Getallen, 2e druk, extra opgaven

Vergelijkbare documenten
opgaven formele structuren tellen Opgave 1. Zij A een oneindige verzameling en B een eindige. Dat wil zeggen (zie pagina 6 van het dictaat): 2 a 2.

Getaltheorie I. c = c 1 = 1 c (1)

Enkele valkuilen om te vermijden

Ter Leering ende Vermaeck

Hoofdstuk 3. Equivalentierelaties. 3.1 Modulo Rekenen

Oefening 2.2. Welke van de volgende beweringen zijn waar?

Bijzondere kettingbreuken

Tentamen Grondslagen van de Wiskunde A, met uitwerkingen

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor of Science Fysica en Wiskunde. vrijdag 3 februari 2012, 8:30 12:30

Oefening 4.3. Zoek een positief natuurlijk getal zodanig dat de helft een kwadraat is, een derde is een derdemacht en een vijfde is een vijfdemacht.

2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s.

Oefening 4.3. Zoek een positief natuurlijk getal zodanig dat de helft een kwadraat is, een derde is een derdemacht en een vijfde is een vijfdemacht.

Getaltheorie II. ax + by = c, a, b, c Z (1)

Oefenopgaven Grondslagen van de Wiskunde A

Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte

I.3 Functies. I.3.2 Voorbeeld. De afbeeldingen f: R R, x x 2 en g: R R, x x 2 zijn dus gelijk, ook al zijn ze gegeven door verschillende formules.

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor 1ste fase Wiskunde. vrijdag 31 januari 2014, 8:30 12:30. Auditorium L.00.07

Tentamen Grondslagen van de Wiskunde A Met beknopte uitwerking

Definitie 1.1. Een groep is een verzameling G, uitgerust met een bewerking waarvoor geldt dat:

Definitie 8.1. De groep van alle permutaties van een gegeven verzameling X is de symmetriegroep op n elementen, genoteerd als Sym(X).

2. Ga voor volgende relaties na of het al dan niet functies, afbeeldingen, bijecties, injecties, surjecties zijn :

1 Kettingbreuken van rationale getallen

OPLOSSINGEN VAN DE OEFENINGEN

Definitie 5.1. Cyclische groepen zijn groepen voortgebracht door 1 element.

Algebra. Oefeningen op hoofdstuk Groepentheorie Cayleytabellen van groepen van orde Cyclische groepen

II.3 Equivalentierelaties en quotiënten

Oplossingen Oefeningen Bewijzen en Redeneren

Pijlenklokken. 1 Inleiding

We beginnen met de eigenschappen van de gehele getallen.

KU Leuven. Algebra. Notities. Tom Sydney Kerckhove

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

Je hebt twee uur de tijd voor het oplossen van de vraagstukken. µkw uitwerkingen. 12 juni 2015

7.1 Het aantal inverteerbare restklassen

Oefening 2.3. Noteer de volgende verzamelingen d.m.v. (eenvoudig) voorschrift voor de eerste helft en d.m.v. opsomming voor de tweede helft.

Tentamen algebra 1 Woensdag 24 juni 2015, 10:00 13:00 Snelliusgebouw B1 (extra tijd), B2, B3, 312

III.2 De ordening op R en ongelijkheden

Inleiding tot de Problem Solving - deel 1: Combinatoriek en getaltheorie

Getallensystemen, verzamelingen en relaties

Het doel van dit Hoofdstuk is een inleiding te geven in de theorie van kettingbreuken,

Hoofdstuk 1. Inleiding. Lichamen

1.1 Rekenen met letters [1]

Dossier 1 SYMBOLENTAAL

Universiteit Gent. Academiejaar Discrete Wiskunde. 1ste kandidatuur Informatica. Collegenota s. Prof. Dr.

6 Ringen, lichamen, velden

Wiskundige Structuren

Diophantische vergelijkingen

III.3 Supremum en infimum

Deelgroepen en normaaldelers

Zwakke sleutels voor RSA

1 Symmetrieën van figuren

RSA. F.A. Grootjen. 8 maart 2002

Examen G0U13 - Bewijzen en Redeneren,

Getaltheorie groep 3: Primitieve wortels

Bewijzen en Redeneren voor Informatici

5.2.4 Varia in groepentheorie

Rekenen met cijfers en letters

Worteltrekken modulo een priemgetal: van klok tot cutting edge. Roland van der Veen

Uitwerkingen Lineaire Algebra I (wiskundigen) 22 januari, 2015

Complexe functies 2019

Inleiding Analyse 2009

De 15-stelling. Dennis Buijsman 23 augustus Begeleiding: S. R. Dahmen

FACTORISATIE EN CRYPTOGRAFIE

KU Leuven. Algebra. Notities. Tom Sydney Kerckhove. met dank aan: Katelijne Caerts Eline van der Auwera Anneleen Truijen

Lineaire Algebra Een Samenvatting

Topologie I - WPO Prof. Dr. E. Colebunders Dr. G. Sonck 24 september 2006

1. Drie relaties Prof. dr. H. W. (Hendrik) Lenstra Universiteit Leiden

Uitwerkingen toets 12 juni 2010

BEWIJZEN EN REDENEREN

Hoofdstuk 6. Congruentierekening. 6.1 Congruenties

KETTINGBREUKEN VAN COMPLEXE GETALLEN MART KELDER

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters

Relaties en Functies

VERZAMELINGEN EN AFBEELDINGEN

Uitwerkingen Tentamen Wat is Wiskunde (WISB101) Donderdag 10 november 2016, 9:00-12:00

Syllabus Algebra I. Prof. Dr G. van der Geer

Fundamenten. Lerarenprogramma Mastermath, versie 2015/12/02. Theo van den Bogaart Bas Edixhoven

handleiding ontbinden

Projectieve Vlakken en Codes

1.5.1 Natuurlijke, gehele en rationale getallen

1. REGELS VAN DEELBAARHEID.

Hoofdstuk 9. Vectorruimten. 9.1 Scalairen

Opgeloste en onopgeloste mysteries in de getaltheorie

Opgaven Inleiding Analyse

equivalentie-relaties

10.0 Voorkennis. cos( ) = -cos( ) = -½ 3. [cos is x-coördinaat] sin( ) = -sin( ) = -½ 3. [sin is y-coördinaat] Willem-Jan van der Zanden

V.2 Limieten van functies

Men kan enkele samenstellingen berekenen en vervolgens de Cayleytabel aanvullen, wetende dat het een Latijns vierkant is. De Cayleytabel wordt:

Opgaven Getaltheorie en Cryptografie (deel 4) Inleverdatum: 13 mei 2002

Uitwerkingen tentamen Algebra 3 8 juni 2017, 14:00 17:00

Heron driehoek. 1 Wat is een Heron driehoek? De naam Heron ( Heroon) is bekend van de formule

Het karakteristieke polynoom

Kwadraatrepresentatie

Opmerking. TI1300 Redeneren en Logica. Met voorbeelden kun je niks bewijzen. Directe en indirecte bewijzen

Wiskunde. Verzamelingen, functies en relaties. College 6. Donderdag 7 Januari

Transcriptie:

Getallen, 2e druk, extra opgaven Frans Keune november 2010 De tweede druk bevat 74 nieuwe opgaven. De nummering van de opgaven van de eerste druk is in de tweede druk dezelfde: nieuwe opgaven staan in ieder hoofdstuk aan het eind van de lijst van opgaven. 2 De natuurlijke getallen 12. Bewijs dat voor alle n N geldt 2 n+1 n 2 + n + 2. 3 Tellen 16. Laten A 0, A 1, A 2,... aftelbare verzamelingen zijn met bijecties f 0 : N A 0, f 1 : N A 1, f 2 : N A 2,... (i) Toon aan dat de afbeelding F : N N A n, n=0 (n, m) f n (m) surjectief is. (ii) De verzameling n=0 A n is dus aftelbaar. Waarom? (iii) Laat zien dat de afbeelding F uit onderdeel (i) bijectief is dan en slechts dan als A i A j = voor i j. 4 Iteratie 10. We definiëren de natuurlijke getallen n? voor n N door: 0? = 1, (n + 1)? = (2n + 1) n? voor alle n N. Bewijs dat 2 n n! (n + 1)? = (2n + 1)! voor alle n N. 1

11. De transformatie g van N 2 is gedefinieerd door g(a, b) = (2b + 1, 3a + 2) (voor alle a, b N). (i) Is g injectief? Is g surjectief? (ii) Toon aan dat g 2n (0, 0) = (6 n 1, 6 n 1) voor alle n N. 12. De transformatie τ van N is gedefinieerd door n 1 als n 1, τ(n) = 0 als n = 0. (i) Toon aan dat τσ = 1 N en στ 1 N. (Hierbij is σ(n) is de opvolger van n.) (ii) Geef een transformatie τ van N met τ σ = 1 N en τ τ. (iii) Bewijs dat τ k σ k = 1 N voor alle k N. (iv) Bewijs dat er bij iedere n N een k N is zo dat σ k τ k (n) n. 13. Laat f n het n-de Fibonaccigetal zijn. Bewijs dat voor alle n N geldt n f 2 k = f n f n+1. k=0 14. Laat f 0, f 1,... de rij van Fibonaccigetallen zijn. (i) Bewijs dat voor alle n, k N met n k geldt f n+1 = f k+1 f n+1 k + f k f n k. (ii) Bewijs dat voor alle m N geldt f 2m+1 = f 2 m+1 + f 2 m. 15. De transformatie f : N N is gedefinieerd door n + 2 als n niet deelbaar door 3 f = n 3 als n deelbaar door 3. (i) Bewijs dat voor iedere n N er een k N is zo dat f k (n) 2. (ii) Is er een k N zo dat f k (n) 2 voor iedere n N? 5 De gehele getallen 16. Zij X een eindige niet-lege verzameling. Voor A, B P(X) definiëren we A B #(A B) is even. (i) Bewijs dat een equivalentierelatie in P(X) is. (ii) Hoeveel equivalentieklassen zijn er? 2

17. Zij (A, ) een geordende verzameling. Gegeven is de afbeelding (i) Bewijs dat f injectief is. (ii) Bewijs dat f niet surjectief is. f : A P(A), a x A x a }. 18. Zij A een verzameling en zij B een deelverzameling van A. In P(A), de machtsverzameling van A, is de relatie gedefinieerd door U V U B = V B (voor alle U, V A). (i) Laat zien dat een equivalentierelatie is. (ii) Zij U A. Laat gegeven zijn dat B niet leeg is. Toon aan dat de equivalentieklasse van U meer dan één element heeft. (iii) Bewijs dat U P(A) U B } een representantensysteem van P(A)/ is. 6 Talstelsels 17. Bewijs dat voor alle n N geldt n ( 1) k k 2 = ( 1) n k=0 n k. 18. Laat a 0, a 1, a 2,... een rij van gehele getallen zijn. De somrij (s n ) van deze rij is gegeven door s n = n 1 k=0 a k. Gegeven is dat k=0 s 1 = 1 en s 100 = 100. (i) Bewijs dat er een m N is zo dat s m oneven en s m+1 even is. (ii) Bewijs dat er een k N is zo dat a k oneven en a k+1 even is. 7 De rationale getallen 19. We bepalen rechthoeken met geheeltallige breedte x en geheeltallige lengte y waarvoor de omtrek gelijk is aan de oppervlakte: 2x + 2y = xy. (i) Zeker één van de twee getallen x en y is even. Waarom? Laten we aannemen dat y even is: y = 2z met z N. Vereenvoudig de vergelijking tot x(z 1) = 2z. 3

(ii) Toon aan dat z 1 2. Gebruik dit voor het bepalen van alle oplossingen. 20. Zij d de grootste gemene deler van de gehele getallen a en b. (i) Laten de gehele getallen u en v voldoen aan ua + vb = d. Bepaal gehele getallen x en y (afhankelijk van a, b, u, v) zo dat xa 2 + yb = d 2. (ii) Leid uit het vorige onderdeel af dat ggd(a 2, b) d 2. 21. (i) Bepaal ggd(2 120 1, 2 75 1). (ii) Bepaal ggd(2 1120 2 1000, 2 175 2 100 ). 22. (i) Bepaal alle (x, y) Z 2 waarvoor geldt x 8 + y 125 = 1 1000. (ii) Toon aan dat voor al deze paren (x, y) geldt ggd(x, y) = 1. 23. Welke van de rationale getallen 4, 1, 2, 7, 3, 8, 2, 4, 1, 2, 7, 3, 8, 3 en 4, 1, 2, 7, 3, 8, 2, 3 is het grootst? Welke het kleinst? 24. (i) Bewijs dat voor alle n N geldt (ii) Bewijs dat voor alle n N geldt 25. De relatie in Q is gedefinieerd door ggd(2 n+2 1, 2 n 1) 3. ggd(2 n+2 1, 2 n 1) = 3 n is even. r s r s Z (voor alle r, s Q). (i) Toon aan dat een equivalentierelatie is. (ii) Beschrijf de equivalentieklasse [ 1 2 ]. (iii) Geef een representantensysteem van de partitie Q/. (iv) Laat zien dat onder de afbeelding f : Q Q/, r [2r] elementen hetzelfde beeld hebben als ze tot dezelfde equivalentieklasse behoren. 26. De rij d 0, d 1, d 2,... is gegeven door d 0 = 1 d 1 = 1 d n+2 = dnd n+1 d n+d n+1 voor alle n N. Vind een verband tussen de getallen d n en de Fibonaccigetallen. 4

8 De hoofdstelling van de rekenkunde 19. (i) Zij n Z. Bepaal (afhankelijk van n) ggd(n 2 + n, 41) en ggd(41n 2, n + 1). (ii) Toon aan dat er oneindig veel n N zijn waarvoor geen van de getallen een priemgetal is. n, n 2 + n + 41 en 41n 2 + n + 1 20. (i) Voor x, y N met ggd(x, y) = 1 geldt dat 4xy een kwadraat van een natuurlijk getal is. Toon aan dat x en y beide een kwadraat van een natuurlijk getal zijn. (ii) Voor x, y N met ggd(x, y) = 1 geldt dat 2xy een kwadraat van een natuurlijk getal is. Toon aan dat precies één van de getallen x en y een kwadraat van een natuurlijk getal is. 21. (i) De rekenkundige functie f is gedefinieerd door f(n) = µ(n)n. Toon aan dat f multiplicatief is. (ii) Laat zien dat f uit onderdeel (i) voldoet aan f id = 1. 22. Een rekenkundige functie g : N C heet inverteerbaar als er een h: N C bestaat met g h = 1. Bewijs: g is inverteerbaar g(1) 0. 23. Een ander bewijs van Stelling??. Laat (x, y, z) een primitief Pythagoreïsch drietal zijn met y even. Zij d = ggd(x + z, y), u = x+z d en v = y d. 2uv (i) Toon aan dat = y u 2 +v 2 z en u2 v 2 = x u 2 +v 2 z. (ii) Laat zien dat ggd(u, v) = 1 en dat uit 2uv u 2 +v 2 = y z beide oneven zijn. (iii) Bewijs dat ggd(u 2 v 2, u 2 + v 2 ) = 1. (iv) Toon aan dat x = u 2 v 2, z = u 2 + v 2 en y = 2uv. volgt dat u en v niet 24. Het natuurlijke getal a is oneven en a2 1 8 is een priemgetal. Bepaal a. 25. (i) Toon aan dat er geen geheel getal x is zodat (x 2 18)x = 9. (ii) Toon aan dat er geen rationaal getal x is zodat x 3 = 18x + 9. 26. Van een natuurlijk getal N is gegeven dat het in de tientallige schrijfwijze op een 3 eindigt. Toon aan dat er geen natuurlijke getallen c en n zijn zodat 1 N = c 10 n. 27. (i) Bewijs dat er voor alle n N een k N is zo dat ϕ k (n) = 1. (ii) Bewijs dat er voor alle k N een n N is zo dat ϕ k (n) 1. 5

9 Combinaties 21. Zij n N. Gegeven zijn de getallen A = n k=0 ( ) 2n 2k n 1 ( ) 2n en B =. 2k + 1 k=0 Bepaal A en B. (Aanwijzing: bepaal eerst A + B en A B.) 22. Zij n N. Bewijs dat I P(n) #(P(I)) = 3 n. 10 Permutaties 10. Zij σ een permutatie van A = 15 met σ 5 = 1 A en σ(i) i voor alle i A. (i) Toon aan dat σ een product van drie disjuncte 5-cykels is. (ii) Bepaal het teken van σ. (iii) Toon aan dat er verwisselingen τ 1 en τ 2 zijn zodat τ 2 τ 1 σ een 15-cykel is. 11. Zij n N. Hoeveel permutaties van n hebben precies één baan? 12. Laten σ en τ permutaties zijn van een eindige verzameling A. Laat zien dat het aantal banen van σ in A gelijk is aan het aantal banen van τστ 1. 13. Laten σ en τ permutaties zijn van een eindige verzameling A. Laat zien dat στσ 1 τ 1 een even permutatie is. 14. Gegeven zijn de verzamelingen V 1 = 1, 2, 3,..., 100}, V 2 = 101, 102, 103,..., 200} en V = V 1 V 2. Laat σ een permutatie van V zijn. Toon aan dat # i V 1 σ(i) V 2 } = # j V 2 σ(j) V 1 }. 15. Hoeveel permutaties σ van 100 zijn er met σ(a) een even natuurlijk getal voor alle a 50? 16. De getallen in N 1000000 noteren we met 6 cijfers door zonodig aan te vullen met nullen. Het zijn dus de getallen 000000, 000001, 000002 t/m 999999. De permutatie σ van N 1000000 beeldt een getal af op het getal dat in deze notatie wordt verkregen door de cijfers 1 plaats naar rechts op te schuiven en het laatste cijfer vooraan te zetten, dus bijvoorbeeld σ(123456) = 612345 en σ(000562) = 200056. (i) Beschrijf de baan van σ die het element 264264 bevat. (ii) Toon aan dat de banen van deze permutatie uit 1, 2, 3 of 6 elementen bestaan. Geef voor elk aantal een voorbeeld van zo n baan. (iii) Hoeveel banen van σ hebben 6 elementen? (iv) Bepaal het teken van deze permutatie. 6

17. Laten σ en τ permutaties zijn van een eindige verzameling. (i) Bewijs dat σ en τστ 1 evenveel banen hebben. (ii) Bewijs dat στ en τσ evenveel banen hebben. 18. Is de schuifpuzzel met de hiernaast afgebeelde beginstand oplosbaar? 13 2 7 11 15 1 3 8 6 4 12 5 14 10 9 11 Modulorekenen 19. (i) Bepaal de rest van 5 72727272 bij deling door 72. (ii) Bepaal de rest van 2 72727272 bij deling door 72. 20. Laten p en q verschillende oneven priemgetallen zijn. Bewijs dat 2 (p 1)(q 1) 2 1 (mod pq). 21. (i) Toon aan dat 2 536 2 (mod 109). (ii) Bepaal de rest van 2 636 bij deling door 109. 22. Laten p en q verschillende priemgetallen zijn. Bewijs dat p q 1 + q p 1 1 (mod pq). 23. Zij p een priemgetal en zij k N met k p. Bewijs dat ( ) p 1 ( 1) k (mod p). k 24. Voor a, b Z definiëren we een transformatie door τ a,b (x) = ax + b. τ a,b : F 5 F 5 (i) Bewijs dat τ a,b een permutatie is dan en slechts dan als 5 a. Hoeveel permutaties van F 5 zijn van deze vorm? (ii) Laat G de verzameling zijn van de permutaties τ a,b van F 5 met a, b Z en 5 a. Zij σ G. Toon aan dat σ 1 G. (iii) Bewijs dat voor alle m N geldt τ m 2,1 = 1 4 m. 7

25. Zij a N en zij p een priemgetal. De transformatie σ van de verzameling a p is gedefinieerd door σ(a 1, a 2,..., a p ) = (a 2,..., a p, a 1 ) (voor a 1,..., a p a). (i) Toon aan dat σ een permutatie is met banen van lengte 1 en p. (ii) Hoeveel elementen van a p zijn element van een baan van lengte p? (iii) Bewijs de Kleine Stelling van Fermat met behulp van het vorige onderdeel. 26. We beschouwen de rij f 0, f 1, f 2,... der Fibonaccigetallen (met f 0 = 0 en f 1 = 1). Gegeven is een m N. (i) Bewijs dat voor alle k N geldt: (ii) Bewijs dat voor alle l N geldt: f m+k f m 1 f k (mod f m ). f lm f m 1 f (l 1)m (mod f m ). (iii) Bewijs dat voor alle l N geldt f m f lm. 12 Kwadraatresten 17. (i) Voor welke priemgetallen p is er een x Z zodat p x 2 + x 2? (ii) Voor welke priemgetallen p is er een x Z zodat p x 2 + x + 2? 18. Zij p een oneven priemgetal van de vorm x 2 + 2y 2 met x, y N. (i) Zijn er dan ook u, v N met u 2 + 2v 2 = 2p? (ii) Toon aan dat ( ) 2 p = 1. (iii) Voor welke oneven priemgetallen q geldt dat q 2 een kwadraatrest is modulo q? 19. (i) Voor welke priemgetallen p is er een x N zodat p x 2 + 7? (ii) Voor welke priemgetallen p is er een x N zodat p x 2 7? 13 Priemtesten en factorisatie 20. 641 is een priemgetal. Toon aan dat de afbeelding de inverse is van de afbeelding F 641 F 641, x x 427 F 641 F 641, x x 3. 21. We beschouwen de natuurlijke getallen H m = 32m +1 2, waarbij m N. 8

(i) Laat zien dat H m oneven is voor alle m N. (ii) Zij m N. Toon aan dat 3 Z H m en bepaal de orde van 3 modulo H m. (iii) Zij m N en zij p een priemdeler van H m. Bewijs dat p 1 (mod 2 m+1 ). (iv) Ontbind H 3 met behulp van onderdeel (iii). 22. Zij n een Carmichaelgetal en zij n = pm met p een priemgetal en m N. Gegeven is dat p n 5 (mod 8). Zij a N met a 2 (mod p) en a 1 (mod m). (i) Bereken ( a n). (ii) Bewijs dat n geen Eulerpseudopriemgetal is voor de basis a. (iii) Toon aan dat n 1 = c(p 1) voor een oneven c N. (iv) Bewijs dat a n 1 2 ±1 (mod n). (v) Bewijs dat n geen sterk pseudopriemgetal is voor de basis a. (Voorbeeld: n = 8719309 en p = 37.) 15 De reële getallen 19. Geldt voor iedere convergente rij (a n ) in R, met a n 0 voor alle n, dat Geef een bewijs of een tegenvoorbeeld. a n+1 lim = 1? n a n 20. (i) Geef een voorbeeld van een rij (a n ) in R waarvoor geldt: (a n ) convergeert en de rij van de entiers ( a n ) convergeert niet. (ii) Laat (a n ) een convergente rij in R zijn. Toon aan dat er een m Z en een N N zijn zodat m 1 < a n < m + 1 voor alle n N. (iii) Laat (a n ) een Cauchyrij in Q zijn waarvoor de rij ( a n ) niet convergeert. Bewijs dat (a n ) convergeert naar een geheel getal. 21. Het reële getal α is gegeven met een oneindige kettingbreuk: α = 3 (= 3, 3, 3,... ). (i) Toon aan dat α = 3+ 13 2. (ii) Bepaal natuurlijke getallen p en q zodat q < 100 en α p q < 1 1000. 22. Ga van elk van de volgende uitspraken na of hij waar is. Geef een bewijs of anders een tegenvoorbeeld. (i) Als α een irrationaal getal is met α > 0, dan is α een irrationaal getal. (ii) Als α een irrationaal getal is met α > 1, dan is α+1 α 1 een irrationaal getal. (iii) Als α een irrationaal getal is, dan is α 2 + 1 een irrationaal getal. 9

23. Op de verzameling R(0, 1}) (bestaande uit alle oneindige rijen enen en nullen) is de relatie gedefinieerd door (a 0, a 1, a 2,... ) (b 0, b 1, b 2,... ) a n b n voor slechts eindig veel n N. (i) Bewijs dat een equivalentierelatie is. (ii) Toon aan dat iedere equivalentieklasse aftelbaar is. (iii) Bewijs dat er overaftelbaar veel equivalentieklassen zijn. 24. (i) Laat B de verzameling zijn van alle rijen a 0, a 1, a 2,... in 0, 1, 2} met de eigenschap a n+1 a n voor alle n N. Is B eindig, aftelbaar of overaftelbaar? (ii) Laat C de verzameling zijn van alle rijen a 0, a 1, a 2,... in 0, 1, 2} met de eigenschap #(a n, a n+1, a n+2 }) 2 voor alle n N. Is C eindig, aftelbaar of overaftelbaar? 25. (i) Zij g : N N. Bewijs dat g is injectief g(n + 1) / g(0), g(1),..., g(n)} voor alle n N. (ii) Bewijs dat de verzameling f : N N f is injectief } overaftelbaar is. 26. Bij iedere rij (a 1, a 2, a 3,... ) in 1, 2, 3} hebben we reële getallen waarbij x n = x = n=1 1 als a n = 1 0 anders, x n 2 n, y = y n 2 n en z = y n = n=1 1 als a n = 2 0 anders n=1 z n 2 n, en z n = 1 als a n = 3 0 anders. (i) Laat (a 1, a 2, a 3,... ) een rij in 1, 2, 3} zijn. Toon aan dat x + y + z = 1. (ii) Laat gegeven zijn dat de rij (a n ) repeteert. Toon aan dat x, y, z Q. (iii) Laat (a n ) een rij in 1, 2, 3} zijn met x Q. Volgt daaruit dat de rij (a n ) repeteert? (iv) Laat (a n ) de rij (1, 2, 3, 1, 2, 3, 1, 2, 3,... ) = (1, 2, 3) zijn. Bereken voor deze rij de getallen x, y en z. Schrijf ze als een gewone breuk. 27. Laat A de verzameling zijn van alle rekenkundige rijen van reële getallen en laat B de verzameling zijn van alle rijen r 0, r 1, r 2,... van reële getallen met r n+2 = 2r n+1 r n voor alle n N. Bewijs dat A = B. 28. De rij (a n ) in Q is gegeven door a n = n ( 1) k k=0 2 k (voor alle n N). 10

(i) Toon aan dat de rij (a n ) convergeert in Q. (ii) Geef een N N zodat a n lim n a n < 10 100 voor alle n N. 29. Ga van elk van de volgende reële getallen na of ze rationaal zijn: 3 3 189 189, 56, 3 + 2 6 + 2 5 2, 1 + 5. 30. De rij natuurlijke getallen a 0, a 1, a 2,... is gedefinieerd door a 0 = 4, a n+1 = a 2 n 2 voor alle n N. Bewijs dat voor alle n N. a n = (2 + 3) 2n + (2 3) 2n 16 De p-adische getallen 10. Is er een rij in Q, die m.b.t. de gewone absolute waarde een nulrij is en m.b.t. de 3-adische absolute waarde naar 1 convergeert? 17 De complexe getallen 14. Geef de modulus en het argument van elk van de zeven complexe oplossingen van de vergelijking z 7 5 = 0. En ook van de vergelijking z 7 + 5i = 0. 15. Los op: z 5 + 1 z 5 = 1. Zijn de oplossingen eenheidswortels? 18 Kwadratische getallen 16. (i) Bepaal de kettingbreukontwikkeling van 13. (ii) Bepaal de kleinste y N waarvoor 13y 2 1 een kwadraat is. Bepaal ook de op één na kleinste y met deze eigenschap. (iii) Hoeveel gereduceerde kwadratische getallen bevat de verzameling A = ϕ n ( 13) n N }? (iv) Zijn er gereduceerde kwadratische getallen α met disc(α) = disc( 13) en α / A? 17. (i) Vind natuurlijke getallen x, y zo dat x 2 29y 2 = ±1. (ii) Bepaal alle natuurlijke getallen x, y waarvoor x 2 25y 2 = ±1. 11

18. Zij α = 1, 1, 2, 1. (i) Bepaal de kettingbreukontwikkeling van 3 + α en ook van 1 α 1. (ii) Bereken α. 19. Bewijs dat er bij iedere niet-kwadraat d N er een uniek gereduceerd reëelkwadratisch getal γ is met disc(γ) = 4d en γ = 2 d. 12