handleiding leerjaar 8 blok 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "handleiding leerjaar 8 blok 1"

Transcriptie

1 handleiding leerjaar 8 blok Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Redactie: Fundamentaal, Culemborg Ontwerp: Criterium, Arnhem Opmaak: Grafi Data, Deventer ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: of via onze klantenservice (088) ISBN Tweede druk, eerste oplage, 00 De e editie van Alles telt is een volledige herziening van de e editie ThiemeMeulenhoff, Baarn/Utrecht/Zutphen, 009 De e editie van Alles telt is gebaseerd op Das Zahlenbuch Ernst Klett Verlag GmbH, Stuttgart, Federal Republic of Germany Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 6 Auteurswet j het Besluit van augustus 985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 060, 0 KB Hoofddorp ( Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 6 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, fi lm en het maken van kopieën in het onderwijs zie nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

2 blok overzicht van de leerdoelen Leerlijn Getalrelaties en getabegrip Basisvaardigheden vermenigvuldigen en delen Cijferend vermenigvuldigen Breuken Kommagetallen Procenten Leerdoelen De leerlingen leren grote getallen te vergelijken. Zij leren een complex probleem omzetten in rekentaal. De leerlingen leren de uitkomsten van vermenigvuldigingen schatten. Zij kunnen heen en terugtellen met sprongen van over het honderdtal heen. De leerlingen kunnen vermenigvuldigen en delen met nullen. De leerlingen leren vanuit een context cijferend te vermenigvuldigen met uitsplitsing van tientallen en eenheden van het vermenigvuldigtal. De leerlingen leren cijferend te vermenigvuldigen met (en zo mogelijk zonder) hulpsommen. Zij leren ook de uitkomsten van vermenigvuldigingen schatten. De leerlingen kunnen breuken gebruiken in contexten. Zij kunnen breuken met elkaar vermenigvuldigen. Ook hebben zij geleerd breuken te delen door een heel getal. Zij kunnen delen van een uur in breuken omzetten en omgekeerd. Ook kunnen zij breuken plaatsen op een getallenlijn. De leerlingen hebben de verbanden tussen breuken, kommagetallen en procenten geleerd. Zij kunnen breuken ordenen. De leerlingen kunnen de relatie leggen tussen procenten en breuken. Zij kunnen breuken noteren als deel van een geheel. Zij kunnen breuken vergelijken. Ook kunnen zij breuken omzetten in kommagetallen. De leerlingen kunnen oppervlakte berekenen met kommagetallen. Zij hebben de verbanden tussen breuken, kommagetallen en procenten geleerd. Zij kunnen kommagetallen ordenen. De leerlingen leren kommagetallen plaatsen op de getallenlijn tot 6. Zij kunnen oppervlakte berekenen met kommagetallen. Ook kunnen zij breuken omzetten in kommagetallen. De leerlingen kunnen kortingen uitrekenen al dan niet met de rekenstrook. Zij hebben ook geleerd de verhouding deel/geheel om te rekenen naar procenten. Ook hebben zij de verbanden tussen breuken, kommagetallen en procenten geleerd. De leerlingen leren procenten inkleuren op de procentenbalk. Zij kunnen percentages van geldbedragen berekenen. Ook kennen zij de % regel. De leerlingen kunnen de relatie leggen tussen procenten en breuken. Zij kunnen percentages intekenen in een cirkeldiagram (procentencirkel). Zij kunnen met procenten rekenen in toepassingen.

3 Alles telt Handleiding 7 Leerlijn Verhoudingen Rekenmachine Lengte en omtrek Oppervlakte Inhoud/volume Meetkunde Geld Tabellen en grafieken Leerdoelen De leerlingen hebben geleerd aan de hand van een schaalmodel de middellijn van een cirkel te berekenen. Zij kunnen bij het tekenen van een plattegrond gebruik maken van schaal. Zij kunnen schaalmodellen gebruiken en daarmee berekeningen maken. De leerlingen kunnen met gegeven schaal de ware grootte berekenen. De leerlingen kunnen percentages uitrekenen op de rekenmachine. De leerlingen kunnen percentages uitrekenen op de rekenmachine. De leerlingen hebben geleerd hoe je de omtrek van een vierkant en een rechthoek kan berekenen. De leerlingen hebben kennis gemaakt met het berekenen van de omtrek van rechthoeken. De leerlingen leren oppervlaktes uit te rekenen (ook met kommagetallen) en die te vergelijken. De leerlingen kunnen de oppervlakte van rechthoekige vertrekken berekenen (ook met kommagetallen). Zij hebben geleerd diverse inhoudsmaten (l, dl, cl, ml) te onderscheiden en te gebruiken in contexten. Zij kunnen inhoudsmaten herleiden. De leerlingen hebben kennis gemaakt met het berekenen van de inhoud van een blok (bak). Zij hebben het onderscheid tussen verschillende inhoudsmaten leren begrijpen. Zij kunnen inhoudsmaten herleiden. Ook weten zij referentiematen te gebruiken. De leerlingen leren het begrip middellijn (diameter) van een bol en van een cirkel kennen. Zij leren de verhouding tussen middellijn en omtrek van een cirkel kennen (pi) en gebruiken. De leerlingen hebben kennis gemaakt met de omtrek en de middellijn van de cirkel. De leerlingen kunnen percentages van geldbedragen berekenen. Ook kunnen zij de kosten berekenen van het bedekken van delen van de tuin met grind. De leerlingen hebben geleerd een samengestelde staafgrafi ek te lezen en te interpreteren. Zij kunnen een staafgrafi ek extrapoleren. Ook kunnen zij een lijngrafi ek lezen en interpreteren. Tenslotte hebben zij ook geleerd staaf en lijngrafi eken te tekenen. De leerlingen kunnen een staafgrafi ek lezen.

4 blok les en Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Geen nieuwe stof Oefenen Aanvullen tot , 0 000, 5 000, Getallen plaatsen op de getallenlijn tot en met Grote getallen ordenen Kommagetallen ordenen Kommagetallen op de getallenlijn Optellen en aftrekken tot Getalstroken tot Kommagetallen optellen en aftrekken Percentages kleuren Nieuwe stof Geen nieuwe stof. Oefenen Opfrissen diverse soorten bewerkingen Kommagetallen met decimaal plaatsen op de getallenlijn tot en met 5 Procenten op procentenbalk kleuren en cm berekenen Optellen en vermenigvuldigen in tabellen Verder en terug tellen met sprongen van 000 Grote getallen en kommagetallen onder de 60 ordenen Materiaal Leerlingenboek 8a blz. en Werkschrift 8 blz. en 8 blok + blz. en Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Oefensoftware Eventueel: weerberichten uit de krant (enkele dagen) Optellen Zien de leerlingen het verband tussen de som en het antwoord? = () = (8) = (6) = (68) = (65) = (797) = (787) = (85) = (068) = (5505) = (6600) = (8008) Aftrekken = ( 9999) = (9 998) = (9 999) = (69 996) = (9 999) = (89 99) = (69 999) = (79 99) = (89 999) = (59 99) Spreek de getallen uit Schrijf de volgende getallen op het bord en laat ze uitspreken door de leerlingen Tafelsommen Geef de volgende tafelsommen in een vlot tempo aan de leerlingen. = () 8 = (6) 6 = (8) 9 = ( 9) 6 = () 8 = () 6 6 = (6) 9 = (8) 5 = (0) 6 8 = (8) 9 6 = (5) 9 = (6) 0 = (0) 8 8 = (6) 5 6 = (0) 8 9 = (7) Optellen = (700) = (900) = (900) = (700) = (900) = (900) Zien de leerlingen het verband tussen de sommen? Gebruiken ze de omkeerwet? Aftrekken = (500) = (00) = (00) = (00) = (00) = (600) = (700) = (600) Zien de leerlingen het verband tussen de sommen?

5 Alles telt Handleiding 8 5 Waar gaat deze les over? In deze les kijken we terug op het geleerde van vorig jaar. Op het bord is een aantal onderwerpen aangegeven: breuken op de getallenlijn, de procentencirkel, kommagetallen met drie decimalen, grote getallen tot en met , rekenen met geld met korting. Bij de bespreking daarvan kunt u ingaan op de opgaven waar de leerlingen nog moeite mee hebben. Verder gaat het over grote (inwoner)getallen, indelen van een getallenlijn tot , cijferend optellen en aftrekken met grote getallen, ordenen van kommagetallen en het vergelijken van afstanden in kilometers. Kortom, een terugblik op een rijke inhoud. Taal en rekenen Taaltip Een mooie gelegenheid om te controleren of alle leerlingen de begrippen van vorig jaar hebben begrepen, dit keer met zinnen die aangevuld moeten worden: 50% van de mensen heeft krullend haar. Dat is van de mensen. Op een verkeersbord staat Utrecht 7,5 km. Dat betekent... Als je verf moet mengen met water in een verhouding van : 5 bedoelen ze... Als je een pizza moet verdelen in vier stukken, dan noem je één stuk... is meer dan omdat... is minder dan 0% omdat... is minder dan 0, omdat... 0% is meer dan 0, omdat... : 5 is hetzelfde als 0% omdat... Rekenwoorden Procent Breuk Kommagetal Tabel Lastige woorden Getallenbalk

6 6 Blok Les en Lesverloop van les C C Weet je het nog? Terugblik Start met een verkenning van de plaat. Laat de leerlingen vertellen over de afgebeelde opgaven. Kunnen ze ook zelf opgaven verzinnen? Ga dan naar de tabel met de inwonertallen. Laat de leerlingen de steden op volgorde van grootte zetten, de grootste stad eerst en zo verder. Laat de getallen ordenen en uitspreken. Het ordenen van de getallen kan ook op een getallenlijn. Hoe doe je dat? Hoeveel inwoners zijn er nog te gaan tot de ? Deze vraag is alvast een voorbereiding op opgave. Maak een positieschema. Bouw dat op samen met de leerlingen op. Het schema wordt dus TD D H T E. Ga ook na welke steden elkaar qua inwonertallen op de hielen zitten. Hoeveel inwoners heeft de plaats waar jullie wonen? Vergelijk dat met de steden in deze opgave. Waar liggen de getallen? Terugblik 5 cm (50 mm) komt overeen met Dus 5 mm met 0 000,,5 mm met 000 en mm met is gemakkelijk aan te geven, want het ligt precies in het midden van en Er hoeft niet te worden gerekend om dat aan te geven ligt op 5 deel rechts van en dat is cm rechts van het midden. Daarna is snel te zien dat op cm links van het midden ligt. Ten slotte Omdat 6667 deel is van 0 000, ligt precies cm rechts van Dit lijkt een lastige opgave, maar het werken met verhoudingen en breuken maakt het voor de leerlingen alleen maar gemakkelijker, terwijl de opgave interessanter wordt. C Zet op volgorde. Terugblik Weer een vergelijking tussen steden met inwonertallen boven de Welke steden ontlopen elkaar niet veel? In opgave is een en ander al voorbereid. In groep 7 zijn getallen boven de heel weinig aan bod geweest.

7 Alles telt Handleiding 8 7 Aandachtspunten bij les (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. Let op de antwoorden a en c. Waarom zijn de antwoorden samen ? Is dat toeval? Welke aanvullingen doen de leerlingen al uit het hoofd? Het beeld van de getallenlijn kan helpen de volgorde te bepalen. Bij c kan het handig zijn eerst als kommagetal te schrijven. 5 Kijk of er handig gerekend kan worden. werkschrift blz. Zijn de getallen horizontaal berekend, dan volgt de controle verticaal. Maken de leerlingen gebruik van breuken? Kommagetallen aanvullen. Eerst naar een heel getal toe rekenen. Procenten omrekenen naar gewone breuken. Dit is soms handiger om mee te werken. maatschrift blz. en Het gaat om het ophalen van kennis. Wat is elk streepje waard? Weten ze nog wat percentage betekent? Moedig de leerlingen aan snel, maar wel correct te rekenen. 5 Laat de getallen ook uitspreken. 6 Kijk bij a eerst naar de duizendtallen en dan naar de honderdtallen, bij b eerst naar de getallen voor de komma en dan naar het eerste cijfer achter de komma. Afronding De antwoorden bij leerlingenboek les opgave vragen om een nabespreking. De meeste kilometertellers springen na kilometer terug naar 0. Wat zou er dan op de teller staan in plaats van 08 70? (870) Bespreek ook werkschrift opgave. Laat de leerlingen vertellen over hun oplossingen. Vraag bij maatschrift opgave of de leerlingen weten wat de termen per stuk en korting betekenen. Bespreek kort opgave en ga in op eventuele problemen. Vraag bij opgave hoeveel cm 0% is (,6 cm) en laat eventueel de andere percentages eronder invullen. Vraag ten slotte bij opgave 6 nog: Wat is groter,,9 of,9? Er zullen leerlingen zijn die hier in de fout gaan. Maak er twee decimale kommagetallen van en het wordt duidelijk. Observatie en extra hulp Gaat u met die leerlingen die bij leerlingenboek opgave uit les nog een aantal onderwerpen moeilijk vonden nog eens alles na. Laat ze verwoorden wat er te zien is en waar het voorkomt in het dagelijks leven. Stap even uit de les Het weer Maak samen met de leerlingen op het bord een grafi ek met gegevens van de weerberichten uit de krant van een aantal dagen. Temperatuur, windkracht en neerslag worden in getallen weergegeven en kunnen in verschillende kleuren worden aangeduid. Storm is een mooie aanleiding om de schaal van Beaufort uit de aardrijkskundemethode (of de encyclopedie of via internet) op te hangen in de klas. Wordt er echt een storm voorspeld, dan kunnen de leerlingen met behulp van het krantenbericht daarover op de schaal de windsnelheden opzoeken en vertalen.

8 8 blok les en Leerlijn Cijferend vermenigvuldigen Oppervlakte Leerdoelen Nieuwe stof Cijferend vermenigvuldigen Vanuit een context cijferend vermenigvuldigen Een complex probleem omzetten in rekentaal Oppervlakte uitrekenen en vergelijken Oefenen Procenten op de procentenbalk Hoofdrekenen met mooie getallen Kommagetallen optellen in getallenmuurtjes Kommagetallen plaatsen op de getallenlijn Nieuwe stof Uitkomsten van vermenigvuldigingen schatten Cijferend vermenigvuldigen Oefenen Oppervlakte en omtrek Aftreksommen en deelsommen onder de 00 Percentages kleuren Totaalbedragen eerst schatten, daarna precies uitrekenen Tellen met sprongen van 50, 500 en 750 Materiaal Leerlingenboek 8a blz. en 5 Werkschrift 8 blz. 8 blok + blz. en 5 Plusschrift 8 blok Kopieerbladen 8.7 en 8.5 Kwismeester 8a blok Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Vermenigvuldigen 6 = ( 7) 8 = () 6 = ( 78) 7 5 = (05) 9 9 = (7) Bespreking: 9 9 = 9 (0 ) = (9 0) 9 = 80 9 = 7 Maten en gewichten l + 0, l = (, l) 0 kg 0,7 kg = ( 9, kg),5 l + 0,5 l = ( l) 6 kg 0,5 kg = ( 5,55 kg) l + 0, l = (, l) 00 kg 0, kg = (99,9 kg) l 0,7 l = (, l) 5 kg g = (6 kg) 70 l,8 l = (68, l), kg + 00 g = (,6 kg) Bespreking: Maak van de grammen eerst kilogrammen:, kg +, kg =,6 kg Aanvullen tot 000 en meer Noem de volgende getallen één voor één op en laat ze door de leerlingen aanvullen tot 000: 900, 80, 70, 599, 88,, 5 (00, 80, 90, 0, 5, 679, 755) Noem de volgende getallen één voor één op en laat ze door de leerlingen aanvullen tot 000: 00, 888, 999,, 5, 5 (800,,, 999, 655, 655) Verdubbelen Wat is het dubbele van: 0, 5, 0, 50, 60, 65, 00, 0, 50 en 55? (0, 70, 80, 00, 0, 0, 00, 0, 00 en 0) Halveren Wat is de helft van: 00, 90, 80, 70, 60, 50, 0, 0, 0 en 0? (50, 5, 0, 5, 0, 5, 0, 5, 0 en 5) Aanvullen tot 00 Noem de volgende getallen één voor één op en laat ze door de leerlingen aanvullen tot 00: 50, 5, 58, 60, 6, 68, 70, 75, 77, 80, 8, 86, 90, 9 en 99 (50, 8,, 0, 6,, 0, 5,, 0, 7,, 0, 7 en )

9 Alles telt Handleiding 8 9 Waar gaat deze les over? In deze les leren de leerlingen vermenigvuldigen onder elkaar, het zogenoemd cijferend vermenigvuldigen. De aanzet is een drietal stukken bos waarvan de oppervlakte bekend moet worden om te kunnen vergelijken. Eerst wordt er geschat en dat levert weer een aanzet tot handig rekenen op met verdubbelen/halveren en het zoeken van mooie getallen. Taal en rekenen Taaltip In les opgave van het leerlingenboek worden drie opties gegeven voor autofi nanciering. Weten de leerlingen wat dat betekent? Waarschijnlijk niet. Schrijf daarom het woord optie op het bord en vraag de leerlingen een eigen omschrijving van dit begrip te maken met de context waarin dit speelt. Enkele voorbeelden: De fi nancieringswereld: opties/aandelen en opties voor een fi nanciering zoals in opgave. Vakantie: als er van tevoren plannen worden gemaakt. Als er voor de vakantie een optie op een recreatiewoning wordt genomen. Huizen kopen: neem je een optie op een huis, dan heb je het nog niet gekocht, maar ben je wel de eerste die het mag kopen. Gaat u ook na of de leerlingen de termen looptijd (ook uit opgave ), recreatiewoning en bungalow (opgave ) kennen en laat ze die verwoorden. Rekenwoorden Cijferend vermenigvuldigen Lastige woorden Recreatiewoning Bungalow Optie Looptijd

10 0 Blok Les en Lesverloop van les C Te koop: recreatiewoningen met een stuk bos. Cijferend vermenigvuldigen Het is goed om met de leerlingen na te gaan wanneer je de meter (m) gebruikt en wanneer de vierkante meter (m²). Welk verband was er ook alweer tussen m² en ha? Zet een schema op het bord met bovenaan de m² en daaronder de ca, a en ha m² 00 m² m² centiare (ca) are (a) hectare (ha) Het goed inschatten van het antwoord is heel belangrijk als controle. Bij de eerste bungalow zien we meteen = 0 00 = Bij de tweede 80 0 = 0 60 = 0 50 = 0 00, maar ook 90 0 = volstaat. Bij de derde is 80 0 = 0 00 een goede schatting. We zijn dus geneigd het tweede stuk grond als grootste in te schatten. Daarna bespreekt u de verschillende manieren van cijferend vermenigvuldigen met de leerlingen. Stimuleer ze de kortste vorm te kiezen, als ze die begrijpen. Laat ze verwoorden wat de overeenkomst is tussen beide manieren van rekenen, maar ook wat het voordeel is van de verkorte manier. C Reken uit op je eigen manier. Cijferend vermenigvuldigen Deze opgave laat u de leerlingen zelfstandig maken, met de opmerking dat de sommen per rijtje verband met elkaar hebben. Zien de leerlingen ook het verband met de eerste opgave? De schattingen zullen verschillen. Laat de leerlingen vertellen waarom ze het zo hebben gedaan. C Geld lenen van de bank. Cijferend vermenigvuldigen Zet de gegevens die je nodig hebt eerst op een rijtje: De prijs van de auto: Wat heb je betaald? De prijs van de auto verminderd met het geleende bedrag: = Wat moet je nog betalen? 59 het bedrag per maand: 59 5 = Dat maakt dus samen: = 785 Hoe komt het dat je bij de tweede en derde optie meer moet betalen?

11 Alles telt Handleiding 8 Aandachtspunten bij les (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 5 Een oefening in het cijferend vermenigvuldigen. Een aantal sommen zou uit het hoofd berekend kunnen worden ( 9 = 80 ). Denk aan de 0 bij de tweede vermenigvuldiging bij a, b en c. Weten de leerlingen nog dat ha = m²? Bij wordt 0 deel aangegeven. Dat is niet hetzelfde als 0%. Het rekenen met ronde getallen zou geen probleem meer moeten zijn. werkschrift blz. Ook een oefening in het cijferend vermenigvuldigen. Staat alles goed onder elkaar? De eerste kan wel uit het hoofd. De rest met cijferend vermenigvuldigen. De opgave wordt een stuk gemakkelijker als eerst alle kommagetallen met 0 worden vermenigvuldigd en later de antwoorden weer door 0 worden gedeeld. Let op dat 0,7 + 0,7 =, en niet 0,. Gezien de structuur van de getallenlijn is het gemakkelijker om van de breuken kommagetallen te maken. maatschrift blz. en 5 Bespreek wat met ronde getallen wordt bedoeld. Leerlingen mogen hulpsommen gebruiken, maar stimuleer het zonder te doen; dat zou moeten kunnen. Gebruik eventueel kopieerblad 8.7. Rekenen met onthouden mag natuurlijk ook, maar bevorder wel het rekenen op papier. Onthouden kan tot onnodige fouten leiden. Controleer of de begrippen omtrek en oppervlakte nog bekend zijn. De vaardigheden aftrekken en delen even opfrissen. 5 Bij c en d zijn verschillende oplossingen mogelijk en bij b ook als je de lijn negeert. Waarom kan het bij het hartje maar op één manier? 6 Bespreek wanneer schatten handig is. Bij het schatten rond je de centen handig af. 7 Haal eerst de nullen even weg: hoe groot is de sprong van 6 naar 5? Afronding Wat hebben we deze les geleerd? Wat vond je moeilijk? Een aantal leerlingen kan nog moeite hebben met het probleem van het omrekenen in ha (leerlingenboek les opgave ). Ga in ieder geval in op het cijferend vermenigvuldigen (werkschrift opgave ). Laat bij werkschrift opgave de antwoorden op het bord vergelijken. Opgave en geven een goede indicatie van de mate waarin de leerlingen het rekenen met kommagetallen beheersen. Laat een aantal leerlingen verwoorden hoe ze het hebben opgelost. Bespreek bij maatschrift opgave de afspraken voor afronden bij het rekenen rond een honderdtal, wanneer naar boven en wanneer naar beneden? Vertel dat ook de situatie van invloed is. In een winkel kun je voor de zekerheid beter naar boven afronden, dan kom je bij de kassa niet voor een vervelende verrassing te staan. Bekijk bij opgave wie wel of geen hulpsommen heeft gebruikt en of daar nog foutjes bij gemaakt worden. Ga bij opgave 5 in op de relatie met de breuken, en. Observatie en extra hulp Welke leerlingen hebben nog moeite met de verkorting bij het cijferend vermenigvuldigen? Help hen met nog wat eenvoudiger opgaven. Observeer bij opgave van les uit het leerlingenboek hoe bijvoorbeeld 9 wordt uitgerekend, want er zijn meerdere mogelijkheden. Laat de leerlingen steeds verwoorden waarom ze voor een bepaalde oplossing hebben gekozen. Extra hulp kunt u geven door de leerlingen zelf een splitsing te laten voorstellen bij een som als 8 6. Stap even uit de les De gulden snede is een stukje eeuwenoude prachtige wiskunde. De gulden snede kort men af met de Griekse letter (phi, spreek uit: Fie ). Geef de leerlingen kopieerblad 8.00 (gulden snede ). Laat de leerlingen op een A deze rechthoek zo groot mogelijk natekenen. De leerlingen hebben op de lange zijde van het A tje een lijn getekend van ongeveer 5 cm. Teken nu met potlood halverwege het papier de bovenste lijn van het kopieerblad (met A, B en C). Trek verbindingslijnen vanaf de uiteinden naar A en C naar beneden tot ze elkaar snijden. Trek vanaf het snijpunt een lijn door B naar boven. De bovenste lijn heeft dezelfde verhouding als de onderste. Gum deze potloodlijn weg. Maak nu de grote rechthoek af. De verhouding van de zijdes van de grootste rechthoek bedraagt precies phi. De op één na kleinste rechthoek begint op de langste zijden van de grootste rechthoek. Op deze manier worden steeds kleinere rechthoeken getekend met de verhouding. Deze verkleining gaat tot in het oneindige door. Vervolgens is van elke rechthoek de diagonaal getekend. Zoals de kinderen zien, snijden de diagonalen elkaar in hetzelfde punt. De wiskundige Pickover stelde voor dit snijpunt van diagonalen het Oog van God te noemen.

12 blok les 5 herhalen en oefenen Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Cijferend vermenigvuldigen Cijferend optellen Leerdoelen Nieuwe stof Grote getallen vergelijken Vanuit een context cijferend vermenigvuldigen Cijferend vermenigvuldigen Oefenen Vanuit een context cijferend optellen Oppervlakte bepalen van meetkundige fi guren Hoofdrekenen met kommagetallen Nieuwe stof Kommagetallen plaatsen op de getallenlijn tot 6 Procenten op procentenbalk kleuren en cm berekenen Cijferend vermenigvuldigen Oefenen Optellen en vermenigvuldigen in tabellen Totaalbedragen eerst schatten, daarna precies uitrekenen Rekenen met m en cm Vierkant, rechthoeken en driehoek tekenen Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 6 en 7 8 blok + blz. 6 en 7 Plusschrift 8 blok Kopieerblad 8.7 Kwismeester 8a blok Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Rekenen met geld 0,5 = (,50) 0,65 = ( 6,50) 00,5 = ( 5,00) 00,65 = ( 65,00) 000,5 = ( 50,00) 000,65 = ( 650,00) Kommagetallen Vul aan tot het volgende hele getal:,9 (0, ) 6, (0,6 ),6 (0,7) 9,9 (0,09) 0,9 (0,07) 6,5 (0,75) Gewichten schatten Hoeveel denk je dat: jij weegt? ik weeg? die auto weegt? (rond 000 kg) die vrachtauto weegt? (vol maximaal kg) dat vliegtuig weegt? (Het grootste passagiersvliegtuig, de airbus, weegt leeg kg.) een olifant weegt? ( kg) een walvis weegt? ( kg) Breuken Hoeveel is: van 50 (5) van 76 (8) van 6 () van 5 (7) van ( 6) van 5 () van 8 (9) van 8 () van 8 (6) van 6 () van 8 () van 0 (6) Welk deel is het? 5 = ( 6 = ( 5 = ( 6 = ( ) deel van 0 5 = ( 6 ) deel van 6 = ( ) deel van 5 5 = ( 0 ) deel van 8 6 = ( 5 ) deel van 0 ) deel van ) deel van 50 ) deel van 0 Gewichten schatten Hoeveel denk je dat: jij weegt? ik weeg? dit boek weegt? deze steen weegt? een olifant weegt? ( kg) een walvis weegt? ( kg)

13 Alles telt Handleiding 8 Aandachtspunten bij les 5 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. 6 en 7 Nog enkele niet eerder genoemde steden, uit elke provincie één. De inwonertallen zijn overgenomen uit de laatste Grote Bosatlas (007). Eerst schatten en dan berekenen. Schatten is van groot belang als controlemiddel. Een oefening in het cijferend optellen. Bij a kun je direct het goede antwoord vinden. 5 Wordt bij het berekenen van de driehoekige vormen uitgegaan van de rechthoek die erbij past? 6 Laat kommagetallen als 0, en 0, uitspreken als vier tiende en drie tiende in plaats van nul komma vier en nul komma drie. De eerste manier van uitspreken kan het inzicht in de plaatswaarde vergroten. maatschrift blz. 6 en 7 Wat is elk streepje waard? Bespreek de berekening via 0%. Dat is,6 cm, dus 9 x,6 cm =, cm. Meten kan natuurlijk, maar bespreek het dan wel goed na. Leerlingen mogen hulpsommen gebruiken, maar stimuleer het zonder te doen. Gebruik eventueel kopieerblad 8.7. De vaardigheden optellen en vermenigvuldigen even opfrissen. 5 Controleer hoe er geschat is. 6 Pas op bij a: er gaat wat af, maar het is een optelling. 7 Wijs op de verplichte oppervlakte. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave < - Opgave < - Opgave 6 < - 6 Opgave < - Opgave 5 < - Opgave 6 6 < - 6 Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 6 < - 6 Opgave 6 < - 6 Opgave < - Opgave 8 < - 8 Opgave 5 6 < - 6 Opgave 6 < - Opgave 7 < -

14 blok les 6 en 7 Leerlijn Verhoudingen Meetkunde Leerdoelen Nieuwe stof Het begrip middellijn (diameter) De middellijn berekenen aan de hand van een schaalmodel De verhouding omtrek en middellijn van een cirkel gebruiken Omtrek van vierkant en rechthoek berekenen Oefenen Geldbedragen delen en afronden Kommagetallen optellen en aftrekken Optellen tot en met 000 in een tabel Nieuwe stof Omtrek en middellijn van een cirkel Omtrek en oppervlakte Inhoud uitrekenen Oefenen Kiezen van de juiste maateenheid bij gewicht Optellen en aftrekken onder de 00 Rekenen met snelheden Relatie tussen procenten en breuken Breuken in een breder perspectief Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 8 en 9 Werkschrift 8 blz. 8 blok + blz. 8 en 9 Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Oefensoftware Verschillende ballen, een lekke bal, scherp mes Touwtjes, meetlint, liniaal Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Optellen = ( 6) = ( 0) = ( ) = ( 70) = () = ( 90) = (0) = (00) Aftrekken 57 9 = ( 8) = (80) 97 9 = ( 88) = (680) 7 9 = (8) = (80) 97 9 = (88) = (580) Bespreking: 57 9 = 58 0 = = = 80 Laat de leerlingen de rekeneigenschap verwoorden. Kommagetallen 0 0, = (0,6) 00 99, = ( 0,6) 0 8, = (,7) 00 99, = ( 0,9) 0 6, = (,8) 00 9, = (90,7) 0 9,9 = (0,) 00 8, = (9,6) 0 0,8 = (9,) 00,7 = (97,) Tafelsommen Geef de volgende tafelsommen in een vlot tempo. = ( ) 5 = (0) 7 = () 9 = (7) = ( 9) 5 = (0) 7 = () 6 9 = (5) 6 = (8) 6 5 = (0) 6 7 = () 9 = (6) 8 = () 7 5 = (5) 9 7 = (6) 8 9 = (7) Verdubbelen Wat is het dubbele van:,, 5, 5, 56, 66, 78, 8 en 9? (8, 8, 70, 90,,, 56, 6 en 86) Halveren Wat is de helft van:, 6,, 5, 66, 78, 8 en 98? (, 8,, 7,, 9, en 9)

15 Alles telt Handleiding 8 5 Waar gaat deze les over? In deze les gaat het over de bol. Middellijn en omtrek worden gemeten en omdat het plaatjes uit een boek betreft, gaat het ook over schaal. In een opgave komt de verhouding tussen omtrek en middellijn aan de orde: het beroemde getal pi (π), hier nog afgerond op, maar bij de berekeningen die de leerlingen maken, komt het al aardig dicht bij,. Daarnaast komt ook het nauwkeurig meten aan de orde. Hoe kunnen leerlingen meetresultaten verfi jnen en betrouwbaarder maken? Ten slotte oefenen de leerlingen het afronden van bedragen bij het rekenen met geld. Dat is bij het geldverkeer anders dan gebruikelijk. Taal en rekenen Taaltip Bij deze les over de bol komen de begrippen middellijn en omtrek, en het verband daartussen, aan de orde. Laat verschillende leerlingen aan het woord, zodat ze samen al pratend een beeld krijgen van de context en iedereen begrijpt waarover het gaat. Wat is een bol? Zijn alle ballen een bol? (een rugbybal niet) Is de aarde ook een bol? (nee, afgeplat aan de polen) Wat is een middellijn? Wie kent er een ander woord voor? (doorsnede, diameter) Geef eens een omschrijving. Wat is omtrek? Wie weet de omtrek van de aarde? (0 000 km) Welk punt ligt precies in het midden van de middellijn? (middelpunt) Als je een bol doormidden snijdt, wat krijg je dan? (een cirkel) Heeft een cirkel ook een middellijn, een omtrek en een middelpunt? (ja) Rekenwoorden Bol Diameter Doorsnede Middellijn Middelpunt Omtrek Schaal Pi (π) Lastige woorden Afronding

16 6 Blok Les 6 en 7 Lesverloop van les 6 C C De middellijn van een basketbal. Verkenning van de bol Geef de leerlingen een bal in de hand en vraag hen te laten zien wat de middellijn is. Wie de bal tussen twee vlakke handen vasthoudt en die afstand middellijn noemt, heeft gelijk. Laat de leerlingen eerst schatten wat de middellijn van de bal is. Het probleem is natuurlijk dat de middellijn zo niet te zien is. Daarom is een lekke bal een uitkomst. Snijd de lekke bal precies in twee gelijke helften en toon de cirkelrand. Laat nu de doorsnee meten. Teken zelf die cirkel ook op het bord en doe hetzelfde. Laat de leerlingen manieren bedenken om de middellijn van de hele bal te meten. Nu de basketbal in het boek: die is verkleind afgebeeld. Waarom? Wat betekent: de schaal is : 5? (In werkelijkheid is de bal vijf keer groter dan op het plaatje; de bal op het plaatje is vijf keer kleiner dan in werkelijkheid; de bal op het plaatje is het vijfde deel van een echte bal.) Gek genoeg is nu de middellijn heel gemakkelijk te meten. De uitkomst is,8 cm of cm en 8 mm. De werkelijke bal heeft dus als middellijn 5,8 cm = cm. Bereken de middellijn. Verkenning van de bol Een nauwkeurige meting betekent hier in mm nauwkeurig. Een wetenschappelijke manier om de meting betrouwbaarder te maken is de metingen van alle leerlingen te verzamelen, op te laten tellen en daarvan het gemiddelde te nemen. Dit is een goede oefening voor de leerlingen. Laat ze de uitkomst controleren met de rekenmachine. C De omtrek en de middellijn. Verkenning van de bol Laat eerst de omtrek van een echte bal meten. Hoe pakken de leerlingen dit aan? (touwtje, meetlint, uitrollen over liniaal, enzovoort.) Daarna wordt de middellijn gemeten. De metingen kunnen nauwkeuriger worden met de methode die in opgave is gesuggereerd (indien er genoeg tijd is). Laat nu de omtrek door de middellijn delen (staartdeling, rekenmachine) en vergelijk de resultaten van verschillende ballen. Er komt steeds hetzelfde getal uit. Dat kan geen toeval zijn... Ter informatie: de verhouding tussen omtrek en middellijn is het getal pi (π) en is officieel,, waarbij het aantal decimalen niet vast te stellen is. De computer heeft een getal vastgesteld met, biljoen decimalen (biljoen is met nullen).

17 Alles telt Handleiding 8 7 Aandachtspunten bij les 7 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 9 Hoe komt het dat het geschatte antwoord van vraag c zo afwijkt van de werkelijke middellijn? Toepassing van middellijn en dikte. De middellijn is dus niet altijd synoniem voor de dikte. In de tabel staat als dikte van de -euromunt om didactische redenen, aangegeven, maar eigenlijk zou daar,0 moeten staan. Nu kunt u erachter komen of er leerlingen zijn die, groter vinden dan,. Afronden op twee decimalen. Weet iedereen nog hoe dat gaat? De laatste som van d is eigenlijk geen afronden, maar het omgekeerde. (Het antwoord kan dus zijn: 07,6, 07,7, 07,8, 07,9, 07,50, 07,5, 07,5, 07,5 en 07,5. Als je die afrondt op één decimaal, dan wordt het 07,5.) werkschrift blz. Janine loopt drie keer de middellijn en dus per rondje 80 m. De middellijn is op schaal 0 mm, dus in werkelijkheid 90 mm = 9 cm. Bij c 0, schrijven als 0,0. Horizontaal en verticaal hetzelfde. Er is dus een dubbele controle. maatschrift blz. 8 en 9 Het onderwerp middellijn (diameter) is geen noodzakelijk onderwerp voor de maatschriftleerlingen. Alleen wat begripsverkenning, gecombineerd met schaalberekening. Ga nogmaals na of de begrippen omtrek en oppervlakte bekend zijn. Herhaling van het berekenen van de inhoud van een blok (hier bak genoemd). Vraag de leerlingen iets te bedenken van ongeveer kubieke cm. Denk aan een kleine dobbelsteen of een kraal. Deze opgaven zijn van hetzelfde type als Cito-opgaven. Controleer bij deze opgaven of de leerlingen nog weten dat kg 000 gram is. 5 Stimuleer de leerlingen gebruik te maken van ronde getallen ( = 60 + = 7, 58 = 60 5 = 5). 6 Bij c: sommige leerlingen bedenken misschien dat een kwartier de helft van een halfuur is. Prima! 7 Ook dit is herhaling van basiskennis. Maak eventueel een lijntje of balkje om de verschillende soorten getallen aan te hangen. 8 Een herhaling van elementair breukenbegrip. Wijs erop dat 750 ml driekwart vol is. Afronding Bij opgave d staat dat 07,5 afgerond wordt op 07,50. Kan het ook 07,9 zijn geweest? Waarom niet? Bij werkschrift opgave kunnen de leerlingen ook het getal pi (π) =, nemen. Hoeveel loopt Janine dus echt? (88, m) Ga bij maatschrift opgave in op de laatste vraag. Het is leuk om echt te proberen een cirkel met middellijn van meter uit te zetten. Bij opgave komt de cm voor. Laat die uitspreken. Laat naar aanleiding van opgave dingen noemen van ongeveer kilogram of 000 gram. Observatie en extra hulp Bij opgave uit les 7 van het leerlingenboek kan het gebruik van geld verheldering geven bij het afronden op hele euro s en op twee cijfers achter de komma. Geef bijvoorbeeld, en rond dat dan af op hele euro s. Waar kijk je naar? Oefen daarna met 0,87, 0,9 en 0,50. Stap even uit de les Lees onderstaand gedicht voor van Paul van Ostayen en bespreek de symmetrie. Alpejagerslied Een heer die de straat afdaalt een heer die de straat opklimt twee heren die dalen en klimmen dat is de ene heer daalt en de andere heer klimt vlak voor de winkel van Hinderickx en Winderikx vlak voor de winkel van Hinderickx en Winderikx van de beroemde hoedenmakers treffen zij elkaar de ene heer neemt zijn hoge hoed in de rechterhand de andere heer neemt zijn hoge hoed in de linkerhand dan gaan de ene en de andere heer de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende de rechtse die daalt de linkse die klimt dan gaan beide heren elk met zijn hoge hoed zijn eigen hoge hoed zijn bloedeigen hoge hoed elkaar voorbij vlak voor de deur van de winkel van Hinderickx en Winderikx van de beroemde hoedenmakers dan zetten beide heren de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende eenmaal elkaar voorbij hun hoge hoeden weer op het hoofd men versta mij wel elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd dat is hun recht dat is het recht van deze beide heren

18 8 blok les 8 en 9 Leerlijn Rekenmachine Procenten Verhoudingen Leerdoelen Nieuwe stof Rekenen met procenten, al dan niet met de rekenmachine Korting uitrekenen met een rekenstrook De verhouding deel/geheel omrekenen naar procenten Oefenen Breuken en procenten Breuken aftrekken Buurgetallen tot Optellen en aftrekken tot 5000 Nieuwe stof Percentages van geldbedragen De %-regel; overige percentages uitrekenen met de rekenmachine Relatie tussen procenten en breuken Oefenen Cijferend vermenigvuldigen zonder hulpsommen Cijferend delen zonder hulpsommen Uitrekenen wat de voordeligste aanbieding is Tijdsduur berekenen Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 0 en Werkschrift 8 blz. 5 8 blok + blz. 0 en Plusschrift 8 blok Kopieerblad 8.7 Kwismeester 8a blok Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Kommagetallen 0,8 + 0, = () Laat nu de leerlingen zelf een aantal paren kommagetallen (met decimaal) bedenken die samen zijn. 0,8 + 0,9 = () Laat de leerlingen nu zelf een aantal paren kommagetallen (met decimalen) bedenken die samen zijn. Vermenigvuldigen in een sliert = (7000 ) 000 = (000 ) 00 7 = ( 700 ) 500 = (500 ) 0 7 = ( 70 ) 50 = ( 750 ) 7 = ( 7 ) 5 = ( 75 ) 0, 7 = ( 0,7 ),5 = ( 7,5 ) 0,0 7 = ( 0,07 ),5 = (,75 ) 0,00 7 = ( 0,007) 0,5 = ( 0,75) Bespreking: laat de leerlingen vooral de laatste sommen hardop uitspreken. Breuken = ( ) = ( 5 = ( ) = ( = ( ) = ( ) = ( ) 7 = ( ) Bespreking: = 9 = 9 = 6 ) ) Getalbegrip Wat is de waarde van de in de volgende getallen?: 00 (00) 700 ( ) (0 000) 0 ( 0) 700 ( 0) ( 000) ( ) 700 ( 00) 5 89 ( 00) 00 (00) 700 (000) 7 8 ( 0) Allemaal nullen 0 = ( 0) 0 76 = ( 760) = (0 000) 00 = ( 00) = ( 7600) = (0 000) 000 = ( 000) = ( ) = (0 000) = (0 000) = ( ) = (0 000) Breuken Hoeveel is: van 8? ( 9) van? () van 60? (0) 6 6 van? ( 7) van? (6) van 8? ( ) van 8? ( 6) van 60? (5) van 60? (0) van 6? ( 9)

19 Alles telt Handleiding 8 9 Waar gaat deze les over? Naar aanleiding van het krimpen van stoffen leren de leerlingen rekenen met procenten. Een rekenstrook maken is een belangrijk hulpmiddel. De rekenmachine wordt gebruikt om berekeningen te controleren. Een andere (voor de leerlingen herkenbare) context is het suikergehalte in jam. Hoe zoeter de jam, hoe hoger het percentage suiker. Een derde onderwerp waarbij procenten worden gebruikt, is korting (op kleding) en ook dat is een bekende context. Ten slotte oefenen de leerlingen in het optellen en aftrekken van breuken. Taal en rekenen Taaltip Ga met de leerlingen de betekenis na van de woorden krimpen en uitzetten. Laat deze begrippen als volgt rondgaan. Een groepje maakt op een vel papier een eerste omschrijving, schema of tekening van het begrip en geeft dit vervolgens door aan de volgende groep die het aanvult. Zo wordt het begrip gaandeweg aangevuld. Hang de twee posters op en bespreek de vondsten. Hebben de leerlingen gedacht aan het krimpen van stoffen en het uitzetten van ijs? Vraag ook nog of de leerlingen de woorden coupons, minimaal en maximaal begrijpen. Rekenwoorden Maximaal Minimaal Lastige woorden Coupon Krimpen Uitzetten

20 0 Blok Les 8 en 9 Lesverloop van les 8 C C Hoeveel kan de stof krimpen? Procenten berekenen met de rekenmachine De gordijnstof kan krimpen. Wat wordt dan het probleem? (Ontstaan van kieren.) Wat moet er nu worden uitgerekend?(% van 95 cm.) Laat de leerlingen dat ieder op hun eigen manier uitrekenen en vergelijk die manieren met de verschillende oplossingen uit het leerlingenboek. Wie had het van tevoren goed geschat? Hoe doe je dat? (% van 500 = 5.) Is dat antwoord al niet voldoende in dit geval of wil je dit op de komma nauwkeurig weten? (Omdat er maximaal % staat, weten we met die 5 cm eigenlijk al genoeg.) Maak ook zo n opmerking over het afronden op cm. Waarom is afronden op cm en mm niet nodig? Het getallenlijntje is heel inzichtelijk om een en ander te illustreren. Wat moet je betalen voor het shirt? Procenten berekenen met de rekenmachine 5% van 9,75 is,6. Je kunt ook berekenen: 85% van 9,75 en dat is 8,875, afgerond 8,0. En als je met pin betaalt, wordt het 8,9. Verwarrend allemaal, maar wel bespreekbaar omdat eigen ervaringen van de leerlingen meespelen. Als we gaan schatten: 0% is ongeveer euro en dan is 5% ongeveer,50 (ietsje meer dus). Met de strook gaat dat zo: eerst indelen in 0 stukken en daarop 5 aangeven. Wie ontdekt dat je ook achteraan kunt beginnen en 85 neerzetten? (00 5). Een andere mogelijkheid is de stukken van 0 weer te verdelen in 5. Zet de verschillende stroken die de leerlingen hebben ontworpen op het bord en laat een keuze maken. De meest geschikte blijft over. C Doe het nu zelf. Procenten berekenen met de rekenmachine Laat de leerlingen zelfstandig rekenen; eerst door te laten schatten en daarna met de rekenmachine. Ga bij de nabespreking in op de laatste twee opgaven. Daarbij zijn de antwoorden samen weer 97. De stroken zullen verschillen. Wie rekent 0, 5 in plaats van 0,0 5? C Hoeveel procent suiker zit er in de jam? Welke jam is het zoetst? Procenten berekenen met de rekenmachine Bij deze opgave gaat het om het suikergehalte van verschillende jams. Het percentage wordt berekend als deel van het geheel. Wie van jullie kan het percentage suiker van potje direct zien? (65 van de 00 = 65%) Hoe zit het met de andere potjes? 5 van de 00, hoeveel is dat van elke 00? Wie kan dat ongeveer schatten? (56) Nu met de rekenmachine. Laat de leerlingen eerst zelf uitzoeken hoe dat moet. Hoe beeld je dat uit op een strook? (5: 00 = 0,565 en dat is 56,5%) Het derde potje mag eigenlijk geen probleem zijn. (50%) Als je de gegevens op de jampotjes leest, zie je dat suiker vaak anders wordt genoemd: glucose, fructose, en dergelijke. Feit blijft dat het suikergehalte in jam heel hoog is!

21 Alles telt Handleiding 8 Aandachtspunten bij les 9 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. Let op de afrondingen. Op de rekenmachine staat geen %-toets. Hier is het van belang de eurobedragen eerst af te ronden. Dan 0% van 0 uitrekenen, enzovoort. 7 is op de rekenmachine 0,857 Sommige breuken kunnen vereenvoudigd worden. werkschrift blz. 5 Procenten kunnen gemakkelijk worden omgezet in breuken. Maak bij a de vergelijking: 50% van de prijs = de halve prijs. Bij c: 75% = de helft en daar de helft van de helft bij, of deel. Na komt niet ! Sommige sommen kunnen handig worden berekend. maatschrift blz. 0 en Ga na of de leerlingen eerst alles uitrekenen of dat ze direct zien wat wel en niet goed is. Controleer bijvoorbeeld wie nog 0% van 5 of 50% van 0 uitrekent. Zien de leerlingen dat % hetzelfde is als? 00 0 Vraag het hoeveelste deel 0 van 00 is. ( = 00 0, of hoeveel keer 0 = 00?) Een aantal sommen kan uit het hoofd. 5 Eerst de verhoging berekenen. 6 Stimuleer (wie het aankan) zonder hulpsommen te werken. Als dat echt niet kan, laat de leerlingen dan kopieerblad 8.7 gebruiken. 7 Stimuleer het werken zonder hulpsommen. Als de leerlingen fouten maken, kan het antwoordenboek helpen de fout op te sporen. Bied aan leerlingen die dit aankunnen eventueel de staartdeling aan. 8 Kijk of de som correct wordt opgeschreven. 9 Zo nodig eerst aanvullen tot het hele uur. Afronding In deze les was goed te zien dat procenten heel handig kunnen zijn als je iets wilt vergelijken, zoals in leerlingenboek les 8, opgave. Wie vond het berekenen van procenten op de rekenmachine nog moeilijk? Laat een paar leerlingen op het bord een som uit opgave van les 9 uit het leerlingenboek maken en vraag wat ze intoetsen op de rekenmachine. Vraag welke percentages minder, gelijk of meer zijn dan de helft. Laat leerlingen die die relatie tussen de sommen hebben gebruikt hun oplossing verwoorden. Bij leerlingenboek les 9, opgave is het antwoord 0,857 op de rekenmachine. Ga in op de (on)deelbaarheid van sommige getallen. Waarom is wel een mooi kommagetal en 7 en 7 niet) En hoe zit dat met en 9? niet? ( is deelbaar op 00 Bij maatschrift opgave kunt u een aantal sommen uit het hoofd laten uitrekenen: 5% van 800 = _ x 800 = 00, 75% van 00 = _ x 00 = 00, enzovoort. Bij opgave 6 en 7 nog even controleren of het lukte zonder hulpsommen. Kijk of de leerlingen de antwoorden bij 7 ook kunnen schatten: 8 : 0 : = 70. Observatie en extra hulp Wanneer rekenen de leerlingen met de %-regel en wanneer gebruiken ze de breukdelen? De volgende dubbele getallenlijn kan hulp bieden: 0 0% 5% 50% 75% 00% Deze ook: % 0% 0% 60% 80% 00% Wijs op het gebruik van mooie, ronde getallen bij werkschrift opgave. Ook is het nuttig bepaalde rekenregels even te herhalen. Bijvoorbeeld: een verschil verandert niet als beide termen met hetzelfde getal worden vermeerderd of verminderd. Zijn er nog leerlingen die moeite hebben met buurgetallen? Laat hen met de rekenmachine zien: 0, 00, 000, 0 000, en laat hen vertellen wat ze zien gebeuren. Doe hetzelfde met +. Stap even uit de les Een uitstapje naar een prent van Maurits Cornelis Escher (898-97). Het gaat om een beroemde prent die Escher in 96 maakte: De waterval. U kunt deze prent vinden in het boek Escher, tovenaar op papier van Bruno Ernst (ISBN , Uitgeverij Waanders - Zwolle, 998). Ook staat de prent op diverse internetsites. Afgebeeld is een watermolen die op een merkwaardige manier wordt aangedreven. Laat de leerlingen beschrijven wat ze zien. Hoe komt het dat het water in de goot naar boven stroomt? Het waterrad van een watermolen wordt aangedreven door water dat er bovenop valt (bovenslagmolen), maar hier stroomt ook water onder het rad door (onderslagmolen). Zo n molen is uniek in de wereld. Laat de leerlingen ook de meetkundige torenversieringen beschrijven. Zien ze dat de basis van beide fi guren hetzelfde is, maar dat er bij de linkerfi guur hapjes uit de punten zijn genomen?

22 blok les 0 herhalen en oefenen Leerlijn Meetkunde Procenten Leerdoelen Nieuwe stof Het begrip middellijn (diameter) De verhouding omtrek en middellijn van een cirkel gebruiken Rekenen met procenten, al dan niet met de rekenmachine Oefenen Delen met nullen en werken met de komma Tellen met grote getallen Vermenigvuldigen en delen met kommagetallen Optellen en aftrekken met kommagetallen Nieuwe stof Inhoud uitrekenen Afstanden in m en km Percentages van geldbedragen Oefenen Cijferend optellen en aftrekken Grote getallen plaatsen op de getallenlijn Breuken plaatsen op de getallenlijn Materiaal Leerlingenboek 8a blz. en 8 blok + blz. en Plusschrift 8 blok Kopieerbladen 8. en 8. Kwismeester 8a blok Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Maten en gewichten Bespreking: maak van de grammen eerst kilogrammen, bijvoorbeeld kg +,5 kg = 5,5 kg. l + 0,5 l = (,5 l) 0 kg 0,75 kg = ( 9,5 kg) 0,5 l +,5 l = (,65 l),5 kg 0,5 kg = (,0 kg) 0, l +,7 l = ( l) 0,75 kg + 0,6 kg = (,0 kg) 0, l + 0,79 l = ( l) kg g = (5,5 kg) l 0,99 l = (0,0 l = cl),6 kg + 00 g = ( kg) Van procenten naar breuken 0% = ( ) 66% = ( 0 5% = ( ) 75% = ( 0% = ( 5 ) 80% = ( % = ( ) 6% = ( 50% = ( ) 8% = ( 5 Welk deel is het? 7 = ( 8 = ( 7 = ( 8 = ( 5 ) deel van 7 = ( ) deel van 6 8 = ( ) deel van 7 = ( 5 ) deel van 0 8 = ( ) ) ) 5 ) 6 ) 6 ) deel van 8 ) deel van ) deel van 5 ) deel van Tijd Laat de leerlingen schatten hoe oud de dieren kunnen worden die u opnoemt. Eendagsvlieg ( dag) Bij (6 weken in de zomer, 6 maanden in de winter) Poes (5 jaar) Paard (8-0 jaar) Olifant (70 jaar) Duif (0 jaar) Bespreek met de leerlingen het verschil tussen gemiddelde leeftijd en maximale leeftijd. Bij de mens verschilt dat per streek en tijd. We worden steeds ouder, zowel gemiddeld als qua maximale leeftijd. Handig vermenigvuldigen 6 5 = (50) 5 60 = (800) 8 = (68) 6 75 = (50) 6 5 = (0) = () 75 = (00) 7 = (7) Bespreek met de leerlingen hoe ze de sommen handig hebben uitgerekend, bijvoorbeeld: 6 5 = 70 = 0.

23 Alles telt Handleiding 8 Aandachtspunten bij les 0 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. en Denk er bij c aan dat de schil van de sinaasappel twee keer meetelt. Bij d geldt dat de lichaamslengte ongeveer even groot is als de afstand tussen de vingertoppen als je de armen opzij uitsteekt. Welke percentages kun je ook gemakkelijk als breukdeel uitrekenen? Moet je elke som apart uitrekenen of kun je soms een al uitgerekende som als hulp gebruiken? Bijvoorbeeld: de krimp is bij 0 m twee keer zo groot als bij 5 m. Hoe kun je gebruikmaken van eerder uitgerekende uitkomsten? 50% is de helft, 5% is daar weer de helft van, enzovoort. 5 Zien de leerlingen het verband tussen 50 : 5 en 5 :,5? En tussen : en, : 0,? 6 Als de getallen hardop worden uitgesproken, kan dat helpen. Welke cijfers veranderen bij het verder terugtellen? 7 Met een (ruwe) schatting zie je het antwoord meteen. 8 Maak het aantal decimalen gelijk en laat de leerlingen het bedrag uitspreken. maatschrift blz. en Deze eenvoudige herhaling zou geen problemen meer mogen opleveren. Laat 500 uitspreken als drieduizend vijfhonderd en niet als vijfendertighonderd. Wijs erop dat bij % de %-regel handig is en bij 5% de breuk, dus delen door. Stimuleer hier het rekenen via breuken (, en ). 0 5 Zien de leerlingen dat het optellen bij opgave a zonder komma en b met kommagetallen eigenlijk precies hetzelfde gaat? Eventueel overal centen van maken als het werken met komma s zo niet lukt. Het optellen met onthouden is voor leerlingen die dit aankunnen prima. Wie niet zonder hulpsommen kan, gebruikt kopieerblad Ook hier de overeenkomst tussen opgave a en b. Het aftrekken met lenen is weer prima voor de leerlingen die dit aankunnen. Wie niet zonder hulpsommen kan, gebruikt kopieerblad Laat bij problemen eerst het middelste getal invullen. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave < - Opgave 8 < Opgave 8 < Opgave < Opgave 5 9 < Opgave 6 5 < Opgave 7 < - Opgave 8 6 < - 6 Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave < Opgave 7 < Opgave < Opgave < - Opgave 5 < - Opgave 6 < - Opgave 7 < 7 7 -

24 blok les en Leerlijn Breuken Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Breuken gebruiken in contexten Breuken met elkaar vermenigvuldigen Breuken delen door een heel getal Delen van het uur in breuken omzetten en omgekeerd Bekende maatverdelingen omzetten in breuken en omgekeerd Breuken plaatsen op de getallenlijn Oefenen Tijdsduur berekenen Vermenigvuldigen in tabellen Optellen en aftrekken in rekendriehoek Nieuwe stof De notatievorm breuk als deel van een geheel Oefenen Tarieventabel aflezen Verhoudingstabellen Springen en naar 00 op de getallenlijn Materiaal Leerlingenboek 8a blz. en 5 Werkschrift 8 blz. 6 8 blok + blz. en 5 Plusschrift 8 blok Kopieerblad 8.9 Kwismeester 8a blok Oefensoftware Schatten en afronden = (ongeveer = 00) = (ongeveer = 900) = (ongeveer = 8 000) = (ongeveer = ) Bespreking: Laat met de rekenmachine eens zien wat voor effect bepaalde afrondingen hebben in dit geval: = ongeveer = terwijl het werkelijke antwoord is. Vermenigvuldigen in een sliert = (6000) 6000 = (6000) = (6000) 0, = (6000) = (6000) 0, = (6000) Bespreking: Laat de leerlingen de rekenregel die hier te zien is nog eens verwoorden. Laat hen op dezelfde manier spelen met 000 = (000). Geldrekenen 0,5 = (,50) 0 6,75 = ( 67,50) 00,5 = ( 5,00) 00 6,75 = ( 675,00) 000,5 = ( 50,00) 000 6,75 = ( 6750,00) Tafelsommen Geef de volgende tafelsommen in een vlot tempo. 5 = (5) 8 = () 7 = (8) 9 = (7) 5 = (5) 8 = () 7 = (8) 9 = (7) 5 7 = (5) 8 5 = (0) 6 7 = () 7 9 = (6) 7 5 = (5) 5 8 = (0) 7 6 = () 9 7 = (6) Breuken Welk van de twee is het grootst? of? ( ) of? ( 5 of? ( ) of? ( 5 of? (even groot) 5 of 9? ( ) 5 ) ) 0 Breuken in context De helft van de 8 leerlingen betaalt 5, de andere helft betaalt 6. Wat is de opbrengst? ( 99) De helft van het pakje boter van 50 gram is nodig voor de appeltaart en 5 voor het smeren van boterhammen. Hoeveel is er over? (75 gram) van een hele dag wordt in bed doorgebracht, op school. Hoeveel vrije tijd heb je? (0 uur) deel van een zak met 60 knikkers is rood, deel is blauw. Hoeveel knikkers zijn anders? ( 6 deel of 0 knikkers)

25 Alles telt Handleiding 8 5 Waar gaat deze les over? In deze les wordt alles nog eens herhaald wat de leerlingen hebben geleerd over breuken. Alle aspecten van de breuken komen aan de orde. Diverse modellen worden hierbij gebruikt. Zoals het cirkelmodel, het staafmodel, het hokjesmodel, het rekenen met breuken op de getallenlijn en in verhoudingstabellen. Ook wordt met behulp van kloktijden het inzicht in deze moeilijke materie vergroot. Taal en rekenen Taaltip Verdeel de leerlingen in groepjes van. Vraag ieder groepje een poster te maken met daarop woorden, zinnetjes, plaatjes en tekeningen van het begrip kwartier. Laat ze gebruikmaken van woordenboek en internet om alle variaties over dit thema uit te werken. Vervolgens wisselen de groepjes hun posters uit en bespreken elkaars producties. Ga daarna even in op de verschillende namen van de breuk : een vierde, kwartier = 5 min, maar ook een schijngestalte van de maan en een deel van een stad. Dat laatste is in Nijmegen nog te zien: de stad is verdeeld in vier kwartieren en op het kruispunt van de straten die de grens vormen, ligt de Blauwe steen, waarop (op neutraal terrein) de executies plaatsvonden. Een kwart (bijvoorbeeld in de muziek), kwartaal ( maanden), het vroegere kwartje, 5%, 0,5, één op vier (bij kansberekening), één van de vier. Rekenwoorden Breuk Kwartier Lastige woorden Elfstedentocht

26 6 Blok Les en Lesverloop van les C C Rekenen met breuken. Herhaling van alle breukaspecten en bewerkingen Bespreek de volgende breuksituaties om duidelijkheid te krijgen in hoeverre de leerlingen de breuken en de bewerkingen begrijpen. De diverse modellen geven daarbij ondersteuning. Geef eventueel kopieerblad 8.9 aan leerlingen die de modellen nog willen gebruiken. Aan welke tafel krijgt elk kind het grootste stuk? Wat is het verschil tussen beide stukken? Teken een verhoudingstabel op het bord en laat 9 omzetten naar en naar 8. Wat is het verschil? ( ) Zet de getallenlijn van het roomprobleem zonder de boogjes op het bord. Tel hardop mee bij op de juiste plaats zetten. Vraag de leerling of pakje te maken. Waar kom je dan? (5 = ) Teken hetzelfde op de juiste plaats. Vraag een eerlijk door te delen en daar een streepje te zetten. (precies in ) Laat nu ook tussen de andere stukjes tot een verticaal streepje ) Wat is dus :? ( 8 ) Hoe kun je dat het verdelen van ieder stukje. Laat een leerling nu 5 sprongetjes van stukje getallenlijn van 0 tot en met vergroot eronder en zet leerling op de getallenlijn het midden tussen en zetten in het midden. Hoeveel is nu een stukje waard? ( 8 ook berekenen? (Een half pakje is = ) 8 In hoeveel stukjes is de afstand op de getallenlijn tussen 9 en 0 verdeeld. (0) Hoeveel is de afstand tussen twee streepjes? ( 0 ) Waar komt dan 9? 5 Welk deel van de kaas is eruit gesneden? Hoe zie je dat? (Het is een kwart. Je ziet het net als bij een klok.) Bekijk de koek met de strook erboven. Welk deel is van de koek afgesneden? ( ) Hoeveel kost dat deel? (50 cent) Teken de getallenlijn van de km zonder de boogjes op het bord. Laat een leerling aangeven waar en 50 m komt. Hoeveel sprongen van 50 m moeten we maken? () Welke som hebben we nu gemaakt? ( =. Maar ook van km = 750 m) Wat hebben uren en kwartieren op de klok met breuken te maken? (Een kwartier is uur.) Welke som hoort erbij? Herhaling van alle breukaspecten Het hokjesmodel is een mooie manier om vermenigvuldigen van breuken zichtbaar te maken. Bespreek elke opgave met de leerlingen. Op welke som slaat a? is blauw en daarvan donkerblauw gekleurd. ( : = ). Vraag de leerlingen wie er een andere som in ziet (, of het derde deel van ). Doe hetzelfde met de andere tekeningen. C Reken om. Herhaling van alle breukaspecten Controleer of de leerlingen weten hoe ze de sommen moeten maken en bespreek bij iedere opgave één som. Bij euro: = 0 = 0 cent. Bij km: m = 00 m = 600 m. Bij uur: 5 60 minuten = 0 minuten. Ten slotte bij 5 minuten: uur = 60 uur, ook wel kwartier genoemd. Laat de rest van de sommen zelfstandig maken en bespreek ze na afloop.

27 Alles telt Handleiding 8 7 Aandachtspunten bij les (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 5 Ga na of de leerlingen bij b gelijk het antwoord zien ( ). Maken ze bij c gebruik van a? Bekijk of creatief wordt omgegaan met de vragen of dat ze klakkeloos delen door 60. Laat de leerlingen de vier sommen boven de tekeningetjes lezen en proberen te maken. Herhaal kort: kg = 000 g, m = 00 cm, euro = 00 cent en uur = 60 minuten. Laat eventueel de som in het goede model tekenen: a, b en c op de getallenlijn, d op het klokmodel. Laat in ieder geval bij de laatste twee sommen het doortellen toepassen. Observatie en extra hulp Ga met de leerlingen die deze sommen nog moeilijk vinden nog een keer alle betekenissen na van de helft van de helft,, de helft van, : en teken dit in een blokmodel. Doe hetzelfde met: een vierde van een derde. Bij leerlingenboek opgave 6 kunt u de tijden nog eens visualiseren op een getallenlijn met als begin 7.00 uur en dan bij elk streepje een uur verder tot 0.00 uur. werkschrift blz. 6 Begin met en. Waar ligt dan? Vertel dat opgave e is af te leiden uit opgave d. Vermenigvuldigen met is delen door. En is zoveel als. Stimuleer de leerlingen om ook sommen uit het hoofd te berekenen. maatschrift blz. en 5 Geef de verschillende mogelijkheden aan: tellen en rekenen; 60 : of 60 uitrekenen. Begrijpen de leerlingen dat het steeds dezelfde breuk is? Let op dat de eenheid steeds anders is. Controleer of de leerlingen de gegevens bij opgave c en d goed aflezen. Laat ze in stapjes zoeken: eerst tweede of eerste klas, enkel of retour, volle of gereduceerde prijs. 5 De stapjes die de leerlingen maken kunnen verschillen. 6 Let op de manier waarop de leerlingen aanvullen. Afronding Bespreek leerlingenboek opgave. Wat betekent? (de helft van) Welk som hoort dan bij fi guur? ( of de helft van ) Bij welke fi guur is de helft van de helft genomen? (fi guur ) Vergelijk fi guur en. Wat kun je zeggen van die groene stukjes? (evenveel, dus dezelfde uitkomst) Welke sommen horen daar bij? ( en : ) Zet de breukenlijnen van werkschrift opgave op het bord. Vraag een leerling de antwoorden erin te schrijven. Bespreek en vergelijk de verbanden tussen de verschillende breuken. Hier is goed te zien dat (bij gelijke teller) de breuk met de grootste noemer het kleinst is.vraag bij opgave hoe de leerlingen deze opgave hebben opgelost. Bespreek bij maatschrift opgave 6 de manier waarop de leerlingen aanvullen. Let ook op de fout die vaak gemaakt wordt (eerst en dan 50 dus 5). Laat met sprongen op de getallenlijn zien hoe de aanvulling goed gaat. Stap even uit de les Breukenraadsel Lees de leerlingen het volgende verhaal voor. Een sjeik liet zijn drie zonen de volgende erfenis na. Zijn elf kamelen moesten als volgt verdeeld worden: De oudste zoon kreeg deel, de tweede zoon deel en de jongste 6 deel. De jongste zoon zag het niet zitten om de kamelen in stukken te hakken voor een juiste verdeling. Daarom leende hij bij de buurman één kameel en verdeelde de twaalf kamelen volgens plan (laat de leerlingen zelf uitrekenen: respectievelijk 6, en kamelen, totaal dus ) Na de verdeling hielden de zonen één kameel over die uiteraard weer naar de buurman werd gebracht. Oplossing: Tel de breuken op: =. De sjeik had dus de erfenis niet helemaal verdeeld, maar overgehouden.

28 8 blok les - Leerlijn Oppervlakte Kommagetallen Leerdoelen Nieuwe stof De oppervlakte van (rechthoekige) vertrekken bepalen Oppervlakte berekenen met kommagetallen Gebruikmaken van schaal bij tekenen plattegrond Oefenen Grote bedragen afronden Delen en vermenigvuldigen met,5 in een context Kommagetallen vermenigvuldigen Verhoudingstabellen Nieuwe stof De oppervlakte van (rechthoekige) vertrekken bepalen Oppervlakte berekenen met kommagetallen Oppervlakte en geld Oefenen Handig optellen en aftrekken Keer- en deelsommen met 0 en 00 Verhoudingstabel Vermenigvuldigen met,5 in een context Rekenen met 5% en 50% in een tabel Tellen met sprongen van 50 boven 500 Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 6 en 7 Werkschrift 8 blz. 7 8 blok + blz. 6 en 7 Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Schatten 8 8 = (ongeveer 0 5 = 50) 8 = (ongeveer 0 50 = 500) 86 = (ongeveer 80 0 = 00) = (ongeveer = 0 000) Herleiden van maten en gewichten Maak er decimeters (dm) van: m, 0,8 m, 0,5 m, 5, m,,5 m. (0, 8,,5, 5,,5) Maak er deciliters (dl) van: l, 0,8 l, 5, l, dm, 0, dm, 00 cm. (0, 8, 5, 0,, ) Maak er grammen (g) van: 0 kg, 0, kg, 0, hg, 000 mg, 500 mg. (0 000, 000, 00,,,5) Maak er dm van: m, m, 0, m, 0,0 m, 0,00 m. (000, 000, 0, 0, ) Meer of minder of evenveel? (meer) 5 00 (minder) (minder) (meer) (minder) (minder) (minder) (meer) (meer) 6 : (minder) (minder),6 : 0, (minder) (minder) 6 : 0, (meer) (minder),6 : (minder) Breuken op de getallenlijn Zet een getallenlijn op het bord van 0 tot. Laat de leerlingen de breuken,,,,,,,,,, op de getallenlijn plaatsen en laat ze vertellen waarom ze daar moeten staan. Help de leerlingen bij de verdeling van de lijn als het ze niet lukt. Getallendictee Lees de volgende getallen op en laat de leerlingen die opschrijven: 00, 09, 09, 009, 90, 90 0, 90 0, 9 00, Laat de leerlingen na afloop de getallen nog eens uitspreken, ter controle of de nullen op de juiste plaats zijn terechtgekomen. Snel en handig optellen = (50) = (00) = (00) 6 + = (50) = ( 99) = (00) 7 + = (50) = ( 99) = (00) + 7 = (50) = (00) = (500)

29 Alles telt Handleiding 8 9 Waar gaat deze les over? In deze les gaan de leerlingen verschillende plattegronden bekijken van vakantiebungalows. Door het lezen van plattegronden leren de leerlingen inzicht krijgen in de verdeling van de oppervlaktes van huizen. Ze leren zich een voorstelling te maken van de verschillende ruimtes en de ligging ten opzichte van elkaar. De leerlingen rekenen de oppervlaktes van verschillende vertrekken uit. Vervolgens tekenen ze een plattegrond op schaal van een bovenverdieping. Ten slotte oefenen ze het vermenigvuldigen en delen met,5. Taal en rekenen Taaltip Zet het woord vertrekken op het bord. Vraag wat dit woord te maken heeft met vakantiebungalows (ruimtes in een huisje). Laat de leerlingen een aantal vertrekken noemen. Besteed ook even aandacht aan de inrichting van de woonkamer en dingen die aan de wand hangen. Rekenwoorden Schaal Lastige woorden Vakantiebungalow Vertrekken

30 0 Blok Les en Lesverloop van les C C Vakantiebungalows bekijken. Meten, oppervlakte berekenen met kommagetallen Laat de leerlingen eerst de plattegronden bekijken. Zoek de woonkamer eens op. Welke letter staat erin? (W) Wat betekenen de andere letters? De familie De la Torre wil een woonkamer van minstens 5 m met een wand van minstens,60 m om de hoge kast te kunnen plaatsen. Kan deze kast in de woonkamer van Margriet staan? (nauwelijks) En in die van Iris? (er is een wand van,60 m) En in die van Tulp? (ruim zelfs) Laat de leerlingen de oppervlakten van de woonkamers eerst inschatten. (Margriet tussen de en 0 m, Iris ± 7 = 8 m en Tulp ook ± 7 = 8 m.) Vraag vervolgens een leerling om op het bord te helpen deze oppervlaktes precies uit te rekenen. Laat de leerlingen in groepjes hetzelfde doen. (Margriet: 6,00 m,50 m = 7 m, Iris: 7,60 m,60 m (,00 m,0 m) =,96 m 6,60 m = 8,6 m, ten slotte Tulp: 7,60 m,50 m (,80 m,0 m) =,0 m 6, m = 7,76 m ) Bespreek kort de gebruikte oplossingen en welke woonkamer het grootst is. Laat ten slotte vraag b zelfstandig oplossen. De keuken van,00 m,0 m in Margriet is duidelijk de kleinste. Hoe groot zijn de kamers van Margriet? Meten, oppervlakte berekenen met kommagetallen De leerlingen rekenen zelfstandig de oppervlakte uit. Stimuleer wel de oppervlakte eerst te schatten met hele getallen. De keuken van Margriet is ongeveer m = 9 m. Wijs ook op het gebruik van de insluitmethode. Bijvoorbeeld de slaapkamer naast de keuken:,0,50 ligt tussen = en 5 = 5. Bespreek samen de gebruikte oplossingen en antwoorden. C Verschillende kamers. Meten, oppervlakte berekenen met kommagetallen Bespreek bij vraag a wat dezelfde oppervlakte betekent: Heeft die oppervlakte dan dezelfde vorm? Wijs er vervolgens op dat vraag a tellend op te lossen is. Bij bijvoorbeeld: zes hele hokjes, vijf halve en één kwart hokje. (6 +,5 + 0,5 = 8,75) Alle kamers hebben dezelfde schaal, maar die is voor vraag a niet nodig. Bij vraag b wordt wel de schaal gebruikt. Dan verdwijnen de kommagetallen van als sneeuw voor de zon: de oppervlakte van elk hokje is m, dus zes hokjes is m, vijf halve hokjes is 0 m en één kwart hokje is m. Totaal 5 m. Reken vervolgens nog,5,5 samen uit als 5 5= 875 : 00 = 8,75. Vraag eens wie 5 5 handig uit het hoofd kan uitrekenen. (5 5 = ( 5) + 5 = ( 70) + 5 = (6 0) + 5 = = 875). Ga ten slotte nog even in op de vragen c en d. Wat gebeurt er met de oppervlakte als cm in het echt m is? (helft kleiner) Worden de tekeningen dan kleiner? (Nee, alleen de schaal verandert.)

31 Alles telt Handleiding 8 Aandachtspunten bij les (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 7 Hoe kun je de sommen korter intoetsen? (,00,50 als,5) Stimuleer eerst van tevoren te schatten. (,85,50 is ongeveer,5 = 7,5) Bij d tellen of alle voorgaande antwoorden optellen en van de totale oppervlakte aftrekken. Laat de leerlingen de getallen uitspreken. Naar welk deel van het getal moet je kijken bij het afronden op hele miljoenen? Wanneer rond je naar beneden of naar boven af? Laat de tafel van,5 opschrijven. Welk verband bestaat er tussen de tafel van.5 en die van 5? (Alle antwoorden zijn 0 keer zo klein.) werkschrift blz. 7 Bespreek dat cm in het echt m is en de bijbehorende schaal : 00. Hoeveel keer groter is dan : 50, of cm is 50 cm in het echt? Geef aan dat in een verhoudingstabel eerder gevonden antwoorden gebruikt kunnen worden om een verhouding te vinden. Zo is de hoeveelheid blikjes bij 8,5 evenveel als de blikjes van en 5,5 samen. maatschrift blz. 6 en 7 Laat de oppervlakte van elke kamer berekenen en die vergelijken met het wensenlijstje. Let op dat de komma op de goede plaats staat bij de berekening van de oppervlakte. Wijs erop dat ook de kosten van het grind erbij geteld moet worden. De eerste som van ieder rijtje kan gebruikt worden bij het uitrekenen van de rest. 5 Let op de getallen die bovenaan staan en maak gebruik van de voorafgaande getallen. 6 Laat de tafel van,5 eerst opschrijven met herhaald optellen. 7 Wijs op het woordje extra. Vraag welke breuk bij 5% hoort ( ). Dus er komt nog 8 Let op de overgang bij de honderdtallen en het mooie ritme. Afronding Bespreek de afrondingen van leerlingenboek opgave en laat nog een keer de getallen uitspreken. Zet naar aanleiding van opgave de tafel van,5 op het bord en vergelijk die met de tafel van en van. Zet ten slotte de twee verhoudingstabellen samen met de leerlingen op het bord en vergelijk de antwoorden in de vakjes onderling. Wie heeft handig gerekend? Bij maatschrift opgave kunt u, om de leerlingen een idee te geven, de oppervlakte van de woonkamer vergelijken met die van het lokaal. Bespreek de berekeningen van opgave. Hoe hebben de leerlingen de kommagetallen vermenigvuldigd? (,5 = + 0,5 = 9 +,5 = 0,5) Ga ook na hoe de rijtjes c en d van opgave zijn gemaakt. Hebben ze handig gebruikgemaakt van de voorgaande sommen? Laat de leerlingen verwoorden waarom 0 : 5 een kommagetal wordt. Bespreek ten slotte de tabel met 5% en 50% extra. Hebben de leerlingen de breuk en gebruikt? Observatie en extra hulp Opgave uit het werkschrift is een mooie gelegenheid in te gaan op het begrip schaalvergroting en -verkleining. Laat in de atlas zien wat er gebeurt als de schaal steeds groter wordt (alles wordt kleiner afgebeeld). In het geval van de opgave wordt de schaal twee keer kleiner en dus wordt de tekening van het huis twee keer groter. Ook is er verband te leggen met breuken. Als bij een breuk de noemer kleiner wordt, dan wordt de breukwaarde groter en omgekeerd; hier zijn dat de breuken 50 en 00. Stap even uit de les Hele grote getallen () Deze eerste keer gaat het over de benoeming van hele grote getallen. Schrijf op het bord: (tienduizend), (honderdduizend) en (miljoen). Miljoen is afgeleid van mille. Dat is duizend in het Latijn en is ook terug te vinden in Latijnse talen als Italiaans (mille), Frans (mil), Spaans (mil) en Portugees (mil). Dat sommige leerlingen van miljoen hier duizend duizend maken is dus niet zo gek. Hoe nu verder? Schrijf: (tien miljoen), (honderd miljoen) (miljard). Pas op: in Engelstalige landen noemt men dit billion Weer verder: (tien miljard), (honderdmiljard) (biljoen). Nu wordt het systeem al wat duidelijker. Miljoen is met 6 nullen en biljoen is met 6 = nullen. Laat de leerlingen raden hoeveel nullen triljoen heeft ( 6 = 8). Zien de leerlingen dat biljoen afgeleid is van bi (twee) en triljoen van tri (drie)? Nu zal quadriljoen ( 6 = nullen) en quintiljoen (5 6 =0 nullen) ook wel duidelijk zijn.

32 blok les 5 herhalen en oefenen Leerlijn Breuken Oppervlakte Kommagetallen Leerdoelen Nieuwe stof Breuken vermenigvuldigen met een heel getal Breuken met elkaar vermenigvuldigen Breuken delen door een heel getal De oppervlakte van (rechthoekige) vertrekken bepalen Oefenen Vermenigvuldigen met kommagetallen Aanvullen tot 000, en Rekenen met liters Centiliter herleiden naar liter Aantallen uitdrukken in breuken Nieuwe stof Breuken en verhoudingen Breuken als deel van een geheel De oppervlakte van (rechthoekige) vertrekken bepalen Oppervlaktes berekenen met kommagetallen Oefenen Lezen grote getallen Kilometerstanden invullen Geldbedragen optellen Getallen in een context plaatsen Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 8 en 9 8 blok + blz. 8 en 9 Plusschrift 8 blok Oefensoftware Getallenstrook Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Vul aan ( ) = ( ) = (00) = ( 9) = (00) = ( 9) = (98) = ( 90) = ( 99) = ( 90) = (08) = (999) = Welke som geeft de grootste uitkomst? of : ( ) 8 6 of 8 : 6 (8 6 ) 0, of : 0, ( : 0,) 8 0,6 of 8 : 0,6 (8 : 0,6) 0, 0, of 0, : 0, (0, : 0,) 0,8 0,6 of 0,8 : 0,6 (0,8 : 0,6) Breuken optellen + = ( ) + = ( = ( 8 ) + = ( = ( ) + = ( = ( 9 ) + = ( ) 0 ) ) 8 ) 7 Breuken aftrekken = ( ) = ( = ( ) = ( = ( ) = ( = ( ) = ( = ) ) 0 ) 8 ) 0 Snel en handig aftrekken 68 8 = (0) 79 = (65) 85 6 = (9) 79 = (66) 85 5 = (50) 68 = () 85 = (5) 68 = () 79 = (58) 68 6 = () 79 9 = (60) 85 7 = (8) Bekijk welke tempo wenselijk is bij deze leerlingen. Bespreek achteraf hoe ze hebben gerekend. Bespreek ook het verband tussen de sommen van hetzelfde rijtje. Snel en handig delen 8 : = ( 6) 5 : 9 = (5 ) 56 : 8 = (7 ) 80 : = (60) 50 : 9 = (50 ) 5600 : 8 = (700) 80 : 0 = ( 6) 500 : 9 = (500) 560 : 80 = (7 ) 800 : 00 = ( 6) 500 : 900 = (5 ) 5600 : 800 = (7 ) Waar of niet waar? Leg de volgende uitspraken voor en vraag of ze waar of niet waar zijn. Laat de antwoorden toelichten. Mijn grootvader is wel 00 jaar geworden. (Niet waar.) 50 ml = liter. ( liter = 000 ml, dus niet waar.) 57 is een priemgetal. (Niet waar, want 57 is deelbaar door.) is meer dan. (Niet waar.)

33 Alles telt Handleiding 8 Aandachtspunten bij les 5 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. 8 en 9 Laat uitspreken als een vierde keer vierhonderd en een vierde deel van 00. Laat de leerlingen gebruiken wat ze gemakkelijk vinden. Controleer wie bij opgave a en c nog het antwoord geeft. Let bij b op de noemer. Bij d eerst uitrekenen. Laat bij het berekenen van de schaal bij opgave d de meters omzetten in cm en met een verhoudingstabel uitrekenen. Wijs erop dat de leerlingen nauwkeurig moeten meten en niet schatten. 5 Hier wordt het verband die kommagetallen hebben met hele getallen gelegd. 6 Vraag wat er met de komma gebeurt bij 0, 00 en 0,. 7 Bekijk of deze sommen via aanvullen of door aftrekken worden uitgerekend. Laat de leerlingen zelf de handigste manier kiezen. 8 Let erop dat er in een volle fles geen liter zit, maar liter. 9 Visualisering via de getallenlijn kan verhelderend werken. maatschrift blz. 8 en 9 Laat hierbij eventueel een verhoudingstabel maken. Controleer of duidelijk is wat en 5 deel van het geheel betekent. Eerst de oppervlakte l b uitrekenen en dan de oppervlaktes vergelijken. Laat de getallen een keer hardop lezen. Hoeveel nullen heeft miljoen? 5 Vanuit de nulstand, één terug en vanuit nulstand 0 verder tellen. 6 Laat eventueel de bedragen leggen met namaakgeld. 7 Getalbegrip is hier belangrijk. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 6 < - 6 Opgave < - Opgave < - Opgave < - Opgave 5 6 < - 6 Opgave 6 6 < - 6 Opgave 7 < Opgave 8 < - Opgave 9 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 0 Opgave < - Opgave 7 < Opgave 8 < Opgave 5 6 < - 6 Opgave 6 < - Opgave 7 6 < - 6

34 blok les 6 en 7 Leerlijn Breuken Procenten Kommagetallen Leerdoelen Nieuwe stof Verbanden zien tussen breuken, procenten en kommagetallen Breuken en kommagetallen ordenen Oefenen Verhoudingen omzetten in honderdsten Lengtematen herleiden naar cm Kommagetallen optellen en aftrekken Nieuwe stof Procenten in toepassingen Relatie tussen eenvoudige procenten en breuken Percentages intekenen in cirkeldiagram Rekenen met procenten Rekenen met breuken Breuken omzetten in kommagetallen Oefenen Oppervlakte en geld Vermenigvuldigen van kommagetallen met 0, 00 en 000 Vermenigvuldigen van breuken met honderdtallen Grootste uitkomst van breuksommen bepalen Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 0 en Werkschrift 8 blz. 8 8 blok + blz. 0 en Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Oefensoftware Eventueel: reclamefolders Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Kommagetallen Vul aan tot het volgende hele getal:,9 (0, ) 6, (0,6 ),6 (0,7) 9,9 (0,09) 0,7 (0, ) 0, (0,9 ) 0,9 (0,07) 6,5 (0,75) Aftrekken van 0 0 0,6 = (9,) 0,5 = (5,5) 0 9, = (0,8) 0 7, = (,9) 0 6, = (,6) 0,7 = (7,) 0 5, = (,7) 0,9 = (8,) Aftrekken van ,5 = (99,5) 00 6,7 = (9,) 00 9, = (90,8) 00 5,8 = (9,) 00 8, = (9,7) 00, = (95,6) 00 7,6 = (9,) 00,9 = (97,) Tafelsommen Geef de volgende tafelsommen in een vlot tempo. 6 9 = (5) 8 7 = (56) 6 8 = (8) 9 8 = (7) 9 6 = (5) 7 9 = (6) 8 6 = (8) 6 7 = () 7 8 = (56) 9 7 = (6) 8 9 = (7) 7 6 = () Breuken Schrijf de volgende twee rijtjes breuken op het bord. Welke breuk uit de eerste rij hoort bij welke breuk uit de tweede rij? ) 0 ( 8 ) ( ) ( ) ( ) ( 6 ) ( Sliertsommen 5 = ( 5) 60 = ( 5) 50 = ( 50) 600 = ( 50) 5 = ( 5) 60 = ( 5) 50 = ( 50) 600 = ( 50) 5 = ( 5) 60 = ( 5) 50 = (5 0) 60 0 = (5 0) 5 = (5 ) 60 0 = (5 0)

35 Alles telt Handleiding 8 5 Waar gaat deze les over? In deze les leren de leerlingen het verband zien tussen breuken, kommagetallen, procenten en verhoudingen. Het zal voor een aantal leerlingen nog een eyeopener zijn dat = 5% = 0,5 = op is. Vooral het verband tussen procenten en kommagetallen kan helpen bij procentberekening op de rekenmachine. 0,5 op de rekenmachine geeft immers letterlijk 5 honderdste aan en dat is anders gezegd 5 procent. Het ordenen van kommagetallen en breuken komt ook aan de orde. Hierbij zullen de leerlingen ontdekken dat breuken moeilijk te vergelijken zijn, terwijl kommagetallen gemakkelijk geordend kunnen worden. Taal en rekenen Taaltip Bespreek eerst het verschil tussen de begrippen breuken, kommagetallen, procenten en verhoudingen en laat deze opzoeken in het woordenboek: breuk: gebroken getal, niet geheel getal, bijvoorbeeld: kommagetal: decimale breuk bijvoorbeeld: 0,5 procent: per honderd, honderdste deel, bijvoorbeeld: 50% verhouding: onderlinge betrekking tussen twee zaken, bijvoorbeeld: een van de twee. Maar in deze les wordt geleerd, dat breuken, kommagetallen, procenten en verhoudingen eigenlijk hetzelfde zijn. De context bepaald steeds wat je gebruikt. Laat nu bij elk van de vier een situatie noemen waar deze begrippen gebruikt worden: breuk: in de getallenwereld kommagetal: op het rekenmachientje procent: in de handel verhouding: kansberekening (gemakkelijk te vergelijken) Rekenwoorden Breuk Kommagetal Procent (percentage) Verhouding Lastige woorden Hoeveelste deel

36 6 Blok Les 6 en 7 Lesverloop van les 6 C C Welke breuken horen bij de plaatjes? Verband tussen breuken, kommagetallen procenten en verhoudingen Bespreek de plaatjes uit het boek: De prijsbreker: Vraag wie op een andere manier kan zeggen wat er in de advertentie staat. (De nieuwe prijzen zijn 50% van de oude, je krijgt 50% korting, je hoeft nog maar de helft te betalen.) De Prijsknaller: Vergelijk dit plaatje met de Prijsbeker. Is de Prijsknaller goedkoper, even goedkoop of duurder dan de Prijsbreker? (Hangt van de oorspronkelijke prijs af). Popconcert: Wat betekent 80% van de kaarten is verkocht? (80 van elke 00, 8 van elke 0, 8 0 deel, 0,8 deel of deel.) 5 op de 5 Nederlanders gaan kamperen. Ga uit van 0 Nederlanders en vraag hoeveel er dan gaan kamperen. (Vertel dat er eigenlijk had moeten staan: Gemiddeld twee op de vijf Nederlanders gaan... ) De prijzenthermometer is een bijzonder kansberekeningaspect.wacht je tot donderdag (de laatste dag), dan heb je 50% korting, maar dan is misschien alles al uitverkocht wat je mooi vindt. Vraag de leerlingen zo ook iets over de andere reclames te vertellen. Laat ook de breuken en kommagetallen benoemen die erbij horen. Geef de leerlingen ten slotte eventueel reclamefolders, waarin advertenties staan die er nog bij gezet kunnen worden. Vraag ze te verwoorden wat hierbij het verband is tussen procenten, breuken, kommagetallen en verhoudingen. Schrijf elke breuk als percentage en als kommagetal. Verband tussen breuken, kommagetallen procenten en verhoudingen Dit is het omgekeerde van de vorige opgave, van de breuk naar procenten en kommagetallen. Deelbaarheid speelt hier een belangrijke rol. Vraag de leerlingen welke getallen je op honderd kunt delen. Schrijf die op het bord en vergelijk deze met de noemers van de breuken in deze opgave. Laat nu de opgave zelfstandig maken en wijs er op van de breuken eerst honderdsten te maken. Bespreek samen deze opgave en bekijk of de leerlingen 0,0 en 0,60 ook als 0, en 0,6 hebben geschreven. C Zet op volgorde. Verband tussen breuken, kommagetallen procenten en verhoudingen Met opzet zijn hier gelijke getallen neergezet. Dit zal leiden tot een discussie. Bij meten is het bijvoorbeeld nog maar de vraag of 0,5 m gelijk is aan 0,50 m in verband met de afronding. Het is beter daar later aandacht aan te besteden. Laat ook deze opgave zelfstandig maken. Vertel dat het ordenen beter gaat als alle breuken worden omgezet in kommagetallen. Bespreek samen de gemaakte volgorde.

37 Alles telt Handleiding 8 7 Aandachtspunten bij les 7 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. Laat de procenten benoemen als deel van het geheel. De leerlingen zullen ontdekken dat 0% van 00 = 0 van 00 hetzelfde is als 5% van 0 = van 0 (beiden 0). Er zit niets anders op dan alles te berekenen. De moeilijke mogen eventueel ter controle met de rekenmachine worden berekend. Behalve bij de eerste vraag zal de rekenmachine moeten worden gebruikt. 5 Bij opgave d zijn de antwoorden afgerond bij en 6 7 m. Er zullen leerlingen zijn die meer decimalen gebruiken. werkschrift blz. 8 Welke vakjes vallen al af? ( 5 en deel) - Meet eerst hoe lang de staaf is. Bij c zijn er mogelijkheden via de 0,7. maatschrift blz. 8 en 9 Controleer of deze toepassingen van procenten begrepen worden. Deze opgave zou geen problemen moeten geven. Wijs op de 5% die als referentie kan worden gebruikt. Vraag een leerling hoeveel partjes 5% zal zijn. 5 Stimuleer het handig rekenen: 80,50 = 90 5 = Bespreek het verband tussen kommagetallen en de hele getallen bij 0 of 00 of Dit moeten de leerlingen beheersen. Stel eventueel de vraag: Wat betekent? 8 Sommige zijn evenveel, dan beide kleuren. Afronding Bespreek bij leerlingenboek opgave hoe de leerlingen hebben gerekend. Ga bij opgave na of er een probleem is bij = 0,. Vertel eventueel dat dit officieel met een schuin streepje door de wordt geschreven. Ga bij maatschrift opgave na hoe deze sommen gemaakt zijn. Maak samen de berekening bij c: op de 5 is op de 0 en dat is weer 0 op de 00. Anders gezegd: 0%. Bij opgave 6 is de regel: als je vermenigvuldigt met 0, wordt de komma stapje naar rechts verplaatst. Maar zorg ervoor dat de leerlingen deze regel ook begrijpen. Geef het voorbeeld 0,5. Teken een getallenlijn op het bord van naar 5 en zet,5 er tussenin. Wat is 0? Zet 0 onder de. En wat komt er uit 0 5? Zet 50 onder de 5. Waar ligt het antwoord van 0,5 dus? Er precies tussenin. Herhaal deze procedure eventueel met 00,5. Laat de antwoorden van opgave 7 door enkele leerlingen oplezen en ga in op eventueel gemaakte foutjes. Observatie en extra hulp Bij leerlingenboek bladzijde opgave is het voor een aantal leerlingen nog moeilijk te begrijpen dat 0% hetzelfde kan zijn als 5%. Laat ze dan als visueel hulpmiddel de getallenlijn gebruiken. Stap even uit de les Getallengrap () Laat de leerlingen de volgende berekeningen uitvoeren. 8 + = = = = = = = = = Bespreek na afloop de regelmaat. Laat nu deze berekeningen uitvoeren. Vergelijk die met de vorige rij. 9 + = 9 + = 9 + = = = = = = =

38 8 blok les 8 en 9 Leerlijn Inhoud/volume Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Het onderscheid en gebruik van diverse inhoudsmaten Inhoudsmaten herleiden Inhoudsmaten l, dl, cl en ml in contexten Oefenen Deel van geheel omrekenen in procenten Percentages omrekenen in gram en liter Cijferend optellen en aftrekken Kommagetallen op de getallenlijn Springen met kommagetallen Nieuwe stof Het onderscheid tussen verschillende inhoudsmaten begrijpen Inhoudsmaten herleiden Referentiematen Oefenen Optellen en aftrekken van ronde getallen Vermenigvuldigen en delen met familiesom Klokkijken en tijdsduur bepalen Breuken in een context Materiaal Leerlingenboek 8a blz. en Werkschrift 8 blz. 9 8 blok + blz. en Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Oefensoftware Maatbekers Verpakkingen met inhoudsvermelding (melkpakken in verschillende maten, flessen, blikjes, enzovoort) Sliertsommen 50 = (00) 0 = (80 ) 0, 50 = ( 0) 9 = (76 ) 0,0 50 = ( ) 0, 9 = ( 7,6 ) 0,0 500 = ( 0) 0,,9 = ( 0,76) Breuken optellen + = ( 5 ) + = ( = ( ) + = ( = ( 7 ) + = ( = ( = ) + = ( ) = ) 0 5 ) ) 6. 6 Bespreking: + = + = Laat dit eventueel zien met de breukencirkel. Breuken aftrekken = ( ) = ( 6 8 = ( ) = ( 0 = ( ) = ( = ( = ) = ( ) = ) 0 5 ) ) 6 Breuken tekenen en kleuren Laat de leerlingen op een ruitjesvel een rechthoek tekenen van 6 8 (= 8) ruitjes en geef de volgende opdrachten: Kleur 6 deel blauw. Kleur deel groen. Kleur deel rood. Kleur de rest geel. Welke breuk kun je daarin zetten? ( Laat de leerlingen nog een keer een rechthoek van 6 8 tekenen. Geef de volgende opdrachten: Kleur hokjes blauw. Welk deel is dat? ( ) ) ) 8 Kleur 6 hokjes geel. Welk deel is dat? ( Kleur 6 hokjes rood. Welk deel is dat? ( Kleur de rest groen. Hoeveel hokjes zijn dat? () Gewichten Schrijf de volgende woorden op het bord. Zet in volgorde van licht naar zwaar. Olifant, muis, boek, schrift, vrachtwagen, auto, kast, bureau. ) Kommagetallen Schrijf de volgende geldbedragen op het bord en laat ze door de leerlingen uitspreken. Geef daarna de opdracht de bedragen te ordenen van klein naar groot.,,,,,, (,,,,,,)

39 Alles telt Handleiding 8 9 Waar gaat deze les over? In deze les worden inhouden gemeten met liters (l), deciliters (dl), centiliters (cl) en milliliters (ml). De leerlingen leren welke van deze vier maten het handigste te gebruiken is bij kleine en grote inhouden. Het is lastig en moeilijker als je de verkeerde maat gebruikt. Vergelijk maar eens liter met 000 ml of 0,00 liter met ml. Het is belangrijk dat de leerlingen referentiematen ontwikkelen. De inhouden van bekende voorwerpen als flessen, blikken, dozen enzovoort, moeten vrij nauwkeurig geschat kunnen worden. Op potjes honing en jam wordt de inhoud vaak vermeld als 50 g in plaats van 50 ml. Taal en rekenen Taaltip Om de verschillende inhoudsmaten goed te kunnen omrekenen, moeten de leerlingen goed weten wat de termen deci, centi en milli betekenen. Zet nog eens op het bord: deci: een tiende, 0 of 0 keer zo klein; centi: een honderdste, 00 of 00 keer zo klein; milli: een duizendste, 000 of 000 keer zo klein. Vergelijk deciliter, centiliter en milliliter ook met decimeter, centimeter en millimeter en met decigram, centigram en milligram. Rekenwoorden Liter Deciliter Centiliter Milliliter Lastige woorden N.v.t.

40 0 Blok Les 8 en 9 Lesverloop van les 8 C Hoeveel zit erin? Meten, herhaling van relatie tussen inhoudsmaten Laat enkele leerlingen de maten die op de diverse producten staan lezen. (liter, cl, ml, m ) Vraag wat een klant die de latex koopt het eerst zou willen weten. Wat vinden de leerlingen het belangrijkst om te weten bij de cola? Ga in op de verschillende manieren om een inhoudsmaat aan te geven: liter, 0 dl, 00 cl, 000 ml (de dm komt in blok aan de orde). Met deze opgave kunt u nog het volgende doen: Maateenheden omrekenen (ml cl l). Berekenen hoeveel potten latex je nodig hebt voor 00 m. Inhouden vergelijken. (Hoe groot zijn de blikken, pannen en dergelijke op ware grootte?) Prijzen vergelijken. Wat is duurder per liter? (,95 voor 0,7 l of,95 per l) Inhoud en gewicht vergelijken. Hoeveel weegt het water in het zwembad? (50 kg) Vraag ten slotte de getoonde producten zonder de verpakkingen op volgorde van licht naar zwaar te zetten. C Hoeveel dl, cl en ml? Meten, herhaling van relatie tussen inhoudsmaten Bespreek dit schema van de bekendste inhoudsmaten. De hl is nog niet aan de orde. Het tientallig stelsel, decimaal genoemd, komt hier mooi naar voren. Ons metrieke systeem is daar sinds Napoleon op gebaseerd. Maak vergelijkingen met de lengte- en gewichtsmaten, met ook daar de factor 0. C Welke maten horen erbij? Meten, de goede maat kiezen Gebruik hierbij de meegebrachte verpakkingen. Laat de leerlingen zien dat op levensmiddelen de inhoud vaak wordt aangegeven met de gewichtsmaat gram. Bij waterachtige stoffen zoals jam is liter = kg. Bij de potgrond moet rekening gehouden worden met de Arbowet. Het maximum is 5 kg. 50 l (meer dan 50 kg) is eigenlijk te zwaar om te tillen. Vul ten slotte samen deze opgave in.

41 Alles telt Handleiding 8 Aandachtspunten bij les 9 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. - De leerlingen kunnen eventueel het schema van opgave leerlingenboek bladzijde gebruiken. Schrijf eerst de breuk op en maak daar honderdsten van of reken het om naar 00 hokjes. Opgave a geeft de aanwijzing voor opgave b. Per 00 g is het gemakkelijk uit te rekenen. 5 Controleer of er nauwkeurig en netjes onder elkaar wordt gewerkt. werkschrift blz. 9 Bepaal eerst wat elk streepje waard is. (5 cl, 50 ml of 0,5 dl) Maak van de procenten breuken. (5% =, 5% =, % =, % = 7 ) 0 Kijk goed naar wat er al staat en waar het staat. Bij b eerst het gemiddelde bepalen van 8,7 en, en van, en,9. Dan is pas zeker dat de sprong, is. maatschrift blz. en Wijs op de verschillende manieren om een maat te omschrijven: l, 0 dl, 00 cl of 000 ml. Laat omrekenen naar dl, omdat de streepjes op maatbekers dl aangeven. Niet alleen het product bepaalt de maat maar ook het getal. Bij een groot getal hoort vaak een kleine maat en omgekeerd. Laat hierbij het schema van opgave leerlingenboek bladzijde gebruiken. 5 Zien de leerlingen het verband met sommen onder de 00? 6 Laat de leerlingen eerst goed kijken en zich realiseren wat ze al weten. Zien ze het verband tussen de sommen? 7 Controleer of de leerlingen nog weten wat tijdsduur betekent en of het goed gaat. 8 Let op, het is allebei 5 deel, maar het zijn toch verschillende aantallen. Afronding Ga bij werkschrift bladzijde 9 opgave nog eens de namen deci, centi en milli na (, en ) na. Bespreek ook opgave en doe enkele berekeningen samen met de leerlingen. Bespreek bij maatschrift opgave 5 de opgaven die de leerlingen nog niet beheersen. Geef als oefening nog sommenreeksen als: = (70), = (0), = (700), = (00), = (7000) en 7 0 = (0), 7 00 = (00), = (000), = (0 000) 000 : 5 = (600), 000 : 50 = (60), 000 : 500 = (6), 00 : 50 = (6), 0 : 5 = (6). Observatie en extra hulp Gebruik het meegebracht verpakkingsmateriaal als melkpakken in verschillende maten en de litermaat (maatbeker) uit de keuken om te herleiden. Eerst binnen de litermaten. Bekijk daarna andere verpakkingen als vlabekers, flessen, blikjes enzovoort, en vergelijk de opgegeven inhoud. Stap even uit de les Getallengrap () Laat de volgende berekeningen uitvoeren: = = = = = = = = Hoe komt dit? Kijk ten slotte naar deze getallensymmetrie: = = = = = 5 = 565 = = = Laat de leerlingen de symmetrieas zetten.

42 blok les 0 herhalen en oefenen Leerlijn Procenten Breuken Inhoud/volume Gewicht Leerdoelen Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Kommagetallen Vul aan tot het volgende hele getal: 6,7 (0, ),87 (0,), (0,68) 0,6 (0,8) 5,77 (0,),6 (0,5),7 (0,7) 0,0 (0,99) Nieuwe stof Procenten omrekenen in breuken Percentages van geldbedragen uitrekenen Rekenen met ml, en kg Inhoudsmaten herleiden Oefenen Kommagetallen ordenen Cijferend vermenigvuldigen en delen Uit het hoofd vermenigvuldigen en delen met kommagetallen Percentages berekenen met de rekenmachine Afmetingen berekenen bij vergroten/ verkleinen van foto s Nieuwe stof Procenten in cirkeldiagram kleuren Maateenheid kiezen bij berekende percentages Procenten bij de juiste breuk zoeken Inhoud aangeven op een maatbeker Inhoudsmaten omrekenen oefenen Cijferend vermenigvuldigen en delen Getallen ordenen Geldrekenen in context Materiaal Leerlingenboek 8a blz. en 5 8 blok + blz. en 5 Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Oefensoftware Aftrekken van 0 0 9,99 = (0,0) 0 6,96 = (,0) 0,9 = (6,07) 0 8,98 = (,0) 0 5,95 = (,05) 0,0 = (7,98) 0 7,97 = (,0) 0,9 = (5,06) Aftrekken van ,05 = (99,95) 00,9 = (97,07) 00 99,7 =(0,7) 00,96 = (98,0) 00 99,0 =(0,07) 00 99,99 =(0,0) 00 6,66 = (9,) 00 99,7 =(0,6) Procenten Laat de leerlingen op ruitjespapier een rechthoek tekenen van 5 0 (50) hokjes. Geef daarna de volgende opdrachten: Kleur 5 hokjes geel. Hoeveel procent is dat? (0%) Kleur 0 hokjes blauw. Hoeveel procent is dat? (0%) Kleur 5 hokjes rood. Hoeveel procent is dat? (50%) Kleur de rest groen. Hoeveel procent is dat? (0%) Laat de leerlingen een rechthoek tekenen van 6 () hokjes. Geef de volgende opdrachten: Kleur 50 % geel. Hoeveel hokjes zijn dat? () Kleur 5 % rood. Hoeveel hokjes zijn dat? (6) Kleur,5 % blauw. Hoeveel hokjes zijn dat? () Metriek stelsel Maak er meters van: Maak er liters van: Maak er grammen van: km (000 m) kg (000g) hm (00 m) hl (00 l) hg (00 g) 00 cm ( m) 00 cl ( l) 00 cg ( g) 000 mm ( m) 000 ml ( l) 000 mg ( g) Zien de leerlingen de overeenkomst tussen deze drie opgaven? Wat had er kunnen staan op de eerste regel van de liters? ( kl (kiloliter) = 000 l) Sliertsommen 5 = (5 ) 0 = ( 0) 0 5 = (50) 5 0 = (00) 0,5 = (5 ) 6 0 = (0) 00,5 = (50) 0,6 0 = ( ) 00 0,5 = (5 ) 0,6 00 = (0)

43 Alles telt Handleiding 8 Aandachtspunten bij les 0 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. en 5 Controleer of iedereen weet wat vereenvoudigen betekent. Laat van de procenten breuken maken (5% is deel, 0% is 5 deel), behalve bij percentages van die gemakkelijk te berekenen zijn. Bespreek kort wat hier berekend moet worden. ( kg : 00 g = 000 g :00 g = 0. En bij de tweede vraag: 000 : 50 = 6 en een beetje over.) Gebruik eventueel het schema van leerlingenboek opgave bladzijde. 5 Laat in ieder geval elk getal met evenveel decimalen opschrijven. Laat eventueel nog een getallenlijn gebruiken en de getallen nog eens uitspreken. 6 De laatste twee delingen van d zijn lastig door de 0 in het antwoord en de komma in het antwoord van de allerlaatste som. 7 Wijs op het steeds halveren, dat scheelt een hoop rekenwerk. 8 De rekenmachine mist de procenttoets. 95% bereken je door eerst met 95 te vermenigvuldigen en daarna door 00 te delen. 9 Stimuleer de leerlingen in deze tabel gebruik te maken van voorgaande percentages. maatschrift blz. en 5 Laat de leerlingen eerst het percentage van een stukje berekenen. Het tweede rijtje is best lastig. Laat de maten eerst herleiden naar een onderliggende kleinere maateenheid (bijvoorbeeld kg g) en daar 0% = 0 deel van uitrekenen. Laat van de procenten eerst breuken maken en die breuken vereenvoudigen. Let op: Wat is streepje waard? ( dl) 5 Laat de leerlingen eventueel het schema gebruiken van leerlingenboek bladzijde opgave. 6 Laat het antwoord eerst schatten. Stimuleer zonder hulpsommen te rekenen. 7 Laat de leerlingen eerst het antwoord schatten. (00 : = 5) 8 Elk getal is samengesteld uit dezelfde cijfers. Laat goed kijken naar de eerste twee cijfers. 9 Belangrijk is hier dat de gegevens en de vraag vertaald worden in een som. Let daarom niet alleen op de uitkomst. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave < Opgave < Opgave < - Opgave 6 < - 6 Opgave 5 6 < - 6 Opgave 6 6 < - 6 Opgave 7 6 < - 6 Opgave 8 < Opgave 9 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave < - Opgave 8 < Opgave 7 < Opgave 6 < - 6 Opgave 5 < Opgave 6 < - Opgave 7 Opgave 8 6 < - 6 Opgave 9 * * voor de som en voor het antwoord

44 blok les en Leerlijn Tabellen en grafi eken Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Interpreteren van een samengestelde staafgrafi ek Interpreteren van een lijngrafi ek Extrapoleren van een staafgrafi ek Lijn- en staafgrafi eken tekenen Oefenen Breuken ordenen Een fi guur in gelijke delen verdelen Nieuwe stof Aflezen van een staafgrafi ek Breuken vergelijken Oefenen Een context vertalen naar een som Toepassen van cijferend optellen en aftrekken Toepassen van cijferend vermenigvuldigen en delen Sliertsommen 0 = (60 ) 8 0 = ( 80) = ( 6 ) 8 00 = ( 800) 0, = (,6 ) = ( 8 000) 0, 0, = ( 0,6 ) = ( 5 000) 0, 0,0 = ( 0,06) = (50 000) Procenten Hoeveel op de 00 is: Hoeveel procent is: op de (50) van de ( 50%) op de 0 (0) van de ( 5%) op de 5 ( 8) van de 5 ( 0%) op de 5 (8) van de 5 ( 60%) 6 op de 50 (7) 6 van de (50%) Breuken Haal de helen eruit: 5,, 7,, 5 6 (,,, 5, ) Schrijf als een breuk:,,, 5, ( 6, 7, 7,, 5 ). 5 5 Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 6 en 7 Werkschrift 8 blz. 0 8 blok + blz. 6 en 7 Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Kopieerbladen 8. en 8. Oefensoftware Ruitjespapier Tafelsommen Geef de volgende tafelsommen in een vlot tempo. 5 6 = (0) 9 8 = (7) 5 9 = (5) 6 7 = () 8 7 = (56) 6 8 = (8) 7 8 = (56) 7 6 = () 6 = () 8 9 = (7) 6 5 = (0) 5 5 = (5) Metriek stelsel Maak er m van: Maak er liters van: 000 cm ( l) 00 dm (m ) m (000 l) 000 dm ( m ) 000 cm (0,m ) dm ( l) 00 dm (0, m ) hm (0 000m ) 00 cm (0, l) hm ( m ) mm (0,0m ) 000 cm ( l) 0, hm ( m ) Schaal/verhoudingen Als cm op de kaart km is in werkelijkheid, wat is dan: cm, 5 cm, 8 cm, cm, 6 cm? ( km, 5 km, 8 km, km, 6 km) Als cm op de kaart km is in werkelijkheid, wat is dan: cm, 5 cm, 0 cm, cm,,5 cm? ( 6 km, 0 km, 0 km, km, 5 km) Als cm op de kaart 5 km is in werkelijkheid, wat is dan: cm, cm, 7 cm, cm, 5 cm? (0 km, 0 km, 5 km, 55 km, 75 km) Als cm op de kaart 00 m in werkelijkheid, wat is dan: 0 cm, 5 cm, 0,5 cm, mm? ( km, 0,5 km, 50 m, 0 m)

45 Alles telt Handleiding 8 5 Waar gaat deze les over? In deze les komt het interpreteren van dubbele staafgrafi eken en lijngrafi eken aan de orde. Lijn- en staafgrafi eken worden met elkaar vergeleken en van een getekende staafgrafi ek een lijngrafi ek geschetst. De leerlingen leren een staafgrafi ek voort te zetten (extrapoleren) en in te schatten hoe het verder zal gaan met de groei van producten. Taal en rekenen Taaltip Bespreek de woorden interpoleren en extrapoleren. Bespreek eerst inter en extra. Inter komt ook voor bij intercity (trein tussen twee steden), intercontinentaal (tussen continenten onderling) en intercom (telefoonverbinding tussen twee kamers). Het betekent dus: tussen. Extra komt voor in extern (buiten), extravert (iemand die erg open is) en extreem (buitengewoon). Het betekent dus: (er) buiten. Poleren heeft hier de betekenis van het inschatten van gegevens in de grafi ek die niet weergegeven zijn. Tussen twee meetpunten in (interpoleren) of voor en na een reeks meetpunten (extrapoleren). Rekenwoorden Grafi ek Interpoleren Extrapoleren Lastige woorden Horizontale as Verticale as

46 6 Blok Les en Lesverloop van les C Hoeveel mensen en fietsen waren er in 005 in Nederland? Grafi eken lezen Vraag de leerlingen of er meer mensen dan fi etsen zijn in Nederland. Waarschijnlijk zegt de meerderheid ja en dat is niet goed. Doe een onderzoekje in de groep zelf. Inventariseer het aantal gezinsleden en het aantal fi etsen. Zijn er meer fi etsen dan mensen? Vergelijk nu de twee staven in de eerste grafi ek. Wanneer kwamen er meer fi etsen dan mensen? (995) Kan dat ook in 99 of zelfs 99 zijn geweest? (Ja, de vorige staaf is van 990.) Bespreek kort het leven zonder fi ets. Hoe verplaatste men zich vroeger? (paard, paard en wagen, schip en lopend) Wat weten jullie over de geschiedenis van de fi ets? 87 eerste (loop)fi ets 865/870 pedaalfi ets (zonder ketting) met steeds groter voorwiel (pedalen aan voorwiel) 868/886 fi etsketting en pedalen aan frame 888 luchtbanden met ventiel Laat de leerlingen eventueel op wikipedia of in een encyclopedie nog informatie verzamelen. Bespreek waarom de eerste grafi ek staafgrafi ek wordt genoemd en de tweede een lijngrafi ek. Laat enkele leerlingen de verschillen verwoorden. (Je kunt interpoleren, dat wil zeggen: het fi etsbezit van de jaren tussen bijvoorbeeld 995 en 005 inschatten.) Vraag ten slotte wat er ontbreekt bij de lijngrafi ek en laat de leerlingen dit verwoorden (gegevens bij horizontale en verticale as). C Maak je eigen lijngrafiek. Grafi eken maken Geef alle leerlingen een vel ruitjespapier. Laat de leerlingen hierop een horizontale as van ruitjes tekenen met de jaartallen van opgave eronder. Daarna een verticale as van 0 ruitjes met het aantal mensen ernaast. Laat vervolgens met de gegevens van opgave (bevolking) de punten neerzetten die verbonden kunnen worden. C Hoeveel auto s in 00? Grafi eken lezen Laat de leerlingen de vragen a, b eerst zelfstandig maken. Bespreek vervolgens samen opgave c (extrapoleren). Wanneer is de kans groot dat het er meer dan 8 miljoen auto s zullen zijn? Welke oorzaken kan dat hebben? (Meer wegen, goedkopere brandstof en goedkopere auto s.) En hoe groot is de kans dat het er minder auto s zijn? Welke oorzaken kan dat hebben? (Meer fi les, duurdere auto s en brandstof, hogere belastingen op autorijden.) Het interpoleren is hier meer betrouwbaar. Kunnen jullie berekenen hoeveel auto s er in 00 waren? (6,8 miljoen, want het steeg in 5 jaar van 6, naar 6,9 miljoen en dat is gemiddeld 0, miljoen per jaar.)

47 Alles telt Handleiding 8 7 Aandachtspunten bij les (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 7 Controleer of het begrip gemiddeld bekend is. De lijngrafi ek rechts is de vertaling van de staafgrafi ek links. Bespreek kort de vragen en ga in op de gegevens van het watergebruik. Laat de breuken gelijknamig maken of er een kommagetal van maken. werkschrift blz. 0 Vertel dat er precies getekend moet worden, laat een liniaal gebruiken. Wijs op de afkortingen voor minimum en maximum (min en max). De noemer geeft het aantal stukken aan waarin de fi guur moet worden verdeeld. maatschrift blz. 6 en 7 Controleer of het begrip maximumtemperatuur bekend is. Laat de minimumtemperatuur van donderdag aanwijzen. Hoeveel graden was het toen? blijkt meer te zijn dan. Hoe zit dat met en? En en? 5 Een meerkeuzevraagstuk. Welke som hoort bij de context? 5 Stimuleer de leerlingen zonder hulpsom te werken. Geef anders kopieerblad 8. en Stimuleer de leerlingen zonder hulpsom te vermenigvuldigen. Bij delen zo groot mogelijke happen laten nemen. Afronding Laat bij werkschrift opgave ook de gemiddelde temperatuur per dag uitrekenen en grafi sch verwerken met een andere kleur. Kijk de antwoorden bij maatschrift opgave en samen na en bespreek wat niet begrepen is. Bespreek het verband tussen maximum- en minimumtemperaturen: de ene gaat omhoog en de ander omlaag. Observatie en extra hulp Maak met die leerlingen die nog moeite hebben met het lezen van de (staaf) grafi eken nog eens opgave uit het leerlingenboek. Laat ze met de liniaal het aantal auto s aflezen van 995, 000 en 005. Vraag dan hoeveel auto s er in 00 zullen zijn. Hoe doe je dat? Is 05 ook te voorspellen? Stap even uit de les Uit de dierenwereld () Leg de leerlingen de volgende sommen voor: Een olifant produceert per dag 50 kg poep. Een gemiddelde olifant wordt 70 jaar oud Hoeveel ton mest produceert de olifant in zijn gehele leven? (70,5 ton) Er lopen in de dierentuin in Emmen olifanten. Hoeveel ton mest is dat per jaar? (55,5 ton) In de dierentuin zijn ze daar heel blij mee. Ze verkopen deze mest voor,50 per emmertje van kg. Wat brengt dat op? ( 98 08,)

48 8 blok les en Leerlijn Verhoudingen Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Het begrip schaal kennen en gebruiken Schaalmodellen en verhoudingen Schaalberekeningen Oefenen Breuken optellen Rekenen met prijzen per kg Handig of cijferend vermenigvuldigen Kommagetallen optellen Nieuwe stof Met gegeven schaal de ware grootte berekenen Basisvaardigheden optellen en aftrekken Vermenigvuldigen en delen met nullen Heen- en terug tellen met sprongen van en bij overgang honderdtallen Oefenen Maateenheid kiezen bij berekende percentages Oppervlakte van rechthoekige vormen berekenen Gewichten schatten en afronden, daarbij de juiste maateenheid kiezen Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 8 en 9 Werkschrift 8 blz. 8 blok + blz. 8 en 9 Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Oefensoftware Kommagetallen Schrijf als kommagetal (maximaal decimalen):,,,,,, 5 5 (0,5, 0,5, 0,75, 0,, 0,6, 0,, 0,67) Deel door 0, 00, (6,5, 0,65, 0,065) (0,, 0,0, 0,00) 0,5 (0,05, 0,005, 0,0005) 6 (,6,,6, 0,6), (,, 0,, 0,0) Laat de leerlingen de antwoorden uitspreken. Herleiden van maten en gewichten Maak er cm van: dm, 0,6 dm, 0,08 dm, 90 dm,, dm (0 cm, 6 dm, 0,8 cm, 900 cm,, cm) Maak er cm van: dm, 0,6 dm, 0,08 dm, 90 dm,, dm (00 cm, 60 cm, 8 cm, 9000 cm, cm ) Maak er mg van: g, 0, g, 0,87 g, kg, 0,00 kg (000 mg, 00 mg, 870 mg, mg, 000 mg) Bespreking naar aanleiding van de laatste som: Wat is het verband tussen mille (000), milli ( 000 ) en miljoen ( )? (Het zijn afgeleiden van duizend.) Vergelijk dat ook nog met de Romeinse mijl (000 stappen, dubbele passen dus) van een Romeinse soldaat. Nullen 0 0 = ( 00) 00 : 0 = ( 0) 00 : 0 = ( 0) = ( 0 000) 000 : 0 = (00) 000 : 0 = ( 00) = ( ) 000 : 00 = ( 0) : 0 = (000) = ( ) : 00 = (00) : 00 = ( 00) Breuken Noem nog breuken die gelijk zijn aan: (,,, 5 ) (,,, 5 ) (,, 5, 5 ) (,,, 0 ) Wie weet er nog meer? Maak de reeksen langer Laat de leerlingen aan de volgende reeksen nog drie getallen toevoegen en vraag ze het uit te leggen (5 5 70, verschil is steeds meer) (0 00 0) ( 6 8) 0, 0,8,... (,6,0,)

49 Alles telt Handleiding 8 9 Waar gaat deze les over? Aan de hand van modellen van vliegtuigen, een auto en een fi ets leren de leerlingen de schaal te berekenen. De werkelijke afmetingen van onderdelen wordt gegeven en in verhouding op tekeningen (modellen) weergegeven. Uit de schaal moet het model worden berekend en omgekeerd moet uit de werkelijkheid het schaalmodel worden berekend. Bij kaartlezen in atlassen is dit laatste een belangrijk aspect. Een schaal van : is voor fi etsers en wandelaars een mooie schaal: cm op de kaart is dan km in werkelijkheid. Taal en rekenen Taaltip Schaal is een moeilijk begrip vooral ook omdat het verschillende betekenissen kan hebben. Maak met de leerlingen op bord een woordweb met centraal het woord schaal. Laat de leerlingen hier omheen producten bedenken die met schaal te maken hebben: Madurodam, wegenkaarten en plattegronden, speelhuis, modeltrein, dinky toys, poppen, poppenhuis, foto s, meccano, lego, knex en bouwdozen. Probeer de schaal te schatten. Laat bij enkele voorwerp vertellen hoe groot het is en hoe groot het in werkelijkheid is. Ga ook na of de leerlingen weten wat met spanwijdte wordt bedoeld (van vleugeltip tot vleugeltip, wordt ook gebruikt bij vogels). Rekenwoorden Schaal Middellijn Lastige woorden Modelbouwer Model Spanwijdte

50 50 Blok Les en Lesverloop van les C C Hoe groot is de schaal? Meten, schaalmodellen, schaal en verhoudingen Laat het krantenbericht lezen. Het vliegtuig is inmiddels gebouwd. Het heet nu A80 en is het grootste passagiersvliegtuig ter wereld. Vraag of iemand weet wat een vliegtuigbouwconsortium is. (Een samenwerkingsverband van vliegtuigfabrieken uit verschillende landen.) Wie weet wat spanwijdte is? (Vergelijk handspan, armspan en vleugelspan.) Grappig is dat de breedte (79 m) groter is dan de lengte van het vliegtuig (7 m). Zou dit vliegtuig op het schoolplein passen? Laat de leerlingen globaal het schoolplein opmeten en teken dit dan 00 keer zo klein op het bord. Probeer daarnaast op het bord ook het vliegtuig 00 keer zo klein te schetsen (7 cm lang en 79 cm breed). Op welke schaal is dit nu getekend? (Alle maten zijn gedeeld door 00, dus : 00. Je zegt: op 00.) Vraag vervolgens wat : 0 bij vraag a betekent (alles wordt 0 keer zo klein). Hoe groot wordt het schaalmodel van het vliegtuig dan? (lengte 7,08 m, spanwijdte 7,9 m en staarthoogte, m) Kan dat model op het schoolplein staan? En in ons klaslokaal? Vraag of het schaalmodel van : 50 in het klaslokaal past. En : 0? (ja) Laat de leerlingen de lengte, hoogte en spanwijdte in groepjes uitrekenen. Op welke schaal is het vliegtuig in het boek getekend? (De lengte is ongeveer cm, dus alles is 770 keer zo klein, is afgerond 800 dus : 800). Hoe groot is het schaalmodel? Meten, schaal en verhoudingen Maak deze opgave samen. Laat een leerling verwoorden waarom een model van hetzelfde voorwerp op schaal : groter is dan een model op schaal : 0. Dat kan op verschillende manieren. Het eerste model is maar keer zo klein en het tweede 0 keer zo klein nagemaakt. Maar hier geven de breuken en opheldering: 0 vraag b welk schaalmodel dus groter is. is groter dan 0. Ga nog even in op de C Op welke schaal is het vliegtuig getekend? Meten, rekenen met schaal Teken op het bord een verhoudingstabel en vul de eerste kolom in. Laat de leerlingen deze tabel tekenen en de schaal berekenen. Bespreek de uitkomst. Conclusie: de schaal is : 500. Op schaal 7 m 7 cm cm Op ware grootte 5 m 500 cm 500 cm C Wat worden de afmetingen van het model in centimeters? Meten, rekenen met schaal Laat de leerlingen hier eerst zelf een verhoudingstabel voor tekenen en invullen. Op schaal m 0 cm 5 cm 0 cm ± cm Op ware grootte 6 m,60 m,80 m,0 m,5 m Bespreek samen de gevonden afmetingen van met model en schrijf die in de tabel.

51 Alles telt Handleiding 8 5 Aandachtspunten bij les (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 9 Laat verwoorden wat schaal : 50 betekent. Alles is 50 keer zo klein gemaakt, dus in de werkelijkheid 50 keer groter. Laat het meten afronden op hele getallen. Controleer of iedereen weet wat middellijn is. Laat eventueel in een breukmodel de som tekenen. Neem als voorbeeld het blokmodel. Verdeel dit in vier gelijke stukken. Kleur en nog een, samen. Wijs erop goed te kijken in hoeveel stukken het model moet worden verdeeld. Maak de breuken gelijknamig en tel bij elkaar. Eerst schatten en dan kijken of de uitkomst bij de vier gegeven antwoorden staat. 5 Bekijk of er handig of cijferend wordt gerekend. Soms zie je direct of een antwoord fout is. werkschrift blz. Wanneer is de ware grootte groter: bij : 5 of : 50? Denk erom bij som b en c eerst de meters omrekenen naar centimeters. Vertel dat de fi guren op ware grootte getekend zijn. Worden de fi guren nu groter of kleiner? Wijs op de analogie met de hele getallen. maatschrift blz. 8 en 9 Laat de stappen verwoorden: : 50 betekent dat alles 50 keer zo klein getekend is, dus cm op de tekening is 50 cm in het echt. Omgekeerd. De ware grootte is bekend en de maten van het model worden dus kleiner. Vraag bij opgave d waar er een komma komt en wat er met de komma bij de laatste som gebeurt. Let op bij het passeren van het honderdtal. 5 Laat zeker bij het tweede rijtje de maten eerst herleiden. G en cm worden twee keer gebruikt. 6 Let op dat de leerlingen de formule l b gebruiken. 7 Vraag hoeveel kg een ton is. 8 Zie opgave. Laat de getallen ook uitspreken. Observatie en extra hulp Begrijpen de leerlingen het begrip schaal? Een babypop (baby born) is net zo groot als een echte baby: : dus. Sommige babypopjes zijn de helft kleiner. Wat is dan de schaal, :? Een barbiepop is 8 cm en een meisje van 0 jaar is,80 m. Hoeveel keer zo klein is dat? En wat is de schaal? Op een vakantiefoto ben je,6 cm, maar je bent,60 m. Hoeveel keer ben je verkleind? En wat is de schaal? Stap even uit de les Streepjescode () Kijk op de achterkant van je leerlingenboek. Rechts onderaan staat de streepjescode. Hoeveel soorten zwarte streepjes zie je? () Hoeveel soorten witte streepjes zie je () Als een dun zwart streepje voorgesteld wordt door een, hoe kun je dan de andere strepen voorstellen? ( en ) Een dunne witte streep kun je voorstellen door 0, hoe de andere? (00 en 000) Hoe zou je de eerste 7 coderen? (00, een dunne witte streep, een dikke zwarte streep, een dunne witte streep en een niet zo dikke zwarte streep) En de 8 daarna? (00000) En de 9 daarna? (000) Afronding Vraag bij leerlingenboek opgave 5 hoe de leerlingen de antwoorden hebben gevonden: Welke antwoorden vallen sowieso af? Laat enkele antwoorden schatten. ( = 000, = 00, = 600 en 7,5,5 7 = ) Bespreek bij werkschrift opgave de verhoudingstabel bij b en c. Kijk of de leerlingen de meters omgerekend hebben en pas daarna de schaal hebben bepaald. Laat bij maatschrift opgave en verwoorden wat er gebeurt en bespreek de antwoorden. Wat is het verschil tussen opgave en? (Bij wordt de werkelijke maat berekend, in de maat van het model.) Kijk ook hoe opgave 6 gemaakt is en controleer of de leerlingen vlot de oppervlakte van rechthoeken kunnen berekenen.

52 5 blok les 5 herhalen en oefenen Leerlijn Tabellen en grafi eken Verhoudingen Leerdoelen Nieuwe stof Lezen van een staafgrafi ek Schaalberekeningen maken Oefenen Gemiddelde berekenen Breuken benoemen op de getallenlijn Getallen afronden op 00-tallen Delen van meetkundige fi guren in procenten aangeven Breuken ordenen naar grootte Nieuwe stof Lezen van een staafgrafi ek Rekenen met schaal Oefenen Kommagetallen ordenen Delen en aftrekken vanuit een context Plaatswaarde van cijfers in getallen Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met eenvoudige kommagetallen Materiaal Leerlingenboek 8a blz. 0 en 8 blok + blz. 0 en Plusschrift 8 blok Kwismeester 8a blok Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Nogmaals breuken = () = ( = () = ( = ( ) = ( 5 = ( ) = ( 6 ) 8 ) 6 ) 0 ) Schatten en afronden = ongeveer ( = 00) 8 9 = ongeveer ( 0 0 = 00) = ongeveer (00 00 = 900) 9 : = ongeveer (500 : = 500) Wat is een redelijke schatting? 5 7 = ongeveer ( 5 0 of 5 50 )? 7 = ongeveer ( 0 50 of 0 0 of 0 50)?, + 8,5 = ongeveer ( of + 9 of + 9)? 58 : 5 = ongeveer (500 : 50 of 600 : 50 of 000 : 50)? Verdubbelen en halveren Wat is het dubbele van: Wat is de helft van: 6 ( 9) ( 8) 8 (9) () 8 ( 76) 650 (00) 6 () 650 (5) () 780 (560) (6) 780 (90) 80 (60) 80 (90) Schatten Schat de uitkomst van de volgende sommen en reken ze daarna uit op je rekenmachine = ( 8000) = ( ) = ( 000) 0 = ( 0 000) = ( 6 000) 7890 : 5 = ( 60) 5 5 = ( 000) 567 : 68 = ( 70) Meester of juf spelen Welke som is niet goed? Pak je rode potlood: Zet een dikke streep door de foute som: 8 = = 56 8 : 9 = 80 : = = : 9 = : (7 7 = 80) 8 60 = 80 (8 : 9 = 9 : 8) = 0 (8 65 = 50) 8 : 9 = :

53 Alles telt Handleiding 8 5 Aandachtspunten bij les 5 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. 0 en - De staafgrafi eken zijn gemakkelijk te overzien. Bekijk hoe er gerekend wordt: cijferend, op de rekenmachine of uit het hoofd. Het gemiddelde uitrekenen wordt hier steeds moeilijker. 5 Laat eerst de waarde tussen de streepjes bepalen. 6 Laat bij 50 of meer naar boven afronden. 7 Laat bij d en e eerst het aantal delen bepalen. 8 Laat eerst bepalen wat elk streepje waard is. 9 Laat de breuken eerst gelijknamig maken. maatschrift blz. 0 en - Wijs erop dat de vragen goed gelezen moeten worden. Let op het eventueel omrekenen van de maten. Die 5 is een vreemde eend. Laat bij problemen alle kommagetallen met twee cijfers achter de komma schrijven. 5 Controleer of de juiste som is neergezet. 6 Maken de leerlingen de som: = 00 of 00 : 60 =...? 7 Laat goed kijken of het een kommagetal is of niet. 8 De deelsommen zijn het moeilijkst. Verdeel 0 m in stukjes van 0,5 m. Dat zijn 0 stukjes. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave < - Opgave < - Opgave < - Opgave < - Opgave 5 < - Opgave 6 < - Opgave 7 6 < - 6 Opgave 8 5 < - Opgave 9 < - Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 5 < - 5 Opgave 5 < - 5 Opgave < - Opgave 6 < - 6 Opgave 5 < - Opgave 6 0 Opgave 7 < - Opgave 8 6 < - 6

54 5 blok Blok les 5 plusopgaven leerlingenboek blz. 0 t/m a Het kleinste getal van één cijfer is 0 (en niet ). b Het kleinste getal van drie cijfers is niet 000 maar 00! a Tel op: = 00. b Tel op: + 8 (of 9) = 6 of 65. Op de rekenmachine controleren en de regelmaat zien. Het antwoord op het waarom en het bewijs is niet zo gemakkelijk te geven. Wat wordt de berekening? 5 = 60 (km), 6 0 = 60 (km) en 5 = 60 (km). Dus voor de afstand van 60 km geldt een snelheid van km/u. Is de afstand anders dan 60 km, dan komt de fi etser eerder of later aan dan een uur. 5 Die vijfhoek wordt ook wel pentagon genoemd. (De plattegrond van het gebouw van het ministerie van Defensie in de VS van Amerika (Het Pentagon) is een vijfhoek en ernaar genoemd.) 6 De berekening voor Daniël: = 00 = 00 = 6 00 = De berekening voor Wesley: = 075 = 50 = 6 00 = Dat is dus 600 minder dan Daniël. 7 a Hoe reken je minuten en seconden om naar uur? Zet minuut seconden eerst om naar 8 seconden. d Denk eraan dat bij het omrekenen cijfers achter de komma niet automatisch seconden worden. 8 a Haal één lucifer weg zodat er één vierkant verdwijnt. b Als je twee lucifers uit een hoek weghaalt, verdwijnt er vierkant. Leg de lucifers in het midden. 9 Suggestie: Maak de bovenste kaartjes van wit papier en de onderste van gekleurd papier zodat de leerlingen terwijl ze de kaarten verplaatsen de oplossing kunnen vinden. 0 De getallen in elk vlak van de kubus zijn samen 8, omdat de getallen tot en met 9 samen 6 zijn en ze verdeeld worden in twee gelijke groepen. Kijk naar de structuur van het getal boven en onder. Ja, dat kan omdat en 5 een grootste gemene deler van hebben. Ze zijn onderling ondeelbaar. Kies bijvoorbeeld ook eens verspringen met vier plaatsen. a Als de afspraak is dat alle kleuren maar keer mogen worden gebruikt, dan kun je = 6 vlaggen maken. In het andere geval zijn het: = 7 vlaggen. b Bij kleuren kun je of = verschillende vlaggen maken of = 6 verschillende vlaggen. Ga uit van een dominosteen met op vakje 0 stippen. Daarvan zijn er 7. Van een dominosteen met op vakje stip zijn er ook 7, maar dan is 0- en -0 dubbel geteld, dus zijn er daarvan = 8. Een andere redenering is: Op elk vlakje zeven mogelijkheden, dat geeft voor twee vlakjes 9 mogelijkheden. Behalve de dubbele waarvan er zeven zijn, is dan elke steen dubbel geteld, dus 7 + (9 7) : = 7 + = 8. 5 Omdat in dit geval de krekels elkaar ontmoeten op 9, kunnen we daaruit verder rekenen. Als elke krekel een plaats naar rechts opschuift, ontmoeten ze elkaar op 0, enzovoort. Ook met veelvouden van 0 en 5 of en 6 komen ze elkaar op hetzelfde punt tegen. 6 Het rekent gemakkelijker als je de komma plaats naar rechts verschuift. 7 Laat de blokkenstapels eventueel na bouwen. Hoeveel blokjes heb je maximaal nodig?

55 Alles telt Handleiding 8 55 plusschrift 8 blz. t/m 9 Laat een ruime schatting maken. Bijvoorbeeld bij a: 60 0, 60 0,5 = 80 0,90 = 7. Dit klopt, want 6 0, 7,7. Wijs op de eigenschappen van een tovervierkant (ook wel magisch vierkant genoemd). a In de eerste kolom zijn alle getallen gegeven. b Het totaal is 95. Met dit gegeven kunnen alle ontbrekende getallen bepaald worden. Het getal in de 5e rij is: 95 ( ) = 96 Het ontbrekende getal in de vijfde kolom is 95 ( ) = 60 Het ontbrekende getal in de tweede rij is: 95 ( ) = 8 Het ontbrekende getal in de derde kolom is: 95 ( ) = 9 Het ontbrekende getal in de eerste rij is: 95 ( ) = 65 Het ontbrekende getal in de tweede kolom is: 95 ( ) = 07 Het ontbrekende getal in de vierde rij is: 95 ( ) = 78. Het laatste ontbrekende getal in de vierde kolom is: 95 ( ) = 90 c keer. De getallen op de diagonaal van linksboven naar rechts beneden zijn samen 07. Kijk eerst naar de hele getallen en daarna naar het eerste cijfer achter de komma, enzovoort. Bekijk hiervoor de tip. 5 Elk hokje is m. 6 Als het linkerwiel keer rond gaat, hoeveel keer gaat het rechterwiel dan rond? ( ) 7 Gebruik verhoudingstabellen. 8 Het gaat hier vooral om een goede toepassing van de regel. De uitkomst van een vermenigvuldiging verandert niet als je het ene getal door een bepaald getal deelt en het andere getal met dat bepaalde getal vermenigvuldigt. De laatste bewerking kan lastig zijn: 0 = 5 6.,6 is met 5 vermenigvuldigd (8) en,5 met 6 (9). 9 Neem de ingang boven de pijl. 0 d Het kleinste verzet is. Met een pedaalomwenteling leg je,0 meter af. In minuut is dit 80,0 meter = 60,8 meter. De gemiddelde snelheid per uur is 60 60,8 meter = 9,68 km per uur. Het grootste verzet is 5. Met pedaalomwenteling leg je 9, meter af. In minuut is dit 80 9, meter = 75, meter. De gemiddelde snelheid per uur is 60 75, meter = 5,6 km per uur. De grote wijzer legt in uur 60 minuten af en de kleine wijzer schuift dan een stukje van 5 minuten op de wijzerplaat vooruit. De grote wijzer gaat dus zo snel. Om uur moet de grote wijzer nog 5 minuten overbruggen naar de waar de kleine wijzer dan op staat. Als de grote wijzer 5 minuten later op de staat is de kleine wijzer omdat de grote wijzer keer zo snel gaat, 5 minuut of 5 seconden op de grote wijzerplaat verder geschoven en staat dus tussen het 5e en 6e minutenstreepje in. Als de grote wijzer minuut later op het 6 minutenstreepje staat, is de kleine wijzer weer deel van minuut of 5 seconden verder. De grote wijzer haalt dus iets later dan 5 over de kleine wijzer in. 6 eieren wegen 60 gr 0 gram = 00 gram. ei weegt dan 00 gr : 6 = 75 gram. De doos weegt dan 0 gram ( 75 gram) = 0 gram ? = ? =. In groep zit dus 8 deel van het totaal aantal leerlingen. 8 deel is 5 leerlingen. In groep 6, 7, en 8 zitten 9 5 leerlingen is 5 leerlingen, in groep en 5 zitten 6 5 leerlingen is 90 leerlingen en in groep zitten 5 leerlingen is 0 leerlingen. In totaal zitten er op deze school: leerlingen is 70 leerlingen.

56 56 blok Blok les 5 In de tabel staan de acht mogelijkheden. M M M M M K M K M M K K K M M K M K K K M K K K e De mogelijkheden: KKKK / KKKM / KKMM / KMMM / MMMM / MKKK / MMKK / MMMK / KMMK / KMKM / KMKK / KKMK / MKKM / MKMK / MKMM / MMKM 5 a In het grondoppervlak (6 m): 5 5 = 75 dozen. In de hoogte ( m) 5 lagen dozen = 75 dozen. b In het grondoppervlak ( m): 0 5 dozen = 50 dozen. In de hoogte (5 m): lagen (tot en met m 80). 50 = 600 dozen. c In het grondoppervlak ( m) : 0 5 dozen = 50 dozen. In de hoogte ( m) 5 lagen dozen = 50 dozen. 6 Als het gemiddelde van getallen 0 is, moet de som wel 80 zijn! 7 a Het kan gemakkelijker als sommige getallen een beetje veranderd worden. b Er is een verband tussen het eerste en het tweede rijtje. 8 Laat het nabouwen met blokjes. 9 Het zijn ronde getallen, dat rekent gemakkelijk. 0 a Steeds het verschil verdubbelen. Bekijk hiervoor de tip. (6, km) De oppervlakte van de gehele fi guur is 6 6 cm = 6 cm, en van een tegel van bij cm = cm. Het blauwe gedeelte is kwart tegels of hele tegels, ofwel cm. De oppervlakte van het bruine gedeelte is cm. Dit is een leuke discussie over wat eerlijk verdelen is. Wordt er bij de pizza op het oppervlak, het gewicht of op wat erop zit gelet? Zie je de keersom? Het totaal aantal plaatjes van de verzamelaars is 5 9 = 65 plaatjes. Daniel, Rachid, Stijn, Sander hebben echter 8 plaatjes = 8. Jelle heeft 65 8 = 7 voetbalplaatjes. 5 a Je kunt in de fi guur de totale inhoud van het water in fi guren verdelen. De inhoud van de onderste helft van het aquarium is dm = dm. De inhoud van de bovenste helft van het aquarium is de helft van dm (de andere helft is lucht) is 6 dm. Samen is dat: 8 dm of 8 liter. c De helft van de bovenste helft is lucht of deel is lucht. deel van de hoogte is dm. Het water staat dm hoog. d De inhoud is dm = 6 dm. Een liter water weegt kg. Het gewicht van het water is 6 kg. Laat de leerlingen het probleem eventueel naspelen met een echt aquarium. 6 We nemen aan dat een stap ongeveer m is. In feite is een stap groter, dus zouden we kunnen stellen: tussen de en stappen cm = 900 dm = 9 m. 8 Bereken eerst hoeveel % van 000 is.

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees?

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? 42 blok 6 C1 Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. C2 Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? Hoeveel pakken brokken? Hoeveel bakjes water? Fido 3 2 1 4

Nadere informatie

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Reken zeker: leerlijn kommagetallen Reken zeker: leerlijn kommagetallen De gebruikelijke didactische aanpak bij Reken Zeker is dat we eerst uitleg geven, vervolgens de leerlingen flink laten oefenen (automatiseren) en daarna het geleerde

Nadere informatie

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Reken zeker: leerlijn kommagetallen Reken zeker: leerlijn kommagetallen De gebruikelijke didactische aanpak bij Reken Zeker is dat we eerst uitleg geven, vervolgens de leerlingen flink laten oefenen (automatiseren) en daarna het geleerde

Nadere informatie

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen 1 2 REKENEN Boek 7a: Blok 1 - week 1 in geldcontext 2 x 2,95 = / 4 x 2,95 = Optellen en aftrekken tot 10.000 - ciferend; met 2 of 3 getallen 4232 + 3635 + 745 = 1600

Nadere informatie

Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen 1 REKENEN Boek 6a: Blok 1 - week 1 - buurgetallen - oefenen op de getallenlijn Geld - optellen van geldbedragen - aanvullen tot 10 105 : 5 = 2 x 69 = - van digitaal

Nadere informatie

handleiding leerjaar 7 blok 5

handleiding leerjaar 7 blok 5 handleiding leerjaar 7 blok 5 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

handleiding leerjaar 7 blok 6

handleiding leerjaar 7 blok 6 handleiding leerjaar 7 blok 6 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld Groep 3 Getalbegrip hele getallen De leerlingen werken de eerste periode in het getallengebied tot 20 en 40. De tweede helft van het jaar ook tot 100. De leerlingen leren het verder- en terugtellen, tellen

Nadere informatie

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen Groep 7(eerste helft) Getalbegrip - Telrij tot en met 1 000 000 - Uitspraak en schrijfwijze van de getallen (800 000 en 0,8 miljoen) - De opbouw en positiewaarde

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I WISKUNDE. MAVO-D / VMBO-gt

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I WISKUNDE. MAVO-D / VMBO-gt UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: NIVEAU: WISKUNDE MAVO-D / VMBO-gt EXAMEN: 2002-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke

Nadere informatie

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Rekenrijk doelen groep 1 en 2 De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Aantallen kunnen tellen De kinderen kunnen kleine aantallen tellen. De kinderen kunnen eenvoudige

Nadere informatie

Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6

Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 2019 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s d e l e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3.

Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3. Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3. Het rekenonderwijs van tegenwoordig ziet er anders uit dan vroeger. Dat komt omdat er nieuwe inzichten zijn over hoe kinderen het beste leren. Vroeger lag

Nadere informatie

TOETS REKENEN / WISKUNDE. Naam:... School:...

TOETS REKENEN / WISKUNDE. Naam:... School:... TOETS REKENEN / WISKUNDE Naam:... School:... Datum:... Groep:... 1A. Hoofdrekenen: optellen en aftrekken Reken de sommen op je eigen manier uit. Gebruik het kladblaadje als je een tussenstap wilt noteren.

Nadere informatie

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen 1 2 3 4 REKENEN Boek 8a: Blok 1 - week 1 Oriëntatie - uitspreken en schrijven van getallen rond 1 miljoen - introductie miljard - helen uit een breuk halen 5/4 = -

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s o p t e l l e n e n a f t r e k k e n Jaargroep instap Inleiding Het instapprogramma

Nadere informatie

handleiding leerjaar 7 blok 4

handleiding leerjaar 7 blok 4 handleiding leerjaar 7 blok 4 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter. 70 blok 5 les 23 C 1 Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 60 981 540 C 2 Welke maten horen erbij? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Nadere informatie

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie Zelfstandig werken Ajodakt Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie 9 789074 080705 Informatieverwerking Groep 7 Antwoorden Auteur P. Nagtegaal ajodakt COLOFON Illustraties

Nadere informatie

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen 01 04. bewerking en. optellen en.

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen 01 04. bewerking en. optellen en. Scoreblad bewis naam cursist: datum: naam afnemer: inhoud vraag opmerkingen OK werkpunt niet goed tellen eieren tellen in dozen van 10 getallen verder aanvullen in kralenketting getalbegrip getallen ertussen

Nadere informatie

Leerstofoverzicht groep 3

Leerstofoverzicht groep 3 Leerstofoverzicht groep 3 Getallen en relaties Basisbewerkingen Verhoudingen Leerlijn Groep 3 uitspraak, schrijfwijze, kenmerken begrippen evenveel, minder/meer cijfer 1 t/m 10, groepjes aanvullen tot

Nadere informatie

Onthoudboekje rekenen

Onthoudboekje rekenen Onthoudboekje rekenen Inhoud 1. Hoofdrekenen: natuurlijke getallen tot 100 000 Optellen (p. 4) Aftrekken (p. 4) Vermenigvuldigen (p. 5) Delen (p. 5) Deling met rest (p. 6) 2. Hoofdrekenen: kommagetallen

Nadere informatie

Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor Cito 3.0, IEP, LVS en andere toetsen

Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor Cito 3.0, IEP, LVS en andere toetsen Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor Cito 3.0, IEP, LVS en andere toetsen 2018 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s v e r m e n i g v u l d i g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen

Nadere informatie

Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: 08-05-2014. Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200

Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: 08-05-2014. Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200 Leerlijnenpakket STAP incl. WIG Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200 Rekenen Rekenen 1.1 Getallen - Optellen en aftrekken tot 10 - Groep 3 BB/ KB GL + PRO 1.1.1 zegt de telrij

Nadere informatie

Domeinbeschrijving rekenen

Domeinbeschrijving rekenen Domeinbeschrijving rekenen Discussiestuk ten dienste van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Rekenen en Taal auteur: Jan van de Craats 11 december 2007 Inleiding Dit document bevat een beschrijving van

Nadere informatie

Leerlijnen voor groep 3-8

Leerlijnen voor groep 3-8 Leerlijnen voor groep 3-8 Groep 3, eerste half jaar de begrippen meer, minder, evenveel juist toepassen de ontbrekende getallen op de getallenlijn t/m 12 invullen van hoeveelheden t/m 20 groepjes van 5

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Wet van Ohm J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Leerstofoverzicht groep 6

Leerstofoverzicht groep 6 Leerstofoverzicht groep 6 Getallen en relaties Basisbewerkingen Leerlijn Groep 6 Uitspraak, schrijfwijze, kenmerken getallen boven 10 000 in cijfers schrijven haakjesnotatie deler en deeltal breuknotatie

Nadere informatie

Toets gecijferdheid augustus 2005

Toets gecijferdheid augustus 2005 Toets gecijferdheid augustus 2005 Naam: Klas: score: Datum: Algemene aanwijzingen: - Noteer alle berekeningen en oplossingen in dit boekje - Blijf niet te lang zoeken naar een oplossing - Denk aan de tijd

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 7, les 1 blok 7, les 3 blok 7, les 6 blok 7, les 8 blok 7, les 11 blok 9, les 1

Aandachtspunten. blok 7, les 1 blok 7, les 3 blok 7, les 6 blok 7, les 8 blok 7, les 11 blok 9, les 1 Aandachtspunten 291 Aandachtspuntenlijst 3, bij blok 7, 8 en 9 1 Getalbegrip. Het kind ziet de structuur niet tussen getallen boven en beneden 1 miljoen. uitspreken en opschrijven van grote getallen boven

Nadere informatie

Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok 1

Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok 1 Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok Legenda kleuren Getalbegrip Optellen en aftrekken Vermenigvuldigen en delen Verhoudingen Meten Meten Tijd Meten Geld Meetkunde Verbanden Legenda

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. HOOFDSTUK 6 AFRONDEN Inleiding Cijfers Verstandig afronden 48 BLZ

INHOUDSOPGAVE. HOOFDSTUK 6 AFRONDEN Inleiding Cijfers Verstandig afronden 48 BLZ INHOUDSOPGAVE BLZ HOOFDSTUK 1 DOMEIN A: GETALLEN 15 1.1. Inleiding 15 1.2. Cijfers en getallen 15 1.3. Gebroken getallen 16 1.4. Negatieve getallen 17 1.5. Symbolen en vergelijken van getallen 19 HOOFDSTUK

Nadere informatie

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling VMBO BB leerling Verbanden en Hoge -bewerkingen onder 100 -tafels t/m 10 (x:) -bewerkingen met eenvoudige grote en -makkelijk rekenen -vergelijken/ordenen op getallenlijn -makkelijke breuken omzetten -deel

Nadere informatie

Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen

Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen Getallen en breuken Basisstof structuur van de getallen tot 000 000 breuken Lesdoelen De leerlingen kunnen: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen; helen en breuken verdelen; getallen op

Nadere informatie

Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1

Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1 Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1 Normgerichte doelen: De kinderen behalen op de methodegebonden toetsen Maatschrift een 60% score. Blok 1: De kinderen kennen/kunnen/beheersen:

Nadere informatie

Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3

Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3 Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3 LES 1 LES 2 LES 3 LES 4 LES 5 (tot 1000 en boven 1000 getallen herkennen, benoemen en noteren) (tot 1000) (1/10) (1/2 en 1/5) (10 cm = 0,10 m,

Nadere informatie

Getallen. 1 Doel: een getallenreeks afmaken De leerlingen maken de getallenreeks af met sprongen van 150 000.

Getallen. 1 Doel: een getallenreeks afmaken De leerlingen maken de getallenreeks af met sprongen van 150 000. Getallen Basisstof getallen Lesdoelen De leerlingen kunnen: een reeks afmaken; waarde van cijfers in een groot getal opschrijven; getallen op de getallenlijn plaatsen; afronden op miljarden; getallen in

Nadere informatie

1.Tijdsduur. maanden:

1.Tijdsduur. maanden: 1.Tijdsduur 1 etmaal = 24 uur 1 uur = 60 minuten 1 minuut = 60 seconden 1 uur = 3600 seconden 1 jaar = 12 maanden 1 jaar = 52 weken 1 jaar = 365 (of 366 in schrikkeljaar) dagen 1 jaar = 4 kwartalen 1 kwartaal

Nadere informatie

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN 978 90 557 4642 2): Rekenen: een hele opgave, deel 2

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN 978 90 557 4642 2): Rekenen: een hele opgave, deel 2 Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN 978 90 557 4642 2): Joep van Vugt Anneke Wösten Handig optellen; tribunesom* Bij optellen van bijna ronde getallen zoals 39, 198, 2993,..

Nadere informatie

2A LEERLIJN. leerjaar 1. tellen. optellen en aftrekken GROEPEREN VERMENIGVULDIGEN EN DELEN. plaats en waarde. handig rekenen 1 ORDENEN EN UITSPREKEN

2A LEERLIJN. leerjaar 1. tellen. optellen en aftrekken GROEPEREN VERMENIGVULDIGEN EN DELEN. plaats en waarde. handig rekenen 1 ORDENEN EN UITSPREKEN 2A LEERLIJN leerjaar 1. 1. tellen 1.1 Tellen in groepjes 1.2 Vooruittellen en terugtellen 7. optellen en aftrekken 7.1 Optellen 7.2 Aftrekken 2. GROEPEREN 2.1 Groeperen en inwisselen 2.2 Springen met grotere

Nadere informatie

2 REKENEN MET BREUKEN 3. 2.3 Optellen van breuken 6. 2.5 Aftrekken van breuken 9. 2.7 Vermenigvuldigen van breuken 11. 2.9 Delen van breuken 13

2 REKENEN MET BREUKEN 3. 2.3 Optellen van breuken 6. 2.5 Aftrekken van breuken 9. 2.7 Vermenigvuldigen van breuken 11. 2.9 Delen van breuken 13 REKENEN MET BREUKEN. De breuk. Opgaven. Optellen van breuken 6. Opgaven 8. Aftrekken van breuken 9.6 Opgaven 9.7 Vermenigvuldigen van breuken.8 Opgaven.9 Delen van breuken.0 Opgaven. Een deel van een deel.

Nadere informatie

Aanbod rekenstof augustus t/m februari. Groep 3

Aanbod rekenstof augustus t/m februari. Groep 3 Aanbod rekenstof augustus t/m februari Groep 3 Blok 1 Oriëntatie: tellen van hoeveelheden tot 10, introductie van de getallenlijn tot en met 10, tellen en terugtellen t/m 20, koppelen van getallen aan

Nadere informatie

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben.

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben. Leerroute 3 Jaargroep: 8 GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben. Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen kunnen hebben. (hoeveelheidsgetal,

Nadere informatie

Optellen van twee getallen onder de 10

Optellen van twee getallen onder de 10 Splitsen tot 0 uit het hoofd 2 Optellen 2 7 6 2 5 3 4 Splitsen tot 20 3 2 8 7 2 6 3 5 4 4 4 3 2 2 9 8 2 7 3 6 4 5 5 4 2 3 0 9 2 8 3 7 4 6 5 5 6 5 2 4 3 3 Bij een aantal iets erbij doen heet optellen. Je

Nadere informatie

REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS

REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS REKENVAARDIGHEID BRUGKLAS Schooljaar 008/009 Inhoud Uitleg bij het boekje Weektaak voor e week: optellen en aftrekken Weektaak voor e week: vermenigvuldigen Weektaak voor e week: delen en de staartdeling

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I D

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I D UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2001-I D VAK: NIVEAU: EXAMEN: WISKUNDE MAVO 2001-I D De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen.

Nadere informatie

Passende Perspectieven. Bij Rekenrijk 3 e editie

Passende Perspectieven. Bij Rekenrijk 3 e editie Passende Perspectieven Bij Rekenrijk 3 e editie 0 Dit document is de beschrijving van de Passende perspectieven Rekenen leerroutes van de SLO binnen de methode Rekenrijk 3 e editie. De uitwerking betreft

Nadere informatie

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor Entreetoets en de LVS-toetsen van het Cito - Groep 7

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor Entreetoets en de LVS-toetsen van het Cito - Groep 7 Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor Entreetoets en de LVS-toetsen van het Cito - Groep 7 2019 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 3, les 1 blok 3, les 3 blok 3, les 8. blok 1, les 1 blok 1, les 3 blok 1, les 6 blok 1, les 8 blok 1, les 11 blok 2, les 11

Aandachtspunten. blok 3, les 1 blok 3, les 3 blok 3, les 8. blok 1, les 1 blok 1, les 3 blok 1, les 6 blok 1, les 8 blok 1, les 11 blok 2, les 11 Aandachtspunten 307 Aandachtspuntenlijst 1, bij blok 1, 2 en 3 1 Kommagetallen. Het kind kan geen steunpunten plaatsen op de getallenlijn. Het kind heeft weinig inzicht in de positiewaarde van cijfers

Nadere informatie

Rekenportfolio. Naam: cm 2. m 3 + = 1 _ 12

Rekenportfolio. Naam: cm 2. m 3 + = 1 _ 12 Tytsjerksteradiel Rekenportfolio Naam: cm 2 1 5 7 + = 5 10 10 m 3 1 _ 12 X 5 1 + = 5 1 + Inhoudsopgave Voorwoord 3 Domein getallen 4 - Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen 5 - Breuken 6 - Rekenvolgorde

Nadere informatie

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen.

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen. Uitwerkingen hoofdstuk Gebroken getallen. Kennismaken met breuken.. Deel van geheel Opdracht. a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde

Nadere informatie

Basisvaardigheden rekenen voor de pabo

Basisvaardigheden rekenen voor de pabo Basisvaardigheden rekenen voor de pabo Basisvaardigheden rekenen voor de pabo Ed de Moor Willem Uittenbogaard Sieb Kemme eindredactie Noordhoff Uitgevers Groningen Houten Eventuele op- en aanmerkingen

Nadere informatie

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Verhoudingstabel Wat zijn verhoudingen Rekenen met de verhoudingstabel Kruisprodukten Wat zijn verhoudingen * * * 2 Aantal rollen 1 2 12 Aantal beschuiten 18

Nadere informatie

Sietse Kuipers. Oefenen met rekenen voor groep 7

Sietse Kuipers. Oefenen met rekenen voor groep 7 Sietse Kuipers Oefenen met rekenen voor groep 7 Auteur: Sietse Kuipers Omslagontwerp: Studio Willemien Haagsma bno 2018 Visual Steps B.V. Eerste druk: maart 2018 ISBN 978 90 5905 694 7 Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4 Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4 Blok 1A en 2A Telrij, uitspraak en notatie Getallenlijn en getalvolgorde Opbouw getallen tot 100 Sprongen van 1, 2 en 5 tussen 10 en 20 t/m

Nadere informatie

Tussendoelen rekenen-wiskunde voor eind groep 5

Tussendoelen rekenen-wiskunde voor eind groep 5 Domein GETALLEN, subdomein Getalbegrip beheerst de doelen van groep 2 t/m 4, ook op het niveau van groep 5 en HELE GETALLEN kan willekeurige delen van de telrij tot ten minste 1000 opzeggen en vanuit elk

Nadere informatie

h a n d l e i d i n g

h a n d l e i d i n g Zwijsen jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g g e t a l l e n e n g e t a l b e g r i p 5 10 Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis

Nadere informatie

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor Cito 3.0, IEP, LVS en andere toetsen

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor Cito 3.0, IEP, LVS en andere toetsen Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor Cito.0, IEP, LVS en andere toetsen 2018 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag

Nadere informatie

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden COLOFON Auteurs Frank Pollet Illustraties Liza-Beth Valkema Basisvormgeving LS Ontwerpers bno, Groningen Omslag illustratie Metamorfose ontwerpen BNO, Deventer

Nadere informatie

handleiding leerjaar 6 blok 6

handleiding leerjaar 6 blok 6 handleiding leerjaar 6 blok 6 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Overzicht rekenstrategieën

Overzicht rekenstrategieën Overzicht rekenstrategieën Groep 3 erbij tot tien Groep 3 eraf tot tien Groep 4 erbij tot twintigt Groep 4 eraf tot twintigt Groep 4 erbij tot honderd Groep 4 eraf tot honderd Groep 4 en 5 tafels tot tien

Nadere informatie

0,6 = 6 / 10 0,36 = 36 / 100 0,05 = 5 /100 2,02 = 2 gehelen en 2 / 100

0,6 = 6 / 10 0,36 = 36 / 100 0,05 = 5 /100 2,02 = 2 gehelen en 2 / 100 Breuken 8 teller breukstreep 9 noemer Breukvorm - kommagetal 0,6 6 / 10 0,36 36 / 100 0,05 5 /100 2,02 2 gehelen en 2 / 100 Breuken en gehelen 1) Hoeveel keer gaat de noemer in de teller? 2) Hoeveel is

Nadere informatie

SAMENVATTING BASIS & KADER

SAMENVATTING BASIS & KADER SAMENVATTING BASIS & KADER Afronden Hoe je moet afronden hangt af van de situatie. Geldbedragen rond je meestal af op twee decimalen, 15,375 wordt 15,38. Grote getallen rondje meestal af op duizendtallen,

Nadere informatie

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar 24/04/2013 Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar Sint-Ursula-Instituut Rekenprocedures eerste leerjaar Rekenen, hoe doe ik dat? 1. E + E = E 2 + 5 = 7 Ik heb er 2. Er komen er 5 bij. Dat is

Nadere informatie

Rekentaalkaart - toelichting

Rekentaalkaart - toelichting Rekentaalkaart - toelichting 1. Het rekendoel van de opgave In de handleiding van reken-wiskundemethodes beschrijft bij iedere opgave of taak wat het rekendoel voor leerlingen is. Een doel van een opgave

Nadere informatie

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 2019 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets

Nadere informatie

Verdiepingsmodule Getallen Tweede bijeenkomst maandag 8 april 2013 monica wijers en vincent jonker

Verdiepingsmodule Getallen Tweede bijeenkomst maandag 8 april 2013 monica wijers en vincent jonker Verdiepingsmodule Getallen Tweede bijeenkomst maandag 8 april 2013 monica wijers en vincent jonker Programma Breuken PPON Leerlijn Didactiek van bewerkingen Breuken en kommagetallen in het echt Kommagetallen

Nadere informatie

Rekentermen en tekens

Rekentermen en tekens Rekentermen en tekens Erbij de som is hetzelfde, is evenveel, is gelijk aan Eraf het verschil, korting is niet hetzelfde, is niet evenveel Keer het product kleiner dan, minder dan; wijst naar het kleinste

Nadere informatie

8000-4000=4000 900-600=300 90-90 =0 7-8= 1 tekort! 4000 + 300+0-1 = 4299

8000-4000=4000 900-600=300 90-90 =0 7-8= 1 tekort! 4000 + 300+0-1 = 4299 Rekenstrategieën Voor de basisbewerkingen optellen en aftrekken, vermenigvuldigen en delen en voor het rekenen met breuken en rekenen met decimale getallen, wordt een overzicht gegeven van rekenstrategieën

Nadere informatie

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen 1 REKENEN Boek 4a: Blok 1 - week 1 - optellen en aftrekken t/m 10 (3 getallen, 4 sommen) 5 + 4 = / 4 + 5 = 9 5 = / 9 4 = - getallen tot 100 Telrij oefenen met kralenstang

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. Start. Instructie. Blok 4. Lesinhoud Kommagetallen: vermenigvuldigen met kommagetallen Kommagetallen: delen met kommagetallen

Lesopbouw: instructie. Start. Instructie. Blok 4. Lesinhoud Kommagetallen: vermenigvuldigen met kommagetallen Kommagetallen: delen met kommagetallen Week Blok Bijwerkboek 0 Les Rekenboek Lessen 0 0, 0 0, 0, keer 0, 0,, flesjes 0,, 0, 0 0 plankjes stukjes 0 0 Lesinhoud Kommagetallen: vermenigvuldigen met kommagetallen Kommagetallen: delen met kommagetallen

Nadere informatie

Handleiding. Reken-wiskundemethode voor het primair onderwijs. Katern 1S en 1F

Handleiding. Reken-wiskundemethode voor het primair onderwijs. Katern 1S en 1F I Handleiding Reken-wiskundemethode voor het primair onderwijs Katern 1S en 1F Handleiding bij de katernen 1F en 1S 1 In 2010 hebben de referentieniveaus een wettelijk kader gekregen. Basisscholen moeten

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 8 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s o p t e l l e n e n a f t r e k k e n Jaargroep instap Inleiding Het instapprogramma

Nadere informatie

Instructie voor Docenten. Hoofdstuk 4 KOMMAGETALLEN BASIS

Instructie voor Docenten. Hoofdstuk 4 KOMMAGETALLEN BASIS Instructie voor Docenten Hoofdstuk 4 KOMMAGETALLEN BASIS Instructie voor docenten H4 KOMMAGETALLEN BASIS DOELEN VAN DE LES: Leerlingen weten dat getallen in de plaatswaardekaart een bepaalde waarde hebben,

Nadere informatie

Voorbereidend Cijferend rekenen Informatie voor ouders van leerlingen in groep 3 t/m 8

Voorbereidend Cijferend rekenen Informatie voor ouders van leerlingen in groep 3 t/m 8 nummer 2 bijgesteld in nov. 2013 Voorbereidend Cijferend rekenen Informatie voor ouders van leerlingen in groep 3 t/m 8 Hoe cijferend rekenen wordt aangeleerd Deze uitgave van t Hinkelpad gaat over het

Nadere informatie

toets Leerlijn Leerdoelen Leeractiviteit toets Toets

toets Leerlijn Leerdoelen Leeractiviteit toets Toets toets blok 6 55 Overzicht van de leerdoelen Leerlijn Leerdoelen Leeractiviteit toets Toets Getalrelaties en getalbegrip Basisvaardigheden Getalrelaties en getalbegrip Betekenis, plaats, structuur en waarde

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Spanning. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Spanning. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Spanning J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e r e k e n m a c h i n e Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Leerlijnen groep 5 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 5 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 5 Wereld in Getallen 1 2 3 4 REKENEN Boek 5a: Blok 1 - week 1 Oriëntatie - Getallen tot en met 1000 - Tafels 0 t/m 6 en 10 - Herhalen strategieën - Herhalen hele, halve uren en kwartieren

Nadere informatie

De waarde van een plaats in een getal.

De waarde van een plaats in een getal. Komma getallen. Toen je net op school leerde rekenen, wist je niet beter dan dat getallen heel waren. Dus een taart was een taart, een appel een appel en een peer een peer. Langzaam maar zeker werd dit

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. Lesinhoud. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1. Vermenigvuldigen: rekenen met de factor 10, 100 en

Lesopbouw: instructie. Lesinhoud. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1. Vermenigvuldigen: rekenen met de factor 10, 100 en Blok Week Les 6 6 7 7 6 7 96 7 6 6 7 9 a 7 c 76 e 7 6 g 7 79 b d f h 7 7 9 9 () 6 7 6 6 6 9 7 7 6 799 9 6 6 77 6 6 79 7 6 66 6 6 6 7 9 6 Lesinhoud Vermenigvuldigen: rekenen met de factor, en Bewerkingen:

Nadere informatie

Niveau 2F Lesinhouden Rekenen

Niveau 2F Lesinhouden Rekenen Niveau 2F Lesinhouden Rekenen LES 1 Begintest LES 2 Getallen Handig optellen en aftrekken Handig vermenigvuldigen en delen Schattend rekenen Negatieve getallen optellen en aftrekken Decimale getallen vermenigvuldigen

Nadere informatie

INSIGHT Rekentoets. Spoorboekje. Tijd voor rekenen!

INSIGHT Rekentoets. Spoorboekje. Tijd voor rekenen! INSIGHT Rekentoets Spoorboekje Tijd voor rekenen! Colofon Titel: Subtitel: Uitgave door: Adres: Insight Rekentoets Spoorboekje AMN b.v. Arnhem Oude Oeverstraat 120 6811 Arnhem Tel. 026-3557333 [email protected]

Nadere informatie

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Zwijsen jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Waar staat deze paddenstoel ongeveer? Teken op de kaart. Welke afstand of welke route fietsen de kinderen? naam route afstand Janna

Nadere informatie

C 1 C 2 C 3. les 1. 2 blok 4. Leg de figuren. Samen bespreken. a b c

C 1 C 2 C 3. les 1. 2 blok 4. Leg de figuren. Samen bespreken. a b c 2 blok 4 les 1 C 1 Leg de figuren. Samen bespreken. a b c d C 2 Leg de figuren. Samen bespreken. a b c C 3 Leg nog meer figuren. Samen bespreken. a Maak een huis. b Maak een boot. c Bedenk zelf een figuur.

Nadere informatie

Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie

Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie Deze mappen willen wegwijzers aanreiken om vanuit begrip en respect het beste te halen uit die leerlingen die de basis wiskundeleerstof uit

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 5 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e g e t a l l e n k a a r t Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Stenvert. Taalmeesters 2. Antwoorden. Taalmeesters 2. Zelfstandig werken. Antwoorden. Groep 4. Taal COLOFON COLOFON

Stenvert. Taalmeesters 2. Antwoorden. Taalmeesters 2. Zelfstandig werken. Antwoorden. Groep 4. Taal COLOFON COLOFON Taalmeesters 2 Antwoorden COLOFON Taalmeesters 2 Stenvert Zelfstandig werken Taal Groep 4 Antwoorden Auteurs Evelien Klok, Michelle Kraak, Hans Vermeer Conceptontwerp omslag: Metamorfose ontwerpers BNO,

Nadere informatie

Deel 1: Getallenkennis

Deel 1: Getallenkennis Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 10 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 13

Nadere informatie

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs

rekentrainer jaargroep 7 Fietsen op Terschelling. Teken en vul in. Zwijsen naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Zwijsen jaargroep 7 naam: reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Waar staat deze paddenstoel ongeveer? Teken op de kaart. Welke afstand of welke route fietsen de kinderen? naam route afstand Janna

Nadere informatie

1 Hele getallen. Rekenen en wiskunde uitgelegd Kennisbasis voor leerkrachten basisonderwijs. Uitwerkingen van de opgaven bij de basisvaardigheden

1 Hele getallen. Rekenen en wiskunde uitgelegd Kennisbasis voor leerkrachten basisonderwijs. Uitwerkingen van de opgaven bij de basisvaardigheden Rekenen en wiskunde uitgelegd Kennisbasis voor leerkrachten basisonderwijs Uitwerkingen van de opgaven bij de basisvaardigheden 1 Hele getallen Peter Ale Martine van Schaik u i t g e v e r ij c o u t i

Nadere informatie

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5 Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5 1 2 3 4 5 1x1= 1 1x2= 2 1x3= 3 1x4= 4 1x5= 5 2x1= 2 2x2= 4 2x3= 6 2x4= 8 2x5=10 3x1= 3 3x2= 6 3x3= 9 3x4=12 3x5=15 4x1= 4 4x2= 8 4x3=12 4x4=16 4x5=20 5x1= 5 5x2=10 5x3=15

Nadere informatie

Bij het cijferend optellen beginnen we bij de eenheden en werken we van rechts naar links:

Bij het cijferend optellen beginnen we bij de eenheden en werken we van rechts naar links: Cijferend optellen t/m 1000 Voor u ligt de verkorte leerlijn cijferend optellen groep 5 van Reken zeker. Deze verkorte leerlijn is bedoeld voor de leerlingen die nieuw instromen in groep 6 en voor de leerlingen

Nadere informatie

Rekenen op maat 7. Doelgroepen Rekenen op maat 7. Doelgroepen Rekenen op maat 7

Rekenen op maat 7. Doelgroepen Rekenen op maat 7. Doelgroepen Rekenen op maat 7 Rekenen op maat 7 Rekenen op maat 7 richt zich op de belangrijkste vaardigheden die nodig zijn voor het rekenwiskundeonderwijs. Er wordt nauw aangesloten bij de oefenstof van de verschillende blokken van

Nadere informatie

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7 Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Weerstand. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Weerstand. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Weerstand J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en

Nadere informatie

handleiding leerjaar 8 blok 4

handleiding leerjaar 8 blok 4 handleiding leerjaar 8 blok 4 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie