Dieet bij hemodialyse



Vergelijkbare documenten
Dieet bij peritoneale dialyse

Dieet bij chronisch nierfalen

Dieet bij (recidiverende) calciumoxalaatstenen

Inhoud Presentatie. Femke Mensen, diëtist. Definitie voedingstoestand

Normaal- en streefwaarden, formules

CNE vasculaire zorg, 18 maart 2014 Dieetadviezen bij chronische nierschade

HHS Workshop Ondervoeding en chronische nierschade. Verminderen Chronische Nierschade. Leerdoelen

Eiwit (chronische nierschade)

Consequenties voor de voeding

Normaal- en streefwaarden, formules

Multidisciplinaire richtlijn predialyse

Interdialytic Weight Gain (IDWG)

Multidisciplinaire richtlijn Chronische nierinsufficiëntie in de predialysefase aandeel diëtetiek

RICHTLIJN BASISPAKKET LABORATORIUMBEPALINGEN BIJ STABIELE CHRONISCHE CENTRUM HEMODIALYSEPATIËNT EN PERITONEALE DIALYSEPATIËNT

Dieetbehandelingsprotocol Diabetes mellitus (Elsevier)

Multidisciplinaire richtlijn predialyse

Chronische Nierschade

Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding in het ziekenhuis

Reikwijdte volwassenen met chronisch nierfalen stadium G5D - hemodialyse

Dieetbehandelingsrichtlijn. Dieetadviezen bij kindernefrologie 2015

Chronische nierinsufficiëntie

Wijzigingen laboratoriumbepalingen ten opzichte van de richtlijn 2006

Topics in Chronic Disease. Chronische Nierschade en de huisarts

De voedingsrichtlijnen zijn gebaseerd op de wetenschappelijke onderbouwde NDF-richtlijnen, NHGstandaard,

Chronische nierschade A. van Tellingen. Smeerolie voor de poli 2015

Bij de behandeling en begeleiding van CVRM neemt de diëtist als zorgaanbieder binnen de zorgketen de dieetadvisering 1 op zich.

Workshop chronische nierschade. Adry Bakker Diepenbroek Bettie Hoekstra

Voedingszorg rondom de COPD-patiënt. 2. In welke gold klasse valt mevrouw?

Voedingszorg rondom de COPD-patiënt

Transmurale Afspraak Nierfunctiestoornis. 30 september 2010

Voedingskundige ondersteuning bij ALS

Voedingsmanagement in de Psychiatrie

Interdialytic Weight Gain (IDWG) Hemodialyse

Chronische nierinsufficiëntie Wat doet de nefroloog?

Dieet bij hartfalen. Een kwestie van smaak. Marjon Achterberg- Budding, diëtist 4 e Nationale Voedingscongres 8 februari 2011

Nutritional Assessment bij chronisch nierfalen

Hoe werken de nieren en wat als de nieren niet meer werken?

Protocol Chronische nierschade op basis van de LTA

Samenvatting en adviezen uitgebreid

Nutritional Assessment bij nierfunctievervangende behandeling

Preventieve zorg in de pre-dialyse de verpleegkundige rol

Chronische nierschade, Diabetes en Voeding

Dieetadvies tijdens en na oncologische behandelingen. Tinne Roodhooft- Onco- diëtiste AZ Herentals Lies Schrauwen Onco diëtiste AZ Turnhout

Voeding bij kanker. Rolverdeling diëtist, patiënt en verpleegkundige. Multidisciplinaire Zorg: Samen Werken. Liesbeth Haverkort MSc - 10 januari 2014

Zorgmodule Voeding Kansen voor de diëtist. Wineke Remijnse Beleidsadviseur NVD April 2013

Dieetbehandelingsrichtlijn. Dieetadviezen bij kindernefrologie 2016

Gewicht in kg. Lengte in m. 5 % gewichtsverlies binnen 1 maand

Vitaminesuppletie. Position Paper chronisch nierfalen (volwassenen)

Chronische nierinsufficientie. WDH 9 mei 2016 Harmen Krepel, nefroloog

Verwijzing door huisarts of POH bij (zie ook stroomschema volgende pagina):

Laboratoriumbepalingen en periodiek onderzoek bij stabiele dialysepatiënten, 2016

Bacheloropleiding Voeding & Diëtetiek , juni 2011 Marjolein Holla

Nutritional Assessment

Voedingsadvies bij kanker door de diëtist

19/10/2017. Overview. 1. Inleiding. 1. Inleiding 2. Zin en onzin van diëten 3. Voedingsinterventie 4. Casus Gust. Vele studies met zelfde besluit

Chronische Nierschade, Diabetes en Voeding

GEZONDE NIEREN VOOR IEDEREEN

Normaal- en streefwaarden, formules

Waarom aandacht chronische nierschade (CNS)? CNS. Controle nieren: meer dan albumine en kreatinine. Dr. Wim JC de Grauw. MDRD vs kreatinine klaring

Nierfalen en pallia+eve zorg: wat is de rela+e?

Vroege herkenning en behandeling van ondervoeding in Nederlandse Verpleegen Verzorgingshuizen ACHTERGRONDINFORMATIE

LLL cursus nefro. 20 november 2010 Martine De Clercq

LET OP: Als er meer dan 500 mg/mmol eiwit is, dan wordt de uitslag een * en wordt het totaal eiwitverlies berekend!

Ede Diabetes en Nierziekten 2012 Workshop B Chronische Nierschade (CNS/CNI) bij de Oudere Patient Stijn Konings / internist -nefroloog

Ziek zijn en voeding Informatie voor de ondervoede patiënt met een natrium- en/of vochtbeperkt dieet

Nierinsufficiëntie bij DM en CVRM

Inhoud presentatie. Ontwikkeling Zorgmodule Voeding (1) Ken je grenzen: Zorgmodule Voeding biedt houvast

Natrium- en vochthuishouding Hemodialyse

CVVH(DF): Continue Veno-Veneuze Hemo (DiaFiltratie)

Nierschade: erger voorkomen... Wybe Douwe Kloppenburg, nefroloog

Mineraal- en botstoornis

Nefrotisch syndroom Symptomen

Eiwit en zoutbeperkt = gewoon gezond. Nederlandse Nierdag 25 mei 2019 Marjolein Bense, diëtist

Mijn zorgplan Preventie en behandeling Hart- en Vaatziekten

Multipel myeloom. Landelijke richtlijn, Versie: 3.0

Een hoge bloeddruk. Even voorstellen. WS Een hoge bloeddruk, de ongezouten feiten 5 en 13 november RCH Sandwich De ongezouten feiten

Nierschade. Kernboodschap. Nierfunctiestoornissen en albuminurie. Hart- en vaatziekten. Tijdige behandeling kan dit risico verminderen!

Spiegelbijeenkomst Urk, mei Arnold Boonstra, internist-nefroloog

Fries Wisselprotocol CVRM Auteurs: Wim Brunninkhuis, Martinus Fennema en Froukje Ubels, November 2014 Beheerder: Froukje Ubels

Nefrotisch syndroom. Achtergrond richtlijn. volwassenen met nefrotisch syndroom

Dagboek Chronisch hartfalen

De NVD heet je van harte welkom bij deze sessie!

Zelfmanagement: Thuis en in het ziekenhuis. Paul van der Boog Internist-nefroloog LUMC

Voedingsrichtlijn Diabetes 2015

Kick-off symposium Transmuraal zorgpad longaanval COPD Voeding en beweging

Chronische nierinsufficiëntie

Ondervoeding bij ouderen

Refeedingsyndroom in de Oncologie Marleen Ariëns en Esther Heijkoop Diëtisten

Voedingstoestand meten met SGA. Hans Brandts

Casus oudere vrouw met COPD

Normaal- en streefwaarden, formules

Diëtist nierziekten. De visie richt zich op drie pijlers:

Nierfalen bij ouderen

Transcriptie:

Dieetbehandelingsrichtlijn Dieet bij hemodialyse Doelgroep: Volwassen patiënten. Deze richtlijn vervangt: Richtlijnen voor het dieet bij hemodialyse - DNN 2004 Dieetbehandelingsrichtlijn Terminale nierinsufficiëntie: hemodialyse en peritoneaal dialyse, doelgroep volwassen patiënten met dialyse 2010 Uitgevers (voorheen Elsevier) 2005 Een samenvatting is opgenomen in de artsenwijzer diëtetiek. De belangrijkste wijzigingen zijn t.o.v. de richtlijn uit 2004: De papieren richtlijn is digitaal geworden waarbij door middel van links meer achtergrondinformatie verkregen kan worden. De te verzamelen gegevens onder (para)medische gegevens en diëtistische gegevens zijn uitgebreid. Screening van voedingstoestand en verzamelen antropometrische gegevens zijn samengevoegd en uitgebreider weergegeven onder nutritional assessment. De doelen van de dieetbehandeling zijn uitgebreider omschreven en onderverdeeld in behandeling complicaties en cardiovasculair risicomanagement. Het streven naar serum ureum van 20-30 mmol/l is losgelaten, aangezien hier geen literatuur over te vinden is en het niet duidelijk is waar dit op gebaseerd is. De dieetkenmerken voor energie, eiwit, fosfaat en calcium zijn aangepast. Bij ernstige ondervoeding wordt er gestreefd naar een hogere eiwitinname. Vocht: het advies is om het vochtbeleid te individualiseren a.d.h.v. het streefgewicht middels een IDWG van 4-4,5%, bij stabiele patiënten zonder hartfalen. Hiermee wordt het principe van een vast volume losgelaten. Er is meer aandacht voor mineraal- en botstoornis. Sterfruit en producten met sterfruit worden ontraden. T.a.v. inhoud is de opsplitsing tussen het eerste en tweede consult vervallen. T.a.v. evaluatie : frequentie van consult is verhoogd. Het onderdeel bijzonderheden is toegevoegd. Deze richtlijn bevat aanbevelingen van algemene aard. Het is mogelijk dat in een individueel geval deze aanbevelingen niet van toepassing zijn. Het is de verantwoordelijkheid van de behandelend diëtist te beoordelen of de richtlijn voor de individuele patiënt toepasbaar is. Er kunnen zich feiten of omstandigheden voordoen waardoor, in het belang van een goede zorg voor de patiënt, van deze richtlijn moet worden afgeweken. Afdrukdatum : 22-11-2014 Pagina 1 van 6

Inhoud 1. (Para)medische gegevens 2. Diëtistische gegevens 3. Dieetbehandelplan 4. Bijzonderheden 5. Duur en intensiteit 6. Methodieken en materialen 7. Literatuur 1. (Para)medische gegevens 1.1 Ziektebeeld Diagnose: Beloop: Overige: Klachten: Complicaties: Overig: Eindstadium chronische nierschade met basislijden, eventuele nevendiagnose(s) link naar AR diagnose Laboratorium waarden: link naar AR normaal en streefwaarden Serum (vóór dialyse): ureum, kreatinine, natrium, kalium, calcium, fosfaat, PTH, bicarbonaat, Hb link naar AR anemie, HbA1c, glucose, lipidenspectrum, CRP, albumine, 25(OH) vitamine D link naar PP vitaminesuppletie Serum (na dialyse): ureum, kalium In 24-uurs urine: hoeveelheid diurese, ureum, kreatinine, natrium, eiwit Persoons- en relevante sociale gegevens, lengte, gewicht(sverloop), dialysestreefgewicht, SGA, bloeddruk, Kt/V link naar AR adequaatheid dialyse HD, npna (npcr), PNA (PCR), toegang tot de bloedbaan Ten gevolge van metabole veranderingen zoals moeheid, jeuk, smaakveranderingen, anorexie, misselijkheid link naar AR maagdarmklachten Cardiovasculaire problemen link naar AR cardiovasculair risico, infecties, hyperparathyroïdie, gastrointestinale klachten, toegangsproblemen (shunt, catheter), overvulling, verslechtering voedingstoestand, uremische complicaties Transplantabiliteit 1.2 Medische geschiedenis Basislijden, dat de nierschade heeft veroorzaakt: hypertensie, diabetes mellitus, nierziekte (zich evt. uitend in nefrotisch syndroom) en andere oorzaken waardoor verminderde nierfunctie link naar AR diagnose Relevante co-morbiditeiten Relevante medische voorgeschiedenis 1.3 Dieetgeschiedenis Eerdere diëten bij chronische nierschade, eventueel diëten voor andere aandoeningen 1.4 Relevant medicijngebruik Soort, hoeveelheid en tijdstip van inname: Onder andere: antihypertensiva, diuretica, alfacalcidol, calciumzouten, fosfaatbinders, calcimimetica, erytropoetïne, ijzerpreparaten, ionenwisselaars, natriumbicarbonaat, cholesterolverlagende medicatie, insuline, orale bloedglucoseverlagende medicatie link naar FS medicatie Afdrukdatum : 22-11-2014 Pagina 2 van 6

1.5 Behandeling Link naar AR behandeling HD Dialyseschema (frequentie en duur), dialysevorm (nacht- /thuisdialyse), dieetadviezen en medicatie link naar FS medicatie, vitaminesuppletie link naar PP vitaminesuppletie, transplantabiliteit 2. Diëtistische gegevens 2.1 Voedingsanamnese Dietary history methode, 24-h recall, voedingsdagboek 2.2 Voedingsanalyse Beoordelen van eiwit, natrium, kalium, fosfaat, energie, vocht, verzadigd vet, vezels en volwaardigheid van de voeding 2.3 Nutritional assessment BMI, SGA 7-puntschaal en gewichtsverloop (nota bene: vochtretentie kan een vertekend beeld geven) link naar PP nutritional assessment link naar PP SGA Bij opname in het ziekenhuis: screenen op ondervoeding (MUST of SNAQ) 2.4 Voedingspatroon Aandachtspunten: aversie tegen bepaalde voedingsmiddelen smaakveranderingen t.g.v. uremische complicaties en/of medicijngebruik veranderingen in voedingspatroon door dialyse (verschuiven van etenstijden, overslaan van maaltijden) dorstgevoel waarde die patiënt hecht aan eten betekenis van het dieet voor de patiënt emotionele en/of culturele invloeden op voedingspatroon 2.5 Externe factoren Houding omgeving, financiën, werk, sociale factoren, vermoeidheid, psychische belasting, toekomstperspectief. 3. Dieetbehandelplan 3.1 Doel 3.1.1 Behandeling complicaties: bijdrage leveren aan goede calcium- en fosfaathuishouding; streven naar serum fosfaat < 1,5 mmol/l en serum calcium 2,10-2,55 mmol/l link naar AR mineraal- en botstoornis link naar FS fosfaatbinders bijdrage leveren aan de behandeling van metabole acidose; streven naar serum totaal bicarbonaat 20-22 mmol/l link naar AR acidose bijdrage leveren aan behoud restfunctie regulering van de elektrolytenbalans; streven naar serum kalium < 5,5 mmol/l streven naar PNA (PCR) die overeenkomt met de eiwitbehoefte (zie kenmerken) verminderen van vochtretentie bewaken van de voedingstoestand en voorkomen van ondervoeding 3.1.2 Cardiovasculair risicomanagement: vermindering van het risico op cardiovasculaire complicaties link naar AR cardiovasculair risico ondersteunen van de bloeddrukregulatie link naar AR natrium- en vochthuishouding HD gewichtsreductie bij morbide obesitas (BMI >30 kg/m 2 ) verbetering van de leefstijl (stimuleren van beweging, stoppen met roken) Afdrukdatum : 22-11-2014 Pagina 3 van 6

3.2 Kenmerken Energie: basaalmetabolisme inschatten m.b.v. FAO/WHO/UNU (1985)-formule of Harris & Benedict (1984)-formule uitgaande van het actuele gewicht (tenzij evident veel vocht vastgehouden wordt) x 1,3 voor activiteit en ziekte. Het kan wenselijk zijn om bij een BMI > 27 kg/m 2 het gewicht te corrigeren naar het gewicht bij BMI 27 kg/m 2 om overschatting te voorkomen. Advies t.a.v. energie evalueren (a.d.h.v. het gewichtsverloop) en zo nodig aanpassen. link naar PP energie HD Eiwit: 1,0-1,2 gram per kg actueel lichaamsgewicht. link naar PP eiwit HD Ga bij BMI > 27 kg/m 2 uit van gewicht BMI = 27 kg/m 2 en bij overvulling van het gewicht voordat er sprake was van overvulling. Bij ernstige ondervoeding: 1,5 gram eiwit per kg actueel lichaamsgewicht of gecorrigeerd lichaamsgewicht. Natriumbeperking bij vochtretentie / slechte ultrafiltratie of hypertensie: 2000-2400 mg (80-100 mmol) of 5-6 gram NaCl per dag. link naar AR natrium- en vochthuishouding HD link naar PP jodium Kaliumbeperking op geleide van laboratoriumbepalingen: bij serum kalium >5,5 mmol/l: 2000-3000 mg (50-75 mmol) afhankelijk van voedingsanamnese en/of gebruik kaliumverlagende medicatie. link naar AR kalium Fosfaatbeperking op geleide van laboratoriumbepalingen: bij serum fosfaat >1,5 mmol/l: fosfaat 800-1000 mg, waarbij dit een adequate eiwitinname niet in de weg mag staan. Indien fosfaatbindende medicatie geïndiceerd is, zal afstemming van fosfaatbindende medicatie op fosfaatintake nodig zijn. link naar AR mineraal- en botstoornis Calcium: < 2000 mg elementair calcium, dit is inclusief het calcium verkregen uit fosfaatbinders op basis van calcium. link AR naar mineraal- en botstoornis Vocht: link naar AR natrium- en vochthuishouding HD link naar PP IDWG IDWG mag niet hoger zijn dan 4-4,5% van het droog lichaamsgewicht (bij BMI >27 gecorrigeerd gewicht BMI 27) bij stabiele patiënten zonder hartfalen. link naar PP IDWG link naar AR natrium- en vochthuishouding HD Voeding samenstellen voor zover mogelijk volgens adviezen Richtlijnen Goede Voeding. 3.3 Inhoud stel de diëtistische diagnose en bespreek deze met de patiënt bespreek de behandeldoelen met de patiënt geef uitleg over nierfunctiestoornissen en de relatie voeding en behandeling geef uitleg over kenmerken dieetbehandelplan geef advies voor dagelijkse toepassing dieet aan de hand van de gewoonten van de patiënt (anamnese) indien nodig, verstrek en bespreek schriftelijk materiaal: o dieetboek Eten met plezier o indien aanwezig eigen materiaal stel dieetadvies op o vermeld zo nodig relevante hoeveelheden voedingstoffen (bv. eiwit, natrium) o vermeld bij patiënten met een vochtbeperking tevens de hoeveelheid vocht per (tussen)maaltijd o vermeld bij patiënten die fosfaatbinders gebruiken de verdeling over de dag bespreek dieettoepassing en begrip van dieet evalueer gewenste voedingsveranderingen en pas zo nodig behandelplan en/of dieetadvies aan evalueer effect van het dieet aan de hand van laboratoriumuitslagen en/of informatie arts/patiënt en stel zo nodig dieetadvies bij evalueer gewichtsverloop en voedingstoestand geef begeleiding bij gedragsverandering geef nadere informatie en instructie over variatie, praktische tips en toepassing in bijzondere situaties Afdrukdatum : 22-11-2014 Pagina 4 van 6

3.4 Evaluatie: Ten minste 4 maal per jaar aan de hand van: - voedingsanamnese/-analyse - nutritional assessment - dialyse-efficiëntie - laboratoriumwaarden - dieettoepassing - gedragsverandering 4. Bijzonderheden Op grond van het dieetadvies bespreekt de diëtist het tijdstip van inname van de voorgeschreven fosfaatbinders en gebruik van kaliumverlagende medicatie. link naar FS medicatie Medicatie zoals natriumpolystyreensulfonaat en natriumbicarbonaat leveren een grote bijdrage aan de totale natriuminname. link naar FS medicatie Fosfaatbinders op basis van calcium kunnen een behoorlijke bijdrage leveren aan de calciuminname. link naar FS medicatie Er wordt standaard vitaminesuppletie geadviseerd volgens richtlijn NfN. link naar PP vitaminesuppletie Er is vaak sprake van verslechterde eetlust. Bij onvoldoende voedselinname wordt gebruik gemaakt van dieetpreparaten en/of dieetproducten passend binnen de dieetbeperkingen (bijvoorbeeld verlaagd in elektrolyten, klein volume). Bij onvoldoende resultaat zijn de mogelijke vervolgbehandelingen: enterale voeding middels sonde of intradialytische parenterale voeding (IDPN). link naar addendum IDPN Gebruik van sterfruit en sterfruitproducten wordt vanwege neurotoxiciteit afgeraden. link naar PP sterfruit Bij hypoalbuminemie moet de uitslag van het serum calcium gecorrigeerd worden. link naar AR normaal en streefwaarden Bij thuisdialyse kan de dialyseduur en -frequentie hoger zijn dan bij centrumdialyse. Hierdoor zijn elektrolyten vaak meer genormaliseerd en zijn er zodoende vaak minder dieetbeperkingen en minder medicatie zoals fosfaatbinders en kaliumverlagende medicatie nodig. Bij nachtdialyse is de dialyseduur langer dan bij centrumdialyse. Hierdoor zijn elektrolyten vaak meer genormaliseerd en zijn er zodoende vaak minder dieetbeperkingen en minder medicatie zoals fosfaatbinders en kaliumverlagende medicatie nodig. Dit is echter afhankelijk van de duur en de verdeling van de nachtdialyse over de week. Tijdens de langste interdialytische periode kan het nodig zijn dieetbeperkingen en medicatie weer aan te scherpen. 5. Duur en intensiteit Dieetbehandeling is een onderdeel van de totale behandeling bij deze chronische ziekte met een grote voedingsimpact. Gemiddeld zijn 3 consulten nodig voor de dieetuitleg (indien patiënt niet bekend is vanuit de predialysefase zijn meerdere consulten nodig), daarna ten minste 4 vervolgconsulten per jaar. Extra consulten zijn nodig bij (metabole) complicaties, co-morbiditeit en slechte voedingstoestand. De voedingszorg valt onder profiel 4 (specialistische dieetbehandeling) van de Zorgmodule Voeding. 6. Methodieken en materialen SGA-screenings toolkit Schriftelijk materiaal: Eten met plezier, persoonlijke dieetadvieslijst E-zorg: www.mijnierinzicht.nl en www.mijnzorgpagina.nl/nieren Afdrukdatum : 22-11-2014 Pagina 5 van 6

7. Literatuur 1. Centraal Begeleidings Orgaan (CBO). (2011). Multidisciplinaire richtlijn cardiovasculair risicomanagement (herziening 2011). Geraadpleegd op 21 januari 2013, van http://www.diliguide.nl/document/323 2. Fouque, D. et al. (2007). European Best Practice Guidelines (EBPG) Guideline on Nutrition. Nephrology Dialysis Transplantation, 22(Suppl 2), ii45 ii87. doi:10.1093/ndt/gfm020 3. Kidney Disease: Improving Global Outcomes (KDIGO) CKD MBD Work Group. (2009). KDIGO clinical practice guideline for the diagnosis, evaluation, prevention, and treatment of chronic kidney disease mineral and bone disorder (CKD MBD). Kidney International, 76(Suppl 113), S1 S130. doi: 10.1038/ki.2009.188 t/m 10.1038/ki.2009.197 4. Nederlandse federatie voor Nefrologie (NfN), Kwaliteitscommissie. (2008). Richtlijnen Voeding bij hemodialyse, Voeding bij peritoneale dialyse en Voeding bij predialyse, inclusief Vitaminesuppletie en Carnitinesuppletie. Inmiddels vervangen door: (2014). Voeding en vitaminesuppletie bij nierinsufficiëntie en dialyse. Geraadpleegd op 30 mei 2014, van http://www.nefro.nl/uploads/r7/-y/r7-y97wxfxgpl1_synhhsg/richtlijn- Voeding-en-vitaminesuppletie-revisie-2014-definitief.pdf 5. Nederlandse federatie voor Nefrologie (NfN), Kwaliteitscommissie. (2010). Richtlijn Mineraal- en botstoornis. Geraadpleegd op 7 februari 2011, van http://www.nefro.nl/uploads/fh/gh/fhghojt2ktxegcuaacbhiq/richtlijn-mineraal-- en-botstoornis-2010.pdf 6. Raymakers, J.A, Kreutzer, H.J.H. & Schneeberger, P.M. (2008). Interpretatie van medisch laboratoriumonderzoek (1 e druk, 3 e oplage). Houten, Bohn Stafleu van Loghum. 7. Weijs, P.J.M. & Kruizenga, H.M. (2009). Wat is de energiebehoefte van mijn patiënt? Nederlands Tijdschrift voor Voeding & Diëtetiek, 64(5), s1-s7. Afdrukdatum : 22-11-2014 Pagina 6 van 6