 2 wordt met dat hulpmiddel 2 deel van 2 doos = deel van eieren. Dit zijn eieren. eieren uit een doos van geeft als breuk ofwel. Je kunt natuurlijk ook de tellers met elkaar vermenigvuldigen en de noemers 2 met elkaar vermenigvuldigen, waardoor je uitkomt op, wat hetzelfde is als. 2 2 II B III A Opdracht 87 I A = III B 2 + = 0 II D 8 + = 5 IV C 27 + = 0 Opdracht 88 I krat = krat. Of: flesjes = flesjes. II flesjes = flesjes. Ook mogelijk, maar minder voor de hand liggend: flesjes ( flesjes) = flesjes 0 flesjes = flesjes. III 0 dagen = 8 dagen. Tip: bereken eerst deel. 5 5 IV Bijvoorbeeld: je hebt 5 blikken verf van liter gekocht. Hoeveel liter verf heb je gekocht? V Bijvoorbeeld: wat is de oppervlakte van een tuin van 7 meter breed en 8 2 meter lang? VI Bijvoorbeeld: in de maand februari (28 dagen, geen schrikkeljaar) heeft het voor driekwart van de tijd geregend. Hoeveel dagen heeft het geregend? NB: kijk goed naar het verschil tussen de opgaven IV en VI. Opdracht 89 Je kunt bijvoorbeeld bij alle opgaven de breuken wegwerken. I (8 8 ) : 2 = : 2 = 5 2 II (5 7) : = 85 : = 2 III (2 ) : 5 = 72 : 5 = 2 5 IV (5 2) : = 0 : = Opdracht 90 I 20 ( 0 deel van 20 is gelijk aan 2). II 0 ( 2 0 = 5). 2.. Delen Opdracht 9 C : 5 = 2 0 liter. Let op: bij A is het antwoord wel correct, maar de rekenzin niet. Bij B is de rekenzin wel correct, maar het antwoord niet. Opdracht 92 B keer (2 : ). Je kunt de opgave bijvoorbeeld via handig rekenen uitrekenen door beide getallen te vermenigvuldigen met. Of met een verhoudingstabel: neem eerst keer drie kwartier, dat is uur. Enzovoort. ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202 2
13 Opdracht 9 C 2 : =. Beide termen zijn keer groter. Bij de antwoorden A en B is vergroten en verkleinen toegepast, hetgeen niet van toepassing is bij een deling. Bij antwoord D is het verwisselen van termen toegepast, hetgeen ook niet van toepassing is bij een deling. Opdracht 9 Enkele voorbeelden: I Hoeveel kwartier passen er in uur? Of hoeveel glazen van liter kun je schenken uit liter? (Let op: niet liter verdelen met personen of iets dergelijks, dat is namelijk : ; zie ook opgave II.) II Je hebt nog taart die je eerlijk gaat verdelen over personen. Het hoeveelste deel van een hele taart krijgt ieder dan? III Je hebt nog een kilogram champignons die je gaat verpakken in bakjes van kilogram. Hoeveel 2 bakjes kun je maken? Opdracht 95 I 25 (bijvoorbeeld via handig rekenen: 25 :, beide 5 groter). (bijvoorbeeld via handig rekenen: : 25, beide 5 groter). II 25 III (bijvoorbeeld via :, beide 5 groter). IV (bijvoorbeeld via :, beide 5 groter; je kunt ook denken aan hoe vaak 5 past in 5 ). Opdracht 9 I ( reep past precies in reep) II ( 2 reep past in repen) 2.7 Rekenen met kommagetallen 2.7. Optellen en aftrekken Opdracht 97 I D 0, V A,5 II C 0, VI D 9,95 III B 0, VII C 2,9 IV A 0, VIII B 0 Tip: denk aan geldbedragen, maak er eurocenten van. Opdracht 98 C 2,075 en,925 Opdracht 99 I C m. 2,9 km is minimaal 2, km. Dat is afgerond 2,9 km. 2, km heen en 2, km terug is samen 25, km. Ofwel ,999 m, afgerond m. II A m. 2,9 km kan maximaal 2,99999 km zijn. Dat is afgerond 2,9 km. 2, km heen en 2,99999 km terug is samen 25,89999 km. Ofwel ,999 m, afgerond m. ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 202
2.1 Kennismaken met breuken. 2.1.1 Deel van geheel. Opdracht 1 Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd?
Oefenopdrachten hoofdstuk Gebroken getallen RekenWijzer, oefenopdrachten hoofdstuk Gebroken getallen. Kennismaken met breuken.. eel van geheel Opdracht Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd? 8
2.1 Kennismaken met breuken. 2.1.1 Deel van geheel. Opdracht 1 Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd?
Oefenopdrachten hoofdstuk Gebroken getallen RekenWijzer, oefenopdrachten hoofdstuk Gebroken getallen. Kennismaken met breuken.. eel van geheel Opdracht Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd? deel
Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen.
Uitwerkingen hoofdstuk Gebroken getallen. Kennismaken met breuken.. Deel van geheel Opdracht. a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde
Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.
Derde domein: gebroken getallen 1 Kennismaking met breuken 1.1 De breuk als deel van een geheel blaadje 1 blaadje 2 blaadje 3 blaadje 4 Een blaadje in twee delen vouwen geeft de helft van een heel blaadje.
Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.
Derde domein: gebroken getallen 1 Kennismaking met breuken 1.1 De breuk als deel van een geheel Opdracht 2 blaadje 1 blaadje 2 blaadje 3 blaadje 4 Een blaadje in twee delen vouwen geeft de helft van een
De teller geeft hoeveel stukken er zijn en de noemer zegt wat de 5. naam is van die stukken: 6 taart geeft dus aan dat de taart in 6
Breuken Breuk betekent dat er iets gebroken is. Het is niet meer heel. Als je een meloen doormidden snijdt, is die niet meer heel, maar verdeeld in twee stukken. Eén zo n stuk is dan een halve meloen,
6 Breuken VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Breuken
Bestelnr. Het grote rekenboek - overzicht - Hoofdstuk Breuken K-Publisher B.V. Prins Hendrikstraat NL- CS Bodegraven Telefoon +(0)- 0 Telefax +(0)- [email protected] www.k-publisher.nl Breuken Breuk
Kernbegrippen Kennisbasis wiskunde Onderdeel breuken
Kernbegrippen Kennisbasis wiskunde Onderdeel breuken De omschreven begrippen worden expliciet genoemd in de Kennisbasis. De begrippen zijn in alfabetische volgorde opgenomen. Breuk Een breuk is een getal
Ouderbijeenkomst Rekenen
Ouderbijeenkomst Rekenen Breuken Breuken, procenten en kommagetallen horen bij elkaar. Vooraf Ga ik te snel, geef het aan Ga ik te langzaam, geen het aan Heeft u vragen, stel ze. op stil/tril a.u.b. Wat
2.2 Ongelijknamige breuken en vereenvoudigde breuken 22. 2.3.1 Gemengde getallen optellen en aftrekken 26. 2.5 Van breuken naar decimale getallen 28
Breuken Samenvatting Als je hele getallen deelt, kunnen er breuken ontstaan. Een breuk is een deel van iets. Je hebt iets in gelijke delen verdeeld. Wanneer je een kwart van een pizza hebt, dan heb je
Breuken. Tel.: Website:
Breuken Leer- en oefenboek Versie - april 08 Auteur en uitgever: Klaas van der Veen Tel.: 00-700 E-mail: info@ [email protected] Website: www. www.meesterklaas.nl Inhoud Wat is een breuk Wat is groter:
Klok dag en nacht. Hulpkaart OPTELLEN/AFTREKKEN
OPTELLEN/AFTREKKEN Zet de getallen onder elkaar in je schrift eerst zelf proberen uit te rekenen bij aftrekken: denk om lenen bij optellen: denk om doorschuiven geen vergissingen? bij lang nadenken: rekenmachine
Instructie voor Docenten. Hoofdstuk 4 KOMMAGETALLEN BASIS
Instructie voor Docenten Hoofdstuk 4 KOMMAGETALLEN BASIS Instructie voor docenten H4 KOMMAGETALLEN BASIS DOELEN VAN DE LES: Leerlingen weten dat getallen in de plaatswaardekaart een bepaalde waarde hebben,
Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen
Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen 1 2 REKENEN Boek 7a: Blok 1 - week 1 in geldcontext 2 x 2,95 = / 4 x 2,95 = Optellen en aftrekken tot 10.000 - ciferend; met 2 of 3 getallen 4232 + 3635 + 745 = 1600
2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen (http://www.youtube.com/watch?v=cceqwwj6vrs) 15 x 3 = 45
15 x 3 = 45 2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen (http://www.youtube.com/watch?v=cceqwwj6vrs) 15 x 3 is een product. 15 en 3 zijn de factoren van het product. 15 : 3 = 5 15 : 3 is een
Reken zeker: leerlijn kommagetallen
Reken zeker: leerlijn kommagetallen De gebruikelijke didactische aanpak bij Reken Zeker is dat we eerst uitleg geven, vervolgens de leerlingen flink laten oefenen (automatiseren) en daarna het geleerde
Het Breukenboekje. Alles over breuken
Het Breukenboekje Alles over breuken breuken breukentaal tekening getal een hele 1 een halve een kwart een achtste ½ of ½ ¼ of ¼ ⅛ of ⅛ 3 breuken breukentaal tekening getal een vijfde ⅕ of ⅕ een tiende
Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren
Uren, Dagen, Maanden, Jaren,. Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren 1 minuut 60 seconden 1 uur 60 minuten 1 half uur 30 minuten 1 kwartier 15 minuten 1 dag (etmaal) 24 uren 1 week
Reken zeker: leerlijn kommagetallen
Reken zeker: leerlijn kommagetallen De gebruikelijke didactische aanpak bij Reken Zeker is dat we eerst uitleg geven, vervolgens de leerlingen flink laten oefenen (automatiseren) en daarna het geleerde
Kommagetallen. Twee stukjes is
Kommagetallen Een kommagetal is een getal dat niet heel is. Het is een breuk. Voor de komma staan de helen, achter de komma staat de breuk. De cijfers achter de komma staan voor de tienden, honderdsten,
spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep
spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep de o ra en a oor a 1. ik lees de opgave 2. ik kijk naar het plaatje 3. wat is de som die schrijf ik op kladpapier 4. ik kijk naar de
Instructie voor Docenten. Hoofdstuk19 KOMMAGETALLEN - BASIS
Instructie voor Docenten Hoofdstuk9 KOMMAGETALLEN - BASIS Instructie voor docenten H9: KOMMAGETALLEN DE BASIS DOELEN VAN DE LES: Leerlingen weten dat getallen in de plaatswaarde kaart een bepaalde waarde
Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen
Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen 1 2 3 4 REKENEN Boek 8a: Blok 1 - week 1 Oriëntatie - uitspreken en schrijven van getallen rond 1 miljoen - introductie miljard - helen uit een breuk halen 5/4 = -
2 REKENEN MET BREUKEN 3. 2.3 Optellen van breuken 6. 2.5 Aftrekken van breuken 9. 2.7 Vermenigvuldigen van breuken 11. 2.9 Delen van breuken 13
REKENEN MET BREUKEN. De breuk. Opgaven. Optellen van breuken 6. Opgaven 8. Aftrekken van breuken 9.6 Opgaven 9.7 Vermenigvuldigen van breuken.8 Opgaven.9 Delen van breuken.0 Opgaven. Een deel van een deel.
Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen
Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen Groep 7(eerste helft) Getalbegrip - Telrij tot en met 1 000 000 - Uitspraak en schrijfwijze van de getallen (800 000 en 0,8 miljoen) - De opbouw en positiewaarde
Uitwerking toets rekenvaardigheid. Opgave 1 a. 7125,98 + 698,99 = Tip: Bij kommagetallen is het eenvoudiger om aan geld te denken.
Uitwerking toets rekenvaardigheid Opgave a. 725,98 + 698,99 = Tip: Bij kommagetallen is het eenvoudiger om aan geld te denken. 725,98 + 698,99 = 725,98 + 700,0= 7824,97 Denk eraan ik doe er teveel bij
Tussendoelen domein VERHOUDINGEN 38
WISKUNDETAAL BIJ VERHOUDINGEN, BREUKEN EN PROCENTEN kan gegevens in een verhoudingstabel interpreteren en begrijpt hoe een verhoudingstabel kan worden gebruikt om verhoudingen weer te geven en te vergelijken.
Onthoudboekje rekenen
Onthoudboekje rekenen Inhoud 1. Hoofdrekenen: natuurlijke getallen tot 100 000 Optellen (p. 4) Aftrekken (p. 4) Vermenigvuldigen (p. 5) Delen (p. 5) Deling met rest (p. 6) 2. Hoofdrekenen: kommagetallen
Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar
24/04/2013 Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar Sint-Ursula-Instituut Rekenprocedures eerste leerjaar Rekenen, hoe doe ik dat? 1. E + E = E 2 + 5 = 7 Ik heb er 2. Er komen er 5 bij. Dat is
Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen
Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen 1 REKENEN Boek 6a: Blok 1 - week 1 - buurgetallen - oefenen op de getallenlijn Geld - optellen van geldbedragen - aanvullen tot 10 105 : 5 = 2 x 69 = - van digitaal
Tussendoelen domein VERHOUDINGEN
Tussendoelen domein VERHOUDINGEN Eind groep 2 Eind groep 3 Eind groep 4 Eind groep 5 beheerst de doelen van groep 2, ook op het niveau van groep 3 en beheerst de doelen van groep 2 en 3, ook op het niveau
Doelenlijst 5: GETALLEN onderdeel KOMMAGETALLEN
Doelenlijst 5: GETALLEN onderdeel KOMMAGETALLEN 45 Passende Perspectieven rekenen Doelenlijst 5: Getallen, onderdeel Kommagetallen Doel: Orde van grootte, uitspraak, schrijfwijze en betekenis van kommagetallen
Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN
Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Verhoudingstabel Wat zijn verhoudingen Rekenen met de verhoudingstabel Kruisprodukten Wat zijn verhoudingen * * * 2 Aantal rollen 1 2 12 Aantal beschuiten 18
2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen ( 15 x 3 = 45
15 x 3 = 45 2.1 Bewerkingen [1] Video Geschiedenis van het rekenen (http://www.youtube.com/watch?v=cceqwwj6vrs) 15 x 3 is een product. 15 en 3 zijn de factoren van het product. 15 : 3 = 5 15 : 3 is een
Antwoorden bij Rekenen met het hoofd
Antwoorden bij Rekenen met het hoofd Hoofdstuk Basisbewerkingen. Bewerkingen in beeld a. : splitsen in 5 en. Eerst min 5, dan min 0 en tenslotte nog min : splitsen in 5 en, die uitvoeren en dan nog stapsgewijs
Op stap naar 1 B Minimumdoelen wiskunde
Campus Zuid Boomsesteenweg 265 2020 Antwerpen Tel. (03) 216 29 38 Fax (03) 238 78 31 www.vclbdewisselantwerpen.be VCLB De Wissel - Antwerpen Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding Op stap naar 1 B Minimumdoelen
Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden
Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen
Handig met getallen 2b Antwoorden breuken
Handig met getallen b Antwoorden breuken Paragraaf. Startopgaven Startopgave : i: = minuten j: = 00 minuten a: 0 b: 0 Startopgave : 0 cl (0, liter) a: b: c: d: Startopgave : De verdeling: + + 9. Dat tel
spiekboek rekenen spiekboek rekenen plus beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep LEERHULP.NL
spiekboek rekenen spiekboek rekenen plus beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep 3 COLOFON DiKiBO presenteert het spiekboek complete reken-zakboek rekenen voor groep voor 6 groep 5 & 6 3 Auteur:
Deel A. Breuken vergelijken
Deel A Breuken vergelijken - - 0 Breuken en brokken (). Kleur van elke figuur deel. Doe het zo nauwkeurig mogelijk.. Kleur van elke figuur deel. Doe het telkens anders.. Kleur steeds het deel dat is aangegeven.
spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep
spiekboek rekenen beter rekenen op de entreetoets van het Cito groep 3 COLOFON 3 DiKiBO presenteert het spiekboek complete reken-zakboek rekenen voor groep voor 6 groep 5 & 6 (een uittreksel van DiKiBO
DIT IS HET DiKiBO-BOEK VAN
Groep 5 6 & 2 DIT IS HET DiKiBO-BOEK VAN TIP PAS OP 2 HOE? hoi, ik ben DiKiBO samen met mijn vrienden help ik jou bij het leren 3 COLOFON DiKiBO presenteert het complete reken-zakboek voor groep 5 & 6
RekenGroen Titel Rekenmodule Onderdeel Breuken Versie 20121907
RekenGroen Titel Onderdeel Versie Rekenmodule Breuken 202907 2_BREUKEN RECEPTEN Bij veel recepten worden breuken gebruikt om hoeveelheden van de ingrediënten aan te geven. A PPEL- KOMKOMMER SALADE Ingrediënten
Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld
Groep 3 Getalbegrip hele getallen De leerlingen werken de eerste periode in het getallengebied tot 20 en 40. De tweede helft van het jaar ook tot 100. De leerlingen leren het verder- en terugtellen, tellen
Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4
Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4 Blok 1A en 2A Telrij, uitspraak en notatie Getallenlijn en getalvolgorde Opbouw getallen tot 100 Sprongen van 1, 2 en 5 tussen 10 en 20 t/m
Toets gecijferdheid december 2004
Toets gecijferdheid december 2004 Naam: Klas: score: Datum: Algemene aanwijzingen: - Noteer alle berekeningen en oplossingen in dit boekje - Blijf niet te lang zoeken naar een oplossing - Denk aan de tijd
1.Tijdsduur. maanden:
1.Tijdsduur 1 etmaal = 24 uur 1 uur = 60 minuten 1 minuut = 60 seconden 1 uur = 3600 seconden 1 jaar = 12 maanden 1 jaar = 52 weken 1 jaar = 365 (of 366 in schrikkeljaar) dagen 1 jaar = 4 kwartalen 1 kwartaal
kommagetallen en verhoudingen
DC 8Breuken, procenten, kommagetallen en verhoudingen 1 Inleiding Dit thema gaat over rekenen en rekendidactiek voor het oudere schoolkind en voor het voortgezet onderwijs. Beroepscontext: als onderwijsassistent
SAMENVATTING BASIS & KADER
SAMENVATTING BASIS & KADER Afronden Hoe je moet afronden hangt af van de situatie. Geldbedragen rond je meestal af op twee decimalen, 15,375 wordt 15,38. Grote getallen rondje meestal af op duizendtallen,
RekenWijzer, uitwerkingen hoofdstuk 1 Hele getallen
Uitwerkingen hoofdstuk 1 Hele getallen 1.1 Kennismaken met hele getallen 1.1.1 Betekenis van getallen Opdracht 1.1 a 999 b 100 Opdracht 1.2 a 31 b Nee, voor 10 000 koop je geen huis. c 36 liter Opdracht
aantal tijd 2 s 1 min 1 uur 50 uur 2 dagen 20 dagen
Eerste domein: hele getallen 1 De basiskennis van getallen 1.1 Mijn bijzondere getal a b Om te zien of een getal even is hoef je alleen maar naar het laatste cijfer te kijken. Als dat even is, is het hele
Inhoud kaartenbak groep 8
Inhoud kaartenbak groep 8 1 Getalbegrip 1.1 Ligging van getallen tussen duizendvouden 1.2 Plaatsen van getallen op de getallenlijn 1.3 Telrij t/m 100 000 1.4 Telrij t/m 100 000 1.5 Getallen splitsen en
Toets gecijferdheid augustus 2005
Toets gecijferdheid augustus 2005 Naam: Klas: score: Datum: Algemene aanwijzingen: - Noteer alle berekeningen en oplossingen in dit boekje - Blijf niet te lang zoeken naar een oplossing - Denk aan de tijd
De waarde van een plaats in een getal.
Komma getallen. Toen je net op school leerde rekenen, wist je niet beter dan dat getallen heel waren. Dus een taart was een taart, een appel een appel en een peer een peer. Langzaam maar zeker werd dit
Leerdoelen groep 7. Pluspunt rekenen
Leerdoelen groep 7 Pluspunt rekenen NB. De leerdoelen van deze rekenmethode bieden wij de kinderen aan middels Denken in Doelen. Dat betekent dat we niet exact de blokken van de methode volgen, maar dat
Overstapprogramma 6-7
Overstapprogramma - Cijferend optellen 9 Verdeel het getal. Het getal 8 kun je verdelen in: duizendtallen honderdtallen tientallen eenheden D H T E 8 D H T E 8 = 8 9 9 9 = = = = Zet de getallen goed onder
Rekenportfolio. Naam: cm 2. m 3 + = 1 _ 12
Tytsjerksteradiel Rekenportfolio Naam: cm 2 1 5 7 + = 5 10 10 m 3 1 _ 12 X 5 1 + = 5 1 + Inhoudsopgave Voorwoord 3 Domein getallen 4 - Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5 - Breuken 6 - Rekenvolgorde
De antwoorden op de Toets Breuken zijn separaat op deze website opgenomen.
Handig met getallen Antwoorden Breuken De antwoorden bij de opgaven van het hoofdstuk Breuken zijn hier kort en bondig dus zonder uitleg weergegeven. Ze zijn per paragraaf gerangschikt. De paragrafen zijn
Rekentermen en tekens
Rekentermen en tekens Erbij de som is hetzelfde, is evenveel, is gelijk aan Eraf het verschil, korting is niet hetzelfde, is niet evenveel Keer het product kleiner dan, minder dan; wijst naar het kleinste
Leerstofoverzicht groep 3
Leerstofoverzicht groep 3 Getallen en relaties Basisbewerkingen Verhoudingen Leerlijn Groep 3 uitspraak, schrijfwijze, kenmerken begrippen evenveel, minder/meer cijfer 1 t/m 10, groepjes aanvullen tot
WISKUNDE-ESTAFETTE Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 500
WISKUNDE-ESTFETTE 2014 60 Minuten voor 20 opgaven. Het totaal aantal te behalen punten is 00 1 (20 punten) Gegeven zijn drie aan elkaar rakende cirkels met straal 1. Hoe groot is de (donkergrijze) oppervlakte
Aanbod rekenstof augustus t/m februari. Groep 3
Aanbod rekenstof augustus t/m februari Groep 3 Blok 1 Oriëntatie: tellen van hoeveelheden tot 10, introductie van de getallenlijn tot en met 10, tellen en terugtellen t/m 20, koppelen van getallen aan
Reken zeker: leerlijn breuken
Reken zeker: leerlijn breuken B = breuk H = hele HB = hele plus breuk (1 1/4) Blauwe tekst is theorie uit het leerlingenboek. De breuknotatie in Reken zeker is - anders dan in deze handout - met horizontale
0,6 = 6 / 10 0,36 = 36 / 100 0,05 = 5 /100 2,02 = 2 gehelen en 2 / 100
Breuken 8 teller breukstreep 9 noemer Breukvorm - kommagetal 0,6 6 / 10 0,36 36 / 100 0,05 5 /100 2,02 2 gehelen en 2 / 100 Breuken en gehelen 1) Hoeveel keer gaat de noemer in de teller? 2) Hoeveel is
Opleiding docent rekenen MBO. 28 mei zesde bijeenkomst Groep 4 ROCmn
Opleiding docent rekenen MBO 28 mei zesde bijeenkomst Groep 4 ROCmn Inhoud 1. ERWD Ceciel Borghouts 2. PorFolio vragen nav inhoudsopgave 3. Lunch 4. Breuken 5. Onderzoek 6. Vooruitblik afsluitende bijeenkomst
Domeinbeschrijving rekenen
Domeinbeschrijving rekenen Discussiestuk ten dienste van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Rekenen en Taal auteur: Jan van de Craats 11 december 2007 Inleiding Dit document bevat een beschrijving van
PG blok 4 werkboek bijeenkomst 4 en 5
2015-2015 PG blok 4 werkboek bijeenkomst 4 en 5 Inhoud Kenmerken van deelbaarheid (herhaling)...1 Ontbinden in factoren...1 Priemgetallen (herhaling)...2 Ontbinden in priemfactoren...2 KGV (Kleinste Gemene
Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.
Rekenrijk doelen groep 1 en 2 De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Aantallen kunnen tellen De kinderen kunnen kleine aantallen tellen. De kinderen kunnen eenvoudige
Toets gecijferdheid maart 2004
Toets gecijferdheid maart 2004 Naam: Datum: Klas: score cijfer Algemene aanwijzingen: - Noteer alle berekeningen en oplossingen in dit boekje - Blijf niet te lang zoeken naar een oplossing - Denk aan de
Doelenlijst 6: VERHOUDINGEN, onderdeel BREUKEN
Doelenlijst 6: VERHOUDINGEN, onderdeel BREUKEN Doel: Breukentaal (her)kennen en benoemen Passende Perspectieven rekenen Doelenlijst 6: Verhoudingen, onderdeel Breuken Herkennen en benoemen van veel voorkomende
rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs
Zwijsen jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Waar staat deze paddenstoel ongeveer? Teken op de kaart. Welke afstand of welke route fietsen de kinderen? naam route afstand Janna
rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs
Zwijsen jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Waar staat deze paddenstoel ongeveer? Teken op de kaart. Welke afstand of welke route fietsen de kinderen? naam route afstand Janna
Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10
Inhoud Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10 1/10 Eenheden Iedere grootheid heeft zijn eigen eenheid. Vaak zijn er meerdere eenheden
Het metriek stelsel. Grootheden en eenheden.
Het metriek stelsel. Metriek komt van meten. Bij het metriek stelsel gaat het om maten, zoals lengte, breedte, hoogte, maar ook om gewicht of inhoud. Er zijn verschillende maten die je moet kennen en die
ALBERDINGK THIJM COLLEGE REKENGIDS. Basis en afspraken rekenen
ALBERDINGK THIJM COLLEGE REKENGIDS Basis en afspraken rekenen VOORWOORD Deze rekengids is bedoeld als overzichtelijk naslagwerk voor leerlingen, ouders, docenten en alle anderen die met rekenen te maken
TOELICHTING BETEKENIS GEVEN AAN BREUKEN
TOELICHTING BETEKENIS GEVEN AAN BREUKEN 1 2 3 Rekenvlinder_betekenis_geven_aan_breuken.indd 2 27-06-13 21:57 4 5 6 13226_rv_wb_betekenis_geven_aan_breuken_bw.indd 3 04-07-13 17:26 liter 1 0 Rekenvlinder
2. Optellen en aftrekken van gelijknamige breuken
1. Wat is een breuk? Een breuk Een breuk is een verhoudingsgetal. Een breuk geeft aan hoe groot een deel is van een geheel. Stel een taart is verdeeld in stukken. Je neemt 2 stukken van de taart. Je hebt
TOETS REKENEN / WISKUNDE. Naam:... School:...
TOETS REKENEN / WISKUNDE Naam:... School:... Datum:... Groep:... 1A. Hoofdrekenen: optellen en aftrekken Reken de sommen op je eigen manier uit. Gebruik het kladblaadje als je een tussenstap wilt noteren.
Rekentaalkaart - toelichting
Rekentaalkaart - toelichting 1. Het rekendoel van de opgave In de handleiding van reken-wiskundemethodes beschrijft bij iedere opgave of taak wat het rekendoel voor leerlingen is. Een doel van een opgave
Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters
Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters Maerlant College Brielle 5 oktober 2009 c Swier Garst - RGO Middelharnis 2 Inhoudsopgave Rekenen met gehele getallen 7. De gehele getallen.....................................
Lesopbouw: instructie. Start. Instructie. Blok 4. Lesinhoud Kommagetallen: vermenigvuldigen met kommagetallen Kommagetallen: delen met kommagetallen
Week Blok Bijwerkboek 0 Les Rekenboek Lessen 0 0, 0 0, 0, keer 0, 0,, flesjes 0,, 0, 0 0 plankjes stukjes 0 0 Lesinhoud Kommagetallen: vermenigvuldigen met kommagetallen Kommagetallen: delen met kommagetallen
Tussendoelen rekenen-wiskunde voor eind groep 5
Domein GETALLEN, subdomein Getalbegrip beheerst de doelen van groep 2 t/m 4, ook op het niveau van groep 5 en HELE GETALLEN kan willekeurige delen van de telrij tot ten minste 1000 opzeggen en vanuit elk
Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen
Getallen en breuken Basisstof structuur van de getallen tot 000 000 breuken Lesdoelen De leerlingen kunnen: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen; helen en breuken verdelen; getallen op
De laatste loodjes...
De laatste loodjes... Hieronder vindt je een uittreksel van alles dat we met rekenen hebben geoefend. En nog een paar herhaalsommetjes. Om als laatste nog even door te lezen om te zien of je alles nog
TOELICHTING REKENEN MET DECIMALE GETALLEN
TOELICHTING REKENEN MET DECIMALE GETALLEN LEERSTAP 1 LEERSTAP 2 LEERSTAP 3 LEERSTAP 4 LEERSTAP 5 LEERSTAP 6 Rekenvlinder Rekenen met decimale getallen Toelichting Uitgeverij Zwijsen B.V., Tilburg www.rekenvlinder.nl
Decimale getallen (1)
Decimale getallen (1) Rekenkundige achtergrond In dit blok leren de leerlingen decimale getallen herkennen, vergelijken en afronden op 1 of 2 decimale plaatsen. Ook zal het uitdrukken van een breuk, waarvan
TVE TIEN VRAGEN EXTENSIE LVS - VCLB WISKUNDE Midden 1ste leerjaar INSTRUCTIE BIJ VRAGEN Wiskunde Midden 1 ste leerjaar
TVE TIEN VRAGEN EXTENSIE LVS - VCLB WISKUNDE Midden 1ste leerjaar INSTRUCTIE BIJ VRAGEN Wiskunde Midden 1 ste leerjaar Vraag 1: (pg 64 oefening 2 - Basisboek LVS wiskunde toetsen 2) Het verschil tussen
BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN
40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN a De standaardprocedure: getallen splitsen Zo lukt het altijd: 98 + 476 = 98 + 400 + 70 + 6 = 698 + 70 + 6 = 768 + 6 = 774 b Van plaats wisselen Uitsluitend te gebruiken
Bij de volgende vragen Bij een regelmatige veelhoek kun je het gemakkelijkst eerst de buitenhoeken berekenen en daarna pas de binnenhoeken.
Rood-wit-blauw werkblad 1 Bij het hele werkblad: Alle rode getallen zijn deelbaar door hetzelfde getal. Elk wit getal is gelijk aan een rood getal + 1, elk blauw getal aan een rood getal + 2 Russisch vermenigvuldigen
Het Breukenboekje. Alles over breuken
Het Breukenboekje Alles over breuken 1 d elen colofon en hal eren Het ik maak DiKiBO de Breukenboekje som makkelijk Voor groep 6, 7 en 8 DiKiBO behandelt op iedere kaart een bepaald soort som en aan de
Vervolgcursus Proeftuin Rekenen Tweede bijeenkomst 3 februari 2016 vincent jonker & monica wijers
Vervolgcursus Proeftuin Rekenen Tweede bijeenkomst 3 februari 2016 vincent jonker & monica wijers 1 league is. miles 1 mile is.. furlongs 1 furlong is. chains 1 foot is.. inches 1 yard is inches 1 league
INHOUDSTAFEL. inhoudstafel... 2
INHOUDSTAFEL inhoudstafel... 2 getallenkennis waarde van cijfers in een getal... 6 grote getallen... 7 rekentaal... 8 rekentaal deel 2... 9 soorten getallen... 9 rekentaal deel 3... 10 de ongelijke verdeling...
Leerlijnen voor groep 3-8
Leerlijnen voor groep 3-8 Groep 3, eerste half jaar de begrippen meer, minder, evenveel juist toepassen de ontbrekende getallen op de getallenlijn t/m 12 invullen van hoeveelheden t/m 20 groepjes van 5
Instructie voor Docenten. Hoofdstuk 14 VERDER REKENEN MET KOMMAGETALLEN
Instructie voor Docenten Hoofdstuk 14 VERDER REKENEN MET KOMMAGETALLEN Instructie voor docenten H14: VERDER REKENEN MET KOMMAGETALLEN DOELEN VAN DIT HOOFDSTUK: Leerlingen leren via verschillende manieren
Leerstofoverzicht groep 6
Leerstofoverzicht groep 6 Getallen en relaties Basisbewerkingen Leerlijn Groep 6 Uitspraak, schrijfwijze, kenmerken getallen boven 10 000 in cijfers schrijven haakjesnotatie deler en deeltal breuknotatie
BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN
BEWERKINGEN HOOFDREKENEN 40 NATUURLIJKE GETALLEN OPTELLEN a De standaardprocedure: getallen splitsen Zo lukt het altijd: 98 + 476 = 98 + 400 + 70 + 6 = 698 + 70 + 6 = 768 + 6 = 774 b Van plaats wisselen
Naam:... Datum:... 36 + 12 =. 2 x 15 =. 47 + 43 =. 4 x 12 =. 25 + 11 =. 6 x 7 =. 38-16 =. 100 : 4 =. 17-6 =. 36 : 6 =.
Opvraging Wiskunde W1 36 + 12 =. 2 x 15 =. 47 + 43 =. 4 x 12 =. 25 + 11 =. 6 x 7 =. 38-16 =. 100 : 4 =. 17-6 =. 36 : 6 =. 2 Goed lezen en oplossen. Ik koop in de supermarkt een krant (80 cent), een brood
RekenWijzer, oefenopdrachten hoofdstuk 1 Hele getallen. 1.1 Kennismaken met hele getallen. 1.1.1 Betekenis van getallen
Oefenopdrachten hoofdstuk 1 Hele getallen 1.1 Kennismaken met hele getallen 1.1.1 Betekenis van getallen Opdracht 1 I Hoeveel cijfers telt het getal 1 020 031? A 4 B 7 C 3 D 1 020 031 II Hoeveel getallen
REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS
REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS Schooljaar 008/009 Inhoud Uitleg bij het boekje Weektaak voor e week: optellen en aftrekken Weektaak voor e week: vermenigvuldigen Weektaak voor e week: delen en de staartdeling
