Functies en symmetrie

Vergelijkbare documenten
HOOFDSTUK 4: GONIOMETRISCHE FUNCTIES

Extra oefeningen goniometrische functies. Juist of fout? Leg uit. Indien fout, volstaat het een tegenvoorbeeld te geven. ...

Basisvormen (algebraische denkeenheden) van algebraische expressies/functies

Functies. Verdieping. 6N-3p gghm

2.1 Lineaire functies [1]

Transformaties van grafieken HAVO wiskunde B deel 1

13.0 Voorkennis. Deze functie bestaat niet bij een x van 2. Invullen van x = 2 geeft een deling door 0.

Exacte waarden bij sinus en cosinus

Functies. Verdieping. 6N-3p gghm

Hoofdstuk 4 - Machtsfuncties

Verbanden en functies

5.1 Lineaire formules [1]

0. voorkennis. Periodieke verbanden. Bijzonder rechthoekige driehoeken en goniometrische verhoudingen

Transformaties van grafieken HAVO wiskunde B deel 2. Willem van Ravenstein Haags Montessori Lyceum (c) 2016

11 ) Oefeningen. a) y = 2x 1 f) y = x 2 + 3x 4. b) y = 1 3 x2 x g) y = 1 x 2. c) y = x 3 x 2 +1 h) y = 6. d) y = x 2 4 i) y = x 2 5.

Vak Basiswiskunde 2DL00

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Inhoud. 1 Ruimtefiguren 8. 4 Lijnen en hoeken Plaats bepalen Negatieve getallen Rekenen 100

7.1 De afgeleide van gebroken functies [1]

5.0 Voorkennis. Rekenen met machten: Let op het teken van de uitkomst; Zet de letters (indien nodig) op alfabetische volgorde.

META-kaart vwo3 - domein Getallen en variabelen

Basiswiskunde_Week_1_2.nb 1. Week 1_2. P.4 Functies en hun grafieken P.5 Combineren van functies

Parameterkrommen met Cabri Geometry

(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a

Exacte waarden bij sinus en cosinus

Hoofdstuk 4 - Periodieke functies

Verloop van goniometrische en cyclometrische functies

Hoofdstuk 11: Eerstegraadsfuncties in R

Machten, exponenten en logaritmen

Oefenexamen 2 H1 t/m H13.2 uitwerkingen. A. Smit BSc

WISNET-HBO NHL update jan. 2009

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Grafieken, functies en verzamelingen. Eerst enkele begrippen. Grafiek. Assenstelsel. Oorsprong. Coördinaten. Stapgrootte.

Zomercursus Wiskunde. Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 2011)

Bepaalde Integraal (Training) Wat reken je uit als je een functie integreert

6.0 Voorkennis AD BC. Kruislings vermenigvuldigen: Voorbeeld: 50 10x ( x 1) Willem-Jan van der Zanden

Asymptoten. Hoofdstuk Basis. 1.2 Verdieping. 1. Bepaal alle asymptoten van de volgende functies:

Inhoud college 5 Basiswiskunde Taylorpolynomen

H. 8 Kwadratische vergelijking / kwadratische functie

Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Functies en grafieken. Een eigen samenvatting maken is nuttig.

Kerstvakantiecursus. wiskunde B. Voorbereidende opgaven VWO. Haakjes. Machten

Inhoud college 4 Basiswiskunde. 2.6 Hogere afgeleiden 2.8 Middelwaardestelling 2.9 Impliciet differentiëren 4.9 Linearisatie

2 Basisfuncties Sinusfunctie Cosinusfunctie Tangensfunctie... 6

1. Orthogonale Hyperbolen

Wiskunde - MBO Niveau 4. Eerste- en tweedegraads verbanden

16.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op in 2x + 3i = 5x + 6i -3x = 3i x = -i

d. Met de dy/dx knop vind je dat op tijdstip t =2π 6,28 het water daalt met snelheid van 0,55 m/uur. Dat is hetzelfde als 0,917 cm per minuut.

TWEEDE DEELTENTAMEN CONTINUE WISKUNDE. donderdag 13 december 2007,

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni uur. Achter dit examen is een erratum opgenomen.

2010-I. A heeft de coördinaten (4 a, 4a a 2 ). Vraag 1. Toon dit aan. Gelijkstellen: y= 4x x 2 A. y= ax

Transformaties Grafieken verschuiven en vervormen

7 Hoeken. Kern 3 Hoeken. 1 Tekenen in roosters. Kern 2 Hoeken meten Kern 3 Hoeken tekenen Kern 4 Kijkhoeken. Kern 1 Tegelvloeren. Kern 3 Oppervlakte

Hoofdstuk 3 - Transformaties

1.1 Lineaire vergelijkingen [1]

Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Vergelijkingen van cirkels en lijnen

Noordhoff Uitgevers bv

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

Extra oefening en Oefentoets Helpdesk

Samenvatting Wiskunde B

P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).

Werk met de applet. Bedenk steeds welke parameter a, b, c en/of d je moet aanpassen. Experimenteer tot je de regelmaat kunt formuleren!

Examen VWO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 18 juni uur

Oef 1. Oef 2 Geef het functievoorschrift van g, h en k als a = 1

Samenvatting wiskunde B

6. Goniometrische functies.

Cijfer = totaal punten/10 met minimum 1

F3 Formules: Formule rechte lijn opstellen 1/3

Wiskunde D voor HAVO. Periodieke functies Gert Treurniet

Hoofdstuk 6 - de afgeleide functie

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 2 januari 2014

Tentamen Wiskunde B. Het gebruik van een mobiele telefoon of andere telecommunicatieapparatuur tijdens het tentamen

Je moet nu voor jezelf een overzicht zien te krijgen over het onderwerp Complexe getallen. Een eigen samenvatting maken is nuttig.

EERSTE AFGELEIDE TWEEDE AFGELEIDE

Appendix: Zwaartepunten

Bij alle verbanden geldt dat je, als je een negatief getal in een formule invult, je altijd haakjes om dat getal moet zetten.

Noordhoff Uitgevers bv

Tentamen Wiskunde B CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN WISKUNDE. Datum: 19 december Aantal opgaven: 5

1.1 Tweedegraadsvergelijkingen [1]

UNIFORM EINDEXAMEN MULO tevens TOELATINGSEXAMEN VWO/HAVO/NATIN 2009

Examen VWO. wiskunde B1,2. tijdvak 1 dinsdag 2 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

( ) Hoofdstuk 4 Verloop van functies. 4.1 De grafiek van ( ) Spiegelen t.o.v. de x-as, y-as en de oorsprong

Checklist Wiskunde B HAVO HML

SOM- en PRODUCTGRAFIEK van twee RECHTEN

Praktische opdracht: modelleren met Coach

VIDEO 4 4. MODULUSVERGELIJKINGEN

Hoofdstuk 4: Meetkunde

Centrale Commissie Voortentamen Wiskunde Uitwerkingen Voortentamen Wiskunde B 28 januari 2013

Samenvatting wiskunde havo 4 hoofdstuk 5,7,8 en vaardigheden 3 en 4 en havo 5 hoofdstuk 3 en 5 Hoofdstuk 5 afstanden en hoeken Voorkennis Stelling van

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Wiskunde: goniometrie en meetkunde. 22 juli dr. Brenda Casteleyn

Hoofdstuk 2 - Kwadratische functies

A = b c. (b) Bereken de oppervlakte van het parallellogram dat opgespannen wordt door b en c. Voor welke p is deze oppervlakte minimaal?

Wiskunde D vwo Lineaire algebra. Presentatie Noordhoff wiskunde Tweede Fase congres 19 november 2015 Harm Houwing en John Romkes

Eindexamen wiskunde B1-2 havo 2001-II

Transcriptie:

lesbrief Functies en symmetrie (even en oneven functies) 7N5p 013 gghm

Symmetrie Bij grafieken van functies hebben we te maken met twee soorten symmetrie: lijnsymmetrie en puntsymmetrie. In deze lesbrief gaan we kijken hoe je symmetrie ten opzichte van een punt of een lijn aan kunt tonen met behulp van het functievoorschrift. Lijnsymmetrie Bij lijnsymmetrie kun je de grafiek van een functie spiegelen ten opzichte van een verticale lijn; dus de lijn = p. Een functie kan immers nooit symmetrisch zijn ten opzichte van een horizontale lijn (waarom niet?). Ook symmetrie ten opzichte van een schuine lijn is om dezelfde reden onmogelijk. We bekijken een (algemeen) voorbeeld. Zie de figuur hiernaast. De as van symmetrie is de lijn = p Voor elk punt op een afstand a van deze lijn is de functiewaarde hetzelfde. Er geldt dus: f ( p a) = f ( p+ a) Voorbeeld Gegeven is f ( ) = 6+ 3, toon aan dat f() symmetrisch is ten opzichte van de lijn = 3 Volgens de regel moet gelden: f (3 a) = f (3 + a) f(3 a) = (3 a) 6(3 a) + 3= 9 6a+ a 18+ 6a+ 3= a 6 en f(3 + a) = (3 + a) 6(3 + a) + 3= 9+ 6a+ a 18 6a+ 3= a 6 Dus f (3 a) = f (3 + a) voor elke waarde van a en de grafiek is symmetrisch in de lijn = 3. Oefening 1 Toon aan dat de grafiek van f ( ) = 4 4+ 8symmetrisch is in de lijn = 3. Even functies Voor het speciale geval dat een grafiek van een functie symmetrisch is in de Y-as ( = 0), noemen we de functie even. Voor een even functie geldt dus: f ( a) = f ( a) (ook vaak aangegeven met f ( ) = f( ) )

Puntsymmetrie In de afbeelding hiernaast is een grafiek getekend van een functie die symmetrisch is ten opzichte van het punt (p, q). Dit betekent dat als je vanuit = p een stapje ter grootte van a naar links gaat en een stapje van a naar rechts, dan liggen de bijbehorende y-waarden (functiewaarden) even ver van q af; de functiewaarden f(p a) en f(p + a) liggen even ver van q af. In formulevorm geeft dit: f( p a) + f( p+ a) = q = f( p) Voorbeeld: 3 5 Toon aan dat de grafiek van f( ) = symmetrisch is ten opzichte van het punt (, 3). f( a) + f( + a) Er moet gelden: = 3 3( a) 5 1 3a 3a 1 f( a) = = = ( a) a a 3( + a) 5 1+ 3a 3a+ 1 en f( + a) = = = ( + a) a a 3a 1 3a+ 1 6a + f( a) + f( + a) 6 zodat = a a = a = = 3 en dit klopt, er moest 3 uitkomen! Oefening Gegeven is f( ) =. Bewijs dat de grafiek van f symmetrisch is t.o.v. het punt (1, 0) Oneven functies Een functie noemen we oneven als de grafiek symmetrisch is t.o.v. het punt (0, 0). Er geldt dus: f ( a) = f( a) (ook vaak aangegeven met f ( ) = f( ) ) Oefening 3 3 Gegeven is g ( ) = 3+ 3 Bewijs dat g() symmetrisch is t.o.v. het punt (1, 1).

Even en oneven functies nader bekeken Zoals we hiervoor gezien hebben kunnen niet alleen getallen even en oneven zijn maar functies ook! De benaming even en oneven komt bij de machtsfuncties vandaan: n - alle functies van de vorm f ( ) = zijn even functies als n even is n - alle functies van de vorm f ( ) = zijn oneven als n oneven is. Een even functie kun je aan zijn grafiek herkennen aan het feit dat de Y-as de symmetrie-as van de grafiek. Een oneven functie herken je aan de grafiek doordat de oorsprong het symmetrie-punt is. Functies optellen en aftrekken Niet alleen machtsfuncties kunnen even of oneven zijn, er zijn vele andere functies die even of oneven kunnen zijn; goniometrische functies, gebroken functies, functies met een absolute waarde erin en allerlei combinaties van verschillende functies. Algemeen geldt dat bij het optellen (of van elkaar aftrekken) van functies die allen even zijn weer een even functie ontstaat en bij het optellen (of aftrekken) van functies die allen oneven zijn een oneven functie ontstaat. Hieronder enkele voorbeelden: even even even even oneven oneven oneven oneven

Het optellen of aftrekken van even en oneven functies geeft echter geen eenduidig resultaat:?????? Functies vermenigvuldigen We kunnen ook functies met elkaar vermenigvuldigen. Aan de hand van een paar voorbeelden oneven even oneven oneven even even concluderen we: even even = even even oneven = oneven oneven even = oneven oneven oneven = even Dit blijkt algemeen te gelden. Het bewijs hiervoor, hoewel niet zo moeilijk, laten we buiten beschouwing. Functie van een functie Als laatste kijken we nog even ( ) naar kettingfuncties. Als je een functie toepast op een functie, wat gebeurt er dan met de ontstane functie? We kijken weer naar een paar voorbeelden: f ( ) = sin( ) g( ) = f g = ( ( )) sin( ) f ( ) = g( ) = 1 sin( ) f ( g( )) = (1 sin( )) f ( ) = g( ) = 1+ cos( ) f ( g( )) = (1+ cos( ))

Als e ( ) een even functie is en o ( ) is een oneven functie dan geldt: e(o()) = even o(o()) = oneven o(e()) = even e(e()) = even De laatste twee regels kunnen nog algemener gesteld worden: - Elke functie toegepast op een even functie geeft weer een even functie! dus: f ( e ( )) is even als e() even is, aan f() wordt geen eis gesteld! Zodoende zijn f( ) = 4, g ( ) = ( + cos( ), h ( ) = log(cos( )) en ga zo maar door, allemaal even functies! Overzicht van de regels Hieronder een samenvatting van de regels die we ontdekt hebben voor het combineren van even en oneven functies: 1 even + even = even oneven + oneven = oneven 3 even + oneven =??? 4 even even = even 5 even oneven = oneven (en uiteraard oneven even = oneven) 6 oneven oneven = even 7 even ( oneven ) = even 8 oneven ( oneven ) = oneven 9 oneven ( even ) = even 10 even ( even ) even Oefening 4 Geef van de volgende functies aan of ze even, oneven of geen van beide zijn, zonder de grafiek te plotten of functiewaarden uit te rekenen! 1 4 3 a f ( ) = + 1 3 e f ( ) = ( + ) 4 3 b f ( ) = cos( ) f f ( ) = ( + ) c f ( ) = 4sin( )cos( ) g d f 3 ( ) sin ( ) = h f 1 f( ) = sin( ) + 4 ( ) = ( + 1)(4 5)

Oefening 5 Bewijs algebraïsch dat f( ) = symmetrisch is t.o.v. het punt (0, 1) 1 + e Oefening 6 3 Gegeven is f( ) = p + 5 17 Bepaal voor welke waarde van p de functie symmetrisch is t.o.v. het punt (, 1). Oefening 7 Ga van de volgende functies na of ze even, oneven of geen van beide zijn, doe dit algebraïsch, dus door middel van een berekening en niet door de regels te gebruiken of te plotten: a b c d f ( ) = 3 f ( ) = 3 f 3 ( ) = + 4 f( ) = + 1 3 Oefening 8 Onderzoek of de volgende functies even, oneven of geen van beide zijn: a f ( ) = 1 + b f ( ) = cos(3 ) c d e f ( ) = 1 f ( ) = 1 f 3 ( ) = ( 4)( + 4) Oefening 9 Onderzoek, algebraïsch, of de functie g ( ) = ln met 0 en g (0) = 0, even, oneven of geen van beide is.