Continue Modellen 4.2 Uitwerkingen

Vergelijkbare documenten
12.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: l:y = ax + b gaat door de punten A(5, 3) en B(8, 12). Stel de functie van l op.

Paragraaf 9.1 : Twee soorten groei

wiskunde A pilot vwo 2016-II

hoogteverandering hellingspercentage 1,8 2,4 2,7 4,4 5,6 4,2 5, =44 klopt

Antwoorden Wiskunde Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 9 - exponentiele verbanden. [KC] exponentiële verbanden

Paragraaf 13.1 : Berekeningen met de afgeleide

Veranderingen Antwoorden

OEFENPROEFWERK HAVO A DEEL 3 HOOFDSTUK 9 EXPONENTIËLE VERBANDEN

H9 Exponentiële verbanden

Antwoorden Differentievergelijkingen 1

Toetsopgaven vwo A/B deel 2 hoofdstuk 7

Antwoorden Verbanden hfd 1 t/m 7 vwo4a

x a. y b. y c. y

Paragraaf 12.1 : Exponentiële groei

7,7. Samenvatting door Manon 1834 woorden 3 mei keer beoordeeld. Wiskunde C theorie CE.

VB: De hoeveelheid neemt nu met 12% af. Hoeveel was de oorspronkelijke hoeveelheid? = 1655 oud = 1655 nieuw = 0,88 x 1655 = 1456

Hoofdstuk 4 Vergelijkingen. Kern 1 Numeriek oplossen. Netwerk 4 HAVO B uitwerkingen, Hoofdstuk 4, Vergelijkingen 1

( ) 1. G&R vwo A deel 4 16 Toepassingen van de differentiaalrekening C. von Schwartzenberg 1/13 = =

7,5. Samenvatting door een scholier 1439 woorden 13 mei keer beoordeeld. Inhoudsopgave

5.0 Voorkennis. Rekenen met machten: Let op het teken van de uitkomst; Zet de letters (indien nodig) op alfabetische volgorde.

Hoofdstuk 1: Formules en grafieken. 1.1 Lineaire verbanden

wiskunde A vwo 2016-II

UITWERKINGEN VOOR HET HAVO NETWERK HAVO A2

Toets <F5> om inhoudsopgave (bladwijzers) wel/niet te tonen

Noordhoff Uitgevers bv

Hoofdstuk 7 - veranderingen. getal & ruimte HAVO wiskunde A deel 2

wiskunde A pilot vwo 2017-I

Hoofdstuk 2 Functies en de GRM. Kern 1 Functies met de GRM. Netwerk Havo B uitwerkingen Hoofdstuk 2, Functies en de GRM 1. 1 a. b Na ongeveer 6 dagen.

Paragraaf 14.0 : Eenheidscirkel

META-kaart domein - Exponentieel verband havo4 wiskunde A H=bxg^t

13.0 Voorkennis. Links is de grafiek van de functie f(x) = 5x 4 + 2x 3 6x 2 5 getekend op het interval [-2, 2]; Deze grafiek heeft drie toppen.

META-kaart vwo5 wiskunde A - domein Afgeleide functies

Voortoets SE1 5HAVO MLN/SNO

Hoofdstuk 1 boek 1 Formules en grafieken havo b klas 4

Hoofdstuk 8 - De afgeleide

Uitwerkingen bij 1_0 Voorkennis: Vergelijkingen oplossen

exponentiële verbanden

Paragraaf 1.1 : Lineaire verbanden

1,12 = 1,06. De quotiënten zijn niet bij benadering gelijk, dus geen exponentiële groei. 1,28 1,20

Antwoorden Wiskunde B Hoofdstuk 1 boek 2

Willem van Ravenstein 2007

Uitwerking voorbeeld 2

Noordhoff Uitgevers bv

Logaritmen. Het tijdstip t waarop S(t) = is op de t-as aangegeven. Dat tijdstip komt niet mooi uit. Dat tijdstip noemen 5,3

13,5% 13,5% De normaalkromme heeft dezelfde vorm als A (even breed en even hoog), maar ligt meer naar links.

Uitwerkingen bij 3_1 Exponentieel of lineair

Noordhoff Uitgevers bv

Gifgebruik in de aardappelteelt

Bij een tonnage van ton (over mijl) kost het 0,75 $/ton totale kosten ,75 = ($).

Paragraaf 6.1 : Kwadratische formules

Formules en grafieken Hst. 15

wiskunde A vwo 2015-II

Paragraaf 1.1 : Lineaire functies en Modulus

. noemer noemer Voorbeelden: 1 Breuken vereenvoudigen Schrijf de volgende breuken als één breuk en zo eenvoudig mogelijk: 4 1 x e.

Factor = het getal waarmee je de oude hoeveelheid moet vermenigvuldigen om een nieuwe hoeveelheid te krijgen.

Antwoordmodel VWO 2002-I wiskunde A (oude stijl) Vogels die voedsel zoeken

Tabellen en grafieken, Hfdst. 2, havo4a

mei 16 19:37 Iedere keer is de groeifactor gelijk. (een factor is een getal in een vermenigvuldiging)

Deel 3 havo. Docentenhandleiding havo deel 3 CB

Exponenten en Gemengde opgaven logaritmen

Opmerking Als bij het aflezen uit de figuur een percentage van 76, 78 of 79 is gevonden, dan hiervoor geen punten in mindering brengen.

Paragraaf 2.1 Toenamediagram

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

wiskunde A havo 2017-II

Paragraaf 9.1 : Logaritmen

Eindexamen wiskunde A1-2 havo 2006-I

Paragraaf 2.1 : Snelheden (en helling)

(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a

Hoofdstuk 6 Examenaanpak. Kern 1 Modelleren

Exponentiële functies

Eindexamen vwo wiskunde A pilot I

Veranderingen Antwoorden

Kennemer College Beroepsgericht Programma van Toetsing en Afsluiting schooljaar Proefwerk 60 min 3 Ja Schriftelijk.

Blok 6A - Vaardigheden

Lineaire modellen Hfdst 3, havo 4.

Samenvatting Moderne wiskunde - editie 8

f. Wat is de halveringstijd van deze uitstervende diersoort uitgaande van de formule: N ,88 t, t in jaren t=0 betekent ?

Antwoorden door K woorden 14 augustus keer beoordeeld. Wiskunde A. Supersize me. Opgave 1: leerstof: Formules met meer variabelen.

Eindexamen wiskunde C vwo II

Eindexamen wiskunde A1 vwo 2002-II

exponentiële standaardfunctie

Examentraining 5 havo wiskunde A

Hoofdstuk 2 - Formules en de rekenmachine

Paragraaf 2.1 : Snelheden (en helling)

5.7. Boekverslag door P woorden 11 januari keer beoordeeld. Wiskunde B

Uitwerkingen Functies en grafieken

Transcriptie:

Continue Modellen 4.2 Uitwerkingen Paragraaf 3 1. 1983: t = 56 1948: t = 21 35 naar rechts en 2 omhoog, dus het hellingsgetal is 2 35 = 0,057 De trendlijn B = 0,057 t + b gaat door (56, 5), dus 5 = 0,057 56 + b b = 5 0,057 56 = 1,8 Dus: B = 0,057t + 1,8 2 a. De groeifactor per 83 jaar is 6,8 2 = 3,4 b. De groeifactor per jaar is dan 3,4 1 83 = 1,01485 1,015 c. B = 2 1,015 t d. Ongeveer in 1970 of 1971 3 a. Beginwaarde is 2; lees af bij hoogte 4 in de grafiek: welke t-waarde hoort daarbij? Je vindt: ongeveer 47 jaar. b. 2050: t = 123 B = 0,057 123 + 1,8 = 8,83, dus bij linaire groei 8,83 miljard mensen B = 2 1.015 123 = 12,48, dus bij exponentiële groei 12,48 miljard mensen Verschil: 12,48 8,83 = 3,65 miljard mensen c. 1,015 10 = 1,1605 1,16 d. Dus een toename van ongeveer 16 % 4 a. Rode grafiek: door (0, 1) en (1; 5,4), dus groeifactor 5,4 Zwarte grafiek: door (0, 1) en (1; 2,4), dus groeifactor 2,4 Blauwe grafiek: door (0, 1) en (1; 0,5), dus groeifactor 0,5 b. Gebruik GRM met intersect: Rode grafiek: 5,4 t = 2, dus t 0,411 Zwarte grafiek: 2,4 t = 2, dus t 0,792 c. Rode grafiek: helling 1,686 Zwarte grafiek: helling 0,875 Verschil: 1,686 0,875 = 0,811 5. Halveringstijd is 1 1

6. I 1,2 t = 2, dus verdubbelingstijd t 3,802 II 0,75 t = 0,5, dus halveringstijd t 2,409 III 1,02 t = 2, dus verdubbelingstijd t 35,003 7. a. 0,82 0,1 = 8,2 en 1,396 0,82 = 1,7. De factoren zijn niet gelijk, dus geen exponentieel verband. b. Zie GR c. Als t groter wordt, dan wordt 0,8 t kleiner en nadert tot 0. Daardoor wordt er steeds minder van 3,7 afgetrokken en wordt h dus groter. d. Bij het poten is t = 0 en dan is 0,8 0 =1, dus h = 0,1 meter, dus 1 decimeter. 8. a. Als t groter wordt, dan wordt 0,8 t kleiner en nadert tot 0. Datzelfde geldt voor 3,6 0,8 t. Daardoor wordt er steeds minder van 3,7 afgetrokken en nadert de waarde van h dus tot 3,7 meter. b. Y 1 = 3,7 3,6 0,8^X Y 2 = 3 Intersect X = 7,339 Dus na 7,339 weken en dat is na 7,339 * 7 = 51 (of 52) dagen. 9 a. Y 1 = 3,7 3,6 0,8^X CALC dy/dx X = 2 dy/dx = 0,51 Dus 0,51 meter per week b. Dat is 0,51 100 7,29 centimeter per dag 7 c. Dat is na 11,34 weken (of na 79 dagen) 10 a. Y 1 = 24 3,2 1,05^X Zie verder GR b. Als t groter wordt, dan wordt 1,05 t groter en dus ook 3,2 1,05 t. Daardoor wordt er steeds meer van 24 afgetrokken en wordt h dus kleiner. c. CALC dy/dx X = 20 dy/dx = -0,41 11 a. Y 1 = 13 + 44 0,65^X Zie verder GR b. Als t groter wordt, dan wordt 0,65 t kleiner en nadert tot 0. Datzelfde geldt voor 44 0,65 t. Daardoor wordt er steeds minder bij 33 opgeteld en daalt de waarde van h dus tot 13. c. CALC dy/dx X = 6 dy/dx = -1,43 12 a. t = 1 H = 71,3 t = 5 H = 625,04 625,04 t 0 1 2 3 4 h 0,1 0,82 1,396 1,857 2,225 71,3 Of: 625 71,3 71,3 = 8,766, dus een toename met 776,6 % 100 % = 776,6 % b. Als t groter wordt, dan wordt 0,7 t kleiner en nadert tot 0. Datzelfde geldt voor 1041 0,8 t. Daardoor wordt er steeds minder van 800 afgetrokken en nadert de 2

waarde van h dus tot 800 gram. De grafiek stijgt dus. Aan de tabel in je GR is te zien dat de grafiek afnemend stijgt. c. t = 0 H = 800 1041= -241 (maar dat kan niet) Dus H ligt altijd tussen 0 en 800 d. Y 1 = 800 1041 0,7^X CALC dy/dx X = 2 dy/dx = 181,94 Dus 182 gram per jaar. 13 a. 3 b. Na ongeveer 21 dagen 14 a. Y 1 = 100/(1 + 35 0,756 ^ X) Table de waarden komen goed overeen met de tabel b. t = 0 P = 2,78, dus ongeveer 3 % c. Y 2 = 50 Intersect X = 12,71 Dus na ongeveer 13 dagen. d. Als t groter wordt, dan wordt 0,756 t kleiner en nadert tot 0. Datzelfde geldt voor 35 0,756 t. Daardoor komt de noemer steeds dichter bij 1 en de breuk steeds dichter bij 100. Dus het percentage nadert de 100 %. e. Zie GR (Xmin = 0 en Xmax = 21) f. t = 12 P = 45,05 t = 0 P = 2,78 groeifactor in 12 dagen 45,05 2,78 = 16,22 groeifactor per dag 16,22 1 12 = 1,26 Y 2 = 2,78 1,26 ^ X Kijk in de Table en daar blijkt dat de waarden van Y1 en Y2 bijna gelijk zijn tussen 0 en 12 15. a. Aantal in 2003: 1200 0,24 + 940 0,90 + 860 0,30 = 1392 1392 = 1,48, dus een toename van 48 %. 940 b. Als t groter wordt, dan wordt 0,43 t kleiner en nadert tot 0. Datzelfde geldt voor 43 0,43 t. Daardoor komt de noemer steeds dichter bij 3 en de breuk steeds dichter bij 222 3 = 74. Dus het percentage nadert de 74 %. c. Als t groter wordt, dan wordt 0,43 t kleiner en nadert tot 0. Datzelfde geldt voor 43 0,43 t. Er wordt dus steeds minder bij 3 opgeteld. Daardoor wordt de noemer dus steeds kleiner. Dus wordt de breuk steeds groter en is de grafiek van P dus stijgend. d. De grafiek lijkt de eerste drie jaren exponentieel te stijgen. Y 1 = 222/(3 + 43 0,43 ^ X)

t = 0 P = 4,83 t = 3 P = 34,59 groeifactor in 3 dagen 34,50 4,83 = 7,17 groeifactor per dag 7,17 1 3 = 1,93 Y 2 = 4,83 1,93 ^ X Kijk in de Table en daar blijkt dat de waarden van Y1 en Y2 bijna gelijk zijn tussen 0 en 3 e. Y 1 = 222/(3 + 43 0,43 ^ X CALC dy/dx X = 4 dy/dx = 13,78 Dus 13,78 % per jaar 16. Groeifactor 0,75; kleiner dan 1, dus halveren. 0,75 t = 0,5 oplossen m.b.v. log. Groeifactor 1,02; groter dan 1, dus verdubbelen. 1,02 t = 2 oplossen m.b.v. log. 17. 3,0 = 3,7 3,6 0,8 t ; balansmethode gebruiken om 0,8 t in z n ééntje te krijgen. -0,7 = -3,6.0,8 t ; dus 08 t = -0,7/-3,6; dus 0,8 t = 1,9444; dus t = log0,8(1,9444) = 7,339 Dus na 7,339 * 7 = 51 (of 52) dagen. 18. 19. a. P = 100 0,8 2,5 = 57% b. 100-57 = 43% c. 100 0,8 x = 10. Vergelijking oplossen: x is exponent, dus log. Deel eerst door 100. x = log 0,8 (0,1) = 10,3 cm d. 100 0,8 0,1 = 97,8%. e. 100-97,8 = 2,2%. 20. 21. a. 0,999879 5730 = 0,4998876 0,5 ; inderdaad is het gehalveerd in 5730 jaar. b. 65 = 100 0,999879 t ; dus 0,999879 t = 0,65 ; dus t = log0,999879(0,65) = 3560 jaar c. 77% 2160 jaar; 1947 2160 = -213 jaar 81% 1741 jaar; 1947 1741 = +206 jaar d. 0,94 = 0,999010 t ; dus t = log0,99010(0,94) = 62,5 miljoen jaar. 22. a. De groeifactor is 2 0,083 = 1,0592 b. Dus een toename met 5,92%, ongeveer 6 % c. 1,0592 t = 2 ; t = log1,0592(2) = 12 dagen 4

d. CALC dy/dx X = 10 dy/dx = 21,89 gr/dag 23. a. In de figuur is te zien dat het ongeveer 6 uur duurt dat de temperatuur van de koffie is gedaald tot 80 C. Als we dus een inschenktemperatuur van 80 C hebben duurt het dus nog 24 6 = 18 uur voordat die koffie een temperatuur van 50 C bereikt. b. Op tijdstip t = 0 is de temperatuur 95 C, dus het temperatuurverschil met de omgevingstemperatuur is 95 20 = 75 C. Op tijdstip t = 24 is de temperatuur 50 C, dus het temperatuurverschil met de omgevingstemperatuur is 50 20 = 30 C. De groeifactor is dus 30 75 = 0,4 c. 95 0,4 0,4 = 15,2, dus ongeveer 15 C d. Groeifactor per dag is 0,4, dus de groeifactor per uur is 0,4 1 24 = 0,9625 t = 16 T = 20 + 75 * 0,9625 16 = 60,716, dus ongeveer 60,7 C e. 0,9625 t = 0,5 Dus t = log0,9625(0,5) = 18,135; dus ongeveer 18 uur. 24. a. De verdubbelingstijd bij 42 C is groter dan die bij 40 C. Dat zie je in de grafiek. Dat betekent dat de bacteriën er bij 42 C langer over doen om zich te verdubbelen en dat de groei dus zwakker is dan bij 40 C. b. Y 1 = 16,9/( X 2 + 75X 1350) T = 34 V = 0,384, dus verdubbelingstijd is 0,384 * 60 = 23,05 minuten. c. De groei is het sterkst als de verdubbelingstijd het kleinst is, dus als de grafiek van V een minimum heeft. Bepaal het minimum met de GRM. CALC minimum X = 37,5 Dus bij 37,5 C d. 1800 0,86 3 = 1144,9008, dus 1145 bacteriën e. 0,86 t = 0,5; dus log0,86(0,5) = 4,596 Dus de halveringstijd is ongeveer 4,6 uur (of 276 minuten) 5