Behandelprotocol: De Rode Draad Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden Coach: Hugo Helmes Opdrachtgever: Ruud Verbeek (MTC mijdrecht)
INHOUD Inleiding... 3 Fase 1: Week 1 Postoperatief... 4 Fase 2: Week 2 t/m 8... 5 Fase 3: Week 9 t/m 15... 6 Fase 4: Week 16 t/m 22... 7 Bijlage 1... 8 Knee mobilisation... 8 Heel slide... 9 Supine bridging...10 Side-lying bridging...13 Supine knee flexion...15 Knee extension...18 Supine pelvic lift...20 Side-lying hip abduction...22 Supine hip extension...24 Sitting knee extension...26 Balance squat...28 Sling lunge 1...30 Sling lunge 2...32 Bijlage 2: IKDC vragenlijst...34 Bijlage 3: Lysholm vragenlijst...41 Bijlage 4: VAS score...43 Bijlage 5: Hoptesten...44 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 2
INLEIDING Dit behandelprotocol beschrijft het revalidatie traject voor patiënten na Voorste Kruisband (VKB) plastiek. In het behandelprotocol wordt naast oefentherapie ook Redcord Neurac Therapy (RNT) toegepast. De onderbouwing van het gebruik van RNT is te vinden in het document Onderbouwing; De rode draad. Het behandelprotocol is ingedeeld in de vier fasen die beschreven staan in het artikel van van Grinsven (2008) 1. Bij elke fase wordt er verwezen naar voorbeeld oefeningen die toegepast kunnen worden met Redcord. Deze zijn terug te vinden in bijlage 1. De werkgroep beschouwd de weergegeven oefeningen als mogelijk uitvoerbare oefeningen tijdens het revalidatie proces. Dit houdt in dat niet alle oefeningen bij elke patiënt van toepassing zullen zijn. Op basis van het inzicht van de behandelde fysiotherapeut kan er gekozen worden om oefeningen wel of niet uit te voeren en mogelijk andere oefeningen worden toegevoegd. De oefeningen worden gestart op Level 1. Van hieruit kunnen de oefeningen verzwaren om de belasting op te voeren. De trainingsintensiteit bestaat uit 2-4 sets van 3-6 herhalingen gevolgd door 30 sec 1 min rust 2. De behandelbare grootheden die uit te voeren zijn met RNT staan beschreven per fase met daarbij mogelijke oefeningen. 1 S. van Grinsven, C.J.M. Holla, R.E.H. van Cingel, C.J.M. van Loon; Evidence based nabehandeling van voorstekruisbandreconstructie; S. van Grinsven, C.J.M. Holla, R.E.H. van Cingel, C.J.M. van Loon; Nederlands Tijdschrift voor Orthopedie; Juli 2008 2 Redcord AS; Cursusboek Neurac 2, Lower Extremity ; versie 1-2011 p. 7-8 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 3
FASE 1: WEEK 1 POSTOPERATIEF Doelen Fysiotherapeutische interventies Mijlpalen voor volgende fase 1. Verbeteren ROM 1. Actieve en passieve mobiliserende ROM 90/0/0 art genu oefeningen ter vergroting van de Range Goede patella- mobiliteit 2. Verbeteren of Motion (ROM) met de nadruk op het multidirectioneel in mobiliteit patella behalen van volledige extensie; vergelijking met de niet 3. Verbeteren o RNT (Heel slide, knee aangedane zijde neuromusculaire mobilisation) Goede quadriceps controle 2. Multidirectionele patella mobilisaties contractie, Spierkracht: 4. Verbeteren 3. Gesloten- en open ketenoefeningen Heel slides, hoge squad tot looppatroon (GKO/ OKO) zonder extra gewicht; 30 0, actieve SLR 5. Pijn en zwelling o Muscle setting excercise Dynamisch looppatroon verminderen o Actieve straight leg raising met krukken (SLR) Pijnklachten van de knie o RNT (knee extension, heel zijn gelijk gebleven of slides) verminderde t.o.v. de o Hoge squad tot 30 0 flexie afgelopen week, minimale o Lichaamsgewicht verplaatsen zwelling aanwezig o op voeten Extenderende open keten oefening van 90 tot 40 graden in zit 4. Looptraining met krukken gericht op steunname Klinimetrie Goniometer Links/ rechts vergelijking Lysholm IKDC VAS, meetlint Complicaties /Contra indicaties Slechte wondgenezing Infectie Beperkte ROM, door zwelling of pijn Diepe veneuze trombose Adhesie van de patella bursa Zenuw letsel Slecht gangpatroon In deze fase kunnen de volgende oefeningen uitgevoerd worden met Redcord; Knee mobilisation Heel slide Knee extension Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 4
FASE 2: WEEK 2 T/M 8 Doelen Fysiotherapeutische interventies Mijlpalen voor volgende fase 1. Verbeteren van 1. Spierkracht training m.b.v. Redcord; Minimale pijn t.o.v. start spierkracht a. In intensiteit toenemende fase 2. kniestabilisatoren isometrisch en isotonische Minimale zwelling 2. Neuromusculaire controle krachttraining, waarbij ROM 130/0/0 verbeteren isotonische krachttraining wordt Goede patella mobiliteit 3. Verbeteren looppatroon uitgevoerd in de veilige range Normaal looppatroon 4. Verbeteren algehele van GKO 0 tot 60graden en OKO zonder krukken 100% uithoudingsvermogen 90 tot 40 graden. belast 2. Neuromusculaire training; a. Statische en dynamische stabiliteittraining b. RNT c. Plyometrie d. Wendbaarheidtraining e. Sportspecifieke activiteiten 3. Looptraining zonder krukken op de loopband of vlakke ondergrond vanaf week 3 4. Conditie training; a. Fietsen b. Hydrotherapie vanaf week 3 c. Steppen op step apparaat vanaf week 4 d. Joggen in een rechte lijn vanaf week 8 Klinimetrie Afname IKDC vragenlijst Goniometer VAS, Meetlint Lysholm Complicaties / Contra indicaties Slechte wondgenezing Infectie Beperkte ROM, door zwelling of adhesie Diepe veneuze trombose Adhesie van de patella bursa Vergrote laxiteit van de VKB plastiek Slecht gangpatroon In deze fase kunnen de volgende oefeningen uitgevoerd worden met Redcord; Supine bridging Side-lying bridging Supine knee flexion Knee extension Sling lunge I Sitting knee extension Balance squat Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 5
FASE 3: WEEK 9 T/M 15 Doelen Fysiotherapeutische interventies Mijlpalen voor volgende fase 1. Optimaliseren van hardlopen 2. Verbeteren kracht en algehele uithoudingsvermogen 3. Verbeteren van de neuromusculaire controle 1. Looptraining; a. Hardlopen normaliseren en hierbij de duur en de snelheid langzaam opbouwen b. Buiten joggen wordt vanaf week 13 opgebouwd 2. Werken naar optimale kracht en uithoudingsvermogen; a. Spierkrachttraining intensiveren met open- en gesloten keten oefeningen met gewicht 3. Neuromusculaire training met de nadruk op dynamische stabiliteit met RNT en plyometrie; a. Duur en snelheid langzaam opbouwen b. Twee benige sprongen c. 1 benige sprongen d. Variatie in visuele input e. Stabiliteit ondergrond f. Taak complexiteit g. Gewicht Geen pijn meer aanwezig in de knie (VAS score) Geen zwelling meer aanwezig in de knie Quadriceps- en Hamstringkracht gelijk aan of meer dan 75% in vergelijking met de andere zijde ROM gelijk aan andere zijde Sprongtesten gelijk aan of meer dan 75% in vergelijking met de andere zijde 1 benige sprongen geven geen problemen Joggen op de loopband Afnemen IKDC vragenlijst Klinimetrie VAS, Meetlint Goniometer IKDC Lysholm Hoptesten Complicaties / Contra indicaties Beperkte ROM, door adhesie Chronische zwelling Slechte hamstring spierkracht M. quadriceps femoris artofie Patella femorale pijn Adhesie van de patella bursa Door vergrote laxiteit van de VKB plastiek kans op ruptuur bij een te grote belasting (zwak tot 12 weken) In deze fase kunnen de volgende oefeningen uitgevoerd worden met Redcord; Supine bridging Side-lying bridging Supine knee flexion Sling lunge I & II Balance squat Supine hip extension Side-Lying hip abduction Supine pelvic lift Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 6
FASE 4: WEEK 16 T/M 22 Doelen Fysiotherapeutische interventies Mijlpalen om te kunnen starten met sporten 1. Maximaliseren van de spierkracht en algehele uithoudingsvermogen 1. Maximaliseren van de spierkracht en het uithoudingsvermogen m.b.v. RNT 2. Maximaliseren van de neuromusculaire controle m.b.v. RNT; 2. Maximaliseren van o Plyometrie de neuromusculaire o Wendbaarheidstraining controle. o Sportspecifieke oefeningen; Renvariaties, draaien kap bewegingen, versnellen en afremmen. Geen pijnklachten en zwelling meer aanwezig (VAS- score pijn) Volledige ROM in vergelijking met de andere zijde Quadriceps- en Hamstringkracht gelijk aan of meer dan 85% in vergelijking met de andere zijde Sprongtesten gelijk aan of meer dan 85% in vergelijking met de andere zijde Sportspecifieke activiteiten en behendigheidstraining met maximale duur en snelheid geven geen problemen Klinimetrie VAS, meetlint Goniometer IKDC Lysholm Hoptesten Complicaties / Contra indicaties Beperkte ROM, door atrofibrose Chronische zwelling M. quadriceps femoris atrofie Patellafemorale pijn Adhesie van de patella bursa Vergrote laxiteit van de VKB plastiek, kans op ruptuur In deze fase kunnen de volgende oefeningen uitgevoerd worden met Redcord; Supine bridging Side-lying bridging Supine knee flexion Sling lunge I & II Balance squat Supine hip extension Side-Lying hip abduction Supine pelvic lift Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 7
BIJLAGE 1 KNEE MOBILISATION Regionen Knie en heup (Quadriceps, hamstrings) Doel Benodigdheden Bevorderen van knie mobiliteit naar flexie en extentie onbelast. - Behandelbank - Brede band - Lus Startpositie - Patiënt in zijlig aangedane been boven. - Heup en aangedane knie in 90 flexie. Positie band(en) - Brede band bij bovenbeen - Lus bij enkel Oefening 1. Heup en knie extenderen naar 0. 2. Terug naar startpositie. Let op: extendeer de knie niet verder dan 0! Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 8
HEEL SLIDE Regionen Heup en knie (Hamstrings, quadriceps) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit van de heup en knie. - Behandelbank - Lus - Balans kussen Startpositie - Patiënt in ruglig met armen parallel aan het lichaam. - Ophangpunt op de enkel. Positie band(en) - Lus bij de enkel. Oefening 1. Extendeer de knie. 2. Terug naar start positie. Let op: extendeer de knie niet verder dan 0! Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 9
SUPINE BRIDGING Regionen Lage rug, bekken en heup (Hamstrings en gluteus maxumis) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit van de lage rug, bekken en heup regio, inclusief de hamstrings. - Behandelbank - Brede band - Smalle band - 2 rode elastieken - Balans kussen Startpositie - Patient in ruglig met armen parallel aan het lichaam. - Ophangpunt direct boven de enkel. Positie band(en) - Smalle band om de enkel. - Brede band om de heup. Oefening 1. Breng het vrije been parallel aan het andere been. 2. Til het bekken op tot een rechte lichaamspositie. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 10
Oefening niveau s Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 11
Alternatieve startpositie s Activatie latissimus dorsi aan de tegenovergestelde of beide kanten. Het vrije been ontzien door een band met een elastisch koord. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 12
SIDE-LYING BRIDGING Regionen lage rug, bekken en heup Doel Benodigdheden Functionele stabiliteit en neuromusculaire controle. - Behandelbank - Brede band - Balans kussen Startpositie - Patiënt ligt zijwaarts met het hoofd ondersteunt door de arm. - Bovenste arm parallel aan het lichaam. - Ophangpunt recht boven de knie. Positie band(en) - Brede band bij de knie Oefening 1. Til bekken op tot het lichaam in een rechte lijn is. 2. Ga terug naar start positie. Let op: - De heup recht en bekken neutraal. - Behoud een neutrale hoofd, nek en rug positie. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 13
Oefening niveau s Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5 Niveau 6 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 14
SUPINE KNEE FLEXION Regionen Heup en knie (Hamstrings) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit van de heup en knie regio en onderliggende romp controle. - Behandelbank - Brede band - Lus - 2 rode elastieken - Balans kussen Startpositie - Patient in ruglig met armen parallel aan het lichaam. - Ophangpunt direct boven de enkel. Positie band(en) - Lus om enkel - Brede band om heup Oefening 1. Breng het vrije been omhoog parallel aan de ander. 2. Til het bekken op tot een rechte lichaamspositie. 3. Druk de hiel in de lus en trek deze naar de billen. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 15
Oefening niveau s Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 16
Alternatieve startpositie s Activatie latissimus dorsi aan beide kanten. Extra oefeningen Een been gestrekt houden. Andere been ondersteund in de band en gestrekt houden of links en rechts afwisselen. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 17
KNEE EXTENSION Regionen Knie Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit van de knie. - Behandelbank - Smalle band - 1 zwart en rood elastiek - Lus - Balans kussen Startpositie - Patiënt in rug lig - Ophangpunt direct boven de knie Positie band(en) - Smalle band in de knie holte Oefening 1. Hou de hiel op de bank. 2. Druk de knie naar de bank. 3. Ga terug naar start positie. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 18
Extra oefeningen De oefening kan worden uitgevoerd met een extra band om de hiel, hierdoor ontstaat extra instabiliteit. En met extra weerstand van zwaarder elastiek. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 19
SUPINE PELVIC LIFT Regionen Lage rug, bekken en heup (Gluteus maximus) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle functionele stabiliteit van de lage rug, heup en bekken exclusief hamstrings. - Behandelbank - Brede band - Smalle band - 2 rode elastieken - Balans kussen Startpositie - Ruglig met armen parallel aan het lichaam. - 1 been geflecteerd in 90 met hiel op de bank. - Ophangpunt boven de knie. Positie band(en) - Smalle band bij geflecteerd knie - Brede band bij heup Oefening 1. Extendeer de knie in band. 2. Breng het vrij liggende been parallel aan de ander. 3. Til het bekken op voor een rechte lichaamspositie. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 20
Oefening niveau s Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 21
SIDE-LYING HIP ABDUCTION Regionen Heup (Gluteus medius) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit van de heup met onderliggende romp controle. - Behandelbank - Brede band - Smalle band - 2 rode elastieken - Balans kussen Startpositie - Patient in zijlig met bovenlichaam ondersteund door schouder. - Bovenste arm parallel aan het lichaam. - Ophangpunt direct boven de knie. Positie band(en) - Smalle band om knie van onderste been - Brede band om heup Oefening 1. Abduceer bovenste been. 2. Extendeer onderste heup. 3. Druk het onderste been in de band waardoor het lichaam in een rechte positie komt. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 22
Oefening niveau s Niveau 1 Niveau 2 Niveau 3 Niveau 4 Niveau 5 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 23
Alternatieve startpositie Bovenste been ondersteund door een band met elastisch koord. SUPINE HIP EXTENSION Regionen Lage rug, heup en bekken (Gluteus maximus, hamstrings) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit voor lage rug, bekken en heup regio. - Behandelbank - Brede band - Smalle band - 2 rode elastieken - Balans kussen Startpositie - Patiënt in ruglig met armen parallel aan het lichaam. - Ophangpunt boven midden van de tibia. Positie band(en) - Smalle band bij de voetzool - Brede band bij heup Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 24
Oefening 1. Til het vrije been op van de bank. 2. Breng het bekken omhoog naar een rechte lichaamspositie, hou je knieën in 90 (Deze oefening kan ook uitgevoerd worden m.b.o. de enkel d.m.v. het uitvoeren met plantair en dorsaal flexie). 3. Terug naar startpositie. Alternatieve startpositie s Twee benen in de band. Activatie latissimus dorsi aan tegenovergestelde en beide zijden. Extra oefeningen Oefening instabieler maken d.m.v. armen op de borst Of het kussen onder de scapulae. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 25
SITTING KNEE EXTENSION Regionen Knie (Quadriceps) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit van de knie regio. - Oefenmat - Brede band Startpositie - Patiënt zit in brede band direct onder de redcord-station. - Met de armen op de borst. - Knie en heup in 90. Positie band(en) - Brede band onder de heupen (als een schommel) Oefening 1. Verplaats je lichaam achterwaarts door de knieën te extenderen. 2. Terug naar start positie. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 26
Extra oefeningen Met één been Lopen Met sprong Met sprong op 1 been Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 27
BALANCE SQUAT Regionen Heup en knie (Quadriceps, gluteus maximus) Doel Benodigdheden Startpositie Neuromusculaire controle en funcionele stabiliteit voor heup en knie regio. - Oefenmat - Balans kussen - 2 lussen - Patiënt staat direct onder redcord station met één been op een balans kussen. - Vrije been recht vooruit, los van de grond. - Met ondersteuning van twee lussen voor de armen. Positie band(en) - Arm ondersteuning Oefening 1. Behoud de normale lumbale lordose. 2. Hou het vrij been voor het lichaam. 3. Voer een squat uit op één been zo diep mogelijk. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 28
Alternatieve startpositie 2 benige squat Extra oefeningen Één hand ondersteuning één vinger ondersteuning zonder ondersteuning Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 29
SLING LUNGE 1 Regionen Knie (Quadriceps, gluteus maximus) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit van de heup en knie regio. - Oefenmat - 2 lussen - Brede band - Balans kussen Startpositie - Patiënt staat achter redcord-station met één been in een brede band. - Met ondersteuning van twee lussen voor de armen. Positie band(en) - Brede band voor het lichaam - Arm ondersteuning Oefening 1. Buig de knieën en breng het been in de band naar voren tot maximaal 100 knie flexie. 2. Druk met het been in de band en extendeer terug naar de startpositie. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 30
Extra oefeningen Één hand ondersteuning Geen ondersteuning Balans kussen Enkel koord met ondersteuning Enkel koord zonder ondersteuning Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 31
SLING LUNGE 2 Regionen Heup en knie (Quadriceps, gluteus maximus) Doel Benodigdheden Neuromusculaire controle en functionele stabiliteit van heup en knie regio. - Oefenmat - 2 lussen - Brede band - Balans kussen Startpositie - Patiënt staat voor de band met één daarin. - Met ondersteuning van twee lussen voor de armen. Positie band(en) - Arm ondersteuning - Brede band achter het lichaam Oefening 1. Buig de voorste knie tot 90 flexie. 2. Terug naar startpositie. Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 32
Extra oefeningen Één hand ondersteuning Zonder ondersteuning Balans kussen Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 33
BIJLAGE 2: IKDC VRAGENLIJST 3 3 Haverkamp D et.al. Translation and Validation of the Dutch version of the International Knee Documentation Committee Subjective Knee Form. Am J Sports Med. 2006 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 34
Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 35
Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 36
Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 37
Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 38
Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 39
Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 40
BIJLAGE 3: LYSHOLM VRAGENLIJST 4 4 Lysholm vragenlijst, beschikbaar gesteld via http://www.fysionet.nl/kennisplein/vakinhoud/meetinstrumenten/lysholm.pdf. geraadpleegd op 15 mei 2013 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 41
Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 42
BIJLAGE 4: VAS SCORE 5 De Visual Analogue Scale is een aspecifieke meetschaal, bestaande uit een horizontale of een verticale lijn. De meest gebruikelijke lengte van de lijn is 100 mm lang. Aan de linker of onderste kant staat de minimumscore, aan de rechter of bovenste kant staat de maximumscore. De patiënt dient loodrecht op de lijn aan te strepen in welke mate hij of zij de gevraagde sensatie beleeft. Het aantal millimeter tussen de door de patiënt aangegeven streep en de minmum-score is de score op de VAS. Op onderstaande lijnen dient u d.m.v. een verticaal streepje aan te geven welke maat volgens u overeenkomt met de pijn, klachten of beperkingen, die u maximaal, minimaal en op dit moment waarneemt. Rechts betekent onuitstaanbare, nauwelijks verdraagbare pijn, klachten of beperkingen Links betekent geen pijn, klachten of beperkingen Maximale pijn, klachten of beperkingen geen ------------------------------------------------------------------------------------------maximaal Minimale pijn, klachten of beperkingen geen ------------------------------------------------------------------------------------------ maximaal Huidige pijn, klachten of beperkingen geen ---------------------------------------------------------------------------------------------- maximaal 5 Visual analogue scale, Koning & Mandema, internetsite beschikbaar gesteld via www.fysiotherapiepraktijk.nl, geraadpleegd op 15 mei 2013 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 43
BIJLAGE 5: HOPTESTEN 6 De sprongtesten worden uitgevoerd door 2 meetlinten van 6 meterlang en 15 centimeter breed uit elkaar te leggen. Er wordt eerst met het gezonde been gesprongen en daarna met het aangedane been. Tussen elke poging wordt er minder dan 30 seconde pauze gehouden. Tussen de verschillende sprongtesten wordt een pauze van 2 minuten gehanteerd om verzuring zoveel mogelijk tegen te gaan. De 'single hop for distance' De single hop for distance wordt uitgevoerd door met de teen tegen de nul centimeter lijn te gaan staan en een maximale vertesprong te maken. Hierna land de patiënt op dezelfde voet als waarmee hij of zij heeft gesprongen. De patiënt moet 2 seconde stabiel staan. Daarna wordt er vanaf de teen gemeten wat de gesprongen afstand is. De afstand wordt vergeleken met het andere been. De afstand met het aangedane been wordt door de afstand die met het gezonde been is gesprongen gedeeld. Hierna wordt de uitkomst vermenigvuldigd met 100. Deze vergelijking wordt de Limb Symmetry Index (LSI) genoemd. De '6 meter timed hop' De 6 meter timed hop test wordt in dezelfde opstelling van de meetlinten uitgevoerd. De patiënt moet zo snel mogelijk hinkelend de 6 meter overbruggen. Er wordt eerst met het gezonde been gesprongen. Ook nu wordt er vanaf de teen gemeten en de tijd wordt stop gezet wanneer de hak van de patiënt de 6 meter lijn passeert. Er wordt weer een LSI berekend aan de hand van de eerder genoemde formule. De 'triple hop for distance' De triple hop for distance wordt weer in dezelfde opstelling van de meetlinten uitgevoerd. Er wordt eerst met het gezonde been gesprongen. In deze test moet de patiënt drie vertesprongen maken achter elkaar. vervolgens wordt er vanaf de teen tot de teen gemeten. Men moet 2 seconde kunnen stabiliseren na de 3e sprong voor een valide uitvoering. Er wordt weer een LSI berekend aan de hand van de eerder genoemde formule. De 'cross over hop for distance' De cross over hop for distance is een test waarbij 3 keer gesprongen wordt. Dit doet men schuin over de meetlinten en zo ver mogelijk. Men moet 2 seconde stabiliseren op de plaats voor een valide uitvoering. Er wordt vanaf de teen gemeten. er wordt weer een LSI berekend aan de hand van de eerder genoemde formule. 6 Hoptesten, internetsite beschikbaar gesteld via http://mens-en-gezondheid.infonu.nl/aandoeningen/79477-sprongtesten-tijdensrevalidatie-voorste-kruisband-knie.html geraadpleegd op 16 mei 2013 Geert Huijgen, Roos Commandeur en Eveline van der Weijden 44