Onderzoek naar cao afspraken en de praktijkinvulling van scholing in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Adviesrapport

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek naar cao afspraken en de praktijkinvulling van scholing in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Adviesrapport"

Transcriptie

1 Onderzoek naar cao afspraken en de praktijkinvulling van scholing in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie Adviesrapport Afstudeerorganisatie: Afstudeerders: Anique Wijtmans Heleen Baarslag Opleiding: Personeel en Arbeid Hogeschool: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Praktijkbegeleider: Erik Boon 1 e Begeleider HAN: Hans Menger 2 e Begeleider HAN: Wim Hoogeveen Datum:

2 Titelpagina Onderzoekstitel: Verschil scholing in cao s en de praktijk, onderzoek naar cao afspraken en de praktijkinvulling van scholing in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie Auteurs: Anique Wijtmans Heleen Baarslag Studentnummers: Klas: HMN-H02 Afstudeerorganisatie: Vestigingsplaats: Ede Praktijkbegeleider: Erik Boon In opdracht van: Afdeling: 1 e begeleider: Hans Menger 2 e begeleider: Wim Hoogeveen Datum: Hogeschool van Arnhem en Nijmegen Personeel en Arbeid van het Instituut Bedrijfskunde, Faculteit Economie en Management Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 2

3 Voorwoord In het kader van onze afstudeeropdracht voor de opleiding Personeel en Arbeid aan de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen hebben wij,, een onderzoek verricht voor de te Ede. Wij hebben hier vier maanden met veel enthousiasme en plezier aan gewerkt en zijn tevreden met het eindresultaat. Wij hopen dat het u net zoveel leesplezier geeft als dat wij hebben beleefd met het maken van deze opdracht. Wij willen de heer Hans Menger bedanken voor zijn steun en begeleiding tijdens het afstuderen. Ook willen wij de heer Erik Boon bedanken voor zijn begeleiding om het project naar een hoger niveau te tillen. Verder willen wij iedereen bedanken die in welke mate dan ook heeft geholpen bij dit project. Anique Wijtmans Heleen Baarslag Nijmegen, mei 2010 Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 3

4 Samenvatting Om te onderzoeken hoe organisaties in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie volgens caoafspraken invulling geven aan scholing en hoe hier in de praktijk invulling aan wordt gegeven, is een cao- en praktijkonderzoek gehouden. In dit onderzoek wordt antwoord gegeven op de volgende hoofdvraag: Welke afspraken vermelden de cao s voor organisaties in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie met betrekking tot het ontwikkelen van werknemers en hoe wordt hier in de praktijk invulling aan gegeven? Er is gekeken naar 33 cao s uit de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en om een vergelijking te maken is er gekeken naar 19 cao s uit andere sectoren. De cao s van de andere sectoren geven geen vernieuwend inzicht voor advies voor de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Hiervoor komen de cao s teveel overeen. De andere sectoren waarvan een aantal cao s zijn onderzocht zijn: zorg, bouw, metaal, bankwezen, fabrieken en onderwijs. Aan de hand van het cao onderzoek is er door middel van een enquête, praktijkonderzoek gedaan. 60 organisaties hebben meegewerkt aan dit onderzoek wat een respons van 20% betekent. Alle organisaties in het klantenbestand van de SOL zijn benaderd. De afspraken die in de cao s stonden en waar in de praktijk onderzoek naar gedaan is, zijn: - het doel van scholing; - hoe het doel bereikt wordt; - de specifieke doelgroepen; - de beroepsopleiding; - het scholingsbudget; - door wie wordt scholing betaald; - in welke tijd wordt scholing gevolgd; - welke scholingskosten worden er betaald; - de studieterugbetalingsregeling; - de bijdrage aan O&O fondsen. Uit het onderzoek is gebleken dat ongeveer de helft van de onderzochte cao afspraken overeenkomen met de praktijk. De eerste kwalitatieve afspraak gaat over het doel van scholing. Het doel van scholing blijkt in de praktijk namelijk sterk intern gericht te zijn in plaats van intern en extern zoals uit het cao onderzoek blijkt. In het cao onderzoek wordt namelijk ook verwezen naar het opleiden voor functies buiten de organisatie. Het doel wordt op meer manieren bereikt dan in de cao s is vermeld. De direct leidinggevende heeft namelijk ook veel invloed. In de praktijk worden minder verschillende specifieke doelgroepen aangemoedigd om scholing te volgen dan de cao s vermelden. Indien in de cao vermeld is dat de werkgever gehouden is de werknemer in de gelegenheid te stellen deel te nemen aan een beroepsopleiding, dan moet de werkgever dit ook nakomen. Het praktijkonderzoek geeft aan dat het merendeel van alle deelnemende organisaties (70,00%), de werknemer in de gelegenheid stelt om deel te nemen aan een beroepsopleiding. De eerste kwantitatieve regeling uit het praktijkonderzoek, gaat over het scholingsbudget. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat er iets vaker een percentage van de loonsom, bestemd voor scholing genoemd wordt (31,71%) dan uit het cao onderzoek is gebleken (27,27%). Scholing wordt in beide gevallen voornamelijk door de werkgever betaald, maar uit het cao onderzoek blijkt dat ook subsidies en fondsen een deel van de kosten kunnen betalen. In het praktijkonderzoek geven organisaties wel aan dat zij gebruik maken van subsidies en fondsen. Echter wordt niet aangegeven dat zij ook de kosten betalen. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat scholing vooral in werkgevers en werknemers tijd gevolgd wordt en het cao onderzoek geeft dit ook aan. De kosten die betaald worden in verband met scholing volgens het cao- en het praktijkonderzoek, zijn: examenkosten, lesgeld, materiaalkosten en reiskosten. Een ander verschil tussen de het cao- en praktijkonderzoek dat duidelijk zichtbaar is, heeft te maken met de studieterugbetalingsregeling. In de praktijk hebben meer organisaties een studieterugbetalingsregeling dan uit het cao onderzoek is gebleken. Uit de praktijk blijkt dat er niet vaak een vrijwillige bijdrage wordt gegeven aan O&O fondsen, maar dit bleek uit het cao onderzoek ook niet. Het wil dus niet zeggen dat de cao alles vermeldt, organisaties kunnen ook zelf vorm geven aan hun opleidingsbeleid. Een organisatie is verplicht zich aan de regelingen uit de voor de organisatie geldende cao te houden, maar mag hier wel vanaf wijken indien dit positief is voor de werknemer. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 4

5 Naar aanleiding van de bevindingen en conclusies uit de onderzoeken, worden een aantal adviezen gegeven. Het eerste advies gaat over het doel van scholing. Intern scholen draagt bij aan het binden en boeien van werknemers. Het nut van scholing voor een functie buiten de organisatie, is het versterken van de sector en van de gehele economie. Daarnaast is het nuttig om werknemers op te leiden zodat het makkelijker is om afscheid van hen te nemen indien de organisatie een werknemer moet ontslaan. Werknemers zijn dan sneller inzetbaar bij een andere organisatie. Organisaties die niet planmatig scholen kunnen gebruik maken van ad hoc scholen. Om planmatig vorm te geven aan het opleidingsplan kan een organisatie de opleidingsbehoefte inventariseren en vorm geven aan het opleidingsplan, dit kan met behulp van de negenstapscyclus van Thijssen. Om vervangingsproblemen op te lossen kun je door middel van een opleidingsplan rekening houden met de bezetting. Op deze manier plan je de scholing meer. Ook kan scholing aangeboden worden buiten werktijd. Scholing wordt als duur ervaren, blijkt uit het praktijkonderzoek. Als er van te voren prijsafspraken gemaakt kunnen worden, kan de prijs lager worden, omdat op grote schaal scholing ingekocht wordt. Dit geldt voor de grotere organisaties. Kleinere organisaties kunnen met collega organisaties afspraken met betrekking tot scholing maken, zodat wederom op grotere schaal ingekocht kan worden. Ook kunnen ze, indien de werkzaamheden dit toelaten, onderling personeel uitwisselen. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat 24,07% van de deelnemende organisaties geen gebruik maakt van subsidies. Organisaties die geen gebruik maken van subsidies kunnen ingelicht worden over hoe subsidies te verkrijgen zijn en wat de voordelen hiervan zijn. Scholing kan in werkgeverstijd gevolgd worden indien hier het budget beschikbaar voor is. Zo wordt de laatste drempel tot het volgen van scholing weggenomen. Geadviseerd kan worden om een studieterugbetalingsregeling in te voeren, om de kans te vergroten dat werknemers bij de organisatie blijven en de opleiding zullen voltooien. In plaats van een studieterugbetalingsregeling kan gebruik worden gemaakt van een studielening. Zo wordt de terugbetalingsregeling een positieve prikkel in plaats van een negatieve prikkel. Scholingskosten voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten kunnen voor een deel worden vergoed door het UWV WERKbedrijf. Bij de verdeling van het budget voor de tertiaire en secundaire arbeidsvoorwaarden kan onderzocht worden of er een groter budget voor scholing nodig is. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat er organisaties zijn die ervoor open staan een vrijwillige bijdrage te leveren aan O&O fondsen (10,00%), dit biedt kansen voor O&O fondsen. 4,76% van de deelnemende organisaties stellen een leeftijdsgrens aan het volgen van een beroepsopleiding. Dit is een klein percentage, maar toch moet duidelijk zijn dat het stellen van een leeftijdsgrens in principe verboden is. Indien een leeftijdsgrens wordt gesteld moet de organisatie duidelijk maken waarom hiervoor gekozen is. Werknemers kunnen naar de rechter of vakbond stappen als zij zich gediscrimineerd voelen. Er zijn geen wettelijke verplichtingen over scholing opgenomen in de wet. Geadviseerd kan worden dat er geen wettelijke verplichtingen zijn opgenomen over scholing in de wet, maar dat er wel een artikel bestaat waarmee een werknemer alsnog scholing kan afdwingen, namelijk het goed werkgeverschap artikel 7:611 Burgerlijk Wetboek. Het is echter wel mogelijk dat er iets over scholing is opgenomen in de cao. Als de werkgever zich niet houdt aan de cao, dan kan de werknemer eisen dat deze wordt nagekomen. In de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie komen de eenvoudige structuur en machinebureaucratie vaak voor. Indien een organisatie een eenvoudige structuur of machinebureaucratie als configuratie heeft, dan wordt volgens de theorie gebruik gemaakt van direct leidinggeven bij de uitvoerende kern. De stijl van leidinggeven die hierbij hoort is instrueren met taakvolwassenheid T1. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de top down en bottum up benadering. Bij beide benaderingen kan gebruik worden gemaakt van de gesprekscyclus. Belangrijk bij de bottum up benadering is het aandacht schenken aan de kwaliteit van de scholing. Bij de top down manier is het belangrijk aandacht te schenken aan de acceptatie van de scholing bij werknemers. De top down manier sluit het best aan bij de eenvoudige structuur en machinebureaucratie. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 5

6 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Samenvatting... 4 Inleiding... 8 Begrippen... 9 Hoofdstuk 1 De SOL Omschrijving van de organisatie Subsidies Hoofdstuk 2 Onderzoeksopzet De opdracht Probleemstelling Doelstelling Hoofdvraag Deelvragen Definities Beperkingen en randvoorwaarden Methode van onderzoek en verantwoording van de opzet Hoofdstuk 3 Het cao onderzoek De Collectieve Arbeidsovereenkomst Cao onderzoek Doel Doel bereiken Studiekostenregeling Financiering Beroepsopleidingen Samenvatting cao onderzoek Hoofdstuk 4 Uitslagen van de enquête Doel van scholing Inhoud scholing Doelgroepen Beroepsopleidingen Financiering Hoofdstuk 5 Conclusies Deelvragen Cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie Cao onderzoek andere sectoren Kwalitatieve invulling uit de praktijk Kwantitatieve invulling uit de praktijk Hoofdvraag Cao onderzoek Praktijkonderzoek Eind conclusie Hoofdstuk 6 Advies Doel scholing Ad hoc scholen Subsidies Scholingskosten Vrijwillige bijdrage aan O&O fondsen Leeftijdsgrens Nakoming wetten Bottum up of top down? Configuraties van Mintzberg Vormen van taakvolwassenheid Hersey & Blanchard E=K*A De gesprekscyclus Hoe kan het best vorm worden gegeven aan het opleidingsplan? Advies voor verder onderzoek Samenvatting Literatuurlijst Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 6

7 Bijlagenboek Bijlage 1 Nieuwsbrief Bijlage 2 Vragenlijst enquête Bijlage 3 Matrix cao onderzoek andere sectoren Bijlage 4 Resultaten cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie Bijlage 5 Samenvattingen cao s andere branches Bijlage 6 Voorkomende studieterugbetalingsregelingen Bijlage 7 Negenstapscyclus voor opleidingsontwikkeling, Thijssen Bijlage 8 Subsidie UWV WERKbedrijf Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 7

8 Inleiding Dit rapport staat totaal in het thema van scholing en ontwikkeling van werknemers binnen de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. In het rapport wordt onderstaande doelstelling bereikt door antwoord te gegeven op de hierna volgende probleemstelling. De probleemstelling luidt als volgt: Er moet meer duidelijkheid komen over de wijze waarop werkgevers en werknemers afspraken hebben gemaakt over ontwikkeling van werknemers en hoe ze hier in de praktijk vorm aan hebben gegeven. De doelstelling luidt als volgt: Per is een adviesrapport klaar met aanbevelingen over verbeterpunten en knelpunten, is er een duidelijk beeld van hoe in de cao invulling wordt gegeven aan scholing en hoe organisaties hier in de praktijk invulling geven, de juridische mogelijkheden en worden eventuele oplossingsmogelijkheden weergegeven. Dit verslag dient om antwoord te geven op de volgende hoofdvraag: Welke afspraken vermelden de cao s voor organisaties in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie met betrekking tot het ontwikkelen van werknemers en hoe wordt hier in de praktijk invulling aan gegeven? Als eerste staat een begrippenlijst weergegeven waar alle onduidelijke/ingewikkelde begrippen in uitgelegd worden. In hoofdstuk 1 wordt uitleg gegeven over de organisatie waarvoor dit onderzoek gehouden is en wordt een korte uitleg gegeven over de subsidies waarover deze organisaties adviseert. Daarna wordt in hoofdstuk 2 de onderzoeksopzet beschreven door middel van de beschrijving van de opdracht, de probleemstelling, de doelstelling, de hoofdvraag en de deelvragen. Het derde hoofdstuk gaat in op het cao onderzoek. Aller eerst wordt een uitleg gegeven over de collectieve arbeidsovereenkomst. Daarna zal ingegaan worden op het onderzoek dat is gedaan naar de verschillende collectieve arbeidsovereenkomsten van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren. Hoofdstuk 4 geeft een samenvatting van de uitslagen van het praktijkonderzoek. Dit gebeurt onder andere door het presenteren van grafieken en tabellen. In hoofdstuk 5 worden de conclusies getrokken naar aanleiding van het cao- en praktijkonderzoek en wordt de vergelijking gegeven die hieruit getrokken kan worden. Het laatste hoofdstuk bevat het advies voor de. Hierin worden onder andere bepaalde aanbevelingen gedaan. De gebruikte literatuur is terug te vinden in de literatuurlijst. De bijlagen zijn terug te vinden in het bijlagenboek. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 8

9 Begrippen In dit hoofdstuk worden de begrippen, waarover in de tekst verwarring kan verstaan, uitgelegd. De begrippen staan op alfabetische volgorde weergegeven. Deze woorden zijn dikgedrukt en onderstreept in de tekst. Algemeen verbindend verklaring Indien een cao algemeen verbindend is verklaart, dan is deze van toepassing op iedere organisatie die hieronder valt. Naleving van deze cao is dan verplicht. Dit staat in artikel 2 Wet op het Algemeen Verbindend en onverbindend Verklaren van bepalingen van Collectieve Arbeidsovereenkomsten. Arbeidsovereenkomst Overeenkomst op basis waarvan arbeid wordt verricht in een gezagsverhouding en waar de plicht tot loonbetaling tegenover staat. Bedrijfstak-cao Een cao die geldt voor een bepaalde bedrijfstak (bijvoorbeeld cao Bakkersbedrijf). Configuraties Opstelling en indeling van organisaties volgens Henri Mintzberg. Gebonden Gebonden zijn betekent dat degene die gebonden is, is gehouden aan deze afspraak en dus beperkt is in zijn/haar vrijheid. Incorporatiebeding Een incorporatiebeding is afgesloten als in de individuele arbeidsovereenkomst is vermeld dat een cao van toepassing is. Jurisprudentie Geheel van uitspraken van rechters. De jurisprudentie vormt een richtlijn voor de rechtspraak in latere, soortgelijke gevallen. Kantonrechter Rechter uit de sector kanton van de rechtbank. Bij de sector kanton worden alle arbeidszaken behandeld. Minimum cao Van dit soort cao mag ten opzichte van de werknemer niet negatief worden afgeweken, maar wel positief. In principe kan ervan uit worden gegaan dat er altijd sprake is van een minimum cao, tenzij anders is bepaald. Nietig Een afspraak/rechtshandeling heeft nooit bestaan als deze nietig is. Objectieve rechtvaardiging Van objectieve rechtvaardiging is sprake als er een objectieve reden is. Dat wil zeggen dat de reden gebaseerd moet zijn op feiten en niet op meningen. Ondernemings-cao Een cao die geldt voor één bepaalde onderneming (bijvoorbeeld Heineken). Sociaal plan In een sociaal wordt geregeld wat de gevolgen voor werknemers zijn bij bijvoorbeeld een reorganisatie. Het sociaal plan wordt opgesteld door een of meerdere werkgevers en vakorganisaties. Standaard cao Van een standaard cao mag niet worden afgeweken, niet positief en niet negatief. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 9

10 Hoofdstuk 1 De SOL In dit hoofdstuk wordt een omschrijving gegeven van de organisatie voor wie de opdracht uitgevoerd is en aan wie zij adviseren. Ook wordt in dit hoofdstuk informatie gegeven over de subsidies die via de SOL aan te vragen zijn. 1.1 Omschrijving van de organisatie SOL staat voor en zij geven advies over opleidingen en de bijbehorende subsidies voor verschillende bedrijven in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Binnen de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie worden (half) producten gemaakt voor consumptie. De genotsmiddelenindustrie maakt bijvoorbeeld sigaretten en alcoholische dranken voor de industrie. De branches die onder de levensmiddelen- en genotsmiddelen vallen zijn: aardappelverwerkende industrie; bakkerij-industrie en bakkerijgrondstoffen; bierbrouwerijen; cacao-industrie, notenverwerkende industrie; consumptie-ijs; deegwaren, soeparoma, eiproducten; diervoeding, mengvoeder, petfood; geur-, kleur- en smaakstoffen, specerijen; frisdranken, mineraalwater; gedistilleerd, wijn, likeur; groente- en fruitverwerkende industrie; koffie, thee, tabak; meel; margarine, oliën en vetten; snacks, gemaksvoeding; soep; suikerindustrie; visverwerkende industrie; vleesverwerking; zoetwarenindustrie; zuivelindustrie. De SOL levert onderstaande diensten. Voorlichting De SOL verzorgt en/of ondersteunt voorlichtingsactiviteiten naar bedrijven en intermediaire organisaties gericht op scholing, beroepsonderwijs, Human Resource Management (HRM) en subsidiemogelijkheden. Speciale aandacht geeft zij hierbij aan het midden- en kleinbedrijf. Subsidieverwerving en cofinanciering De SOL verwerft subsidies voor en/of namens branches en bedrijven in de levensmiddelen- en genotmiddelenindustrie, ten behoeve van projecten voor werkenden of werkzoekenden. Vrijwel altijd wordt daarbij uitgegaan van een eigen bijdrage met private middelen van de betrokken branches en/of bedrijven. In paragraaf 1.2 wordt informatie gegeven over subsidies. Advisering en Ondersteuning De SOL biedt bedrijven en branches ondersteuning bij het ontwikkelen van hun personeels- en opleidingsbeleid. De dienstverlening strekt zich uit van advies over personeelsinstrumenten tot en met integreren van opleiding binnen de strategische doelen van bedrijven. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 10

11 Projectontwikkeling en Projectmanagement De SOL beschikt over deskundigheid met betrekking tot de ontwikkeling, coördinatie en het projectmanagement van projecten voor werkende en werkzoekenden. Hierin opereert zij zowel landelijk, sectoraal als op regionaal niveau en voor individuele bedrijven. De SOL, is een onafhankelijke, slagvaardige adviesorganisatie met specifieke deskundigheid als het gaat om personeelsontwikkeling, scholing en subsidies. Innovatie en Ontwikkeling De SOL is actief op het terrein van innovatieve ontwikkelingen met betrekking tot scholing en personeel en organisatie. Hierbij valt te denken aan: bevordering van permanente scholing (Leven Lang Leren); integratie van leren en werken (Werk Plek Opleiden); toepassing moderne media t.b.v. maatwerk in opleiding en training (e-learning); ontwikkeling specifieke leermiddelen; ondersteuning doelgroepenbeleid; behoefteanalyse. Samenwerking De SOL heeft samenwerking hoog in het vaandel staan. In regionaal verband, landelijk of internationaal verbindt de SOL partijen en biedt ze een platvorm voor beleid, overleg en uitwisseling van visies en ervaringen. Samenwerking tussen bedrijven en onderwijsinstellingen in de regio wordt gestimuleerd en komt tot stand. De SOL vervult in internationaal verband voor het bedrijfsleven een voortrekkersrol als het gaat om afstemming en samenwerking op het vlak van kwalificaties, beroepsonderwijs en scholing. De SOL streeft er naar om het kwalificatie- en competentieniveau van huidige en toekomstige werknemers in de levensmiddelen- en genotmiddelenindustrie te verhogen, daarmee draagt de SOL bij aan de versterking van de concurrentiepositie van organisaties en branches. De missie van de SOL is het versterken van de Nederlandse levensmiddelen- en genotmiddelenindustrie door het scheppen van de best denkbare mogelijkheden en condities voor de instroom en ontwikkeling van werknemers. De kerndoelstelling van de SOL is het vergroten van het kwalificatie- en competentieniveau van werknemers in en voor de levensmiddelen- en genotmiddelenindustrie. Om deze doelstelling te realiseren is de SOL op diverse manieren actief betrokken bij scholings- en ontwikkelingsprojecten. Daarmee draagt de SOL bij aan de versterking van de concurrentiepositie van de organisaties, de werknemers en de bedrijfstak als geheel. Hieronder een organigram van de SOL waarin de verschillende functies zijn weergegeven. In de volgende paragraaf wordt een korte uitleg gegeven over de subsidies die via de SOL aan te vragen zijn. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 11

12 1.2 Subsidies De SOL verwerft subsidies voor en/of namens branches en organisaties in de levensmiddelen- en genotmiddelenindustrie. In deze paragraaf wordt uitleg gegeven over subsidies die via de SOL aan te vragen zijn. Dit zijn de subsidie uit het Europees Sociaal Fonds en het Globaliseringsfonds werk naar werk. Europees Sociaal Fonds (ESF) Binnen de maatregel scholing van werkenden in het programma ESF, kunnen bedrijven in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie via de SOL subsidie aanvragen voor de scholing van hun werknemers. Ook in de huidige ESF programmaperiode ( ), zet de SOL zich voor 100% in, om de belangen van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie optimaal te behartigen. Hiertoe vindt er een lobby plaats in Den Haag en Brussel en heeft de SOL zitting in diverse overlegstructuren. Het budget voor de verbetering van de arbeidspositie van werkenden is 47 miljoen op jaarbasis voor een projectperiode van maximaal anderhalf jaar. De opleidingen waarvoor dit geldt zijn opleidingen tot en met MBO niveau vier. De scholingsorganisaties waarbij dit moet plaatsvinden zijn: crebo-erkende opleidingen; branche overstijgende (standaard) opleidingen; branche-erkende opleidingen. De kosten die gemaakt worden moeten externe kosten zijn (dus bijvoorbeeld geen loonverletkosten) en de maximale subsidie is 40% van deze kosten. Globaliseringsfonds werk naar werk Bedrijven en sectoren die zijn getroffen door de crisis kunnen bij massa-ontslag gebruik maken van geld uit het Europees Globaliseringsfonds. Met dit geld kunnen werknemers weer aan de slag worden geholpen met bijvoorbeeld scholing, hulp bij het zoeken naar een baan en steun bij het opzetten van een eigen organisatie. Jaarlijks is een bedrag van 500 miljoen euro beschikbaar. Het subsidiepercentage bedraagt 65%. In het volgende hoofdstuk staat de onderzoeksopzet omschreven van het cao- en praktijkonderzoek dat ten behoeve van de SOL is uitgevoerd. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 12

13 Hoofdstuk 2 Onderzoeksopzet In dit hoofdstuk staat beschreven hoe het onderzoek is opgezet. Hierin staat een beschrijving van de opdracht, de probleemstelling, doelstelling, hoofdvraag en deelvragen. Daarnaast worden in dit hoofdstuk genoemde definities uitgelegd. De in de tekst dikgedrukte definities worden omschreven in paragraaf 2.6. De beperkingen en randvoorwaarden worden weergegeven in paragraaf 2.7. De methode van onderzoek en de verantwoording hiervan worden in de laatste paragraaf vermeld. Dit hoofdstuk begint met een beschrijving van de opdracht. 2.1 De opdracht De aanleiding voor dit project is dat er meer duidelijkheid moet komen over de wijze waarop werkgevers en werknemers afspraken hebben gemaakt over ontwikkeling van werknemers en hoe zij hier in de praktijk vorm aan hebben gegeven. Kan de SOL aan de hand hiervan bedrijven en/of vakbonden beter advies geven over de wijze waarop zij personeel kunnen ontwikkelen? Binnen de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie zijn veel verschillende cao's (branche cao's of bedrijfstak-cao s) aanwezig. In al deze cao's zijn verschillende bepalingen opgenomen over de ontwikkeling van werknemers. Er is onderzocht welke voorwaarden in de verschillende cao's zijn opgenomen. Aan de hand van dit onderzoek is vastgesteld welke verschillen en overeenkomsten er in de cao's zitten. Hierna is onderzocht hoe hier in de praktijk invulling aan wordt gegeven. Dit is gedaan door middel van interviews/enquêtes. Aan de hand van deze resultaten zijn een aantal conclusies en aanbevelingen naar voren gekomen over het ontwikkelen van werknemers binnen organisaties. Hieronder de ondernomen stappen met betrekking tot de opdracht. 1. Het bronnen-/literatuuronderzoek. Verdieping in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Er zijn 33 cao s uit de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie onderzocht op het onderwerp scholing. Daarnaast zijn 19 cao s uit andere sectoren onderzocht om zo te vergelijken wat hierin vermeld staat over scholing. In overleg met de praktijkbegeleider, zijn deze aantallen afgesproken. Bovendien is uitgezocht of er al eerder onderzoek is verricht naar dit onderwerp. De andere sectoren zijn: zorg, bouw, metaal, bankwezen, fabrieken en onderwijs. De fabrieken komen qua bedrijfsproces het meest overeen met de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. De overige sectoren zijn qua bedrijfsproces heel verschillend. Zo worden allemaal verschillende soorten organisaties meegenomen in de vergelijking en kan een vergelijking gemaakt worden en gekeken worden welke afspraken zij met betrekking tot scholing hebben. In soortgelijke onderzoeken wordt vaak ook gekozen voor een vergelijking met 3 tot 5 andere sectoren. De bijzonderheden zijn vermeld in een nieuwsbrief. Deze nieuwsbrief is verspreid onder de klanten van de SOL. In bijlage 1 van het bijlagenboek staat de nieuwsbrief weergegeven. 2. De enquête/vragenlijst. Er is een vragenlijst opgesteld, welke via de mail is gestuurd naar alle organisaties binnen het klantenbestand van de SOL. Hierin zijn vragen behandeld die over de kwantitatieve en kwalitatieve kanten van scholing gaan. Hierna zijn de organisaties gebeld om te vragen of de enquête ontvangen is en is geprobeerd hen te motiveren om deze in te vullen. Een herinneringsmail is een week nadat de enquête is verstuurd, verstuurd. Een tweede herinneringsmail is verstuurd, twee weken nadat de enquête is verstuurd. De vragenlijst staat weergegeven in bijlage 2 van het bijlagenboek. 3. De resultaten. De resultaten die voortvloeien uit het onderzoek zijn verwerkt. Deze dienen als terugkoppeling. 4. De oplossingsmogelijkheden. Naar aanleiding van de resultaten zijn oplossingsmogelijkheden naar voren gekomen. Hierbij zijn de resultaten betrokken van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en de andere onderzochte sectoren. 5. De conclusies/aanbevelingen. Uiteindelijk staan in het adviesrapport de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast staan hierin de bevindingen uit het bronnen en literatuuronderzoek, de vragenlijst, de juridische aspecten en wat de toegevoegde waarde is van de subsidies met betrekking tot opleidingen. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 13

14 De opdracht kan vertaald worden in een probleemstelling, deze probleemstelling wordt weergegeven in de volgende paragraaf. 2.2 Probleemstelling Er moet meer duidelijkheid komen over de wijze waarop werkgevers en werknemers afspraken hebben gemaakt over ontwikkeling van werknemers en hoe ze hier in de praktijk vorm aan hebben gegeven. De probleemstelling wordt door middel van de doelstelling behaald. Deze doelstelling is weergegeven in de volgende paragraaf. 2.3 Doelstelling Per is een adviesrapport klaar met aanbevelingen over verbeterpunten en knelpunten, is er een duidelijk beeld van hoe in de cao invulling wordt gegeven aan scholing en hoe organisaties hier in de praktijk invulling geven, de juridische mogelijkheden en worden eventuele oplossingsmogelijkheden weergegeven. Om deze doelstelling te behalen moet antwoord worden gegeven op de hoofdvraag en deelvragen, deze staan in de volgende twee paragrafen beschreven. 2.4 Hoofdvraag Welke afspraken vermelden de cao s voor organisaties in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie met betrekking tot het ontwikkelen van werknemers en hoe wordt hier in de praktijk invulling aan gegeven? Het antwoord op de hoofdvraag wordt gegeven in hoofdstuk 5 Conclusies. 2.5 Deelvragen 1. Welke afspraken vermelden de cao s voor bedrijven in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie met betrekking tot het ontwikkelen van werknemers? 2. Hoe is de ontwikkeling van werknemers in cao s van andere sectoren geregeld? De eerste twee deelvragen worden beantwoord in hoofdstuk 3 Het cao onderzoek. Daarnaast wordt een conclusie gegeven in hoofdstuk 5, paragraaf Hoe geven de organisaties in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie hier in de praktijk kwalitatief invulling aan? 4. Hoe geven de organisaties in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie hier in de praktijk kwantitatief invulling aan? Het antwoord op deelvraag drie en vier wordt gegeven in hoofdstuk 4 Uitslagen van de enquête. Ook hiervan staat een conclusie in hoofdstuk 5, paragraaf Welke oplossingsmogelijkheden en eventuele knelpunten zijn er? Deelvraag 5 wordt beantwoord in hoofdstuk 6 Advies. 2.6 Definities De woorden die verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden, worden hieronder omschreven. Afspraken Onder afspraken wordt verstaan de overeenkomsten die in de cao vermeld staan. Deze afspraken zijn overeengekomen tussen werkgevers- en werknemersorganisaties. Duidelijkheid Met duidelijkheid wordt bedoeld dat er informatie wordt gegeven over de manier waarop organisaties scholing vorm geven. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 14

15 Kwalitatief Met kwalitatief wordt bedoeld, kenmerken die niet in getallen uit te drukken zijn. Kwantitatief Onder kwantitatief wordt verstaan, kenmerken die in getallen kunnen worden uitgedrukt. Levensmiddelen en genotsmiddelenindustrie De levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie is de sector waarin alle levensmiddelen en genotsmiddelen worden gemaakt. De grondstoffen, halffabricaten en de uiteindelijke producten. Ontwikkeling Onder ontwikkeling wordt verstaan het scholen/opleiden van werknemers. 2.7 Beperkingen en randvoorwaarden Deze opdracht kent een aantal randvoorwaarden en beperkingen. Niet alle cao s zijn onderzocht, omdat daar niet genoeg tijd voor was. Het responspercentage is 20%. Dit is een laag percentage waardoor het soms lastig is om beweringen te doen aan de hand van de onderzoeksresultaten. Het gehele klantenbestand is meegenomen in de steekproef, waardoor het respons van 20% het hoogst haalbare is voor dit onderzoek. Alle 300 organisaties hebben namelijk een vragenlijst en twee herinneringsmails ontvangen. 2.8 Methode van onderzoek en verantwoording van de opzet Het bronnen-/literatuuronderzoek Via internet zijn cao s opgezocht en is gekeken of er al eerder onderzoek naar dit onderwerp is verricht. Dit omdat het wiel niet twee keer uitgevonden hoeft te worden. Bovendien zou eerder onderzoek als vergelijkingsmateriaal kunnen dienen. Er zijn onderzoeken gevonden waarin een klein stuk over scholing terug komt, maar geen totaal vergelijkbaar onderzoek. De cao s zijn onderzocht, omdat hier de afspraken over scholing instaan, die nodig waren voor het cao onderzoek. In overleg met de praktijkbegeleider is afgesproken dat ongeveer 30 cao s in totaal onderzocht zouden worden. Uiteindelijk zijn er totaal 51 cao s onderzocht, om zo de betrouwbaarheid te vergroten. De enquête/vragenlijst Het opstellen van de enquête is gemaakt aan de hand van de uitkomst van het bronnen- en literatuuronderzoek en is verwerkt in het programma Microsoft Word. De enquêtes zijn verstuurd via de mail naar alle organisaties in het klantenbestand van de SOL. Deze konden elektronisch ingevuld en teruggestuurd worden. Om de respons te verhogen is een deel van de organisaties gebeld om te vragen of zij de enquête ontvangen hebben en of zij deze willen invullen. Niet alle organisaties zijn gebeld, omdat tijdens het bellen bleek dat het effect hiervan laag was. Er zijn twee herinneringsmails gestuurd. Hierin werden de organisaties verzocht de enquête alsnog in te vullen. Het effect van een herinneringsmail bleek hoog te zijn. Toch is ervoor gekozen niet nog een derde herinneringsmail te sturen, omdat dit te opdringerig over zou komen. De resultaten De resultaten van het cao onderzoek zijn samengevat en in een matrix gezet. Op deze manier kan eenvoudig gezien worden wat de uitkomsten zijn. Ook is uitleg gegeven bij deze matrix om verduidelijking te geven. Hierbij is gebruik gemaakt van grafieken/tabellen om het lezersgemak te vergroten. De resultaten van het praktijkonderzoek zijn per vraag in een grafiek/tabel gezet. Dit omdat er zo per vraag gekeken kan worden welke uitkomsten er zijn. Ook zijn verbanden getrokken tussen verschillende vragen, omdat dit tijdens de bespreking van de resultaten vragen opriep. Om een overzicht te geven van de antwoorden op de deelvragen en hoofdvraag zijn de resultaten samengevat in hoofdstuk 5 Conclusies. De oplossingsmogelijkheden Aan de hand van de conclusies zijn oplossingsmogelijkheden en knelpunten gegeven in de vorm van aanbevelingen. De oplossingsmogelijkheden zijn per onderwerp weergegeven in hoofdstuk 6 Advies. Voor de indeling per onderwerp is gekozen om zo duidelijk te zien welke oplossingsmogelijkheden voor welk onderwerp gelden. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 15

16 Hoofdstuk 3 Het cao onderzoek In dit hoofdstuk wordt informatie gegeven over de cao en worden de uitslagen van het cao onderzoek weergegeven. Als eerste wordt algemene informatie over de cao gegeven. Er wordt duidelijk gemaakt wat een cao is en wanneer deze toegepast moet worden. De resultaten van het cao onderzoek worden weergegeven in een matrix, waarna uitleg volgt. In de tekst wordt het aantal cao s dat is meegenomen voor een bepaalde grafiek of tabel, aangeduid met N. In dit hoofdstuk wordt er gebruik gemaakt van N=33 voor de cao s uit de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en N=19 voor de cao s uit andere sectoren. Deze aantallen zijn in overleg met de praktijkbegeleider vastgesteld. De woorden die dikgedrukt en onderstreept zijn, staan uitgelegd in de begrippenlijst. 3.1 De Collectieve Arbeidsovereenkomst Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) bevat de afspraken die zijn gemaakt tussen vakbond(en) en werkgever of werkgeversorganisaties. Deze afspraken regelen de arbeidsvoorwaarden van de werknemers voor wie de cao van toepassing is. Het is niet verplicht om onder een cao te vallen. Het is wel verplicht om deze na te komen, indien de cao voor de betreffende organisatie van toepassing is. Een werknemer kan maar onder één cao vallen. Het is wel mogelijk dat er bijvoorbeeld andere cao s zijn voor verschillende functies. Af en toe komt het ook voor dat een werknemer voor een aantal artikels onder één cao valt en voor andere artikels onder een andere cao. Dit moet dan wel zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst en kan alleen voorkomen als de cao niet algemeen verbindend is verklaart. Als er een cao van toepassing is, wordt dat over het algemeen vermeldt in de arbeidsovereenkomst. Een ondernemings-cao wordt afgesloten tussen vakverenigingen en een onderneming. De regels uit deze cao gelden na afsluiting van de cao voor alle werknemers van de organisatie die de cao hebben afgesloten. Een bedrijfstak-cao wordt afgesloten tussen vakverenigingen en werkgeversorganisatie(s). Deze kunnen worden aangemeld voor een algemeenverbindendverklaring, conform de bepalingen van de Wet op het verbindend en onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten. Werknemers kunnen onder een bedrijfstak-cao vallen doordat de werkgever lid is van een werkgeversorganisatie of doordat de cao algemeen verbindend is verklaard. Er kan onderscheid worden gemaakt tussen een minimum cao en een standaard cao. Van een minimum cao mag ten opzichte van de werknemer niet negatief worden afgeweken, maar wel positief. Van een standaard cao mag niet worden afgeweken, niet positief en niet negatief. In principe kan ervan uit worden gegaan dat er altijd sprake is van een minimum cao, tenzij anders is bepaald. Er zijn 5 verschillende vormen van cao afspraken. Deze staan hieronder weergegeven. Gesloten vormen 1) Bepaling De rechten en plichten van de werknemer staan precies in de cao omschreven. 2) Fondsvorming/faciliteiten/financiële prikkels Ondernemingen worden door centraal gefinancierde faciliteiten of subsidies gestimuleerd te handelen in lijn met de doelstellingen van cao partijen. 3) Gekwantificeerde bestemmingsbepaling In elke onderneming moet een bepaald bedrag, in overleg met de vakbond of OR, besteed worden aan een in de cao omschreven doel. 4) Aanbeveling/inspanningsverplichting/procedure De ondernemingen worden opgeroepen rekening te houden met cq aandacht te besteden aan cq in overleg te treden met Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 16

17 Open vormen 5) Eigen activiteiten In de cao wordt niets vermeld, maar de werkgevers of bonden ontplooien andere activiteiten in de richting van hun eigen achterban(nen) 1 Bij het in paragraaf 3.2 weergegeven onderzoek, is rekening gehouden met deze verschillende vormen van cao afspraken. Dezelfde soorten afspraken zijn vergeleken binnen de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren. Het gaat bij deze afspraken om gesloten vormen. Om te beoordelen of een cao wel of niet van toepassing is, worden de vragen in tabel 3.1 beantwoord. Bij het beantwoorden van een vraag met nee, wordt er verder gegaan naar een volgende vraag. Indien de vraag met ja wordt beantwoord dan is de cao van toepassing. Indien alle vragen met nee worden beantwoord dan is er geen doorwerking van de cao en is deze dus ook niet van toepassing. Tabel 3.1 Wel of geen doorwerking van cao? Vraag Antwoord Doorwerking cao Is er een ondernemings-cao? Ja Ja Is er een incorporatiebeding? Ja Ja Is de bedrijfstak algemeen Ja Ja verbindend verklaard? Zijn de werkgever en werknemer gebonden? Ja Ja Onderstaand schema gaat dieper in op deze laatste vraag, om te kijken of deze met ja of nee beantwoord moet worden. Tabel 3.2 Cao wel of niet van toepassing indien werkgever en werknemer wel of niet gebonden zijn Werknemer gebonden Werknemer niet gebonden Werkgever gebonden Cao wel van toepassing 2 Cao wel van toepassing, 3 maar werknemer kan niet afdwingen Werkgever niet gebonden Cao niet van toepassing Cao niet van toepassing - Als de werkgever en de werknemer beiden gebonden zijn dan is de cao in ieder geval wel van toepassing. De werknemer kan dan ook afdwingen dat deze wordt nagekomen. Een beding tussen een werkgever en een werknemer strijdig met een collectieve arbeidsovereenkomst is nietig. In de artikels 9, 12, 13 Wet Collectieve Arbeidsovereenkomst staat dit omschreven. - Als de werkgever gebonden is en de werknemer niet, dan is in principe de cao wel van toepassing. Echter kan de werknemer geen rechten afdwingen. Dit staat vermeld in artikel 14 Wet Collectieve Arbeidsovereenkomst. - Als de werkgever niet gebonden is en de werknemer wel, dan is in principe de cao niet van toepassing. Echter kan de werknemer dan wel een beroep doen op artikel 7:611 Burgerlijk Wetboek, waarin staat dat de werkgever zich als een goed werkgever moet gedragen. In hoofdstuk 6 Het advies, staat meer informatie gegeven over dit artikel. - Als de werkgever en de werknemer beiden niet gebonden zijn, dan is de cao niet van toepassing. Echter kan de werknemer dan wel een beroep doen op artikel 7:611 Burgerlijk Wetboek, waarin staat dat de werkgever zich als een goed werkgever moet gedragen. 1 Bron: De collectieve arbeidsovereenkomst, sleutel tussen belang en beleid, A. Stege. 2 De artikels 9, 12, 13 Wet Collectieve Arbeidsovereenkomst zijn hierbij van toepassing 3 Artikel 14 Wet Collectieve Arbeidsovereenkomst is hierbij van toepassing Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 17

18 Indien de geldigheidsdatum van een cao verstreken is, kan deze cao toch van toepassing zijn. Dit heet nawerking. De regelingen van deze cao worden dan toch toegepast op de werknemers. In tabel 3.3 wordt weergegeven wanneer er sprake kan zijn van nawerking. Bij het beantwoorden van een vraag met nee, wordt er verder gegaan naar een volgende vraag. Indien de vraag met ja wordt beantwoord dan is er sprake van nawerking van de cao. Indien alle vragen met nee worden beantwoord dan is er geen nawerking van de cao en is deze dus ook niet van toepassing op de werknemers. Het kan dus zijn dat er een periode zonder cao is. Tabel 3.3 Wel of geen nawerking van cao? Vraag Antwoord Nawerking cao Is er een ondernemings-cao? Ja Ja Is er een incorporatiebeding? Ja Ja Zijn de werkgever en werknemer gebonden? Ja Ja Zijn er verkregen rechten Ja Ja Indien geen cao aanwezig is kan de organisatie gebruik maken van bijvoorbeeld een personeelshandboek. Het is niet verplicht om een personeelshandboek of iets dergelijks te hebben, indien er geen cao is. Het is wel verplicht om het personeelshandboek na te leven als hier naar verwezen wordt in de individuele arbeidsovereenkomst. Een werkgever die de CAO niet naleeft, kan door een betrokken werknemersorganisatie worden aangesproken tot nakoming van de CAO. De werknemersorganisatie kan bovendien een vergoeding eisen wegens het niet-nakomen door de werkgever van zijn verplichtingen. In hoofdstuk 6 Het advies wordt hier verder op ingegaan. In de paragraaf 3.2 staat weergegeven welke afspraken er in de cao s van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie vermeldt zijn met betrekking tot scholing en wat hierover in de cao s van de andere sectoren te vinden is. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 18

19 3.2 Cao onderzoek Wettelijk zijn er geen verplichtingen met betrekking tot het ontwikkelen en opleiden van werknemers (uitgezonderd de wettelijke verplichtingen met betrekking tot arbeidsomstandigheden, zoals EHBO/BHV). In principe staat iedere cao vrij om te bepalen hoe zij invulling geven aan scholing. De werkgevers(organisaties) en werknemersorganisaties maken hier afspraken over. De bevindingen uit enkele cao s uit de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie, met betrekking tot de ontwikkeling van werknemers worden vermeld in dit hoofdstuk. Hierbij wordt een vergelijking gemaakt met enkele cao s van andere sectoren. Deze andere sectoren zijn: zorg; bouw; metaal; bankwezen; fabrieken; onderwijs. Hieronder staat in een matrix een overzicht van bepalingen met betrekking tot scholing welke zijn opgenomen in verschillende cao s in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Onder de matrix wordt ingegaan op de inhoud. De matrix van de andere sectoren is te vinden in bijlage 3 uit het bijlagenboek. Matrix 3.1 Cao s levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie (geldig op 1 februari 2010) Hoe wordt aan scholingsafspraken vorm gegeven? Scholing betaald door Terugbetalingsregeling Voor wiens rekening komt de scholingstijd % van de loonsom bestemd voor scholing Bedrijfstak cao s Bakkersbedrijf X Werkgever X X X X Gemaksvoedingsindustrie Beoordelingsgesprek X X X X X Handel- en visverwerkende industrie X Werkgever Ja Werkgever X X Wel of geen bijdrage aan O&O fondsen? Aandacht voor specifieke doelgroepen Groenten- en fruitverwerkende industrie Functioneringsgesprek X X X 0,6% Ja, vrijwillige bijdrage aan SOL Zuivelindustrie X X X Werkgever 0,4% X Ja, lager opgeleide werknemers, werknemers die met werkloosheid worden bedreigd, vrouwelijke werknemers, werknemers afkomstig uit etnische minderheden en Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 19

20 Sigarenindustrie X Werkgever X Werkgever X Ja, een vrijwillige bijdrage aan Stichting Opleidingsfonds Vakopleiding Procesindustrie (OVP) Slagersbedrijf X X X Werkgever 0,8% X Suiker en chocoladeverwerkende industrie Opleidingsplan Werkgever Ja X 0,1% Ja, vrijwillige bijdrage aan de SOL Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 20 gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers Zoetwarenindustrie Scholingsplan Werkgever Ja Werkgever 0,1% X Ja, niet bekend welke Vleessector 1 keer per jaar Werkgever X Werkgever 0,7% X opleidingsplan Vleeswarenindustrie Budget van 1000,- per X X X 0,6% X werknemer Pluimveeverwerkende Scholingsplan Subsidies/fon X X X X industrie ds Graanbe- en verwerkende Scholingsplan Werkgever X Werkgever X bedrijven Functioneringsgesprek Drankindustrie en groothandel in dranken X X X X X Ja, vrijwillige bijdrage aan SOL Ondernemings-cao s ADM Europoort B.V. Opleidingsplan X X Werkgever 0,3% X Cargill cacao Blijvende aandacht aan scholing X X X X Ja, vrijwillige bijdrage aan de SOL CSM Suiker Tweemaal per jaar X X X X X overleg over scholing DESC operating & DE X X X X X X diensten Givaudan Individuele opleidingsplannen indien nodig X X X X X Koopmans meel X Werkgever en werknemer Lambton-Weston/Meijer 1 keer per jaar Vofbton-Weston opleidingsplan X X X X Ja, vrouwen Werkgever Ja Werkgever X Ja, werknemers uit de zwakke groeperingen op de arbeidsmark Meneba Weert B.V. X X X X X X Unifine B.V. X Werkgever Ja Werkgever X X Uniq Nederland Alle werknemers recht op Subsidies/fon Ja X X X

21 3 dagen per jaar ds Struik Foods Europe N.V. 1 keer per jaar opleidingsplan X X X X X Ja, werknemers in lagere functieniveaus Heinz 1 keer per jaar ontwikkelingsplan Werkgever X X X Aandacht aan werknemers in de laagste functiegroepen met een achterstandspositie. Duyvis Opleidingsplan Werkgever X Werkgever X X Functioneringsgesprek Heineken Studieregeling X X X X X Ja, vrouwen A la carte systeem Eén keer in de drie jaar een budget van 750,- per werknemer voor onder andere opleiden Aviko B.V. Functioneringsgesprekken Werkgever Ja Werkgever en 0,5% X werknemer Bavaria X X X Werkgever X X Ja, jongeren en tweede kansers Nestle Functioneringsgesprekken X X X X X Mars Food Europe Opleidingsplan X X X X X Coca Cola Enterprises Opleidingsplan X Nee Werkgever X X Nederland B.V. Legenda: X : Staat niets over vermeldt in de cao Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari 2010 *Onder andere sectoren vallen: zorg, bouw, metaal, bankwezen, fabrieken en onderwijs N = 33 In de volgende subparagrafen wordt er uitleg gegeven over het doel van scholing wat gebleken is uit het cao onderzoek en hoe dit bereikt wordt. De financiële afspraken worden ook vermeldt. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 21

22 3.2.1 Doel In de cao s wordt het doel van opleiden op verschillende manieren omschreven, toch blijkt hier een duidelijke lijn in te zitten. Her- om- en bijscholing is gericht op de employability van de werknemers om hen zo veel mogelijk inzetbaar te houden, zowel binnen als buiten de eigen sector/onderneming. Daarnaast wordt ook aandacht geschonken aan de technologische ontwikkelingen, omdat dat een belangrijk aspect is van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. De doelstellingen die vermeld zijn in de cao s van andere branches wijken nauwelijks af van de doelstellingen uit de cao s van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie Doel bereiken Naar opleiding wordt gevraagd in het beoordelingsgesprek/functioneringsgesprek blijkt uit de cao s. In veel cao s wordt vermeld dat bij een negatieve beoordeling in overleg met de werknemer een verbeterplan wordt opgesteld. Hierin worden concrete afspraken gemaakt over onder meer scholing. Ook wordt gekeken naar het loopbaanperspectief van de werknemer. Over het algemeen wordt in de cao vermeld dat opleidingsplannen gemaakt moeten worden (ongeveer één maal per jaar), vaak in overleg met de Ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging en soms met de vakorganisaties. Hierbij moet rekening gehouden worden met het instemmingsrecht van de OR (artikel 27 lid 1, sub f Wet op de Ondernemingsraden). 4 Er wordt onderscheid gemaakt tussen bedrijfsopleidingsplannen en individuele opleidingsplannen. Bij de opleidingsplannen worden enkele specifieke doelgroepen extra aangemoedigd om bepaalde opleidingen te volgen, bijvoorbeeld: vrouwen, jongeren, ouderen, tweede kansers, werknemers in de laagste functies met een achterstandspositie, werknemers afkomstig uit etnische minderheden, gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers en werknemers die nog niet beschikken over een beroepskwalificatie op de arbeidsmarkt. Ook bij de andere branches wordt verwezen naar beoordelingsgesprekken/ functioneringsgesprekken en opleidingsplannen welke samen met de OR worden opgesteld. Ook hier worden doelgroepen genoemd die extra worden aangemoedigd. Dit zijn dezelfde doelgroepen als in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie Studiekostenregeling In grafiek 3.1 staat weergegeven hoe scholing betaald wordt. Om de verschillen tussen de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en de overige sectoren te zien, is dit in één tabel vermeld. In grafiek 3.1 zijn alleen de functiegerichte studies meegenomen. 4 Wet op de Ondernemingsraden, artikel 27, lid 1, sub f: De ondernemer behoeft de instemming van de ondernemingsraad voor elk door hem voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking van: ( ) een regeling op het gebied van de personeelsopleiding Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 22

23 Grafiek 3.1 Betaling scholing Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari 2010 *Onder andere sectoren vallen: zorg, bouw, metaal, bankwezen, fabrieken en onderwijs N levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie =33 N andere sectoren = 19 Uit grafiek 3.1 blijkt dat de cao s van de de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie in de meeste gevallen niet vermelden door wie scholing betaald wordt. Voor de cao s van de andere sectoren die onderzocht zijn geldt, dat er vaker vermeld wordt door wie de scholingskosten betaald worden. Indien de cao s wel vermelden wie de scholingskosten betalen, is het in de de meeste gevallen de werkgever die betaald. Het komt niet voor dat alleen de werknemer verantwoordelijk is voor de kosten, wel samen met de werkgever. Vooral bij de andere sectoren wordt hier gebruik van gemaakt. Er is geen onderzoek gedaan naar de verhouding van de verdeling van deze kosten. In 60,00% van de onderzochte cao s wordt bij de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie scholing betaald door fondsen. Dit komt bij de cao s van de andere sectoren niet voor. Op dit punt wijkt de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie dus af van de andere sectoren. Grafiek 3.2 geeft een overzicht van de kosten, met betrekking tot scholing weer, die worden vergoed in de levensmiddelen- en genotsmiddelindustrie. Grafiek 3.2 Wat wordt vergoed Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie, februari 2010 N = 33 Uit grafiek 3.2 blijkt dat ongeveer alle kosten evenvaak genoemd worden in de cao s van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Bij de andere sectoren is dezelfde verdeling zichtbaar. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 23

24 Grafiek 3.3 geeft weer of er wel of geen terugbetalingsregeling is in geval van het niet voltooien van de studie of bij uitdiensttreding. Grafiek 3.3 Terugbetalingsregeling Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari 2010 *Onder andere sectoren vallen: zorg, bouw, metaal, bankwezen, fabrieken en onderwijs N levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie = 33 N andere sectoren = 19 Zoals blijkt uit de grafiek zijn er veel cao s in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie die niet vermelden of er een terugbetalingsregeling is. Er blijkt dat de andere sectoren iets vaker een terugbetalingsregeling hebben opgenomen in de cao(32,00%) dan de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie (18,00%). In sommige cao s wordt vermeld in welke tijd scholing gevolg mag worden. Grafiek 3.4 geeft een overzicht van deze verdeling. Grafiek 3.4 Verdeling scholingstijd Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari 2010 *Onder andere sectoren vallen: zorg, bouw, metaal, bankwezen, fabrieken en onderwijs N levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie = 33 N andere sectoren =19 Het is opvallend dat bij de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie scholing vaak gevolgd wordt in de tijd van de werkgever en werknemer (39,00%). Hieruit wordt geconcludeerd dat de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie veel waarde hecht aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het volgen van scholing. Toch is in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie in de meeste gevallen niet in de cao vermeld in welke tijd scholing gevolgd wordt (58,00%). Bij de andere sectoren wordt vaak gekozen voor de werkgeverstijd (47,00%). Hieruit valt op te maken dat de andere sectoren het belangrijk vinden dat werknemers de mogelijkheid krijgen om scholing te volgen in werkgeverstijd. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 24

25 Het grootste verschil in verdeling van de scholingtijd tussen de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en de andere sectoren is dus dat bij de andere sectoren (volgens de cao) scholing vooral wordt gevolgd in werkgeverstijd Financiering Het ontwikkelen van werknemers binnen organisaties wordt voor een groot deel vergoed door subsidies uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). In hoofdstuk 1 staat een nadere uitleg gegeven over subsidies. De aanvraag loopt via een Opleiding- en Ontwikkelingsfonds (O&O-fonds). Het komt voor dat de cao vermeld dat organisaties een vrijwillige bijdrage mogen betalen aan het O&O-fonds. Ook bij de andere branches wordt gebruik gemaakt van het ESF. In negen cao s wordt een percentage van de loonsom genoemd als budget voor scholing. Dit is een laag aantal en valt daarom niet te generaliseren. Deze gegevens dienen als informatie. De meeste cao s vermelden niets over het percentage van de loonsom dat aan scholing wordt besteed. Tabel 3.4 geeft een overzicht van de bedrijfstak- en ondernemings-cao s die een dergelijk budget in de cao hebben opgenomen. Tabel 3.4 Overzicht voorkomende percentage van de loonsom, bestemd voor scholing, die vermeldt zijn in de cao binnen de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Bedrijfstak-cao % van de loonsom Groenten- en fruitverwerkende industrie 0,60 Zuivelindustrie 0,40 Slagersbedrijf 0,80 Suikerwerk- en chocoladeverwerkende industrie 0,10 Zoetwarenindustrie 0,10 Vleessector 0,70 Vleeswarenindustrie 0,60 Ondernemings-cao % van de loonsom ADM Europoort B.V. 0,30 Aviko 0,50 Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari 2010 *Onder andere sectoren vallen: zorg, bouw, metaal, bankwezen, fabrieken en onderwijs De bedrijfstak-cao waarin een percentage van de loonsom wordt vermeld en welke het hoogst is, is die van het slagersbedrijf met 0,8% van de loonsom. Ook de vleessector heeft een hoog percentage, namelijk 0,7%. De suikerwerk- en chocoladeverwerkende industrie en de zoetwarenindustrie hebben een laag percentage, namelijk 0,1%. In veel bedrijfstak-cao s wordt geen percentage van de loonsom genoemd. In de cao van de vleeswarenindustrie is een scholingsbudget van 1000,- per werknemer opgenomen. Uit tabel 3.4 blijkt dat er weinig bekend is over de loonsom bij ondernemings-cao s. Daarnaast wordt in de cao van Heineken een budget in euro s genoemd. Heineken stelt eens per drie jaar 750,- per persoon beschikbaar voor opleidingen. In de cao s van andere branches wordt vijf keer een percentage van de loonsom genoemd, wat bedoeld is voor scholing. Dit is ook een laag aantal en hierbij wordt dus ook vaak niet vermeld welke percentage van de loonsom bedoeld is voor scholing. Deze gegevens zijn niet te generaliseren en dienen dus als informatie. In tabel 3.5 staat een overzicht van de genoemde percentages. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 25

26 Tabel 3.5 Overzicht voorkomende percentage van de loonsom, bestemd voor scholing, die vermeldt zijn in de cao binnen andere sectoren. Cao's andere bedrijfstakken % van de loonsom Kunststof- en Rubberindustrie 0,05 Houtverwerkende industrie 0,51 Hoger Beroepsonderwijs 1,40 Bouwnijverheid 0,86 Timmerindustrie 0,55 Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari 2010 *Onder andere sectoren vallen: zorg, bouw, metaal, bankwezen, fabrieken en onderwijs. Alleen de percentages die bekend zijn worden in deze tabel vermeld. De cao s die onderzocht zijn uit de sectoren bank en zorg hebben geen percentage voor de loonsom opgenomen in de cao. Welke cao s onderzocht zijn staat weergegeven in de matrix in bijlage 3 uit het bijlagenboek. In de cao Schilders-, afwerkings- en glaszetbedrijf in Nederland wordt de volgende regeling genoemd. De werkgever is verplicht bij iedere loonbetaling een bedrag gelijk aan 0,4% van het loon van de werknemer te storten op een op naam van de werknemer gestelde geblokkeerde budgetrekening. De cao Voortgezet Onderwijs geeft een budget per werknemer van ten minste 500,- per jaar. Cao Zeepfabriek Dalli De Klok BV geeft een opleidingsbudget weer van ,-. Volgens de onderzochte cao s wordt bij andere sectoren een hoger percentage van de loonsom voor scholing genoemd dan bij de onderzochte cao s in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie Beroepsopleidingen In een aantal cao s wordt genoemd dat de werkgever gehouden is de werknemer de gelegenheid te geven deel te nemen aan de vakopleiding volgens de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB). Dit is een beroepsopleiding (BBL of BOL). Uit een gesprek met een werknemer van CNV vakmensen is gebleken dat deze regeling in de cao opgenomen wordt zodat de werknemer de werkgever kan wijzen op het feit dat deze een beroepsopleiding mag volgen. Daarnaast vinden de bonden het belangrijk dat werknemers zich voldoende scholen, om de kansen op de arbeidsmarkt te verhogen. Een andere reden voor het opnemen van de tekst over de WEB is, dat deze er al in stond sinds de invoering van de WEB in Er wordt in cao s vermeld dat de werknemer die deelneemt aan een (middelbare) beroepsopleiding recht heeft op een studievergoeding. Soms is het noodzakelijk dat de werknemer voor een bepaalde leeftijd start met de beroepsopleiding. In sommige cao s staat vermeld dat de werknemer na voltooiing van een studiejaar en/of opleiding een extra uitkering krijgt. Indien een werkgever een leerling in dienst neemt, kan er een subsidie verkregen worden door een fonds. Ook kan de extra uitkering bij behalen van een diploma/certificaat van een leerling, vergoed worden door een fonds. Dit geldt ook voor het voltooien van Hbo-opleidingen. Ook bij de andere sectoren wordt in de cao s vermeld, dat de werknemer die deelneemt aan een beroepsopleiding recht heeft op een studievergoeding. Daarnaast wordt ook in de onderzochte cao s van de overige sectoren af en toe een leeftijdsgrens genoemd. Er wordt niets vermeld over een extra uitkering bij het behalen van een diploma/certificaat. Wat opvallend is, is dat in de zorgsector een maximaal aantal uren (inclusief lestijd) voor de leerling wordt vermeld. 3.3 Samenvatting cao onderzoek Een cao wordt afgesloten tussen werkgevers- en werknemersorganisaties. Er zijn vragen om te onderzoeken of er door- en of nawerking is van een cao. De meeste onderzochte cao s binnen de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie vermelden dat door middel van een beoordelings-, functioneringsgesprek en / of opleidingsplan de werknemers inzetbaar moeten blijven voor functies zowel binnen als buiten de organisatie. Er wordt vermeld dat er aandacht geschonken dient te worden aan specifieke doelgroepen. Er is meestal niets bekend over Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 26

27 het bedrag dat aan scholing wordt besteed. Wel staat er in de meeste gevallen vermeld dat scholing betaald wordt door de werkgever, werkgever en werknemer en fondsen/subsidies. De kosten die vergoed worden zijn veelal: examenkosten, lesgeld, materiaalkosten en reiskosten. In het grootste gedeelte van de onderzochte cao s wordt niet vermeld in welke tijd scholing gevolgd mag worden. Binnen de cao s van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie staat vaak niets vermeld over een studieterugbetalingsregeling. De onderzochte cao s van de andere sectoren, wijken op de meeste punten niet af ten opzichte van de levensmiddelen- genotsmiddelenindustrie. Een punt dat wel afwijkt, is door wie scholing betaald wordt. Bij de andere sectoren wordt scholing door alleen door de werkgever betaald. Een ander verschil is dat bij de onderzochte cao s van de andere sectoren niet voorkomt dat scholingskosten betaald worden door subsidies/fondsen. Opvallend is dat binnen de onderzochte cao s van de andere sectoren in de meeste gevallen vermeld wordt dat scholing gevolgd wordt in werkgevers tijd. Dit is een verschil ten opzichte van de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Naar aanleiding van het cao onderzoek, is er een enquête opgesteld om te onderzoeken hoe er in de praktijk vorm wordt gegeven aan scholing. In hoofdstuk 4 staan de resultaten van deze enquête weergegeven. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 27

28 Hoofdstuk 4 Uitslagen van de enquête Hieronder staan de vragen uit de enquête overzichtelijk weergegeven met de daarbij behorende antwoorden en conclusies. Deze antwoorden zijn door middel van een vragenlijst verkregen. De respons op deze vragenlijst was 20,00%. Dit is het meest betrouwbare beeld voor dit onderzoek, omdat de totale populatie (300 organisaties) benaderd is. Het doel van scholing komt aan de orde in paragraaf 4.1. In paragraaf 4.2 wordt ingegaan op de inhoud van scholing. De doelgroepen en beroepsopleidingen komen daarna aan bod. In de laatste paragraaf worden de uitslagen van het onderzoek met betrekking tot financiën vermeld. In de tekst wordt het aantal organisaties dat is meegenomen voor een bepaalde grafiek of tabel, aangeduid met N. Deze N kan per vraag wisselen, omdat het aantal organisaties waarbij een bepaalde grafiek of tabel van toepassing is, kan veranderen. De woorden die dikgedrukt en onderstreept zijn, staan uitgelegd in de begrippenlijst. Dit hoofdstuk begint met grafiek 4.1, het overzicht onder welk soort sector de deelnemende organisaties vallen. Grafiek 4.1 Meewerkende sectoren aan het onderzoek Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april (N) = 60 Uit deze grafiek blijkt dat de bakkerij industrie en bakkerijgrondstoffen, zoetwaren en zuivelindustrie de sectoren zijn die het meest hebben gereageerd. Dit zijn ook de grootste sectoren die meegenomen zijn in de het praktijkonderzoek en de meest voorkomende sectoren in het Voedingsmiddelenjaarboek Naar verhouding hebben dus alle sectoren ongeveer evenredig gereageerd. Dit houdt in dat de steekproef representatief is. De zoetwarenindustrie is bijvoorbeeld één van de grootste sectoren die gereageerd heeft en ook één van de grootste sectoren die voorkomen in het Voedingsmiddelenjaarboek Het klopt dus dat zij voor een groot gedeelte de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie vormen. De deelnemende organisaties zijn bij sommige vragen opgesplitst naar grootte van de organisatie. De volgende indeling is gemaakt: < 50 werknemers werknemers 5 Voedingsmiddelenjaarboek Dit boek bevat een overzicht van alle bedrijven in de levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 28

29 > 250 werknemers Gekozen is voor deze indeling omdat er vanaf 50 werknemers een verplichting is voor het hebben van een ondernemingsraad (artikel, lid 1 Wet op de Ondernemingsraden 6 ). Voor de indeling werknemers is gekozen, omdat dit middelgrote organisaties zijn. Grote organisaties hebben meer dan 250 werknemers. 7 Later in dit onderzoek worden verbanden gelegd met de grootte van de organisatie en andere aspecten. Zoals in Hoofdstuk 3.1 is beschreven, kunnen organisaties onder een cao vallen. Hieronder staat weergegeven welke deelnemende organisaties onder wat voor soort cao vallen. Grafiek 4.2 Soort cao bij de deelnemende organisaties Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 60 Uit deze grafiek blijkt dat de deelnemende organisaties voor het grootste deel gebruik maken van een bedrijfstak-cao (63,33%). Vooral de kleinere organisaties hebben geen cao, blijkt uit het onderzoek. Van de elf organisaties waarbij geen cao aanwezig is, zijn negen hiervan organisaties met minder dan 50 werknemers. De overige twee organisaties zijn organisaties met werknemers. Hieruit valt te concluderen dat kleinere organisaties meestal geen cao hebben. Wat deze organisaties dan eventueel wel hebben staat vermeld in hoofdstuk 3.1. De deelnemende organisaties scholen hun werknemers wel of niet en hierbij hebben zij een doel. Dit wordt weergegeven in de volgende paragraaf. 4.1 Doel van scholing In deze paragraaf worden alle vragen uit het onderzoek behandeld met betrekking tot het doel van opleiden. Als eerste wordt er onderscheid gemaakt tussen de organisaties die wel of geen gebruik maken van scholing. Dit staat in grafiek Artikel 2, lid 1 Wet OR De ondernemer die een onderneming in stand houdt waarin in de regel ten minste 50 personen werkzaam zijn, is in het belang van het goed functioneren van die onderneming in al haar doelstellingen verplicht om ten behoeve van het overleg met en de vertegenwoordiging van de in de onderneming werkzame personen een ondernemingsraad in te stellen en jegens deze raad de voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet, na te leven. 7 Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 29

30 Grafiek 4.3 Deelnemende organisaties die gebruik maken van scholing Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 60 Uit deze grafiek kan worden geconcludeerd dat bijna alle organisaties gebruik maken van scholing. De organisaties die dat niet doen, zijn allemaal organisaties met minder dan 50 werknemers. Dit wil niet zeggen dat alle kleine organisaties niet aan scholing doen. De deelnemende organisaties geven met een gemiddeld cijfer van 7,2 aan dat zij scholing wel belangrijk vinden. Dit cijfer komt voort uit het gemiddelde van alle 60 organisaties die de enquête ingevuld hebben. Dit zijn voor 90% organisaties die wel aan scholing doen. Dit houdt in dat als meer organisaties gereageerd hadden die niet aan scholing deden dit cijfer lager uit zou kunnen vallen. Bij de volgende vragen wordt er alleen gekeken naar de organisaties die wel gebruik maken van scholing. Het aantal organisaties (N) is hierbij 54. Hieronder wordt gekeken naar de het verband tussen de aanwezigheid van een opleidingsplan en opleidingsbudget en het cijfer dat zij voor scholing geven. Tabel 4.1 Geen opleidingsplan en ook geen opleidingsbudget Gemiddeld cijfer 6,7 Percentage van totaal aantal deelnemende 5,6% organisaties Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari N = 3 Tabel 4.2 Geen opleidingsplan Gemiddeld cijfer 7 Percentage van totaal aantal deelnemende 16,67% organisaties Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari N = 9 Tabel 4.3 Geen opleidingsbudget Gemiddeld cijfer 7,23 Percentage van totaal aantal deelnemende 24,07% organisaties Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari N = 13 De organisaties die geen opleidingsplan en ook geen opleidingsbudget hebben, vinden scholing 0,5 punt minder belangrijk dan gemiddeld. Zij geven gemiddeld een 6,7 voor scholing, wat nog steeds voldoende is. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de organisaties die ad hoc scholen, scholing wel belangrijk vinden. In totaal heeft 5,6% van de organisaties geen opleidingsbudget en -plan. Dit is een relatief laag percentage. Toch heeft 16,67% van de organisaties geen opleidingsplan en heeft 24,07% geen opleidingsbudget. Dit zijn wel hogere aantallen. Deze organisaties kunnen wellicht geld besparen door het hebben van een opleidingsplan en / of -budget. Hierover staat in Hoofdstuk 5 nadere uitleg. In tabel 4.4 wordt het doel van opleiden binnen de organisatie weergegeven. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 30

31 Tabel 4.4 Doel van opleiden binnen de organisatie Ontwikkeling van werknemers voor de huidige functie, binnen de organisatie. 100,00% Ontwikkeling van werknemers voor een toekomstige functie binnen de organisatie 74,07% Werknemers ontwikkelen voor een andere functie binnen de sector 9,26% Werknemers ontwikkelen voor een andere functie buiten de sector 3,70% Concurrentiepositie verbeteren 40,74% Arbeidsproductiviteit verhogen 66,67% Verhogen van de omzet 20,37% Anders 7,41% Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 54 Uit tabel 4.4 blijkt dat opleiden sterk intern gericht is. Dit blijkt uit het feit dat alle organisaties als doel het ontwikkelen van werknemers voor de huidige functie binnen de organisatie hebben gekozen. De organisaties vinden opleiden alleen belangrijk voor een toekomstige functie binnen hun eigen organisaties. Er werd zelden gekozen voor het ontwikkelen voor een andere functie binnen of buiten de sector. De andere doelen die sterk naar voren komen hebben te maken met de financiën. Concurrentiepositie verbeteren, arbeidsproductiviteit verhogen en verhogen van de omzet hebben hier allen mee te maken. Het kan zijn dat organisaties minder gebruik maken van scholing om bepaalde redenen. Deze belemmeringen zijn weergegeven in tabel 4.5. Tabel 4.5 Belemmeringen voor het volgen van scholing Personeel kan niet gemist worden 44,64% Ongunstig tijdstip cursussen 16,07% Cursussen kosten teveel tijd 19,64% Cursussen kosten teveel geld 28,57% Vervangingsproblemen 25,00% Ongeïnteresseerd personeel 12,50% Taalproblemen 21,43% Geen cursussen in de regio 14,29% Lage kwaliteit cursussen 3,57% Geen aansluiting op de behoefte van de organisatie 14,29% Sluiten niet aan op het kennisniveau 8,93% Geen goed beeld competenties personeel 5,36% Te groot verschil tussen training en dagelijkse praktijk 12,50% Personeel weet al genoeg 0,00% Uitstroom na volgen cursus 1,79% Onbekendheid met het cursusaanbod 1,79% Er wordt geen gebruik gemaakt van e-learning 8,93% Leeftijd van de werknemer 8,93% Geen belemmeringen 21,43% Anders, namelijk 1,79% Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 54 21,43% van de organisaties ziet geen belemmeringen bij het gebruik maken van scholing. Deze organisaties geven het gemiddeld een 7,8 voor scholing en vinden scholing dus belangrijker dan gemiddeld. 28,57% van de onderzochte organisaties vindt dat opleidingen te veel geld kosten. Tabel 4.6 Organisaties die scholing te duur vinden Maakt wel gebruik van subsidie Maakt geen gebruik van subsidie Meer aan scholing indien meer subsidie wordt verstrekt 62,5% 37,5% 68,75% Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari N = 15 De organisaties die scholing te duur vinden, maken vaak wel gebruik van subsidies. Toch is er nog een deel dat geen gebruik maakt van subsidies, namelijk 37,5%. De helft van deze organisaties zal Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 31

32 meer aan scholing doen indien er meer subsidies verstrekt worden. Van alle organisaties die scholing te duur vinden, zal 68,75% meer aan scholing doen als er meer subsidies verstrekt worden 14,29% van de organisaties ziet het als een belemmering dat er geen cursussen in de regio worden gegeven. Tabel 4.7 Organisaties die geen cursus in de regio als belemmering ervaren < 50 werknemers werknemers > 250 werknemers 37,5% 50,0% 12,5% Bron: cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie en andere sectoren*, februari N = 8 Uit tabel 4.7 blijkt dat het niet alleen de kleine bedrijven zijn die geen cursussen in de regio als belemmering ervaren. Het grootste gedeelte dat dit als belemmering ervaart zijn bedrijven met werknemers. Onderstaande afbeelding is ter illustratie opgenomen, om te laten zien waar deze organisaties gevestigd zijn. De rode stippen geven hier de vestigingsplaatsen aan. Afbeelding 4.1 Verdeling organisaties die geen cursussen in de regio als belemmering zien Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 8 De organisaties liggen niet duidelijk in één regio verspreid. Er blijkt dat er geen organisaties gevestigd zijn in de minder centraal gelegen regio s zoals Zeeland, Limburg, Friesland, Groningen en Drenthe. De ligging van de organisaties heeft dus niets met deze belemmering te maken. 8,93% van de organisaties vindt het een belemmering dat er geen gebruik kan worden gemaakt van e-learning. Dit zijn niet de organisaties die geen cursus in de regio als belemmering zien (60,00%). Dit percentage is niet representatief voor dit verband, omdat er maar vijf organisaties gekozen hebben voor de belemmering geen e-learning en hiervan maar twee organisaties ook hebben gekozen voor geen cursus in de regio. Toch zal e-learning een goede oplossing zijn als er geen cursussen in de regio worden gegeven. Op deze manier kan op afstand een cursus gevolg worden. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 32

33 Belemmeringen die vaak genoemd worden zoals: personeel kan niet gemist worden (44,64%), vervangingsproblemen (25,00%) en cursussen kosten teveel geld (28,57%) hebben allemaal met financiën te maken. 8,93% van de organisaties vindt de leeftijd van werknemers een belemmering bij het volgen van een opleiding. Het gevolg van het stellen van een leeftijdsgrens wordt uitgelegd in hoofdstuk 6 Het advies. In 12,96% van de gevallen wordt te groot verschil tussen training en dagelijkse praktijk als belemmering gezien. In 14,8 % van de gevallen wordt geen aansluiting op de behoefte van de organisatie als belemmering gezien. De helft van de organisaties die voor deze laatste belemmering koos, heeft ook voor de belemmering te groot verschil tussen training en dagelijkse praktijk gekozen. Er zit dus een verband tussen deze belemmeringen. De behoeften sluiten dus niet aan op de organisatie, omdat de trainingen niet overeenkomen met de dagelijkse praktijk. De deelnemende organisaties die aan scholing doen, stellen op een bepaalde manier de scholingsbehoeften vast, blijkt uit het praktijkonderzoek. Hoe dit wordt gedaan, staat vermeld in paragraaf Inhoud scholing De opleidingsbehoefte kan op verschillende manieren worden vastgesteld. In grafiek 4.4 zijn de gekozen opties weergegeven. Grafiek 4.4 Hoe stellen de deelnemende organisaties de opleidingsbehoefte vast Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 56 Uit de grafiek blijkt dat het initiatief vaak bij zowel de werkgever als de werknemer ligt. Het is de vraag in hoeverre de werknemer ook echt iets kan afdwingen. Er wordt ook vaak gebruik gemaakt van evaluaties om de opleidingsbehoefte vast te stellen. Onder evaluaties wordt het volgende verstaan: er wordt (meestal aan de hand van een evaluatieformulier/vaardighedenformulier) gekeken of je de werkzaamheden op de juiste manier uitvoert. Hierna kan eventueel een gesprek plaatsvinden (bijvoorbeeld een functioneringsgesprek). Om de inhoud van scholing vast te leggen, is het van belang om te weten hoe er vorm wordt gegeven aan opleidingen. In grafiek 4.5 zijn de gekozen mogelijkheden weergegeven. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 33

34 Grafiek 4.5 Hoe geven de deelnemende organisaties vorm aan opleidingen Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 56 In de meeste gevallen wordt er gebruik gemaakt van een opleidingsplan voor het gehele personeel (44,44%), een persoonlijk opleidingsplan (POP) (44,44%) of een opleidingsplan per afdeling (40,74%). Opvallend is dat er geen één keer gekozen is voor de mogelijkheid er kan gespaard worden voor scholing. In paragraaf 4.1 is al gebleken dat er geen verband is tussen organisaties die geen opleidingsplan hebben en het cijfer dat zij aan scholing geven. Van alle organisaties maakt 81,48% gebruik van functioneringsgesprekken. Als er gebruik wordt gemaakt van functioneringsgesprekken wordt ook vaak gebruik gemaakt van een POP, namelijk in 52,27% van de gevallen. Uit het praktijkonderzoek blijkt dat de deelnemende organisaties aangeven aandacht te schenken aan specifieke doelgroepen. Welke doelgroepen dit zijn staat in paragraaf Doelgroepen In deze paragraaf wordt bekeken aan welke specifieke doelgroepen aandacht wordt geschonken. In onderstaande grafiek wordt weergegeven welke doelgroepen. Grafiek 4.6 Aandacht voor specifieke doelgroepen Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 30 In 55,56% van de gevallen wordt er aandacht geschonken aan specifieke doelgroepen. In 44,44% wordt er dus geen aandacht geschonken aan specifieke doelgroepen. De meeste aandacht wordt geschonken aan de laaggeschoolde werknemers. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 34

35 In slechts 10% van de gevallen wordt er extra aandacht aan etnische minderheden geschonken. Dit betekend dat drie organisaties hiervoor gekozen hebben. Eén van die organisaties geeft ook aan dat taalproblemen een belemmering is voor het volgen van scholing. Hier zit dus niet echt een verband tussen. Om uiteindelijk te kunnen beoordelen of organisaties een goed opleidingsbeleid hebben, wordt er ook gekeken naar aandacht voor de verschillende lagen in de organisatie. In onderstaande grafiek staat weergegeven naar welke lagen de meeste aandacht gaat. Grafiek 4.7 Aandacht voor lagen in de organisatie Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 54 Uit deze grafiek blijkt dat de uitvoerende kern en het middenkader de meeste aandacht krijgen. De deelnemende organisaties vallen voornamelijk onder de machinebureaucratie en de eenvoudige structuur. Bij deze structuren is de uitvoerende kern / het middenkader het grootste onderdeel van de organisatie. In deze lagen van de organisatie vinden de meeste (technologische) veranderingen plaats. Dit kan een verklaring zijn waarom naar deze groep de meeste aandacht uit gaat. In hoofdstuk 6 wordt verder uitleg gegeven over de eenvoudige structuur een machinebureaucratie volgens Mintzberg. 4.4 Beroepsopleidingen In deze paragraaf wordt er aandacht besteed aan beroepsopleidingen. In onderstaande grafiek wordt overzichtelijk gemaakt of organisaties hier wel of niet gebruik van maken. Grafiek 4.8 Deelnemende organisaties maken wel of geen gebruik van beroepsopleidingen Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 60 In 30% van de gevallen, is het niet mogelijk voor werknemers om een beroepsopleiding te volgen. Dit is een hoog percentage. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 35

36 In grafiek 4.9 wordt van de organisaties die wel gebruik maken van beroepsopleidingen gekeken of zij hier een leeftijdsgrens aan verbinden. Grafiek 4.9 Is bij de deelnemende organisaties een leeftijdsgrens gesteld aan het volgen van beroepsopleidingen Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 42 De organisaties die wel gebruik maken van beroepsopleidingen stellen in 4,76% van de gevallen een leeftijdsgrens. Dit is een heel laag percentage. 4.5 Financiering In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiering van scholing. Er wordt gekeken door wie deze kosten betaald worden, in hoeverre er gebruik wordt gemaakt van subsidies en de terugbetalingsregeling. Ook wordt weergegeven of organisaties een bijdrage leveren aan O&O fondsen. Als eerste staat hieronder weergegeven door wie scholing betaald wordt. Grafiek 4.10 Door wie worden, bij de deelnemende organisaties, opleidingen betaald Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 54 Uit deze grafiek blijkt dat de werkgever bijna altijd mee betaald aan opleidingen (75,93%). In 38,89% van de gevallen, wordt scholing ook (deels) betaald door fondsen/subsidies. In 25,93% van de gevallen betaalt de werknemer samen met de werkgever de scholingskosten. De werknemer hoeft nooit alleen voor de kosten op te draaien. In geen enkel geval betaalt het CWI mee aan de kosten. In hoofdstuk 6 Het advies, wordt hier nader op ingegaan. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 36

37 In onderstaande grafiek wordt weergegeven welke kosten vergoed worden. Grafiek 4.11 Wat wordt betaald door de werkgever / fonds / subsidie Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 54 Uit deze grafiek valt te concluderen dat het lesgeld en het examengeld bijna altijd vergoed worden. Ook de reiskosten en de materiaalkosten worden grotendeels vergoed. In 9,26% van de gevallen, worden andere kosten vergoed dan de hiervoor genoemde. Echter is niet bekend welke kosten hieronder vallen. Scholing kan in verschillende tijden gevolgd worden. In grafiek 4.12 wordt weergegeven in welke tijd de scholing gevolgd wordt. Grafiek 4.12 In welke tijd wordt scholing gevolgd Bron: enquête cao onderzoek levensmiddelen- en genotsmiddelenindustrie de SOL, april N = 54 Opvallend is dat er vaak gebruik wordt gemaakt van zowel de werkgever als de werknemers tijd (72,22%). Redenen hiervoor zijn dat de werknemer moet investeren in zichzelf en dat de werkgever moet investeren in de organisatie. In 22,22% van de gevallen moet de werknemer in zijn vrije tijd scholing volgen. De werkgever investeert vaak in zijn werknemers, want in 38,89% van de gevallen mag de werknemer scholing volgen in werkgevers tijd en krijgt de werknemer ook loon door betaald. Grafiek 4.13 geeft aan of er wel of geen opleidingsbudget is en hoe hier vorm aan wordt gegeven indien dit wel het geval is. Adviesrapport Verschil scholing in cao s en de praktijk 37

CAO & Arbeidsvoorwaardenreglement. Twee soorten cao s

CAO & Arbeidsvoorwaardenreglement. Twee soorten cao s CAO & Arbeidsvoorwaardenreglement Een collectieve arbeidsovereenkomst (cao) is een schriftelijke overeenkomst waarin afspraken over arbeidsvoorwaarden zijn vastgelegd, bijvoorbeeld over loon, betaling

Nadere informatie

Gewijzigde voorstellenbrief betreffende de onderhandelingen voor de Grafimedia-cao

Gewijzigde voorstellenbrief betreffende de onderhandelingen voor de Grafimedia-cao 12-12-2014 Gewijzigde voorstellenbrief betreffende de onderhandelingen voor de Grafimedia-cao Met deze (opnieuw) gewijzigde voorstellenbrief brengen wij het volgende onder uw aandacht: Hernieuwd inzicht

Nadere informatie

Evaluatie Sport Mobiliteit Centrum 2014

Evaluatie Sport Mobiliteit Centrum 2014 Evaluatie Sport Mobiliteit Centrum 2014 Het CAOP is hét kennis- en dienstencentrum op het gebied van arbeidszaken en arbeidsmarktvraagstukken in het publieke domein. CAOP Research & Europa is het onderzoeks-

Nadere informatie

Wat betekent de AVV loze periode voor het uitzendbureau?

Wat betekent de AVV loze periode voor het uitzendbureau? Wat betekent de AVV loze periode voor het uitzendbureau? Vanaf 1 april 2012 is er sprake van een onderbreking van de Algemeen Verbindend Verklaring (AVV) van de Cao voor Uitzendkrachten. Dit kan grote

Nadere informatie

Mobiliteitscentrum Glastuinbouw

Mobiliteitscentrum Glastuinbouw Mobiliteitscentrum Glastuinbouw Eindrapport project Scholingsconsulenten Glastuinbouw 2010 René Scholte 7 februari 2011 Inhoud 1. Aanleiding 3 2. Doel 3 3. Aanpak 3 Werkzoekenden Bedrijven Scholen Brancheorganisaties

Nadere informatie

Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag

Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag Toespraak staatssecretaris H.A.L. van Hoof bij de opening van de miniconferentie O&O-fondsen op 10 september 14.00u in Den Haag Welkom, blij dat u er bent. Uit het feit dat u met zovelen bent gekomen maak

Nadere informatie

Rechten en plichten werkgevers en werknemers Onderneming in België

Rechten en plichten werkgevers en werknemers Onderneming in België Rechten en plichten werkgevers en werknemers Onderneming in België Inhoud Van welk land is het arbeidsrecht van toepassing? 2 Waar moet u rekening mee houden? 3 Ontslagrecht 3 Concurrentiebeding 5 Minimumloon

Nadere informatie

Wat betekent de AVV loze periode voor het uitzendbureau?

Wat betekent de AVV loze periode voor het uitzendbureau? Wat betekent de AVV loze periode voor het uitzendbureau? Een onderbreking van de Algemeen Verbindend Verklaring (AVV) van de Cao voor Uitzendkrachten kan grote gevolgen hebben voor uitzendbureaus die niet

Nadere informatie

Arbeidsverhoudingen zijn ook in te delen naar het niveau waarop ze zich afspelen: a) Landelijk niveau b) Bedrijfstakniveau c) Ondernemingsniveau

Arbeidsverhoudingen zijn ook in te delen naar het niveau waarop ze zich afspelen: a) Landelijk niveau b) Bedrijfstakniveau c) Ondernemingsniveau Inleiding vormen dat deel van het maatschappelijke leven waarin de onderlinge betrekkingen tussen werkgevers en werknemers centraal staan. De overheid vormt binnen dat relatiepatroon een uiterst belangrijke

Nadere informatie

Trainen en opleiden. Van POP-gesprek tot opleidingsplan!

Trainen en opleiden. Van POP-gesprek tot opleidingsplan! Trainen en opleiden Van POP-gesprek tot opleidingsplan! Direct aan de slag met opleidingsplannen, modellen, fiscale regelingen voor scholingen, procedure EVC en opleidingscriteria Inhoudsopgave Inleiding

Nadere informatie

Er is sprake van een arbeidsovereenkomst wanneer aan de volgende drie voorwaarden is voldaan:

Er is sprake van een arbeidsovereenkomst wanneer aan de volgende drie voorwaarden is voldaan: Arbeidsovereenkomst Na het arbeidsvoorwaardengesprek stelt een werkgever meestal een arbeidsovereenkomst op. Klakkeloos ondertekenen is niet verstandig. Wat houdt een arbeidsovereenkomst in en wat hoort

Nadere informatie

Nieuwsbrief oktober 2014: Overgang naar de werkkostenregeling

Nieuwsbrief oktober 2014: Overgang naar de werkkostenregeling Nieuwsbrief oktober 2014: Overgang naar de werkkostenregeling Werkgevers kunnen nu nog kiezen of ze gebruik willen maken van de werkkostenregeling. Vanaf 1 januari 2015 zijn alle werkgevers echter verplicht

Nadere informatie

Meerwaarde van medezeggenschap Rol en rechten tijdens marktwerking in de zorg. in de WOR of in de war

Meerwaarde van medezeggenschap Rol en rechten tijdens marktwerking in de zorg. in de WOR of in de war Meerwaarde van medezeggenschap Rol en rechten tijdens marktwerking in de zorg. in de WOR of in de war Marco Sikkel Doelstellingen training U bent bekend met de plaats van de OR in de onderneming. U kent

Nadere informatie

Social Action Research Plan

Social Action Research Plan Social Action Research Plan Social media project Studenten Dennis Visschedijk 438332 Aileen Temming 474094 Stefan Ortsen 481295 Niels Konings 449822 Renee Preijde 482835 Opdrachtgever Stal te Bokkel Daniëlle

Nadere informatie

O&O-monitor 2014. Resultaten

O&O-monitor 2014. Resultaten O&O-monitor 2014 Resultaten Den Haag, 27 maart 2015 Daniëlle Mares Inleiding In 2013 eerste O&O-monitor uitgezet onder directeuren, secretarissen en bestuurders van O&O-fondsen, 33 deelnemers; In 2014

Nadere informatie

Protocol: Voorkomen van verdringing en werken zonder loon

Protocol: Voorkomen van verdringing en werken zonder loon Protocol: Voorkomen van verdringing en werken zonder loon Tussen: De Federatie Nederlandse Vakverenigingen (FNV), vertegenwoordigd door Ruud Kuin, Vice-voorzitter FNV. en Gemeente Den Haag, vertegenwoordigd

Nadere informatie

SAMENVATTING INVENTARISATIE CRISISMAATREGELEN TECHNIEKTALENT.NU

SAMENVATTING INVENTARISATIE CRISISMAATREGELEN TECHNIEKTALENT.NU SAMENVATTING INVENTARISATIE CRISISMAATREGELEN TECHNIEKTALENT.NU INVENTARISATIE VAN DE STIMULERINGSMAATREGELEN VOOR DE INSTROOM EN HET BEHOUD VAN LEERLINGEN VOOR DE TECHNISCHE SECTOR Martijn Röfekamp Kim

Nadere informatie

Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid

Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid Van baan naar loopbaan Verslag van het onderzoek naar de praktijk van mobiliteitsbeleid In het voorjaar van 2015 heeft Odyssee een digitale enquête uitgezet onder 950 ondernemingsraden om zicht te krijgen

Nadere informatie

Adviesrapport Koffieautomaat

Adviesrapport Koffieautomaat Adviesrapport Koffieautomaat Samantha Klop Datum: 23 november 2009 Hogeschool Utrecht te Amersfoort Opdrachtgever: Pon Automotive B.V., Mevrouw M. van den Bos Titel: Adviesrapport Koffieautomaat Auteur:

Nadere informatie

Onderzoek ten behoeve van de evaluatie Waa en Woa

Onderzoek ten behoeve van de evaluatie Waa en Woa Onderzoek ten behoeve van de evaluatie Waa en Woa Tabellenboek Datum 13 november 2003 Kenmerk SZW012 MuConsult B.V. Postbus 2054 3800 CB Amersfoort Tel. 033 465 50 54 Fax 033 461 40 21 E-mail Internet

Nadere informatie

Ontwikkelingen Technisch Installatiebedrijf Zeeland/West-Brabant

Ontwikkelingen Technisch Installatiebedrijf Zeeland/West-Brabant Ontwikkelingen Technisch Installatiebedrijf Zeeland/West-Brabant B. van Bruggen Amsterdam, maart 2006 517/Amsterdam, maart 2006 DIJK12 Beleidsonderzoek Adelaarsweg 11 1021 BM AMSTERDAM Tel.: 020-6373623

Nadere informatie

ADDENDUM voor de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor werkgevers en werknemers in de Groothandel in Textielgoederen en aanverwante artikelen

ADDENDUM voor de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor werkgevers en werknemers in de Groothandel in Textielgoederen en aanverwante artikelen ADDENDUM voor de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor werkgevers en werknemers in de Groothandel in Textielgoederen en aanverwante artikelen 1 april 2009 tot en met 31 maart 2011 Tussen partijen bij de

Nadere informatie

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam &

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

Sectorplan Vlees sector

Sectorplan Vlees sector Sectorplan Vlees sector Het indienen van de aanvraag voor het Sectorplan Maart 2014 SOL brengt mensen T +31 (0)318 en middelen 648 750 beweging Horaplantsoen 18 6717 LT Ede Postbus 601 6710 BP Ede Inhoud

Nadere informatie

Onderzoek Alumni Bètatechniek

Onderzoek Alumni Bètatechniek Onderzoek Alumni Bètatechniek 0 meting - Achtergrond Eén van de knelpunten op de Nederlandse arbeidsmarkt is een tekort aan technisch geschoolden. De Twentse situatie is hierin niet afwijkend. In de analyse

Nadere informatie

Intersectoraal? Auteur: Michel Winnubst Datum: 7 oktober 2011

Intersectoraal? Auteur: Michel Winnubst Datum: 7 oktober 2011 Mobiliteit Intersectoraal? Auteur: Michel Winnubst Datum: 7 oktober 2011 Opzet Verschillende vormen van mobiliteit Sectoren Betrokken partijen: Werknemers Werkgevers O&O fondsen En verder Hoe te organiseren

Nadere informatie

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil, onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-ondernemers MKB-Nederland

Nadere informatie

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Artemis Coaching

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Artemis Coaching Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Artemis Coaching Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: Artemis Coaching Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek van Blik

Nadere informatie

Ons kenmerk: SOL/LR/06.577 Onderwerp: Nieuw programma ESF 2007-2013 Verbetering arbeidsmarktpositie werkenden (actie D)

Ons kenmerk: SOL/LR/06.577 Onderwerp: Nieuw programma ESF 2007-2013 Verbetering arbeidsmarktpositie werkenden (actie D) Bijlage 1 Bedrijf t.a.v. adres postcode + woonplaats Ede, 21 december 06 Ons kenmerk: SOL/LR/06.577 Onderwerp: Nieuw programma ESF 2007-2013 Verbetering arbeidsmarktpositie werkenden (actie D) Geachte

Nadere informatie

Titelpagina ONDERZOEKSVERSLAG. Namen: Klas/groep: Cursusjaar: Begeleider: Beoordelaar:

Titelpagina ONDERZOEKSVERSLAG. Namen: Klas/groep: Cursusjaar: Begeleider: Beoordelaar: Titelpagina ONDERZOEKSVERSLAG Namen: Klas/groep: Cursusjaar: Plaats en datum: Begeleider: Beoordelaar: Amsterdam, mei 15 Inhoud INHOUD... 2 VOORWOORD... 3 1. INLEIDING... 4 PROBLEEMSTELLING... 4 ONDERZOEKSVRAGEN...

Nadere informatie

1) De uitlener detacheert de in dienst zijnde werknemer bij de inlener voor het vervullen van de functie als vermeld onder 2.

1) De uitlener detacheert de in dienst zijnde werknemer bij de inlener voor het vervullen van de functie als vermeld onder 2. BIJLAGE 3 Detacheringovereenkomst a. De. (organisatie), hierna te noemen uitlener, in dezen vertegenwoordigd door de heer, mevrouw.. van b. Het Jongerenloket voor Onderwijs en Werk Holland Rijnland, hierna

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Renga B.V.

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Renga B.V. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Renga B.V. Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: Renga B.V. Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek van Blik op Werk

Nadere informatie

Mobiliteit in de sportsector

Mobiliteit in de sportsector Mobiliteit in de sportsector Onderzoeksresultaten In opdracht van Werkgeversorganisatie in de Sport en FNV Sport ADV Market Research Willem Arntszlaan 115 C 3734 EE Den Dolder www.adv-mr.com April 2011

Nadere informatie

DEMO VERSIE. Enquêteresultaat Werkevaluatie 11-11-2010. Mirotek QuestionTool

DEMO VERSIE. Enquêteresultaat Werkevaluatie 11-11-2010. Mirotek QuestionTool DEMO VERSIE Enquêteresultaat Werkevaluatie 11-11-21 Mirotek QuestionTool Inhoudsopgave 1 Introductie... 3 2 Sterkte / zwakte analyse... 4 3 Score top 5... 6 4 Verschil eerste groep en overige groepen...

Nadere informatie

Toepasselijkheid leverings-, dienstverlenings en betalingsvoorwaarden WML

Toepasselijkheid leverings-, dienstverlenings en betalingsvoorwaarden WML VOORWAARDEN TER ZAKE DE DETACHERING VAN WERKNEMERS VAN DE DIVISIE INDUSTRIE VAN DE DIENST WERKBEDRIJF VOOR GESUBSIDIEERDE ARBEID, ACTI- VERING EN TRAJECTEN MIDDEN-LANGSTRAAT (WML) (te citeren als: DETACHE-

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Haal het beste uit uw mensen. Vandaag èn morgen. Rapportage 1 werkgeversenquête

Haal het beste uit uw mensen. Vandaag èn morgen. Rapportage 1 werkgeversenquête Haal het beste uit uw mensen. Vandaag èn morgen Rapportage 1 werkgeversenquête September 2013 Inhoudsopgave Samenvatting... 3 Leeswijzer... 4 Representativiteit van de respons... 6 Ondernemingsdoelstellingen:...

Nadere informatie

Cao s en ander (on)gemak. Peter van der Sluis (AWVN) Peter de Waal (PLP) Steven Palm (PLP)

Cao s en ander (on)gemak. Peter van der Sluis (AWVN) Peter de Waal (PLP) Steven Palm (PLP) Cao s en ander (on)gemak Peter van der Sluis (AWVN) Peter de Waal (PLP) Steven Palm (PLP) De cao in vogelvlucht Agenda Een actuele zaak: Matrans versus FNV Bondgenoten Wanneer is er eigenlijk sprake van

Nadere informatie

A.1 Is het aantal werknemersvertegenwoordigers ten minste gelijk aan het aantal werkgeversvertegenwoordigers in het bestuur?

A.1 Is het aantal werknemersvertegenwoordigers ten minste gelijk aan het aantal werkgeversvertegenwoordigers in het bestuur? Stroomschema medezeggenschap in een ondernemingspensioenfonds De Stichting van de Arbeid (hierna STAR) en het Coördinatieorgaan Samenwerkende Ouderenorganisaties (hierna CSO) hebben een medezeggenschapsconvenant

Nadere informatie

Strategisch Opleidingsbeleid

Strategisch Opleidingsbeleid Strategisch Opleidingsbeleid Achtergrondinformatie en tips om zelf aan de slag te gaan In deze handreiking vindt u de volgende onderwerpen: Wat is strategisch opleidingsbeleid? Hoe komt u tot strategisch

Nadere informatie

Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden

Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden Conceptrapportage Preferentie keuzes aanpak crisis van CNV leden In opdracht van: Contactpersoon: CNV De heer P. Hazenbosch Utrecht, mei 2009 DUO MARKET RESEARCH drs. Vincent van Grinsven Henk Westerik

Nadere informatie

Onderzoeksresultaten Nationaal onderzoek Over Duurzame Inzetbaarheid

Onderzoeksresultaten Nationaal onderzoek Over Duurzame Inzetbaarheid Onderzoeksresultaten Nationaal onderzoek Over Duurzame Inzetbaarheid Inleiding In de periode van 17 januari tot 17 februari 2012 is het Nationaal onderzoek Over Duurzame Inzetbaarheid gehouden. De vragenlijst

Nadere informatie

Ontslag. Informatie voor werknemers

Ontslag. Informatie voor werknemers Ontslag Informatie voor werknemers Foto: Francis Lukombo Wanneer mag u worden ontslagen? Voor ontslag van een werknemer heeft een werkgever goede redenen nodig. U mag dus niet zomaar worden ontslagen.

Nadere informatie

Als werkgever toe aan Collectief Ontslag? Let op de volgende Spelregels

Als werkgever toe aan Collectief Ontslag? Let op de volgende Spelregels Als werkgever toe aan Collectief Ontslag? Let op de volgende Spelregels Veel ondernemers krijgen in verband met de wereldwijde economische crisis te maken met teruglopende omzetten en/of resultaten. Helaas

Nadere informatie

De Rol van de Ondernemingsraad bij Pensioen. 1. Wettelijke bevoegdheid

De Rol van de Ondernemingsraad bij Pensioen. 1. Wettelijke bevoegdheid De Rol van de Ondernemingsraad bij Pensioen Wat zijn de rechten ( en plichten?) van de Ondernemingsraad als het om het pensioendossier gaat? Zodra het gaat om de collectieve pensioenregeling dan heeft

Nadere informatie

Maatwerk bij het bepalen van de ontslagvolgorde: nu en na de WWZ

Maatwerk bij het bepalen van de ontslagvolgorde: nu en na de WWZ Maatwerk bij het bepalen van de ontslagvolgorde: nu en na de WWZ Vereniging voor Arbeidsrecht Bijeenkomst 22 mei 2014 René Hampsink & Marloes Diepenbach 1 Prak:jk behoe;e aan meer flexibiliteit Wijziging

Nadere informatie

Samenvatting rapportage. Baan je toekomst: werken aan duurzame inzetbaarheid. Contractcatering

Samenvatting rapportage. Baan je toekomst: werken aan duurzame inzetbaarheid. Contractcatering Samenvatting rapportage Baan je toekomst: werken aan duurzame inzetbaarheid Contractcatering In samenwerking met: Rijnland Advies 1 Inleiding Even terugkijken.. De komende jaren verandert de arbeidsmarkt

Nadere informatie

Scholingsplannen in ziekenhuizen

Scholingsplannen in ziekenhuizen Scholingsplannen in ziekenhuizen Kwantitatieve en kwalitatieve verkenning naar de ervaring van HRM-medewerkers, OR-leden en medewerkers in ziekenhuizen Drs. George Evers Ellen Harsma MSc 31 maart 2014

Nadere informatie

Vragenlijst cao ENCI Mei 2015

Vragenlijst cao ENCI Mei 2015 Vragenlijst cao ENCI Mei 2015 Geef s.v.p. per aandachtspunt met een cijfer aan hoe je denkt over het betreffende voorstel: heel erg belangrijk : 3 punten minder belangrijk : 2 punten onbelangrijk : 1 punt

Nadere informatie

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel

Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijspersoneel Loopbanen in het onderwijs? Analyse van de loopbaanontwikkeling van onderwijs 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Resultaten Karin Jettinghoff en Jo Scheeren, SBO Januari 2010 2 1. Inleiding Tot voor kort

Nadere informatie

Arbeidsrecht en Sociale Zekerheid. Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Arbeidsrecht en Sociale Zekerheid. Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Diplomalijn Examen Juridisch Niveau mbo 4 Versie 1.0 Geldig vanaf 01-01-2013 Vastgesteld op 28-08-2012 Vastgesteld door Veronderstelde voorkennis Arbeidsrecht en Sociale Zekerheid Bestuur Nederlandse Associatie

Nadere informatie

Antwoorden op vragen bij het congres De Flexkracht aan zet!

Antwoorden op vragen bij het congres De Flexkracht aan zet! Antwoorden op vragen bij het congres De Flexkracht aan zet! 30 november 2012 Vraag 1: Welke mogelijkheden zijn er om tot startkwalificatie opgeleid te worden? BOL opleiding BBL opleiding Niveau 2 mbo BOL

Nadere informatie

REGELING HERPLAATSING EN VACATUREVERVULLING RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN

REGELING HERPLAATSING EN VACATUREVERVULLING RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN REGELING HERPLAATSING EN VACATUREVERVULLING RADBOUD UNIVERSITEIT NIJMEGEN vastgesteld door het college van bestuur d.d. 14 januari 2008 laatstelijk gewijzigd met ingang van 13 november 2009. In aanvulling

Nadere informatie

Naar de kern. Thema 1: De kern van het ondernemen ...

Naar de kern. Thema 1: De kern van het ondernemen ... Thema 1: De kern van het ondernemen overheid klanten leveranciers leefomgeving onderneming werknemers... mede-eigenaars drukkingsgroepen en actiecomités U Ondernemen doet iemand in de eerste plaats uit

Nadere informatie

Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden

Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden Bijlage 1 bij ledenbrief ECCVA/U201201556 Bijlage 1 CAR Teksten A Hoofdstuk 17 wordt inclusief koptekst gewijzigd en komt als volgt te luiden HOOFDSTUK 17 OPLEIDING EN ONTWIKKELING Ontwikkeling en mobiliteit

Nadere informatie

Inleiding Nederlands sociaal recht

Inleiding Nederlands sociaal recht Inleiding Nederlands sociaal recht G.J.J. Heerma van Voss Achtste druk Boom Juridische uitgevers Den Haag 2011 Inhoud Afkortingen 13 1 Het begrip sociaal recht 17 1.1 Het sociaal recht als juridisch vakgebied

Nadere informatie

Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Er is geen specifieke vooropleiding vereist

Bestuur Nederlandse Associatie voor Examinering Er is geen specifieke vooropleiding vereist Diplomalijnen Examen Loonadministratie Juridisch Personeel en Organisatie Arbeidsrecht Niveau Vergelijkbaar met mbo 4 Versie 2-0 Geldig vanaf 01-11-2015 Vastgesteld op februari 2014 Vastgesteld door Veronderstelde

Nadere informatie

NIDAP Informatie 02042015 / Audits NIDAP. Opleidingsmarktonderzoek. Informatie over onze onderzoeksdiensten NIDAP 2015

NIDAP Informatie 02042015 / Audits NIDAP. Opleidingsmarktonderzoek. Informatie over onze onderzoeksdiensten NIDAP 2015 Opleidingsmarktonderzoek Informatie over onze onderzoeksdiensten 2015 1 Introductie Inleiding In dit korte document staat algemene informatie over onze opleidingsmarktonderzoeken. Tevens wordt dieper ingegaan

Nadere informatie

Inleiding. Vertegenwoordigers van 33 O&O-fondsen hebben de monitor ingevuld.

Inleiding. Vertegenwoordigers van 33 O&O-fondsen hebben de monitor ingevuld. O&O-monitor 2013 Inleiding Directeuren, secretarissen en bestuurders van O&O-fondsen hebben uitnodiging ontvangen; Daarnaast open link op de website van het Platform O&O geplaatst; Via diverse social media

Nadere informatie

WORKSHOP GOED WERKGEVERSCHAP

WORKSHOP GOED WERKGEVERSCHAP WORKSHOP GOED WERKGEVERSCHAP De meeste organisaties hanteren het integraal management-model, waarbij lijnmanagers de (eind)verantwoordelijkheid hebben over het personeelsmanagement van de eigen mensen.

Nadere informatie

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. InterLuceo

Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. InterLuceo Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van InterLuceo Juni 2008 1 Bedrijfsnaam: InterLuceo Inleiding Voor u ligt de definitieve rapportage van het tevredenheidsonderzoek van

Nadere informatie

Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties

Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties in de architectenbranche QUICKSCAN mei 2013 Inhoud Monitor Volwaardige Arbeidsrelaties 3 Resultaten 6 Bureau-intermediair I Persoonlijk urenbudget 6 Keuzebepalingen

Nadere informatie

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012

Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 2011/2012 Samenvatting en rapportage Klanttevredenheidsonderzoek PPF 0/0 Stichting Personeelspensioenfonds Cordares (PPF) Astrid Currie, communicatieadviseur Maart 0 versie.0 Pagina versie.0 Inleiding Op initiatief

Nadere informatie

Casus 3 Het zal je werk maar zijn

Casus 3 Het zal je werk maar zijn Casus 3 Het zal je werk maar zijn Het CAO-recht is lastig. Veel partijen zijn namelijk bij een CAO betrokken: vakbonden, werkgevers(organisaties), werknemers die lid zijn van een vakbond die aan de CAO

Nadere informatie

De wettelijke regeling van de pvt

De wettelijke regeling van de pvt 3 De wettelijke regeling van de pvt De wettelijke regels over rechten, verplichtingen, faciliteiten en bevoegdheden van de pvt in de WOR zijn ingewikkeld. Dat komt omdat in de WOR alleen de taken en bevoegdheden

Nadere informatie

Harmonisatie Peuterspeelzalen, Landelijk Sociaal Plan

Harmonisatie Peuterspeelzalen, Landelijk Sociaal Plan Harmonisatie Peuterspeelzalen, Landelijk Sociaal Plan Ex art. 1.3.7 CAO W&MD en ex art. 1.4.8 CAO Kinderopvang Sociaal plan d.d. 23 juni 2011 De ondergetekenden, MOgroep Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening,

Nadere informatie

Quickscan Bouw 2012 samenvatting

Quickscan Bouw 2012 samenvatting 2012 samenvatting Vraag & aanbod personeel in de bouw sector KBB 2012.26 Curaçao, mei 2013 Kenniscentrum Beroepsonderwijs Bedrijfsleven Curaçao kenniscentrum beroepsonderwijs bedrijfsleven curaçao tel

Nadere informatie

BPV-WEGWIJZER: BASIS II KENNISCENTRUM PMLF december 2011

BPV-WEGWIJZER: BASIS II KENNISCENTRUM PMLF december 2011 1 SAMENVATTING De belangrijkste werkzaamheden van het Kenniscentrum PMLF zijn: 1. onderhouden, ontwikkelen kwalificatiestructuur; 2. erkennen van leerbedrijven; 3. bevorderen van de kwaliteit van de BPV.

Nadere informatie

fhkn: WIE, WAT, WAAR, MAAR VOORAL: WAAROM? P A R T N E R I N O P L E I D I N G E N E X A M E N

fhkn: WIE, WAT, WAAR, MAAR VOORAL: WAAROM? P A R T N E R I N O P L E I D I N G E N E X A M E N fhkn: WIE, WAT, WAAR, MAAR VOORAL: WAAROM? P A R T N E R I N O P L E I D I N G E N E X A M E N P A R T N E R I N O P L E I D I N G E N E X A M E N we HebbeN Het Hier over aloude NormeN en waarden als vakmanschap,

Nadere informatie

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V.

Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Medewerkerstevredenheidsonderzoek Fictivia 2008.V. Opdrachtgever: Uitvoerder: Plaats: Versie: Fictivia B.V. Junior Consult Groningen Fictief 1 Inhoudsopgave Inleiding 3 Directieoverzicht 4 Leiderschap.7

Nadere informatie

Eén publiek aanspreekpunt voor werkgevers met vragen over de arbeidsmarkt

Eén publiek aanspreekpunt voor werkgevers met vragen over de arbeidsmarkt Eén publiek aanspreekpunt voor werkgevers met vragen over de arbeidsmarkt Telefoonnummer: 0251-279045 mail: info@wspijmond.nl web: www.wspijmond.nl Inleiding In iedere onderneming is goed personeel belangrijk.

Nadere informatie

Jaarurensystematiek CAO-Sport

Jaarurensystematiek CAO-Sport Jaarurensystematiek CAO-Sport Werkgeversorganisatie in de Sport Arnhem, november 2007 Jaarurensystematiek CAO-Sport 1 Werkgeversorganisatie in de Sport Postbus 185 6800 AD Arnhem Papendallaan 50 T: 0264834450

Nadere informatie

Online onderzoek Uw werknemers

Online onderzoek Uw werknemers Toelichting Online onderzoek In dit bestand vindt u een inspirerende voorbeeldvragenlijst voor een werknemertevredenheid onderzoek! De vragenlijst is bedoeld als hulpmiddel bij het opstellen van uw eigen

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

ACTUEEL TEKST: REMKO EBBERS FOTO: KEES VAN DE VEEN/HH

ACTUEEL TEKST: REMKO EBBERS FOTO: KEES VAN DE VEEN/HH TEKST: REMKO EBBERS FOTO: KEES VAN DE VEEN/HH In de metaalsector worden scholingsfondsen nu ingezet voor persoonlijke opleidingstrajecten. Niet meer per se voor losse cursussen 24 OMSCHOLING REGELEN ONDERNEMERS

Nadere informatie

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016

Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Navolgbaarheid bij kwalitatief onderzoek: consistentie van vraagstelling tot eindrapportaged van de Ven Arnoud van de Ven Hogeschool Arnhem Nijmegen 7 april 2016 Piet Verschuren en Hans Doorewaard (2015)

Nadere informatie

Gevolgen voor de werkgelegenheid

Gevolgen voor de werkgelegenheid KRACHTIG ADVISEREN BIJ FUSIES EN OVERNAMES Met een divers team van organisatieadviseurs ondersteunen we ondernemingsraden bij het beoordelen van voorgenomen verkoop, fusies en overnames van bedrijven.

Nadere informatie

Stappenplan strategische personeelsplanning

Stappenplan strategische personeelsplanning Stappenplan strategische personeelsplanning Met aandacht voor strategische personeelsplanning verbindt de werkgever de gesignaleerde toekomstige marktontwikkelingen met de daarvoor benodigde kwalitatieve

Nadere informatie

De rol van de OR Individuele rechtshulp voor leden van de LAD Advies bij ontslag Inzet LAD De LAD Contact met de LAD Sociaal plan I

De rol van de OR Individuele rechtshulp voor leden van de LAD Advies bij ontslag Inzet LAD De LAD Contact met de LAD Sociaal plan I Advies bij ontslag De zekerheid van een vaste baan. Veel artsen in dienstverband hechten er sterk aan, vooral in deze onzekere tijden. Toch kan het iedereen overkomen, ook u: de organisatie wordt anders

Nadere informatie

marktbeeld Detailhandel AGF arbeids

marktbeeld Detailhandel AGF arbeids marktbeeld Detailhandel AGF arbeids Totaalbeeld Ontwikkeling aantal bedrijven en werkgelegenheid excl. uitzendkrachten Aantal bedrijven 4.000 3.000 2.000 1.000 0 12.400 _ 14.000 3.375 10.700 2.650 _ 12.000

Nadere informatie

Inhoud. Deel 1 Toetreding tot de onderneming 16. Inleiding 13

Inhoud. Deel 1 Toetreding tot de onderneming 16. Inleiding 13 Inhoud Inleiding 13 Deel 1 Toetreding tot de onderneming 16 1 Nieuw personeel: aanstellingsmogelijkheden 19 1.1 Vaste kracht 21 1.2 Tijdelijke kracht 21 1.3 Uitzendkracht 23 1.4 Oproepkracht 24 1.5 Thuiswerker

Nadere informatie

Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU

Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU Beleid methodiek (forfaitaire) schadevergoeding SNCU Achtergrond Vanaf het najaar 2005 vindt door de SNCU in de uitzendbranche controle plaats op de naleving van de CAO voor Uitzendkrachten en sinds 2009

Nadere informatie

Is de werkervaringsplek in uw organisatie een boventallige plek? Dit wil zeggen een plek die normaliter niet door een werknemer wordt bezet.

Is de werkervaringsplek in uw organisatie een boventallige plek? Dit wil zeggen een plek die normaliter niet door een werknemer wordt bezet. Table of Contents 1 Algemeen 3 2 Hoofdsectie 4 Bent u lid van één van deze beroepsverenigingen? 4 Welke omschrijving is op u van toepassing? 5 Hoe bent u aan uw huidige functie gekomen? 6 3 Slotvraag 7

Nadere informatie

Vacatures in de industrie 1

Vacatures in de industrie 1 Vacatures in de industrie 1 Martje Roessingh 2 De laatste jaren is het aantal vacatures sterk toegenomen. Daarentegen is in de periode 1995-2000 het aantal geregistreerde werklozen grofweg gehalveerd.

Nadere informatie

Onderhandelingsresultaat CAO VGZ. 19 december 2013

Onderhandelingsresultaat CAO VGZ. 19 december 2013 Onderhandelingsresultaat CAO VGZ 19 december 2013 Inhoudsopgave 1. Doel en Looptijd 2. Meer marktconform maken van secundaire arbeidsvoorwaarden 2a. Meer marktconform maken consignatieregeling 3. Vernieuwing

Nadere informatie

CHECKLIST TELEWERKEN Werkzaamheden Voorwaarden en faciliteiten Telewerkovereenkomst Nota Bene

CHECKLIST TELEWERKEN Werkzaamheden Voorwaarden en faciliteiten Telewerkovereenkomst Nota Bene CHECKLIST TELEWERKEN Deze checklist biedt een aantal die behulpzaam zijn bij de invoering van telewerken binnen de arbeidsorganisatie. Werkzaamheden er zijn werkzaamheden die geschikt zijn voor telewerk:

Nadere informatie

Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie

Bedrijfsnummer: 159. Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van. Matchcare re-integratie Rapportage tevredenheidsonderzoek onder cliënten en opdrachtgevers van Matchcare re-integratie April 2009 1 Bedrijfsnaam: Matchcare re-integratie Inleiding Voor u ligt het rapport van het tevredenheidsonderzoek

Nadere informatie

Een eigentijdse HRM- scan door Gidsen HR advies WAT IS HET DOEL EN INHOUD VAN DEZE SCAN?

Een eigentijdse HRM- scan door Gidsen HR advies WAT IS HET DOEL EN INHOUD VAN DEZE SCAN? Een eigentijdse HRM- scan door Gidsen HR advies WAT IS HET DOEL EN INHOUD VAN DEZE SCAN? Met behulp van deze scan wordt de stand van zaken van het Personeelsbeleid in kaart gebracht. De HRM - scan is met

Nadere informatie

Samenvatting rapportage. Baan je toekomst: werken aan duurzame inzetbaarheid. Watersportindustrie / HISWA

Samenvatting rapportage. Baan je toekomst: werken aan duurzame inzetbaarheid. Watersportindustrie / HISWA Samenvatting rapportage Baan je toekomst: werken aan duurzame inzetbaarheid Watersportindustrie / HISWA In samenwerking met: Rijnland Advies 1 Inleiding Even terugkijken.. De komende jaren verandert de

Nadere informatie

Format klanttevredenheidsonderzoek (KTO) voor de Afdeling Infectieziektebestrijding GGD

Format klanttevredenheidsonderzoek (KTO) voor de Afdeling Infectieziektebestrijding GGD Format klanttevredenheidsonderzoek (KTO) voor de Afdeling Infectieziektebestrijding GGD Opdrachtgever: CIB - RIVM Auteur format: Marjon Schoo Auteur vragenlijsten: ap van Ede Datum: 23 februari 2012 Inhoudsopgave

Nadere informatie

In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers

In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers In 2015 is NV schade opnieuw goed beoordeeld door werknemers en werkgevers Samenvatting KTO NV schade 2015 31 maart 2016 Situatie en centrale vraagstelling Onderzoek naar de tevredenheid en loyaliteit

Nadere informatie

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Nemas Middle Management wordt geadviseerd.

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Nemas Middle Management wordt geadviseerd. Diplomalijn Examen Niveau Management HRM hbo Versie 1.0 Geldig vanaf 1 september 2014 Vastgesteld op 26 september 2013 Vastgesteld door Veronderstelde voorkennis Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Nadere informatie

NV schade is goed beoordeeld in 2014 Samenvatting KTO NV schade 2014 24 maart 2015

NV schade is goed beoordeeld in 2014 Samenvatting KTO NV schade 2014 24 maart 2015 NV schade is goed beoordeeld in 2014 Samenvatting KTO NV schade 2014 24 maart 2015 Situatie en centrale vraagstelling Onderzoek naar de tevredenheid en loyaliteit van werkgevers en werknemers NV schade

Nadere informatie

Bijlage 2. Human Capital Agenda s

Bijlage 2. Human Capital Agenda s Bijlage 2 Capital s De topsectoren gaan een human (onderwijs en scholing) voor de langere termijn opstellen en zullen onderwijsinstellingen hierbij betrekken. De s bevatten o.a. een analyse van de behoefte

Nadere informatie

or-opleidingen ADVIES EN OPLEIDINGEN IN ARBEIDSRECHT

or-opleidingen ADVIES EN OPLEIDINGEN IN ARBEIDSRECHT or-opleidingen ADVIES EN OPLEIDINGEN IN ARBEIDSRECHT INHOUDSOPGAVE 2Work Arbeidsjuristen Organisatie...1 Docenten...1 Aanbod Vast programma...2 Op maat...2 Extra s...2 Opleidingen (vast programma) OR &

Nadere informatie

Collectief arbeidsrecht

Collectief arbeidsrecht Collectief arbeidsrecht Prof. dr. A.T.J.M. Jacobs KLUWER Deventer - 2003 Woord vooraf Afkortingen v xm 1 Inleiding i 2 Vakverenigingen en vakverenigingsrecht 5 2.1 Vakbonden 5 2.2 Werkgevers 19 2.3 Vakverenigingsrecht

Nadere informatie

SOCIAAL PLAN. enerzijds en. namens. de Vereniging ABVAKABO / FNV, de heer P. Weijland. CNV Publieke Zaak, de heer F. Doedens.

SOCIAAL PLAN. enerzijds en. namens. de Vereniging ABVAKABO / FNV, de heer P. Weijland. CNV Publieke Zaak, de heer F. Doedens. SOCIAAL PLAN In het kader van de overdracht van de activiteiten van Rijn-Side, onderdeel van de Stichting Passade te Arnhem naar de Stichting Pactum jeugdzorg & educatie te Arnhem per........ De ondergetekenden,

Nadere informatie