Bijlage 1 Kennisportfolio Blok P1 Algemene Economie (micro) Dit model is te gebruiken om de omgevingsfactoren en alle betrokken partijen in beeld te brengen. Alle factoren hangen samen met elkaar, wanneer er ergens iets veranderd heeft dit consequenties voor de rest. Dit model laat zien hoe alle markten in elkaar zitten en hoeveel markten er zijn.
Communicatie Dit model is te gebruiken om verschillende kanten van een imago en identiteit te belichten. Zowel vanuit de klant als uit het bedrijf te bekijken. Vocaal Non-vocaal Verbaal Gesproken woord, auditief Geschreven/gedrukt woord, visueel Nonverbaal Spreekwijze, toon, intonatie, volume Gebarentaal, uiterlijk, gelaatsuitdrukking, kleding, kleuren, visueel, tactiel (voelen), gustatorisch (proeven), olfactorisch (ruiken) Dit is te gebruiken om communicatie duidelijk weer te geven. Dit is te gebruiken om iets duidelijk voor elkaar te krijgen. Eerst analyseer je de markt, je stelt een doel, bedenkt een strategie, maakt een planning, voert het uit en kijkt of je doelen behaald zijn.
De SMART methode is te gebruiken om een doelstelling goed weer te geven. Op deze manier weet je zeker dat het goed geformuleerd is.
Management: Inleiding I Dit model van Mc Kinsey heet het 7-S Model, alle elementen die belangrijk zijn voor een bedrijf staan hierin. Wanneer er ergens iets veranderd heeft dit gevolgen voor alles. Te gebruiken om externe informatie op te doen voor het bedrijf, deze DESTEP factoren geven een duidelijk inzicht in de markt. Dit model is te gebruiken om een goede kwaliteit te garanderend. Het heet de PDCA cyclus. Wanneer je dit aanhoud ben je goed voorbereid. Blok P2
Marketing Dit is te gebruiken om het invullen van de SWOT en het analyseren van de omgeving makkelijker te maken. Dit model is de confrontatie matrix, het geeft een inzicht in de concurrenten maar ook in je eigen bedrijf. Je leert jezelf en de markt beter kennen. Het Abell model helpt bij het vaststellen voor de missie. Door het model in te vullen kom je precies te weten wat past bij jouw bedrijf.
Dit concurrentiemodel geeft de positie in de markt weer, op deze manier krijg je een duidelijk beeld van je bedrijf en de markt daarom heen. Deze productlevenscyclus laat zien hoe een product groeit en uiteindelijk van de markt geduwd wordt door andere producten.
Management Inleiding II Dit model geeft de relatie tot de klant weer, met de bijbehorende eisen en tevredenheden. Dit model is van Harrison en Handy. Dit schema laat zien wat voor samenwerkingen er zijn tussen leidinggevende en medewerkers. Dit model laat zien wat je als bedrijf bent. Je kunt je richten op klantgericht, product gericht, proces gericht.
Blok 3 Algemene economie Dit schema laat de economische kringloop van Nederland zien. De peilen geven aan in welke richting de kringloop opgaat. De conjunctuur golf. Dit laat zien hoe het gaat met de economie in een land. Deze piramide geeft de behoeften van personen weer. Door deze behoeften te weten is het eenvoudiger voor het bedrijf om hierop in te spelen.
HRM Dit model laat een criteria middel zien waarop je sollicitanten kunt selecteren.
Management Dit veranderingsmodel van Lewin laat 3 fases zien wat personeel doormaakt bij een verandering binnen het bedrijf. Dit zijn verschillende manieren waarom je personeel kunt aanzetten tot veranderen.
Blok 4 Innovatie theorie Dit model geeft de verschillende bouwstenen van het BMC model weer. Voor een bedrijf kan het handig zijn om dit model in te vullen. Op deze manier krijgen zij een duidelijk inzicht in het bedrijf. Deze fasen geven aan hoe een bedrijf de klant kan bereiken en ergens toe aan kan zetten.
Dit laat zien hoe een bedrijf inkoopt vanuit de leverancier. Aan de hand van dit model kun je de omgevingsfactoren analyseren met het DESTEP model. Dit schema laat zien welke scenario s bij bepaalde trends horen. Trechter model om van gebeurtenissen in je omgeving, naar concrete taken in je organisatie te komen om hier op in te spelen.
Dit model laat verschillende manieren zien waarop een bedrijf zich kan richten. Dit model laat de levensloop van aan product zien. Aan de hand van dit schema kun je zien waar jouw product zich op het moment bevindt in de markt. Dit model laat zien wat jouw product is, afhankelijk van de marktgroei en hoe succes vol het is bevind het product zich in 1 hokje. Dit is een cyclus, als het goed is gaat het product in verloop van tijd van het ene naar het andere vak. Dit model laat zien wat voor soort klanten er zijn welke jouw product gaan kopen. Op deze manier kun je kansen inschatten wanneer er pieken en dalen zullen komen.
Dit model laat en mate van invloed van de klant zien. Hoe meer de klant mee kan beslissen in een product hoe hogen je in het model komt. Richt je waar je goed in bent en probeer andere zaken aan anderen over te laten. Kiezen voor 1 van deze 3. Het patroon dat je in BMC model maakt met alle 3 een eigen focus. Product innovatie, klant relatie management en infrastructuur management. Per segment 1 BMC model. Voorheen: beperkt aantal producten met grote volumes nodig (4000 cd s van 300 artiesten) Nu: groot aantal producten met kleine volumes mogelijk Als gevolg van lagere kosten en hogere beschikbaarheid van: Productietools Distributiemogelijkheden Mogelijkheden om vraag en aanbod bij elkaar te brengen De blauwe oceaan is voor een nieuwe markt, je bent hierin in het begin alleen. Al snel zullen er concurrenten komen wanneer zij doorkrijgen dat het succesvol is.
Strategie: de basis daarvan is de rechter kant van het canvas. Marktsegmenten, Kanaalinrichting, Klantrelaties, Waarde proposities en verdienmodel. Structuur: Welke gevolgen heeft het nieuwe businessmodel voor de organisatiestructuur. Ga je het als aparte werkmaatschappij inrichten of ga je het integreren in de huidige organisatie. Met welke key partners ga je werken. Wat doe je zelf en wat besteed je uit. Processen: Het model is leidend voor de inrichting van je processen. Wil je productleader zijn dan maak je andere keuzes dan wanneer je cost leadership of customerrelationship nastreeft. Wat zijn je sleutelactiviteiten die je moet optimaliseren. Stijl van leidinggeven: moet passen bij je businessmodel. Voor welk gedrag wil je mensen belonen. Wil je dat ze initiatiefrijk zijn of juist heel efficient werken e.d. Sleutelvaardigheden: zit in de unieke combintatie van key activiteiten, key resources en key partners. Daarin kun je het verschil maken tot je concurrenten. Staf: vaak onderdeel van je key resources. Wat voor type mensen heb je nodig. Techneuten die productgericht zijn of juist communicatieve op de klantrelatie gerichte mensen. De cultuur: is eigenlijk allesbepalend voor het succes van de businessmodel change. Als het nieuwe model niet past bij de cultuur van het bedrijf zal het zeker niet slagen.