Een spatiaal econometrische analyse van de determinanten van ondernemerschap

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Een spatiaal econometrische analyse van de determinanten van ondernemerschap"

Transcriptie

1 STEUNPUNT ONDERNEMEN EN REGIONALE ECONOMIE NAAMSESTRAAT 61 BUS 3550 BE-3000 LEUVEN TEL FAX Beleidsrapport STORE-B Een spatiaal econometrische analyse van de determinanten van ondernemerschap A. Aelvoet (Universiteit Gent) B. Merlevede (Universiteit Gent) December

2 Inhoudstafel 1. Ondernemerschap, innovatie en groei Determinanten van ondernemerschap Onderzoeksopzet Dataset Methodologische aspecten Variabelen Bevindingen Robuustheidsanalyse Besluit Bibliografie Bijlage A.1 Monte Carlo Simulatie Figuur 3 bias variantie ratio (n = 2) Figuur 4 bias variantie ratio (n = 3) Figuur 5 bias variantie ratio (n = 4) Figuur 6 bias variantie ratio (n =5) Figuur 7 bias variantie ratio (n = 10) Figuur 8 bias variantie ratio (n =20) Lijst met figuren Figuur 1 dataverwerking (rasteren) Figuur 2 dataverwerking (rasteren) Figuur 3 bias variantie ratio (n = 2) Figuur 4 bias variantie ratio (n = 3) Figuur 5 bias variantie ratio (n = 4) Figuur 6 bias variantie ratio (n =5) Figuur 7 bias variantie ratio (n = 10) Figuur 8 bias variantie ratio (n =20) Lijst met tabellen Tabel 1 Sectorindeling Tabel 2 Spatiale effecten van inputsharing bij uitgeverijen en geschreven media Tabel 3 Spatiale effecten van inputsharing in de bouwsector Tabel 4 Spatiale effecten van inputsharing in de R&D sector Tabel 5 Spatiale effecten van inputsharing in de entertainment sector Tabel 6 Spatiale effecten van labor pooling in de voedingsindustrie

3 Tabel 7 Spatiale effecten van labor pooling in de houtverwerkende nijverheid Tabel 8 Spatiale effecten van labor pooling in de chemische industrie Tabel 9 Spatiale effecten van labor pooling in de horeca Tabel 10 Spatiale effecten van labor pooling in de transportsector Tabel 11 Spatiale effecten van labor pooling in de vastgoedsector Tabel 12 Alternatieve sectorindeling Tabel 13 Spatiale effecten in de Distributie sector Tabel 14 Spatiale effecten in de Rest sector

4 1. Ondernemerschap, innovatie en groei De laatste 100 jaar ervaren we een continue toename van de levensstandaard. Voortdurende technologische vooruitgang is één van de belangrijkste drijvende krachten achter deze continue groei. Romer (1990) illustreert dit aan de hand van een eenvoudig gedachtenexperiment. Als we alle productiefactoren (land, grondstoffen, arbeid, en fysiek kapitaal) verdubbelen en de stand van de technologie constant houden, dan is het mogelijk om de productie te verdubbelen door replicatie van de reeds bestaande productieprocessen. Indien we de stand van de technologie vervolgens ook verhogen, dan zal dit resulteren in een verdere toename van de productie. Bijgevolg zal de productie per arbeider (ofwel het BBP per capita) eveneens stijgen. De welvaart vergroot. Hoe kan dit proces binnen een economische context vorm krijgen? Vooreerst hebben bedrijven er zelf belang bij om in innovatie en dus het verbeteren van de stand van de technologie te investeren. Het levert nieuwe of betere producten op, waarop men (tijdelijk) het monopolie verwerft. Innovaties kunnen ook leiden tot een betere organisatie van het productieproces, met lagere productiekosten en een sterkere concurrentiepositie tot gevolg. Wanneer een bedrijf een nieuwe technologie of product succesvol introduceert, zullen andere bedrijven dit trachten te kopiëren. Zelfs indien het bedrijf een patent kan nemen op de innovatie, dan nog heeft dit vaak slechts betrekking op een product specifiek onderdeel van de kennis. De niet patenteerbare verder toepasbare inzichten kunnen door andere bedrijven worden overgenomen. Door de verspreiding van deze kennis zal de productie, bij een constante inzet van de andere productiefactoren, stijgen. Het BBP per capita en de welvaart nemen toe. Het enige probleem in deze redenering is dat bedrijven mogelijks stoppen met te investeren in R&D omdat het rendement van een nieuwe uitvinding keer op keer verlaagt. Indien reeds veel producten (variëteiten) op de markt aanwezig zijn zal de rendabiliteit van nog een nieuw product (variëteit) (door hogere concurrentie) verlagen. In de economische groeimodellen lost men dit op door te veronderstellen dat de kost van een innovatie voldoende verlaagt naarmate de stand van de technologie verbetert. Zodoende ontstaat de volgende economische groei spiraal. Een bedrijf innoveert en krijgt een tijdelijk monopolie op het goed waardoor deze innovatie rendeert. De kennis verspreidt zich over de industrie waardoor de productiviteit en de welvaart verhoogt en de kost van een additionele innovatie verlaagt. Hierdoor zal er vervolgens weer een bedrijf interesse hebben in een additionele innovatie, waarna het verhaal 4

5 van vooraf aan herstart. 1 Merk op dat bedrijfsopstarten an sich niet volstaan om de bovenstaande economische groei spiraal gaande te houden. Het moet telkens bedrijven betreffen die nieuwigheden inzake producten, productietechnieken, en dergelijke introduceren. Technologische kennis in de meest ruime betekenis van het woord verspreidt zich echter niet automatisch. Er zijn een aantal kanalen waarlangs de innovatie van het ene bedrijf doorsijpelt naar andere ondernemingen. Een voor de hand liggende factor is arbeidsmobiliteit. Werknemers veranderen wel eens van werkgever en nemen heel wat best practices met zich mee (Grossman en Helpman, 1991). Maar ook werknemers die zelf een onderneming oprichten kunnen voor een aanzienlijke kennistransfer zorgen (zie Audretsch en Lehman (2005) en Audretsch (2007)). Dit verantwoordt meteen de beleidsrelevantie van het voorliggende onderzoek. Indien we het aantal opstartende bedrijven ( het ondernemerschap ) kunnen doen toenemen, dan kan dit voor meer kennistransfers tussen bedrijven zorgen, en zodoende voor een hogere economische groei. In het beleidsrapport Ondernemerschapskapitaal in Vlaanderen, België en Europa (STORE-B ) tonen Aelvoet en Merlevede reeds aan dat in België de prestaties inzake ondernemerschap sterke geografische verschillen tonen. In deze bijdrage zullen we de variabiliteit van deze prestaties trachten te verklaren door gebruik te maken van spatiaal econometrische analyses voor België. In wat volgt zullen we achtereenvolgens ingaan op de relevante wetenschappelijke literatuur (paragraaf 2), het onderzoeksopzet (paragraaf 3) en de voornaamste bevindingen (paragraaf 4). 1 Voor een theoretische uiteenzetting verwijzen we de lezer door naar het uitstekende werk van Grossman en Helpman (1991). 5

6 2. Determinanten van ondernemerschap Er bestaan velerlei verklaringen voor de grote regionale verschillen in start-ups. Eén van de eerste economen die hier een duidelijke visie op na hield was Marshall (1920). De uitgesproken concentratie van bedrijven in bepaalde delen van een land kende volgens hem drie oorzaken: 1. Natuurlijke voordelen: bedrijven vestigen zich in de buurt van grondstoffen die een hoge transportkost kennen. Dit maakt dat regio s die over zulke grondstoffen beschikken meer bedrijfsstichtingen laten optekenen. 2. Historisch toeval: de aanwezigheid van een hofhouding leidt tot de ontwikkeling van luxe industrieën. 3. Agglomeratiekrachten: de aantrekkelijke omstandigheden die bestaande bedrijven creëren voor nieuwkomers. Hierdoor zal een bedrijfsconcentratie, eens ze is ontstaan, meer nieuwkomers aantrekken. Marshall (1920) onderscheidde daarbij drie agglomeratiekrachten. Een eerste agglomeratiemechanisme zijn kennistransfers, ofwel het hoge tempo waaraan ondernemers ideeën kunnen uitwisselen met de nodige innovaties tot gevolg. Een tweede mechanisme is het delen van toeleveranciers ( inputsharing ). De grote bedrijfsaantallen maken het mogelijk om de productie van zeer specifieke halffabricaten aan gespecialiseerde toeleveringsbedrijven toe te kennen, met een betere arbeidsdeling en hogere productiviteit tot gevolg. Deze hogere productiviteit laat vervolgens toe om goedkoper te produceren, wat nieuwkomers aantrekt. Tot slot schept ook de grotere arbeidsmarkt mogelijkheden ( labor market pooling ). Door de aanwezigheid van een groter aantal bedrijven wordt de kans dat bedrijfsprestaties uiteenlopen ook groter, daardoor kan het gebeuren dat het ene bedrijf werknemers ontslaat, terwijl het andere volop aanwerft. Grotere arbeidsmarktmogelijkheden hebben dan als voordeel dat het expanderende bedrijf werknemers kan aanwerven zonder dat de loonkosten de pan uit swingen. Gedurende de twintigste eeuw hebben vele theoretici deze Marshalliaanse inzichten vertaald in moderne micro-economische modellen. Duranton en Puga (2003) bieden een uitstekend overzicht van het reeds gedane onderzoek. Daarbij plaatsen ze de uiteenlopende modellen in drie grote categorieën: delen, matchen en leren. In wat volgt geven we een beknopt overzicht van de voornaamste inzichten die dit microeconomische onderzoek heeft voorgebracht. Geïnteresseerde lezers, die de mechanismen tot in de details willen begrijpen, verwijzen we door naar Duranton en Puga (2003). 1. Bedrijven kunnen wederzijds voordeel putten uit het delen van uiteenlopende zaken: 6

7 a. Het delen van niet-deelbare productiefactoren. Indien verschillende bedrijven van eenzelfde niet-deelbare productiefactor gebruik maken, dan kunnen zij de vaste kost over meer actoren spreiden. De vaste kost (per bedrijf) daalt bijgevolg naarmate meer bedrijven zich samen vestigen. Dit trekt verder nieuwe bedrijven aan. b. Het delen van toeleveringsbedrijven. Wanneer veel bedrijven zich samen vestigen kan er een groter aantal toeleveringsbedrijven ontstaan. Hierdoor is er een ruimere waaier aan inputs beschikbaar, en kan men de input mix verbeteren. c. Het delen van arbeidstaken. De toename van het bedrijfsaantal alsook de toename van het aantal toeleveringsbedrijven leidt tot een verregaande arbeidsdeling. d. Het delen van risico (labor market pooling): indien bedrijven dalende schaalopbrengsten hebben dan zal de negatieve correlatie van bedrijfsresultaten tot een wederzijds voordeel leiden. De bedrijven die verlies boeken en hun productie moeten inkrimpen zullen dankzij de kleinere schaal productiever worden. De expanderende bedrijven zullen de werknemers die door de andere ondernemingen worden ontslaan kunnen aanwerven, zonder dat het algemene loonpeil verhoogt (Krugman, 1991). 2. Bedrijven kunnen wederzijds voordeel putten uit diverse matching processen. a. Hold-up problemen. De aanwezigheid van een te klein aantal actoren kan hold-up problemen veroorzaken. We geven een voorbeeld ter illustratie (Helsley en Strange, 2007). Stel dat twee bedrijven gevestigd zijn in een regio. In een eerste fase kan bedrijf A beslissen om voor bedrijf B te produceren zonder dat men een prijs contractueel kan vastleggen (bvb. ten gevolge van onzekerheid inzake de kwaliteit van het eindproduct). In een tweede fase doet bedrijf B een bod dat door bedrijf A wordt aanvaard of verworpen. Indien bedrijf B zich optimaal gedraagt dan zal het bedrijf A aanmoedigen om een product te produceren, om in fase 2 de laagst aanvaardbare prijs te bieden, namelijk nul euro. Dit optimale gedrag indachtig zal bedrijf A in de eerste fase weigeren om een goed te produceren voor bedrijf B. Verdere arbeidsdeling wordt dus tegengehouden ten gevolge van een onvolledig contract (dat enkel de plichten van A duidelijk specifieert, maar niet die van bedrijf B). Er is sprake van een hold-up probleem. 7

8 Indien ook bedrijf C zich in deze regio vestigt en in de tweede fase mee kan bieden dan zal het optimale gedrag van bedrijf B wijzigen. Bedrijf C zal immers bereid zijn om iedere prijs te bieden die voor hem winstgevend is. Dit indachtig zal bedrijf B in de laatste fase evenveel bieden als het hoogste bod dat door bedrijf C kan worden uitgebracht. Hierdoor zal bedrijf A ditmaal wel bereid zijn om een goed te produceren voor bedrijf B. De arbeidsdeling en productiviteit nemen, net als het aantal nieuwkomers, toe. b. Matching op de arbeidsmarkt. Doordat het aantal vragers en aanbieders van arbeid op een bepaalde plek stijgt zal het minder lang duren vooraleer een vacature wordt ingevuld. Dit zorgt voor lagere zoekkosten. 3. Bedrijven kunnen van elkaar leren. Doordat werknemers tijdens hun loopbaan van werk veranderen kunnen inzichten inzake arbeidsorganisatie, van het ene bedrijf op het andere worden overgedragen. Naast deze micro-economische verklaringen spelen ook andere factoren een rol. Zo maakte Saxenian (1994) duidelijk dat de organisatie van de economische activiteit in vele kleine ondernemingen een essentieel ingrediënt is voor de creatie van nieuwe bedrijven. Meer specifiek tracht hij op anekdotische wijze het succes van Silicon Valley vis à vis Route 128 te verklaren vanuit de structuur van kleine jonge ondernemingen die in de eerste regio bestond. Verder zijn nog verschillende andere verklaringen voorgesteld, maar het bewijsmateriaal is niet steeds even sterk. In dit rapport concentreren we ons op de identificatie van het effect van agglomeratiekrachten op start-ups in België. 2 2 Verder werk binnen deze onderzoekslijn zal aandacht besteden aan de heterogeniteit in start-ups, i.e. ondernemingsgrootte, succesvolle versus niet succesvolle start-ups. 8

9 3. Onderzoeksopzet 3.1 Dataset De voor dit onderzoek gebruikte dataset is gebaseerd op verschillende jaargangen van de Amadeus databank. De Amadeus databank, uitgegeven door Bureau van Dijk Electronic Publishing, bevat bedrijfsgegevens voor verschillende sectoren overheen heel Europa. Omwille van de hoge detailgraad is deze dataset zeer geschikt voor een fijnmazige analyse. Zo is de postcode, industriecode, ondernemingsvorm, tewerkstelling, productiviteit, rendabiliteit, van veel opgenomen bedrijven bekend of kan dit berekend worden. Het gebruik van de Amadeus databank brengt echter enkele beperkingen met zich mee die steeds in het achterhoofd gehouden moeten worden bij cijfers en studies naar verbanden. Zo worden inactieve bedrijven automatisch uit de dataset verwijderd, waardoor je op basis van 1 versie niet kunt nagaan hoeveel bedrijven er voordien actief waren. Wij lossen dit probleem op door verscheidene jaarlijkse versies in onze databank te integreren. Desalniettemin nemen we niet alle bedrijven waar. Het aantal waargenomen bedrijven varieert daarbij naargelang tijd en ruimte. Het is dus niet omdat we een quasi exhaustieve steekproef hebben van een bepaalde sector in België dat dit ook voor bijvoorbeeld Duitsland het geval is. De dekkingsgraad van deze databank is voor België echter zeer hoog, waardoor ze uitermate geschikt is voor fijnmazige econometrische analyses zoals deze hier worden gedaan. De voor dit onderzoek gebruikte dataset is identiek aan degene waar het beleidsrapport Ondernemerschapskapitaal in Vlaanderen, België en Europa (STORE-B ) op is gebaseerd. Voor meer gedetailleerde informatie over de dataset verwijzen we de lezer door naar het voornoemde beleidsrapport. 3.2 Methodologische aspecten In ons onderzoek naar de determinanten van ondernemerschapskapitaal moeten we een aantal problemen het hoofd bieden. Een eerste probleem is de heterogene geografie van de verschillende Belgische postcodegebieden. Empirische resultaten kunnen dan enkel gebruikt worden om uitspraken te doen over hoe ver een effect reikt in termen van buurregio s, waardoor je enkel kunt nagaan of het effect reikt tot de aangrenzende regio s, of tot de aangrenzende regio s van aangrenzende regio s, enz. Gelet op de zeer wisselende omvang van de bestudeerde geografische eenheden zijn we niet in staat om de absolute reikwijdte van de effecten in afstand (kilometer) uit te drukken of te bestuderen. Bovendien tonen Glaeser et al. (2010) aan dat het niet corrigeren voor geografische heterogeniteit aanleiding kan geven tot inconsistente schattingen van de agglomeratie effecten, wat tot foute conclusies kan leiden. 9

10 Om tot beleidsrelevante inzichten te komen hebben we daarom de ruwe data gerasterd. Dit houdt in dat we over heel België een raster met vierkanten hebben gelegd en de bedrijven vervolgens hebben herverdeeld. Figuur 1 illustreert dit proces grafisch. Om tot geen al te grote vervormingen te komen hebben we daarbij de volgende verdeelsleutel toegepast: indien een aandeel x van postcodegebied p in vierkant A ligt, dan wordt een deel x van de in postcode p gevestigde bedrijven aan vierkant A toegewezen. Op deze manier krijgen alle bedrijven een nieuwe locatie toegewezen zonder dat nieuwe bedrijven uitgevonden worden. Figuur 2 illustreert dit proces voor sector de entertainmentsector. Een tweede probleem is de moeilijke identificatie van de onderscheiden agglomeratie effecten. Ieder agglomeratie-effect zorgt voor een hogere (arbeids)productiviteit in de desbetreffende regio, wat op zijn beurt leidt tot een hogere vraag naar en een hogere prijs van de betreffende input (loon) (Rosenthal en Strange, 2004). De aanwezige agglomeratiemechanismen uiten zich dus allemaal onder ongeveer dezelfde vorm, waardoor de individuele effecten niet eenvoudig kunnen nagegaan worden. 10

11 Figuur 1 - Correctie voor geografische heterogeniteit Figuur 2 Herallocatie van bedrijven en correctie voor geografische heterogeniteit (227) (227) (230) (158) 0-0 (299) (81) (24) (23) (44) 5-10 (52) 0-5 (31) 11

12 3.3 Variabelen De identificatie van specifieke agglomeratiekrachten is zoals gezegd niet eenvoudig. Dit kan enkel enerzijds door een aantal meetbare eigenschappen te zoeken die uniek zijn aan ieder type agglomeratie-effect en anderzijds door de overige agglomeratiemechanismen te vatten in zogenaamde container -variabelen. De door ons gebruikte container-variabelen zijn forward en backward linkages. Forward linkages voor industrie k in regio r meten we daarbij als: Met de fractie van de output die industrie k aan industrie i toelevert en het aantal bedrijven uit industrie i dat in regio r aanwezig is. Deze informatie halen we uit de input-output tabellen voor België opgesteld door het Federaal Planbureau. Indien industrie k een groot deel van zijn output aan industrie i verkoopt, en er zijn veel bedrijven uit industrie i in regio r aanwezig, dan zal deze aan zeer veel bedrijven kunnen toeleveren. Op deze manier controleren we (deels) voor de vraag die in regio r aanwezig is. Backward linkages voor industrie k in regio r meten we als: Met de fractie inputs die industrie k uit industrie i betrekt, en het totaal aantal bedrijven uit industrie i dat aanwezig is. Indien industrie k een groot deel van zijn inputs uit industrie i betrekt, en er veel bedrijven uit sector i aanwezig zijn, dan kan deze potentieel heel veel inputs toegeleverd krijgen. Op deze manier controleren we voor de voordelen die een bedrijf ondervindt door veel verschillende toeleveranciers te hebben. Merk op dat deze variabele de impact van alle mechanismes die opereren via relaties met toeleveranciers vat. Hieronder definiëren we nog een variabele die specifiek het mechanisme van inputsharing probeert te vatten. Naast deze container variabelen hebben we ook twee agglomeratiekrachten expliciet in onze analyse opgenomen: labor pooling en inputsharing. Labor pooling betreft de baten die bedrijven ondervinden door een negatieve correlatie tussen hun respectievelijk performatie (i.e. de ene expandeert terwijl de andere inkrimpt, zie sectie twee). Dit mechanisme gaat met andere woorden gepaard met bedrijven die personeel ontslaan, en andere 12

13 bedrijven die personeel aannemen; beide goed observeerbare gebeurtenissen. Op basis van deze vaststelling meten Overman en Puga (2009) het potentieel voor labor pooling voor industrie i in region r als volgt: Daarbij staat voor het aantal werknemers in bedrijf n uit sector i met vestigingsplaats r, voor het aantal werknemers in sector i in regio r en N voor het totale aantal bedrijven uit sector i die in regio r aanwezig zijn. Voor een bedrijf n is het batig om sterk te expanderen (hoge ) op een ogenblik dat de eigen sector inkrimpt (negatieve ). In dit geval zal de n-de term ( ) uit bovenstaande som een hoge waarde aannemen. Het gemiddelde van al deze bedrijfservaringen levert bijgevolg een goede indicatie voor de voordelen die men haalt uit labor pooling. Ook voor inputsharing is er een goede indicator. Onder inputsharing verstaan we de meer efficiënte input-mix die bedrijven kunnen kiezen indien er een brede waaier aan toeleveringsbedrijven aanwezig is. Daarbij gaan we uit van bedrijven die een aantal onderling niet inruilbare grondstoffen nodig hebben om te kunnen produceren. Zo kan een frituur zijn productie niet constant houden door aardappelen in te ruilen voor frituurvet. Je hebt beide nodig om te produceren. Economen spreken in dit verband over complementaire productiefactoren. Echter voor iedere noodzakelijke grondstof kan een bedrijf kiezen tussen verschillende types, die hij eventueel eigenhandig kan combineren. Zo kan een frituur opteren voor een dierlijk vet, een plantaardige olie, of een uniek mengsel van beide. Economen spreken in dit verband van substitueerbare productiefactoren : je kan de ene variant frituurvet vervangen (substitueren) door een andere. Kortom: we veronderstellen dat een bedrijf een aantal complementaire productiefactoren nodig heeft, waarbij die voor iedere complementaire productiefactor een bepaald type (of een combinatie van types) kan kiezen. Via input-output tabellen van het Federaal Planbureau achterhalen we welke complementaire productiefactoren een sector nodig heeft. Daarenboven weten we op basis van de Amadeus databank hoeveel toeleveranciers er per sector aanwezig zijn in elke regio, wat ons een indicatie levert van de breedte van het gamma. Aldus bekomen we de volgende indicator voor inputsharing in industrie k en regio r. 13

14 Daarbij staat voor de fractie inputs die industrie k uit industrie i betrekt, voor de variance ratio (een indicatie voor de verscheidenheid ) van industrie i in regio r en voor het totale aantal industrieën. We delen de sectoren in op basis van de NACE 2 digit code. Aangezien we ook de NACE 4 digit code van ieder bedrijf kennen kunnen we aldus per sector nagaan hoe gevarieerd het aanbod is door te berekenen hoeveel bedrijven er aanwezig zijn van ieder type (per NACE 4 digit code) en door vervolgens de modus van deze verdeling te berekenen. Het totale aantal bedrijven in een sector (NACE 2 digit) wordt in de bovenstaande formule weergegeven door n, de modus van de NACE 4 digit verdeling door de relatieve frequentie van modus(nr). In bijlage B tonen we aan dat onze maatstaf voor inputsharing steeds een waarde tussen nul en één aanneemt. Deze indicator kan als volgt begrepen worden. De hele economie is ingedeeld in I sectoren. Daarbij geeft weer welk percentage van de grondstoffen sector k aankoopt van sector i. Is dit percentage hoog (respectievelijk laag), dan is sector i een belangrijke (respectievelijk onbelangrijke) toeleverancier van sector k en dan maakt de juiste keuze van een bepaald grondstoftype veel (respectievelijke weinig) uit. De variance ratio geeft vervolgens weer hoe breed het productgamma van sector i in regio r is. Is dit zeer groot (respectievelijk zeer klein) dan zal de variance ratio een hoge waarde (respectievelijk lage waarde) aannemen. Dat betekent dat i de term hoog zal zijn indien industrie k intensief gebruik maakt van industrie i én industrie i over een uitgebreid productgamma beschikt. Door deze termen op te tellen van alle I industrieën bekomen we zodoende een goede indicatie voor de potentiële baten uit inputsharing. De aanwezigheid van de variantie ratio in de indicator van inputsharing stelt ons voor een extra uitdaging. Indien we de spreiding van de bedrijven binnen iedere sector willen kennen dient iedere geografische eenheid voor iedere sector tenminste 2 bedrijven te herbergen. Om na te gaan hoeveel bedrijven we per sector nodig hebben om tot een redelijke inschatting van de variantie ratio te komen hebben we een Monte Carlo simulatie uitgevoerd. Deze vertrok daarbij telkens van de verschillende empirische distributies die we in de verschillende Belgische gemeenten en sectoren 14

15 hebben kunnen waarnemen tijdens de periode Vervolgens zijn we nagegaan hoe de vertekening zich gedraagt naarmate we de steekproef groter maken. Op basis van deze gegevens hebben we het ideale aantal bedrijven dat in iedere sector van iedere geografische eenheid aanwezig moet zijn vastgelegd op vier. Leggen we onze norm lager, dan kunnen we meer regio s behouden maar met een erg grote bias. Leggen we onze norm hoger dan vallen er dermate veel regio s weg dat statistische besluitvorming moeilijk wordt. Het is dan ook belangrijk om te vermelden dat deze studie de meest afgelegen regio s heeft moeten weren en zodoende een territorium heeft overgehouden dat grosso modo overeenkomt met de Vlaamse ruit met uitlopers naar Luik, Namen en de kust. Meer informatie over de Monte Carlo simulatie vindt u terug in bijlage. We zullen in de analyse ook expliciet controleren voor verschillen in concurrentiegraad door middel van de Herfindahl Index: ( ) Daarbij staat voor het marktaandeel waarover bedrijf n in industrie i beschikt. De Herfindahl is nul indien er zeer veel concurrentie is (veel bedrijven met elk een klein marktaandeel) en 1 indien er sprake is van een monopolie. Tot slot controleren we ook voor natuurlijke voordelen door drie dummy variabelen te introduceren, die 1 zijn indien een bedrijf dicht bij (afstand minder dan 2,5 km) een autostrade, spoorweg of rivier ligt en 0 in het andere geval. Merk op dat kennistransfers (als agglomeratiekracht) zéér moeilijk te meten zijn. We kunnen hiervoor hooguit gebruik maken van patentcitaties. We nemen deze dan ook niet op in de analyse. Onze afhankelijke variabele wordt ten slotte gemeten als het gemiddelde aantal toetreders per duizend inwoners tijdens de periode Vooraleer over te gaan op onze onderzoeksresultaten vermelden we nog de gehanteerde sectorindeling. 15

16 Tabel 1 - Sectorindeling Sector Nace 2digit code Grondstofdelving en energieproducten 10, 11, 12, 13, 14, 40 Voedingsindustrie 15, 16 Houtnijverheid 20 Uitgeverijen en geschreven media 21, 22 Chemische industrie 24, 25, 26 Metaal industrie 27, 28 Meubelnijverheid 36 Bouwsector 45 Verkoop en verhuur van voertuigen 50, 71 Groot- en detailhandel 51 Horeca 55 Transportsector 60, 61, 62 Toeleveranciers transportsector 63 Financiële sector 65, 66, 67 Vastgoedsector 70 Research and Development 72, 73 Entertainment sector 92 16

17 4. Bevindingen. Vooraleer in te gaan op impactanalyse brengen we drie concepten aan: de gemiddelde directe impact, de gemiddelde totale impact en de gemiddelde indirecte impact. De gemiddelde directe impact geeft het (gemiddelde) effect van een toename van een onafhankelijke variabele weer op het aantal bedrijfsstichtingen in dezelfde regio. De gemiddelde indirecte impact het (gemiddelde) effect van een toename van een onafhankelijke variabele op het aantal bedrijfsstichtingen in alle andere regio s weer. Tot slot geeft de gemiddelde totale impact geeft het (gemiddelde) effect van een toename van een onafhankelijke variabele op het aantal bedrijfsstichtingen in alle regio s weer (direct + indirect effect). Onze spatiaal-econometrische analyse laat niet enkel toe om het effect in te delen in de drie hierboven vermelde kanalen (namelijk impact op de eigen bedrijfsstichtingen, alle bedrijfsstichtingen of bedrijfsstichtingen in alle andere regio s), maar laat ook toe om deze effecten te verdelen over de ruimte ( spatiale partitionering ). Een toename in een variabele op regio r zal immers een effect hebben op het aantal bedrijfsstichtingen in regio r, maar mogelijks ook op het aantal bedrijfstoenamen in de buurregio s van regio r. En via deze buurregio s ook op de buren van deze buurregio s, enz. Spatiale econometrie stelt ons instaat om al deze effecten op te splitsen in effecten op de eigen regio, de directe buren, de buren van de buren, enzovoort. Merk op dat het mogelijk is dat een toename in een agglomeratiekracht in regio r voor een toename in de bedrijfsstichtingen in de eigen regio zorgt, ten koste van de buurregio s. Dit is vanuit beleidsstandpunt niet triviaal: willen we de bedrijfsstichtingen in de ene regio aanmoedigen, dan kan deze actie ook (negatieve) gevolgen hebben voor de buurregio s. De onderhavige studie laat echter niet toe om grote besluiten te trekken hieromtrent: de spatiaal gepartitioneerde effecten in onze analyse zijn slechts zelden significant. Dit heeft wellicht te maken met de kleinere omvang van deze effecten (t.a.v. het nietgepartitioneerde effect) en het relatief beperkt aantal regio s dat we overhouden. 3 Uit onze analyse blijkt dat zowel de geschreven media (inclusief uitgeverijen), als de bouw-, R&D en entertainmentsector gevoelig zijn voor de aanwezigheid van een uitgebreid arsenaal aan toeleveringsbedrijven (inputsharing). Vanuit theoretisch oogpunt hoeft dit niet te verwonderen. Al deze sectoren zijn verbonden met toeleveranciers die een duidelijke impact zullen hebben op de prijs en kwaliteit van het eindproduct. Zo kan een projectontwikkelaar afhankelijk zijn van de diensten die 3 Merk op dat we de bedrijven in 19 sectoren hebben opgedeeld, en dat we enkel die regio s hebben overgehouden waarvoor er in iedere sector tenminste 3 bedrijven aanwezig zijn. Hierdoor verliezen we een groot deel van het Belgische territorium. 17

18 loodgieters, stukadoors, als zelfstandige aan het bedrijf toeleveren. Indien deze projectontwikkelaar in een bepaalde regio een ruimere keuze heeft dan kan hij er voor opteren om meer kwalitatieve (of net goedkopere) vakmannen in te huren om zodoende de prijs en kwaliteit van het eindproduct beter af te stemmen op de wensen van de klant. Ook in de entertainment sector kunnen we zulke redenering maken. Zo zal de aanwezigheid van een breed gamma aan artiesten de programmering van heel wat (lokale) theaters, kunnen verbeteren waardoor deze wederom een beter eindproduct afleveren. Daarbij merken we telkens een bijzonder spatiaal patroon op: indien het gamma aan toeleveringsbedrijven toeneemt in een regio dan zal dat een positief effect hebben op het aantal bedrijfsstichtingen in de eigen regio, maar een negatief effect op het aantal bedrijfsstichtingen in de buurregio s. De buren van de buurregio s worden dan weer positief beïnvloed, en de vierde orde buren opnieuw negatief, We nemen een effect waar dat uitdijt als concentrische golven in het water. Op zich is dit een interessante bevinding. Indien men het ondernemerschap in een bepaalde regio wil aanmoedigen door het gamma aan toeleveranciers (op willekeurige wijze) te doen toenemen, dan zal dit bedrijfsoprichtingen onttrekken aan de onmiddellijk aangrenzende regio s. Het aantal extra bedrijfsoprichtingen in de ene regio zal echter het verlies daarvan in de aangrenzende regio s ruim compenseren (vandaar dat het totale cumulatieve effect steeds significant positief is). Hoewel de parameterschattingen het bovenstaande geografische patroon onthullen merken we op dat deze (spatiaal gepartitioneerde) effecten vrijwel nooit significant zijn. Dit heeft vermoedelijk te maken met de veel lagere waarde van de populatieparameters, wat het onderscheidingsvermogen 4 van de T-tests verlaagt. Merk ook op dat de ene sector beduidend gevoeliger is voor inputsharing dan de andere. Hieromtrent springt voornamelijk de R&D sector in het oog waar een toename van inputsharing maar liefst 4 maal hoger ligt dan in de mediasector, die het tweede grootste effect op zijn conto schrijft. Meer specifiek zullen maatregelen die het ondernemerschap in de NACE sectoren 24, 28, 36 (verwerkende nijverheid) stimuleren (bvb. door sectorspecifieke knelpunten te verhelpen) vervolgens het aantal start-ups in de R&D sector doen toenemen. Gelet op het belang van de R&D sector voor de productiviteit in andere sectoren (door de verspreiding van nieuwe kennis en productieprocessen) zal dit waarschijnlijk ook de algemene economische groei ten goede komen. 4 Het onderscheidingsvermogen is de kans dat we de nulhypothese (hier: er is geen effect) verwerpen indien deze fout is. 18

19 19

20 Tabel 2 Spatiale effecten van inputsharing bij uitgeverijen en geschreven media Cumulatieve effecten Effect INPSH Standaardfout T-statistiek Directe effect INPSH Indirecte effect INPSH e e-76 Totale effect INPSH ** Spatiaal gepartitioneerde effecten (totale effect) Effect INPSH Standaardfout T-statistiek 0-7 km km km km km Tabel 3 Spatiale effecten van inputsharing in de bouwsector Cumulatieve effecten Effect INPSH Standaardfout T-statistiek Directe effect INPSH ** Indirecte effect INPSH e e-166 Totale effect INPSH ** Spatiaal gepartitioneerde effecten (totale effect) Effect INPSH Standaardfout T-statistiek 0-7 km km km km e km e e-05 20

Samenvatting Een van de opmerkelijkste kenmerken van economische activiteit is de ongelijkmatige ruimtelijke verdeling. In tabel 1.1 op pagina 2 staan gegevens over de productie per oppervlakte van verschillende

Nadere informatie

Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen

Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen RESEARCH SUMMARY ONDERZOEK I.K.V. VIONA STEUNPUNT WSE Capita Selecta Recent Arbeidsmarktonderzoek in Vlaanderen Richtlijnen voor auteurs - De hoofdindeling ligt vast en bestaat uit volgende rubrieken:

Nadere informatie

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk

Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk M201210 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk Arjan Ruis Zoetermeer, september 2012 Vergrijzing MKB-ondernemers zet bedrijfsprestaties onder druk De leeftijd van de ondernemer blijkt

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

Gender: de ideale mix

Gender: de ideale mix Inleiding 'Zou de financiële crisis even hard hebben toegeslaan als de Lehman Brothers de Lehman Sisters waren geweest?' The Economist wijdde er vorige maand een artikel aan: de toename van vrouwen in

Nadere informatie

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus

Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Implementations of Tests on the Exogeneity of Selected Variables and Their Performance in Practice M. Pleus Dat economie in essentie geen experimentele wetenschap is maakt de econometrie tot een onmisbaar

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZ/10/071 BERAADSLAGING NR 10/040 VAN 1 JUNI 2010 MET BETREKKING TOT DE MEDEDELING VAN GECODEERDE PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Over de interpretatie van schattingen van het private en het sociale rendement van R&D

Over de interpretatie van schattingen van het private en het sociale rendement van R&D CPB Memorandum Hoofdafdelingen : Institutionele Analyse en Bedrijfstakken Afdelingen : Kenniseconomie en Bedrijfstakkencoördinatie Samenstellers : Maarten Cornet, Erik Canton en Alex Hoen Nummer : 27 Datum

Nadere informatie

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013

Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Evolutie van het arbeidsongevallenrisico in de privésector in België tussen 1985 en 2013 Verschillende factoren bepalen het aantal arbeidsongevallen. Sommige van die factoren zijn meetbaar. Denken we daarbij

Nadere informatie

Feedback proefexamen Statistiek I 2009 2010

Feedback proefexamen Statistiek I 2009 2010 Feedback proefexamen Statistiek I 2009 2010 Het correcte antwoord wordt aangeduid door een sterretje. 1 Een steekproef van 400 personen bestaat uit 270 mannen en 130 vrouwen. Een derde van de mannen is

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

5. Statistische analyses

5. Statistische analyses 34,6% 33,6% 31,5% 28,5% 25,3% 25,2% 24,5% 23,9% 23,5% 22,3% 21,0% 20,0% 19,6% 19,0% 18,5% 17,7% 17,3% 15,0% 15,0% 14,4% 14,3% 13,6% 13,2% 13,1% 12,3% 11,9% 41,9% 5. Statistische analyses 5.1 Inleiding

Nadere informatie

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2

1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 ANNEX 4 MACRO-ECONOMISCHE ONDERBOUWING VAN HET BAU-SCENARIO Auteur: J. Duerinck INHOUD 1 Toegevoegde waarde in het BAU-scenario 2 1.1 Analyse trendmatige evoluties toegevoegde waarde 2 1.2 Methode voor

Nadere informatie

De Verdeelde Triomf. Ateliersessie Trek naar de Stad Provincie Flevoland, Lelystad. 23 maart 2016 Dr. Otto #verdeeldetriomf

De Verdeelde Triomf. Ateliersessie Trek naar de Stad Provincie Flevoland, Lelystad. 23 maart 2016 Dr. Otto #verdeeldetriomf De Verdeelde Triomf Ateliersessie Trek naar de Stad Provincie Flevoland, Lelystad 23 maart 2016 Dr. Otto Raspe 1 @ottoraspe #verdeeldetriomf Trends in de regionale economie http://www.pbl.nl/sites/default/files/cms/publicaties/pbl_2014_trendsin-de-regionale-economie_1374.pdf

Nadere informatie

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009

Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 Grafische sector West-Vlaanderen Werkt 2, 2009 De grafische sector in West-Vlaanderen Foto: : Febelgra Jens Vannieuwenhuyse sociaaleconomisch beleid, WES De grafische sector is zeer divers. Grafische bedrijven

Nadere informatie

M200705. Werkgelegenheid bij startende bedrijven. drs. A. Bruins

M200705. Werkgelegenheid bij startende bedrijven. drs. A. Bruins M200705 Werkgelegenheid bij startende bedrijven drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2007 2 Werkgelegenheid bij startende bedrijven Van startende bedrijven wordt verwacht dat zij bijdragen aan nieuwe werkgelegenheid.

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding

Jaarverslag Herplaatsingsfonds. 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Jaarverslag Herplaatsingsfonds 1.1 Aanvragen voor outplacementbegeleiding Het Herplaatsingsfonds financiert de outplacementbegeleiding van alle ontslagen werknemers tewerkgesteld in bedrijven in het Vlaamse

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Dit proefschrift bestudeert het gebruik van handelskrediet in de rijstmarkten van Tanzania. 18 We richten ons daarbij op drie aspecten. Ten eerste richten we ons op het

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

6.1 Beschouw de populatie die wordt beschreven door onderstaande kansverdeling.

6.1 Beschouw de populatie die wordt beschreven door onderstaande kansverdeling. Opgaven hoofdstuk 6 I Learning the Mechanics 6.1 Beschouw de populatie die wordt beschreven door onderstaande kansverdeling. De random variabele x wordt tweemaal waargenomen. Ga na dat, indien de waarnemingen

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia

INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE. Studie in opdracht van Fevia INSCHATTING VAN DE IMPACT VAN DE KILOMETERHEFFING VOOR VRACHTVERVOER OP DE VOEDINGSINDUSTRIE Studie in opdracht van Fevia Inhoudstafel Algemene context transport voeding Enquête voedingsindustrie Directe

Nadere informatie

Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen

Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen Vrije Universiteit Seminar Netwerk Groene Groei 8 september 2015, Den Haag Netwerk Groene Groei

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB M200616 De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB dr. J.M.P. de Kok drs. J.M.J. Telussa Zoetermeer, december 2006 Prestatieverhogend HRM-systeem MKB-bedrijven met een zogeheten 'prestatieverhogend

Nadere informatie

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren

Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR 2010 2011 Samenvatting onderzoek: Diversificatiestrategieën van accountantskantoren Frederik Verplancke onder leiding van Prof. dr. Gerrit

Nadere informatie

De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid. Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011

De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid. Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011 De internationale concurrentiekracht van Nederlandse (top)sectoren en de rol van bereikbaarheid Frank van Oort Utrecht, 21 november 2011 (PBL-onderzoek samen met Mark Thissen, Arjan Ruijs & Dario Diodato)

Nadere informatie

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE

HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE HOOFDSTUK VII REGRESSIE ANALYSE 1 DOEL VAN REGRESSIE ANALYSE De relatie te bestuderen tussen een response variabele en een verzameling verklarende variabelen 1. LINEAIRE REGRESSIE Veronderstel dat gegevens

Nadere informatie

Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven

Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven Nederland als vestigingsplaats g voor buitenlandse bedrijven 1 Aanleiding Sinds jaren '90 sterke toename van investeringen ingen door buitenlandse bedrijven (FDI) Door open en sterk internationaal georiënteerde

Nadere informatie

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel)

«Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) «Bestaat er een verband tussen de leeftijd van de werkloze en de werkloosheidsduur?» (1 ste deel) Eerste deel Evolueert de werkloosheidsduur naargelang de leeftijd van de werkloze? Hoe groot is de kans

Nadere informatie

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement

Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen. volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Aandeel van de gerechtigden op wachten overbruggingsuitkeringen in de volledige werkloosheid - analyse volgens arrondissement Inleiding In ons recent onderzoek betreffende de gerechtigden op wacht- en

Nadere informatie

Technische nota. Tevredenheid van zelfstandige ondernemers en werkbaar werk. Ria Bourdeaud hui Stephan Vanderhaeghe

Technische nota. Tevredenheid van zelfstandige ondernemers en werkbaar werk. Ria Bourdeaud hui Stephan Vanderhaeghe Brussel, februari 2009 Technische nota Tevredenheid van zelfstandige ondernemers en werkbaar werk Ria Bourdeaud hui Stephan Vanderhaeghe Brussel, SERV - STV Innovatie & Arbeid, februari 2009 Technische

Nadere informatie

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei

CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid. economische groei CPB Notitie 22 december 2014 CPB-reactie op OESOstudie over de relatie tussen inkomensongelijkheid en economische groei Uitgevoerd op verzoek van de vaste commissie Financiën van de Tweede Kamer CPB Notitie

Nadere informatie

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt

Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt Bijlage 1 Toelichting kwantitatieve analyse ACM van de loterijmarkt 1 Aanpak analyse van de loterijmarkt 1. In het kader van de voorgenomen fusie tussen SENS (o.a. Staatsloterij en Miljoenenspel) en SNS

Nadere informatie

Samenvatting. Kort overzicht. Kartels

Samenvatting. Kort overzicht. Kartels Samenvatting Kort overzicht Dit proefschrift gaat over de economische theorie van kartels. Er is sprake van een kartel wanneer een aantal bedrijven, expliciet of stilzwijgend, afspreekt om de prijs te

Nadere informatie

6. Project management

6. Project management 6. Project management Studentenversie Inleiding 1. Het proces van project management 2. Risico management "Project management gaat over het stellen van duidelijke doelen en het managen van tijd, materiaal,

Nadere informatie

2. Simulatie van de impact van een "centen i.p.v. procenten"-systeem

2. Simulatie van de impact van een centen i.p.v. procenten-systeem Bijlage/Annexe 15 DEPARTEMENT STUDIËN Impact van een indexering in centen i.p.v. procenten 1. Inleiding Op regelmatige tijdstippen wordt vanuit verschillende bronnen gesuggereerd om het huidige indexeringssysteem

Nadere informatie

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige Samenvatting Een economische schok is een drastische verandering in het evenwicht of de continuïteit van een systeem. De wereld wordt gekenmerkt door een veelheid van schokken. En elke schok lijkt de economie

Nadere informatie

math inside Model orde reductie

math inside Model orde reductie math inside Model orde reductie Model orde reductie Met het voortschrijden van de rekenkracht van computers en numerieke algoritmen is het mogelijk om steeds complexere problemen op te lossen. Was het

Nadere informatie

MKB investeert in kennis, juist nu!

MKB investeert in kennis, juist nu! M201016 MKB investeert in kennis, juist nu! drs. B. van der Linden drs. P. Gibcus Zoetermeer, september 2010 MKB investeert in kennis, juist nu! MKB-ondernemers blijven investeren in bedrijfsopleidingen,

Nadere informatie

MULTIPELE IMPUTATIE IN VOGELVLUCHT

MULTIPELE IMPUTATIE IN VOGELVLUCHT MULTIPELE IMPUTATIE IN VOGELVLUCHT Stef van Buuren We hebben het er liever niet over, maar allemaal worden we geplaagd door ontbrekende gegevens. Het liefst moffelen we problemen veroorzaakt door ontbrekende

Nadere informatie

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap

Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap Onderneming en omgeving - Economisch gereedschap 1 Rekenen met procenten, basispunten en procentpunten... 1 2 Werken met indexcijfers... 3 3 Grafieken maken en lezen... 5 4a Tweedegraads functie: de parabool...

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Statistieken over bezettingsgraden: enkele methodologische beschouwingen

Statistieken over bezettingsgraden: enkele methodologische beschouwingen Statistieken over bezettingsgraden: enkele methodologische beschouwingen Inleiding Sinds een drietal jaar kunnen hotels maandelijks cijfers doorgeven aan het steunpunt over het aantal verhuurde kamers,

Nadere informatie

GLOBAL ANALYZER HANDLEIDING

GLOBAL ANALYZER HANDLEIDING HANDLEIDING GLOBAL ANALYZER RAPPORTS 1 Het Identificatie blok 1 Het Diagnose blok 1 Het Conclusies blok 1 Het bedrijfsprofiel 2 De verschillende Onderdelen 2 DE WAARDERING 2 Koop laag, verkoop hoog! 2

Nadere informatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

3.2 De omvang van de werkgelegenheid 3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal

Nadere informatie

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren?

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Januari 2013 Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Analyse uitgevoerd voor het Observatorium Krediet en Schuldenlast Duvivier

Nadere informatie

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1

Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Inleiding tot de economie (HIR(b)) VERBETERING Test 14 november 2008 1 Vraag 1 (H1-14) Een schoenmaker heeft een paar schoenen gerepareerd en de klant betaalt voor deze reparatie 16 euro. De schoenmaker

Nadere informatie

Fiche 3: tewerkstelling

Fiche 3: tewerkstelling ECONOMISCHE POSITIONERING VAN DE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE Fiche 3: tewerkstelling In de sector werken meer dan 29.400 personen; het volume van de tewerkstelling stijgt met een constant ritme van 3,7 %,

Nadere informatie

Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven

Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven Uittocht uit de industrie onstuitbaar? Prof. Dr. J. Konings VIVES - KULeuven Overzicht Stylized Facts Theoretisch kader Sterke en zwakke sectoren in Vlaanderen? De supersterren van de Vlaamse economie

Nadere informatie

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst

MKB-ondernemers met oog voor de toekomst M200803 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Bedrijfsstrategieën in het MKB drs. M. Mooibroek Zoetermeer, juli 2008 MKB-ondernemers met oog voor de toekomst Ongeveer de helft van de MKB-ondernemers

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Delokalisatie, een element van industriële dynamiek

Delokalisatie, een element van industriële dynamiek Delokalisatie, een element van industriële dynamiek Mommaerts, G.; Pennings, E.; Sleuwaegen, L.; Van Den Cruyce, B.; Van Sebroeck, H. (2000), Syntheserapport: Delokalisatie, een element van industriële

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

Evolutie van de schadefrequentie 2002-2011 in de BA motorrijtuigen verzekering

Evolutie van de schadefrequentie 2002-2011 in de BA motorrijtuigen verzekering Evolutie van de schadefrequentie 2002-2011 in de BA motorrijtuigen verzekering Inhoud 1. Aantal schadegevallen BA toerisme en zaken... 2 Schadefrequentie BA toerisme en zaken... 2 Schadefrequentie van

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Griepepidemie. Modelleren B. Javiér Sijen. Janine Sinke

Griepepidemie. Modelleren B. Javiér Sijen. Janine Sinke Javiér Sijen Janine Sinke Griepepidemie Modelleren B Om de uitbraak van een epidemie te voorspellen, wordt de verspreiding van een griepvirus gemodelleerd. Hierbij wordt zowel een detailbenadering als

Nadere informatie

Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming

Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 13 september 2007 Vier werknemers op tien krijgen opleiding en vorming Vormingsinspanningen van Belgische ondernemingen in 2005 62,5%

Nadere informatie

Samenvatting Nederlands

Samenvatting Nederlands Samenvatting Nederlands 178 Samenvatting Mis het niet! Incomplete data kan waardevolle informatie bevatten In epidemiologisch onderzoek wordt veel gebruik gemaakt van vragenlijsten om data te verzamelen.

Nadere informatie

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid

Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid M201207 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid 1987-2010 drs. K.L. Bangma drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2012 Bedrijvendynamiek en werkgelegenheid In de periode 1987-2010 is het aantal bedrijven per saldo

Nadere informatie

Groei en Productiviteit van de Vlaamse Ondernemingen

Groei en Productiviteit van de Vlaamse Ondernemingen Groei en Productiviteit van de Vlaamse Ondernemingen SWOT Analyse Vlaamse industrie Stijn De Ruytter Tim Goesaert Joep Konings Jo Reynaerts 1 Overzicht Wat zijn onze sterke sectoren? Wie zijn de Economische

Nadere informatie

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Kusttoerisme West-Vlaanderen Werkt 3, 28 De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Foto: Evelien Christiaens Rik De Keyser bestuurder-directeur en hoofd afdeling toerisme, WES Evelien Christiaens

Nadere informatie

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Bevindingen Erasmus Innovatiemonitor Zorg Eindhoven, 5 oktober 2012 TOP INSTITUTE INSCOPE

Nadere informatie

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis

Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Erasmus Concurrentie en Innovatie Monitor 2009 Bedrijven die investeren in sociale innovatie hebben minder last van de crisis Rotterdam, 6 oktober 2009 INSCOPE: Research for Innovation heeft in opdracht

Nadere informatie

We illustreren deze werkwijze opnieuw a.h.v. de steekproef van de geboortegewichten

We illustreren deze werkwijze opnieuw a.h.v. de steekproef van de geboortegewichten Hoofdstuk 8 Betrouwbaarheidsintervallen In het vorige hoofdstuk lieten we zien hoe het mogelijk is om over een ongekende karakteristiek van een populatie hypothesen te formuleren. Een andere manier van

Nadere informatie

Het economisch DNA van de Kempen: De sleutelrol van globale ondernemingen

Het economisch DNA van de Kempen: De sleutelrol van globale ondernemingen Het economisch DNA van de Kempen: De sleutelrol van globale ondernemingen Prof. Dr. J. Konings, Prof. Dr. J. Reynaerts, Drs. S. De Ruyter VIVES, Faculteit Economie& Bedrijfswetenschappen KU Leuven Grote

Nadere informatie

Equitisation and Stock-Market Development

Equitisation and Stock-Market Development Samenvatting In deze dissertatie worden twee belangrijke vraagstukken met betrekking tot het proces van economische hervorming in Vietnam behandeld, te weten de Vietnamese variant van privatisering (equitisation)

Nadere informatie

Tewerkstelling. pharma.be vzw asbl

Tewerkstelling. pharma.be vzw asbl Tewerkstelling In 2012e werkten in de sector meer dan 32.500 personen. Dat is 6,7 % van de totale tewerkstelling in de verwerkende industrie en 1,2 % van de totale tewerkstelling in de private sector.

Nadere informatie

Verbanden tussen demografische kenmerken, gezondheidsindicatoren en gebruik van logopedie

Verbanden tussen demografische kenmerken, gezondheidsindicatoren en gebruik van logopedie Notitie De vraag naar logopedie datum 24 mei 2016 aan van Marliek Schulte (NVLF) Robert Scholte en Lucy Kok (SEO Economisch Onderzoek) Rapport-nummer 2015-15 Kunnen ontwikkelingen in de samenstelling en

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen

Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Evaluatie van de activeringsplicht van oudere werklozen Auteur: Joost Bollens 1 Abstract In de loop van mei 2009 werd in Vlaanderen de zogenaamde systematische aanpak van de VDAB (de Vlaamse Dienst voor

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

HOOFDSTUK VI NIET-PARAMETRISCHE (VERDELINGSVRIJE) STATISTIEK

HOOFDSTUK VI NIET-PARAMETRISCHE (VERDELINGSVRIJE) STATISTIEK HOOFDSTUK VI NIET-PARAMETRISCHE (VERDELINGSVRIJE) STATISTIEK 1 1. INLEIDING Parametrische statistiek: Normale Verdeling Niet-parametrische statistiek: Verdelingsvrij Keuze tussen de twee benaderingen I.

Nadere informatie

Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven

Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven Nederland als vestigingsplaats voor buitenlandse bedrijven 1 Aanleiding Sinds jaren '90 sterke toename van investeringen door buitenlandse bedrijven (FDI) Door open en sterk internationaal georiënteerde

Nadere informatie

Changes in employment in the pharmaceutical industry 31.745 30.729. 1995 2000 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011e

Changes in employment in the pharmaceutical industry 31.745 30.729. 1995 2000 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011e Tewerkstelling In 2011e werkten in de sector bijna 32.200 personen. Dat is 6,4 % van de totale tewerkstelling in de verwerkende industrie en 1,3 % van de totale tewerkstelling in de private sector. In

Nadere informatie

Rendement. 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS

Rendement. 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS Rendement 9 de jaargang maart 2015 nr 30 FINANCIEEL NIEUWS De voordelen van globale diversificatie Ondanks de sterk toegenomen globalisering blijft internationale diversificatie in aandelenportefeuilles

Nadere informatie

Emissielekken in België

Emissielekken in België Milieu-economische analyses voor België, de Gewesten en Europa 13 september 2012 Emissielekken in België Guy Vandille Federaal Planbureau Wat is een emissielek? Emissielek = verschil tussen : emissies

Nadere informatie

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1

Bedrijfsopleidingen in de industrie 1 Bedrijfsopleidingen in de 1 M.J. Roessingh 2 Het aantal bedrijfsopleidingen dat een werknemer in de in 1999 volgde, is sterk gestegen ten opzichte van 1993. Ook zijn er meer opleidingen gaan volgen. Wel

Nadere informatie

Samenvatting Ondernemerschap vanuit het verleden

Samenvatting Ondernemerschap vanuit het verleden Samenvatting 1. Ondernemerschap vanuit het verleden Moderne helden. Dat is volgens Ehrenberg (1991) het heersende stereotype beeld over ondernemers. Ondernemers zijn onafhankelijk en leggen alleen verantwoording

Nadere informatie

M200704. Markt- en klantgerichtheid in het MKB. drs. S.C. Oudmaijer

M200704. Markt- en klantgerichtheid in het MKB. drs. S.C. Oudmaijer M200704 Markt- en klantgerichtheid in het MKB drs. S.C. Oudmaijer Zoetermeer, februari 2007 Markt- en klantgerichtheid in het MKB In de rapportage beschrijft EIM drie indicatoren om de klant- en marktgerichtheid

Nadere informatie

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid

Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid Sectoraal Comité van de Sociale Zekerheid en van de Gezondheid Afdeling Sociale Zekerheid SCSZG/15/156 BERAADSLAGING NR. 15/056 VAN 1 SEPTEMBER 2015 INZAKE DE MEDEDELING VAN GECODEERDE PERSOONSGEGEVENS

Nadere informatie

Figuur 1. Schematisch overzicht van de structuur van het twee-stadia recourse model.

Figuur 1. Schematisch overzicht van de structuur van het twee-stadia recourse model. Samenvatting In dit proefschrift worden planningsproblemen op het gebied van routering en roostering bestudeerd met behulp van wiskundige modellen en (numerieke) optimalisatie. Kenmerkend voor de bestudeerde

Nadere informatie

Cursus TEO: Theorie en Empirisch Onderzoek. Practicum 2: Herhaling BIS 11 februari 2015

Cursus TEO: Theorie en Empirisch Onderzoek. Practicum 2: Herhaling BIS 11 februari 2015 Cursus TEO: Theorie en Empirisch Onderzoek Practicum 2: Herhaling BIS 11 februari 2015 Centrale tendentie Centrale tendentie wordt meestal afgemeten aan twee maten: Mediaan: de middelste waarneming, 50%

Nadere informatie

M201115. Innovatie in het MKB. Ontwikkelingen 1999-2011. A. Ruis

M201115. Innovatie in het MKB. Ontwikkelingen 1999-2011. A. Ruis M201115 Innovatie in het MKB Ontwikkelingen 1999-2011 A. Ruis Zoetermeer, oktober 2011 Crisis drukt innovativiteit De economische crisis heeft zijn weerslag op de innovativiteit in het midden- en kleinbedrijf

Nadere informatie

De 50-plussers op de Limburgse arbeidsmarkt in de logistiek

De 50-plussers op de Limburgse arbeidsmarkt in de logistiek De 50-plussers op de Limburgse arbeidsmarkt in de logistiek APRIL 2012 INHOUD Blz 1. Loontrekkende werkgelegenheid 2 1.1 Algemeen 2 1.2 Hoofdsectoren 2 1.3 Logistiek 3 1.3.1 Algemeen 3 1.3.2 Limburgse

Nadere informatie

Sectoren / paritaire comités Methodologie

Sectoren / paritaire comités Methodologie Sectoren / paritaire comités Methodologie Wouter Vanderbiesen Mei 2014 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000 Leuven T:+32 (0)16 32 32 39 steunpuntwse@kuleuven.be www.steunpuntwse.be

Nadere informatie

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Statistiek (2DD14) op vrijdag 17 maart 2006, 9.00-12.00 uur.

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Tentamen Statistiek (2DD14) op vrijdag 17 maart 2006, 9.00-12.00 uur. TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica Tentamen Statistiek DD14) op vrijdag 17 maart 006, 9.00-1.00 uur. UITWERKINGEN 1. Methoden om schatters te vinden a) De aannemelijkheidsfunctie

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Internationale inkomensverschillen worden grotendeels veroorzaakt door verschillen in productiviteit. Tientallen jaren van onderzoek op het gebied van ontwikkelingsrekeningen

Nadere informatie

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen

Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen 1 Verdringing op de Nederlandse arbeidsmarkt: sector- en sekseverschillen Peter van der Meer Samenvatting In dit onderzoek is geprobeerd antwoord te geven op de vraag in hoeverre het mogelijk is verschillen

Nadere informatie

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting

Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting xvii Invloed van IT uitbesteding op bedrijfsvoering & IT aansluiting Samenvatting IT uitbesteding doet er niet toe vanuit het perspectief aansluiting tussen bedrijfsvoering en IT Dit proefschrift is het

Nadere informatie

Juli 2012. Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen

Juli 2012. Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen Juli 2012 Update cijfers extreme groeiers in Vlaanderen Evolutie extreme groeiers periode 2004 2007 1 Vanuit een beleidsstandpunt is het verkrijgen en verankeren van meer en meer succesvolle groeiondernemingen

Nadere informatie

Nieuwsbrief Zeeuwse arbeidsmarktmonitor Nummer 5: december 2015

Nieuwsbrief Zeeuwse arbeidsmarktmonitor Nummer 5: december 2015 Nieuwsbrief Zeeuwse arbeidsmarktmonitor Nummer : december 2 Zeeuwse ondernemers blijven gunstig gestemd Winstgevendheid bouwondernemers pas volgend jaar op peil Krapte aan personeel in sectoren ICT en

Nadere informatie

Samenvatting. Beginselen van Productie. en Logistiek Management

Samenvatting. Beginselen van Productie. en Logistiek Management Samenvatting Beginselen van Productie en Logistiek Management Pieter-Jan Smets 5 maart 2015 Inhoudsopgave I Voorraadbeheer 4 1 Inleiding 4 1.1 Globalisering........................................... 4

Nadere informatie