Verbetersleutel examen 6LWI

Vergelijkbare documenten
De eenparig veranderlijke beweging:

2.4 Oppervlaktemethode

FORMULES MECHANICA. Inhoud

1 Herhalingsoefeningen december

Bewegen in grafieken. Hoofdstuk 1 Bewegen in grafieken. 1.1 Snelheid meten

5 Brandstofverbruik in het verkeer

= = = 6. methode-b: het oppervlak onder de snelheid-tijd-grafiek is een maat voor de afgelegde weg.

Examen VWO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

1 Inleidende begrippen

Uitslagen voorspellen

Hoofdstuk 1: Rust en beweging

Eindexamen wiskunde B 1 vwo 2003-I

Dit examen bestaat uit 13 opgaven Bijlage: 1 antwoordpapier

wiskunde A pilot vwo 2015-I

faseverschuiving wisselstroomweerstand frequentieafhankelijk weerstand 0 R onafhankelijk spoel stroom ijlt 90 na ωl toename met frequentie ELI 1 ωc

Overzicht Examenstof Wiskunde A

Samenvatting Natuurkunde 1 HAVO Beweging

Het berekenen van de transiëntresponsie via de Laplacetransformatie

Krommen in het platte vlak

WERKCOLLEGE 1. 1.A Vrije val. 1.B Centrale botsing. Basketbal (toets oktober 2000)

- 1 - E pot. 2 de graad 2 de jaar (1uur) oefeningen energie. Opgave 1:

Amplitudemodulatie. 1. Wiskundige vergelijking van een amplitudegemoduleerd signaal.

De eenparig veranderlijke beweging:

Hoofdstuk 2 - Overige verbanden

Oefeningen Elektriciteit I Deel Ia

Analoge Elektronika 1 DE SCHMITT TRIGGER

Eindexamen wiskunde B1 vwo I

Antwoordmodel VWO wa II. Speelgoedfabriek

Snelheid en richting

Hoofdstuk 3 - Exponentiële functies

11 Bewegingsleer (kinematica)

wiskunde A vwo 2015-I

2.1 Het differentiequotiënt

Hoofdstuk 7 - DM Toepassingen

Hoofdstuk 5 - Differentiaalvergelijkingen

Blok 1 - Vaardigheden

Hoofdstuk 3 Exponentiële functies

Eindexamen wiskunde A1-2 vwo I

Hoofdstuk 3 - Exponentiële functies

Uitwerkingen H14 Algebraïsche vaardigheden 1a. x = 6 2 = 4 en y = 9,60 5 = 4,60

dwarsrichting Doelstellingen van dit hoofdstuk

t-toets met één steekproef Onderzoeksmethoden: Statistiek 3 t obs = s N Marjan van den Akker Tweezijdige t-toets met één steekproef

Vaardigheden - Blok 4

Integratiepracticum III

De Wageningse Methode 5&6 VWO wiskunde B Uitgebreidere antwoorden Hoofdstuk 4 Goniometrie

Hoofdstuk 6 - Formules maken

DE REËLE OPERATIONELE VERSTERKER

Laat een schrift en een iets kleiner blad naast elkaar van gelijke hoogte valllen. Waarneming: Het blad papier valt langzamer dan het schrift

Logaritmen, Logaritmische processen.

Hoofdstuk 3 - De afgeleide functie

Hoofdstuk 7 - Logaritmische functies

C. von Schwartzenberg 1/11

Hoofdstuk 2 - Formules voor groei

Eindexamen havo wiskunde A I

Hoofdstuk 1 - Exponentiële formules

4e Het absolute maximum is 3 (voor x = 1). 4c De grafiek is afnemend dalend op 2, 3. 4f Er is een minimum voor x = 3. Dit minimum is 0.

Hoofdstuk 3 Logaritmen en groei. Kern 1 Groeitijden

Analoge Elektronika 1 DE KOMPARATOR

Voorbeelden van lineaire eerste-orde differentiaalvergelijkingen

2 Les- en leerstofopbouw

Blok 4 - Vaardigheden

Hoofdstuk 4. Opdracht Algemene oplossing: Algemene oplossing: n n 1 7/2. Algemene oplossing: + = + ( ) Algemene oplossing: Opdracht 4.

elektriciteit voor 5TSO

QUARK_6-Thema-04-bijzondere krachten Blz. 1. THEMA 4: bijzondere krachten

CONCEPT WATERWERKBLAD BEREKENINGSMETHODE IN VERBAND MET WATERSLAG

Overzicht. Inleiding. Classificatie. NP compleetheid. Algoritme van Johnson. Oplossing via TSP. Netwerkalgoritme. Job shop scheduling 1

Antwoordmodel VWO 2002-II wiskunde A (oude stijl) Speelgoedfabriek

Correctievoorschrift VWO

THEMA 2: versnelling. Gemiddelde versnelling bij een eendimensionale beweging. t, x. v v v t t t. a is gelijk aan de richtingscoëfficiënt van. a in.

Hoofdstuk 4 Vergelijkingen. Kern 1 Numeriek oplossen. Netwerk 4 HAVO B uitwerkingen, Hoofdstuk 4, Vergelijkingen 1

Transcriptie:

Verbeerleuel exaen 6LWI Correcieleuel bij Vraag-V01: De grafiek bechrijf de beweging an een rein die eer rijd in een zone oor beperke nelheid, en daarna ernel op he ogenblik da hij buien de zone i. De oale reiijd i 40 (zoal e zien i op de grafiek). Bereken de afgelegde weg in he ijdineral [0, 0] d... de forule ui de kineaica: a ( ) 0.( ) x 0 0 x x0 x0.( 0) = + + = 0 + 10.( 0) + x0 = 10.0 = 00 (ii) Bereken de afgelegde weg in he ijdineral [0, 40] d... de forule ui de kineaica: Le hierbij echer heel goed op: op = 0 i de beginpoiie x 0 de eindpoiie ui he orig ijdineral (en i de beginnelheid x0 de eindnelheid ui he orig ijdineral)! X x0 30 10 X = x0 + ax( 0) ax = = = 1 0 0 a ( ) 1( 0) x = x + + = + + x 0 0 x0.( 0) 00 10. ( 0) 1( 0) Du: x40 = 00 + 10. ( 0) + = 00 + 10.0 + 0,5. ( 0) = 600 Conrole: de oale afgelegde weg i du: 600 Correcieleuel bij Vraag-V0: grafiek en geiddelde nelheid Anwoord: b Correcieleuel bij Vraag-V03: Vericaal geworpen bal en beginnelheid Anwoord a: De heen- en erugrei bedraag 4,0 oor he balleje. De enkele luch naar boen bedraag du lech,0. In he boene pun (zeg b) i de nelheid nul. Du: = + a. 0 x Nu i (bij een poiiee oriënaie an de X a naar boen):a = 9,81 Voor de enkele luch geld: =,0.De nelheid die daar bij hoor i 0. Du:0 = 0 9,81.,0 0 = 9,81.,0 = 19,6 0 Correcieleuel bij Vraag-V04: Nae ok Anwoord: 1800 /² 'oreknelheid' an de rand an de roel: De iddelpunzoekende ernelling die de ok heef: x π. π. = ωr. =. r, T = 80 0 4 = 1 60 1 a 3 = = = 1837, 5 1, 8. 10 r 0, 4 Pagina 1 an 5

Correcieleuel bij Vraag-V05: Beginelen an Newon Welke we an Newon word in neenaande figuur daardoor geïllureerd? Anwoord: He eere beginel an Newon Verklaar waaro die we hier an oepaing i (en Labik nie ooi eedraai e de koffiepo). Verklaring: Labic rijd eer rechdoor. Al de koffiepo de boch nee, dan werk geen krach eer op Labic. Hij behoud du zijn bewegingoeand en blijf rechdoor gaan. Al ik ui een roeibooje ap, gaa he booje acherui en kan ik in he waer allen. Welke we an Newon word hier geïllureerd en waaro? Anwoord: De derde we, oor elke acie (hier de duw an de peroon op he booje) i er een een groe aar egengeelde krach; die laae zorg da we een beeje oorui geduwd worden. Beide krachen zijn eengroo, aar door de kleine aa an he roeibooje, lieg da oer een eel groere afand acherui in ergelijking e de afand waaroer de peroon oorui beweeg. De roeiboo i du een heel eind acher de peroon weg riching waer!!! Al een oorwerp e conane nelheid beweeg, kan je dan beluien da er geen krachen op werken? Verklaar d... de beginelen an Newon. Verklaring: zeker nie. Er kunnen eerdere krachen werken, aar waaroor de reulerende krach nul i: da laae zorg oor een conane nelheid!! Correcieleuel bij Vraag-V07: Jan en de reinwagon krach op Jan: Anworod: 14 N a x =. x.. 14 F = a F = = N We kunnen de krach inden.b.. de weede we an Newon indien we de ernelling kennen die de peroon onderind. De rekrach i conan, du ook de ernelling. Oda de rein heleaal o iland ko i he erband uen afgelegde weg, ijd en ernelling a gegeen door: hieronder *) a x = (oor liefhebber, zie Hierui inden we de ernelling en al we di inullen in F = a bekoen we oor de krach op Jan: a x =. x.. 14 F = a F = = N Pagina an 5

(*) We gebruiken een x-a e al oorprong de plaa waar de rekrach begin e werken: a x = x ( e ) a.. e x =. x =. 1 0x e 0x e en = a. 0 = a. = a. = e = 0 0x 0x e 0x e a. a. a. in 1 : x = a.. x = a. ( ) x = e e e e e e e e e Correcieleuel bij Vraag-V07: Newon in de por Een priner heef een aa 65,0 kg en duw zich ne na he archo af op he arblok e een duwkrach an 800 N. De krach werk in onder hoek an 65 e de horizonale riching. F Ry F R Teken de 3 krachen op de figuur zoal ze werken op de priner (en repeceer de onderlinge erhouding an de grooe an de krachecoren); zwaarekrach, noraalkrach, reaciekrach op de duwkrach. F N Toon aan da de horizonale coponen an de reulerende krach ongeeer 338 N i: Berekening: F Rx F = F.co( 65 ) = 800N.co( 65 ) = 338 N Rx R F z Hoe groo i de ericale coponen an de reulerende krach? Anwoord: d; erklaring; de originele noraalkrach en de zwaarekrach zijn eengroo. De ericale reulerende krach i du enkel een geolg an de ericale coponen an de reaciekrach: F = F.in( 65 ) = 800N.in( 65 ) = 75 N Ry R Hoe groo i de horizonale coponen an de reulerende ernelling? Fx N Anwoord: b; erklaring a = x, = 338 kg = 5 65 Hoe groo i de ericale coponen an de reulerende ernelling? Anwoord: d; erklaring; zie hierboen: De ericale reulerende krach i enkel een geolg an de ericale coponen an de reaciekrach: F Ry = 75 N Fy N de ernelling i du: ay =, = 75 kg = 11 65 Correcieleuel bij Vraag-V08: Newon - baic Bereken de beginernelling ijden he prille begin an de lancering. Pagina 3 an 5

7 7 7 F = F = F F = 3,1.10 N 1, 86.10 N 1,4.10 N re neo opw z 7 F N 1,4.10 F = a. a = = = 6,53 6,5 1, 9.10 kg ook oegelaen: 6 = = = 7 7 7 F F F F 3,1.10 N 1, 9.10 N 1,.10 N re neo opw z 7 F N 1,.10 F = a. a = = = 6,3 6,3 1, 9.10 kg 6 De ericale opwaare krach op he ruiechip blijf conan. Heb je enig idee waaro de ernelling an he ruiechip elelaig oenee na de lancering. De oorzaak lig in he erlie aan aa (door he opbranden an de brandof en weggooien an ank) ook goed e keuren; de oorzaak lig in he erinderen an graiaie bij oeneende hooge (al i he oornoede effec eel groer ) Correcieleuel bij Vraag-V09: Glazen lif Voor de waarneer in de lif: de ij oer olg eigenlijk een ericale worp ui (e 0 =,50 / al beginnelheid)! He aenelel an de waarneer beweeg e dezelfde 0 naar boen di ko neer op een rije al!). Du: g. ² x = 1 = g.. x.3, 00 1 = = = 0,78 g 9,81 = g. = (9,81., 078) = 7, 65 Voor de waarneer buien de lif: kan je he ipel bechouwen; 1) de ij ko lo an he plafond ) na 0,78 i de loer erchoen oer 0,78.,50 3) De ij heef du afgelegd: 3-0,78.,50 1,05 = Of foreel en e een waarde oor de nelheid; oor de waarneer buien de lif kan he ook al olg: g. ² g. ² x = x. = 0 +,50. 1 0 0x = g. =,50 g. ( x Lx ) liegijd: = 0, 78 0,78 = g. =,50 g.0, 78 5, Lx g. ( 0,78 ) ² 1 x 0, 78 = 0 +,50.0,78 = 1, 03 x Pagina 4 an 5

Pagina 5 an 5