Evaluatieonderzoek Schoolfruitactie ( ) Onderzoeksrapport. Evaluatieonderzoek Schoolfruitactie

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Evaluatieonderzoek Schoolfruitactie ( ) Onderzoeksrapport. Evaluatieonderzoek Schoolfruitactie"

Transcriptie

1 Evaluatieonderzoek Schoolfruitactie ( ) Onderzoeksrapport Evaluatieonderzoek Schoolfruitactie TNS

2 Inhoud Conclusies en aanbevelingen Achtergrond en objectieven Stand van zaken van de schoolfruitacties Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Evaluatie van de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij de registratie Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag...67 Evaluatieonderzoek Schoolfruitactie TNS

3 Conclusies en aanbevelingen In zo goed als alle basisscholen in Vlaanderen die deelnamen aan dit onderzoek worden er - vaak via een combinatie van initiatieven - acties opgezet om de fruit- en groenteconsumptie van de leerlingen te stimuleren. 6 op 10 basisscholen doen dit via de gesubsidieerde schoolfruitactie (verder GSFA genoemd), 7 op 10 organiseert fruit-in-de-boekentas en de helft van de scholen voorziet zelf nog een andere activiteit waarbij fruit of groenten aangeboden worden (workshop in de klas, gezond ontbijt/gezonde maaltijd/soep aanbieden, periodiek acties als een gezonde maand, eigen groenten telen, ). Naar de toekomst toe blijft de intentie in het basisonderwijs bestaan om de GSFA en fruit-in-de-boekentas op te zetten, meer dan andere activiteiten. Ook in de lage sociale groep is de deelname in het basisonderwijs aan de GSFA op peil. Kinderen uit de lage sociale groep eten thuis minder fruit en groenten en vinden het minder lekker, maar de GSFA slaagt er in om deze groep te betrekken. Ouders van kinderen in de lage sociale groep zijn wel minder goed op de hoogte van de actie fruit-in-de-boekentas, of deze actie al dan niet georganiseerd wordt op de school van hun kind. In de BuSO-scholen is de GSFA goed van start gegaan. In de helft van de bevraagde BuSO-scholen kan men momenteel deelnemen, en het groeipotentieel is nog behoorlijk (tot 7 op 10 scholen). De deelnamegraad aan fruit-in-de-boekentas ligt er lager (1 à 2 op 10 scholen). De helft voorziet nog een andere activiteit waarbij groenten en fruit worden aangeboden. De GSFA wordt door de scholen vaak als een kans gezien om een gezonde gewoonte aan te brengen bij de leerlingen (= een leerproces), zeker bij kinderen die van thuis uit geen gezonde eetcultuur meekrijgen omwille van financiële of culturele omstandigheden. Zowel de scholen, de ouders als de leerlingen zelf zijn heel tevreden over de GSFA. Men merkt op school vooral een effect wat betreft de attitude. Kinderen zijn vaker bereid te proeven en hebben een positievere houding tegenover fruit en groenten in het algemeen. Kleuters brengen volgens de school ook zelf meer fruit en groenten mee naar school. Bijna de helft van de kinderen getuigen dat ze door de GSFA al andere fruitsoorten hebben leren kennen (46%) - één van de basisdoelstellingen van de actie, dat ze er gezonder door eten (41%), ze vinden de variatie leuk (38%), erkennen het gemak ervan (35%) of vinden het samen hetzelfde fruit eten met hun vrienden goed (30%). 2 op 3 ouders merken een positief effect bij hun kind (64%). Het effect is nog groter in de lage (79%) dan in de hoge sociale groep (61%), wat goed nieuws is vermits deze groep thuis minder vaak over vers fruit beschikt en het ook minder graag eet. Ook de ouders zeggen dat hun kind een positievere houding heeft aangenomen ten opzichte van groenten en fruit (30%) of dat ze al andere soorten hebben leren kennen dan er thuis gegeten worden (27%, bij deelname specifiek aan GSFA: 32%). 1 op 5 kinderen is volgens de ouders ook meer bereid om te proeven van nieuwe soorten (17%), dit effect is volgens de ouders nog sterker bij kinderen COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 3/88

4 uit de lage sociale groep (33%). Volgens 1 op 10 (12%) neemt hun kind nu zelf ook meer fruit en groenten mee naar school door hun deelname aan schoolfruitacties en is het kind ook thuis meer fruit en groenten beginnen eten (9%). Het effect uit zich niet alleen bij de kinderen, maar ook bij de ouders zelf (42%). 16% is meer geneigd om ook op niet-verplichte dagen fruit of groenten mee te geven met hun kind, 14% staat nu meer stil bij gezonde voeding voor zijn kind, 13% biedt zijn kind nu ook thuis vaker fruit en groenten aan dan vroeger en 12% is zelf ook meer fruit en groenten gaan eten dan ervoor. Uit het onderzoek blijkt dat de schoolfruitacties wel degelijk voor een toename zorgen in de dagelijkse consumptie van groenten en fruit. Kinderen die er niet aan deelnemen eten opvallend minder vaak fruit en groenten en nemen minder fruit en groenten mee naar school. Voor de extra bijdrage, bovenop het steunbedrag van 4 euro dat de school van de overheid ontvangt, wordt in de meeste basisscholen beroep gedaan op de ouders (in 2 op 3 scholen). 1 op 5 basisscholen legt zelf bij. In BuSO-scholen neemt de school zelf vaker de extra bijdrage op zich in vergelijking met het basisonderwijs (de helft van de scholen legt bij, aan de helft van de ouders wordt een bedrag gevraagd). De extra bijdrage bedraagt zowel in het basisonderwijs als in het BuSO gemiddeld ongeveer 5 euro. Ouders worden zowel in het basisonderwijs als in het BuSO vooral via een brief aan de start van de acties op de hoogte gebracht. Slechts in 1 op 3 scholen wordt er voor de GSFA een infomoment op school met de ouders voorzien, terwijl zij wel met een aantal vragen zitten, bijvoorbeeld over de soorten en hoeveelheden fruit/groenten die er worden aangeboden. Zeker bij de start in het eerste leerjaar is het een goed idee om deze informatie via een info-moment aan de ouders mee te delen, zodat eventuele vragen onmiddellijk kunnen beantwoord worden (1 op 10 ouders met een kind in het eerste leerjaar geeft als verbeterpunt aan dat ze te weinig informatie hebben). De grootste drempel voor scholen om in te stappen in de GSFA binnen het basisonderwijs ligt in een tekort aan personeel (leerkrachten en schilouders) voor de praktische organisatie (34%), samen met het kostenplaatsje voor de ouders (19%) en de school (14%). Vooral in grootsteden, in het buitengewoon onderwijs en in basisscholen met een groot aandeel GOK-leerlingen (waar de school al vaker dan gemiddeld de kosten op zich neemt) heeft de verantwoordelijke in de school de indruk dat de kosten voor de ouders een hinderpaal zijn. Bij de ouders die we in onze steekproef ondervraagd hebben, kwam dit echter niet als een duidelijke belemmering naar voor. Slechts 4% van de ouders van niet-deelnemende kinderen uit de steekproef (die op school wel de kans hebben om deel te nemen) gaf aan dat de kostprijs een drempel is (eerder het feit dat men de fruitsoort niet kan kiezen en zelf liever fruit meegeeft). Daarnaast komen de volgende drempels bij de scholen naar voor: angst voor of de indruk van administratieve problemen (15%) (= inlogproblemen bij het e-loket, trage procedure, intensieve subsidie-aanvraag), een probleem met de leverancier van de groenten en het fruit (11%), acceptatieproblemen bij de leerlingen (8%) en het ontbreken van een draagvlak binnen de school (8%) (=directie of leerkrachten die zelf niet gemotiveerd zijn). COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 4/88

5 1 op 10 basisscholen zijn gestopt met de GSFA. De belangrijkste stop-reden is de verspilling van fruit en groenten, omdat de kinderen de fruit-/groentesoort niet lusten (28%) en er veel overschot wordt weggegooid (20%). 3 op 10 scholen zetten hun deelname stop omwille van ontevredenheid over het geleverde fruit/groente, 1 op 5 omwille van de moeilijke praktische kant. 1 op 10 was gewoonweg te laat met de aanvraag. Wanneer men geen plannen heeft om in de toekomst deel te nemen aan de GSFA is de belangrijkste reden dat de school zelf vraagt aan de ouders om fruit mee te geven en het bestaan van gelijkaardige acties op school (3 à 4 scholen op 10). Omwille van het positieve effect op de gezondheid staan kleuterscholen op zich wel open voor een tweede bedeling per week, maar de kosten en de praktische kant van de zaak vormen een drempel om dit effectief in te voeren. Vergeleken met het basisonderwijs, vormen vooral de kostprijs voor de ouders (in 6 op 10 scholen) en acceptatieproblemen bij de leerlingen (in 3 op 10 scholen) voor de BuSO-scholen nog meer een obstakel om deel te nemen aan de GSFA. 1 op 5 BuSO-scholen brengt daarnaast ook een tekort aan personeel voor de praktische organisatie als hinderpaal aan. Voor de ouders is het grootste verbeterpunt aan de GSFA de variatie in het aangeboden fruit (8%) en de kwaliteit ervan (5%), samen met de frequentie die hoger mag (10%). De grootste minpunten van de GSFA zijn volgens de kinderen dat ze niet zelf kunnen kiezen welke soort ze eten (26%) en de verspilling (20%). Ze vinden het goed dat ze dit bij fruit-in-de-boekentas wel kunnen kiezen (46%, grootste pluspunt), maar merken hier toch ook nog wel verspilling (16%, grootste minpunt, samen met het feit dat hun vrienden die niet deelnemen wel iets anders mogen eten (10%). De scholen zijn in het algemeen tevreden over de communicatie vanuit de Vlaamse overheid over de schoolfruitacties, maar deze kan toch nog geoptimaliseerd worden. Verkeerde veronderstellingen moeten worden weggenomen, bijvoorbeeld: o De misvatting dat de leverancier uit de lijst op de website moet gekozen worden. o Het idee dat het onbetaalbaar is. o Het idee dat het administratief zwaar is. Zowel uit het kwantitatief als het kwalitatief onderzoek blijkt dat men in het algemeen tevreden is over het e-loket, de aanvraag en de ondersteuning. Verschillende scholen vonden vooral de eerste deelname moeilijk. Nadien loopt alles vlotter en indien er problemen zijn wordt de helpdesk als zeer hulpvaardig en ondersteunend gepercipieerd. o Er is nog veel onwetendheid bij de ouders over de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid groenten en fruit. Veel ouders van lagere schoolkinderen denken dat 1 stuk fruit genoeg is en over de aanbevolen hoeveelheid groenten heeft men nog minder een idee. Scholen stellen zich ook vragen over het juridische aspect: welke zijn de regels met betrekking tot voedselveiligheid, wat moeten scholen doen om hiermee in orde te zijn? Er is vraag naar meer informatie voor de leerlingen en de ouders, bijvoorbeeld onder de vorm van folders of brochures. De scholen zelf willen het liefst via mail gecontacteerd worden. De methodieken gezonde school (4 op 10 scholen) en kieskeurig (1 op 5) zijn te weinig bekend. COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 5/88

6 In de basisscholen zijn de poster (73%), de website (61%) en de sjabloon brieven voor de ouders (47%) de best gekende materialen/kanalen. Qua gebruik steekt de poster er duidelijk bovenuit (52%), 1 op 4 gebruikt de website, 1 op 5 de sjabloon brieven voor de ouders. De website is bekender in het BuSO (82%), maar de poster wordt ook daar het meest gebruikt (65%). 45% gebruikt de website, wat bijna dubbel zoveel is als in het basisonderwijs. Uit het kwalitatief onderzoek komt naar voor dat de website eerder functioneel gebruikt wordt, wanneer men een vraag heeft over de aanvraagprocedure bijvoorbeeld, en niet zozeer aanzet tot exploratie, waardoor veel inhoud onontdekt blijft. De informatiebrochure voor de scholen is weinig gekend (basisonderwijs: 22%; BuSO: 9%) en wordt bijna niet gebruikt, alhoewel ze na voorlegging aan de respondenten uit het kwalitatieve luik als zeer nuttig bevonden wordt. De begeleidende materialen krijgen in het algemeen een goede beoordeling van de scholen, maar missen originaliteit. Vooral het fruitdiploma en de klaskalender worden weinig origineel bevonden en spreken in hun huidige vorm kinderen uit de derde graad niet meer aan. De targetting van het materiaal is ook niet altijd duidelijk, bijvoorbeeld: sponsors horen eigenlijk niet thuis op het diploma voor de leerlingen, is de klaskalender voor de leerkrachten of de leerlingen bedoeld? Het begeleidend materiaal is verder minder goed aangepast aan het niveau van kinderen uit het lager bijzonder onderwijs en BuSO-leerlingen om door hen gebruikt te worden in de klas. Tot ongeveer de leeftijd van 14 jaar is het materiaal voor de basisschool wel nog bruikbaar voor veel BuSO-types, maar vanaf 14 jaar is vooral de vorm niet meer aangepast aan de leefwereld van de jongeren. Het materiaal moet qua inhoud op maat van het type BuSO-leerling gemaakt worden, praktisch en activerend zijn, interactie bevorderen en de nodige humor bevatten. Naar vormgeving mag het niet te kinderachtig zijn, tastbaar zijn en de zintuigen prikkelen. De BuSO-leerkrachten vragen naar aanpasbaar materiaal waar ze zelf mee aan de slag kunnen, naargelang het type leerling. COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 6/88

7 Samengevat voor GSFA: Sterke punten: - De financiële kosten worden voor een deel gedekt door de subsidies. - Indien de leverancier variatie levert in zijn aanbod, maken de kinderen kennis met verschillende soorten fruiten en groenten, waar ze anders thuis misschien niet mee in contact komen. - Het samen hetzelfde soort fruit/groente eten, bevordert de gelijkheid tussen de leerlingen en kan stimulerend werken. - Het leerproces, het aanleren van een gezonde eetgewoonte. - Het gemak voor de ouders, die dag zelf niet moeten zorgen voor dat gezonde tussendoortje. - Slaagt er in om ook kinderen uit de lage sociale groep te bereiken en te stimuleren. Zwakke punten: - Het geleverde fruit is niet in alle scholen van even goede kwaliteit of even gevarieerd (sterk afhankelijk van de leverancier). - Men kan de soort zelf niet kiezen en indien het kind het fruit/de groente niet lust, wordt het niet opgegeten/weggegooid (zeker bij oudere kinderen waarbij er geen klassikaal eetmoment meer is), is er veel overschot. - De praktische kant moet georganiseerd worden door de scholen, die hier vaak niet genoeg personeel voor hebben en een tekort aan schilouders of vrijwilligers. - Scholen hebben de indruk dat de aanvraagprocedure omslachtig is en veel administratie vergt. - Bij sommige scholen leeft het idee dat het onbetaalbaar is, zij hebben geen idee van de werkelijke kostprijs. - Sommige communicatiematerialen zijn niet gekend genoeg, zoals de brochure voor de scholen. - Er is vraag naar meer informatie voor de leerlingen en de ouders (via brochures en stimulatie van info-momenten op school). - De website wordt eerder functioneel gebruikt en zet te weinig aan tot exploratie. - De begeleidende materialen missen originaliteit en zijn niet aangepast aan leerlingen uit het buitengewoon onderwijs. Fruit-in-de-boekentas: Sterke punten: - Het kind kan zelf fruit meebrengen dat het lust, in de gepaste hoeveelheid (minder verspilling). - De praktische kant wordt door de ouders verzorgd en het fruit moet niet klaargemaakt worden door de leerkrachten. Zwakke punten: - Als niet alle kinderen/vriendjes deelnemen, creëert het ongelijkheid ( hij/zij eet wel een koek en ik niet ). - Fruit/groenten zijn niet altijd even handig of gemakkelijk om mee te geven (plakkerig, wordt bruin, blijft niet vers genoeg). COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 7/88

8 - Niet iedereen is op de hoogte van de bestaan van deze actie op school (7% van de ouders uit onze steekproef had geen idee). - Er is in sommige scholen weinig controle vanuit de leerkrachten of verantwoordelijken, of men wel effectief fruit meebrengt en opeet die dag. AANBEVELINGEN In het argumentarium naar de scholen aandacht hebben voor de aanwezige drempels: Financiële barrières: Scholen beter informeren over de prijs van een fruitabonnement. Er heerst bij nietdeelnemende scholen vaak de misvatting dat dit zeer duur is (hebben te hoge bedragen in hun hoofd). Scholen wijzen op de bevindingen dat het kostenplaatje voor ouders niet de hoogste drempel is. Tips aanreiken om het fruit voordelig aan te schaffen: bv. de kosten proberen te drukken door het afhalen van fruit op veilingen of gebruik te maken van overschotten in naburige winkels (mits kwaliteitsgarantie). Praktische barrières: Promoten van een gezamenlijk eetmoment (ook voor oudere kinderen): o kan verspilling tegengaan (weggooien van het fruit door de kinderen in een onbewaakt moment is dan niet meer mogelijk) meer toezicht; o kan de consumptie van groenten en fruit door de oudere kinderen (3de graad basisonderwijs en BuSO) op peil houden; o creëert druk van leeftijdgenoten om toch te proeven; o maar vraagt uiteraard extra inspanning van de leerkrachten/begeleiders. Andere mogelijkheden om verspilling tegen te gaan: o de overschotten verwerken in een maaltijd of smoothie die samen met de leerlingen gemaakt en opgegeten wordt (klassikale activiteit); o toestemming geven om niet opgegeten fruit mee naar huis te nemen (in sommige scholen mag dit niet). Kwaliteitslabel voor leveranciers: garantie voor variatie en kwaliteit van het fruit (gebrek hieraan is een drempel voor school én ouders). Barrière van de benodigde inspanning van de school: Nodige aandacht voor een startersgids: hoe pak ik dit als school aan, met o.a. tips voor het vinden van vrijwilligers, leveranciers,. Bij wijze van instap, ook de mogelijkheid geven om dit 2-wekelijks te organiseren (proefdraaien) = minder belastend en laat de school toe om te zien of ze de frequentie op termijn kunnen opvoeren. COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 8/88

9 De oudere kinderen uit de 3e graad mee het fruit/de groente laten snijden, bijvoorbeeld elk kind snijdt voor zichzelf en voor een jonger kind. Logistieke barrières: Bij sommige scholen leeft het idee dat een leverancier MOET gekozen worden uit de lijst die op de website gepubliceerd staat. Deze misvatting moet op een of andere manier worden rechtgezet. Voor het vinden van een goede leverancier kan gewerkt worden met positieve getuigenissen van andere scholen, bijvoorbeeld op de website. Werken met een engagementsverklaring, waarbij de leverancier moet aangeven wat wanneer en in welke hoeveelheid geleverd zal worden, zodat hier duidelijkheid over bestaat. Lijst voor een gans kwartaal opvragen aan de leverancier en communiceren aan de ouders. Administratieve drempels: Inlogproblemen op het e-loket zo snel mogelijk verhelpen. Het versnellen van de procedure (goedkeuring): soms moet er al een contract getekend worden met de leverancier terwijl de erkenningsaanvraag nog niet officieel is goedgekeurd. Er is ook vraag om het startmoment van de GSFA te verplaatsen naar september in plaats van oktober, omdat dit dan samen met de actie fruit-in-de-boekentas bij de aanvang van het schooljaar kan beginnen. Vereenvoudigen van de aanvraag, deze wordt als nogal omslachtig aanzien. Bijzondere aandacht hebben voor scholen in grootstedelijke gebieden met een hogere graad van GOK-leerlingen en leerlingen uit lagere sociale groepen. Blijvende aandacht hebben voor het laagdrempelig houden van de actie voor kinderen uit een lagere sociale klasse (fruit- en groenteconsumptie heeft hier nog een achterstand en de GSFA heeft hier een duidelijk effect) Inspanning om afhakers van de GSFA, die deze niet vervangen hebben door fruit-in-de boekentas, te contacteren om samen met hen door middel van het argumentarium voor nieuw enthousiasme te zorgen (afhakers staan doorgaans nog zeer positief tegenover de actie). Communicatie Bijkomend in te zetten instrumenten: promotiefilmpjes, testimonials, publicatie van cijfers op de website Begeleidende materialen meer doelgroepgericht maken (momenteel is het niet altijd duidelijk welke eindgebruiker een bepaald communicatie-instrument voor ogen had: kalender (voor kinderen of voor leerkrachten): COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 9/88

10 om de informatieoverdracht naar ouders en dus ouderparticipatie te optimaliseren is het wenselijk om de scholen te ondersteunen met materiaal dat specifiek naar de ouders gericht is. Hierin moeten alle doelstellingen (en zeer zeker de doelstelling rond een gevarieerd aanbod van fruit en groenten) op een bevattelijk manier uitgelegd worden met aandacht voor het communiceren van de dagelijkse aanbevolen hoeveelheden. Ondersteuning met pictogrammen/icons is wenselijk om ook minder geschoolde of anderstalige ouders te bereiken. aangepast materiaal voorzien voor BuSO met hierbij de nodige aandacht voor type leerling: tot ongeveer de leeftijd van 14 jaar is het materiaal voor de basisschool ook bruikbaar voor veel BuSO-types. Vanaf de leeftijd van 14 jaar is het niveau van de informatie de inhoud doorgaans nog gepast, maar is de vorm niet meer aangepast aan de leefwereld van de jongeren. meer uitdagend en origineel begeleidend materiaal voor de derde graad van het basisonderwijs ook qua vorm communicatie en begeleidend materiaal leveren dat eruit springt, eigentijds en uitnodigend (ook voor directie/leerkrachten/ondersteunend personeel). eigentijds en aspirationeel zijn van de figuur Jommeke evalueren COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 10/88

11 Aanbevelingen voor de website: Uitnodigen tot exploratie: De website is functioneel, maar niet exploratief. Hij wordt vooral gebruikt voor diegenen die de aanvraag van de GSFA doen om informatie op te zoeken over de procedure en om de lijst met leveranciers te bekijken. De andere rubrieken blijven ongelezen. Rubrieken zoals die van het educatief materiaal kunnen leerkrachten zeker aanspreken, maar deze informatie komt vaak niet bij de leerkrachten terecht. Het gebruik van de website blijft dus beperkt. Dit komt ook doordat mensen die de website bezoeken niet in voldoende mate gestimuleerd worden om verder te gaan exploreren. Tips voor extra begeleidend materiaal op basis van wat leerkrachten wensen: Plantenpaketten (zelf doen breder kader) Uitstappen (meewerken met de boer) Educatieve pakketten in een brooddoos Uitleenbare fruitkoffer (activiteiten die uitdagend, ludiek en grappig zijn) Vertelplaten ontwikkelen Fruitmobiel met combinatie van educatie, theater, humor, participatie van de leerlingen, samen koken Spelletjes Apps met uitdagende challenges COMASE SA Conclusies en aanbevelingen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 11/88

12 1 Achtergrond en objectieven Context Tutti Frutti is een campagne die verschillende methodieken rond het bevorderen van fruit- en groenteconsumptie op school overkoepelt. Enerzijds is er de gesubsidieerde schoolfruitactie (GSFA), waarbij er met een fruitabonnement gewerkt wordt en waarbij de school het fruit aankoopt en aan de leerlingen uitdeelt. Anderzijds zijn er andere methodieken, waaronder de fruit-in-deboekentas actie waarbinnen de leerlingen zelf het fruit van thuis meebrengen, of nog andere acties bedacht en georganiseerd door de scholen zelf. De Europese Commissie vraagt aan de lidstaten om de door haar gesubsidieerde actie (GSFA) op geregelde tijdstippen te evalueren. De Vlaamse overheid maakt van deze gelegenheid gebruik om niet enkel de gesubsidieerde schoolfruitactie te bekijken, maar om het volledige project (dus ook de andere methodieken) onder de loep te houden. Algemeen is het de bedoeling dat het evaluatieonderzoek pistes aanreikt ter optimalisatie van het schoolfruitproject, om een geschikte aanpak vorm te geven om scholen die nu nog niet deelnemen (in om het even welke vorm) te overtuigen om te participeren. Concrete objectieven Stand van zaken: o o o o Wat is de stand van zaken van de deelname aan de verschillende schoolfruitacties binnen het kleuteronderwijs, lager onderwijs en buitengewoon secundair onderwijs? Zijn er overgangen van de ene naar de andere formule binnen de schoolfruitacties? Door wie wordt de schoolbijdrage betaald (de bijdrage die bovenop de subsidie van 4 euro per kind moet opgelegd worden)? Op welke manier betrekt de school de ouders bij de schoolfruitactie? Aanreiken van suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit: o o Welke drempels ervaren scholen om een schoolfruitactie te implementeren? Welke inspanningen moeten de scholen doen? Hoe moeten scholen overtuigd worden om het lokale binnenlands product te promoten? Is de seizoenskalender gekend? Is er voldoende kennis over de voordelen van lokale producten? COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 12/88

13 o Is een verhoogde distributie bij kleuters wenselijk en haalbaar voor de GSFA? COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 13/88

14 Evaluatie van de begeleidende materialen: o o o o o o o Hoe kan de communicatie vanuit het project geoptimaliseerd worden? Via welke kanalen willen scholen het liefst bereikt worden? Zijn de begeleidende materialen gekend en in welke mate worden ze gebruikt? Hoe worden de begeleidende materialen en communicatiekanalen geëvalueerd? Zijn er leemten in het aanbod? Zijn de begeleidende materialen voldoende beschikbaar? Realiseren ze het beoogde effect? Is de methodiek Gezonde School gekend? Welke andere maatregelen op het vlak van algemeen gezondheidsbeleid worden er gehanteerd? Specifiek voor het buitengewoon secundair onderwijs: welke begeleidende maatregelen kunnen best ontwikkeld worden? Evaluatie van de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij de registratie: o o Wat vinden de scholen van het e-loket? Wat vinden de scholen van de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij het invullen van de erkennings- en subsidieaanvraag? Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag: o o o o o Is er volgens de scholen voldoende return voor de inspanningen die door hen als school geleverd worden? Hoe worden de schoolfruitacties door de ouders en de leerlingen zelf geëvalueerd? Wat is de kennis over en wat zijn de attitudes ten aanzien van groenten en fruit bij de deelnemende leerlingen en hun ouders? Is de consumptie van groenten en fruit bij deelnemende leerlingen toegenomen, op school en daarbuiten? Wat is het effect bij de ouders zelf? (declaratief) Wat is de intentie om fruit en groenten mee te nemen naar school? Geven ouders meer fruit mee naar school? Deze onderzoeksvragen worden een voor een behandeld in de volgende hoofdstukken. COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 14/88

15 Evaluatie Methodologie in 6-stappen Om een antwoord te geven op de verschillende onderzoeksvragen gebeurde de evaluatie van de schoolfruitactie in 6 luiken: Luik 6 Luik 1 Wenselijkheid van 2 de distributie kleuteronderwijs Nov-dec 2014 Kwantitatief Luik 2 Detecteren van leemten in communicatie en argumenten basisonderwijs Nov-dec 2014 Kwalitatief Luik 3 Behoeften wat betreft ondersteuning BuSo Nov-dec 2014 Kwalitatief Luik 4 Nulmeting en evaluatie registratieprocedure BuSo Feb-Maart 2015 Kwantitatief Luik 5 Evaluatie basisonderwijs en 1-meting BuSO Maart 2016 Kwantitatief Effectmeting bij ouders en kinderen Mei 2016 Kwantitatief 1. Onderzoeken van de wenselijkheid van een 2 de distributie in het kleuteronderwijs In een eerste Departement luik werd Landbouw nagegaan en of Visserij bij de kleuterscholen in het kader van de GSFA ruimte is om een extra Evaluatieonderzoek wekelijkse fruitbedeling Schoolfruitactie te organiseren (qua tijdsinvestering van de leerkrachten, TNS Juni schilouders, en ouderbijdrage). De resultaten werden verzameld door middel van een online enquête. Voor het versturen van de uitnodigingen deed TNS beroep op een contactbestand aangeleverd door het departement L&V. Er werd aan de kleuterscholen gevraagd om de vragenlijst te laten invullen door de verantwoordelijke voor de GSFA in de kleuterschool (directie of ondersteuners). Als stimulans werden er fruitmanden onder de deelnemers verloot. Het ging hierbij om een kwantitatieve onderzoeksmethode (online). Het veldwerk vond plaats van 20 november tot 8 december N=286 kleuterscholen vulden de vragenlijst in. Dit komt overeen met een responsgraad van 35% (op een totaal van 807 verstuurde uitnodigingsmails). De resultaten werden gewogen naar het onderwijsnet en de habitat (=ligging) van de school, volgens de verhoudingen aanwezig in het geleverde contactbestand: 5 COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 15/88

16 De meeste respondenten hebben een functie op directieniveau of zijn tewerkgesteld op het secretariaat, respectievelijk 57% en 33%. De steekproef bestaat zowel uit kleinere als grotere scholen en er is een goede spreiding over de Vlaamse provincies. 2. Onderzoek naar de communicatiebehoeften en argumenten bij basisscholen De bedoeling van dit onderzoeksdeel was het detecteren van leemten in de communicatie en begeleidende materialen bij basisscholen en het creëren van inzicht in de argumenten om nietdeelnemende scholen over de brug te trekken. Dit luik betrof een kwalitatieve onderzoeksaanpak. Er werden 18 face-to-face interviews van 1 uur afgenomen met: 8 verantwoordelijken van de schoolfruitactie in scholen die deelnemen aan de gesubsidieerde schoolfruitactie 6 verantwoordelijken van de schoolfruitactie in scholen die deelnemen aan de fruit-in-deboekentas actie of een andere eigen actie, maar niet (meer) aan de gesubsidieerde schoolfruitactie (waarvan 3 afhakers) 4 directieleden of coördinatoren voor gezondheid in scholen die geen enkele vorm van schoolfruitactie organiseren (waarvan 2 afhakers) Er werd gezorgd voor een spreiding naar onderwijsnet en type onderwijs: Onderwijsnet: o 10 scholen van het gemeenschapsonderwijs o 8 scholen van het katholieke net Type: o 14 basisscholen die gewoon onderwijs aanbieden o 4 basisscholen die buitengewoon onderwijs aanbieden COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 16/88

17 De interviews werden afgenomen in de periode november-december COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 17/88

18 3. Behoeftenonderzoek bij BuSO-scholen Binnen dit derde luik (periode november-december 2014), gericht op het buitengewoon secundair onderwijs, werd via een kwalitatief onderzoek nagegaan wat de behoeften van het BuSO zijn naar ondersteuning in het kader van de schoolfruitactie. Welke pistes ter optimalisatie bestaan er om een geschikte aanpak te ontwikkelen om BuSO-scholen te laten participeren? Wat zijn de noden van BuSO? Op welke manier kan de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit verbeterd worden? Hoe wordt het bestaande begeleidende materiaal geëvalueerd en hoe moet bruikbaar materiaal voor het BuSO er uitzien? Er werden 9 face-to-face interviews van 1 uur afgenomen met: 3 verantwoordelijken van de schoolfruitactie in scholen die zich al registreerden bij start ( ) voor de gesubsidieerde schoolfruitactie 3 directieleden of coördinatoren voor gezondheid in scholen die deelnemen aan de fruit-in-deboekentas actie of een andere eigen actie, maar niet aan de gesubsidieerde schoolfruitactie 3 directieleden of coördinatoren voor gezondheid in scholen die geen enkele vorm van schoolfruitactie organiseren Er werd gezorgd voor een spreiding over onderwijsnet en type: 4 scholen van het gemeenschapsonderwijs 5 scholen van het katholieke net 4. Nulmeting en evaluatie van de eerste registratie bij BuSO Van 24 februari tot 25 maart 2015 vulden n=45 personen die op BuSO-scholen verantwoordelijk zijn voor het voedings- en gezondheidsbeleid, voor schoolfruitacties of directieleden online een kwantitatieve vragenlijst in over de eventuele deelname van de school aan schoolfruitacties en de evaluatie van de registratieprocedure en gebruik van het e-loket bij de eerste steunaanvraag bij het buitengewoon secundair onderwijs (GSFA was voor het eerst mogelijk in het BuSO in het schooljaar ). Dit komt overeen met een responsgraad van 38%, op 119 uitnodigingsmails. Het contactbestand werd aangeleverd door het departement L&V. Als stimulans werden er fruitmanden onder de deelnemers verloot. Net als in luik 1 werden de resultaten gewogen naar het onderwijsnet en de habitat van de school: COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 18/88

19 De steekproef heeft de volgende samenstelling: 5. Evaluatiemeting in het basisonderwijs en 1-meting bij BuSO De doelstelling van dit vijfde deel was tweeledig: enerzijds een balans opmaken bij basisscholen anderzijds een jaar na opstart de stand van zaken bekijken in het BuSO De aanpak was kwantitatief onderzoek (online). Alle deelnemers (verantwoordelijken voor het voedings- en gezondheidsbeleid, voor schoolfruitacties of directieleden) werden online bevraagd. Als stimulans werden er ook in dit luik fruitmanden onder de deelnemers verloot. COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 19/88

20 Steekproefgrootte: - n=481 basisscholen, wat overeenstemt met een responsgraad van 19% op 2564 uitnodigingsmails - n=18 BuSO-scholen, een responsgraad van 15% op 121 uitnodigingsmails Het veldwerk vond plaats van 8 tot 25 maart COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 20/88

21 Basisonderwijs: De resultaten werden zoals bij de vorige metingen herwogen naar onderwijsnet en habitat van de school. Vooral directieleden (71%) en medewerkers van het secretariaat (17%) vulden de vragenlijst in. Daarnaast ook een aantal verantwoordelijken voor het gezondheidsbeleid (7%) en leerkrachten (6%). COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 21/88

22 1-meting Buso: Ook de resultaten van de 18 enquêtes uit de 1-meting in het BuSO werden herwogen volgens hetzelfde stramien als in de nulmeting: Dit resulteerde in de volgende steekproefsamenstelling (steekproef van de 1-meting (in kleur), afgezet tegenover de nulmeting (in grijs)): COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 22/88

23 6. Effectmeting bij ouders en kinderen Het laatste luik werd bij ouders van kinderen in het basisonderwijs en het BuSO en bij kinderen uit de tweede en derde graad van het gewone basisonderwijs afgenomen, met als doel het effect van de schoolfruitacties te meten op de attitude en het gedrag van kinderen en hun ouders. Het betrof in beide gevallen een kwantitatieve bevraging. Ook dit laatste deel verliep via een online bevraging. Scholen die zich hiertoe bereid verklaarden in luik 5 verspreidden informatie over het onderzoek naar de ouders. TNS bezorgde deze scholen een brief die kon meegegeven worden met de leerlingen of g d kon worden naar de ouders, met daarin alle nodige info en een link naar de vragenlijst. Er werd ook een suggestietekst geleverd die de school op de website of de facebookpagina kon plaatsen. Uiteindelijk werden via 1 op 3 van de scholen die zich initieel bereid verklaarden vragenlijsten ingevuld (via 101 scholen). Voor de bevraging van de kinderen werd daarnaast beroep gedaan op het online panel van TNS. Dit alles resulteerde in de volgende steekproef: N=837 ouders N=454 kinderen, waarvan 131 via het online panel van TNS Het veldwerk werd uitgevoerd van 9 mei tot 13 juni Onder de deelnemers en de scholen via dewelke de vragenlijsten werden verzameld werden elektronische bonnen voor het aankopen van groenten en fruit verloot. De steekproef van de ouders ziet er als volgt uit (n=837): De ouders beantwoordden niet alleen vragen over zichzelf, maar ook over hun kind. COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 23/88

24 Deze evaluatie over hun kind is evenredig verdeeld naar geslacht: in 49% van de gevallen gaat het over hun zoon, in 51% over hun dochter. 93% van deze kinderen neemt aan een schoolfruitactie deel (75% aan de GSFA, 47% aan fruit-inde-boekentas), 7% aan geen van beide. De verdeling naar onderwijs van het door de ouders beoordeelde kind is als volgt gespreid: o 96% volgt les in het gewone basisonderwijs (n=805) 34% in de kleuteronderwijs 62% in het lager onderwijs, mooi verdeeld over de onderwijsgraden 24% in de eerste graad 1% in de tweede graad 8% in de derde graad o 3 % in het buitenge woon basisonde rwijs (n=23) o 1 % in het BuSO (n=9). Naast de ouders werden ook kinderen uit de tweede en derde graad van het gewone basisonderwijs bevraagd (n=454). Zij hebben het volgende profiel: COMASE SA Achtergrond en objectieven Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 24/88

25 2 Stand van zaken van de schoolfruitacties 2.1 Wat is de stand van zaken van de deelname aan de verschillende schoolfruitacties? Basisonderwijs 6 op 10 basisscholen nemen deel aan de GSFA (58% van de kleuterscholen en 62% van de lagere scholen). De GSFA is dus goed ingeburgerd. In grote centra (=grootsteden) ligt de deelnamegraad wat lager (kleuterscholen: 46%/lagere scholen: 49%). Kleine kleuterscholen (72%) en scholen uit het buitengewoon onderwijs (82%) nemen anderzijds vaker deel. De meerderheid van de deelnemende scholen doet dit reeds geruime tijd (3 schooljaren of meer: kleuterscholen: 89%/lagere scholen: 87%). 1 op de 10 scholen is een ex-deelnemer (kleuterscholen: 10%/lagere scholen: 9%). Ze namen gemiddeld 3 à 4 jaar deel (kleuterscholen: 3,6 jaar/lagere scholen: 3,5 jaar). 3 op 10 nam nog nooit deel (kleuterscholen: 32%/lagere scholen: 29%). De intentie om in de toekomst deel te nemen aan de GSFA is groot, en ongeveer gelijk aan de huidige deelnamegraad van 6 op 10 (kleuterscholen: 61%/lagere scholen: 66%). In grote centra (kleuterscholen: 49%/lagere scholen: 54%) en in grote kleuterscholen (51%) ligt de intentie om deel te nemen lager, in het buitengewoon onderwijs hoger (89%). Wanneer we de intentie bekijken in functie van de huidige deelnamegraad, dan zien we dat bijna elke school die nu deelneemt aan GSFA dit wil blijven doen (kleuterscholen: 98%/lagere scholen: 99%). 1 op 5 stoppers zou terug willen instappen (kleuterscholen: 18%/lagere scholen: 20%) en van de scholen die nog nooit deelnamen zou de GSFA 1 op 10 kunnen aantrekken (kleuterscholen: 7%/lagere scholen: 11%). 7 op 10 basisscholen organiseren de actie fruit-in-de-boekentas (kleuterscholen: 71%/lagere scholen: 68%), de meesten al een lange tijd (3 schooljaren of meer: kleuterscholen: 88%/lagere scholen: 86%). In grote centra, waar men minder dan gemiddeld deelneemt aan de GSFA (zie hierboven), ligt de deelnamegraad aan fruit-in-de-boekentas net hoger (kleuterscholen: 82%/lagere scholen: 81%), terwijl het in het bijzonder lager onderwijs omgekeerd is; deze scholen nemen vaker dan gemiddeld deel aan de GSFA, maar minder dan de gemiddelde basisschool aan fruit-in-de-boekentas (46%). Slechts 4% van de basisscholen zette de actie fruit-in-de-boekentas stop. Eens de school ermee begint, is de uitval dus laag. 1 op 4 zette de actie nog nooit op (kleuterscholen: 25%/lagere scholen: 28%). De intentie om fruit-in-de-boekentas in de toekomst te organiseren ligt ook bij de actie fruit-in-deboekentas gelijk aan het huidige deelnamepercentage (69%). 9 op 10 scholen die nu al deelnemen, wil dit blijven doen (90%), 1 op 10 van de stoppers wil de actie heropstarten (kleuterscholen: COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 25/88

26 9%/lagere scholen: 14%) en 1 op 5 van wie nog nooit deelnam, wil dit voor het eerst organiseren (kleuterscholen: 21%/lagere scholen: 24%). Meer dan de helft van de basisscholen organiseert een andere activiteit waarbij fruit en groenten op school worden aangeboden (kleuterscholen: 56%/lagere scholen: 53%). Bij 8 op 10 is dit al een jarenlange gewoonte (3 schooljaren of meer: kleuterscholen: 80%/lagere scholen: 81%). In kleinere kleuterscholen zet men vaker dan gemiddeld andere acties op (72%). 4 op 10 basisscholen ondernam nog nooit een andere actie dan GSFA of fruit-in-de-boekentas (43%). Slechts een minderheid begon er ooit aan maar hield er na verloop van tijd mee op (kleuterscholen: 2%/lagere scholen: 3%). In grote lagere scholen ligt het percentage stoppers wel wat hoger (10%). Naar de toekomst toe is de intentie om een andere activiteit op school te organiseren waarbij fruit en groenten worden aangeboden minder groot. Terwijl de intentie om de GSFA of fruit-in-deboekentas te organiseren gelijk blijft aan het huidige deelnamepercentage, ligt dit bij de andere activiteiten gevoelig lager dan nu het geval is. De organisatiegraad zou kunnen dalen van 5 op 10 naar 3 op 10 basisscholen, want slechts 32% geeft aan van plan te zijn een andere activiteit op te zetten in de toekomst (de helft van de huidige organisatoren (kleuterscholen: 50%/lagere scholen: 49%), 4 op 10 van de ex-organisatoren (kleuterscholen: 41%/lagere scholen: 43%) en 1 op 10 van degenen die nog nooit een andere actie opzetten (kleuterscholen: 9%/ lagere scholen: 10%)). Andere activiteiten draaien vaak rond specifieke acties, zoals bijvoorbeeld een gezonde maand (kleuterscholen: 37%/lagere scholen: 37%), het integreren van kooklessen of workshops tijdens de lessen (kleuterscholen: 32%/lagere scholen: 34%), het aanbieden van gezonde tussendoortjes (kleuterscholen/lagere scholen: 21%), fruit (kleuterscholen: 20%/ lagere scholen: 17%) of een gezond ontbijt (kleuterscholen: 19%/lagere scholen: 21%). Sommige scholen hebben een groentetuin (kleuterscholen/lagere scholen: 8%), bieden soep aan (kleuterscholen: 8%/lagere scholen: 6%) of hebben in het algemeen aandacht voor gezonde maaltijden (kleuterscholen: 8%/lagere scholen: 9%). Alles samengeteld, zetten zo goed als alle scholen een of andere actie op waarbij de fruit- of groenteconsumptie gestimuleerd wordt (99%), hetzij de GSFA, de actie fruit-in-de boekentas, een andere activiteit of een combinatie van deze. COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 26/88

27 Uit de kwalitatieve interviews met verantwoordelijken binnen de basisscholen blijkt dat de GSFA door veel scholen als een hulpmiddel gezien wordt om een gezonde gewoonte te kweken binnen de schoolmuren. Het is een actie die scholen de mogelijkheid biedt om hun gezondheidsvisie om te zetten naar een gezondheidsbeleid dat onderschreven wordt door de directie en het hele lerarenteam. Veel scholen hebben een uitgesproken visie over hoe de gezondheid van hun leerlingen binnen de schoolmuren bevorderd zou kunnen/moeten worden. Echter, vaak blijft het bij woorden. Scholen weten wel wat ze zouden kunnen veranderen om gezondheid in hun school te bevorderen, maar vaak ontbreken concrete acties maar ook financiële middelen om dit te realiseren. De focus van acties door scholen, wanneer het gaat rond evenwichtige voeding, ligt voornamelijk in het beperken/verbieden van ongezonde voeding/drank, maar in mindere mate in het stimuleren van gezonde/evenwichtige voeding/drank. De GSFA spreekt daarom in de eerst plaats aan omdat het de mogelijkheid biedt om: een concrete actie binnen de school te lanceren die tot doel heeft gezonde/evenwichtige voeding te stimuleren en die financieel ondersteund wordt door subsidies. Wat de sociale groep betreft, weten we uit de effectmeting bij ouders dat de deelname binnen de lage sociale groep op peil is en dat de GSFA er dus ook in slaagt om deze doelgroep goed te betrekken (geen significant verschil tussen de deelname van het kind aan GSFA indien de mogelijkheid op de school bestaat bij lage dan wel hoge sociale groep). Binnen de lage sociale groep is er echter wel meer onwetendheid over de mogelijkheid tot fruit-in-de-boekentas op school, bestaat dit op de school of niet?). COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 27/88

28 2.1.2 Buitengewoon secundair onderwijs In het BuSO is deelname aan de GSFA pas recent mogelijk, namelijk sinds het schooljaar De actie ging er goed van start. In maart 2015 (0-meting) nam 43% van de scholen uit de steekproef deel aan de GSFA. Een jaar later, in maart 2016 (1-meting), ligt de deelnamegraad op 51% van de BuSO-scholen. 14% (of 1 van de 18 bevraagde scholen in de 1-meting) stopte er na een schooljaar mee omdat veel leerlingen met het fruit speelden, en er dus steeds een deel verloren ging. Ook na pogingen om het binnen de klas te laten opeten. Het groeipotentieel blijft ook na het startjaar groot. 72% van de BuSO-scholen heeft de intentie in de toekomst deel te nemen aan GSFA, iedereen die momenteel al deelneemt en 56% van de huidige niet-deelnemers. Slechts 1 op 10 BuSO-scholen uit de steekproef organiseert in maart 2016 de actie fruit-in-deboekentas (12%). 8% deed dit vroeger wel, maar haakte ondertussen af. 8 op 10 zette de actie nog nooit op. Men is in BuSO-scholen wel van plan om in de toekomst opnieuw meer acties als fruit-in-deboekentas te organiseren. 39% ziet dit realiseerbaar (1-meting maart 2016). Ook 1 op 3 (34%) van wie de actie nog nooit organiseerde, ziet dit gebeuren in de toekomst. 1 op 2 (54%) organiseert nog een andere activiteit waarbij groenten en fruit op school worden aangeboden. In 6 op 10 scholen (58%) wordt de andere activiteit al sinds 3 schooljaren of meer opgezet. De intentie om dit in de toekomst te doen (52%) is gelijk aan de huidige deelnamegraad. 3/4 e van de huidige organisatoren (76%) en 1 op 5 (19%) van wie nog nooit een andere actie opzette, overweegt dit in de toekomst. Voorbeelden van andere activiteiten in het BuSO zijn: COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 28/88

29 het aanbieden van of goedkoop verkopen van fruit op school (57%) acties als de gezonde maand (55%) het aanbieden van gezonde maaltijden met meer groenten (49%) het aanbieden van of goedkoop verkopen van soep (27%) een gezond ontbijt voorzien (25%) eigen groenten/fruit telen in de groentetuin van de school (18%) kooklessen of workshops organiseren tijdens de lessen (17%) gezonde tussendoortjes aanbieden, minder snoep (10%) 2.2 Zijn er overgangen van de ene naar de andere formule binnen de schoolfruitacties? Basisonderwijs Er werden weinig cijfermatige aanwijzingen gevonden dat er een eenrichtingsovergang gemaakt wordt van de ene specifieke actie naar de andere, bijvoorbeeld van GSFA naar fruit-in-deboekentas. De omgekeerde beweging wordt even goed gemaakt, getuige de volgende uitspraken uit het basisonderwijs. We zijn overgeschakeld van GSFA naar het zelf fruit meebrengen. Dan heeft iedereen een stuk fruit dat hij lust en wordt er minder verspild. We zijn gestopt met fruit-in-de-boekentas omdat wij nu via tutti frutti twee keer in de week fruit aanbieden, yoghurt en verse soep maken. We zijn gestopt met fruit-in-de-boekentas omdat we nu deelnemen aan de gesubsidieerde actie. De rest betaalt het oudercomité. Wij bieden sinds dit schooljaar dagelijks een stuk fruit / groenten aan in de voormiddag in plaats van fruit-in-de-boekentas. In de namiddag krijgen de leerlingen dan een koek of nootjes en rozijntjes. Dit komt maandelijks op de schoolfactuur: de ouders betalen voor dit alles 7,00 per maand. Op het einde van het schooljaar en tijdens uitstapjes hebben we zelfs wat marge om dan iets extra aan te bieden. De schoolfruitacties worden vaak samen georganiseerd. We zien bij de helft van de basisscholen een overlap van de GSFA met een andere activiteit: 54% van de kleuterscholen die deelnemen aan de GSFA organiseren ook fruit-in-de-boekentas en 54% een andere activiteit, 52% van de deelnemende lagere scholen aan de GSFA organiseren ook fruit-in-de-boekentas, 51% ook een andere activiteit. Uit het kwalitatieve luik komt wel naar voor dat vooral bij scholen met kinderen uit een bepaald milieu, wiens ouders beperkte financiële mogelijkheden hebben, of bij scholen met kinderen die van thuis uit geen gezonde eetcultuur meekrijgen, de GSFA als concrete actie en noodzakelijke tussenstap wordt gezien om een gezonde gewoonte te introduceren in de school en om eventueel later enkel verder te gaan/te starten met een fruit-in-de-boekentas-actie. Verschillende scholen worden bevolkt door een specifieke populatie met bepaalde problemen die gekenmerkt wordt door: COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 29/88

30 Socio-economische gegevenheden: Financiële problemen: Kinderen uit kansarme gezinnen of uit gezinnen met financiële problemen krijgen van thuis uit weinig of geen gezonde voeding mee. Fruit en groenten zijn duur en vaak zijn er andere meer prangende (kleding, energierekeningen, ) prioriteiten aan welke het beperkte budget gespendeerd dient te worden. Beperkte kennis over gezonde voeding: Sommige ouders hebben een beperkte kennis wanneer het gaat over het onderscheid tussen gezonde en minder gezonde voeding. Ook kennis over het belang van een gevarieerde voeding is beperkt. Culturele gegevenheden: Verdwijnen kook-cultuur: Veel kinderen worden van thuis uit heel weinig gestimuleerd om nieuwe dingen uit te proberen. Voor verschillende kinderen zijn de warme schoolmaaltijden de enig warme maaltijden per week, naast één keer per week naar de frituur gaan en naast de wekelijkse maaltijd bij de grootouders. Hun eigen ouders zien ze zelden of nooit koken. Ze hebben daardoor een zeer beperkte kennis over welk fruit en welke groenten er allemaal bestaan, hoe het groeit en wat je er mee kan doen. Bepaalde culinaire gebruiken en gewoonten: Veel scholen vooral in de steden hebben te maken met een etnisch divers publiek met verschillende culturele achtergronden en gebruiken. Verschillende culturen denk maar aan de Marokkaanse cultuur worden gekenmerkt door een hoog verbruik aan suiker dat in zowel voeding als drank verwerkt wordt. Dit met gevolgen voor de smaakontwikkeling van de kinderen, die een sterke drang hebben naar heel gesuikerde zaken en in mindere mate aangetrokken worden door fruit en groenten. Een tussendoortje in de vorm van fruit of groenten wordt niet als heel aantrekkelijk gezien. Dit alles heeft tot gevolg dat sommige kinderen een brooddoos vol ongezonde, eenzijdige voeding meekrijgen of in bepaalde schrijnende gevallen helemaal geen eten of beschimmeld eten meekrijgen van thuis. Indien deze scholen deelnemen aan de GSFA kan - door middel van de juiste educatie/sensibilisering - op termijn overgeschakeld worden naar acties waarbij het initiatief niet meer bij de school, maar bij de ouders ligt en kan de opgelegde actie evolueren naar een gezonde gewoonte bij de kinderen. In scholen waar de populatie voldoende financiële middelen heeft, wordt de GSFA hiervoor niet als noodzakelijk gezien. Daar bestaat vaak al een gezonde gewoonte die geïnitieerd of zonder veel problemen ondersteund wordt door de ouders Buitengewoon secundair onderwijs In de BuSO-scholen zien we de combinatie vooral met andere activiteiten dan fruit-in-deboekentas. In de meest recente meting (1-meting maart 2016) is de overlap van GSFA met fruitin-de-boekentas eerder beperkt, ook door de lagere deelnamegraad aan fruit-in-de-boekentas in het algemeen (7% doet beide). 35% van de BuSO-scholen die deelnemen aan de GSFA organiseren daarnaast wel nog een andere activiteit. COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 30/88

31 2.3 Door wie wordt de extra schoolbijdrage betaald? Het grote succes van de gesubsidieerde schoolfruitactie ligt in het feit dat deze actie door middel van subsidies financieel ondersteund wordt vanuit de overheid, waardoor de school goedkoop fruit kan aanbieden. Dit betekent dat ouders in plaats van zelf fruit en groenten te moeten financieren, dit voor een deel gefinancierd krijgen door de overheid en eventueel de school. Hierdoor krijgen ook diegenen die de aankoop van fruit en groenten moeilijk kunnen financieren toegang tot een wekelijkse portie vitaminen. Dit is een voordeel ten opzichte van fruit-in-de-boekentas waarbij de ouders volledig zelf voor de financiering instaan Basisonderwijs De bijdrage voor de GSFA, bovenop het steunbedrag van 4 euro dat de school van de overheid per kind ontvangt, komt meestal van de ouders (in 66% van de kleuterscholen/65% van de lagere scholen). In 1 op 5 scholen draagt de school bij (21%), in 15% à 16% van de scholen de ouderraad. De gemiddelde extra bijdrage in de basisschool ligt in maart 2016 op iets meer dan 5 euro (cfr luik 5). Eind 2014 lag de gemiddelde extra bijdrage in de kleuterschool, nog op 4,5 euro (cfr luik 1). Op een kleine twee jaar tijd, steeg de extra bijdrage dus met een euro. Bij scholen met een hoog aandeel GOK leerlingen (40% of meer) komt de bijdrage vaker van de school zelf (kleuterscholen: 29%/ lagere scholen: 26%, verder in dit rapport zal ook blijken dat de kosten voor de ouders vaker een drempel worden aanzien in deze scholen, althans volgens de verantwoordelijke in de school). COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 31/88

32 2.3.2 Buitengewoon secundair onderwijs BuSO-scholen nemen vaak zelf (een deel van) de extra bijdrage voor hun rekening (52%), vergeleken met het basisonderwijs (21%). De helft van de ouders wordt een bijdrage gevraagd (54%). De bijdrage schommelt rond de 5 euro. 2.4 Hoe betrekt de school de ouders bij de schoolfruitacties? Basisonderwijs Ouders van kinderen in basisscholen worden vooral door middel van een brief bij de start van de actie bij de verschillende schoolfruitacties betrokken. 86% bezorgt hen een brief over de GSFA, 74% over de actie fruit-in-de-boekentas en de eventuele andere acties. De helft plaatst een bericht op de website van de school. Een info-moment op school wordt meer georganiseerd voor fruit-inde-boekentas (54%) dan voor de GSFA (34%). COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 32/88

33 De actie fruit-in-de-boekentas wordt bij scholen met een hoog aandeel GOK leerlingen (40% of meer) meer vermeld bij de inschrijving dan gemiddeld (8%, t.o.v. slechts 2% indien het aandeel GOK leerlingen lager is) Buitengewoon secundair onderwijs Net als in de basisscholen worden ook ouders in het BuSO vooral via brief betrokken bij de schoolfruitacties. 72% ontvangt bij de start van het schooljaar een brief over de GSFA, 68% over fruit-in-de-boekentas en 65% over eventuele andere acties op de school. 1 op 3 organiseert een info-moment op school, even vaak voor de GSFA (37%) als voor fruit-in-de-boekentas (32%). Een ander doorgeefluik van info over de schoolfruitacties in het BuSO is de nieuwsbrief (GSFA: 21% / fruit-in-de-boekentas: 32%). COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 33/88

34 COMASE SA Stand van zaken van de schoolfruitacties Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 34/88

35 3 Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit 3.1 Welke drempels ervaren scholen om een schoolfruitactie te implementeren? Welke inspanningen moeten de scholen doen? Basisonderwijs Uit luik 1, specifiek bij de kleuterscholen, blijkt dat de meningen over de inspanningen die de kleuterschool moet doen in het kader van de GSFA verdeeld zijn (administratief en op vlak van wassen, schillen en snijden van het fruit of de groente). Voor 28% van de kleuterscholen vergt de GSFA veel inspanningen, voor 32% weinig. Volgens de resultaten uit luik 5, is de grootste drempel voor basisscholen om deel te nemen aan de GSFA het tekort aan personeel voor de praktische organisatie (34%), samen met het kostenplaatje voor de ouders (19%) en de school (14%). Een tekort aan personeel is meer een issue in grotere (46%) dan kleine scholen (21%). De kosten zijn een grotere drempel wanneer de school in een grootstad ligt (voor de ouders: 28%, voor de school: 21%), in het buitengewoon onderwijs (voor de ouders: 32%) of wanneer er een hoog aandeel GOK leerlingen (40% of meer) les volgen op de school (voor de ouders: 29%). Verder werkt de angst voor/indruk van administratieve problemen belemmerend voor 15% van de basisscholen en ervaart 11% een probleem met de leverancier. Bij 8% zijn acceptatieproblemen bij de leerlingen een hinderpaal of het ontbreken van een draagvlak in de school. Een aantal uitspraken over de redenen om niet deel te nemen aan de GSFA: "Het is praktisch-organisatorisch erg moeilijk. Fruit halen is één ding, het daarna nog wassen, snijden en verdelen is een ander ding, waarvoor je geen mensen te beschikking hebt." "Als je het doet moeten alle leerlingen kunnen deelnemen. Voor sommige ouders is alles wat je niet gratis aanbiedt te duur." De levering aan de school was niet zo evident. Ook de administratie hiervan is een struikelblok. "De school wil niet alle verantwoordelijk van de ouders wegnemen. Ouders hebben een taak om kinderen gezonde voedingsinzichten aan te leren. Wij willen hen wel ondersteunen." Omdat de kleuters elke dag zelf fruit meenemen." COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 35/88

36 In de meeste basisscholen is deelname aan GSFA dan ook niet verplicht (bij 35% verplicht), in tegenstelling tot fruit-in-de-boekentas (bij 66% verplicht). Scholen met een hoger aandeel GOKleerlingen (40% of meer) nemen de deelname aan de GSFA wel vaker op als een verplichting in het schoolreglement dan de gemiddelde school (49%, t.o.v. 28% bij scholen met een lager aandeel GOK-leerlingen). 10% van de kleuterscholen en 9% van de lagere scholen nam vroeger deel aan de GSFA, maar is gestopt. De belangrijkste redenen om de deelname stop te zetten zijn verspilling van fruit en groenten, omdat de kinderen niet alle soorten fruit lusten (een reden voor 27% van de kleuterscholen en 28% van de lagere scholen) en er te veel fruit wordt weggegooid (kleuterscholen: 17%/ lagere scholen: 20%). Andere stop -redenen zijn: ontevredenheid over het geleverde fruit/groenten (geleverd fruit was van slechte kwaliteit/weinig variatie: kleuterscholen: 26%/lagere scholen: 31%) de moeilijke praktische organisatie (extra werk voor de leerkrachten: kleuterscholen/lagere scholen: 22%, er zijn niet voldoende schilmama s: kleuterscholen: 9%/lagere scholen: 5%) de kostprijs (duur: kleuterscholen: 17%/lagere scholen: 15%) het feit dat men aan de ouders zelf vraagt om fruit mee te geven/bestaan van gelijkaardige acties (kleuterscholen: 15%/lagere scholen: 10%). 1 op 10 stoppende scholen was te laat met de aanvraag. 39% van de kleuterscholen en 34% van de lagere scholen heeft geen plannen om in de toekomst deel te nemen aan de GSFA. De belangrijkste reden hiervoor is dat zij zelf vragen aan de ouders om fruit mee te geven (kleuterscholen: 40%, lagere scholen: 31%) en het bestaan van gelijkaardige acties op school (kleuterscholen: 36%, lagere scholen: 31%). Op de tweede plaats komen de extra werkbelasting voor de leerkrachten (kleuterscholen: 14%/lagere scholen: 11%), de kosten (kleuterscholen: 12%/lagere scholen: 11%) en onvoldoende hulp van schilmama s (kleuterscholen: 8%/lagere scholen: 5%). 1 op 10 vindt dat de ouders verantwoordelijk zijn en niet de school (kleuterscholen: 7%/lagere scholen: 9%). Ook hier zien we dat scholen met een hoog aandeel GOK leerlingen in hun schoolpopulatie de kosten voor de ouders vaker als reden aangeven om in de toekomst niet deel te nemen aan de GSFA (28% van de kleuterscholen en 26% van de lagere scholen met een hoog aandeel GOKleerlingen geven dit als reden op, t.o.v. slechts 5% van de scholen met een lager aandeel GOK leerlingen). Ook uit het kwalitatieve onderzoek komen financiële, logistieke, administratieve en praktische problemen als belangrijkste drempels voor de scholen naar voor. Financiële problemen Een van de pluspunten van de GSFA is het feit dat deze actie door middel van subsidies financieel ondersteund wordt vanuit de overheid. Het feit dat na tussenkomst door de overheid er echter nog steeds een bepaald bedrag gefinancierd dient te worden, kan een barrière zijn voor bepaalde scholen om deel te nemen en is problematisch in verschillende wel-deelnemende scholen. COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 36/88

37 We onderscheiden twee soorten scholen. Voor bepaalde scholen wordt het restbedrag als een financiële barrière gezien, daar waar voor andere scholen het restbedrag gezien wordt als een overbrugbare, al fel gereduceerde kost die stimuleert om in te schrijven op de gesubsidieerde schoolfruitactie. In het huidige economische klimaat met besparingen en financiële afwegingen is het voor sommige scholen die nu wel tussenkomen geheel of voor een deel steeds moeilijker om dragen. Scholen zijn gebonden aan een maximumfactuur, budgetten om zelf te financieren worden kleiner en kosten nemen niet af. Vaak hebben zij andere kosten voor meer prangende aankopen/vernieuwingen, zoals aankoop van ICT-materiaal, waar prioriteit aan gegeven wordt. Deze keuze voor andere prioriteiten wordt deels ook gemotiveerd vanuit het idee dat gezonde voeding wel ondersteund en gestimuleerd kan worden vanuit de school, maar dat het in hoofdzaak de verantwoordelijkheid is van de ouders. Wanneer kosten te belastend worden, wordt door scholen vaak de keuze gemaakt over te schakelen op fruit-in-de-boekentas, waarbij diegenen die het het meest nodig hebben opnieuw uit de boot vallen. Verschillende scholen laten de keuze aan de ouders om al dan niet in te schrijven op de GSFA. Wanneer dan noch de ouders noch de school het restbedrag kunnen bekostigen, is dit een gemiste kans voor deze leerlingen. (Nog) niet deelnemende scholen hebben soms geen idee over de prijs van een fruitabonnement. Zij hebben te hoge bedragen in hun hoofd of bedragen die zij als te hoog beschouwen om door te rekenen aan de ouders of vanuit de school te financieren. Wanneer subsidies verlaagd of afgeschaft zouden worden, verliest de GSFA zijn belangrijkste meerwaarde en zouden vele deelnemende scholen afhaken. Velen pleiten voor een verhoging van de subsidies. Een mogelijke oplossing voor deze financiële problemen is het zoeken naar goedkoper fruit. Dit kan eventueel door het afhalen van fruit op veilingen. Nu moeten scholen dit zelf organiseren en dit is logistiek gezien vaak onhaalbaar. De vraag kwam of de overheid de verdeling van overschotten niet zou kunnen organiseren. Dit zou dan een meerwaarde zijn van de actie en kan financieel zeer voordelig zijn voor scholen met beperkte middelen of met ouders met beperkte middelen. Dit zou ook de verspilling die er heerst kunnen tegengaan. In plaats van dan het fruit te subsidiëren zou de overheid het transport kunnen subsidiëren. Nadeel hiervan is dat er genomen moet worden wat er is en dat de kans groot is dat het resterende fruit niet altijd divers is. Dit zou dan deels ten koste gaan van het leerproces dat de gesubsidieerde schoolfruitactie is. Ontbreken van een draagvlak binnen de school Om van de gesubsidieerde schoofruitactie een succes te maken is het fundamenteel dat heel het team het project op een actieve en enthousiaste manier ondersteund: Het is de directie die de keuze maakt om al dan niet deel te nemen, dus de directie moet overtuigd worden. COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 37/88

38 Het zijn de leerkrachten die de praktische realisatie moeten ondersteunen (verdelen van fruit in de klas, coördinatie fruitmoment in de klas, geen fruit in de lerarenkamer laten staan waar het verrot, ). De leerkrachten moeten zelf overtuigd zijn van de noodzaak om voldoende fruit en groenten te eten (voorbeeldfunctie door ook zelf fruit en groenten te eten + toezien dat de kinderen dit doen). Zij moeten het basisidee van de GSFA kunnen appreciëren en gemotiveerd zijn. Om van de GSFA echt een succes te maken en om op termijn impact te hebben op het gedrag van de kinderen is enthousiasme nodig. Sommige scholen beslissen om niet deel te nemen aan de GSFA omdat de directie of leerkrachten zelf niet in voldoende mate gemotiveerd zijn. Dit is ook een belangrijke reden waarom sommige scholen afhaken. Bepaalde scholen die weinig ondersteuning hebben van leerkrachten die de praktische realisatie moeten doen, zouden eventueel wel overwegen om deel te nemen aan de GSFA indien de fruitbedeling slechts 1 keer om de twee weken plaats zou vinden. Dit kan het verschil maken tussen haalbaar en niet haalbaar. Logistieke problemen Wanneer de school gemotiveerd is om deel te nemen aan de GSFA is de belangrijkste eerste stap en een belangrijke stap in het verder gaan met het project, een geschikte leverancier vinden. Een goede leverancier is flexibel, betrokken en levert kwaliteit. Wanneer de tevredenheid over de leverancier niet voldoende is, is dit een reden voor scholen om hun participatie aan de GSFA stop te zetten. Fruit dat niet consumeerbaar is omdat het niet rijp is of juist overrijp veroorzaakt ontgoocheling bij de kinderen. Dit heeft ook tot gevolg dat er niet voldoende fruit is voor alle kinderen, wat maakt dat de praktische organisatie (verdeling) van het fruit bemoeilijkt wordt. Verschillende respondenten gaven aan heel erg tevreden te zijn over Colruyt. Colruyt scoort heel goed in kwaliteit, stiptheid, organisatie (flexibiliteit: omgaan met aanpassingen in aanvraag) en communicatie. Zij communiceren ook op een duidelijke manier wat en hoeveel er wanneer geleverd wordt. Colruyt is niet alleen heel flexibel en goed georganiseerd, maar voorziet ook informatie voor de leerkrachten, door middel van Franske Fruit. Bij sommige respondenten bestaat de misvatting dat scholen een leverancier moeten kiezen die op de lijst staat op de site van Tutti Frutti. Voor het vinden van een goede leverancier kan er gewerkt worden met positieve getuigenissen. Dit kan zowel door getuigenissen op de site van de leverancier te plaatsen of bijvoorbeeld door middel van een kort filmpje op de website van een school, waarin positieve verhalen worden gebracht over de samenwerking met hun leverancier. Scholen en leveranciers kunnen werken met documenten die de basiskwaliteit garanderen. Een duidelijke planning van wat, wanneer in welke hoeveelheid COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 38/88

39 geleverd zal worden. Als het ware een soort van engagementverklaring waarin de leverancier zich engageert om rijp fruit en rijpe groenten te leveren. Administratieve problemen Voor scholen die niet deelnemen aan de GSFA kan het idee/de verwachting dat dit veel administratief werk met zich meebrengt een barrière zijn om zich in te schrijven voor de GSFA. Het idee van veel administratie ontmoedigt de scholen en in het bijzonder diegenen die zich hier mee bezig moeten houden. Daarnaast ervaren verschillende scholen problemen: Technische problemen: o Problemen met inloggen o ID wordt niet altijd herkend Organisatorische problemen/timing: o Aanvangsperiode GSFA: GSFA start niet op 1 september maar vanaf oktober, terwijl fruit-in-de-boekentas wel op 1 september begint. o Trage procedure: de erkenningsaanvraag is soms nog niet officieel goedgekeurd maar ondertussen moet er al wel een contract getekend worden met de leverancier. o Te veel andere activiteiten: In sommige periodes wordt fruit geleverd (want je moet aan 30 weken komen) maar eigenlijk is er dan juist geen nood aan wegens andere activiteiten (Sinterklaas, Pasen, ) of vlak voor vakanties (een periode waarin fruit niet altijd tijdig weggewerkt kan worden in de scholen). Omslachtig: o Intensieve subsidieaanvraag o Administratieve rompslomp verbonden aan facturen o Tijdsintensief o Niet intuïtief Deze administratieve problemen kunnen op verschillende manieren verhinderd worden. Verhinderen van technische problemen kan door inlogproblemen te verhelpen en de werking van de ID-login te optimaliseren. Ook door het versnellen van de procedure en de goedkeuring sneller te geven aan scholen zouden scholen sneller deelnemen. Voor velen is de procedure nog te omslachtig. De procedure intuïtiever maken en de aanvraag vereenvoudigen zou een goede zaak zijn. Het startmoment van de GSFA zou vroeger moeten starten, in september in plaats van oktober. Praktische problemen Er komt veel kijken bij de praktische realisatie van de GSFA, en dit neemt veel tijd in: Fruit halen: niet altijd tijdig klaar, wachttijd, probleem bij het verrekenen aan de kassa fruit zou geleverd moeten worden, maar dat verhoogt de kost. COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 39/88

40 Fruit prepareren: wassen, schillen, snijden, Fruit verdelen: fruit rondbrengen in de klassen, uitgeteld per leerling, Fruitmoment ondersteunen: aanwezig zijn, helpen, toezicht houden, bijsturen, Opruimen na het fruitmoment: klaslokaal proper maken, kinderen proper maken, afwassen, Om de praktische realisatie van de GSFA te kunnen bolwerken is het noodzakelijk terug te kunnen vallen op ofwel een geëngageerd team leerkrachten, ofwel externe hulp in de vorm van schilmama s, fruitmama s of grootouders of sympathisanten die een handje helpen. Er bestaan grote verschillen in de externe ondersteuning waarop scholen kunnen terugvallen, gaande van scholen waar door middel van een beurtrol iedereen van de vrijwilligers om de zoveel tijd kan helpen, tot scholen waar er geen enkele betrokkenheid vanuit de ouders/grootouders/sympathisanten bestaat. Zelfs indien scholen kunnen terugvallen op een team vrijwilligers is het soms wegens een niet optimale communicatie met de leverancier moeilijk in te schatten hoeveel werk er gaat zijn (banaan versus ananas) en hoeveel hulp er nodig is. Verschillende scholen melden dat de leerkrachten geen tijd hebben om dit te realiseren. Wanneer de ondersteuning dan van externe aard is, staat of valt de haalbaarheid van de GSFA met deze ondersteuning. In verschillende scholen zijn het bijvoorbeeld twee geëngageerde papa s die het fruit gaan afhalen. Vanaf het moment dat die personen wegvallen en er niemand hun plaats inneemt, komt de haalbaarheid van de GSFA volledig op losse schroeven te staan. Fruit-in-deboekentas is dan een haalbaarder alternatief aangezien de ouders thuis het fruit prepareren. Fruit kant-en-klaar laten leveren zou hiervoor een oplossing kunnen zijn, maar dit heeft een financiële meerkost die niet gedragen kan worden. Voor de praktische realisatie kan de school proberen het vrijwilligersteam uit te breiden door ouders/grootouders/sympathisanten te motiveren en te betrekken. Een andere oplossing zou kunnen zijn om het fruit-groente moment te verplaatsen, door het bijvoorbeeld te koppelen aan de warme maaltijd. Zo wordt het organisatorisch meer haalbaar. Een ander praktisch probleem is dat sommige scholen te maken krijgen met acceptatieproblemen bij hun leerlingen en hierdoor afhaken. Ook scholen die momenteel niet deelnemen aan de GSFA menen dat zich hier een probleem kan voordoen, waardoor ze niet instappen in het project. Er zijn verschillende reden waarom kinderen het hen aangeboden fruit en groenten niet eten. Dikwijls lusten de kinderen het aangeboden fruit of de groenten niet, of ze denken dat ze het niet lusten. Ook willen kinderen het soms niet eten omdat het er niet mooi uitziet. Fruit wordt vaak op voorhand gesneden omdat de speeltijd te kort is, waardoor het eventjes blijft staan. Bijgevolg verkleurt het fruit soms (bv. appels) waardoor de kinderen het niet meer willen opeten. Ook fruit dat een plekje heeft, overrijp of nog te hard is, wordt vaak niet opgegeten. Dit heeft tot gevolg dat veel fruit uiteindelijk in de vuilbak belandt. Verschillende scholen trachten dit op te lossen door het fruitmoment niet te organiseren tijdens de speeltijd maar in de klas, waar de leerkracht toezicht kan houden en er op kan toezien dat fruit niet in de vuilbak belandt. Het is noodzakelijk dat leerkrachten dit moment ondersteunen en de leerlingen motiveren wanneer ze iets niet lusten of denken niet te lusten door te stimuleren om toch minstens één hapje te nemen en door hen het belang van het eten van groenten en fruit te laten inzien. Dit motiveren en toezicht houden kost opnieuw een extra inspanning van de leerkrachten. Een inspanning die tot gevolg kan hebben dat leerkrachten afhaken. COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 40/88

41 Sommige scholen zien hier het voordeel van fruit-in-de-boekentas, waar ouders fruit en/of groenten meegeven waarvan ze weten dat hun kinderen die lusten. Dit heeft enerzijds tot gevolg dat kinderen hun fruit opeten en niet weggooien, maar anderzijds dat ze niet/beperkt gestimuleerd om nieuwe dingen te leren eten. Naast evenwichtige voeding is variatie in voeding belangrijk. Dat is de meerwaarde van de GSFA ten opzichte van fruit-in-de-boekentas Buitengewoon secundair onderwijs Vooral het kostenplaatje, in de eerste plaats voor de ouders (63% volgens de 1-meting in maart 2016), maar ook voor de school (19%), acceptatieproblemen bij de leerlingen (29%) en een tekort aan personeel (19%) vormen een drempel voor het organiseren van een schoolfruitactie volgens de scholen in het BuSO. Scholen die niet van plan zijn om in de toekomst deel te nemen aan de GSFA (29% in de 1-meting in maart 2016, n=5) halen ook vooral de kosten aan (duur/maximumfactuur/bijkomende kosten voor de ouders: 64%), naast de moeilijke praktische organisatie (64%). Een aantal uitspraken uit het BuSO waarom men in de toekomst niet meer wil deelnemen aan de GSFA: We vinden het idee fantastisch maar het is moeilijk om dit georganiseerd te krijgen. Je moet dit nog versnijden, op de speelplaats verdelen, opkuis nadien. Alle werk moet gebeuren tijdens de les. Ook is er een financieel probleem, leerlingen hebben het moeilijk om centen mee te brengen omdat sommigen thuis niet veel middelen hebben. Te duur in verhouding tot de beoogde resultaten, en moeilijk te implementeren. Misschien in een verdere toekomst wel terug maar zeker volgend schooljaar nog niet. COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 41/88

42 Dit is een school bijzonder onderwijs ov3 type 1,3 en 9 met een opleiding tuinbouwarbeider. Wij kweken zelf ons fruit. Verkopen ze aan 0.10 euro op de speelplaats tijdens de pauze. Een deel gaat naar de fruitpers en het appelsap, perensap wordt verkocht aan personeel en aan leerlingen. De reden is dat het wel gesubsidieerd is, maar niet gratis en wij hebben grotendeels ouders die het financieel heel moeilijk hebben, die zelfs moeite hebben om dagelijks een soepje te kunnen betalen van 0,65 euro. Dit werd besproken op ons team. We zien allemaal het belang van deze actie in maar de praktische omstandigheden laten het niet toe. Gezien deze barrières wordt deelname aan de GSFA of fruit-in-de-boekentas dan ook zelden verplicht gemaakt in het BuSO (in de 0-meting in maart 2015: GSFA: 14% / fruit-in-de-boekentas: 33%, maar in de 1-meting in maart 2016 in geen enkele school). Als voornaamste reden voor het organiseren van andere activiteiten dan de GSFA of fruit-in-deboekentas wordt in de 1-meting in maart 2016 dan ook aangehaald dat deze minder belastend zijn voor de BuSO-school, zowel op financieel (49%), praktisch (36%) als administratief vlak (19%). 41% geeft daarnaast als reden aan dat ze financieel minder belastend zijn voor de ouders. 3.2 Hoe moeten scholen overtuigd worden om het lokale binnenlands product te promoten? Is de seizoenskalender gekend? Is er voldoende kennis over de voordelen van lokale producten? Basisonderwijs Enkele uitspraken van basisscholen over hoe ze rekening houden met het seizoensaanbod: "Door het werken met een bio/fairtrade leverancier zijn het altijd seizoensgebonden groenten en fruit. Voor wat de actie 'foodact' betreft zijn het de overschotten van uit de winkel die het aanbod bepalen... Steeds een verrassing dus!" "Het fruit halen we af bij Colruyt. Colruyt zorgt zelf voor voldoende variatie en houdt rekening met seizoensfruit en eerder onbekende fruitsoorten." De leverancier bepaalt het aanbod, die volgt wel de seizoenskalender, bv. aardbeien, mandarijntjes,... De school neemt ook altijd deel aan witloof en champignonteelt." "De lijst wordt opgemaakt bij het begin van het schooljaar. We proberen ook minder bekend fruit aan te bieden." Buitengewoon secundair onderwijs 7 op 10 BuSO-scholen (69%) houden rekening met inlandse soorten en het seizoensaanbod bij het aanbieden van fruit en groenten aan de leerlingen binnen de schoolfruitacties. Vooral het prijsbewuste aspect wordt genoemd als voordeel (door 75% van de scholen vermeld die rekening houden met het seizoensaanbod). Ongeveer de helft erkent het lokale aspect ( van bij ons : 55%) als voordeel of zegt dat het lekkerder is, meer smaak heeft (51%). 4 op 10 noemt het ecologische aspect als voordeel ( ecologisch verantwoord : 38%). 1 op 3 erkent dat het gezonder is (32%) en COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 42/88

43 een handige manier is om variatie te brengen (31%). Er is dus nog ruimte om de verschillende voordelen van inlandse soorten en het seizoensaanbod beter bekend te maken. Hieronder een selectie van uitspraken over hoe BuSO-scholen rekening houden met het seizoensaanbod: De leerkrachten grootkeukenmedewerker en het personeel van de grootkeuken kijken er bij de opmaak van het menu op na dat seizoensgebonden fruit en groenten worden aangeboden. Het is niet alleen gezond maar het is ook dikwijls financieel interessant. Eigen kweek op school in de opleiding tuinbouwarbeider. Door tijdens het winkelen met de leerlingen hierop te letten. We willen de leerlingen gevarieerd fruit aanbieden. 3.3 Is een verhoogde distributie bij kleuters wenselijk en haalbaar voor de GSFA? Het positieve effect op de gezondheid indachtig (zie hoofdstuk 6), staan de kleuterscholen zeker open voor een tweede bedeling per week, maar de extra kosten en de praktische organisatie zijn een barrière. Er werd gevraagd of de school voldoende capaciteit heeft aan leerkrachten of ander schoolpersoneel enerzijds en schilouders anderzijds voor het ophalen, schillen en verdelen van een tweede bedeling per week. Slechts de helft van de kleuterscholen heeft voldoende capaciteit aan leerkrachten (55%), de helft heeft voldoende capaciteit aan schilouders (55%). 31% heeft een tekort aan beide voor een tweede bedeling. COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 43/88

44 In kleuterscholen die deel uitmaken van kleinere basisscholen (<150 leerlingen) is er significant vaker voldoende capaciteit aan leerkrachten of schoolpersoneel (74%, t.o.v. 41% in grotere basisscholen van 300 leerlingen of meer). 6 op 10 kleuterscholen staan op zich open voor een tweede bedeling in het kader van de GSFA (61% (21% heel positief, 40% eerder positief). De belangrijkste redenen waarom men positief staat t.o.v. een tweede bedeling zijn: Hoe meer fruit en groenten, hoe beter/gezonder (vermeld door 19%) Kinderen worden zo aangemoedigd om fruit te eten (18%) Kinderen eten thuis niet altijd fruit (13%) Kinderen leren ander fruit en groenten kennen (10%) Kinderen gezond laten eten (10%) Zo eten ook kansarme kinderen fruit (8%) Fruit is beter/gezonder dan koeken (8%) Kleuterscholen uit het GO!-onderwijs staan vaker heel positief ten opzichte van een tweede bedeling (32%), net als scholen die veel effect ervaren (34%). 1 op 4 kleuterscholen zien een tweede bedeling niet zitten (25%, maar bijna niemand is echt uiterst negatief (slechts 1% heel negatief, 24% eerder negatief)), en dan vooral om de volgende redenen: De beschikbaarheid van de schilmoeders/extra organisatiewerk (71%) Het zou de ouders op de kosten jagen (11%) Het wordt te duur voor de school (9%) COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 44/88

45 De ouders geven al fruit mee aan de kleuters (6%) Indien de tweede bedeling gratis zou zijn, stijgt de interesse naar 8 op 10 (82% (57% heel positief, 26% eerder positief)). 6 op 10 van wie geïnteresseerd is, zou enkel deelnemen indien er geen extra kosten aan verbonden zijn. COMASE SA Suggesties ter verbetering van de ondersteuning voor het aanbod van schoolfruit Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 45/88

46 4 Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen 4.1 Hoe kan de communicatie vanuit het project geoptimaliseerd worden? Via welke kanalen willen scholen het liefst bereikt worden? Basisonderwijs Op de meeste basisscholen is men relatief tevreden over de communicatie rond de schoolfruitactie, zeker als men momenteel deelneemt aan de GSFA. 24% is uiterst of zeer tevreden (33% bij deelnemers GSFA), 56% is tevreden zonder meer. Anderzijds is 9% ontevreden. Bij de stoppers van GSFA ligt de ontevredenheid hoger (kleuterschool: 26%/lagere school: 31%). Sommige verantwoordelijken in de scholen die positief staan tegenover de GSFA gaven tijdens de kwalitatieve interviews aan dat de school zich er (nog) niet voor ingeschreven heeft omdat ze niet op de hoogte waren dat dit bestond. Een goede communicatie kan dit, en een deel van de andere problemen, counteren. Communicatie moet gericht zijn naar verschillende spelers. Informatie over het initiatief zou moeten doorstromen naar diegene die er enthousiast over kan zijn en er zijn/haar schouders onder kan/wil zetten. Vaak wordt de communicatie naar directies gericht. Deze communicatie wordt vaak over het hoofd gezien, weg gefilterd of niet doorgegeven aan collega s. De communicatie moet ook gericht zijn op het wegnemen van verkeerde veronderstellingen en onzekerheden. Zoals we eerder zagen zijn er een aantal misvattingen die ontmoedigend kunnen zijn om in te tekenen op de GSFA: het idee dat het onbetaalbaar is, het idee dat het administratief zwaar is, de misvatting dat je een leverancier van de lijst MOET nemen. Deze misvattingen kunnen weerlegd worden door goede communicatie die duidelijk maakt dat het niet over monsterbedragen gaat, dat het project eens je gestart bent vlot loopt, dat de administratie wel meevalt en dat een vlot en aangenaam contact met de leverancier van uw keuze mogelijk is. Dit kan doormiddel van promotiefilmpjes, testimonials of de publicatie van cijfers. Een vraag die onbeantwoord blijft en die toch wel door het hoofd spookt bij sommige scholen is het juridische aspect. Ze vragen zich af of er vanuit de overheid regels zijn met betrekking tot voedselveiligheid en zo ja, wat ze moeten doen om in orde te zijn. Basisscholen willen vooral via mail geïnformeerd worden (92%). Daarnaast zijn posters (63%), folders en brochures (57% voor de ouders, 48% voor de leerlingen) zeker gewenst, meer dan een website (30%). In de kwalitatieve interviews zeggen scholen liever informatie te ontvangen via mails omdat COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 46/88

47 mails zeker aankomen, gemakkelijk bijgehouden kunnen worden, altijd consulteerbaar zijn, minder snel verloren gaan, gemakkelijk te forwarden zijn naar collega s en gemakkelijk te posten zijn op schoolfora. Daarnaast is het ook belangrijk om bijkomende ondersteuning te voorzien om ouderparticipatie te maximaliseren. Scholen laten vaak de keuze aan de ouders om hun kind al dan niet te laten deelnemen aan de GSFA. Om tot een volledige en verstandige keuze te kunnen komen, moeten die ouders ook geïnformeerd en gemotiveerd worden. De bekendheid van de GSFA bij ouders zou verbeterd kunnen worden via de school, aangezien zij het dichtst bij de ouders staan. Omdat sommige ouders ook niet via internet bereikt of geïnformeerd kunnen worden (wegens geen computer of geen internet) maken bepaalde scholen er een zaak van om ouders echt tot bij hen op school te krijgen en indien dat niet lukt zelf tot bij de ouders te gaan om informatie te geven. Hierbij wordt vaak gebruik gemaakt van en is er nood aan pictogrammen en zelfs van tolken. Face-to-face communicatie is volgens leerkrachten het doeltreffends (informatiedagen, rapportbesprekingen, inschrijvingen, ). Er kan ook gewerkt worden met brochures. Hierbij is het belangrijk rekening te houden met anderstalige ouders, beperkte betrokkenheid van sommige ouders, beperkte verstandelijke capaciteiten van ouders of beperkte alfabetisering Buitengewoon secundair onderwijs De tevredenheid over de communicatie vanuit de overheid stijgt naarmate de GSFA meer ingeburgerd geraakt in de BuSO-scholen. Tijdens de 0-meting, in maart 2015, was slechts 15% uiterst of zeer tevreden. 53% was eerder gematigd tevreden en 32% was ontevreden. Een jaar later, tijdens de 1-meting in maart 2016, daalde de ontevredenheid naar 12%, was 65% gematigd tevreden en 24% uiterst of zeer tevreden. Ook BuSO-scholen willen vooral via mail geïnformeerd worden (95% in maart 2016), en is er meer vraag naar folders of brochures voor de leerlingen (40%) en de ouders (38%) en posters (34%) dan info via een website (28%). 4.2 Zijn de begeleidende materialen gekend en in welke mate worden ze gebruikt? Basisonderwijs De poster wordt spontaan het best herinnerd door deelnemende scholen aan de GSFA of fruit-inde-boekentas (29% noemt de poster spontaan op de open vraag welk promotie- of communicatiemateriaal men kent). Andere materialen worden niet zo vaak spontaan geassocieerd met de schoolfruitactie (informatiebrochure: 7%, website: 6%, seizoenskalender: 4%). 1 op 4 van wie deelneemt aan de GSFA of fruit-in-de-boekentas herinnert zich zelfs geen enkel communicatiemateriaal spontaan (27%). COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 47/88

48 Wanneer de verschillende materialen getoond worden (geholpen bekendheid), zijn de poster (73%) en de website (61%) de best herkende promomaterialen. Ook de sjabloonbrieven zijn relatief bekend (47%). Qua gebruik steekt de poster er duidelijk bovenuit (52%). 1 op 4 van de scholen gebruikt de website (25%), 1 op 5 de sjabloonbrieven voor de ouders (21%). De informatiebrochure wordt zeer weinig gebruikt (4%). Ook bij de kinderen zelf polsten we naar de bekendheid van de poster. 55% van de kinderen herkent de poster, 66% van wie deelneemt aan de GSFA Buitengewoon secundair onderwijs Ook in het BuSO wordt de poster het best spontaan herinnerd (41%). De spontane bekendheid van de website ligt hier echter wel een stuk hoger dan in het basisonderwijs (33% t.o.v. 6% in basisonderwijs). 9% vermeldt spontaan de seizoenskalender. Na voorlegging van de verschillende materialen, blijkt in het BuSO de website het meest gekend te zijn (82%) bij deelnemende scholen aan de GSFA of fruit-in-de-boekentas, maar wordt de poster het meest gebruikt (iedereen die hem kent, namelijk 65%). 45% gebruikt de website, wat bijna dubbel zoveel is als in het basisonderwijs (25%). Slechts 9% kent de informatiebrochure, en niemand uit de steekproef gebruikt deze. COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 48/88

49 4.3 Hoe worden de begeleidende materialen en communicatiekanalen geëvalueerd? Basisonderwijs De meerderheid vindt het promomateriaal globaal gezien goed (68%). Dit is een betere score dan de gemiddelde benchmark van communicatiecampagnes van de Vlaamse overheid (benchmark ligt op 59%). 20% heeft er eerder een neutrale mening over ( noch goed, noch slecht ). 7% noemt ze slecht. In grote basisscholen evalueert men de promomaterialen in het algemeen wat minder goed dan gemiddeld (kleuterscholen: 57% goed/lagere scholen: 54% goed). Ook de detailevaluatie van het materiaal is positief. We zien hoge top2 scores (=helemaal akkoord + eerder akkoord) op alle vlakken. Wie toch kritiek heeft, mist wat originaliteit en het materiaal is minder aangepast aan het niveau van een kind in het buitengewoon lager onderwijs. Het zet de leerlingen van een school met een hoog aandeel GOK leerlingen (40% of meer) volgens de verantwoordelijke in de school ook minder aan tot het eten van fruit en groenten op school (51% top2, t.o.v. 63% bij een lager aandeel GOK-leerlingen). COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 49/88

50 In het kwalitatieve deel werden verschillende kanalen/materialen onder de loep genomen Facebookpagina COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 50/88

51 Hoewel de facebook pagina zijn bijdrage levert aan de volledigheid van de communicatie en het idee geeft mee te zijn met de tijd, zijn er in de realiteit maar weinig scholen die de pagina zouden consulteren omdat ze niet actief zijn op facebook, ze facebook beschouwen als een sociaal medium en niet als een informatiekanaal, of ze facebook associëren met privé en niet met werk. Qua inhoud spreekt de facebook pagina zeker aan. Maar veel van die informatie zouden leerkrachten eerder consulteren via de website dan via facebook. Jongere leerkrachten zouden wel overwegen eens een kijkje te gaan nemen op de facebook pagina. Niemand van de respondenten was op de hoogte van het feit dat Tutti Frutti een facebook pagina heeft. Wanneer ze de pagina bekijken, vragen ze zich af voor wie deze pagina bedoeld is. Voor leerkrachten, kinderen of voor ouders? Sommige leerkrachten zien dit communicatiekanaal ook als interessant voor hun leerlingen. Zij kwamen met ideeën over de content op de facebook pagina die kinderen zouden kunnen aanspreken: Korte grappige filmpjes Spelletjes: zelf een maaltijd samenstellen, boodschappenlijstje samenstellen Interactie: kinderrecepten (in stappen en met begeleidende foto s), gezondere alternatieven/variaties van ongezonde lekkernijen (Hoe een gezonde hamburger maken?) Educatief Wedstrijd Liedjes of versjes Wettelijke beperkingen maken echter dat kinderen pas vanaf de leeftijd van 13 jaar een facebook account kunnen aanmaken. Deze content die kinderen kan aanspreken en die hen spelenderwijs vertrouwd kan maken met groenten en fruit en de positieve gevolgen voor de gezondheid, wanneer dit regelmatig gegeten wordt, kan eventueel via een ander kanaal aangeboden worden, zoals de website Website De website wordt door velen gezien als leuk vanwege de kleuren en de vrolijke uitstraling. Ook de structuur van de website wordt positief geëvalueerd. Mensen kunnen op een vlotte manier de informatie waarnaar ze op zoek zijn terugvinden. De website is functioneel, maar niet exploratief. Hij wordt vooral gebruikt voor diegenen die de aanvraag van de GSFA doen om informatie op te zoeken over de procedure en om de lijst met leveranciers te bekijken. De andere rubrieken blijven ongelezen. Rubrieken zoals die van het educatief materiaal kunnen leerkrachten zeker aanspreken, maar deze informatie komt vaak zoals eerder toegelicht niet bij de leerkrachten terecht. Het gebruik van de website blijft dus beperkt. Dit komt ook doordat mensen die de website bezoeken niet in voldoende mate gestimuleerd worden om verder te gaan exploreren Brochure De brochure en het begeleidend schrijven worden heel positief geëvalueerd. Ze worden gezien als heel overzichtelijk, gestructureerd, volledig en zonder overbodige informatie. De uitleg over de GSFA is stimulerend en op een aangename manier geschreven. COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 51/88

52 Affiche De affiche wordt heel positief geëvalueerd door de scholen. Dit door zijn vormgeving die gezien wordt als zeer mooi, vrolijk en uitdagend. Daarnaast is het een handige tool in het informeren van de ouders. Veel scholen hangen de poster buiten aan de informatievalven van de school zodat de ouders dit zien. De affiche wordt door veel leerkrachten niet beschouwd als communicatiemateriaal, maar als didactisch materiaal dat bedoeld is voor de leerlingen. Zij zien de affiche als vertelplaat voor kleuters en kinderen uit de lagere school (Wat herkennen jullie? Leren over boven, onder, in, naast, op, achter, ) en pleiten voor een uitbreiding naar afbeeldingen met exotische groenten en fruit, vergeten groenten en fruit, hoe zaaien we? COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 52/88

53 4.3.2 Buitengewoon secundair onderwijs 6 op 10 vindt het promomateriaal globaal gezien goed (58%). Dit ligt in lijn met de gemiddelde benchmark van communicatiecampagnes van de Vlaamse overheid (59%). 24% staat er neutraal tegenover ( noch goed, noch slecht ). 18% vindt ze echter slecht. Uit de detailevaluatie blijkt dat het communicatiemateriaal meer op maat van de BuSO-leerling zou moeten gemaakt worden. Slechts 27% vindt het aangepast aan het niveau van de leerlingen. Het mag ook origineler, iets wat we ook al bij de evaluatie in het basisonderwijs opmerkten. 4.4 Zijn er leemten in het aanbod? Bruikbaar ondersteunend materiaal op maat, dat in het oog springt en dat bij leerkrachten geraakt die het in hun klas kunnen gebruiken, kan van een opgelegde actie een gezonde gewoonte maken. Het is heel belangrijk dat kinderen ook snappen waarom ze iets moeten doen. Dit om een leerproces te hebben en een gewoonte te installeren die zich ook later doorzet wanneer de controlerende functie van de school of van ouders wegvalt. Het is dus van belang aan de kinderen een breder kader mee te geven. Ze moeten de waarom van wat ze moeten doen begrijpen en erkennen. Om doeltreffend te zijn en een invloed op lange termijn te hebben, is sensibilisering dus van groot belang. Sensibilisering met behulp van daartoe ontwikkeld materiaal. Net zoals de communicatie en informatie over de GSFA niet altijd tot bij de juiste persoon geraakt, zo belandt het materiaal vaak ook niet bij de juiste persoon, namelijk de leerkracht. Dit door: nalatigheid van de persoon die het ontvangt en zou moeten doorspelen naar de leerkrachten COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 53/88

54 categorisatie van het materiaal als niet voldoende interessant of bruikbaar om door te geven aan de leerkrachten. Daarom is het belangrijk dat het materiaal in het oog springt en als voldoende interessant en bruikbaar beschouwd wordt door diegene die de positie heeft dit materiaal verder te verspreiden binnen de school. Het is belangrijk dat het materiaal in het oog springt en zich onderscheidt van materiaal voor andere projecten. Scholen ervaren een overload aan didactisch materiaal waardoor ook hier een selectie gebeurt van wat doorstroomt naar de leerkrachten en wat niet. Het is dus belangrijk dat materiaal origineel is en anders dan het gebruikelijke materiaal waar scholen mee overspoeld worden. Zowel het fruitdiploma als de klaskalender worden niet echt origineel bevonden. Kinderen krijgen heel veel verschillende diploma s en veel instanties sturen een kalender naar scholen. De educatieve pakketten die op de site te vinden zijn, worden zelden geconsulteerd. Fruitdiploma Positief: Sensibiliseert naar ouders toe Kindvriendelijk door kleuren en lay-out Stimulerend Bedenkingen: COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 54/88

55 Problemen met afdrukken: Het is enkel leuk indien het in kleur afgedrukt kan worden, maar dit moet dan geleverd worden, want er is geen budget in de school om kleurenkopieën te maken. Te weinig gepersonaliseerd: Het diploma zou meer gepersonaliseerd moeten zijn. Er is al een voorkeur voor het werken met het individuele diploma ten opzichte van het klassikale, maar er zou op het diploma meer ruimte gelaten moeten worden aan het kind om een eigen invulling te geven aan het diploma. => Mijn favoriete fruit of groente is Het spreekt niet het volledige doelpubliek aan: Het diploma spreekt kinderen van het 5de en 6de leerjaar niet meer volledig aan wel het concept maar niet de vorm => een fruitkoning of fruitkoningin uitroepen en een foto verwerken in het diploma of werken met medailles in de vorm van fruit spreekt hen meer aan. COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 55/88

56 Fruitkalender Positief: Tips zijn bruikbaar voor de leerkracht Mooie lay-out Goed voor de groepsgeest, samen werken aan Bedenkingen: De kalender begint pas vanaf november dit is te laat Spreekt het 5 de en 6 de leerjaar niet meer aan revolteren tegen regeltjes Beter een persoonlijk boekje Niet speels genoeg voor 1 ste en 2 de leerjaar => meer visueel Te moeilijke informatie voor eerste jaren De wedstrijd betekent extra rompslomp voor leerkrachten en is weinig origineel De targeting van het educatief materiaal is soms niet duidelijk. Zo staan op het diploma ook heel uitgesproken de sponsors van de GSFA. Enerzijds vinden respondenten dit wel gepast en vinden ze het goed dat er gecommuniceerd wordt wie zijn schouders onder dit initiatief zet. Anderzijds vinden zij het niet nodig dit op een document te zetten dat voor de leerlingen bedoeld is. Communicatie over de sponsors belangt eerder de school of eventueel de ouders aan. Ook hebben respondenten het gevoel dat de kalender zowel naar de leerlingen als naar de leerkracht gericht is. Daarbij komt dat de informatie voor de leerlingen niet op het niveau van alle leerlingen is (eerste jaren basisschool versus hoge jaren basisschool). Materiaal moet op maat van kinderen zijn. Het mag niet te droog of theoretisch zijn maar moet daarentegen: Ludiek zijn: al spelend leren Laagdrempelig zijn: niet te moeilijk voor de eerste jaren, uitdagend voor de hogere jaren Concreet zijn: focus op doen Grappig zijn Daarnaast verandert de maatschappij en de mensen binnen de maatschappij. De leefwereld van kinderen verandert en met nieuwe generaties komen nieuwe helden. Veel respondenten zien Jommeke als de mascotte van Tutti Frutti. Jommeke is heel herkenbaar en heeft jaren lang jongeren aangesproken. De huidige generatie heeft er echter minder affiniteit mee. Jommeke wordt een COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 56/88

57 beetje gezien als passé. Kleuters kennen Jommeke nog niet (ze lezen nog geen strips, hebben nieuwe/andere helden), ook sommige oudere kinderen kennen Jommeke niet meer vanwege een andere culturele achtergrond of omdat ze nieuwe/andere helden hebben. Om te leren is het heel belangrijk dat kinderen kunnen ervaren. Materiaal moet alle zintuigen aanspreken. Wanneer het gaat over fruit en groenten is het belangrijk dat leerlingen kunnen voelen, proeven en ruiken en dat ze iets kunnen doen met het fruit en de groenten. Het moet tastbaar zijn en niet theoretisch. Leerkrachten denken aan volgende materiaal: Plantenpaketten (zelf doen breder kader) Uitstappen (meewerken met de boer) Educatieve pakketten in een brooddoos Uitleenbare fruitkoffer (activiteiten die uitdagend, ludiek en grappig zijn) Vertelplaten ontwikkelen Fruitmobiel met combinatie van educatie, theater, humor, participatie van de leerlingen, samen koken Spelletjes Apps met uitdagende challenges 4.5 Zijn de begeleidende materialen voldoende beschikbaar? Realiseren ze het beoogde effect? Basisonderwijs Het promomateriaal is voldoende beschikbaar voor het schoolpersoneel in het basisonderwijs (voor de directie, verantwoordelijke: 88% voldoende, voor de leerkrachten: 83%). Wanneer het materiaal uitgebreid wordt, moet de aandacht in eerste instantie naar materiaal voor de ouders (70% voldoende) en de leerlingen (74% voldoende) gaan, en naar scholen in grote centra, waar de nood aan meer materiaal groter is. Basisscholen in grootsteden zeggen immers minder vaak dat er voldoende materiaal beschikbaar is (voor de directie, verantwoordelijk: 81%, t.o.v. 88% bij de gemiddelde school / voor de leerlingen: 65%, t.o.v. 74% bij de gemiddelde school / voor de ouders: 61%, t.o.v. 70% bij de gemiddelde school). Daarnaast speelt ook het aandeel GOK-leerlingen een rol in de beoordeling over de beschikbaarheid van de materialen. Scholen met een groot aandeel GOK-leerlingen vinden minder vaak dat er voor de leerlingen voldoende communicatiemateriaal beschikbaar is (65% voldoende, t.o.v. 79% bij scholen met een lager aandeel GOK-leerlingen) Buitengewoon secundair onderwijs Net als in het basisonderwijs is er voldoende promotiemateriaal beschikbaar voor de directie of verantwoordelijk in de school (82% voldoende) en de leerkrachten (82%), maar is er nood aan extra materiaal voor de leerlingen (slechts 58% voldoende) en de ouders (slechts 55% voldoende). COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 57/88

58 4.6 Is de methodiek Gezonde School gekend? Welke andere maatregelen op het vlak van algemeen gezondheidsbeleid worden er gehanteerd? De bekendheid van de methodieken gezonde school en kieskeurig ligt eerder aan de lage kant Basisonderwijs In 4 op 10 basisscholen is de methodiek gezonde school gekend (40%), de helft van hen (of 19% van alle basisscholen) gebruikt deze methodiek. In 1 op 5 basisscholen (17%) kent men de methodiek kieskeurig, 1 op 3 van hen (of 6% van alle basisscholen) past deze methodiek toe op de school. In scholen met een hoog aandeel GOK leerlingen (40% of meer) is de methode kieskeurig bekender (bekendheid van 25% t.o.v. 14% in scholen met een lager aandeel GOK leerlingen), maar dit uit zich niet in een groter gebruik dan bij de gemiddelde school. Enkele voorbeelden van andere maatregelen op het vlak van algemeen gezondheidsbeleid uit het basisonderwijs: "Gezonde brooddoos met elke dag 1 groente of fruit. Chips en snoep zijn enkel toegelaten bij verjaardagsfeest en enkel water of melk verkrijgbaar." Wij hebben enkele fruitbomen en struiken met aalbessen aangeplant in de schooltuin. Daarnaast is er ook een kleine moestuin met aardbeiplanten en groenten." "Lesthema's in W.O. in de verschillende leerjaren: bv. gezonde voeding, gezondheid, voetafdruk ingevoerde groenten en fruit, streekproducten opwaarderen en nuttigen, honger, ondervoeding, overschotten in de wereld..." "Als de leerlingen trakteren voor hun verjaardag wordt gevraagd geen snoep te geven." "De kinderen brengen geen eigen drankjes mee naar school. Frisdranken zijn niet toegelaten. Er kan altijd water gedronken worden. De school biedt bij de middagmalen alleen kraantjeswater aan. Er zijn ook drankfonteintjes op school." Buitengewoon secundair onderwijs In het BuSO zien we min of meer vergelijkbare cijfers als in het basisonderwijs qua bekendheid en gebruik van de methodieken. In 4 op 10 BuSO-scholen kent men de methodiek gezonde school (39%), in 1 op 5 kieskeurig (22%). De helft van wie de methodieken kent, gebruikt ze ook (20% van alle BuSO-scholen gebruikt de methodiek gezonde school, 12% kieskeurig ). In het Buso worden daarnaast de volgende maatregelen op het vlak van algemeen gezondheidsbeleid gehanteerd: COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 58/88

59 Geen drankautomaten/frisdranken op school: 31% Gezonde maaltijden, met meer groenten: 27% Aandacht voor het thema tijdens de lessen: 24% Gezonde tussendoortjes, minder snoepen: 20% Soep aanbieden of goedkoop verkopen: 13% Een gezond ontbijt aanbieden: 12% Meer sport, bewegen: 7% 4.7 Specifiek voor het buitengewoon secundair onderwijs: welke begeleidende maatregelen kunnen best ontwikkeld worden? Het BuSO is geen homogene doelgroep en bestaat uit verschillende subgroepen, verschillende types met hun specifieke problemen. We maken een onderscheid tussen: leerlingen met voornamelijk fysieke/motorische problemen die normaal begaafd zijn leerlingen met een mentale handicap leerlingen met een leerstoornis leerlingen met gedragsproblemen Materiaal ontwikkelen dat al deze types kan aanspreken is zeer moeilijk. Deze verschillende types hebben verschillende problemen waardoor ook het gepaste materiaal verschillend zal zijn. Binnen het BuSO heb je verschillende leeftijden. Net zoals er in het basisonderwijs een verschil bestaat tussen de leefwereld van kinderen van 7 en tussen kinderen van 12 jaar, zo bestaat dit ook tussen leerlingen van 12 jaar en leerlingen van 18 jaar. Materiaal dat aansluit bij de leefwereld van een 12- jarige is dus niet noodzakelijk gepast voor jongeren van 17 jaar. Hierbij komt ook nog dat kinderen uit het BuSO zich vaak schamen dat ze in het BuSO zitten en ze voelen zich vaak op een kinderlijke en betuttelende manier behandeld. Dit geldt voornamelijk voor de jongeren met gedragsproblemen, een leerstoornis of een beperkte mentale handicap. Gepast materiaal voor het BuSO moet dus passen binnen de leefwereld verbonden aan de leeftijd en mag niet betuttelend zijn. Tot ongeveer de leeftijd van 14 jaar is het materiaal voor de basisschool ook bruikbaar voor veel BuSO-types. Vanaf de leeftijd van 14 jaar is het niveau van de informatie de inhoud doorgaans nog gepast, maar is de vorm niet meer aangepast aan de leefwereld van de jongeren. Leerlingen met fysieke problemen en gedragsproblemen die normaal begaafd zijn, begrijpen zeker de informatie van het huidige begeleidende materiaal. Zij zouden qua informatieload en moeilijkheid zelfs nog iets meer aankunnen. Voor leerlingen met een zware mentale handicap is de informatie van het huidig begeleidend materiaal bedoeld voor de basisschool vaak niet op hun niveau. Voor hen is de informatie vaak te moeilijk. Voor leerlingen met een licht mentale handicap is informatie op het niveau van het eerste tot het vierde jaar basisonderwijs doorgaans gepast. COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 59/88

60 Voor leerlingen met een leerstoornis die normaal begaafd zijn, is afhankelijk van welke leerstoornis de inhoud op zich niet te moeilijk, maar is het belangrijk dat informatie in een gepaste vorm aangeboden wordt, waardoor de informatie gemakkelijk opgenomen wordt. Het is belangrijk dat materiaal goed getarget wordt. Sommige informatie is heel nuttig voor de leerkracht maar is niet op niveau of in de gepaste vorm voor de leerlingen. De targeting van het huidige educatief materiaal is soms niet duidelijk. Zo hebben de verantwoordelijken in de BuSOschool het gevoel dat de kalender zowel naar de leerlingen als naar de leerkracht gericht is. Daarbij komt dat de informatie voor de leerlingen niet op het niveau van alle leerlingen is (verschillende types en verschillende leeftijden). Hoewel de inhoud voor verschillende types leerlingen misschien wel op niveau is, dient ook de vormgeving op niveau te zijn om jongeren te kunnen aanspreken. Aangezien er in het BuSO gewerkt wordt met pubers die in toenemende mate gaan revolteren en aan wie ouders steeds minder te zeggen hebben waarbij het thema van evenwichtige voeding niet echt leeft of aanspreekt en dus moeilijk aan te brengen is, is het belangrijk dat de vorm van het materiaal alvast aanspreekt. Wanneer de vormgeving niet aanspreekt is dit al een eerste barrière om deze jongeren te kunnen bereiken. Jongeren willen materiaal dat cool en hip is en dat hen niet bevestigd in hun idee dat ze niet als adolescenten maar als kinderen behandeld worden. Het materiaal dat nu voor de basisschool gebruikt wordt is voor de eerste jaren eventueel nog bruikbaar maar is qua vormgeving niet meer op maat vanaf het derde middelbaar. Voor de jongeren uit de meeste types BuSO met uitzondering van diegenen met een zwaar mentale handicap is het bestaande materiaal vanaf de leeftijd van 14 jaar te kinderachtig voor hun leeftijd en de daarmee gepaarde processen (identiteitsontwikkeling, revolte, puberteit, ). Volgens de respondenten is het huidige materiaal op het vlak van vormgeving voornamelijk gericht naar de basisschool en eventueel naar de eerste twee jaren van het BuSO. Voor de anderen is het te kinderachtig. Dit zowel op het vlak van het idee vooral bij het fruitdiploma als op vlak van de vormgeving (Jommeke, kinderachtige lay-out, ). Het fruitdiploma moet er geloofwaardiger uitzien: professioneler/volwassener Tekst niet scheef, want dit is niet serieus/officieel Geen Jommeke De Tutti Frutti klaskalender moet er minder kinderachtig uitzien: Geen klassikale stickers meer individueel Te winnen prijs verbonden aan de wedstrijd aantrekkelijker maken (bijvoorbeeld T-shirt AA Gent) Geen Jommeke Het educatief materiaal dat op de website van Tutti Frutti aangeboden wordt, is niet gekend door de verantwoordelijken in de BuSO-school. Na korte consultatie van het aangeboden materiaal wordt het gezien als bruikbaar om lesideetjes uit op te doen, maar niet om het zo kant-en-klaar te gaan COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 60/88

61 gebruiken in de klassen, omdat zij het gevoel hebben dat het materiaal niet op maat is van de jongeren aan wie ze les moeten geven. Ze vinden het noodzakelijk om het materiaal aan te passen op maat van hun eigen leerlingen en leerlingensamenstelling. Bruikbaar materiaal voor het BuSO moet voldoen aan specifieke voorwaarden. Materiaal om het gezondheidsbeleid in het BuSO uit te werken moet zich richten tot twee doelgroepen: de leerlingen uit het BuSO enerzijds, en de leerkrachten die werken in het BuSO anderzijds. Het materiaal voor de leerlingen in het BuSO moet voldoen aan voorwaarden die betrekking hebben tot: De inhoud voornamelijk gerelateerd aan het type BuSO. De vormgeving voornamelijk gerelateerd aan de leeftijd en bijhorende leefwereld waarin de jongeren zitten. Verschillende types BuSO Fysieke/motorische problemen Noden Materiaal en activiteiten die rekening houden met de fysieke beperkingen van de jongeren Materiaal dat past in de leefwereld van de jongeren Mentale handicap Visueel materiaal Overzichtelijk gestructureerd Eenvoudige informatie eenvoudige taal Materiaal in spelvorm Praktisch Kleur (functioneel) Activerend Uitdagend Humoristisch Materiaal dat past in de leefwereld van de jongeren Zintuigen prikkelen Tastbaar Leerstoornis Visueel materiaal Overzichtelijk gestructureerd Eenvoudige informatie eenvoudige taal Materiaal in spelvorm Praktisch Kleur (functioneel) Activerend COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 61/88

62 Uitdagend Humoristisch Materiaal dat past in de leefwereld van de jongeren Zintuigen prikkelen Tastbaar Gedragsproblemen Overzichtelijk gestructureerd Kleur (functioneel) Interactie-bevorderend Uitdagend Humoristisch Materiaal dat past in de leefwereld van de jongeren NAAR INHOUD Materiaal en activiteiten die rekening houden met de fysieke beperkingen van de jongeren: Materiaal en activiteiten die moeten dienen om het beleid in BuSO uit te werken, moeten haalbaar zijn voor diegenen die fysieke beperkingen hebben. Het is evident dat auditief materiaal voor type 7 (auditieve handicap) en visueel materiaal voor type 6 (visuele handicap) niet bruikbaar zijn. Het is belangrijk dat materiaal en activiteiten dus fysiek haalbaar zijn voor de leerlingen. Stickers kleven op de kalender is bijvoorbeeld voor sommige jongeren met een fysieke beperking niet mogelijk. Visueel materiaal: Visueel materiaal is enerzijds nodig om jongeren aan te spreken. Tekst is soms moeilijk en schrikt af. Anderzijds is visueel materiaal belangrijk omdat afbeeldingen vaak gemakkelijker te begrijpen en te interpreteren zijn en daarom beter aanspreken. Vaak wordt er met pictogrammen gewerkt omdat dit niet-tekstuele communicatie is die niet alleen voor jongeren met bepaalde mentale handicaps of leerstoornissen (dyslexie) gemakkelijker te begrijpen is, maar ook voor andere categorieën wiens moedertaal niet het Nederlands is. Overzichtelijk gestructureerd: Vooral voor leerlingen met leerproblemen is het belangrijk dat informatie goed gestructureerd is en overzichtelijk is. Op deze manier kunnen ze hoofdzaak van bijzaak onderscheiden en informatie gemakkelijker opnemen en onthouden. Een grote ongeordende blok tekst wordt niet begrepen. In het geval er veel tekst is, is het belangrijk dat die gestructureerd wordt door middel van verschillende lettergroottes, vette woorden, onderlijnde woorden, Eenvoudige informatie eenvoudige taal: Het is belangrijk geen moeilijke woorden te gebruiken, te schrijven in duidelijke taal, met enkelvoudige zinnen en zonder dubbele negaties. Materiaal in spelvorm: Al spelende leren is voor kinderen in het BuSO gemakkelijker dan theorie slikken. Juist het spelvormige karakter van materiaal maakt dat ze zich open stellen voor informatie. COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 62/88

63 Praktisch: Theorie is vaak heel abstract. Het zelf ervaren en ondervinden door zelf te doen, is vaak leerrijker en spreekt meer aan dan droge kennis. Kleur (functioneel): Kleur spreekt niet alleen aan, maar kan ook gebruikt worden om informatie te ordenen (bijvoorbeeld gezond = groen en ongezond = rood). Activerend: Het materiaal moet focussen op doen in plaats van op luisteren -> concreet maken in plaats van theoretisch te blijven. Uitdagend: De inhoud moet niet te moeilijk zijn, maar moet wel uitdagend zijn. Humoristisch: Humor spreekt elk kind aan. Via humor (beeldmateriaal: film, strip, cartoon, ) kan heel veel gecommuniceerd worden dat onthouden wordt, omdat het grappig is en daardoor aanspreekt. Interactie-bevorderend: Voor veel jongeren, maar voor jongeren met gedragsproblemen in het bijzonder, is het van belang dat materiaal aanzet tot interactie. Materiaal moet de mogelijkheid bieden hun sociale capaciteiten te ontwikkelen en te oefenen. Verder meer diepgaand onderzoek met experten of consultatie van een procesontwikkelaar zijn noodzakelijk om tot meer gedetailleerde aanbevelingen te komen wat betreft de inhoud van het materiaal. NAAR VORMGEVING Materiaal dat past in de leefwereld van de jongeren: Materiaal dat er niet kinderachtig uitziet en dat niet betuttelend overkomt. Jongeren zitten in hun puberteit en beginnen zichzelf te ontdekken en vorm te geven aan hun persoonlijkheid en hun imago. Hoe zij gezien worden door anderen is van groot belang. Zij willen gezien worden als stoer en cool. Materiaal op maat moet ook stoer en cool zijn. In plaats van met Jommeke te werken, zou er gewerkt moeten worden met figuren waar deze jongeren naar opkijken zoals acteurs, sportsterren, muzikanten (Lukaku, Stromae, ). Het is ook belangrijk om niet enkele te werken met blanke rolmodellen, aangezien veel scholen een gekleurde populatie hebben. Materiaal dat de zintuigen prikkelt: Materiaal moet de jongeren uitdagen om met al hun zintuigen te gaan ontdekken. Leren over fruit gaat niet door middel van theorie (alleen), maar moet gepaard gaan met een ervaring. Ervaren hoe fruit er uitziet, hoe het aanvoelt, ruikt, hoe het smaakt, Tastbaar materiaal: Materiaal moet tastbaar zijn. Dat wil zeggen, je moet het kunnen vastnemen, er iets mee doen, er iets aan kunnen veranderen. Dit in functie van een beter begrip maar ook omwille van de ervaring. Leerkrachten zouden bijvoorbeeld graag werken met levensecht fruit en groenten. Hiermee kunnen dan ordeningsoefeningen gedaan worden (Wat eet ik graat en wat niet? Wat is gezond en wat niet? Wat zijn groenten en wat is fruit? Wat wordt hier gekweekt en wat niet?...). COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 63/88

64 Volgende ideeën over het te ontwikkelen ondersteunende materiaal kwamen van de respondenten (verantwoordelijken in BuSO-scholen): Beeldmateriaal over Wat gebeurt er met mijn lichaam? : Veel jongeren zijn niet bezig met evenwichtige voeding en gezonde eetgewoonten. Het is vaak ook een thema dat niet aanspreekt en zeker niet cool is. Waar veel jongeren wel mee bezig zijn, zijn hun looks, hun fysieke voorkomen. Aangezien gezonde voeding niet echt binnen hun leefwereld past maar fysiek voorkomen wel, is het interessant om via deze weg het thema van evenwichtige voeding aan te brengen. Dit gebeurt het best door middel van beeldmateriaal om het heel concreet te maken. Er kan gebruik gemaakt worden van grappige cartoons waarbij een evolutie te zien is in het lichaam van iemand die onevenwichtig eet en iemand die evenwichtig eet. Een andere optie is gebruik te maken van levensecht beeldmateriaal. Dit maakt het meteen heel concreet en realistisch (zoals het verschil tussen de longen van mensen die roken en de longen van niet-rokers). Experten aan het woord laten: Experten (dokter, diëtist, voedingsdeskundige, ) laten spreken over een thema geeft geloofwaardigheid. Deze spreker dient dan wel te komen spreken op een manier aangepast aan zijn publiek, waarbij hij/zij rekening houdt met de hierboven vermeldde noden bij BuSO-leerlingen (humoristisch, gestructureerd, niet te moeilijk maar wel uitdagend, ). Om de leerlingen optimaal te betrekken en te activeren zou een workshop ideaal zijn. Spellen: Zoals eerder aangegeven kunnen spellen het leren aanmoedigen en ondersteunen. Respondenten kwamen met volgende ideeën: ganzenbord met vragen over fruit en groenten, quiz met proef-oefeningen. Apps: Apps zijn een hedendaags middel dat jongeren kan aanspreken om nieuwe dingen te ontdekken en te leren. Filmmateriaal/DVD s: Filmmateriaal kan informatief zijn, maar ook recreatief. Zo kan bijvoorbeeld via een DVD een dansje aangeleerd worden (zoals bijvoorbeeld bij het project Saved by the bel ). Op deze manier kunnen leerlingen zelf iets doen en is de informatieoverdracht niet theoretisch. Receptjes: Recepten met een gedetailleerd en vooral duidelijk gestructureerd stappenplan dat ondersteund wordt met afbeeldingen of eventueel via het internet met filmpjes (Jeroen Meus). CD s: CD s kunnen informatie op een andere manier aanbrengen. Informatie in de vorm van muziek kan zeker ook jongeren aanspreken. Een verhaal zou eventueel ook de jongeren uit de eerste jaren BuSO kunnen aanspreken. Niet enkel materiaal voor de leerlingen is van belang. Ook gepast materiaal naar de leerkrachten toe is essentieel om mee aan de slag te gaan voor het uitwerken van het beleid voor het BuSO. Hierbij is het belangrijk dat: Leerkrachten informatie ontvangen die ze nog kunnen aanpassen naar hun specifieke leerlingen. Ze moeten het materiaal op die manier kunnen aanpassen dat het gepast is voor de verschillende leerlingen in hun klas, maar ook voor de samenstelling van de verschillende leerlingen in hun klas. COMASE SA Evaluatie van de communicatie en de begeleidende materialen Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 64/88

65 Materiaal dat niet de vorm heeft van werkblaadjes. De leerkracht moet de juiste informatie hebben om zelf de gepaste praktische activiteit te kunnen ontwerpen voor zijn/haar klas. Indien materiaal bestaat uit werkblaadjes of bedoeld is voor de leerlingen, moet de leerkracht wel de mogelijkheid hebben het materiaal hier en daar aan te passen zodat het optimaal bruikbaar is voor zijn/haar klas. Het is dus van belang dat materiaal aanpasbaar is. Daarom verkiezen zij materiaal niet in PDF-vorm te ontvangen maar in Word-vorm. We hanteren altijd zelfde lay-out zeker voor auti-leerlingen. 5 Evaluatie van de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij de registratie 5.1 Wat vinden de scholen van het e-loket? Basisonderwijs 94% van de deelnemende scholen aan de GSFA gebruikte het e-loket. Men is hier in het algemeen tevreden over: 3 op 10 is uiterst of zeer tevreden (30%) en 1 op 2 gewoon tevreden zonder meer (50%). 1 op 10 uitte zijn ontevredenheid (12%). Zij vinden het te moeilijk, niet gebruiksvriendelijk of ondervinden inlogproblemen. Het systeem werkte niet naar behoren. Er was geen duidelijkheid of de aanvraag doorgegaan was of niet. We hebben het nog eens apart moeten navragen via mail. Verloopt niet vlot, blokkeert of geeft fouten aan die niet duidelijk zijn. Moet makkelijk toegankelijk zijn, inloggen met ID-kaart is omslachtig. Telkens dienen andere personen volmacht te krijgen. Het is niet gebruiksvriendelijk: het invoeren van de gegevens neemt meer dan 2 u in beslag als je regelmatig gestoord wordt: gegevens vallen terug weg, je moet opnieuw beginnen, Buitengewoon secundair onderwijs In maart 2015 (0-meting) gebruikte slechts 63% van de deelnemende BuSO-scholen het e-loket. Een jaar later, in maart 2016 (1-meting) was dit al gestegen naar 83%. Men is er gematigd tevreden over (n=5 van de 8 respondenten, dus zeer lage basis). COMASE SA Evaluatie van de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij de registratie Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 65/88

66 5.2 Wat vinden de scholen van de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij het invullen van de erkennings- en subsidieaanvraag? Basisonderwijs Ook over de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij het invullen van de erkennings- en subsidieaanvraag is men tevreden (top2 erkenning: 31% / subsidie: 30%). De ontevredenheid blijft beperkt (niet tevreden: erkenning: 6% / subsidie: 4%). Hieronder enkele uitspraken van wie toch ontevreden is over de ondersteuning bij de erkenningsaanvraag. Tijdens het invullen van het document kwam er telkens een foutmelding. Het heeft tot vorige week geduurd vooraal het in orde was. Elk jaar verandert het document en het is steeds een zoeken wat er nu weer bedoeld wordt. De website is niet werkvriendelijk, er wordt geen rekening gehouden met een school als de onze met een sterk veranderde leerlingenpopulatie tijdens het schooljaar. Dit jaar hebben de uiterste datum voor de erkenningsaanvraag voor de gesubsidieerde schoolfruitactie gemist. Best een herinneringsmail naar scholen die al jaren gebruik maken van de subsidies Buitengewoon secundair onderwijs Over de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij het invullen van de erkenningsaanvraag is men gematigd tevreden (n=5 van de 8 respondenten, dus zeer lage basis). Iedereen is tevreden over de ondersteuning bij de subsidieaanvraag, de helft is zeer tevreden (n=4 van de 8 respondenten). Niemand was ontevreden. Ook uit het kwalitatief onderzoek blijkt dat veel mensen in het algemeen wel tevreden zijn over de aanvraagprocedure en facturatie en dat zij het e-loket als een verbetering zien. Verschillende scholen vinden vooral de eerste deelname moeilijk. Er komt dan heel wat bij kijken: aanvraagprocedure, leverancier zoeken en afspraken maken, facturen doorgeven (nummers, hoeveelheid fruit, soort fruit). Na een eerste deelname loopt alles veel vlotter. Indien respondenten problemen ervaren, hebben zij contact opgenomen met de helpdesk die als zeer hulpvaardig en ondersteunend gepercipieerd wordt. COMASE SA Evaluatie van de ondersteuning vanuit de Vlaamse overheid bij de registratie Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 66/88

67 6 Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag 6.1 Is er volgens de scholen voldoende return voor de inspanningen die door hen als school geleverd worden? Basisonderwijs In bijna alle kleuterscholen (93%) ervaart men dat de GSFA effect heeft (58% een redelijk effect, 34% veel effect), vooral wat betreft attitude. Zo zijn de kleuters meer bereid te proeven van verschillende soorten fruit en groenten (86%) en hebben ze een positievere houding t.o.v. groenten en fruit ontwikkeld (66%) volgens de verantwoordelijke van de schoolfruitactie. Daarnaast merkt 44% op dat de kleuters meer fruit en groenten meebrengen naar school. (cijfers uit luik 1 bij kleuterscholen) Uit het kwalitatieve onderzoek in basisscholen komt het leerproces als een van de positieve elementen van de GSFA naar voor. Een leerproces niet enkel en alleen bij de leerlingen, maar ook bij de ouders, via de leerlingen en door een goede en duidelijke communicatie van de school naar de ouders toe. Dit leerproces omvat: het leren kennen van nieuwe soorten fruit en groenten door leerlingen het leren kennen van nieuwe soorten fruit en groenten door de ouders via de leerlingen het leren eten van fruit en groenten doordat een gezamenlijk moment gecreëerd wordt om samen te eten Buitengewoon secundair onderwijs Uit de 0-meting binnen het BuSO in maart 2015 bleek dat men in 8 op 10 van de BuSO-scholen een effect merkte van de GSFA (79%) en de actie fruit-in-de-boekentas (84%), meer dan van andere activiteiten die de school opzet (63%). In de 1-meting van maart 2016 merkt meer dan 9 op 10 (93%) van de verantwoordelijken ondertussen een effect op van de GSFA bij de leerlingen. Ze zijn vooral meer bereid te proeven van verschillende soorten groenten en fruit (77%) en hebben er een positievere houding tegenover (59%). 6.2 Hoe worden de schoolfruitacties door de ouders en de leerlingen zelf geëvalueerd? Zowel de ouders als de kinderen evalueren de schoolfruitacties als zeer positief. COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 67/88

68 84% van de OUDERS vindt de GSFA een heel goed initiatief, 14% beoordeelt het als eerder goed. Fruit-in-de-boekentas krijgt een gelijkaardige algemene beoordeling (82% heel goed, 15% eerder goed). Het installeren van een gezonde gewoonte, het samen hetzelfde eten (wat stimulerend werkt en de gelijkheid bevordert), en het gemak voor de ouders zien zij als voordelen van de GSFA. COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 68/88

69 Enkele uitspraken van ouders illustreren dit: De kinderen eten dagelijks vers fruit. Het aanbod is gevarieerd. Zien eten, doet eten. Als alle vriendjes fruit eten, is het fijner om dat zelf ook te doen. Het is een gewoonte die we thuis ook verderzetten. In de namiddag eten we rond drie uur fruit. Als de kinderen zelf fruit meenemen is het vaak plat vooraleer ze het willen opeten. En dan gooien ze het weg. Als het beschikbaar is gaan ze het vlugger eten. En zo proeven ze meer - groepsdruk. Thuis zijn groenten en fruit anders standaard vies volgens hun. Iedereen kan dan hetzelfde eten, zo zijn anderen niet jaloers op 'lekkerder' dingen. Voor de ouders is het minder werk als het op school wordt aangeboden. Fruit wordt zo een gewoonte. Dit heb ik zelf nooit meegemaakt op school en hoewel ik heel graag fruit eet, is het geen gewoonte. Mijn zoon vraagt het zelf omdat dit bij zijn dagelijkse "ritueel" hoort. Zo kan elk kind eens proeven en genieten van een stuk fruit. Het is tegenwoordig niet voor iedereen mogelijk/haalbaar om dagelijks vers fruit/groenten te kopen voor de kinderen. Aanbieden van fruit en samen opeten als er toch geen alternatieven zijn, stimuleert proeven. Het grootste verbeterpunt volgens de ouders van kinderen die deelnemen aan de GSFA is de variatie in het fruit of de groenten die aangeboden worden (8%) en de kwaliteit ervan (5%), samen met de frequentie, die hoger mag (10%). 1 op 10 van de ouders van een kind in het eerste leerjaar hekelt het gebrek aan informatie over wat er wanneer wordt aangeboden (9%). Naarmate het kind ouder wordt, getuigen meer ouders dat hun kind de fruit-/groentesoort niet lust en dus niet altijd opeet (9% in het vijfde leerjaar). COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 69/88

70 De voornaamste reden om zijn kind niet te laten deelnemen aan de GSFA - ook al bestaat de mogelijkheid op de school - is het feit dat men de fruitsoort niet kan kiezen en liever zelf fruit meegeeft (44%) dat het kind wel lust, veel meer dan de kostprijs van de GSFA. Slechts bij 4% van de ouders van niet-deelnemende kinderen uit de steekproef die wel de optie hadden om deel te nemen, was de kostprijs een drempel voor de deelname. In hoofdstuk 3.2 (drempels voor de scholen) kwam aan bod dat de scholen het financiële aspect (de bijkomende kosten bovenop het subsidiebedrag) wel als een belangrijke drempel zien, niet alleen voor de school zelf, maar ook voor de ouders. Voor de ouders uit de bevraagde steekproef blijkt dit dus niet doorslaggevend. Als positieve elementen van de actie fruit-in-de-boekentas worden onder andere vermeld: Als ouders beiden fulltime werken wordt fruit wel eens makkelijk overgeslagen, want een koek is nu eenmaal makkelijker. Door een vaste dag te kiezen wordt je als ouder eraan herinnert van zeker fruit te voorzien. Het goede voorbeeld, iedereen voelt het belang van fruit. Je kind valt dan niet uit de toon en zal zich gemakkelijker neerleggen bij een algemene afspraak, die ook geldt op school, niet alleen thuis. De kinderen kunnen zo mee zoeken naar fruit dat ze lusten om mee te nemen, want iedereen heeft dan fruit mee. Dit stimuleert mensen hopelijk om dit ook op andere dagen te doen. Voor iedereen gelijk, niemand eet koeken en zo leren ze fruit eten, het wordt een gewoonte op diezelfde dag. Negatieve elementen zijn anderzijds: Bij warm weer is het niet zo aangenaam te weten dat het verse fruit dat ze bij hebben "verlebbert" in de boekentas. Een koele plaats zou welkom zijn om het fruit vers en fris te houden. Daarom dat ik vaak maar 1 stukje fruit meegeef. In de namiddag is het niet meer smakelijk om een fruitje te eten dat al een ganse dag in de boekentas zit. Er is weinig 'controle' of 'aanmoediging' voor in de school. Als mijn dochter enkele keren geen fruit meeneemt: geen haan die daar naar kraait. De frequentie van amper 1x op de week vind ik véél te weinig. Ik zou opteren, zoals ik dat nu eigenlijk zelf ook toepas, van dagelijks 1 koek en 1 stuk fruit mee te geven, waarbij ze het stuk fruit liefst in de voormiddag opeten, vooral als het al gesneden is. Het is niet altijd evident om geschild fruit of versneden fruit mee te geven aan de kinderen (kommetje en lepel nodig). De kinderen krijgen ook niet voldoende tijd om dit fruit op te eten. Ik weet eigenlijk niet zo goed hoe dit georganiseerd wordt. Mijn zoontje zit nog in de onthaalklas en ik weet niet of hij zijn stukjes fruit met een vork kan eten. In de praktijk krijgt hij dus op die vaste dag enkel gewassen druifjes mee of een banaan. COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 70/88

71 Ook bij de KINDEREN uit de tweede en derde graad van het lager onderwijs overtreffen de positieve elementen de negatieve in aantal. Bijna de helft van de kinderen getuigen dat ze door de GSFA al andere fruitsoorten hebben leren kennen - één van de basisdoelstellingen van de actie (46%), dat ze er gezonder door eten (41%), ze vinden de variatie leuk (38%), erkennen het gemak ervan (35%) of vinden het samen hetzelfde fruit eten met hun vrienden goed (30%). De grootste minpunten van de GSFA zijn volgens de kinderen dat ze niet zelf kunnen kiezen welke soort ze eten (26%) en de verspilling (20%). Ook over fruit-in-de-boekentas zijn meer kinderen positief dan negatief. Vooral het feit dat ze zelf kunnen kiezen welk fruit ze meenemen is een positief punt (46%). Ook hier is verspilling COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 71/88

72 meest negatieve element (16%). Bijna alle bevraagde OUDERS vinden het belangrijk dat de school aandacht heeft voor gezonde dranken en tussendoortjes (99%), maar wie zijn kind niet laat deelnemen aan een schoolfruitactie minder uitgesproken (63% heel belangrijk ten opzichte van 77% bij ouders wiens kind wel deelneemt). 8 op 10 ouders vinden dat men er genoeg aandacht aan besteedt (82%). Men is het meest tevreden in de kleuterklas (90%), maar we zien een dalende trend naarmate de lagere school doorlopen wordt (daling naar 75% in de derde graad). De meeste ouders (96%) vinden het goed dat een school afspraken maakt over de tussendoortjes, en dit onder andere om de volgende redenen: Als de school die afspraken vastlegt, gelden diezelfde afspraken voor alle kinderen. Op die manier is er geen jaloezie onder de kinderen en ook geen verwarring bij de ouders over wat wel of niet kan. Om zo ouders aan te moedigen hun kind gezonde tussendoortjes mee te geven. En om bij de kinderen vanaf heel jonge leeftijd een gewoonte te maken van een gezond voedingspatroon. Als een juf of meester zegt dat fruit en groenten eten heel gezond is komt dat voor een kind heel goed over. Deze personen hebben heel veel invloed op onze kinderen. Vandaar ik daar volledig achter sta! Als "ongezonde" tussendoortjes voor niemand mogen, vinden de kinderen het normaal dat ze "gezonde" tussendoortjes krijgen. Gezond zien eten is de beste methode om zelf gezond te (leren) eten. COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 72/88

73 Anders zouden er wel eens mensen durven chips, snoepjes, frisdrank meegeven als tussendoortje en steekt andere kinderen dan weer aan om daar ook om te zeuren. 1 op 20 (4%) is het hier niet mee eens. Een greep uit hun commentaren: Ik zorg ervoor dat mijn kinderen gezond eten, de school moet zich daar niet mee bemoeien. Ik vind dat te dwingend. De school is geen ouder, maar een adviseur. Kinderen eten beter iets dan niets. Mijn zoontje drinkt totaal niet als ik water meegeef, diksap of grenadine met stevia lukken wel, maar eigenlijk mag dit van school ook al niet. Ik heb liever dat hij iets drinkt dan een hele dag totaal niet. Maar ik begrijp volledig dat de school grenzen probeert te trekken voor andere ouders die graag koffiekoeken en pizza meegeven. Ben akkoord als men suiker mindert of verbiedt, maar dan moet heel het personeel van de school dat ook doen en niet frisdranken afschaffen en het personeel wel koffie met suiker laten drinken of andere suikerhoudende dranken! Mensen worden al genoeg beperkt in keuzes die ze zelf mogen maken door allerhande regeltjes. Ik vind dat een kind nog altijd een kind is en als hij eens in plaats van fruit eens een koek mee wilt naar zijn goesting vind ik dat dat wel eens zou mogen. Maar iedere keer enkel droge koekjes en enkel fruit, ja op een eind ben je dat ook beu gegeten. 6.3 Wat is de kennis over en wat zijn de attitudes ten aanzien van groenten en fruit bij de deelnemende leerlingen en hun ouders? De meeste OUDERS zien het belang van groenten en fruit in voor zichzelf (87% helemaal akkoord, 11% eerder akkoord) en voor hun kind (92% helemaal akkoord, 6% eerder akkoord). Ouders uit de hoge sociale groep weliswaar meer dan ouders uit de lage sociale groep (voor zichzelf: hoge sociale groep: 91% helemaal akkoord >< lage sociale groep: 73% / voor hun kind: hoge sociale groep: 95% helemaal akkoord >< lage sociale groep: 89% ). Er is echter nog veel onwetendheid over de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid. COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 73/88

74 Wat fruit betreft, zien we dat er toch nog heel wat ouders zijn (1 op 4) die denken dat 1 stuk fruit volstaat voor hun lager schoolkind. Niemand van de bevraagde ouders met een kind in het BuSO weet dat 3 stukken fruit de aanbeveling is. Over de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid groenten is de onwetendheid nog groter. We hebben ook aan de KINDEREN (2 e -3 e graad lager onderwijs) zelf gevraagd hoeveel stuks fruit ze per dag zouden moeten eten voor een goede gezondheid. De helft van hen weet dat dit 2 stuks fruit is. Neemt het kind niet deel aan fruit-in-de-boekentas, dan schat het de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid fruit minder goed in. Hoe graag lusten kinderen fruit en groenten? COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 74/88

75 Fruit heeft een grote voorsprong op groenten qua appreciatie bij KINDEREN uit de 2 e en 3 e graad van het lager onderwijs. 8 op 10 eet graag fruit, terwijl slechts de helft graag groenten eet. Kinderen uit de lage sociale groep vinden fruit en groenten minder lekker dan kinderen uit de hoge sociale groep (fruit: hoge sociale groep: 87% ik lust dit heel graag, lage sociale groep: 65% / groenten: hoge sociale groep: 54% ik lust dit heel graag, lage sociale groep: 40% ). Kinderen die niet deelnemen aan de GSFA lusten algemeen gezien minder graag fruit dan gemiddeld (73% heel graag, t.o.v. 83% bij GSFA-deelnemers). Aardbeien, appels en druiven worden het meest gesmaakt, pruimen het minst. Kinderen die aan geen enkele schoolfruitactie deelnemen, lusten de meeste fruitsoorten minder graag en hebben peren en kersen vaker nog nooit geproefd: COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 75/88

76 COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 76/88

77 Favoriete groenten bij kinderen zijn wortels, gevolg door komkommer en tomaat. Bij groenten zijn de smaakverschillen tussen deelnemers en niet-deelnemers aan schoolfruitacties minder groot dan bij fruit. We zien enkel een verschil bij radijzen (niet-deelnemers schoolfruitactie: 54% lust dit niet, deelnemers: 36%), sla (niet-deelnemers: 35% lust dit niet, deelnemers: 18%) en komkommer (niet-deelnemers: 30% lust dit niet, deelnemers: 16%). We legden de kinderen ook aan aantal stellingen voor over het effect van groenten en fruit op de gezondheid. Bijna alle kinderen zijn overtuigd van het algemene gezondheidseffect. De impact op de aandachtsspanne in de klas is anderzijds minder bekend. 1 op 5 kinderen denkt dat het dagelijks eten van fruit en groenten geen effect heeft op het kunnen opletten en de prestaties in de klas. En alhoewel ze het samen met hun vrienden fruit en groenten eten een positief punt vinden van de schoolfruitacties (zie hoofdstuk 6.2) denkt 4 op 10 toch niet dat het zien eten hun vrienden effectief zal aansporen om meer fruit en groenten te eten. We zien geen grote verschillen in COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 77/88

78 attitudes tussen deelnemers en niet-deelnemers aan de schoolfruitacties. 6.4 Is de consumptie van groenten en fruit bij deelnemende leerlingen toegenomen, op school en daarbuiten? Wat is het effect bij de ouders zelf? (declaratief) 2 op 3 OUDERS (64%) merken een positief effect van de schoolfruitacties bij hun kind. Het effect is groter in de lage (79%) dan in de hoge sociale groep (61%), wat positief is vermits we zullen zien dat men in de lage sociale groep net minder fruit en groenten eet en er thuis ook minder vaak vers fruit beschikbaar is (zie verder). 3 op 10 zegt dat zijn kind een positievere houding heeft aangenomen ten opzichte van groenten en fruit (30%) of dat het kind al andere soorten heeft leren kennen dan er thuis gegeten worden (27%, bij deelname specifiek aan GSFA: 32%). 1 op 5 kinderen is volgens de ouders ook meer bereid om te proeven van nieuwe soorten (17%), dit effect is volgens de ouders nog sterker bij kinderen uit de lage sociale groep (33%). Volgens 1 op 10 (12%) neemt hun kind nu zelf ook meer fruit en groenten mee naar school door hun deelname aan schoolfruitacties en is het kind ook thuis meer fruit en groenten beginnen eten (9%). Het effect uit zich niet alleen bij de kinderen, maar ook bij de ouders zelf. 4 op 10 ouders (42%) merkt bij zichzelf een of ander effect. Zo is 16% meer geneigd om ook op niet-verplichte dagen fruit of groenten mee te geven met hun kind, staat 14% nu meer stil bij gezonde voeding voor zijn kind, biedt 13% zijn kind nu ook thuis vaker fruit en groenten aan dan vroeger en is 12% zelf ook meer fruit en groenten gaan eten dan ervoor. Wanneer we bij de KINDEREN zelf polsen, worden de trends die de ouders aangeven bevestigd: 6 op 10 merkt een positieve invloed (59%). Deelnemers aan GSFA meer door andere soorten te leren kennen (32%), deelnemers aan fruit-in-de-boekentas door thuis nog meer dan bij GSFA naar COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 78/88

79 een stuk fruit of groenten te grijpen (26%). Alhoewel de ouders wel beseffen dat fruit- en groenteconsumptie belangrijk is, eet slechts de helft (49%) van de kinderen volgens hun ouders dagelijks voldoende fruit en groenten. 46% eet elke dag fruit en groenten, maar onvoldoende volgens de ouders, en 1 op 20 (5%) ouders zeggen dat hun kind niet elke dag fruit en groenten eet. Neemt het kind niet deel aan een schoolfruitactie, dan stijgt dit aantal naar 1 op 10 (12%). Een belangrijk aandachtspunt is verder dat 4 op 10 (42%) ouders zelf niet dagelijks fruit eten (in de lage sociale groep zelfs 58%), en 2 op 10 (18%) niet dagelijks groenten (in de lage sociale groep 33%). Het al dan niet deelnemen van hun kind aan een schoolfruitactie maakt hierbij geen verschil uit. Verder zien we dat er bij 1 op 10 gezinnen uit de steekproef (13%) niet dagelijks vers fruit beschikbaar is thuis. Indien de kinderen niet deelnemen aan schoolfruitacties stijgt dit aantal naar bijna 1 op 4. Ook hier zien we dat de sociale groep een rol speelt: in 93% van de gezinnen binnen de hoge sociale groep is er dagelijks vers fruit, terwijl dit in de lage sociale groep maar voor 69% van de gezinnen het geval is. Vragen we aan de KINDEREN zelf naar hun fruit- en groenteconsumptie en bekijken we het effect van de deelname aan schoolfruitacties hierop, dan zien we dat deze acties wel degelijk voor een boost zorgen in de dagelijkse consumptie. Kinderen die niet deelnemen aan GSFA of fruit-in-deboekentas eten minder vaak dagelijks fruit (24%, t.o.v. 60% bij deelnemers) en groenten (43%, t.o.v. 68% bij deelnemers) en minder vaak groenten als tussendoortje (38%, t.o.v. 74% bij deelnemers): COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 79/88

80 Ook hier wordt duidelijk dat de impact van de sociale groep niet te onderschatten is: 65% van de kinderen uit de hoge sociale groep zegt dagelijks vers fruit te eten, terwijl dit slechts voor 30% van de kinderen uit de lage sociale groep geldt. Hetzelfde fenomeen zien we voor groenten: 72% van de kinderen uit de hoge sociale groep verklaren dagelijks groenten te eten, terwijl dit in de lage sociale groep daalt tot 40%. COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 80/88

81 De kinderen gaven ook aan of en op welke momenten ze de dag voordien fruit en groenten aten. 84% at gisteren fruit en 87% groenten, 76% at beide: Ook op basis van dit dagboek zien we dat de fruit- en groenteconsumptie hoger ligt bij kinderen die deelnemen aan schoolfruitacties. Neemt een kind deel aan de GSFA/fruit-in-de-boekentas, dan heeft het vaker gisteren gegeten: fruit: 87% t.o.v. 60% bij niet-deelnemers groenten: 89% vs 70% bij niet-deelnemers fruit én groenten: 79% t.o.v. 41% bij niet-deelnemers COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 81/88

82 Het ontbijt 9 op 10 kinderen heeft de gewoonte om elke dat te ontbijten (89%). Bijna 1 op 10 ontbijt wel eens, maar niet elke dag (9%). 2% ontbijt nooit. 98% had de dag ervoor ontbeten, meestal thuis (95%). Andere ontbijtplaatsen zijn op school (2%), bij de grootouders (1%) of op vakantie/zeeklassen (1%). 16% at fruit bij het ontbijt, 2% at groenten. Neemt men niet deel aan de GSFA, at men minder vaak fruit bij het ontbijt (8%, t.o.v. 19% bij deelnemers aan de GSFA). Het middagmaal Bijna alle kinderen aten de dag ervoor een middagmaal (99,6%), meestal op school (53%) of thuis (36%). Andere plaatsen: restaurant, pretpark (5%), bij de grootouders (3%), op vakantie/zeeklassen (1%), ergens anders (1%). 24% at fruit bij het middagmaal, 54% at groenten. Niet-deelnemers aan de GSFA aten minder groenten bij het middagmaal (44%, t.o.v. 58% bij deelnemers). COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 82/88

83 Het avondmaal Zo goed als alle kinderen aten de dag voordien een avondmaal (99%), in 9 op 10 gevallen thuis (90%). Andere plaatsen waar er s avonds gegeten werd: bij de grootouders (3%), restaurant/pretpark (3%), op school (2%), bij vrienden (1%) of ergens anders (1%). 24% at groenten bij het avondmaal, 59% at fruit. Ook hier zien we een verschil naargelang de deelname aan schoolfruitacties. Kinderen die niet deelnemen aan de GSFA of fruit-in-de-boekentas aten minder vaak fruit bij het avondeten (11%, t.o.v. 26% bij deelnemers). Tussendoortjes Tenslotte zien we ook een impact wat betreft het eten van fruit en groenten als tussendoortje. 74% at gisteren fruit tussendoor, 18% at groenten tussendoor. Niet-deelnemers aan de GSFA aten minder fruit als tussendoortje. Wie daarnaast ook niet aan fruit-in-de-boekentas deelneemt at ook minder groenten als tussendoortje. COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 83/88

84 COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 84/88

85 Een koekje is het meest populaire minder gezonde tussendoortje (de helft van de kinderen at dit gisteren), maar fruit (74%) werd nog altijd vaker als tussendoortje gegeten. We zien geen significant verschil wat betreft het eten van andere tussendoortjes dan groenten en fruit naargelang de deelname aan schoolfruitacties. Wanneer we de volledige dag ( gisteren ) bekijken, dan zien we dat een kind (2 e -3 e graad lager onderwijs) dat deelneemt aan de GSFA gemiddeld 2 stukken fruit op een dag eet, wat overeenkomt met de aanbevolen hoeveelheid, terwijl dit bij niet-deelnemende kinderen minder is. COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 85/88

86 Drank Iets meer dan 9 op 10 kinderen (93%) dronk gisteren water, bijna de helft (46%) dronk melk. 4 op 10 dronk frisdrank (39%), 3 op 10 fruitsap uit een fles of brik (27%). Kinderen die niet deelnemen aan schoolfruitacties drinken minder vaak water (78%, t.o.v. 94% bij deelnemende kinderen), maar ook minder vaak frisdrank (19%, t.o.v. 40% bij deelnemende kinderen; vaker chocomelk, doch niet significant). COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 86/88

87 6.5 Wat is de intentie om fruit en groenten mee te nemen naar school? Geven ouders meer fruit mee naar school? Algemeen gezien geven ouders vooral geen fruit of groenten mee aan hun kind omdat het minder handig is (37%). 1 op 10 geeft als reden dat het kind geen fruit/groenten lust (13%), het te plakkerig is (12%), het kind thuis fruit eet (11%), er op school al fruit gegeten wordt (10%), er als afwisseling eens iets anders meegegeven wordt (9%) of er niet altijd vers fruit aanwezig is thuis (8%). COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 87/88

88 Globaal gezien neemt 11% van de kinderen zelden of nooit fruit of groenten mee naar school. Neemt het kind niet deel aan de actie fruit-in-de-boekentas dan stijgt dit aantal naar 20%, fruit-inde-boekentas loont dus op dit vlak. Neemt het kind deel aan deze actie, dan neemt 65% elke schooldag fruit of groenten mee, ten opzichte van 43% bij de niet-deelnemers. Hoe verder het kind in de schoolloopbaan zit, hoe minder frequent er fruit of groenten worden meegenomen naar school. Terwijl 2 op 3 kleuters (62%) nog elke dag fruit of groenten mee krijgen, daalt dit tegen dat men in de derde graad zit naar 43%. In het BuSO neemt meer dan de helft van de bevraagde kinderen nooit fruit of groenten mee volgens de ouders (56%) en slechts 1 op 10 elke schooldag (11%). COMASE SA Effect op het uiteindelijk gesteld gezondheidsgedrag Error! Use the Home tab to apply Titre 2 to the text that you want to appear here. 88/88