Rekenmachine. Willem-Jan van der Zanden



Vergelijkbare documenten
Rekenmachine. Willem-Jan van der Zanden

10.1 Berekeningen met procenten [1]

4.1 Procenten [1] In het linkerplaatje zijn 26 van de 100 vierkantjes rood gekleurd. 26 procent (26%) is nu rood. 26% betekent 26 van de 100.

2 REKENEN MET BREUKEN Optellen van breuken Aftrekken van breuken Vermenigvuldigen van breuken Delen van breuken 13

4.1 Cijfermateriaal. In dit getal komen zes nullen voor. Om deze reden geldt: = 10 6

Duizend 3 getallen achter de komma 230 duizend duizend Andersom ,6 duizend ,5 duizend

3.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

Rekentermen en tekens

LESFICHE 1. Handig rekenen. Lesfiche 1. 1 Procent & promille. 2 Afronden. Procent of percent (%) betekent letterlijk per honderd.

SAMENVATTING BASIS & KADER

Hoofdstuk 1 : REKENEN

2.2 Ongelijknamige breuken en vereenvoudigde breuken Gemengde getallen optellen en aftrekken Van breuken naar decimale getallen 28

RekenTrapperS Cool 1.1

Hoe maak je nu van breuken procenten? Voorbeeld: Opgave: hoeveel procent van de onderstaande tekening is zwart gekleurd?

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Instructie voor Docenten. Hoofdstuk 4 KOMMAGETALLEN BASIS

Het weetjesschrift. Weetjesschrift Galamaschool

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1:

Toelatingsexamen. Vakcode: Wiskunde basis onderbouw. Tijdsduur: 2 uur en 30 minuten

Kommagetallen. Twee stukjes is

Toets gecijferdheid augustus 2005

Reken zeker: leerlijn kommagetallen

Instructie voor Docenten. Hoofdstuk19 KOMMAGETALLEN - BASIS

Uitwerkingen oefeningen hoofdstuk 2

Uitwerkingen Rekenen met cijfers en letters

Inhoud. 1 Ruimtefiguren 8. 4 Lijnen en hoeken Plaats bepalen Negatieve getallen Rekenen 100

Leerlijnen groep 7 Wereld in Getallen

mei 16 19:37 Iedere keer is de groeifactor gelijk. (een factor is een getal in een vermenigvuldiging)

Leerdoelen groep 7. Pluspunt rekenen

Leerlijnen groep 8 Wereld in Getallen

Rekenbewust vakonderwijs. Vakoverstijgend rekenonderwijs

Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden

1.Tijdsduur. maanden:

1 Basisrekenen en letterrekenen.

Score. Zelfevaluatie. Beoordeling door de leerkracht. Datum: Klas: Nr: Naam:

PTA wiskunde BBL Kijkduin, Statenkwartier, Waldeck cohort

ALBERDINGK THIJM COLLEGE REKENGIDS. Basis en afspraken rekenen

Groep 8, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 2. Groep 8, blok 1, week 2 Passende Perspectieven, leerroute 2

Wiskunde Werktuigbouwkunde & Metaal. Mechatronica

2 1 punt. rangnummer 2 = punt Het rangnummer is 10 1 punt. Maximumscore 3 opgave 3 rangnummer 2 = punt rangnummer 24, 49 1 punt

Niveau 2F Lesinhouden Rekenen

Samenvatting Wiskunde B

1.4 a. 6,54 wordt afgerond 6,5 en het antwoord: 6, = b. 6,54 wordt dan 7 en het antwoord: =

Groep 7, blok 1, week 1 Passende Perspectieven, leerroute 3

... 1% = 1/100 = 0,01 = 1 van de % = 2/10 = 0,2 = 20 van de % = 1/4 = 0,25 = 25 van de % = 1/2 = 0,5 = 50 van de 100

De Wetenschappelijke notatie

Uitwerking toets rekenvaardigheid. Opgave 1 a. 7125, ,99 = Tip: Bij kommagetallen is het eenvoudiger om aan geld te denken.

INHOUDSOPGAVE. HOOFDSTUK 6 AFRONDEN Inleiding Cijfers Verstandig afronden 48 BLZ

De grafiek van een lineair verband is altijd een rechte lijn.

Samenvatting Economie Rekonomie

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1:

INHOUDSTAFEL. inhoudstafel... 2

Startrekenen 2F vo. Leerwerkboek rekenen deel A SARI WOLTERS IRENE LUGTEN CYRIEL KLUITERS MARLOES KRAMER PASCAL DE WIT

De teller geeft hoeveel stukken er zijn en de noemer zegt wat de 5. naam is van die stukken: 6 taart geeft dus aan dat de taart in 6

2A LEERLIJN. leerjaar 1. tellen. optellen en aftrekken GROEPEREN VERMENIGVULDIGEN EN DELEN. plaats en waarde. handig rekenen 1 ORDENEN EN UITSPREKEN

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

Als je, van achter naar voor, na iedere 3 cijfers een klein beetje ruimte laat, of je zet een punt, wordt het allemaal duidelijker.

Strategiekaarten. Deze strategiekaarten horen bij de ThiemeMeulenhoff-uitgave (ISBN ): Rekenen: een hele opgave, deel 2

Werkboekje

Getal omzetten naar technische notatie: Typ een getal in, bijvoorbeeld Druk op = en dan op ENG. Nu staat er: 123, x 1006

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.

(o.a. voor 2F en 3F) Inhoud

Derde domein: gebroken getallen. 1 Kennismaking met breuken. 1.1 De breuk als deel van een geheel. Opdracht 1. Opdracht 2. blaadje 1.

Significante cijfers en meetonzekerheid

Breuken. Tel.: Website:

Rekenen in de retail

VOORBEELDEN REKENEN IN DE BEROEPSGERICHTE VAKKEN GROENHORST COLLEGE

Eindexamen wiskunde A pilot havo II

Rekenportfolio. Naam: cm 2. m 3 + = 1 _ 12

Rekenboek 3 havo/vwo. Antwoorden NOORDHOFF UITGEVERS 2014 REKENBOEK 3 HAVO/VWO ANTWOORDEN 1

/595\

Decimaliseren. 1.1 Vereenvoudigen Verhoudingen omzetten Afronden Oefeningen 4

Procenten 75% 33% 10% 50% 40% 25% 50% 100%

Inleiding goniometrie

4900 snelheid = = 50 m/s Grootheden en eenheden. Havo 4 Hoofdstuk 1 Uitwerkingen

Aanbod rekenstof augustus t/m februari. Groep 3

2. Optellen en aftrekken van gelijknamige breuken

Trillingen en geluid wiskundig

Hoofdstuk 11 - formules en vergelijkingen. HAVO wiskunde A hoofdstuk 11

REKENEN Hfst 1-3 PROCENTEN. Procenten betekent per honderd.

Verhoudingen. de deel geheel relatie: 4 als 3 van de 4 delen van een geheel ( 4 taart);

Werkwijzers. 1 Wetenschappelijke methode 2 Practicumverslag 3 Formules 4 Tabellen en grafieken 5 Rechtevenredigheid 6 Op zijn kop optellen

4.1 Negatieve getallen vermenigvuldigen [1]

REKENEN 3F COMPETENT. Antwoorden. Jos Baars Jan van Os

Domeinbeschrijving rekenen

Tussendoelen domein VERHOUDINGEN 38

Procenten als standaardbreuken

Getallen 1F Doelen Voorbeelden 2F Doelen Voorbeelden

Hoe is SmartRekenen opgebouwd?

dochandl4vmbo_kader_netwerk3e.doc Deel 4 vmbo kader Inhoud deel 4 Wolters-Noordhoff bv

= = =0 7-8= 1 tekort! = 4299

NAAM: SaLVO! KLAS: 6 Economie en procenten. nieuwe prijs nieuw =1,02 oud. y y=2 x ECONOMIE WISKUNDE KLAS 3 HAVO/VWO. y=0,5 x.

14.1 Vergelijkingen en herleidingen [1]

Trillingen en geluid wiskundig. 1 De sinus van een hoek 2 Uitwijking van een trilling berekenen 3 Macht en logaritme 4 Geluidsniveau en amplitude

Download gratis de PowerPoint rekenen domein getallen:

Inhoud. Eenheden... 2 Omrekenen van eenheden I... 4 Omrekenen van eenheden II... 9 Omrekenen van eenheden III... 10

Toets gecijferdheid maart 2004

Deel 1. het complete zakboek voor groep 7 & 8 deel 1 hele getallen, kommagetallen en breuken

RekenWijzer, uitwerkingen hoofdstuk 2 Gebroken getallen

8.1 Herleiden [1] Herleiden bij vermenigvuldigen: -5 3a 6b 8c = -720abc 1) Vermenigvuldigen cijfers (let op teken) 2) Letters op alfabetische volgorde

Transcriptie:

Rekenmachine Vanaf hoofdstuk 5 mag je bij wiskunde bij bepaalde hoofdstukken een eenvoudige rekenmachine gebruiken; Als je nog geen rekenmachine hebt, koop dan een CASIO fx; Heb je al een rekenmachine laat deze dan zien aan de docent; Op deze rekenmachine moeten naar + - * en / ook toetsen zitten zoals sin cos tan log 1

5.1 Decimale getallen [1] 485 is een geheel getal 485,137 is een decimaal getal met 3 decimalen, want er staan 3 cijfers achter de komma. 485,137 is groter dan 485 485,137 is kleiner dan 486 4 heeft de waarde 400 (honderdtal) 8 heeft de waarde 80 (tiental) 5 heeft de waarde 5 (eenheid) 1 heeft de waarde 0,1 (tiende) 3 heeft de waarde 0,03 (honderdste) 7 heeft de waarde 0,007 (duizendste) 2

5.1 Decimale getallen [2] Voorbeeld 1: Rond het getal 243,579 af op twee decimalen: We kijken naar de derde decimaal van dit getal. Dit is een 9. Rond naar boven af. We ronden af naar 243,58 Voorbeeld 2: Rond het getal 3,504 af op twee decimalen: We kijken naar de derde decimaal van dit getal. Dit is een 4. Rond naar beneden af. We ronden af naar 3,50 Voorbeeld 3: Rond het getal 2,999 af op twee decimalen: We kijken naar de derde decimaal van dit getal. Dit is een 9. Rond naar boven af. We ronden af naar 3,00 Dus: Bij het afronden op twee decimalen kijk je naar de derde decimaal. Is de derde decimaal 5 of meer? Rond af naar boven. Is de derde decimaal minder dan 5? Rond af naar beneden. 3

5.3 Rekenen in alledaagse situaties [1] Voorbeeld: Peter wil een muur verven met een oppervlakte van 20 m 2. Met één pot verf kan Peter 6m 2 verven. Hoeveel potten moet Peter nu kopen? 20 6 3 2 6 3 1 3 3,333... Peter kan alleen hele potten verf kopen. Normaal zou je nu afronden op 3 volgens de regels. In dit voorbeeld moet er naar boven afgerond worden en zal Peter dus 4 potten verf moeten kopen. 4

5.3 Rekenen in alledaagse situaties [2] Voorbeeld: 1.000 = duizend (3 nullen) 1.000.000 = miljoen (6 nullen) 1.000.000.000 = miljard (9 nullen) 1.000.000.000.000 = biljoen (12 nullen) 1.000.000.000.000.000 = biljard (15 nullen) 675.000 = 675 duizend 3.400.000 = 3,4 miljoen 9.340.000.000 = 9,34 miljard 5

5.4 Procenten [1] In het linkerplaatje zijn 26 van de 100 vierkantjes rood gekleurd. 26 procent (26%) is nu rood. 26% betekent 26 van de 100. 26 26% = = 0,26 100 In het rechterplaatje zijn 80 van de 400 vierkantjes groen gekleurd. 80 20 400 100. Hieruit volgt dat 20 procent (20%) van de vierkantjes groen is.

Voorbeeld 1: Hoeveel is 48% van 560? Dit is 0,48 560 = 268,8 5.4 Procenten [1] Voorbeeld 2: Een broek van het merk Replay kost normaal 129,-. Deze week is het uitverkoop en krijg je 35% korting op alle artikelen. Hoeveel korting krijg je op deze broek? De korting is 0,35 129,- = 45,15

5.4 Procenten [1] Voorbeeld: Een broek van het merk Replay kost in 2011 129. In de zomervakantie houdt het bedrijf een grote opruiming. Klanten krijgen 30% korting op broeken van Replay. Bereken hoeveel de broek, die normaal 129 kost, gedurende de opruiming Kost. Om de opruimingsprijs te berekenen moet je van het bedrag van 129 de korting van 30% afhalen. 30% van 129 = 0,30 129 = 38,70 De opruimingsprijs wordt nu: 129-38,70 = 90,30 Dit valt ook in één keer uit te rekenen: 0,70 129 = 90,30 Algemeen: Bij een afname van 30% houdt je van de 100% nog 100% - 30% = 70% over.

5.4 Procenten [2] Voorbeeld: Op een school zijn van de 87 leerlingen er 78 geslaagd. Bereken hoeveel procent van de leerlingen geslaagd is. 87 leerlingen is 100% 1 1 leerling is 100 % 87 78 78 leerlingen is 100 % 87 Op deze school zijn dus 78 100 % 89, 7 % 87 van de leerlingen geslaagd. Let op: Als er niets anders vermeld is, rond je procenten af op één decimaal.

5.5 Verhoudingen [1] Voorbeeld: 5 personen eten 3 zakken chips op. Twee keer zoveel personen (10) eten dan ook twee keer zoveel zakken chips (6) op. Dit kan opgeschreven worden in een verhoudingstabel: Leerlingen 5 10 Zakken Chips 3 6 De verhouding 10 : 6 is gelijk aan de verhouding 5 : 3. Let op: Bij verhouding altijd zoveel mogelijk vereenvoudigen. 10

5.5 Verhoudingen [2] Voorbeeld: De verhouding van 15 op 60 is 15 : 60 = 1 :4 Dit is hetzelfde als: De breuk ¼; Het decimale getal 0,25; Het percentage 25%. 11

5.5 Verhoudingen [3] Voorbeeld: Bij het telecombedrijf TELBEL betaal je 10 euro voor 100 belminuten. Hierbij hoort de volgende verhoudingstabel: Belminuten 50 100 200 400 bedrag ( ) 5 10 20 40 Als je aantal belminuten met 2 vermenigvuldigt, wordt het te betalen bedrag ook twee keer zo groot. Dit zijn evenredige grootheden. Wanneer je deze verhoudingstabel in een grafiek tekent, krijg je een rechte lijn door de oorsprong. 12

5.5 Verhoudingen [3] Bij evenredige grootheden hoort een verhoudingstabel; Bij evenredige grootheden hoort als grafiek een rechte lijn door (0,0); Als de ene grootheid k keer zo groot wordt, wordt de andere grootheid dat ook. 13

5 Samenvatting Bij het afronden op twee decimalen kijk je naar de derde decimaal: Is de derde decimaal 5 of meer? Rond af naar boven. Is de derde decimaal minder dan 5? Rond af naar beneden. Procenten: 26% betekent 26 van de 100. 26 26% = = 0,26 100 Evenredige grootheden: Bij evenredige grootheden hoort een verhoudingstabel; Bij evenredige grootheden hoort als grafiek een rechte lijn door (0,0); Als de ene grootheid k keer zo groot wordt, wordt de andere grootheid dat ook. 14