Stap 1 Doelen vaststellen! Lesdoelen staan altijd in relatie tot langere termijn doelen. Zorg dat je de leerlijn of opbouw van doelen op schoolniveau helder hebt! Groepsdoelen staan altijd in relatie tot doelen op andere niveaus: doelen op schoolniveau, bouwniveau, groepsniveau, leerling niveau. Voor het goed vormgeven van opbrengstgericht werken is het vaststellen van doelen essentieel. Het is de eerste stap in de cyclus van opbrengstgericht werken en lijkt misschien makkelijk, maar dat is het niet. Wat is een doel bijvoorbeeld? Een doel is iets wat je behaald, niet iets wat je doet. Om dit duidelijk te krijgen kan het overzicht doelgericht en activiteitgericht werken (pagina 3) je helpen. Andere vragen zijn: Hoe formuleer je doelen?, Hoe stel je criteria vast?, Hoe communiceer je doelen met leerlingen?, Welke typen doelen zijn er?, etc. In dit document verwijzen we naar instrumenten die kunnen ondersteunen bij bovenstaande vragen. Formuleren van doelen! Leerdoelen: doelen uit een leerlijn, geformuleerd voor een lessenreeks! Lesdoelen: doelen die je wil bereiken in een les, dat kunnen inhoudelijke leerdoelen zijn, maar ook procesdoelen zoals b.v. mijn lesdoel is leerlingen betrokken bij de les houden. Voor het stellen van doelen kun je input halen uit verschillende bronnen, aan de ene kant de leerlijnen, kerndoelen, kernconcepten, andere (globale) leerdoelen en referentieniveaus. Aan de andere kant input vanuit toetsen, evaluaties en observaties. In het schema op pagina 4 zie je welke input je kunt gebruiken bij welke doelen. Je kunt met je les verschillende soorten doelen voor ogen hebben. Doelen kunnen gericht zijn op kennis, inzicht, vaardigheden. Het schema soorten doelen op pagina 5 kan je helpen hiervan bewust te zijn/worden. Communiceren met leerlingen Het is belangrijk dat je doelen communiceert met leerlingen zodat ze in een actieve stand komen te staan en het belang weten van wat ze gaan leren (intrinsieke motivatie). Doelen kun je op verschillende manieren communiceren met leerlingen. Voorbeelden vind je op pagina 6. Tip Hang ook eens doelen voor een periode zichtbaar op voor leerlingen. Bijvoorbeeld in groep 3. Welke letters gaan we leren in de komende twee maanden? Of welke leerdoelen voor rekenen staan het komende blok centraal? Differentiëren Bij differentiëren gaat het om het formuleren van verschillende leerdoelen afgestemd naar onderwijsbehoeften. Wanneer je werkt met een groepsoverzicht en een groepsplan geeft dit je informatie over onderwijsbehoeften en/of doelen voor leerlingen. 1
Succescriteria formuleren Nadat je de doelen van de les hebt bepaald, kunnen de succescriteria vastgesteld worden. Een succescriterium geeft aan: wanneer ben ik tevreden met het behaalde resultaat t.o.v. het inhoudelijk lesdoel? Bijvoorbeeld: Een kwantitatief criterium kan zijn: aantal wat je goed moet doen/kennen b.v. 5 van de 7 sommen goed (globale formulering); In waarneembare leeropbrengst: 5 van de 7 goed en je kunt uitleggen aan mij hoe je de sommen gemaakt hebt (concreet); Belangrijk bij het formuleren van succescriteria is dat voor verschillende groepen leerlingen er verschillende succescriteria mogelijk zijn en dat je de succescriteria deelt met de leerlingen. Bij de instrumenten vind je een voorbeeld van een criteriakaart op pagina 7. Tip Samen met de leerlingen de succescriteria formuleren, jij als leraar stelt uiteindelijk de succescriteria vast. Achtergrondinformatie Bij de achtergrondinformatie vind je een stappenschema over doelen stellen op basis van kerndoelen, leerlijnen en data op pagina 8. 2
Overzicht doelgericht en activiteitgericht werken Onderstaand schema geeft weer welke vragen je stelt op het moment dat je activiteitgericht werkt en wanneer je opbrengstgericht/doelgericht werkt. Een voorbeeld van een activiteitgericht aanbod (Bron: OGOO) Leraar (doel): We gaan dit rijtje sommen maken Leerling (maakstand): Zo snel mogelijk alle sommen af Leraar (feedback): Kunnen leerlingen verder, zijn ze lekker bezig? Leerling (uitvoering): Gericht op goede antwoorden (geen reflectie) Leraar (evaluatie): Goed zo jongens, hard gewerkt Kans op: Extrinsieke motivatie, afraffelen afkijken, oppervlakkig leren Een voorbeeld van een doelgericht aanbod (Bron: OGOO) Leraar (doel): We gaan leren wat procenten zijn. Dat heb je nodig, omdat. Leerling (leerstand): Hoe zit dat, wat weet ik al? Leraar (feedback): Wat hebben ze nodig om te leren, zijn er misconcepties? Leerling (uitvoering): Begrijp ik het nu? (wel reflectie) Leraar (evaluatie): Jullie hebben geleerd, dit onderdeel gaat heel goed, volgende keer.. Kans op: intrinsieke motivatie, metacognitie, diepgaand leren 3
Schema doelen en input Doelen voor de verschillende niveaus en input Doel Niveau Input Betrokkenen Langetermijndoelen: doelen per leerjaar, samenhangend met de School - Kerndoelen - Referentieniveaus Directie Team doelen voor de hele basisschoolperiode - Leerlingvolgsysteem Eindtoetsing (bijv. Cito) Middellangetermijndoelen: doelen voor thema s of grote projecten Bouw of unit - Toets scores uit methodes - Leerlijnen - Observatiegegevens Bouwcoördinator Teamleden van bouw- / parallelgroepen, soms hele team - Leerling besprekingen Kortetermijndoelen: doelen per les of activiteit Groepjes of individuele leerlingen -Leerlijnen - Doelen binnen kernconcepten - Evaluatiegegevens Leerkracht, soms een aantal leerkrachten van parallelgroepen en soms de intern begeleider - Observatiegegevens - Eventueel bespreking met intern begeleider Bron: opbrengstgericht onderwijs ontwerpen, Bakx, Ros en Teune 4
Schema soorten doelen Schoolniveau Schoolniveau Groepsniveau Soort doel Input Welke doelen horen erbij? Kennis- en inzichtdoelen Inzichtdoelen (bijv. kernconcepten) Kerndoelen Evaluatiegegevens Feiten Concepten Procedures Strategieën Inzichten en conceptuele kennis Vaardigheid georiënteerde doelen Leerlijnen Evaluatiegegevens Motorische vaardigheden Taal gerelateerde vaardigheden Reken gerelateerde vaardigheden Samenwerkingsvaardigheden Probleemoplossingsvaardigheden Zelfreguleringsvaardigheden Informatieverwerkingsvaardigheden Attitude gerelateerde doelen School gerelateerde keuzes Evaluatiegegevens Respect Zelfvertrouwen Verantwoordelijkheid Zelfontplooiing Bron: opbrengstgericht onderwijs ontwerpen (Bakx, Ros en Teune) 5
Doelen communiceren Hoe communiceer je doelen? En waar let je op bij het communiceren van doelen? Onderstaand een aantal voorbeelden: Vertellen Op het bord/digibord Op papier Met of zonder toelichting Mate van concreetheid: zonder/met benoemen van voorbeelden, aansluitend bij de belevingswereld van de leerlingen Taalgebruik: in leerlingentaal Beschrijf het waarneembare eindgedrag. Wat kunnen/weten kinderen aan het eind van de les. Maak onderscheid tussen wat je kinderen wilt gaan leren (doelen) en wat ze gaan doen (instructie) 6
Criteriakaart Een criteriakaart opstellen 1. Zorg voor een voorbeeld (of direct model) van goed werk dat getoond kan worden. 2. Inspecteer en bespreek de kenmerken van het voorbeeld met de klas. Daag de leerlingen uit om de kenmerken te noemen die het voorbeeld goed maken. 3. Noteer de reacties van de leerlingen op een groepskaart, hun eigen bewoordingen gebruikend. 4. Toon gedurende het jaar vele voorbeelden van gedegen werk en stel zo nodig de kaart bij. Bron: De waarde van portfolio s Een voorbeeld van een criteriakaart Een goed opstel groep 4 1. Maak een lijstje waar je over wilt schrijven 2. Bedenk wie je opstel zal lezen. 3. Je verhaal moet ergens op slaan. 4. Het moet een begin, midden en eind hebben. 5. Stop er gevoel in (verdrietig, blij, boos, opgewonden, verbaasd) 6. Vergeet punt, vraagteken of uitroepteken niet aan het eind van de zin. 7. Begin elke zin met een hoofdletter. Namen van plaatsen en mensen krijgen ook een hoofdletter. 8. Let op je spelling. 9. Begin niet elke zin hetzelfde. 10. Lees je opstel na. Bron: De waarde van portfolio s 7
Achtergrondinformatie Doelen stellen op basis van leerlijnen, kerndoelen en data 1. Welke kerndoelen zijn van toepassing op deze les? 2. Om wat voor een type doel gaat het? 3. Wat streef je in grote lijnen na? 4. Welke inputgegevens heb je beschikbaar? Bronnen en leerling gegevens. 5. Wat is de beginsituatie van de leerlingen? 6. Wanneer ben je tevreden, als er wat bereikt is? (de criteria) 7. Hoe ga je het doel met de leerlingen vooraf bespreken? (wat zeg je?) 8. Hoe betrek je de leerlingen bij het vaststellen van de standaarden? 9. Hoe geef je aan de leerlingen aan dat jullie aan het einde van de les gaan evalueren? 10. Wat doe je met de leerlingen die het doel nog niet hebben bereikt? 11. Wat doe je met leerlingen die het doel heel snel hebben bereikt? 12. Heb je alternatieve strategieën om onderweg bij te sturen? Bron: Opbrengstgericht onderwijs ontwerpen, Bakx, Ros en Teune 8