handleiding leerjaar 7 blok 4

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "handleiding leerjaar 7 blok 4"

Transcriptie

1 handleiding leerjaar 7 blok 4 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie: Broodtekst redactie, Utrecht/Marieke van Osch Wies Gloudemans, Uithoorn Redactie: Fundamentaal, Culemborg Ontwerp: Criterium, Arnhem Opmaak: Grafi Data, Deventer ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger Beroepsonderwijs Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze leermiddelen: of via onze klantenservice (088) Deze uitgave is voorzien van het FSC-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde manier heeft plaatsgevonden. ISBN Tweede druk, eerste oplage, 200 De 2e editie van Alles telt is een volledige herziening van de e editie ThiemeMeulenhoff, Amersfoort De e editie van Alles telt is gebaseerd op Das Zahlenbuch Ernst Klett Verlag GmbH, Stuttgart, Federal Republic of Germany Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 6 Auteurswet j het Besluit van 23 augustus 985, Stbl., dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 230 KB Hoofddorp ( Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 6 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, fi lm en het maken van kopieën in het onderwijs zie nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

2 2 blok 4 overzicht van de leerdoelen Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Basisvaardigheden vermenigvuldigen Basisvaardigheden delen Cijferend vermenigvuldigen Cijferend delen Breuken Procenten Verhoudingen Leerdoelen De leerlingen maken kennis met miljoenen en leren die grote getallen ook uitspreken m.b.v. een getallenschema. Zij leren aanvullen tot een miljoen. Zij kunnen grote getallen plaatsen op een getallenlijn t/m Zij kunnen die grote getallen gebruiken bij oppervlakteberekening. Zij hebben geleerd grote getallen aan te vullen tot 0 en Ook kunnen de leerlingen geld wisselen met grote bedragen. Maatschrift De leerlingen maken kennis met miljoen en zij leren grote getallen uitspreken. Zij leren aanvullen tot ronde getallen t/m 000. Ook kunnen de leerlingen geldbedragen t/m 500 tellen. Maatschrift De leerlingen leren vermenigvuldigen met behulp van familiesommen. Maatschrift De leerlingen hebben geleerd handig te delen. Ook kunnen zij geld eerlijk verdelen. De leerlingen leren vermenigvuldigen onder elkaar op de kortste manier. Ook kunnen zij cijferend vermenigvuldigen vanuit contexten. Maatschrift De leerlingen leren vermenigvuldigen onder elkaar zonder hulpsommen. Ook kunnen zij cijferend vermenigvuldigen vanuit contexten. De leerlingen leren het cijferend delen verder te verkorten. Ook kunnen zij cijferend delen vanuit contexten. Maatschrift De leerlingen leren het cijferend delen (met kleine getallen) verder te verkorten. De leerlingen leren breuken vergelijken m.b.v. spaarbuizen, breukencirkels en reepmodellen. Zij hebben geleerd ongelijknamige breuken op te tellen en af te trekken. Zij kunnen breuken plaatsen op een getallenlijn en breukentaal hanteren. Ook leren de leerlingen het verband tussen breuken en procenten in een breuken/procentencirkel. Maatschrift De leerlingen kunnen gelijknamige breuken optellen en ongelijknamige breuken ordenen. Zij kunnen kommagetallen en breuken vergelijken in geldcontext. Ook kunnen de leerlingen rekenen met breuken bij maatbekers. De leerlingen leren het verband tussen breuken en procenten in een breuken/ procentencirkel. Zij kunnen kortingen en 0% prijsverhoging berekenen. Ook kunnen de leerlingen procenten aangeven op een procentenbalk. Maatschrift De leerlingen kunnen kortingen en prijsverhogingen berekenen. Ook kunnen zij procenten aangeven op een procentenbalk. De leerlingen kunnen afstanden berekenen met schaal. Maatschrift De leerlingen kunnen afstanden berekenen met schaal.

3 Alles telt Handleiding 7 3 Leerlijn Rekenmachine Lengte en omtrek Oppervlakte Inhoud/volume Meetkunde Tabellen en grafieken Tabellen en grafieken Leerdoelen De leerlingen kunnen delen op de rekenmachine en breuken omrekenen naar kommagetallen. Zij leren ook eerst de uitkomsten te schatten voordat de berekening plaatsvindt op de rekenmachine. Ook kunnen de leerlingen meerdere bewerkingen in een keer uitvoeren op de rekenmachine. Maatschrift De leerlingen leren delen op de rekenmachine en kunnen breuken omrekenen naar kommagetallen. Ook kunnen zij kommagetallen optellen op de rekenmachine. De leerlingen leren vestingwerken te schatten en te meten. Zij leren de omtrek en oppervlakte van meetkundige fi guren te bepalen. Omgekeerd kunnen zij meetkundige fi guren tekenen als omtrek of oppervlakte zijn gegeven Maatschrift De leerlingen leren de omtrek van een vestingstad te bepalen. Zij kunnen km omrekenen in m. Ook kunnen de leerlingen de omtrek van rechthoekige terreinen berekenen. Zij leren de omtrek en oppervlakte van meetkundige fi guren te bepalen. Ook leren ze de omtrek en oppervlakte van Ameland schatten. De leerlingen leren de formule l x b x h gebruiken bij de berekening van de inhoud van een blok. 3 Zij hebben geleerd dat dm = liter. 3 Zij kunnen de inhoud van bakken en zwembaden berekenen in liters, cm en m 3. Ook kunnen de leerlingen de hoogte van de waterstand aangeven bij overgieten. Maatschrift De leerlingen kunnen de inhoud van een blok zoals een aquarium berekenen in dm 3 en liters. Ook kunnen zij de inhoud berekenen in een tabel. De leerlingen kunnen het standpunt van de fotograaf bepalen. Zij weten wat perspectief is. Ook kunnen de leerlingen van blokkenbouwsels het aantal blokken bepalen en de goede plattegrond erbij vinden. Maatschrift De leerlingen kunnen het standpunt van een tv-camera vaststellen. Ook leren zij het aantal blokken tellen in een blokkenbouwsel. De leerlingen hebben geleerd temperaturen af te lezen op lijn en staafgrafi eken. Zij kunnen temperatuursverschillen bepalen uit een tabel en temperatuur aflezen van een thermometer. Ook kunnen de leerlingen temperatuurrecords uit een krantenbericht lezen en interpreteren. Maatschrift De leerlingen kunnen temperaturen aflezen van een staafgrafi ek en invullen in een tabel. Zij kunnen het verschil berekenen tussen maximum en minimumtemperaturen. Ook hebben zij geleerd een staafgrafi ek te tekenen. Maatschrift De leerlingen leren een temperatuurgrafi ek aflezen.

4 4 blok 4 les en 2 Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Kennismaking met miljoenen Grote getallen in het positieschema Uitspreken van grote getallen Aanvullen tot miljoen Grote getallen in oppervlaktematen Grote getallen op de getallenlijn tot en met miljoen Getallen aanvullen tot tien- en honderdduizendtal Geld wisselen met grote bedragen Getallen plaatsen op de getallenlijn tot miljoen Springen op de getallenlijn tot miljoen Oefenen Kommagetallen vergelijken Gemiddelde snelheid berekenen 2 3 deel kleuren in verschillende fi guren Tellen met sprongen van 0,25 Schatten Laat de leerlingen de uitkomsten van de volgende sommen schatten. Daarna mogen ze met de rekenmachine de sommen uitrekenen = (4959) = ( 5443) 7603 : 40 = (90,075) = (2744) = (4 408) 803 : 90 = ( 90,033) = (976) = ( 9997) 6502 : 60 = (08,367) = (2484) = ( 984) 50 : 70 = ( 7,57) 2 Kommagetallen Schrijf de volgende kommagetallen op het bord. Laat de leerlingen deze op volgorde zetten van klein naar groot. 8,3 5,90 6,9 7,32 (5,90 6,9 7,32 8,3) 7,23 8,3 5,09 6,0 (5,09 6,0 7,23 8,3) 3 Sliertsommen 0 34 = ( 340) = (6800) = (3400) = (3400) = (6800) 40 8,5 = ( 340) = (6800) 20 7 = ( 340) = (6800) 0 34 = ( 340) Maatschrift Nieuwe stof Kennismaking met miljoen Uitspreken van grote getallen Aanvullen tot ronde getallen tot en met 000 Geldbedragen tot 500 tellen Oefenen Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen met ronde getallen Kommagetallen met decimaal op de getallenlijn Benzineverbruik berekenen in verhoudingstabel Tellen met sprongen van 00, 200, 500 en 000 Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 2 en 3 Werkschrift 7 blz. 32 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 32 en 33 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Oude kranten of vellen papier MAB-materiaal Tafelsommen Geef de volgende sommen mondeling. De leerlingen kunnen mondeling antwoorden of de sommen opschrijven. De tweede mogelijkheid geeft meer bedenktijd, maar ook meer zekerheid. Houd het tempo in de gaten, want deze sommen zouden geautomatiseerd moeten zijn. 2 5 = (0) 4 4 = (6) 7 3 = (2) 3 9 = (27) 3 4 = (2) 2 9 = (8) 6 4 = (24) 5 6 = (30) 7 2 = (4) 4 5 = (20) 5 5 = (25) 3 7 = (2) 2 Vermenigvuldigen Geef deze sommen mondeling op, maar laat meeschrijven en het antwoord noteren. 4 2 = (48) 5 3 = (65) 5 = (55) 6 2 = (72) 6 0 = (60) 7 = (77) 7 9 = (63) 8 0 = (80) 8 8 = (64) 9 9 = (8) Bespreek met de leerlingen wat er in beide rijtjes aan de hand is. 3 Halveren en verdubbelen Wat is de helft van 88 (44), 90 (45), 92 (46), 96 (48), 98 (49), 00 (50)? Wat is het dubbele van 45 (90), 35 (70), 55 (0), 65 (30), 85 (70)? Wat is de helft van 60 (30), 50 (25), 40 (70), 80 (90), 000 (500)? Wat is het dubbele van 3 (62), 5 (02), 6 (22), (222), 20 (402)?

5 Alles telt Handleiding 7 5 Waar gaat deze les over? In deze les maken de leerlingen kennis met het getal miljoen. Getallen boven miljoen komen wel aan de orde, maar er wordt niet mee gerekend. Het uitspreken van deze grote getallen wordt geoefend en miljoen krijgt een plaats in het positieschema. Verder worden er verbanden gelegd met andere ronde getallen. Hoewel miljoen een groot getal is, leren de leerlingen dat ook te relativeren. miljoen mm 2 (opgave 4) blijkt maar m 2 te zijn. Het bezitten van miljoen roepia s (Indonesisch geld) maakt je nog geen miljonair, want je hebt dan 79. Taal en rekenen Taaltip Miljoen is een begrip met emotionele lading. Voor veel leerlingen betekent het 'heel veel'. We herkennen het woord 'mille' (duizend) erin. Bij het hardop tellen zullen er leerlingen zijn die na negenhonderdnegenennegentigduizendnegenhonderdnegenennegentig als volgende getal duizend duizend zeggen. Schrijf op het bord en zeg dat we dat miljoen noemen. Vraag naar de betekenis van de volgende zinnetjes: Dat heb ik al een miljoen keer gezegd. Hier wordt met miljoenen gesmeten. In dat koffertje zit de miljoenennota. Is dat een duizendpoot of een miljoenpoot? Rekenwoorden Miljoen Lastige woorden N.v.t

6 6 Blok 4 Les en 2 Lesverloop van les C C2 C3 C4 Hoeveel is miljoen? Grote getallen Start met een gesprek over miljoen. Vraag wat de leerlingen zich hierbij voorstellen. Hoe lang tel je tot miljoen? Stel: je telt één tel per seconde (wat overigens bij grote getallen niet meer lukt). Dat is 3600 in één uur, dat is = per dag en dat is elf en een halve dag (zonder slapen). Bekijk het plaatje en bespreek het voorbeeld van miljoen mensen op een kluitje. Waar kunnen die staan? Op één voetbalveld? Teken op de vloer een vierkant van m 2. Laat daar zoveel mogelijk leerlingen in staan. Ga uit van twintig leerlingen en maak samen de volgende berekening: 20 op m 2 = 00 op 5 m 2 = miljoen op m 2. Vraag hoeveel hectare dat is. (5 hectare) Vertel dat een voetbalveld ongeveer 00 m 70 m = 7000 m 2 = 0,7 hectare is. Met een looprand eromheen is het ongeveer hectare. Hoeveel voetbalvelden dus? (5) Bespreek ook de andere voorbeelden. Waar keken die zeven miljoen mensen naar het voetbal? (Niet in een stadion, maar voor de televisie.) Wijs ten slotte op het feit dat miljoen ook weleens gewoon veel betekent. Er is een Amerikaans liedje dat heet: Ik heb 20 miljoen dingen te doen. Spreek de getallen uit. Grote getallen Laat de leerlingen deze getallen uitspreken. Wijs op de spatie in het getal na drie cijfers in de eerste drie rijtjes. Waarom? (Het geeft de overgang naar tienduizendtallen aan.) Bekijk hierna de laatste rij. Waarom zijn hier twee spaties? (Overgang van honderdduizendtallen naar miljoen.) Vul aan tot miljoen. Grote getallen Laat de leerlingen deze opdracht zelfstandig maken en bespreek daarna de eventuele problemen. Waarschijnlijk zitten de problemen in de laatste sommen van rijtje c en d. Reken om. Grote getallen Vergelijk de mm 2 -maat met concrete oppervlakken. Leg hiervoor in de klas m 2 vol met kranten of vellen papier. Vraag hoeveel mm 2 dit zijn. ( miljoen) Teken op het schoolplein een vierkant van 0 bij 0 m = 00 m 2. Hoeveel cm 2 zijn dit? ( miljoen) Kom even terug op de grootte van het voetbalveld (opgave : hectare) Vergelijk dat veld met een stuk land van km lang en km breed = km 2 = 00 ha. Hoeveel voetbalvelden zijn dat? (00) Vertel de leerlingen ten slotte dat de oppervlakte van Nederland km 2 is. Bekijk dan deze opgave en geef aan dat hoe kleiner de maat is, hoe groter de getallen worden.

7 Alles telt Handleiding 7 7 Aandachtspunten bij les 2 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 3 Laat eerst het volgende tien- of honderdduizendtal opschrijven en daarna aanvullen. 2 Wijs op de samenhang tussen de subopgaven a, b en c. 3 Laat bij a en b aanvullen of terugtellen tot 0. 4 Stimuleer de leerlingen om bij c ook een verhoudingstabel te gebruiken: afstand 90 km 360 km 40 km tijd 2 4 uur 9 uur uur werkschrift blz. 32 Geef aan dat bij a en b de indeling per is en bij c per Laat goed naar de waarde van de streepjes kijken. 3 Vraag de leerlingen wat er steeds overblijft. ( ) 3 4 Laat eventueel de komma weghalen, dan is het vergelijkbaar met sprongen van 25. Observatie en extra hulp Simpelweg tellen kan het inzicht vergroten. Tel eens met de leerlingen rond de miljoen. Eerst vooruit vanaf miljoen en daarna achteruit vanaf miljoen. Dit is ook een goede oefening voor de uitspraak van grote getallen. Stap even uit de les Hartslag Laat de leerlingen bij elkaar de hartslag meten. Doe dat door twee vingers op de pols onder de duim te leggen. Hoeveel slagen per minuut? Bereken het gemiddelde. Dat zal ongeveer 75 zijn. Hoe ouder je wordt, hoe langzamer het hart gaat slaan. Welke hartslag heb ik, denken jullie? maatschrift blz. 32 en 33 Hier wordt alleen het begrip miljoen verkend. Rekenen met miljoenen hoort niet tot de basisstof voor maatschriftleerlingen. De vraag: Hoeveel is miljoen? is retorisch bedoeld. Bespreek rijtje b. Het geeft ons tientallige systeem mooi weer. 2 Besteed aandacht aan de uitspraak van getallen. 50 wordt ook als eenduizend vijfhonderdeen uitgesproken. 3 Bespreek de veelgemaakte fout: = 000. Vanaf 800 wordt zo vaak eerst aangevuld tot 000 en dan nog 50 erbij. Laat dit goed zien op de getallenlijn. 4 Adviseer eerst het grote geld te tellen en dan steeds lager. 5 Laat de leerlingen goed naar de getallen en bewerkingen kijken. Zien ze verbanden? 6 Laat de leerlingen eerst vaststellen wat elk streepje aangeeft. 7 Wijs erop hoe handig het is met de tabel te rekenen. (Bij a: = 25l, dus ook = 350 km.) 8 Laat de leerlingen de getallen ook uitspreken en wijs op de opbouw van de getallen. Afronding Bespreek leerlingenboek opgave 2. Vraag naar de regel van de nullen. Controleer samen de antwoorden in het werkschrift van opgave en laat die tegelijkertijd uitspreken. Laat bij opgave 2 de sprongen verwoorden en vraag bij opgave 4 nog een paar keer verder te tellen met 0,25. Kijk bij maatschrift opgave of de opbouw van de getallen is begrepen. Met MAB-materiaal is b goed zichtbaar te maken. Herhaal bij opgave 2 nog even de uitspraak en laat van 2b de bijbehorende getallen opschrijven. Vraag ten slotte bij opgave 7 of het een zuinige auto is. Wat is het benzineverbruik van een niet-zuinige auto?

8 8 blok 4 les 3 en 4 Leerlijn Cijferend vermenigvuldigen Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Cijferend vermenigvuldigen onder elkaar op de kortste manier Cijferend vermenigvuldigen vanuit context Cijferend vermenigvuldigen in rekendriehoeken Oefenen Percentages berekenen Snelheidsgrafi ek lezen en tekenen Maatschrift Nieuwe stof Cijferend vermenigvuldigen onder elkaar zonder hulpsommen Cijferend vermenigvuldigen vanuit context Vermenigvuldigen met familiesommen Oefenen Breuken in breukencirkels kleuren Digitale kloktijden omzetten in analoge tijden Weetvragen over kalendertijd Lengtematen herleiden Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 4 en 5 Werkschrift 7 blz. 33 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 34 en 35 Plusschrift 7 blok 4 Kopieerblad 7.35 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Breuken en procenten Schrijf de rij breuken en de rij procenten op het bord. Welke breuk hoort bij welk percentage?,, 2, 2, 3, 3, %, 75%, 60%, 50%, 80%, 40%, 67% ( 2 = 50%, 5 = 20%, 2 3 = 67%, 2 5 = 40%, 3 5 = 60%, 3 4 = 75%, 4 2 Breuken 5 = 80%) Noem vijf breuken die liggen tussen 3 en 0. (Bijvoorbeeld 4, 5, 6, 7, Noem drie breuken die liggen tussen 4 en 3 4. (Bijvoorbeeld 3 8, 4 8, 5 Noem twee breuken die liggen tussen 3 en 2. (Bijvoorbeeld 2 2, 3 3 Getalbegrip Wat is de 7 waard in de volgende getallen? 7 ( 7) 0,7 ( 7 ) 0 ) 0 ) (7000) 0,70 ( (7000 en 7) 0,07 ( 7 Maatschrift Aanvullen tot 50 en 00 Noem de volgende getallen een voor een. Vraag welk getal erbij moet worden opgeteld om op 50 uit te komen. Doe het daarna nog een keer met aanvullen tot , 42, 37, 34, 29, 23, 8, 2, 9, 3. (, 8, 3, 6, 2, 27, 32, 38, 4, 47 bij aanvullen tot 50) (5, 58, 63, 66, 7, 77, 82, 88, 9, 97 bij aanvullen tot 00) 2 Meten Laat de leerlingen de hoogte van de volgende mensen en dingen schatten. Bekijk wat als referentiepunt wordt gebruikt en in welke maateenheid ze werken. De juf/meester. Het bord. Het plafond. Een boom bij de school. De school. Een toren. 2.) 8.) 8.) 3 Tellen met sprongen Tel verder met sprongen van 50 vanaf ( , ) Tel verder met sprongen van 25 vanaf ( ) Tel verder met sprongen van 75 vanaf 000. ( )

9 Alles telt Handleiding 7 9 Waar gaat deze les over? In deze les wordt de laatste stap in het verkorten van het cijferend vermenigvuldigen gemaakt. De uitkomsten van de vermenigvuldigingen worden niet meer ieder afzonderlijk opgeschreven. De leerlingen leren voor een deel te onthouden door het tiental of het honderdtal erboven te schrijven. De leerlingen worden gestimuleerd om het antwoord van tevoren in te schatten. Taal en rekenen Taaltip In het maatschrift bij opgave 7 staat een aantal lastige woorden, die misschien niet allemaal duidelijk zijn. Bespreek deze van tevoren of bij het bespreken van die opgave. Laat de leerlingen die woorden aan elkaar uitleggen. Rekenwoorden N.v.t. Lastige woorden Per stuk Rekenverhaaltje Werkdag Kwartaal Schrikkeljaar Etmaal

10 0 Blok 4 Les 3 en 4 Lesverloop van les 3 C C2 C3 Voor hoeveel euro is er ongeveer verkocht? Cijferend vermenigvuldigen op de kortste manier Zet de som op beide manieren (zoals in het leerlingenboek) op het bord. Laat zien dat de nieuwe manier niet zoveel anders is dan de vorige. Wijs op de 200 en 35 die apart staan en vertel dat het in de tweede som 235 is geworden. De 20 en 200 zijn nu samen 40 in de rechtersom. Maak de rechtervermenigvuldiging hierna opnieuw stap voor stap. 5 x 7 is 35, 5 opschrijven en de 3 tientallen onthouden, die worden met een kleine 3 boven de tientallenkolom opgeschreven. Dan komt 5 x 4 tientallen is 20 tientallen, plus de 3 van net. Dat is dus 23 tientallen. De 23 (drie tientallen en twee honderdtallen) schrijven we voor de 5. Vraag wat 5 4 eigenlijk is. (5 40) En wat is 23? (230) Vraag wat nu nog uitgerekend moet worden. (30 47). Leg uit dat: omdat het 30 7 is, de 0 van het tiental (30) vast wordt opgeschreven. Schrijf de 0 onder de 5. Er kan nu verder gerekend worden met 3: 3 7 = 2. Wat is die 2 eigenlijk? (20), dus de wordt opgeschreven onder de tientallen en de twee honderdtallen worden weer onthouden. 3 4 = 2, samen met de 2 van net wordt dat 4. Vraag weer: Wat is die 4 eigenlijk? ( de twee honderdtallen = 400) Schrijf de 4 onder de 2 en zet de ervoor. Tel ten slotte de twee antwoorden bij elkaar op. Reken uit op de kortste manier. Cijferend vermenigvuldigen op de kortste manier Laat nog enkele leerlingen een som van deze opgave op de nieuwe manier op het bord voordoen en verwoorden. Vervolgens passen de leerlingen zelf het geleerde van opgave toe. Wijs erop dat van tevoren schatten fouten helpt opsporen. Bespreek na afloop een aantal sommen. Hoeveel blokjes? Cijferend vermenigvuldigen op de kortste manier Vertel dat, ook al zijn de blokjes te tellen, het hier gaat om de vermenigvuldiging. Welke? ( 2 6) Vraag hoe dat in één keer kan. (66 2 of 72 ) Laat de leerlingen zelf de som uitrekenen. Vraag vervolgens wie ook de inhoud van de doos op een korte manier kan uitrekenen. Laat verwoorden hoe het kan en bespreek de mogelijkheden. (Er kan ook uit het hoofd worden gerekend:4 5 = 7 30 = 20. Blijft over de vermenigvuldiging 6 20 die eveneens uit het hoofd kan worden uitgerekend = = = 3360)

11 Alles telt Handleiding 7 Aandachtspunten bij les 4 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 5 Een aantal sommen kan uit het hoofd worden gecontroleerd. Laat bij de moeilijker sommen eerst schatten. 2 Wijs er bij d op dat de benodigde gegevens bij de afbeelding staan. 3 Laat van de procenten eerst breuken maken. (Bijvoorbeeld: 5% = 20% = 5 en 25% = 4 ) 4 Wijs erop dat bij c naar van de 00 moet worden omgerekend. 5 De auto in de grafi ek is alleen maar een visueel grapje. De leerlingen moeten hieruit niet de conclusie trekken dat de auto op een helling rijdt. De grafi ek is niet echt nodig. In principe kan alles uit het eerste antwoord worden afgeleid. werkschrift blz. 33 Geef de leerlingen het advies eerst te schatten. De eerste som kan ook uit het hoofd. 2 Laat hier de keersommen ook zo kort mogelijk onder elkaar vermenigvuldigen. 3 Geef aan dat hoe hoger de snelheid is, hoe steiler de grafi ek wordt. maatschrift blz. 34 en 35 Dit zijn geen nieuwe stappen voor de maatschriftleerlingen. Zonder hulpsom rekenen mag natuurlijk. Maar laat, om te zien of het goed gaat en als korte herhaling, de leerlingen de hulpsommen nog even opschrijven op het kladblaadje. 2 Stimuleer de leerlingen om zonder hulpsommen te rekenen. Laat hen kopieerblad 7.35 gebruiken als het echt niet zonder gaat. 3 Bekijk of de leerlingen de juiste som kunnen vinden en kunnen uitrekenen. (Vijf werkdagen per week, dus ) 4 Wijs op het gebruikmaken van de familiesom. 3 5 Let bij b op het vereenvoudigen: = Controleer of de leerlingen nog moeite hebben met de 0 bij Bespreek alle begrippen rond de kalender. 8 Wijs de leerlingen zonodig op het denkwolkje. 20, Observatie en extra hulp Kijk of de maatschriftleerlingen opgave en 2 uit het maatschrift zonder hulpsommen kunnen maken. Zo niet, help ze dan door de vermenigvuldigingen hardop te laten zeggen en het antwoord te noteren: 8 2 = 6, 8 0 = 80, 8 00 = 800, enzovoort. Stap even uit de les Zout Zout is in zekere mate giftig en bij overmatig gebruik slecht voor de gezondheid. Schrijf de volgende gegevens op het bord en laat de leerlingen die overnemen: glas melk bevat 50 mg zout boterham bevat 500 mg zout portie patat bevat 00 mg zout kop soep 500 mg zout liter water 50 mg zout plak Goudse kaas 500 mg zout plak Maasdammer kaas 300 mg zout plak bacon 600 mg zout plak rookvlees 500 mg zout theelepel zout 2000 mg zout Laat de leerlingen een menuutje samenstellen en berekenen hoeveel zout ze per dag binnen krijgen. Vertel daarna dat voedingsdeskundigen zeggen dat 3000 mg per dag al te veel is. Wedden dat bijna de hele klas daarboven zit? Afronding Bespreek nog eens beide grafi eken. Eerst die van leerlingenboek opgave 5. Wie heeft de grafi ek helemaal niet gebruikt? Hoe reken je dan? Daarna die in het werkschrift opgave 3. Hoe steil kan de lijn in zo n grafi ek eigenlijk wel zijn? Hoe ziet die lijn eruit voor een jumbojet? (930 km/u) En voor een ruimteschip? ( km/u) Bekijk bij maatschrift opgave of de leerlingen de som goed hebben genoteerd. Vraag of ze nog weten dat de som 2 8 (namelijk: 2 cd s van 8) als 8 2 genoteerd mag worden, omdat dat gemakkelijker rekent. Bespreek ten slotte opgave 7. Hebben de leerlingen alle begrippen rond de kalender goed begrepen?

12 2 blok 4 les 5 herhalen en oefenen Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Cijferend vermenigvuldigen Leerdoelen Nieuwe stof Tellen met sprongen bij getallen tot miljoen Getallen tot de miljoen op de getallenlijn Grote getallen in woorden schrijven Cijferend vermenigvuldigen onder elkaar op de kortste manier Oefenen Vermenigvuldigen met ronde getallen Tijden op drie manieren schrijven Tijdsduur berekenen Het middengetal vinden Nieuwe stof Het middengetal vinden Grote getallen lezen en aanduiden Vermenigvuldigen onder elkaar zonder hulpsommen Vermenigvuldiging halen uit context Oefenen Vermenigvuldigen met 0 en 00 Breuken koppelen aan procenten Benzineverbruik berekenen in verhoudingstabel Verder tellen en terug tellen met sprongen van 00 Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 6 en 7 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 36 en 37 Plusschrift 7 blok 4 Kopieerblad 7.35 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Getalbegrip Schrijf de volgende getallen onder elkaar op het bord en laat de leerlingen die uitspreken. Zorg ervoor dat de eenheden recht onder elkaar staan, evenals de tientallen, enzovoort. 254, 2453, , , Noem de volgende getallen hardop en laat de leerlingen die opschrijven. 375, 3754, , , , , 53 20, 320, 20, , 54 32, 432, 32, 2 Optellen en aftrekken = (30) = (888) = (30) = (666) = (90) = (555) = (70) = (777) = (54) = (89) = (6) = (98) = (20) = ( ) = (24) = () 3 Sliertsommen 0 85 = ( 850) 80 8,5 = (680) = (700) 40 8,5 = (340) = (3400) 20 7 = (340) = (6800) 0 34 = (340) Maatschrift Sliertsommen 3 = ( 3) 00 6 = (600) 0 3 = ( 30) 50 2 = (600) 00 3 = (300) = (600) = (600) 2,5 48 = (600) facultatief 2 Tafelsommen Geef de volgende sommen mondeling. De leerlingen kunnen mondeling antwoorden of de sommen opschrijven. De tweede mogelijkheid geeft meer bedenktijd, maar ook meer zekerheid. Houd het tempo in de gaten, want deze sommen zouden geautomatiseerd moeten zijn. 6 5 = (30) 5 8 = (40) 8 4 = (32) 6 7 = (42) 5 7 = (35) 9 5 = (45) 4 9 = (36) 5 9 = (45) 9 4 = (36) 7 7 = (49)

13 Alles telt Handleiding 7 3 Aandachtspunten bij les 5 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. 6 en 7 Laat de leerlingen goed kijken naar de laatste twee cijfers. 2 Geef de tip eerst de grote sprong te bepalen en die dan te halveren.de uitkomst tel je bij het eerste getal op. 3 Wijs erop dat de spaties kunnen helpen, omdat die laten zien hoe het getal in elkaar zit. 4 Stimuleer een aantal sommen uit het hoofd te controleren en de moeilijkere eerst te schatten. 5 Wijs op het tellen van de nullen, maar pas op bij de laatste sommen van rijtje c. 6 Omdat je niet kunt zien welke tijd van de dag het is, zijn er twee digitale tijden. 7 Pas op bij overschrijding van het hele uur. 8 Als de leerlingen het niet meteen zien, zijn er twee manieren om dit uit te rekenen. De eerste manier is dezelfde als bij opgave 2. De tweede is het gemiddelde bepalen: tel de twee getallen op en deel de uitkomst door 2. maatschrift blz. 36 en 37 Als de leerlingen het niet meteen zien, zijn er twee manieren om dit uit te rekenen. De eerste manier is: eerst de grote sprong bepalen en die dan halveren. De uitkomst optellen bij het eerste getal. De tweede manier is: de twee getallen optellen en de uitkomst door 2 delen. 2 Laat de leerlingen de getallen eerst uitspreken en dan vergelijken. 3 Stimuleer het rekenen zonder hulpsommen. Als dat echt niet gaat, laat dan het kopieerblad 7.39 (oud) gebruiken. Kijk of alles goed onder elkaar wordt gezet. 4 Let ook hier op het goed noteren van de som op een blaadje. Laat als dat niet lukt, het kopieerblad 7.35 gebruiken. 5 Wijs erop gebruik te maken van het verband tussen de sommen. 6 Nieuwe prijs is 75% is in feite hetzelfde als 25% korting. Idem met 4 deel prijsverlaging en je betaalt nu 3 4 deel. Dus u mag het goed rekenen als leerlingen die combinaties maken, of ze zelfs alle vier dezelfde kleur geven. 7 Laat voor de laatste berekening het resultaat van 5 en 40 samennemen. 8 Wijs op de overgang bij het duizendtal. Laat de getallen uitspreken. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 28 < Opgave 2 4 < Opgave 3 8 < Opgave 4 6 < - 6 Opgave 5 2 < Opgave 6 5 < Opgave 7 5 < Opgave 8 2 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 4 < Opgave 2 4 < Opgave 3 4 < Opgave 4 2 < - 2 Opgave 5 6 < - 6 Opgave 6 5 < Opgave 7 6 < Opgave 8 26 <

14 4 blok 4 les 6 en 7 Leerlijn Breuken Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Breuken vergelijken met behulp van verschillende modellen Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken Breuken plaatsen op de getallenlijn Breukentaal Oefenen Breuken en procenten vergelijken Percentages vergelijken in cirkeldiagram Halveren van grote getallen in een rij Nieuwe stof Gelijknamige breuken optellen Rekenen met breuken in maatbekers Ongelijknamige breuken ordenen en dezelfde breuken kleuren in rechthoeken Kommagetallen en breuken vergelijken in geldcontext Oefenen Cijferend optellen en aftrekken zonder hulpsommen Rekenen in een carrousel Handig vermenigvuldigen Het middengetal bepalen Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 8 en 9 Werkschrift 7 blz. 34 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 38 en 39 Plusschrift 7 blok 4 Kopieerbladen 7.3 en 7.32 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Rekenmachine Laat eerst schatten en dan uitrekenen op de rekenmachine = ( 330) = ( 4228) 3 9 = ( 547) 7 62 = (43 452) = ( 722) = (7 639) = ( 704) 4 3 = (2 75) 38 : 2 = (90,5 ) 376 : 6 = ( 62,67 ) 662 : 3 = (220,67) 88 : 8 = (0,25) 56 : 4 = (390,25) 750 : 7 = (07,4 ) 826 : 5 = (65,2 ) 36 : 9 = ( 40, ) 2 Springen Schrijf de volgende reeksen op het bord en laat die met vijf getallen aanvullen (Steeds 0 erbij: ) (Steeds door 2 delen: ) (Steeds 0 eraf: ) (Steeds 5 eraf: ) (Steeds 2 keer: ) 3 Getalbegrip Wat is de 8 waard in de volgende getallen? 8 (8) ( en 8000 en 80) 8 (80) 0,8 ( 8 ) 0 ) 0 ) (800 en 80) 0,80 ( (8000 en 8) 0,08 ( 8 Maatschrift Tellen met sprongen Tel terug met sprongen van 50 vanaf ( ) Tel terug met sprongen van 25 vanaf ( ) Tel terug met sprongen van 75 vanaf 750. ( ) 2 Eerlijk verdelen Verdeel 62 eerlijk over drie personen ( 54). Doe dat ook met 92 ( 64). Verdeel 256 eerlijk over vier personen ( 64). Doe dat ook met 420 ( 05). Verdeel 625 eerlijk over vijf personen ( 25). Doe dat ook met 270 ( 54).

15 Alles telt Handleiding 7 5 Waar gaat deze les over? In deze les komen de breuken opnieuw aan de orde. Verschillende modellen zoals het strokenmodel (in de vorm van spaarbuizen), het cirkelmodel (in de vorm van pizza s) en het rechthoekmodel (in de vorm van plakken chocola) worden gebruikt. Met deze modellen als hulpmiddel gaan de leerlingen breuken vergelijken, breuken gelijknamig maken en breuken optellen en aftrekken. Verder worden alle termen die bij breuken gebruikt worden nog eens opgefrist. Taal en rekenen Taaltip In deze les komt een aantal termen voor die bij breuken worden gebruikt. Laat de leerlingen voor de kinderen die volgend jaar in groep 7 zitten een poster maken waarin voor hen duidelijk wordt wat de hieronder genoemde rekenwoorden betekenen. Ze moeten hierbij wel de bekende modellen gebruiken. Rekenwoorden Teller Noemer Hele Deler Vereenvoudigen Gelijknamig maken Lastige woorden Carrousel

16 6 Blok 4 Les 6 en 7 Lesverloop van les 6 C C2 C3 C4 Welk deel van elke spaarbuis is gevuld? Breuken vergelijken, optellen en aftrekken Bekijk samen de spaarbuizen met munten. Vraag wat de verdelingen aangeven. (diverse breuken) In hoeveel delen is de eerste spaarbuis bij a verdeeld? En de tweede? Bespreek in hoeveel delen beide spaarbuizen verdeeld zouden moeten worden om het verschil te zien. (6) Hoeveel zesde is? ( 3 ) En? ( ) Schrijf de bijbehorende som op het bord: = 3 2 = Benadruk dat bij het optellen en aftrekken de noemer van de breuk hetzelfde moet zijn. Vraag eventueel nog hoe vaak het verschil in de eerste buis zou passen. (6 ) Het hoeveelste deel is het verschil dan? ( 6 ) Laat hierna de twee breuken bij elkaar optellen. Schrijf ook deze som op het bord: + = = Ga vervolgens op een vergelijkbare manier verder met opgave b, c en d. Laat de leerlingen steeds verwoorden wat er gebeurt. Bespreek bij het optellen van de twee spaarbuizen bij b het eruithalen van de helen. ( 9 = ) 8 8 Wie krijgt het grootste stuk van de pizza? Breuken vergelijken, optellen en aftrekken Bespreek eerst de vragen boven deze opgave. Het gaat om het beantwoorden van deze drie vragen in vier opgaven. De breuk is steeds een deel van het geheel. Bij alle opgaven zijn de antwoorden gemakkelijk uit de tekening af te lezen. Laat daarom de leerlingen om de beurt de vragen van alle opgaven als volgt beantwoorden: Wie krijgt het grootste stuk bij a? (Niels) Hoeveel is het groter? ( 8 ) Welke som hoort erbij? ( ( minder dan een hele? (minder) Hoe weet je dat? ( gelijkwaardigheid van de sommen als en Reken uit. = ) = 4 8 ) Zijn de stukken samen meer of ), enzovoort. Bekijk ten slotte de Breuken optellen en aftrekken Laat deze opgave eerst zelfstandig maken. Bespreek daarna de verschillende oplossingen. Wie heeft nog cirkels getekend? Zijn er leerlingen die + = hebben uitgerekend? Vertel dat het wel goed is, maar dat het eenvoudiger kan. Wat is meer? Breuken vergelijken Beantwoord ook deze vragen klassikaal. Besluit met de laatste conflictsituatie: Kan dat wel, wat Sharon en Daniël willen? (Nee, want het zijn twee breuken die samen meer dan een hele zijn.)

17 Alles telt Handleiding 7 7 Aandachtspunten bij les 7 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 9 Laat de leerlingen iedere som noteren en stimuleer hen om bij het optellen en aftrekken de noemer zo klein mogelijk te houden. 2 Bekijk of het gelijknamig maken nu bijna ongemerkt gaat. 3 Laat de leerlingen eerst de bedragen berekenen en daarna vergelijken. 4 Wijs erop eerst de waarde van elk streepje te bepalen in het cirkeldiagram. werkschrift blz. 34 Wijs erop bij het aftrekken de grootste breuk voorop te zetten. 2 Laat de leerlingen de breuken ook vereenvoudigen. 3 Dit is een begrippentest over de bij breuken gangbare termen. 4 Stimuleer de leerlingen om tussenstanden op te schrijven. Niet alles hoeft uit het hoofd (024 wordt = 52). Wat is de helft van 6 06? (Geen 808, dat is een bekende fout!) maatschrift blz. 38 en 39 De pizza s bieden visuele steun. Bij de tweede pizza kan natuurlijk ook. 2 Controleer of de leerlingen de maatverdeling kunnen aflezen en vervolgens het deel van het aantal kunnen nemen. Het gaat erom hoe vol de kannen nog zijn. 3 Bekijk of de leerlingen begrijpen en zien waarom 3 deel groter is dan. 6 4 Laat de breuken omrekenen in kommagetallen (een kwart euro = 0,25). 5 Stimuleer de leerlingen om zonder hulpsommen te rekenen en let op het rekenen met tekorten. Als het echt niet lukt, laat dan de sommen op kopieerbladen 7.3 en 7.32 maken. 6 Besteed even aandacht aan deze oefenvorm. Vraag aan de leerlingen of ze weten wat een carrousel is. 7 Wijs de leerlingen op het verband tussen de sommen. 8 Laat de leerlingen voor de oplossing naar de laatste twee cijfers kijken. Afronding Bespreek alle zestien termen bij opgave 3 in het werkschrift. Laat bij iedere term een voorbeeld geven. Laat bij opgave 4 nog een paar keer verder halveren (bij reeks c maar één keer). Ga bij maatschrift opgave 2 in op het aanvullen tot een hele (complement). Als de bak voor 3 4 deel vol is, dan is er 4 deel uit. Bespreek bij opgave 3 de begrippen teller en noemer. De noemer geeft aan in hoeveel stukken er verdeeld is. De teller hoeveel stukjes er zijn. Delen in drieën geeft grotere stukken dan delen in vieren. Bekijk de rechthoeken als een reep van dertig stukjes: verdeel met z n drieën of met z n tweeën, wanneer krijg je meer stukjes chocolade? Observatie en extra hulp Leerlingen die nog moeite hebben met het gelijknamig maken van ongelijknamige breuken kunt u helpen door een aantal eenvoudige vergelijkingen te laten maken, zoals in werkschrift opgave. Laat ze steeds verwoorden wat er gebeurt, welke verdeling het is en hoe je het verschil benoemt. Doe daarna hetzelfde nog eens met het cirkelmodel. Laat de leerlingen dan kiezen met welk model ze het liefst werken. Stap even uit de les Graankorrels op het schaakbord () Teken op het bord een schaakbord (8 8 hokjes). De opdracht is om op het eerste veld één korrel te leggen en dan op het volgende het dubbele. Als je zo het hele bord vol legt, hoeveel korrels zijn dat dan? Schrijf wat schattingen op. Werk nu uit. Schematisch: Laat zo doorgaan tot 024 graankorrels op het elfde vak. Om wat sneller te werken, gaan we dit afronden op 000 en gaan dan weer verder: Bij het 2e vak is het miljoen overschreden en ronden we weer af op miljoen. Volgende keer verder Laat de leerlingen hun aantekeningen bewaren.

18 8 blok 4 les 8 en 9 Leerlijn Tabellen en grafi eken Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Temperatuur aflezen op lijn- en staafgrafi eken en invullen in tabel Temperatuur aflezen op thermometers Temperatuurverschillen berekenen uit tabel Temperatuurrecords Temperatuurgrafi eken tekenen Oefenen Handig rekenen met breuken Gewichten en inhouden vergelijken Geldbedragen afronden en wisselgeld berekenen Nieuwe stof Temperatuur aflezen van staafgrafi ek en invullen in tabel Staafgrafi ek tekenen Verschil tussen maximum- en minimumtemperatuur berekenen Handig rekenen met kommagetallen 35,2 + 64,88 = (00) 28,2 28,2 = (00) 47, ,43 = (200) 256,43 56,43 = (200) 34, ,0 = (300) 645,9 5,9 = (640) 333, ,67 = (400) 999,99 99,99 = (900) 2 Breuken Laat de leerlingen sommen maken met als uitkomst 2, 3, 4, Idem met 2 3, 3 4, 3 5, 5 6. Idem met 2, 2 2 3, 3 5, 3 3 Breuken, kommagetallen en procenten Wat hoort bij elkaar? Bijvoorbeeld: 3 5 = 0,6 = 60%, 3, 4, 2, 3, 6, ,75, 0,6, 0,9, 0,5, 0,86,,67, 0,8 60%, 86%, 75%, 90%, 50%, 80% 67% ( 2 = 0,5 = 50%) ( 3 4 0,9 = 90%) ( 2 3 Maatschrift 6. = 0,75 = 75%) ( 6 7 =,67 = 67%) 4 9 = 0,86 = 86%) ( 5 = 0,8 = 80%) ( = 0 5. Oefenen Breuken inkleuren in rechthoek, ruit en cirkel Optellen en aftrekken van geldbedragen Handig vermenigvuldigen Tellen met sprongen van 500 Handig vermenigvuldigen 2 25 = (300) 6 75 = (200) 4 50 = (200) = (800) Bespreek de methode halveren/verdubbelen. 9 4 = (26) 9 30 = (570) = (60) 99 4 = (386) Bespreek het belang van vermenigvuldigen met mooie getallen. Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 0 en Werkschrift 7 blz. 35 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 40 en 4 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Kwik- of alcoholthermometer Digitale thermometer Kalender 2 Getalbegrip Wat is de 3 waard in deze getallen? En de? 3 (drie) (tien) 3 (dertig) (een) 306 (drieduizend) (honderd) 360 (driehonderd) (duizend) 063 (drie) (duizend) (driehonderd) (tienduizend) (drieduizend) (een) (dertigduizend) (tien) 3 Handig optellen en aftrekken = (00) 35 8 = ( 7) (Hetzelfde als ) = (80) = (8) (Hetzelfde als ) = (200) = (27) (Hetzelfde als ) = (20) = ( 26) (Hetzelfde als ) = (300) = (59) (Hetzelfde als )

19 Alles telt Handleiding 7 9 Waar gaat deze les over? Deze les gaat over een belangrijk onderdeel van het weer, namelijk de temperatuur. De leerlingen gaan het temperatuurverloop op een dag bekijken, de maximum- en minimumtemperaturen, ook onder 0, op analoge en digitale thermometers aflezen en het verschil tussen binnen- en buitentemperatuur berekenen. Ook komen temperatuurrecords aan de orde. De temperatuurgegevens zijn verwerkt in tabellen en lijn- en staafgrafi eken. Taal en rekenen Taaltip Bespreek de relatieve begrippen maximum en minimum. Bij opgave 2a in les 8 van het leerlingenboek is de maximumtemperatuur 0 ºC terwijl die bij opgave 4 33,9 ºC is. Vertel dat dit nog niets is vergeleken met de temperatuur aan de oppervlakte van de zon (ongeveer 5500 ºC) en die in de kern van de zon (ongeveer 5 miljoen ºC). 'Maximum' en 'minimum' zijn dus meestal relatief, maar er bestaat wel een absolute minimumtemperatuur. Die is vastgesteld op 273 ºC. Kouder kan het dus niet worden. Ga vervolgens na of de leerlingen de lastige woorden uit het krantenbericht van leerlingenboek 8a opgave 4 en van leerlingenboek les 0 opgave 5 goed begrijpen. Rekenwoorden Maximum Minimum Lastige woorden Zeldzaam warm We beleefden een zeer warme dag De afgelopen honderd jaar Rundertartaar Mango Loempia Schnitzel

20 20 Blok 4 Les 8 en 9 Lesverloop van les 8 C C2 C3 C4 Vergelijk de grafieken. Lijn- en staafgrafi eken Vraag de leerlingen de lijngrafi ek en de staafgrafi ek te bekijken. Welke grafi ek is het handigst in dit geval? (De lijngrafi ek is het handigst.) Waarom? (Omdat de temperatuur geleidelijk verloopt en niet per uur bloksgewijs verspringt.) Bespreek samen de verschillen. Op welke tijdstippen is de temperatuur gemeten? (Op de hele uren van tot 6.00 uur.) Is er op de lijngrafi ek op de halve uren een andere temperatuur af te lezen dan op de hele uren? (ja) En bij de staafgrafi ek? (nee) Bij staafgrafi eken gaat het meestal om aantallen die op zichzelf staan en bij een lijngrafi ek is ook het verloop te zien. Wanneer was de temperatuur het hoogst? (3.00 uur) Waar zou dat mee te maken kunnen hebben? (Met de hoogste stand van de zon.) Kun je ook zien of deze temperatuur in de zomer of in de winter opgenomen is? (Ja, de temperatuur is niet in de zomer opgenomen.) Wat gebeurt er na 6.00 uur? (De temperatuur zakt waarschijnlijk onder 0 C.) Wat betekent dat? (Dat betekent dat het gaat vriezen.) Hoe schrijf je dat op? (Met een minteken: C, 2 C, 3 C). Vraag ten slotte wat die C betekent. (Celsius, naar de Zweedse astronoom Anders Celsius, ) Vertel dat in Engelstalige landen zoals de Verenigde Staten een andere schaal gebruikt wordt, namelijk Fahrenheit, naar de Duitse natuurkundige Gabriel Fahrenheit, ). Bekijk de thermometers. Meten, temperatuur Bespreek eerst de verschillen tussen de digitale en de kwik- of alcoholthermometer. Op welke thermometer kun je de temperatuur het beste afl ezen? (Op de digitale thermometer.) Ga vervolgens in op vraag a, het temperatuurverschil. Vraag de leerlingen hoeveel het verschil is en laat verwoorden hoe ze gerekend hebben. Hoe groot is het verschil tussen de temperatuur binnen en buiten? Meten, temperatuur Laat de leerlingen deze opgave zelfstandig maken en bespreek daarna eventuele problemen. Vraag hoe het aftrekken met 3,0 is opgelost. Lees dit krantenbericht. Meten, temperatuur Bespreek het krantenbericht en laat de leerlingen de genoemde temperaturen aanwijzen op een thermometer. Waar is een temperatuur van 38,6 C normaal? (In subtropische landen, zoals Spanje, Turkije, Marokko.) En waar is een temperatuur van 27,4 C normaal in de winter? (In noordelijke landen, zoals Noorwegen, Canada en Siberië.) Wat is het temperatuurverschil? (66 C)

21 Alles telt Handleiding 7 2 Aandachtspunten bij les 9 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. Geef voor het antwoord op vraag c een kalender als hulp (om het weeknummer te kunnen opzoeken). 2 Stimuleer de leerlingen om de meeste sommen uit het hoofd uit te rekenen. 3 Laat de leerlingen van de breuken een kommagetal maken. werkschrift blz. 35 Bekijk of de laatste vraag (c) duidelijk is. 2 Controleer of de leerlingen geen moeite hebben met de negatieve getallen. 3 Wijs er bij en en f op pas af te ronden na het vermenigvuldigen. Zet eventueel de afrondregels op het bord. Weten de leerlingen hoe je bewerkingen als bij e en f in één keer op de rekenmachine kunt uitvoeren? maatschrift blz. 40 en 4 Controleer of de leerlingen weten wat het betekent als de temperatuur lager dan nul is. Vraag wat de temperatuur om uur is. ( 5 ºC) 2 Geef aan dat bij 5 ºC, 3 ºC en 7 ºC de hoogte van de staven precies tussen twee streepjes komt te staan. 3 De temperatuur moet vaak geschat worden, daarom zijn verschillende antwoorden mogelijk. 4 De delen kunnen op verschillende plekken worden ingekleurd en de vorm kan anders zijn. 5 Bekijk of de leerlingen ontdekken dat bij optellen alle antwoorden 20 hoger worden en bij aftrekken het verschil gelijk blijft. 6 Geef aan dat er op verschillende manieren handig gerekend kan worden: verdubbelen, samennemen en rekenen met de factor Wijs op het patroon dat ontstaat. Observatie en extra hulp Maak met de leerlingen die moeite hebben met het maken van een lijn- of staafgrafi ek nog eens opgave en 2 uit het werkschrift. Laat ze verwoorden waarom ze bepaalde dingen doen. Stap even uit de les Grapje Een boer in Friesland had elf koeien en drie zonen. Toen hij overleed stond in het testament dat de oudste zoon Wybe de helft zou krijgen, de tweede zoon Rintje een vierde en de jongste zoon Gerben een zesde. Nu was de jongste zoon een dierenvriend. Hij wilde geen koeien in stukken verdelen, dus haalde hij bij buurman Geart een koe, zodat er twaalf koeien te verdelen waren. Wybe kreeg de helft (dus zes koeien), Rintje een vierde (dus drie koeien) en Gerben een zesde (dus twee koeien). Er bleef dus één koe over en die ging uiteraard weer terug naar buurman Geart. Hoe kan dat? ( = = 2 ) Afronding Bespreek bij leerlingenboek opgave eventuele problemen bij het aflezen. Hoe wist je dat het juni was? Vraag de leerlingen bij werkschrift opgave en 2 de temperaturen vlot af te lezen. Controleer of de negatieve getallen bij de temperatuur worden begrepen. Bespreek maatschrift opgave 3. Welke antwoorden wijken af? Hoe komt dat? Laat ook vraag b verwoorden. Bekijk vervolgens de verschillende oplossingen van opgave 4. Vergelijk ten slotte b en d van opgave 5. Zien jullie dat bij aftrekken het verschil gelijk blijft?

22 22 blok 4 les 0 herhalen en oefenen Leerlijn Breuken Tabellen en grafi eken Leerdoelen Nieuwe stof Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken Breuken vergelijken Temperatuurgrafi eken aflezen en interpreteren Oefenen Korting berekenen Kommagetallen plaatsen op de getallenlijn Percentages berekenen Lengtematen herleiden Nieuwe stof Rekenen met breuken in maatbekers Bepalen welke breuk het is en breuken aanvullen Temperatuurgrafi ek aflezen en verwerken in tabel Oefenen Benzineverbruik berekenen Oppervlakte en omtrek berekenen van rechthoeken Oppervlaktematen herleiden De goede maat invullen Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 2 en 3 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 42 en 43 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Delen Geef de volgende sommen in een vlot tempo. 63 : 7 = (9) 56 : 8 = (7) 420 : 7 = (60) 720 : 9 = (80) 8 : 9 = (9) 63 : 9 = (7) 540 : 9 = (60) 560 : 7 = (80) 56 : 7 = (8) 54 : 9 = (6) 630 : 9 = (70) 80 : 9 = (90) 72 : 9 = (8) 42 : 7 = (6) 560 : 8 = (70) 630 : 7 = (90) 2 Delen met als antwoord een kommagetal 00 : 8 = (2,5),4 : 7 = ( 0,2) 02 : 4 = (25,5) 4,7 : 7 = ( 2,) 84 : 8 = (0,5) 2,7 : 7 = ( 3,) 42 : 4 = (0,5) 22,2 : 2 = (,) Maatschrift Nullen 0 35 = ( 350) 0 48 = ( 480) = ( 3500) = ( 4800) = ( ) = ( ) = ( ) = ( ) 2 Breuken Hoeveel is: van 24 (2) van 36 (8) van 48 (24) van 2 ( 4) van 8 ( 6) van 24 ( 8) van 20 ( 5) van 24 ( 6) van 36 ( 9) van 20 ( 4) van 25 ( 5) van 45 ( 9) van 56 (28) 2 2 van 64 (32) van 36 (2) 3 3 van 42 (4) van 48 (2) 4 4 van 56 (4) van 65 (3) 5 5 van 75 (5)

23 Alles telt Handleiding 7 23 Aandachtspunten bij les 0 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. 2 en 3 Laat de leerlingen goed kijken naar de verdeling met de streepjes op de maatbekers. 2 Adviseer de breuken eerst gelijknamig te maken. Soms kan vereenvoudigd worden. 3 Wijs op het vereenvoudigen, dan is het antwoord direct te zien. 4 De antwoorden kunnen iets afwijken vanwege de tussenliggende waarden. 5 Bekijk of de leerlingen aftrekken of aanvullen, laat kiezen wat het gemakkelijkst gaat. 6 Laat goed de waarde van de streepjes bepalen. 7 Laat de leerlingen ook bij c en d in verhouding naar de 00 rekenen (0 van de 50 = 20 van de 00). 8 Begrijpen de leerlingen het schema? m = 0 dm = 00 cm; 00 cm = 0 dm = m. maatschrift blz. 42 en 43 Bekijk of de leerlingen de maatverdeling goed aflezen en vervolgens het deel van het aantal nemen. Het gaat erom hoe vol de bekers nog zijn. 2 Wijs erop dat van een hele moet worden afgetrokken. Laat eventueel omzetten in 2, of Bij c is de hele 8. Laat daar alle grote stukken in tweeën delen. 3 Bij vraag b, c en d gaat het erom of de leerlingen de grafi ek ook kunnen interpreteren. 4 Wijs op het verdubbelen en optellen in de tabel. 5 Geef aan dat de maten totaal anders zijn, ook al lijken de rechthoeken hetzelfde. 6 Laat goed naar het aantal nullen kijken. Het denkwolkje kan helpen. 7 Bekijk of de leerlingen een goed referentiekader hebben. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 8 < Opgave 2 6 < - 6 Opgave 3 3 < Opgave 4 9 < Opgave 5 6 < Opgave 6 6 < - 6 Opgave 7 6 < - 6 Opgave 8 5 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 8 < Opgave 2 8 < Opgave 3 0 < Opgave 4 3 < Opgave 5 8 < Opgave 6 8 < Opgave 7 4 < 3 3-4

24 24 blok 4 les en 2 Leerlijn Cijferend delen Leerdoelen Nieuwe stof Verkorting van het cijferend delen Cijferend delen in context Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Vermenigvuldigen met 00 00,2 = (20) 00,25 = ( 25) 00,20 = (20) 00 0,24 = ( 24) 00 0,20 = ( 20) 00 2,2 = (220) 00 0,02 = ( 2) 00 2,02 = (202) Oefenen Delen met de rekenmachine met afronden op cijfer achter de komma Puntentotalen samenstellen met gegeven puntenaantallen Percentages kleuren Omtrek en oppervlakte berekenen Tellen met sprongen van kommagetallen Nieuwe stof Cijferend delen met kleine getallen Geld eerlijk verdelen Handig delen Oefenen Geldbedragen afronden en gepast betalen Geldbedragen afronden en wisselgeld berekenen Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen van geldbedragen Rekenen in een carrousel Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 4 en 5 Werkschrift 7 blz. 36 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 44 en 45 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware 2 Delen door 00 2 : 00 = (0,2 ) 5 : 00 = ( 0,5 ),2 : 0 = (0,2 ) 55 : 0 = (5,5 ) 2,2 : 00 = (0,22) 5,5 : 00 = ( 0,55) 2,2 : 0 = (,22 ) 5,5 : 0 = (,55 ) 3 Getalbegrip Wat is de 7 waard in de volgende getallen? 7 (7) 0,7 ( ) 7,77 (7, 72 (70) 0,07 ( 7 00 ) (7000) Maatschrift Waar of niet waar? De beredenering van de leerlingen is heel belangrijk. 765 is een even getal. (niet waar) De uitkomst van 25 56, eindigt op een 4. (niet waar) > 000. (waar) Even maal oneven is even. (waar) 35 : 7 geeft een rest. (waar) Het getal 2350 is deelbaar door 2, 5, 0, 25 en 50. (waar) Oneven maal oneven is even. (niet waar) en 7 ) Tafelsommen Geef de volgende sommen mondeling. De leerlingen kunnen mondeling antwoorden of de sommen opschrijven. De tweede mogelijkheid geeft meer bedenktijd, maar ook meer zekerheid. Houd het tempo in de gaten, want deze sommen zouden geautomatiseerd moeten zijn. 8 5 = (40) 5 0 = (50) 0 6 = (60) 8 9 = (72) 6 7 = (42) 6 9 = (54) 6 0 = (60) 9 8 = (72) 5 9 = (45) 9 6 = (54) 7 9 = (63) 8 0 = (80) 8 6 = (48) 7 8 = (56) 8 8 = (64) 0 8 = (80) 3 Vermenigvuldigen Deze opgave kan mondeling of schriftelijk gegeven worden. 6 = (66) 5 2 = (60) 6 2 = (72) 6 4 = (84) 6 = (66) 2 5 = (60) 2 6 = (72) 4 6 = (84) 5 3 = (65) 4 4 = (56) 6 3 = (78) 7 2 = (84) 3 5 = (65) 4 4 = (56) 3 6 = (78) 2 7 = (84) Bespreek met de leerlingen nog eens de omkeereigenschap.

25 Alles telt Handleiding 7 25 Waar gaat deze les over? In deze les leren de leerlingen het cijferend delen verder verkorten. Er worden steeds grotere happen van het te verdelen aantal afgetrokken. Deze laatste getallen worden steeds groter. Om de kans op fouten te verkleinen, is het de bedoeling dat de antwoorden eerst worden geschat. Ook wordt bekeken wat je met een rest moet doen in verschillende gevallen. Soms kan die rest gewoon blijven staan (die potloden zijn over) maar soms is er een extra autorit, één doos meer of nog één betonplaat nodig. Taal en rekenen Taaltip N.v.t. Rekenwoorden Cijferend delen Lastige woorden N.v.t.

26 26 Blok 4 Les en 2 Lesverloop van les C C2 C3 C4 Hoeveel mensen hebben een stadswandeling gemaakt? Verkorting van het cijferend delen Bespreek samen het stukje tekst over de stadswandeling. In welke stad kan dit zijn? (bijvoorbeeld Amsterdam) Vraag de leerlingen vervolgens wat ze nog weten van het delen met de rekenstaart (les 2 blok 2). Geef aan dat het kunnen schatten, halveren, verdubbelen en vermenigvuldigen (rekentafels) hierbij erg belangrijk is. Vertel dat het verstandig is eerst te schatten wat ongeveer de uitkomst wordt. Waarom? (Om te controleren of het antwoord kan kloppen.) Bij welk getal zal het antwoord in de buurt komen? (250) Laat de leerlingen de opgave bekijken en de deling verwoorden. Wijs op het verschil in de grootte van happen : hoe groter de happen, hoe korter de rekenstaart. Minder goede rekenaars kunnen echter rustig kleinere happen maken als ze daarmee de opgave beter aankunnen en kunnen overzien. Hoeveel doosjes kun je vullen? Verkorting van het cijferend delen Bespreek eerst de schatting. Laat hierna een leerling deze deling op het bord maken en verwoorden. Deze deling komt niet uit. Vraag hoe de rest genoteerd kan worden. Alleen rest 3? Vertel dat, nu we weten dat het over potloden gaat, we ook kunnen zeggen: drie potloden over. Is het een kale deling zoals in opgave 3, dan zeggen we rest 3 (r 3). Reken zo kort mogelijk uit. Verkorting van het cijferend delen De leerlingen werken zelfstandig deze sommen uit. Wijs erop dat de delingen in rijtje c en d niet uitkomen. Bespreek daarna de grootte van de happen en eventuele problemen. Reken uit. Verkorting van het cijferend delen Laat eerst de deling formuleren. Wie ziet van tevoren of deze deling uitkomt? (De som van de cijfers is 4 en dat is niet deelbaar door 3.) Laat daarna de deling uitvoeren in zo weinig mogelijk stappen. Is het antwoord nu 96 r 2? (Nee) Wat betekent die 2? ( 2 3 plaat) Wat nu? (Er moet nog een hele plaat bij en dus bestellen we 96 + = 97 platen.)

27 Alles telt Handleiding 7 27 Aandachtspunten bij les 2 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz.5 Laat de leerlingen eerst schatten. 2 Kijk of de juiste delingen worden gemaakt. 3 Controleer of iedereen de afrondingsregels nog weet. 4 Bespreek bij d de verdubbeling in de blauwe ring. werkschrift blz. 36 Stimuleer de leerlingen om de happen zo groot mogelijk te maken. 2 Het inkleuren van de rondjes zal niet overal hetzelfde zijn. Dat maakt niet uit, als de aantallen maar kloppen. 3 Wijs erop bij het kruis goed naar de uitgezaagde hoeken te kijken en dat de afgetopte driehoek met wat hulplijntjes om te vormen is tot een rechthoek. 4 Laat de leerlingen eerst de sprong uitzoeken. Zien ze daarna dat ze tafelkennis kunnen toepassen? maatschrift blz. 44 en 45 Wijs op het controleren van de delingen met een vermenigvuldiging. 2 Controleer of hier de vermenigvuldiging goed is opgeschreven. 3 Het verdelen van duizendtallen wordt gevisualiseerd. 4 Stimuleer de leerlingen om met de tafelsommen het antwoord te controleren. 5 Geef de tip om van groot geld naar kleingeld te werken. 6 Laat de leerlingen het wisselgeld berekenen door middel van aanvullen. 7 Wijs op de verschillende bewerkingen (+,, en :). Er zijn geen overschrijdingen. 8 Bekijk of de leerlingen deze oefenvorm nog kennen. Volg de pijl. Observatie en extra hulp Maak met de leerlingen die cijferend delen nog moeilijk vinden, de deling 865 : 5. Maak eerst een schatting ( 70) Wat is de grootst mogelijke hap? (00 ). Hoeveel gaat er dan af? (500) En dan? (60 ) Er gaat dus 300 af. Ga zo door tot 2 en is afgetrokken (of 0 x en 3 x). Totaal dus 73. Vraag of iedereen dit begrepen heeft en laat een leerling nog een andere deling maken en verwoorden. Stap even uit de les Suiker Waaraan denken jullie bij zoet? Waarschijnlijk kiest een grote meerderheid voor suiker, maar ook honing kan genoemd worden. Ten slotte kan het ook braaf betekenen. Dit keer kiezen we voor suiker. Hoeveel denken jullie dat er per persoon per jaar aan suiker wordt gegeten? (40 kg). Hoeveel is dat ongeveer per dag? (40 kg : 365 0, kg = 0 gram gemiddeld per dag.) 85% daarvan zit in verstopt in voedsel en drank, de andere 5% scheppen we er zelf bij. Afronding Ga bij leerlingenboek opgave 4 na welke oplossingen de leerlingen hebben gevonden. Vraag bij opgave 2 van het werkschrift hoe de leerlingen hebben gerekend. Laat de leerlingen bij opgave 3 de antwoorden op de vragen c en d beredeneren. Bespreek bij het maatschrift de delingen van opgave en 2. Maak eventueel nog een paar sommen samen. Vraag bij opgave 3 welke som erbij hoort. (6000 : 3 = 2000) Bekijk samen de antwoorden van opgave 7. Welke som was nog moeilijk?

28 28 blok 4 les 3 en 4 Leerlijn Inhoud/volume Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Inhoud berekenen met de formule l b h 3 Inhoud berekenen in dm = liter, cm 3 en m 3 Hoogte waterpeil bepalen bij overgieten Afmetingen van doosjes bepalen bij gegeven inhoud Oefenen Rekenen met geld in een context Breuken inkleuren in zeshoek, cirkel en driehoek Kommagetallen ordenen Kommagetallen plaatsen op de getallenlijn Nieuwe stof 3 Inhoud berekenen in dm = liter Oefenen Aankomsttijden en reistijden berekenen Rekenen met de kalender Leeftijden berekenen Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 6 en 7 Werkschrift 7 blz. 37 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 46 en 47 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Ruitjespapier Literfles en plastic dm 3 -model Optellen met kommagetallen,36 + 3,64 = ( 5) 2,56 + ( 2,44) = 5 3,26 + 6,74 = (0) 8,9 + (,09) = 0 7,68 + 7,32 = (5) 3,99 + (,0) = 5 2,65 + 7,35 = (20) 7,89 + (2,) = 20 22,2 + 2,88 = (25) 8,45 + ( 6,55) = 25 2 Cassière spelen Wat geef je terug van 5 als het bedrag is: 3,45 (,55) 4,07 ( 0,95) 0,96 ( 4,05),99 ( 3,00) 2,2 ( 2,90) 3,94 (,05) En wat geef je terug van 20 als het bedrag is: 9,22 ( 0,80) 7,44 ( 2,55) 5,66 ( 4,35) 8,33 (,65) 6,55 ( 3,45) 4,94 ( 5,05) Denken de leerlingen eraan dat de cassière geen munten van en 2 cent teruggeeft? 3 Rekenmachine Laat onderstaande sommen schatten en daarna uitrekenen op de rekenmachine = (40) = (5725) 465 : 6 = (77,5 ) 2 20 = (440) 27 2 = (5697) 589 : 8 = (73,625) 25 = (375) = (5750) 42 : 5 = (82,4 ) 9 67 = (503) 3 89 = (5859) 666 : 9 = (74 ) Maatschrift Breuken Schrijf de volgende breuken op het bord en laat die ordenen van klein naar groot:, 3, 7, 5,, 3, (,, 3,, 5, 3, 7 ) , 3, 9,, 4,, 7, (,, 3,, 3, 7, 4, 9 ) Oppervlakte van rechthoeken en driehoeken Geef de leerlingen ruitjespapier en laat ze rechthoeken tekenen met de volgende oppervlakten: 24 cm 2 ; 8 cm 2 ; 32 cm 2 ; 36 cm 2 ;25 cm 2 Laat daarna op een nieuw vel ruitjespapier driehoeken tekenen, waarbij ze gebruikmaken van de rechthoeken, met de volgende oppervlakten: 2 cm 2 ; 9 cm 2 ; 6 cm 2 ; 8 cm 2 ; 2,5 cm 2. Zien de leerlingen het verband? Laat ze ten slotte nog een driehoek tekenen met als oppervlakte cm 2.

29 Alles telt Handleiding 7 29 Waar gaat deze les over? In deze les wordt het berekenen van de inhoud van een balk of een kubus ten slotte uitgedrukt in de bekende formule: l b h (lengte keer breedte keer hoogte). De leerlingen rekenen de inhoud uit van aquaria, zwembaden, dozen en bakken. Hierbij wordt het verband tussen dm 3 en liters nog eens benadrukt. Het formaat van de zwembaden wordt steeds groter en de hoeveelheid water die nodig is om het zwembad te vullen komt boven de miljoen liter uit. Taal en rekenen Taaltip Inhoud kan een moeilijk begrip zijn voor leerlingen. Ze leren immers dat je inhoud uitdrukt in kubieke maten of in litermaten, maar waarom staat er dan op het potje jam 'inhoud 350 gram'?. Bespreek daarom het volgende: De inhoud wordt hier in gram uitgedrukt. Er wordt hier niet aan het rekenkundig begrip 'inhoud' gedacht, maar aan de jam die erin zit. Hoe meet je de inhoud van een pot jam eigenlijk in liters? (Overscheppen in een maatbeker.) Het begrip inhoud wordt ook fi guurlijk gebruikt, bijvoorbeeld in zinnen als: Die toespraak had niet veel inhoud of jouw opstel is inhoudelijk goed maar er zitten veel taalfouten in. Rekenwoorden Inhoud Volume Lastige woorden Winkelen Reistijd

30 30 Blok 4 Les 3 en 4 Lesverloop van les 3 C C2 C3 C4 Hoeveel blokjes? Inhoud bepalen Bespreek met de leerlingen het verschil tussen beide plaatjes. Vertel dat het bij a gaat om het volume van het hele blok en bij b om wat er in de doos gaat. De doos zelf doet niet mee. Waar zou je bij het meten van de inhoud die doos mee kunnen vergelijken? (Met de inhoud in een maatbeker.) Ga vervolgens in op het berekenen van de inhoud. Hoe doe je dat? (l b h) Geef aan dat deze formule hiervoor voortaan gebruikt wordt. Bereken ten slotte de inhoud van het blok en de doos. Hoeveel liter kan erin? Inhoud bepalen Vraag de leerlingen de verhouding van beide plaatjes te bekijken. Op de plaatjes zijn het aquarium en het zwembad bijna even groot getekend. Waaraan kun je zien dat het zwembad groter is? (Aan de gegeven maten, het aquarium in dm, het zwembad in m.) Bereken samen hoe de verhouding van de oppervlakte ongeveer in werkelijkheid zal zijn (8 : ; het zwembad is dus ongeveer 665 zo groot). Bereken nu samen de inhoud van het aquarium (4 3 6 dm 3 = 72 l) en het zwembad (25 2,5 m 3 = 450 m 3 = l). Wat is de verhouding van de inhoud? ( : 6250) Bespreek nogmaals het verband tussen dm 3 en liter. Doe de volgende proef. Het is al eerder aan de orde geweest, maar altijd nuttig en leuk om het te herhalen. Laat de volle literfles en een leeg plastic dm 3 -model zien. Vraag of het water in het bakje kan. Tien tegen één dat de leerlingen nee zeggen. Laat vervolgens een leerling de fles leeggieten in het bakje. Hoeveel liter water kan er in deze zwembaden? Inhoud bepalen Laat de opgave zelfstandig maken. Bespreek samen de uitkomsten. Hoe hoog komt het water in de hoge bak? Inhoud bepalen Vertel dat dit een soort Cito-opgave is. Hoe is deze opgave op te lossen? Bespreek dit samen. Zien de leerlingen dat het waterpeil in de lage bak dezelfde hoogte heeft als één laag van de lage bak? (Vier lagen) Hoe hoog kom je dan in de hoge bak? (Tot de letter D)

31 Alles telt Handleiding 7 3 Aandachtspunten bij les 4 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 7 Wijs nog even op de verschillende maateenheden. 2 Vertel dat er bij b vier en bij c zelfs acht verschillende mogelijkheden zijn. Wie kan ze allemaal vinden? 3 Geef aan dat bij het cijferend optellen onder elkaar de komma s precies onder elkaar moeten komen te staan. Laat 3 5,99 handig uitrekenen met 3 6,00 3 0,0. werkschrift blz. 37 Bij c is het handiger om eerst te vermenigvuldigen en dan de uitkomst om te rekenen naar dm 3. Bij e en f is het handiger om eerst te rekenen naar dm en dan te vermenigvuldigen. Dan ben je namelijk de meeste komma's al kwijt. 2 Laat de leerlingen eerst het aantal stukken tellen. 3 Geef bij c indien nodig aan dat,8 =,80. 4 Vraag wat een stukje waard is en laat eventueel boven ieder streepje het juiste getal neerzetten. maatschrift blz. 46 en 47 Bespreek bij a waar de som vandaan komt. Vraag hoeveel blokjes in één laag kunnen (6 5 = 30). Vraag daarna hoeveel lagen er boven elkaar zijn (4, dus 4 30 = 20). 2-3 De volgorde van de getallen binnen een berekening kan verschillen. De leerlingen mogen ook cijferend rekenen. 4 Stimuleer de leerlingen om hier alles uit het hoofd uit te rekenen. 5 Controleer hoe de leerlingen rekenen en of de begrippen bekend zijn. Bij b kan de tijd in minuten of uren en minuten worden genoteerd. Wat betekent tachtig minuten? vraag d: als de trein om uur 's nachts aankomt, moet het wel een internationale trein zijn. 6 Vraag hoeveel weken en dagen dertig dagen precies is. 7 Laat de leerlingen doortellen met sprongen naar het jaar 2000 en dan 0 erbij. Laat dit eventueel op een getallenlijn uitvoeren. Afronding Bespreek werkschrift opgave 2. Hoe hebben de leerlingen de verdelingen beredeneerd? Vraag bij opgave 3 of ze het aantal decimalen gelijk hebben gemaakt. Ga bij maatschrift opgave 6 na of de leerlingen vlot op de kalender kunnen rekenen. Bespreek de overgang van maart naar april en laat vanaf 3 maart nog eens doortellen naar 7 april. Bij opgave 7 kunt u eventueel de leeftijden in de eigen familie van de leerlingen laten berekenen. Observatie en extra hulp Bespreek met leerlingen die nog moeite hebben met de inhoudsmaten, de verschillende stappen nog eens: bij de litermaten met sprongen van 0 en bij de kubieke met speongen van 000. Bekijk bij een maatbeker de diverse inhouden van meel, suiker, water en dergelijke. Stap even uit de les Graankorrels op het schaakbord (2) Herhaal in het kort nog even de geschiedenis (zie Stap even uit de les, les 6 en 7). We tellen nu al miljoen op het 2e veld. Dat moet handiger. Stel dat miljoen graankorrels zak graan is. Dat telt weer gemakkelijker: 22 2 zakken; 23 4 zakken, enzovoort. Op het 3e veld staan ruim 000 zakken graan. Dat was de hele voorraad van de koning: schuur vol. Dus op het 32e veld 2 graanschuren, op het 33e veld 4 graanschuren, enzovoort. Op het 4 veld 024 graanschuren; dat is de voorraad van het hele land van dit jaar. Nu gaan we rekenen in jaarvoorraden. Op het 42e veld 2 jaarvoorraden, op het 43e veld 4 jaarvoorraden, enzovoort. Dus op het 5e veld 024 jaarvoorraden, en dat is de wereldvoorraad. Op het 6e veld 024 wereldvoorraden. Die gaan we niet meer omrekenen maar die blijven we verdubbelen. Dus tenslotte op het 64e veld 892 wereldvoorraden!

32 32 blok 4 les 5 herhalen en oefenen Leerlijn Cijferend delen Inhoud/volume Leerdoelen Nieuwe stof Verkorting van het cijferend delen Delen met sliertsommen 3 Inhoud berekenen in cm Oefenen Inhoudsmaten herleiden Aanvullen tot l Kommagetallen optellen en aftrekken Breuken en kommagetallen omrekenen in procenten Nieuwe stof Cijferend delen met kleine getallen Geld eerlijk verdelen litermaat herkennen Oefenen Bedragen afronden en gepast betalen Bedragen afronden en wisselgeld berekenen Vermenigvuldigen met geld De waarde van dingen aangeven Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 8 en 9 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 48 en 49 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Delen Geef de volgende sommen in een vlot tempo. 25 : 5 = (25) 20 : 2 = (0) 2 : = () 25 : 25 = (5) 44 : 2 = (2) 240 : 8 = (30) 256 : 6 = (6) 08 : 27 = (4) 08 : 4 = (27) 560 : 8 = (70) 289 : 7 = (7) 4 : 9 = (6) 4 : 6 = (9) 568 : 8 = (7) 36 : 9 = (9) 560 : 70 = (8) 2 Breuken Vraag welke van de twee genoemde breuken meer is en waarom. en ( ) en ( ) en 3 ( 3 ) 5 en 3 ( 5 ) en ( ) en ( ) en 3 ( 3 ) 4 en 9 ( 9 ) Maatschrift Getallendictee Lees de volgende getallen op en laat de leerlingen deze opschrijven: Tafelsommen Geef op tempo de volgende tafelsommen. 5 3 = (5) 5 30 = (50) 50 3 = (50) 7 9 = (63) 7 90 = (630) 70 9 = (630) 8 5 = (40) 8 50 = (400) 80 5 = (400) 6 7 = (42) 6 70 = (420) 60 7 = (420) 9 6 = (54) 9 60 = (540) 90 6 = (540)

33 Alles telt Handleiding 7 33 Aandachtspunten bij les 5 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. 8 en 9 Laat de leerlingen eerst schatten. 2 Bekijk of de leerlingen het verband tussen de sommen zien. 3 Wijs nog even op de geleerde formule l b h. 4 Laat de leerlingen een schetsje maken, de bodem met blokken bedekken en dan de lagen tellen. 5 Besteed even aandacht aan de werkelijke hoeveelheden en herleidingen: 5 ml = 0,05 l bijvoorbeeld. 6 Wijs nog even op het schema bij opgave 5. Laat de leerlingen l omrekenen in dl en cl. 7 Stimuleer om de kommagetallen steeds op te tellen met evenveel decimalen. 8 Laat de leerlingen van de hele getallen bij c ook kommagetallen maken. 9 Geef aan dat een kommagetal gemakkelijk in procenten is om te zetten. Veel leerlingen zullen inmiddels bij breuken als en 4 5 weten welk percentage erbij hoort. Laat anders de breuken omrekenen naar honderdsten. maatschrift blz. 48 en 49-2 Laat de leerlingen controleren met de bijbehorende vermenigvuldiging. 3 Herkennen de leerlingen de afbeelding bij f als een litermaat? 4 Adviseer eerst het grote geld te tellen en daarna de munten. 5 Stimuleer het aanvullen, dit is bij geldverkeer gebruikelijk. 6 Laat de leerlingen bij het splitsen van euro s en centen opletten bij de overschrijdingen. 7 Laat de leerlingen beginnen met de opgaven die ze zeker weten. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 2 < Opgave 2 2 < Opgave 3 4 < Opgave 4 4 < Opgave 5 6 < - 6 Opgave 6 6 < - 6 Opgave 7 2 < Opgave 8 2 < Opgave 9 2 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 2 < - 2 Opgave 2 8 < Opgave 3 3 of 4 < 2 of of 3-4 Opgave 4 4 < Opgave 5 4 < Opgave 6 4 < Opgave 7 5 < 3 3-5

34 34 blok 4 les 6 en 7 Leerlijn Rekenmachine Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Delen op de rekenmachine Uitkomsten schatten Breuken en kommagetallen op de rekenmachine Meer bewerkingen in één keer uitvoeren op de rekenmachine Oefenen Oppervlakte berekenen en rekenen met schaal Grafi ek lezen Inhoud aangeven op maatbekers Tellen met sprongen van 0,2 en,5 Vermenigvuldigtabellen Nieuwe stof Delen op de rekenmachine Breuken en kommagetallen op de rekenmachine Kommagetallen optellen op de rekenmachine Getalbegrip Wat betekent de 5 in de volgende situaties? Buslijn 5 (naar ). 5 euro (500 cent), 5 km (5000 m), 5 ha (500 are). Veenweg 5 (na Veenweg 3 en voor Veenweg 7). Windkracht 5 (vrij krachtige wind, windsnelheid 8-0 m/sec). 2 Metriek stelsel Maak er meters van. Maak er kilometers van. 300 cm (3 m) 3000 m (3 km) 320 cm (3,2 m) 3200 m (3,2 km) 324 cm (3,24 m) 3240 m (3,24 km) 34 cm (0,34 m) 340 m (0,34 km) 2 cm (0,02 m) 20 m (0,02 km) Zet beide rijtjes naast elkaar op het bord en bespreek de overeenkomsten. 3 Handig rekenen Laat de leerlingen toelichten hoe ze handig hebben gerekend = (20) 6 25 = (400) 34 8 = ( 6) = (20) 6 26 = (46) = (258) = (20) 5 25 = (375) = ( 44) = (20) 6 24 = (384) = ( 436) Maatschrift Oefenen Meten van lijnen in mm nauwkeurig Oppervlakte berekenen van rechthoeken Lengtematen herleiden Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 20 en 2 Werkschrift 7 blz. 38 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 50 en 5 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Liniaal Herhaald optellen = ( 200) = (205) = ( 20) = (3500) = (2000) = (3505) Bespreek welke strategieën er zijn gebruikt. 2 Waar of niet waar? Even + oneven is even. (niet waar) 50 cl is een halve liter. (waar) km = 00 m. (niet waar) dm 3 = liter. (waar) 3 uur is meer dan seconden. (waar) is meer dan. (niet waar) kg lood is zwaarder dan kg veren. (niet waar) Laat de leerlingen steeds hun antwoord toelichten. 3 Getalbegrip Welke getallen komen voor en na: 600 ( 599 en 60) 6789 (6788 en 6790) 8745 (8744 en 8746) 6000 (5999 en 600) 5645 (5644 en 5646) 9999 (9998 en 0 000)

35 Alles telt Handleiding 7 35 Waar gaat deze les over? In deze les experimenteren de leerlingen delen op de rekenmachine. Breuken worden op de rekenmachine omgezet in kommagetallen. Zo ontstaan kommagetallen met soms een oneindig aantal decimalen. Hierbij komt het afronden van de laatste cijfers aan de orde. Vooraf worden de uitkomsten tussen twee hele getallen eerst geschat. Taal en rekenen Taaltip Bespreek met de leerlingen relevante functietoetsen op de rekenmachine (zie eventueel handleiding 7 blok 3, blz 25). Rekenwoorden N.v.t. Lastige woorden Jury Toenemen

36 36 Blok 4 Les 6 en 7 Lesverloop van les 6 C C2 Reken uit op de rekenmachine. Rekenmachine Laat de leerlingen de negen delingen op de rekenmachine uitrekenen en de antwoorden noteren. Bespreek de uitkomsten en vraag wat ze is opgevallen. (De delingen zoals : 3, : 6, : 7 en : 9 geven geen precies antwoord.) Vertel dat het aantal decimalen bij deze delingen niet eindig is. Wat betekent dat? (Je kunt eindeloos decimalen blijven noteren, het houdt nooit op!) Welke delingen zijn wel eindig? (De delingen : 2, : 4, : 5, : 8, : 0.) Vraag vervolgens naar het patroon bij : 3. (Dat blijft steeds 3.) En bij : 7? (Na 0,42857 komt weer 42857, enzovoort.) Welk getal wordt steeds herhaald bij : 9? () En bij : 6? (6) Leg uit dat de notatie met puntjes (zoals in het antwoordenboek) wordt gebruikt om aan te geven dat het aantal decimalen eindeloos doorgaat volgens hetzelfde patroon. Tip: gebruik ook eens de rekenmachine op de computer om zo'n deling uit te voeren. (Zie onder bureauaccesoires.) Deze toont veel meer decimalen, waardoor de getalpatronen duidelijker te herkennen zijn. Tussen welke hele getallen ligt de uitkomst? Rekenmachine Vraag de leerlingen tussen welke twee hele getallen de uitkomst van 34 : 7 ligt. (De uitkomst ligt tussen die van de delingen 28 :7 en 35 : 7, dus tussen 4 en 5.) Laat vervolgens de deelsom uitrekenen op de rekenmachine. Bespreek het gedrag van de decimalen. Wat is het laatste cijfer bij 34 : 7? (Het laatste cijfer is 7 (afhankelijk van de gebruikte rekenmachine), afgerond op een heel getal.) Laat vervolgens de opgaven zelfstandig maken. Bespreek samen de antwoorden en de soms terugkerende cijfers in de decimalen. C3 C4 Reken uit. Rekenmachine Laat de leerlingen deze opdracht zelfstandig maken. Bespreek de uitkomsten daarna samen. De notatie 25,33 m in plaats van 25 m en 33 cm, enzovoort, is ook goed. Sommige delingen kunnen wel uit het hoofd. Schrijf de breuken als kommagetallen. Rekenmachine Bespreek eerst het afronden op twee cijfers achter de komma. Wanneer naar boven? (Als het laatste cijfer 5, 6, 7, 8 of 9 is.) En wanneer naar beneden? (Bij, 2, 3 en 4 als laatste cijfer.) Naar welk cijfer moet je kijken bij het afronden op twee cijfers achter de komma? (Het derde cijfer achter de komma.) Laat vervolgens de leerlingen deze opgave zelfstandig maken. Bespreek de antwoorden samen en vooral de afrondingen.

37 Alles telt Handleiding 7 37 Aandachtspunten bij les 7 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 2 Bespreek hoeveel decimalen er opgeschreven moeten worden als een bepaald cijfer steeds herhaald wordt, zoals bij 6. 0,6 is iets te kort. Als de leerlingen overigens graag het tussenstapje noteren (de deelsom, dus : 5 =, enzovoort), mag dat. 2 Ook hier een aantal uitkomsten met oneindig veel decimalen. 3 Wijs op de schaal. 4 Laat de leerlingen een liniaal gebruiken, dan kunnen de antwoorden op honderdtallen nauwkeurig worden gegeven. werkschrift blz. 38 Controleer of er goed wordt ingetoetst. Deze berekening kan niet op alle rekenmachines (wel op de Wescal- rekenmachine) in één keer gemaakt worden! Kan het niet, dan moet de memoryfunctie gebruikt worden of een tussenstap worden gemaakt. 2 Vraag de maatgetallen ook in breuken uit te drukken: 0,5 l is ook l. 2 3 Laat een getallenlijn gebruiken als het tellen over het hele getal niet lukt. 4 Wijs op het handig rekenen met nullen en het schuiven met de komma. maatschrift blz. 50 en 5 Controleer het correct intoetsen. Bespreek het afronden nog eens en schrijf de regels eventueel op. Vertel dat de komma op de rekenmachine een punt wordt. 2 De afgebeelde rekenmachine is de Wescal. Help leerlingen die een andere rekenmachine gebruiken. 3 Wijs ook hier op het correct intoetsen en het kritisch kijken naar de uitkomst. 4 Vergelijk de tabel met de vorige opgave. Vraag wie er meteen ziet wie er gaat winnen. Vraag daarna wie het de tweede dag beter of slechter doet. 5 Bekijk of de leerlingen weten dat 8 cm en 3 mm samen 83 mm is. 6 Wijs op de bijbehorende afbeelding en bespreek de formule lengte (l) breedte (b). 7 Vertel dat alle oppervlakten rechthoekig zijn. Wijs op de tip en de formule l b. 8 Bespreek nog even m = 0 dm = 00 cm en het gebruik van de juiste maateenheid bij een meetopdracht. Observatie en extra hulp Ga met leerlingen die nog moeite hebben met het gebruik van de rekenmachine nog eens alle belangrijke toetsen (knoppen) na. Voer stap voor stap opgave van het werkschrift uit en laat ze vertellen wat ze zien op het schermpje. Stap even uit de les Knopen en steken: de timmersteek Zet de tekening op het bord of doe de steek voor. Laat de leerlingen de steek maken om een potlood. Met de timmersteek kun je een touw vastmaken aan een balk. Eventueel kun je de timmersteek zelfs gebruiken om een stapel sprokkelhout samen te binden en zo te verslepen. De timmersteek blijft vastzitten zolang er kracht op staat. Als er geen kracht op staat of als de steek niet wordt gevolgd door een sjorring, dan komt de timmersteek vrijwel onmiddellijk los. Afronding Bespreek bij opgave en 2 van het leerlingenboek het aantal decimalen bij niet-eindige, maar wel voorspelbare uitkomsten. : 9 = 0,... en heet nul komma repetent. Hiervoor wordt 0, met een schuin streepje door de genoteerd. Werkschrift opgave : als de gebruikte rekenmachine de bewerking niet in één keer kan uitvoeren, help de leerlingen dan met de memoryfunctie. Bespreek het aflezen van de maten bij opgave 2. Bespreek bij opgave 7 in het maatschrift de vorm van de oppervlakten. Sta bij opgave 8 nog even stil bij het omrekenen.

38 38 blok 4 les 8 en 9 Leerlijn Procenten Breuken Leerdoelen Nieuwe stof Korting berekenen Percentages aflezen uit cirkeldiagram en omrekenen naar bedragen of aantallen. Procenten en breuken in een cirkelmodel Procenten in verschillende modellen 0% prijsverhoging berekenen Procenten koppelen aan breuken Oefenen Kommagetallen vergelijken met breuken Figuren tekenen met gegeven waarde (oppervlakte) Nieuwe stof Korting en nieuwe prijs berekenen Percentages op de procentenbalk Oefenen Hoeveelheden die gegeven zijn in breuken en kommagetallen, inkleuren in maatbekers Optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen Begrippen rond breuken en maten Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 22 en 23 Werkschrift 7 blz. 39 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 52 en 53 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Waar of niet waar? Lees de volgende uitspraken voor en laat vertellen waarom ze wel of niet waar zijn. Het antwoord moet worden toegelicht. Een schrikkeljaar heeft 357 dagen. (niet waar) 33% = 3 (niet helemaal waar. 3 is eigenlijk 33, %) is meer dan 6. (niet waar) 23 spinnen hebben 84 poten. (waar) Er wonen 5 miljoen mensen op de wereld. (niet waar) De afstand van de aarde naar de maan is km. (niet waar) De oppervlakte van Groningen is 2 dm 2. (niet waar) 2 Raar maar waar + 3 = (4 ) 3 = ( = (5 3 ) 3 4 = (5 Doe hetzelfde met 4 breuken? Maatschrift en 5, 5 ) 2 ) 3 en 6 en 6 Maten omrekenen km = (000) m m = (00) cm 2 hm = ( 200) m 2 dm = ( 20) cm 5 km = (5000) m 6 m = (600) cm 7 hm = ( 700) m 8 dm = ( 80) cm m 2 = (0 000) cm 2 liter = (00) cl dm 2 = ( 00) cm 2 3 liter = (300) cl 3 dm 2 = ( 300) cm 2 liter = ( ) dm 3 7 dm 2 = ( 700) cm 2 3 liter = ( 3) dm 3 en 7. Kan dat ook met andere 2 Breuken Zet de twee rijtjes breuken op het bord. Laat uit deze twee rijtjes steeds de twee breuken die even groot zijn, combineren ( 3 = 2 6, 2 = 2 4, 2 5 = 4 0, 3 4 = 6 8, 2 8 = 4, 4 6 = 2 3 ) 3 Handig vermenigvuldigen Schrijf de sommen op het bord. Maken de leerlingen gebruik van de vorige som? 4 3 = ( 2) 6 7 = ( 42) 5 5 = ( 25) 4 3 = ( 52) 6 7 = ( 02) 5 50 = ( 250) 4 30 = ( 520) 6 70 = (020) 5 55 = ( 275) 8 30 = (040) 3 70 = ( 50) = (2750)

39 Alles telt Handleiding 7 39 Waar gaat deze les over? In deze les worden de procenten verder verkend. Hierbij wordt ook het verband met breuken en kommagetallen gelegd. Met verschillende modellen, zoals cirkeldiagrammen, procentenbalkjes (stroken) en rechthoekmodellen, worden de procenten visueel weergegeven. De leerlingen rekenen kortingen en prijsverhogingen op producten uit, waarbij vaak procenten worden gebruikt, en berekenen de nieuwe prijzen. Taal en rekenen Taaltip In maatschrift opgave 8 wordt een aantal rekenbegrippen getest. Ga met de leerlingen na of alles duidelijk is. Bespreek het kopiëren en downloaden van programma s op de computer. Rekenwoorden Teller Noemer Deel Liter 3 Dm Km en m op 5 Percentage Legenda Lastige woorden Netto-inkomen Kopiëren Resterende

40 40 Blok 4 Les 8 en 9 Lesverloop van les 8 C C2 C3 C4 Bereken de korting. Breuken en procenten Bespreek eerst de tekstballon. Wat stellen jullie je voor bij de 30% korting? Is dat veel of weinig? (Het is bijna 3 deel.) Klopt de uitspraak met het plaatje? (Nee 30% is ± 45, de korting is 20%.) Bekijk vervolgens de andere kortingen. Bij de handschoenen staat halve prijs. Is dat meer korting? (Ja, 50%, maar in euro's krijg je veel minder korting.) Bij welk product krijg je nu de meeste korting in euro s? (Bij de schaatsen.) Vraag of de hoogte van het kortingpercentage altijd meer korting in euro s oplevert. Bij deze opgave moet het duidelijk worden dat een percentage op zich niets zegt. Het percentage 0% kan in absolute zin meer, evenveel of minder zijn dan 50% van een ander bedrag. Vraag ten slotte hoeveel procent korting er op de muts zit. ( 3 is 5 deel, is 20%.) Wat kun je uitrekenen? Procenten Bespreek eerst het cirkeldiagram bij a. Snappen de leerlingen wat dit diagram weergeeft? (De uitgavenposten van een huishouden.) Bespreek het begrip 'netto-inkomen' en laat de leerlingen verwoorden wat de verschillende uitgavenposten inhouden. Vraag dan hoe de verdeling van de cirkel is. (0) Laat de leerlingen verwoorden wat de percentages van de diverse uitgaven zijn. (Huur 25%, gas, water, licht 0%, huishouden 35%, kleding 20% en rest 0%.) Wat kun je nu uitrekenen? (Hoeveel er per maand aan elke post wordt uitgegeven.) Laat de leerlingen dit eerst zelf uitrekenen. Vraag vervolgens welke breuken ze gemaakt hebben van de procenten en bespreek de antwoorden. (Huur 375; gas, water, licht 50; huishouden 525; kleding 300; rest 50.) Herhaal deze procedure met het cirkeldiagram bij b. (Gazelle: 40% = fi etsen; Batavus: 25% = fi etsen; Sparta: 5% = fi etsen; Koga: 20% = fi etsen.) Welke breuk en welk percentage hoort erbij? Breuken en procenten Laat de leerlingen deze opgave eerst zelfstandig maken. Vertel dat bij een honderdstrokenverdeling het percentage zo is af te lezen en dat bij deze cirkeldiagrammen de breuken zo zijn af te lezen. Teken eventueel beide modellen op het bord en bespreek het verschil tussen die twee. Controleer samen de antwoorden. Hoeveel moet er nog gekopieerd worden? Procenten Waar zie je zulke balkjes weleens? (Op het computerscherm, als je iets aan het installeren of downloaden bent.) Wat geeft het blauwe gedeelte van het balkje aan? (Het percentage dat al gekopieerd is.) Blijft dat blauwe deel gelijk? (Nee, het wordt steeds langer.) Hoeveel procent is één stukje op de balk? (0%) Wat betekent 'resterende tijd'? (De tijd die nog over is, dus hoelang het nog duurt voordat alles gekopieerd is.) Is dat bij elke computer hetzelfde? (Nee, het ligt eraan hoe snel de computer is en bij downloaden hangt het ook van de internetverbinding af.)

41 Alles telt Handleiding 7 4 Aandachtspunten bij les 9 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 23 De breuk en het daarbij behorende percentage is duidelijk. 2 Wijs op het vermenigvuldigen van de oude prijs met 0 voor een snel antwoord. 3 Bespreek opgave b even vooraf. De koppelingen zullen weinig moeite geven. 4 Laat de gegeven breuk eerst als kommagetal schrijven en daarna alle kommagetallen en de breuk met evenveel decimalen. werkschrift blz. 39 Wijs er bij b op dat 20% 5 deel is en dat 5 van 5 cm cm is. Bij c zijn 0% van 6 cm, dus en 40% samen precies de helft en bij d gaat het om 2 en 5 2 2,4 cm en 3 cm. 2 De relaties 3 25 (4%) en 20 (5%) zijn lastig. 3 Geef aan dat bij c en d de bedragen eerst verdubbeld kunnen worden: 9 en 63, dat zijn dus 3 respectievelijk 9 hokjes. Teken een rechthoek of vierkant met dat aantal hokjes en deel die vervolgens doormidden, bijvoorbeeld tot een driehoek. Maar ook andere aanpakken zijn mogelijk. maatschrift blz. 52 en 53 Bekijk of de leerlingen weten dat 20% = 5 deel. Zo nee, laat ze eerst 0% uitrekenen en dan met 2 vermenigvuldigen. 2 Bespreek de verhoudingen bij de laatste vraag. 25% van een groot bedrag kan meer zijn dan 50% van een klein bedrag. 3 Wijs er nog eens op dat 20% = 5. Controleer of de leerlingen bij de lange stroken eerst het aantal hokjes tellen. 4 Vraag hoeveel de hele balk is. (00%) Vraag daarna hoeveel elk stukje is. (0%) Het gekleurde deel van de balk staat voor het deel dat al gekopieerd is. 5 Laat de leerlingen de breuk omzetten in een kommagetal en vervolgens in cl. 6 Wijs op het aantal streepjes op de maatbeker, dat maakt het eenvoudig. 7 Vertel dat bij b aanvullen een handige manier van rekenen is en dat ze bij c en d goed op de nullen moeten letten. 8 Dit is een test of de rekenbegrippen bekend zijn. Observatie en extra hulp Laat op de rekenmachine zien dat kommagetallen heel gemakkelijk te lezen zijn als procenten. 3 : 5 = 0,60 dus 60% 4 : 5 = 0,80 dus 80% 4 : 7 = 0,57 dus 57% Vraag de leerlingen zelf zo een aantal percentages te berekenen. Stap even uit de les Op de klok Laat de leerlingen een klok tekenen met twaalf stippen bij de hele uren. Trek een lijn van naar 2, van 2 naar 3, enzovoort. Hoeveel lijnen krijg je? (2) Een nieuwe klok: trek lijnen vanuit naar alle andere cijfers (punten). Hoeveel lijnen krijg je? () Weer een nieuwe klok. Trek nu vanuit elk punt een lijn naar elk ander punt. Hoeveel lijnen krijg je? (66) Doe nu hetzelfde met een klok met 30 uur (een klok op de planeet Mercurius). Afronding Naar aanleiding van opgave 3 uit het leerlingenboek en werkschrift opgave 2. is het goed de meest voorkomende breuken nog eens op een rijtje te zetten met de bijbehorende percentages ernaast. Schrijf ze samen in een tabel op het bord van klein naar groot. Laat de leerlingen die tabel in hun schrift overnemen. Bespreek verder opgave 3 uit het werkschrift. De leerlingen kunnen heel verschillende oplossingen hebben getekend. Laat de oplossingen verwoorden, bijvoorbeeld: d is een strook van 4 2 tegel.

42 42 blok 4 les 20 herhalen en oefenen Leerlijn Kommagetallen Breuken Procenten Leerdoelen Nieuwe stof Breuken en kommagetallen op de rekenmachine Percentages aflezen uit cirkeldiagram en omrekenen naar aantallen Breuken omzetten in honderdsten en vervolgens in kommagetallen Oefenen Kommagetallen aanvullen Cijferend rekenen Kosten berekenen van terrassen Nieuwe stof Breuken en kommagetallen op de rekenmachine Kommagetallen optellen op de rekenmachine Korting en nieuwe prijs berekenen Procenten op de procentenbalk Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Raar maar waar = ( ) 2 2 = ( ) = ( ) 2 2 = ( ) Doe hetzelfde met 3 en 3, 4 en 4, 5 en Kan dat ook met andere breuken? 2 Getalbegrip Wat is de 6 waard in de volgende getallen? 6 (6) ( en 6000 en 60) 6 (60) 0,6 ( (600 en 60) 0,60 ( (6000 en 6) 0,06 ( 6 Maatschrift Breuken Laat op een ruitjesvel een rechthoek tekenen van 4 6 = 24 ruitjes. Geef de leerlingen de volgende opdrachten: kleur rood; 4 kleur blauw; 6 kleur geel; 8 kleur groen. 3 Kleur de rest oranje. Welke breuk is dat? ( ) 8 Doe hetzelfde met een rechthoek van 48 ruitjes. De vorm mogen de leerlingen zelf bepalen. 00 ) Oefenen Inhoud op maatbekers aangeven Cijferend optellen en aftrekken Cijferend vermenigvuldigen en delen Delen door getallen tien keer zo klein te maken Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 24 en 25 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 54 en 55 Plusschrift 7 blok 4 Kopieerbladen 7.3 en 7.32 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware 2 Tafelsommen Geef deze sommen in een vlot tempo. Deze sommen zouden bij de meeste leerlingen geautomatiseerd moeten zijn. 2 6 = (2) 4 6 = (24) 6 9 = (54) 5 8 = (40) 3 4 = (2) 7 3 = (2) 8 4 = (32) 6 7 = (42) 7 2 = (4) 6 4 = (24) 5 3 = (5) 9 5 = (45) 4 4 = (6) 5 5 = (25) 4 9 = (36) 5 7 = (35) 2 9 = (8) 3 9 = (27) 9 4 = (36) 7 7 = (49)

43 Alles telt Handleiding 7 43 Aandachtspunten bij les 20 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. 24 en 25 Wie dit zonder rekenmachine kan, mag het natuurlijk uit het hoofd doen. 2 Geef aan hoeveel cijfers achter de komma genoteerd moeten worden bij de breuken 2 en Laat eerst de waarde van elk deel bepalen. Het gekleurde deel geeft het antwoord. 4 Vertel dat zo ook de percentages gemakkelijk af te lezen zijn. 5 Laat de leerlingen rekenen in stapjes. Eerst naar het volgende hele getal en dan verder. Tussenstanden opschrijven mag en kan zelfs aangemoedigd worden. 6 Controleer of alles goed onder elkaar wordt gezet. 7 Bij d kunnen de leerlingen denken aan de oppervlakte van de bijbehorende rechthoek. Bekijk wie cijferend rekent, wie het met de rekenmachine doet en wie het uit het hoofd doet. maatschrift blz. 54 en 55 Controleer of de afrondingsregels nog bekend zijn. 2 Hier kan ook (handig) uit het hoofd worden gerekend. Complimenteer de leerlingen die dat goed hebben gedaan. 3 Let op bij c. Laat de leerlingen de berekening maken: het antwoord kan verrassend zijn. 4 Laat de leerlingen eerst de waarde van elk blokje bepalen, dan is het gemakkelijk af te lezen. 5 Laat de leerlingen eerst de waarde van de streepjes bepalen. Dat is 0 of 0, liter. Controleer of de leerlingen 0,4 en 0,7 als 4 en 7 lezen Als het niet zonder hulpsommen lukt, laat dan kopieerbladen 7.3 en 7.32 gebruiken. 7 Laat de delingen controleren met de bijbehorende vermenigvuldiging. 8 Wijs erop dat beide getallen tien keer zo klein moeten worden gemaakt. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 9 < Opgave 2 6 < Opgave 3 6 < Opgave 4 9 < Opgave 5 6 < - 6 Opgave 6 6 < - 6 Opgave 7 4 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 6 < Opgave 2 3 < Opgave 3 < Opgave 4 4 < Opgave 5 4 < Opgave 6 4 < Opgave 7 4 < Opgave 8 6 < 4 4-6

44 44 blok 4 les 2 en 22 Leerlijn Lengte en omtrek Oppervlakte Leerdoelen Nieuwe stof Schatten en meten van vestingwerken Rekenen met schaal Omtrek en oppervlakte van meetkundige fi guren berekenen Omtrek en oppervlakte van Ameland schatten Op basis van de omtrek en/of oppervlakte berekenen hoeveel er nodig is van een bepaald product Figuren tekenen met gegeven omtrek of oppervlakte Oefenen Kommagetallen ordenen Getallen samenstellen Nieuwe stof Omtrek van vestingstad berekenen Rekenen met schaal Lengtematen herleiden Omtrek van terreinen berekenen Oefenen Getallen in cijfers schrijven Gewichtsmaten herleiden Geldbedragen afronden en gepast betalen Wisselgeld berekenen Terug tellen met sprongen van 500 Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 26 en 27 Werkschrift 7 blz. 40 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 56 en 57 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Namaakgeld Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Metriek stelsel Maak er cm 2 van. 300 mm 2 = ( 3 cm 2 ) 20 dm 2 = (2000 cm 2 ) 30 mm 2 = ( 0,3 cm 2 ) 2,2 dm 2 = ( 220 cm 2 ) 3 mm 2 = ( 0,03 cm 2 ) 0,2 dm 2 = ( 20 cm 2 ) 3000 mm 2 = (30 cm 2 ) 2 dm 2 = ( 200 cm 2 ) 2 Getalbegrip Schrijf in cijfers: Zeshonderdduizend ( ) Zeshonderdduizendzes ( ) Zeshonderdduizendzeshonderdzes ( ) Zeshonderdzesenzestigduizend ( ) Zeshonderdzesenzestigduizendzeshonderdzesenzestig ( ) 3 Procenten 50% van 50 (25) 25% van 60 (5) 20% van 50,50 (0,0) 50% van 40 (20) 25% van 80 (20) 20% van 25,25 ( 5,05) 50% van 30 (5) 25% van 00 (25) 20% van 75,50 (5,0) 50% van 20 (0) 25% van 20 (30) 20% van 00,0 (20,02) 50% van 0 ( 5) 25% van 200 (50) 20% van 40,05 ( 8,0) Maatschrift Kommagetallen Schrijf de volgende getallen op het bord en laat de leerlingen ze uitspreken. Laat de getallen vervolgens ordenen van klein naar groot.,34 4,3 3,4,43 3,4 4,3 (,34,43 3,4 3,4 4,3 4,3) Laat daarna zes soortgelijke kommagetallen maken met de cijfers 2, 6 en 9 en ze meteen op volgorde van klein naar groot zetten. (2,69 2,96 6,29 6,92 9,26 9,62) 2 Handig optellen en aftrekken = (77) = (99) = (55) = (77) = (99) = (55) = (77) = (99) = (55) = (77) = (99) = (55) 3 Breuken Laat de leerlingen zoveel mogelijk breuken noemen die evenveel waard zijn als:,,, 2, 3,,

45 Alles telt Handleiding 7 45 Waar gaat deze les over? In deze les gaan de leerlingen de omtrek meten van vestingwerken, meetkundige fi guren en het waddeneiland Ameland. Eerst schatten de leerlingen de pijlvormige omtreklijnen van bastions op schaal en vervolgens rekenen ze de werkelijke lengte uit. Ook moeten zij de oppervlakte van Ameland schatten. Het rekenen met omtrek en oppervlakte wordt verder toegepast om de benodigde hoeveelheid hout en lak voor een tuinhek te berekenen, graszaad voor een voetbalveld en inpaklint voor een doos. Taal en rekenen Taaltip Bespreek de betekenis van vestingstad en stadsgracht zowel vroeger als nu. Vroeger was een vestingstad belangrijk. Een beetje stad had voor de veiligheid een muur met poorten, torens en een gracht. Toen de vijand met grof geschut ging schieten, waren de muren niet meer veilig en bouwde men in de vijftiende eeuw aarden wallen. Deze wallen kwamen eerst tegen de buitenkant van de muur, maar na 500 werden ze versterkt met pijlvormige uitstulpingen (bastions). Daaromheen werd weer een gracht gegraven. In Naarden zijn daarbuiten later weer ravelijnen (lagere voorwerken tussen de bastions) aangelegd, zodat je nog beter de vijand kon bestoken. Ook hier werd weer een gracht omheen gegraven. De uitvoerder hiervan was Menno van Coehoorn, die prins Maurits en prins Frederik Hendrik adviseerde bij de verdediging en verovering van veel steden. Toen zo n verdediging niet meer nodig was, zijn in veel steden mooie wandelparken aangelegd op de wallen. Ook de betekenis van de stadsgracht is veranderd. Vroeger was het een gracht om de stad heen, nu is het een water in de stad met rondvaartboten om de huizen op een andere manier te bekijken. Rekenwoorden Omtrek Oppervlakte Schaal Lastige woorden Vestingstad Vestingwerken Stadsgracht Fabrieksterreinen

46 46 Blok 4 Les 2 en 22 Lesverloop van les 2 C C2 C3 Hoeveel kilometer vestingwerken zijn er? Meten, omtrek, schaal Bekijk met de leerlingen de kaarten van de twee vestingsteden Willemstad en Naarden. Vraag waar de kleuren blauw en bruin voor staan. (Blauw staat voor water, bruin voor bebouwing.) Wat is een vestingstad? (Dat is een stad met muren en wallen.) Noem er eens een paar in Nederland? (Zaltbommel, Groningen, Alkmaar) Hoe lang schat je de wallenwandeling (stippellijn) in Willemstad? (± 800 m) En hoe lang in Naarden? (± 500 m) Laat de leerlingen in tweetallen de lengte van deze wandelingen meten en uitrekenen. Wijs hierbij op de schaal. Bespreek samen de antwoorden. Vraag ten slotte: Als de omtrek van Naarden twee keer zo lang is als die van Willemstad, is de oppervlakte van Naarden dan ook twee keer zo groot? (Nee, vier keer zo groot.) Wat is de omtrek van deze figuren? Meten, omtrek Laat deze opgave eerst zelfstandig maken. Bespreek de uitkomsten. Wat valt jullie op? (De oppervlakte van het oranje deel is steeds 4 van de hele fi guur.) Bekijk de kaart van Ameland. Meten, omtrek, schaal Vraag de leerlingen de omtrek van Ameland te schatten. (20 cm) Hoeveel km is dat in werkelijkheid? (40 km) Bespreek vervolgens vraag a. Hoe ver loop je in uur? (5 km, als je flink doorstapt.) Hoe lang moet je dus fl ink doorstappen om het eiland rond te lopen? (8 uur) Kun je dat in één dag? (Met flinke rustpauzes moet dat lukken, maar het is wel veel voor een dag.) Laat ten slotte de leerlingen in tweetallen de oppervlakte schatten. Bespreek samen de antwoorden. (Gemiddeld,5 cm (3 km) breed en 9 cm (8 km) lang. Oppervlakte dus ongeveer 54 km 2.)

47 Alles telt Handleiding 7 47 Aandachtspunten bij les 22 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 27 Wijs op het verschil in oppervlakte van a en b terwijl de omtrek toch hetzelfde is. 2 Controleer of de opgave duidelijk is. Bespreek de grootte van de bus lak. 3 Stimuleer de leerlingen om de oppervlakte uit het hoofd ( = 4050) uit te rekenen. 4 Adviseer de leerlingen om van de kommagetallen bij b en c overal kommagetallen met twee decimalen te maken. werkschrift blz. 40 Wijs op de zijden bij b (= 3,5 cm). Laat bij c de driehoek eerst verdubbelen (een vierkant van 25 cm 2 ) en daar de helft van nemen. 2 Stimuleer de leerlingen handig te rekenen en niet te tellen. 3 Wijs erop dat bij de tweede doos de lengtes twee keer zo groot zijn. 4 Geef aan dat ordenen van de gegeven getallen van groot naar klein handig rekent. maatschrift blz. 56 en 57 Besteed aandacht aan de betekenis van de tekst. Vraag of de leerlingen denken dat Leite groot is en in hoeveel tijd ze eromheen kunnen lopen. Vraag dan hoeveel meter hun schoolplein is met school en al. Vergelijk dat met de 2400 m. Leite is dus bepaald niet groot. 2 Bespreek het schuiven met nullen: 0 2,5 = 25, 00 2,5 = 250, 000 2,5 = Bespreek even het woord fabrieksterreinen. Leerlingen die uitrekenen, doen het natuurlijk prima. 4 Let op de volgorden bij eenennegentig. 5 Rekenen de leerlingen elke som apart uit of maken ze gebruik van eerdere sommen? 6 Wijs op de afrondregels bij geldbedragen en laat beginnen met zo groot mogelijke briefjes. 7 Laat de leerlingen eerst afronden. Laat dit bedrag eventueel even opschrijven. 8 Wijs op het mooie ritme bij 500 (net als 5 en 50). Afronding Bespreek werkschrift opgave 2 en 3. Laat de leerlingen verwoorden hoe ze hebben gerekend en hoe ze de opgave met het lint hebben opgelost. Bij maatschrift opgave 2 mag het schuiven met nullen geen trucje worden. Bespreek wat er gebeurt, zodat de leerlingen het begrijpen. Opgave 6 en 7 kunt u naspelen met namaakgeld. Bespreek wat handig is en hoe je afrondt met geld. Observatie en extra hulp Herhaal opgave van leerlingenboek les 22 met de leerlingen die het verschil tussen omtrek en oppervlakte nog steeds moeilijk vinden. Vergelijk de omtrek van b met a: Waarom zijn die even groot? Kun je b één hokje groter maken (oppervlakte) terwijl de omtrek gelijk blijft? Maak nog meer vormen met dezelfde omtrek. Stap even uit de les Fibonacci en de gulden snede Over beide onderwerpen hebben we het al vaker gehad. De gulden snede was de mooie verhouding tussen twee lijnstukken (zie handleiding 6 blok 6 les en 2). De Fibonacci-getallen waren: 0,,, 2, 3, 5, 8, 3, enzovoort. Wat was de regel ook alweer? Deel nu door antwoord:, daarna 2 door, enzovoort. Deel steeds de volgende combinatie van getallen. Gebruik de rekenmachine en schrijf de antwoorden op. Controleer de antwoorden met de tabel hieronder. Wat is er met de antwoorden aan de hand? (Ze komen steeds dichter bij het getal phi ( ), het verhoudingsgetal van de gulden snede. Dat is,62.), , , , , , , , , , , , , , ,68033

48 48 blok 4 les 23 en 24 Leerlijn Meetkunde Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Leerdoelen Nieuwe stof Standpunt van de fotograaf bepalen Kubussen in blokkenbouwsels tellen Perspectief Bij blokkenbouwsels de goede plattegrond zoeken Oefenen Schatten en dan uitrekenen op de rekenmachine Procenten en breuken vergelijken Percentages inkleuren Delen door 0, 00 en 000 Nieuwe stof Kubussen in blokkenbouwsels tellen Standpunt van de camera bepalen Oefenen Breuken en geld Tellen met sprongen van 00 Analoge tijden omzetten in twee digitale tijden Procenten inkleuren en berekenen Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 28 en 29 Werkschrift 7 blz. 4 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 58 en 59 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Kubusblokken en touwtjes Lucifersdoosjes of lege closetrollen Metriek stelsel Maak er cm 3 van. 2 dm 3 = (2000 cm 3 ) 000 mm 3 = ( cm 3 ) 0,3 dm 3 = ( 300 cm 3 ) 200 mm 3 = (0,2 cm 3 ) 0,03 dm 3 = ( 30 cm 3 ) 450 mm 3 = (0,45 cm 3 ) 2,3 dm 3 = (2300 cm 3 ) 00 mm 3 = (0, cm 3 ) 2 Getalbegrip Schrijf de volgende getallen op het bord en laat de leerlingen die uitspreken. 234 (twaalfhonderdvierendertig of duizend tweehonderdvierendertig) (een miljoen tweehonderdvierendertigduizend) 365 (driehonderdvijfenzestig) (driehonderdvijfenzestig miljoen) 4,2 (vier komma twaalf of vier twaalf honderdste) 0,78 (nul komma achtenzeventig, maar achtenzeventig honderdste is beter) 3 Handig rekenen Stimuleer de leerlingen om gebruik te maken van diverse handige rekenstrategieën. Laat hen verwoorden hoe ze hebben gerekend = ( 20) = (358) = (80) = (29) = (00) = (277) = (53) = (450) Maatschrift Nullen 00 : 0 = ( 0) 0 0 = ( 00) 000 : 0 = ( 00) = ( 0 000) : 0 = (000) = ( ) : 00 = ( 00) = ( ) : 000 = ( 0) = ( 0 000) 70 : 0 = ( 7) 7 0 = ( 70) 700 : 00 = ( 7) = (7 000) : 000 = ( 7) = (7 000) 70 : 7 = ( 0) = (7 000) 700 : 7 = (00) 70 0 = ( 700) 2 Verdubbelen en halveren Wat is het dubbele van: 25 (50), 36 (72), 47 (94), 23 (246), 245 (490), 350 (700), 435 (870), 500 (000)? Wat is de helft van: 36 (8), 25 (2,5), 22 (6), 244 (22), 350 (75), 436 (28), 50 (250,5)?

49 Alles telt Handleiding 7 49 Waar gaat deze les over? In deze meetkundige les leren de leerlingen wat perspectief is. Ze bespreken foto's met een opvallend perspectief en bepalen het standpunt van de fotograaf. Vervolgens tellen ze de kubussen in blokkenbouwsels en analyseren ze de bouwsels. Taal en rekenen Taaltip Het woord perspectief heeft verschillende betekenissen. Ga met de leerlingen de volgende uitspraken na. Vanuit mijn perspectief gezien kan ik me voorstellen dat het zo gelopen is. Hier is het perspectief niet goed getekend. Dat biedt nieuwe perspectieven. In de bovengenoemde voorbeelden is er sprake van de volgende betekenissen: kijkrichting of standpunt; lijnperspectief: het weergeven van diepte in een schilderij of tekening; een uitzicht in fi guurlijke zin. Laat de leerlingen een aantal zinnetjes maken met het woord perspectief. Vertel dat met veel geëxperimenteer de Italiaanse architect Brunelleschi in 425 heeft ontdekt hoe je perspectief (diepte) in tekeningen en schilderijen kunt krijgen, namelijk met een verdwijnpunt. Rekenwoorden Perspectief Lastige woorden Vogelperspectief Kikkerperspectief Verdwijnpunt Viseerlijnen

50 50 Blok 4 Les 23 en 24 Lesverloop van les 23 C C2 C3 Waar stond de fotograaf? Meetkunde, viseerlijnen, perspectief Bespreek samen de foto s bij de opgave. Waar was de fotograaf die de eerste foto heeft genomen? (In een vliegtuig, helikopter of op een kerktoren.) Hoe zien jullie dat? (De foto is van bovenaf genomen: vogelperspectief.) Vraag de leerlingen of ze ook kunnen zien in welke windrichting je kijkt en hoe laat het ongeveer is. (Er is een korte schaduw achter de flats dus je kijkt naar het noorden; het is ongeveer 2.00 uur.) Laat ze schatten hoe hoog de fotograaf stond. (Flat van twaalf verdiepingen van ± 3,5 m is ruim 40 m hoog.) Hoeveel meter moet hij dan hoger zijn voor de foto? (50 meter hoger, dus ongeveer 90 m hoog.) Waar stond de fotograaf bij b? (Aan de voet van de toren.) Hoe hoog zou de toren zijn? (± 00 m. De foto is zo genomen (kikkerperspectief) dat de toren heel hoog lijkt.) Hoeveel kubussen? Meetkunde, blokkenbouwsels Laat de leerlingen eerst beredeneren uit hoeveel kubussen bouwsel kan bestaan. (7) Hoeveel zie je er? (6) Vraag enkele leerlingen vervolgens met kubusblokken bouwsel 2 na te bouwen. Laat de andere leerlingen een bovenaanzicht tekenen met het aantal blokken in de hoogte aangegeven. Bespreek en vergelijk de tekeningen met het bouwsel. (Het maximum aantal blokken is 4 en het minimum is 2.) Kun je van bouwsel ook een bovenaanzicht tekenen? Kijk naar deze foto van de Rossistraat in Sint-Petersburg. Meetkunde, perspectief Bespreek samen het perspectief van de Rossistraat, een straat die is aangelegd in 703. Is het rechtergebouw aan het eind lager, hoger of even hoog als in het begin? Laat de leerlingen goed naar de straat kijken. Wordt de straat smaller naar het eind? Vertel dat zo n foto of tekening diepte laat zien en dat dit perspectief wordt genoemd. Perspectief krijg je door het zogenoemde verdwijnpunt. Wat zou dat betekenen? Op deze foto is het verdwijnpunt prachtig terug te vinden. Laat de leerlingen aan beide zijden een touwtje langs de straat- of daklijnen leggen. De lijnen komen samen op één punt op de horizon. Vertel dat, als het verdwijnpunt heel laag ligt, dit vogelperspectief (foto a opgave ) wordt genoemd. Ligt het verdwijnpunt heel hoog, dan wordt gesproken van kikkerperspectief (foto b opgave 2). Laat de leerlingen zelf experimenteren met perspectief tekenen als er nog tijd over is.

51 Alles telt Handleiding 7 5 Aandachtspunten bij les 24 (zelfstandig werken) leerlingenboek blz. 29 Laat de leerlingen deze bouwsels nabouwen. 2 Kun je deze bouwsels ook nabouwen? (Niet als je alleen losse kubusblokjes hebt.) Wanneer zou het wel kunnen? (Bouwsel : als je de blokjes aan elkaar plakt. Bouwsel 2: als je ook een balkje hebt.) De vormen zijn veelzijdig symmetrisch. Bekijk of de leerlingen daar gebruik van maken. 3 Geef aan dat de schattingen helemaal uitgeschreven moeten worden, dus niet alleen het antwoord opschrijven. 4 Dit is een goede test om te zien of de leerlingen de procenten beheersen. werkschrift blz. 4 Wijs erop dat de cijfers in de plattegronden de hoogte van de stapels blokjes aangeven. 2 Bij a zouden de leerlingen meteen moeten weten dat 60% van 0 6 is. Bij b en c kunnen ze rekenen via 0%. 3 Controleer bij het steeds kleiner worden van het getal of de komma goed wordt geplaatst. Observatie en extra hulp Laat de leerlingen die nog moeite hebben met standpunt bepalen (viseerlijnen) in echte situaties aangeven op welke plaats je iets niet of wel ziet. Laat ze achteruitlopen en beschrijven wat er gebeurt. Stap even uit de les Bouwen Laat een leerling een blokkenbouwsel van tien blokken (achter een boek verborgen voor de rest van de klas) eens beschrijven zodat de rest van de groep dit na kan bouwen. Dit is een goede oefening in het gebruik van meetkundetaal. Herhaal dit enkele malen. Welk bouwsel vonden de leerlingen het mooist? maatschrift blz. 58 en 59 Laat de leerlingen de bouwsels eventueel nabouwen. 2 Laat de leerlingen deze situatie naspelen in de klas. 3 Controleer of de leerlingen weten dat bij 3 deel van 30 door 3 moet worden gedeeld. 4 Bekijk of de overgang bij de duizendtallen goed gaat. 5 Besteed nog even aandacht aan de notatie van de tijden rond middernacht en de twee digitale tijden bij dezelfde analoge tijd. 6 Wijs er nog eens op dat 20% 5 deel is en 00% alles. 7 Geef aan dat vanuit 0% van 000 respectievelijk de andere percentages goed te berekenen zijn. 25% is deel. 4 8 Laat de leerlingen de handige verdeling van de cirkels in tien stukken gebruiken. Afronding Ga bij werkschrift opgave nog eens in op het aangeven van een bouwsel in getallen. Zet zo n plattegrond op het bord om na te bouwen. Bespreek bij opgave 3 het verschuiven van de komma. Hoe zou dat zijn als je door 000 deelt? Het eerste bouwsel in het maatschrift bij opgave heeft een regelmaat. Hoeveel blokken is de volgende laag? (6) En daarna? (25) Opgave 2 is een mooi onderwerp om na te spelen. Geef als camera een omhulsel van een lucifersdoosje of een lege closetrol. Bespreek ten slotte opgave 7. Hoe ging de berekening?

52 52 blok 4 les 25 herhalen en oefenen Leerlijn Lengte en omtrek Oppervlakte Meetkunde Leerdoelen Nieuwe stof Omtrek en oppervlakte van meetkundige fi guren berekenen Rekenen met schaal Bouwsels van kubussen analyseren en kubussen tellen Oefenen Reistijd berekenen Nieuwe prijs berekenen Kommagetallen aanvullen tot Nieuwe stof Omtrek van meetkundige fi guren berekenen Standpunt van de tv-camera bepalen Oefenen Breuken en geld Ronde getallen op de getallenlijn tot en met 5000 Rekenen met geldbedragen Kommagetallen aanvullen tot en 0 Kommagetallen ordenen Materiaal Leerlingenboek 7b blz. 30 en 3 Maatschrift 7 blok 3+4 blz. 60 en 6 Plusschrift 7 blok 4 Kwismeester 7b blok 4 Oefensoftware Liniaal Hoofdrekenen en schattend rekenen Maak een keuze uit deze opdrachten. Reken 5 tot 0 minuten. Handig rekenen Stimuleer de leerlingen gebruik te maken van diverse handige rekenstrategieën. Laat ze verwoorden hoe ze hebben gerekend = ( 350) 560 : 8 = (70) 6 74 = (84) 568 : 8 = (7) 9 34 = (206) 552 : 8 = (69) 34 = (474) 560 : 6 = (35) 2 Vermenigvuldigen met kommagetallen 2 5 = (0 ) 2 0,5 = ( ) 2 0,05 = ( 0,) 0,05 2 = ( 0,) 0,02 5 = ( 0,) 0,2 5 = ( ) 2 5 = 0 Maatschrift Gewichten Laat de leerlingen de volgende voorwerpen ordenen van licht naar zwaar. Schrijf de lijst op het bord. Tafel, stoel, bureau, pen, boek, schrift, kast, gum, poster. (Gum, pen, schrift, poster, boek, stoel, tafel, bureau, kast) 2 Herhaald optellen = (20) = (24) = (240) = (260) Vraag welke strategieën gebruikt zijn.

53 Alles telt Handleiding 7 53 Aandachtspunten bij les 25 (herhalen en oefenen) leerlingenboek blz. 30 en 3 Omdat met fi guur 2 (een parallellogram) door knippen en plakken in een rechthoek van 3 2,5 cm gevormd kan worden, zijn ze niet gelijk van oppervlakte. Vraag c: als je fi guur 2 op fi guur legt, blijven er twee driehoeken over. Die driehoeken vormen samen een rechthoek van x 2,5 cm, en dus d,5 cm 2 blijft onbedekt. 2 Laat de leerlingen een liniaal gebruiken om de afmetingen van het hok te bepalen. 3 Wijs bij c op het aantal zijvlakken van de kubus. 4 Controleer of de leerlingen de eigenschappen van een balk kennen. 5 Adviseer bij tijd door te tellen. 6 Bekijk of de leerlingen zien dat de prijsverhoging het dubbele is van het percentage. 7 Laat de leerlingen de aanvulling met evenveel decimalen als het begingetal opschrijven. maatschrift blz. 60 en 6 Laat de leerlingen de berekening helemaal opschrijven. 2 Vertel dat heel precies gemeten moet worden in mm. 3 Geef aan dat de leerlingen in gedachten om de ijshockeyers heen moeten lopen. De stand van de sticks en de kleur van de helmen zijn de aanknopingspunten. 4 Bekijk hoe de leerlingen dit oplossen. (Delen: 6 deel van 36 is hetzelfde als 36 : 6; redeneren: bij 0 verdeel je onder minder mensen dan bij.) 20 5 Laat de leerlingen eerst boven de langste verticale streepjes de duizendtallen zetten. 6 Controleer of splitsend rekenen goed gaat. 7 Laat de leerlingen indien nodig de getallenlijn gebruiken. 8 Het getal 2,05 is lastig. Adviseer alles eerst met twee decimalen op te schrijven. Dan is 2,05 duidelijk kleiner dan 2,20. Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 4 < Opgave 2 4 < Opgave 3 5 < Opgave 4 5 < Opgave 5 8 < Opgave 6 9 < Opgave 7 2 < Normering Aantal Onvoldoende Voldoende Opgave 4 < Opgave 2 3 < Opgave 3 0 Opgave 4 8 < Opgave 5 8 < Opgave 6 6 < - 6 Opgave 7 6 < - 6 Opgave 8 2 < 8 8-2

54 54 Blok 4 Plus Plusopgaven leerlingenboek blz. 40 t/m 43 De leerlingen kunnen hun antwoord controleren met behulp van een echte dobbelsteen. 2 Bekijk of de leerlingen systematisch te werk gaan bij het vinden van alle twintig getallen. 3 Soms is het uitproberen, soms is het in één keer te zien. 4 a De regel is: +, + 2, + 3, + 4, enzovoort. b De regel is: + 3, 2, + 3, 2, enzovoort. c De regel is: + 2,, + 4, 2, + 6, 3, + 8, 4, + 0. d De regel is: +, 2, + 3, 4, + 5, 6, + 7, enzovoort. 5 De breuken zijn niet uit de tabel te halen, ze moeten alleen nog vereenvoudigd worden. Vierkant 3 (7 x 7 hokjes): Vierkant 4 (9 x 9 hokjes):. Vierkant 5 ( x hokjes): 55 = = Vierkant 6 (3 x 3 hokjes): 78 9 = 6 7. = a Steeds het kleinere vierkantje er aftrekken. Opgave c is lastig maar bij nameten blijkt het vierkantje even groot als bij b. 7 Kijk naar wat er boven bijgekomen is. 8 Laat de fi guren in elkaar schuiven. Wat is dan de totale oppervlakte? 9 Adviseer eerst de zijde te berekenen. Dat moet 30 : 3 = 0 zijn. 0 Gaan de leerlingen systematisch te werk, bijvoorbeeld door eerst te kijken welke munt meteen afvalt ( 2) en welke munt er niet twee keer bij kan zitten ( )? In principe is de klok niet van slag maar loopt hij 3 uur achter. Het is handig om een lijstje te maken met de tijden en het aantal slagen: om 8 uur 5 keer, om 9 uur 6 keer en zo verder tot uur, 0 keer. 2 Denk bij de eerste twee rijen aan halveren en bij de laatste twee rijen aan verdubbelen. 3 Eerst 0% uitrekenen. 0% is 80 g en 5% is dus 40 g. 4 Controleer of de leerlingen weten wat er gebeurt als de zomertijd ingaat. (De klok gaat één uur vooruit.) 5 Wijs de leerlingen op het gebruikmaken van de symmetrie. 6 Controleer of de leerlingen weten wat kwadraten zijn. Er kan handig worden geteld. 7 Dit zijn ook gelijkzijdige driehoeken maar dan in piramidevorm. 8 Ook hier kan de symmetrie gebruikt worden. 9 Laat de leerlingen bij vraag a de breuken eerst gelijknamig maken. Dan gaat het om 2 6 en 3 Om van 3 naar Plusschrift blz. 26 t/m 33 te komen heb je 5 6 nodig. Een vierkant is in de meetkunde een tweedimensionale fi guur met vier gelijke zijden en vier rechte hoeken tussen die zijden. Verbinding van het midden van de tegenoverliggende zijden laat zien dat de lichte fi guur een kwart is. Het donkere gedeelte is dan 3 4 deel of 75%. 2 Laat de leerlingen eerst een 9 weghalen, dan zijn ze al dicht bij het antwoord. 3 a Het plaatje van de gewichtheffer geeft aan dat deze 25 kg tilt. Een cent (zie tip) weegt 2,3 g centen is dan 2300 kg. b 24 uur in één dag is uur = 8760 uur per jaar. ( : 8760) jaar = 4,5 jaar. Een gemiddeld mens wordt ongeveer 80 jaar. 4 Laat bij a eerst de cijfers voor de komma vergelijken en bij b eerst de tienden. 5 Tussen ( 4 ) en ( ) legt Daniël 2 deel af van de totale weg. Over 2 deel doet hij 5 minuten en over de hele weg 2 5 minuten = 60 minuten. Het eerste meetpunt is ( ) deel van de afgelegde afstand. Hij is dus om 4.30 (3 5 minuten) = 4.5 vertrokken en komt 60 minuten later, om 5.5 aan. 6 Schrijf de breuken eventueel met behulp van de rekenmachine als kommagetal. 7 De oplossingsstrategieën bij deze opgave zullen verschillen. Bied de leerlingen de mogelijkheid die met elkaar te bespreken. 6.

55 Alles telt Handleiding c De lengte wordt nu 60 meter + 2 meter = 62 meter en de breedte wordt 24 meter + 2 meter = 26 meter m 2 = 62 m 2. d De omtrek is dan (2 62 m) + (2 26 m) = 76 m. e 2 (62 m 2 ) + 2 (24 m 2 ) = 72 m 2 of een stuk eenvoudiger: c a dus Leuk om eens in de klas te bekijken welke naam het meeste waard is. 0 De grote driehoek zelf telt ook mee. De oplossing die het meest voor de hand lijkt te liggen (de grote driehoek verdelen in negen kleine), is dus niet de goede. a 000 bloemen leveren 000 0,05 mg nectar. Met bijen en 5 vliegen per dag is dat: mg = mg = 5 kg. b kg nectar levert 200 gram honing. Dat betekent dat 5 kg nectar goed is voor kg honing. 2 a Noem de huidige leeftijd van de leerkracht nu X. Over 8 jaar is ze dan X + 8. Dit is twee keer haar huidige leeftijd (X) min 8. 2(X 8) = X + 8 dus 2X 6 = X + 8 dus 2X 24 = X dus X = 24. X + 8 = 2(X 8) X + 4 = X X + 2 = X 2 = 2 X X = 24 Haar huidige leeftijd is 24 jaar. b De leeftijd van Dorine kan op dezelfde manier worden gevonden. Haar huidige leeftijd is Y. 3(Y 4) = Y + 4 dus 3Y 2 = Y + 4 en 2Y = 6. Dorine is nu 8 jaar. 3 Wijs op de driehoeken die ondersteboven staan. 4 Vraag waarvan 625 het kwadraat is. 5 Het schaap kan met een touw van,75 meter lengte een cirkeloppervlakte begrazen van π,75,75 = π 3,0625 (oppervlakte cirkel is π r 2 (r is de straal). Als de straal 4 zo groot is, dan wordt de oppervlakte van de te begrazen cirkel π 7 7. Dit is 6 keer zo groot: 49 : 3, Wijs op het patroon (zie het eerste vierkant): = Vertel dat de grafi ek wel een vloeiend verloop moet hebben. 8 Het precies intekenen van de breuk 8 9 leerlingen kunnen beredeneren dat 8 9 in opgave c zal niet lukken. Het is voldoende als de 9 7 iets minder is dan 9 en ietsje meer dan. 8 9 Geef de tip zes kaartjes met de namen erop te maken. 20 Laat de leerlingen met een spiegel de spiegellijn bekijken. 2 b hokje =,5,5 = 2,25 m 2. Er zijn 4 hokjes dus: 92,25 m a Je krijgt vijf plaatjes voor alle bedragen van 0 tot 20, enzovoort. b Denk aan een keer een grote hoeveelheid boodschappen die veel plaatjes oplevert. 23 Bepaal eerst de cirkelverdeling. 24 a Komen deze getallen je bekend voor? b Denk aan verdubbelen. c Denk aan halveren. d Denk aan aftrekken. 25 Wijs op de verschillen tussen de kwadraten. Zien de leerlingen de regelmaat? Dit komt terug bij opgave Denk aan het verschil in tijd tussen de zandlopers. 27 Als het goed is, is dit bij opgave 25 al toegepast. 28 Denk aan de som per rij. 29 Begin in het middelste vak. Dat kan maar op één manier ingevuld worden: rechtsboven een banaan, linksonder een aardbei.

56

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen 1 2 REKENEN Boek 7a: Blok 1 - week 1 in geldcontext 2 x 2,95 = / 4 x 2,95 = Optellen en aftrekken tot 10.000 - ciferend; met 2 of 3 getallen 4232 + 3635 + 745 = 1600

Nadere informatie

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees?

42 blok 6. Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? 42 blok 6 C1 Een huis inrichten. Teken de meubels in het huis. Plaats ze waar jij wilt. C2 Vul in. Hoeveel eet elke hond? Hoeveel kilo vlees? Hoeveel pakken brokken? Hoeveel bakjes water? Fido 3 2 1 4

Nadere informatie

Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 6 Wereld in Getallen 1 REKENEN Boek 6a: Blok 1 - week 1 - buurgetallen - oefenen op de getallenlijn Geld - optellen van geldbedragen - aanvullen tot 10 105 : 5 = 2 x 69 = - van digitaal

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s d e l e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen 1 2 3 4 REKENEN Boek 8a: Blok 1 - week 1 Oriëntatie - uitspreken en schrijven van getallen rond 1 miljoen - introductie miljard - helen uit een breuk halen 5/4 = -

Nadere informatie

handleiding leerjaar 7 blok 6

handleiding leerjaar 7 blok 6 handleiding leerjaar 7 blok 6 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Aanbod rekenstof augustus t/m februari. Groep 3

Aanbod rekenstof augustus t/m februari. Groep 3 Aanbod rekenstof augustus t/m februari Groep 3 Blok 1 Oriëntatie: tellen van hoeveelheden tot 10, introductie van de getallenlijn tot en met 10, tellen en terugtellen t/m 20, koppelen van getallen aan

Nadere informatie

Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen

Getallen en breuken. 1 Doel: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen. Herhalen Getallen en breuken Basisstof structuur van de getallen tot 000 000 breuken Lesdoelen De leerlingen kunnen: helen in breuken verdelen en helen uit de breuk halen; helen en breuken verdelen; getallen op

Nadere informatie

handleiding leerjaar 7 blok 5

handleiding leerjaar 7 blok 5 handleiding leerjaar 7 blok 5 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld

Groep 3. Getalbegrip hele getallen. Optellen en aftrekken. Geld Groep 3 Getalbegrip hele getallen De leerlingen werken de eerste periode in het getallengebied tot 20 en 40. De tweede helft van het jaar ook tot 100. De leerlingen leren het verder- en terugtellen, tellen

Nadere informatie

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.

Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Rekenrijk doelen groep 1 en 2 De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Aantallen kunnen tellen De kinderen kunnen kleine aantallen tellen. De kinderen kunnen eenvoudige

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s o p t e l l e n e n a f t r e k k e n Jaargroep instap Inleiding Het instapprogramma

Nadere informatie

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen

Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen Leerlijnen rekenen: De wereld in getallen Groep 7(eerste helft) Getalbegrip - Telrij tot en met 1 000 000 - Uitspraak en schrijfwijze van de getallen (800 000 en 0,8 miljoen) - De opbouw en positiewaarde

Nadere informatie

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie

Zelfstandig werken. Ajodakt. Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie Zelfstandig werken Ajodakt Dit antwoordenboekje hoort bij het gelijknamige werkboek van de serie 9 789074 080705 Informatieverwerking Groep 7 Antwoorden Auteur P. Nagtegaal ajodakt COLOFON Illustraties

Nadere informatie

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN 978 90 557 4642 2): Rekenen: een hele opgave, deel 2

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN 978 90 557 4642 2): Rekenen: een hele opgave, deel 2 Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN 978 90 557 4642 2): Joep van Vugt Anneke Wösten Handig optellen; tribunesom* Bij optellen van bijna ronde getallen zoals 39, 198, 2993,..

Nadere informatie

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Reken zeker: leerlijn kommagetallen Reken zeker: leerlijn kommagetallen De gebruikelijke didactische aanpak bij Reken Zeker is dat we eerst uitleg geven, vervolgens de leerlingen flink laten oefenen (automatiseren) en daarna het geleerde

Nadere informatie

Leerstofoverzicht groep 6

Leerstofoverzicht groep 6 Leerstofoverzicht groep 6 Getallen en relaties Basisbewerkingen Leerlijn Groep 6 Uitspraak, schrijfwijze, kenmerken getallen boven 10 000 in cijfers schrijven haakjesnotatie deler en deeltal breuknotatie

Nadere informatie

Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: 08-05-2014. Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200

Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: 08-05-2014. Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200 Leerlijnenpakket STAP incl. WIG Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200 Rekenen Rekenen 1.1 Getallen - Optellen en aftrekken tot 10 - Groep 3 BB/ KB GL + PRO 1.1.1 zegt de telrij

Nadere informatie

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen.

Opdracht 2.1 a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde grootte te krijgen. Uitwerkingen hoofdstuk Gebroken getallen. Kennismaken met breuken.. Deel van geheel Opdracht. a t/m c. Er zijn veel mogelijkheden. De vorm hoeft dus niet gelijk te zijn om toch een vierkant van dezelfde

Nadere informatie

Leerstofoverzicht groep 3

Leerstofoverzicht groep 3 Leerstofoverzicht groep 3 Getallen en relaties Basisbewerkingen Verhoudingen Leerlijn Groep 3 uitspraak, schrijfwijze, kenmerken begrippen evenveel, minder/meer cijfer 1 t/m 10, groepjes aanvullen tot

Nadere informatie

Leerlijnen voor groep 3-8

Leerlijnen voor groep 3-8 Leerlijnen voor groep 3-8 Groep 3, eerste half jaar de begrippen meer, minder, evenveel juist toepassen de ontbrekende getallen op de getallenlijn t/m 12 invullen van hoeveelheden t/m 20 groepjes van 5

Nadere informatie

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Reken zeker: leerlijn kommagetallen Reken zeker: leerlijn kommagetallen De gebruikelijke didactische aanpak bij Reken Zeker is dat we eerst uitleg geven, vervolgens de leerlingen flink laten oefenen (automatiseren) en daarna het geleerde

Nadere informatie

Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6

Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 Rekenen Oefenboek (2) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 2019 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets

Nadere informatie

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4

Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4 Hieronder ziet u per 2 blokken wat er getoetst wordt in groep 4 Blok 1A en 2A Telrij, uitspraak en notatie Getallenlijn en getalvolgorde Opbouw getallen tot 100 Sprongen van 1, 2 en 5 tussen 10 en 20 t/m

Nadere informatie

Optellen van twee getallen onder de 10

Optellen van twee getallen onder de 10 Splitsen tot 0 uit het hoofd 2 Optellen 2 7 6 2 5 3 4 Splitsen tot 20 3 2 8 7 2 6 3 5 4 4 4 3 2 2 9 8 2 7 3 6 4 5 5 4 2 3 0 9 2 8 3 7 4 6 5 5 6 5 2 4 3 3 Bij een aantal iets erbij doen heet optellen. Je

Nadere informatie

handleiding leerjaar 6 blok 6

handleiding leerjaar 6 blok 6 handleiding leerjaar 6 blok 6 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Inhoud kaartenbak groep 8

Inhoud kaartenbak groep 8 Inhoud kaartenbak groep 8 1 Getalbegrip 1.1 Ligging van getallen tussen duizendvouden 1.2 Plaatsen van getallen op de getallenlijn 1.3 Telrij t/m 100 000 1.4 Telrij t/m 100 000 1.5 Getallen splitsen en

Nadere informatie

handleiding leerjaar 6 blok 5

handleiding leerjaar 6 blok 5 handleiding leerjaar 6 blok 5 Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Inhoudelijke redactie:

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Wet van Ohm. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Wet van Ohm J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 1, les 1 blok 1, les 6 blok 2, les 1 blok 3, les 8. blok 1, les 3 blok 1, les 11 blok 3, les 1

Aandachtspunten. blok 1, les 1 blok 1, les 6 blok 2, les 1 blok 3, les 8. blok 1, les 3 blok 1, les 11 blok 3, les 1 Aandachtspunten 313 Aandachtspuntenlijst 1, bij blok 1, 2 en 3 1 De telrij tot en met en boven 10 000. Het kind kan geen getallen plaatsen op de getallenlijn met steunpunten. Het kind heeft weinig inzicht

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. Start. Instructie. Blok 4. Lesinhoud Kommagetallen: vermenigvuldigen met kommagetallen Kommagetallen: delen met kommagetallen

Lesopbouw: instructie. Start. Instructie. Blok 4. Lesinhoud Kommagetallen: vermenigvuldigen met kommagetallen Kommagetallen: delen met kommagetallen Week Blok Bijwerkboek 0 Les Rekenboek Lessen 0 0, 0 0, 0, keer 0, 0,, flesjes 0,, 0, 0 0 plankjes stukjes 0 0 Lesinhoud Kommagetallen: vermenigvuldigen met kommagetallen Kommagetallen: delen met kommagetallen

Nadere informatie

Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3

Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3 Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3 LES 1 LES 2 LES 3 LES 4 LES 5 (tot 1000 en boven 1000 getallen herkennen, benoemen en noteren) (tot 1000) (1/10) (1/2 en 1/5) (10 cm = 0,10 m,

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g k o l o m s g e w i j s v e r m e n i g v u l d i g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Leerdoelen groep 7. Pluspunt rekenen

Leerdoelen groep 7. Pluspunt rekenen Leerdoelen groep 7 Pluspunt rekenen NB. De leerdoelen van deze rekenmethode bieden wij de kinderen aan middels Denken in Doelen. Dat betekent dat we niet exact de blokken van de methode volgen, maar dat

Nadere informatie

Handleiding. Reken-wiskundemethode voor het primair onderwijs. Katern 1S en 1F

Handleiding. Reken-wiskundemethode voor het primair onderwijs. Katern 1S en 1F I Handleiding Reken-wiskundemethode voor het primair onderwijs Katern 1S en 1F Handleiding bij de katernen 1F en 1S 1 In 2010 hebben de referentieniveaus een wettelijk kader gekregen. Basisscholen moeten

Nadere informatie

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN

Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Onderwijsassistent REKENEN BASISVAARDIGHEDEN Verhoudingstabel Wat zijn verhoudingen Rekenen met de verhoudingstabel Kruisprodukten Wat zijn verhoudingen * * * 2 Aantal rollen 1 2 12 Aantal beschuiten 18

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 3, les 1 blok 3, les 3 blok 3, les 8. blok 1, les 1 blok 1, les 3 blok 1, les 6 blok 1, les 8 blok 1, les 11 blok 2, les 11

Aandachtspunten. blok 3, les 1 blok 3, les 3 blok 3, les 8. blok 1, les 1 blok 1, les 3 blok 1, les 6 blok 1, les 8 blok 1, les 11 blok 2, les 11 Aandachtspunten 307 Aandachtspuntenlijst 1, bij blok 1, 2 en 3 1 Kommagetallen. Het kind kan geen steunpunten plaatsen op de getallenlijn. Het kind heeft weinig inzicht in de positiewaarde van cijfers

Nadere informatie

C 1 C 2 C 3. les 1. 2 blok 4. Leg de figuren. Samen bespreken. a b c

C 1 C 2 C 3. les 1. 2 blok 4. Leg de figuren. Samen bespreken. a b c 2 blok 4 les 1 C 1 Leg de figuren. Samen bespreken. a b c d C 2 Leg de figuren. Samen bespreken. a b c C 3 Leg nog meer figuren. Samen bespreken. a Maak een huis. b Maak een boot. c Bedenk zelf een figuur.

Nadere informatie

Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok 1

Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok 1 Leerroutes Passende Perspectieven Alles telt groep 5 blok Legenda kleuren Getalbegrip Optellen en aftrekken Vermenigvuldigen en delen Verhoudingen Meten Meten Tijd Meten Geld Meetkunde Verbanden Legenda

Nadere informatie

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen

Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen Leerlijnen groep 4 Wereld in Getallen 1 REKENEN Boek 4a: Blok 1 - week 1 - optellen en aftrekken t/m 10 (3 getallen, 4 sommen) 5 + 4 = / 4 + 5 = 9 5 = / 9 4 = - getallen tot 100 Telrij oefenen met kralenstang

Nadere informatie

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden

Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden Werkwoordspelling 2 Toelichting en Antwoorden COLOFON Auteurs Frank Pollet Illustraties Liza-Beth Valkema Basisvormgeving LS Ontwerpers bno, Groningen Omslag illustratie Metamorfose ontwerpen BNO, Deventer

Nadere informatie

Passende Perspectieven. Bij Rekenrijk 3 e editie

Passende Perspectieven. Bij Rekenrijk 3 e editie Passende Perspectieven Bij Rekenrijk 3 e editie 0 Dit document is de beschrijving van de Passende perspectieven Rekenen leerroutes van de SLO binnen de methode Rekenrijk 3 e editie. De uitwerking betreft

Nadere informatie

Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie

Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie Deze mappen willen wegwijzers aanreiken om vanuit begrip en respect het beste te halen uit die leerlingen die de basis wiskundeleerstof uit

Nadere informatie

handleiding leerjaar 8 blok 1

handleiding leerjaar 8 blok 1 handleiding leerjaar 8 blok Reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs Auteurs: Els van den Bosch-Ploegh Brugt Krol Jeannette Nijs-van Noort Ad Plomp Wim Sweers Anne Coos Vuurmans Redactie: Fundamentaal,

Nadere informatie

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar

Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar 24/04/2013 Afspraken hoofdrekenen eerste tot zesde leerjaar Sint-Ursula-Instituut Rekenprocedures eerste leerjaar Rekenen, hoe doe ik dat? 1. E + E = E 2 + 5 = 7 Ik heb er 2. Er komen er 5 bij. Dat is

Nadere informatie

Rekentermen en tekens

Rekentermen en tekens Rekentermen en tekens Erbij de som is hetzelfde, is evenveel, is gelijk aan Eraf het verschil, korting is niet hetzelfde, is niet evenveel Keer het product kleiner dan, minder dan; wijst naar het kleinste

Nadere informatie

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7

Stenvert. Rekenmeesters 5. Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Rekenen Rekenmeesters 5 Antwoorden Groep 7 Zelfstandig werken Rekenen Groep 7 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

Getallen. 1 Doel: een getallenreeks afmaken De leerlingen maken de getallenreeks af met sprongen van 150 000.

Getallen. 1 Doel: een getallenreeks afmaken De leerlingen maken de getallenreeks af met sprongen van 150 000. Getallen Basisstof getallen Lesdoelen De leerlingen kunnen: een reeks afmaken; waarde van cijfers in een groot getal opschrijven; getallen op de getallenlijn plaatsen; afronden op miljarden; getallen in

Nadere informatie

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1. Derde domein: gebroken getallen 1 Kennismaking met breuken 1.1 De breuk als deel van een geheel blaadje 1 blaadje 2 blaadje 3 blaadje 4 Een blaadje in twee delen vouwen geeft de helft van een heel blaadje.

Nadere informatie

TOELICHTING REKENEN MET BREUKEN

TOELICHTING REKENEN MET BREUKEN TOELICHTING REKENEN MET BREUKEN 1 2 3 11628_rv_wb_breuken_bw.indd 2 13-11-12 23:2611628_rv_wb_breuken_bw.indd 3 13-11-12 23:27 4 5 6 Rekenvlinder Rekenen met breuken Toelichting Uitgeverij Zwijsen B.V.,

Nadere informatie

Deel 1: Getallenkennis

Deel 1: Getallenkennis Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 10 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 13

Nadere informatie

Toetswijzer examen Cool 2.1

Toetswijzer examen Cool 2.1 Toetswijzer examen Cool 2.1 Cool 2.1 1 Getallenkennis: Grote natuurlijke getallen 86 a Ik kan grote getallen vlot lezen en schrijven. 90 b Ik kan getallen afronden. 91 c Ik ken de getalwaarde van een getal.

Nadere informatie

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Spanning. J. Kuiper. Transfer Database

Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Spanning. J. Kuiper. Transfer Database Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Spanning J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en

Nadere informatie

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben.

GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben. Leerroute 3 Jaargroep: 8 GETALLEN Onderdeel: Getalbegrip Doel: Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen hebben. Je bewust zijn dat getallen verschillende betekenissen kunnen hebben. (hoeveelheidsgetal,

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 7, les 1 blok 7, les 3 blok 7, les 6 blok 7, les 8 blok 7, les 11 blok 9, les 1

Aandachtspunten. blok 7, les 1 blok 7, les 3 blok 7, les 6 blok 7, les 8 blok 7, les 11 blok 9, les 1 Aandachtspunten 291 Aandachtspuntenlijst 3, bij blok 7, 8 en 9 1 Getalbegrip. Het kind ziet de structuur niet tussen getallen boven en beneden 1 miljoen. uitspreken en opschrijven van grote getallen boven

Nadere informatie

Domeinbeschrijving rekenen

Domeinbeschrijving rekenen Domeinbeschrijving rekenen Discussiestuk ten dienste van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Rekenen en Taal auteur: Jan van de Craats 11 december 2007 Inleiding Dit document bevat een beschrijving van

Nadere informatie

Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3.

Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3. Overig nieuws Hulp ouders bij rekenen deel 3. Het rekenonderwijs van tegenwoordig ziet er anders uit dan vroeger. Dat komt omdat er nieuwe inzichten zijn over hoe kinderen het beste leren. Vroeger lag

Nadere informatie

overzicht van de leerdoelen

overzicht van de leerdoelen blok 6 2 blok 6 overzicht van de leerdoelen Leerlijn Getalrelaties en getalbegrip Leerdoelen De leerlingen maken kennis met hele grote getallen (onder de 100 000), zij kunnen daar mee rekenen en zij leren

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 6 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g e i g e n s c h a p p e n v a n b e w e r k i n g e n Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken

Nadere informatie

Groep 6. Uitleg voor ouders (en kinderen) over de manieren waarop rekenen in groep 6 aan bod komt. Don Boscoschool groep 6 juf Kitty

Groep 6. Uitleg voor ouders (en kinderen) over de manieren waarop rekenen in groep 6 aan bod komt. Don Boscoschool groep 6 juf Kitty Groep 6 Uitleg voor ouders (en kinderen) over de manieren waarop rekenen in groep 6 aan bod komt. Getalbegrip Ging het in groep 5 om de hele getallen tot 1000, nu wordt de getallenwereld uitgebreid. Naast

Nadere informatie

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1. Derde domein: gebroken getallen 1 Kennismaking met breuken 1.1 De breuk als deel van een geheel Opdracht 2 blaadje 1 blaadje 2 blaadje 3 blaadje 4 Een blaadje in twee delen vouwen geeft de helft van een

Nadere informatie

Stenvert. Taalmeesters 6. Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 6 Antwoorden Groep 8

Stenvert. Taalmeesters 6. Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden. Zelfstandig werken Stenvert Taal Taalmeesters 6 Antwoorden Groep 8 Zelfstandig werken Taal Groep 8 Antwoorden Stenvert maakt deel uit van ThiemeMeulenhoff Zelfstandig werken (Z). Dit bestaat uit een groot assor ment leermiddelen voor alle leerjaren. Op onze Z-site vindt

Nadere informatie

Bij het cijferend optellen beginnen we bij de eenheden en werken we van rechts naar links:

Bij het cijferend optellen beginnen we bij de eenheden en werken we van rechts naar links: Cijferend optellen t/m 1000 Voor u ligt de verkorte leerlijn cijferend optellen groep 5 van Reken zeker. Deze verkorte leerlijn is bedoeld voor de leerlingen die nieuw instromen in groep 6 en voor de leerlingen

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I WISKUNDE. MAVO-D / VMBO-gt

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I WISKUNDE. MAVO-D / VMBO-gt UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: NIVEAU: WISKUNDE MAVO-D / VMBO-gt EXAMEN: 2002-I De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1

Lesopbouw: instructie. 2 Instructie. 1 Start. Blok 4 Week 2 Les 1 Blok Week 2 Les 1 0 70 30 0 35 5 20 10 1 36 2 11 12 1 0 739 00 96 325 10 71 02 9 327 330 69 56 1 210 332 700 566 20 212 59 29 3 599 76 551 300 5 1 770 99 0 00 109 3 991 10 02 111 350 70 270 96 596 150

Nadere informatie

De waarde van een plaats in een getal.

De waarde van een plaats in een getal. Komma getallen. Toen je net op school leerde rekenen, wist je niet beter dan dat getallen heel waren. Dus een taart was een taart, een appel een appel en een peer een peer. Langzaam maar zeker werd dit

Nadere informatie

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter. 70 blok 5 les 23 C 1 Wat betekenen de getallen? Samen bespreken. 10 20 30 40 50 60 70 80 90 100 60 981 540 C 2 Welke maten horen erbij? Samen bespreken. Kies uit kilometer, meter, decimeter of centimeter.

Nadere informatie

Rekenen op maat 7. Doelgroepen Rekenen op maat 7. Doelgroepen Rekenen op maat 7

Rekenen op maat 7. Doelgroepen Rekenen op maat 7. Doelgroepen Rekenen op maat 7 Rekenen op maat 7 Rekenen op maat 7 richt zich op de belangrijkste vaardigheden die nodig zijn voor het rekenwiskundeonderwijs. Er wordt nauw aangesloten bij de oefenstof van de verschillende blokken van

Nadere informatie

Rekenen op maat 5. Doelgroepen Rekenen op maat 5. Omschrijving Rekenen op maat 5

Rekenen op maat 5. Doelgroepen Rekenen op maat 5. Omschrijving Rekenen op maat 5 Rekenen op maat 5 Rekenen op maat 5 richt zich op de belangrijkste vaardigheden die nodig zijn voor het reken-wiskundeonderwijs. Er wordt nauw aangesloten bij de oefenstof van de verschillende blokken

Nadere informatie

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling

Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling VMBO BB leerling Verbanden en Hoge -bewerkingen onder 100 -tafels t/m 10 (x:) -bewerkingen met eenvoudige grote en -makkelijk rekenen -vergelijken/ordenen op getallenlijn -makkelijke breuken omzetten -deel

Nadere informatie

Mijn tafelboek 1 Werkboek

Mijn tafelboek 1 Werkboek Mijn tafelboek 1 Werkboek Mijn tafelboek 1 Werkboek COLOFON Auteur A. Pleysier Conceptontwerp omslag: Metamorfose ontwerpers BNO, Deventer Ontwerp omslag: Eduardo Media Illustraties Els Vermeltfoort Opmaak

Nadere informatie

Onthoudboekje rekenen

Onthoudboekje rekenen Onthoudboekje rekenen Inhoud 1. Hoofdrekenen: natuurlijke getallen tot 100 000 Optellen (p. 4) Aftrekken (p. 4) Vermenigvuldigen (p. 5) Delen (p. 5) Deling met rest (p. 6) 2. Hoofdrekenen: kommagetallen

Nadere informatie

h a n d l e i d i n g

h a n d l e i d i n g Zwijsen jaargroep 4 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g g e t a l l e n e n g e t a l b e g r i p 5 10 Inleiding Middels het programma maken de leerlingen kennis

Nadere informatie

Het weetjesschrift. Weetjesschrift Galamaschool

Het weetjesschrift. Weetjesschrift Galamaschool Het weetjesschrift Dit is het weetjesschrift. In dit schrift vind je heel veel weetjes over taal, rekenen en andere onderwerpen. Sommige weetjes zal je misschien al wel kennen en anderen leer je nog! Uiteindelijk

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 1, les 3 blok 2, les 3 blok 2, les 6 blok 3, les 3 blok 3, les 6

Aandachtspunten. blok 1, les 3 blok 2, les 3 blok 2, les 6 blok 3, les 3 blok 3, les 6 Aandachtspunten 307 Aandachtspuntenlijst 1, bij blok 1, 2 en 3 1 Verkennen en benoemen van verschillende betekenissen en functies van getallen t/m 1000. Het kind begrijpt nog niet dat er een verband bestaat

Nadere informatie

drs. W.M.F. Beuker, training en begeleiding in onderwijs

drs. W.M.F. Beuker, training en begeleiding in onderwijs Stadsdeel zuidoost H1 Getallen een 1 tien 10 honderd 100 duizend 1 000 tienduizend 10 000 honderdduizend 100 000 een miljoen 1 000 000 tien miljoen 10 000 000 honderd miljoen 100 000 000 een miljard 1

Nadere informatie

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen 01 04. bewerking en. optellen en.

Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen 01 04. bewerking en. optellen en. Scoreblad bewis naam cursist: datum: naam afnemer: inhoud vraag opmerkingen OK werkpunt niet goed tellen eieren tellen in dozen van 10 getallen verder aanvullen in kralenketting getalbegrip getallen ertussen

Nadere informatie

spiekboek De beste basis voor het rekenen

spiekboek De beste basis voor het rekenen spiekboek rekenen plus spiekboek De beste basis voor het rekenen groep 3 COLOFON DiKiBO presenteert het spiekboek complete reken-zakboek rekenen voor groep voor 5 groep 5 & 6 3 Auteur: DiKiBO behandelt

Nadere informatie

Panamaconferentie Verbanden herkennen en begrijpen. verhoudinge n. vermenigvuldigen. optellen. gestructureer d tellen.

Panamaconferentie Verbanden herkennen en begrijpen. verhoudinge n. vermenigvuldigen. optellen. gestructureer d tellen. domeinkennis rekenen/wiskunde Verbanden herkennen en begrijpen Kern ontwikkeling rekenvaardigheid vergelijken ordenen optellen vermenigvuldigen verhoudinge n manipuleren/veranderen voorstellen tellen gestructureer

Nadere informatie

REKENEN OP MAAT GROEP 4

REKENEN OP MAAT GROEP 4 REKENEN OP MAAT GROEP 4 REKENEN OP MAAT GROEP 4 RICHT ZICH OP DE BELANGRIJKSTE VAARDIGHEDEN DIE NODIG ZIJN VOOR HET REKEN-WISKUNDEONDERWIJS. ER WORDT NAUW AANGESLOTEN BIJ DE OEFENSTOF VAN DE VERSCHILLENDE

Nadere informatie

Overzicht rekenstrategieën

Overzicht rekenstrategieën Overzicht rekenstrategieën Groep 3 erbij tot tien Groep 3 eraf tot tien Groep 4 erbij tot twintigt Groep 4 eraf tot twintigt Groep 4 erbij tot honderd Groep 4 eraf tot honderd Groep 4 en 5 tafels tot tien

Nadere informatie

Aandachtspunten. blok 8, les 3 blok 8, les 11. blok 8, les 3 blok 9, les 6 blok 9, les 11. blok 7, les 3 blok 7, les 8 blok 9, les 6

Aandachtspunten. blok 8, les 3 blok 8, les 11. blok 8, les 3 blok 9, les 6 blok 9, les 11. blok 7, les 3 blok 7, les 8 blok 9, les 6 Aandachtspunten 299 Aandachtspuntenlijst 3, bij blok 7, 8 en 9 1 De telrij tot en met en boven 100 000. plaatsen van getallen op de getallenlijn. Het kind kan zich geen voorstelling maken van een hoeveelheid.

Nadere informatie

toets Leerlijn Leerdoelen Leeractiviteit toets Toets

toets Leerlijn Leerdoelen Leeractiviteit toets Toets toets blok 6 55 Overzicht van de leerdoelen Leerlijn Leerdoelen Leeractiviteit toets Toets Getalrelaties en getalbegrip Basisvaardigheden Getalrelaties en getalbegrip Betekenis, plaats, structuur en waarde

Nadere informatie

2A LEERLIJN. leerjaar 1. tellen. optellen en aftrekken GROEPEREN VERMENIGVULDIGEN EN DELEN. plaats en waarde. handig rekenen 1 ORDENEN EN UITSPREKEN

2A LEERLIJN. leerjaar 1. tellen. optellen en aftrekken GROEPEREN VERMENIGVULDIGEN EN DELEN. plaats en waarde. handig rekenen 1 ORDENEN EN UITSPREKEN 2A LEERLIJN leerjaar 1. 1. tellen 1.1 Tellen in groepjes 1.2 Vooruittellen en terugtellen 7. optellen en aftrekken 7.1 Optellen 7.2 Aftrekken 2. GROEPEREN 2.1 Groeperen en inwisselen 2.2 Springen met grotere

Nadere informatie

Deel 1: Getallenkennis

Deel 1: Getallenkennis Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 1 000 000

Nadere informatie

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren

Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren Uren, Dagen, Maanden, Jaren,. Tijd: seconden, minuten, uren, dagen, weken, maanden, jaren 1 minuut 60 seconden 1 uur 60 minuten 1 half uur 30 minuten 1 kwartier 15 minuten 1 dag (etmaal) 24 uren 1 week

Nadere informatie

2.1 Kennismaken met breuken. 2.1.1 Deel van geheel. Opdracht 1 Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd?

2.1 Kennismaken met breuken. 2.1.1 Deel van geheel. Opdracht 1 Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd? Oefenopdrachten hoofdstuk Gebroken getallen RekenWijzer, oefenopdrachten hoofdstuk Gebroken getallen. Kennismaken met breuken.. eel van geheel Opdracht Welk deel van deze cirkel is zwart ingekleurd? deel

Nadere informatie

Getallen. Onderdeel 1: Optellen en aftrekken. Onderdeel 1 van Getallen sluit aan op de leerlijnen Rekenboog.zml bij de Kerndoelen 1 en 2

Getallen. Onderdeel 1: Optellen en aftrekken. Onderdeel 1 van Getallen sluit aan op de leerlijnen Rekenboog.zml bij de Kerndoelen 1 en 2 Doel document: De leerlijnen Rekenboog.ZML en Leerlijn Rekenen en Wiskunde VSO Arbeidsgericht, welke gekoppeld is aan de methodiek VOx, hanteren beide een eigen indeling. Rekenboog ZML gaat uit van de

Nadere informatie

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5

Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5 Tafelkaart: tafel 1, 2, 3, 4, 5 1 2 3 4 5 1x1= 1 1x2= 2 1x3= 3 1x4= 4 1x5= 5 2x1= 2 2x2= 4 2x3= 6 2x4= 8 2x5=10 3x1= 3 3x2= 6 3x3= 9 3x4=12 3x5=15 4x1= 4 4x2= 8 4x3=12 4x4=16 4x5=20 5x1= 5 5x2=10 5x3=15

Nadere informatie

Doelenlijst 6: VERHOUDINGEN, onderdeel BREUKEN

Doelenlijst 6: VERHOUDINGEN, onderdeel BREUKEN 55 Passende Perspectieven rekenen Doelenlijst 6: Verhoudingen, onderdeel Breuken Doelenlijst 6: VERHOUDINGEN, onderdeel BREUKEN Specificatie Leerroute Leerroute 2 Leerroute Opmerkingen Doel: Breukentaal

Nadere informatie

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6

Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 Rekenen Oefenboek (1) Geschikt voor LVS-toetsen van CITO 3.0 Groep 6 2019 Junior Einstein bv Enschede, the Netherlands Behoudens de in of krachtens de Auteurswet van 1912 gestelde uitzonderingen mag niets

Nadere informatie

Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1

Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1 Groep 5 Leerroute 3< 1F Leerroute 2= 1F (maatschrift) Leerroute 1 = 1S Periode 1 Normgerichte doelen: De kinderen behalen op de methodegebonden toetsen Maatschrift een 60% score. Blok 1: De kinderen kennen/kunnen/beheersen:

Nadere informatie

spiekboek De beste basis voor het rekenen groep

spiekboek De beste basis voor het rekenen groep spiekboek De beste basis voor het rekenen groep 3 COLOFON 3 DiKiBO presenteert het spiekboek complete reken-zakboek rekenen voor groep voor 5 groep 5 & 6 (een uittreksel van DiKiBO Rekenen Compleet groep

Nadere informatie

De vormgeving. Algemene inleiding

De vormgeving. Algemene inleiding !"#$%&'(#)*+,++-(./04-556669' 78$7!$9!7!66679:"7:87 6 Algemene inleiding De vormgeving Alles telt is een overzichtelijke methode. Dat blijkt ook uit de vormgeving. Daarom is gekozen voor een rustige vormgeving,

Nadere informatie

Reken zeker: leerlijn breuken

Reken zeker: leerlijn breuken Reken zeker: leerlijn breuken B = breuk H = hele HB = hele plus breuk (1 1/4) Blauwe tekst is theorie uit het leerlingenboek. De breuknotatie in Reken zeker is - anders dan in deze handout - met horizontale

Nadere informatie

REKENZWAK VMBO-MBO. Lonneke Boels - Christelijk Lyceum Delft Rekencoördinator, docent rekenen, technator RT-praktijk Alaka rekenen basisschool en pabo

REKENZWAK VMBO-MBO. Lonneke Boels - Christelijk Lyceum Delft Rekencoördinator, docent rekenen, technator RT-praktijk Alaka rekenen basisschool en pabo REKENZWAK VMBO-MBO Lonneke Boels - Christelijk Lyceum Delft Rekencoördinator, docent rekenen, technator RT-praktijk Alaka rekenen basisschool en pabo Oorzaken rekenproblemen En wat kun je eraan doen? Oorzaak

Nadere informatie

Lesopbouw: instructie. Lesinhoud. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1. Vermenigvuldigen: rekenen met de factor 10, 100 en

Lesopbouw: instructie. Lesinhoud. 1 Start. 2 Instructie. Blok 4 Week 2 Les 1. Vermenigvuldigen: rekenen met de factor 10, 100 en Blok Week Les 6 6 7 7 6 7 96 7 6 6 7 9 a 7 c 76 e 7 6 g 7 79 b d f h 7 7 9 9 () 6 7 6 6 6 9 7 7 6 799 9 6 6 77 6 6 79 7 6 66 6 6 6 7 9 6 Lesinhoud Vermenigvuldigen: rekenen met de factor, en Bewerkingen:

Nadere informatie

1.Tijdsduur. maanden:

1.Tijdsduur. maanden: 1.Tijdsduur 1 etmaal = 24 uur 1 uur = 60 minuten 1 minuut = 60 seconden 1 uur = 3600 seconden 1 jaar = 12 maanden 1 jaar = 52 weken 1 jaar = 365 (of 366 in schrikkeljaar) dagen 1 jaar = 4 kwartalen 1 kwartaal

Nadere informatie

i n s t a p h a n d l e i d i n g

i n s t a p h a n d l e i d i n g jaargroep 7 reken-wiskundemethode voor het basisonderwijs i n s t a p h a n d l e i d i n g d e r e k e n m a c h i n e Inleiding Het programma laat de leerlingen kennismaken met vernieuwende elementen

Nadere informatie

Sietse Kuipers. Oefenen met rekenen voor groep 7

Sietse Kuipers. Oefenen met rekenen voor groep 7 Sietse Kuipers Oefenen met rekenen voor groep 7 Auteur: Sietse Kuipers Omslagontwerp: Studio Willemien Haagsma bno 2018 Visual Steps B.V. Eerste druk: maart 2018 ISBN 978 90 5905 694 7 Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie