Inhoudsopgave SOP ACP-CHROM-01



Vergelijkbare documenten
Elbo Technology BV Versie 1.1 Juni Gebruikershandleiding PassanSoft

Handleiding Icespy MR software

Snel aan de slag met de Mini Squirrel datalogger

Hanwell temperatuur / vocht logger handleiding

Handleiding Coligo Connect installatie en gebruik

Bijlage 8. Testprogramma brandreactiemodulen LBK

Beknopte handleiding SQ Vieuw software

Bijlage Inlezen nieuwe tarieven per verzekeraar

Elektronisch factureren

1. Introductie tot SPSS

Fuel. Handleiding voor installatie en gebruik

Coligo conne ct. Gebruikershandleiding

13 tips tegen een trage PC. Een trage PC, wat zijn de mogelijkheden om dit te voorkomen of te verhelpen: 1.Taakbeheer.

Midi PDF Bladmuziek lezer

DVR0404 / DVR0804 handleiding Web interface v1.1

Handleiding 103: Collecte Database (CDB) voor Wijkhoofden

1. Introductie 2. Omschrijving 2 Omschrijving van de onderdelen (voorzijde) Algemeen 3

Delmation Products BV Tel: +31 (0)

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: HANDLEIDING

IdentySoft Basic Support Handleiding EasySecure International B.V.

LESBRIEF Aan de slag met Schoolwise

Handleiding AVANCE Service desk. (ticketing portal)

Handleiding Concept Maps - Draw.io

Gebruikers Toevoegen. EasySecure International B.V. +31(0) Support.EasySecure.nl. v

Opstarten/instellen Sportlink Bond

* baopass: inlog- en leerlingvolgsysteem van ThiemeMeulenhoff. Alles telt. handleiding. baopass* voor leerkrachten

HANDLEIDING VAN DATARECORDER SOFTWARE (FOR WS-9010)

Handleiding muziek spelen van een tablet.

Automatisering voor Financiële Dienstverleners. Werken met Queries en Merge Documenten. For more information visit our website at

Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3

Gebruikershandleiding MJK Link 2.15 Index

Getting-started tutorial. Versie 1.0

Tips en Tricks basis. Microsoft CRM Revisie: versie 1.0

1 Inleiding. 3 Handmatig... invoeren zaken basis 4 Verwerken... zaken 5 Afhandelen... van zaken. 7 Uitgebreidere... zaak opties

Hoe download en installeer ik de software 15.2? Lees voordat u begint dit document volledig door en sluit alle programma s af.

HANDLEIDING RAPPORTEN

Handleiding uitwisseling Tekla Structures RFEM versie: Dlubal RFEM Tekla Structures 19.1

Handleiding Website. versie: 2.2

Inrichting Systeem: Locaties & Toegang

Handleiding CrisisConnect app beheersysteem

W2105 Import Externe Bestanden

Chronische Pijn Protocol Dossier (CPP)

Gebruikers Toevoegen. EasySecure International B.V. +31(0) Support.EasySecure.nl. v

Gebruiksaanwijzing WTW PC-software

Kluwer Office. DMS Basic Medewerker. Software.kluwer.be

Advies- en BegeleidingsCentrum voor het onderwijs in Amsterdam. Beeld en geluid. Onderdelen uit de workshop Werken met multimedia

Handleiding Europont Bestellen via internet (EDI)

Handleiding Medewerkersagenda. PlanCare Dossier elektronisch cliënten dossier

TI-SMARTVIEW. Installeren op Windows PC

Protocol Balance bord

Introductie Coach 6 videometen. 1 Eerste oefening

Welke NAW-gegevens kunt u via de data export in de uitstroommonitor plaatsen?

Afdrukken in Calc Module 7

Central Station. CS website

Handleiding dashboard. 3WA SaaS platform

Mapinhoud uploaden in Three Shipsproducten. Batchuploader

Handleiding van de Bibliotheek: e-books lezen op je e-reader - versie voor OS X (Mac)

Installatie en Gebruik Barcode Scanner

Handleiding Centix Cloud (WEB)

Handleiding: CitrixReceiver installeren voor thuisgebruik.

HANDLEIDING Q1600 Fashion

15 July Betaalopdrachten web applicatie gebruikers handleiding

Handleiding. Agis TFS Analyse (STO)

Invoegen... 8 Invulpunt... 9 Nieuwe bouwsteen maken... 9 Bouwsteen opslaan Wijze van werken in Outlook Informatie...

Inloggen in AccountView online voor Mac OS 30 april 2015 versie 9.1 en hoger

Digitale dossiers. Inhoudsopgave:

Handleiding microfiche- en microfilmapparaat

Handleiding online Factsheetmodule

DiGiCo SD-serie V987 UPGRADE INSTRUCTIE ALLEEN VOOR CORE2 GEBRUIKERS!

Waar bevindt zich belangrijke data in mijn computer? Hoeveel Gb aan data heb ik in mijn computer?

Proware Cloud. Documentatie. Proware Cloud. Kiosk Documentatie. versie Versie 2.30

In dit artikel zal ik u uitleggen hoe u rechtstreeks vanuit Troublefree Retail kan afdrukken

TOOL MJOB HANDLEIDING

1. Laad de software voor de camera van op het menu

TECHNISCHE HANDLEIDING AVISTAR 1.1 SERVER- en CLIENTPANEEL. 1 Inleiding blz Montage/ophanging paneel blz. 3

CrashPlan PROe installatie handleiding. Versie Mac-Up! - CrashPlan PROe Installatie Handleiding - 1

1. Over LEVIY 5. Openen van de activiteit 2. Algemene definities 6. Inloggen op het LEVIY dashboard 3. Inloggen 6.1 Overzichtspagina 3.

Handleiding Webapplicatie Robin

MA!N Rapportages en Analyses

Werken op afstand via internet

Handleiding voor installatie en gebruik

Handleiding CrisisConnect app beheersysteem

Documenten scannen Documenten scannen en opvragen in CASHWin

SenBox Handleiding. Versie: juli

Tool Calculeren voor Bouwkosten.nl en BeheerEnOnderhoudkosten.nl Handleiding

Zelf een Afsluitknop maken in Windows 10 ( of 7 of 8.x )

Het opzetten van een VPN (Virtual Private Network)

Activiteiten in Fidura

Auteur: Niels Bons. Handleiding Koepeldatabase Zakelijk toerisme: aanmelden organisatie. 2014, Provincie Fryslân. Uitgegeven in eigen beheer

Handleiding Weken met een Chromebook

TRUST AMI MOUSE 250S OPTICAL

Documentatiebundel Sfta Versturen en ontvangen van grote mails door gebruik te maken van "sfta.vmm.be"

Handleiding NarrowCasting

Tool Calculeren. Handleiding

Inhoud van dit document

Handleiding. vworkspace VGGM. Handleiding voor gebruikers.

Tool Calculeren voor GWWkosten.nl. Handleiding

(2) Handleiding Computer Configuratie voor USB ADSL modem

Een document importeren

Transcriptie:

Inhoudsopgave SOP ACP-CHROM-01 Autorisatie/validatie... 1 Kopiehouders... 1 1 Doel... 2 2 Verantwoordelijkheden... 2 3 Beschrijving 761 Compact IC... 3 4 Gegevens fabrikant en leverancier... 5 5 Afkortingen/definities... 6 6 Instructie... 7 6.1 Voorbereiding Ionchromatograaf voor analyse met de suppressed anion methode... 7 6.2 Het opzetten van een analysemethode... 13 6.3 Het opnemen van een kalibratielijn en het meten van de monsters... 18 6.4 Het uitzetten van de apparatuur... 25 6.5 Het voorbereiden van de apparatuur vóór stilstand langer dan één week... 25 6.6 Het voorbereiden van de apparatuur ná stilstand langer dan 1 week... 26 7 Periodiek onderhoud en troubleshooting... 27 7.1 Troubleshooting... 27 7.2 Onderhoud- en reparatie apparatuur... 31 8 Documenten (literatuur)... 32 9 Bijlagen... 32 Bijlage 1: Termen en definities van Metrodata 761 PC Software 1.0... 33 Bijlage 2: Voorschrift voor het bereiden van regeneratiezuur en spoelwater voor de suppressor.. 35 Bijlage 3: Muisklik acties op het systeemvenster... 36 Bijlage 4: Aansluitschema 761 Compact IC met suppressor... 37 Bijlage 5: Druktabel voor het opsporen van oorzaak te hoge druk... 38 Voorwoord Dit is de tweede versie van deze SOP. Wijzigingen bleken nodig te zijn na een half jaar proefdraaien met de SOP. Het bleek vooral lastig te zijn om goed te beginnen. Bij deze SOP wordt er van uitgegaan dat gewerkt wordt met de suppressed anion methode. Er zijn nu twee systeembestanden gemaakt: Suppressor en kolomvoorbereiding.smt en Systeem Template.smt. Verder horen hier twee methodebestanden bij: Suppressor en kolomvoorbereiding.mtw en Methode Template.mtw. Je kunt pas werken met de 761 IC als je een systeem en een methode geladen hebt en deze aan elkaar gekoppeld hebt. In het begin zijn zulke zaken onduidelijk en maken het bedienen van de 761 IC lastig. Daarom was aanpassing van de SOP noodzakelijk. In principe bestaan bovengenoemde bestanden niet; ze zijn later gemaakt voor het bestemde doel namelijk voorbereiding van de IC na plaatsing van nieuwe loopvloeistof en de Templates zijn bedoeld om bestanden onder een andere (eigen) naam op te slaan, met als doel te leren je eigen bestanden aan te maken. Mick Dusée, 2 januari 2001

Gebruik en onderhoud van de Metrohm Compact 761 Ionchromatograaf Type Apparaat : Ionchromatograaf Naam Apparaat : 761 Compact IC Fabrikant : Metrohm Naam van de opsteller(s) : Kees Jan Guyt, Jeroen den Burger, M.Dusée Verantwoordelijk persoon : M.Dusée Nummer van de SOP : ACP-CHROM-01 Versienummer : 002 Conceptnummer : 001 Publicatiedatum : januari 21, 2004 Autorisatie/validatie SOP is gevalideerd door :... (naam) Datum, Handtekening :...... Autorisatie directie :... (naam) Datum, Handtekening :...... Kopiehouders Naam Functie/afdeling/locatie 1 Logboek 761 Compact IC Bij apparaat in apparatenkamer lokaal 20/21 1 Kwaliteitshandboek Archiefkast docentenruimte lokaal 20/21 1 M. Dusée Auteur, subteamleider scheikunde 1

1 Doel Deze SOP beschrijft de bediening- en onderhoud van de 761 Compact Ionchromatograaf van Metrohm op de punten: 1. Routine bepaling van anionen via de Suppressed Anion methode gebruikma kend van kalibratielijnen. 2. Eerstelijns controle op de werking van de IC 3. Troubleshooting 4. Richtlijnen voor het buiten gebruik stellen van de apparatuur 5. Periodiek- en preventief onderhoud 6. Wanneer men de leverancier moet inschakelen 2 Verantwoordelijkheden 1. Bij constatering van gebreken aan de SOP dient de verantwoordelijk persoon (zie blz. 1) hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld te worden. Deze neemt hierop gepaste maatregelen. Verder wordt de dienstdoende docent en dienstdoende amanuensis op de hoogte gebracht. 2. Het uitvoeren van analyses door de deelnemer gebeurt onder verantwoordelijkheid van de docent. 3. De andere, bij onderdeel 1 genoemde bezigheden worden uitgevoerd door-, dan wel onder begeleiding van-, daartoe bevoegde personen. Bevoegde personen zijn : 1. Troubleshooting :... 2. Buiten gebruik stellen apparatuur:... 3. Periodiek- en preventief onderhoud:... 4. Contact met leverancier:... 2

3 Beschrijving 761 Compact IC De 761 Compact IC is een systeem voor de analyse van ionen met behulp van een PC met besturingssoftware. Het typenummer is 2.761.0020 (met suppressor) Belangrijke onderdelen van het systeem zijn : 1. IC pomp met een instelbaar flowbereik van 0.2 tot 2.5 ml/minuut en een maximaal toelaatbare druk van 25 MPa (250 bar) 2. Pulsdemper om de kolom te beschermen tegen beschadiging door drukvariaties. 3. Monsterkraan (PC gestuurd) met een 20µl monsterlus 4. Guard kolom, in ons geval een Phenomenex STAR ION 3/pk (bestelnummer YC10460001) 5. Kolom; in ons geval een Phenomenex STAR-ION A-300 (bestelnummer YC02500002) 6. Suppressor module bestaande uit 3 segmenten die om beurten gebruikt worden voor kationenwisseling, regeneratie en spoelen regeneratiezuur. 7. Peristaltische pomp voor het transporteren van het regeneratiezuur en het spoelwater. Het flowbereik is 0.5-0.6 ml/minuut 8. Geleidbaarheidsdetector met een temperatuurstabiliteit van beter dan 0.01 C, gethermostreerd op 35 C Zie afbeelding 1: Afbeelding 1: Schema van de 761 Compact IC 3

De 761 Compact IC is verbonden aan een PC via de RS232 interface. De PC is uitgerust met Metrodata 761 PC software versie 1.1. Systeemconfiguraties kunnen opgesteld en bewaard worden voor toekomstig gebruik. Standaard worden 80 configuraties bijgeleverd. Normale handelingen met de software zijn de volgende: 1. Conditionering kolom en suppressor 2. Het instellen van het systeem 3. Het definiëren van een analysemethode 4. Het uitvoeren van éénpunts- of meerpunts-kalibraties. 5. Analyse van het monster 6. Het afdrukken van analyserapporten Het systeem wordt gestart door het oproepen van een systeemconfiguratie die in een bestand is opgeslagen. Zo n systeembestand bevat informatie over instrumentinstellingen, analyseduur en verwerkingsmethode. Dit is gekoppeld aan het gebruik van een bepaalde kolom (en daarmee een toepassing bijvoorbeeld suppressed anion). De besturing van de ionchromatograaf zit in het systeemvenster, wat opkomt bij het openen van een systeem. Zo is er een voorgedefinieerd systeembestand voor het conditioneren van de kolom en de suppressor (Suppressor en kolomvoorbereiding.smt) maar ook voor het doen van een normale analyse volgens de suppressed anion methode (Systeem Template.smt). De template kun je aanpassen voor eigen gebruik. Het aantal standaarden voor een kalibratielijn, het aantal componenten, de namen ervan, de regressielijnmethode, de integratiemethode, de data-acquisitieparameters, etc. zijn opgeslagen in een methodebestand. Bij de opdracht start determination wordt automatisch het laatste, aan het systeem gekoppelde, methodebestand in werking gesteld. Uiteraard zijn systeembestanden en methodebestanden door de gebruiker te kiezen, maar ook zelf te definiëren. De resultaten van het meten, alsmede de gegevens uit het systeembestand en het methodebestand, komen uiteindelijk terecht in het chromatogrambestand dat aan het einde van een analyse-run automatisch in de data directory wordt opgeslagen. Naast kalibratielijn technieken is het ook mogelijk te werken met een interne standaard methode en zijn er vele mogelijkheden om pieken te herkennen en te integreren. Het is zelfs mogelijk om, na het meten en opslaan van de chromatogrammen, alles opnieuw te verwerken in het zogenaamde batch reprocess gedeelte. Voor eerste kennismaking, waarbij een eenvoudige analyse wordt uitgevoerd zijn de volgende stappen van belang: het controleren of de 761 Compact IC gereed is voor metingen, het kiezen van een systeem en een analysemethode, het aanpassen van de analysemethode aan de analysedoelen (zorgen dat pieken benoemd en herkend worden en opgave standaardconcentraties etc.), het opnemen van chromatogrammen van standaarden en monsters en het afdrukken van rapporten. Deze SOP is vooral bedoeld om redelijk snel met deze analysetechniek uit de voeten te kunnen. Bij de 761 Compact IC is overigens een uitstekende handleiding bijgeleverd, waarin alles terug te vinden is dat men maar nodig kan hebben. Het is echter vooral een uitgebreid naslagwerk. Zie literatuur 1 4

4 Gegevens fabrikant en leverancier 1 Fabrikant 1.1 Naam : Metrohm Ltd. 1.2 Adres : CH-9101 Herisau 1.3 Land : Zwitserland 1.4 Telefoon : +41 71 353 85 85 1.5 Fax : +41 71 353 89 01 1.6 E-mail : sales@metrohm.ch 1.7 Internet : http://www.metrohm.com 2 Leverancier 2 Naam : Applikon bv 2.1 Bezoekadres: De Brauwweg 13 3125 AE Schiedam 2.2 Postadres : Postbus 149 3100 AC Schiedam 2.3 Telefoon : 010 2983 555 2.4 Fax : 010 4739 648 2.5 E-mail : applikon@applikon.com 2.6 Internet : http://www.applikon.com 2.7 Contactpersoon : Rob Proost en Peter Knulst (IC lab) Theo Nijkamp (Technische verkoop) 5

5 Afkortingen/definities ACP AI HPLC IC IC pomp Ionsuppressie Ionwisselingschromatografie JDB KJG MD Passport Peristaltische pomp S.O.P. Suppressed Anion Tab Analytisch Chemisch Practicum Analyse Instructie; gestandaardiseerd analysevoorschrift High Pressure (Performance) Liquid Chromatography Ion Chromatografie Dat is de pomp in het systeem dat het eluens verpompt Techniek om de bijdrage van eluensionen aan het geleidingsvermogen, van met name anionen, te onderdrukken. Scheidingstechniek die berust op het ionwisselingsevenwicht tussen te scheiden ionen en, in dit geval, mobiele fase ionen. Jeroen den Burger; co-auteur. Kees-Jan Guyt; co-auteur Mick Dusée; co-auteur en redactie Invulscherm voor de analysemethode Dat is de pomp die het regeneratiezuur en het spoelwater van de suppressor verpompt. Het wordt ook wel een slangenpomp genoemd Standard Operating Procedure; gestandaardiseerd bedieningsvoorschrift voor apparatuur Zie Ionsuppressie. Staat voor elektronisch Tab-blad (bv. In het Passportvenster) Opmerking: De termen en definities die betrekking hebben op de IC software staan toegelicht in bijlage 1 6

6 Instructie Inleiding Aangezien de 761 Compact IC bediend wordt door een PC zijn er een aantal termen en definities die om toelichting vragen. Deze termen en definities zijn opgenomen in bijlage 1. In de tekst van de instructie zijn deze termen en definities cursief weergegeven met daarachter het nummer van de bijlage tussen vierkante haken : system [1] verwijst dus naar de toelichting in bijlage 1. Afbeelding 2: De 761 Compact IC met PC 6.1 Voorbereiding Ionchromatograaf voor analyse met de suppressed anion methode 1. Vul het logboek bij de apparatuur in (Naam, Klas, Datum, eventuele bijzonderheden) en controleer of de IC langer dan één week heeft stilgestaan. Zie in dat geval 6.6 2. Controleer of er nog voldoende zwavelzuur en spoelwater voor de suppressor aanwezig is. Zo niet: bijmaken volgens voorschrift in bijlage 2. 3. Maak vers eluens aan volgens voorschrift in de analyse-instructie indien de IC een week heeft stilgestaan; de samenstelling van het eluens wordt bepaald door de toepassing. Zorg dat de aanvoerleiding van het eluens vrij van luchtbellen is. 4. Plaats de bruine afvoerslang van het systeem in het gezamenlijke afvalvat Opmerking: Ondanks toevoeging van aceton aan het eluens kan er na een week al bacteriegroei optreden. Het systeem kan daar absoluut niet tegen! Zorg er óók voor dat de eluensfles grondig wordt schoongespoeld, alvorens het verse eluens in de fles te doen. Aanvullen van het oude eluens met vers eluens is dan ook uit den boze! Ditzelfde geldt voor suppressorvloeistoffen! 5. Start de PC op. 6. Maak eventueel (schoolafhankelijk) een eigen map aan met Microsoft Explorer 7. Start de software op voor de 761 Compact IC door op het pictogram op de desktop te dubbelklikken. 8. Log in met het password dat je voor de analyse gekregen hebt. Op basis van het password krijg je automatisch de bijbehorende gebruikersrechten. Zie afbeelding 4 7

Afbeelding 3: Pictogram IC Software Afbeelding 4: Het aanlogvenster Opmerking: Zodra je ingelogd bent verschijnt het System venster (afbeelding 5) op het scherm. Tevens verschijnt er een System Status venster links onder in beeld. Is dit niet het geval dan open je via <File Open System> de map waar de systeembestanden staan en laad Suppressor en kolomvoorbereiding.smt. Wanneer het System Status venster niet zichtbaar is klik je via het menu van het System Venster op <Con trol Connect to Workplace [1]> 8

Opmerking: De 3 onderdelen van het System venster te weten 761 IC, Monitor en PC kunnen aangeklikt worden met zowel de linker- als de rechter muisknop. Een overzicht van de effecten is weergegeven in bijlage 3. 9. Laad, indien nog niet gebeurd, het systeembestand : Suppressor en kolomvoorbereiding.smt 10. Laad, indien dat nog niet is gebeurd, het methodebestand: Suppressor en kolomvoorbereiding.mtw Afbeelding 5: het systeemvenster 11. Klik, in het systeemvenster, op Control. Je ziet nu afbeelding 6. Zorg dat Connect to workplace aangevinkt is. Afbeelding 6: Connect to workplace aanvinken 9

12. Controleer nu of het juiste methodebestand aan het gekozen systeembestand gekoppeld zit door met de rechter muisknop op het PC/toetsenbordgedeelte te klikken en te kiezen voor setup. Zie afbeeldingen 5, 7 en 8 Afbeelding 7: Setupkeuze na klikken op PC kast Afbeelding 8: Controle of juiste methode aan het systeem gekoppeld is. 10

13. Dubbelklik met de linker muisknop, in het System [1] venster, op 761 IC; het Control venster (afbeelding 9) wordt geopend. Afbeelding 9: Het control venster 14. Zet in het Control venster eventueel de IC pomp en de Peristaltische Pomp uit als aanstaan geen zin heeft Opmerking: Als het Control venster niet het geleidingsvermogen en de druk weergeeft (zie afbeelding 9) dan moet je bij Control in het systeemvenster (Afbeelding 6) de keuzemogelijkheid Connect to workplace aanvinken. Opmerking: De keuzemogelijkheden die je, op grond van de systeem status, kunt kiezen zijn actief weergegeven in het Control venster. Zie afbeelding 9. In geval van afbeelding 9 kun je zien dat Fill, Step, Off en Off geactiveerde keuzemogelijkheden zijn. Bedenk dat het actief zijn van Off voor de IC pomp inhoudt dat op dat moment de pomp kennelijk aan staat. Je zet hem dus uit door op Off te klikken, waarmee de keuzemogelijkheid On actief wordt en de pomp dan uit staat! 11

15. Stel in het Control venster een flow in van 1.2 ml/minuut (Phenomenex Star A300 kolom). Zie ook de tweede opmerking hierboven over Off en ON. 16. Kies in het systeemvenster voor Control en klik Start Determination aan. Het systeem gaat nu een run uitvoeren. In het systeembestand Suppressor en kolomvoorbereiding.smt is een programma gecodeerd dat in 30 minuten tijd de kolom conditioneert en de suppressor volledig regenereert. Zie afbeelding 10 Afbeelding 10: Het voorbereidingsprogramma Opmerking: In de looptijd van dit programma kun je de standaarden en de monsters gereed maken. 12

6.2 Het opzetten van een analysemethode Inleiding In de software kunnen een groot aantal parameters ingesteld worden. Wanneer je de IC naar je hand wilt zetten door bijvoorbeeld de pieken automatisch te laten benoemen dan zul je een methode moeten koppelen aan je systeem door een bestaande methode te openen, deze te wijzigen, onder een zinvolle naam weer op te slaan en te koppelen aan het systeembestand (.smt). Zie bijlage 1: Wijzigen processing method 1. Start de 761 Compact IC software vanaf de desktop als je nog niet in het programma zit. 2. Open een systeembestand dat je als uitgangsbestand neemt bijvoorbeeld Systeem Template.smt. Doe dit door in het systeemvenster te kiezen voor <System Change System> als er een systeem reeds actief is en anders via het Bestandsmenu: <File Open System> Afbeelding 11: Het openen van een methodefile 3. Open het bijbehorende methodebestand (Methode Template.mtw). Zie afbeelding 11 4. Zet eventueel de IC pomp en de peristaltische pomp uit als deze aanstaan. 5. Bewaar het systeem onder een eigen gekozen naam en in een directory van keuze via <system Save> (kan alleen zo) 6. Bewaar de methode onder een eigen naam en in een directory van keuze via <File Save Method> 7. Koppel de nieuwe methode bestandsnaam aan de nieuwe systeemnaam door met de rechter muisknop op de systeemkast/toetsenbord te klikken in het systeemvenster en vervolgens te kiezen voor setup. Zie ook afbeeldingen 7 en 8. 13

8. Om er voor te zorgen dat de bestanden (chromatogrammen en bijgewerkte methode) in de directory van keuze worden opgeslagen kies je voor: <Method Method setup>. Op het tab blad Processing kun je de directory aanpassen. Zie afbeelding 12 Afbeelding 12: Het veranderen van de directory voor het bewaren 9. De gegevens die bij een run horen worden opgegeven in het Passport venster. Dit venster kun je openen door op het passport pictogram te klikken. Je krijgt dan afbeelding 13 te zien: 14

Afbeelding 13: Het passport venster In de Tab aangeduid als General kun je 3 dingen invullen : Ident = Naam standaard of monster; Duration = de looptijd van het chromatogram en het Calibrationlevel, waarbij 0 staat voor een monster; 1 t/m n staat voor het nummer van de standaard uit een reeks van n. Het is belangrijk dit correct te doen omdat je kalibratie lijn en de aflezing van de monsters daaruit hiervan afhangen Opmerking: Het is verstandig om de datum te verwerken in de identiteit van monsters en standaarden. Zodoende is altijd snel te achterhalen op welke dag de bepaling is uitgevoerd. Verder is het van belang de identiteit zodanig te kiezen dat je dit bij het opvragen van het chromatogram ook in het opvraagvenster goed kan zien waar je naar kijkt omdat het computerprogramma zijn eigen (minder duidelijke) bestandsnamen genereert. Bijvoorbeeld: 011012std1 wil zeggen standaard 1 van 12 oktober 2001 010122m3 wil zeggen monster 3 van 22 januari 2001 15

10.Vul de gegevens in op de General Tab. Zo kun je ook gegevens invullen op de Sample Tab, De Column Tab, de Eluent Tab en eventueel op de Comment Tab. Zie bv. afbeelding 14 Opmerking: Na het in vullen van alle gegevens is het verstandig de methode opnieuw op te slaan op schijf voor later gebruik. Afbeelding 14: De gegevens van de gebruikte kolom 11. Je kunt nu, als je over de juiste gegevens beschikt, ook reeds de piekkarakteristieken invoeren door op het Components pictogram te klikken. Het Run venster krijgt er een piektabel bij; als je de gegevens nu al weet kun je ze hier invullen; Meestal doe je dit na de eerste run van een (multi) standaard. Zie Afbeelding 15. 16

Afbeelding 15: Runvenster (Chromatogramvenster) met componententabel. Opmerking: In de kolom Time worden de retentietijden van de componenten vermeld. Voor piekherkenning kun je nog opgeven hoeveel % er tijdens een run van af mag worden geweken om de piek te herkennen. Standaard kiest men 5% (zie kolom Wind.%). Bedenk wel dat de retentietijden afhankelijk zijn van de eluenssamenstelling en het type kolom. 12. Bewaar de methode op schijf. Opmerking: Het beste moment om de component table in te vullen is direct na de eerste succesvolle run (bijvoorbeeld de eerste standaard). Behalve het identificeren van de componenten geef je dan ook de concentraties van de standaarden op en kalibreer je de kalibratielijn voor de eerste standaard. Hierna gaat het verder automatisch. 17

6.3 Het opnemen van een kalibratielijn en het meten van de monsters 1. Start de 761 Compact IC software op, laad een systeem en een methode die je gaat gebruiken. Opmerking: Er wordt vanuit gegaan dat de suppressor en de kolom reeds geconditioneerd zijn; Zo niet: Ga naar 6.1 2. Open op het systeemvenster de menukeuze Control en vink Verify sample en Connect to Workplace [1] aan. 3. Klik op Start Determination in het Control menu van het systeemvenster; Er wordt nu automatisch een basislijn opgenomen. Het systeem is na enige minuten gereed. Het geleidingsvermogen moet dan ongeveer 14 µs/cm zijn. De druk moet ongeveer 3 Mpa (nieuwe kolom) aangeven bij een flow van 1.2 ml/minuut (Phenomenex Star A300 kolom); is de druk 2 MPa hoger dan de in het logboek vermelde druk dan zal de oorzaak opgespoord moeten worden en het probleem verholpen moeten worden. 4. Vul in het passport venster de identiteit in (bijvoorbeeld jjmmddstd1) en stel de analyseduur in en vergeet niet het juiste calibration level op te geven. 5. Klik op het systeemvenster de knop Fill aan zodat de IC monsterkraan in de vulstand komt te staan. De suppressor wordt nu gestept zodat er een vers deel voor komt te staan. Het gevolg van deze actie is dat er een waterdip in het chromatogram zichtbaar wordt ten gevolge van het spoelwater uit het verse suppressor deel. 6. Hang het slangetje van de IC monsterkraan in de eerste (gefilterde) standaardoplossing en zuig met de injectiespuit ongeveer 2 ml op. De monsterlus is nu gevuld. 7. Klik nu op Inject; de chromatografische run is hiermee gestart (venster wordt blauw en de analysetijd begin te lopen). Na de analyseduur wordt het chromatogram automatisch berekend en opgeslagen. De IC staat weer klaar voor de volgende injectie. 8. Open, eventueel het zojuist opgenomen chromatogram (*.chw); er zal een chromatogram verschijnen met genummerde pieken. Het gaat er nu om de pieken van een naam te voorzien en ook de integratieparameters in te stellen. 18

9. Stel de integratieparameters in door op het integratie pictogram te klikken. Het venster in afbeelding 16 opent zich. De waarden die daar staan kan men aanhouden of aanpassen naar eigen inzicht. Delay bijvoorbeeld geeft de start aan van het integreren in minuten ná het injecteren. Kies je de delay te groot dan kan het zijn dat de fluorpiek gemist wordt. Afbeelding 16: Het instellen van de integratie parameters 10. Klik op het Components pictogram. Onder het chromatogram komt een tabel waarin allerlei piekgegevens zijn weergegeven. Zie afbeelding 17: 19

Afbeelding 17: Chromatogram met Componentenvenster Merk op dat er pieken zijn die een pieknummer hebben en pieken waarvan het pieknummer 0 is. In dat laatste geval kon de computer de, vooraf ingestelde, piekposities niet vinden. Bij bestudering van dit chromatogram is dat ook niet vreemd: er is bijvoorbeeld ook geen bromidepiek aanwezig. Zie afbeelding 17. Ook als er wel pieken zijn die niet herkend werden dan kan men het nummer van de piek opgeven en op het tijdveld klikken. De retentietijd van de piek komt er dan automatisch te staan. Verder kan de piek dan ook benoemd worden in het naamveld. Merk ook op dat er retentiefactoren berekend worden. Om de gegevens uit het chromatogram om te zetten in een kalibratie grafiek moet men de kalibratieniveau s toevoegen en de concentraties van de standaarden opgeven. 20

Dit gaat als volgt: klik op Concentrations>> Een concentratie s venster verschijnt. Zie afbeelding 18: Klik nu op Add Level en bevestig de toevoeging van een kalibratieniveau (elke standaard vertegenwoordigt een kalibratieniveau Afbeelding 18: Het scherm waar de concentraties aan de piekoppervlakken worden gekoppeld Afbeelding 19: Het toevoegen van een kalibratieniveau 21

Hierna kom je weer terug in het Concentrations venster; je ziet dat er een kolom bijgekomen is waar je de concentraties van de componenten kunt invullen. Zie afbeelding 20: Afbeelding 20: Het invullen van de standaardconcentraties van de eerste standaard Als je de concentraties hebt ingevuld, direct na het opnemen van de eerste standaard, dan druk je op Calibrate. Als je er nu maar voor zorgt dat alle concentraties van alle standaarden zijn ingevuld voordat je verder gaat, dan zullen bij de volgende run s van je standaarden de kalibratielijnen automatisch bijgewerkt worden. Opmerking: De opdracht calibrate wordt uitgevoerd met de resultaten van het laatst opgenomen, actieve-, chromatogram 22

Afbeelding 21: De kalibratielijn voor fluoride 11. Bekijk de kalibratielijnen van de componenten door in het componentenvenster op Graphs te klikken. Zie afbeelding 21 voor het resultaat van de kalibratielijn van fluoride, na 5 standaarden: 12. Men kan in het Componentvenster een component uitkiezen of met de pijl door de componenten scrollen. Merk verder op dat gekozen is voor een lineaire kalibratielijn door de oorsprong. 13. Sluit het chromatogram; Het programma vraagt nu om het chromatogram en de methode achtereenvolgens te bewaren. Bevestig de keuzes. 14. Neem nu één voor één de chromatogrammen van de standaarden op en vul in het passport venster (zie afbeelding 13) het juiste Calibration level in (bijvoorbeeld 2 voor de tweede standaard) 23

bladzijde totaal bladzijden blz. 24 van 35 Voor het meten van de monsters gaan we als volgt te werk: 15. Vink in het controlmenu van het systeemvenster de keuze Verify Sample aan; dit heeft tot gevolg dat je voor elk monster dat je gaat meten een sample description venster geopend krijgt voordat je aan de run gaat beginnen. 16. Klik in het controlmenu op Start Determination en het sample description venster meldt zich. Vul de gegevens in en druk op Fill. Zorg dat het calibration level op nul (0) staat. 17. Zuig, met een injectiespuit, 2 ml (gefilterd) monster, door de monsterlus, op en druk op Inject. 18. Aan het einde van de run wordt het chromatogram automatisch bewaard. Open het chromatogram opnieuw. 19. Klik op het rapport pictogram. Hierdoor komt een venster op waar je de diverse rapportage instellingen kunt opgeven. Zie afbeelding 22: Afbeelding 22: Rapportageopties voor het monsterchromatogram 24

bladzijde totaal bladzijden blz. 25 van 35 20. Druk het rapport af; let goed op wat je voor Destination opgeeft. Als je Calibration results aanvinkt dan krijg je alle kalibratielijnen afgedrukt. Doe dit slechts bij het afdrukken van één van de monsters. Opmerking: Met preview krijg je te zien hoe het er uit zal zien als je het daadwerkelijk afdrukt. 6.4 Het uitzetten van de apparatuur 1. Zorg dat alle pieken geweest zijn en laat het systeem nog een paar minuten pompen en zet in het systeemvenster beide pompen uit. 2. Zet de flow op 0.2 ml/minuut met behulp van de knop send to unit en plaats de bruine afvoerslang van het systeem in de fles met eluens voor het recyclen gedurende stilstand. Het eluens wordt hierdoor wel verdund! Opmerking: Als het systeem een week of korter uit staat kun je ervoor kiezen de IC pomp te laten lopen. Dat is beter voor de seals en vermindert de kans op slijtage. Om echter te voorkomen dat in de tussentijd het eluens op raakt recycle je het eluens. Het is echter niet zinvol de peristaltische pomp ook aan te laten staan, daar het regenereren en spoelen tijdens het recyclen niet nodig zijn (bovendien raken ook die vloeistoffen op). Het is zelfs zo dat de slangen van de toevoerleidingen dan onnodig slijten. Het eluens moet altijd vervangen worden omdat het verdund is door de suppressie. Gaat het systeem voor langere tijd uit dan zijn andere maatregelen noodzakelijk Zie 6.5 1. Controleer of er nog voldoende eluens in de fles zit; dit is het geval indien het eluensfilter in de fles minimaal 3 cm onder is gedompeld in eluens. 2. Zet de IC pomp weer aan en beëindig de software. Als het goed is zie je in het IC apparaat de peristaltische pomp stil staan maar hoor je wel de IC pomp lopen. 6.5 Het voorbereiden van de apparatuur vóór stilstand langer dan één week De aanname is dat een systeem dat langer dan één week stilstaat, ondanks alle voorzorgen, onder normale omstandigheden last krijgt van bacteriegroei in het systeem. Het systeem is op dat moment gevuld met eluens. In principe mag de kolom (Star Ion A300) alleen eluens bevatten en beslist geen organische vloeistoffen. De rest van het systeem daarentegen heeft er juist baat bij weggezet te worden met een 25% aceton- of methanoloplossing. Om deze reden moeten de voorkolom en de hoofdkolom eerst uit het systeem verwijderd worden en vervolgens wordt het systeem gespoeld- en weggezet met 25% methanol. Een andere reden om te spoelen is dat daarmee eventueel uitgekristalliseerde zouten 25

verwijderd worden. Uitgekristalliseerde zouten beschadigen de IC pomp. Voor dit onderdeel is bijlage 4 (Aansluitschema 761 IC met suppressor) noodzakelijk. 1. Zorg dat alle pieken geweest zijn en laat het systeem nog een paar minuten pompen en zet in het systeemvenster beide pompen uit. 2. Schroef de voorkolom en de hoofdkolom beide los. N.B.: De voorkolom is niet getekend in bijlage 4, maar bevindt zich in leiding 28 voorafgaand aan de hoofdkolom. Plaats de schroefdoppen in de hoofdkolom en bewaar in de koelkast. De voorkolom wordt bewaard in zijn houder; zorg wel dat beide uiteinden afgesloten zijn met de endcaps. 3. Verbind leiding 28 met leiding 96 zodat de suppressor ook onder 25% methanol komt te staan. 4. Gooi het oude eluens weg en spoel de eluensfles met aceton. Vul de eluensfles met 500 ml ontgast 25% methanol in watermengsel (beide van HPLC kwaliteit). 5. Hang tevens de aanzuigleidingen van het regeneratiezuur (leiding 90) en de spoelvloeistof (leiding 89) (beide van de suppressor) in de eluensfles met 25% methanol. Zodoende worden de beide, niet in serie met het systeem geschakelde, suppressor segmenten ook onder de methanol gezet. 6. Stel de flow in op 1.5 ml/minuut en spoel het systeem gedurende 20 minuten (vanwege groot dood volume van het eluensfilter (68)). Zet ook de peristaltische pomp aan. 7. Zet de IC pomp uit door te kiezen voor Shutdown Hardware en beëindig de software. 8. Zet de voeding van de IC uit. 6.6 Het voorbereiden van de apparatuur ná stilstand langer dan 1 week De Star Ion A300 kolom mag maximaal belast worden met 2% aceton. Daarom zal eerst de 25% methanol uit het systeem gespoeld moeten worden met eluens alvorens de voorkolom en de hoofdkolom teruggeplaatst mogen worden. Verder is het, bij lange stilstand, noodzakelijk om de suppressormodule opnieuw te regenereren. 1. Verwijder de eluensfles en spoel deze goed schoon met aceton. Doe dat, indien nodig, ook met de twee suppressorflessen. Ledig tevens, indien nodig, het afvalvat. 2. Vul de eluensfles met nieuw, ontgast, eluens. Vul, indien nodig, de suppressorflessen met regenratiezuur en spoelwater (zie bijlage 2). Plaats de 3 verschillende aanzuigslangen in de juiste flessen, ontlucht de eluens aanvoerleiding en plaats de drie afvoerslangen in het gezamenlijke afvalvat. 3. Controleer of de slangen van de slangenpomp niet beschadigd zijn anders moeten deze vervangen worden zoals in literatuur 1 (5.1.4 Peristaltic pump, pagina 171) 4. Zet de aandrukhendel van de peristaltische pomp (Tubing cartridge) weer terug in de oude stand (zie ook blz 185 set contact pressure in literatuur 1) 5. Zet de voeding van het IC apparaat aan en start de software op. 6. Dubbelklik op de IC (indien zichtbaar en anders eerst op ikoon IC data klikken) en stel een flow in van 1.2 ml/minuut (Druk op enter of Send to unit). Spoel het systeem (zonder de kolommen) voor met eluens gedurende circa 20 minuten. 26

7. Zet de IC pomp uit en monteer de voorkolom en de hoofdkolom (Zie aansluitschema in bijlage 4). Let vooral ook op de doorstroomrichting van de kolom. 8. Als alles netjes is aangesloten dan kies je een geschikt systeem (Suppressor en kolomvoorbereiding.smt) en zet de IC pomp aan op een flow van 1.2 ml/minuut. Het geleidingsvermogen moet ongeveer 14 µs/cm zijn de druk mag niet hoger oplopen dan 2 MPa boven de laatst genoteerde waarde. Indien de druk te hoog is dan moet de oorzaak hiervoor weggenomen worden. Zie het onderdeel over troubleshooting. Is de druk goed dan kan het systeem nu gebruikt worden. 7 Periodiek onderhoud en troubleshooting 7.1 Troubleshooting Troubleshooting is voorbehouden aan personen die de apparatuur volledig beheersen en de werking begrijpen. In principe is dit vastgelegd bij het onderdeel verantwoordelijkheden van deze SOP. In principe zijn er 3 oorzaken aan te geven waar storingen kunnen optreden: in het elektronisch gedeelte van de apparatuur, het mechanische gedeelte en het vloeistoftransport gedeelte. Bij elektronische storingen neemt men bij voorkeur contact op met de leverancier. Mechanische storing heeft te maken met het slijten van de slangen in de peristaltische pomp en het slijten van seals, plunjer assen en eventueel slijtage van het pakkingsmateriaal van de kolommen. Problemen met het vloeistoftransport hebben te maken met verstopping door onder andere bacteriën, het optreden van lekkage door te grote druktoename en eventueel door uitzouten. In de SOP en de analyse-instructies dienen alle mogelijke voorzorgen goed omschreven te worden. Mochten er toch problemen optreden dan is het de bedoeling van dit onderdeel om de problemen te lokaliseren. Opmerking: Het gaat hier om het opsporen van oorzaken. Het verhelpen van de problemen staat beschreven in de cursushandleiding (literatuur 2) 7.1.1 Troubleshooting bij het optreden van een te grote druk in het systeem Opmerking: Bij deze test meten we steeds drukverschillen over bepaalde systeemonderdelen. Om drukverschillen te kunnen evalueren moet de gemeten druk genormeerd worden naar de druk die zou optreden bij een normale flow. Omdat de druk te hoog is meet je deze bij een lagere flow (½ analyseflow). Om een oordeel te kunnen vellen moet de gemeten druk met een factor vermenigvuldigd worden. In ons geval met een factor 1 ½ = 2. 1. Zet de flow op ½ de normale analyseflow (in ons geval: 0.6 = ½ 1.2 ml/min) 2. Meet, na 1 minuut, de systeemdruk en noteer de gemeten druk 2 in de druktabel (bijlage 5) bij Nergens (eerste rij tabel). Herhaal deze test voor de andere 2 suppressor onderdelen door met 27

het commando Step in het controlevenster het volgende segment voor te draaien. 3. Voer deze test uit met het suppressor deel dat de hoogste druk te zien gaf door deze voor te draaien met het commando Step in het controlevenster en zet de IC pomp uit en koppel de detector los bij 45 (zie bijlage 4). Zorg voor opvang van het eluens en zet de IC pomp aan. Lees de druk af na 1 minuut en noteer de druk de factor (2) in de tabel (bijlage 5) bij detector. Bereken het drukverschil ten opzichte van de hoogste systeemdruk en vermenigvuldig met de factor en noteer deze in de tabel. Koppel de detector weer vast aan leiding 45 (bijlage 4) 4. Koppel de suppressor los na de hoofdkolom (leiding 96; zie bijlage 4); zorg voor opvang van het eluens en zet de IC pomp gedurende 1 minuut aan en lees de systeemdruk af. Noteer systeemdruk factor en bereken de verschildruk factor en noteer beide in de tabel (bijlage 5). 5. Koppel nu steeds elk systeemonderdeel los vóór het bewuste onderdeel en lees steeds na een minuut de druk af. Noteer druk factor en verschildruk factor in de tabel (bijlage 5). Als het goed is wordt vanzelf duidelijk waar de te hoge druk aan te wijten was en is duidelijk welk onderdeel vervangen of gerepareerd moet worden. 7.1.2 Algemene probleemaanpak 1. Problemen dienen zich aan of kunnen opgespoord worden bij beoordeling van : 1. Het chromatogram 1. Het juiste aantal pieken (zijn er stoorpieken?) 2. Retentietijden pieken en dode tijd 3. Selectiviteit en schotelgetal 4. Piekoppervlak en piekvorm 5. Basislijn: niveau, drift, ruisniveau 2. Afgelezen systeemdruk: te hoog of te laag 3. De opbrengst van IC pomp of Peristaltische pomp 4. Zichtbare lekkage 2. Druk is te hoog en/of fluctueert Dit wordt veroorzaakt door verstopping. Zie 7.1.1 28

3. Druk is te laag 1. Controleer op zichtbare lekkage en herstel het probleem (versleten seals) 2. Probleem met de checkvalves (IC pomp): vervuiling, luchtbellen, versleten 3. Verstopt eluensfilter (68 bijlage 4); de pomp heeft dan moeite met aanzuigen. 4. IC pomp is afgeslagen doordat de druk te hoog of te laag was. 4. Druk is goed, pompopbrengst is goed toch probleem 1. Injecteer standaard; is het chromatogram goed dan zit het probleem bij het monster of vindt er een onjuiste injectie plaats. 2. Is het chromatogram van de geïnjecteerde standaard niet goed: Check en vervang eventueel vloeistoffen en/of onderdelen: 3. Check en vervang stap voor stap: 1. Standaard 2. Eluens 3. Voorkolom 4. Hoofdkolom 5. Suppressor 6. Detector 7. Injector tot het chromatogram goed is. 5. Beoordeling pieken 1. Geen pieken 1. Detector defect of instelling te ongevoelig ( toetsen gebruiken) 2. Geen monster geïnjecteerd (vergeten, check injector of inwendige lekkage) 3. Eluens is te zwak; componenten zijn sterk vertraagd. 4. Flow is te laag of gestopt. 2. Zeer kleine pieken 1. Detector vervuild of instelling te ongevoelig ( toetsen gebruiken) 2. Onvoldoende monster geïnjecteerd; check injector. 3. Suppressor werkt niet; te zien aan te hoog geleidingsvermogen (>50 µs/cm). Indien het maximum wordt weergegeven (ca 70 µs/cm) in het rood, dan is het geleidingsvermogen vermoedelijk veel hoger (zelfs circa 500 µs/cm) 29

3. Tailing 4. Fronting 1. Dode ruimten (leidingen niet goed aangesloten) 2. Storende componenten in monster 3. Overbeladen kolom (concentraties te hoog) 4. Kwaliteit van de kolom is achteruitgegaan; regenereren of vervangen. 1. Overbelading kolom 2. Oplosmiddel monster heeft andere samenstelling dan eluens, bijvoorbeeld door niet mengen organische vloeistof; dit mag natuurlijk sowieso niet. 5. Dubbele pieken (alle) 1. Vervuiling (voor-)kolom; vervangen of regenereren. 2. Kanaalvorming in (voor-)kolom; vervangen. 6. Afgesneden pieken 1. Meetsignaal valt buiten detectorbereik. 2. Kolom is overbeladen. 3. Begin dubbele pieken. 7. Negatieve pieken 6. Overige problemen 1. Verschil in concentratie tussen monster en eluens, het eluens is vervuild met component tot een hoger niveau dan het monster. 1. Verloop retentietijden 1. Verstoorde pompwerking 2. Verloop in eluenssamenstelling (CO 2 opname door alkalisch eluens of recyclen via niet verzadigd suppressordeel) 30

2. Basislijn fluctuaties 1. Lekkage 2. Verstoorde pompwerking 3. Loskomende vervuiling van kolom 4. Thermostaat detector uitgevallen of defect 3. Basislijn ruis 1. Verstoorde pompwerking 2. Luchtbellen in het systeem; eluens onvoldoende ontgast. 7.2 Onderhoud- en reparatie apparatuur Onderhoud behoort niet tot de taken van de deelnemer, maar een school heeft altijd wel iemand in dienst die klein onderhoud en reparaties kan en mag (zie bevoegdheden) uitvoeren.in hoofdstuk 5 Notes - Maintenance - Faults van literatuur 1 staat het nodige beschreven. Het beste onderhoud bestaat uit het nemen van de juiste voorzorgen; hieraan is in deze SOP voldoende aandacht besteed. Het gaat om het verwijderen van vaste deeltjes en het voorkomen van bacteriegroei, alsmede het goed opletten op veranderingen in het systeemgedrag (druk en geleidingsvermogen). Desondanks heeft het systeem periodiek onderhoud nodig. Een opsomming van wat een school zelf kan doen volgt hieronder: 1. Het vervangen en opnieuw conditioneren van kolommen (regenereren;5.2.5 literatuur 1) 2. Het schoonmaken van een verstopte kolom (literatuur 2) 3. Het vervangen van seals en eventueel plunjers in de IC pomp (5.2.6 literatuur 1; blz. 9 literatuur 2) 4. Het checken van de pompopbrengst van de IC pomp (blz. 10 literatuur 2) 5. Het schoonmaken of vervangen van checkvalves in de IC pomp (5.2.6 literatuur 1) 6. Inwendige lektest injector (blz. 13 literatuur 2) 7. Het regenereren van een vervuilde suppressor (5.2.7 literatuur 1) 8. Het schoonmaken van een sterk vervuilde suppressor (5.2.8 literatuur 1) 9. Het vervangen van een suppressor (5.2.9 literatuur 1) 10. Het controleren van de pompopbrengst van de peristaltische pomp (blz. 22 literatuur 2) 11. Het vervangen van versleten slangen in de peristaltische pomp (5.2.10 literatuur 1) 12. Het vervangen van in-line filters en eluensfilter 13. Het repareren van lekkages 14. Het spoelen van de pompkop (literatuur 2) 31

Het is verstandig het volgende op voorraad te hebben: 1. 1 hoofdkolom (Phenomenex STAR-ION A-300 (bestelnummer YC10460001). 2. 3-pack voorkolommen Phenomenex STAR ION 3/pk (bestelnummer YC02500002) 3. 2 IC pomp seals (6.2741.000) 4. IC pomp plunjer (Zirkoon; 6.2824.070) 5. Eventueel 2 checkvalves (6.2824.080 en 6.2824.090) 6. 40 cm slang voor suppressorpomp (slangenpomp; peristaltische pomp; bestelnummer 6.11826.060; verpakking van 2 stuks) 7. 1 eluensfilter (6.2821.090; verpakking van 5 stuks) 8. 3 in-line filters (62821110; verpakking 10 stuks) 9. Filterdisks (YD25160349, verpakking 100 stuks) 8 Documenten (literatuur) 9 Bijlagen 1. 761 Compact IC, Instructions for use, Metrohm Ltd, partnr. 8.761.1003, 19.05.1999 /dö 2. Cursusmap Gebruikerstraining Ionchromatografie, Applikon, onderdeel Troubleshooting Ionchromatografie. Map niet gedateerd; cursus vond plaats in mei 2000. 1. Termen en definities van Metrodata 761 PC Software 1.0 2. Voorschrift voor het bereiden van regeneratiezuur en spoelwater voor de suppressor 3. Muisklik acties op het systeemvenster 4. Aansluitschema 761 Compact IC met suppressor 5. Druktabel voor het opsporen van oorzaak te hoge druk 32

Bijlage 1: Termen en definities van Metrodata 761 PC Software 1.0 1. System Een system of systemfile ( *.smt) bevat de instrument-instellingen, het tijdprogramma en de analysemethode (=Method) 2. Method Een method ( *.mtw) bevat de noodzakelijke informatie voor data acquisitie, integratie, piek evaluatie en berekening van het gehalte 3. Chromatogram Een chromatogram is de grafische print van de elutiecurve en bevat de meetpunten, de methodeparameters en de systeem-instellingen die zijn gebruikt voor gegevensregistratie, dataverwerking en Remote Control 4. New system Een nieuw systeem kan alleen worden gemaakt door een bestaand system op te roepen en deze te optimaliseren voor de uit te voeren analyse. Dit system kan opgevraagd worden uit de door Metrohm reeds ingebrachte systemfiles. Deze files zijn in een aantal categorieen onderverdeeld: 1. Cation, Non-suppressed anion, Organic Acids, Pressure, Suppressed Anion, user systems. 2. Na oproepen van het system is het handig direct hieraan een andere naam toe te kennen. Via System-Save kan de system worden opgeslagen onder een nieuwe naam. Geadviseerd word het nieuwe system op te slaan in een eigen directory. 5. New method Door met de rechter muisknop op de PC te klikken wordt het methodevenster zichtbaar van de methode behorende bij het system. Wijzigen van de methodenaam is mogelijk via File-Save. Wanneer de naam is gewijzigd moet deze nieuwe methode nog aan het system worden gekoppeld (zie wijzigen Processing Method). 6. Connect to workplace 7. Wijzigen Processing Method Om toegang te hebben tot alle onderdelen van de system moet eerst verbinding worden gelegd met de IC. Dit wordt uitgevoerd door Connect to workplace (systeemvenster-control) aan te klikken Aan het system is een methode gekoppeld. Om de naam van deze methode te weten moet de muispointer op de PC worden geplaatst (niet de monitor) en de rechter muistoets ingedrukt. Na keuze Setup verschijnt het Processing Method window met daarin de processing method 8. Opstarten Via dubbelklikken op de IC wordt het Control window zichtbaar. Hierin kunnen de juiste instellingen voor de analyse worden ingebracht en handmatig de nodige onderdelen worden bediend. Via Control-Start Determination in het systeemvenster wordt de actuele meetwaarde in beeld gebracht. Hier kan men zien wanneer het systeem stabiel is om een monster of standaard te injecteren Opmerking: Let op! Wanneer de methode niet Standby staat zal na een "inject" geen chromatogram worden opgenomen. Standby zetten door middel van Start Determinati 33

9. Kalibratie Een kalibratie middels injectie van een standaard wordt uitgevoerd om het systeem te valideren. Wanneer niet bekend is wanneer de in de standaard aanwezige componenten elueren is het verstandig het chromatogram met een ruime runtime op te nemen. Na opname van het chromatogram kunnen de namen en concentratie van de componenten worden ingebracht (Method- Calibration-Components) en gekoppeld worden aan de geintegreerde pieken. De concentraties van de componenten worden ingebracht onder level (Concentrations-Add-level).Wanneer een multikalibratie wordt uitgevoerd, wordt het aantal levels toegevoegd gelijk het aantal meetpunten waar uit de kalibratielijn moet bestaan. In deze toegevoegde levels de bijhorende concentraties invullen. Hierna wordt gekalibreerd middels Process-Calibrate- Level 10. Wijzigen gegevens methode 11. Load to method/save to method 12. Import calibration/expo rt calibration Instellingen in de methode (b.v integratieparameters, runtime) kunnen tijdens de analyse worden gewijzigd. Deze wijzigingen moeten worden opgeslagen (File-Save) om meegenomen te worden in de nog uit te voeren analyses. Behalve de acquisitie-instellingen (bv. Runtime) kunnen de overige instellingen ook na opname van het chromatogram worden gewijzigd. Deze wijzigingen gelden alleen voor het geopende chromatogram. Moeten wijzigingen ook gelden voor meerdere chromatogrammen, dan moet dit via Batch Reprocessing worden uitgevoerd. Alleen de kalibratiegegevens kunnen van een geopend chromatogram overgebracht worden naar een lopende analyse (zie Load/Save kalibratie) Kalibratiegegevens kunnen vanuit een opgeroepen chromatogram worden overgebracht naar een actieve methode via Save en Load. Vanuit het geopende chromatogram wordt via Method-Calibration-Save to method de kalibratie opgeslagen in de methode op schijf. Vervolgens moet de kalibratie in het actieve chromatogram worden overgebracht (methode in het geheugen) via Method-Calibration-Load to method.via Method-Calibration-Graph is te controleren of de juiste calibratie geladen is Bij gebruik Export wordt de kalibratie in een file opgeslagen. Deze file kan via Import in elke methode worden ingelezen 34

13. Batch reprocessing Het bewerken van meerdere chromatogrammen kan uitgevoerd worden met Batch Reprocessing. Dit bewerken kan bestaan uit herberekenen, herintegreren, wijzigingen in Method Password, printen etc.voor het bewerken van meerdere chromatogrammen moeten deze in een Batchfile worden geplaatst. Dit gebeurt door in het overzicht van de chromatogrammen de gewenste chromatogrammen aan te klikken en weg te schrijven in een batchfile vie de to Batche toets. Vervolgens wordt automatisch de Batch Reprocessing Window geopend en kunnen de chromatogrammen worden bewerkt.de opgeslagen batchfile kan ten alle tijden via File-Open-Batch reprocessing opnieuw worden bewerkt. Bijlage 2: suppressor Voorschrift voor het bereiden van regeneratiezuur en spoelwater voor de Regeneratiezuur Controleer of er nog voldoende regeneratiezuur aanwezig is. Zo niet: gooi de fles leeg en spoel deze grondig met aceton. Steeds aanvullen zorgt op termijn namelijk voor bacteriegroei.. Verdun zwavelzuur tot 0.05 mol/l door 50 ml zwavelzuur (1.0 mol/l P.A. kwaliteit) + 10 ml aceton aan te vullen met water van HPLC kwaliteit tot een volume van 1.0 liter. ( 1 V/V% aceton) Spoelvloeistof Controleer of er nog voldoende spoelvloeistof aanwezig is. Zo niet: gooi de fles leeg en spoel deze grondig met aceton. Steeds aanvullen zorgt op termijn namelijk voor bacteriegroei.. Verdun 10 ml aceton tot 1.0 liter met HPLC water. 35

Bijlage 3: Muisklik acties op het systeemvenster Li-knop = Linker muisknop Re-knop = Rechter muisknop Monitor = Beeldscherm op desktop in systeemvenster PC (recorder) = PC systeemkast op desktop in systeemvenster 761 IC = Afbeelding 761 op desktop in systeemvenster Watch window = Venster dat druk en geleidingsvermogen weergeeft Method window = Run venster; hiermee worden de analyse-instellingen toegangkelijk Control window = Venster waarin je de IC kunt bedienen 36

Bijlage 4: Aansluitschema 761 Compact IC met suppressor 4 Aanzuigleiding voor monster 26 Inlaat capillair voor injector 28 Inlaat capillair hoofdkolom 29 20 µl monsterlus 30 Aanzuigleiding spuitkant 32 Injectiekraan 33 PEEK koppeling 35 Verbindings capillair 36 In-line Filters 37 Verbindings capillair 38 Verbindings capillair 39 Spoelklep 40 Aanvoerleiding eluens 42 IC pomp 43 Verbindings capillair 44 Verbindings capillair 45 Inlaat capillair Detector 46 Detector 47 Suppressormodule 60 Pulsdemper 63 Aanzuigslang eluens 66 Speciale flesdop eluensfles 67 Eluensfles 68 Eluensfilter 81 Hoofdkolom (Star Ion A300) 89 Aanzuigleiding spoelwater suppressor 90 Aanzuigleiding regeneratiezuur 91 Koppeling 92 Slangenpompslang voor regeneratiezuur 93 Slangenpompslang voor spoelwater 95 Teflon slang 96 Invoer capillair suppressor voor eluens 97 Afvoer capillair eluens 98 Aanvoer capillair spoelwater 99 Aanvoer regeneratiezuur 100 Afvoer spoelwater 101 Afvoer regeneratiezuur 102 Speciale doppen 103 Suppressorflessen 37

Bijlage 5: Druktabel voor het opsporen van oorzaak te hoge druk Loskoppelen Waar? (zie bijlage 4) Systeemdruk (MPa factor) Verschildruk (MPa factor) Nergens met: Suppressor Deel A Suppressor Deel B Suppressor Deel C Normaal verschil (Mpa) bij 1.2 ml/minuut Detector leiding 45 0.1-0.3 Suppressor leiding 96 0.1-0.7 Hoofdkolom leiding 28 (ná voorkolom) 1-2 bij nieuwe kolom Voorkolom idem ervóór 1-4 bij nieuwe voorkolom Injector leiding 26 0-0.1 Pulsdemper leiding 35 0-0.2 In-line filter leiding 37 0-0.3 Datum:... Tester:... Flow:... ml/minuut Factor:...