Pijlenklokken. 1 Inleiding
|
|
|
- Lander Smeets
- 6 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Pijlenklokken 1 Inleiding In bovenstaande tekening zie je 1 rode punten. Er staan blauwe pijlen van elk rood punt naar een ander rood punt 4 plaatsen verder op de cirkel. Een dergelijke afbeelding noemen we een pijlenklok. In dit artikel gaan we dergelijke pijlenklokken bestuderen. Een paar onderzoeksvragen die we ons kunnen stellen in het begin van het onderzoek zijn: Hoe ziet de tekening eruit als we niet 4 maar 5 of 6 plaatsen opschuiven? Wat als we niet starten met 1 maar 13 rode punten of een ander aantal? Wat zijn de eigenschappen van de bekomen figuur? Wat gebeurt er als we een andere formule gebruiken om de blauwe pijlen te construeren? 1
2 Notaties, definities en begrippen.1 Notaties en definities We noteren de n rode punten met de getallen 0, 1,,, n 1. Het bovenste rode punt op de cirkel komt overeen met het getal 0, en dan gaan we verder met de klok mee: 1,,. De verzameling van alle rode punten noteren we met Z n. Een rood punt waar de knop van een blauwe pijl uitkomt heet een doelpunt. Een rood punt waar de staart van een blauwe pijl vanuit gaat heet een startpunt.. Permutaties Een afbeelding in Z, zodat in elk element juist 1 blauwe pijl toekomt en juist 1 blauwe pijl vertrekt, noemen we een permutatie. Een voorbeeld: We noteren de permutatie met ( ) De bovenste lijn geeft de startpunten weer en de onderste lijn de overeenkomstige doelpunten. Een andere mogelijkhied om te op te schrijven is: (0, 5, 3, 1, 6, 4, ). We bedoelen hiermee dat 0 afgebeeld wordt op 5. Dan wordt 5 afgebeeld op 3 en zo verder tot op het laatst terug afgebeeld wordt op 0. Deze notatie noemen we de cykelnotatie. De
3 lengte van een cykel is het aantal elementen van haar baan. Een cykel van lengte k wordt ook wel een k-cykel genoemd. Hier hebben we een 7-cykel. Als er geen misverstand kan ontstaan dan mag je in e cykelnotatie ook de komma s weglaten : (053164) Onderstaande pijlenklok is ook een permutatie, die genoteerd wordt door:(0,, 4)(1, 3, 5). De permutatie bestaat uit twee 3-cykels. Een punt dat op zichzelf wordt afgebeeld, noemen we een vast punt van de permutatie. In de cykelnotatie wordt dat gewoon weggelaten. De permutatie ( ) wordt dan genoteerd als (0, ). In de pijlenklok zien we dan een baluwe lus bij 1 en 3..3 Veelhoeken Een regelmatige veelhoek is een veelhoek waarvan de zijden alle dezelfde lengte hebben, en alle hoeken aan elkaar gelijk zijn. Een regelmatige n-hoek is dus opgebouwd uit n paarsgewijs met elkaar verbonden even lange lijnstukken die n keer dezelfde hoek met elkaar maken. De hoekpunten liggen op een cirkel. een regelmatige n-hoek wordt genoteerd door {n} of { n }. Zo is bijvoorbeeld {4} een vierkant. 1 3
4 Een regelmatige sterveelhoek, genoteerd als { n } met 1 < m < n is m een figuur met n even lange zijden en n even grote hoeken. Een regelmatige sterveelhoek wordt gevormd door bepaalde diagonalen van een regelmatige n-hoek; steeds wordt een hoekpunt verbonden met de hoekpunten m hoekpunten verderop. Bij de notatie { n } betekent het m eerste getal het aantal hoekpunten en het tweede getal geeft weer dat de sterveelhoek zich m keer rond haar centrum windt. Hierbij zijn n en m onderling ondeelbaar zijn. Een voorbeeld is het pentagram, genoteerd door 5:.4 Modulorekenen Stel a, b, m Z, m > 1. Indien a en b bij deling door m dezelfde rest geven, d.w.z. indien a b = cm voor zekere c Z, heten a en b congruent modulo m. We noteren a b mod m Eigenschappen : 1. Als a b mod m en b c mod m, dan is a c mod m.. Als a b mod m en c d mod m, dan is a + c b + d mod m. 3. Als a b mod m en n N, dan is a n b n mod m. 4. Als a b mod m dan is voor elke c Z : ac bc mod m. 5. Als a b mod m en c d mod m, dan is ac bd mod m. 4
5 3 De afbeelding f(x) = x + b Voor we met het onderzoek beginnen kunnen we een aantal eenvoudige zaken opmerken: Het onderzoek heeft eigenlijk pas zin voor n 5. Voor kleinere waarden van n is er weinig te onderzoeken. Als b = 0 dan wordt elk rood punt op zichzelf afgebeeld en krijgen we een pijlenklok met n lussen. Voor b = i en b = n i krijgen we dezelfde pijlenklok, maar wordt de richting van de pijlen gewoon omgekeerd. Zie onderstaand voorbeeld voor n = 6, b = en b = 4: De verklaring hiervoor is dat n i i mod n, zodat de afbeeldingen f(x) = x + i en f(x) = x i zijn: ofwel i plaatsen doorschuiven met de klok mee ofwel n plaatsen doorschuiven naar links. Door vorige opmerkingen moeten wij, bij de studie van f(x) = x + b, enkel rekening houden met natuurlijke waarden van b waarvoor geldt dat 1 b n. 5
6 3.1 Empirisch onderzoek voor n=5 Er zijn twee mogelijkheden voor b, namelijk b = 1 en b = b=1 De afbeelding f is de permutatie: (0134). De pijlenklok is de regelmatige vijfhoek { 5 1 }. De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.7 met k {0, 1,, 3, 4}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 5 symmetrie assen : de middellijnen door elk rood punt b= 6
7 De afbeelding f is de permutatie : (0413). De pijlenklok is een regelmatige ster vijfhoek { 5 }: het pentagram. De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.7 met k {0, 1,, 3, 4}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 5 symmetrie assen: de middellijnen door elk rood punt. Binnenin zie je een regelmatige vijfhoek ontstaan. 3. Empirisch onderzoek voor n=6 Er zijn drie mogelijkheden voor b, namelijk b = 1, b = en b = b=1 De afbeelding f is de permutatie: (01345). De pijlenklok is de regelmatige zeshoek { 6 1 } De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.60 met k {0, 1,, 3, 4, 5}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 6 symmetrie assen : de 3 middellijnen door elk rood punt en 3 middellijnen die loodrecht staan op de middens van de zijden van de zeshoek. 7
8 3.. b= De afbeelding f is de permutatie : (04)(135). De pijlenklok bestaat uit gelijkzijdige driehoeken. De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.60 met k {0, 1,, 3, 4, 5}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 6 symmetrie assen: de 3 middellijnen door elk rood punt en 3 middellijnen door de snijpunten van de twee driehoeken. Binnenin zie je een regelmatige zeshoek ontstaan b=3 8
9 De afbeelding f is de permutatie (03)(14)(5). De pijlenklok bestaat uit 3 lijnstukken. De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.60 met k {0, 1,, 3, 4, 5}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 6 symmetrie assen: de 3 middellijnen door elk rood punt en 3 middellijnen die de deellijnen zijn van de gegeven lijnstukken. 3.3 Empirisch onderzoek voor n=7 Er zijn drie mogelijkheden voor b, namelijk b = 1, b = en b = b=1 De afbeelding f is de permutatie: (013456). De pijlenklok is de regelmatige zeshoek { 7 1 } De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum( het ) middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k. met k {0, 1,, 3, 4, 5, 6}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 7 symmetrie assen : de 7 middellijnen door elk rood punt
10 3.3. b= De afbeelding f is de permutatie : (046135). De pijlenklok is een regelmatige ster zevenhoek { 7 }. De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum( het ) middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k. met k {0, 1,, 3, 4, 5, 6}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 7 symmetrie assen : de 7 middellijnen door elk rood punt. Binnenin zie je een regelmatige zevenhoek ontstaan b=
11 De afbeelding f is de permutatie (036514). De pijlenklok is een regelmatige ster zevenhoek { 7 }: het heptagram. 3 De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum( het ) middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k. met k {0, 1,, 3, 4, 5, 6}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 7 symmetrie assen : de 7 middellijnen door elk rood punt. Binnenin zie je een regelmatige zevenhoek ontstaan. 3.4 Empirisch onderzoek voor n=8 Er zijn drie mogelijkheden voor b, namelijk b = 1, b =, b = 3 en b = b= De afbeelding f is de permutatie: ( ). De pijlenklok is de regelmatige achthoek { 8 1 } De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.45) met k {0, 1,, 3, 4, 5, 6, 7}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 8 symmetrie assen : de 4 middellijnen door elk rood punt en 4 middellijnen die loodrecht staan op de middens van de zijden van de achthoek.. 11
12 3.4. b= De afbeelding f is de permutatie : (046)(1357). De pijlenklok bestaat uit vierkanten. De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.45 met k {0, 1,, 3, 4, 5, 6}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 8 symmetrie assen : de 4 middellijnen door elk rood punt en 4 middellijnen door de snijpunten van de twee vierkanten. Binnenin zie je een regelmatige achthoek ontstaan b=3 1
13 De afbeelding f is de permutatie ( ). De pijlenklok is een regelmatige ster achthoek { 7 }: het octagram. 3 De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.45 met k {0, 1,, 3, 4, 5, 6}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 8 symmetrie assen : de 4 middellijnen door elk rood punt en 4 middellijnen door de punten waar de zijden van de ster achthoek elkaar snijden. Binnenin zie je een regelmatige achthoek ontstaan b=4 De afbeelding f is de permutatie (04)(15)(6)(37). De pijlenklok bestaat uit 4 lijnstukken. De pijlenklok is draaisymmetrisch met als centrum het middelpunt van de cirkel van de rode punten en als hoeken : k.45 met k {0, 1,, 3, 4, 5, 6, 7}. De pijlenklok is lijnsymmetrisch. Er zijn 8 symmetrie assen: de 4 middellijnen door elk rood punt en 4 middellijnen die de deellijnen zijn van de gegeven lijnstukken. 13
14 3.5 Algemene resultaten Stelling 3.1. f(x) = x + b is altijd een permutatie van Z n. Er zijn dus altijd n doelpunten. Bewijs. Uit elk rood punt vertrekt juist 1 blauwe pijl. Dit is logisch want er is maar 1 mogelijke uitkomst bij een som. In elk rood punt komt er hoogstens 1 blauwe pijl toe. Want, als f(x 1 ) = f(x ) dan is x 1 + b = x + b. Omdat b een invers element heeft voor de optelling, volgt hieruit dat x 1 = x. In elk rood punt komt er ook minstens 1 bauwe pijl toe. Neem nu het rood punt y dan is f(y b) = y b + b = b, dus er komt een blauwe pijl toe in y en die vertrekt vanuit y b. Stelling 3.. f(x) = x + b heeft enkel vaste punten als b = 0. En in dat geval is elk rood punt een vast punt. Bewijs. Voor een vast punt geldt: f(x) = x of x + b = x. Hieruit volgt dat b = 0. Stelling 3.3. Als b een deler is van n, dan bestaat de pijlenklok uit b regelmatige n b -hoeken. Bewijs. Stel n = b.d. De baan van 0, door het herhaaldelijk toepassen van de functie f, is: b, b, 3b,. Omdat d.b 0 mod n eindigt de baan na d stappen terug bij 0 en krijgen we een regelmatige d-hoek. Neem nu een rood punt dat niet in de baan van 0 ligt en herhaal de procedure. De baan van, bijvoorbeeld a is dan : a + b, a + b, a + 3b,. Omdat a + db a mod n, vinden we opnieuw een regelmatige d-hoek. We kunnen deze procedure uiteindelijk b keer herhalen. Stelling 3.4. Als b en n onderling ondeelbaar zijn, dan is de pijlenklok een regelmatige n-hoeken of een regelmatige n-ster. 14
15 Bewijs. Als b en n onderling ondeelbaar zijn, dan is hun grootste gemene deler gelijk aan 1. Volgens de stelling van Bezout bestaan er dan gehele getallen r en s, zodat rb + sn = 1. Neem nu 0 als startpunt. Dan is rb 1 mod n. Dit betekent dat de baan van 0 na r stappen in 1 terechtkomt. Maar je kan ook schrijven dat voor een willekeurig rood punt k geldt dat k = (kr)b + (ks)n of k (kr)b mod n. Dus ook k ligt op de baan van 0. Met andere woorden elk rood punt ligt op de baan van het punt 0 en dus krijgen we een baan die uiteindelijk terug eindigt in 0. Hieruit volgt het gestelde. Stelling 3.5. Als de grootste gemene deler van b en n gelijk is aan d en als b geen deler is van n, dan bestaat de pijlenklok uit d regelmatige n d sterhoeken. Bewijs. Veronderstel dat n = dn en b = db, met b en n onderling ondeelbaar. We werken per groepje van d punten. Er zijn n van dergelijke groepjes. Als nieuwe functie, op die groepjes, nemen we f(x) = x + b. Omdat b en n onderling ondeelbaar zijn, kunnen we stelling 3.4 toepassen. Omdat b geen deler is van n, is b 1 en is de pijlenklok een regelmatige sterveelhoek met n = n zijden. Voor elk rood punt van een groepje heb je d dan zo een regelmatige sterveelhoek. Stelling 3.6. Als n een priemgetal is dan vindt je, door b 0 te laten variëren, 1 regelmatige n-hoek en n 3 regelmatige n- sterveelhoeken. Bewijs. Als n een priemgetal is dan zijn er in Z n n 1 getallen die onderling ondeelbaar zijn met n, namelijk 1,,, n 1. Voor b = 1 en b = n 1 is de pijlenklok een regelmatige n-hoek en voor de andere waarden vinden we een regelmatige sterveelhoek. Als we pijlenklokken die in een andere richting worden afgelegd, als gelijk beschouwen, vinden we nog n 3 sterveelhoeken. Stelling 3.7. Als n even is, dan is er een pijlenklok die bestaat uit middellijnen. We noemen dit een ontaarde pijlenklok. n 15
16 Bewijs. De baan die in 0 vertrekt is na twee stappen terug in 0, want. n 0 mod n. Pas nu stelling 3.3 toe. De symmetrie eigenschappen volgen uit de symmetrieën van een regelmatige n-hoek. Er zijn steeds n draaisymmetrieën en n lijnsymmetrieën. We werken, als voorbeeld, n = 15 uit: b pijlenklok 1 een regelmatige 15-hoek een regelmatige 15-sterveelhoek 3 drie regelmatige vijfhoeken 4 een regelmatige 15-sterveelhoek 5 vijf gelijkzijdige driehoeken 6 drie regelmatige 5-sterveelhoeken 7 een regelmatige 15-sterveelhoek 16
17 4 De afbeelding f(x) = ax + b Omdat de vermenigvuldiging in Z n nu een belangrijke rol gaat spelen, is het belangrijk te weten welke getallen een inverse hebben voor die vermenigvuldiging. Verder veronderstellen we steeds dat a 1. Stelling 4.1. Als a en n onderling ondeelbaar zijn dan heeft a een uniek invers element voor de vermenigvuldiging in Z n. Bewijs. Het invers element van a is de unieke oplossing van de vergelijking ax 1 mod n. Stel dat ax 1 ax mod n, dan is a(x 1 x ) 0 mod n. Dus is a(x 1 x ) deelbaar door n. Maar a en n zijn onderling ondeelbaar. Bijgevolg is n een deler van x 1 x of x 1 x mod n. Met andere woorden: de vermenigvuldiging van alle elementen van Z n met a levert n verschillende uitkomsten. Er is dus zeker een x, die vermenigvuldigd met a, de waarde 1 aanneemt. Hiermee is het gestelde bewezen. De verzameling van de elementen van Z n die onderling ondeelbaar zijn met n, wordt genoteerd door Z n. Het aantal elementen in die verzameling wordt bepaald door de indicator of totiënt van n. Notatie: ϕ(n). Een paar eigenschappen: ϕ(m.n) = ϕ(m)ϕ(n). Als n priem is, dan is ϕ(n) = n 1. Als n = p k met p een priemgetal, dan is ϕ(n) = (p 1)p k a en n zijn onderling ondeelbaar Stelling 4.. Als a en n onderling ondeelbaar zijn, dan is f(x) = ax + b altijd een permutatie van Z n. Er zijn dus altijd n doelpunten. Bewijs. Uit elk rood punt vertrekt juist 1 blauwe pijl. Dit is logisch want er is maar 1 mogelijke uitkomst bij een som of product. In elk rood punt komt 17
18 er hoogstens 1 blauwe pijl toe. Want, als f(x 1 ) = f(x ) dan is ax 1 + ba = x + b. Omdat b een invers element heeft voor de optelling, volgt hieruit dat ax 1 = ax. Omdat a een invers element heeft voor de vermenigvuldiging, volgt hieruit dat x 1 = x. In elk rood punt komt er ook minstens 1 bauwe pijl toe. Neem nu het rood punt y dan is f(a 1 (y b)) = a(a 1 (y b)) + b = y b + b = y, dus er komt een blauwe pijl toe in y en die vertrekt vanuit a 1 (y b) f(x) = x + b Stelling 4.3. f(x) = x + b heeft 0,1 of vaste punten. Bewijs. x is een vast punt van f als x + b x mod n of x b mod n. Als n oneven is, dan heeft een invers element voor de vermenigvuldiging en is heeft f juist 1 vast punt: 1 b. Als n even is en b oneven dan zijn er geen vaste punten. Als n en b beiden even zijn, dan zijn er steeds vaste punten, voor x = b en x = n + b. Stelling 4.4. f(x) = x + b is involutief of f(f(x)) = x. Met andere woorden: elke blauwe pijl is een heen en weer pijl. Bewijs. f(f(x)) = f( x + b) = ( x + b) + b = x b + b = x. Als we een blauwe pijl als een rechte beschouwen, kunnen we nagaan wanneer deze rechten evenwijdig zijn. Voor de eenvoud spreken we van evenwijdige pijlen. Om verwarring te vermijden zullen we punten op de cirkel niet met elementen van Z n aanduiden, maar wel met letters. De optelling in Z n dragen we over op de letters. Een lus kan je beschouwen als een pijl waar vertrekpunt en doelpunt samenvallen. Als lijn hierdoor kan je dan de raaklijn tekenen aan de gegeven cirkel. 18
19 Stelling 4.5. Een pijl door A en B is evenwijdig met een pijl door C en D als en slechts als A + B C + D mod n. Bewijs. Als de boog tussen A en C en de boog tussen B en D even groot is, dan zijn de omtrekshoeken ÂDC en DAB gelijk. Volgens de eigenschap van de verwisselende binnenhoeken is dan AB evenwijdig met CD. De pijlen tussen A en B en tussen C en D zijn dus evenwijdig als B D C A mod n of A + B C + D mod n. Stelling 4.6. De pijlenklok f(x) = x + b bestaat uit evenwijdige pijlen. Bewijs. Als n even is en b oneven, wordt elk even rood punt x afgebeeld op b x. De som van die twee rode punten is constant gelijk aan b. Dus zijn alle n lijnen evenwijdig. Zie voorbeeld met n = 6 en b = 3: 19
20 Als n en b allebei even zijn, bestaan er vaste punten, voor x = b en x = n + b. Net zoals in vorig deel is de som van twee rode punten die op elkaar worden afgebeeld constant gelijk aan b. Als we in een vast punt de som maken van het punt met zichzelf komen we ook, modulo n, aan de waarde b. Dus alle n blauwe lijnen en de raaklijnen in de vaste punten zijn allemaal evenwijdig. In het totaal heb je n + 1 evenwijdige lijnen. Zie voorbeeld met n = 6 en b = 4: Als n oneven is heb je 1 vast punt : 1 b. Als we in het vast punt de som maken van het punt met zichzelf komen we ook aan de waarde b, net zoals bij de andere blauwe lijnen. Dus alle n 1 blauwe lijnen en de ene raaklijn in het vaste punt zijn allemaal evenwijdig. In het totaal heb je n+1 evenwijdige lijnen. Zie voorbeeld met n = 7 en b = 3: 0
21 4.1. f(x) = ax We zien duidelijk dat 0 steeds een vast punt is. Zijn er nog andere? Stelling 4.7. De pijlenklok f(x) = ax heeft d vaste punten, waarbij d = ggd(a 1, n). Bewijs. x is een vast punt van f als ax x mod n of (a 1)x 0 mod n. Omdat d de grootste gemene deler is van a 1 en n, kunnen we stellen dat a 1 = d.r en n = d.s, waarbij r en s onderling ondeelbaar zijn. De op te lossen vergelijking wordt dan drx ds mod n. Deze vergelijking heeft juist d oplossingen: 0, s, s,, (d 1)s. Stelling 4.8. Veronderstel dat de orde van a in Z n gelijk is aan m. Dan bestaat de pijlenklok van f(x) = ax, buiten de lussen, uit n d m veelhoeken met m zijden. ( Een veelhoek met zijden is een lijnstuk, met andere woorden: een blauwe heen en weer pijl) Bewijs. 0 is zeker al een vast punt. 1 is dat zeker niet, omdat we hier veronderstellen dat a 1. De baan van 1 is dan: 1, a, a,, a m 1. We komen terug in 1 terecht want a m = 1. Neem een ander element dat geen lus is en niet in de baan zit van 1. Noem dit element p. Dan is de baan van p gegeven door p, ap, a p,, a m 1. je komt terug in p, want a m p = p. Blijf dit doen tot alle elementen zijn opgebruikt. Je krijgt n d veelhoeken met m m zijden. Neem bijvoorbeeld n = 10 en a = 7. dan is d = en s = 5. Er zijn er vaste punten: 0 en 5. Verder is Z 10 = {1, 3, 7, 9}. De permutatie f is dan gelijk aan: (1793)(486). Er zijn veelhoeken met 4 zijden. 1
22 We zien in bovenstaande tekening dat de zijden van de twee vierhoeken twee aan twee evenwijdig zijn. Hoe komt dat? Noteer d = ggd(a + 1, n). Stelling 4.9. De pijlenklok f(x) = ax heeft n d waarbij d = ggd(a + 1, n). evenwijdige lijnen, Bewijs. Als de blauwe pijl die vertrekt uit x evenwijdig moet zijn met de pijl die uit y vertrekt, dan moet x + ax y + ay of (a + 1)(x y) 0 mod n. Veronderstel dat a + 1 = r d en n = d s, dan krijgen we r (x y) 0 mod s.omdat en s onderling ondeelbaar zijn, moet x y mod s. Zo krijgen we s evenwijdige paren f(x) = ax + b met b 0 Stelling De pijlenklok f(x) = ax + b heeft d vaste punten, waarbij d = ggd(a 1, n), als d een deler is van b. Anders zijn er geen vaste punten. Bewijs. x is een vast punt van f als ax+b x mod n of (a 1)x b mod n. Omdat d de grootste gemene deler is van a 1 en n, kunnen we stellen
23 dat a 1 = d.r en n = d.s, waarbij r en s onderling ondeelbaar zijn. Veronderstel verder dat b = k.d. De op te lossen vergelijking wordt dan drx (s k)d mod n. We kunnen dit vereenvoudigen tot rx k mods. Deze vergelijking heeft d oplossingen omdat r en s onderling ondeelbaar zijn: r 1 k, r 1 k + s, r 1 k + s,, r 1 k + (d 1)s. Bestuderen we nu de mogelijke pijlen in een pijlenklok van f(x) = ax+b met b een veelvoud van d, de grootste gemene deler avn a 1 en n. Neem een willekeurig rood punt x. Na twee stappen ben je bij a(ax+b)+b = a x+(a+ 1)b. Na drie stappen kom je terecht bij a 3 x + (a + a + 1)b. Algemeen: na p stappen ben je in het rood punt a p x+(a p 1 +a p + +a+1)b. De pijlenklok vertoont een veelhoek met p zijden als a p x + (a p 1 + a p + + a + 1)b x mod n. Hieruit volgt dat (a p 1)x + (a p 1 + a p + + a + 1)b 0 mod n of (a p 1 +a p + +a+1){(a 1)x+b} 0 mod n. Stel n = ds, a 1 = rs en b = ks, dan kan je vorige equivalentie herleiden tot: (a p 1 + a p + + a + 1){rx + k} 0 mod s Een voorbeeld: Neem f(x) = 5x + b met n = 16. Dan is d = ggd(a 1, n) = 4 en m = 4. Neem b = 4k. We onderzoeken voor welke waarden van p er een veelhoek met p zijden bestaat in de pijlenklok van f. Noteer A p = a p 1 +a p + +a+1. De formule wordt:a p (4x + 4k) 0 mod 16 of A p (x + k) 0 mod 4. We weten al dat er 4 lussen zijn. Is er een tweehoek? A = mod 4, zodat we krijgen dat (x + k) 0 mod 4 of x + k mod 4. Als we bijvoorbeeld b = 4, dan is k = 1 en vinden we als oplossingen voor x: 1, 3, 5, 9. Er is een blauwe pijl heen en weer ( een tweehoek ) tussen 1 en 9 en ook tussen 5 en 13. Is er een driehoek? A 3 = mod 4. De vergelijking wordt: 3(x + k) 0 mod 4. Deze vergelijking heeft geen oplossingen, tenzij k = 0, maar dat hebben we al besproken in het beval f(x) = ax. Er zijn dus geen driehoeken. 3
24 Een vierhoek? A 4 = mod 4. Er zijn nog 16 4 = 8 rode punten over. We krijgen dus nog twee vierhoeken. Uiteindelijk rest ons nog het geval dat b geen veelvoud is van d, de grootste gemene deler van a 1 en n. Er zijn geen lussen en we hebben een veelhoek met p zijden als (a p 1 + a p + + a + 1){(a 1)x + b} 0 mod n. Nemen we volgend voorbeeld: f(x) = 5x + 3 met n = 16. We krijgen een veelhoek met p zijden als (a p 1 + a p + + a + 1)(4x + 3) 0 mod 16. Nu kan 4x + 3 nooit een deler zijn van 16, dus moeten we zoeken naar een mogelijkheid om A p 0 mod 16. Omdat de orde van a gelijk is aan 4, is A 16 = 4A 4 0 mod 16. Alle punten zijn dan oplossingen : we krijgen een veelhoek met 16 zijden. Een ander voorbeeld is f(x) = 3x + 7 met n = 10. We krijgen een veelhoek met p zijden als (a p 1 + a p + + a + 1)(4x + 3) 0 mod 16. Als x = 4 of x = 9 dan is x mod 10 en kunnen we (a p 1 + a p + + a + 1)(4x + 3) 0 mod 16 maken als A p even is. Nu is A = = 4 dus hebben we een tweehoek die de rode punten 4 en 9 verbindt. Verder is ook 4
25 A 4 0 mod 10 zodat de overige 8 rode punten verbonden worden door vierhoeken. Merk op dat de stelling over evenwijdige blauwe lijnen, die we gezien hebben bij f(x) = ax, ook hier geldig is. 4. a en n hebben een gemene deler Noteer de grootste gemene deler van a en n door g. Zoals onderstaande grafiek ( f(x) = 4x met n = 8) laat zien, is f geen permutatie meer. Sommige rode punten zijn geen doelpunten. In andere rode punten komen meerdere blauwe pijle toe. Dergelijke punten noemen we aantrekkingspunten of attractoren f(x) = ax Stelling 4.7 blijft geldig: f(x) = ax heeft d vaste punten, waarbij d = ggd(a 1, n). 5
26 Stelling f heeft n doelpunten. In elk doelpunt komen g blauwe g pijlen toe (lussen meegeteld). Bewijs. y Z n is een doelpunt van f als er een x Z n bestaat zodat ax = y. Er zijn n veelvouden van g in Z g n. Al deze rode punten zijn doelpunten van f. Veronderstel immers dat y = kg. Stel verder dat a = ga en n = gn. dan is ax y modn ga x kg modgn a x ky modn. Omdat a en n onderling ondeelbaar zijn, volgt hieruit dat x a 1 k modn. Dit geeft n n = g oplossingen. Neem als voorbeeld f(x) = 6x met n = 8. Dan is g = ggd(6, 8) = en d = ggd(6 1, 8) = 1. Er is dus 1 vast punt, namelijk 0. Er zijn 4 aantrekkingspunten, waar telkens blauwe pijlen toekomen. 4.. f(x) = ax + b Stelling 4.9 blijft geldig: f(x) = ax + b heeft d vaste punten, waarbij als b een veelvoud is van d. Hierbij is d = ggd(a 1, n). Stelling 4.1. f heeft n doelpunten. In elk doelpunt komen g blauwe g pijlen toe (lussen meegeteld). 6
27 Bewijs. y Z n is een doelpunt van f als er een x Z n bestaat zodat ax + b = y. Dus moet y b een veelvoud zijn van g of y = kg + b. Al deze rode punten zijn doelpunten van f. Stel verder dat a = ga en n = gn. dan is ax + b y modn ga x kg modgn a x ky modn. Omdat a en n onderling ondeelbaar zijn, volgt hieruit dat x a 1 k modn. Dit geeft n n = g oplossingen. Neem als voorbeeld f(x) = 4x + 3 met n = 8. Dan is g = ggd(4, 8) = en d = ggd(4 1, 8) = 1. Er is dus 1 vast punt, namelijk 1. Er zijn aantrekkingspunten, waar telkens 4 blauwe pijlen toekomen. 5 De afbeelding f(x) = x Hieronder zien we de pijlenklok van de afbeelding f(x) = x voor n = 8. Wat zien we op deze tekening? Wat weten we? 7
28 0 en 1 zijn altijd vaste punten. f is geen permutatie. De vaste punten zijn de oplossingen van de vergelijking x x(x 1) = 0. = x of De doelpunten zijn de rode punten y, waarvoor er een x bestaat met x = y. Deze getallen y Z noemen we kwadraatresten modulo n. Als er een blauwe pijl gaat van x naar y, dan gaat er ook een blauwe pijl van x naar y, want x = ( x). De vergelijking x = 1 is soms toch oplosbaar. Neem bijvoorbeeld n = 5, dan is = 4 1 mod 5. Laten we een voorbeeld nemen. Bekijk het priemgetal p = 13 en bereken wat de kwadraatresten zijn. Dit is makkelijk, we bepalen gewoon x mod p voor x = 1,,, 1. We vinden : 1 1, 4, 3 9, 4 3, 5 1, 6 10, , 8 1, 9 3, 10 9, 11 4, 1 1. Merk op dat de rij kwadraatresten 1, 4, 9, 3, 1, 10, 10, 1, 3, 9, 4, 1 symmetrisch is. Uiteraard is dit een gevolg van het feit dat x = ( x). Om alle kwadraatresten te vinden is het dus voldoende om x mod p te bepalen voor x = 1,,, p 1. Bovendien zijn de zo gevonden kwadraatresten allemaal 8
29 verschillend modulo p. p. Stel namelijk dat x = y mod p voor zekere 1 x, y < p. Dan is p een deler van x y = (x y)(x + y). Omdat x + y < p kan p geen deler zijn van x + y en dus deelt p het verschil xy. Met andere woorden, x y mod p. Maar dit kan alleen alsx = y. Op deze manier vinden we dus precies p 1 verschillende kwadraatresten. Stelling 5.1. Als p een oneven priemgetal is, dan heeft de pijlenklok van f(x) = x voor n = p juist p+1 doelpunten. Bewijs. Uiteraard is 0 een doelpunt, want 0 = 0. Verder kunnen we zoals in het voorbeeld van p = 13 bewijzen dat er p 1 verschillende kwadraatresten zijn. Dit zijn ook allemaal doelpunten. Samen heben we dus 1 + p 1 = p+1 verschillende doelpunten. 9
30 Het criterium van Euler zegt bovendien dat a 0 een doelpunt is, als a p 1 1 mod p. In onderstaand voorbeeld, met n = 7, heeft 7+1 = 4 doelpunten. Omdat 1 3 1, 3 1, 3 3 1, 4 3 1, en 6 3 1, zijn de doelpunten van f de rode punten : 0, 1,, 4. 30
Getaltheorie II. ax + by = c, a, b, c Z (1)
Lesbrief 2 Getaltheorie II 1 Lineaire vergelijkingen Een vergelijking van de vorm ax + by = c, a, b, c Z (1) heet een lineaire vergelijking. In de getaltheorie gaat het er slechts om gehele oplossingen
Pijlenklokken Wiskunde B-dag
Pijlenklokken Wiskunde B-dag 2017 1 Wiskunde B opdracht 2017 Inleiding Over de opdracht Mensen (dus ook jullie) zijn gemaakt om patronen en structuren te herkennen. De wiskunde maakt hier een sport van.
Uitwerkingen toets 12 juni 2010
Uitwerkingen toets 12 juni 2010 Opgave 1. Bekijk rijen a 1, a 2, a 3,... van positieve gehele getallen. Bepaal de kleinst mogelijke waarde van a 2010 als gegeven is: (i) a n < a n+1 voor alle n 1, (ii)
Oefening 4.3. Zoek een positief natuurlijk getal zodanig dat de helft een kwadraat is, een derde is een derdemacht en een vijfde is een vijfdemacht.
4 Modulair rekenen Oefening 4.1. Merk op dat 2 5 9 2 = 2592. Bestaat er een ander getal van de vorm 25ab dat gelijk is aan 2 5 a b? (Met 25ab bedoelen we een getal waarvan a het cijfer voor de tientallen
WISKUNDE-ESTAFETTE 2012 Uitwerkingen. a b. e f g
WISKUNDE-ESTAFETTE 202 Uitwerkingen Noem de zeven cijfers even a t/m g. a b c d + e f g Omdat de twee getallen die we optellen beide kleiner zijn dan 00 moet het resultaat kleiner dan 200 zijn. Dus e =.
Oefening 4.3. Zoek een positief natuurlijk getal zodanig dat de helft een kwadraat is, een derde is een derdemacht en een vijfde is een vijfdemacht.
4 Modulair rekenen Oefening 4.1. Merk op dat 2 5 9 2 2592. Bestaat er een ander getal van de vorm 25ab dat gelijk is aan 2 5 a b? (Met 25ab bedoelen we een getal waarvan a het cijfer voor de tientallen
Vlakke meetkunde. Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden gebruikt zonder nadere toelichting.
Vlakke meetkunde Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden gebruikt zonder nadere toelichting. Hoeken, lijnen en afstanden: gestrekte hoek, rechte hoek, overstaande hoeken,
Overzicht eigenschappen en formules meetkunde
Overzicht eigenschappen en formules meetkunde xioma s Rechten en hoeken 3 riehoeken 4 Vierhoeken 5 e cirkel 6 Veelhoeken 7 nalytische meetkunde Op de volgende bladzijden vind je de eigenschappen en formules
Stelling 1.5 Geven isometrieën J 1 en J 2 hetzelfde beeld in drie punten die niet op één lijn liggen, dan zijn ze identiek. Bewijs. De isometrie J 1 2
Lesbrief 8 Isometrieën 1 Inleiding Een één-éénduidige afbeelding van het vlak op zichzelf heet een transformatie van het vlak. Als T 1 en T 2 transformaties zijn, wordt de transformatie T 1 gevolgd door
Inversie. Hector Mommaerts
Inversie Hector Mommaerts 2 Hoofdstuk 1 Definities en constructies 1.1 Definitie We weten hoe we een punt moeten spiegelen rond een rechte. We gaan nu kijken hoe we een punt spiegelen rond een cirkel.
Meetkundige Ongelijkheden Groep 2
Meetkundige Ongelijkheden Groep Trainingsweek Juni 009 1 Introductie We werken hier met ongeoriënteerde lengtes en voor het gemak laten we de absoluutstrepen weg. De lengte van een lijnstuk XY wordt dus
Samenvatting stellingen uit de meetkunde Moderne Wiskunde voor het VWO (bovenbouw)
Samenvatting stellingen uit de meetkunde Moderne Wiskunde voor het VWO (bovenbouw) Meetkunde, Moderne Wiskunde, pagina 1/10 Rechthoekige driehoek In een rechthoekige driehoek is een van de hoeken in 90.
Inleiding tot de Problem Solving - deel 1: Combinatoriek en getaltheorie
Inleiding tot de Problem Solving - deel 1: Combinatoriek en getaltheorie Jan Vonk 1 oktober 2008 1 Combinatoriek Inleiding Een gebied dat vandaag de dag haast niet onderschat kan worden binnen de wiskunde
25 JAAR VLAAMSE WISKUNDE OLYMPIADE. De slechtst beantwoorde vragen in de eerste ronde per jaar
25 JAAR VLAAMSE WISKUNDE OLYMPIADE De slechtst beantwoorde vragen in de eerste ronde per jaar Samenstelling en lay-out: Daniël Tant Luc Gheysens Vlaamse Wiskunde Olympiade v.z.w. VWO 1 1986 Vraag 17 Een
Definitie 1.1. Een groep is een verzameling G, uitgerust met een bewerking waarvoor geldt dat:
Hoofdstuk 1 Eerste begrippen 1.1 Wat is een groep? Definitie 1.1. Een groep is een verzameling G, uitgerust met een bewerking waarvoor geldt dat: 1. a, b G : a b G 2. a, b, c G : a (b c) = (a b) c = a
De Cirkel van Apollonius en Isodynamische Punten
januari 2008 De Cirkel van Apollonius en Isodynamische Punten Inleiding Eén van de bekendste meetkundige plaatsen is de middelloodlijn van een lijnstuk. Deze lijn bestaat uit alle punten die gelijke afstand
Spelen met passer en liniaal - werkboek
Spelen met passer en liniaal - werkboek Basisconstructie 1: het midden van een lijnstuk (de middelloodlijn) Gegeven: lijnstuk AB. Gevraagd: het midden van lijnstuk AB. Instructie Teken (A, r) en (B, r)
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : eerste ronde
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 2005-2006: eerste ronde 1 11 3 11 = () 11 2 3 () 11 5 6 () 11 1 12 11 1 4 11 1 6 2 ls a en b twee verschillende reële getallen verschillend van 0 zijn en 1 x + 1 b = 1, dan
5 Inleiding tot de groepentheorie
5 Inleiding tot de groepentheorie Oefening 5.1. Stel de Cayleytabel op voor de groep van de symmetrieën van een vierkant. Bewijs dat deze groep de viergroep van Klein bezit als deelgroep van index 2. Oplossing
IMO-selectietoets I donderdag 2 juni 2016
IMO-selectietoets I donderdag juni 016 NEDERLANDSE W I S K U N D E OLYMPIADE Uitwerkingen Opgave 1. Zij ABC een scherphoekige driehoek. Zij H het voetpunt van de hoogtelijn vanuit C op AB. Veronderstel
7.0 Voorkennis. Definitie = Een afspraak, die niet bewezen hoeft te worden.
7.0 Voorkennis Definitie = Een afspraak, die niet bewezen hoeft te worden. Voorbeeld definitie: Een gestrekte hoek is een hoek van 180 ; Een rechte hoek is een hoek van 90 ; Een parallellogram is een vierhoek
II.3 Equivalentierelaties en quotiënten
II.3 Equivalentierelaties en quotiënten Een belangrijk begrip in de wiskunde is het begrip relatie. Een relatie op een verzameling is een verband tussen twee elementen uit die verzameling waarbij de volgorde
Lijst van formules en verwijzingen naar definities/stellingen die in het examen vwo wiskunde B wordt opgenomen
Lijst van formules en verwijzingen naar definities/stellingen die in het examen vwo wiskunde B wordt opgenomen Vlakke meetkunde Verwijzingen naar definities en stellingen die bij een bewijs mogen worden
OPLOSSINGEN VAN DE OEFENINGEN
OPLOSSINGEN VAN DE OEFENINGEN 1.3.1. Er zijn 42 mogelijke vercijferingen. 2.3.4. De uitkomsten zijn 0, 4 en 4 1 = 4. 2.3.6. Omdat 10 = 1 in Z 9 vinden we dat x = c 0 +... + c m = c 0 +... + c m. Het getal
Hoofdstuk 2 : VLAKKE FIGUREN
1 / 6 H2 Vlakke figuren Hoofdstuk 2 : VLAKKE FIGUREN 1. Wat moet ik leren? (handboek p. 46-74) 2.1 Herkennen van vlakke figuren In verband met een veelhoek: a) een veelhoek op de juiste wijze benoemen.
Hoofdstuk 8 : De Cirkel
- 163 - Hoofdstuk 8 : De Cirkel Eventjes herhalen!!!! De cirkel met middelpunt O en straal r is de vlakke figuur die de verzameling is van alle punten die op een afstand r van O liggen. De schijf met middelpunt
SYMMETRIEËN VAN RUIMTELIJKE FIGUREN. Prof. dr. Ronald Meester
SYMMETRIEËN VAN RUIMTELIJKE FIGUREN Prof. dr. Ronald Meester Inleiding In dit college onderzoeken we symmetrie-eigenschappen van ruimtelijke figuren zoals driehoeken, vierkanten, kubussen en andere veelvlakken
Cabri-werkblad. Driehoeken, rechthoeken en vierkanten. 1. Eerst twee macro's
Cabri-werkblad Driehoeken, rechthoeken en vierkanten 1. Eerst twee macro's Bij de opdrachten van dit werkblad zullen we vaak een vierkant nodig hebben waarvan alleen de beide eindpunten van een zijde gegeven
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1996 1997: Eerste Ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1996 1997: Eerste Ronde De eerste ronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 0 punten Per goed antwoord krijgt hij
Een bol die raakt aan de zijden van een scheve vierhoek
Een bol die raakt aan de zijden van een scheve vierhoek Dick Klingens Krimpenerwaard College, Krimpen aan den IJssel oktober 005 We bewijzen allereerst de volgende hulpstelling: Hulpstelling 1 De meetkundige
STELLINGEN & BEWIJZEN 5VWO wiskunde B 1 e versie
STELLINGEN & BEWIJZEN 5VWO wiskunde B 1 e versie Euclides van Alexandrië (ca. 265-200 v.chr.) Thales van Milete (ca. 624 v.chr. - 547 v.chr.) INHOUDSOPGAVE Algemene begrippen..blz. 1-3 - Stelling en bewijs
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.
Vlaamse Wiskunde Olympiade 99 99 : Eerste Ronde De eerste ronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen, opgemaakt door de jury van VWO Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 0 punten Per
12.1 Omtrekshoeken en middelpuntshoeken [1]
12.1 Omtrekshoeken en middelpuntshoeken [1] Stelling van de constante hoek: Voor de punten C en D op dezelfde cirkelboog AB geldt: ACB = ADB. Omgekeerde stelling van de constante hoek: Als punt D aan dezelfde
Vl. M. Nadruk verboden 1
Vl. M. Nadruk verboden 1 Opgaven 1. Hoeveel graden, minuten en seconden zijn gelijk aan rechte hoek? van een rechte hoek resp van een 2. Als = 25 13 36, = 37 40 56, = 80 12 8 en = 12 36 25, hoe groot is
Atheneum Wispelberg - Wispelbergstraat 2-9000 Gent Bijlage - Leerfiche (3 e jaar 5u wiskunde): Meetkunde overzicht
Hoofdstuk 1 : Hoeken -1 - Complementaire hoeken ( boek pag 7) Twee hoeken zijn complementair als... van hun hoekgrootten... is. Supplementaire hoeken ( boek pag 7) Twee hoeken noemen we supplementair als...
1 Introductie. 2 Oppervlakteformules
Introductie We werken hier met ongeoriënteerde lengtes en voor het gemak laten we de absoluutstrepen weg. De lengte van een lijnstuk XY wordt dus ook weergegeven met XY. Verder zullen we de volgende notatie
Soorten lijnen. Soorten rechten
Soorten lijnen ik zeg ik teken ik noteer ik weet een punt A A een rechte a a Een rechte heeft geen begin- en eindpunt. een halfrechte [A een halfrechte heeft B] een beginpunt of een eindpunt een lijnstuk
RSA. F.A. Grootjen. 8 maart 2002
RSA F.A. Grootjen 8 maart 2002 1 Delers Eerst wat terminologie over gehele getallen. We zeggen a deelt b (of a is een deler van b) als b = qa voor een of ander geheel getal q. In plaats van a deelt b schrijven
Definitie 5.1. Cyclische groepen zijn groepen voortgebracht door 1 element.
Hoofdstuk 5 Cyclische groepen 5.1 Definitie Definitie 5.1. Cyclische groepen zijn groepen voortgebracht door 1 element. Als G wordt voortgebracht door a en a n = e, dan noteren we de groep als C n = a.
2 n 1. OPGAVEN 1 Hoeveel cijfers heeft het grootste bekende Mersenne-priemgetal? Met dit getal vult men 320 krantenpagina s.
Hoofdstuk 1 Getallenleer 1.1 Priemgetallen 1.1.1 Definitie en eigenschappen Een priemgetal is een natuurlijk getal groter dan 1 dat slechts deelbaar is door 1 en door zichzelf. Om technische redenen wordt
De Chinese reststelling
De Chinese reststelling 1 Inleiding 1. De Chinese reststelling is een stelling binnen de getaltheorie. De stelling werd voor het eerst beschreven in de vierde eeuw na Chr. door de Chinese wiskundige Sunzi
1. C De derde zijde moet meer dan 5-2=3 zijn en minder dan 5+2=7 (anders heb je geen driehoek).
Uitwerkingen wizprof 08. C De derde zijde moet meer dan 5-=3 zijn en minder dan 5+=7 (anders heb je geen driehoek).. C De rode ringen zitten in elkaar, de groene liggen onder de rode ringen en zijn er
Uitwerkingen toets 9 juni 2012
Uitwerkingen toets 9 juni 0 Opgave. Voor positieve gehele getallen a en b definiëren we a b = a b ggd(a, b). Bewijs dat voor elk geheel getal n > geldt: n is een priemmacht (d.w.z. dat n te schrijven is
1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12
Katern 2 Getaltheorie Inhoudsopgave 1 Delers 1 2 Deelbaarheid door 2, 3, 5, 9 en 11 6 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12 1 Delers In Katern 1 heb je geleerd wat een deler van een getal
Getallen, 2e druk, extra opgaven
Getallen, 2e druk, extra opgaven Frans Keune november 2010 De tweede druk bevat 74 nieuwe opgaven. De nummering van de opgaven van de eerste druk is in de tweede druk dezelfde: nieuwe opgaven staan in
3 Cirkels, Hoeken en Bogen. Inversies.
3 Cirkels, Hoeken en Bogen. Inversies. 3.1. Inleiding Het derde college betreft drie onderwerpen (hoeken, bogen en inversies), die in concrete meetkundige situaties vaak optreden. Dit hoofdstuk is bedoeld
14.0 Voorkennis. sin sin sin. Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel:
14.0 Voorkennis Sinusregel: In elke ABC geldt de sinusregel: a b c sin sin sin Voorbeeld 1: Gegeven is ΔABC met c = 1, α = 54 en β = 6 Bereken a in twee decimalen nauwkeurig. a c sin sin a 1 sin54 sin64
Pascal en de negenpuntskegelsnede
Pascal en de negenpuntskegelsnede De zijden van driehoek ABC hierboven vatten we op als lijnen en niet als lijnstukken. De middens van de lijnstukken AB, BC en CA zijn D, E en F. De middens van de lijnstukken
Over de construeerbaarheid van gehele hoeken
Over de construeerbaarheid van gehele hoeken Dick Klingens maart 00. Inleiding In de getallentheorie worden algebraïsche getallen gedefinieerd via rationale veeltermen f van de n-de graad in één onbekende:
Getallenleer Inleiding op codeertheorie. Cursus voor de vrije ruimte
Getallenleer Inleiding op codeertheorie Liliane Van Maldeghem Hendrik Van Maldeghem Cursus voor de vrije ruimte 2 Hoofdstuk 1 Getallenleer 1.1 Priemgetallen 1.1.1 Definitie en eigenschappen Een priemgetal
Hoofdstuk 1 : Hoeken ( Zie ook : boek pag 1 tot en met pag 33)
- 1- Hoofdstuk 1 : Hoeken ( Zie ook : boek pag 1 tot en met pag 33) Hoekeenheden (boek pag 1) Hoofdeenheid om hoeken te meten is de grootte van de rechte hoek de graad :...... notatie :... de minuut :...
Laat men ook transversalen toe buiten de driehoek, dan behoren bij één waarde van v 1 telkens twee transversalen l 1 en l 2. Men kan ze onderscheiden
Lesbrief 6 Meetkunde 1 Hoektransversalen in een driehoek ABC is een driehoek. Een lijn l door een hoekpunt A van de driehoek heet een hoektransversaal van A. We zullen onderzoeken onder welke voorwaarden
Neem [pr]=[ps] en beschrijf uit r en s twee cirkelbogen met dezelfde straal, die elkaar in c snijden. [cp] is de loodlijn op [ab].
Met a en b als middelpunt en met straal groter dan de helft van [ab] trekt men met dezelfde straal twee cirkelbogen, die elkaar snijden in c en d; cd is de middelloodlijn en m het midden van [ab] Neem
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede Ronde.
Vlaamse Wiskunde Olympiade 99-99 : Tweede Ronde De Vlaamse Wiskunde Olympiade vzw is een officiële foreign coordinator voor de welbekende AHSME-competitie (American High School Mathematics Examination
De arbelos. 1 Definitie
De arbelos 1 Definitie De arbelos is een meetkundige figuur die bestaat uit drie aan elkaar rakende halve cirkels. De raakpunten liggen op een lijn. In onderstaande tekening is de arbelos de paarse figuur.
2 Lijnen en hoeken. De lijn
1 Inleiding In het woord meetkunde zitten twee woorden verborgen: meten en kunnen. Deze periode gaat dan ook over het kunnen meten. Meetkunde is een oeroude kennis die al duizenden jaren geleden voorkwam
héöéäëåéçéå=~äë=ãééíâìåçáöé=éä~~íëéå=ãéí=`~äêá= = hçéå=píìäéåë= = = = = = = =
héöéäëåéçéå~äëãééíâìåçáöééä~~íëéåãéí`~äêá hçéåpíìäéåë De algemene vergelijking van een kegelsnede is van de vorm : 2 2 ax by 2cxy 2dx 2ey f 0 met a, b, c, d, e, f + + + + +. Indien je vijf punten van een
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : tweede ronde
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 005-006: tweede ronde Volgende benaderingen kunnen nuttig zijn bij het oplossen van sommige vragen 1,1 3 1,731 5,361 π 3,116 1 Als a 1 3 a 1 3 a m = a met a R + \{0, 1}, dan
Getaltheorie groep 3: Primitieve wortels
Getaltheorie groep 3: Primitieve wortels Trainingsweek juni 2008 Inleiding Voor a relatief priem met m hebben we de orde van a modulo m gedefinieerd als ord m (a) = min { n Z + a n 1 (mod m) }. De verzameling
4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden
4.0 Voorkennis Rekenregels voor wortels: 1) A B AB met A 0 en B 0 A A 2) met A 0 en B 0 B B Voorbeeld 1: 2 3 23 6 Voorbeeld 2: 9 9 3 3 3 1 4.0 Voorkennis Voorbeeld 3: 3 3 6 3 6 6 6 6 6 1 2 6 Let op: In
1 Het midden van een lijnstuk
Inleiding Deze basisconstructies worden aan de leerlingen gegeven in de vorm van werkbladen voor zelfstandig werken. Met behulp van een beginschets van de gegevens en de constructiebeschrijving maken de
W i s k u n d e. voor de eerste klas van het gymnasium UITWERKINGEN AUTEUR: JOHANNES SUPIT
W i s k u n d e voor de eerste klas van het gymnasium UITWERKINGEN UTEUR: JOHNNES SUPIT COSMICUS MONTESSORI LYCEUM MSTERDM, 200 Inhoudsopgave Getallen. Van de één naar de nul................................
7.1 Het aantal inverteerbare restklassen
Hoofdstuk 7 Congruenties in actie 7.1 Het aantal inverteerbare restklassen We pakken hier de vraag op waarmee we in het vorige hoofdstuk geëindigd zijn, namelijk hoeveel inverteerbare restklassen modulo
Estafette. 36 < b < 121. Omdat b een kwadraat is, is b een van de getallen 49, 64, 81 en 100. Aangezien a ook een kwadraat is, en
26 e Wiskundetoernooi Estafette 2017 Uitwerking opgave 1 Noem het getal dat gevormd wordt door de laatste twee cijfers van het geboortejaar van rnoud a en de leeftijd van rnoud b. Dan is a + b = 2017 1900
Opgave 1 Bekijk de Uitleg, pagina 1. Bekijk wat een vectorvoorstelling van een lijn is.
3 Lijnen en hoeken Verkennen Lijnen en hoeken Inleiding Verkennen Bekijk de applet en zie hoe de plaatsvector v ur van elk punt A op de lijn kan ur r ontstaan als som van twee vectoren: p + t r. Beantwoord
ANTWOORDEN blz. 1. d. 345 + 668 = 1013; 61 007 + 50 215 = 111 222; 102 240 30 628 = 71 612; 1 000 000 1 = 999 999
ANTWOORDEN blz. 3 a. Zeer onwaarschijnlijk Zeer onwaarschijnlijk a. Dan heb je ergens een schuld uitstaan 86 Dan hadden beide een kopie van de kerfstok; om fraude te voorkomen a. MMXII, MCCCXXVII, DLXXXVI,
8.1 Gelijkvormige en congruente driehoeken [1] Willem-Jan van der Zanden
8.1 Gelijkvormige en congruente driehoeken [1] 1 8.1 Gelijkvormige en congruente driehoeken [1] Twee evenwijdige lijnen worden gesneden door een derde lijn. De twee rode hoeken (F-hoeken) zijn gelijk.
Ruimtelijke oriëntatie: plaats en richting
Ruimtelijke oriëntatie: plaats en richting 1 Lijnen en rechten Hoe kunnen lijnen zijn? gebogen of krom gebroken recht We onthouden: Een rechte is een rechte lijn. c a b Een rechte heeft geen begin- en
Blok 6B - Vaardigheden
B-a Etra oefening - Basis Eigenschap C is ook een definitie van een rechthoek. A: Als de diagonalen wel even lang zijn maar elkaar niet middendoor delen, is de vierhoek geen rechthoek. Denk ijvooreeld
Vlakke Meetkunde. Les 20 Nadruk verboden 39. Het construeren van figuren
Vlakke Meetkunde. Les 20 Nadruk verboden 39 20,1. De cirkel Het construeren van figuren Een cirkel of cirkelomtrek is een gesloten kromme lijn, waarvan alle punten in hetzelfde vlak liggen en even ver
4.0 Voorkennis. 1) A B AB met A 0 en B 0 B B. Rekenregels voor wortels: Voorbeeld 1: Voorbeeld 2: Willem-Jan van der Zanden
4.0 Voorkennis Rekenregels voor wortels: 1) A B AB met A 0 en B 0 A A 2) met A 0 en B 0 B B Voorbeeld 1: 2 3 23 6 Voorbeeld 2: 9 9 3 3 3 1 4.0 Voorkennis Voorbeeld 3: 3 3 6 3 6 6 6 6 6 1 2 6 Let op: In
WISKUNDE-ESTAFETTE 2011 Uitwerkingen
WISKUNDE-ESTAFETTE 2011 Uitwerkingen 1 C D O A O B Omdat driehoek ACD gelijkbenig is, is CAD = ACD en daarmee zien we dat 2 CAD+ ADC = 180. Maar we weten ook dat 180 = ADC + ADB. Dus ADB = 2 CAD. Driehoek
2 Meten 2.1 2.1 Kaarten 2.1 2.2 Materialen en technieken 2.3 2.3 Meten en schetsen 2.12 2.4 Praktijkopdrachten 2.16
Inhoud Voorwoord v Het metrieke stelsel vii Inhoud ix Trefwoordenlijst x 1 Basis 1.1 1.1 Veel voorkomende berekeningen 1.1 1.2 Van punt tot vlak 1.4 1.3 Oppervlakten berekenen 1.12 1.4 Zelf tekenen 1.16
Analytische Meetkunde
Analytische Meetkunde Meetkunde met Geogebra en vergelijkingen van lijnen 2 Inhoudsopgave Achtergrondinformatie... 4 Meetkunde met Geogebra... 6 Stelling van Thales...... 7 3 Achtergrondinformatie Auteurs
Hoofdstuk 2 : Som Hoekgrootten van een veelhoek (boek pag 34)
- 39- Hoofdstuk 2 : Som Hoekgrootten van een veelhoek (boek pag 34) Som hoekgrootten van een driehoek ( boek pag 35) Stelling: Voor ABC geldt: A ˆ + Bˆ + Cˆ = 180 o Bewijs: Trek door het punt A een rechte
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.
Vlaamse Wiskunde Olympiade 995 996 : Eerste Ronde De eerste ronde bestaat uit 30 meerkeuzevragen, opgemaakt door de jury van VWO Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 30 punten
Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A
Rekentijger - Groep 7 Tips bij werkboekje A Omtrek en oppervlakte (1) Werkblad 1 Van een rechthoek die mooi in het rooster past zijn lengte en breedte hele getallen. Lengte en breedte zijn samen gelijk
Hoofdstuk 6. Dihedrale groepen. 6.1 Definitie
Hoofdstuk 6 Dihedrale groepen 6.1 Definitie Definitie 6.1. De dihaeder groep is de symmetriegroep van een regelmatige n-hoek. Dit is de verzameling van alle transformaties in het vlak die de regelmatige
Platonische transformatiegroepen
Platonische transformatiegroepen Luc Van den Broeck 8 augustus 2015 Samenvatting In dit document worden de transformatiegroepen van de platonische lichamen bestudeerd. Zonder te vervallen in algebraïsche
wizprof 2013 21 maart 2013 Veel succes en vooral veel plezier.!! je hebt 75 minuten de tijd rekenmachine is niet toegestaan
www.zwijsen.nl www.e-nemo.nl 21 maart 2013 www.education.ti.com Veel succes en vooral veel plezier.!! Stichting Wiskunde Kangoeroe www.smart.be www.rekenzeker.nl www.sanderspuzzelboeken.nl www.schoolsupport.nl
10.0 Voorkennis. y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x.
10.0 Voorkennis y = -4x + 8 is de vergelijking van een lijn. Hier wordt y uitgedrukt in x. Algemeen: Van de lijn y = ax + b is de richtingscoëfficiënt a en het snijpunt met de y-as (0, b) y = -4x + 8 kan
Meetkundige ongelijkheden Groep A
Meetkundige ongelijkheden Groep A Oppervlakteformules, sinus- & cosinusregel, de ongelijkheid van Euler Trainingsweek, juni 011 1 Oppervlakteformules We werken hier met ongeoriënteerde lengtes en voor
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Tweede Ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 1994-1995 : Tweede Ronde De Vlaamse Wiskunde Olympiade vzw is een officiële foreign coordinator voor de welbekende AHSME-competitie (American High School Mathematics Examination
6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:
6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen: 1) Haakjes wegwerken 2) Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts 3) Optellen en aftrekken van links naar rechts Schrijf ALLE stappen ONDER
Ruimtemeetkunde deel 1
Ruimtemeetkunde deel 1 1 Punten We weten reeds dat Π 0 het meetkundig model is voor de vectorruimte R 2. We definiëren nu op dezelfde manier E 0 als meetkundig model voor de vectorruimte R 3. De elementen
6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen:
6.1 Kwadraten [1] HERHALING: Volgorde bij berekeningen: 1) Haakjes wegwerken 2) Vermenigvuldigen en delen van links naar rechts 3) Optellen en aftrekken van links naar rechts Schrijf ALLE stappen ONDER
P is nu het punt waarvan de x-coördinaat gelijk is aan die van het punt X en waarvan de y-coördinaat gelijk is aan AB (inclusief het teken).
Inhoud 1. Sinus-functie 1 2. Cosinus-functie 3 3. Tangens-functie 5 4. Eigenschappen 4.1. Verband tussen goniometrische verhoudingen en goniometrische functies 8 4.2. Enkele eigenschappen van de sinus-functie
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4
Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 4 4.4.1 Basis Lijnen en hoeken 1 Het assenstelsel met genoemde lijnen ziet er als volgt uit: 4 3 2 1 l k -4-3 -2-1 0 1 2 3 4-1 -2-3 n m -4 - Hieruit volgt: a Lijn k en
Basisconstructies, de werkbladen 1 Het midden van een lijnstuk
Basisconstructies, de werkbladen 1 Het midden van een lijnstuk Basisconstructie 1 Het lijnstuk AB Neem vanuit A een afstand tussen de benen van de passer die wat groter is dan van A tot het geschatte midden
0,6 = 6 / 10 0,36 = 36 / 100 0,05 = 5 /100 2,02 = 2 gehelen en 2 / 100
Breuken 8 teller breukstreep 9 noemer Breukvorm - kommagetal 0,6 6 / 10 0,36 36 / 100 0,05 5 /100 2,02 2 gehelen en 2 / 100 Breuken en gehelen 1) Hoeveel keer gaat de noemer in de teller? 2) Hoeveel is
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade : Eerste Ronde.
1 Vlaamse Wiskunde Olympiade 199 1994 : Eerste Ronde De eerste ronde bestaat uit 0 meerkeuzevragen, opgemaakt door de jury van VWO Het quoteringssysteem werkt als volgt : een deelnemer start met 0 punten
Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren
Hoofdstuk 7 : Gelijkvormige figuren 141 Eventjes herhalen : Wat is een homothetie? h (o,k) : Een homothetie met centrum o en factor k Het beeld van een punt Z door de homothetie met centrum O en factor
Wat is de som van de getallen binnen een cirkel? Geef alle mogelijke sommen!
Estafette-opgave 1 (20 punten, rest 480 punten) Zeven gebieden Drie cirkels omheinen zeven gebieden. We verdelen de getallen 1 tot en met 7 over de zeven gebieden, in elk gebied één getal. De getallen
8.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Bereken het snijpunt van 3x + 2y = 6 en -2x + y = 3
8.0 Voorkennis Voorbeeld 1: Bereken het snijpunt van 3x + 2y = 6 en -2x + y = 3 2x y 3 3 3x 2 y 6 2 Het vermenigvuldigen van de vergelijkingen zorgt ervoor dat in de volgende stap de x-en tegen elkaar
