Intellectuele eigendom in het conflictenrecht De verborgen conflictregel in het beginsel van nationale behandeling mr. S.J. Schaafsma Kluwer - Deventer - 2009
INHOUDSOVERZICHT INHOUDSOPGAVE LIJST VAN AFKORTINGEN V VII XV INLEIDING 1 Introductie: intellectuele eigendom in het conflictenrecht 1 Afbakeningen 3 De Berner Conventie en het Verdrag van Parijs 4 Probleemstelling 8 Plan van behandeling 9 La préface d'un livre 12 DEEL I. GENESIS VAN HET BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING 15 HOOFDSTUK 1. DE GEBOORTE VAN HET BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING IN HET AUTEURSRECHT 19 1.1. Het probleem: de toestand van rechteloosheid van vreemde werken of auteurs 19 1.1.1. De toestand van rechteloosheid in het internationale auteursrecht 19 1.1.2. Analyse van de toestand van rechteloosheid; het rechtsvacuüm 23 a. De beperking tot nationale werken of nationale auteurs als afbakening van het toepassingsbereik van de nationale wet 24 b. De beperking tot nationale auteurs als rechtsbevoegdheidskwestie 27 c. Synthese: de toestand van rechteloosheid als discriminatoir rechtsvacuüm 29 1.1.3. Resumé 31 1.2. De oplossing: het beginsel van nationale behandeling 31 1.2.1. De geboorte van het beginsel van nationale behandeling in het internationale auteursrecht 31 1.2.2. Analyse van het beginsel van nationale behandeling 37 1.2.3. Resumé 45
VIII Inhoudsopgave HOOFDSTUK 2. HET BERNER BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING: DE GENESIS VAN HET HUIDIGE ART. 5 LID 1 47 2.1. Problemen in het stelsel van de bilaterale verdragen 47 2.1.1. Complicerende uitzonderingen op het beginsel van nationale behandeling 47 2.1.2. Analyse van de uitzonderingen op het beginsel van nationale behandeling 50 a. De lex originis-uitzondering op de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling 50 b. De lex originis-uitzondering op de vreemdelingenrechtelijke regel in het beginsel van nationale behandeling 52 c. De meestbegunstigingsclausule 57 d. Twee soorten 'toepassing' 59 2.1.3. Resumé 61 2.2. De oplossing: de Berner Conventie 63 2.2.1. De Berner Conventie en de keuze voor het beginsel van nationale behandeling 63 2.2.2. Analyse van de keuze voor het Berner beginsel van nationale behandeling 70 a. Een anachronistische keuze? 70 b. Andere bevestigingen van de conflictregel in het Berner beginsel van nationale behandeling 72 Travaux préparatoires 72 Een gedachte-experiment aan de hand van de doelstelling van de conventie 74 (iii) Literatuur en rechtspraak 76 2.2.3. Uitzonderingen en aanvullingen op het Berner beginsel van nationale behandeling 78 a. Uitzondering 1: formaliteiten 79 b. Uitzondering 2: beschermingsduur 80 c. Definitie land van oorsprong 82 d. Aanvulling: traitement unioniste 83 2.2.4. Resumé 84 HOOFDSTUK 3. DE VERVOLMAKING VAN HET BERNER BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING: DE GENESIS VAN HET HUIDIGE ART. 5 LID 2 EN 3 89 3.1. Problemen met de lex originis-uitzonderingen 89 3.1.1. Twee clusters van complicaties 89 3.1.2. Analyse van de derde lex originis-uitzondering 92 3.1.3. Resumé 96
IX 3.2. De oplossing van het onafhankelijkheidsbeginsel: genesis van het huidige art. 5 lid 2 96 3.2.1. De keuze voor het onafhankelijkheidsbeginsel 96 3.2.2. Analyse van het Berlijnse art. 4 99 a. Art. 4 lid 1: het beginsel van nationale behandeling 99 b. Art. 4 lid 2: het onafhankelijkheidsbeginsel 101 Eerste volzin: de eliminatie van de lex originisuitzonderingen 101 Tweede volzin: exclusieve toepassing van de wet van het land van import 105 3.2.3. Resumé 112 3.3. Het beginsel van nationale behandeling in het land van oorsprong: genesis van het huidige art. 5 lid 3 112 3.4. Conclusies en misverstanden rond het Berner beginsel van nationale behandeling 115 3.4.1. Conclusies en misverstanden rond lid 1: het beginsel van nationale behandeling en het ius conventionis 116 3.4.2. Conclusies en misverstanden rond lid 2: het onafhankelijkheidsbeginsel 118 3.4.3. Conclusies en misverstanden rond lid 3: het land van oorsprong 121 3.4.4. Slotbeschouwing: krachtenveld en ontwikkelingsstadia 122 HOOFDSTUK 4. DE GENESIS VAN HET BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING IN HET VERDRAG VAN PARIJS 127 4.1. De ontwikkeling van het beginsel van nationale behandeling in het industriële-eigendomsrecht vóór het Verdrag van Parijs 127 4.1.1. Octrooirecht 128 4.1.2. Merkenrecht 131 4.2. Het beginsel van nationale behandeling in het Verdrag van Parijs 134 4.2.1. Het Parij se beginsel van nationale behandeling 134 a. Inleiding 134 b. De keuze voor het beginsel van nationale behandeling 136 c. De in het verdrag neergelegde uitzondering: de telle quelleregeling 140 4.2.2. Naar het onafhankelijkheidsbeginsel 142 a. Octrooirecht 144 b. Merkenrecht 147 Het Verdrag van Parijs 147 De Schikking van Madrid 151 (iii) Conclusie 153 4.3. Conclusies en misverstanden rond het beginsel van nationale behandeling in het Verdrag van Parijs 154
DEEL II. HET BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING IN HET HEDEN 157 HOOFDSTUK 5. DE CONFLICTREGEL IN HET BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING 161 5.1. De begripsverduistering ten aanzien van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling 162 5.1.1. De begripsverduistering: meningenoverzicht 163 a. De opvatting dat het beginsel van nationale behandeling mede een conflictregel bevat 163 b. De opvatting dat het beginsel van nationale behandeling geen conflictregel bevat 166 Berner Conventie: de opvatting dat art. 5 lid 2 een conflictregel bevat 168 Berner Conventie: de opvatting dat de Berner Conventie in het geheel geen conflictregel bevat 171 (iii) Berner Conventie: andere opvattingen 173 (iv) Verdrag van Parijs 173 c. Regelgeving 174 Nationale regelgeving 174 Europese regelgeving: de Rome II-Verordening 178 d. Conclusie 182 5.1.2. Waarom de begripsverduistering zich voltrok 184 a. De statutistisch-conflictenrechtelijke oplossing in beginsel van nationale behandeling 185 b. Het Savigniaanse conflictenrecht 187 c. Begripsverduistering door het Savigniaans-conflictenrechtelijke denken 189 De onbestaanbaarheid van het rechtsvacuüm 190 De kwalificatie van de beperking tot nationale werken of auteurs 193 (iii) De vervreemding van het formele-territorialiteitsbeginsel 198 d. Conclusie 201 5.1.3. Hoe de begripsverduistering zich voltrok 202 a. Reconstructie van het begripsverduisteringsproces 202 b. Formele territorialiteit in de common law-wereld 219 5.2. Intermezzo: een tussentijdse evaluatie 223 5.2.1. Terugblik: de probleemstelling en de gevonden verklaring 223 5.2.2. Synthese: plaats en ontwikkeling van het vreemdelingenrecht 226 5.2.3. Excursie: naar een nieuwe blik op de ontwikkelingsgeschiedenis van het conflictenrecht? 228 a. Oertoestand: rechteloosheid 228 b. Oudheid: eerste schreden 229 c. Vroege middeleeuwen: tweezijdig personaliteitsbeginsel 231
XI d. Late middeleeuwen tot in de negentiende eeuw: statutenleer en territorialiteit 232 e. Tweede helft negentiende eeuw tot heden: Von Savigny 235 5.3. De modernisering van de conflictregel in het beginsel van nationale behandeling 237 5.3.1. Het formele-territorialiteitsbeginsel in onze tijd 238 a. Formele territorialiteit als anachronisme 238 b. De mogelijkheden om formele territorialiteit buiten toepassing te laten 240 Inleiding: interpretatieregels uit het Weens Verdragenverdrag 240 Tekst: de toenmalige gewone betekenis 241 (iii) Travaux préparatoires 243 (iv) Toenmalige rechtspraak en literatuur 244 (v) Latere verdragsbepalingen 244 (vi) Doel van de verdragen 246 (vii) Later gebruik 247 (viii) Tussenconclusie 250 (ix) Mogelijke bezwaren 250 (x) Conclusie 254 5.3.2. Naar het materiële-territorialiteitsbeginsel 254 a. Voorwaarden waaronder formele territorialiteit buiten toepassing kan worden gelaten 255 Privaatrecht 255 Exclusieve bevoegdheid 255 (iii) Openbare orde-exceptie 257 (iv) Toepassing vreemd vreemdelingenrecht 258 (v) Conclusie 260 b. De materieel-territoriale conflictregel 260 Generalisatie van de eenzijdige materieel-territoriale conflictregel 260 Bevestigingen "land waar de bescherming wordt ingeroepen" 261 (iii) Sachnormverweisung 262 (iv) Reikwijdte van de conflictregel 263 (v) Geen uitzonderingen op de conflictregel 264 5.3.3. Naar de lex loei protectionis-verwijzing 266 a. Conversie naar de lex loei protectionis-verwijzing 266 b. Resterende aspecten van deze lex loei protectionisverwijzing 268 Onderscheid ten opzichte van de lex loei delictiverwijzing 268 De 'locus protectionis' 270 (iii) Extra-territoriale bescherming 274 (iv) Grensoverschrijdende handelingen 275 (v) In-, uit- en doorvoer 281 5.4. Resumé 283
XII Inhoudsopgave HOOFDSTUK 6. DE VREEMDELINGENRECHTELIJKE REGEL IN HET BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING 285 6.1. Het non-discriminatiebeginsel 285 6.2. Uitzonderingen op het non-discriminatiebeginsel: algemene beschouwingen 289 6.2.1. Inleiding: discriminatie door reciprociteitstoetsen 290 6.2.2. Reciprociteit en de reciprociteitstoets 292 a. Reciprociteit 292 b. De reciprociteitstoets in het algemeen 294 De behandeling: de aan reciprociteit onderworpen rechtsregel 294 Het vreemde element en het referentieland 295 (iii) Het referentiepunt 295 (iv) Toetsing en techniek: de soort reciprociteit 295 c. Reciprociteit en het beginsel van nationale behandeling 297 Het beginsel van nationale behandeling sec 298 Het beginsel van nationale behandeling onder reciprociteitsvoorwaarde 298 (iii) Het beginsel van nationale behandeling in verdrag 299 6.3. De materiële-reciprociteitstoetsen in de Berner Conventie nader beschouwd 301 6.3.1. Algemene aspecten van de Berner materiëlereciprociteitsuitzonderingen 301 a. Vormgeving van de Berner materiëlereciprociteitsuitzonderingen 301 b. De Berner materiële-reciprociteitsuitzonderingen en het Europese non-discriminatiebeginsel 304 6.3.2. Beschermingsduur (art. 7 lid 8) 309 a. Wordingsgeschiedenis 309 b. Analyse 310 c. Interactie met ius conventionis 312 d. Facultatieve toepassing en Europese regulering 313 6.3.3. Werken van toegepaste kunst (art. 2 lid 7) 314 a. Wordingsgeschiedenis 314 b. Analyse 316 Uitgangspunt: tweeledige wetgevingsvrijheid (art. 2 lid 7, eerste volzin) 316 De materiële-reciprociteitsuitzondering (art. 2 lid 7, tweede volzin) 317 (iii) Probleemgeval: geen modelbeschermingswet (art. 2 lid 7, tweede volzin, slot) 318 (iv) Samenvatting analyse: schema 322 c. Interactie met ius conventionis 323 d. Facultatieve toepassing en Europese regulering 324
XIII 6.3.4. Volgrecht (art. 14ter lid 2) 325 a. Wordingsgeschiedenis 325 b. Analyse 326 Uitgangspunt en uitzonderingen 326 De materiële-reciprociteitsuitzondering 327 (iii) Samenvatting analyse 330 c. Facultatieve toepassing en Europese regulering 331 6.3.5. Voorbehoud tienjaarsregel bij vertalingen (art. 30 lid 2 onder b, tweede volzin) 332 6.3.6. Retorsie niet-unielanden (art. 6 lid 1) 333 6.4. De materiële-reciprociteitstoetsen in het Verdrag van Parijs en de Schikking van Madrid nader beschouwd 335 HOOFDSTUK 7. DE REIKWIJDTE VAN HET BEGINSEL VAN NATIONALE BEHANDELING 341 7.1. Inleiding 341 7.2. Bescherming van de rechten der auteurs terzake van hun werken van letterkunde en kunst 344 7.2.1. Het object van de bescherming: het werk van letterkunde of kunst 344 7.2.2. Het subject van de bescherming: de auteur 349 a. Het subject in het algemeen 349 Inleiding 349 lus conventionis in de vorm van een verdragsautonoom auteursbegrip? 351 (iii) Het beginsel van nationale behandeling en de subjectvraag 358 b. Het subject van de morele rechten (art. 6bis) 363 c. Het subject van het filmauteursrecht (art. 14bis) 368 Achtergrond 368 De regeling van art. 14bis lid 2 369 (iii) Enkele misvattingen over art. 14bis 371 d. Conclusie 374 7.2.3. De inhoud van de bescherming: de rechten 375 7.2.4. De handhaving van de bescherming: 'rechtsmiddelen' en sancties 378 7.3. Bescherming van de industriële eigendom 379 7.4. Exploitatie, vererving en procesrecht 382 7.4.1. Exploitatie 382 7.4.2. Vererving en posthume handhaving 385 7.4.3. Procesrecht 391
XIV Inhoudsopgave HOOFDSTUK 8. HERFORMULERING EN HERVORMING 395 8.1. Herformulering van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs 395 8.1.1. Herformulering van de Berner Conventie 396 a. Herformulering van art. 5 lid 1 Berner Conventie 396 b. Herformulering van art. 5 lid 2 en 3 Berner Conventie 401 c. Overige bepalingen en opzet van het ontwerp 403 d. Proeve van een herformuleringsontwerp 405 8.1.2. Herformulering van het Verdrag van Parijs 409 8.2. Wenselijk recht 413 8.2.1. Conflictenrecht 414 a. Eerste invalshoek: het conflictenrecht zelf 415 Het Savigniaans-conflictenrechtelijke model 415 Privaatrecht? 418 b. Tweede invalshoek: een rechtspolitieke keuze 419 Keuze voor lokale autonomie 420 Keuze voor één van de betrokkenen 422 (iii) Conclusie 426 c. Derde invalshoek: mondialisering en internet 428 De lex loei protectionis-verwijzing in het licht van mondialisering en internet 429 Centrale aanknoping in het licht van mondialisering en internet 433 (iii) Conclusie 438 d. Vierde invalshoek: werkbaarheid in de praktijk 438 e. Vijfde invalshoek: dépec.age ('Zersplitterung')? 443 f. Conclusie 446 8.2.2. Vreemdelingenrecht 448 8.3. Hervorming van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs 451 8.3.1. Wenselijke hervormingen van de Berner Conventie en het Verdrag van Parijs 451 8.3.2. Voorstel tot hervorming van de Berner Conventie 458 8.3.3. Wenselijke hervormingen van Europees en nationaal recht 465 SAMENVATTING 471 SUMMARY 477 RESUMÉ 481 GRONDBEGRIPPEN 487 BIJLAGE I NATIONALE CONFLICTREGELS BETREFFENDE INTELLECTUELE EIGENDOM 489 AANGEHAALDE LITERATUUR 495 AANGEHAALDE RECHTSPRAAK 533 TREFWOORDEN 539