Functievergelijkingen



Vergelijkbare documenten
FUNCTIEVERGELIJKINGEN

Uitwerkingen toets 9 juni 2012

Functies deel 1. Vijfde college

Tweede huiswerkopdracht Lineaire algebra 1 Uitwerking en opmerkingen

Uitwerkingen toets 12 juni 2010

I.3 Functies. I.3.2 Voorbeeld. De afbeeldingen f: R R, x x 2 en g: R R, x x 2 zijn dus gelijk, ook al zijn ze gegeven door verschillende formules.

Vergelijkingen van cirkels en lijnen

V.4 Eigenschappen van continue functies

opgaven formele structuren tellen Opgave 1. Zij A een oneindige verzameling en B een eindige. Dat wil zeggen (zie pagina 6 van het dictaat): 2 a 2.

Uitwerkingen Tentamen Wat is Wiskunde (WISB101) Donderdag 10 november 2016, 9:00-12:00

V.2 Limieten van functies

1 Delers 1. 3 Grootste gemene deler en kleinste gemene veelvoud 12

Inleiding Analyse 2009

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor 1ste fase Wiskunde. vrijdag 31 januari 2014, 8:30 12:30. Auditorium L.00.07

Selectietoets vrijdag 21 maart 2014

III.2 De ordening op R en ongelijkheden

Examen G0U13 Bewijzen en Redeneren Bachelor of Science Fysica en Wiskunde. vrijdag 3 februari 2012, 8:30 12:30

Oefenopgaven Grondslagen van de Wiskunde A

Tentamen Grondslagen van de Wiskunde A Met beknopte uitwerking

Oplossing van opgave 6 en van de kerstbonusopgave.

IMO-selectietoets I donderdag 2 juni 2016

Examenvragen Hogere Wiskunde I

Enkele valkuilen om te vermijden

Machten, exponenten en logaritmen

Examen G0U13 - Bewijzen en Redeneren,

Alle opgaven tellen even zwaar, 10 punten per opgave.

Oplossingen Oefeningen Bewijzen en Redeneren

FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE Afdeling Kwantitatieve Economie

Polynomen. + 5x + 5 \ 3 x 1 = S(x) 2x x. 3x x 3x 2 + 2

Tentamen Grondslagen van de Wiskunde A, met uitwerkingen

Hints en uitwerkingen huiswerk 2013 Analyse 1 H17

Wiskundige Technieken 1 Uitwerkingen Hertentamen 23 december 2014

Complexe functies 2019

Getaltheorie I. c = c 1 = 1 c (1)

Hoofdstuk 11: Eerstegraadsfuncties in R

Opgaven Inleiding Analyse

Hints en uitwerkingen huiswerk 2013 Analyse 1 H18

Wiskundige taal. Symbolen om mee te rekenen + optelling - aftrekking. vermenigvuldiging : deling

Inverse functies en limieten

Functies van meer variabelen voor dummy s

EERSTE DEELTENTAMEN ANALYSE C

Inhoud college 4 Basiswiskunde. 2.6 Hogere afgeleiden 2.8 Middelwaardestelling 2.9 Impliciet differentiëren 4.9 Linearisatie

III.3 Supremum en infimum

Kettingbreuken. 20 april K + 1 E + 1 T + 1 T + 1 I + 1 N + 1 G + 1 B + 1 R + 1 E + 1 U + 1 K + E + 1 N A + 1 P + 1 R + 1 I + 1

Je hebt twee uur de tijd voor het oplossen van de vraagstukken. µkw uitwerkingen. 12 juni 2015

1.1 Oefen opgaven. Opgave Van de lineaire afbeelding A : R 3 R 3 is gegeven dat 6 2, 5 4, A 1 1 = A = Bepaal de matrix van A.

Wiskundige Structuren

In Katern 2 hebben we de volgende rekenregel bewezen, als onderdeel van rekenregel 4:

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Uitwerkingen Lineaire Algebra I (wiskundigen) 22 januari, 2015

Niet-standaard analyse (Engelse titel: Non-standard analysis)

1.0 Voorkennis. Voorbeeld 1: Los op: 6x + 28 = 30 10x.

Wiskunde. Verzamelingen, functies en relaties. College 2. Donderdag 3 November

RINGEN EN LICHAMEN. Aanvullende opgaven met uitwerkingen

Definitie 1.1. Een groep is een verzameling G, uitgerust met een bewerking waarvoor geldt dat:

Uitwerkingen tentamen Lineaire Algebra 2 16 januari, en B =

II.3 Equivalentierelaties en quotiënten

Discrete Wiskunde 2WC15, Lente Jan Draisma

Geef niet alleen antwoorden, maar bewijs al je beweringen.

Oefening 2.2. Welke van de volgende beweringen zijn waar?

UNIVERSITEIT TWENTE Faculteit Elektrotechniek, Wiskunde en Informatica

Definitie 1.1. Een partitie van een natuurlijk getal n is een niet stijgende rij positieve natuurlijke getallen met som n

Zomercursus Wiskunde. Katholieke Universiteit Leuven Groep Wetenschap & Technologie. September 2008

We beginnen met de eigenschappen van de gehele getallen.

Wanneer zijn veelvouden van proniks proniks?

1. (a) Formuleer het Cauchy criterium voor de convergentie van een reeks

Radboud Universiteit Nijmegen Tentamen Analyse 1 WP001B 26 augustus 2010, , Examenzaal

VERZAMELINGEN EN AFBEELDINGEN

1 Kettingbreuken van rationale getallen

Tellen. K. P. Hart. Delft, Faculty EEMCS TU Delft. K. P. Hart Tellen

Getaltheorie groep 3: Primitieve wortels

VWO finales. versie oktober 2012

Gaap, ja, nog een keer. In één variabele hebben we deze formule nu al een paar keer gezien:

1 Verzamelingen en afbeeldingen

OPLOSSINGEN VAN DE OEFENINGEN

3. Bepaal de convergentie-eigenschappen (absoluut convergent, voorwaardelijk convergent, divergent) van de volgende reeksen: n=1. ( 1) n (n + 1)x 2n.

Heron driehoek. 1 Wat is een Heron driehoek? De naam Heron ( Heroon) is bekend van de formule

Ongelijkheden groep 1

Calculus TI1 106M. I.A.M. Goddijn, Faculteit EWI 1 september 2014

Uitwerkingen toets 9 juni 2010

De wissel-eigenschap voor vermenigvuldigen Vermenigvuldigen kan in omgekeerde volgorde gebeuren, want voor ieder paar getallen a enbgeldt: a b=b a.

(g 0 en n een heel getal) Voor het rekenen met machten geldt ook - (p q) a = p a q a

Zomercursus Wiskunde. Module 4 Limieten en asymptoten van rationale functies (versie 22 augustus 2011)

Notatie van verzamelingen. Lidmaatschap. Opgave. Verzamelingen specificeren

Getallensystemen, verzamelingen en relaties

Opgaven Inleiding Analyse

Uitwerkingen tentamen Algebra 3 8 juni 2017, 14:00 17:00

Dossier 1 SYMBOLENTAAL

Inleiding Analyse. Opgaven. E.P. van den Ban. c Mathematisch Instituut Universiteit Utrecht Voorjaar 2003, herzien

Functies van één veranderlijke

Transcriptie:

Functievergelijkingen Trainingsweek juni 2008 Basistechnieken Je mag alle getallen in het domein invullen in je functievergelijking. Wat er precies handig is, hangt af van het domein en van de functievergelijking. Probeer gelijke termen te creëren of ingewikkelde termen te laten wegvallen. Als je een vermoeden hebt voor je functiewaarden op N of Z, probeer het dan met inductie te bewijzen. Een functie f : A B is injectief als voor alle a, b A geldt: als f(a) = f(b), dan is a = b. Of omgekeerd: als a b, dan is f(a) f(b). Twee verschillende elementen uit het domein hebben dan dus nooit dezelfde functiewaarde. Een functie f : A B is surjectief als voor alle b B er een a A is zodat f(a) = b. Alle waarden in het codomein worden dan bereikt. Een functie is bijectief als hij injectief en surjectief is. Elk element in het domein wordt dan aan precies één element in het codomein gekoppeld, en andersom. Je kunt proberen de eigenschappen injectief, surjectief en bijectief rechtstreeks te bewijzen. Als je in je functievergelijking een term f(f(x)) hebt of kunt creëren, dan kun je ook proberen te bewijzen dat f(f(x)) een van de genoemde eigenschappen heeft. Daaruit volgt dat f dezelfde eigenschap heeft. Als je functie injectief is, mag je links en rechts f jes tegen elkaar wegstrepen. Als je functie surjectief is, mag je in je hele vergelijking f(x) door t vervangen, waarbij t alle waarden in het codomein aan mag nemen. In het bijzonder mag je x zo kiezen dat f(x) = 0. Vergeet NOOIT om aan het eind van je uitwerking de gevonden functies te controleren! Opgave 1 Vind alle functies f : R R met f(f(x))+f(y) = x+y +9 1

Opgave 2 Vind alle functies f : Z Z die voldoen aan 2mf(2n) + 2n = nf(2m + 1) voor alle m, n Z, f(2) = 2. Opgave 3 Vind alle functies f : Z Z die voldoen aan voor alle m, n Z. f(m + n) + f(m n) = f(2m) + 4 Opgave 4 Zij f : R R een functie die voldoet aan Bewijs dat f bijectief is. f(xf(y) + f(x)) = 2f(x) + xy Opgave 5 Vind alle functies f : R R die voldoen aan f(yf(x)) = xy + 1 2 f(y) + 1 4 Opgave 6 Vind alle functies f : Q Q die voldoen aan voor alle x, y Q. f(x + f(y)) = y + f(x) Wat te doen met f(f(x))? Als je een uitdrukking gevonden hebt voor f(f(x)), dan kun je daar mogelijk uit concluderen dat f surjectief, injectief of zelfs bijectief is. Daarnaast kan het ook handig zijn om met behulp van deze uitdrukking f(f(f(x))) op twee manieren te berekenen: door de eerste twee f jes samen te nemen en door de laatste twee f jes samen te nemen. Stel bijvoorbeeld dat f(f(x)) = 2x. Dan geldt f(f(f(x))) = f(2x), maar ook f(f(f(x))) = 2f(x). Dus f(2x) = 2f(x). In het algemeen geldt: als f(f(x)) = g(x), dan is g(f(x)) = f(f(f(x))) = f(g(x)). 2

Opgave 7 Bewijs dat er geen functie f : R R bestaat die voldoet aan f(f(x) + y) = f(x) + 3x + yf(y) Opgave 8 Bewijs dat er geen functie f : Z 0 Z 0 bestaat die voldoet aan voor alle n Z 0. f(f(n)) = n + 1987 Fixpunten Een fixpunt of dekpunt van een functie f : A A is een element a A waarvoor geldt f(a) = a. Het kan helpen om de fixpunten van een functie te bepalen. Als je bijvoorbeeld weet dat f(x + x 2 f(x) 3) = x + x 2 f(x) 3 voor alle x R, dan zijn alle getallen van de vorm x + x 2 f(x) 3 een fixpunt van f. Vaak heeft een functie maar weinig fixpunten en in dat geval kan x + x 2 f(x) 3 maar weinig verschillende waarden aannemen. Dat geeft je informatie over de functie f. Er zijn ook functies met veel fixpunten (bijvoorbeeld de functie f(x) = x voor alle x R) dus je mag niet zomaar aannemen dat jouw functie weinig fixpunten heeft. Maar je kunt het soms wel bewijzen. Daarbij kan het handig zijn om fixpunten in te vullen in je vergelijking. Voorbeeld. Vind alle functies f : R R die voldoen aan f(f(x) + y) = (y + 1)f(x) voor alle x, y R. Oplossing. Vul in y = 0: dat geeft f(f(x)) = f(x). We zien dat f(x) een fixpunt van f is voor alle x R. We willen nu bewijzen dat f weinig fixpunten heeft. Stel dat x en z beide fixpunten van f zijn en vul in y = z x. Dan geldt f(x) = x en f(x+y) = f(z) = z = x+y, dus uit de functievergelijking krijgen we x + y = f(x + y) = f(f(x) + y) = (y + 1)f(x) = (y + 1)x = xy + x. Hieruit volgt y = xy dus y = 0 of x = 1. Dus z x = 0 of x = 1. Als er een fixpunt ongelijk aan 1 is, dan kunnen we x 1 kiezen en volgt dus z = x. Dus in dat geval is er precies één fixpunt. Als er geen fixpunt ongelijk aan 1 is, dan kan alleen x = 1 een fixpunt zijn. Er is minstens één fixpunt, want f(x) is een fixpunt voor alle x, dus in alle gevallen is er precies één fixpunt c en geldt f(x) = c voor alle x R. Invullen in de vergelijking laat zien dat dit alleen voldoet voor c = 0. Dus de enige oplossing is f(x) = 0 voor alle x R. 3

Opgave 9 Vind alle functies f : R >0 R >0 die voldoen aan voor alle x, y R >0. x 2 (f(x) + f(y)) = (x + y)f(f(x)y) Opgave 10 Zij S = ( 1, ) de verzameling reële getallen groter dan 1. Bepaal alle functies f : S S die voldoen aan (1) f(x + f(y) + xf(y)) = y + f(x) + yf(x) voor alle x, y S, (2) f(x) x is strikt stijgend op ( 1, 0) en (0, ). Van Q naar R Soms kun je uit de functievergelijking de functiewaarden op de gehele getallen halen met behulp van inductie. Meestal is het dan ook niet zo moeilijk om dat uit te breiden naar de rationale getallen. Maar wat als je functie R als domein heeft? Als je functie op Q aan een mooi voorschrift voldoet, dan verwacht je dat hij dat op R ook doet. Maar dat moet je wel bewijzen en daar heb je meestal een of andere extra voorwaarde voor nodig die aangeeft dat de functie niet al te gekke dingen kan doen. Bijvoorbeeld: f is strikt stijgend; of f(x) > 0 als x > 0. Verder mag je gebruik maken van de volgende stelling. Stelling. Als voor reële getallen x en y geldt dat x < y, dan is er een rationaal getal q zodat x < q < y. Hoe dicht twee reële getallen dus ook bij elkaar liggen, er past altijd nog een getalletje uit Q tussen. We zeggen ook wel: Q ligt dicht in R. Voorbeeld. Vind alle functies f : R R die voldoen aan f(x + y) = f(x) + f(y) voor alle x, y R, f(x) is strikt stijgend. Oplossing. Dit is een standaardfunctievergelijking: we hebben f(x) = cx voor alle x Q voor een zekere c R. In dit geval moet gelden dat c > 0 omdat de functie strikt stijgend is. Stel nu dat er een x R is met f(x) < cx. Dan bestaat er een q Q met f(x) c < q < x. 4

Er geldt nu f(q) = cq > f(x) en q < x. Tegenspraak met het feit dat f strikt stijgend is. Analoog krijg je een tegenspraak bij f(x) > cx. We concluderen dat f(x) = cx voor alle x R. Deze functie voldoet. Opgave 11 Vind alle functies f : R R die voldoen aan f(x + y) = f(x) + f(y) voor alle x, y R, f(x) > 0 voor alle x > 0. Opgave 12 Vind alle functies f : R R die voldoen aan f(x 2 + f(y)) = y + f(x) 2. (1) Opgave 13 Vind alle functies f : R R die voldoen aan f(f(x) 2 + y) = x 2 + f(y) Overige opgaven Opgave 14 Vind alle functies f : R R die voldoen aan f(x) + f(y) + 1 f(x + y) f(x) + f(y) voor alle x, y R, f(x) f(0) voor x [0, 1), f( 1) = f(1) = 1. Opgave 15 Vind alle functies f : Q R die voldoen aan f(1) + 1 > 0, f(x + y) xf(y) yf(x) = f(x)f(y) x y + xy voor alle x, y Q, f(x) = 2f(x + 1) + x + 2 voor alle x Q. 5