22 oktober 2015 Verslaving en impulsiviteit Verschillende invalshoeken Dr Els Santens
Verslaving als Chronische stoornis Duale procespathologie Verlies van controle = kernsymptoom
Impulsiviteit: een veelzijdig begrip Definitie (Evenden 1999) Complex multidimensioneel construct: - meerdere aspecten - beinvloed door verschillende onderliggende processen - cognitieve - emotionele - neurobiologische substraten/ neuroanatomische circuits
Persoonlijkheidsonderzoek Impulsiviteit wordt benaderd als een stabiel persoonlijkheidskenmerk dat zich manifesteert over verschillende situaties heen trait Gemeten ad hand van zelfrapportage vragenlijsten vb Barratt Impulsiveness Schale
Neurocognitief onderzoek impulsiviteit wordt doorgaans als een transitoire staat benaderd die fluctueert in reactie op cognitieve of omgevingsinvloeden state 2 hoofddimensies Impulscontrole Besluitvorming (Errormonitoring) Gemeten via gedragstaken
Cognitieve dimensies onderliggend aan zelfregulatie en zelfcontrole Zelfcontrole impulscontrole besluitvorming Motorische impulscontrole Perceptuele impulscontrole Complexe besluiten Uitstel Beloning Go/NoGo Stop Signaal WCST Stroop IGT DDT Error Monitoring
Impulsive action Motor Disinhibition Cognitive Disinhibition SST Go/NoGo Task CPT Stroop Task Impulsivity Delay Discounting DDT EDT DDM Impulsive choice Cognitive Impulsivity Impulsvive Decision making Reflection Impulsivity
Verschillende aspecten van impulsiviteit 1) Impulsieve besluitvorming: blijkt meer betrokken te zijn bij het beginnen met gebruik van drugs, de mate van gevoel van beloning tijdens gebruik en het verlies van controle over de inname 2) Motorische impulsiviteit: lijkt een belangrijkere rol te spelen in latere stadia van verslaving (continuering gebruik en herval) 3) Zelfgerapporteerde impulsiviteit
Neuropsychologisch perspectief Impulsiviteit wordt gezien als een gebrek aan cognitieve controle (top-down controle) of een uit balans zijn van top-down cognitieve controle systemen en bottom-up gestuurde gewoontes en drijfveren (reactiviteit) De verhoogde motorische impulsiviteit en impulsieve besluitvorming bij mensen met een verslavingsproblematiek gaan gepaard met stoornissen in activatie vd PFC en de pariëtale cortex (betrokken bij top-downprocessen zoals planning, beslissingen nemen en controle over gedrag) en striatale hersengebieden (belangrijk bij bottom-up processen zoals motivatie en het signaleren van potentiële- beloningen)
Neurobiologische aspecten van impulsiviteit Motorische impulsiviteit - Inferieure frontale cortex (onderdeel PFC) - (Pre)motorcortex en ventrale laterale nucleus van de thalamus (belangrijk bij coördinatie en planning van bewegingen) Impulsieve besluitvorming - Amygdala en hippocampus (belangrijk bij het vormen en opslaan van (emotionele) herinneringen ACG en PCG, DLPC en striatum (gerelateerd aan motivatie en beloning) zijn betrokken bij beide vormen van impulsiviteit
Voordeel neurocognitieve taken dynamische interactie tussen de 2 neurale systemen (impulsief/automatisch bottom-up systeem en een cognitief/controlerend top-down systeem wordt wellicht beter in kaart gebracht door neurocognitieve taken die een beroep doen op de wisselwerking tussen beide systemen (verslaving als duaal procesmodel) Hangen nauw samen met onderliggende neurobiologische functionele circuits Bieden wellicht een objectievere invalshoek op de aanwezigheid van impulsieve gedragstendensen
Rol van zelfcontrolemechanismen bij de ontwikkeling van verslavingsproblemen Als kwetsbaarheidsfactor Verhoogd risico op initiatie van gebruik Verhoogd risico op ontwikkeling van verslavingsproblemen Acute effecten van middelengebruik Chronische effecten van langdurig gebruik (neurotoxiciteit)
Enkele mogelijk veelbelovende interventies - Cognitieve training (werkgeheugentraining) - Attentional bias modification - Mindfulness training - Farmacologische inteventies (cognitive enhancers) - Hersenstimulatie
Duaal procesmodel Gedrag= samenspel tussen automatische en gecontroleerde processen Langzaam, gecontroleerd, reflectief systeem (met beperkte capaciteit) Snel, associatief, automatisch, impulsief systeem
Duaal proces model volgens Strack en Deutch Ruiter Stop Paard GO
Verslaving: verstoorde balans door Relatief sterke automatische cognitieve processen Zwakke motivatie Beperkingen in de cognitieve mogelijkheden om automatische impulsen te reguleren
Ons beeld van verslaving GECONTROLEERD: STOP AUTOMATISCHE PROCESSEN: NEEM
Metafoor: Ruiter en paard Paard = impulsieve systeem, zorgt voor actie Ruiter = reflectieve systeem, houdt lange termijn koers in de gaten Psycho-educatief ; toegepast door Rudi en Kristen in R-Impuls (groep C) Paard temmen of ruiter versterken door cognitieve trainingen
Automatische processen Selectieve aandacht = aandachtsbias Automatische geheugenassociaties Automatische actietendens (toenaderen/vermijden
Aandachtsbias Motivationeel relevante stimuli trekken aandacht en/of houden aandacht vast Drugs kapen motivatie systeem Hoe meten? Visual probe test (Emotionele) Stroop
Visual probe test Aandachtsbias
Automatische geheugenassociaties Impliciete associatietest (IAT)
Attentional Re-training Steeds (90%) stipjes op niet-alcohol plek Proefpersonen leren automatisch aandacht te brengen naar 1 van beide categorieën (attend) en de ander te vermijden (avoid) Controlegroep even vaak attend als avoid
Retraining resultaten 1 sessie + aandacht automatisch naar fris - geen generalisatie naar nieuwe plaatjes - geen generalisatie naar andere taak of gedrag + herhaalde training lijkt effect te hebben (generalisatie)
Automatische actietendensen
Hertrainen van automatische processsen = paard trainen Aandachtsbias hertrainen 5 sessies vermijdingstraining + CBT Hertrainen automatische geheugenassociaties Evaluatieve conditionering (soort antireclame) Enkel bij studenten getest, niet in klinische setting Hertraining automatische actietendensen Na 4 trainingssessies generalisatie en 10% minder terugval na 1j; ook hier combinatie met CBT
Paard temmen: interventies die de impulsieve processen direct beïnvloeden Aandachttraining Actietendenstraining Geheugenassociaties beinvloeden Ruiter sterker maken door trainen van executieve functies
Integratie Cognitieve interventies Motivationele interventies Cognitieve trainingen
Verslavingsgedrag Inhibitiestoornissen motorisch perceptueel prikkels en respons controleverlies gebruik ondanks negatieve gevolgen impliciete cognitieve veranderingen herinneringen attentional bias craving Prefrontale regio GAC DLPC OFC VMPfC stoornis besluitvorming OFC VMPfC insula GAC amygdala mesolimbisch amygdala striatum NcA VTA Inhibitieprocessen motivationele processen GAC: gyrus anterior cinguli DLPC: dorsolateraal prefrontale cortex OFC: orbitofrontale cortex VMPfC: ventromediale prefrontale cortex NcA: nucleus accumbens VTA: ventral tegmental area acute effecten middelengebruik neurotoxische gevolgen chronisch middelengebruik voorafbestaande stoornissen inhibitiefuncties gevolgen van langdurig/ intensief middelengebruik neurotoxische gevolgen middelengebruik voorafbestaande stoornissen motivationele functies
Concreet op afdeling Team Verslavingszorg Exploratief onderzoek naar neuropsychologische interventies bij patiënten met een afhankelijkheidsproblematiek: focus op impulsiviteit Therapiesessie ontwikkeld obv metafoor Paard- Ruiter (Wiers): R-Impuls : zie workshop Kristen en Rudi Mindfulness sessie binnen de PMT ACT sessies: zie workshop Herman
Exploratief onderzoek Onderscheid proberen te maken tussen personen met hoge mate van impulsiviteit en personen met lage mate van impulsiviteit (neuropsychologisch kader) Kan Reinforcement Theory van Gray (BIS/BAS) toegepast worden in het kader van indelen van patiëntengroepen obv impulsiviteit Concept EC Afname enerzijds zelfrapportage vragenlijsten (BIS-11; ATQ en BIS/BAS) en neurocognitieve (Cantab) batterij Afname neurofysiologische maat: ERN Indien correlaties gevonden worden opstellen cognitieve (werkgeheugentraining/aandachtstraining) training die het mogelijk maakt de EC te beïnvloeden
Gray s Reinforcement Sensitivity Theory (RST) REACTIVITY (Gray) BIS PSYCHOPATHOLOGY BAS Effortful Control (EC) REGULATION (Rothbart)
BIS: Behavioral Inhibition System ~ angst, negatief affect, vermijding BAS: Behavioral Activation/Approach System ~ impulsiviteit, positief affect en toenadering EC: Mate waarin persoon beschikt over sterke zelfregulerende processen moduleert hun emotionele reacties (reactiviteit). Kwetsbaarheid voor psychopathologie: Hoge mate van reactiviteit en lage mate van regulatie? Hypothese: Bij verslaving lage BIS, hoge BAS en lage EC?