Doelstellingen van dit hoofdstuk

Vergelijkbare documenten
Basic Creative Engineering Skills

Bewerkingen met krachten

VAK: Mechanica - Sterkteleer HWTK

Tentamen io1031 Product in werking (vragen) vrijdag 26 augustus 2011; 14:00 17:00 uur

Controle: Bekijk nu of aan het evenwicht wordt voldaan voor het deel BC, daarvoor zijn immers alle scharnierkracten bekend

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN en UITWERKINGEN.doc 1/16

Projectopdracht Bovenloopkraan

Vraag 1. F G = N F M = 1000 N k 1 = 100 kn/m k 2 = 77 kn/m

CT2121 EXPERIMENT 1 ONDERZOEK NAAR DE VALIDITEIT VAN DE BUIGINGSTHEORIE FORMULIER 1: AFTEKENFORMULIER

Module 2 Uitwerkingen van de opdrachten

Module 1 Uitwerkingen van de opdrachten

Mechanica van Materialen: Voorbeeldoefeningen uit de cursus

Basic Creative Engineering Skills

Module 2 Uitwerkingen van de opdrachten

Module 8 Uitwerkingen van de opdrachten

Projectopdracht Bovenloopkraan

S3 Oefeningen Krachtenleer Hoofdstuk VII VII-1. a) steunpuntreacties. massa balk m b = b * h * l * ρ GB = 0.5 * 0.5 * 10 * 2500 = 6250 kg

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS versie C - OPGAVEN.doc 1/7

Productontwikkeling 3EM

Opgave 2 Een kracht heeft een grootte, een richting en een aangrijpingspunt.

Wiskunde krachten als vectoren oefeningensessie 1 Bron: Wiskunde in de bouw Jos Ariëns, Daniël Baldé

Module 5 Uitwerkingen van de opdrachten

Examen Klassieke Mechanica

Theorie: Snelheid (Herhaling klas 2)

Examen Klassieke Mechanica

UITWERKINGSFORMULIER. Tentamen CT1031 CONSTRUCTIEMECHANICA 1 2 november 2009, 09:00 12:00 uur

Beginnen met Construeren Module ribbmc01c Opleiding: Bouwkunde / Civiele techniek / ROP Propadeuse, kernprogramma 1 e kwartaal

UITWERKING. Tentamen SPM1360 : STATICA 24 maart Opgave 1. Onderdeel a) Zie boek. Onderdeel b)

Module 3 Uitwerkingen van de opdrachten

8. Sterktebepaling? Zorg dat de area information aan staat. Klik ergens binnen het te onderzoeken oppervlak en accepteer (v-symbool).

kinematisch en statisch (on) bepaaldheid Noodzakelijk aantal opleggingen, graad van statisch onbepaaldheid Hans Welleman 1

Projectopdracht Bovenloopkraan

Module 4 Uitwerkingen van de opdrachten

5. Krachtenkoppels Moment van krachten

Elk vermoeden van fraude wordt gemeld bij de examencommissie.

Tussentoets 2 Mechanica 4RA03 17 oktober 2012 van 9:45 10:30 uur

S3 Oefeningen Krachtenleer Hoofdstuk II II-3. II-3 Grafisch: 1cm. II-3 Analytisch. Sinusregel: R F 1

RBEID 16/5/2011. Een rond voorwerp met een massa van 3,5 kg hangt stil aan twee touwtjes (zie bijlage figuur 2).

Statica & Sterkteleer 1. Statica en Sterkteleer: Voorkennis:

NIETJE NIET VERWIJDEREN

SAMENSTELLEN EN ONTBINDEN VAN SNIJDENDE KRACHTEN

Deel 4: Krachten. 4.1 De grootheid kracht Soorten krachten

UITWERKINGSFORMULIER. Tentamen CTB1110 CONSTRUCTIEMECHANICA 1 3 november :00 12:00 uur (180 min)

Basic Creative Engineering Skills

Productontwikkeling 3EM

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS- AT1 - OPGAVEN 1/6

zwaartekracht (N of kn) Dus moeten we Fz bepalen dat kan alleen als we de massa weten. Want

Elk vermoeden van fraude wordt gemeld bij de examencommissie.

MOMENT VAN EEN KRACHT KOPPEL VAN KRACHTEN

Basismechanica. Blok 2. Spanningen en vervormingen

: Vermeld op alle bladen van uw werk uw naam. : Het tentamen bestaat uit 3 bladzijden inclusief dit voorblad.

3HV H1 Krachten.notebook September 22, krachten. Krachten Hoofdstuk 1

OPGAVE FORMULIER. Tentamen CTB1110 CONSTRUCTIEMECHANICA 1 3 november :00 12:00 uur (180 min)

ECTS-fiche. 1. Identificatie. HBO5 Mechanica sterkteleer Code 7363 Lestijden 80 Studiepunten n.v.t. 100% Ingeschatte totale 160 studiebelasting

Blz 64: Figuur De rondjes in de scharnierende ondersteuningen horen onder de doorgaande ligger te worden getekend.

TENTAMEN DYNAMICA (140302) 29 januari 2010, 9:00-12:30

M-V-N-lijnen Nadruk op de differentiaalvergelijking. Hans Welleman 1

==== Technische Universiteit Delft ==== Vermeld rechts boven uw werk Instellingspakket Toegepaste Mechanica

Tentamen io1030 Product in werking (vragenblad) Maandag 12 april 2010; 18:00 21:00 uur

I y y. 2 1 Aangezien er voor de rest geen andere krachtswerking is op de staaf, zijn alle overige spanningen nul.

UITWERKINGSFORMULIER. Tentamen CT1031-CT CONSTRUCTIEMECHANICA 1 23 januari :00 12:00 uur

ANTWOORDFORMULIER. Tentamen CT / CT1031 CONSTRUCTIEMECHANICA 1 2 november 2012, 09:00 12:00 uur

Vraag januari 2014, 13u30 r-nummer:... naam:...

Mechanica van materialen: Oefening 1.8

Construerende Technische Wetenschappen

1 Uitwendige versus inwendige krachten

UITWERKING. Tentamen (TB 138) SPM1360 : STATICA 25 augustus Opgave 1. Onderdeel a)

Errata bij Statica, 13e editie

Welk van de onderstaande reeks vormt een stel van drie krachten die elkaar in evenwicht kunnen houden?

UITWERKINGSFORMULIER. Tentamen CTB1110 CONSTRUCTIEMECHANICA 1 3 november :00 12:00 uur (180 min)

Mechanica Evenwicht Vraagstukken

Samenvatting Natuurkunde Natuurkunde Samenvatting NOVA 3 vwo

Statica(WB/MT) college 4 Moment, uitprodukt. Guido Janssen

Samenvatting Natuurkunde Syllabus domein C: beweging en energie

Elk vermoeden van fraude wordt gemeld bij de examencommissie. NIETJE NIET LOSHALEN!!

Module 6 Uitwerkingen van de opdrachten

Mechanica - Sterkteleer - HWTK PROEFTOETS- AT1 - OPGAVEN en UITWERKINGEN 1/10

8.1. Sterktebepaling in SE?

Mechanica, deel 2. Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven

Samenvatting NaSk 1 Natuurkrachten

Theorie: Het maken van een verslag (Herhaling klas 2)

HAVO. Inhoud. Momenten... 2 Stappenplan... 6 Opgaven... 8 Opgave: Balanceren... 8 Opgave: Bowlen Momenten R.H.M.

CONSTRUCTIEMECHANICA Antwoorden

7 College 01/12: Electrische velden, Wet van Gauss

IJkingstoets Wiskunde-Informatica-Fysica 29 juni Nummer vragenreeks: 1


Gegeven de starre balk in figuur 1. Op het gedeelte A D werkt een verdeelde belasting waarvoor geldt: Figuur 1: Opgave 1.

Voortgangstoets NAT 5 HAVO week 6 SUCCES!!!

Module 6 Uitwerkingen van de opdrachten

2.1 Bepaling van een eenparige rechtlijnige beweging...39

Transcriptie:

HOOFDSTUK 1 Spanning Doelstellingen van dit hoofdstuk In dit hoofdstuk worden enkele belangrijke principes van de statica behandeld en wordt getoond hoe deze worden gebruikt om de inwendige resulterende belastingen in een lichaam te bepalen. Daarna introduceren we de principes normaalspanning en schuifspanning en bespreken we specifieke toepassingen van het analyseren en ontwerpen van onderdelen die belasting in axiale richting of directe afschuiving ondervinden. 1.1 Inleiding De sterkteleer is de tak van de mechanica die de effecten bestudeert van spanning en vervorming in een vervormbaar lichaam dat wordt blootgesteld aan een uitwendige belasting. Spanning hangt samen met de sterkte van het materiaal waarvan het lichaam is vervaardigd, terwijl vervorming een maat is voor de vormverandering van het lichaam. Daarnaast omvat de sterkteleer ook het bestuderen van de stabiliteit van lichamen wanneer een dergelijk lichaam, zoals een kolom, een drukbelasting ondergaat. Het is heel belangrijk de principes van dit onderwerp goed te begrijpen, omdat veel formules en ontwerpregels in constructievoorschriften zijn gebaseerd op de principes van de sterkteleer. Op de website bij dit boek kun je de volgende video-uitwerkingen uit dit hoofdstuk vinden: Paragraaf 2 Herhaling interne krachten, 2D Paragraaf 2 Herhaling interne krachten, 3D Paragraaf 3 Herhaling resulterende kracht Paragraaf 4 Gemiddelde normaalspanning Paragraaf 4 en 5 Gemiddelde normaalspanning en schuifspanning Paragraaf 6 Toelaatbare spanning Paragraaf 7 Veiligheidsfactor 1.1 Inleiding 3

Historische ontwikkeling De sterkteleer dateert uit het begin van de zeventiende eeuw, toen Galilei experimenten uitvoerde waarbij hij de effecten van het belasten van staven en balken van uiteenlopend materiaal bestudeerde. an het begin van de achttiende eeuw verbeterden de experimentele methoden voor het beproeven van materialen echter sterk en in die tijd werden op grote schaal zowel experimentele als theoretische onderzoeken uitgevoerd. Dit gebeurde voornamelijk in Frankrijk, door vooraanstaande figuren als Saint-Venant, Poisson, Lamé en Navier. In de loop van de tijd, nadat veel fundamentele problemen van de sterkteleer waren opgelost, kwam men voor ingewikkelder vraagstukken te staan, die alleen konden worden opgelost met behulp van geavanceerde wiskundige en computertechnieken. Het gevolg was dat dit onderwerp werd uitgebreid naar andere onderwerpen van de mechanica, zoals de elasticiteitstheorie en de plasticiteitstheorie. Er wordt nog steeds onderzoek in deze vakgebieden gedaan om te kunnen voldoen aan de vraag naar oplossingen voor moeilijke constructieproblemen. 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam Omdat bij het ontwikkelen en toepassen van de sterkteleer de statica een belangrijke rol speelt, is een goed begrip van de principes erg belangrijk. Daarom wordt eerst stilgestaan bij een paar van de belangrijkste principes van de statica die door het hele boek heen worden gebruikt. Idealisering als geconcentreerde kracht F R q (s) s G W Lineair verdeelde belasting Volumekracht Fig. 1.1 Oppervlaktekracht Uitwendige belastingen Een lichaam ondergaat slechts twee soorten uitwendige belastingen: oppervlaktekrachten en/of volumekrachten, fig. 1.1. Oppervlaktekrachten Oppervlaktekrachten ontstaan door direct contact van een lichaam met een ander lichaam. In alle gevallen worden deze krachten verdeeld over het contactoppervlak tussen de lichamen. ls deze oppervlakte klein is ten opzichte van de totale oppervlakte van het lichaam, kan de oppervlaktekracht worden geïdealiseerd als één geconcentreerde kracht, die op een punt van het lichaam wordt uitgeoefend. De kracht die de grond op de wielen van een fiets uitoefent bijvoorbeeld, kan worden beschouwd als een geconcentreerde kracht. ls de oppervlaktebelasting op een smal stripvormig oppervlak wordt uitgeoefend, kan de belasting worden geïdealiseerd als een lineair verdeelde belasting, q(s). Hier wordt de belasting gemeten per lengte-eenheid langs de strip en grafisch weergegeven als een reeks pijlen langs de lijn s. De resulterende kracht F R van q(s) is gelijk aan de oppervlakte onder de kromme van de verdeelde belasting en deze resultante werkt in het zwaartepunt, het geometrische middelpunt van dit oppervlak. De belasting over de lengte van een balk is een typisch voorbeeld van een situatie waarin deze idealisering vaak wordt toegepast. Volumekrachten Een volumekracht ontstaat wanneer een lichaam een kracht uitoefent op een ander lichaam zonder dat er sprake is van direct fysiek contact tussen de lichamen. Voorbeelden hiervan zijn de effecten die worden veroorzaakt door de zwaartekracht of het elektromagnetische krachtveld van de aarde. Hoewel volumekrachten invloed hebben op alle deeltjes waaruit het lichaam bestaat, worden deze krachten gewoonlijk voorgesteld door één enkele geconcentreerde kracht die op het lichaam werkt. In het geval van de zwaartekracht wordt deze kracht het gewicht van 4 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam

het lichaam genoemd; deze kracht grijpt aan in het zwaartepunt van het lichaam. Ondersteuningsreacties De oppervlaktekrachten in de ondersteuningen van een lichaam of in het contactpunt tussen twee lichamen worden reacties genoemd. Voor tweedimensionale problemen, dat wil zeggen lichamen met krachtsystemen in één vlak, toont tabel 1.1 de meest voorkomende ondersteuningen. Onthoud goed welk symbool elke ondersteuning voorstelt en welk type reacties deze uitoefent op het rakende onderdeel. ls vuistregel geldt dat als de ondersteuning translatie in een bepaalde richting verhindert, er in die richting een kracht op het onderdeel moet worden uitgeoefend. Op dezelfde manier geldt dat wanneer rotatie wordt verhinderd, er een koppel op het onderdeel moet worden uitgeoefend. Zo verhindert bijvoorbeeld de roloplegging alleen translatie in de contactrichting, loodrecht op het oppervlak. De rol oefent daardoor ter plaatse van zijn contactpunt een normaalkracht F op het onderdeel uit. Omdat het onderdeel vrij om de rol kan roteren, kan de rol in het contactpunt geen koppel op het onderdeel uitoefenen. Veel machine-elementen worden met pennen met elkaar verbonden, zodat ze in de verbindingen vrij kunnen draaien. Deze ondersteuningen oefenen wel een kracht uit op de machine-elementen, maar geen moment. Tabel 1.1 Type verbinding u Reactie Reactie Fy u F Kabel Type verbinding Fx Eén onbekende: F Twee onbekenden: Fx, Fy Uitwendig scharnier Fy Fx F Roloplegging Eén onbekende: F Inwendig scharnier Twee onbekenden: Fx, Fy M Fy Fx Gladde ondersteuning F u Eén onbekende: F Inklemming Drie onbekenden: Fx, Fy, M Evenwichtsvergelijkingen Evenwicht van een lichaam vereist zowel een krachtenevenwicht, om te voorkomen dat het lichaam over een recht of gebogen pad wordt verplaatst, als een momentenevenwicht, om roteren van het lichaam te verhinderen. Deze voorwaarden kunnen wiskundig worden uitgedrukt met twee vectorvergelijkingen: F = 0 MO = 0 (1.1) 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam 5

Hier vertegenwoordigt ΣF de som van alle krachten die op het lichaam werken en is ΣM O de som van de momenten van alle krachten rond een willekeurig punt O, al dan niet op het lichaam. ls er een x y z-assenstelsel wordt gekozen met de oorsprong in punt O, kunnen de kracht- en momentvectoren worden ontbonden in componenten langs de coördinaatassen en kunnen de twee bovenstaande vergelijkingen in scalaire vorm worden geschreven als zes vergelijkingen: F x = 0 F y = 0 F z = 0 M x = 0 M y = 0 M z = 0 (1.2) In de praktijk kan de belasting van een lichaam vaak worden voorgesteld als een stelsel van krachten die in hetzelfde vlak werken. ls dit het geval is en de krachten in het x y-vlak liggen, kunnen de voorwaarden voor evenwicht van het lichaam worden weergegeven met slechts drie scalaire evenwichtsvergelijkingen, namelijk F x = 0 F y = 0 M O = 0 (1.3) Om de horizontale elementen van de draagstructuur van dit gebouw te ontwerpen moeten eerst de inwendige belastingen in verschillende punten op de lengte ervan bekend zijn. Hier worden alle momenten om punt O opgeteld, zodat ze in de richting van de z-as werken. Om de evenwichtsvergelijkingen met succes te kunnen toepassen moeten alle bekende en onbekende krachten die op het lichaam werken in kaart gebracht worden. De beste manier om dat te doen is eerst het vrijlichaamsschema van het lichaam te tekenen. Inwendige belastingen In de sterkteleer wordt statica met name gebruikt om de resulterende belastingen binnen een lichaam te bepalen. Bekijk als voorbeeld het lichaam in fig. 1.2a, dat door de vier uitwendige krachten in evenwicht wordt gehouden.* Om de inwendige belastingen die in een bepaald oppervlak in het lichaam werken te bepalen, is het nodig om een denkbeeldige snede te maken door het gebied waar de inwendige belastingen moeten worden bepaald. De twee delen van het lichaam worden vervolgens gescheiden en van een van de delen wordt een vrijlichaamsschema getekend, fig. 1.2b. Merk op dat er in wezen sprake is van een verdeling van inwendige krachten die op het zichtbare gedeelte van de doorsnede werken. Deze krachten vertegenwoordigen de werking van het materiaal van het bovenste deel op het aangrenzende materiaal van het onderste deel van het lichaam. Hoewel de exacte verdeling van deze inwendige belasting onbekend kan zijn, kunnen we de evenwichtsvergelijkingen gebruiken om de uitwendige * Het gewicht van het lichaam is niet aangegeven, omdat wordt aangenomen dat dit heel klein is; hierdoor kan het, vergeleken met de andere krachten, worden verwaarloosd. 6 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam

F 3 F 4 M RO F R doorsnede O (a) F 2 F 2 (b) (c) F2 Fig. 1.2 krachten op het lichaam te relateren aan de resulterende kracht en het resulterende moment, F R en M RO, die door deze verdeling op een bepaald punt O in het oppervlak van de doorsnede worden uitgeoefend (zie fig. 1.2c). Verderop laten we zien dat punt O heel vaak wordt gekozen in het zwaartepunt van het oppervlak van de doorsnede en dus zullen we, tenzij anders aangegeven, altijd deze plaats voor O kiezen. Verder wordt, als een onderdeel lang en dun is, zoals bij een staaf of een balk, de te bekijken doorsnede in het algemeen loodrecht op de lengteas van het onderdeel gekozen. Deze doorsnede wordt dan aangeduid met de term dwarsdoorsnede. Drie richtingen Verderop in dit boek zullen we laten zien hoe de resulterende belastingen, F R en M RO, kunnen worden gerelateerd aan de krachtenverdeling in het vlak van de doorsnede en daarbij vergelijkingen afleiden die gebruikt kunnen worden voor analyses en ontwerpen. Om dit echter te kunnen doen moeten we de componenten van F R en M RO bekijken die rakend aan en loodrecht op het vlak van de doorsnede werken, fig. 1.2d. We kunnen op de volgende manier vier verschillende soorten resulterende belastingen definiëren: M RO M RO O (c) N F R wringmoment T normaalkracht F2 F R Normaalkracht, N Deze kracht werkt loodrecht op het oppervlak. Deze kracht wordt ontwikkeld als de uitwendige belastingen drukken op of trekken aan de twee segmenten van het lichaam. Dwarskracht, V De dwarskracht werkt in het vlak van de doorsnede en wordt ontwikkeld als de uitwendige belastingen de twee segmenten van het lichaam over elkaar heen willen schuiven. Wringmoment, T Een wringmoment wordt ontwikkeld als uitwendige belastingen het ene segment van het lichaam ten opzichte van het andere segment om een as loodrecht op het oppervlak willen verdraaien. V dwarskracht M buigmoment O (d) Fig. 1.2 (vervolg) F2 Buigmoment, M Een buigmoment wordt veroorzaakt als uitwendige belastingen het lichaam willen verbuigen om een as binnen het vlak van de doorsnede. In dit boek wordt een moment of koppel in drie dimensies weergegeven als een vector met een krul eromheen. Volgens de rechterhandregel geeft de 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam 7

F 2 doorsnede (a) F 4 F 3 F 2 y dwarskracht V M O buigmoment O x N normaalkracht (b) Fig. 1.3 duim de richting aan waarin de pijlpunt wijst en geven de gekromde vingers de draairichting aan (wringing of buiging). Belastingen in één vlak ls het lichaam wordt blootgesteld aan een stelsel van krachten in één vlak, fig. 1.3a, zal de doorsnede uitsluitend belast kunnen worden door drie van de vier componenten, te weten de normaalkracht, de dwarskracht en het buigmoment, fig. 1.3b. ls we de coördinaatassen x, y en z gebruiken, zoals is weergegeven voor het linkersegment, kan N direct worden bepaald door ΣF x = 0 toe te passen en kan V rechtstreeks worden bepaald met behulp van ΣF y = 0. Het buigmoment M O ten slotte kan direct worden bepaald door de momenten om punt O (de z-as), ΣM O = 0, op te tellen, om zo de momenten die worden veroorzaakt door de onbekenden N en V te elimineren. Om te onthouden! De sterkteleer bestudeert de relatie tussen de uitwendige belastingen die op een lichaam worden uitgeoefend en de spanning en vervorming als gevolg van de inwendige belastingen binnen het lichaam. Uitwendige krachten kunnen op een lichaam werken als verdeelde of geconcentreerde oppervlaktebelastingen, of als volumekrachten die binnen het volume van het lichaam werken. Lineair verdeelde belastingen leveren een resulterende kracht met een grootte die gelijk is aan de oppervlakte onder het belastingdiagram die aangrijpt in het zwaartepunt van dit gebied. Een ondersteuning levert een kracht in een bepaalde richting aan het lichaam dat eraan bevestigd is als het translatie van dat lichaam in die richting voorkomt, en levert een moment op het lichaam als het een rotatie ervan voorkomt. Om te voorkomen dat een lichaam versneld gaat transleren of roteren, moet voldaan worden aan de evenwichtsvergelijkingen F = 0 en M = 0. Wanneer de evenwichtsvergelijkingen worden toegepast, is het belangrijk om eerst het vrijlichaamsschema van het lichaam te tekenen om alle termen in de vergelijkingen in kaart te brengen. De snedemethode wordt gebruikt om de inwendige resulterende belastingen te berekenen die werken op het oppervlak van het doorgesneden lichaam. Over het algemeen bestaan deze resultanten uit een normaalkracht, een dwarskracht, een wringmoment en een buigmoment. 8 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam

nalyseprocedure De resulterende inwendige belastingen op een punt in een dwarsdoorsnede van een lichaam kunnen worden bepaald met behulp van de snedemethode. Hiervoor moeten de volgende stappen worden uitgevoerd: Ondersteuningsreacties Beslis eerst welk segment van het lichaam moet worden bekeken. ls het segment wordt ondersteund door een ander lichaam of een verbinding daarmee heeft, moeten voordat de doorsnede van het lichaam wordt gemaakt, de ondersteuningsreacties op het gekozen segment van het lichaam bepaald worden. Teken daarvoor het vrijlichaamsschema van het gehele lichaam en stel vervolgens de benodigde evenwichtsvergelijkingen op om deze reacties te bepalen. Vrijlichaamsschema Houd alle uitwendige verdeelde belastingen, koppels, wringmomenten en krachten die op het lichaam werken precies op hun plaats alvorens een denkbeeldige doorsnede in het lichaam te maken op het punt waar de inwendige resulterende krachten bepaald moeten worden. Teken een vrijlichaamsschema van een van de afgesneden segmenten en geef de onbekende resultanten N, V, M en T van de doorsnede aan. In de meeste gevallen worden deze resultanten geplaatst op het punt dat het geometrische middelpunt of zwaartepunt van het doorsnedeoppervlak vertegenwoordigt. ls het onderdeel wordt belast door een stelsel van krachten in één vlak, werken alleen N, V en M in het zwaartepunt. Teken het x y z-assenstelsel in het zwaartepunt en laat zien wat de resulterende inwendige belastingen zijn die langs de assen werken. Evenwichtsvergelijkingen Momenten moeten ter plaatse van de doorsnede worden opgeteld, om de assen waarlangs de resultanten werken. Door dit te doen worden de onbekende krachten N en V geëlimineerd en wordt een directe oplossing voor M (en T) mogelijk. ls de evenwichtsvergelijkingen een negatieve waarde voor een resultante opleveren, is de werkrichting van de resultante tegengesteld aan de richting die in het vrijlichaamsschema is weergegeven. De volgende voorbeelden geven een numerieke illustratie van deze procedure en vormen tevens een herhaling van enkele belangrijke staticaprincipes. 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam 9

Voorbeeld 1.1 Bepaal de resulterende inwendige belastingen die in de dwarsdoorsnede in punt van de balk in fig. 1.4a werken. 270 N/m 3 m 6 m (a) Fig. 1.4 B OPLOSSING N M 180 N/m V 3645 N m 90 N/m 1215 N 540 N 2 m 4 m (b) 540 N 135 N 1,5 m 0,5 m (c) 180 N/m V M N B Ondersteuningsreacties We hoeven de ondersteuningsreacties bij niet te bepalen als we alleen segment B beschouwen. Vrijlichaamsschema Het vrijlichaamsschema van segment B is weergegeven in fig. 1.4b. Het is belangrijk om de verdeelde belasting op het segment te houden tot na de doorsnede is gemaakt. lleen dan mag deze belasting worden vervangen door één resulterende kracht. We zien dat de grootte van de verdeelde belasting in wordt bepaald door evenredigheid: uit fig. 1.4a blijkt dat q/6 m = (270 N/m)/9 m, zodat q = 180 N/m. De grootte van de resultante van de verdeelde belasting is gelijk aan de oppervlakte onder de belastingskromme (de driehoek) en werkt door het zwaartepunt van dit oppervlak. Zodoende is F = 1/2(180 N/m)(6 m) = 540 N en werkt op een afstand 1/3(6 m) = 2 m van, zoals is weergegeven in fig. 1.4b. Evenwichtsvergelijkingen ls we de evenwichtsvergelijkingen toepassen, levert dat : + F x = 0; + c F y = 0; d+ M = 0; -N = 0 N = 0 V - 540 N = 0 V = 540 N -M - 540 N12 m2 = 0 M = -1080 N # m Opmerking: Het minteken geeft aan dat M in tegengestelde richting van het koppel in het vrijlichaamsschema werkt. Probeer dit probleem voor segment op te lossen door eerst de ondersteuningsreacties in te bepalen; deze zijn weergegeven in fig. 1.4c. 10 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam

Voorbeeld 1.2 Bepaal de resulterende inwendige belastingen die in de dwarsdoorsnede in van de machine-as in fig. 1.5a werken. De as wordt in en B ondersteund door glijlagers die alleen verticale krachten op de as uitoefenen. 800 N/m 225 N B D 200 mm 100 mm 100 mm 50 mm (a) Fig. 1.5 50 mm OPLOSSING We zullen dit probleem oplossen met het segment. (800 N/m)(0,150 m) = 120 N 225 N Ondersteuningsreacties In fig. 1.5b is het vrijlichaamsschema weergegeven van de gehele as. Omdat het om segment gaat, hoeft alleen de reactie in te worden bepaald. Waarom? 0,275 m 0,125 m B 0,100 m y By d+ M B = 0; - y 10,400 m2 + 120 N10,125 m2-225 N10,100 m2 = 0 (b) y = -18,75 N Het minteken geeft aan dat y in tegengestelde richting van de reactie in het vrijlichaamsschema werkt. 18,75 N 40 N Vrijlichaamsschema Het vrijlichaamsschema van segment is weergegeven in fig. 1.5c. Evenwichtsvergelijkingen 0,025 m 0,250 m V M N : + F x = 0; N = 0 (c) + c F y = 0; -18,75 N - 40 N - V = 0 V = -58,8 N d+ M = 0; M + 40 N10,025 m2 + 18,75 N10,250 m2 = 0 M = -5,69 N # m Opmerking: Het minteken geeft aan dat V en M in het vrijlichaamsschema in tegengestelde richting werken. Bereken als oefening de reactie in B en probeer dezelfde resultaten te krijgen voor segment BD. 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam 11

Voorbeeld 1.3 D De motor met een massa van 500 kg is opgehangen aan de giek in fig. 1.6a. Bepaal de resulterende inwendige belastingen in de dwarsdoorsnede van de giek in punt E. 1,5 m OPLOSSING E B Ondersteuningsreacties We beschouwen segment E van de giek, zodat we eerst de scharnierreacties bij moeten bepalen. Merk op dat op D twee krachten werken. In fig. 1.6b is het vrijlichaamsschema weergegeven van de giek. ls we de evenwichtsvergelijkingen toepassen, levert dat d+ M = 0; F D 3 5B12 m2 - [50019,812 N]13 m2 = 0 (a) : + F x = 0; F D = 12 262,5 N x - 112 262,5 N2 4 5B = 0 x F D 3 5 4 + c F y = 0; x = 9810 N - y + 112 262,5 N2 3 5 B - 50019,812 N = 0 y 2 m y = 2452,5 N (b) 500(9,81) N Vrijlichaamsschema Het vrijlichaamsschema van segment E is weergegeven in fig. 1.6c. 9810 N M E Evenwichtsvergelijkingen E V E N E : + F x = 0; N E + 9810 N = 0 2452,5 N N E = -9810 N = -9,81 kn (c) Fig. 1.6 + c F y = 0; -V E - 2452,5 N = 0 V E = -2452,5 N = -2,45 kn d+ M E = 0; M E + 12452,5 N212 = 0 M E = -2452,5 N # m = -2,45 kn # m 12 1.2 Evenwicht van een vervormbaar lichaam