Een rappere Newton-Raphson



Vergelijkbare documenten
2. Het benaderen van nulpunten

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

Zomercursus Wiskunde. Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 2011)

Het oplossen van vergelijkingen Voor het benaderen van oplossingen van vergelijkingen van de vorm F(x)=0 bespreken we een aantal methoden:

8. Differentiaal- en integraalrekening

1 Limiet van een rij Het begrip rij Bepaling van een rij Expliciet voorschrift Recursief voorschrift 3

Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

Machten, exponenten en logaritmen

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo I

(x x 1 ) + y 1. x x k+1 x k x k+1

( ) Hoofdstuk 4 Verloop van functies. 4.1 De grafiek van ( ) Spiegelen t.o.v. de x-as, y-as en de oorsprong

Hoofdstuk 6 - de afgeleide functie

STEEDS BETERE BENADERING VOOR HET GETAL π

Examen VWO. wiskunde B1,2. tijdvak 1 dinsdag 2 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Inhoud college 4 Basiswiskunde. 2.6 Hogere afgeleiden 2.8 Middelwaardestelling 2.9 Impliciet differentiëren 4.9 Linearisatie

Centrale Commissie Voortentamen Wiskunde Uitwerkingen Voortentamen Wiskunde B 28 januari 2013

De bisectie methode uitgelegd met een makkelijk voorbeeld

4.1 Rijen. Inhoud. Convergentie van een reeks. Reeksen. a k. a k = lim. a k = s. s n = a 1 + a a n = k=1

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 2 januari 2014

(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

5. Vergelijkingen Vergelijkingen met één variabele Oplossen van een lineaire vergelijking

5.7. Boekverslag door P woorden 11 januari keer beoordeeld. Wiskunde B

PARADOXEN 2 Dr. Luc Gheysens

1. Orthogonale Hyperbolen

Wetenschappelijk Rekenen

Examenvragen Numerieke Wiskunde 2012

IJkingstoets burgerlijk ingenieur juni 2014: algemene feedback

Numerieke aspecten van de vergelijking van Cantor. Opgedragen aan Th. J. Dekker. H. W. Lenstra, Jr.

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica

wiskunde B pilot havo 2015-II

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 donderdag 18 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Oef 1. Oef 2 Geef het functievoorschrift van g, h en k als a = 1

(x x 1 ) + y 1. x x 1 x k x x x k 1

Noordhoff Uitgevers bv

TECHNISCHE UNIVERSITEIT EINDHOVEN Faculteit Wiskunde en Informatica. Uitwerking Tentamen Calculus, 2DM10, maandag 22 januari 2007

Basistechnieken TI-84 Plus C Silver Edition

Monitoraatssessie Wiskunde

Examen VWO. Wiskunde B1,2 (nieuwe stijl)

N3 LINEAIRE INTERPOLATIE

(Assistenten zijn Sofie Burggraeve, Bart Jacobs, Annelies Jaspers, Nele Lejon, Daan Michiels, Michael Moreels, Berdien Peeters en Pieter Segaert).

Definitie 1.1. Een partitie van een natuurlijk getal n is een niet stijgende rij positieve natuurlijke getallen met som n

Examen HAVO wiskunde B. tijdvak 1 vrijdag 17 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen HAVO. wiskunde B. tijdvak 1 vrijdag 19 mei uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Antwoorden Differentievergelijkingen 1

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 2 woensdag 20 juni uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. wiskunde B1,2

wiskunde B pilot havo 2016-I

Blok 1 - Vaardigheden

Overgangsverschijnselen

de Wageningse Methode Beknopte gebruiksaanwijzing TI84 1

Parameter-krommen benaderen in een vlak

wiskunde B havo 2017-I

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 23 december 2014

Examen HAVO. wiskunde B (pilot) tijdvak 1 maandag 23 mei 13:30-16:30 uur. Bij dit examen hoort een uitwerkbijlage.

Examen VWO. Wiskunde B Profi

Examen HAVO. Wiskunde B1 (nieuwe stijl)

6. Toon aan dat voor alle 2]0; ß [ geldt dat sin <<tan Onderstel dat de functie f afleidbaar in ]a; +1[ is en dat Toon aan dat!+1 f ) = A.!+1 f

Tweede Programmeeropgave Numerieke Wiskunde 1 De golfplaat Uiterste inleverdatum : vrijdag 16 mei 2003

Kettingbreuken. 20 april K + 1 E + 1 T + 1 T + 1 I + 1 N + 1 G + 1 B + 1 R + 1 E + 1 U + 1 K + E + 1 N A + 1 P + 1 R + 1 I + 1

Reeksontwikkeling Koen Van de moortel,

Wetenschappelijk Rekenen

De verstrooide professor

Eindexamen wiskunde A pilot havo II

3. Bepaal de convergentie-eigenschappen (absoluut convergent, voorwaardelijk convergent, divergent) van de volgende reeksen: n=1. ( 1) n (n + 1)x 2n.

Steeds betere benadering voor het getal π

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2005-I

TI83-werkblad. Vergelijkingen bij de normale verdeling

Examenvragen Wiskundige Analyse I, 1ste examenperiode

De parabool en de cirkel raken elkaar in de oorsprong; bepaal ook de coördinaten van de overige snijpunten A 1 en A 2.

Deel 3 Numerieke methoden

Grafieken van veeltermfuncties

Naam: Studierichting: Naam assistent:

Examen VWO. wiskunde B1

WISKUNDE 3 PERIODEN EUROPEES BACCALAUREAAT DATUM : 4 juni 2010 DUUR VAN HET EXAMEN : TOEGESTANE HULPMIDDELEN : OPMERKINGEN : Geen

34 HOOFDSTUK 1. EERSTE ORDE DIFFERENTIAALVERGELIJKINGEN

Hoofdstuk 2: Grafieken en formules

2 Kromming van een geparametriseerde kromme in het vlak. Veronderstel dat een kromme in het vlak gegeven is door een parametervoorstelling

== Uitwerkingen Tentamen Analyse 1, WI1600 == Maandag 10 januari 2011, u

13.0 Voorkennis. Deze functie bestaat niet bij een x van 2. Invullen van x = 2 geeft een deling door 0.

begin van document Eindtermen vwo wiskunde B (CE) gekoppeld aan delen en hoofdstukken uit Moderne wiskunde 9e editie

Families parabolen en fonteinen met de TI-Nspire

Het naaldenexperiment van Buffon

Inhoud college 5 Basiswiskunde Taylorpolynomen

Eindexamen wiskunde B1-2 vwo 2005-I

Schotelantennes. Maak ze met wiskunde! metaal. /k 1/18. Stukje van een groter geheel

Deel 2. Basiskennis wiskunde

2. Hoelang moet de tweede faze duren om de hoeveelheid zout in de tank op het einde van de eerste faze, op de helft terug te brengen?

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Hoofdstuk 5 - Recursie

META-kaart vwo3 - domein Getallen en variabelen

Hoofdstuk 7 - veranderingen. getal & ruimte HAVO wiskunde A deel 2

Examen VWO. wiskunde B1,2

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts

Samenvatting Wiskunde B

Transcriptie:

Een rappere Newton-Raphson Edward Omey EHSAL (Stormstraat, 000 Brussel) [edward.omey@ehsal.be]. Inleiding Bij vele kwantitatieve problemen is het nodig om nulpunten te bepalen van functies. Soms kunnen deze nulpunten expliciet gevonden worden omdat men (door toeval) de vergelijking f( = 0 exact kan oplossen. In andere situaties is het zoeken van de nulpunten niet zo evident en moeten er numerieke procedures gevolgd worden om tot een benaderende oplossing te komen. In vele toestellen is nu een SOLVER of een OPLOSSER aanwezig. Deze tool is in feite de voordeur van een ganse waaier aan technieken en wiskundige analyse! Tijd om daar even bij stil te staan.. Newton-Raphson We vertrekken van een functie f( en zoeken een punt (de punte t waarvoor f( = 0. Een populaire aanpak bestaat er in deze nulpunten numeriek te benaderen via een éénstaps iteratief schema van de vorm x ( n + ) = g( ), n = 0,,,... () Hierbij is g( een geschikte functie waarvoor g( = t en waarbij 0) oordeelkundig moet worden gekozen. Omdat g( = t noemt men t een vast punt van de functie g(. Indien men 0) = t kiest, volgt uit () dat = t voor alle waarden van n =,,... Bij de werkwijze van Newton-Raphson wordt de functie g( als volgt bepaald: Stap. Kies een startpunt 0) Stap. Bepaal f(0)) en bepaal de vergelijking van de raaklijn aan f( door het koppel (0), f(0)). De vergelijking van de raaklijn is gelijk aan: y = f ( 0)) + f '( 0))( x 0)) () Stap 3. Zoek het snijpunt van de raaklijn met de horizontale as. Via formule () vinden we hier f ( 0)) ) = snijpunt = 0) f '( 0)) We noteren dit snijpunt als ). Zie figuur. Stap 4. We vervangen 0) door ) en gaan terug naar stap. Stap 5. We bepalen achtereenvolgens ), ),...

In figuur tekenden we de raaklijn aan f( = 5 x² in 0) =. De raaklijn heeft als vergelijking y = 4(x ). Het snijpunt met de horizontale as is gelijk aan ) = 9/4=4,75. Figuur De bovenstaande procedure leidt tot een rij 0), ), ),... waarbij f ( ) n + ) = f '( ) Dit betekent dat () geldt met f ( g( = x (3) f '( Bemerk dat f( = 0 enkel en alleen als g( = t maar dat er problemen kunnen zijn indien ook f ( = 0. In de meeste gevallen kunnen we op met deze werkwijze de nulpunten vinden van afleidbare functies f(. Deze werkwijze noemt men de werkwijze van Newton-Raphson. Isaac Newton formuleerde dit procédé voor het eerst in 669. In 690 vereenvoudigde Joseph Raphson de aanpak van Newton.

Voorbeeld. We zoeken de nulpunten van f( = x² 3. We vinden hier f ( = x en g( = x (x² 3)/( = x/ + 3/(. De procedure van Newton-Raphson leidt tot de volgende tabel en figuur: n 0 5,0000000-0,5000000,8000000-3,500000,935743 -,0865385 3,747649 -,7663 4,730837 -,73308 5,730508 -,730508 6,730508 -,730508 7,730508 -,730508 8,730508 -,730508 9,730508 -,730508 0,730508 -,730508,730508 -,730508,730508 -,730508 3,730508 -,730508 4,730508 -,730508 5,730508 -,730508 6,0000000 5,0000000 4,0000000 3,0000000,0000000,0000000 0,0000000 -,0000000 -,0000000-3,0000000-4,0000000 3 5 7 9 3 5 Wanneer we als startwaarde 0) = 5 nemen, dan vinden we het eerste nulpunt van f(; bij de startwaarde 0) = 0,5 vinden we de negatieve wortel. Uit de tabel en de grafiek blijkt dat de convergentiesnelheid best meevalt.

Voorbeeld. 360 Voor de functie f ( = + ln( 6, x > 0 vinden we de volgende tabel: x n 0,000 00,000 00,000 500,000 000,000,000 70,469 86,530 96,04-088,643,000 57,863 34,974 346,66 #NUM! 3,000 38,880 357,059 357,336 #NUM! 4,000 355,6 357,695 357,696 #NUM! 5,000 357,679 357,696 357,696 #NUM! 6,000 357,696 357,696 357,696 #NUM! 7,000 357,696 357,696 357,696 #NUM! 8,000 357,696 357,696 357,696 #NUM! 9,000 357,696 357,696 357,696 #NUM! 0,000 357,696 357,696 357,696 #NUM!,000 357,696 357,696 357,696 #NUM!,000 357,696 357,696 357,696 #NUM! 3,000 357,696 357,696 357,696 #NUM! 4,000 357,696 357,696 357,696 #NUM! 5,000 357,696 357,696 357,696 #NUM! Voor de startwaarden 0) = 00, 00, 500 vinden we de benadering t 357,696. Bij de startwaarde 0) = 000 leidt het procédé niet tot een oplossing. Oefening. ) Neem andere startwaarden 0) (zoals bijvoorbeeld 0) = 5 000; 0) = 00 000; 0) = 8 000 000) en ga na of convergeert of niet. ) Schets een grafiek van f(. 3) Verklaar waarom 0) = 000 niet werkt. 4) Heeft f( nog (ee ander (e) nulpunt(e? Zo ja, zoek een goede benadering. Oefening. Werk de volgende voorbeelden uit en ga na wat er verkeerd loopt. ) f( = (x 3)³ (nulpunt voor t = 3, maar f (3) = f (3) = 0) ) f( = sin( (vele nulpunten en je weet (bijna) niet naar welk nulpunt convergeer. 3) f( = x² + (de rij oscilleert rond het minimul van f(; f( heeft géén nulpunte. Opmerking. Er bestaan ook twee-staps interatieve (en uiteraard ook drie-staps enzovoort procedures) schema s. In dit geval gebruikt men in de plaats van () een formule van de vorm x ( n + ) = g(, n )) waarbij de functie g(x,y) en 0),) op een verstandige manier moeten worden gekozen. In 6 komen een aantal andere werkwijzen aan bod.

3. MacLeod De wiskundige MacLeod paste het procédé van Newton-Raphson aan. In de plaats van de functie g( zoals in (3), gebruikte MacLeod de volgende functie: f ( g( = x (4) f '( + cf ( Hierbij is c een reële constante die we oordeelkundig moeten kiezen. De oorsprong van dit voorstel komt verder in 4 aan bod. Bij de keuze c = 0 vinden we uiteraard formule (3) terug. Voorbeeld. (vervolg) We bestuderen f( = x² 3 en gebruiken (4) met c = -/3. We vinden de volgende tabel en figuur: n 0,000 4,000-6,000,000 0,455-4,565,000,973-3,38 3,000,78 -,50 4,000,73 -,966 5,000,73 -,76 6,000,73 -,733 7,000,73 -,73 8,000,73 -,73 9,000,73 -,73 0,000,73 -,73,000,73 -,73,000,73 -,73 3,000,73 -,73 4,000,73 -,73 5,000,73 -,73 6,000,73 -,73 7,000,73 -,73 6,000 4,000,000 0,000 -,000-4,000-6,000-8,000 c = -/3 3 4 5 6 7 8 9 0 3 4 5 6 7 Oefening. Werk voorbeeld uit voor andere keuzes van c en 0). 4. Convergentiesnelheid Uit de vorige oefening zal blijken dat c een belangrijke rol speelt en dat de convergentie niet steeds even vlot verloopt. Hoe kunnen we nu op een verantwoorde manier het getal c kiezen? Om deze vraag te beantwoorden stellen we e( gelijk aan de benaderingsfout die we maken bij de n-de stap: e( = t. We vinden dan dat x ( n + ) = g( ) = g( e( +.

Via een reeksontwikkeling(zie NOOT verderop) vinden we nu dat g ( e( + = g( + e( g'( + e²( g'' ( + e³( g' ''( +... 6 Omdat f( = 0 en dus ook g( = t volgt dat x ( n + ) = t + e( g'( + e²( g''( + e³( g'''( +... 6 en e ( n + ) = e( g' ( + e²( g' '( + e³( g'''( +... 6 We berekenen nu g ( en vinden f '²( f ( f ''( g'( = ( f '( + cf ( )² g ( = 0. Uit het voorgaande volgt nu dat e( n + ) e²( g'' (. Als g ( klein is, dan verwachten we dat de convergentiesnelheid best meevalt. Bij elke stap is de volgende fout evenredig met het kwadraat van de vorige fout. Men noemt deze methode daarom een tweede-orde methode. f ''( Na (veel) rekenwerk vinden we eveneens dat g ''( = c +. Indien we c kunnen f '( kiezen zo dat g ( = 0, dan volgt dat e( n + ) e³( g''' (. In dit geval zal de 6 convergentiesnelheid nog beter zal zijn! Bij deze keuze is de methode een derde-orde methode. Het probleem hier is wel dat we t en bijgevolg ook c niet kennen. 5. Veralgemening In Omey (988) werd de aanpak van Macleod veralgemeend. Hierbij kiezen we een functie h( zodanig dat h( NIET gelijk is aan nul. Als we nu de functie F( = h(f( bekijken, dan is f( = 0 enkel en alleen als F( = 0. Mogelijke keuzes voor h( zijn: cx h ( = exp( c = e ; h ( = exp( cx²) ; h( = + x² ; h ( = + f ²( x ) ; enz. Wanneer we de methode van Newton-Raphson toepassen voor F( = h(f(, dan vinden we F( f ( h( g( = x = x (5) F'( f '( h( + f ( h'( Wanneer h( =, dan vinden we formule (3) terug. Wanneer we de keuze h( = exp(c maken, dan vinden we (4) terug.

Voorbeeld 3 We bestuderen f( = x³ 0,65x² +3,993/0000. Via een grafiek zien we dat de functie drie nulpunten heeft (in de buurt van 0, rond 0,05 en rond 0,5). We zoeken het grootste nulpunt. In de tabel hieronder staan de opeenvolgende benaderingen waaarbij we eerst werkten met (3) (volle lij en daarna met (5) (stippellij met als keuze h( = /x. formule (3) formule (5) n 0,0000000,0000000 6,68506 5,0458 4,4754387,566990 3 3,00443,33903 4,00648 0,7057454 5,3664375 0,3989899 6 0,93089 0,496805 7 0,646 0,83364 8 0,449807 0,5496 9 0,3859 0,477785 0 0,40 0,46550 0,90445 0,463840 0,65759 0,46366 3 0,49797 0,463599 4 0,464864 0,463596 5 0,463598 0,463595 6 0,463595 0,463595 7 0,463595 0,463595 8 0,463595 0,463595 9 0,463595 0,463595 0 0,463595 0,463595 8,0000000 7,0000000 6,0000000 5,0000000 4,0000000 3,0000000,0000000,0000000 0,0000000 3 5 7 9 3 5 7 9

We vinden als nulpunt bij benadering t 0,464595. We merken ook dat (5) vlugger convergeert. Voor formule (5) vinden we, net zoals in de vorige paragraaf, dat g( = t g ( = 0 h'( f ''( g ''( = + h( f '( en e( n + ) e²( g'' (. Als g ( klein is dan verwachten we dat de convergentiesnelheid goed zal zijn. Bij de keuze h ( = / f '( vinden we dat g ( = 0. In dit geval vinden we dat e( n + ) e³( g''' ( (6) 6 De enige (belangrijke!) voorwaarde is dat h( minstens in de buurt van x = t niet gelijk is aan 0. Voorbeeld 4 De hoeveelheid (in miljoene datapaketten q( die op een bepaald netwerk worden verstuurd neemt toe met de tijd t. Voor een bepaald netwerk vonden Waner en Costenoble (996) de volgende formule: exp(0,69 q( = 3 +,5exp( 0,4, t 0 De grafiek vertoont een sterk stijgend patroon. q( 80000 60000 40000 0000 00000 80000 60000 40000 0000 0 3 4 5 6 7 8 9 0 3 4 5 6 7 8

Men is nu geïnteresseerd in het tijdstip waarop q( precies gelijk is aan 0 000. Op de grafiek zien we dat er juist één dergelijk tijdstip is. Met de voorgaande methodes zoeken we nu het nulpunt van f( = q( 0000 In de volgende tabel en grafiek gebruikten we formule (3) (volle lij en formule (5) (stippellij met h( gelijk aan h( = exp(-0,345. We startten met 0) = 4. formule (3) formule (5) n 0 4,00000 4,00000 3,00905 6,37750 9,55980 9,03697 3 8,058,76066 4 6,6647 4,05766 5 5,64 4,903 6 3,76458 4,94047 7,3859 4,9405 8 0,8783 4,9405 9 9,45305 4,9405 0 8,0680 4,9405 6,78647 4,9405 5,74304 4,9405 3 5,775 4,9405 4 4,9537 4,9405 5 4,9439 4,9405 6 4,9435 4,9405 7 4,9435 4,9405 8 4,9435 4,9405 9 4,9435 4,9405 0 4,9435 4,9405 4,9435 4,9405 4,9435 4,9405 3 4,9435 4,9405 4 4,9435 4,9405 35 30 5 0 5 0 5 0 3 5 7 9 3 5 7 9 3 5

We merken dat de convergentiesnelheid bij formule (5) beduidend beter is dan bij formule (3). Oefening. Het verspreiden van nieuwe technologie kan bijvoorbeeld gemodelleerd worden als volgt (zie [6], p. 95): 3exp( 0,t ) p ( =, t 0 + exp(4,50 0,477 waarbij t de tijd is en p( het percentage firma s is die op tijdstip t een bepaalde technologie toepassen. In de grafiek zien we de opkomst en het verval van de nieuwe techniek. p( 0,8 0,7 0,6 0,5 0,4 0,3 0, 0, 0 4 7 0 3 6 9 5 8 3 34 37 40 43 ) Een techniek is goed ingeburgerd indien 50% van de bedrijven de techniek gebruiken. Op welk tijdstip gebeurt dit hier? ) Een techniek dooft uit als nog hoogstens 0% van de bedrijven de techniek gebruikt. Wanneer gebeurt dit in dit voorbeeld? 6. Andere werkwijzen Naast de formules van de vorige paragrafen zijn er nog tal van varianten. Ook zijn er procedures beschikbaar om de nulpunten te vinden van functies in meerdere variabelen. Hier gaan we niet dieper op in. 6.. Bissectie In deze procedure gaat men er van uit dat men ongeveer weet waar het nulpunt van f( ligt. Men weet bijvoorbeeld dat t in het interval [a, b] ligt en we veronderstellen hier dat f(a) < 0 < f(b). Men bepaalt nu een rij als volgt:

. [a(0), b(0)] = [a, b] en 0) = (a + b)/. als f(0)) < 0, dan is [a(), b()] = [0), b(0)] en ) = (0) + b(0))/ als f(0) > 0, dan is [a(), b()] = [a(0),0)] en ) = (a(0) + 0))/ 3.... 4. als f() < 0, dan is [a(n+), b(n+)] = [, b(] en n+) = ( + b()/ als f( > 0, dan is [a(n+), b(n+)] = [a(,] en n+) = (a( + )/ 6.. Halley s methode Dit is de methode beschreven door formule (5) met de keuze h ( = / f '(. Bij deze keuze is g( = g ( = g ( = 0 en voldoen de fouten aan (6). 6.3. Schröder s methode Dit is de methode beschreven door formule (5) met de keuze ( / f '( 6.4. Secant methode Bij deze werkwijze vertrekt men van de formules () en (3): f ( ) n + ) =. f '( ) en via de middelwaardestelling benadert men f () als volgt: f ( ) f ( n )) f '( ) n ) Door deze twee formules te combineren vinden we: f ( )( n )) x ( n + ) = ( f ( ) f ( n )) Dit is een twee-staps formule van de vorm n+)=g(,n-)). h =. Noot De reeksontwikkeling van een functie f( rond x = a is gelijk aan f ( = f ( a) + f '( a)( x a) + f ''( a)( x a)² + f '''( a)( x a)³ +... 3! De functie moet wel aan een aantal vereisten voldoen om over een zincolle uitdrukking te beschikken. Welbekende voorbeelden zijn (telkens met a = 0) = + x + x² + x³ +... x e x = + x + x² + x 3 +... 3!

Bibliografie [] A..K. Kaw (006). An interactive e-book for illustrating Newton-Raphson method of solving nonlinear equations. http://numericalmethods.eng.usf.edu/ebooks/newtonraphson_03nle_ebook.htm [] Macleod, A.J. (984). How to accelerate convergence in Newton-Raphson? Int. Journal of Math. Education, Science and Technology. Vol. 5, p. 7. [3] Omey, E. (988). Note on a paper of MacLeod. Int. Journal of Math. Education, Science and Technology. Vol. 9, p. 34-34. [4] T.R. Scavo and J.B. Thoo (995). On the geometry of Halley s method. Amer. Math. Monthly 0, 47-46. [5] E. Schröder (870). Uber unendlich viele Algorithmen zur Auflösung der Gleichungen. Math. Ann., 37-365. [6] Waner, S. en Costenoble, S. (996). Calculus applied to the real world. Harper Collins College Publisher, New York. [7] E.W. Weinstein. Secant method. Mathworld-A Wolfram Web Resource. http://mathworld.com/secantmethod.html.