4 Skeeleraars op internationaal competitieniveau trainen en technisch vervolmaken. 3 Jeugdige skeeleraars op nationaal competitieniveau trainen en technisch vervolmaken met de nodige aandacht voor foutenremediëring. Jeugdige kunstrolschaatsers op nationaal competitieniveau trainen en technisch en tactisch vervolmaken met de nodige aandacht voor foutenremediëring. 2 Jeugdige en volwassen skeeleraars op gevorderd initiatieniveau technisch vervolmaken en initiëren in enkele basisskeelertechnieken. Jeugdige en volwassen kunstrolschaatsers op gevorderd initiatieniveau technisch vervolmaken met de nodige aandacht voor de technische schaatselementen. Jeugdige en volwassen inlinehockeyers op gevorderd initiatieniveau de basistechnieken van het hockeyen aanleren. 1 Initiator Rolschaatsen Initiëren hoe van voorwaarts tot achterwaarts te schaatsen in de verschillende disciplines. Beginnende skaters de elementaire basistechnieken van de verschillende schaatsdisciplines op speelse wijze aanleren. Initiator Skateboarden Beginnende skaters de basistechnieken van het skateboarden aanleren en laten kennis maken met de verschillende skatedisciplines (street, ramp, bowl). Schema VTS-opleidingen rolschaatsen 15-09-2016
De sporttechnische voorwaarde voor deelname aan een cursus is dat men de basistechnieken beheerst. Men dient dat aan te tonen aan de hand van het schaatsvaardigheidsattest. Initiator rolschaatsen/inlineskaten Initiator skeeleren (Toelichting bij de uitvoering van de technieken: zie pag. 3-5) Initiator kunstrolschaatsen Initiator inlinehockey Skatevaardigheidsattest Initiator skateboarden Om dit schaatsvaardigheidsattest te behalen dient de cursist volgende technische elementen te beheersen: schaatspas voorwaarts en achterwaarts op rechte lijn demonstratie van twee verschillende remtechnieken vlotte draai van voorwaarts naar achterwaarts en van achterwaarts naar voorwaarts overstappen voorwaarts en achterwaarts (zin naar keuze) 25 m voorwaarts glijden op één been (zowel op linker- als op rechterbeen) slalom voorwaarts op twee voeten tussen vier kegels met een tussenafstand van 2,5 m frontale/zijdelingse startmethode schaatspas jumphouding overstappen met doorduwen (links en rechts) al rollend eenmaal iemand afduwen en eenmaal afgeduwd worden rechte pirouette op één been driesprong Rittberger halve flip cirkels: acht (binnen- en buitenwaarts), drie (voorwaarts buitenwaarts), slangenboog (voorwaarts buitenwaarts) of: in het bezit zijn van het initiator kunstijsschaatsen rijdend een puck controleren (voorwaarts en achterwaarts) polsshot dient de cursist minstens 12 van de 15 onderstaande technieken te beheersen: fakie rijden, sturen en draaien ollie pompen en draaien in de ramp shuvit boardslide kickflip heelflip 180 ollie droppen in transition manual nose manual 50-50 grind 5-0 grind variaties fliptricks grinden en sliden in miniramp Nollie Lipslide Het afnemen van de proeven gebeurt in een bij de Vlaamse Rollerbond aangesloten club door een gediplomeerde lesgever (Initiator,, ). De concrete cursusplanning en alle informatie over de cursussen (inhoud, inschrijvingsvoorwaarden, vrijstellingen, eamenreglement, enz.) vind je op www.sport.vlaanderen onder Vlaamse Trainersschool. Inschrijven voor de cursussen kan enkel via de website www.sport.vlaanderen DSKO rolschaatsen: Anja Decoster (anja.decoster@gmail.com 0488 62 96 81)
Toelatingsvoorwaarden Om toegelaten te worden tot de cursus Initiator Rolschaatsen/Inlineskaten, dient de kandidaat-cursist te beschikken over het. Om dat attest te behalen dient de kandidaat-cursist volgende technieken correct te demonstreren: 1. Frontale of zijdelingse start 2. Schaatspas 3. Jumphouding 4. Links overstappen met doorduwen 5. Rechts overstappen met doorduwen 6. Al rollend iemand afduwen (aflossing) 7. Al rollend afgeduwd worden (aflossing) Toelichting bij de uitvoering van de technieken 1. Frontale of zijdelingse start (naar keuze) frontale start zijdelingse start vertrek vanuit stilstaande positie vanuit stilstaande positie romp dwars op rijrichting evenwijdig met de rijrichting voetpositie T- of V-positie evenwijdig aan startlijn op heupbreedte knieën geplooid (90 à 100 ) geplooid (90 à 100 ) armpositie armen gebogen voor lichaam armen langs lichaam eerste voorwaartse beweging met de voorste voet met de achterste voet enkele looppassen met rechtende rug met V-passen met gekruiste arm-beencoördinatie kunnen overgaan op schaatspas (terug gebogen rijden) 2. Schaatspas L & R zijwaartse afduw met armzwaai en halve cirkel De oefening wordt in rechte lijn uitgevoerd in de basishouding: voeten parallel
voeten staan recht (enkels kantelen niet naar binnen) knieën in een hoek van 90 à 100 (knieën, tenen en schouders op één lijn) schouders dwars op de rijrichting armzwaai, afwisselende beweging: 1 arm is gestrekt naar achter gericht langs het lichaam, 1 arm geplooid naar voor, hand niet verder dan middenlijn gezicht De oefening wordt als volgt uitgevoerd: links-rechts-links-rechts-links-rechts: zijwaarts afduwen afduwen met alle wielen tijdens het afduwen blijven alle wielen op de grond terughaalfase: o op het einde van de afduwfase halve cirkel naar achter, waarbij de punt van de skeeler naar de grond wijst o de voet neerzetten vlak naast de steunvoet gekruiste arm-beencoördinatie 1 arm geplooid naar voor, andere arm gestrekt naar achter 3. Jumphouding Al rollend de jumphouding 5 m kunnen aanhouden De oefening wordt in rechte lijn uitgevoerd de voorste voet naar voor doorgeduwd met alle wielen op de grond (de voet komt verder dan de knie) de achterste skeeler is naar voor gekanteld en houdt enkel met het voorste wiel contact met de grond (zie foto) de heup is minstens op dezelfde hoogte als de knie het achterste been is gebogen met de knie die richting de grond gaat (zie foto) de handen mogen op de knie steunen het bovenlichaam maakt minstens een hoek van 45 met het bovenbeen (zie foto)
4. Links overstappen met doorduwen 5. Rechts overstappen met doorduwen In een bocht of op cirkel de buitenste voet wordt volledig over de binnenste voet gezet de achterste voet wordt zijwaarts naar buiten doorgeduwd met alle wielen op de grond gekruiste arm-been coördinatie, 1 arm geplooid naar voor, de andere arm gestrekt naar achter 6. Al rollend iemand afduwen (aflossing) aanrijden handen op zijkant onderrug renner zetten met romp tegen rug van renner komen maimaal afduwen (tot armen gestrekt zijn) 7. Al rollend afgeduwd worden (aflossing) glijden in basishouding armen voor lichaam na afduw stabiel (laag) kunnen blijven overgaan in schaatspas